NL-Alert controlebericht op 7 december (Beveiliging)

https://www.beveiliging.nl/wp-content/uploads/2017/07/whatsapp554-e1499680346353-150x150.jpg

Maandag 7 december rond 12.00 uur ’s middags zendt de overheid weer een landelijk NL-Alert controlebericht uit. Dit is te ontvangen op mobiele telefoons.

Met het NL-Alert controlebericht kan worden gewaarschuwd voor bijvoorbeeld een giftige rookwolk, terroristische aanslag of een grote natuurbrand in een wandelgebied. Alleen bij noodsituaties waarbij direct handelen noodzakelijk is, zetten veiligheidsregio’s NL-Alert in.

In de berichten staat wat er aan de hand is, wat mensen moeten doen en waar meer informatie is te vinden. Negen op de tien Nederlanders gaf in een recent onderzoek aan een NL-Alert direct na ontvangst te lezen en over te gaan tot actie.

Vorig jaar 174 NL-Alerts

NL-Alert wordt steeds vaker ingezet bij noodsituaties. Zo werden vorig jaar 174 NL-Alerts uitgezonden, in 2013 waren dit er 33. Op 14 december 2012 werd NL-Alert voor het eerst ingezet bij een brand in het Groningse Tolbert. Sindsdien zijn er ruim 899 NL-Alerts uitgezonden bij ongeveer 450 incidenten.

Het vorige controlebericht dat op 8 juni 2020 is verzonden, werd door 90 procent van de Nederlanders van 12 jaar en ouder op de mobiele telefoon ontvangen. Ook onder ouderen is het bereik zeer hoog: driekwart van de 75-plussers heeft het controlebericht van afgelopen juni ontvangen.

https://www.beveiliging.nl/nieuws/nl-alert-controlebericht-op-7-december

Meer natuurbranden dan vorig jaar, meeste in Noord-Brabant (Beveiliging)

https://www.beveiliging.nl/wp-content/uploads/2016/03/Brand554-e1456842004268-150x150.jpg

Het aantal natuurbranden in Nederland is gestegen. Tot oktober waren er 643 branden in de natuur. Dat zijn er bijna honderd meer dan in heel 2019.

Ruim een derde van alle natuurbranden was in Brabant, waaronder ook de grootste brand van dit jaar. Die woedde in april in de Deurnese Peel, aldus de NOS. Daar brandde naar schatting ruim vierhonderd hectare natuurgebied af.

In totaal is ongeveer duizend hectare natuur afgebrand, zo blijkt uit een analyse van Local Focus, op basis van gegevens van Brandweer Nederland, het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) en de Wageningen Universiteit (WUR).

Sigaret

Het aantal bosbranden neemt toe door grote perioden van droogte, waardoor een brand zich ook sneller kan uitbreiden, schrijft Omroep Brabant. “Bijna alle natuurbranden ontstaan door mensen. Een nonchalant weggegooide sigarettenpeuk of stuk glas kan al de oorzaak zijn van een brand die een enorm natuurgebied verwoest”, stelt bijvoorbeeld de Veiligheidsregio Brabant-Noord.

Na Brabant waren de meeste natuurbranden dit jaar in de provincies Gelderland (97) en Limburg (92).

https://www.beveiliging.nl/nieuws/meer-natuurbranden-dan-vorig-jaar-meeste-in-noord-brabant

Zomerserie: De brand in de Schilderswijk (Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink)

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.58.42-375x590.png

Het volgende verhaal komt uit Hendrik Jans boek Crimescene Schilderswijk:

“Als je slaapt, kun je niet ruiken. Je wordt niet wakker van brandlucht.” In maart 1997 is Johan Caspers 25 jaar. Hij werkt sinds 1994 bij de beroepsbrandweer van Den Haag als er een melding binnen komt van een brand in de Frans Halsstraat.

“Wij kwamen van de kazerne Erasmusweg. Dat werd toen nog gewoon omgeroepen: ‘Brand in woning!’ Dus meteen uitrukken. We konden wel horen dat het ernstig was. We rukten uit van twee verschillende kazernes, met twee keer autospuit met zes man en een hoogwerker. We kwamen ongeveer tegelijk aan. Het was een dikke uitslaande brand. Bij de voordeur kwamen de vlammen er al uit. Collega’s stormden meteen naar binnen. De eerste zakte meteen naar beneden. Direct achter de voordeur was een luik. Later bleek dat er brandbare vloeistof naar binnen was gespoten, dat luik was het eerste dat was gaan branden. Hij schaafde zijn scheenbeen. Het grootste probleem was de gasmeter, dichtbij de voordeur. Die was geborgd met rubber ringen. Die branden eruit, dat blijft lekken, die gasmeter brandde. Het gevaar was: als de brand bij de gasmeter uitgaat, dat de hele woning vol gas zou komen.”

