Heb principes! Ook als daar een prijskaartje aan hangt (Vrij Nederland)


Dit verhaal is ook te beluisteren. Hoofdredacteur Ward Wijndelts leest voor.

Een paar maanden geleden werd ik benaderd door een publieke omroep met de vraag of ik mijn correspondentenlicht kon laten schijnen over een nieuw programma, een documentairereeks over de duurzame toekomst van Europa. In de serie reist de presentator per trein door het continent op zoek naar oplossingen voor het klimaatvraagstuk.

Een van die afleveringen speelt zich af in Zweden, het land waar alle duurzame hoop op bleek gevestigd. In Zweden geen vuiltje aan de lucht, las ongeveer het draaiboek. Na een bezoek aan klimatologische rampgebieden in Oost- en Zuid-Europa, waar de milieucrisis werd beantwoord met de opening van nieuwe kolencentrales en de intensivering van de veeteelt, moest de treinreis door Zweden een wervelwind worden van rechtschapen mensen en dito projecten.

Het onderwerp ligt in mijn journalistieke straatje en Zweden is het land waar ik de keurig geasfalteerde weg inmiddels beter ken dan in Nederland, dus ik zegde toe. Dit was mijn kans om dat hardnekkige beeld van die feilloze Scandinaviërs eens te nuanceren. Waarom willen we in Nederland zo graag geloven dat er een Noord-Europese staat is waar alles beter gaat en het moreel kompas immer de juiste kant op wijst? Zo hoor je bijvoorbeeld zelden dat in Zweden het laatste beetje natuurlijk bos in ongekende snelheid in de versnipperaar belandt, omdat de staat nog net iets meer geeft om haar liquiditeit dan om haar ongerepte woud.

Afijn: een programma over onze toekomst in het licht van de klimaatcrisis, daar werkte ik graag aan mee. Het thema houdt me bezig. Ik ben klimaatangstig, bang voor wat onze en toekomstige generaties te wachten staat. Allergisch voor de onverschilligheid waarmee het leeuwendeel van mijn bevoorrechte Amsterdamse kennissen verbruikt, verspilt, consumeert en reist. Dat gedrag beperkt zich vanzelfsprekend niet tot welvarende Amsterdammers: ver boven de aanvaardbare ecologische voetafdruk leven is wat de gemiddelde, bemiddelde stadsbewoner in de ontwikkelde wereld verbindt. Dat mógen ze, want ze scheiden toch hun afval, vliegen al niet meer zo vaak en zo ver als voorheen, zijn sinds kort flexitariër en werken toch ook gewoon heel hard? Bovendien: is dit niet iets dat de politiek en het zakenleven moeten oplossen? Ik plant wel een boom op mijn balkon, en nu ajb stoppen met zeuren.

Weekendje Lissabon

Als ik even in Amsterdam ben, bekruipt me soms het gevoel dat ik de enige ben die zich in de supermarkt bij alles dat in een plastic jasje zit of vanuit Ecuador is verscheept afvraagt of ik dat nou werkelijk nodig heb; de enige die matig enthousiast reageert op de verhalen van bekenden over plezierreisjes naar Bali en de Azoren en het weekendje Lissabon, want ‘er even lekker tussenuit’.

Op een slechte dag zie ik elke wegwerpkoffiebeker, elke geplastificeerde boterham, elk overvliegend vliegtuig als de belichaming van onze ongebreidelde decadentie en als voorteken van een naderend einde. Ik weet dat ik hierin niet alleen sta. Grote bewondering heb ik voor mensen als mijn landgenoot Greta en de massa’s jongvolwassenen die de straat op gaan tegen klimaatapathie en loze beloften, alle tieners die politici achter de broek zitten en hun toekomst inrichten met het oog op de menselijke en meer-dan-menselijke wereld als geheel, niet met alleen hun eigen bevrediging als leidraad. Zo zijn er nog vele anderen, oud en jong, die tegen de stroom in zwemmen. Geen gehoor geven aan de westerse, hedendaagse invulling van carpe diem – zoveel mogelijk kopen, zo ver mogelijk reizen, elke dag eten als een koning – maar stille voldoening vinden in een bestaanswijze die is gericht op het beperken van de schade voor alle wezens, zowel levend als nog ongeboren. Die genoegen nemen met precies genoeg, niet altijd op zoek zijn naar meer. Maar in de stad zijn deze mensen veelal onzichtbaar. Je ziet ze niet grazend op een terras zitten, met vijf tassen aan de arm winkel in winkel uit lopen, zich met hun SUV door smalle stegen proberen te wringen.

Schijntreinreis

Het begon er mee dat het ‘met de trein door Europa’-team per vliegtuig zou arriveren. Het bleek een schijntreinreis te worden: of ik even kon regelen dat we ergens in Zweden een mooi traject op beeld zouden kunnen vangen. Gewoon, bij het ene stationnetje erin, bij het volgende er weer uit, even de drone oplaten en terug naar het hotel. Als we die tocht daadwerkelijk over het spoor zouden afleggen, legde de producent uit, werd het hele gebeuren veel te duur. De kosten van de treinrit zelf vielen wel mee, maar wie zou opdraaien voor al die uren onderweg? Nee, daar kon de omroep echt niet aan beginnen.

In een stad als Stockholm, waar je omkomt in de vleesloze opties, is twee of drie keer per dag dood dier eten volstrekt onnodig en, met de kennis van nu, mijns inziens immoreel.

In september was het zover. Ik ontmoette de rest van het team – regisseur, presentator, cameraman en geluidsman – bij ons hotel in Stockholm. Ze kwamen net van de luchthaven; het was hun derde vlucht in zeven dagen. Stuk voor stuk waren het sympathieke mensen. De midweek, vonden ze, ademde de sfeer van een lang mannenweekend. Waar ik per abuis in was beland. Maar iedereen zette zich in, niemand klaagde.

Wat mijn weerzin opwekte, was de complete achteloosheid waarmee deze hoogopgeleide en goedingelichte mannen – ze maakten nota bene een serie over onze al dan niet duurzame toekomst – zelf leefden alsof er geen dag van morgen is. Natúúrlijk heb ik het beste voor met het klimaat, maar alleen tot waar dat niet aan mijn eigen levensstijl raakt. Kennis leidde hier klaarblijkelijk niet tot het zelfinzicht: zou ook mijn bestaanswijze onderdeel kunnen zijn van het probleem?

Zo kauwden de mannen, op een pescetariër na, dag in dag uit naar hartenlust vlees. Het is één ding als je in, zeg, Sarajevo bent en beest is het enige dat je voorgeschoteld wordt. Als principes tot honger leiden, is het redelijk dat je die principes even opzijschuift. Ook geloof ik heus dat er zoiets bestaat als een verantwoorde carnivoor; iemand die een of twee keer per week een stukje lokaal vlees eet van een dier dat een relatief goed leven heeft gehad en niet gevoerd is met soja waarvoor Amazonewoud is gesneuveld. Maar in een stad als Stockholm, waar je omkomt in de vleesloze opties, is twee of drie keer per dag dood dier eten volstrekt onnodig en, met de kennis van nu, mijns inziens immoreel.

Ondertussen was het mijn taak als hosselaar te zorgen dat het niemand aan iets ontbrak. Dat betekende in de praktijk dat ik er, tussen de maaltijden door, dagelijks op uit werd gestuurd om water te kopen. Echt? Zijn er nog mensen die aan de lopende band plastic flesjes water verbruiken in een land waar de kwaliteit van het kraanwater niet onderdoet voor een gebottelde Spa of Evian? Hup, weer vier flessen erdoorheen. Een keer heb ik het ’s ochtends bij het ontbijt gezegd: jongens, we zitten zo vijf uur in de auto. Misschien een idee om een van je vijfentwintig plastic flesjes te vullen als je ze niet allemaal hebt weggegooid. ‘Goed idee,’ antwoordde een van hen nog voor de vorm. Twee uur later stond ik gewoon weer met een berg plastic en een beetje water bij de kassa.

En dan de gesprekken over alle gemaakte en binnenkort te maken reizen. Over herfst- en kerstvakanties naar Namibië, Vietnam, Jordanië en Laos, tussen de talloze werkgerelateerde vluchten door. Iemand onlangs nog naar Riga geweest? Prima stad, en de tickets waren spotgoedkoop.

‘Eigenlijk leef ik ecologisch gezien een heel klein leven,’ vertrouwde een van mijn reisgenoten me op een middag toe. ‘Mijn waterverbruik wordt met het jaar minder,’ zei hij, en hij kocht ‘amper meer iets’. Als zonnepanelen wat mooier en efficiënter waren geweest had hij ze zeker op zijn dak gelegd. Maar ja, wat zijn ze lelijk, hè, en bij een zonneoverschot gaat veel energie verloren, dus waarvoor doe je het dan eigenlijk? Verder woonde hij in een kast van een huis in een welvarende gemeente – hij had me trots de camerabeelden getoond – en vloog hij om de haverklap de wereld rond. ‘Maar dat is voor werk,’ verdedigde hij zich.

