Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan (Vrij Nederland)

Hoe creëer je water in de woestijn? Wie daar het antwoord op weet, kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de klimaatverandering. Het zou de sleutel kunnen zijn tot leefbaarheid op een van de onherbergzaamste plekken ter wereld, tot de ontginning van dorre stukken zand.

Die sleutel wordt geleverd door de Haagse beeldend kunstenaar Ap Verheggen in het Nederlandse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Dubai die op 1 oktober open gaat en tot 31 maart 2022 is te zien, en waar meer dan tweehonderd landen en organisaties zich zullen presenteren.

Honderden liters water worden uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Verheggen, die opereert op de kruising van kunst en techniek, ontwikkelde met de SunGlacier een installatie die nog belangrijker zou kunnen worden dan de olieboor. Om de verwoestijning tegen te gaan en drinkwater te brengen naar onbewoonbare gebieden, maakte hij een machine die stroom haalt uit zonnepanelen. De machine vangt de luchtvochtigheid op die in Dubai relatief hoog is en zet die om in regen. Die druipt en plenst straks in het Nederlandse paviljoen. Honderden liters water worden zo uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Lees ookFotodocument Dubai: Een orgie van kitsch en overdaad7 oktober 2018
Fata morgana

Ja, de bron in de lucht is er daadwerkelijk. Dat is te zien aan de nevels die de wolkenkrabbers van Dubai halverwege aan het zicht onttrekken. Alsof er zich dagelijks een fata morgana in de Emiraten openbaart.

De SunGlacier is niet alleen de sleutel tot leefbaarheid in de woestijn, maar ook tot het binnenklimaat in het paviljoen. Op zes meter diepte wordt dankzij de sproeiers van Verheggen en de kleurrijke zonnepanelen van Marjan van Aubel een voedselberg tot leven gebracht. Tijdens de Wereldtentoonstelling levert deze berg tomaten, asperges en kruiden, terwijl de wanden zijn bedekt met oesterzwammen.

Nog iets bijzonders: de bezoekers zullen onder in de ‘put’ een paraplu moeten opsteken. Dit zal in Dubai ongetwijfeld tot open monden leiden.

Kruispunt

De Wereldtentoonstelling, die eigenlijk in 2020 zou worden gehouden maar vanwege corona een jaar is uitgesteld, is de eerste mega-manifestatie in de Arabische Emiraten en ook de eerste sinds 2010 waar Nederland zich weer presenteert.

Was het paviljoen in 2010 een betrekkelijk kolderieke Hollandse hellingbaan met huisjes waarin alle clichés over Nederland op de hak werden genomen, ‘Dubai’ is serieuzer van toon en allesbehalve een architectonisch icoon. Het is twee voor twaalf, waarschuwt kunstenaar Joep van Lieshout met zijn klokken in het interieur die lijken te crashen. De eerste telt af naar de Apocalyps, de tweede belooft een nieuwe dageraad.

Op dat kruispunt staat de wereld nu. Smeltende poolkappen en onbedwingbare bosbranden. Om met Annie M.G. Schmidt te spreken: ‘Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten waarnaartoe.’

Polder ontmoet de woestijn

Anders dan in Shanghai (2010) en Hannover (2000) was er dit keer een bescheiden budget, en voor kunst al helemaal niks.

Hannover werd destijds gekenmerkt door de iconische architectuur van MVRDV, een stapeling van landschappen. In Shanghai liet John Körmeling de Chinezen zien dat er ook hellingen kunnen voorkomen in het vlakke Nederland. Grote publiekstrekker waren daar de schapen van het kunstenaarscollectief Zus. Je zag er bezoekende Chinezen een portie friet eten op een wollig beest.

Curator Monique Ruhe strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen.

Dat soort frivoliteiten zijn er in Dubai niet, domweg omdat de vraagstukken zo nijpend zijn. Water, voedsel en energie, dat zijn de kapstokken waar het paviljoen aan is opgehangen. Het waren de onderwerpen die het ministerie van Buitenlandse Zaken meegaf.

Curator Monique Ruhe (binnenkort cultureel attaché in New York) strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen, van Kadir van Lohuizen met zijn onheilspellende foto’s tot Theo Janssen en zijn skeletachtige strandbeesten.

Daan Roosegaarde brengt in Dubai de première van zijn film Grow, waarin hij de schoonheid van het agrarisch landschap laat zien, een ‘dreamscape’ dat duidelijk moet maken dat de landbouw niet afhankelijk hoeft te zijn van pesticiden.

Birthe Leemeijer, bekend van de ijsfontein in Dokkum, ving voor het paviljoen van Dubai het water in de oudste polder van Nederland op en zette dat om in een parfum waarin de geur van weilanden, koeien, hooi en mest is samengebald: parfum de Mastenbroek. Het stroomt in een leiding langs de wanden en sprenkelt hier en daar op de grond. Ook dat is een lucht die voor woestijnbewoners ongekend is. Polder ontmoet de woestijn, kan het contrastrijker?

Bouwput

Het is heet in Dubai, oplopend tot 45 graden in de zomer. Het winnende ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau V8 voor het Nederlandse paviljoen is inventief want onverbiddelijk. Niet de lucht maar de bodem in. We dalen via trage hellingbanen af in een veredelde bouwput waar het steeds koeler en klammer wordt. De muren zijn damwanden, het licht getemperd. Totdat het begint te regenen.

Hemelbestormend is de architectuur niet. Een aanvankelijk voorstel om de wanden uit 3D-geprint beton op te trekken werd afgeschoten. Te duur maar ook strijdig met het beginsel van circulariteit. Als het feestje na 31 maart voorbij is, worden vrijwel alle paviljoens opgeruimd en ingepakt en strijkt in deze uithoek van Dubai een woonwijk neer. De luxueuze Nederlandse bouwput verdwijnt. Zand erover. Alleen de verhalen en de boodschap blijven bestaan.

Kunstmatigheid

Wat is er dan wel? Wat rechtvaardigt een reis naar Dubai? Om te beginnen is een wereldtentoonstelling altijd een moment in de geschiedenis waarin elk land technisch en wetenschappelijk zijn beste beentje voorzet. Het zijn de visitekaartjes van ’s lands kunnen en kennis. De Eiffeltoren in Parijs, Crystal Palace in Londen en het Atomium in Brussel, ze zijn voor altijd verbonden aan een wereldtentoonstelling en hebben de skyline van een metropool bepaald.

Nederland brengt nu andermaal de boodschap dat wij de pioniers zijn op het gebied van waterbeheersing en agrarische perfectionering.

Demissionair premier Rutte benadrukt in het voorwoord van de catalogus bij de Wereldtentoonstelling het belang van Nederland als land van innovatie en watermanagement. Nederland is een kunstmatig manmade land dat voortdurend strijdt tegen de waterdreiging, die in juli voel- en tastbaar werd in Limburg. Overlaten, dijkversterking, terpen: het zijn de Nederlandse antwoorden op de wateroverlast.

In die kunstmatigheid lijken we gek genoeg op Dubai. Opgespoten palmeilanden in zee, overdekte skipistes en ijsbanen ter vermaak en binnenkort zelfs een zestig meter diep bassin waarin men kan duiken. Daar past een biotoop in de woestijn bij: het Nederlandse paviljoen. Niet behaagziek van buiten maar meeslepend van binnen.

Navel van de wereld

Er is nog een andere drijfveer voor Nederland om zich in Dubai te manifesteren. De Verenigde Arabische Emiraten hebben zich in minder dan twintig jaar ontpopt tot de nieuwe navel van de wereld, de schakel tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, tussen islam en christendom. Het is de ideale hub voor het luchtverkeer tussen West-Europa en China. Niet voor niets heeft het Louvre een dependance opgetuigd in het naburige Abu Dhabi. Er zijn in Dubai tweehonderd Nederlandse bedrijven gevestigd.

Op de Wereldtentoonstelling gaat het dit keer vooral om handel, export en uitwisseling van kennis, het is niet zo zeer een algemene publiekstrekker, een Efteling voor volwassenen.

De organisatie van het WK voetbal in Qatar in 2022 is overschaduwd door mensonterende arbeidsomstandigheden die met name de Nepalese, Bengalese en Indiase migranten treffen. Dergelijke misstanden mochten bij de Wereldtentoonstelling niet worden aangetroffen, het zou het blazoen van elk land bezoedelen als er bloed kleefde aan de bouw van de paviljoens, dus alle landen hebben een protocol ondertekend.

Visitekaartje

Bij voorgaande edities van de wereldtentoonstellingen waren de nationale paviljoens een vertoon van architectuur en design. Dat dit nu in Dubai niet het geval is, wijst op een kentering in de architectuur. Iconische gebouwen, ook buiten de wereldtentoonstelling, hebben reputatieschade geleden. Ze zijn milieuonvriendelijk, narcistisch en symbolen van een afgebladderd kapitalisme. Zie de CCTV-torens in Bejing, of de Olympische ruïnes in Athene en Rio.

