Witte kerst in Apeldoorn of toch niet? Dit is het weerbericht voor de feestdagen (indebuurt Apeldoorn)

De kerstbomen staan te pronken in de Apeldoornse huizen en overal branden gezellige lichtjes. Een dikke laag sneeuw maakt het kerstplaatje compleet, toch? Kunnen we dit jaar een witte kerst verwachten? Weeronline-meteoroloog Johnny Willemsen blikt vooruit.

Dit artikel is geschreven op 20 december 2021. Houd hier de actuele weersvoorspelling in de gaten.

Of het een wit kerstweekend wordt, blijft tot op het laatste moment spannend. “Het is onzeker, maar het kan nog steeds.”

Kans op sneeuw in Nederland

“Hoe noordoostelijker in Nederland, hoe groter de kans op sneeuw”, laat Johnny weten. “Vanaf dinsdag 21 en woensdag 22 december wordt het behoorlijk koud, met temperaturen rond min vier en min vijf. In de loop van donderdag 23 december komt er zachtere lucht onze kant op. Vrijdag 24 december wordt er regen voorspeld. De koude lucht wordt dan verdreven uit Nederland en komt tot stilstand in Duitsland en Denemarken. Zaterdag lijkt het weer te kantelen en dan komt de kans op sneeuw dichterbij.”

Johnny vervolgt: “Mocht het met kerst gaan sneeuwen, dan is dat in de helft van Nederland. Er is ook een kans dat de sneeuw buiten Nederland blijft. De kans op sneeuw is in Groningen het grootst.” Woon je in het midden of in het zuiden van het land? Daarover zegt de meteoroloog: ‘Hoe zuidwestelijker je woont, hoe kleiner de kans.’

Weersverwachting in Apeldoorn

Vooralsnog (maandag 20 december) lijkt het erop dat het met Kerstmis dit jaar te warm wordt voor sneeuw. Met minimumtemperaturen tussen de 2 en 4 en maximumtemperaturen rond de 7, 8 graden wordt er wél redelijk wat regen verwacht.

  Apeldoorn Weer

Wanneer spreken we van een ‘witte kerst’?

Om officieel van een witte kerst te kunnen spreken, moet in De Bilt op beide kerstdagen ‘een gesloten sneeuwdek’ liggen. Er mag dus geen grassprietje meer zichtbaar zijn. Sinds 1901 kwam het acht keer tot een officiële witte kerst, niet echt vaak. De laatste keer was in 2010 en toevallig hadden we ook in 2009 een officiële witte kerst. Twee jaar een witte kerst op rij is heel bijzonder. Een witte kerst is dus vaker uitzondering dan regel. In 2015 was het met 14,4 graden op tweede kerstdag zelfs de warmste kerst ooit.

Lees ook:

https://indebuurt.nl/apeldoorn/nieuws/weer/witte-kerst-in-apeldoorn-of-toch-niet-dit-is-het-weerbericht-voor-de-feestdagen~164425/

Specialismen brandweerposten beter verdeeld: in Maartensdijk nu de beste natuurbrandbestrijders, Achterveld redt groot vee (RTV Utrecht)

Elke brandweerpost in de regio Utrecht heeft over drie jaar zijn eigen specialisme. Dan moet de herverdeling die een jaar geleden is begonnen, zijn afgerond. De Veiligheidsregio Utrecht wil daarmee bereiken dat zowel geld als middelen zo slim mogelijk worden verdeeld over de provincie.

https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/3229175/specialismen-brandweerposten-beter-verdeeld-in-maartensdijk-nu-de-beste-natuurbrandbestrijders-achterveld-redt-groot-vee

Het klimaat in de beklaagdenbank (Kennislink)

Overstromingen, regenbuien en hittegolven. Het hield maar niet op deze zomer. Was dat allemaal de schuld van de opwarming van het klimaat? Dat weet je nooit zeker, zeggen klimaatwetenschappers, maar sommige weertypen komen wel steeds vaker voor.

Wat het weer betreft hebben grote delen van de wereld een heftige zomer achter de rug. Eind juni werden de Verenigde Staten en Canada geteisterd door hittegolven met recordtemperaturen, halverwege juli leidde lokale zware regenval in Duitsland, België, Nederland en Luxemburg tot grote overstromingen. Bij die laatste kwamen meer dan 200 mensen om het leven, waarvan minstens 180 in Duitsland en enkele tientallen in België.

