Er is maar één aarde (Kennislink)

Een blauwe knikker, zo zien astronauten de aarde vanuit de ruimte. Tegelijk zien ze hoe kwetsbaar die wereld is: slechts een dunne atmosfeer beschermt ons tegen een verder onleefbaar heelal. Met een nieuw besef keren ze als wereldverbeteraars terug op aarde. Hoe kunnen jij en ik datzelfde ‘overzichtseffect’ beleven, met beide benen op de grond?

Voor een vol stadium sprak de Amerikaanse president John F. Kennedy in 1962 de ambitie uit om binnen het decennium als eerste land een man op de maan te zetten. Het lukte. Een monumentaal staaltje technologie en samenwerking. Tegenwoordig schieten de ruimtemissies als paddenstoelen uit de grond. Elk land (of miljardair) lijkt voorop te willen lopen in de ruimte. Waarom lukt dat niet bij het aanpakken van de klimaatproblematiek? In de serie ‘We gaan naar de maan’ vraagt NEMO Kennislink experts wat we kunnen leren van de maanmissie. In deze aflevering: het overzichtseffect.

Kerstavond, 1968. De astronauten van Apollo 8 zijn als eersten in de geschiedenis van de mens bezig met hun baan om de maan. Terwijl astronaut William Anders foto’s neemt van het maanoppervlak, valt zijn blik plotseling op een lichtpuntje aan de horizon: ‘Oh mijn god, moet je dat plaatje daar zien’, roept hij tegen zijn reisgenoten. ‘De aarde komt op. Wow, wat is dat mooi!’ Als een blauwe bol vol wervelende wolken doemt de aarde op vanachter het levenloze grijs van de maan, omgeven door een gitzwart heelal. De historische foto staat bekend als Earthrise.
Jaren later blikte Anders terug op dat moment: ‘Ik werd onmiddellijk bijna overweldigd door de gedachte: hier zijn we helemaal naar de maan gekomen, en toch is het belangrijkste wat we zien onze eigen thuisplaneet, de aarde.’ De foto stond mede aan de wieg van de wereldwijde milieubeweging.

Earthrise, de befaamde foto die astronaut William Anders nam vanuit Apollo 8 in 1968.

Wat Anders beschrijft, staat bekend als het overview effect (overzichtseffect), een besef dat veel astronauten hebben als ze de aarde zien vanuit de ruimte. “Het gaat om een overweldigende ervaring”, vertelt Femke van Horen, marketingonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Astronauten krijgen een groter besef van de schoonheid en kwetsbaarheid van de aarde, en een sterker gevoel van verbondenheid met de natuur – vooral als ze hun eigen land kunnen zien in het groter geheel van de aarde.”
Vaak zetten astronauten zich na terugkomst in voor duurzaamheid, natuur en klimaat. Van Horen onderzoekt of het overzichtseffect ook de mens op aarde tot nieuw inzicht en duurzamer gedrag kan brengen. Stel je voor dat iedereen dat effect kan ervaren, dan hebben we in rap tempo een duurzame samenleving.

Virtuele ruimtereis

Pale Blue Dot: de aarde is slechts een pixel in de zonnestraal rechts. Ruimtesonde Voyager 1 fotografeert de aarde hier op een miljard kilometer afstand.

Iedereen net als de Apollo-astronauten daadwerkelijk het overzichtseffect laten ervaren in de ruimte is onmogelijk, voor de meesten onbetaalbaar en bovendien slecht voor het klimaat. Een raketvlucht stoot minstens 75 ton kooldioxide uit per passagier; dat is meer dan iemand uit de armste miljard mensen op aarde in zijn hele leven uitstoot. Als we alle acht miljard mensen op ruimtereis sturen, lanceren we 600 gigaton CO2 in de atmosfeer: ongeveer zestien keer zoveel als de wereldwijde uitstoot vorig jaar. Van Horen kijkt daarom met collega’s van de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam of je het overzichtseffect ook met een virtuele ruimtereis kunt nabootsen. Ze werkt daarbij samen met de bedrijven Circular Leadership en EarthScapeVR, die met een virtual reality-ervaring (VR) mensen trainen in duurzaam leiderschap.

