Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom (Vrij Nederland)

De toestand in de wereld is door de massale demonstraties in Amerika en Wit Rusland weer eens zodanig dat de pessimisten het grootste gelijk van de wereld kunnen binnenhalen. Je moet een heel speciaal soort röntgenapparaat gebruiken om door het vuur, het politiegeweld en de plunderingen nog iets te zien dat lijkt op vreedzamer tijden.

Philipp Blom, de Oostenrijkse historicus die in De duizelingwekkende jaren en Alleen de wolken ‘de cultuur en crisis in het Westen’ heeft beschreven vóór en na de Eerste Wereldoorlog (en dus goed op de hoogte is van verschrikkingen), wordt in zijn nieuwe essay Het grote wereldtoneel moeiteloos bevestigd in zijn visie dat we beland zijn in de zogenaamde ‘omegafase’, genoemd naar de laatste letter van het Griekse alfabet.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis.

We bevinden ons in de laatste fase van de wereld, vindt Blom. Het is de toestand ‘van extreme en rampzalige neergang’ waarin een bedrijf of instelling probeert de neergang tegen te houden door juist sneller en radicaler door te gaan op de oude voet: nog grotere productiviteit, innovatie, bezuinigingen, ontslagen en uitverkoop.

kolossale ramp

Drie jaar geleden zag Blom er ook al geen gat in toen hij zijn essay Wat op het spel staat voorspelde dat alleen een kolossale ramp mensen tot bezinning zou kunnen brengen, zoiets als de aardbeving van Lissabon in 1755 was daar voor nodig.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis. Alleen niet helemaal op het goede moment. Blom was door de directie van de Salzburger Festspiele gevraagd een essay te schrijven met de titel ‘Het grote wereldtoneel’. Met zo’n titel kan Blom wel uit de voeten, gegeven zijn apocalyptische visie op het wereldgebeuren.

Blom schreef zijn essay en op het moment dat het klaar was brak de coronacrisis uit.  Hij kon er nog net een hoofdstuk aan toevoegen. Maar eigenlijk was dat niet nodig. Het hele essay stond al in het teken van de omegafase en de transitie van een oude naar een nieuwe wereld waarin gebroken zou zijn met alle opgestapelde slechte eigenschappen van het Westen: van het leegroven van de aarde tot het smeltende ijs.

suicidaal hyperkapitalisme

De coronacrisis is volgens Blom te wijten aan de ongeremde, geglobaliseerde expansiedrift van het westerse kapitalisme (‘het suïcidale hyperkapitalisme’). Het is de ramp die de urgentie van de noodzakelijke veranderingen in de wereld manifest maakt.

Er is duizenden jaren lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd.

Zoals de aardbeving van Lissabon het vertrouwen in de rationele wereldorde en in het zogenaamd goedertieren Christendom (had God niet het beste met ons voor?) verstoorde, zo heeft volgens Blom de coronacrisis de menselijke ijdelheid een knak toegebracht door zich nergens iets van aan te trekken, en al helemaal niet van een rationele wereldorde – die orde heeft niets in de brengen tegenover een eenvoudig, maar verraderlijk virus.

Het grote wereldtoneel is een essay waarin onomwonden staat dat de mensheid het heeft verbruid. Er is ‘millennia’ (duizenden jaren) lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd. De ‘culturele mal’, waarin drie millennia menselijke ambitie vastzitten, zou ‘open gewrikt’ moeten worden om de mensheid af te helpen van de narcistische visie die ze van zichzelf heeft.

De mensheid heeft al die tijd ‘oorlog tegen de toekomst’ gevoerd, dat wil zeggen heeft een gezonde toekomst voor de komende generaties twijfelachtig gemaakt door de gepleegde roofbouw, het bekende rijtje: luchtvervuiling, zeespiegelstijging, ontbossing, uitputting fossiele brandstof, plastic soep, bosbranden etc. Daar zitten de komende generaties mee opgescheept.

een nieuwe verlichting

Ondanks de Cassandra-rol die Blom zo fervent speelt blijft hij niet hangen in de diagnose van de totale afgang. Hij speelt met de gedachte aan een drastische vernieuwing van het wereldtoneel, ‘een nieuwe verlichting’ waarin geducht geleerd wordt van het verleden. Er zou dan ook gebroken moeten worden met dat verleden. Er zou bijvoorbeeld een eind moeten komen aan de figuur die het Westen sinds mensenheugenis zou hebben gedomineerd: ‘het rationele, zelfbeschikkende en vrij handelende individu.’

Die verdwijnt ‘van het historische toneel als een vale fictie.’ Dat vrij handelende individu verdwijnt omdat men is gaan inzien dat alles en iedereen met elkaar samenhangt, niets los van elkaar staat, alles aan elkaar vast zit. Iedereen is afhankelijk, een individu is niets meer op zichzelf.

Om die nieuwe verlichting mogelijk te maken, om die te kunnen denken, moet de individuele verbeelding vervangen worden door een gemeenschappelijke verbeelding. Daarin wordt dan een milde strijd om ‘beelden’ gevoerd, om ‘sterke totems’. Dat zijn, vertaal ik in mijn eigen woorden, ideeën over de nieuwe inrichting van het bestaan.

Daar heeft Blom gedachten over: niet meer narcistisch denken, maar altruïstisch, niet individualistisch, maar gemeenschappelijk, niet meer het uitleven van de egoïstische morele instincten (‘zelfoptimalisering’), maar denken aan anderen, niet meer het rationele wezen uithangen, maar erkennen dat de mens door irrationele gevoelens wordt gedreven.

menselijke hybris

Blom is een historicus en essayist die sterk in termen van ‘gedeelde ervaringen’ denkt. Het is alsof elk individu bij hem de hele geschiedenis in zich heeft. Het woord ‘collectief’ valt helemaal niet in dit essay, maar bij Blom hebben mensen wel alles gemeenschappelijk. De aardbeving zorgde voor alle Lissabonners voor een trauma, niemand uitgezonderd.

Vóór de coronacrisis was een ‘gedeelde ervaringshorizon’ afwezig en die werd volgens Blom ook node gemist in de tijd van egoïstische ‘zelfoptimalisatie’. De coronacrisis maakt iedereen bescheiden omdat iedereen ervan doordrongen wordt dat hij niets in te brengen heeft tegen een virus. De menselijke hybris legt het loodje.