Starchitects zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

Architectuur is van zijn Olympus afgedaald. Het gaat niet meer om het mooi, zeggen de ingenieurs van Witteveen + Bos die de constructie van het Nederlandse paviljoen hebben uitgevoerd. Het concept en het verhaal zijn in dit geval belangrijker dan de verschijningsvorm.

Starchitects, wier hulp wordt ingeroepen als er een symbool gewenst is, zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

In die zin mag het Nederlands paviljoen qua uiterlijk niet hemelbestormend of evocatief zijn, het is wel een gebouw van deze tijd op die bijzondere plek. Je daalt af in een bouwput, wordt besprenkeld met boodschappen en uiteraard met beelden van het Nederlandse landschap, en dat in de woestijn.

En er blijft niets van over. Ook dat is een breuk met de architectuurgeschiedenis, waarin elk gebouw streeft naar eeuwigheid. De damwanden gaan terug naar een nieuwe bouwplaats, het textiel van Buro Belen – gordijnen voor de vipruimte – wordt hergebruikt in kleden of stoelbedekking, en de zonnepanelen van Marjan van Aubel gaan op tournee. In feite is dit paviljoen een fabriek, een machinekamer, zegt conservator Ruhe.

En ook dat is een onvergetelijk visitekaartje.

Dit artikel werd mogelijk gemaakt door het Matchingfonds van de Coöperatie.

Het bericht Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/wereldtentoonstelling-dubai/

Hoe lang duurt het nog voordat fossiele beleggingen waardeloos worden? (Vrij Nederland)

Even leek het erop, deze lente. Door de coronacrisis stond alles stil. Schepen voeren niet, vliegtuigen bleven aan de grond, auto’s langs de kant.

De olieprijs stortte in en Shell en BP draaiden flinke verliezen. Vooral Shell zat omhoog. Directeur Ben van Beurden wist niet of oude olietijden ooit weer zouden herleven, zei hij in april tegen persbureau Bloomberg.

Natuurlijk, dit was een systeemshock veroorzaakt door een pandemie. Maar wie de ‘carbonbubbel’ kent, zag ook een dreigende barst.

Noodklok

Klimaatactivisten waarschuwen sinds 2011 voor zo’n ‘carbonbubbel’. Carbon Tracker Initiative, een financiële denktank uit Londen, berekende in dat jaar dat alle fossiele bedrijven en oliestaten ter wereld samen zo’n 2.795 gigaton aan olie, gas en steenkoolvoorraden in handen hebben. Er zat op dat moment nog 565 gigaton in het wereldwijde ‘CO2-budget’: de hoeveelheid CO2 die mag worden uitgestoten om binnen twee graden opwarming te blijven en de aarde leefbaar te houden.

Er was dus vijf keer te veel voorraad. In zijn artikel ‘Global Warming’s Terrifying New Math’ luidde klimaatjournalist Bill McKibben de noodklok. We moeten kiezen, schreef hij: we gaan door met business as usual, richting vier graden opwarming en helpen de aarde om zeep óf overheden maken klimaatbeleid dat de opwarming tot 1,5 tot 2 graden beperkt en de fossiele reuzen zitten met een probleem, want zij moeten viervijfde van hun voorraden afschrijven. Er gaat dan 20 biljoen dollar in rook op, investeerders kunnen fluiten naar hun geld en de financiële markt stort in. De crisis van 2008 zal er niets bij zijn, schreef McKibben.

De 35 grootste banken ter wereld investeerden sinds het akkoord van Parijs niet minder maar méér in fossiele projecten.

Die waarschuwing bleef niet onopgemerkt. Financiële toezichthouders, de Britse centrale bank voorop, waarschuwden de afgelopen vijf jaar herhaaldelijk voor de risico’s van stranded assets − investeringen die door de energietransitie waardeloos blijken, zoals voorraden steenkool of boorplatformen rond de Noordpool.

Ook het IMF zegt inmiddels dat beleggers de klimaatcrisis serieuzer moeten nemen. Toch investeerden de 35 grootste banken ter wereld sinds het akkoord van Parijs (2015) niet minder, maar juist meer in fossiele projecten.

Koolstofzeepbel

Het afgelopen jaar kwamen er toezeggingen van enkele grote instituten. De Europese Investeringsbank beloofde in 2022 te zullen stoppen met het financieren van fossiele brandstofprojecten, Goldman Sachs stopte met geld verstrekken aan boringen rond de Noordpool, en ABN AMRO hief zijn internationale zakentak op. Die draaide verlies, en vooral de olie-, gas- en grondstoffensector was ‘zeer volatiel gebleken in tijden van verandering’, verklaarde de bank.

Carbon Tracker Initiative stelt dat de vraag naar fossiele brandstoffen inmiddels over zijn hoogste punt heen is. Oliereus BP zegt dat dat punt nadert. Betekent dat dat de koolstofzeepbel op knappen staat? Ik vraag het drie Nederlandse duurzaamheidseconomen: Maarten Biermans, Marleen Janssen Groesbeek en Pieter van Stijn en vergelijk hun antwoorden met die van twee jaar geleden, toen ik ze dezelfde vragen stelde voor mijn masterscriptie. Is er een verschuiving gaande in hun sector?

Duimschroeven aangedraaid

Voor econoom Maarten Biermans is het duidelijk. Beleggers kijken anders naar hun fossiele investeringen dan twee jaar geleden. Toch betekent dat niet dat de carbonbubbel op barsten staat. Biermans is directeur Sustainable Capital Markets bij de Rabobank. ‘Het is tegenwoordig een keuze om nog te investeren in fossiel. Twee jaar geleden kon je zeggen: “Ik investeer gewoon in alles, dus ook in fossiel.” Nu moet je uitleggen waarom.’

Biermans wijst op de Europese wetgeving die eraan komt. Het wordt voor assetmanagers verplicht om te rapporteren over de milieu-impact van hun investeringen. Nu doen alleen duurzame beleggers dat. Wat ‘duurzaam’ mag worden genoemd, is bepaald in de Groene Taxonomie, een door de EU opgestelde lijst. Eigenlijk zou de wetgeving vanaf januari gelden, maar dat is uitgesteld na protest van assetmanagers.

‘Beleggingen worden pas waardeloos als de overheid ingrijpt.’

Op die manier worden de duimschroeven geleidelijk aan aangedraaid. Biermans verwacht geen financiële klap. Hij heeft het liever over de ‘carbonballon’, die langzaam leegloopt. Overheid en centrale banken waarschuwen voor de risico’s van fossiele beleggingen. Hun reputatie als world class investment – zo profileert Shell zich – brokkelt af. Sommige beleggers stoppen helemaal met fossiel. Anderen bouwen het langzaam af, stoppen eerst met steenkolen, dan met olie, dan met gas.

Als er al een strategie is, is het deze, zegt Biermans.

‘Hoe geloofwaardiger het overheidsingrijpen, hoe directer de gevolgen voor de posities die men inneemt in de financiële sector,’ zei Biemans in 2018. Twee jaar later zegt hij: ‘Dat klinkt als een verstandig iemand. Beleggingen worden pas waardeloos als de overheid ingrijpt.’

Bar weinig veranderd

Langzaam de duimschroeven aandraaien, langzaam de bubbel leeg laten lopen. Maar is er nog wel tijd voor een geleidelijke overgang? Als we op tijd beginnen met de transitie zijn de kosten ‘waarschijnlijk beheersbaar’, schreef De Nederlandsche Bank in 2016. Maar als we het uitstellen en er in korte tijd veel moet veranderen, lopen de kosten op.

En precies dat laatste gebeurt, stelt Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance aan de Avans Hogeschool. Het motto van haar lectoraat is ‘changing finance, financing change’. Maar tot nu toe is er bar weinig veranderd, zegt ze. Toen ik haar in 2018 sprak, in haar kantoor in Den Bosch, zei ze: ‘Er is ontzettend veel cognitieve dissonantie. Ik ben bij veel sessies geweest, waarbij de wetenschapper uitlegde dat een transitie altijd sneller gaat dan je denkt en dan had je tien Donald Trumpjes in de zaal, die riepen “fake news, fake news.”’

Rond 2030 zal de carbonbubbel barsten. Dan is het klimaatbeleid zo lang uitgesteld dat de overheid ineens grote stappen moet nemen.

Klimaatontkenners komt ze nog zelden tegen, zegt Janssen Groesbeek. Maar er wordt nog evenveel en even makkelijk geïnvesteerd in fossiele brandstoffen. ‘Het is allemaal pappen en nathouden. Beleggers vragen fossiele bedrijven wel om verduurzaming, maar er worden geen consequenties aan verbonden.’