Serieus

In de speciale pakken en met de ademlucht kunnen de brandweermannen naar binnen, met een slang. Ze zijn op dat moment met z’n zessen. Er is een leidinggevende, er is een chauffeur die de pomp bedient, een waterploeg die moet zorgen dat er aanvoer is en de aanvalsploeg, die met twee man met de spuit naar boven gaat. Johan Caspers zit bij de waterploeg. “Er werden doden gevonden, er werd geschreeuwd en gedaan, je voelde aan alles dat het serieus was. Het gas was uitgegaan, ik was op zoek naar een manier om dat weer aan te steken, anders zouden collega’s boven ontploffen. Met een krant heb ik de gasbrander weer aangestoken. Daarna ben ik naar binnen gegaan, om te zoeken. Je wil weten of alles schoon is. Ik heb een kind van ongeveer één jaar oud gezien dat overleden was, en een baby van ongeveer zes weken oud. Ik wist dat er meer doden waren, maar ik ben niet wezen kijken. Als ik het niet opzoek, heb ik er geen last van. De baby leefde nog, die heb ik naar buiten gebracht. De vader was naar buiten gerend, er waren twee of drie kinderen door het raam naar buiten gekomen. De moeder en drie of vier kinderen zijn binnen omgekomen.”

De slachtoffers zijn vermoedelijk door verstikking om het leven gekomen. “Niet door verbranding. Ze lagen in bed. Ze waren niet opgesloten, ze hebben geen poging gedaan te vluchten. Als je slaapt, gaat je reukvermogen uit. Daarom heb je rookmelders nodig.”

Het speelde zich af in het holst van de nacht. “Ik ben daar ongeveer twee uur geweest, dan word je afgelost. Collega’s van een andere kazerne hebben de lichamen uit huis gehaald. Van de politie was er technische recherche. De mensen die in huis zijn gevonden waren allemaal dood, op de baby na. Een kind met brandwonden werd gekoeld door de chauffeur, een van de anderen had de benen gebroken. De baby heeft het niet overleefd. Het ademde nog, maar het hele gezichtje en de handjes waren verbrand. Bij de baby lag nog een kind, een jongen.”

Oorzaak

Er is kritiek geweest, dat de brandweer te laat was. Maar het had niet sneller gekund. Het was voor de brandweer een afstand van twee à drie kilometer. Johan Caspers: “Je wil toch de eerste zijn, maar je bent afhankelijk van de melding. Wat vooral meespeelde was het brandverloop. Bij kortsluiting is het anders. Ik kan me wel herinneren dat de sfeer gespannen was, dat de vraag was of er een racistisch motief was. Het was een allochtone wijk, een zijstraat van de Hoefkade. Er woonden toen al niet veel Nederlanders meer. Gelukkig werd al snel bekend dat het uit de eigen Turkse omgeving kwam, er waren beelden van iemand die benzine had gehaald.”

Voor de brandweer is na het blussen de kous af. “Wat de oorzaak is geweest, dat hoor je pas dagen later. Ik heb deze zaak wel zijdelings gevolgd, maar niet intensief. Je hebt ook geen contact met nabestaanden, wij kunnen niet anders dan daar professioneel mee omgaan. We doen ons ding en klaar. Brand uit, klus geklaard. Het was voor mij niet de eerste brand met dodelijke slachtoffers, maar wel die met zoveel. In ons beroep word je vaak met dodelijke slachtoffers geconfronteerd. In de loop der jaren met tientallen.”

De brand in de Frans Halsstraat was in veel opzichten afwijkend. De meeste branden hebben een verklaarbare oorzaak. Johan Caspers: “Veel branden worden veroorzaakt door tv’s. Dat zijn stofnesten, vooral als er dan ook nog een kleedje op ligt. Roken in bed, de frituurpan op gas, koolmonoxide, dat komt allemaal regelmatig langs. Maar deze was anders. Aangestoken.”

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.40-590x441.png

Foto: Jos van Leeuwen

Terug naar die woensdagnacht 26 maart 1997. De Schilderswijk schrikt wakker van loeiende sirenes en brandweerwagens, die uitrukken naar de Frans Halsstraat waar een woningbrand woedt. Voor het huis treft de brandweer een Turkse man aan. Helemaal in paniek, met drie kinderen bij zich. Het is de 36-jarige Zeki Kosedag. In gebrekkig Nederlands vertelt hij dat zijn vrouw Mahi en hun zeven andere kinderen nog in de woning zijn. De brandweermannen zien vlak daarna hoe Mahi drie van haar kinderen uit het raam naar buiten gooit. Ze raken zwaargewond. Mahi wil zelf niet springen omdat er nog vier kinderen in de woning zitten. Een van de kinderen wordt op straat door brandweermannen geblust. Een andere brandweerman rent met de zwaargewonde baby naar de ambulancewagen. Het vuur verspreidt zich razendsnel door de woning. Ondanks de aanwezigheid van de brandweer lukt het de zwangere Mahi Kosedag en haar vier kinderen – van anderhalf, vier, elf en twaalf – niet om uit de woning te komen. Ze komen om in de vlammenzee. In de loop van de dag overlijdt ook de zwaargewonde baby.

In dezelfde nacht worden in de Koningstraat in de Schilderswijk en in de Kaapstraat bij twee Turkse verenigingen brandbommen naar binnen gegooid. Het cultureel centrum Cagri in de Kaapstraat, waar veel Azerbeidzjaanse Turken komen, was enkele jaren geleden ook al doelwit van aanslagen. De politie pakt nog dezelfde nacht vijf Iraniërs op, maar die worden snel weer vrijgelaten als ze niet aan de branden kunnen worden gelinkt.