Het lijkt er misschien op dat Het grote wereldtoneel een mooi samenhangend essay is met een wat doorgeschoten apocalyptische boodschap, maar dat is het toch niet. Het is soms kraakhelder, maar ook tamelijk warrig en maakt wonderlijke sprongen. Het staat vol vertrouwde namen en denkers, maar Blom is lang niet altijd te volgen in de vlucht die hij neemt.

zelfoptimaliserend wezen

Wij zouden drie millennia geschiedenis met ons mee dragen en moeten afschudden willen we ‘een nieuw soort homo sapiens’ kunnen worden die de toekomst aan kan. Drie millennia is veel, alleen niet voor degenen die denken dat we, zoals Blom, in de kern eigenlijk nog heel eenvoudige primitieve mensen zijn. We moeten van denkgewoonten veranderen, staat ergens anders, ‘die veel ouder zijn dan de Verlichting’.

Het komt er op neer dat het redelijke, zelfstandige en tamelijk vrije individu dat de Verlichting en de Romantiek samen hebben laten ontstaan, maar dat door Blom tot een egoïstisch zelfoptimaliserend wezen wordt gereduceerd, van het historische toneel moet verdwijnen. Zo heeft voor Blom ook ‘het liberale verhaal zijn verleidingskracht verloren’. Dat kan helemaal niet, omdat het ‘liberale verhaal’ nooit (behalve met het neo-liberalisme) alleen dominant is geweest, het heeft altijd samen moeten werken met sociale bewegingen.

Philipp Blom is niet de enige commentator die verstrekkende conclusies trekt uit de coronacrisis. Het zou niet alleen maar een praktische en economische ramp zijn, het zou ook een ‘intellectuele crisis’ zijn die de ‘fundamentele concepten’ binnen de westerse cultuur op losse schroeven zet.

Waar denkt Blom dan aan? Wel, aan niet minder dan de ‘menselijke wezens’. Die blijken, zoveel is ‘duidelijk geworden’, ‘lang niet zo bijzonder en machtig als ze zelf graag denken.’

Dat is niet mis en een hele fundamentele conclusie op grond van een paar maanden coronacrisis. Er zit niets anders op dan dat die menselijke wezens eens bij zichzelf te rade gaan en een toontje lager gaan zingen. Dat zal ze leren.

Het grote wereldtoneel. Over de kracht van de verbeelding in crisistijd door Philipp Blom is vertaald door  W. Hansen en uitgegeven door De Bezige Bij.

Het bericht Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/literaire-kroniek-philipp-blom/

Zo bouwt Extinction Rebellion een weerbare beweging op (en voorkomt het burn-outs) (Vrij Nederland)

Het is een warme dag in juni. Op het Stationsplein voor Utrecht Centraal liggen zo’n vijftien activisten op de grond. Ogen dicht, ledematen slap, alsof ze daar plots dood zijn neergevallen. Samen vormen ze het logo van Extinction Rebellion: een cirkel om de aarde te symboliseren met daarin een zandloper als symbool voor de tijd die dringt.

Een halfuur lang trekken de liggende activisten veel bekijks. Er worden flyers uitgedeeld en gesprekken aangeknoopt met omstanders. Iemand schrijft met stoepkrijt ‘De Klimaatcrisis Doodt’ op de grond. Een groepje scholieren blijft verbaasd staan kijken: ‘Wat is deze?!’

Nienke van Ittersum (25) doet mee aan deze die-in. In maart 2019 sloot ze zich aan bij de beweging, die enkele weken daarvoor naar Nederland was overgewaaid vanuit het Verenigd Koninkrijk. Als student Humanistiek is Nienke veel bezig met geestelijk welzijn. Daarom zit ze in het wellbeing team van XR, dat de activisten gezond en tevreden houdt tijdens demonstraties.

Bij Extinction Rebellion wordt na iedere actie een debrief gedaan. Hoe ging het? Hoe voelde je je?

Na afloop van de actie zoekt de groep een rustig plekje op om na te praten. Ze vinden het belangrijk dat iedereen met een goed gevoel weer naar huis gaat. Met het oog op de wellbeing ging het prima, vertelt Nienke. ‘Er is niemand verbrand in de zon, dus ik ben blij.’

Zo gaat het bij XR: na iedere actie wordt een debrief gedaan. Hoe ging het? Hoe voelde je je? Zittend in een cirkel, meestal op de grond, krijgt iedereen even het woord. Vaak gaat er fruit of een pak (veganistische) koekjes rond.

Duurzame beweging

Extinction Rebellion is in 2018 opgericht door een groep Britse activisten, die eerder aangesloten waren bij de actiegroep Rising Up!,  en is inmiddels uitgewaaierd naar meer dan zeventig landen. De Nederlandse tak begon ruim een jaar geleden. Door middel van acties van burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals het blokkeren van een straat, wil de groep hardere politieke maatregelen tegen de klimaatopwarming afdwingen. Dat deden ze bijvoorbeeld afgelopen oktober een dag lang bij de weg voor het Rijksmuseum.

Doordat de beweging decentraal georganiseerd is – en er daarom geen officiële leiders zijn – kan iedereen een afdeling van XR beginnen. Voorwaarde is wel dat je je aan de tien kernwaarden houdt. Eén daarvan is het creëren van een regenerative culture: een cultuur die gezond en weerbaar is, zodat de beweging en haar leden lang mee kunnen gaan. Duurzaamheid dus, in de breedste zin van het woord.

Voor veel activisten is de drang groot om zo veel mogelijk te protesteren. Iedere dag telt. En hoe verleidelijk dit ook is, bij Extinction Rebellion weten ze dat het succes van de beweging afhangt van de (mentale) gezondheid van hun leden. Als die na twee, drie maanden allemaal een burn-out krijgen omdat ze niet hebben geslapen en hun tentamens niet gehaald hebben, stoppen ze er vroeg of laat mee. Bovendien bestaat XR vooralsnog voornamelijk uit twintigers en dertigers: de groep die toch al vaak kampt met burn-outs en andere mentale klachten.

Zelfs de meest bevlogen activisten moeten af en toe naar huis om op de bank te hangen.

Het is deze regenerative culture die XR onderscheidt van andere actiegroepen zoals de Occupybeweging, die snel opkwam en ook weer snel opbrandde. Door het idee van regenerative culture vanaf het begin te vervlechten met de filosofie en structuur van de beweging hoopt XR een uitzondering te zijn op de regel dat activistische groepen vroeg of laat uit elkaar vallen.

In de praktijk betekent dit dat XR veel meer doet dan alleen actievoeren en daarover vergaderen. Wekelijks zijn er etentjes, yogalessen, kledingreparatiecursussen en filmavonden. Meer nog dan een actiegroep is Extinction Rebellion een community. ‘Als je elkaar kent, kun je ook beter voor elkaar zorgen’, legt Nienke uit. ‘Tijdens een vergadering zeg je dan sneller: ik zie dat je er moe uitziet, wees maar wat terughoudender met ja zeggen op taken. Volgens mij heb je al genoeg te doen.’

