Houd de wouden in hun element (Greenpeace)

Van het groene hart van Afrika tot in de Amazone: wat gebeurt er in de grootste wouden op aarde?

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/80e1f3f2-gpm-beeld.jpg

Orang-oetan in het Lamandau-reservaat op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Sinds 1997 worden hier jonge, verweesde orang-oetans opgevangen en een beschermd leven geboden.

Gordel van smaragd

Schrijver Multatuli gaf voormalig Nederlands-Indië deze tot de verbeelding sprekende naam. Indonesië, het grootste eilandenrijk ter wereld, ligt middenin de azuurblauwe oceaan en wordt gekenmerkt door weelderig smaragdgroen regenwoud. West-Papoea is zelfs wereldberoemd vanwege zijn Paradise Forests. De regenwouden van Indonesië zijn echte schatkamers. Hier leven wel 1.700 vogelsoorten en miljoenen zeldzame plantenen diersoorten, zoals de tijgerorchidee, de nevelpanter en het spookdiertje. In de bossen van Sumatra en Borneo brengen orang-oetans zo’n 90 % van hun leven door in boomtoppen. Ze worden er geboren, bouwen er elke dag opnieuw een nest en vinden er hun voedsel. Indonesië heeft de twijfelachtige eer dat het ’s werelds grootste ontbosser is én de vierde plaats inneemt van alle broeikasgasuitstoters. Al jarenlang worden duizenden hectares regenwoud in de as gelegd en ontwaterd, voor de aanleg van oliepalm- en andere plantages.

Op Borneo zijn de mensapen daardoor al 80 % van hun leefgebied kwijt. In 2010 beloofden grote voedselproducenten als Mars Inc., Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Arla en L’Oreal dat ze uiterlijk per 2020 in geen enkel product meer palmolie zouden gebruiken waarvoor regenwoud is verwoest. Greenpeace toont keer op keer aan dat geen van hen deze belofte waarmaakt. Indonesië kent veel corruptie en de mazen van de wet zijn groot. Lokale gemeenschappen die in en van het bos leven, zoals de Marind en Yeinan in Indonesisch Papoea, zijn door geweld en landroof verdreven. Ook kleine boeren en dorpjes moeten het veld ruimen voor de belangen van grote bedrijven. Tot overmaat van ramp drukte de regering er in coronatijd ook nog een nieuwe wet doorheen die buitenlandse investeerders aan moet trekken. Deze Omnibuswet legaliseert onder andere landroof, verwoesting van de natuur en mensenrechtenschendingen.

De regenwouden van Indonesië staan op veengrond waarin enorm veel CO2 is opgeslagen die bij verbranding vrijkomt. Als er – na bosverbranding – oliepalmen voor worden teruggeplant, lost dat helaas niets op: 1 hectare regenwoud houdt 8.000 ton CO2 vast en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton. Door de vele bosbranden groeit er ook een hele generatie kinderen op met een jaarlijks ‘mistseizoen’. Maandenlang leven ze in een dikke laag giftige rook die hun gezondheid aantast. Het Greenpeace-brandweerteam heeft de afgelopen jaren op West-Kalimantan en Sumatra gevaarlijke veenbranden bestreden. Ook onderzocht ons team ter plaatse wie verantwoordelijk is voor de ontwatering, en legde dat vast op foto’s en video.

Met gps-apparatuur, satellietbeelden en luchtfoto’s verzamelen we bewijzen van illegale houtkap, drooglegging van veengronden en oliepalmteelt in beschermde gebieden. We volgen dit verwoestende palmoliespoor naar de importeurs en afnemers van palmolie in Europa en de VS. Gesteund door u en duizenden andere supporters wereldwijd, confronteren we deze medeverantwoordelijken met de gevolgen. Intussen zetten we ons in Europa, samen met 160 andere natuur- en mensenrechtenorganisaties in voor een bossenwet, waarvoor al 1,2 miljoen supporters hun handtekening zetten. Deze wet verplicht bedrijven om alleen nog producten te verkopen waarvoor geen bos voor is verdwenen. De Europese Commissie komt dit jaar met het eerste wetsvoorstel.

Het groene hart van Afrika

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/23f9f009-gp0str8j0_web_size.jpg


Vanaf 2016 stond Greenpeace Lokolama bij in het verkrijgen van hun grondrechten in het Congolese regenwoud. Het Greenpeace-team ondersteunde hen bij de juridische procedure en gaf trainingen in conflictpreventie – en oplossing. Met succes.