De volgende dag verzamelen zich honderden wijkbewoners voor de uitgebrande woning in Frans Halsstraat om bloemen te leggen. De Schilderswijk huilt. Tijdens de rouwbijeenkomst proberen agenten de menigte op afstand te houden. De bloemenstapel is immens. Iedereen is in rep en roer. Een klasgenoot van Resat, een van de kinderen van het gezin Kosedag staart op zijn mountainbike naar de afgebrande woning. Aan een journalist van het Algemeen Dagblad vertelt hij: “Iedereen huilde, ook de juf. Ik heb een tekening voor Resat gemaakt. Want hij was mijn allerbeste vriend.”

Stoet

Er wordt druk gespeculeerd over de aanslagen. Heeft het te maken met de strijd tussen Koerden en Turken, is het een familievete, racisme of een criminele afrekening? Ook de politie staat voor een raadsel. Zeki Kosedag heeft helemaal geen politieke of criminele achtergrond. Op vrijdagmiddag, drie dagen na de brand, wordt er in de open lucht op het Jacob van Campenplein een gebedsdienst gehouden waarbij duizenden mensen aanwezig zijn. Klasgenootjes van de omgekomen kinderen huilen als de lijkwagens rond twee uur in een stoet op het plein arriveren. De met Turkse vlaggen en koranteksten bedekte lijkkisten worden uit de auto’s gehaald, over de hoofden van de aanwezigen getild en op tafels gelegd. Aanwezigen scanderen met een gestrekte arm en de wijsvinger in de lucht: Allahoe Akbar (Allah is groot). Zeki Kosedag en zijn broers storten zich in tranen over de kisten. Zeki heeft de lichamen van zijn vrouw en vijf kinderen niet meer kunnen zien, omdat ze door de brand te erg zijn verminkt. Als iedereen afscheid heeft genomen, rijden tweehonderd auto’s in een indrukwekkende stoet richting Schiphol. Tientallen familieleden van de Kosedags vliegen mee naar Oost-Turkije, waar de zes worden begraven.

Dennis Mulkens, destijds politieverslaggever van de Haagsche Courant was een van de aanwezigen. Over de gebedsdienst vertelt hij dat de kisten die uit de auto kwamen steeds kleiner werden: “Dat beeld zal ik nooit meer vergeten.”

Als de stoet met auto’s richting Schiphol rijdt, wordt in de Schilderswijk de ‘tocht van wanhoop en verdriet’ gehouden. Die is georganiseerd door een groep autochtonen van de bewonersorganisatie De Hoefeiser, aan de Hoefkade. Zevenduizend man lopen mee. Voornamelijk Turken en Marokkanen. Ook burgemeester Deetman en minister Pronk zijn aanwezig. De tocht gaat langs het uitgebrande huis van de familie Kosedag. Daar houdt de burgemeester een speech. Het verkeer in de Schilderswijk loopt helemaal vast.

Dreigbrieven

Er lopen opvallend weinig autochtone Nederlanders mee in de stoet. Ze zijn bang voor negatieve reacties, omdat veel Turken een racistisch motief vermoeden en er ook geruchten gaan over een aanslag door PKK-strijders. De verhoudingen tussen Turken onderling en de autochtone bewoners dalen tot een dieptepunt. De spanning loopt verder op als er dreigbrieven blijken te zijn gestuurd naar de organisatoren van de tocht, met uit kranten geknipte letters de tekst: ‘Dood aan vrienden van buitenlanders’. Een dag later wordt op een paar honderd meter afstand van de uitgebrande woning van de familie Kosedag brandgesticht in het huis van een van de organisatoren van de tocht, de 56-jarige Martin, een Schilderswijker die zich inzet voor de buurt. Hij staat bekend als een sociaal en gelovig man, lid van de pinkstergemeente. De schade in zijn woning blijft beperkt. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis vanwege ademhalingsproblemen en duikt daarna onder. De politie neemt de zaak hoog op en zoekt de daders in extreemrechtse hoek.

De zaak krijgt een onverwachte wending als Martin bekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor de dreigbrieven en de brand. Hij heeft een verleden als dakloze en heeft een megalomane behoefte aan aandacht. Zijn aanhouding is een klap in het gezicht van de Schilderswijkers. Niemand vertrouwt elkaar meer. Na de voetbalwedstrijd Turkije-Nederland op 2 april 1997 komen op de kruising Hoefkade/Vaillantlaan tweeduizend Turken bijeen om de 1-0 overwinning van Turkije op Nederland te vieren. Als een Turkse man na de wedstrijd een man voor ‘kanker-Koerd’ uitmaakt, probeert een groep Koerden zijn Turkse vlag af te pakken. De vlam is in de pan, tientallen Koerden en Turken gaan met elkaar op de vuist. Er wordt met stenen en stokken gegooid. Het kost de politie veel moeite om de kemphanen uiteen te drijven.

