Oververhitte houtmarkt is een risico op zich (Elsevier)

Houtprijzen zijn in enkele maanden tijd verdubbeld tot recordhoogtes. In de sector komen alle knelpunten van de coronacrisis samen, schrijft Marijn Jongsma, en dat tegen de achtergrond van een structureel stijgende vraag.

‘De’ houtprijs bestaat niet echt: het hangt af van soort en kwaliteit. Maar alle grafieken laten na het dieptepunt in de eerste helft van 2020 een sterk stijgende lijn zien. Bij houthandelaar PontMeyer spreken ze van het corona-effect.

Consumenten waren tijdens de lockdowns aan huis gekluisterd en hadden tijd en geld over. Met als resultaat een run op houten tuinmeubilair, schuttingen en pergola’s. Maar ook dakkapellen en uitbouwtjes zorgen voor extra vraag.

https://cdn.prod.elseone.nl/uploads/2021/01/Blog-Marijn.jpg

Marijn Jongsma (1969) is economisch redacteur bij EW. Hij blogt wekelijks over financieel- en macro-economische onderwerpen.

Concurrentie met hout als transportmiddel

Hout speelt daarnaast een grote rol in de (internationale) handel. Veel producten worden op houden pallets vervoerd, zodat ze eenvoudig met een vorkheftruck uit een vrachtwagen kunnen worden gehaald. De concurrentie met hout voor de bouw is hevig, zegt de EPV, de branchevereniging voor de Nederlandse emballage- en palletindustrie.

Daar constateren ze dat de bouwsector in de Verenigde Staten (waar relatief veel houten huizen worden gebouwd) inmiddels veel Europees hout opslokt, en daarmee ook een concurrent is geworden voor de palletindustrie.

Lange tijd was dat niet het geval: bouwers hebben een ander deel van de boomstam nodig dan de producenten van pallets. Maar de EPV wijst op een nieuwe techniek, waarmee kleinere houtdelen aan elkaar worden gelijmd tot platen waarmee prefab wanden en vloeren voor huizen kunnen worden gemaakt. Deze platen zijn ook voor Europese bosbouwers en houtzagerijen een lucratieve afzetmarkt. De vraag naar Europees hout kreeg al eerder een zetje door het handelsbeleid van de vorige Amerikaanse president, Donald Trump, die forse importtarieven op Canadees hout invoerde.

Meer vraag, en een aanbod dat achterblijft

Door innovatie (en, ironisch genoeg, een lokale handelsoorlog) wordt de houtmarkt dus nog internationaler, waardoor de schaarste overal voelbaar wordt. De toegenomen vraag valt samen met een beperkt aanbod. Nog steeds kampt de sector met de naweeën van de kredietcrisis, die begon met de crash van de Amerikaanse huizenmarkt. Vorig jaar verlaagden grote zagerijen juist hun capaciteit, omdat ze rekenden op een zware daling van de vraag door de coronacrisis – maar het omgekeerde gebeurde.

Nederland betrekt hout voor de bouw voor het grootste deel uit Scandinavië, de Baltische staten en Rusland. Volgens de Vereniging Van Nederlandse Houthandelaren (VVNH) is de krapte tijdelijk: er groeit in de Europese bossen meer bij dan er wordt geoogst. De bottleneck zit bij transport en verwerking. Het ‘opschalen’ daarvan is echter niet zo eenvoudig: de bouw van een nieuwe houtfabriek duurt al snel twee tot drie jaar.

De ‘letterzetter’ zorgde eerder nog voor overaanbod

De omslag in de bedrijfstak is spectaculair. In 2019 daalden de houtprijzen juist sterk door een keverplaag. De ‘letterzetter’ boort gangen in de schors, waardoor aangetaste bomen uiteindelijk afsterven. Om deze plaag de kop in te drukken, moesten op grote schaal bomen worden gekapt, waardoor er tijdelijk een enorm overaanbod van hout was.