Zo moeten zelfs de meest bevlogen activisten af en toe naar huis om op de bank te hangen.

Een minuut stilte

Voor potentiële nieuwe rebellen en andere geïnteresseerden worden er door heel Nederland introductiepraatjes gehouden met de titel ‘Headed for extinction and what to do about it?’. In het eerste deel van de twee uur-durende powerpointpresentatie worden de aanwezigen bijgepraat over de huidige stand van klimaatzaken: de bosbranden in Australië, de rapporten van het IPCC, de klimaattoppen, de lijstjes en de cijfers. Hierna wordt standaard een minuut stilte ingelast, zodat men de kans krijgt om deze stortvloed aan behoorlijk deprimerende  informatie te laten bezinken.

Wie meer nodig heeft dan die ene minuut, kan terecht bij een rouwcirkel. In deze sessies van een uur of drie komen mensen bij elkaar om hun gevoelens – angst, verdriet, frustratie, eenzaamheid – over de klimaatcrisis te delen. ‘Het is heel verleidelijk om te doen alsof het verdriet er niet is, om het te onderdrukken. Tijdens een rouwcirkel krijgen mensen de ruimte om het echt te voelen,’ vertelt Sandra Kuiters (37). Naast haar werk als psycholoog zet Sandra zich sinds mei 2019 in voor Extinction Rebellion.

‘Vooral in stressvolle situaties, zoals tijdens een blokkade, is de neiging groot om alleen maar rationeel bezig te zijn’, legt ze uit. ‘Als je kijkt naar hoe actievoeren vroeger ging, dan zie je dat het alleen doelgericht was, zonder dat mensen wisten hoe het met elkaar ging. Dat is bij Extinction Rebellion heel anders.’

Met onze ogen dicht doen we een check-in: hoe voel je je op dit moment?

Zelf heeft Sandra ook last gehad van angst en neerslachtigheid over het klimaat. ‘Het voelde heel raar om door te leven alsof er niks aan de hand was. Ik werd angstig omdat andere mensen de ernst ervan niet inzagen, of dachten dat het allemaal wel goed kwam.’ Sinds ze is gaan actievoeren is dat gevoel minder. ‘Het geeft de zingeving die ik eerst miste.’

Rouwcirkel

Op een zondagochtend in januari wordt in Amsterdam een rouwcirkel gehouden in een antikraakpand dat XR sinds kort tot haar beschikking heeft. Er zijn geen ramen, tl-buizen verspreiden een vaal licht. Op de grond liggen matrassen, kussens en dekens verspreid. ‘Een behoorlijk deprimerende ruimte’, merkt een van de deelnemers op.

Sandra leidt de sessie vandaag. Om haar nek hangt een ketting met het XR logo. We zijn met z’n zessen en beginnen – hoe kan het ook anders – zittend in een cirkel. Met onze ogen dicht doen we een check-in: hoe voel je je op dit moment? Wat gaat er door je hoofd, hoe voelt je lichaam? Een voor een delen we het in de groep.

We staan op voor de eerste oefening: loop door de ruimte, kies een partner en kijk elkaar in de ogen. Ik kom tegenover Willemien te staan. Wij hebben elkaar eerder ontmoet tijdens de actieweek in oktober. Behalve dat ze moeder is van twee kinderen die ongeveer mijn leeftijd hebben, weet ik weinig over haar. Tien, twintig seconden lang staan we zo. Oog in oog. Ineens begint haar lip te trillen.

Als we weer in de cirkel zitten, vertelt Willemien wat er in haar omging. ‘Ik zie een mooie, jonge vrouw voor me staan, en dan denk ik: ik wil dat jij ook een goede toekomst hebt. Ik voel medelijden, compassie. En eigenlijk vind ik het ook moeilijk om dit nu te delen, omdat het zo negatief is.’

‘Business as usual’

In de eerste plaats strijdt Extinction Rebellion voor hardere politieke actie om de klimaatcrisis tegen te gaan. Maar het gaat verder dan dat: de beweging pleit voor systeemverandering. In het handboek van XR, This is not a drill, uitgegeven door Penguin Publishers in het Verenigd Koninkrijk, leggen leden uit waar de beweging om draait. Sam Knights, een van de oprichters, stelt in zijn essay dat de problemen veel verder reiken dan klimaatopwarming alleen.’The problem is, unfortunately, not just the climate. [..] The problem is capitalism. The problem is colonialism. [..] The problem is greed, and corruption, and money, and this tired, broken system.’

In hetzelfde boek schrijft milieurecht advocaat Farhana Yamin dat de normale politiek heeft ons tekort gedaan. Wat XR en andere bewegingen – de Sunrise beweging in de VS, het spijbelen van Greta Thunberg, de BirthStrike beweging – gemeen hebben, schrijft ze, is dat ze de neoliberale economie en de ‘business as usual’-politiek geheel afwijzen. De manier waarop het tot nu toe is gegaan werkt niet – de CO2-uitstoot en ecologische destructie blijven toenemen. Dus moet het radicaal anders. Yamin pleit ervoor een nieuwe samenleving te vormen, een die gebaseerd is op liefde, rechtvaardigheid en de grenzen van de planeet.

Lees ook Ondanks alles heeft klimaatjournalist David Wallace-Wells nog hoop voor onze aarde 11 februari 2020

‘Enkel en alleen zeggen dat de CO2-uitstoot omlaag moet, is symptoombestrijding,’ vult Nienke aan. ‘We leven in een cultuur waarin we telkens te veel van onszelf vragen, te veel van onze naasten vragen, en te veel van onze natuur vragen. Als we niet fundamenteel iets veranderen, zal dat blijven gebeuren. Om het klimaatprobleem echt op te lossen hebben we een regenerative culture nodig.’

Wat doe je als de mensen om je heen niks willen horen over de klimaatproblematiek?

Het doet denken aan de donuteconomie, een model van econoom Kate Raworth waarbij het sociaal fundament wordt gerealiseerd zonder de grenzen van de aarde te overschrijden. De filosofie van Extinction Rebellion richt zich echter niet alleen op de economie maar op alle aspecten van het leven. De regenerative culture wordt geïmplementeerd op meerdere lagen: zorgen voor jezelf, voor elkaar tijdens acties, voor goede onderlinge relaties, voor je gemeenschap, voor de bredere gemeenschap (de maatschappij) en de planeet.

‘Het leven vieren’

In de keuken van het antikraakpand staan vier jonge mensen wortels, uien en bleekselderij in kleine stukjes te hakken. Er wordt hier op zondag gekookt voor de rest van de week. Iedereen is welkom om een vegetarische maaltijd te komen eten.