‘Ook dat is een keuze,’ antwoordde ik, me er terdege van bewust dat ik mezelf hiermee wegzette als een betweterig, ergerniswekkend links figuur. Maar ben ik niet medeplichtig als ik me niet verzet tegen dit soort drogredenen? Als niemand ooit tegengas geeft, verandert er toch nooit iets? ‘Jij bevindt je in de positie om eisen te stellen,’ vervolgde ik dus maar. ‘Naar jou wordt geluisterd, producenten willen met jou en met jou alleen werken. Als jij zegt: ik doe alleen nog mee aan programma’s in de buurt, of ik maak nog maar één verre reis per jaar en dan schieten we meteen een hele reeks programma’s in die regio, dan heb je een kans dat de industrie rondom jou meebeweegt. Of in elk geval neem je een positie in. Maak kenbaar dat het niet meer van deze tijd is om je kop in het zand te steken, dat met de kennis van nu de werkwijze van de afgelopen decennia niet meer valide is. Iemand moet de rest wakker schudden: hallo, we hebben nog pakweg tien jaar om het leven op aarde van de verdoemenis te redden. Hoe dragen wíj daar welbeschouwd aan bij?’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2022/06/klimaatdecadentie-1-3-640x853.jpg

Nauwelijks offers

Na een week filmen kwam ik gedeprimeerd thuis. Ik was in de veronderstelling geweest dat zij en ik in een soortgelijke bubbel leefden: van privilege, van hoogopgeleide mensen in de mediawereld die zich bewust zijn van de omvang en de acute ernst van het broeikasgasprobleem. Bewust genoeg om daar Nederland over te willen inlichten. Maar met mijn vliegschaamte, mijn klimaatangst, mijn onwil om mee te gaan in die neokoloniale en kapitalistische waan – dat de aarde er is om over te heersen, te gebruiken, leeg te pompen, in te zetten voor eigen gewin – viel ik toch in een buitencategorie. Ook de goedgeïnformeerde en gezegende mens zegt het een en doet het ander. Klimaatverandering: vreselijk, daar moet iets aan gedaan. Maar not in my backyard.

Soms voel ik me schuldig dat ik mijn comfortabele leventje leef terwijl anderen vechten om hun hoofd boven water te houden.

Laat ik meteen vermelden: ik ben geen heilig boontje. Ook ik heb in mijn leven een paar intercontinentale reizen gemaakt. Ook ik eet als ik ver van huis ben wel eens vis als het veganistische of vegetarische aanbod karig is. Ook ik doe van alles dat de wereld schaadt: ik eet overzeese avocado’s, heb een iPhone en koop nog een enkele keer nieuwe kleren waarvan niemand precies weet hoe en door wie die zijn gemaakt. Ik ben imperfect, maar doe mijn best.

Vlees eten, vliegen en aan de lopende band nieuwe spullen kopen zijn zo’n beetje de schadelijkste dingen die je kunt doen. Dus doe ik die niet, of zo min mogelijk. Een jaar of drie geleden heb ik mijn laatste vlucht genomen. Vlees eet ik al ruim tien jaar niet meer. Nieuwe dingen koop ik alleen als ik ze tweedehands niet vind, en dan bij voorkeur van merken waarvan enigszins te traceren valt waar en hoe ze zijn gemaakt (toegegeven, dat is geen sinecure).

Dit zijn nauwelijks offers te noemen; ik leid nog steeds een zeer bevoorrecht leven. Vergeleken met grote delen van de mensheid eet ik nog steeds als een koning. Ik kan nog steeds op reis, alleen blijf ik wat dichterbij. Binnen een dag treinen ben ik in Nederland, binnen twee dagen ben ik in Noord-Italië of Spanje, binnen drie dagen bereik ik de Algarve. Heb ik die tijd? Niet per se, maar die neem ik. In plaats van drie keer per jaar een week weg te gaan, ga ik een keer een wat langere periode, met in de tussenliggende maanden een paar kortere uitstapjes in de buurt. Zou ik meer kunnen doen? Jazeker. Ik zou net als Greta de barricades op kunnen gaan. Ik zou mijn ecologische voetafdruk nog verder kunnen verkleinen door zelfvoorzienend te worden; ergens te gaan wonen waar ik mijn eigen energie opwek en water afvang. Ik zou, zoals sommige mensen doen, helemaal kunnen stoppen met nieuwe dingen kopen. Ik zou met het beetje spaargeld dat ik heb een lapje bos kunnen beschermen.

Lees ookWaarom je niet perfect hoeft te zijn om kritiek te mogen hebben12 maart 2022
Wij zijn ‘de consumenten’

Soms zou ik willen dat ik dat allemaal deed. Soms voel ik me schuldig dat ik mijn comfortabele leventje leef terwijl anderen vechten om hun hoofd boven water te houden, moeten vluchten voor droogte, bosbranden of de stijgende zeespiegel. Ik leef geenszins in de veronderstelling dat ik het juiste doe waar ieder ander tekortschiet. Ik schiet tekort; ook ik klamp me vast aan mijn privileges. Ook ik blijk niet bereid mijn schrijverij en mijn gemakkelijke Zweedse eilandleven op te geven in ruil voor, zeg, een bestaan als voltijds-activist of biodynamische boer.

We kunnen ook niet allemaal ons leven wijden aan activisme, biologisch boeren of natuurbehoud. De samenleving heeft journalisten nodig, en zorgmedewerkers, kassapersoneel, schoonmakers, IT’ers, politici, agenten, vuilnismannen, voedselproducenten. Maar dat pleit ons niet vrij van verantwoordelijkheid. Eigenlijk is het vrij simpel: zoek uit wat een verantwoorde ecologische voetafdruk is, bereken die van jou, en bepaal waar je moet inschikken om binnen die voetafdruk te blijven. Zonder de bekende excuses (‘ik werk toch hard’, ‘ik heb geen kinderen dus ik mag zoveel vliegen als ik wil’, ‘ik scheid m’n afval’, ‘politiek en het bedrijfsleven lossen het maar op’).

Geloof me: als wij morgen allemaal besluiten geen flesjes water meer te kopen, is de productie daarvan snel beëindigd.

De omvang van ons geluk loopt niet gelijk op met de omvang van ons verbruik. Welvaart is geen synoniem van welzijn. De econoom Ernst Friedrich Schumacher, een voorloper van de degrowth-beweging, schreef dat ‘de maximalisatie van menselijk welbevinden moet worden behaald met een minimum aan consumptie’. Onze aarde is immers begrensd. Daarmee, zegt de Club van Rome al sinds de jaren zeventig, zitten er ook grenzen aan de groei. Onze productie en consumptie moeten drastisch omlaag in het streven naar een sociaal rechtvaardige en ecologisch houdbare samenleving.

Lees ookDe groei voorbij: de oplossing is minder, niet méér23 april 2022

Zijn we als individu (of krant, omroep, organisatie of onderneming) gevrijwaard van enige milieuplicht? Een veelgehoord argument is dat de consument een schuldgevoel wordt aangepraat terwijl het eigenlijke probleem het systeem is, het kapitalisme, onze overheden, het gebrek aan regulering, de lobby-invloed van multinationals, de niet-aflatende groeizucht van diezelfde multinationals. Bla, bla, bla. Zeker: overheden doen te weinig en handelen te traag. Bedrijven wachten op hun beurt tot overheden stappen zetten, want besluit je autonoom de bedrijfsvoering af te stemmen op een uitstootloze toekomst, dan verslechtert vast je concurrentiepositie. Et cetera, et cetera.

We kunnen wachten tot we een ons wegen; wij hulpeloze burgers, overgeleverd aan die machtige industrie en politiek. Maar we kunnen óók het voortouw nemen. Wij zijn ‘de achterban, de consumenten’. Politiek en industrie bestaan bij de gratie van ons. Geloof me: als wij morgen allemaal besluiten geen flesjes water meer te kopen, is de productie daarvan snel beëindigd.

Volgens een recent onderzoeksrapport van ABN Amro kan van echte verduurzaming geen sprake zijn zolang we ons koop-, eet- en reisgedrag niet veranderen. Vergroenen in Nederland helpt niks als we massaal (vervuilende) goederen blijven importeren.
En er ligt een speciale verantwoordelijkheid bij ons, bij jullie, bij de omroepen, de mediaconcerns, de BN’ers, de elite, de directeuren en managers, alle individuen en instanties met invloed. Die bevinden zich in de positie om stelling te nemen, zich te laten horen, te handelen naar de beschikbare kennis.

