MAG DAT: een sigaretje opsteken tijdens een wandeling door het bos? (indebuurt Bergen op Zoom)

Stel: je hebt de auto net geparkeerd bij Landgoed Lievensberg en begint aan een relaxte wandeling door het bos. Het zonnetje schijnt lekker, je bent gezellig op stap met je partner en de sfeer is goed. Om het gevoel compleet te maken, pak je uit je binnenzak een sigaret. Maar wacht eens, mag je in het bos bij Bergen op Zoom eigenlijk wel roken?

Het antwoord is: ja en nee. “Dat meen je niet. Waarom moet het nou weer zo ingewikkeld zijn? Ik wil gewoon weten of ik die peuk kan opsteken of niet.” Dat snappen we en daarom gaan we het eens heel goed voor je uitleggen.

Nee, niet roken in het bos van Bergen op Zoom

Onze gemeente is heel duidelijk over roken in het bos. Het is volgens de Bergse wet in elk geval verboden om te roken in de bossen als de brandweer fase 2 heeft afgekondigd. Dat zie je vaak in droge periodes en betekent dat de kans op een natuurbrand groter is dan normaal. Je denkt nu: yes, als er dus sprake is van de veilige fase 1, mag ik wel roken. Is dat zo?

(Bericht gaat verder onder foto)

https://media.indebuurt.nl/bergenopzoom/2021/01/25161302/IMG_1721-Large-1024x683.jpg

Foto: Jurgen Kwisthout

Geen as op de grond laten vallen

Zo makkelijk is het natuurlijk niet. Officieel is het niet helemaal verboden om een peuk op te steken tijdens je wandeling, maar de wet vertelt ons ook dat je in het bos geen brandende of smeulende dingen op de grond mag laten vallen, gooien of laten liggen.

Tja. Je wordt er denk ik niet heel blij van om de as van je sigaret op te vangen in je hand of keurig netjes af te tikken in een bakje. Nee, inderdaad. Ook gooien de meeste mensen hun sigaret het liefst weg zonder dat-ie goed is uitgedrukt. Mag je een goed uitgedrukte sigaret dan wel in het bos laten liggen? Nee, sufferd. De boete voor rommel op straat gooien bedraagt dik 150 euro. Dat zijn meer dan 15 pakjes sigaretten. Roken in het bos? Niet doen dus. Geniet vooral van een ontspannen wandeling en een goed gesprek.

Lees meer:

The post MAG DAT: een sigaretje opsteken tijdens een wandeling door het bos? appeared first on indebuurt Bergen op Zoom.

https://indebuurt.nl/bergenopzoom/genieten-van/mysteries/mag-dat-een-sigaretje-opsteken-tijdens-een-wandeling-door-het-bos~130862/

Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) (Vrij Nederland)

Moest er een mantype worden aangewezen dat de huidige cultuur het best verzinnebeeldt, dan is de lumbersexual waarschijnlijk de juiste keuze. De term is in Nederland niet erg bekend, terwijl hij toch al een paar jaar in omloop is. Hij verdient de aandacht, want de lumbersexual (of vernederlandst: lumberseksueel) is diep doorgedrongen in de mainstream. Met zijn baard en zijn tatoeages, zijn geruite flanellen overhemd en zijn bootcut jeans bemant hij straten, cafés en parken. Hij is een bonafide standaard geworden – in elk geval voor mannen boven de vijfentwintig (daaronder overheerst de joggingbroek met sportschoenen als kostuum).

Gaat er geen belletje rinkelen, dan voldoet een blik op het Instagramaccount @lumbersexual, alwaar bebaarde, getatoeëerde, vaak gespierde en soms geheel ontblote mannen poseren. Het liefst in de natuur (bos, beek) en in de nabijheid van een dier (hond, maar gans mag ook). En van cabins, houtvuurtjes, kano’s en vishengels. Dit is een uiterste, natuurlijk, een ideaalplaatje ter inspiratie. Met baard en bierbuik in een werkmansjasje is de vibe ook al goed. Met een barbecue of een boswandeling in boots. Het gaat om het uitdrukken van je identiteit met een aantal lumberseksuele kenmerken, waarvan gezichtshaar het belangrijkste is.

De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel.