Rond 2030 zal de carbonbubbel barsten, verwacht ze. Dan is het klimaatbeleid zo lang uitgesteld dat de overheid ineens grote stappen moet nemen. Er gaan financiële klappen vallen en de burger draait voor de kosten op. Hetzij omdat er een nieuwe financiële crisis komt en banken opnieuw worden gered, hetzij omdat pensioenen niets meer waard zijn omdat pensioenfondsen blijven zitten met waardeloze fossiele beleggingen. ‘Over elf jaar ben ik klaar met werken. Ik houd mijn hart vast voor mijn eigen pensioen, bij ABP.’

‘Een heleboel niet-financiële informatie wordt niet gezien of genegeerd. Ik zie elke dag bosbranden of mislukte oogsten op het nieuws, maar dat komt niet terug in hun model, ze kunnen het niet omzetten in een cijfertje,’ zei Janssen Groesbeek in 2018.

Inmiddels zijn die tools er wel, zegt ze, maar ze worden nog lang niet door iedereen gebruikt. ‘Je hebt nog steeds aan de ene kant klimaatmodellen en aan de andere kant financiële modellen. Iedereen ziet die eerste en vindt het heel erg, maar het vertaalt zich niet naar de dagelijkse methodiek waarop beleggerskeuzes worden gebaseerd.’

Van banken, verzekeraars en pensioenfondsen – de drie pilaren in de financiële sector – worden pensioenfondsen straks het hardst geraakt, zegt ze. Nederlandse pensioenfondsen zijn relatief groot. Het ABP belegt € 450,- miljard euro wereldwijd. Daarvan gaat 17,4 miljard naar fossiele projecten. Ondanks de druk van activistische groepen als FossielvrijNL en BothEnds wil ABP nog geen afscheid nemen van die investeringen. Wel verlagen ze ieder jaar de CO2-afdruk van hun beleggingen. In 2025 moet die 40 procent lager zijn dan in 2015.

Verkopen is een allerlaatste stap

Pieter van Stijn snapt wel dat de pensioenfondsen hun aandelen in Shell nog niet verkopen. Als Director Responsible Investment bij de BMO Global Asset Management, dat vermogens van een aantal Nederlandse pensioenfondsen beheert, voert hij gesprekken met bedrijven over hun duurzaamheidsbeleid. ‘Engagement’ heet dat in jargon.

‘Fossiele reuzen zoals Shell en BP zijn groot, ze bepalen mee hoe de wereld omgaat met energie.’

Toen ik hem in 2018 interviewde, zei hij: ‘Pensioenfondsen zijn geen ASN of Triodos. Ze zijn er niet om de wereld te redden, maar om pensioenen te leveren. De zwijgende meerderheid wil vooral een hoog, stabiel pensioen en zit niet te wachten op extreme posities op het gebied van duurzaamheid.’

Die wensen lijken in de tussentijd niet echt veranderd, zegt hij. Destijds was hij net vertrokken bij PGGM, de uitvoerder van pensioenfonds Zorg en Welzijn (€ 238 miljard aan beleggingen). ‘Maar verkopen is een allerlaatste stap. Daarvoor kun je nog met ze praten, aandeelhoudersresoluties indienen. Fossiele reuzen zoals Shell en BP zijn groot, ze bepalen mee hoe de wereld omgaat met energie. Als je je aandelen verkoopt, ben je ook je invloed kwijt.’

Tot nu toe hebben de oliebedrijven geen al te beste reputatie wat betreft klimaatverandering, geeft ook Van Stijn toe. ‘Als je kijkt wat ze tot nu toe hebben geïnvesteerd in groene energie, dan is dat een fractie van het totaal. Maar je ziet nu een omslag ontstaan, er is momentum. De doelen voor 2050 zijn er, nu moeten ze laten zien wat dat betekent voor de komende jaren. BP wil over tien jaar 40 procent minder olie en gas produceren.’

Van Stijn zegt dat de druk op fossiele bedrijven toeneemt. ‘De alternatieven voor fossiel worden goedkoper. Bij vervoer wordt de shift naar elektrisch gemaakt. Oliebedrijven, althans de Europese, voelen dat ze echt een andere kant op moeten gaan.’

Van de regen in de drup

Janssen Groesbeek zucht. BP is de enige oliemaatschappij die inziet dat de vraag naar olie afvlakt. Ze hebben een deel van hun olie- en gasvelden ‘afgeschreven’. Dat betekent dat ze de velden hebben ontdekt, maar ze niet verder zullen ontwikkelen, omdat ze verwachten dat er geen vraag naar is. ‘Het is de uitzondering die de regel bevestigt,’ zegt Groesbeek. ‘Andere oliebedrijven, zoals Shell en Saudi Aramco, verwachten dat de verminderde vraag naar hun benzine wordt opgevangen door een hogere vraag naar plastic. Dan raak je echt van de regen in de drup.’

De duurzaamheidseconomen zijn het over weinig eens, wat vast ook komt doordat Van Stijn en Biermans voor een financiële instelling werken en Janssen Groesbeek voor een kritisch lectoraat.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Volgens Van Stijn kregen we deze lente ‘een inkijkje’ in wat er kan gebeuren als de carbonbubbel barst. De vraag viel weg, en Shell kon maar een derde van hun normale winstbeloning uitkeren aan aandeelhouders. Normaal is Shell juist zo geliefd bij beleggers omdat de winstuitkering altijd hoog en stabiel is. ‘Het zijn blijvende grote gevolgen voor zo’n bedrijf,’ zegt van Stijn.

Janssen Groesbeek is terughoudender. ‘Door de coronacrisis is de bubbel een beetje leeggelopen. Niet door fundamentele veranderingen of een groter bewustzijn over klimaatverandering, maar omdat de economie werd stilgelegd door een virus. BP en Shell hebben zo’n 15 à 20 miljard van hun voorraden afgeschreven. De andere bedrijven moeten dat nog doen, die zitten nog met opgeblazen aandeelkoersen.’

Het bericht Hoe lang duurt het nog voordat fossiele beleggingen waardeloos worden? verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/fossiele-beleggingen-waardeloos/

Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ (Vrij Nederland)

‘Ik heb nogal een dramatische week achter de rug,’ vertelt de 39-jarige Amerikaanse schrijfster met Iraans-Kroatische wortels wanneer we elkaar via Zoom spreken. De Californische bosbranden grepen zo ongecontroleerd om zich heen dat Ottessa Moshfegh, haar echtgenoot en hun twee honden de ene brandhaard per ongeluk voor de volgende vuurlinie verruilden.

‘We reden dwars door gigantische rookpluimen van Oregon, waar ik op retraite was, naar ons huis in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. We wonen aan de voet van een groot gebergte, dat bij aankomst in lichterlaaie bleek te staan. Toen we bij het verblijf van mijn echtgenoot net buiten Palm Springs aankwamen, begon het ook daar te branden.

Nu verblijven we in de frisse lucht van Wyoming. Ik nam alleen het essentiële mee: mijn computer, wat printjes van komende projecten, het Perzisch huwelijkstapijt van mijn grootmoeder en mijn paspoort. Niet dat Amerikanen momenteel het land uit kunnen, maar toch. Het was erg angstaanjagend allemaal, maar nu berust ik. Ik geloof erg in het lot; wat moet gebeuren, zal gebeuren.’

Het ‘fucking enge’ jaar 2020

Haar zenuwen stonden het voorbije jaar wel vaker op springen, blikt de schrijfster terug op het ‘fucking enge’ jaar dat 2020 was. Want nog griezeliger dan de pandemie of de bosbranden vindt Moshfegh het politieke klimaat in de Verenigde Staten. ‘Er waren weliswaar enkele hoopvolle momenten, zoals de Black Lives Matter-protesten. Even leefde het Amerikaanse samenhorigheidsgevoel weer op, maar onvoldoende om op te wegen tegen de vrees dat dit land steeds meer op een fascistische staat lijkt. De uitkomst van de aanstaande verkiezingen zal hoe dan ook omstreden zijn. Trump heeft laten weten dat hij niet zal opgeven; dat is een duidelijke oorlogsverklaring.

Ik ben niet de enige die gelooft dat we het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten, als dat zou kunnen. Veel linkse liberalen, die toch voldoende geld hebben om comfortabel te leven, zijn ernstig verontrust. Om nog maar te zwijgen van de Trumpkiezers: die bewapenen zich alsof er een gigantische muiterij op komst is. Terwijl het alleen maar door hun eigen toedoen tot een dergelijke escalatie kan komen.’

Moshfegh zegt het allemaal zonder een spier te vertrekken. Diezelfde droge scherpte kenmerkt haar werk. Als auteur grossiert ze in eenvoudige, maar pijnlijk rake observaties; zo laconiek opgeschreven dat het hartverscheurend hilarisch wordt.

‘Ondanks alles zal ik waarschijnlijk toch in de VS blijven,’ vervolgt ze. ‘Dat heeft niets met identiteitsgevoel te maken, het is eerder zo dat ik mijn familie niet wil achterlaten. Mijn ouders zijn eind zeventig; zij gaan hun leven nu niet meer omgooien. En ik wil mijn zus en nichtjes niet missen.’