Bosbranden en orkanen hebben vaak hetzelfde prijsdrukkende effect, signaleren ze bij PontMeyer. Omgewaaide bomen gaan naar de zagerij, evenals bomen die worden gekapt om verdere verspreiding van bosbranden te voorkomen. Op langere termijn leiden deze ingrepen juist tot minder aanbod. Herbeplanting kost tijd, en bomen doen er tientallen jaren over om productierijp te zijn.

Hout als icoon van duurzaamheid: pas op voor misbruik

De oorzaak van bovenstaande natuurfenomenen wordt gezocht in de opwarming van de aarde. Grootschalige herbebossing geldt als een van de manieren om broeikasgassen op te slaan en zo de opwarming af te remmen. Hout als grondstof staat daardoor ‘in een positief daglicht’, signaleren ze bij PontMeyer, en op die mogelijk structurele vraagtoename was de productieketen niet voorbereid.

Dat roept weer andere vragen op. Hoe groter de schaarste en hoe hoger de prijzen, hoe groter de kans op (door corruptie mogelijk gemaakte) illegale houtkap aan de randen van Europa en daarbuiten. Hout is in principe een duurzaam product, maar een op hol geslagen vraag leidt onherroepelijk tot misstanden. Laten we daarom alternatieve materialen, ook kunststoffen, niet te snel in de ban doen.

The post Oververhitte houtmarkt is een risico op zich appeared first on EWmagazine.nl.

https://www.ewmagazine.nl/economie/opinie/2021/06/oververhitte-houtmarkt-is-een-risico-op-zich-828199/

‘Erken milieuvervuiling als internationale misdaad’ (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/136226_Bodo-Nigeria--875x492.jpg

Predikant Christian Lekoya Kpandei bij zijn door olie verwoeste viskwekerij in de Nigerdelta.

Shell moet zijn milieubeleid drastisch aanpassen, oordeelde de rechter in een unieke uitspraak. Wat Katy Olivia van Tergouw, directeur van de Stop Ecocide Foundation, betreft blijft het daar niet bij. ‘Als ecocide een internationale misdaad is kunnen we de aarde, en al haar bewoners, beschermen.’

Update van de redactie, 2 juni 2021

Eind vorige maand deed de rechter uitspraak in een revolutionaire zaak van Milieudefensie tegen Shell. 17.379 mede-eisers en 6 milieuorganisaties sloten zich aan bij de eis dat Shell zich houdt aan de doelen van het klimaatakkoord van Parijs. De rechter stelde hen in het gelijk: Shell moet in 2030 45 procent minder CO2 uitstoten dan in 2019. Het is voor het eerst dat van een vervuilend bedrijf nieuw beleid wordt geëist om klimaatontwrichting tegen te gaan; voorheen draaide het altijd om geld.

Milieudefensie hoopte met deze uitspraak een precedent te scheppen, en dat lijkt gelukt. De Franse milieuorganisatie Notre Affaire à Tous (‘Onze gedeelde zaak’) is een soortgelijke zaak begonnen tegen het Franse oliebedrijf Total. Vier Zwitserse vrouwen, de ‘KlimaSeniorinnen’ (de jongste is 79, de oudste 89 jaar), spannen een rechtszaak aan tegen de Zwitserse staat. De vrouwen stellen dat het land onvoldoende bijdraagt aan het beperken van de opwarming van de aarde tot 1,5 graden, zoals is afgesproken in het Parijsakkoord.

De kernvraag in de zaak: maken landen die te weinig doen tegen klimaatverandering zich schuldig aan mensenrechtenschendingen? Daar gaat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich over buigen.

In Nigeria lekt al zestig jaar lang elke dag olie op het land en in de rivieren. Inmiddels zijn zeker 11 miljoen vaten weggelekt, waarmee dit de grootste olieramp aller tijden is. Het lek heeft verwoestende effecten gehad op de voedselvoorziening, de huisvesting en het drinkwater van veel Nigerianen. Naast de schade aan het milieu wordt hier dus ook het mensenrecht geschonden.