De baard kenden we al van de hipster, maar de lumberseksueel is net wat anders. Hij verlegt de hipsterstijl naar een ruigere, stoerdere versie. Zonder echt ruig en stoer te hoeven zijn, het is hoofdzakelijk een verbeelding ervan. De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel, zoals we rond de eeuwwisseling mannen noemden die veel deden aan uiterlijke verzorging. Gladde, haarloze en welriekende mannen die niet bang waren een beetje vrouwelijk over te komen.

De lumberseksueel is een houthakkersversie hiervan (het woord komt van lumberjack, wat houthakker betekent). Hij doet zich mannelijker voor, maar mag op eenzelfde manier met zijn uiterlijk bezig zijn: ‘grooming’ is een van de trefwoorden op @lumbersexual. Er hoort olie in de baard en gel in het haar, uit een alfamannelijk vormgegeven potje. En net als zijn voorganger speelt de lumberseksueel (al dan niet bewust) met genderstereotypen.

Queer look

Dat leverde hem een beschuldiging van culturele toe-eigening op. Journalist Tim Teeman schreef in 2014 dat heteromannen hem zo wel erg deden denken aan de bears en cubs van de homoscene. ‘Eerst kwamen de hetero’s voor de gladde, mooie gay look,’ – de metroman – ‘en nu komen jullie voor onze harige broeders.’ In een interview met de Huffington Post vertelt Teeman dat het ruitenshirt-met-spijkerbroek-tenue al decennia een manier is voor mannen om te seinen dat ze homo zijn. Daardoor wist Teeman andere homo’s te herkennen toen hij in de jaren tachtig net uit de kast was gekomen.

Maar de queer look die Teeman beschrijft was zelf natuurlijk ook een speelse toe-eigening van een hypermannelijk uniform. Dat uniform is terug te leiden tot Paul Bunyan, een geliefde houthakkende reus uit de Amerikaanse folklore. Google het maar eens: op afbeeldingen draagt Bunyan standaard een ruitenhemd, een spijkerbroek en een dikke baard. (En in veel gevallen zelfs een beaniemuts. Hoe 21ste-eeuws kun je het hebben?)

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven.

Bunyan representeert voor Amerikanen het ouderwetse houthakkersleven. Het is makkelijk je daarbij allerlei romantische voorstellingen te maken, maar de vroegere houthakkers waren geenszins te benijden. Ze bevonden zich ‘op de bodem van de kapitalistische economie,’ schrijft historicus Willa Brown in The Atlantic. Het was hard werken voor weinig geld en zonder perspectief. De houthakkers hadden, in tegenstelling tot de lumberseksueel, weinig op met de natuur: die was voor hen levensgevaarlijk, met omvallende bomen en bosbranden. Ze waren er doodsbang voor.

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven. We dromen van rondtrekken in een busje (#VanLife), het bewonen van hutjes en yurts en tiny houses. Een paar jaar terug was het onder rijkelui in Silicon Valley een trend om ongefilterd water drinken.

Mannelijkheidscrisis

Het opmerkelijke aan de lumberseksueel is zijn volharding, vooral wat de baarden betreft. Gewoonlijk nemen de early adopters een nieuwe afslag zodra hun trend mainstream wordt. Voor de baard zou dat rond 2013 moeten zijn geweest. Toen constateerde het voorwaartse magazine Fantastic Man dat de baard de ‘one-size-fits-all mask of choice voor alle mannen boven de achttien’ was geworden. Tijd om te scheren, dus. ‘It is time for the new!’

Sindsdien is de baard nog veel verder genormaliseerd − zelfs Willem-Alexander heeft er een laten staan, en nóg is niemand geneigd hem af te scheren. De lumberseksuele behoefte zit blijkbaar diep.

Het is ook geen trend meer te noemen, eerder een toestand van de moderne man. Waarom die nu heerst? Historicus Willa Brown ziet het antwoord in ‘de mannelijkheidscrisis’. Toen de houthakkersmythe werd uitgevonden, een dikke eeuw geleden, heerste net als nu de gedachte dat de man in crisis was. Destijds had men het over neurasthenie, een soort mannelijke vorm van hysterie.

Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur.

Waar vrouwen werd geadviseerd uit te rusten, moesten mannen hun vitale krachten terugvinden in de wijde natuur. Nu zit de crisis in de afschaffing van de traditionele mannenrol, als kostwinner en gezinshoofd. ‘Het is erg toepasselijk dat overwegend witte, jonge, stedelijke middenklasse mannen een symbool oppikken dat ooit is uitgevonden door mannen zoals zijzelf,’ schrijft Brown.