Als een omroep waar wekelijks zo’n miljoen mensen naar kijken zich aanpast en uitspreekt, kunnen onze bestuurders en CEO’s dat minder makkelijk naast zich neerleggen dan wanneer de buurvrouw dat doet. Wees een voorbeeld. Volg niet, maar leid. Heb principes, ook als daar een prijskaartje aan hangt en ook als dat ten koste gaat van bepaalde programma’s, artikelen, uitstapjes of gemakken. We kunnen heus een beetje inschikken. Zit niet zelfgenoegzaam te wezen omdat je een serie maakt over duurzaamheid of de krant volschrijft over klimaatverandering. Handel zelf ook naar die wetenschap. We hebben geen tijd om te blijven wachten tot anderen het probleem voor ons oplossen.

Het bericht Heb principes! Ook als daar een prijskaartje aan hangt verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/klimaatdecadentie-principes/

Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten (Vrij Nederland)

Dit is een verhaal van Progressief Café. Deze groep van denkers focust zich de komende tijd op de Europese Unie en solidariteit. Hier vind je meer van hun verhalen.

Er waait een nieuwe wind door het ministerie van Financiën als het gaat om Europa: de nadruk op zuinigheid, discipline en striktheid is vervangen door een focus op investeren en hervormen. Waar de voormalig ministers van financiën Jan Kees de Jager (CDA), Jeroen Dijsselbloem (PvdA) en Wopke Hoekstra (CDA) bekend stonden om hun harde houding richting ‘het Zuiden’ en een coalitie van landen aanvoerden die hamerden op strikte naleving van de begrotingsregels, de zogenaamde ‘vrekkige’ landen, slaat de nieuwe minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) een heel andere toon aan.

Terwijl Hoekstra zich als minister van Financiën bij de start van de pandemie nog met man en macht verzette tegen een Europees coronaherstelfonds – Zuidelijke lidstaten moesten maar leren de eigen broek op te houden – noemde Kaag het fonds dat er uiteindelijk toch kwam in haar Europalezing van 9 maart ‘een van de bouwstenen’ om de Europese economieën sterker te maken en benadrukte ze het belang van snellere groei van relatief arme landen.

In een brief aan de Kamer stelde Kaag zelfs onomwonden dat ‘draagvlak voor strikte toepassing van regels en effectieve handhaving’ niet alom aanwezig is onder de Europese ministers van Financiën – een erkenning van formaat gezien de Nederlandse traditie van havikachtig begrotingsbeleid. Tot verrassing van vriend en vijand deelde Kaag begin april een paper dat ze samen met haar Spaanse ambtsgenoot Nadia Calviño had opgesteld. Hierin pleiten de ministers onder andere voor specifieke, per land verschillende, ‘groei-vriendelijke’ plannen – een flexibiliteit die duidelijk een breuk vormt met het verleden van ‘regels zijn regels’.

Deze toon sluit aan bij een bredere trend die gaande is in Europa, namelijk de roep om flexibeler begrotingsregels en meer investeringsruimte. Eind mei maakte de Europese Commissie bekend dat de zogenaamde ‘ontsnappingsclausule’ voor de Europese begrotingsregels tot 2024 actief blijft. Dat betekent dat de limieten van 3 procent voor het begrotingstekort en 60 procent voor de staatsschuld, die tijdens de pandemie tussen haakjes werden gezet, tot 2024 niet zullen gelden. Daarmee houden landen de ruimte om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden.

De ontsnappingsclausule was niet de enige maatregel die de EU nam tijdens de pandemie om landen te ondersteunen. Een doorbraak was zeker ook het al eerdergenoemde coronaherstelfonds waarvoor de EU-lidstaten gemeenschappelijk lenen. Een pot geld waarmee de Europese Commissie bijna 750 miljard aan subsidies en leningen beschikbaar stelt. Inmiddels is bijna al dit geld verdeeld en zal het de komende jaren worden besteed. Dit geld moet naast het bestrijden van de economische gevolgen van de pandemie ook bijdragen aan andere grote uitdagingen waar de EU voor staat, zoals de duurzame energietransitie en de digitale transitie.

Ook heeft de Commissie de herziening van het Europees economisch bestuur, waaronder de begrotingsregels, na een coronapauze weer opgepakt. ‘Never waste a good crisis’ klinkt het nu door Europa: er is momentum om nieuwe afspraken met elkaar te maken over flexibeler regels die herstel stimuleren en het mogelijk maken te investeren in duurzaamheids- en technologische transities.

hoogoplopende spanningen

Met de hierboven genoemde noodmaatregelen koos de EU tijdens de pandemie voor een andere aanpak dan bij de Eurocrisis, waar de strenge maatregelen zorgden voor hoogoplopende spanningen tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten, en binnen de landen zelf, waar de werkloosheid snel opliep (het Zuiden) of luid werd geklaagd over het vergooien van belastinggeld aan potverteerders (het Noorden).

Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen.

Toch zijn hiermee nog niet alle problemen opgelost. Want de schulden van veel lidstaten zijn zeer hoog. In Griekenland is de staatsschuld 193 procent van het bbp, in Italië 151 procent. Ook laat de klimaatcrisis zich steeds heviger voelen, met bosbranden in het Zuiden en overstromingen hier. De klimaatverandering zal Zuid-Europa ook aanzienlijk harder treffen. Het is daar al heter en droger dan in het Noorden, en de temperatuur loopt daar naar verwachting ook sneller op. Ondertussen vergrijst de EU, blijft de productiviteit achter en stijgt de ongelijkheid over het hele continent.

Tegelijkertijd kampen de landen van de EU bij elkaar opgeteld met een groen financieringstekort van maar liefst 520 miljard per jaar. Lidstaten moeten dus veel meer geld gaan uitgeven om hun klimaatdoelen op tijd te realiseren en om zich te wapenen tegen de veranderingen die al hebben plaatsgevonden in het klimaat.

Om dit soort uitdagingen het hoofd te bieden, zijn de begrotingsregels cruciaal. Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen: flexibelere en per lidstaat specifieke begrotingsregels, duurzaamheidsindicatoren en doelen naast de huidige macro-economische doelen en in vervolg op het coronaherstelfonds dat in 2026 afloopt tijdelijke transitiefondsen die ook de meest schuldbeladen lidstaten in staat stellen om de benodigde investeringen te doen.

In de eerste plaats dienen de strenge en arbitraire begrotingsregels te worden aangepast. De regels stammen uit de jaren 90 en zijn gebaseerd om de toenmalige EU-gemiddelden. Een tijd dat de rente op staatsschuld in Nederland 10 procent was. Inmiddels schommelt die alweer jaren rond de 0 procent. Daarmee zijn aanzienlijk hogere schuldniveaus houdbaar. Zelfs een land als Italië betaalt ondanks zijn hoge schuld nu jaarlijks veel minder aan rente dan in de jaren 90. Toen piekte deze op meer dan 25 procent van de overheidsinkomsten. Nu is dat 8 procent.

Ook konden de opstellers van het Verdrag van Maastricht zich geen voorstelling maken van de schade die klimaatverandering de economie doet. Dit voorkomen is de best denkbare investering mogelijk voor de EU. Net als investeren in de kracht van de Europese economie. Daardoor kan de afhankelijkheid van de VS afnemen, die een veel minder betrouwbare partner is gebleken dan na de val van de muur werd gedacht, en ook van China en andere landen die alsmaar autocratischer opereren.

De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen.

In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat er limieten moeten zijn voor het overheidstekort en de staatsschuld. Dit gebod afschaffen zou een Verdragswijziging impliceren – voorlopig nog een taboe aan de Europese onderhandelingstafel. Bovendien zijn gemeenschappelijke regels ook verstandig, gegeven de onderlinge afhankelijkheid tussen de eurolanden.

Uit een rapport van de Raad van State van februari blijkt echter dat de hoogte van deze limieten, de 3 procent voor het begrotingstekort en de 60 procent voor de staatsschuld, wel kunnen worden verruimd en per land op maat gemaakt. Daarmee kunnen landen meer tijd krijgen om hun schulden af te bouwen. Per land kan gekeken worden naar wat realistisch en haalbaar is. Om het protocol bij het Verdrag waar deze getallen in zijn vastgelegd te wijzigen is wel unanimiteit in de Raad van ministers van Financiën vereist.

Ten tweede is drastische vergroening van het Europees economisch bestuur vereist. Dat begint met de vergroening van de zogenaamde macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP). De MEOP is bedoeld om macro-economische problemen in Europa te identificeren en aan te pakken. Op dit moment richt dit instrument zich nog niet op klimaat of de circulaire economie. Dat terwijl deze wel grote macro-economische gevolgen hebben. De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen en hardere afspraken maken over het beprijzen van vervuilende activiteiten.

Tot slot moeten er nieuwe Europese fondsen in het leven worden geroepen. Het Europees coronaherstelfonds biedt hiervoor een goed model. Deze is gericht op gemeenschappelijke Europese doelen, wordt gemeenschappelijk gefinancierd en kijkt welke landen de meeste steun nodig hebben. Alleen zo kunnen de zuidelijke landen de investeringen doen die uiteindelijk in het belang van alle lidstaten zijn. Deze landen krijgen toegang tot het geld als ze hervormingen doorvoeren die hun economie sterker en duurzamer maakt.