Existentiële verlossing

Ottessa Moshfegh groeide op als dochter van muzikale migranten in Newton, Massachusetts. Haar Iraanse vader en Kroatische moeder leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ze vestigden zich in de Verenigde Staten toen Iran geen optie meer was omdat daar de Islamitische Revolutie was uitgebroken. Ze speelden in allerlei orkesten, gaven les aan het New England Conservatory en voedden drie kinderen op.

Materieel waren de Moshfeghs minder bemiddeld dan de meeste van hun buren, maar cultureel waren ze uiterst gefortuneerd. Zo leerde de jonge Ottessa al piano spelen nog voor ze een woord kon lezen. ‘Klassieke muziek heeft mijn idee van verlichting erg bepaald. Ik heb altijd geloofd dat ik door hard werk, toewijding en discipline uiteindelijk zo vrij zou zijn dat ik alles kon bereiken wat ik maar wilde. Als schrijver slaag ik daar ondertussen grotendeels in, maar mijn ideeën blijven vooralsnog beter dan de uiteindelijke romans. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan het begin sta.’

‘Ik beschouw mijn schrijven als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Behalve die vroegrijpe notie van existentiële verlossing gaven haar ouders haar ook historisch perspectief mee. Zo vochten de ouders van haar moeder bij het Joegoslavische partizanenleger tegen Nazi-Duitsland. Haar vaders familie vluchtte, nadat al hun bezittingen in beslag waren genomen, uit Iran tijdens de islamitische omwenteling van 1978-1979.

‘Binnen mijn familie bestaat dus wel enige ervaring met staten die het fascisme omarmen,’ vat Moshfegh samen. ‘Maar van mijn grootouders’ activisme heb ik niets geërfd. Ik heb het simpelweg niet in me. Op sommige vlakken ben ik erg sterk, maar op andere behoorlijk fragiel. Ik ben dus meer geneigd te denken: redde wie zich redden kan. Maar ik beschouw mijn schrijven wel als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Onbeschaamd onbeduidend

Een zuiplap van een matroos die per ongeluk zijn enige vriend vermoordt, een rijke jongedame die meent dat een jaar slapen de enige manier is om een betere versie van zichzelf te ontwikkelen, een weduwe die vanuit haar blokhut een moordmysterie probeert op te lossen dat ze misschien zelf verzon: al Moshfeghs protagonisten brengen meer tijd in hun eigen hoofd door dan met anderen. Het isolement van de hoofdpersonages is de grote gemene deler van haar verhalen, hoe verschillend ze ook zijn.

Onlangs verscheen haar derde roman Death in Her Hands (in het Nederlands verschenen bij De Bezige Bij als De dood in haar handen, vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman). Het is Moshfeghs hoogsteigen versie van een whodunnit. Het onopmerkelijke bestaan van weduwe Vesta Gul en haar wispelturig hondje wordt overhoopgehaald door de ontdekking van een vreemd briefje in het bos. ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval

Maar van een lijk is geen sprake. Is Magda misschien een vrucht van Vesta’s verbeelding, een uitvlucht om haar gedachten gaande te houden en haar verstand niet te verliezen? Of is het omgekeerd en laat de moord op Magda Vesta langzaam in waanzin verglijden?

Volgens Moshfegh is het in de eerste plaats een verhaal over eenzaamheid. Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval. Moshfegh schreef de roman namelijk al een hele poos terug, tijdens haar ‘persoonlijke Jezusjaar’, oftewel de existentiële crisis die haar trof op haar drieëndertigste; niet toevallig de leeftijd waarop Gods zoon overleed.

Destijds had Moshfegh al enkele korte verhalen en de meer experimentele novelle McGlue gepubliceerd, maar van een doorbraak bij het brede publiek was nog geen sprake. Dat haar eigenzinnige thriller Eileen haar spoedig de PEN/Hemingway Award en een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize zou bezorgen, wist ze nog niet toen ze in totale afzondering Death in Her Hands schreef.

Moshfegh: ‘Ik woonde in Oakland waar ik niemand kende, had geen vrienden, mijn toekomst was vaag en ik had het gevoel dat ik niets van het leven begreep. Ik bestond bijna uitsluitend via mijn werk. Aangezien creativiteit het enige was dat ik kende, vertrouwde ik erop dat fictie me tot een inzicht zou brengen over hoe te bestaan. Anders dan ik, met mijn torenhoge ambitie, durft Vesta onbeschaamd onbeduidend te zijn. Zij hoeft niet de hele wereld uit te pluizen; het mysterie achter één vodje papier volstaat. Dat voelde erg veilig.’

‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen.’

Tegenwoordig voelt Moshfegh zich niet langer verloren wanneer ze niet achter haar schrijftafel zit, maar ze heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze grote delen van haar leven bijzonder geïsoleerd doorbracht. ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen. Populair zijn is een morele plicht, zeker hier in de VS. Je telt alleen mee als je minstens duizend volgers hebt of voortdurend berichtjes van iedereen ontvangt. Je hoort je haast te schamen voor je behoefte aan gezelschap. Alsof toegeven dat je niet honderd procent gelukkig bent met alleen zijn betekent dat je geen goede relatie met jezelf hebt, en dat dus je eigen schuld is.

Er worden tegenwoordig zulke hoge eisen gesteld, zeker aan vrouwen. Er wordt van ons verwacht dat we extra onafhankelijk zijn. Als je ook maar een beetje aan je mannelijke partner gebonden bent, geeft de maatschappij je al snel het gevoel dat je gefaald hebt in het feministische ideaal. Dat vind ik ontzettend oneerlijk.’

Zielsverwant

Drie jaar geleden zakte schrijver Luke Goebel vanuit zijn woestijnhut af naar Ottessa Moshfeghs appartement in Los Angeles om – in zijn eigen woorden – ‘de meest geniale literaire stem van zijn generatie’ te interviewen. Na een marathon van een maand waarbij het interview alleen maar werd onderbroken voor seks en slaap, vertrok hij om vervolgens met een diamant terug te keren. De robuuste edelsteen blinkt nu samen met hun trouwring aan Moshfeghs ringvinger.

Het is een wel erg romantisch verhaal voor iemand die jarenlang zweerde bij het celibaat, omdat ‘ware liefde een illusie is’ en ‘de meeste mannen toch saai en kinderachtig zijn’, zoals Moshfegh nog beweerde in een interview met Harper’s Bazaar uit 2016.

Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven

‘Ik verafschuwde de romantische ervaringen die ik tot dan toe had. Na elke verhouding had ik het gevoel mezelf verspild te hebben. En dat klopte waarschijnlijk ook, aangezien ik niet met de juiste persoon samen was. Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven. Vlak voor ik de deur opende om mijn interviewer binnen te laten, voelde ik al dat er iets groots te gebeuren stond. “Oh shit,” dacht ik toen ik Luke zag, “daar ben je dan.” Daar klopte ineens mijn zielsverwant aan de deur, iemand die me kwetsbaarheid en zelfexpressie kwam bijbrengen. Ik had geen geweldigere ervaring voor mezelf kunnen verzinnen.’

Over de vraag of zij afhankelijk is van haar echtgenoot hoeft ze nog geen twee seconden na te denken. ‘Natuurlijk, wij zijn geen twee satellieten; we proberen als een familie samen een leven te delen.’

Wanhoop en onverschilligheid

Ottessa Moshfegh heeft nu wel het grote liefdesgeluk gevonden, maar haar personages houden er allesbehalve bevredigende relaties op na. Wanhoop en onverschilligheid tekenen hun verhoudingen, en niet zelden zijn hun verlangens vreemd of verstorend.

Dat haar protagonisten zich daarbij niet gedragen zoals van vrouwen verwacht wordt, stuit moraalridders nogal eens tegen de borst. Zo kwam bijvoorbeeld, ook vanuit feministische hoek, veel kritiek op de hoofdpersoon van Eileen: een jonge, verbitterde vrouw die in een gevangenis voor minderjarigen werkt en haar paranoïde, alcoholverslaafde vader onderhoudt. Ze is gefascineerd door haar eigen ‘oceanische’ ontlasting en de geur van haar genitaliën, en houdt er als maagd levendige verkrachtingsfantasieën op na.

‘Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend.’

Moshfegh vindt het verbazingwekkend dat mensen daar aanstoot aan nemen: in haar ogen is Eileen namelijk een perfect normaal personage, zeker in verhouding tot haar weinig liefdevolle omgeving. ‘Onze samenleving is zo verknipt dat het gewoon onmogelijk is om puur te blijven. Mij interesseert hoe mensen reageren op alle giftigheid die hen omgeeft.

De VS gaat prat op haar christelijke waarden, maar is tegelijk wel het meest destructieve land ter wereld. We weten allemaal dat de wereld naar de kloten is, waarom doen we dan alsof dat niet zo is?’