Buitenbehoefte

Maar volgens mij zitten er nog andere, sterkere gevoelens achter, die juist dit coronajaar zijn uitvergroot. Zoals ons snakken naar natuur. De plaatjes op @lumbersexual van hutjes in de sneeuw en blote billen in koud natuurwater drukken een verlangen uit dat al vóór de pandemie wijdverspreid was. Vorig jaar is eens te meer duidelijk geworden hoe onwenselijk dicht we op elkaar zitten, en na maanden opsluiting willen we weg van de schermen die alomtegenwoordig zijn. Naar buiten.

Vanzelfsprekend is dat verlangen niet aan mannen voorbehouden. Vrouwen geven uitdrukking aan lumbergevoelens met kabeltruien en hippe outdoorwear, of gewoon met het Bunyan-uniform in een kleinere maat. De buitenbehoefte is ook merkbaar aan de interieurs die we vullen met planten, dierenvellen en ruwe houten meubels. De lumberseksueel lijkt me eerder een reactie op het stedelijke dan op het feminiene aspect van de metroseksueel. Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur. Op een gecontroleerde en verzorgde manier, dat wel.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.
Timmerhout

Het thuiswerken maakt deze voorkeur des te logischer. De opkomst van de lumberseksueel wordt wel gelinkt aan de kredietcrisis van 2008, waarna veel jonge mensen zonder werk kwamen te zitten, of met een ‘nieuwgevonden professionele vrijheid’ (ze werden zzp’er). Met meer thuiswerkende mensen werd het dragen van informele, outdoorsy kleding gangbaarder. Het wakkerde ook de hedendaagse zoektocht naar authenticiteit aan. Naar iets wat echt voelt in deze onbegrijpelijke geglobaliseerde wereld vol bullshit jobs. Iets als timmerhout, dat je kan aanraken, bewerken, in bouwsel of brandstof kan omzetten.

De authenticiteit van de lumberseksueel zelf is natuurlijk twijfelachtig. (‘Je wilt toch niet dat een man speelt dat hij ruig is, wanneer hij dat niet echt is,’ zegt Tim Teeman. ‘Dat is wel het minst sexy dat een gozer kan doen.’) Maar het verlangen lijkt me onvervalst, en vast niet slecht voor de wereld.

Het bericht Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/baard-lumbersexual/

Karlijn reist in deze hectische tijden door de VS: ‘Dit land staat op het punt over te koken’ (VIVA)

Karlijn van Houwelingen (32) is correspondent van het AD en zeven regionale kranten in de Verenigde Staten. Bijna dagelijks brengt ze nieuws en achtergronden vanuit een politiek verscheurd land in hectische tijden. ,,Ik heb altijd de lezer in mijn achterhoofd: wat zou die willen en moeten weten van wat zich hier afspeelt?”

In samenwerking met het AD

Is er nog hoop in Amerika? Correspondent Karlijn van Houwelingen reist in aanloop naar de verkiezingen dwars door het land, naar tien plaatsen die Hope heten. Vandaag deel 1: Hope, Maine. ‘Dit land staat op het punt over te koken.’

Rampzomer

Amerika smacht naar troostvoedsel. Barbecuevlees, kaasmacaroni – het vliegt de keuken van chef Andrew Bridge uit. Dat komt, denkt hij, omdat zo’n bord langzaam gerookte runderborst je in crisistijd het idee geeft dat alles normaal is. De VS beleefde een rampzomer. En toch, terwijl coronarecords werden gebroken en horecabaas na horecabaas ermee stopte, opende Bridge hier in Maine stoïcijns de deuren van zijn eerste eigen restaurant. Bij Station 118, gevestigd in een oud benzinestation, stond op dag één een rij tot om de hoek. De verwachte omzetcijfers worden naar verluidt continu gebroken. Er zijn al plannen voor meer vestigingen, het liefst langst de hele oostkust van de VS.

,,Ik denk niet zoals een normaal mens. Als de pandemie erger wordt, maak ik me wel zorgen als het zover is’’, zegt Bridge als hij de rookoven vol varkensvlees en kippendijen even met rust kan laten. Volhouden, en je vooral niet druk maken om dingen waar je geen controle over hebt – zo kun je in het gehavende Amerika van vandaag nog steeds vooruit komen, daar is hij van overtuigd.