Ondertussen gaan we verder met de rouwcirkel. Het is tijd om te praten. Over vervreemding: wat als de mensen om je heen niks willen horen over de klimaatproblematiek? Als ze doen alsof er niks aan de hand is? Over eenzaamheid: die je kan voelen bij je vrienden en familie, maar ook binnen de beweging. En over het steeds terugkerende dilemma: hoe geniet je van het leven, terwijl de kennis over de steeds erger wordende klimaatcrisis op je drukt?

Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.
Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.

In de gesprekken worden ervaringen en gevoelens gedeeld, maar oplossingen blijven uit. Daar gaat het hier niet om. ‘Om echt dingen te doorvoelen, moet er vooral ruimte zijn. Te snel naar oplossingen willen, zorgt ervoor dat je je hoofd ingaat,’ legt Sandra uit. En dat is nou juist niet de bedoeling van een rouwcirkel. Ter afsluiting wordt er nog even gedanst. ‘Even alle zwaarte loslaten, het leven vieren!’

Dan is het eten klaar. Grote kommen courgette-linzensoep en kikkererwtencurry met rijst.

Lees ook Nee, een duurzame wereld begint niet bij jezelf. Een pleidooi tegen consumentenactivisme 18 november 2019

Of het nu gaat om de verplichte check-in aan het begin van een vergadering, de talloze sociale activiteiten om elkaar beter te leren kennen of de periodes van rust na een grote actieweek: het maakt allemaal deel uit van de onderliggende filosofie van XR.

In bewegingen waar de focus ligt op burgerlijke ongehoorzaamheid (en de onvermijdelijke arrestaties) wordt het belang van voor elkaar zorgen weleens over het hoofd gezien. Maar wil je het systeem veranderen, dan zal je moeten beginnen bij jezelf, vinden ze bij XR. ‘Goed voor jezelf en elkaar zorgen is een voorwaarde’, zegt Sandra, ‘als je dat niet doet, lukt de rest ook niet.’

Charlotte Nijhuis is masterstudent Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam en maakt voor haar afstuderen een documentaire over Extinction Rebellion.

Het bericht Zo bouwt Extinction Rebellion een weerbare beweging op (en voorkomt het burn-outs) verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/extinction-rebellion-weerbare-beweging/

Ondanks alles heeft klimaatjournalist David Wallace-Wells nog hoop voor onze aarde (Vrij Nederland)

De twee jaar die aan de publicatie van mijn boek De onbewoonbare aarde voorafgingen had ik mezelf ondergedompeld in klimaatwetenschap, onderzoek dat ik indertijd zag als het product van een soort bewustwording – het soort dat ooit misschien een openbaring genoemd zou worden, aangezien de toekomstscenario’s die wetenschappers schetsten mij ertoe noopten om mijn kijk op de wereld en op de ontwikkelingen in de komende decennia volledig te herzien.

Ook het schrijven zelf was een verwerking van, of beter gezegd een worsteling met de mate waarin die nieuwe kennis inbreuk had gemaakt op de intuïtieve inzichten waarmee ik dat onderzoek was ingegaan, als talismannen van mijn eigen naïviteit.

Toen ik de laatste pagina’s schreef, wist ik genoeg om in te zien dat maar weinig oppervlakkige aannames over de oplosbaarheid van de klimaatcrisis een echte confrontatie met de absolute nietsontziendheid van die crisis zouden kunnen doorstaan. En toch was ik nog vol enthousiasme – over de droom van een waarachtig inclusief, wereldwijd, zelfs universeel perspectief op het lot van de planeet en diegenen die erop hopen te leven.

Natuurlijk is die gelukkiger toekomst mogelijk; het enige wat daarbij in de weg staat zijn wijzelf.

En ik geloofde oprecht dat we, door ervoor te kiezen op die manier naar het klimaat te kijken, nog steeds een leefbare, bevredigende, rechtvaardige en welvarende toekomst voor de wereld konden veiligstellen. Althans relatief leefbaar, relatief bevredigend, relatief rechtvaardig en relatief welvarend, aangezien we al leven op een planeet die lijdt onder klimaatverandering, en al zien hoe gemakkelijk vermoedens van hulpbronnenschaarste leiden tot de rechtvaardiging van hulpbronnenafgunst, en tot het voor lief nemen, uit naam van diegenen die het voorrecht genieten van een aangenaam en zeker bestaan, van het disproportionele leed van diegenen die het slechtst af zijn.

Natuurlijk is die gelukkigere toekomst mogelijk; het enige wat daarbij in de weg staat zijn wijzelf, en de hindernissen die we overal hebben opgeworpen, waar we ons overheen moeten worstelen om überhaupt enige vooruitgang te boeken. De vraag is hoeveel vertrouwen we nog mogen hebben in onze kansen – kansen die decennialang elke dag kleiner leken te worden, verdrongen door co2-concentraties en giftige deeltjes, zoals een kamer die volstroomt met gas. Onze enige kamer.

een nieuw uitstootrecord

Het afgelopen jaar is de wetenschap blijven doormarcheren, en zijn onderzoekers even hard op de trom blijven slaan, of zelfs nog harder: gletsjers smelten sneller, net als permafrost; hittegolven en natuurbranden vestigen nieuwe records. Volgens geloofwaardige rapporten staan er misschien wel een miljoen soorten op het punt van uitsterven. Wetenschappers stellen op basis van nieuwe modellen dat de verwachte uitstoot deze eeuw voor aanzienlijk meer opwarming zou kunnen zorgen dan voorheen gedacht werd, en dat onze planeet al in de volgende eeuw zijn vermogen om wolken te creëren zou kunnen kwijtraken. Wat op zichzelf al voor acht graden Celsius extra opwarming kan zorgen.

Het grootste nieuws kwam nu eens niet uit de wetenschap, maar uit de politiek

Misschien is het fatalistisch om je af te vragen of vijf graden onze beschaving te gronde zou richten, of in elk geval grote schade zou berokkenen; het is dom om je niet hetzelfde af te vragen bij dertien graden.

Maar het grootste nieuws kwam nu eens niet uit de wetenschap, maar uit de politiek. Wetenschappers en pleitbezorgers die alleen maar perioden van totale passiviteit hadden meegemaakt – perioden waarin elk jaar stond voor een verdere stap terug met een nieuw uitstootrecord – lieten me weten dat ze zich nog nooit eerder zo optimistisch hadden gevoeld.

De Verenigde Naties brachten een baanbrekend rapport uit, waarin in niet mis te verstane bewoordingen werd geschetst wat onbelemmerde opwarming alleen al in de komende decennia voor gevolgen zou hebben, en welke mate van gezamenlijke, gecoördineerde inspanning vereist zou zijn om dat te voorkomen – een mobilisatie van wereldoorlogachtige proporties, meldde het rapport, in termen die veel alarmerender en urgenter klonken dan alle eerdere publicaties van dit soort organen. De secretaris-generaal waarschuwde dat die mobilisatie binnen enkele maanden zou moeten beginnen.