Rivieren, regenwouden, bergen, savannes, moerassen: het Congobekken is een natuurwonder pur sang. Dit tweede grootste regenwoudgebied ter wereld ligt in het hart van een van de meest instabiele regio’s. Dat biedt ironisch genoeg bescherming, omdat het investeerders huiverig maakt. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude er welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt. Regelmatig woeden in het Congobekken enorme branden. Uit onderzoek van de universiteit van Maryland blijkt dat de meeste brandhaarden vlakbij wegen ontstaan, die door houtkappers zijn aangelegd. In de Democratische Republiek Congo (DRC) is al sinds 2002 een moratorium op houtkap van kracht. Toch krijgen buitenlandse houtbedrijven uit onder meer CHINA steeds meer bosgebieden in handen die soms wel zo groot zijn als België.

Ook palmoliebedrijven rammelen al jaren aan de poorten. Het Maleisische Atama, dat de grootste palmolieconsessie in de regio heeft, liet onder meer in Kameroen zien hoe het zonder veel scrupules bos kapt en kleine boeren van hun land jaagt. Het regenwoud van het Congobekken zorgt voor voedsel, medicijnen, grondstoffen en water voor ruim 80 miljoen mensen. Er leven bijna 250 inheemse volken voor wie het bos ook een spirituele betekenis heeft. De Baka bijvoorbeeld, Kameroens grootste inheemse bevolkingsgroep. Al jaren wordt hun levenswijze bedreigd door de industriële boskap van het rubberbedrijf Sudcam uit Singapore. COVID-19 vergroot de risico’s waaraan ze blootstaan: ze zijn niet bang om ziek te worden, maar wel dat organisaties vertrekken die hen bijstaan in hun strijd tegen de structurele landonteigeningen.

In het bos staan honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven enorm veel CO2 hebben opgeslagen. In dit regenwoud ontdekten wetenschappers enkele jaren geleden een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Dat is net zoveel als de Verenigde Staten in 20 jaar tijd uitstoten. De immense wouden van het Congobekken herbergen ook tienduizenden planten- en diersoorten. Als een stel landschapsarchitecten vormen dieren zoals de ernstig bedreigde gorilla’s, bosolifanten en Afrikaanse buffels het bos. Ze creëren paden, snoeien bomen en poepen zaden uit.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. Samen met inheemse volken strijden we tegen de illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt het werk lastig en gevaarlijk. Toch lukt het ons om successen te boeken. Zo besliste de Kameroense president onder druk van lokale milieuorganisaties, de bevolking en Greenpeace dat de houtkapplannen in het beschermde Ebo-woud voorlopig niet doorgaan. Goed bosbeleid is essentieel om het Congobekken duurzaam te beschermen. Daarom helpen we inheemse volken om de formele rechten over hun leefgebied te verkrijgen. Onder meer de Lokolama in de DRC kregen zo 11.000 hectare toegewezen. En in 2023 draagt de regering 50 bosgebieden, in totaal bijna 2,5 miljoen hectare, over aan de lokale bevolking.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/8ca3659b-gp0sturw4_web_size.jpg

Jaarlijks gaat in Rusland een gebied van zo’n 40 miljoen hectare in vlammen op – een gebied 10 keer zo groot als Nederland. De brandweerteams van Greenpeace trainen vrijwilligers, geven voorlichting en blussen natuurlijk waar ze kunnen.

De groene kroon van de aarde

In Rusland ligt tweederde van de taiga; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt over Alaska, Rusland, Canada en Scandinavië. Zowat alles aan dit boreale woud is enorm. Het beslaat 16 miljoen km² – meer dan een kwart van alle bossen op aarde – en telt 750 miljard bomen. De dennen en sparren die er groeien zijn aangepast aan de lange wintermaanden: hun naalden bevatten heel weinig sap, waardoor ze niet bevriezen als de temperatuur zakt tot -35 °C. Hun donkere kleur en driehoekige vorm helpen juist om zo veel mogelijk zon op te slorpen. Meer dan 20.000 planten- en diersoorten leven in deze barre omstandigheden. Wolven, elanden en beren, tijgers, maar ook de Siberische salamander die een soort antivries produceert waardoor hij kan overleven in extreem lage temperaturen. Ook dit uitgestrekte noordelijke bossengebied slaat een enorme hoeveelheid CO2 op in de bodem en veengronden: meer dan alle tropische wouden samen.

Elk jaar gaat ongeveer 2,5 miljoen hectare van dit woud verloren. Eeuwenoude bomen verdwijnen onder andere in Tempo-zakdoekjes, wc-papier van Edet en maandverband van Libresse. In heel Rusland gaat elk jaar zo’n 40 miljoen hectare natuur in vlammen op. Dat is 10 keer Nederland. De gigantische natuurbranden worden verergerd door klimaatverandering en zorgen zelf voor verdere opwarming van de aarde. Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen waardoor deze poolkap ook zijn reflecterende vermogen verliest. Ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Dat is een grote misvatting: 90 % van deze branden ontstaat door menselijk toedoen. Vooral de gewoonte van boeren om graslanden aan te steken zodat ze snel van hun onkruid afkomen, loopt regelmatig gigantisch uit de hand.