,,Misschien heb ik het mis, al heb ik flink wat gereisd. Ik denk dat dit een van de beste landen in de wereld is. Er is een overvloed aan kansen, enorme diversiteit aan mensen, diversiteit aan ruimte – je vindt hier elk klimaat, van besneeuwde bergen tot regenwoud en woestijn. En het ligt eigenlijk allemaal voor het grijpen, als je bereid bent hard te werken, vastberaden bent, en niet luistert naar wat andere mensen zeggen.’’

Andrew Bridge (42) woont in Hope, een dorpje in kuststaat Maine. Het is mijn eerste halte op een wekenlange reis door 23 staten die ik Project Hope heb genoemd. De afgelopen maanden schreef ik zoveel deprimerende verhalen over de VS dat ik, met de verkiezingen op komst, wil weten of de Amerikanen er net zo zwaarmoedig van zijn geworden als ik. Bovendien, de eerste branden in het westen kondigen wéér een apocalyptisch bosbrandenseizoen aan, de democratie en rechtsstaat staan onder grote druk. De VS werd al geregeerd door het grote geld, de regering Trump is nu bezig van de overheid een veredelde dependance van zijn vastgoedbedrijf te maken.

Humeur

Hoe is het humeur van de Amerikanen, nu de pandemie maar slachtoffers blijft maken en het virusleed gepaard gaat met armoede? Wat doet het met ze, de tv die brandende winkelpanden en plunderaars toont? Hebben ze nog hoop voor de toekomst van de VS? Het was altijd zo’n optimistisch land, waar het enthousiasme niet op kon. Als het je ergens niet zinde, of je had jammerlijk gefaald, dan pakte je gewoon je spullen en trok je westwaarts, nieuwe kansen achterna. Klopt dat beeld nog? Het antwoord op de vragen zoek ik in tien steden en dorpen met de goedgemutste naam Hope, symbolen van het optimisme van de eerste bewoners.

Ze liggen overwegend in plattelandsgebieden, plekken waar Donald Trump zijn meest gedreven aanhangers vindt. Ongeveer een derde van de Amerikanen woont buiten steden. Trump heeft zijn presidentschap nadrukkelijk in het teken gezet van hun leefwijze. De grote stad is in zijn retoriek een wetteloos oord vol gevaar en Democraten. Hoe kijken de bewoners van small town USA naar ‘hun’ president, nu zijn regeertermijn eindigt met diepe crisis?

Hoop?

In een van de meest hopeloze weken in de moderne Amerikaanse geschiedenis pak ik mijn spullen. In Kenosha, Wisconsin, vallen twee doden als een gewapende tiener met sympathie voor Trump twee linkse betogers neerschiet. Een paar dagen later doodt een linkse demonstrant in Portland met zijn vuurwapen een rechtse tegenbetoger. Door sommige steden lopen gewapende milities, burgers vechten hun politieke meningsverschillen uit op straat. Het reisschema lijkt even heel futiel. Hoop? Het land valt uit elkaar.

Psychologenvereniging APA meldt dat de ‘collectieve mentale gezondheid’ van het Amerikaanse volk flinke klappen heeft gekregen. Maar liefst acht op de tien Amerikanen ervaart stress vanwege zorgen over de toekomst van het land. Het land waar het altijd groter, beter en meer kon, is pessimistisch geworden. Zelfs New York, baken van onverstoorbaarheid, is vergeven van verhuiswagens. Geschrokken inwoners trekken in de pandemie naar veiliger, minder dichtbevolkte oorden.

Ik sluit me met fotograaf Sergio Avellaneda tijdelijk bij die uittocht aan als we naar de schilderachtige kuststaat Maine rijden. We volgen de rotsachtige kustlijn naar het noorden, langs vuurtorentjes en vissersdorpjes die onzichtbaar blijven vanaf de hoofdsnelweg naar de Canadese grens. Zodra we de afslag richting Hope nemen verschijnen Trump-vlaggen en Trump-bordjes in de berm, soms in een visuele strijd met de Biden-bordjes van de buren. De Trumpisten winnen. In de bossen rond Hope is op een enkele boom een bordje gespijkerd waarop iemand met onvaste hand ‘Black Lives Matter’ heeft geschilderd.