Met deze olieramp als hoofdreden is Shell in december 2020 door de Nederlandse Milieudefensie voor de rechter gedaagd. Op 29 januari van dat jaar werd de oliegigant – in hoger beroep – veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan verschillende Nigeriaanse boeren. Het hof eist ook dat Shell in een van de gebieden een olielekdetectiesysteem aanlegt, waardoor toekomstige lekkages eerder worden ontdekt. Zoals Milieudefensie het verwoordt: ‘Shell moet zelf zijn troep in Nigeria opruimen.’

Zou zo’n grootschalige milieubeschadiging strafbaar zijn, dan zaten de bazen van Shell allang achter slot en grendel.

 

“Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken”

Dat is precies waar de Stop Ecocide Foundation voor pleit: misdaden tegen het milieu strafbaar stellen onder de term ‘ecocide’. Volgens Katy Olivia van Tergouw, directeur bij de stichting, is de wereldwijde wetgeving er op dit moment niet op gericht de natuur en de ecosystemen effectief te beschermen. “Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken en de aarde, en al haar bewoners, te beschermen”, zegt Van Tergouw.

De vijfde misdaad

Een grote natuurramp veroorzaakt door de mens, zoals de olieramp in Nigeria, wordt op dit moment niet gezien als een internationaal misdrijf – in tegenstelling tot genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie. Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Als het aan de Stop Ecocide Foundation ligt, wordt ecocide als vijfde aan dat rijtje toegevoegd. “De mensen die binnen die vervuilende bedrijven op knopjes drukken en verantwoordelijk zijn, kunnen dan persoonlijk worden vervolgd”, aldus Van Tergouw.

De totstandkoming van het internationaal strafrecht (1998)

Toen begin jaren 90 de verdragspartijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof binnen het kader van de Verenigde Naties onderhandelden, werd ecocide wel degelijk overwogen. Maar na bezwaren van verschillende landen, waaronder Nederland, werd het uiteindelijk geschrapt. De misdaden die nu in het internationale verdrag staan, gelden voor 123 landen. Om ecocide als misdrijf toe te voegen, moet een van deze landen een amendement indienen bij het Internationaal Strafhof. De Stop Ecocide Foundation bekijkt momenteel hoe de wet het beste kan worden vormgegeven.

De sneeuwbal blijft rollen

De Stop Ecocide Foundation krijgt van verschillende kanten bijval. In 2019 riep Paus Franciscus uit dat het vernietigen van de aarde een zonde is en een misdaad zou moeten zijn. Ook hij vindt dat ecocide moet worden opgenomen in het Statuut van Rome. Andere invloedrijke personen als Paul McCartney sloten zich als Aardebeschermer aan bij Stop Ecocide en steunden zo de campagne. Topmodel Cara Delevingne moedigt mensen in een video aan hetzelfde te doen.

En al die aandacht werpt z’n vruchten af, vertelt Van Tergouw. “Het gaat nu heel hard. Er rolt een gigantische sneeuwbal van de berg die we bijna niet meer hoeven te duwen.” Ze is optimistisch over de weg naar nieuwe wetgeving en verwacht dat de ecocide-wetgeving er over drie tot vijf jaar zal zijn.

De overheid doet te weinig en komt haar verplichtingen niet na

Ondertussen zijn ook andere organisaties bezig ecologische misdaden via de juridische weg te bestrijden. Want we moeten niet achteroverleunen totdat de ecocidewetgeving er is, zegt bijvoorbeeld ‘klimaatjurist’ Dennis van Berkel. Zelf werkt hij aan de klimaatzaak van Urgenda, een organisatie die tot doel heeft om Nederland duurzamer te maken. “De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na”, aldus Van Berkel.