Omdat de overheid de branden laat voortrazen, komt Greenpeace in actie. Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug startte het eerste blusteam zo’n 10 jaar geleden. Met steun van de Nationale Postcode Loterij en van u, onze Nederlandse supporter, zijn inmiddels in de kwetsbaarste regio’s honderden mensen klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Het aantal catastrofale veenbranden daalde daardoor in 2019 met maar liefst 90 %. Daarmee voorkwamen de brandweerlieden de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2. De vrijwillige brandweerteams kunnen op Greenpeace rekenen voor onder meer transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen en lichten ze bewoners voor over de oorzaken van de branden. Voorlichting is een van de belangrijkste methodes om de branden te bestrijden. Al jaren geven we op Russische scholen les over het belang van de bossen en planten we bomen met tienduizenden schoolkinderen. Ook werken we samen met producenten van tekenfilmseries. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/4a7445f7-gp0jzh_web_size.jpg

Het Amazonewoud, thuis van deze blauwkeel-ara, verandert drastisch. Grote delen van het woud verdwijnen ondere andere voor de sojateelt.

Adembenemend Amazonia

Alles is met elkaar verbonden. Wie het Amazoneregenwoud een beetje bestudeert, ziet al snel hoe deze natuurwet in de praktijk werkt. Dit woud, het grootste op aarde, is een van de meest biodiverse gebieden. De planten, dieren, micro-organismen en schimmels vormen samen een enorm ecosysteem dat invloed heeft op de hele wereld. De bossen van de Amazone produceren enorme hoeveelheden water. Ze beïnvloeden regenpatronen tot ver buiten hun eigen regio. Ondanks de enorme omvang van het Amazonewoud, ruim 5,5 miljoen km2, is het evenwicht er delicaat. Als mensen tussen de 20 en 25 % van het woud verwoesten, kan het de balans niet meer zelf herstellen en veranderen deze prachtige bossen in een savanne. Met miljarden tonnen CO2-uitstoot als gevolg. Volgens INPE, het Braziliaanse instituut voor ruimteonderzoek, is er al 18 % verwoest. Wetenschappers stellen dat over 10 tot 15 jaar dit kantelpunt is bereikt, als de ontbossing niet stopt.

Meer dan de helft van het Amazonewoud ligt in Brazilië, waar president Jair Bolsonaro de scepter zwaait. Zijn regering heeft weinig op met het milieu en de inheemse volken: de klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld aan te verdienen. In 2019 lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds 11 jaar. De meeste van deze branden zijn aangestoken om land vrij te maken voor weilanden voor koeien, mijnbouw en de teelt van soja. Sinds de huidige regering aan de macht is, hebben bedrijven carte blanche in het regenwoud. Moord en doodslag zijn voor inheemse volken zoals de Karipuna in de Amazone al jaren realiteit. In de afgelopen jaren wist een deel zich, onder aanvoering van jonge leiders, steeds beter te organiseren. Zij komen op voor hun traditionele landrechten, in de rechtszaal en in het bos zelf. Maar de belangen van grote bedrijven en nationale overheden in het regenwoud zijn groot. De strijd is te vaak ongelijk.

De bedreigingen zijn zo omvangrijk en complex, dat Greenpeace voor het project Alle ogen op de Amazone de handen ineen sloeg met Hivos en 9 andere organisaties. In dit project is de hoofdrol weggelegd voor de inheemse bevolking. Volgens talloze onderzoeken zijn zij immers de beste bosbeschermers van de wereld. We ondersteunden hen bij de opzet van lokale boswachterteams die met smartphones en drones het regenwoud intrekken en daar de bosvernietiging vastleggen. De teams leerden (digitale) landkaarten maken, satelliet- en dronebeelden analyseren, gps-coördinaten
lezen én de verzamelde informatie veilig opslaan. Met succes: vorig jaar werd in het leefgebied van de Karipuna 49 % minder bos verwoest dan in alle voorgaande jaren. Ook werd er een wet ‘geparkeerd’ waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden wilde legaliseren. Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. En het gesprek tussen inheemse leiders uit Brazilië en Tweede Kamerleden, hielp de discussie tegen het nieuwe Mercosur-handelsverdrag kracht bij te zetten. Het duizelingwekkende tempo van de ontbossing moet stoppen. Met uw hulp blijven we overheden en internationale instanties beïnvloeden, onder andere voor een sterke wet waarin staat dat geen bos meer verwoest mag worden voor onze producten.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/45233/houd-de-wouden-in-hun-element/

Het failliet van de Amazone? (Greenpeace)

Inheemse bewoners van het grootste regenwoud op aarde krijgen aanval na aanval te verduren. De Braziliaanse president Bolsonaro geeft houtkappers en boeren vrij spel. Nederland verdient daar goed aan. Maar het verzet groeit, ook uit onverwachte hoek.