Op dat moment was Greta Thunberg nog een onbekende Zweedse scholier, die elke vrijdag stilletjes spijbelde om te protesteren tegen de laksheid van haar land ten aanzien van klimaatverandering; in de maanden daarna ontwikkelde zij zich tot een soort Jeanne d’Arc van de klimaatbeweging, sprak ze zonder een blad voor de mond te nemen de Verenigde Naties en het World Economic Forum toe, en inspireerde ze miljoenen mensen in heel Europa en de rest van de wereld om ook te spijbelen.

In het Verenigd Koninkrijk liet datzelfde najaar de beweging Extinction Rebellion van zich horen door vijf bruggen in het centrum van Londen te bezetten; hun eerste eis was eenvoudigweg: vertel de waarheid.

Er geloven meer Amerikanen in klimaatverandering dan ooit tevoren, meer Amerikanen zijn er bezorgd over en meer zijn erdoor gealarmeerd.

In de Verenigde Staten gebeurde er iets vergelijkbaars: de Sunrise Movement bestormde het kantoor van Nancy Pelosi, kandidaat-voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, en wist met hulp van de nieuw gekozen klimaatheld Alexandria Ocasio-Ortez de zogenoemde Green New Deal, een programma voor energietransitie, hoog op de politieke agenda te krijgen – een ongekende stap, aangezien veel Democraten in de tijd van Obama zelfs een bescheiden programma op dat gebied al te radicaal vonden. De partij heeft een serieuze presidentskandidaat die zich uitsluitend op het klimaat richt, Jay Inslee, en ook in de campagne voor de voorverkiezingen lijkt iedereen die Donald Trump wil wippen bezig te zijn met een soort klimaatveranderingswapenwedloop, waarbij het erom gaat wie zich het meest serieus en het meest ambitieus betoont ten aanzien van de bedreiging die ze zonder uitzondering ‘existentieel’ noemen.

politiek droombaar

Opiniepeilingen geven maar zelden de enorme dynamiek van politieke wendingen weer, en vervlakken hele landschappen van intensiteit tot een handjevol algemene antwoorden, maar ook de uitslagen daarvan sprongen in het oog. Er geloven meer Amerikanen in klimaatverandering dan ooit tevoren, meer Amerikanen zijn er bezorgd over en meer zijn erdoor gealarmeerd – het aantal Amerikanen dat liet weten zich druk te maken over de opwarming van de aarde lag zelfs hoger dan het aantal dat zei te geloven dat er overweldigende wetenschappelijke consensus was over dat verschijnsel, waaruit op ironische wijze blijkt dat desinformatiecampagnes maar een beperkte reikwijdte hebben. In sommige gevallen was het percentage dat zich bezorgd toonde in één jaar tijd met tien procentpunten gestegen.

Uiteraard is de macht in de wereld niet in handen van de publieke opinie – en als die al invloed uitoefent, verloopt dat doorgaans traag. Zelfs sommige milieuactivisten vroegen zich af hoe serieus de demonstranten waren – waarbij ze discussieerden over de rol van kernenergie of over de vraag of het verstandig is om klimaatvraagstukken te koppelen aan sociale rechtvaardigheid – en, gezien de ervaringen met eerdere, kleinere opwellingen van bezorgdheid na orkaan Katrina en na de publicatie van An Inconvenient Truth van Al Gore, hoe lang ze het allemaal zouden volhouden.

Aangezien de recente geschiedenis van zelfs epische protestbewegingen niet al te inspirerend was, kon je het sceptici niet kwalijk nemen dat ze zich afvroegen wat deze schijnbare opleving in feite betekende: in het afgelopen decennium hadden we Occupy Wall Street gehad, in het decennium daarvoor de mobilisatie tegen de oorlog in Irak, en in de laatste jaren van de vorige eeuw de hevige protesten tegen de wto. Die waren elk meteen daarna als zo ongeveer een totale mislukking bestempeld, een leeggelopen ballon van onvrede die op het manifestatieterrein was achtergebleven, bijna als een herinnering aan de beperkte invloed van demonstraties en de obstakels die echte veranderingen in de weg staan.

Op het wereldpodium is op dit moment plaats voor zowel Greta Thunberg als Jair Bolsonaro.

Ongelooflijk genoeg hebben de betogers die deelnamen aan de klimaatprotesten van het afgelopen jaar in veel minder tijd al veel meer bereikt dan die eerdere bewegingen. Begin 2019 kreeg Greta een toezegging los van de voorzitter van de Europese Commissie dat maar liefst een kwart van alle eu-uitgaven besteed zou worden aan maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan; ze was toen net zestien geworden. Tegen de zomer had het Britse parlement mede onder druk van Extinction Rebellion een klimaatnoodtoestand uitgeroepen – een parlement waarin de Conservatieven het voor het zeggen hadden en dat geheel in de ban was van de tumultueuze brexit. Vlak voor haar aftreden verplichtte Theresa May het land ertoe om in 2050 co2-neutraal te zijn.

Elk van deze toezeggingen was van een serieuzere en ambitieuzere orde dan wat nog maar enkele maanden daarvoor politiek haalbaar – of zelfs droombaar – werd geacht. Maar als we mogen afgaan op het voorzichtige oordeel van de Verenigde Naties, dat we nog hooguit tien jaar hebben om de uitstoot te halveren, waren ze verre van toereikend om een klimaatramp te voorkomen.

geen lineair proces

En toch geldt voor het klimaat wat ook voor alle andere zaken geldt, te weten dat de geschiedenis geen lineair proces is. Op het wereldpodium is op dit moment plaats voor zowel Greta Thunberg als Jair Bolsonaro, die zijn plan doorzet om grote delen van het Amazonegebied in cultuur te brengen en zo de meest productieve co2-put ter wereld de nek om te draaien.

In de Verenigde Staten heeft Michael Bloomberg 500 miljoen dollar toegezegd om een eind te maken aan het gebruik van steenkool, terwijl in China de investeringen in duurzame energie in de eerste helft van 2019 sterk gekelderd zijn – een patroon dat angstwekkend genoeg vervolgens ook in de rest van de wereld te zien was. Amerikaanse oliebedrijven lobbyden voor een co2-belasting, maar vroegen in ruil daarvoor om een moratorium op toekomstige rechtszaken over klimaataansprakelijkheid, en in juni kregen de Democratische presidentskandidaten, die tegen de verwachting in zagen dat de opwarming van de aarde een van de belangrijkste zorgen van de kiezers was geworden, van hun partij te horen dat er geen klimaatdebat zou komen.