Sowieso genaaid

Moshfegh moet niets hebben van labels en noemt zichzelf noch haar werk feministisch; al was het maar omdat ze geen idee heeft waar dat woord tegenwoordig eigenlijk voor staat.

‘Natuurlijk ben ik voor gelijke rechten en tegen misbruik, maar dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik begrijp niet hoe dat feminisme kan heten. Is feminisme de MeToo-beweging? Betekent feminisme dan dat ik niet verkracht wil worden? Ik wil mijn genderidentiteit niet laten definiëren door wat een bende klootzakken andere vrouwen heeft aangedaan.

Vrouw zijn betekent voor mij niet slachtoffer zijn. Vrouwen zijn ongelofelijk krachtig, wijs, productief, vervuld van heilige energie. Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend: vrouwen zijn eeuwenlang ondergerepresenteerd en onderdrukt, dat weten we allemaal. Er vallen nog zoveel andere verhalen te vertellen. Trouwens, wat je gender ook is, je wordt sowieso genaaid. Als ik met al mijn gevoeligheden een penis had, zou ik ook problemen hebben.’

Kunst en de dood

Al Moshfeghs personages worden geplaagd door existentiële vervreemding, voortvloeiend uit de onmogelijkheid zich tot deze verwarrende samenleving te verhouden. Moshfegh zelf werd op haar vijfde voor het eerst overvallen door een overweldigend gevoel van vergankelijkheid.

‘Als kleuter had ik een soort van openbaring waardoor ik plotseling begreep ik dat ik op een dag zou sterven. Alles kwam me ineens zo zinloos voor. Ik vroeg me af waarom we daar braafjes prenten zaten in te kleuren, alsof we niet allemaal vroeg of laat doodgingen. Recentelijk ben ik mezelf gaan afvragen of ik autisme heb. Misschien was dat onbehaaglijke gevoel wel het gevolg van mijn onvermogen om bepaalde neurologische input te verwerken. Maar waarschijnlijk is dat vooral wishful thinking, vanuit de hoop dat zo’n diagnose zou verklaren waarom ik me al van jongs af aan niet op mijn plaats voel.’

Het korte verhaal ‘A better place’, opgenomen in Moshfeghs bundel Homesick for Another World, thematiseert die existentiële malaise op een metafysische, bijna folkloristische manier. Zo gelooft het piepjonge hoofdpersonage dat ze van een andere, betere plek komt; eentje waarnaar ze alleen terug kan keren door dood te gaan, of door de juiste persoon te vermoorden. In dat laatste geval zal zich een zwart gat voor haar openen als toegangspoort tot die andere, betere plek. ‘Earth is the wrong place for me, always was and will be until the day I die’, schrijft Moshfegh. Ze noemt het een van haar ‘beste, meest persoonlijke’ verhalen.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen.’

Nu ze de veertig nadert, is de vervreemding die ze als kind ervoer nog even groot.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen. Ik geloof dat het erg gezond is om je zo bewust te zijn van je eigen sterfelijkheid. Door mezelf te omarmen als een tijdelijk wezen, dat op deze aarde is gezet om zichzelf uit te drukken, kan ik me makkelijker losmaken van alle verdriet en woede die mijn gedrag stuurden toen ik jonger was.’

Zo overwon ze een depressie, eetstoornis en alcoholverslaving; demonen waarmee ook veel van haar protagonisten kampen. ‘In mijn werk staat weinig dat ik niet grondig persoonlijk onderzocht heb.’

Dat vergankelijkheidsbesef werd de voorbije jaren aangescherpt door het overlijden van Moshfeghs jongere broer, met wie ze een erg hechte band had, en de zelfdoding van haar voormalig mentor, schrijfster Jean Stein. ‘Ik ontdekte dat kunst en de dood elkaar overlappen. Ik geloof dat er een niet-wereldse sfeer bestaat waar iemands energie naartoe gaat als zijn leven op aarde beëindigd is. Dat is ook het domein van verbeelding en inspiratie. Nu ik van mensen houd die zich niet meer op deze aarde bevinden, is zowel mijn leven als mijn werk betekenisvoller geworden. Zelf ben ik niet bang voor de dood, wel voor de pijn van het sterven. Maar een eeuwigdurend leven en bewustzijn lijkt me vele malen erger dan de dood.’

Regelmaat en discipline

‘Ottessa Moshfegh is de interessantste hedendaagse auteur over wat het betekent om te leven in een tijd waarin leven verschrikkelijk voelt,’ prees critica Jia Tolentino in The New Yorker Moshfeghs talent.

In haar onverholen, van literaire trucjes gespeende taal legt ze de vinger precies op de zere plek. Ze beroert de oervervreemding die we tegenwoordig zo bedrijvig proberen verdringen.

Zo bereikte ze intussen een ware cultstatus. Maar ze is zelf de eerste om die populariteit te relativeren. ‘De mensen die mijn werk nu belangrijk en emblematisch noemen, wilden op school geen vrienden met me zijn. Maar ik ben nog steeds dezelfde; ik heb mijn schrijven niet aangepast aan de wensen van mijn lezers. Ik geloof dat ik gewoon geluk heb gehad met de culturele stroming van dit moment. Veel hipsters voelden zich aangesproken door My Year Of Rest And Relaxation (in het Nederlands vertaald als Mijn jaar van rust en kalmte, JA) omdat hun interesses toevallig samenvallen met die van de protagoniste in dat boek. Waarschijnlijk voelen velen van hen zich teleurgesteld na het lezen van Death In Her Hands. Maar dat vind ik prima; ik schrijf niet voor hipsters.’

‘Als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen.’

Sowieso trekt Moshfegh zich weinig aan van wat anderen, lezers noch critici, van haar denken; daarvoor is haar mentale welzijn haar te dierbaar. Om dezelfde reden blijft ze ook ver weg van sociale media. ‘Mijn internetgebruik blijft heel bewust beperkt tot research, e-mails en grasduinen op eBay. Zo hoop ik totale intoxicatie te vermijden.

Ik voel me het beste wanneer ik mezelf als een patiënt in een ouderwets sanatorium behandel; met veel regelmaat, routine en discipline. Zonder plan word ik angstig. Wanneer ik niet aan het werk ben of mezelf niet met interessante ervaringen voed, voelt mijn leven dom en zinloos aan. Dan voel ik letterlijk hoe elke hartslag me dichter bij de dood brengt.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Ik hou ervan om volledig in mijn schrijven op te gaan. Maar een dergelijke extase verkrijg je niet zonder discipline. Daarom geloof ik dat discipline een daad van geloof is: als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen. Ik kan tien opeenvolgende dagen geen enkele bruikbare zin op papier krijgen, maar op de elfde dag zal ik iets ontdekken. Die ontdekking is niet mogelijk zonder het voorafgaande geknoei. Zo meet ik mijn succes als schrijver niet door wat ik al bereikt heb, maar door de discipline die ik aan de dag weet te leggen.’

Het bericht Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/ottessa-moshfegh-interview/

‘Mam, gaan we eraan?’ Hoe je omgaat met klimaatzorgen bij je kind (Vrij Nederland)

Laatst keek ik met mijn 8-jarige dochter Kate naar Alles is liefde, een Nederlandse remake van Love Actually, met onze Sinterklaastijd in de rol van de weken voor kerst. Deze film uit 2007 kan niet meer, want er wordt in gerookt alsof het gezond is en er zitten geen donkere mensen in de cast, en wel blackface-pieten. Dat bedacht ik te laat; de titelsong was al bezig, de corn gepopt.

De film is ook volslagen ongeschikt voor een believer, want al in de eerste scènes wordt de sprookjesbel doorgeprikt als de acteur die al jaren Sint speelt met de nodige sterallures aan boord van de stoomboot gaat en in zijn kleedkamer een fataal hartinfarct krijgt.

Schaapachtig keek ik naar Kate, in een poging te doorgronden hoe bij haar binnenkwam dat een kettingrokende televisiemevrouw (Lies Visschedijk) een landloper (Michiel Romeyn) van straat plukt om de ijdele acteur (niet Jeroen Krabbé) te vervangen tijdens de hoofdstedelijke intocht. Misschien was dit hét moment voor hét gesprek waar massa’s Nederlanders traumatische herinneringen aan schijnen te hebben en waar ik niets meer van weet. Dit bleek voorbarig. Kate zette na een minuut of tien de film op pauze en zei: ‘Ik snap het gewoon, hoor.’

‘Jammer dat Alles is liefde niet in het Zweeds is. Want het is een film waar je vrolijk van wordt en dan kon Greta hem ook zien.’

Ah, daar zal je het moment hebben. ‘Wat snap je dan?’
‘Film is niet echt en in deze doen ze net alsof Sinterklaas niet bestaat, maar dat is dus niet zo en het is ook niet waar.’
Film weer aan, pakjesavond veiliggesteld.