In juni 2015 won Urgenda, samen met 900 mede-eisers, een zaak tegen de Nederlandse staat. De uitspraak: Nederland moet in 2020 25 procent minder broeikasgassen hebben uitgestoten dan in 1990. Dankzij corona is dit doel mogelijk gehaald. In 2019 was de uitstoot nog slechts 17 procent lager.

Het succes van de klimaatzaak heeft volgens Van Berkel drie oorzaken. Allereerst legden de advocaten heel precies de gevaren van klimaatverandering uit wanneer er geen verdere maatregelen zouden worden genomen. Daarnaast stelden ze dat het een schending van de mensenrechten is wanneer de overheid haar verplichting om inwoners te beschermen niet nakomt. “Dat argument had nog nooit eerder iemand in de rechtbank gemaakt.”

Tot slot benadrukte Urgenda dat de overheid zelf had erkend dat de uitstoot met minimaal 25 procent moest worden verminderd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. “Inmiddels weten we dat de gevaarsgrens veel meer richting de 1,5 graden Celsius ligt (dan bij 2 graden, zoals lang werd gedacht, red.). We moeten dus eigenlijk nog sneller naar beneden dan we toen wisten.”

Jongeren

Ook burgers staan niet stil. Zo stapten zes Portugese jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud begin september 2020 naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met een aanklacht tegen 33 landen, waaronder Nederland. De jongeren begonnen zich in het klimaat te verdiepen na dodelijke bosbranden die Portugal in 2017 teisterden, veroorzaakt door hoge temperaturen. Ze vinden dat de 33 Europese landen hun toekomst in gevaar brengen en zich te weinig aan het Parijs-akkoord houden. Ze doen een beroep op de mensenrechten en de plicht van het Europees Hof om die na te streven.

Een bijzondere stap, omdat veel klimaatzaken bij de rechter in eigen land beginnen en niet meteen bij het Europees Hof. Een klimaatzaak op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is bovendien nog nooit voorgekomen.

 

De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering

Logisch dat jongeren naar de rechter stappen, vindt Van Berkel. “De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering.” Doordat de politiek wordt gedreven door kortetermijnbelangen, worden de belangen en rechten van jongeren te weinig behartigd, voegt hij eraan toe. “Maar die rechten hébben ze wel, dat maakt dit een ontzettend krachtige beweging.”

Kolencentrales sluiten

Wat kunnen dergelijke klimaatzaken concreet opleveren? In het geval van het Urgenda-vonnis is het duidelijk: de staat heeft onmiddellijk extra maatregelen doorgevoerd om aan de uitspraak te voldoen, en maakt daarvoor gebruik van het maatregelenpakket dat Urgenda voorlegde; 30 van de 54 voorgestelde maatregelen voor CO2-reductie worden overgenomen en geïmplementeerd.

Als de Portugese jongeren hun zaak, die vorig jaar september van start ging, ook winnen, dan zullen alle 33 landen verplicht worden om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Zo zullen onder meer kolencentrales worden gesloten en zal er meer geld gaan naar hernieuwbare energie.

Weinig plastic gebruiken, minder lang douchen: daar gaan we het niet mee redden

“Hiermee zou het doel (van het Parijsakkoord, red.) gehaald moeten kunnen worden”, zegt Van Berkel. Toch zijn we er nog niet, vindt hij. “Steken we het geld om de economie na de coronacrisis te verbeteren in KLM of in de duurzame economie? De overheid heeft de macht en de middelen om de noodzakelijke verandering door te voeren.”

De overheid heeft de middelen

“Mensen zijn bang dat de economie zal instorten door grote veranderingen op het gebied van klimaatmaatregelen. Maar het tegendeel is waar”, zegt Van Tergouw. Het zou een enorme impact hebben als alle subsidies die nu nog naar de fossiele industrie gaan (in 2020 ruim 8 miljard euro per jaar), naar groene energie zouden stromen. Het zou bedrijven en CEO’s dwingen om beter te handelen.“De focus ligt nu nog erg op de consument: weinig plastic gebruiken, minder lang douchen. Daar gaan we het niet mee redden. De echte grote vervuiler is de industrie.”