De VR-video van EarthScapeVR duurt een uur, maar Van Horen en collega’s gebruiken een ingekorte video van zeven of vijftien minuten voor systematisch onderzoek. De proefpersonen krijgen een virtual reality-bril op en kijken naar de 180 graden-video. De video begint met een beeld dat lijkt op Earthrise, vertelt Van Horen. "Als deelnemer zie je eerst de aarde opkomen vanachter de maan. Daarna reis je langzaam door de ruimte. Eerst zie je Europa van dichtbij, daarna zoom je uit en maak je een baan rondom de aarde. Dan valt de duisternis over de aarde en zie je de lichtjes. Uiteindelijk zoom je steeds verder uit, tot je de aarde als een pale blue dot ziet.” Ze verwijst daarmee naar een andere historische foto, genomen in 1990 door ruimtesonde Voyager 1 op zes miljard kilometer van de aarde. Onze planeet is daarop slechts een stipje, een ‘stofvlok zwevend in een zonnestraal’, zoals de Amerikaanse astronoom Carl Sagan het verwoordde.

Meer dan een BBC-natuurfilm

Na de VR-ervaring maakten de deelnemers kans om 25 euro te winnen. Ze kregen de vraag hoeveel ze daarvan zelf zouden houden en hoeveel ze zouden doneren aan Natuurmonumenten. Deelnemers die de korte VR-video van zeven minuten zagen, doneerden evenveel als proefpersonen in twee controlegroepen, die ofwel woordpuzzels over de ruimte oplosten of een VR-video van sterren in het heelal zagen zonder de aarde. Zagen deelnemers de langere VR-video van vijftien minuten, met bovendien muziek en een voice-over, dan waren proefpersonen echter bereid meer te doneren aan de natuurorganisatie dan proefpersonen in alle andere groepen, en voelden ze zich sterker verbonden met de natuur.

Die langere VR-video klinkt als een meeslepende BBC-natuurdocumentaire met de vriendelijke stem van David Attenborough, maar volgens Van Horen doet VR meer dan dat. “Het is alsof je daar op dat moment staat en echt een ruimtereis maakt. Met de VR-bril op kun je 180 of 360 graden rondkijken, je één voelen met de wereld om je heen. Daarnaast is de ruimtereis zelf belangrijk. Pas als we langzaam uitzoomen vanaf de aarde, voelen we dat we er onderdeel van zijn. Je gaat je als mens nietig voelen.” Hoe verder we van de aarde zijn verwijderd, hoe sterker dus de connectie met de natuur, als een kosmische variant van heimwee.

Gedragsverandering

Donaties aan Natuurmonumenten zijn mooi, maar daarmee is het klimaat nog niet gered. De proefpersonen aten nog evenveel vlees en zuivel in de zeven dagen na de VR-video. “Voor gedragsverandering is de VR-ervaring te kort en eetgedrag te complex”, meent Van Horen. Astronauten die het echte overzichtseffect hebben ervaren, gaven in interviews aan dat ze zich na die ervaring meer zijn gaan inzetten voor het milieu, bijvoorbeeld door meer te recyclen en energie te besparen. “Maar dit kan ook komen door andere ervaringen in de ruimte”, merkt Van Horen op. “Met deze interviews kun je geen causaal verband vaststellen. Het echte overzichtseffect in de ruimte heeft ongetwijfeld veel meer impact, en er spelen extra factoren een rol. Als astronaut beleef je het moment bijvoorbeeld met andere astronauten; je praat erover met elkaar.”

Bovendien vliegt een astronaut op het internationale ruimtestation ISS elk anderhalf uur rond de aarde, en kan elke nieuwe aanblik het overzichtseffect versterken. Onze eigen André Kuipers zag in 2004 vanuit het ISS hoe flinterdun de dampkring was die het leven op aarde mogelijk maakt, alsof hij ‘het zo weg kon blazen’. Terug op aarde had hij een nieuwe missie: mensen laten zien hoe mooi en kwetsbaar de aarde is. Hij werd datzelfde jaar nog ambassadeur voor het Wereldnatuurfonds.