Later in bed zei ze na het voorlezen van een hoofdstuk uit De kleine kapitein (kan eigenlijk ook niet meer want die Marinka mag echt niets anders dan pannenkoeken bakken): ‘Jammer dat Alles is liefde niet in het Zweeds is.’
‘Want?’
‘Want het is een film waar je vrolijk van wordt en dan kon Greta hem ook zien.’

Slaap lekker, Kate

Greta Thurnberg is nogal een aanwezigheid in ons huishouden. Waar bij mij vroeger de juf en de alwetende storthoop – een bebrilde berg compost annex orakel in poppenserie De Freggels – altijd gelijk had, is dat bij Kate de kleine klimaatkapitein. ‘Greta zegt…’ en dan komt er iets wat heilig is. Nuanceringen hoort ze argwanend aan en wijst ze beslist af, maar ze zoekt wel steun als Greta haar bang maakt. En dat doet Greta met regelmaat.

Na een uitzending van het Jeugdjournaal waarin terecht uitgebreid aandacht werd besteed aan de bosbranden in Australië, vroeg ze, Snoopy-pyjama aan, splinternieuwe voortanden braaf gepoetst: ‘Mam, gaan we eraan?’ Ik wist niet eens dat ze die uitdrukking kende. Toen ik ‘nee schat’ zei, sprak ze me bestraffend toe: ‘Greta zegt dat ze onze hoop niet wil, ze wil dat we in paniek zijn.’ Dit had ze dan weer gehoord van een twee jaar ouder meisje met wie ze tekenlessen volgt in Artis.

‘Ik moet denk ik toch ook mijn C halen want wij wonen ook in een stad aan water.’

Terwijl ik nog worstelde om iets in de buurt van een passend antwoord te formuleren, was zij alweer een honk verder: ‘Ik moet denk ik toch ook mijn C halen want wij wonen ook in een stad aan water dat naar een zee gaat en dan naar een oceaan die te warm is en daardoor hoger wordt. En er ligt een eiland van plastic in maar daar groeit niks op.’

Vervolgens wilde ze weten of ik wel had meegekregen dat Amerigo, het oude paard van Sinterklaas, met pensioen is, maar dat er een vervanger is aangesteld, Ozosnel geheten, die last heeft van koudwatervrees. ‘Net als ik toen ik nog niet mijn A had.’
‘Ja. Slaap lekker, Kate.’
‘Slaap lekker, mama.’

Een wereld zonder vlinders

Een kind dat tegelijk in de Apocalyps en in Sinterklaas gelooft, ik vind het de lastigste kwestie tot nu toe in de achttienjarige cursus Helpen met opgroeien. Zelf maak ik me ook enorme zorgen.

Na elke aflevering van David Attenboroughs Our Planet zat ik in tranen op de bank en lag ik ’s nachts wakker. Nieuwsbrieven van kranten over de klimaatcrisis lees ik zoals ik vroeger naar Nightmare on Elmstreet keek: tussen mijn vingers door. In Trouw stond anderhalf jaar geleden een interview met de Britse hoogleraar biologie Dave Goulson dat nog steeds door mijn hoofd spookt. Net als de Amerikaanse natuurschrijver David Quammen denkt Goulson dat als het zo doorgaat – vloedgolf van uitsterven, verlies van vruchtbare bodem, waterschaarste en klimaatverandering – de biodiversiteit zal worden gereduceerd tot een groep opportunistische planten en dieren die we overal gaan zien: ratten, duiven, paardenbloemen. En mensen. Zij zullen leven in wat Quammen ‘soul-withering biological loneliness’ noemt.

Boven, onder en tussen al mijn gepieker zweven natuurlijk altijd Kate en de kinderen van Kate, mocht ze moeder willen worden en ergens de hoop vandaan halen dat het zin heeft.

Goulson zegt daarover in Trouw: ‘Waar ik bovenal bang voor ben, is een wereld zonder vlinders. Of dat mijn kinderen nooit meer een bloemenweide zullen zien of ’s ochtends wakker worden met een koor van zingende vogels. Als mensen al kunnen overleven in zo’n wereld, wat voor leven zal dat dan zijn? Een grijs, deprimerend leven, zonder vreugde.’

Boven, onder en tussen al mijn gepieker en handenwringerij zweven natuurlijk altijd Kate en de kinderen van Kate, mocht ze moeder willen worden en ergens de hoop vandaan halen dat het zin heeft. Terwijl ik dit schrijf, komt er een pushbericht binnen van The Guardian: de wereldwijde productie van fossiele brandstoffen in 2030 stevent af op een verdubbeling of misschien zelfs vertweedubbeling van de afspraak in het klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde ruim onder de twee graden Celsius te houden en te streven naar anderhalve graad. (En zelfs het verschil tussen anderhalf en twee graden zal al honderden miljoenen mensen meer blootstellen aan aanzienlijk hogere risico’s op hittegolven, extreme droogte, overstromingen en armoede.)

KLIMAATPANIEK

‘Komt goed’ is een uitdrukking die ik steeds vaker hoor, over van alles en nog wat. Komt goed met die wortelkanaalbehandeling, komt goed met de reservering in een populair pop up-restaurant, komt goed met het halen van de trein naar Amersfoort terwijl je nog op de tram staat te wachten. Iedereen loopt elkaar de godganse dag te bezweren dat het goed komt, misschien wel omdat er tegenwoordig naast dat zwaard van Damocles een uithangbord in neonkleuren hangt: Het. Komt. Niet. Goed. We zijn gewoon te laat. Maar ja, daar kan ik toch niet mee aankomen als we bij het avondeten de dag bespreken en mijn achtjarige pretlettertje opgetogen vertelt dat de tafel van negen er nu echt lekker in zit.

De vraag leeft uiteraard breder. In de opvoedrubriek van NRC vraagt een moeder die er ook nog verstand van heeft, want milieudeskundige, zich af of en hoe ze haar kinderen van twaalf en zestien moet betrekken bij de vaststelling dat de rampscenario’s werkelijkheid worden. ‘Is het raadzaam om ze te waarschuwen voor wat ze te wachten staat? Om met ze over een “plan B” te praten, zoals klimaatemigratie; om financiële reserves te houden zodat ze kunnen vluchten? Of mag het wat zorgelozer blijven?’

De Britse krant The Telegraph heeft het over een ‘tsunami’ van kinderen en jongeren die professionele hulp zoeken omdat ze bang zijn dat de wereld vergaat.

De Britten hebben er al een term voor: climate anxiety of eco-anxiety (climate emergency is net door het Oxford woordenboek uitgeroepen tot woord van het jaar). Klimaatpaniek. Ook veel kinderen hebben daar last van. De Britse krant The Telegraph heeft het in een recent stuk over een ‘tsunami’ van kinderen en jongeren die professionele hulp zoeken omdat ze bang zijn dat de wereld vergaat, aangewakkerd door de indrukwekkende en overtuigde speeches van Greta, de acties van Extinction Rebellion en de tot de ondergangsverbeelding sprekende branden in het Amazonegebied.

Er is zelfs een club van psychologen voor opgericht: de Climate Psychology Alliance (CPA). Volgens hierbij betrokken psychologen zijn er al kinderen die psychiatrische medicijnen krijgen voor hun eco-anxiety. De alliantie streeft ernaar dit officieel erkend te krijgen als een psychologisch fenomeen, maar dan weer niet als een geestesziekte omdat de oorzaak, in tegenstelling tot standaard anxiety, rationeel is.

Ecozepam

Ook in de VS is er steeds meer aandacht voor klimaatangst bij kinderen. Ik zag het laatst goed en geestig uitvergroot in een aflevering van Big Little Lies, een serie over vijf vrouwen met een kind op dezelfde basisschool in Monterey (Californië), een van de duurste postcodegebieden van het land. Een meisje krijgt tijdens een klassengesprek over klimaatsverandering een paniekaanval. Het meisje belandt snakkend naar adem op de Eerste Hulp en de leraar wordt uitgescholden door de hysterische moeder nadat ze haar bloedje heeft laten overplaatsen naar een privékliniek.

Actie ondernemen, individueel en in groepsverband, kan een krachtig tegengif zijn bij angst.

Het Jeugdjournaal liet een paar maanden geleden onderzoek doen naar kinderen en klimaat. Op de stelling ‘ik maak mij zorgen over het klimaat en mijn toekomst’ antwoordde negentien procent van de ondervraagden: regelmatig, vaak, elke dag. Zevenvijftig procent koos voor ‘soms’. Omgerekend naar aantallen kinderen (negentien procent van pakweg een miljoen acht- tot twaalfjarigen) komt het neer op tweehonderdduizend kinderen in de leeftijdscategorie van Kate die zich serieus zorgen maken. Als we de soms-piekeraars meenemen, gaat het om vijfhonderdzeventigduizend kinderen. Dat zijn aardig wat klaslokaaltjes vol. Je moet er toch niet aan denken dat die straks allemaal aan de eco-oxazepam (ecozepam! Hét woord van 2020!) moeten.