In diezelfde maand riep Canada een klimaatnoodtoestand uit en gaf het land al de volgende dag een vergunning af voor een nieuwe oliepijpleiding. Mohammad bin Salman, kroonprins van Saoedi-Arabië, mijmerde in de nasleep van de onder zijn verantwoordelijkheid gepleegde moord op de journalist Jamal Khashoggi over de economische noodzaak om de productie van fossiele brandstoffen in zijn land de rug toe te keren, maar begon enkele maanden later opnieuw de mogelijkheid te onderzoeken van een beursgang voor Aramco, het staatsoliebedrijf, en kreeg toen de volgende G20-bijeenkomst toegewezen.

The New York Times onthulde dat de klimaatsceptici van het Competitive Enterprise Institute, een vooraanstaande libertarische denktank, werden ondersteund door ‘grote ondernemingen, zoals Google en Amazon, die hun inzet voor de aanpak van klimaatverandering tot een speerpunt van hun pr-strategie hebben uitgeroepen’.

klimaathypocrisie

Ik heb voorheen begrip getoond voor een ander type vermeende klimaathypocrisie – mensen die oproepen tot verandering terwijl ze blijven vliegen en hamburgers blijven eten, die waarschijnlijk menen dat de politiek een productievere route biedt dan kiezen voor een andere leefstijl, wat zelfs als alle gelijkgestemden dit voorbeeld volgen maar een beperkte invloed heeft.

Bijna zonder uitzondering zullen de minst machtigen zich het meest moeten aanpassen.

Maar de toenemende hypocrisie van organisaties en personen met echte macht – grote ondernemingen, landen, politieke leiders – wijst op een veel zorgwekkender mogelijkheid. Die is des te verontrustender omdat we er zo vertrouwd mee zijn vanuit andere politieke domeinen: dat praten over het klimaat niet de aanzet geeft tot actie, maar een alibi, een dekmantel wordt voor laksheid en onverantwoordelijkheid, waarbij de machtigste mensen ter wereld eensgezind met twee monden zingen, in een koor dat weinig meer produceert dan het lied.

Intussen moeten de minder machtigen er maar gewoon aan wennen – bijna zonder uitzondering zullen de minst machtigen zich het meest moeten aanpassen. Dat is de echte dreiging achter de redelijk klinkende term ‘normalisering’, die dreigt gebruikt te gaan worden voor de genadeloze aanpassingen in het leven van miljarden van de armsten ter wereld, in landen die volgens één onderzoek in de afgelopen decennia al een kwart aan potentiële economische groei zijn misgelopen vanwege klimaatverandering.

Normalisering zal ook van invloed zijn op het leven van de rijken in de wereld, die niet meer zo veilig zullen zijn voor de natuurkrachten als ze zich de afgelopen decennia hebben gewaand.

opeengehoopte machinerie

Zolang we geen ingrijpende maatregelen nemen om de hele opeengehoopte machinerie van het moderne leven opnieuw vorm te geven zonder co2, kunnen we ons troosten met de wrange gedachte dat de wereld altijd met droogte en overstromingen en orkanen, met hittegolven en hongersnoden en oorlogen te maken heeft gehad.

Te vaak zien oppervlakkige waarnemers de crisis in versimpelde termen, alsof de universaliteit van gevolgen betekent dat ze uniform zijn.

We zullen waarschijnlijk last krijgen van paniekaanvallen – sommigen van ons, op sommige momenten – als we bedenken dat een toekomst waarin we zoveel meer van dit soort calamiteiten zullen meemaken op dit moment zo onleefbaar, onmenselijk, zelfs ondenkbaar lijkt. In de tussentijd gaan we door met onze dagelijkse beslommeringen alsof de crisis niet zo aanwezig is. En houden we ons staande in een wereld die steeds meer wordt bepaald door de genadeloosheid van klimaatverandering door ons te fixeren op deelproblemen en de kop in het zand te steken, door ons te beklagen over onze verbrande politiek en onze verkoolde kijk op de toekomst, maar die slechts zelden in verband te leggen met de verhitting van onze planeet, en door zo nu en dan vooruitgang te boeken en onszelf daar vervolgens op de borst voor kloppen. Ook al was het nooit genoeg vooruitgang, en nooit op tijd.

Maar wie zijn die ‘wij’? Dat is waarschijnlijk de vraag die me het meest heeft beziggehouden, nu zorgen over rechtvaardigheid terecht een plaats hebben gekregen in het centrum van het klimaatdebat. Te vaak zien oppervlakkige waarnemers de crisis in versimpelde termen, alsof de universaliteit van gevolgen betekent dat ze uniform zijn, in plaats van bepaald door ongelijkheid. En alsof de zeer uiteenlopende varianten voor het verdere verloop betekenen dat er maar twee toekomsten mogelijk zijn – dat we hetzij de opwarming van de aarde de baas worden, hetzij moeten toezien hoe die ons de baas wordt.

De schade door de opwarming is al ongelijk verdeeld en dat zal vermoedelijk nog verergeren.

Verreweg de meest waarschijnlijke uitkomst is iets onduidelijkers, dat niet wordt bereikt door een of ander ei van Columbus of door politieke revoluties of eng nationalisme of de revanchistische triomf van het eigenbelang van ondernemingen, maar door een of ander rommelig mengsel van dit alles, plus andere elementen. Hoe je kijkt naar die toekomst, besmeurd door een nu nog onkenbare hoeveelheid klimaatleed, en de mate waarin die jou afschrikt en motiveert en boos en bang maakt, zegt waarschijnlijk veel over hoe je denkt over ‘wij’ en ‘ons’ en ‘zij’.

Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.
Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.

Op deze grote vraag biedt klimaatverandering zelf zulke uiteenlopende antwoorden dat het lastig kan zijn om ze allemaal tegelijk in gedachten te houden. De schade door de opwarming is al ongelijk verdeeld en dat zal vermoedelijk nog verergeren – binnen gemeenschappen, binnen landen, en wereldwijd. Diegenen die de macht hebben om betekenisvolle veranderingen door te voeren zijn vaak degenen die op dit moment het best beschermd zijn tegen de opwarming; in veel gevallen zijn zij degenen die profiteren, vaak juist in ruime mate, van lijdelijk toezien.