Luister naar de wetenschap! Maar wat kan die ons vertellen?
Mika Baumeister, via Unsplash

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Mika Baumeister, via Unsplash

Kort daarna verscheen het nieuwste rapport van het IPCC (International Panel for Climate Change), het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat de opwarming van het klimaat en de gevolgen daarvan voor ons in de gaten houdt. De aarde warmt op, het komt door de uitstoot van broeikasgassen, het ijs op de polen smelt en de zeespiegel stijgt, was de zorgwekkende maar weinig verrassende conclusie.

Maar ook is duidelijk geworden dat de opwarming leidt tot veranderingen in het weer – en dát hadden de klimaatwetenschappers nog niet eerder met zoveel stelligheid opgeschreven. Door de stijgende temperatuur krijgen we meer en intensere hittegolven, vaker zware regenval, vaker droogte en meer zware tropische cyclonen, meldde het rapport. Kwamen de extreme weersomstandigheden van afgelopen zomer dan ook tot stand onder invloed van de klimaatverandering?

Hitte

Om op dit soort vragen een antwoord te geven, is er tegenwoordig het World Weather Attribution inititiative, opgezet door een internationaal consortium van klimaatwetenschappers waaronder een aantal van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut).

De hittegolven van juni in Amerika en Canada waren zonder de opwarming door broeikasgassen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet zo extreem geweest als nu, schreef deze werkgroep in juli van dit jaar. De records gingen dan ook ver boven de historische metingen uit. In het Canadese Lytton werd een temperatuur van 49,6 graden Celcius aangetikt, waarna het dorpje ten prooi viel aan een van de vele bosbranden in de regio. Zelfs in de wereld van nu, die gemiddeld 1,2 graden warmer is dan voor de industriële revolutie, geldt dit als een zeldzame gebeurtenis. De schatting is dat een dergelijke hittegolf gemiddeld eens per duizend jaar voorkomt. Als de opwarming er niet geweest was, was die kans op zijn minst 150 keer kleiner geweest, berekenden de wetenschappers.

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Antwoorden op morele vragen vind je niet in de natuur of het wetboek

Geesteswetenschappen
Met spraaktechnologie parkinson opsporen

Overstromingen

Voor de overstromingen in Europa was de vraag lastiger te beantwoorden. De hoofdschuldige van de enorme bakken regen die hier uit de hemel kwamen was Bernd, een lagedrukgebied dat maar niet van zijn plek wilde komen en de wolken dwong om al hun water in hetzelfde gebied te lozen. Omdat het begin juli ook al veel geregend had, was de bodem verzadigd en niet meer in staat veel van al die nattigheid te absorberen.

In Nederland leidde dit vooral tot grote watervlaktes, overloopgebieden waar het water inderdaad in overliep, en dijken die het allemaal maar net hielden. In delen van Limburg, maar vooral in België, Duitsland en Luxemburg, waar de hoogteverschillen groter zijn en veel dorpjes zich in smalle bergvalleien bevinden, kreeg het water een ongekende kracht en ging het mis. Daar werden mensen, auto’s en gebouwen door de stroming meegesleurd.

“Het weer is grillig, en in dit geval pakten zowel de timing als de locatie van de langdurige zware regens bijzonder slecht uit”, zegt Sjoukje Philip, klimaatwetenschapper bij het KNMI in De Bilt. Of de regenval in juli ook zonder opwarming van het klimaat zo hevig zou zijn geweest valt niet te zeggen, concludeerde zij samen met 38 andere klimaatwetenschappers van de World Weather Attribution-werkgroep eind augustus in een lijvig rapport. Maar de káns op een dergelijke hoeveelheid regen is wel groter geworden.

“Dit was zo’n bijzondere en lokale gebeurtenis, dat hij moeilijk te modelleren was of met andere regens vergeleken kon worden”, vertelt Philip. “Vandaar dat we in onze studie op grote onzekerheden uitkwamen.” Uiteindelijk kozen de wetenschappers ervoor om uit te zoomen, en te onderzoeken hoe groot de kans op vergelijkbare regens is in het gebied tussen Nederland en de noordgrens van de Alpen. Ze verdeelden het studiegebied in zestien regio’s, en concludeerden dat die onder de huidige omstandigheden gemiddeld eens in de vierhonderd jaar met een dergelijke hoeveelheid regen te maken krijgen. Zonder opwarming zou dat 1,6 tot 9 keer minder vaak zijn geweest. De kans is dus klein, de onzekerheid fors.