Spanningen

De spanningen tussen Turkije en Nederland lopen op. In Turkije wordt de Nederlandse ambassadeur door de Turkse minister van Buitenlandse zaken ontboden. Turken in Nederland zouden beter beschermd moeten worden. Op 3 april 1997 brengt de Turkse minister van mensenrechten, Esengun, samen met vier Turkse parlementariërs een bezoek aan Nederland. Eerder verweet ook hij de Nederlandse autoriteiten niets te doen om Turkse burgers tegen racistische aanslagen te beschermen. Hij wijt de aanslag op de familie Kosedag en meerdere aanslagen in Duitsland, zoals die op een Turks gezin in de Duitse plaats Krefeld, aan de toenemende vreemdelingenhaat in Europa. Esengun spreekt onder meer met premier Kok en de Haagse hoofdofficier van justitie.

Bij het huis van de familie Kosedag in de Frans Halsstraat legt hij een bloemstuk met witte anjers en rode rozen, het symboliseert de Turkse vlag. Hij omhelst oudere vertegenwoordigers van de Turkse gemeenschap en spreekt enkele koranverzen uit. Hij staat de vele Turkse televisieploegen die zich voor de woning hebben verzameld te woord en tenslotte brengt hij een kort bezoek aan de moskee aan de Hoefkade. Hij probeert een aantal prominente Turken uit de wijk gerust te stellen. Die uiten hun ongenoegen omdat het politieonderzoek volgens hen nog niets opgeleverd heeft.

Toch is niet iedereen even blij met het bezoek van de Turkse minister. De Koerden zien het als een provocatie. Het bezoek zorgt eerder voor meer spanning dan dat het de gemoederen tot bedaren brengt. Burgemeester Deetman gelast de voor 6 april geplande demonstratie in het Zuiderpark, naast de Schilderswijk, af uit angst voor ongeregeldheden. Voor de tweede keer willen bewoners een tocht houden ter nagedachtenis van de leden van de familie Kosedag. Deetman vaardigt voor de hele stad een noodverordening uit. Alle demonstraties en vergelijkbare activiteiten in Den Haag worden verboden. Politieagenten uit het hele land zijn bij de actie betrok- ken. Tientallen agenten surveilleren door de wijk. Belangrijke invalswegen worden door de politie geblokkeerd, alle auto’s die Den Haag in willen worden gecontroleerd. De Schilderswijk lijkt een oorlogsgebied.

PKK

Twee dagen later. Bij verschillende media waaronder De Telegraaf wordt een verklaring bezorgd, waarin de Koerdische afscheidingsbeweging PKK verklaart de aanslag op de woning van de familie Kosedag en de twee andere aanslagen op twee Turkse instellingen te hebben gesticht. De opstellers van de brief schrijven verder dat de aanslagen een waarschuwing zijn voor de hele Koerdische gemeenschap buiten Koerdistan. Het onderzoeksteam dat de branden onderzoekt neemt de brief uiterst serieus. Er zijn al sinds de aanslag geruchten dat de PKK een motief had voor de aanslag omdat Zeki Kosedag geweigerd zou hebben een deel van zijn inkomen af te staan. De PKK zou zich geregeld schuldig maken aan afpersingspraktijken. Koerden dienen een financiële bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Turkse regering. Maar als de PKK met klem ontkent iets met de aanslag te maken te hebben, loopt ook deze onderzoekslijn op niets uit. Een woordvoerder van de PKK geeft bovendien de schuld aan de Turkse geheime dienst. Die zou verantwoordelijk zijn voor het opstellen en verspreiden van de brief.

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.50-590x461.png

Foto: Jos van Leeuwen

Het dertigkoppige rechercheteam is inmiddels druk bezig met het onderzoek naar de drie verschillende aanslagen. De rechercheurs stuiten op een doolhof van interne Turkse tegenstellingen waarin zij hun weg moeten zien te vinden. Toch zijn er aanknopingspunten. Als ze de videobeelden van het Esso tankstation aan het Kaapseplein bekijken, zien ze dat enkele mannen op de avond van de aanslagen een jerrycan met benzine vullen. Aan de hand van het kentekennummer wordt Burhan U. achterhaald. Hij is een Koerd die in de Schilderswijk bekend staat als PKK-activist. Volgens politie-informatie leidt hij een PKK-cel van ongeveer twintig jongeren. De groep komt vaak bijeen in het eethuisje Dort Yol en koffiehuis Zozan aan de Van der Vennestraat in de Schilderswijk, vlak naast het politiebureau in de De Heemstraat. Het rechercheteam besluit de openbare telefoons van het koffiehuis en eethuis af te luisteren.

Een cafébezoeker vertelt de politie dat Burhan en vier andere mannen de avond van de aanslagen koffiehuis Zozan hebben verlaten en uren later opgewonden waren teruggekeerd.

Er is meer. Een buurtbewoner beweert in de ochtend na de aanslagen in de Frans Halsstraat – niet ver van de woning van de familie Kosedag – op het trottoir een mapje te hebben gevonden, met daarin een ‘ponskaartje’ van een ziekenhuis, dat op naam staat van Burhan. Ook wordt bij het huis van Kosedag na de aanslag eenzelfde soort jerrycan gevonden als waarmee Burhan en twee kompanen benzine hebben getankt bij het Esso tankstation.