En toch is klimaatverandering ook, onmiskenbaar, iets waar we allemaal bij betrokken zijn, iets wat het leven van ons allemaal op zijn kop dreigt te zetten als we onze koers niet wijzigen. Ook de oplossingen, als we ons die durven voor te stellen, gelden voor de hele wereld. Waardoor een universele taal volgens mij, zelfs als die niet volledig klopt, niettemin gepast en illustratief en inderdaad motiverend is, willen we enige kans maken om zelfs maar de hoop te behouden op die gelukkiger toekomst – relatief leefbaar, relatief bevredigend, relatief welvarend, en misschien meer dan slechts relatief rechtvaardig. Verklaar me gerust voor gek, of beter gezegd voor naïef, maar ik denk nog steeds dat het kan.

Dit is een bewerkte versie van het nawoord dat David Wallace-Wells schreef voor de vierde druk van De onbewoonbare aarde (De Bezige Bij, 368 p., € 22,99)

Wallace-Wells’ boek vormde de aanleiding voor een nieuwe serie voor HBO MAX. De releasedatum is nog niet bekend.

Het bericht Ondanks alles heeft klimaatjournalist David Wallace-Wells nog hoop voor onze aarde verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/david-wallace-wells-nawoord-onbewoonbare-aarde/

Waarom we de Amazone te hulp moeten schieten (Vrij Nederland)

De communis opinio was: Bolsonaro had een punt toen hij Macron verweet zich aan neokolonialisme schuldig te maken door zich te bemoeien met de helse bosbranden in het Amazone-reservoir (er staat twee keer zoveel Amazonewoud in brand vergeleken met vorig jaar, de teller staat nu op bijna 90.000 haarden). Elk land gaat volgens Bolsonaro over zijn eigen oerwoud en Europa moet een toontje lager zingen aangezien het zijn eigen wouden allang heeft vernietigd.

Maar Macron had ook een punt door te stellen dat de Amazone niet alleen de longen van Brazilië zijn, maar die van de hele aarde. Bolsonaro draagt dus een bredere verantwoordelijkheid.

Ziedaar het klassieke soevereiniteitsdilemma: wie is eigenlijk de baas over collectief goed dat voor de mensheid van belang is, maar onder de jurisdictie van één of een paar landen valt? In dit geval nog van een idiote president ook, die niet eens stilstaat bij de gevolgen voor zijn eigen bevolking, maar dat laat ik even buiten beschouwing. Hetzelfde geldt trouwens ook voor Poetin (met zijn branden in Siberië) of Trump (Californië, Alaska) of Frederiksen (zelfs Groenland brandt her en der).

Bolsonaro moet een toontje lager zingen. We leven in 2019, niet in 1719.

En wat zou Rutte antwoorden als hij door een buitenlandse leider op de vingers zou worden getikt over het idiote feit dat we als klein landje 500 miljoen staldieren per jaar ‘produceren’ waarvan er dit jaar alweer 180.000 levend zijn verbrand? Bemoei je met je eigen zaken, we hebben ons land volgezet met distributieloodsen in plaats van bomen, een ‘supergave’ agro-industrie en zijn toch maar mooi nummer twee van de wereld (na de VS) qua export. The Netherlands First!

geen 1719

Toch berust de communis opinio op een denkfout en moet Bolsonaro een toontje lager zingen. We leven in 2019, niet in 1719. Het zou van de gekke zijn als de Europeanen op grond van hun geschiedenis een ‘recht’ zouden hebben geschapen voor Bolsonaro om zijn Amazone plat te branden, en hem daarna pas op zijn wijdere verantwoordelijkheid zouden mogen wijzen. Naar analogie zou de slavernij dan alsnog ingevoerd kunnen worden en zou Brazilië eerst drie eeuwen West-Europa (Portugal en Nederland!) mogen koloniseren, alvorens daar iets van gezegd mag worden.

Politiek dier? Lees onze nieuwsbrief Macht op vrijdag
Iedere vrijdag de belangrijkste politieke verhalen in je mailbox.

Om maar drie redenen te noemen waarom dat niet kan: inmiddels is er zoiets als een ‘internationale gemeenschap’ ontstaan (ook een land als Brazilië onderkent dat), linksom of rechtsom draagt elk lid van die gemeenschap een verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het geheel (ook een land als Brazilië onderkent dat), en de wereld bestaat uit 193 landen (ook een land als Brazilië onderkent dat) die weliswaar soeverein heten, maar volkomen afhankelijk van en verknoopt met elkaar zijn.

geen 2011

Een plicht tot hulp aan Brazilië zou je wél kunnen bepleiten.

In 2011 was nota bene Brazilië initiatiefnemer van een actie in de VN Veiligheidsraad om de in 2005 aanvaarde doctrine van de Responsibility to Protect na het onstuimige ingrijpen in Libië te redden door er de verfijning Responsibility while Protecting aan toe te voegen: de internationale gemeenschap had – met toestemming van de Veiligheidsraad, dat wel – het recht om in te grijpen als een land (lees dictator) zijn eigen bevolking niet beschermde, maar moet dergelijk ingrijpen wel op een ordentelijke manier organiseren.

Nu zult u tegenwerpen dat het geen 2011 meer is en het Brazilië van 2011 bepaald niet dat van Bolsonaro in 2019 is, maar de R2P-doctrine is niet dood. Hij was uitgevonden om de wereld veiliger te maken en de internationale gemeenschap een bevoegdheid toe te kennen als nationale leiders hun plicht verzaakten. Een brandvrije Amazone zou je ook een vorm van veiligheid kunnen noemen. Ingrijpen dus.

Het bericht Waarom we de Amazone te hulp moeten schieten verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/amazone-bolsonaro/

Macht op vrijdag: De strijd om de smeltende Noordpool is losgebarsten (Vrij Nederland)

De Noordpool smelt, en veel sneller dan verwacht. Daardoor ontwaakt de interesse voor dat enorme stuk wereld. In zeker zin is dat goed nieuws, omdat het van oudsher een gebied was waar de betrokken staten vriendelijk met elkaar omgaan en geleerd hebben om eventuele belangentegenstellingen op een ordelijke wijze met elkaar te bespreken en op te lossen.

Die oude oplossingsmechanismen zijn een prettige bijkomstigheid nu er serieuze problemen dreigen te rijzen. In de eerste plaats natuurlijk de opwarming, waardoor bodemschatten ineens winbaar zijn en een twistappel tussen partijen kunnen worden. Schadelijke milieu-effecten worden onvermijdelijk. In de tweede plaats worden zeeroutes bevaarbaar, waardoor allerlei beheerskwesties zullen ontstaan.

Van niemand

De Noordpool is eigenlijk van niemand, want het is geen land maar ijs en water. De vijf direct grenzende staten (de VS via Alaska, Denemarken via Groenland, Canada, Noorwegen en Rusland) hebben er natuurlijk wel economische zones en nog zekere gebiedsaanspraken, maar het gebied is er altijd letterlijk te koud geweest om die kwesties op de spits te drijven.