Overstroming in Tilff, België, 16 juni 2021
Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

Shaky

Aarnout van Delden, weer- en klimaatonderzoeker bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht, heeft wel wat aan te merken op dit soort ‘attributiestudies’ – waarbij men de invloed van klimaatverandering op de kans op bepaalde gebeurtenissen berekent.

Dit soort onderzoeken worden beheerst door statistiek, zegt hij. “Maar met statistiek kan je weinig bewijzen, vooral als het om zeldzame gebeurtenissen gaat.” Statistiek bedrijven met toekomstverwachtingen van modellen is helemaal nogal shaky, vindt Van Delden. “Die modellen zijn zelf bepaald niet perfect, juist als het gaat om verwachting van regen en bewolking.”

Het probleem is dat je om regenval goed na te bootsen fijnschalige, gedetailleerde modellen nodig hebt. Daarmee kan je echter niet heel ver vooruit kijken, zoals je met klimaatmodellen wil. Van Delden: “Bij weermodellen gaat het om maximaal tien dagen, bij klimaatmodellen minimaal tot het jaar 2100. Dat kost simpelweg te veel rekentijd.” Om die reden rekenen onderzoekers in klimaatmodellen met een lagere resolutie, maar dat maakt ze voor dit soort berekeningen eigenlijk ongeschikt.

Mensen willen getallen

Van het weer dat we meemaken, kan je vrijwel nooit zeggen dat het door klimaatverandering is veroorzaakt, beaamt Philip. Maar mensen willen weten hoe groot de kans is dat bepaalde weersomstandigheden vaker gaan voorkomen, om zich eventueel voor te bereiden. “Ze willen getallen, en die geven we. Maar wel met een bandbreedte, we maken het niet nauwkeuriger dan we denken te kunnen. En de onzekerheid in de resultaten is bij onze studies net zo belangrijk als de resultaten zelf.”

Dat de extreme regenval van deze zomer op het randje zat van wat de statistiek aankon, benadrukte het World Weather Attribution-consortium overigens ook zelf. Al gebruikten de onderzoekers dit keer voor het eerst wél fijnschalige modellen, en keken ze juist vanwege de zeldzaamheid van de gebeurtenis naar een groter gebied.

Het regende maar door en door…
Frame Harirak, Unsplash

Werkwijze

We gaan in onze attributie-studies uit van de observaties, legt Philip uit. Om daar conclusies aan te verbinden moet je begrijpen hoe ze tot stand zijn gekomen. De computermodellen helpen daarbij, die berekenen de interactie tussen de bekende mechanismen en natuurkundige wetmatigheden – zij het in een versimpelde uitvoering. “De statistiek is vervolgens een hulpmiddel om te kijken in hoeverre de observaties en de modellen overeenkomen.”

Modellen die de huidige observaties niet weerspiegelen, worden niet gebruikt. Aan de overige modellen wordt een weging toegekend, afhankelijk van de onzekerheid in de modelresultaten. Uiteindelijk bepalen de onzekerheden in de modellen en in de gegevens samen de marges in de uitkomsten. Philip: “Daarnaast kijken we of modellen het een beetje met elkaar eens zijn. Zo ja, dan hebben we er vertrouwen in, en anders voegen we bij de resultaten ook nog een ‘modelonzekerheid’ toe.” Zo hoopt het consortium te laten zien welke verbanden echt duidelijk zijn, en welke niet.

“Het resultaat is ook weleens dat een uitzonderlijk weersverschijnsel vrijwel zeker niet met klimaatverandering te maken heeft”, benadrukt Philip. Dat was bijvoorbeeld het geval bij watertekorten in Brazilië in 2015, die veroorzaakt bleken te zijn door een toename in bevolking en waterconsumptie, en bij de droogte van 2016 in Somalië, die hoogst waarschijnlijk samenhing met natuurlijke variaties die er ook zonder klimaatverandering geweest was.