Video: André Kuipers heeft inmiddels zelf ook een virtuele ruimtereis voor basisscholieren opgezet. De SpaceBuzz, een bus in de vorm van een raket, bezoekt scholen door heel Nederland om kinderen te leren over de aarde en het heelal. Bron: Youtube, Unity.NU.

Misschien verwachten we te veel van een virtuele ruimtereis om ons gedrag te veranderen. Van Horen vindt het echter nog te vroeg voor die twijfel. “We moeten nog achterhalen welke aspecten cruciaal zijn om gedragsverandering te veroorzaken. Astronauten die vanuit de ruimte bosbranden zien, reageren emotioneel op wat we als mensen de aarde aandoen. Dat gevoel kan het virtuele overzichtseffect zeker teweegbrengen. Het kan mensen bewuster maken van onze kwetsbaarheid: we hebben echt maar één aarde. Dat heeft misschien niet meteen effect, maar kan op langere termijn of als het vaker gedaan wordt meer impact hebben.”

In maart 2012 nam André Kuipers deze foto van de Melkweg met op de voorgrond de dampkring van de aarde, als een dun laagje dat het leven op onze planeet mogelijk maakt.

Terugblik

De Apollo-astronauten schreven ruim zestig jaar geleden niet alleen geschiedenis door vooruit te kijken naar de maan, maar ook door letterlijk terug te blikken op de aarde: voor hen lag het avontuur, achter hen een veilig, maar ook kwetsbaar thuis. De Earthrise-foto van Apollo 8 bracht mede de milieubeweging op gang. Inmiddels kan iedereen via virtual reality in de voetsporen treden van de Apollo-astronauten en de maanmissie van John F. Kennedy. Hopelijk leidt dat ertoe dat iedereen zich wil inzetten voor duurzaamheid, natuur en klimaat, want zoals astronaut William Anders zei op weg naar de maan: onze eigen thuisplaneet is het belangrijkst.

Lees ook de andere afleveringen uit deze serie:

We gaan naar de maan

Stijn Schreven

Alle handen in de lucht

Stijn Schreven

Geld voor een groene wereld

Roel van der Heijden

De kracht van een cultuurclash

Roel van der Heijden

Bronnen

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/er-is-maar-een-aarde/

Kunnen we het ozongat dichten met ozon? (KIJK)

De Verenigde Naties meldden deze week dat het gat in de ozonlaag binnen enkele decennia hersteld zal zijn. Kunnen we dit proces versnellen door er ozon in te spuiten?

In de jaren dertig bleek de hoeveelheid ozon in de hogere luchtlagen kleiner dan verwacht. Verontrustend, vonden wetenschappers, want ozon beschermt het leven op aarde tegen schadelijke ultravioletstraling van de zon. Wetenschappers ontdekten decennia later dat chloorfluorkoolstofverbindingen, ofwel cfk’s, uit spuitbussen en koelkasten belangrijke boosdoeners waren. Een ban op deze chemische stoffen lijkt te werken. Een panel van de Verenigde Naties liet deze week weten dat de ozonlaag naar verwachting tegen 2066 helemaal hersteld zal zijn.

Lees ook:

‘Creatief, maar onzalig’

Goed nieuws, want niet zo lang geleden was er nog een groot probleem. In de jaren tachtig zagen wetenschappers namelijk ieder jaar in september, boven Antarctica, een ‘gat’ in de ozonlaag ontstaan: een plek met een ozonconcentratie onder de 220 ‘Dobson Units’ (een maat voor de hoeveelheid gas in de lucht). Wetenschappers en overheden sloegen alarm. Er moest snel iets gebeuren om het gat te dichten.

Bijvoorbeeld door er ozon in te spuiten? “Dat plan is creatief, maar onzalig”, reageert Maarten Krol, hoogleraar luchtkwaliteit en atmosferische chemie aan Wageningen University & Research. “Het ingespoten ozon zal snel worden vernietigd, net als natuurlijke ozon.” Ozon ontstaat in de hogere luchtlagen waar uv-straling van de zon met zuurstofmoleculen in de lucht botst. De meeste ozon vormt zich boven de tropische gebieden waar veel zonlicht is. “Via luchtcirculatie belandt het uiteindelijk boven Antarctica, waar het ook weer verdwijnt.” Waarom vooral daar?