In alle stukken die ik kan vinden over het onderwerp staan dezelfde adviezen, die neerkomen op het gebruiken van je gezonde verstand: praat over het probleem, maak ruimte voor hun angst, draai dan naar de uitweg. Heb het over de mensen en de organisaties die bezig zijn met Lees ook Nee, een duurzame wereld begint niet bij jezelf. Een pleidooi tegen consumentenactivisme 18 november 2019 grootschalige oplossingen. Maak het persoonlijk door te benadrukken welke stappen jij en jullie als gezin al hebben gezet om jullie CO2-voetadruk te verminderen en brainstorm samen over nieuwe ideeën: actie ondernemen, individueel en in groepsverband, kan een krachtig tegengif zijn bij angst.

Of we hiermee ontsnappen aan de tirannie van ratten, duiven en paardenbloemen vraag ik me af, maar het voelt wel goed een meisje van nog geen tien jaar oud zo bij de hand te nemen in onze globale climate emergency room.

Heel concreet, en dus heel eng

De psychotherapeut en kinder- en jeugdpsycholoog Aniek van Hoogstraten helpt me nog een eindje verder met wat context over kinderangsten in het algemeen. ‘Het vergaan van de wereld behoort tot het standaard nachtmerriepakket van kinderen. Dat zat altijd mooi in een sluimergebied, maar sluit nu aan bij de berichtgeving uit de echte wereld. Iets wat toch al zo tot de verbeelding spreekt, wordt zo heel concreet, en dus heel eng.’

Volgens haar zitten kinderen van Kates leeftijd niet te wachten op al die concrete onheilsinformatie, en is het ook niet nodig om later betere klimaatvolwassenen van ze te maken. Dat bereik je vooral door zelf het goede voorbeeld te geven. De opmerkingen van Kate over Greta en haar C-diploma om de stijgende zeespiegel bij te benen vindt ze een reële, te niet bagatelliseren uiting van angst. Daar zou ik, zeker als hij naar buiten komt bij het naar bed brengen, het beste op kunnen reageren zoals je doet bij angst voor inbrekers, ook zeer veel voorkomend bij kinderen: de inbreker kan binnen komen, maar hij komt niet binnen want we hebben goede sloten.

‘Je kunt heel goed geruststellen zonder weg te wimpelen.’

Ik werp tegen, en Kate zal dit ook doen, dat in dit geval de inbreker allang binnen ís en tot zijn tanden bewapend bezig is het huwelijkszilver en de Nintendo Switch in te laden. Zij zegt: ‘Je kunt heel goed geruststellen zonder weg te wimpelen. Ja, er is van alles aan de hand met de aarde en het is heel goed dat slimme wetenschappers daarover nadenken, en het is ook goed dat wij wegwerpplastic buiten de deur houden, de verwarming alleen aandoen als het echt koud is, de droger niet meer gebruiken en zo min mogelijk knakworstjes eten, maar we hoeven niet nu op dit moment bang te zijn dat de gracht zal overstromen en we onze zwemvliezen moeten aantrekken.’

Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.
Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.

En als Kate dan komt met: ja-maar-Greta-zegt, doe ik er goed aan te antwoorden dat Greta ook niet bang is dat het water haar vanavond aan de lippen zal staan en dat zij ook gewoon lekker gaat slapen.

Hier kan ik iets mee. Maar eerst moet er een verlanglijstje voor de Sint opgesteld worden. Bovenaan Just Dance 2020, op twee een leren broek (??) maar bij drie blijft haar pen even hangen boven het papier.
‘Je wilde toch heel graag Cluedo?’
Ze knikt. ‘Ja ik wil graag Cluedo, maar zit daar veel plastic in?’
‘Een beetje, maar geen wegwerpplastic dus als je erin slaagt dit keer niet binnen zes weken alle pionnetjes kwijt te raken is het niet zo erg.’
‘Dat is niet grappig.’
‘We moeten realistisch zijn. Zegt Greta dat niet ook?’
‘Wat is realistisch?’
‘Trouw zijn aan wat er echt aan de hand is.’
‘O ja, dan is zij heel reelistisch.’

Cluedo gaat op de lijst. Dan vouwt ze hem netjes op.
‘Zullen we nu nog een keer samen Alles is liefde kijken?’
‘Tuurlijk schat.’

We poppen de corn, we zingen mee met de titelsong: ‘Alles is liefde voor wie het kan. En voor wie echt durft te kijken. Voor wie iets durft te zoeken. Zelfs voor wie alleen nog maar het allerkleinste beetje durft te hopen.’

Als de goedheiligman weer ter aarde stort op de boot, kijkt Kate me aan met een beschermende blik in haar grote groene ogen: ‘Het is niet echt hè mama, Sinterklaas bestaat wel.’

Het bericht ‘Mam, gaan we eraan?’ Hoe je omgaat met klimaatzorgen bij je kind verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/klimaatzorgen-kinderen/

Schrijver T.C. Boyle: ‘De Amerikaanse ziel heeft nog een paar honderd jaar cultivering nodig’ (Vrij Nederland)

De weg van Los Angeles naar Montecito, de plaats waar schrijver T.C. Boyle woont, begint groen en kronkelt door de heuvels langs de Californische kustlijn. Halverwege zijn er steeds vaker verdorde vlaktes met zwartgeblakerde plantenresten te zien aan beide kanten van de weg. Hier en daar de asresten van een huis.

Vervreemdend zijn de stukken waar de natuur door vuur is weggevaagd, maar de huizen stand hebben gehouden. Tijdens de heftigste bosbranden die Californië ooit heeft moeten doorstaan, in 2017, huurden rijke bewoners privébrandweerlieden in om hun huizen te redden toen alles in de wijde omgeving platgebrand werd. Een scenario dat in een van de romans van Boyle had kunnen voorkomen, waarin de natuur vaak haar eigen plan trekt en een verdeling zichtbaar maakt tussen Amerikanen die de middelen hebben om zich te beschermen en landgenoten die dat niet kunnen.

Boyle woont in het George C. Stewart House, het eerste woonhuis dat Frank Lloyd Wright in Californië ontwierp. Het huis ligt op een heuvel verscholen tussen de bomen. Het doemt achter het hek van de tuin op als een Japanse tempel.

Boyle komt aangelopen. Hij draagt een pet met het logo van de L.A. Dodgers, een bomberjack en door zijn oor steekt een ringetje. Hij leidt me rond, eerst door het huis. Het Stickley meubilair met groenleren bekleding past perfect bij de prairie-stijlomlijsting van de ruimte en er staan kasten vol met zijn eigen boeken vertaald in vele talen. Boyle’s nieuwe roman Outside Looking In is net gedrukt en ligt op een bijzettafel. Hij gaat me voor naar het terras achter het huis, waar hij thee en crackers met humus heeft klaargezet.

‘Ik heb vroeger iedere vorm van drugs geprobeerd. Maar ik zou het nu niet meer kunnen. Mijn brein is te fragiel, één stap verwijderd van totale gekte.’

Mentaal verslavend

Terwijl hij thee inschenkt, vertelt hij over Outside Looking In, waarin een groep studenten en wetenschappers rondom Timothy Leary wordt gevolgd. Leary deed in de jaren zestig onderzoek naar LSD op Harvard en verzamelde een groep volgelingen om zich heen die onder het mom van onderzoek naar bewustzijnsverruiming zelf proefpersoon waren en steeds verder gingen in het gebruik van het middel.

‘LSD heeft recentelijk een comeback gemaakt in de maatschappij. Niet als partydrug, maar zoals het oorspronkelijk bedoeld was: om het kritische brein te omzeilen.’

Door LSD worden in de hersenen nieuwe verbindingsbanen aangelegd, en banen die zijn ingesleten worden erdoor stilgelegd. Het middel mag dan volgens aanhangers een positieve uitwerking hebben op creativiteit, volgens Boyle werkt het mentaal verslavend. En hij kan erover meepraten. ‘Ik heb vroeger iedere vorm van drugs geprobeerd. Maar ik zou het nu niet meer kunnen. Mijn brein is te fragiel, één stap verwijderd van totale gekte.’

Een nieuwe conventie

Toch dook Boyle nogmaals in de ervaring, dit keer als schrijver. Hij onderzocht wat die exploratie van de geest onder leiding van ‘een Guru’ met je doet. Wiens pad volg je dan? En wat doet dat met je leven, je ambities en met je eigen gedachtes?

Wat hij ontdekte? ‘Better do your own thing.’ Hij laat zien dat het doorbreken van conventies een nieuwe conventie kan worden, dat ook het experiment gaat vervelen en dat het onderzoek naar het innerlijk langzaam afglijdt tot een vorm van afleiding waarin het alleen nog gaat om de roes.

‘Komt alles tegelijkertijd binnen, in een ononderbroken stroom, dan worden we gek. Dat is wat LSD doet.’