Circusolifanten met artritis

Hope is een creatief, ondernemend dorp, zeggen de bewoners. Een van hen bouwt doedelzakpijpen, een ander restaureert antieke brandweerwagens. Een lokale dierenarts besloot een jaar of acht geleden een opvang in te richten voor twee gepensioneerde circusolifanten met artritis, Rosie en Opal. Het werd het einde van dokter Laurita (56). Hij struikelde in het olifantenhok en stikte toen een van de ruim 3000 kilo zware dames op zijn borst stapte. Hope Elephants bestaat niet meer. Er is wel een winkel die al sinds 1832 op dezelfde plek staat. Als je een vintage rode pickuptruck met ‘HOPE’ op de nummerplaat voorbij ziet rijden weet je: daar gaat de brandweercommandant.

,,De mensen hier hebben een sterke band, ongeacht aan welke kant van het politieke spectrum ze staan’’, zegt Heidi Kelley (37), thuisblijfmoeder van twee, en tijdelijk thuisonderwijzer nu de school van haar oudste mondkapjes verplicht en schooltijden heeft ingekort (‘het leek me nogal overweldigend, voor een 5-jarige’). De inwoners houden hun nauwe band graag in stand, dus politiek is niet toegestaan in de dorpsgroep op Facebook.

De overbuurman van Heidi Kelley kwam beleefd vragen wat ze ervan dacht, toen hij een Trump-bordje in de berm had gezet. Hij woont hier net en wilde niet dat het scheve gezichten zou geven. ,,Ik voel me soms een soort vredesstichter’’, vertelt Heidi. ,,Mijn familie is heel conservatief, en ik heb veel vrienden aan de andere kant van het politieke spectrum.”

Bijbelse waarden

De buurman hoefde zich overigens geen zorgen te maken. Ze stemde zelf in 2016 ook op Trump, en is van plan dat in november weer te doen. Niet dat ze nou zo’n fan is van de persoon Donald Trump, maar ze ziet in hem de man die Bijbelse waarden leidend maakt, door bijvoorbeeld pogingen om abortus in te perken te steunen. Haar geloof is belangrijk. Het bestrijden van buitensporig politiegeweld tegen zwarte landgenoten ook, vindt ze. ,,Maar ik wil niet zomaar ergens in meegaan om sociale status te verkrijgen. Als ik dingen op sociale media zou zetten, of een bord zou ophangen, vind ik dat het ook waar en duidelijk moet zijn in mijn leven.’’

Op de muur van de tweehonderd jaar oude schuur naast haar huis heeft Heidi Kelley een paar jaar geleden wel met kerstlichtjes het woord ‘hope’ gevormd. Omdat ze in Hope woont, en omdat het hier over een paar weken om vier ’s middags al donker is. Dan kunnen voorbijgangers wel een beetje hoop en licht gebruiken. In het dunbevolkte noorden van de VS moet je het samen zien te rooien.

Standvastig

,,De mensen in Maine, wat hun politieke voorkeur ook is, zijn wat realistischer’’, zegt chef Andrew Bridge. ,,Over een paar maanden wordt het hier koud en donker en heel stil. We zijn mentaal en emotioneel standvastig, dat maakt het mogelijk om het hier vol te houden.’’

We ontmoeten hem om zes uur ’s ochtends, als hij luistert naar De Goelag Archipel, een audioboek over Sovjet-strafkampen, terwijl hij varkensschouders marineert. Later op de dag heeft hij geen tijd. Aan het eind van de middag gaat hij naar bed, om rond twee uur ’s nachts op te staan zodat zijn klanten voor de lunch vers gerookt vlees van lokale boeren kunnen bestellen.

De inwoners van Maine zijn lokaal geteeld voedsel meer gaan waarderen, nu veel grenzen dicht zijn en de bevoorrading van grote supermarktketens lang te wensen over liet, merkt Ron Howard (66). Hij heeft de leiding op de bosbessenboerderij van de familie Brodis, die hier al zes generaties wilde bessen oogst. Wilde bosbessen zijn zoeter, gezonder en gevarieerder dan geteelde neefjes. Om de struiken te onderhouden gebruikt Howard technieken die de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika duizenden jaren geleden ontwikkelden.

Zijn schoonmoeder verhandelt elke zomer vers geoogste bessen vanuit haar huis. Maar nu een nieuw virus door het land waart leek dat geen goed idee, zoveel bezoekers over de vloer, en plukkers die in oma’s badkamer naar de wc gaan. Zo kwam het dat ook de familie Brodis juist in dit crisisjaar grote stappen heeft gezet. Vooraan op de heuvel waar de bessen groeien staat een gloednieuw winkel- en sorteerpand.