De nieuwe transitiefondsen kunnen focussen op het verbeteren van de productiviteit en het versterken van arbeidsmarkten, groene investeringen die aansluiten bij de Europese Green Deal en sterkere instituties. De Green Deal kampt namelijk nu nog met het eerdergenoemde ‘financieringsgat’ van meer dan 500 miljard euro per jaar.

Alleen zo is het mogelijk om de grensoverschrijdende infrastructuur te bouwen die nodig is om Europa echt als een geheel te laten functioneren. Met hogesnelheidslijnen die vliegen overbodig maken, met pijpleidingen waar nu het gas en straks de waterstof doorheen kan stromen over de landsgrenzen heen.

meer betalen

Deze voorstellen impliceren wel dat rijke lidstaten zoals Nederland meer gaan afdragen. Maar dat is de enige manier om de gemeenschappelijke munt en markt, waar Nederland als open handelsland veel aan te danken heeft, te behouden. Het zal namelijk zorgen voor een stabieler en welvarender Zuid- en Oost-Europa, wat uiteindelijk in ieders belang is.

Bovendien is het alternatieve scenario, terug naar de oude regels en de disciplinerende werking van de markt, geen reële optie. Opnieuw vasthouden aan de beklemmende begrotingsregels zou met name landen met hoge schulden enorme schade toebrengen. De volgende eurocrisis is dan een feit. Daarnaast heeft de markt onvoldoende oog voor wat sociaal en ecologisch houdbaar en wenselijk is. Hier komt nog eens bij dat het onwaarschijnlijk is dat méér marktwerking bijdraagt aan een van de belangrijkste doelstellingen uit het Verdrag van Maastricht: dat de lidstaten economisch meer naar elkaar toe groeien, tegelijkertijd een voorwaarde voor een gezamenlijke stabiele munt.

Door te breken met haar ‘vrekkige’ traditie maakt Nederland een nieuw begrotingspact voor een sociaal en groen Europa mogelijk. Daarmee kunnen de EU-lidstaten weer naar elkaar toegroeien, een voorwaarde voor een stabiel continent, het oude ideaal van de Europese Unie. Daar zijn alleen wel nieuwe regels en instituties voor nodig.

Het bericht Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/eu-strenge-begrotingsregels/

Deze IJslandse schrijver neemt afscheid van het ijs: ‘Wij zijn de generatie die vaarwel zegt tegen gletsjers’ (Vrij Nederland)

Opnieuw relevant, want

Vandaag verschijnt de Nederlandse vertaling van On time and Water, de bestseller van Magnason. ‘Met klimaatverandering schop je een slapende draak. Je kunt die niet vragen om op te schuiven, zonder dat je een klap van de staart kunt verwachten.’

‘Gletsjers kunnen duizend meter dik zijn. Dus je moet straks een lijn in de lucht tekenen, alsof je naar de kerstman op z’n slee wijst, en je voorstellen: daar, op die hoogte waren ze,’ zegt Andri Snaer Magnason via Zoom vanuit Reykjavik, terwijl hij uit het raam wijst.

‘De komende honderd jaar zullen gletsjers smelten, zal de zeespiegel stijgen en zullen oceanen meer verzuren dan de afgelopen 50 miljoen ooit het geval was. De gevolgen hiervan zijn moeilijk te bevatten. Het is complexer dan de geest kan begrijpen, omvangrijker dan al onze voorgaande ervaringen en groter dan taal,’ schrijft hij in On Time and Water, zijn internationale bestseller over water in de komende honderd jaar.

‘De vraag die ik mezelf stelde was: hoe kan ik schrijven over klimaatverandering, zonder dat het klinkt als een soort achtergrondruis die niet werkelijk doordringt en waarvan mensen vooral moe worden,’ zegt hij. Het resultaat is een bijzonder en ideeënrijk boek met persoonlijke herinneringen, familiegeschiedenis, verhalende non-fictie, mythologie en een verslag van twee ontmoetingen met de Dalai Lama, dat onder de huid van de lezer weet te kruipen. De 37 hoofdstukken worden gevolgd door een prachtige epiloog, Apausalyps Now, over de betekenis van kunst tijdens de eerste golf van de coronapandemie.

Waarom is het zo moeilijk voor ons om de impact van klimaatopwarming te begrijpen?

‘Dat komt vooral door de enorme schaal van het probleem. Dat we alle data hebben, maar tóch niet aan de noodrem trekken en radicaal andere keuzes maken, is omdat onze geest er niet op is ingesteld om zoiets omvangrijks werkelijk te kunnen bevatten. Dat het mogelijk is dat geologische fenomenen als gletsjers verdwijnen in de duur van één mensenleven is een ongekende gedachte. Het lijkt cultureel gezien niet op iets wat we kennen.

In Slaughterhouse-Five (Slachthuis Vijf, 1969) van Kurt Vonnegut zegt een karakter dat hij een antioorlogsboek schrijft. Daarop vragen anderen sarcastisch: “Waarom schrijf je geen anti-gletsjerboek?” Want het was toen net zo absurd om je een wereld zonder oorlog voor te stellen als een wereld zonder gletsjers. Maar slechts vijftig jaar later tref ik mezelf aan, terwijl ik een pro-gletsjerboek schrijf.

Tijdens conferenties van klimaatwetenschappers gaat het vooral over details en blijkt nergens uit dat er een catastrofe dreigt. Zelfs dan zie je een soort massa-apathie.

Als wetenschappers in een zwart gat kijken, zien ze ook niets. Je moet naar de periferie ervan kijken om te kunnen begrijpen hoe het de sterrenstelsels en sterren ernaast naar zich toetrekt. Een manier om het over klimaatverandering te hebben is daarom: het niet zozeer over het onderwerp zelf hebben, maar over het verleden en de toekomst.’

andri snaer magnason

Andri Snær Magnason (Reykjavik, 1973) is een van IJslands bekendste schrijvers. On Time and Water (2019) verschijnt in 24 talen. Magnason studeerde literatuurwetenschappen aan de Universiteit van IJsland en debuteerde in 1995 met een dichtbundel. Hij schreef het kinderboek The Story of the Blue Planet (1999) en de boeken LoveStar (2004), Dreamland, a Self-Help Manual for a Frightened Nation (2006) en The Casket of Time (2013). Hier vind je meer over de auteur.

Welke rol ziet u hierin voor de literatuur?

‘Ik denk dat iedere paradigmaverandering in de menselijke geschiedenis ook door kunst tot stand is gekomen. Alle nieuwe grote verhalen − het wereldbeeld van Copernicus, democratie, communisme, nationalisme en feminisme − zijn ontstaan door wetenschap en op intellectuele of filosofische gronden. Maar ze bereikten pas het niveau van paradigmawisseling op het moment dat ze belichaamd werden in kunst en literatuur, zowel goede als slechte.

Wetenschappers vertelden me dat mensen geen data begrijpen. We begrijpen de wereld door verhalen, want we zijn verhalende wezens. Dus ik denk dat literatuur niet alleen een belangrijke rol heeft, maar zag het bijna als een burgerplicht om mijn deel te doen om de noodzakelijke paradigmaverandering over de rand te helpen. Want we hebben hiervoor geen honderd jaar.’

‘Gletsjers zijn tijdelijke entiteiten geworden die kunnen verdwijnen in de levensduur van iemand die zo oud wordt als mijn grootmoeder nu is: 96.’

Fungeren in uw boek verhalen als de aantrekkelijke verpakking voor een moeilijke boodschap?

‘Ja, ik geloof in het motto van Mary Poppins: een lepel met suiker helpt om het medicijn te kunnen doorslikken. Bij onderwerpen als klimaatverandering is er een disconnectie tussen het hoofd en het hart. Wetenschappelijke data raken het brein, terwijl verhalen, metaforen en een meer poëtische taal het hart raken. Ik moest wel iets overwinnen om te schrijven over de belangrijke personen in mijn leven. Maar door het te hebben over mijn jongste dochter of grootmoeder omzeil ik de psychologische weerstand die veel mensen bij dit onderwerp hebben.

Ik ontdekte dat de verhalen over mijn grootouders een sterke connectie hebben met het antropoceen. Zij onderzochten gletsjers in de jaren vijftig en gingen in 1956 op huwelijksreis naar de gletsjer Vatnasjökull. In die tijd leken gletsjers nog een symbool van iets eeuwigs te zijn, zoals bergen en oceanen. Terwijl het nu tijdelijke entiteiten zijn geworden, die verdwijnen in de levensduur van iemand die zo oud wordt als mijn grootmoeder nu is: 96 jaar.