Circulatiedynamiek

Toch kunnen we beter een andere invalshoek kiezen, vindt Van Delden. Hij pleit ervoor de focus weer te verleggen naar de fysica achter het klimaat, zoals de dynamiek van luchtcirculatiepatronen. Hoe wordt die beïnvloed door een stijgende temperatuur? Daar leren we meer van dan van statistiek met modellen, betoogde hij afgelopen mei nog in een lezing voor het Duitse ClimXtreme Research Network, omdat we daarmee de mechanismen die het weer bepalen beter gaan begrijpen.

Van Delden: “Bij de extreme regenval in juli zaten we met een zeer speciale situatie, waarbij een cycloon met hele koude kern boven Duitsland bleef liggen. Dat veroorzaakte een constante stroming van vochtige lucht van de Oostzee naar de Ardennen en Eiffel, waar de wolken op de heuvels botsten en uitregenden. Dat ging maar door en door en door. We hebben dat wel vaker gezien. In het jaar 2002 is Praag bijvoorbeeld op dezelfde manier overstroomd, het water kwam toen tot de tweede en derde verdiepingen van de huizen. Zulke cyclonen – koudeputten – snoeren zich af van de zogeheten polaire vortex, de koude luchtstroom rond de noordpool. Of dát vaker voorkomt, is voor dit soort overstromingen dus veel belangrijker om te weten dan hoe veel meer regen er valt dan voorheen. Maar daar is weinig kennis over.”

Uiteindelijk is het allebei nodig, reageert Philip. “Als je beleid wil maken om de gevolgen van de overstromingen te beperken, maakt het niet zo veel uit wat de meteorologische situatie is. Dan wil je gewoon weten hoe groot de kans op zoveel water is.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/het-klimaat-in-de-beklaagdenbank/

Het klimaat in de beklaagdenbank (Kennislink)

Overstromingen, regenbuien en hittegolven. Het hield maar niet op deze zomer. Was dat allemaal de schuld van de opwarming van het klimaat? Dat weet je nooit zeker, zeggen klimaatwetenschappers, maar sommige weertypen komen wel steeds vaker voor.

Wat het weer betreft hebben grote delen van de wereld een heftige zomer achter de rug. Eind juni werden de Verenigde Staten en Canada geteisterd door hittegolven met recordtemperaturen, halverwege juli leidde lokale zware regenval in Duitsland, België, Nederland en Luxemburg tot grote overstromingen. Bij die laatste kwamen meer dan 200 mensen om het leven, waarvan minstens 180 in Duitsland en enkele tientallen in België.

Luister naar de wetenschap! Maar wat kan die ons vertellen?
Mika Baumeister, via Unsplash

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Mika Baumeister, via Unsplash

Kort daarna verscheen het nieuwste rapport van het IPCC (International Panel for Climate Change), het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat de opwarming van het klimaat en de gevolgen daarvan voor ons in de gaten houdt. De aarde warmt op, het komt door de uitstoot van broeikasgassen, het ijs op de polen smelt en de zeespiegel stijgt, was de zorgwekkende maar weinig verrassende conclusie.

Maar ook is duidelijk geworden dat de opwarming leidt tot veranderingen in het weer – en dát hadden de klimaatwetenschappers nog niet eerder met zoveel stelligheid opgeschreven. Door de stijgende temperatuur krijgen we meer en intensere hittegolven, vaker zware regenval, vaker droogte en meer zware tropische cyclonen, meldde het rapport. Kwamen de extreme weersomstandigheden van afgelopen zomer dan ook tot stand onder invloed van de klimaatverandering?

Hitte

Om op dit soort vragen een antwoord te geven, is er tegenwoordig het World Weather Attribution inititiative, opgezet door een internationaal consortium van klimaatwetenschappers waaronder een aantal van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut).

De hittegolven van juni in Amerika en Canada waren zonder de opwarming door broeikasgassen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet zo extreem geweest als nu, schreef deze werkgroep in juli van dit jaar. De records gingen dan ook ver boven de historische metingen uit. In het Canadese Lytton werd een temperatuur van 49,6 graden Celcius aangetikt, waarna het dorpje ten prooi viel aan een van de vele bosbranden in de regio. Zelfs in de wereld van nu, die gemiddeld 1,2 graden warmer is dan voor de industriële revolutie, geldt dit als een zeldzame gebeurtenis. De schatting is dat een dergelijke hittegolf gemiddeld eens per duizend jaar voorkomt. Als de opwarming er niet geweest was, was die kans op zijn minst 150 keer kleiner geweest, berekenden de wetenschappers.