Op 17 mei 1997 worden Burhan en vier andere Koerden aangehouden. Burhan bekent al snel dat hij die avond van 25 maart een jerrycan heeft gevuld bij het Esso tankstation. Er volgen meerdere aanhoudingen. Allen blijken lid te zijn van dezelfde Koerdische groepering. De politie weet de zaken van de aanslagen op de twee koffiehuizen rond te krijgen. Die blijken politiek gemotiveerd. Toch ontkennen de Koerden met klem elke betrokkenheid bij de aanslag op de familie Kosedag. Ondanks alle vermoedens lukt het de politie niet ze daaraan te linken.

Neef

Bij een tankstation aan de Waldorpstraat, grenzend aan de Schilderswijk blijkt de avond voor de aanslagen eveneens getankt te zijn met een jerrycan door een onbekende man. Hij kan in eerste instantie niet worden geïdentificeerd en ook niet worden gelinkt aan de vijf opgepakte Koerden. Bij de politie zijn dan al wel vele tips binnengekomen. Eén naam wordt daarbij opvallend vaak genoemd: Necmettin K., een neef van Zeki Kosedag. Ook enkele van de vijf Koerdische verdachten die midden mei waren aangehouden in verband met de aanslagen op twee Turkse instellingen wijzen in de richting van deze neef.

Omdat de man niet voorkomt in de politiesystemen, besluit de politie de beelden te laten zien aan Zeki Kosedag. Die herkent zijn bloedeigen neef meteen. Op 6 juni 1997 confronteert Zeki zijn neef met het feit dat er beeldopnamen van hem zijn bij het tankstation, maar hij ontkent met stelligheid elke betrokkenheid bij de aanslag. Dezelfde dag wordt hij door de politie aangehouden. In het eerste verhoor bekent hij verantwoordelijk te zijn voor de brand in de woning van het gezin Kosedag.

Necmettin K. is het zwarte schaap van de familie. Hij heeft gokproblemen. Hij speelt het onder Turken populaire spel baccarat en op fruitautomaten. In de illegale gokhuizen in de Schilderswijk is hij een bekende verschijning. Op de avond van de brand verlaat Necmettin rond tien uur zijn huis aan de Schalk Burgerstraat in Den Haag. Uit zijn keuken neemt hij een lege plastic Fanta-fles mee. Daar wil hij een molotovcocktail van maken. Hij neemt een taxi naar het tankstation aan de Waldorpstraat, op een kleine tien minuten rijden, waar het krioelt van hoerenlopers, dankzij de tippelzone met veel travestieten.

Als Necmettin de Fanta-fles met benzine wil vullen, steekt de pompbediende er een stokje voor: alleen tanken met een jerrycan is toegestaan. Necmettin zegt dat hij autopech heeft. Hij koopt een jerrycan en vult die dan. Kort na middernacht gaat hij naar de Frans Halsstraat. Bij huisnummer 103, de woning van de familie Kosedag, giet hij liters benzine door de brievenbus. Dan steekt hij een krant in brand en duwt die naar binnen. Dat er diezelfde avond twee andere aanslagen worden gepleegd is toeval.

Motief

Necmettin rouwde mee met Zeki Kosedag en zijn familie, gaf een interview voor de televisie en reisde met de familie naar Turkije om Mahi en haar kinderen te begraven. Tijdens het tweede politieverhoor, rond middernacht gaat hij dieper in op het motief. Hij voelde zich gekwetst en vernederd omdat hij van anderen hoorde dat Zeki hem een mislukkeling vond. Op de avond van de brand had zijn zoontje van negen jaar hem huilend verteld dat hij van zijn neefje – een zoontje van Zeki – had gehoord dat zijn vader ’s avonds niet thuiskomt, niet van zijn kinderen houdt en veel gokt. Dat had-ie van zijn vader gehoord. Dat was voor hem de druppel geweest. Hij zou nog hebben geprobeerd Zeki te bellen, maar dat was niet gelukt. Hij had een tijdje heen en weer gelopen voor de woning aan de Frans Halsstraat en toen besloten om de brand te stichten. Dat het zo’n vlammenzee zou worden waarbij zes gezinsleden om zouden komen, was nooit zijn bedoeling geweest.

In de Schilderswijk wordt opgelucht ademgehaald als blijkt dat het om een familiezaak gaat en er geen racistisch of politiek motief is. In de wijk keert de rust terug. Zo niet in de familie. Daar heerst onbegrip, woede en nog veel verdriet. In een interview in de Volkskrant zegt Zeki dat hij geestelijk dood is. “Elke dag sterf ik nog een beetje. Soms denk ik dat het beter was geweest als ik met mijn kinderen was begraven. Mijn geluk is van mij afgenomen. Mijn verleden is mijn toekomst geworden.” De Turkse kranten besteden minimale aandacht aan de onthulling dat een neef van de familie Kosedag de brand heeft aangestoken.