Om ons heen fluiten vogels, ergens in het dal stroomt water, de geur van schimmel komt ons tegemoet, een buurman is zijn gras aan het maaien. Als we even stilvallen, merken we de geluiden en geuren een voor een op. ‘Gelukkig kunnen we al die verschillende indrukken ook uitschakelen als we met elkaar praten,’ zegt Boyle. ‘Komt dat allemaal tegelijkertijd binnen, in een ononderbroken stroom, dan worden we gek. Dat is wat LSD doet.’

Voor hem heeft het schrijfproces dezelfde uitwerking op het brein, zonder dat er een middel aan te pas hoeft te komen. ‘Het schrijven zelf bevrijdt de geest. Als ik schrijf is mijn brein wel degelijk aan het werk, maar ik zou willen zeggen dat 95 procent van het schrijven voortkomt uit het onderbewuste en slechts 5 procent uit het bewuste brein. You’re off to a trip on your own.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/sites/3/2019/07/HH-67240049-2-1280x1601.jpg

Een goed hart

Dan springt hij op en gebaart me mee te lopen naar een deel van de tuin vanwaar we uitkijken op de zee. Het huis van Boyle ligt ingeklemd tussen de oceaan aan de ene kant en de bergen aan de andere kant. Het overleefde in 1925 een aardbeving, ontsnapte in 2007 ternauwernood aan een bosbrand en werd in 2017 net niet meegevoerd door de modderstroom die voor het huis naar beneden gleed en grote delen van het stadje met zich meetrok.

Terwijl we rondlopen wijst hij naar verschillende plekken in de tuin. Hij weet over iedere boomstronk een verhaal te vertellen.

Zijn vertelstem komt me bekend voor uit zijn boeken, waarin hij de ruimte neemt om personages, omstandigheden en omgevingen tot in de kleinste details te beschrijven. Zodat je als lezer bij het dichtslaan van zijn romans het gevoel hebt afscheid te moeten nemen van een plek die je gedurende een paar honderd bladzijdes bent gaan bewonen en van personages die vaak gefrustreerd en onvoorspelbaar zijn, maar ook een goed hart hebben.

‘Ik schrijf over situaties die ik niet ken om ze te leren kennen. Daar gaat weinig research aan vooraf, het onderzoek zit in het schrijven zelf. Toevallig heb ik een talent om me in een ander persoon te verplaatsen, in mijn geval zijn dat vaak personages die onbekend voor me zijn.’

Vaak gaan zijn verhalen over groepen mensen die in de media en in de volksmond worden gestereotypeerd. Zo schreef hij over illegale Mexicaanse immigranten in Amerika, de Civil Rights Movement, de hippiebeweging, dierenrechtenactivisten en mensen die hun leven in handen van een andere ideologie leggen.

Totale improvisatie

‘Mijn verhalen komen voort uit empathie. Ook voor personages waarvan ik het gedrag niet goedkeur, zoals David Lejoy uit Na de barbarij, een monsterlijk persoon. Toch wil ik hem begrijpen, zien waar zijn visie vandaan komt. De lezer mag vervolgens zelf bepalen wat hij ervan vindt. Ik wil geen betekenis opleggen, voor iedereen is die anders.’

Het is een vorm van empathie waarmee hij een totaalbeeld geeft van de mens waar hij zich in inleeft, geen ideaalbeeld. De personages in Boyle’s boeken zijn vaak tolerant en progressief, totdat ze in een situatie belanden waarbij ze de controle verliezen en zichzelf stukje bij beetje toestaan een grens over te gaan. Woede over het verlies van een hond, de roof van een tas of het krijgen van een bekeuring leidt zo tot een innerlijke verschuiving en eindigt vaak in het negeren van de wet, het uitsluiten van een groep mensen op basis van hun identiteit of het plegen van een moord.

‘De grens tussen goed en kwaad is minder duidelijk dan we vaak denken.’

In de roman Wie storm zaait kruipt Boyle in de huid van Adam, die schizofreen is en in zijn waanzin twee mensen vermoord. ‘Hij is een moordenaar, maar als je in zijn geest kruipt, zie je iets anders dan je zou zien in een Hollywoodfilm. De grens tussen goed en kwaad is minder duidelijk dan we vaak denken.’

Boyle is benieuwd naar mensen die ongebruikelijke standpunten innemen: wat gaat er in die persoon om? ‘Ik ga op reis door de verbeelding, zonder te weten waar het heen gaat of wat eruit komt. Het is totale improvisatie en daardoor ontdek ik altijd iets nieuws.’

Lees ook Literair criticus Jeroen Vullings over Wie storm zaait: Een diep verontrustende pageturner 18 september 2015 Het motto van Wie storm zaait luidt: ‘In wezen is de Amerikaanse ziel hard, gesloten, stoïcijns, dodelijk. En nog steeds niet milder geworden.’ (D.H. Lawrence). Is dat zijn conclusie, na die Amerikaanse ziel via zijn romans in vele hoedanigheden onderzocht te hebben? ‘Amerika is een jong en pionierend land en we hebben inheemse volkeren afgeslacht om dit land te bouwen. Er heerst nog steeds een frontier-mentaliteit. Kijk naar onze president, kijk naar het achterland van Amerika, dat is conservatief en gewelddadig. Ik denk dat de Amerikaanse ziel nog een paar honderd jaar cultivering nodig heeft, zoals de Europeanen.’

Dierlijke impulsen        

In De tortillagrens, een verrassend profetische roman die hij in 1996 schreef, verkent Boyle het landschap waarin een Mexicaans koppel (Cándido en América) terecht komt als ze hun geluk willen beproeven in Amerika. Een Amerikaans gezin (Delaney en Kyra) woont in een gemeenschap waar stemmen op gaan om een muur te bouwen rond de wijk om ongewenste indringers buiten te houden.

Als Delaney Cándido aanrijdt, raken hun levens onbedoeld en ongewild met elkaar vervlochten. Delaney, die principieel tegen het demoniseren van anderen op basis van ras of afkomst is, krijgt door de persoonlijke inmenging en het schuldgevoel dat er ontstaat, ineens een reden om toch te stemmen voor de muur. Zo probeert hij de gevoelens waar hij niet mee om kan gaan buiten de deur te houden. Uiteindelijk is zelfs de muur niet genoeg om Delaneys geweten te sussen en besluit hij zijn wapen op te pakken.

Boyle laat zien dat we de onbewuste neiging hebben om anderen buiten te sluiten zodra we het gevoel hebben dat iets van ons weggenomen kan worden.

Boyle laat zien dat we onbewust geneigd zijn om anderen buiten te sluiten zodra we het gevoel hebben dat iets van ons weggenomen kan worden. Vooroordelen die we met ons gezonde verstand ontkrachten, kunnen door ons instinct ieder moment worden geactiveerd. ‘We worden nog steeds door dierlijke impulsen aangestuurd.’

De tortillagrens is relevanter dan ooit, het gaat over het probleem van deze tijd: We bouwen een muur en wie sluiten we buiten en wie sluiten we in? In de hele wereld is een oorlog om grondstoffen gaande. Er zijn meer dan 7,5 miljard mensen die de aarde langzaam opeten. De onderklasse wordt verdrukt. Het klimaat warmt op. We hebben een vluchtelingencrisis. Als de zeespiegel stijgt en Bangladesh overstroomt, waar gaan al die mensen naartoe? En wat gaan ze eten? Grondstoffen zijn schaars en ruimte wordt dat ook.

De wereld wordt bestuurd door gangs die het territorium alvast verdelen, voor als alles straks op is. Denk aan Poetin, maar ook aan IS. Ze doen alsof ze hardcore islamisten zijn, maar eigenlijk zijn het gangs, ze willen je vrouw, je auto en je hond. De opkomst van extreemrechtse partijen is eenzelfde reactie op deze ontwikkeling: Fuck you, you come from a shithole country, you can die. Een deprimerende ontwikkeling.’

Ondanks zijn empathisch vermogen, of misschien dankzij, kan Boyle het niet helpen dat hij ziet dat er een hoop mankeert aan onze soort. Hij is pessimistisch: ‘We maken het milieu kapot, een groot deel van de diersoorten verdwijnt door ons toedoen, hoe kan iemand daar vrolijk van worden? Mijn plezier komt uit mijn nabije relaties, uit de natuur en uit het schrijven.’

Hij wijst naar de zee, de zon gaat zo onder en meestal gaat hij op dit moment van de dag naar het strand om naar de zonsondergang te kijken. De dag ervoor kwam hij erachter dat het de laatste dag van het jaar was waarop hij de zon zou zien verdwijnen in de zee; vanaf vandaag gaat de zon onder achter een berg. Vanavond gaat hij niet naar het strand maar pakt hij de auto naar het stadje en neemt hij zijn vrouw mee uit eten.

Het bericht Schrijver T.C. Boyle: ‘De Amerikaanse ziel heeft nog een paar honderd jaar cultivering nodig’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/t-c-boyle-amerikaanse-ziel/