In de huidige ruwere tijden van Great Power Competition dreigt die betrekkelijke vrede verstoord te worden.

Conflicten werden bevroren (tussen Canada en Denemarken over een eilandje naast Groenland), werden onderling gesust (over visrechten rond Spitsbergen tussen Noorwegen en Rusland), met enig gehakketak maar zonder ruzie ‘vergeten’ (tussen de VS en Canada over doorvaartrechten) of aan een speciaal arbitragehof voorgelegd.

En dan bestond daar altijd nog de Arctische Raad voor een goed gesprek waardoor de zaak nooit uit de hand liep. Er waren zelfs jaren dat de Noordse Regio ten voorbeeld werd gesteld als model voor de rest van de wereld.

In de huidige ruwere tijden van Great Power Competition dreigt die betrekkelijke vrede verstoord te worden. De geopolitieke betekenis van het ijskoude gebied is nooit afwezig geweest, maar in de Koude Oorlog ook nooit dusdanig veranderd dat de twee kemphanen waar het om draaide, de VS en de Sovjetunie, elkaar daar het leven zuur maakten.

De dooiende ijszee maakt de zeeroute China-Rotterdam veertig procent korter, en dus interessant.

Natuurlijk, de trajecten van intercontinentale raketten liepen over de Noordpool, onderzeeërs kropen onder de ijskap om er eventueel van dichtbij tegen elkaar in actie te komen, maar soldaten en tanks kwam je tussen de sneeuwduinen en ijsschotsen niet tegen. Spionage en early warning was er natuurlijk wel, maar het gebied zelf was te onherbergzaam en ontoegankelijk om van een frontlijn te kunnen spreken.

Schaarse mineralen

Jaarlijks komt de Arctische Raad bijeen om sluimerende kwesties te bespreken. De binnenring van ‘kuststaten’ heeft het voor het zeggen, maar een buitenring van ‘waarnemersstaten’ mag meeluisteren en in werkgroepen een duit in het zakje doen zonder werkelijke macht te hebben.

In de internationale pers – ook hier te lande – is driftig verslag gedaan van de opmars van China als ‘noordpool’-macht.

De dooiende ijszee maakt de zeeroute China-Rotterdam veertig procent korter, en dus interessant. Olie-en gasconcerns beseffen, klimaatproblematiek of niet, dat zeker een kwart van ’s werelds fossiele brandstof zomaar winbaar wordt, om nog te zwijgen van andere schaarse mineralen die bereikbaar worden.

Geen wonder dus China, India, Frankrijk, Singapore en ook Nederland zich in de loop van de jaren meldden voor een plaats aan de tafel. Als waarnemer, want meer zat er niet in.

In de internationale pers – ook hier te lande – is driftig verslag gedaan van de opmars van China als ‘noordpool’-macht. Niet geheel ten onrechte, want dat land gedraagt zich als (en is) een supermacht, en heeft dus belang bij zeeroutes. China laat zijn nucleaire onderzeeërs ook in de ‘veilige’ pooloceaan patrouilleren, en heeft ook zijn oog laten vallen op zeldzame mineralen die via IJsland en Groenland verkregen kunnen worden.

De alarmbel werd vooral geluid door Mike Pompeo, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, die de Chinese aspiraties in de Finse stad Rovaniemi hekelde en er geen geheim van maakt dat iedereen moet roepen dat China er niets te zoeken heeft.

Olifant in de porseleinkast

Wat echter meer de aandacht trok dan de Amerikaanse waarschuwing tegen China was Pompeo’s tirade tegen buurland Canada. De manier waarop de regering-Trump van leer trekt tegen Canada was opvallend omdat ze volledig uit de toon valt bij het altijd zo vredige discours in de Arctische Raad, en omdat ze zo contrasteert met de bedachtzame wijze waarop bondgenoten hun onderlinge geschillen plegen op te lossen.

Pompeo was de olifant in de porseleinkast. De andere leden van de Arctische Raad schrokken ervan. Ze waren not amused, en voor Canada gold dat in het kwadraat.

Waar kwam Pompeo’s tirade op neer? Los van het gedoe met ‘Canada’ blokkeerde de VS een gemeenschappelijke slotverklaring waarin naar klimaatverandering verwezen werd – in het Noordpoolgebied geen loze kreet. Was dat nog gewoon Trumpiaans te noemen, Pompeo’s waarschuwing aan het adres van Canada kwam als een schok. Het hield in dat de VS de noordwestelijke doorvaart (langs Canada) als ‘internationale wateren’ beschouwde en geen geduld meer had met de Canadese opvatting dat die wateren Canadees zijn.

Pompeo was de olifant in de porseleinkast.

Dat verschil van mening bestaat al jarenlang (ook de EU is het met Canada oneens) maar is nooit op de spits gedreven, onder het mom agree to disagree. Dat de VS het nu ineens hard speelt is niet alleen onarctisch, maar ook arrogant en merkwaardig.

Een grote mond

De nieuwe offensieve koers van Trump-Pompeo staat ook op gespannen voet met een oude overeenkomst – de Arctic Cooperation Agreement uit 1988 – tussen Canada en de VS om de soevereiniteitsgeschillen te parkeren en er pragmatisch mee om te gaan.

In iets breder verband is de VS zelfs op inconsequenties te betrappen. Trump c.s. lezen China de les dat ze de Zuid-Chinese Zee koloniseren. Terecht, maar daarbij wordt China regelmatig gewezen op zijn verplichtingen jegens UNCLOS, het VN-zeerechtverdrag. Terwijl een Republikeinse kliek senatoren sinds jaar en dag ratificatie van UNCLOS door de VS zelf blokkeert. Dan is een grote mond dus ongepast.

Politiek dier? Lees onze nieuwsbrief Macht op vrijdag
Iedere vrijdag de belangrijkste politieke verhalen in je mailbox.

De Amerikanen trekken zich daar weinig van aan en noemen UNCLOS smalend LOST, (Loss of Sovereignty to Tyrants). UNCLOS zou de VS alleen maar beperken: Noord-Koreaanse schepen op volle zee te pakken nemen en terroristenbootjes enteren kunnen tijdrovende en dure conflicten bij een zeetribunaal opleveren en daar heeft Washington geen zin in.

Voorstanders van Amerikaanse ratificatie van UNCLOS zeggen dat die redenering kortzichtig is en kwaadwillende landen een goedkoop argument geeft om ook buiten internationale verdragen te blijven. China is lachende derde. De Arctische Raad huilende achterblijver.

Het bericht Macht op vrijdag: De strijd om de smeltende Noordpool is losgebarsten verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/noordpool-strijd-smelten/