Rechtszaak

Op vrijdag 16 januari 1998 is de rechtszaak tegen Necmettin. De publieke tribune puilt uit met familieleden van de Kosedags. Ook Zeki is aanwezig. Als Necmettin de rechtszaal binnenkomt, beginnen de familieleden op de tribune tegen het kogelvrije glas te slaan. Vrouwelijke familieleden barsten in tranen uit, Zeki krijgt een woedeaanval. De beveiliging probeert de familieleden tevergeefs tot bedaren te brengen. De rust keert pas terug als Necmettin uit de rechtszaal wordt verwijderd. De rechtbankpresident vraagt de familieleden om rustig te blijven. Maar als Necmettin terugkomt en opnieuw plaats neemt in het strafbankje gaat het weer mis. Er wordt geschreeuwd en Necmettin wordt met de dood bedreigd. De rechter laat daarop de publieke tribune ontruimen.

Als de zitting wordt hervat, legt Necmettin een korte verklaring af. Hij vertelt pijn en schuldgevoelens te hebben, maar wat de familieleden op de publieke tribune deden is in zijn ogen onterecht: “Ik ben geen terrorist, maar een mens.” Volgens het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum is hij verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is zwakbegaafd en heeft een gering gevoel voor eigenwaarde. Hij zag hoe zijn status in zijn familie afbrokkelde. Van de man die veel geld en aanzien verdiende met zijn werk in het Westland was niets meer over, nadat hij was afgekeurd vanwege rugproblemen en hij was gaan gokken. Hij wordt veroordeeld tot achttien jaar celstraf en tbs. Zeki Kosedag en de andere familieleden hadden hem het liefst in Turkije veroordeeld zien worden, waar hij de doodstraf had kunnen krijgen.

Trauma

Inmiddels zijn we twintig jaar verder. Je zou willen weten hoe het de nabestaanden is vergaan. Zeki en de kinderen, maar ook hoe het nu met Necmettin gaat – en met zijn zoontje. Zeki is in 2014 overleden, slechts 53 jaar oud. Van verdriet? Hoe het de anderen is vergaan is niet eenvoudig te achterhalen. Bij brandweerman Johan Caspers, die dacht dat hij er zo professioneel mee om was gegaan, smeult deze brand nog steeds na. Als een veenbrand. Johan: “Ik had het altijd beschouwd als ‘een van de klussen’ maar de laatste tijd heb ik zelf last van stress en ik vraag me af of dat niet met deze brand te maken heeft, een niet verwerkt trauma. Branden, ook met dodelijke slachtoffers, hebben me nooit veel gedaan, ik heb er nooit wakker van gelegen, maar toevallig was ik hier de laatste tijd net mee bezig en had ik wat foto’s opgevraagd.”

Dat was inderdaad toevallig. De brandweerman en de journalist kwamen elkaar tegen op een plaats delict in Zoetermeer, een paar dagen na een dubbele liquidatie waarbij ook een auto in brand was gestoken. We hadden allebei juist op deze dag contact gehad met fotograaf Jos van Leeuwen, die destijds foto’s van de brand in de Frans Halsstraat had gemaakt. “Ik wilde kijken wat er beschikbaar was, ik wist dat er foto’s van waren. Deze brand hoorde wel bij de top drie van heftige uitrukken. Wat ook meespeelt: je bent ouder. Toen was ik 25.”

Psychologische nazorg stond toen nog in de kinderschoenen. “Wij hielden wel altijd een technische nabespreking. Iedereen beschrijft de gebeurtenis vanuit zijn positie. Je komt ergens, je loopt naar achteren, iemand dreigt naar beneden te springen. Je roept: ‘Ik heb een ladder nodig!’ Je kunt niet weg om die zelf te gaan halen, maar die ladder komt niet. Daar kun je gefrustreerd van raken: waarom kwam die ladder niet? Als je in een nabespreking allemaal vertelt wat je gedaan hebt, kom je erachter dat degene die de ladder moest bezorgen, dat niet kon omdat hij een probleem had met iets anders. Dan vallen de puzzelstukjes in elkaar. Als blijkt dat je psychisch last hebt, kun je begeleiding krijgen. Naar mijn idee slaat het tegenwoordig een beetje door. De één heeft er wel behoefte aan, de ander niet. Waar we op letten, is: zie je gedragsverandering?”

De meeste impact heeft het als collega-brandweerlieden tijdens de uitoefening van hun beroep om het leven komen. Johan had fotograaf Jos van Leeuwen gevraagd of er foto’s waren van dat hij de baby naar buiten had gebracht. “Ik herinner me dat ik bij de ambulance stond en het kind afgaf en zei: ‘Hij leeft, maar vertel me alsjeblieft dat hij dood is.’ Hij was zó zwaar verbrand, verschrikkelijk. Jos zei: ‘De boeken liggen hier op tafel.’ Voor mij is het de brand met de meeste impact.”

https://www.misdaadjournalist.nl/2020/08/zomerserie-de-brand-in-de-schilderswijk/

Hoe het organiseren van de demonstratie in Rotterdam me eindelijk hoop gaf (Motherboard Vice)

Zaïre Krieger (24) is journalist, spoken word-artiest en student Internationaal en Europees Recht. Ze schrijft voornamelijk over inclusiviteit, discriminatie en mensenrechten. Krieger was mede-organisator van de Black Lives Matter-demonstratie in Rotterdam op 3 juni 2020, waar meer dan 5.000 mensen op afkwamen. Voor VICE schrijft ze over haar ervaringen met het organiseren van dat protest.