Ozongat dichten

Omdat het afbreken van ozon sneller verloopt wanneer het op het oppervlak van wolken kan plaatsvinden. Normale wolken belanden niet in de hogere luchtlagen waar veel ozon zit. Die komen daar alleen als het er extreem koud is (78 graden onder nul), zoals boven Antarctica. Dan ontstaan zogeheten parelmoerwolken. Wanneer cfk’s ozon afbreken op het oppervlak van zo’n parelmoerwolk, vormen zich uit de ijskristallen in de wolk weer nieuwe deeltjes die ozon kapot maken. “Je kunt wel meer ozon in de lucht spuiten, maar die kettingreactie zal doorgaan tot vrijwel alle ozon op is. En constant heel veel spuiten is te duur. En gevaarlijk: je wil ozon niet te laag in de atmosfeer hebben, want daar gedraagt het zich als een broeikasgas.”

Wat deden landen dan wel om het ozongat te dichten? De kettingreacties afzwakken. In 1987 werd het Montrealprotocol opgesteld, waarin werd afgesproken om aanzienlijk minder cfk’s uit te stoten. En dat werkt, zo blijkt. Het gat werd in 2000 met een omvang van 29,9 miljoen vierkante kilometer het grootst. “Maar zonder protocol was het gat veel groter geweest”, schrijft de NASA in een persbericht. Sinds 2000 wordt het gat langzaam kleiner en zal de ozonlaag in 2066 waarschijnlijk dus helemaal hersteld zijn.

Deze vraag kon je vinden in KIJK 4/2022.

Ook een vraag voor de rubriek ‘KIJK Antwoordt’? Mail hem naar info@kijkmagazine.nl. En in onze special geven we antwoord op 197 bijzondere, verrassende en boeiende vragen! Bestel hem eenvoudig en snel via onderstaande knop.

Tekst: Laura Bergshoef

Beeld: NASA

The post Kunnen we het ozongat dichten met ozon? appeared first on KIJK Magazine.

https://www.kijkmagazine.nl/science/kunnen-we-het-ozongat-dichten-met-ozon/

Aarde: onleefbaar (Kennislink)

Het aardoppervlak is een grote vlammenzee, bossen branden af en dieren gaan dood. Wanhoop en pessimisme stralen af van sommige tekeningen over de toekomst, gemaakt door bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’. Terecht? “Het ongunstigste scenario is door klimaatbeleid al onwaarschijnlijk geworden.”

Bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’ in de Studio van NEMO Science Museum, te bezoeken tot juni 2023, tekenen hoe zij de toekomst zien in het licht van klimaatverandering. NEMO Kennislink maakt een selectie uit de tekeningen en verkent de kunstwerkjes met een deskundige. In deze aflevering: de planeet staat in brand.

Bosbranden, een dode orka die op zijn rug in de zee drijft, een vrouw met een smeltende aardbol in de handen, een aarde waar de roodgele vlammen vanaf slaan. Het is niet echt een gezellige boel op de tekeningen die sommige bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’ maakten. De ene na de andere tragische gebeurtenis trekt voorbij; het pessimisme spat ervanaf. De tekenaars zien het kennelijk niet goed komen met de toekomst van de planeet en zijn bewoners.

Bekijk een kleine greep uit de toekomsttekeningen via onderstaande slideshow:

Slide

1/5
Een vrouw omhelst een smeltende aardbol en vraagt zich af of er nog hoop is voor de toekomst.
De Studio van NEMO

Slide

1/5

Op televisie en in kranten waren afgelopen zomer veelvuldig beelden te zien van allesvernietigende bosbranden. Vuur staat bovendien symbool voor hitte en opwarming, wat we als groot risico zien voor de leefbaarheid op aarde. Is de vrees dat grote delen van de aarde onleefbaar worden door de opwarming realistisch? “We weten dat klimaatverandering al plaatsvindt en steeds schade zal opleveren, zeker ook voor mensen”, zegt klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren. Hij ontwikkelt aan de Universiteit Utrecht en voor het Planbureau voor de Leefomgeving modellen om verschillende scenario’s van klimaatverandering te verkennen. “Het was niet onmogelijk geweest om een menselijke beschaving te bouwen op een warmere planeet. Het probleem van opwarming is echter dat alles op de verkeerde plek staat. We hebben bijvoorbeeld steden neergezet op zeespiegelniveau. Hierdoor krijgen we te maken met enorme consequenties, die je absoluut moet vermijden.”