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/407808_2409197511054_1381892966_n-1280x1280.jpg

Toen gletsjers nog eeuwig leken: Magnasons grootouders gingen in 1956 op huwelijksreis naar de gletsjer Vatnasjökull.

Mijn andere grootvader was arts in de VS en opereerde daar Robert Oppenheimer, de vader van de atoombom die het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. Dit markeert volgens velen de start van het antropoceen, het tijdperk van de mens. Deze grootvader was al een klimaatvluchteling, want hij moest zijn huis in Florida opgeven, omdat de bewoners vanwege frequente orkanen voortdurend geëvacueerd moesten worden.’

Hoe verliep uw zoektocht naar een andere taal om te schrijven over klimaatverandering?

‘Ik merkte dat de taal die we normaal gebruiken tekortschiet bij dit onderwerp en heb er lang over nagedacht hoe je praat over iets dat zo groot is. Ik wilde in dit boek meteen naar de taal van het hart en erover schrijven met extreme oprechtheid, zodat het bijna de grens zou raken van wat mijn literaire smaak normaal is. Ik vond een boek uit de jaren veertig van de vorige eeuw waarin een dichter in lyrische bewoordingen vertelt over zijn beleving van de natuur in de IJslandse hooglanden. Zijn taal klinkt nu vreemd voor ons. Ik vroeg me af waarom we aarzelen om taal te gebruiken die getuigt van liefde voor de natuur.

Toen ik als activist vocht voor het behoud van de hooglanden, merkte ik al dat het geen argument was om te zeggen dat een gebied mooi was, of een ziel had. Ik moest me uitdrukken in een harde, economische taal en zeggen dat de hooglanden inkomsten uit toerisme zouden brengen, of ecologische systeemdiensten boden. We kregen te horen dat we mensen moesten vragen hoeveel ze ervoor wilden betalen. Volgens een econoom waren de hooglanden 50 miljoen dollar waard. Alsof je ze daarvoor zou verkopen….

Ik ontdekte dat er dogma’s gelden voor wat gezegd kan worden. Die probeer ik te doorbreken door te zoeken naar een ruimte om er anders over te praten. Zo wil ik mensen eraan herinneren dat we in een bepaald denksysteem zitten en dat dit ons in de steek heeft gelaten.

Nu alle indicatoren van onze planetaire metingen het falen van dit systeem laten zien, moéten we er vragen over stellen en het onderzoeken. In dit boek wilde ik de taal ook opschalen en zaken in een groter perspectief plaatsen. Daarvoor kan mythologie een bruikbaar instrument zijn, want daarin gaat het over de grote krachten: de zon en maan, tijd, dood en eeuwigheid en over wanneer de fundamenten gelegd worden, of wankelen. Ik wilde een soort mythologie voor de planeet schrijven, omdat in het antropoceen de invloed van de mens een grote geologische kracht is geworden. De goden besloten om hemel en aarde te scheiden en wij laten nu gletsjers in oceanen opgaan.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/P8220056-640x853.jpg

De mythologie van een gehavende planeet: ‘De goden besloten om hemel en aarde te scheiden en wij laten nu gletsjers in oceanen opgaan.’

Over 200 of 150 jaar zullen er in IJsland geen gletsjers meer zijn. Wat is IJsland zonder ijs?

‘Dat is alleen land, net zoiets als Ierland. Waar nu nog gletsjers zijn, zullen dan mooie valleien zijn. Mensen zullen van dat landschap houden en al snel niet meer weten wat ze missen. Klimaatverandering zal de hele aarde raken en dus ook IJsland. Maar ik ben bezorgder dat de gletsjers veranderen in oceanen, waardoor de zeespiegel stijgt en veel kuststreken onbewoonbaar zullen worden.’

Maar is ijs niet de ziel van IJsland?

‘Gletsjers en de vulkanische activiteit geven IJsland een speciale status in de wereld. Dus ja, natuurlijk raken we iets bijzonders en moois kwijt. Maar IJsland was ooit helemaal bedekt met bossen en is al enorm veranderd sinds het werd gevonden door de Vikingen. Het land waarvan we nu houden, is ontstaan door landbouw sinds de Middeleeuwen en onduurzaam gebruik en we blijken ook te kunnen leven in lelijke steden.’

In Nederland kennen we het woord landschapspijn en het Engels kent het begripsolastalgia voor het verdriet om het verlies van een geliefd landschap. Kent het IJslands een soortgelijk woord?

Magnason denkt even na. ‘Nee: we kennen wel de term klimaatangst, maar hebben geen woord voor “het missen van gletsjers”. Mijn grootmoeder heeft het wel over de speciale geur ervan in de lente, waardoor ze ging verlangen naar gletsjertochten. En zij kent “gletsjerkoorts”: de liefde voor gletsjers en noemt dat een ongeneeslijke ziekte. Zij betreurt het verdwijnen van de gletsjers erg, want het is een bijzondere wereld die ze goed kent.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is het WPG Privacy Statement van toepassing.
Dit veld is verplicht

De meeste IJslanders bezoeken de gletsjers hoogstens in hun zomervakantie. Ze vinden het wel jammer dat hun uitzicht zal veranderen, maar lijken het verdwijnen van de gletsjers te accepteren. Ze vinden het ook niet erg als de zomers wat warmer worden. En sommigen zien nieuwe kansen, zoals mogelijkheden voor dammen vanwege het smeltwater, of kortere vaarroutes. Maar dat kunnen ook routes zijn voor klimaatvluchtelingen, of in een oorlog.

Je verheugen op de toegenomen transportmogelijkheden als het ijs verdwijnt is nogal naïef. Met klimaatverandering schop je namelijk een erg gevaarlijk beest, een slapende draak. Je kunt die niet vragen om op te schuiven, zonder dat je een klap van de staart kunt verwachten.’

In een beangstigend hoofdstuk beschrijft u hoe het smelten van de gletsjers in de Himalaya al eind deze eeuw het leven van een miljard mensen onmogelijk zal maken. Waarom hoor je hier zo weinig over?

‘Het is vrij nieuwe kennis. Omdat deze gletsjers zesduizend meter boven zeeniveau zijn, werd lang gedacht dat de effecten van klimaatopwarming klein zouden zijn. Maar de lokale temperatuurstijging is twee tot drie graden, dus bovengemiddeld. Deze gletsjers zijn enorme zoetwaterreservoirs. Het smelten ervan zal eerst leiden tot ernstige overstromingen en vervolgens tot extreme droogte. Er zijn delicate verdragen tussen Pakistan en India over waterdistributie. Als die onder druk komen, kan dat de grootste geopolitieke problemen veroorzaken waarmee de mensheid ooit is geconfronteerd.

Wij veroorzaken dit. We zien onszelf als mensheid als klein, maar zijn als Prometheus en produceren met het verbranden van fossiele brandstoffen de de grootste – merendeels onzichtbare – vuren die we ooit gezien hebben. De hoeveelheid CO2 die dit oplevert, is het equivalent van de uitstoot van 666 vulkanen die dag en nacht vuurspuwen. Wetenschappers wijzen erop dat vuren van deze omvang leiden tot massa-extinctie en dat wij de generatie zijn die vaarwel zegt tegen gletsjers en koraalriffen. Zij vertellen ons dat deze vuren de komende dertig jaar helemaal uit moeten.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/P8290694_sh-1280x1280.jpg

Groter dan taal: ‘De komende 100 jaar stijgt e zeespiegel en verzuren oceanen meer dan de afgelopen 50 miljoen jaar het geval was.’

‘Probleem is dat olie de wereld waarin we nu leven creëerde. Het bracht ons ongekende welvaart en we zijn verslaafd aan de superkrachten die het ons gegeven heeft. Wanneer aliens ons zouden observeren, zouden zij zich waarschijnlijk afvragen waarom we nog steeds zoveel fossiele brandstoffen gebruiken, met zulke destructieve gevolgen. Kijkend naar onze bibliotheken en al onze kennis, zouden ze waarschijnlijk aannemen dat we dit wel expres moeten doen.’

Maar we zijn niet erg rationeel, ben ik bang.

‘Dat zijn we zeker niet. Daarom vraag ik in het boek: als dít de uitkomst is van al onze rationele economische beslissingen en briljante technieken, zou het dan niet verstandiger zijn geweest om de aarde als heilig te zien? Als we heilige bossen, bergen en rivieren hadden, was de uitkomst waarschijnlijk rationeler geweest dan wat we nu zien. Als koeien heilig waren, was er minder ontbossing in de Amazone en als rivieren heilig waren voor ons, zouden we ze niet zo vervuilen.

Er zijn bewijzen dat de integriteit van de wetenschap bewust is aangevallen. Het was het officiële beleid van de regering-Trump om de impact van klimaatverandering te ontkennen en begrippen die ermee verband houden uit openbare stuken en van websites te verwijderen.

