Zorgen bij betrokkenen na Peelbrand: ‘Bij droge zomer mogelijk terug bij af’ (NOS journaal)

Ongeveer een jaar geleden brak de grootste natuurbrand van de laatste decennia in Nederland uit. 710 hectare van de Deurnese Peel ging in vlammen op. Bewoners maken zich zorgen over nieuwe branden. "Eén droge zomer en we zouden weer terug bij af kunnen zijn", zegt Wim van Opbergen van werkgroep Behoud de Peel.

"Overal was het vuur te zien. Dan moet je huis en haard achterlaten", zegt Toon Daniels uit Helenaveen. Aan de rand van zijn tuin zijn nog de zwartgeblakerde bomen te zien. "Ramptoeristen stonden op straat, terwijl wij weg moesten", vertelt hij tegen Omroep Brabant.

Zondag wordt de documentaire De Peel in brand uitgezonden bij L1 en Omroep Brabant.

Na de brand in de Deurnese Peel werden meerdere onderzoeken gestart. Daaruit bleek in november dat de brand bijna niet op natuurlijke wijze kon zijn ontstaan.

De onderzoekers kwamen wel met ideeën om te voorkomen dat een eventuele nieuwe brand weer zo uit de hand loopt. Zo moet de brandweer meer middelen krijgen en betere toegang tot het gebied en moet het beter beheerd worden.

Maar vooralsnog is er weinig veranderd, vinden Peelbewoners. "Het is eigenlijk nog hetzelfde als vorig jaar", zegt Hans Rademakers. "We willen een contactpersoon die we kunnen bellen als we iets zien op De Peel", zegt Dirk Verberne. "Maar die is er niet."

Voor Verberne is dat moeilijk te verkroppen. "Ik ben hier opgegroeid en voel me erg vergroeid met De Peel. Het is net of je een buurman hebt die twee maanden zijn perceel heeft laten branden en daarna zegt dat het wel goedkomt."

'De Peel moet natter'

Wim van Opbergen van werkgroep Behoud de Peel is juist wel blij met hoe het een jaar later gaat op sommige plekken. "Je ziet een mooi open landschap, met water en veenmossen. Precies het plaatje zoals het zou moeten zijn."

Dat biedt overigens geen zekerheid voor de toekomst. Voor Van Opbergen is er maar één oplossing om te voorkomen dat het gebied opnieuw te maken krijgt met een grote natuurbrand. "Daar waar het water hoog heeft gestaan, zie je dat het vuur geen schade heeft aangericht. De Peel moet gewoon natter, het is de enige oplossing."

En dat gebeurt ook. Er lopen projecten die ervoor moeten zorgen dat het gebied natter wordt. Uiteindelijk is het de bedoeling dat planten die nu heel brandgevoelig zijn, verdwijnen uit het gebied. Die kunnen namelijk niet tegen een natte grond. Het duurt alleen flink wat jaren voor het zover is, werd eerder dit jaar geschreven in een onderzoek naar de Peelbrand door de Wageningen Universiteit.

Tot die tijd moeten er maatregelen worden genomen zodat het risico op natuurbranden beperkt blijft. Er zijn al maatregelen genomen. Zo grazen er bijvoorbeeld schapen in het gebied om pijpenstrootjes kort te houden.

Dode vegetatie

De brand vorig jaar in de Deurnese Peel werd zo groot doordat er dode vegetatie uit meerdere jaren in het gebied lag. Die is erg brandbaar. Elk jaar de dode planten weghalen is lastig, zegt Jelmer Dam, landelijk coördinator Natuurbrandbeheersing

Een brand voorkomen kan bijna niet. "Dan zou je het gebied hermetisch moeten afsluiten en er geen mensen meer in moeten laten. Dat is volgens mij geen optie."

Er is wel een lichtpuntje. Als er dit jaar weer brand uitbreekt, wordt die vermoedelijk minder groot. "Voordeel is dat het hele dikke pakket aan varens verloren is gegaan bij de brand in 2020. Het is nu een uitdaging om de opbouw van de brandstoffen te beperken."