Worstcasescenario

‘The human race is probably hopeless’, schreef iemand op een tekening. Begrijpelijk waar dat sentiment vandaan komt. Ondanks pogingen om het gebruik van fossiele brandstoffen aan banden te leggen, neemt de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen nog steeds niet af. Gaat die daling nog op tijd inzetten? “Wat we zien, is dat de stijging in emissies is afgevlakt. Er is iets aan verbetering gaande”, aldus Van Vuuren, die ook meewerkte aan de klimaatscenario’s van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties.

Die kanteling is echter bij lange na niet genoeg om de opwarming van de aarde onder de anderhalve graad of zelfs de twee graden te houden. Als we het huidige beleid doorvoeren, dan zitten we aan het eind van deze eeuw met drie graden opwarming, wat een forse impact gaat hebben. “We verwachten meer extreem weer, wat voor veel mensen last gaat opleveren. Hier in Nederland krijgen we te maken met zeespiegelstijging; in landen als India en Australië kan het door toenemende hitte bijna onmogelijk worden om nog buiten te werken.”

Veel onderzoekers die zich met de impact van klimaatverandering bezighouden, kijken naar het worstcasescenario. “Er is een scenario met de naam RCP8,5, uitgaande van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer. Met dit toekomstbeeld komen we uit op vier graden opwarming aan het eind van de eeuw. Hoewel RCP8,5 inmiddels onwaarschijnlijk is geworden dankzij klimaatbeleid, is het niet onmogelijk.” Veel modelleurs werken nog met dit scenario, omdat ze nog steeds een beeld willen schetsen van de risico’s. Van Vuuren is hoopvol dat we de ergste scenario’s hebben weten te af te wenden. “Maar verdere klimaatverandering moeten we absoluut zo veel mogelijk voorkomen – laat daar geen misverstand over bestaan.”

Toch nog hoop

De klimaatwetenschapper is dus iets minder pessimistisch dan de tekenaars. “Bij een stijging van drie graden krijgen we in Nederland een klimaat dat op dat van Zuid-Frankrijk lijkt. We vinden 35 graden in de zomer erg vervelend, maar in Frankrijk komt het vaker voor. Het probleem is echter zeespiegelstijging, droogte en weersextremen.” Wat betreft die zeespiegelstijging: als het bij één meter blijft, dan kunnen we dijken verhogen. Bij slecht klimaatbeleid zal die stijging anderhalve meter of meer worden en dan wordt het moeilijker, volgens Van Vuuren. “Je moet het snel genoeg doen en er vertrouwen in hebben dat we die klus lang blijven volhouden. Stel dat we in 2050 voorspellingen hebben voor drie meter zeespiegelstijging over honderd jaar. Ga je dan nog besluiten de dijken te verhogen?” Naar het oosten verhuizen is dan wellicht een betere optie. “Maar het is natuurlijk veel beter dat te voorkomen en dat kan nog met scherp klimaatbeleid.”

Op de tekening van de vrouw die een smeltende aardbol omhelst staat: ‘Is there any hope left?’ Ja, er is heus hoop, als het aan Van Vuuren ligt. Mocht de opwarming boven de anderhalve graad uitkomen, dan is het niet plots gedaan met de leefbaarheid op aarde. “Het is ook belangrijk om alternatieve scenario’s te schetsen, waardoor de positieve kanten in beeld komen. Mensen hebben de neiging alleen het negatieve te zien van klimaatbeleid, maar de wereld kan in de toekomst ook superaantrekkelijk worden. Door de elektrische auto’s zal er minder herrie zijn op straat en de luchtverontreiniging afnemen. Hetzelfde geldt ook voor veel andere maatregelen. De transitie is echt mogelijk.”

