Bosbranden en het effect op wild (Jagersvereniging/KNVJ)

Het klimaat verandert en met de droge hete zomers komen er in ons land ook steeds meer bosbranden voor. In de praktijk van het natuurbeheer is dit echter vaak nog een blinde vlek. Wat zijn de effecten van bosbranden op in het wild levende dieren en wat kunnen we doen om te voorkomen dat het bos in lichterlaaie gaat?

Tekst: Oswin Schneeweisz*

Het begon met een telefoontje en korte tijd later reden we over een mistig bospad. Dit was geen gewone mist. Dit was een vaalbruine deken die tussen de bomen hing en die, des te dieper we het bos in reden, transformeerde in een verstikkende rode gloed. De brandweer was inmiddels gealarmeerd en binnen een mum van tijd was het een komen en gaan van blusauto’s en waterwagens en dat ging nog de hele nacht zo door. Op onze route door het bos zagen we tientallen reeën en hazen in paniek wegvluchten. Was het niet voor het vuur, dan was het wel door de verstoring: het af- en aanrijden van brandweerlieden met zwaaiende alarmlichten, auto’s van hulpdiensten, ramptoeristen et cetera. De bluswerkzaamheden duurden tot vroeg in de ochtend, maar nog dagenlang waren we met enkele vrijwilligers bezig om alle vuurhaarden te blussen. De reeën lieten zich even niet meer zien. Op 13 augustus, vier dagen na de brand, maakte een extreme regenbui een einde aan de laatste hotspots.

Apocalyptisch

Bij ons brandje ging het om een relatief klein gebied, onvergelijkbaar met de apocalyptische branden die vorig jaar de natuurgebieden in Australië teisterden. De Australische ecoloog Christopher Dockman berekende dat daar maar liefst drie miljard dieren omkwamen in de vlammenzee of opgejaagd werden door de branden. Ze stierven in de vlammen, door inademing van rook of voedselgebrek: 2,5 miljard reptielen, 143 miljoen zoogdieren, 180 miljoen vogels en 51 miljoen kikkers. Daarmee is het volgens het WWF-rapport ‘een van de ergste rampen voor wilde dieren in de moderne geschiedenis’. De dieren die wel wisten te ontsnappen hadden niet veel kans. Er was gebrek aan voedsel, water en schuilplaatsen, of ze werden gedwongen om zich naar plekken te verplaatsen die al bezet waren.

Toenemend aantal

Dergelijke grote branden kennen we in ons land (gelukkig) niet, maar door droge en hete zomers is er ook in ons land sprake van een toenemend aantal bos- en heidebranden. ‘We zullen met vuur moeten leren leven’, zei aardwetenschapper Cathelijne Stoof enige tijd geleden in Trouw. Stoof deed onderzoek naar de brand in de Deurnese Peel van afgelopen voorjaar. ‘Eigenlijk hebben we in Nederland alleen maar verstand van stadsbranden’, zei Stoof, verbonden aan Wageningen Universiteit. ‘Maar vuur in een gebouw verschilt wezenlijk van een bos dat in de hens staat. Daarvoor zijn strategieën nodig als vuur met vuur bestrijden om de brand bij gebrek aan beschikbaar water onder controle te houden en het aanleggen van open stroken.’

Natuurbeheer

Op 20 april ontstond de brand in de Deurnese Peel. Deze smeulde onder de grond lang na. De bestrijding kon pas eind juni stoppen. Er brandde ruim 700 hectare af. In haar onderzoek deed Stoof enkele aanbevelingen. Zo wijst zij erop dat in veel beleidsplannen voor natuurbeheer te weinig rekening wordt gehouden met brandveiligheid. ‘Dankzij langere perioden van droogte krijgen we te maken met meer en intensieve branden. In de week dat de Peelbrand begon, ontstonden door de droogte en harde wind nog honderd andere natuurbranden in Nederland.’ Vaak wordt gedacht dat dergelijke branden alleen in veengebieden lang kunnen doorsmeulen, maar op zandgronden kan in de zomer, als de humus droog genoeg is, hetzelfde gebeuren. Stoof: ‘We moeten ons voorbereiden op meer grote branden.’