Van Berkel is het daarmee eens; de coronacrisis laat zien dat ontzettend veel maatregelen mogelijk zijn, als de urgentie maar groot genoeg is. “Het probleem is veel te groot om bij de burgers neer te leggen. Ze kunnen dit nooit zelf oplossen. De overheid heeft bovendien de middelen. Vanaf nu moeten we elk jaar zeggen: hoe kunnen we nog een stapje verder?”

De oorspronkelijke versie van dit artikel verscheen in oktober 2020.

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Vandaag in de rechtbank: het klimaat vs de Staat

Nienke Taalman

Het bericht ‘Erken milieuvervuiling als internationale misdaad’ verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/klimaatonrecht/erken-milieuvervuiling-als-internationale-misdaad/

Monitor Brede Welvaart moet ons een spiegel blijven voorhouden (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2020/01/bosbrand-370x247.jpg

cc-foto: skeeze

Vorige week publiceerde het CBS voor de vierde keer de jaarlijkse Monitor Brede Welvaart. Ook de belangrijkste bedrijvenkoepel van Nederland, VNO-NCW, gaf zijn nieuwe visie de titel van ‘Brede Welvaart’. Zowel de overheid als bedrijven laten daarmee zien dat ze zich bewust zijn van de gevolgen van Nederlands beleid en handelen op welzijn en klimaat in de wereld. Immers, brede welvaart kijkt naar de effecten van onze handelseconomie ‘hier en nu’ en ‘daar en later’. Juist omdat deze brede blik heel goed laat zien dat de Nederlandse impact op de rest van de wereld groot is en overwegend negatief, moet dit instrument dicht bij de opdracht blijven. En zoals altijd als de analyses van planbureaus pijnlijke waarheden blootleggen, wordt de spiegel die de Monitor ons voorhoudt elk jaar troebeler. De conclusie uit 2018, “Nederland legt druk op de brede welvaart van mensen in andere landen”, is bijvoorbeeld verdwenen in de 2021-editie, terwijl er geen wezenlijke veranderingen in ons brede buitenlandbeleid hebben plaatsgevonden. Hoog tijd om aan de bel te trekken.

Vergeleken met andere EU-landen voert Nederland relatief veel grondstoffen in, en dan vooral vanuit ontwikkelingslanden, stond in de Monitor van 2018. Hierdoor legt Nederland een relatief groot beslag op het natuurlijk kapitaal van deze landen. Hier staat tegenover dat Nederland in vergelijking met andere EU-landen relatief veel uitgeeft aan ontwikkelingshulp. Het rapport uit 2018 stelde ook vast dat er een sterke link was tussen onze handel in soja, palmolie en andere bulkproducten en de grootschalige ontbossing in Brazilië, Indonesië en Maleisië. In de editie van 2021 is daar nauwelijks iets over te lezen. Er wordt gerept over ‘een stabiele tot positieve ontwikkeling’, maar eigenlijk is de ecologische voetafdruk van Nederland nog steeds groot en worden milieu-impacts nog steeds afgewenteld op andere landen. Zo bungelt Nederland bij de milieu-impact van invoer van fossiele grondstoffen en bulkproducten onderaan het lijstje vergeleken met andere Europese landen, maar de Monitor maakt dit nu niet duidelijk. Het planbureau staat duidelijk voor een duivels dilemma: hoe vertellen we een boodschap die in het huidige politieke landschap moeilijk zal vallen? Wat is de beste manier om aan een breed publiek te vertellen dat dat onze welvaart – hier en nu – ten koste gaat van het welzijn van de rest van de wereld en toekomstige generaties – daar en later?