Lees ook de andere afleveringen uit deze serie:

Technologie als klimaatredder

Mariska van Sprundel

Delen wordt het nieuwe hebben

Mariska van Sprundel

Terug naar de natuur

Mariska van Sprundel

Dieren zijn vrienden, geen voedsel

Mariska van Sprundel

Vrouwen aan de macht

Mariska van Sprundel

Naar planeet B

Mariska van Sprundel

Toekomst vol vraagtekens

Mariska van Sprundel
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/aarde-onleefbaar/

Aarde: onleefbaar (Kennislink)

Het aardoppervlak is een grote vlammenzee, bossen branden af en dieren gaan dood. Wanhoop en pessimisme stralen af van tekeningen over de toekomst, gemaakt door bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’. Terecht? “Het ongunstigste scenario is door klimaatbeleid al onwaarschijnlijk geworden.”

Bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’ in de Studio van NEMO Science Museum, te bezoeken tot juni 2023, tekenen hoe zij de toekomst zien in het licht van klimaatverandering. NEMO Kennislink maakt een selectie uit de tekeningen en verkent de kunstwerkjes met een deskundige. In deze aflevering: de planeet staat in brand.

Bosbranden, een dode orka die op zijn rug in de zee drijft, een vrouw met een smeltende aardbol in de handen, een aarde waar de roodgele vlammen vanaf slaan. Het is niet echt een gezellige boel op de tekeningen die bezoekers van de tentoonstelling ‘Energy Junkies’ maakten. De ene na de andere tragische gebeurtenis trekt voorbij; het pessimisme spat ervanaf. De tekenaars zien het kennelijk niet goed komen met de toekomst van de planeet en zijn bewoners.

Bekijk een kleine greep uit de toekomsttekeningen via onderstaande slideshow:

Slide

1/5
Een vrouw omhelst een smeltende aardbol en vraagt zich af of er nog hoop is voor de toekomst.
De Studio van NEMO

Slide

1/5

Op televisie en in kranten waren afgelopen zomer veelvuldig beelden te zien van allesvernietigende bosbranden. Vuur staat bovendien symbool voor hitte en opwarming, wat we als groot risico zien voor de leefbaarheid op aarde. Is de vrees dat grote delen van de aarde onleefbaar worden door de opwarming realistisch? “We weten dat klimaatverandering al plaatsvindt en steeds schade zal opleveren, zeker ook voor mensen”, zegt klimaatwetenschapper Detlef van Vuuren. Hij ontwikkelt aan de Universiteit Utrecht en voor het Planbureau voor de Leefomgeving modellen om verschillende scenario’s van klimaatverandering te verkennen. “Het was niet onmogelijk geweest om een menselijke beschaving te bouwen op een warmere planeet. Het probleem van opwarming is echter dat alles op de verkeerde plek staat. We hebben bijvoorbeeld steden neergezet op zeespiegelniveau. Hierdoor krijgen we te maken met enorme consequenties, die je absoluut moet vermijden.”

Worstcasescenario

‘The human race is probably hopeless’, schreef iemand op een tekening. Begrijpelijk waar dat sentiment vandaan komt. Ondanks pogingen om het gebruik van fossiele brandstoffen aan banden te leggen, neemt de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen nog steeds niet af. Gaat die daling nog op tijd inzetten? “Wat we zien, is dat de stijging in emissies is afgevlakt. Er is iets aan verbetering gaande”, aldus Van Vuuren, die ook meewerkte aan de klimaatscenario’s van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties.

Die kanteling is echter bij lange na niet genoeg om de opwarming van de aarde onder de anderhalve graad of zelfs de twee graden te houden. Als we het huidige beleid doorvoeren, dan zitten we aan het eind van deze eeuw met drie graden opwarming, wat een forse impact gaat hebben. “We verwachten meer extreem weer, wat voor veel mensen last gaat opleveren. Hier in Nederland krijgen we te maken met zeespiegelstijging; in landen als India en Australië kan het door toenemende hitte bijna onmogelijk worden om nog buiten te werken.”