Uitgelicht door de redactie

Geneeskunde
‘Ieder geschikt orgaan krijgt een bestemming’

Neurowetenschappen
Sommige ‘coronawoorden’ zullen we weer schrappen uit ons geheugen

Overstromingen

Voor de overstromingen in Europa was de vraag lastiger te beantwoorden. De hoofdschuldige van de enorme bakken regen die hier uit de hemel kwamen was Bernd, een lagedrukgebied dat maar niet van zijn plek wilde komen en de wolken dwong om al hun water in hetzelfde gebied te lozen. Omdat het begin juli ook al veel geregend had, was de bodem verzadigd en niet meer in staat veel van al die nattigheid te absorberen.

In Nederland leidde dit vooral tot grote watervlaktes, overloopgebieden waar het water inderdaad in overliep, en dijken die het allemaal maar net hielden. In delen van Limburg, maar vooral in België, Duitsland en Luxemburg, waar de hoogteverschillen groter zijn en veel dorpjes zich in smalle bergvalleien bevinden, kreeg het water een ongekende kracht en ging het mis. Daar werden mensen, auto’s en gebouwen door de stroming meegesleurd.

“Het weer is grillig, en in dit geval pakten zowel de timing als de locatie van de langdurige zware regens bijzonder slecht uit”, zegt Sjoukje Philip, klimaatwetenschapper bij het KNMI in De Bilt. Of de regenval in juli ook zonder opwarming van het klimaat zo hevig zou zijn geweest valt niet te zeggen, concludeerde zij samen met 38 andere klimaatwetenschappers van de World Weather Attribution-werkgroep eind augustus in een lijvig rapport. Maar de káns op een dergelijke hoeveelheid regen is wel groter geworden.

“Dit was zo’n bijzondere en lokale gebeurtenis, dat hij moeilijk te modelleren was of met andere regens vergeleken kon worden”, vertelt Philip. “Vandaar dat we in onze studie op grote onzekerheden uitkwamen.” Uiteindelijk kozen de wetenschappers ervoor om uit te zoomen, en te onderzoeken hoe groot de kans op vergelijkbare regens is in het gebied tussen Nederland en de noordgrens van de Alpen. Ze verdeelden het studiegebied in zestien regio’s, en concludeerden dat die onder de huidige omstandigheden gemiddeld eens in de vierhonderd jaar met een dergelijke hoeveelheid regen te maken krijgen. Zonder opwarming zou dat 1,6 tot 9 keer minder vaak zijn geweest. De kans is dus klein, de onzekerheid fors.

Overstroming in Tilff, België, 16 juni 2021
Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

Shaky

Aarnout van Delden, weer- en klimaatonderzoeker bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht, heeft wel wat aan te merken op dit soort ‘attributiestudies’ – waarbij men de invloed van klimaatverandering op de kans op bepaalde gebeurtenissen berekent.

Dit soort onderzoeken worden beheerst door statistiek, zegt hij. “Maar met statistiek kan je weinig bewijzen, vooral als het om zeldzame gebeurtenissen gaat.” Statistiek bedrijven met toekomstverwachtingen van modellen is helemaal nogal shaky, vindt Van Delden. “Die modellen zijn zelf bepaald niet perfect, juist als het gaat om verwachting van regen en bewolking.”

Het probleem is dat je om regenval goed na te bootsen fijnschalige, gedetailleerde modellen nodig hebt. Daarmee kan je echter niet heel ver vooruit kijken, zoals je met klimaatmodellen wil. Van Delden: “Bij weermodellen gaat het om maximaal tien dagen, bij klimaatmodellen minimaal tot het jaar 2100. Dat kost simpelweg te veel rekentijd.” Om die reden rekenen onderzoekers in klimaatmodellen met een lagere resolutie, maar dat maakt ze voor dit soort berekeningen eigenlijk ongeschikt.

Mensen willen getallen

Van het weer dat we meemaken, kan je vrijwel nooit zeggen dat het door klimaatverandering is veroorzaakt, beaamt Philip. Maar mensen willen weten hoe groot de kans is dat bepaalde weersomstandigheden vaker gaan voorkomen, om zich eventueel voor te bereiden. “Ze willen getallen, en die geven we. Maar wel met een bandbreedte, we maken het niet nauwkeuriger dan we denken te kunnen. En de onzekerheid in de resultaten is bij onze studies net zo belangrijk als de resultaten zelf.”