Directe verkoop aan de bewoners van Hope en omgeving moet de bessenboerderij overeind houden nu restaurants veel minder bessentoetjes verkopen. Handelaren betaalden al steeds minder voor wilde bosbessen. Ze importeren gecultiveerde bessen uit China of Mexico. ,,Veel wilde bosbessenboeren zijn ermee gestopt’’, vertelt Howard. ,,Ze kunnen maar krap een maand per jaar bessen oogsten, terwijl de bessenimport uit de rest van de wereld het hele jaar doorgaat.’’

Zorgen

Invoertarieven op buitenlandse bessen, dat zou kunnen helpen, in zijn ogen. Trump probeerde met zulke importbelastingen de afgelopen jaren verschillende Amerikaanse industrieën een steuntje in de rug te geven, tot schrik van veel voorvechters van vrijhandel. De president heeft hard gewerkt om Amerikaanse bedrijven te steunen, vindt Howard.

,,Maar we zijn hier in Maine juist de mogelijkheid om naar China te exporteren kwijtgeraakt, omdat er in de handelsoorlog gewoon minder schepen die kant op gaan. Dat raakt ons. Ik zou ongeveer dezelfde dingen gedaan willen zien, maar dan op een meer ordelijke manier, in plaats van zo’n klap met de hamer.’’ Daarom denkt hij toch voor Biden te stemmen. ,,Ik denk gewoon dat het riskant is, Trump als president. Hij zegt de verkeerde dingen op de verkeerde momenten.’’

Ron Howard maakt zich zorgen over zijn kleinkinderen van 13, 10 en 8. Ze missen onderwijs en sociale contacten, omdat ze lang niet naar school zijn geweest vanwege het virus. Toen het net opkwam dacht hij nog dat alle maatregelen een tikje overdreven waren. Dat gevoel is verdwenen sinds hij hoorde over een bruiloft in het zuiden van Maine waar in augustus bijna de helft van de gasten besmet raakte. Het leidde tot zeker 175 infecties en zeven sterfgevallen.

,,Ik verwacht een heel zwaar 2021’’, sombert Howard. Het virus verdwijnt niet zomaar, denkt hij. En meer economische problemen kan de familie Brodis niet gebruiken – als de bevolking van Hope en omgeving minder te besteden heeft worden met de hand geoogste wilde bosbessen al snel van de boodschappenlijstjes geschrapt.

Andrew Bridge maakt zich niet vaak zorgen, maar alle politieke spanningen zitten hem ook dwars. ,,Ik wil gewoon dat mensen met elkaar kunnen opschieten. We zijn op het punt dat mensen neergeschoten worden om hun politieke standpunten, of in elkaar geslagen omdat ze op mannen of vrouwen vallen.’’

Zijn zakenpartner, Troy Crane, laat het woord ‘burgeroorlog’ vallen, als de twee een moment pauze nemen op het terras van hun restaurant. ,,Iedereen staat met zijn vuisten omhoog’’, ziet Bridge. ,,Het land staat op het punt over te koken, mensen zijn waakzaam, gewapend en klaar om te vechten.’’

Het is dat hopeloos bedorven politieke klimaat dat maakt dat barbecuechef Bridge ook in het ogenschijnlijk zo saamhorige, bloeiende Hope vrijwel niemand meer vertelt op wie hij straks stemt. ,,Als ondernemer zou je wel gek zijn’’, zegt hij. De ene klant staat hier in de rij in een Trump-shirt, de volgende met Biden-logo op de borst. Hij wil alleen kwijt dat hij beide kampen ‘krankzinnig’ vindt, en niemand op het stembiljet ziet echt het beste voor heeft met het Amerikaanse volk. ,,Maar zelfs als ik zeg dat ik van allebei een beetje goed vind, kan ik zo een steen door een ruit krijgen.’’

Correspondent Karlijn van Houwelingen reist voor het AD in aanloop naar de verkiezingen dwars door het land, naar tien plaatsen die Hope heten. Tot aan de verkiezingen op 3 november, vind je iedere week haar intrigerende verhalen (ook) op onze website.

Het bericht Karlijn reist in deze hectische tijden door de VS: ‘Dit land staat op het punt over te koken’ verscheen eerst op V!VA - Niets te verbergen.

https://www.viva.nl/reizen/karlijn-reist-in-deze-hectische-tijden-door-de-vs-dit-land-staat-op-het-punt-over-te-koken/