Veel onderzoekers die zich met de impact van klimaatverandering bezighouden, kijken naar het worstcasescenario. “Er is een scenario met de naam RCP8,5, uitgaande van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer. Met dit toekomstbeeld komen we uit op vier graden opwarming aan het eind van de eeuw. Hoewel RCP8,5 inmiddels onwaarschijnlijk is geworden dankzij klimaatbeleid, is het niet onmogelijk.” Veel modelleurs werken nog met dit scenario, omdat ze nog steeds een beeld willen schetsen van de risico’s. Van Vuuren is hoopvol dat we de ergste scenario’s hebben weten te af te wenden. “Maar verdere klimaatverandering moeten we absoluut zo veel mogelijk voorkomen – laat daar geen misverstand over bestaan.”

Toch nog hoop

De klimaatwetenschapper is dus iets minder pessimistisch dan de tekenaars. “Bij een stijging van drie graden krijgen we in Nederland een klimaat dat op dat van Zuid-Frankrijk lijkt. We vinden 35 graden in de zomer erg vervelend, maar in Frankrijk komt het vaker voor. Het probleem is echter zeespiegelstijging, droogte en weersextremen.” Wat betreft die zeespiegelstijging: als het bij één meter blijft, dan kunnen we dijken verhogen. Bij slecht klimaatbeleid zal die stijging anderhalve meter of meer worden en dan wordt het moeilijker, volgens Van Vuuren. “Je moet het snel genoeg doen en er vertrouwen in hebben dat we die klus lang blijven volhouden. Stel dat we in 2050 voorspellingen hebben voor drie meter zeespiegelstijging over honderd jaar. Ga je dan nog besluiten de dijken te verhogen?” Naar het oosten verhuizen is dan wellicht een betere optie. “Maar het is natuurlijk veel beter dat te voorkomen en dat kan nog met scherp klimaatbeleid.”

Op de tekening van de vrouw die een smeltende aardbol omhelst staat: ‘Is there any hope left?’ Ja, er is heus hoop, als het aan Van Vuuren ligt. Mocht de opwarming boven de anderhalve graad uitkomen, dan is het niet plots gedaan met de leefbaarheid op aarde. “Het is ook belangrijk om alternatieve scenario’s te schetsen, waardoor de positieve kanten in beeld komen. Mensen hebben de neiging alleen het negatieve te zien van klimaatbeleid, maar de wereld kan in de toekomst ook superaantrekkelijk worden. Door de elektrische auto’s zal er minder herrie zijn op straat en de luchtverontreiniging afnemen. Hetzelfde geldt ook voor veel andere maatregelen. De transitie is echt mogelijk.”

Lees ook de andere afleveringen uit deze serie:

Technologie als klimaatredder

Mariska van Sprundel

Delen wordt het nieuwe hebben

Mariska van Sprundel

Terug naar de natuur

Mariska van Sprundel

Dieren zijn vrienden, geen voedsel

Mariska van Sprundel

Vrouwen aan de macht

Mariska van Sprundel
https://www.nemokennislink.nl/publicaties/aarde-onleefbaar/

De strijd tegen de opwarming van de aarde versterkt door de cloud (Duurzaam Actueel)

In de toekomst, maar ook nu speelt de cloud een belangrijke rol bij het begrijpen van klimaatverschijnselen. Door grote en kleine onderzoeksorganisaties en bedrijven toegang te geven tot krachtige computer- en machine-leeroplossingen (ML), kunnen zij gemakkelijker en beter onderzoek doen naar de oplossingen om de opwarming van de aarde te bestrijden en de gevolgen ervan te beperken.

https://duurzaam-actueel.nl/wp-content/uploads/cloud-aws.jpg

Philippe Demaison, Sustainability Ambassadeur bij AWS

Technologie brengt nieuwe hoop

Klimaatverandering is steeds meer zichtbaar. Orkanen, branden en overstromingen teisteren onze planeet in steeds sterkere mate. Hoewel het van cruciaal belang is de oorzaken van de klimaatverandering te bestrijden, is het net zo belangrijk de gevolgen ervan te beperken door de dreiging van natuurrampen zo vroeg mogelijk op te sporen. Dit vereist een dieper inzicht in klimaatverschijnselen. Wetenschappers werken hieraan door grote hoeveelheden data te analyseren met behulp van geavanceerde wiskundige modellen, die nog verder kunnen worden verbeterd. Technologische vooruitgang op het gebied van high performance computing en machine learning (ML), met behulp van de cloud, biedt nieuwe mogelijkheden.