President Jair Bolsonaro en zijn regering hebben weinig op met het milieu en de inheemse volken. De klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld te verdienen. Bolsonaro heeft bezuinigd op alle instanties die de wet in het bos moeten handhaven en hooggeplaatste voorstanders van bescherming ontslagen. Tekenend is het uitgelekte voorstel van milieuminister Ricardo Salles om de milieuregels snel te versoepelen nu ‘de pers het alleen maar over COVID heeft’.

De opportunistische houding van Bolsonaro’s regering heeft Brazilië én de wereld enorme bosbranden en een gigantisch verlies aan regenwoud opgeleverd. In 2019, toen minstens anderhalf keer Nederland in vlammen opging, lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds elf jaar. Het kon nog erger, bleek in juni 2020: in de eerste vier maanden van dit jaar werd 32 % meer ontbost dan in dezelfde periode in 2019. De meeste bosbranden zijn aangestoken om land vrij te maken voor sojateelt, weilanden voor koeien of mijnbouw. In juni lieten satellietbeelden al 2.248 branden zien, het hoogste aantal sinds 2007. Elke dag komen er gemiddeld 100 brandhaarden bij en dan moet de droge periode in de Amazone nog beginnen. Wetenschappers gaven afgelopen jaar hun sterkste waarschuwing ooit af: binnen 20 jaar produceert het Amazonewoud mogelijk zo weinig regen dat het zichzelf niet meer in stand kan houden.

Houthakkerskamp midden in de Braziliaanse Amazone.

Brandbrieven van internationale bedrijven

Ook de financiële sector kijkt steeds bezorgder naar het Braziliaanse Amazonebeleid. Eind juni dreigden 29 investeerders, wereldwijd goed voor € 3,15 biljoen, onder meer met desinvesteringen in Brazilië. Bedrijven die daarmee in verband gebracht worden, krijgen het steeds moeilijker op de internationale markten (lees: onze acties hebben succes!). Hun brandbrief volgde op een boycotdreiging in mei van ruim veertig Europese bedrijven, waaronder Ahold Delhaize en Tesco, als de Braziliaanse regering geen actie onderneemt tegen ontbossing. Die internationale commotie leidde tot de ongebruikelijke boodschap van 39 grote Braziliaanse bedrijven aan hun regering om het Braziliaanse imago op te vijzelen.

De internationale bedrijven verwijzen niet alleen naar het wereldwijde klimaat als reden voor hun zorgen, maar ook naar de rechten van inheemse volken die op grote schaal geschonden worden. Sinds het aantreden van Bolsonaro’s regering hebben houtkappers, boeren en mijnbouwers een vrijbrief om inheemse gebieden in te trekken. Iedereen die
in de weg loopt, moet het veld ruimen. Zo ook bosbeschermer Paulo Paulino Guajajara. Toen hij eind vorig jaar op het grondgebied van de Guajajara patrouilleerde, lokten illegale houtkappers hem in een hinderlaag en schoten hem door het hoofd. Hij wist dat hij op hun dodenlijst stond, maar de autoriteiten sloegen zijn waarschuwingen in de wind. Nog geen maand later werden twee Guajajaraleiders vanuit een rijdende auto doodgeschoten,

Inheemse leiders in Europa

Moord en doodslag zijn voor inheemse volken in de Amazone en andere Braziliaanse natuurgebieden al jaren realiteit. Daarom trokken vertegenwoordigers van APIB, de koepelorganisatie van Braziliaanse inheemse volken, vorig jaar oktober naar Europa. Samen met Greenpeace reisden zij naar 18 steden in 12 landen, waar ze politiek en bedrijfsleven confronteerden met hun medeverantwoordelijkheid voor de verwoesting van het Amazonewoud en de moorden op inheemse bosbeschermers. De inheemse delegatie drong er bij Europese overheden op aan het EUMercosur-handelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen niet te ratificeren. Door dit verdrag zal de import van vlees en soja uit onder meer Brazilië – en dus de druk op het Amazonewoud en haar bewoners – nog verder toenemen.