Tussen de Black Lives Matter-protesten, politiek ‘activisme’, zogenaamd duidende journalisten en witte tafels bij talkshows, blik ik vanuit mijn zelfisolatie terug op de stressvolste dagen van mijn leven. Drie dagen voor het protest op de Erasmusbrug in Rotterdam werd ik gevraagd het programma samen te stellen. Ik had geen idee waar ik aan begon.

Na de dood van de zoveelste zwarte persoon door politiegeweld in de Verenigde Staten laaien de protesten als een bosbrand op door alle vijftig staten van het land. Inmiddels zijn ze overgewaaid naar de rest van de wereld, inclusief Nederland. Op social media wordt er een grote beerput opengetrokken aan misstanden in zowel Nederland als de VS: van het wetsvoorstel dat de Nederlandse politie ruimere bevoegdheden geeft om geweld te gebruiken, tot video’s uit de VS waar de straten wit zien van traangas. In een soort bizarre scène die zo uit de film Avengers: Endgame lijkt te komen, zijn K-popfans, de Amish, Anonymous, satanisten, en Sesamstraat allemaal bezig met institutioneel racisme. De hele wereld, van Berlijn tot Zuid-Korea, lijkt te willen helpen met het uitbannen van racisme, met Trump als boegbeeld van hoe het juist niet moet.

Ik heb me altijd uitgesproken tegen racisme, maar tot het protest op de Dam, dat op 1 juni plaatsvond, leek het alsof ik in een vacuüm aan het schreeuwen was tegen mijn volgers op Twitter. Niemand hoorde het. Maar nu leek er eindelijk een momentum te zijn ontstaan om stelselmatige veranderingen door te voeren.

Toen ik werd gevraagd om te helpen met het organiseren van de demonstratie in Rotterdam, hoefde ik niet lang na te denken. Hoewel Rotterdam een van de meest diverse plekken van Europa is, heeft de politiek in de stad al lang een zeer rechtse toon. Vooral door de verschrikkelijke afloop van de demonstraties tegen Zwarte Piet in 2018 waar ik bij was, voelde dit als een belangrijk moment voor de stad.

Aangezien de gemeente geen andere plek wilde toewijzen dan de Erasmusbrug, moest er techniek en geluid over de brug verspreid worden, zodat de demo overal te horen zou zijn. Daar waren lange kabels voor nodig. De brug is een drukke autoweg die loopt langs de demonstratie, die op de stoep en het fietspad plaatsvond. Daardoor was het voor de beveiliging moeilijk om te overzien. Het was, kortom, een logistieke nachtmerrie voor een net samengestelde organisatie met weinig tot geen budget.

In anderhalve dag moest ik als programmeur sprekers zien te regelen. Veel van hen belden af vanwege de coronamaatregelen. Sommige bekende sprekers die we benaderden zaten in de risicogroep, sommigen hadden een naaste wiens gezondheid ze niet op het spel wilde zetten. De gedachte dat er op die brug duizenden mensen zouden staan waar wij verantwoordelijk voor waren, zorgde ervoor dat ik anderhalve dag stijf stond van de stress. Drie dagen heb ik weinig tot niets kunnen eten. Ik sliep vier á vijf uur per nacht.

Ook intern was de communicatie moeilijk. Door de coronamaatregelen moest alles via videocalls en WhatsApp. Het organiseren van deze demonstratie was zo zwaar dat we het protest op de dag zelf bijna hadden afgelast. Mensen in de organisatie hebben ook gewoon banen, kinderen en studieverplichtingen. Niemand is full-time activist, maar lopend op de motor van onze liefde voor de stad en haar diversiteit, wilden we hoe dan ook de demonstratie neerzetten.

De nationalistische groep Identitair Verzet bleek in facebookgroepen aan te geven langs te willen komen. Ik had een moment van angst, maar schudde de trauma’s van 2018 snel van me af. Ik zette bewust een knop om: we hebben later wel tijd om trauma’s te verwerken, nu moeten we dit gewoon neerzetten, dacht ik.

De dag zelf is een soort grijze massa in mijn hoofd. Het enige wat ik me kan herinneren is dat ik veel verdriet heb gedeeld met mensen die ik nooit eerder had ontmoet. Ik zag in al die duizenden mensen op de Erasmusbrug niet alleen mijn eigen activisme (al mijn vrienden waren er, ik hoefde er niet eens om te vragen), maar ook dat van duizenden anderen.

Elk van die duizenden personen op de Erasmusbrug heeft een verhaal van pijn. Elk wit persoon die er staat is het gevolg van een zwarte vriend of vriendin die hun pijn met ze deelde. Ieder mens dat er staat is het gevolg van het micro-activisme dat opkwam tijdens een gesprek, een gedeelde link naar die ene Jane Elliot-video, een gefrustreerde rant op een feestje.

Ik zie op de brug ook de groei van een beweging. Ik sta op het Glitterplein, op de Erasmusbrug. Op precies dezelfde plek werden ik en ongeveer honderd andere anti-Zwarte Pietdemonstranten twee jaar geleden aangevallen door witte supremacisten die uit een busje sprongen, en politie die daarop antwoordde door zonder discriminatie om zich heen te slaan. Het resulteerde in gewonden aan onze kant, terwijl wij juist werden aangevallen en de politie er was om ons te beschermen. Toen stonden we er met 100 man, nu met duizenden. Ik krijg kippenvel van de gedachte dat we die rotjes, eieren, en stokslagen toen niet voor niets hebben gevangen.

https://video-images.vice.com/test-uploads/_uncategorized/1591884413543-kzop.jpeg

2018, tijdens het protest van Kick Out Zwarte Piet in Rotterdam.