Aerosolen kunnen de beschermende rol van wolken versterken en broeikaseffect compenseren

Klimatologie is een complex begrip, onderhevig aan veel verschillende elementen. Wolken spelen een cruciale rol in deze complexe mix, door hun invloed op de temperatuur op aarde. Op grote hoogte bevorderen wolken de opwarming, terwijl ze dichter bij de grond de temperatuur verlagen door zonnestralen in de ruimte terug te kaatsen. De opstelling van wolken wordt beïnvloed door een aantal onzekerheden, met name de interactie tussen wolken en aerosolen. Twee wetenschappers van de Universiteit van Oxford, Philip Stier (hoogleraar atmosferische fysica) en Duncan Watson-Parris (onderzoeker), gebruiken de Cloud en Machine Learning om de invloed van aerosolen op wolken te bestuderen. De condensatie van vocht tot fijne druppeltjes, die door aerosolen wordt vereenvoudigd, stelt wolken beter in staat om zonnestralen te weerkaatsen. Dit verschijnsel heeft een verkoelende werking, wat het broeikaseffect kan compenseren. De wetenschappers kozen een relatief weinig vervuild zeegebied als proefomgeving om de sporen te analyseren die scheepsuitlaatgassen door aerosolen in de wolken achterlaten. Aangezien het beperkte aantal sattelietbeelden zich niet leent voor precieze statistische modellen, gebruikten de onderzoekers ML-algoritmen om petabytes aan beelden van scheepssporen te doorzoeken. Het model kan vervolgens worden uitgebreid en buiten het maritieme domein worden toegepast om de rol die aerosolen te spelen in de strijd tegen opwarming te verhelderen.

Vroege opsporing van klimaatrampen maakt sneller besluit voor bestrijding mogelijk

Bij de bestrijding van de gevolgen van klimaatrampen is tijd van essentieel belang. Een bosbrand die in de eerste minuten wordt ontdekt, kan met weinig middelen snel onder controle worden gebracht. Hoe langer het duurt om in te grijpen, des te moeilijker de taak. Een van de eerste bestrijdingsmanieren tegen klimaatrampen is het opzetten van voorspellende systemen. De nauwkeurigheid en effectiviteit van deze systemen hangen af van de snelheid waarmee data – grotendeels afkomstig van satellieten maar ook van sensoren op de grond of in de lucht – wordt verzameld en verwerkt. Vroeger moest men investeren in dure grondstations voor dergelijke voorspellende systemen, maar dankzij de cloud hoeft dat niet meer. Dankzij volledig beheerde diensten kunnen bedrijven met eigen satellieten hun gegevens met een zeer lage latentie naar de aarde overbrengen, verwerken en hun cloudgebaseerde activiteiten opschalen zonder een eigen infrastructuur te hoeven bouwen en beheren. De antennes bevinden zich op dezelfde plaats als het datacentrum voor deze diensten. De satellietbeelden kunnen dan gemakkelijk worden geëxploiteerd door voorspellende systemen op basis van ML-algoritmen. Hoewel steeds bedrijven ML invoeren, beschikken zij niet altijd over de nodige vaardigheden. Ontwikkelaars en datawetenschappers kunnen echter hun voordeel doen met ML door gebruik te maken van de reeks oplossingen die cloudproviders aanbieden voor de bouw en ontwikkelingen van modellen.

Het opstellen van modellen voor klimaatverschijnselen vereist een rekencapaciteit die alleen nationale onderzoeklaboratoria, of laboratoria die over aanzienlijke financiële middelen beschikken, zich kunnen veroorloven. De Cloud maakt het nu mogelijk om high performance computing en Machine Learning breder toe te passen en zo actief deel te nemen aan de strijd tegen de klimaatverandering.

Kijk voor meer informatie op website van AWS.

 

Het bericht De strijd tegen de opwarming van de aarde versterkt door de cloud verscheen eerst op Duurzaam Actueel.

https://duurzaam-actueel.nl/de-strijd-tegen-de-opwarming-van-de-aarde-versterkt-door-de-cloud/