Er is ook bewijs dat mensen van big oil − wetende hoe het zat − deelnamen aan campagnes van klimaatontkenners en dezelfde methoden hanteerden als de tabaksindustrie. Ze hebben politie gekocht en ‘denktanks’ opgetuigd om het publiek in verwarring te brengen met tegenstrijdige berichten en valse wetenschap.

Volgens een in maart 2019 gepubliceerd rapport van de Britse ngo Influence Map, hebben de vijf grootste beursgenoteerde olie- en gasbedrijven (ExxonMobil, Shell, Chevron, BP en Total) in de drie jaar na de Klimaatovereenkomst van Parijs ruim 1 miljard dollar geïnvesteerd in misleidende klimaatgerelateerde informatie en lobbyactiviteiten om beleid om klimaatverandering aan te pakken uit te stellen, te controleren of te blokkeren. Ik vind dat deze mensen als eersten moeten worden berecht zodra er wetgeving is tegen ecocide, het grootschalig beschadigen of vernietigen van ecosystemen. Zij moeten worden opgespoord, zoals Simon Wiesenthal deed met oorlogsmisdadigers. Net als de verantwoordelijken voor de grootschalige branden in de Amazone.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/Pabbi-1-1280x1280.jpg

Familiegeschiedenis: Magnasons grootmoeder in 1939.
ongerept land

Magnason praat rustig en formuleert bedachtzaam, maar in de laatste zinnen klinkt zijn activistische bevlogenheid door. Datzelfde gebeurt als hij vertelt over zijn jarenlange strijd voor het behoud van de IJslandse hooglanden, toen grote delen ervan werden bedreigd vanwege de bouw van een dam voor een waterkrachtcentrale voor aluminiumsmelterijen.
‘Ongerept land zou onder water komen. Politici zeiden tegen ons: “Er is daar niets.” Maar toen we er gingen kijken, was het een prachtig gebied met bessen en wild!’

In zijn bestseller Dreamland. Selfhelp Manual for a Frightened Nation schreef Magnason kritisch over de economische argumenten voor de bouw van de dam. Hoewel delen van de hooglanden verloren zijn gegaan, is het gevecht volgens hem gewonnen. ‘We hebben het gebied teruggeëist door het te claimen, ook met taal. Door het een Nationaal Park te noemen werd het van niets “iets”.’

Corona heeft het proces vertraagd, maar het wordt waarschijnlijk ook officieel een Nationaal Park.

Om het bewustzijn van klimaatopwarming wereldwijd te vergroten, stelde Magnason zich in 2016 verkiesbaar als president, in IJsland een ceremoniële functie. Hij werd derde van negen kandidaten. ‘Ik dacht: we hebben iemand nodig die mensen met elkaar in contact kan brengen. Iedereen beantwoordt een e-mail als die van de president komt en die heeft toegang tot hoge autoriteiten. Maar ik vond het ook iets engs en betreurde het dat, als ik zou winnen, ik dit boek niet kon schrijven.’

‘We moeten gaan begrijpen dat de wildheid van de planeet een van de fundamenten voor ons overleven is.’

Een hoofdstuk gaat over uw jong gestorven oom John Thorbjarnason, een internationaal bekend krokodillenexpert. Waarom wilde u ook over biodiversiteit schrijven?

‘Als we alleen de klimaatcrisis aanpakken, hebben we nog steeds een dystopische planeet als we zoveel soorten hebben uitgeroeid. Dat zou een waardeloze wereld zijn. Biodiversiteitsverlies het hoofd bieden vraagt om een diepe culturele verandering waarbij we onszelf gaan zien als deel van de natuur, in plaats van als speciaal.

We moeten een relatie met de natuur terugvinden die vroegere generaties nog wel hadden, waarbij we meer waarde hechten aan onze natuurlijke omgeving dan aan spullen. Wetenschappers vertellen ons niet alleen dat we de komende twintig jaar af moeten van fossiele brandstoffen en koolstofnegatief moeten worden, maar ook dat we grote gebieden moeten herbebossen en rewilden. We moeten gaan begrijpen dat de wildheid van de planeet een van de fundamenten voor ons overleven is.

Moderne ideologieën als communisme en kapitalisme vergaten één klein detail, namelijk dat we leven op een planeet met biodiversiteit, ecosystemen, een atmosfeer en oceanen. Ze deden alsof dit alles grenzeloos was. De gevolgen zien we nu. Oceaanverzuring is een nieuw woord. Dat de pH verandert van 8,1 naar 7,7 lijkt een klein verschil, maar is als een explosie. Door verzuring kunnen schelpvormende diertjes moeilijker het voor hen noodzakelijke kalk aan het water onttrekken. Dat verstoort het ecosysteem van de oceanen dramatisch en maakt dat ze minder CO2 kunnen vastleggen uit de atmosfeer. Mensen lijken de impact hiervan nog steeds niet te begrijpen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/Picture-19-640x853.jpg

Familiegeschiedenis: John Thorbjarnarson, de latere krokodillenexpert.

Misschien lijken we hierin op kikkers die langzaam gekookt worden in de pan?

‘Ja, ook met het coronavirus zie je dat wat we als normaal beschouwen snel opschuift. Dit zogeheten shifting baseline syndrome is ook het probleem met klimaatverandering. Misschien zijn bosbranden in Californië en Australië volgend jaar al niet meer in het nieuws, omdat die er ieder jaar zijn. Als we niet wakker worden en zien wat er gebeurt bestaat het gevaar dat we langzaam terechtkomen in ondraaglijke omstandigheden.

Om dat te doorbreken, verbind ik in het boek ons leven nu met de jaren vijftig van de vorige eeuw en schrijf ik over de zogeheten “diepe tijd”, waarmee een geologische tijdspanne wordt aangegeven. Ik bedacht de metafoor van de tijd die je kunt aanraken met je blote handen, de tijd waarop je directe invloed hebt, om duidelijk te maken hoe dichtbij het allemaal is.

De afgelopen decennia hebben we met hydro-elektriciteit en intensieve landbouw geprobeerd een soort machine te maken van de natuur. Dit werkte tot op zekere hoogte, maar het is niet duurzaam en niet iets waar onze kinderen op kunnen vertrouwen. Het was een tijdelijke oplossing. Klimaatverandering of oceaanverzuring was niemands bedoeling en we hebben lang oprecht gedacht dat we het leven van de volgende generaties verbeterden. Nu blijkt dat dit niet klopt, moeten we onze energie anders richten en bijna alles opnieuw ontwerpen, doordenken en berekenen. Op wereldniveau, want als alleen enkele landen dit doen, heeft dat te weinig effect.’

In het hoofdstuk ‘Misschien komt alles toch nog goed’ schrijft u over CO2-opslag. In hoeverre ziet u in technieken als deze een oplossing?

‘In dat hoofdstuk onderzocht ik nihilisme: alles laten gebeuren en niks doen, omdat we denken dat het toch geen zin heeft. De generaties na ons zullen die houding beschouwen als roekeloos gedrag. We moeten zoeken naar oplossingen, maar ik denk niet dat die uitsluitend technisch kunnen zijn. Ze zullen ook sociaal, cultureel, politiek en misschien ook spiritueel moeten zijn.

We weten dat we ongeveer duizend gigaton CO 2 moeten verwijderen uit de atmosfeer, maar nog niemand weet hoe. Tegelijk heeft de twintigste eeuw laten zien dat we nieuwe technieken kunnen verzinnen. Het is dus niet onrealistisch om aan te nemen dat er oplossingen komen waaraan we nu nog niet denken. Neem dit interview via Zoom. Toen ik studeerde leek dat nog sciencefiction, en nu doet iedereen het.

‘Ik kan niet anders dan optimistisch zijn. Ik denk dat we onze daadkracht op de korte termijn overschatten, maar op de lange termijn onderschatten.’

Tegen jongeren zeg ik: je kunt boos worden als je naar de data kijkt en natuurlijk hadden we in de jaren negentig serieus moeten beginnen om dit op te lossen, maar volgens wetenschappers hebben we de instrumenten om het te doen. En als we snel handelen, zeggen mensen straks misschien: je had toen van die alarmisten die zeiden dat de wereld zou eindigen, maar dat was niet zo.’

Dat zou mooi zijn, maar tot nu toe is wat we doen steeds too little too late. De VN waarschuwde onlangs dat we afkoersen op drie graden opwarming over een halve eeuw. Hoe optimistisch bent u?

‘Ik kan niet anders dan optimistisch zijn. Ik denk dat we onze daadkracht op de korte termijn overschatten, maar op de lange termijn onderschatten. De generatie van Greta Thunberg zal niet vergeten wat ze hebben geleerd. En waarschijnlijk komt erna een nog radicalere generatie. Tijdens de coronacrisis hebben jongeren gezien hoe de economie werd platgelegd door overheden om ziekte en dood te voorkomen. Wij zagen de economie nog zoals mijn grootouders de gletsjers zagen: als iets dat er altijd zou zijn, dat je niet werkelijk kon veranderen.