Dat de extreme regenval van deze zomer op het randje zat van wat de statistiek aankon, benadrukte het World Weather Attribution-consortium overigens ook zelf. Al gebruikten de onderzoekers dit keer voor het eerst wél fijnschalige modellen, en keken ze juist vanwege de zeldzaamheid van de gebeurtenis naar een groter gebied.

Het regende maar door en door…
Frame Harirak, Unsplash

Werkwijze

We gaan in onze attributie-studies uit van de observaties, legt Philip uit. Om daar conclusies aan te verbinden moet je begrijpen hoe ze tot stand zijn gekomen. De computermodellen helpen daarbij, die berekenen de interactie tussen de bekende mechanismen en natuurkundige wetmatigheden – zij het in een versimpelde uitvoering. “De statistiek is vervolgens een hulpmiddel om te kijken in hoeverre de observaties en de modellen overeenkomen.”

Modellen die de huidige observaties niet weerspiegelen, worden niet gebruikt. Aan de overige modellen wordt een weging toegekend, afhankelijk van de onzekerheid in de modelresultaten. Uiteindelijk bepalen de onzekerheden in de modellen en in de gegevens samen de marges in de uitkomsten. Philip: “Daarnaast kijken we of modellen het een beetje met elkaar eens zijn. Zo ja, dan hebben we er vertrouwen in, en anders voegen we bij de resultaten ook nog een ‘modelonzekerheid’ toe.” Zo hoopt het consortium te laten zien welke verbanden echt duidelijk zijn, en welke niet.

“Het resultaat is ook weleens dat een uitzonderlijk weersverschijnsel vrijwel zeker niet met klimaatverandering te maken heeft”, benadrukt Philip. Dat was bijvoorbeeld het geval bij watertekorten in Brazilië in 2015, die veroorzaakt bleken te zijn door een toename in bevolking en waterconsumptie, en bij de droogte van 2016 in Somalië, die hoogst waarschijnlijk samenhing met natuurlijke variaties die er ook zonder klimaatverandering geweest was.

Circulatiedynamiek

Toch kunnen we beter een andere invalshoek kiezen, vindt Van Delden. Hij pleit ervoor de focus weer te verleggen naar de fysica achter het klimaat, zoals de dynamiek van luchtcirculatiepatronen. Hoe wordt die beïnvloed door een stijgende temperatuur? Daar leren we meer van dan van statistiek met modellen, betoogde hij afgelopen mei nog in een lezing voor het Duitse ClimXtreme Research Network, omdat we daarmee de mechanismen die het weer bepalen beter gaan begrijpen.

Van Delden: “Bij de extreme regenval in juli zaten we met een zeer speciale situatie, waarbij een cycloon met hele koude kern boven Duitsland bleef liggen. Dat veroorzaakte een constante stroming van vochtige lucht van de Oostzee naar de Ardennen en Eiffel, waar de wolken op de heuvels botsten en uitregenden. Dat ging maar door en door en door. We hebben dat wel vaker gezien. In het jaar 2002 is Praag bijvoorbeeld op dezelfde manier overstroomd, het water kwam toen tot de tweede en derde verdiepingen van de huizen. Zulke cyclonen – koudeputten – snoeren zich af van de zogeheten polaire vortex, de koude luchtstroom rond de noordpool. Of dát vaker voorkomt, is voor dit soort overstromingen dus veel belangrijker om te weten dan hoe veel meer regen er valt dan voorheen. Maar daar is weinig kennis over.”

Uiteindelijk is het allebei nodig, reageert Philip. “Als je beleid wil maken om de gevolgen van de overstromingen te beperken, maakt het niet zo veel uit wat de meteorologische situatie is. Dan wil je gewoon weten hoe groot de kans op zoveel water is.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/het-klimaat-in-de-beklaagdenbank/

De onstuimige zomer van 2021 toonde ons de gevolgen van klimaatverandering (Nederlands Dagblad)