Nederland heeft een eerlijke spiegel nodig, hoe pijnlijk dat ook is. Alleen dan kunnen we bewust bijdragen aan een betere wereld. We moeten voorkomen dat de Monitor Brede Welvaart het zoveelste instrument wordt om onszelf op de borst te kloppen over onze rol in armoedebestrijding, klimaatbeleid en het behoud van biodiversiteit. Pas als we erkennen waar de pijn zit, kunnen we er iets aan doen. Het is hoog tijd voor écht nieuw leiderschap, niet de lege term die in Den Haag momenteel volop wordt gebezigd, maar leiderschap dat in die spiegel kijkt, dat leert van gemaakte fouten, zich verbindt met mensen hier en elders, en dat durft te kijken voorbij het eigen korte-termijn gewin en daarnaar handelt. Leiderschap voor de mooist mogelijke toekomst. Hier en daar.

Danielle Hirsch, directeur Both ENDS
Jan van de Venis, wnd. Ombudspersoon Toekomstige Generaties
Tineke Lambooy, Professor Corporate Law Nyenrode Business Universiteit en academisch adviseur van het Lab Toekomstige Generaties

https://joop.bnnvara.nl/opinies/monitor-brede-welvaart-moet-ons-een-spiegel-blijven-voorhouden

‘Leegloop brandweer dreigt als hervormingen doorgaan’ (NOS Binnenland)

Vijftien procent van de brandweervrijwilligers dreigt ermee te stoppen als de voorgenomen hervorming van het brandweerstelsel doorgaat. Dat blijkt uit documenten van het Veiligheidsberaad die in handen zijn van Nieuwsuur.

Een dergelijke leegloop bij de brandweer kan grote consequenties hebben voor de veiligheid, want de Nederlandse brandweer bestaat voor liefst tachtig procent uit vrijwilligers.

Vooral in regio's als Zeeland, die volledig afhankelijk zijn van vrijwilligers, zullen de gevolgen van minder vrijwilligers erg zichtbaar zijn. "Dan is daar eigenlijk helemaal geen brandweerzorg meer", zegt Tijs van Lieshout, voorzitter van Brandweer Nederland. In stedelijk gebied, waar met name beroepskrachten werken, zal de brandweer volgens Van Lieshout iets later komen.

'Gelijk werk moet gelijk beloond worden'

Doorn in het oog van de vrijwilligers zijn de voorgenomen hervormingen bij de brandweer. Het Veiligheidsberaad werkte jarenlang aan het plan, omdat het huidige stelsel in strijd is met de Europese regels. Veel brandweervrijwilligers doen precies hetzelfde werk en zijn precies hetzelfde opgeleid als hun beroepscollega's. Europees recht stelt dat gelijk werk, gelijk beloond moet worden: vrijwilligers zouden dus eigenlijk als beroepsbrandweer moeten worden aangemerkt.

Ondertussen worstelt de brandweer al jaren met het werven van voldoende vrijwilligers. "Als vijftien procent stopt, zal het lastig zijn om hen te vervangen", zegt Van Lieshout. Het werven en trainen van nieuwe vrijwilligers duurt lang en is kostbaar.

De Algemene Rekenkamer waarschuwde het ministerie van Justitie en Veiligheid vorige week al voor een krappe bezetting bij de brandweer. De bestrijding van twee grote natuurbranden in 2020 ging maar net goed, mede door een iets hogere beschikbaarheid van brandweervrijwilligers door de coronacrisis. Maar volgens de Rekenkamer is een soortgelijke brand in de toekomst een "reëel risico".

Demissionair minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid wil de vrijwilligers behouden, maar vindt het ook "van het grootste belang" dat de brandweer aan de regels voldoet, schreef hij deze maand in een brief aan de Tweede Kamer. Daarom wil de minister nu de eerste stap nemen. De veiligheidsregio's gaan over de brandweer, dus is het volgens de minister nu aan hen "om invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid als werkgever".