Jongeren hebben zich eenzaam gevoeld en zijn geconfronteerd met het verlies van kansen. Zij zullen het antwoord op klimaatverandering zien als iets relatief eenvoudigs, want corona kostte 20 procent van het bnp en het tegengaan van klimaatverandering slechts 5 procent: evenveel als alle militaire uitgaven. Zij zullen zich daarom afvragen: “We kunnen onze grootouders nog knuffelen, feestvieren en er is geen lockdown nodig? Wat is dan het probleem?”

Aan de snelheid waarmee de coronavaccins zijn ontwikkeld, zie je wat er mogelijk is als er werkelijk wordt opgeschaald. Diezelfde slagkracht moeten we nu ook laten zien op het gebied van energie, landbouw, reizen en transport, in hoe we bouwen en aluminium en cement maken. Voor jongeren geldt: het maakt niet uit welke opleiding je doet, maar je moet deel uitmaken van een ongekende verandering op eigenlijk alle vlakken. En het mooie is: je zou daarbij een hogere betekenis kunnen vinden, want er is zoveel laaghangend fruit. Dus de eerste tien jaar zie je enorme vooruitgang.’

De Nederlandse vertaling van On Time and Water verschijnt in februari 2022 bij De Geus.

Het bericht Deze IJslandse schrijver neemt afscheid van het ijs: ‘Wij zijn de generatie die vaarwel zegt tegen gletsjers’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/andri-snaer-magnason/

Lydia Millet over haar klimaatroman: ‘Je moet wel blind zijn om de woede van jongeren niet op te pikken’ (Vrij Nederland)

‘Je moet wel blind zijn om de woede van jongeren niet op te pikken. Kijk naar de Greta Thunbergs in deze wereld,’ zegt Lydia Millet. Door haar baan als hoofdredacteur bij het Centre for Biological Diversity in Tucson – ze schrijft toegankelijke voorlichtingsteksten over klimaatverandering en bedreigde diersoorten – ziet Millet veelvuldig de woede van jonge mensen op onder andere sociale media. Die vormde voor haar de aanleiding voor De laatste zomer.

Een groep ouders die elkaar kent van de studietijd, huurt in de zomer een negentiende-eeuws landhuis aan een meer om daar vakantie te vieren. Hun kinderen, van wie de meeste naar de middelbare school gaan, zijn aan elkaar overgeleverd, terwijl de ouders de hele dag drinken, drugs gebruiken en seks hebben. De jongeren voelen diepe minachting voor hun ouders en onttrekken zich zoveel mogelijk aan hen. Als de kinderen terugkeren van een kampeertripje bij het water, treffen ze de ouders in paniek. Er is een orkaan op komst; storm en extreme regenval. Iedereen probeert voorbereidingen te treffen – de ouders en de kinderen op hun eigen manier – maar het landhuis loopt onder en de kinderen gaan op zoek naar een beter onderkomen. Hun ouders blijven achter.

Gek op de woestijn

Ik spreek Millet via Zoom. Ze verschijnt met een muts op en in een dikke donsjas in beeld, rillend: ‘Ik woon net buiten Tucson, Arizona midden in de woestijn, maar het kan hier behoorlijk koud zijn.’

Ze is gek op de woestijn vertelt ze. ‘Ik werd verliefd op de woestijn toen ik hier naar graduate school ging, waar ik overigens na een jaar mee ben gestopte om aan de Nicolas School of the Environment aan Duke University in Nort Carolina te studeren. Ik heb overal gewoond en voelde me thuis in New York en LA, maar op deze plek ben ik echt blij dat ik leef. Het is hier heel groen. Er zijn buitengewone cactussoorten in allerlei vormen, wilde dieren, mensen komen hier speciaal naartoe vanwege de grote diversiteit aan vogels, er zijn prachtige luchten, zonsondergangen, bergen. Ik heb een schrijfhuisje naast mijn huis waar ik twee uur per dag aan mijn boeken schrijf. Het is een wrakkig huisje dat uit elkaar valt van ellende, de dakgoten hangen op de grond, maar soms zit ik buiten en dan zie ik konijnen, vogels en soms ook ratelslangen. Het is hier heerlijk.’

Ik las dat Arizona naar verwachting meer zal lijden onder de klimaatverandering dan andere Amerikaanse staten.

‘In Arizona zijn veel natuurbranden, er is hitte, droogte en watergebrek, maar dat geldt ook voor de andere westerse staten. Californië, de Pacific Utah en New Mexico lopen risico op serieuze hittegolven en watertekorten. Zuid-Florida loopt op dit moment het grootste risico door het stijgen van de zeespiegel; het zoute water zorgt ervoor dat drinkwater uitgeput raakt.’

‘Bijna alle regenval hier kwam altijd van de moesson. Maar tegenwoordig is het droog tijdens de moesson en is er meer regen in de winter.’

Wat merkt u van de klimaatverandering?

‘Bijna alle regenval hier kwam altijd van de moesson. Maar tegenwoordig is het droog tijdens de moesson en is er meer regen in de winter. Hierdoor raken flora en fauna van de leg. Het is moeilijk te zeggen of dit rechtstreeks aan de klimaatverandering is toe te schrijven, maar de meeste onderzoekers zien wel een verband. Het is ook moeilijk te voorspellen wat dit op de langere termijn zal betekenen. Als planten eerder of later bloeien, heeft dat invloed op de levenscycli van dieren die hierop rekenen. We vrezen voor de woestijn, de dieren en de vegetatie. De woestijn heeft hoe dan ook een fragiel klimaat.’

Zijn de inwoners van Arizona zich bewuster van de urgentie van de klimaatproblematiek?

‘Het geloof van mensen in de klimaatverandering – en ik zeg met opzet “geloof”, want op die manier wordt het hier gepresenteerd – hangt nauw samen met hun politieke voorkeur. De meeste ontkenners van de klimaatverandering zijn Republikeinen. Democraten zien de ernst van het probleem wel in. Ik woon net buiten Tucson, waar toevallig aardig wat Democraten wonen. Maar in Phoenix, een grotere stad hier in de omgeving, wonen meer Republikeinen. Helaas zijn mensen in Arizona zich niet bewuster van het probleem dan inwoners van andere Amerikaanse staten.’

Uit een statistisch onderzoek door Cambridge in 2020 bleek dat 19 procent van de Amerikanen de klimaatverandering ontkent. Daarmee kent Amerika na Indonesië (21 procent) de meeste klimaatontkenners.

‘Ik ben niet eerder zo ongerust geweest als het gaat om mijn cultuur en land als de afgelopen vijf, zes jaar. Zeker sinds Donald Trump aan de macht is geweest, is het angstaanjagend en vervreemdend geworden om hier te wonen. Amerikanen zijn veel onwetender en afwijzender ten opzichte van de klimaatverandering dan mensen in Europa. Dat komt omdat Amerika meer gesegregeerd is. In Amerika bestaat echt een culturele tweedeling. Als je literaire boeken schrijft of over klimaat, ben je altijd aan het prediken voor eigen parochie. Mijn lezerspubliek is al geïnteresseerd en maakt zich ook zorgen om de toekomst.’

‘Het is moeilijk om over het klimaat te schrijven en niet in clichés te verzanden. Ik wilde een speelse roman schrijven waarin humor en ernst met elkaar verweven zijn.’

U schreef eerder de dystopische Young Adult-klimaatroman Pills & Starships (2016), waarin twee jongeren geconfronteerd worden met voedsel- en waterschaarste, massa-immigratie en een geboorteverbod. U was nog niet klaar met het onderwerp?

Pills & Starships was een leuk uitstapje naar de Young Adult-literatuur, maar omdat bijna niemand mij kent als YA-auteur, is dat boek nauwelijks gelezen. Het is moeilijk om over het klimaat te schrijven en niet in clichés te verzanden. In De laatste zomer wilde ik me richten op de woede van de generatie van mijn kinderen over het falen van hun ouders om hen en de rest van de wereld te beschermen. Ik wilde een speelse roman schrijven waarin humor en ernst met elkaar verweven zijn.’

Het vertelperspectief ligt bij de zeventienjarige Evie. Zij doet namens de kinderen verslag van de desastreuze zomer. Het vertelperspectief is ‘we’ en de ouders zijn ‘ze’.

Uit het boek: ‘Ja, het was bekend dat we niet jong konden blijven. Maar dat was op een of andere manier moeilijk te geloven. Je kon over ons zeggen wat je wilde, maar we hadden sterke, sierlijke armen en benen. Dat besef ik nu. (…) We bezaten de vitaliteit van pasgeborenen. Relatief gezien. En nee, zo zouden we niet eeuwig blijven. Dat wisten we, op een rationeel niveau. Maar het idee dat de waardeloze figuren die door het grote huis wankelden een visioen waren van wat ons te wachten stond – nooit ofte nimmer. Hadden ze ooit een doel gehad? Een simpel gevoel van zelfrespect?’