Lees verder in De Jager van mei 2021

Het bericht Bosbranden en het effect op wild verscheen eerst op De Jagersvereniging.

https://www.jagersvereniging.nl/nieuws/bosbranden-effect-wilde-dieren/

‘Nederland slecht voorbereid op grote natuurbranden, het gevaar neemt toe’ (Hart van Nederland)

De brand in de Deurnese Peel afgelopen week is waarschijnlijk de grootste natuurbrand in Nederland ooit. De brand verwoestte maar liefst 900 hectare. Het was niet de enige natuurbrand afgelopen week. Ook in Limburg, op de Veluwe en in de Weerribben waren er natuurbranden.

Natuurbrandedenonderzoeker Cathelijne Stoof, verbonden aan Wageningen University, hoopt dat de branden ons wakker hebben geschud. “We kunnen meer van dit soort branden verwachten en we moeten ons daar in Nederland beter op voorbereiden.” Door klimaatverandering krijgen we vaker perioden van droogte en hogere temperaturen. “En dus krijgen we meer natuurbranden, ook in de zomer.”

Lees ook: Waarom is het zo moeilijk natuurbranden te blussen?

In Nederland lopen we echter op alle vlakken achter. Er is bijvoorbeeld gebrek aan specialistische kennis, maar ook goede voorlichting ontbreekt. “Er is in Nederland te weinig specifieke kennis aanwezig om branden goed te kunnen bestrijden. Mensen weten daarnaast niet goed wat ze moeten doen om te voorkomen dat een natuurbrand overslaat naar hun huis”, aldus Stoof.

Specialistische kennis

Dat kan gevaarlijk worden als de branden groter worden en in dichter bewoond gebied gaan voorkomen. En die kans neemt volgens de onderzoekster toe. “In andere landen zijn brandweerteams die alleen natuurbranden doen”, aldus Stoof. “Een natuurbrand is veel dynamischer dan een gebouwbrand. Het vuur verschuift zich door het landschap. Er is specialistische kennis nodig om het gedrag van het vuur te begrijpen en te weten hoe je het gaat stoppen en waar. Nasmeulen bij natuurbranden kun je bijvoorbeeld niet stoppen als het om zo’n groot gebied gaat. Je moet dan patrouilles inzetten of het moet goed gaan regenen.”

Lees ook: 4000 geëvacueerde bewoners Herkenbosch weer naar huis

Bij de brand in de Deurnsche Peel is een speciaal team uit Overijssel ingezet om brandgangen te maken. “Dat is ongelofelijk hard werk. Met speciale schoppen en harken zijn ze grond aan het verschuiven. Ze maken nieuwe paden en zorgen dat er geen dode takken en bladeren meer liggen die kunnen branden. Het is geweldig dat we zo’n team hebben, maar bij echt grote natuurbranden moet zo’n brandgang kilometers lang zijn en moet je dag en nacht doorwerken. Daar heb je dus heel veel mensen voor nodig.”

Gevaar van vliegvuur

We kunnen volgens de brandexpert leren van de manier waarop Nederland zich voorbereidt op wateroverlast. “Iedereen in Nederland is zich bewust van de kans op overstromingen. Daar is veel aandacht voor. Dat moet ook gebeuren qua natuurbranden. Dat moet gestuurd worden door overheidsinstanties, gebaseerd op goede wetenschappelijke kennis”, vindt Stoof.

Ook huiseigenaren moeten zich beter voorbereiden. Als je wilt voorkomen dat een natuurbrand overslaat naar je huis moet je alert zijn op vliegvuur. “De meeste huizen branden bij een natuurbrand af door vliegvuur. Vliegvuur kan in een dakgoot terechtkomen waar droge bladeren in liggen, die kunnen gaan branden. Vliegvuur kan ook door ventilatiekanalen het huis binnenkomen en zo in huis branden beginnen.” Ook kan vuur ontstaan in spullen die dicht bij het huis liggen. “In brandbare tuinkussen, een houtstapel, dode planten of houtsnippers bijvoorbeeld.”

Er is dus werk de winkel. “In Zweden zijn ze wakker geschud na de vele branden in 2018. Ik hoop dat er nu in Nederland echt meer gaat gebeuren”, besluit Stoof.

https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/nederland-slecht-voorbereid-natuurbranden/