Sonia Guajajara (links): ‘Voor soja in jullie veevoer wordt ons land afgenomen, raken rivieren vervuild en worden onze mensen vermoord. Genoeg is genoeg!’

Nederland: liever handel dan duurzaamheid

Nederland is na China de grootste importeur van soja ter wereld, met gemiddeld 8,1 miljoen ton sojabonen en -meel per jaar, blijkt uit een recent Greenpeace-rapport. Daarvan omt bijna de helft uit Brazilië. ‘Vrijwel alle sojabonen worden geëxporteerd om er bij jullie veevoer van te maken’, zegt APIB-coördinator Sonia Guajajara, familielid van de vermoorde Paulo Paulino. En inderdaad, zo’n 2 miljoen ton sojameel verdwijnt jaarlijks in krachtvoer voor Nederlandse kippen, koeien en varkens, zodat ze nog meer melk en vlees kunnen produceren. In ons kleine landje houden we een onevenredige hoeveelheid (pluim)-vee: 114 miljoen dieren in 2018. Alleen al voor hun voer is een gebied zo groot als 20 % van Nederland beplant met soja. Conclusie: Amazonewoud wordt verwoest voor onze kipfilets, karbonades en melkproducten.

Delegatielid Elizeu Guarani Kaiowá, die meemaakte hoe in een decennium vijftien Kaiowá-leiders vermoord werden, wijst Nederlandse bedrijven op de consequenties van de soja-expansie. ‘In mijn deelstaat is een sojaplant meer waard dan een boom. En de kop van een koe is meer waard dan het hoofd van een inheemse leider. Onze rivieren en gewassen gaan dood door de pesticiden die sojaboeren met vliegtuigjes over hun plantages én onze dorpen spuiten. Jullie soja is gedrenkt in ons bloed.’ Nederland is niet alleen medeverantwoordelijk als sojaimporteur. Zoals we al eerder schreven, is ons land ook nauw betrokken bij de aanleg van een transportnetwerk om de soja van het regenwoud naar China en Europa te verschepen. Onderzoeksjournalisten ontdekten hoe de Nederlandse ambassade bedrijven actief steunt om opdrachten binnen te slepen voor de aanleg van havens, wegen en een spoorlijn dwars door de Amazone. Arcadis bouwde sojahavens, Boskalis loodst de sojaschepen binnen en de sleepboten komen van Damens scheepswerf.

Belofte maakt schuld

Hoe bemoedigend de brieven van internationale bedrijven ook zijn, we weten hoe belangrijk het is dat Greenpeace, samen met u, de druk op de ketel houdt. Neem het Consumer Goods Forum (CGF), waarbij grote bedrijven als Nestlé, Unilever en Walmart zijn aangesloten. In 2010 deed dit forum een plechtige belofte: zijn leden zouden per 2020 niet langer bijdragen aan ontbossing door grondstoffen als vlees en soja ‘verantwoord in te kopen’. Maar als dit magazine bij u op de mat ligt, is die deadline ruimschoots verstreken. Begin 2019 kon geen enkel CGF-lid Greenpeace laten zien dat het op de goede weg was. Sinds hun belofte is er wereldwijd minstens 50 miljoen hectare regenwoud gesneuveld voor de grondstoffen in hun producten.

De inheemse leiders gingen in Nederland ook langs bij Ahold Delhaize (moederbedrijf van Albert Heijn) en FrieslandCampina, beide lid van Consumer Goods Forum en volgens een nieuw Greenpeace-rapport (te vinden op greenpeace.nl) grootverdieners aan de Braziliaanse soja in hun producten. Albert Heijn hield er in 2018 € 40 miljoen aan over, rieslandCampina verdiende € 27 miljoen die toe te schrijven is aan soja uit Brazilië. De bedrijven hebben geen idee waar hun soja vandaan komt en dat nemen de inheemse leiders hun kwalijk. Grote Nederlandse banken, handelaren en veevoergiganten als ForFarmers zijn betrokken bij de financiering van de soja-industrie. Ook de Amsterdamse en Rotterdamse havens profiteren al jaren van de soja die wordt verwerkt in fabrieken van sojamultinationals als Cargill. Ons land staat dus vooraan om ook een graantje mee te pikken. Handel is handel, en als wij het niet doen, doet iemand anders het wel. Precies díe mentaliteit klagen de inheemse leiders aan. Elke vierkante kilometer soja-expansie betekent verlies van kostbare natuur, van hun leefgebied én van hun levens.