Deze week is de meteorologische herfst begonnen, na een zomer vol natuurrampen. Van verzengende hitte in Canada tot hevige regenval in Duitsland en Nederland: hoe extreem is het weer van de afgelopen maanden te noemen?Wakker worden in een tent waar het water tot aan de rand van je luchtbed staat: vakantiegangers in Friesland maakten het deze zomer mee. En ook strandtenthouders hadden het zwaar. Dat de omzet zou tegenvallen door de coronamaatregelen, lag in de lijn der verwachting. Geen grote feesten met dj’s op het strand, om middernacht sluiten. Maar daarbovenop kwam het slechte weer, waardoor ook dagjesmensen wegbleven.De tropische temperaturen die de afgelopen zomers het nieuwe Hollandse normaal leken te zijn geworden, bleven deze keer in juli en augustus uit. Ter vergelijking: vorig jaar telde de zomer elf dagen waarop het kwik in de Bilt tot 30 graden of hoger steeg. Deze zomer was dat er maar één. En op maar liefst vijftien dagen viel er ergens in het land meer dan 50 millimeter regen: een record.Een uitzonderlijke kwakkelzomer? Nee hoor, vertelt klimaatonderzoeker Peter Siegmund van het KNMI. Pas vanaf 1976 kennen de Nederlandse zomers soms hoge temperaturen, voor die tijd was het oud-Hollands koel. Wat in 1976 de ommezwaai veroorzaakte, is niet zeker. De aarde warmt op, dus dat speelt een rol, maar de toegenomen warme wind uit zuidelijke en oostelijke richting is ook van invloed. Maar dat betekent niet dat het élke zomer warm is, en ook over de volgende zomer valt nog niets te zeggen. Toeval blijft een grote rol spelen, aldus Siegmund.beeld vkToch zagen wetenschappers in de zomer van 2021 wereldwijd wel degelijk de effecten van klimaatverandering, met op diverse plekken verlammende hitte en bizarre hoeveelheden neerslag, die we volgens de klimaatmodellen vaker kunnen verwachten. Een overzicht van de extreme zomer van 2021, van bosbranden in Siberië tot weggespoelde bergdorpen in Duitsland.bijna vijftig gradenDe zomer van 2021 brak hitterecord na hitterecord. In Canada en het noordwesten van de VS zochten mensen hun toevlucht tot speciaal daarvoor ingerichte koelcentra, daar konden zij schuilen voor de verzengende hitte. De politie riep burgers op oudere familieleden goed in de gaten te houden.Inwoners van het Canadese dorp Lytton zagen het kwik stijgen tot 49,6 graden Celsius: warmer dan ooit tevoren. De Amerikaanse stad Portland verbrak het oude hitterecord met 5 graden en tikte de 46,7 graden aan. Ook het Europese hitterecord sneuvelde: op Sicilië klom de temperatuur op tot 48,8 graden Celsius.De hitte op de continenten kent verschillende oorzaken: in de mediterrane landen leidt een combinatie van droogte, felle zon en warme, dalende lucht uit de Sahara tot hoge temperaturen. Boven Canada en het noordwesten van de Verenigde Staten vormde zich een koepel van warme lucht die niet weg kon en daardoor genoodzaakt was te dalen, waardoor de temperatuur ook daar tot recordhoogte steeg.Direct na de hittegolf in Canada sloegen onderzoekers van onder andere het KNMI aan het rekenen. Conclusie: dergelijke temperaturen op die plek zijn niet langer te verklaren door toevallige omstandigheden in het weer. Zonder de opwarming van de aarde door CO2-uitstoot was de piek vrijwel zeker niet zo hoog. Peter Siegmund, klimaatonderzoeker bij het KNMI: ‘Dit was inderdaad een extreem jaar qua hitte, maar deze zomer hebben we ook gewoon pech gehad. Zulke temperaturen gaan eens in de honderden jaren voorkomen.’Mechelen tijdens de overstromingen afgelopen juli - beeld Marcel van den BerghbosbrandenHonderden mensen opeengepakt op een veerpont die wegvaart van een kustlijn die in lichterlaaie staat. Apocalyptische beelden van het Griekse eiland Evia gingen de wereld over. Ook buiten Zuid-Europa was het raak. In onder meer Canada, de Verenigde Staten, Siberië, Finland en Noord-Afrika woedden bosbranden, die soms wel 2000 vierkante kilometer besloegen en mensenlevens kostten.Hoewel