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/VwKyYWgj3qQ

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/VwKyYWgj3qQ/2377055

Een jaar na de gigantische Peelbrand: angst regeert nog bij omwonenden (Omroep Brabant)

Bijna een jaar geleden brak hij uit: de grootste natuurbrand ooit in Nederland. Ruim 700 hectare van natuurgebied De Peel ging in vlammen op. Het afgelopen jaar werd duidelijk dat er maatregelen nodig zijn om een nieuwe megabrand te voorkomen. Maar wat is daar nu, een jaar na dato, van te zien?

Toon Daniels uit Helenaveen woont op een paradijselijk plekje. In de vroege ochtendzon ziet hij reeën in de achtertuin. Maar een jaar geleden was dat anders. Toen likten de vlammen aan alles was Toon bezat. "Overal was het vuur te zien. Dan moet je huis en haard achterlaten."

De evacuatie had grote impact. "Ramptoeristen stonden op straat, terwijl wij weg moesten." Nog steeds is de angst voor een nieuwe brand groot. Aan de rand van zijn idyllische tuin, zijn de zwartgeblakerde bomen nog te zien.

Na de brand, die maar liefst twee maanden woedde, gingen verschillende onderzoeken van start. Een oorzaak voor de brand werd niet gevonden. Maar de onderzoekers hadden wel een mening over hoe het zo uit de hand kon lopen. En over hoe een nieuwe brand voorkomen moet worden.

Zo moet de brandweer meer middelen krijgen, een betere toegang krijgen tot het gebied en moet De Peel beter beheerd worden. Want het vuur voedde zich gulzig met woekerende adelaarsvarens en pijpenstrootjes. Maar de Peelbewoners zien nog niet veel van de maatregelen. "Het is eigenlijk nog hetzelfde als vorig jaar", zegt de buurman van Toon, Hans Rademakers.

En dus is er wantrouwen bij de bewoners. "We willen eigenlijk een contactpersoon die we kunnen bellen als we iets zien op De Peel", zegt Dirk Verberne. "Maar die is er niet."

Voor Dirk is dat moeilijk te verkroppen. "Ik ben hier opgegroeid en voel me erg vergroeid met De Peel. Het is net of je een buurman hebt die twee maanden zijn perceel heeft laten branden en daarna zegt dat het wel goed komt."

Wim van Opbergen van werkgroep Behoud de Peel is juist wel blij met hoe het een jaar later gaat op sommige plekken. "Je ziet een mooi open landschap, met water en veenmossen. Precies het plaatje zoals het zou moeten zijn." Maar het is precair. "Een droge zomer en we zouden weer terug bij af kunnen zijn."

Voor Wim is er maar één oplossing om te voorkomen dat de Peel opnieuw verzwolgen wordt door een grote natuurbrand. "Daar waar het water hoog heeft gestaan, zie je dat het vuur geen schade heeft aangericht. De Peel moet gewoon natter, het is de enige oplossing."

Staatsbosbeheer is begonnen met maaien om De Peel brandveiliger te maken. De adelaarsvarens en de pijpenstrootjes worden er weggehaald. Het zijn moeilijke keuzes voor boswachter Lieke Verhoeven. Want hoe ver ga je dan met het weghalen van natuur om brand te voorkomen? "Dat moet je per keer bekijken."

"Soms heb je het idee dat de cultuurhistorische waarde vergeten wordt."

Ook schapen grazen op delen van De Peel om het pijpenstrootje kort te houden. Volgens boswacher Lieke kan deze maatregel helpen, maar een megabrand tegenhouden doet het natuurlijk niet. Ook zij denkt dat water het belangrijkste wapen tegen brand is: "Wil je een uniek hoogveengebied als dit bewaren, dan zul je het natter moeten maken."