‘Wij houden vol’

De beste bosbeschermers van de wereld kunnen de regenwouden niet verdedigen zonder onze steun. Wij eisen daarom van de Nederlandse overheid en bedrijven dat ze niet langer meewerken aan de razendsnelle ontbossing van de Amazone. ‘Wij houden vol’, zegt Sonia Guajajara in haar video over de dood van Paulo Paulino. ‘We staan niet langer toe dat ons volk sterft in deze strijd voor de levens van alle mensen op aarde. En we rekenen op de steun van iedereen die zich inzet voor gerechtigheid.’

In Brazilië zien we hoe belangrijk de acties van Greenpeace en andere organisaties zijn om zo veel mogelijk Brazilianen in beweging te krijgen voor de Amazone. En dat we succes boeken juist dankzij de combinatie met internationale druk van Nederlandse supporters zoals u. Zo lukte het in mei om de wet van tafel te krijgen waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden alsnog wilde legaliseren (een ondubbelzinnige aanmoediging voor nieuwe invasies). Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. Ook was alle aandacht – onder meer dankzij de Europese lobby van inheemse Amazoneleiders – voor de bosvernietiging in de Amazone een belangrijke reden voor het Nederlandse parlement om alsnog tegen het Mercosur-verdrag te stemmen.

Samen met de Munduruku en duizenden supporters hebben we ook de bouw van een dam in rivier Tapajós voorkomen.

Die internationale samenwerking was precies de gedachte van elf organisaties die, op initiatief van Greenpeace en Hivos, vier jaar geleden bij elkaar kwamen om het project ‘Alle ogen op de Amazone’ te ontwikkelen. Inheemse boswachters met drones, onderzoekers die satellietbeelden en productieketens analyseren, actievoerders hier en in het Amazonewoud, en beleidsbeïnvloeders bij de VN en de EU: samen zijn we meer dan de som der delen. We zijn de Nationale Postcode Loterij nog altijd dankbaar dat zij deze droom durfde te financieren. En we zijn ú dankbaar voor uw niet-aflatende steun voor het behoud van dit unieke regenwoud waarvan we allemaal zo afhankelijk zijn.

Dit artikel verscheen in de zomereditie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/41520/het-failliet-van-de-amazone/

Hoe één rugzak een milieuramp kan voorkomen (Greenpeace)

Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug natuurbranden blussen: zo begon het blusteam van Greenpeace Rusland. Met minimale middelen zijn ze inmiddels ruim tien jaar de helden van de natuurbrandbestrijding. Dankzij een onverwachte gift kunnen ze nu niet alleen de bossen beschermen, maar ook ons klimaat. 

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2019/06/447f89b6-gp0strokh_medium_res_with_credit_line-1024x683.jpg

Jaarlijks gaat in Rusland 40 miljoen hectare bos, veengrond en grasland in vlammen op – dat is tien keer Nederland. De overheid doet amper iets, hoewel de enorme, vaak aangestoken branden grote hoeveelheden CO2 uitstoten en unieke biodiversiteit en mensenlevens verwoesten. In Rusland ligt tweederde van het boreale woud; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt van Noord-Amerika tot Japan. Dit is het thuis van wolven, bruine beren, bizons en rendieren. Veel trekvogels overwinteren in dit insectenrijke gebied.

Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen. Deeltjes die voor een groot deel afkomstig zijn van Russische gras- en bosbranden.

Het boreale woud is minder bekend dan het tropische regenwoud, maar minstens even belangrijk als CO2-opslagplaats. Vooral in de talrijke venen ligt enorm veel koolstof. Als dat vrijkomt, kunnen we de doelen van het Parijse klimaatakkoord wel vergeten. Veenbranden kunnen ondergronds maandenlang doorsmeulen en plotseling weer oplaaien; het bedwingen van deze branden vergt veel kennis en ervaring.

Het rampjaar 2010

Toen nieuwe boswetgeving ruim tien jaar geleden een streep zette door de natuurbrandpreventie, kwam Greenpeace Rusland in actie. In 2010, het jaar waarin een golf van bosbranden zelfs Moskou bedreigde en 55.000 mensen stierven door rookontwikkeling, bereikten de vrijwillige brandweerteams van Greenpeace een heldenstatus: zij trokken naar de hevigst getroffen gebieden om met gevaar voor eigen leven branden te blussen. En in 2015 voorkwamen ze samen met de goedwillende, maar zwaar onderbemenste, beroepsbrandweer dat verwoestende vlammen de nucleair vervuilde gebieden rond Tsjernobyl bereikten.

Greenpeace hielp niet alleen met branden blussen, maar hield Russische burgers ook op de hoogte van de ware omvang van de bosbranden via satellietbeelden en gedetailleerde kaarten. Voor veel Russen en Russische media was de speciale Greenpeace-website Forest Forum de enige betrouwbare bron van informatie. Mensen belden steeds vaker Greenpeace in plaats van de brandweer, als de vlammen hun dorp naderden.