bosbranden al voorkomen zolang er bomen en blikseminslag bestaan, is er in de zogeheten boreale zone iets bijzonders aan de hand. Hier bevinden zich de naaldbossen van de noordelijke regio’s, zoals Canada en Siberië. Gert-Jan Nabuurs, hoogleraar Europese bossen aan de Wageningen Universiteit en hoofdauteur van het klimaatpanel IPCC, legde eerder in de Volkskrant uit hoe de bosbranden in Rusland toenemen. ‘Van gemiddeld 1 tot 2 miljoen hectare in Rusland per jaar in de jaren negentig, naar 5 tot 6 miljoen hectare nu. De hogere temperaturen door klimaatopwarming werken dat in de hand. Dit is uitermate zorgelijk en niemand heeft er een goed antwoord op. Ook klimaatslim bosbeheer is vrijwel niet uit te voeren in deze onmetelijke gebieden.’Daarnaast valt de timing van de bosbranden dit jaar op, zegt Guido van der Werf, fysisch geograaf en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ieder jaar is er op de wereld wel een gebied waar veel branden zijn. Dit jaar branden al die gebieden tegelijk, dit is het eerste jaar dat ik dat zie.’Dat is niet zonder gevolgen. Nu bosbranden vaker voorkomen en intenser zijn, kan het bos niet tot oorspronkelijke staat herstellen voordat de volgende brand zich aandient. Daardoor verandert de vegetatie en raakt de CO2-balans zoek: normaliter compenseert het bos de CO2-uitstoot die de bosbrand veroorzaakte doordat er nieuwe bomen groeien die CO2 uit de lucht kunnen halen, maar nu krijgt het bos daar de tijd niet voor en produceert het netto meer CO2 dan het opneemt. Toch valt de uitstoot relatief nog mee, zegt Van der Werf. Zo is de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij bosbranden een stuk kleiner dan wat er wereldwijd bij de verbranding van fossiele brandstoffen de lucht in wordt geblazen.overstromingenDe Duitse Uwe leidt een Volkskrant-correspondent daags na de grote overstromingen van juli rond in het verwoeste dorp aan de Ahr waar hij woont. ‘Woonde’, corrigeert hij zichzelf. Het kolkende water sloeg gaten in de muren, vulde het huis met modder en sleurde zijn schoonvader mee, die tot dan toe spoorloos was.Half juli veroorzaakten aanhoudende regenbuien in West-Europa ernstige overstromingen. Mensen brachten de nacht door op het dak van hun huis, terwijl dorpen onderliepen en wegen en spoorlijnen door aardverschuivingen verwoest werden. Ruim tweehonderd mensen kwamen om. Ook in Nederland gaf het water overlast: in een ziekenhuis in Venlo moesten patiënten op stel en sprong vluchten voor het water. En de hevige regenval bleef niet beperkt tot West-Europa: de Chinese provincie Henan werd eveneens getroffen door zware wateroverlast.Het Duitse dorp Altenburg werd hard getroffen door de overstroming van de Ahr. - beeld Julius SchrankDoor klimaatverandering zal zulk extreem noodweer in West-Europa vaker voorkomen, constateerde een internationaal team wetenschappers onlangs. Maar hoe vaak precies blijft ongewis: het KNMI berekende dat zulke neerslaghoeveelheden ongeveer eens in de duizend jaar optreden, het Belgische KMI kwam uit op eens in de vierhonderd jaar. Dat verschil alleen al geeft aan hoe onzeker de statistiek is als het om extremen gaat, zegt Klaas-Jan van Heeringen, expert waterbeheer bij Deltares. ‘Daarnaast zitten we in een veranderend klimaat, waardoor dit soort extremen naar verwachting vaker zullen optreden. Misschien concluderen we over vijftig jaar wel dat extreme regenval zoals in de zomer van 2021 eens in de 25 jaar voorkomt.’Mensen vragen zich terecht af hoe vaak zulke extremen gaan voorkomen, zegt Van Heeringen. ‘Maar uiteindelijk gaat het daar niet alleen om. We moeten ons daarnaast afvragen: hoe gaan we ons wapenen tegen dit soort extreme situaties, met het doel de impact ervan in te perken? Wat dat betreft gaan waterbeheerders een interessante periode tegemoet.’...

https://www.nd.nl/nieuws/buitenland/1058857/de-onstuimige-zomer-van-2021-toonde-ons-de-gevolgen-van-klimaatverandering