De demonstratie moet door de enorme opkomst eerder stoppen, maar het grootste protest in de geschiedenis van Rotterdam is een feit. Na afloop ben ik met een vuilniszak blikjes en flesjes aan het opruimen van het Glitterplein, als er twee agenten passeren. “Geef mij maar een zakdoekje, hoor,” zegt de een. “Ja, ik schoot hier helemaal vol van,” zegt de ander.

De volgende dag plaatst de politie Rotterdam op Twitter dat er ruiten zijn ingeslagen door demonstranten. Als ik op Twitter vraag of ze daar foto’s van hebben – we zijn immers door de hele stad gereden en hebben niets gevonden – krijg ik geen antwoord. Wel komt er een melding binnen: ‘Politie Rotterdam volgt je nu’.

Ik kijk een paar dagen na het protest naar een gesprek tussen TD Jakes en Carl Lentz, twee vooraanstaande pastoren in Amerika. Jakes legt uit wat hij zag in Ghana, toen hij het oude slavenfort Elmina bezocht. De stank van de pis en uitwerpselen waar de slaven op elkaar gestapeld lagen hing er nog. Hij beschrijft de ruimtes waar de vrouwelijke slaven werden verkracht en de mannelijke werden gecastreerd. Hij beschrijft hoe de witte slavenhandelaren boven die ruimtes een kerk hadden waar ze vrolijk zongen over de onpartijdige liefde van God. Hij beschrijft hoe psychologen uit onderzoek weten dat dit soort trauma’s de DNA-structuur van volkeren generaties later nog aantast. Opeens focus ik niet meer op de systemische aspecten van racisme, maar voel ik mijn persoonlijke verdriet. Ik heb nooit eerder geweten hoe diep dit in mij zat.

Witte mensen hebben niet door hoeveel kleine micro-agressies zwarte mensen elke dag maar slikken om te overleven en de boel ‘gezellig’ te houden. Elke keer dat mijn haar wordt aangeraakt, of mij wordt gevraagd ‘waar ik echt vandaan kom’, laat ik het gaan. Laat staan de keren dat er op social media door rechtse trollen met leugenachtige ‘nieuwsberichten’ de aanval op mij wordt geopend.

Deze week had ik, door het zien van de duizenden demonstranten die op straat stonden, ineens het gevoel dat mijn pijn er mocht zijn, dat ik boos mocht zijn. Opeens kwam alle pijn die ik jaren heb onderdrukt naar boven. Elke dag belde er wel een vriend of vriendin op. Ik huil dagelijks. Soms uit pijn, soms uit opluchting, soms van geluk.

Als ik zie dat boeken als Hallo Witte Mensen en White Fragility uitverkopen in boekhandel en er zelfs speciale #BlackLivesMatter-tafels met boeken over racisme worden neergezet, bekruipt me een licht gevoel dat ik nog niet kende. Blijkbaar heb ik nog nooit écht hoop gevoeld. Nu zie ik witte mensen en zwarte mensen open gesprekken hebben over racisme, en er wordt daadwerkelijk geluisterd naar elkaar.

Misschien ben ik naïef, maar ik zie opeens een toekomst die niet zo ver meer lijkt: we blijven protesteren, we blijven ons uitspreken. Na druk vanuit de samenleving werd er gekeken naar racisme op de arbeidsmarkt, huizenmarkt, en binnen de politie.

Witte Nederlanders beseffen zich dat zij niet persoonlijk verantwoordelijk zijn voor slavenhandel of kolonialisme, maar wel nog onbewust voordelen halen uit de structuren die toentertijd zijn gebouwd. De zwarte bevolking heelt van diepe pijn en trauma. En ineens wordt Nederland beter.

https://www.vice.com/nl/article/4ayx3g/het-black-lives-matter-protest-gaf-me-hoop

Brandweer controleert de Veluwe vanuit de lucht op branden (Beveiliging)

https://www.beveiliging.nl/wp-content/uploads/2016/03/Brand554-e1456842004268-150x150.jpg

De brandweer voert dagelijks meerdere surveillancevluchten uit boven de Veluwe vanwege een verhoogd risico op natuurbranden door de droogte.

De brandweer controleert twee keer per dag of er ergens brand is uitgebroken. Drie uur lang vliegt een toestel boven de Veluwe, meldt de brandweer van Hattem. In het vliegtuig zitten een piloot en een verkenner, die de grond afspeurt.

Als er rook of brand wordt gesignaleerd, kunnen brandweerwagens snel naar de juiste plek worden gestuurd. In april waren er enkele natuurbranden op de Veluwe, die de brandweer snel kon blussen. Het verhoogde risico op brand in natuurgebieden geldt voor het hele land.

https://www.beveiliging.nl/nieuws/brandweer-controleert-de-veluwe-vanuit-de-lucht-op-branden