‘De overheid liet het compleet afweten’, vertelde vrijwillige brandweerman Benny in een eerder interview met Greenpeace Magazine. ‘Aan de lokale brandweermensen lag het niet, die wilden dolgraag aan de slag. Maar ze kregen er simpelweg de middelen niet voor. Onze campagneleiders en vrijwilligers schoten te hulp. Onder meer met mobiele brandblussers op hun rug.’ Ook de reguliere brandweer en boswachters vertrouwden steeds meer op de deskundigheid van de Greenpeace-teams. Vooral om de extreem moeilijk te bestrijden veenbranden te blussen. Greenpeace Rusland gaf les, zelfs op de brandweeropleidingen.

Hardnekkige mythes (ontkracht)

Maar Grigory Kuksin, leider van de brandweerteams van Greenpeace Rusland, realiseerde zich dat Greenpeace in het onmetelijk grote Rusland nooit álle bosbranden kan bestrijden. Zeker niet met de toenemende droogte door klimaatverandering. ‘In al die jaren dat ik metershoge vlammen bluste, vrijwilligers trainde, boswachters leerde veenbranden te herkennen, dorpsbewoners in nood hielp en probeerde ambtenaren in actie te krijgen, hoopte ik dat we ooit aan brandpreventie zouden toekomen. We hebben méér brandweerteams nodig die vervolgens zélf andere vrijwilligers kunnen trainen. Maar vooral: we moeten de oorzaken van de branden bestrijden. Dat betekent op grote schaal mensen voorlichten.’

Onderzoek wees uit dat ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Een grote misvatting: 90% van de branden ontstaat door menselijk toedoen. Door recreanten die smeulende peuken of flesjes laten liggen, maar ook door boeren die graslanden aansteken om snel van hun onkruid af te komen.

De grote droom van Grigory werd vorig jaar werkelijkheid dankzij de deelnemers aan de Nationale Postcode Loterij. Greenpeace kreeg onverwacht €2 miljoen om een groots project op te zetten dat naast het trainen en faciliteren van blusteams óók aandacht besteedt aan het voorkomen van de natuurbranden.

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2019/06/24923e0b-dsc04184-1024x684.jpg

Yulia Petrenko is fotografe en vrijwilliger bij een van de Russische brandweerteams: ‘Mensen realiseren zich niet dat het verbranden van gras, of het wegschieten van een peuk een milieuramp kan veroorzaken. Mijn werk brengt daar verandering in.’

Fotografe en vrijwilliger Yulia Petrenko, gaat vaak met de brandweerteams mee en weet hoe belangrijk goede voorlichting is: ‘Mensen denken meestal niet na over de gevolgen van het verbranden van gras of wat er gebeurt als een sigaret uit een autoraam wordt gegooid. De hardnekkige gedachte dat natuurbranden gewoon ontstaan, komt grotendeels omdat het zo in de schoolboeken staat,’ vertelt Yulia.

‘Daarom hebben we veel energie gestopt in het opbouwen van goede relaties met educatieve uitgevers. Dat lukte snel omdat we al jaren op Russische scholen lesgeven over het belang van de bossen en bomen planten met tienduizenden schoolkinderen. We zijn nu de eerste schoolboeken aan het corrigeren en mogen uiteindelijk 80% van alle schoolboeken in Rusland van juiste informatie voorzien. Ook werken we samen met producenten van de twee populairste tekenfilmseries voor kinderen. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.’

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2019/06/1366c3e0-изображение-18.png

In de Russische schoolboeken staat dat branden uit zichzelf ontstaan. Daarom hebben we veel energie gestopt in de samenwerking met educatieve uitgevers.

Het Greenpeace-animatiefilmpje, met de razend populaire Sherlock Holmes in de hoofdrol, bleek dé manier om deze hardnekkige mythe voor een miljoenenpubliek te ontkrachten. Greenpeace zette in het afgelopen jaar ook een enorme mediacampagne op, samen met andere organisaties en de Russische overheid. Televisiespotjes verschenen op nationale zenders met een dagelijks bereik van ruim 50 miljoen mensen, grote schermen hingen in 668 winkelcentra, treinstations en overheidsgebouwen, radiocommercials waren te horen in 37 Russische regio’s en reclames verschenen op trams en metro’s. Het brandblusproject deed mee aan het Jaar van de Vrijwilliger in Rusland en Grigory figureerde in een documentaire die in 2.000 steden en dorpen werd vertoond.