Maar voor een nattere Peel moeten offers gebracht worden. Niet alle bewoners zien het zitten. Ze zijn bang om te wonen naast een grote wateroppervlakte waar ze niet meer kunnen komen en waar muggen vrij spel hebben. "De Peel heeft ook een cultuurhistorische waarde", zegt bewoner Hans Rademakers. "Soms heb je het idee dat de natuur de boventoon voert en dat de cultuurhistorische waarde vergeten wordt."

Een nattere Peel zorgt voor onrust bij de boeren in de buurt, die dan minder grondwater mogen gebruiken. De felle discussie over een nattere Peel woedde al voor de brand. Het kan dus nog lang duren voordat iedereen tevreden is en De Peel weer voldoende water heeft. En deze zomer kan een nieuwe brand alweer op de loer liggen.

Omroep Brabant zendt zondag 18 april om 11.33 en 16.44 uur een documentaire van de collega's van L1 uit over de brand op De Peel.

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3372720/een-jaar-na-de-gigantische-peelbrand-angst-regeert-nog-bij-omwonenden

Verzekeraars keren jaarlijks 277 miljoen uit aan weerschade (Rijswijks Dagblad)

Verzekeraars keren sinds 2007 gemiddeld 277 miljoen euro uit aan weergerelateerde schade aan gebouwen en auto's. Dat meldt het Verbond van Verzekeraars op basis van cijfers uit de Klimaatmonitor.

Gemiddeld genomen is Noord-Brabant de provincie met de meeste schade die te maken heeft met weersomstandigheden, gevolgd door Zuid-Holland. Schade door storm, die bijna de helft van weergerelateerde schade vormt, is vooral groot in de kustgebieden met dichte bebouwing. Ook veroorzaken eenmalige weersextremen als een enorme hagelbui veel schade.

De Klimaatmonitor combineert gegevens over storm, hagel, neerslag, vorst en natuurbranden met de totale schade aan huizen, bedrijfspanden en voertuigen. De monitor moet verzekeraars helpen bij het beter inschatten van de risico's op schade voor hun klanten. Zo wil het verbond de schade door extreem weer en klimaatverandering tegengaan of beter kunnen ondervangen.

Algemeen directeur Richard Weurding wil met de monitor ook het debat over de kosten van klimaatverandering in een breder perspectief plaatsen. Volgens hem moet er een gerichte investering komen waardoor Nederland zich nu, maar zeker ook in de toekomst staande kan houden. "Als wij niets doen, dan kan dit bedrag toenemen met meer dan 250 miljoen euro", aldus de directeur.

In de eerste editie van de monitor is gebruikgemaakt van goed vergelijkbare schadecijfers: gebouwen en auto’s. Omzetschade zit daar nog niet bij, dat bijvoorbeeld kan ontstaan als gevolg van verminderd transport over de grote rivieren door lage waterstanden. Ook agrarische schade wordt niet meegeteld. Daarnaast is er onverzekerde schade, onder meer door een versterkte bodemdaling, overstroming van de grote rivieren, of schade aan natuur. In de komende jaren krijgen deze schadetypes ook een plek in de Klimaatmonitor, waar onder andere het KNMI, Wageningen University & Research en Rijkswaterstaat aan meewerken.

https://rijswijksdagblad.nl/landelijk/verzekeraars-keren-jaarlijks-277-miljoen-uit-aan-weerschade

Verzekeraars keren jaarlijks 277 miljoen uit aan weerschade (Zoetermeers Dagblad)

Verzekeraars keren sinds 2007 gemiddeld 277 miljoen euro uit aan weergerelateerde schade aan gebouwen en auto's. Dat meldt het Verbond van Verzekeraars op basis van cijfers uit de Klimaatmonitor.

Gemiddeld genomen is Noord-Brabant de provincie met de meeste schade die te maken heeft met weersomstandigheden, gevolgd door Zuid-Holland. Schade door storm, die bijna de helft van weergerelateerde schade vormt, is vooral groot in de kustgebieden met dichte bebouwing. Ook veroorzaken eenmalige weersextremen als een enorme hagelbui veel schade.