Die eerste stap houdt in dat vrijwilligers zelf bepalen of ze naar de kazerne komen als de pieper afgaat. Ook verplicht overnachten op de kazerne of een opkomstplicht volgens een rooster is niet meer toegestaan. Als brandweermensen wel verplicht moeten uitrukken, krijgen ze een arbeidscontract en zijn ze dus geen vrijwilliger meer.

Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers, vindt dit deel van het plan een goed idee, als het daarbij blijft. Ook wat Van Lieshout van Brandweer Nederland betreft blijft het bij deze eerste stap, maar volgens juristen van landsadvocaat Pels Rijcken moet de brandweer het totale pakket aan maatregelen invoeren om aan de wet te voldoen.

Minder taken

De rest van het plan houdt in dat de vrijwilligers minder taken mogen uitvoeren dan hun beroepscollega's. Voorlichting geven is er dan niet meer bij. Ook mogen ze geen gecompliceerde branden meer blussen en is maximaal één specialisme toegestaan, zoals beknelde mensen uit een auto knippen of met een boot uit het water redden.

Dat gaat een deel van de vrijwilligers te ver. Juist de professionaliteit maakt het werk aantrekkelijk voor hen, zegt voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers Marcel Dokter. "Vrijwilligers willen geen tweederangs brandweer zijn."

De taakdifferentiatie brengt naast grote personele veranderingen ook meer kosten met zich mee. Jaarlijks is er 75 miljoen euro extra nodig. Op dit moment zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het grootste deel van het brandweerbudget. Om de extra kosten te dekken, vraagt de organisatie om extra geld van het Rijk via een brief "aan de kabinetsformateur om te wijzen op het belang van financiële compensatie", blijkt uit interne stukken.

Donderdag debatteert de Tweede Kamer met minister Grapperhaus over de taakdifferentiatie.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/ZtlAxd2hTt4

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/ZtlAxd2hTt4/2382330

Almere – Stichting AAP verlengt project voor bedreigde apen in Marokko (Omroep Flevoland)

De stichting AAP in Almere verlengt het dierenbeschermingsproject Born To Be Wild. De afgelopen drie jaar werd onder de vlag van Born To Be Wild een team scouts ingezet in een Marokkaans natuurgebied. In dit Ifrane National Park leeft zo'n tachtig procent van de nog bestaande wilde populatie berberapen. Drie jaar na het begin van het project is de populatie berberapen in het park al met 32 procent gegroeid.

In 2008 bevestigde onderzoek in het park dat er opvallend minder apen vlakbij toeristische plekken leefden. De groepen waren soms maar half zo groot als groepen op andere plekken. Dit als gevolg van stroperij, waarbij honderden jonge dieren werden geroofd om op markten toeristen te vermaken of om in Europa als huisdier verkocht te worden.

De scouts van Born To Be Wild patrouilleren dag en nacht in het Ifrane National Park, om smokkel en andere illegale activiteiten te signaleren. Ook luisteren ze naar de zorgen van de lokale fruitboeren die overlast hebben van de apen en geven ze voorlichting aan toeristen. Verder worden lessen aangeboden op scholen en krijgen lokale autoriteiten training in het succesvol in beslag nemen van onderschepte dieren.

Het afgelopen decennium was de berberaap het meest gesmokkelde levende zoogdier naar Europa. Dat zorgde al voor een vermelding op de lijst bedreigde soorten van organisaties als IUCN en CITES. De berberapen worden ook bedreigd door het verdwijnen van hun leefgebied. Ontbossing, illegale houtkap, bosbranden en afvalverbranding maken het de soort lastig om te overleven.

Stichting AAP startte het project in 2017 in samenwerking met IFAW en met steun van de Nationale Postcode Loterij. Met het voortzetten van het project wil AAP de toestroom van berberapen naar Europa nog verder afremmen. Meer informatie over het project is te vinden op de website van AAP.

https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/235965/stichting-aap-verlengt-project-voor-bedreigde-apen-in-marokko