‘Man, vrouw, jong en oud: iedereen blust mee’

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2019/06/1744f57d-gp0stryqi_pressmedia-1024x682.jpg

We trainen jaarlijks honderden mensen en voorzien de nieuwe blusteams van transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden.

Intussen trainden Grigory en zijn collega’s een recordaantal vrijwilligers. In de kwetsbaarste regio’s zijn honderden mensen – man, vrouw, jong en oud – klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Belangrijkste les: wees er op tijd bij, voordat een veenbrand uit de hand loopt of ondergronds gaat en maanden later hele bossen in brand zet.

Greenpeace voorziet de teams van transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Ze leren beginnende veenbrandjes herkennen én blussen. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen, lichten bewoners voor en onderhouden contact met de autoriteiten.

Greenpeace Nederland directeur Anna Schoemakers wilde graag met eigen ogen zien hoe de Russische teams te werk gaat en meldde zich aan als vrijwilliger. In april dit jaar ging ook zij met een grote zak water op haar rug letterlijk met de hand de brandhaarden te lijf. ‘Deze mannen en vrouwen doen ongelofelijk werk’, zegt Anna. ‘Je moet als je blust met zoveel dingen rekening houden: is er een plek in de buurt waar ik water kan bijvullen? Loop ik nog wel goed en is het veilig? Waar zitten de hotspots? Het blusteam weet precies wat het moet doen en handelt razendsnel.’

De succesvolle oogst – in één jaar tijd

Al één jaar na de start van het project zijn de resultaten van Greenpeace Rusland en zijn honderden vrijwilligers verbluffend. Het belangrijkste doel, 30%  minder branden in het voorjaar, als de eerste veenbranden ontstaan en ondergronds gaan, is ruimschoots gehaald. Het aantal catastrofale veenbranden daalde zelfs met 90% in plaats van de geplande 80%. Een enorme winst voor het klimaat: de Russische brandweerteams voorkwamen zo de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2.

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2019/06/6096d3de-picture1-1024x512.jpg

Een banner gebruikt tijdens de mediacampagne. Erop de boodschap ‘Stop! Steek geen gras in de brand. Een grasbrand verspreidt zich met een snelheid tot wel 30 km/h.’

Ook de mediacampagne was een groot succes: 29,4 miljoen mensen zagen, lazen of hoorden onze boodschap. En een uitvoerig opinieonderzoek wees uit dat het aantal mensen dat de werkelijke oorzaken van natuurbranden kent, steeg van 28% naar 33%. Voor één jaar campagnevoeren is dat een enorm succes.

Dat succes zou nog veel groter kunnen zijn als Greenpeace, net zoals in de republiek Boerjatië, de actieve steun krijgt van de overheid. In Boerjatië steeg het percentage inwoners dat menselijke activiteit ziet als belangrijkste oorzaak van natuurbranden van 53% naar maar liefst 82%!

Greenpeace en haar partners werken daarom ook hard om de autoriteiten te overtuigen. Hun lobbywerk bij overheidsinstanties leidde ertoe dat regio’s in onder meer Siberië de komende jaren minstens 1,14 miljoen hectare bosgebied níet zoals gepland ‘gecontroleerd’ zullen platbranden. Belangrijk, omdat er in de praktijk vaak geen brandweer beschikbaar is om daadwerkelijk controle uit te oefenen, waardoor het vuur om zich heen grijpt en enorme bosgebieden in de as legt.

We vroegen én kregen van de Nationale Postcode Loterij nog een extra bijdrage om drooggelegde veenmoerassen te herstellen, onder leiding van een Duitse expert. Bijvoorbeeld rond het Baikalmeer, waar vrijwilligers elk jaar opnieuw branden moeten blussen. Het eerste extreem brandgevoelige veengebied is intussen onder water gezet.Greenpeace Rusland leidt sinds kort ook buiten eigen land brandweerteams op. In Indonesië bijvoorbeeld, waar veenbranden een minstens even groot probleem zijn, trainden de Russen hun Greenpeace-collega’s.

Ook de Nederlandse brandweer toont interesse voor de Russische ervaringen en is voornemens een bezoek te brengen aan hun overzeese collega’s. Logisch, want ook in ons land neemt het aantal natuurbranden sterk toe en zet de brandweer speciale teams in die handmatig de branden bestrijden. Er is zelfs sprake van een uitwisseling van kennis. Zo reikt de invloed van dit brandweerproject nóg verder dan de uitgestrekte bossen van Rusland en beschermen zij niet alleen onmisbaar woud, maar ook ons wereldwijde klimaat.

Terug naar de pagina van Greenpeace Magazine

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/18525/hoe-een-rugzak-een-milieuramp-kan-voorkomen/