De Klimaatmonitor combineert gegevens over storm, hagel, neerslag, vorst en natuurbranden met de totale schade aan huizen, bedrijfspanden en voertuigen. De monitor moet verzekeraars helpen bij het beter inschatten van de risico's op schade voor hun klanten. Zo wil het verbond de schade door extreem weer en klimaatverandering tegengaan of beter kunnen ondervangen.

Algemeen directeur Richard Weurding wil met de monitor ook het debat over de kosten van klimaatverandering in een breder perspectief plaatsen. Volgens hem moet er een gerichte investering komen waardoor Nederland zich nu, maar zeker ook in de toekomst staande kan houden. "Als wij niets doen, dan kan dit bedrag toenemen met meer dan 250 miljoen euro", aldus de directeur.

In de eerste editie van de monitor is gebruikgemaakt van goed vergelijkbare schadecijfers: gebouwen en auto’s. Omzetschade zit daar nog niet bij, dat bijvoorbeeld kan ontstaan als gevolg van verminderd transport over de grote rivieren door lage waterstanden. Ook agrarische schade wordt niet meegeteld. Daarnaast is er onverzekerde schade, onder meer door een versterkte bodemdaling, overstroming van de grote rivieren, of schade aan natuur. In de komende jaren krijgen deze schadetypes ook een plek in de Klimaatmonitor, waar onder andere het KNMI, Wageningen University & Research en Rijkswaterstaat aan meewerken.

https://zoetermeersdagblad.nl/landelijk/verzekeraars-keren-jaarlijks-277-miljoen-uit-aan-weerschade

Verzekeraars keren jaarlijks 277 miljoen uit aan weerschade (Gouds Dagblad)

Verzekeraars keren sinds 2007 gemiddeld 277 miljoen euro uit aan weergerelateerde schade aan gebouwen en auto's. Dat meldt het Verbond van Verzekeraars op basis van cijfers uit de Klimaatmonitor.

Gemiddeld genomen is Noord-Brabant de provincie met de meeste schade die te maken heeft met weersomstandigheden, gevolgd door Zuid-Holland. Schade door storm, die bijna de helft van weergerelateerde schade vormt, is vooral groot in de kustgebieden met dichte bebouwing. Ook veroorzaken eenmalige weersextremen als een enorme hagelbui veel schade.

De Klimaatmonitor combineert gegevens over storm, hagel, neerslag, vorst en natuurbranden met de totale schade aan huizen, bedrijfspanden en voertuigen. De monitor moet verzekeraars helpen bij het beter inschatten van de risico's op schade voor hun klanten. Zo wil het verbond de schade door extreem weer en klimaatverandering tegengaan of beter kunnen ondervangen.

Algemeen directeur Richard Weurding wil met de monitor ook het debat over de kosten van klimaatverandering in een breder perspectief plaatsen. Volgens hem moet er een gerichte investering komen waardoor Nederland zich nu, maar zeker ook in de toekomst staande kan houden. "Als wij niets doen, dan kan dit bedrag toenemen met meer dan 250 miljoen euro", aldus de directeur.

In de eerste editie van de monitor is gebruikgemaakt van goed vergelijkbare schadecijfers: gebouwen en auto’s. Omzetschade zit daar nog niet bij, dat bijvoorbeeld kan ontstaan als gevolg van verminderd transport over de grote rivieren door lage waterstanden. Ook agrarische schade wordt niet meegeteld. Daarnaast is er onverzekerde schade, onder meer door een versterkte bodemdaling, overstroming van de grote rivieren, of schade aan natuur. In de komende jaren krijgen deze schadetypes ook een plek in de Klimaatmonitor, waar onder andere het KNMI, Wageningen University & Research en Rijkswaterstaat aan meewerken.

https://goudsdagblad.nl/landelijk/verzekeraars-keren-jaarlijks-277-miljoen-uit-aan-weerschade