Evie en haar negenjarige broertje Jack lijken totaal onthecht. Ze minachten hun ouders. Is dat zorgwekkend?

Millet lacht: ‘Nou ja, iedereen ziet zichzelf vanaf een bepaalde leeftijd helemaal los van zijn ouders. Maar zelfs als mijn kinderen boos op me zijn of me stom vinden, zijn ze natuurlijk niet echt onthecht. Omdat de ouders en kinderen in dit boek generaties representeren, was ik niet geïnteresseerd in de nuances van interpersoonlijke relaties. Het is een boek van de grote gebaren van de tweedeling.’

De ouders in uw roman zijn artistieke, hoogopgeleide figuren. Daarvan zou je meer betrokkenheid verwachten. U schrijft: ‘De ouders hielden vast aan een tactiek van ontkenning. Niet echt het ontkennen van de wetenschap – ze waren liberaal. Het was eerder een ontkenning van de werkelijkheid.’

‘De ouders zijn wetenschappelijk opgeleid, komen uit kunstzinnige milieus, ze zijn geen Republikeinen of superrijken, maar ze zijn toch niet doordrongen van de ernst van het probleem. Toen ik in de jaren negentig in New York en LA woonde, was ik gechoqueerd door de desinteresse van mijn generatie. De kunstwereld en de uitgeverswereld toonden nauwelijks belangstelling voor het klimaat. Tot het moment dat een zekere betrokkenheid een manier werd om in je bestaansrecht te voorzien of ze zich ervan bewust werden dat de nationale veiligheid in het geding was. Nu verkeren ze vaak in het centrum van betrokkenheid, maar dat is schromelijk laat. De gelatenheid van mensen heeft me mateloos geïrriteerd en dat doet het nog steeds.’

‘Het is een angstaanjagende tijd. Amerika moet bang zijn en niet berustend. We moeten bereid zijn om te strijden.’

Helpt schrijven?

‘Ik aarzel om te zeggen dat het me helpt om me aan te passen. Het is een angstaanjagende tijd. Amerika moet bang zijn en niet berustend. We moeten bereid zijn om te strijden.’

Het beeld dat u van de hedonistische ouders schetst, kwam op me over als een vorm van overdrijving. Dat is het niet?

‘Omdat ik de twee generaties steeds als groep benader en niet als individuen uitlicht, wordt dat beeld krachtiger. De ouders zijn allemáál dronken, allemáál aan de XTC, ze hebben allemáál een orgie. Het vertelperspectief ligt natuurlijk bij de kinderen die de ouders als groep bekijken en dan komen ze er niet goed vanaf. Maar ik vind hun gedrag niet uitzonderlijk. De antivaxers en Trump-stemmers illustreren dat deze roman geen extreme gang van zaken voorspiegelt.’

Hoe zou u de generatie van de ouders omschrijven?

‘De generatie van de ouders is generatie X. Ik ben 53 en schrijf dus in zekere zin over mezelf. Mijn generatie is erg passief, politiek onthecht en zelfingenomen. We hebben verzaakt in de morele plicht die we naar onze kinderen hebben. We zijn niet echt betrokken geweest in de opvoeding van onze kinderen, we hebben geen leefbare wereld voor ze achtergelaten. Opvoeding gaat verder dan je kinderen chips geven, televisie laten kijken en kleren voor ze kopen. Het beschermen van de planeet en een goede wereld achterlaten voor je kinderen en hun kinderen, hoort daar ook bij.’

‘We vieren zelfingenomenheid en noemen het “vrijheid”. Dat zie je ook in deze pandemie: mensen geloven echt dat geen mondmasker dragen en je niet laten vaccineren een uiting van vrijheid is.’

De ouders in uw roman lijken ook niet erg betrokken bij hun kinderen. Herkent u dat ook bij uzelf?

‘Ik ben schuldig aan alles wat de ouders in het boek doen. Het is niet dat we niet om de kinderen geven, we weten niet hóe we ze moeten beschermen. Hun visie op ouderschap is erg nauw. Ze zijn puur gericht op basale vormen van bescherming, maar ze kijken niet naar het grotere plaatje. Ze kijken niet verder naar de verantwoordelijkheid voor een grotere groep dan alleen zichzelf. Ze zijn egoïstisch. Dit is zo ingebakken in de Amerikaanse cultuur, we vieren zelfingenomenheid en noemen het “vrijheid”, want dat klinkt glorieus. Dat zie je ook in deze pandemie: mensen geloven echt dat geen mondmasker dragen en je niet laten vaccineren een uiting van vrijheid is. Egoïsme wordt verpakt als vrijheid.’

De generatie van de kinderen, generatie Z, komt er goed van af in dit verhaal, maar het vertelperspectief ligt bij de kinderen. Heb je ook kritiek op deze generatie?

‘De zwaktes van jongeren zijn in iedere tijd dezelfde; ze zijn narcistisch en arrogant. Iedere generatie weet het beter dan haar ouders. Dat is een logisch gevolg van de terugtrekkende beweging die je maakt in je zoektocht naar autonomie. Als we jong zijn, lijden we allemaal aan de kwaal dat we denken dat we het centrum van het universum zijn en dat onze inzichten uniek zijn. In sommige passages beschrijf ik de absolute afkeer die tieners kunnen voelen als ze naar hun ouders kijken. Mijn dochter wordt bijna achttien en mijn zoon is veertien. Ik danste altijd met mijn kinderen in de woonkamer, maar op een gegeven moment vonden ze dat verschrikkelijk gênant. Dat was al vanaf hun negende of tiende het geval. Het ongemak dat ze voelen omdat ze zich met je identificeren is te groot.’

 Jack, het negenjarige broertje van Evie, krijgt van een van de moeders een geïllustreerde kinderbijbel. Hij is totaal gefascineerd door het boek en met name door het verhaal over de Ark van Noach. De parallel tussen de zondvloed en de desastreuze gevolgen van een orkaan zijn zo gelegd. De Bijbel vormt voor hem het uitgangspunt voor een eigen moderne religieuze theorie waarin religie en wetenschap hand in hand gaan: God is gelijk aan de natuur en de wetenschap is de Heilige Geest.

‘Ik erger me aan de valse tweedeling in de Amerikaanse cultuur, waarin religie en wetenschap tegenover elkaar worden geplaatst. Deze tegenstelling is onjuist en destructief. Dat probeerde ik ook aan te tonen in mijn roman Sweet Lamb of Heaven (2016). Je kunt religieus zijn en in wetenschap geloven zonder blasfemisch te zijn. Ik heb een toegankelijke vorm gevonden om deze twee te verenigen in de theorie van dit kleine jongetje.’

De titel van de Nederlandse vertaling van uw roman is De laatste zomer, waarom niet Een kinderbijbel (A Children’s Bible)?

‘In veel landen vonden uitgevers dat een ongemakkelijke titel, men was bang dat de titel misleidend zou zijn, dat lezers zouden denken dat het een christelijk boek zou zijn. Op Amazon verschenen wat reacties van boze lezers die teleurgesteld waren, omdat het geen christelijk boek bleek te zijn.’

Bent u zelf religieus?

‘Ik ben opgegroeid in een seculier huishouden. Mijn ouders waren atheïst. Ik bezocht wel gebedshuizen met vrienden. Ik ging naar de synagoge, een Anglicaanse kerk, de katholieke kerk. Mijn moeder komt uit Georgia in het Zuiden, zij is wel religieus opgevoed en als we haar ouders bezochten, keek ik altijd in haar geïllustreerde kinderbijbel. Daar was ik erg door gefascineerd. Ik ben altijd heel erg geïnteresseerd geweest in religie en voel me ertoe aangetrokken.’

Vragen deze ontregelende tijden om een vorm van religie?

‘Natuurlijk heeft religie voor veel problemen gezorgd, maar ik denk dat we wel een religie kunnen gebruiken die ons vertelt dat we vriendelijk en respectvol voor elkaar, de dieren en de natuur moeten zijn. Die gedachte is in bijna alle religies aanwezig. Ik denk dat veel mensen nu erg eenzaam zijn. Gemeenschapszin of het gevoel ergens bij te horen is voor mensen erg belangrijk. Daarom denk ik dat religie in al haar verscheidenheid in toenemende mate belangrijk zal zijn.’

‘De enige manier om hoopvol te zijn, is door in actie te komen. Als je in actie komt, heb je hoop, en niet andersom.’

Uw boek eindigt ergens tussen hoop en wanhoop. Waar bevindt u zich?

‘Ondanks de realiteit ben ik hoopvol. Wanhoop is niet vruchtbaar. De enige manier om hoopvol te zijn, is door in actie te komen en niet aan de zijlijn te gaan zitten wachten. Als je in actie komt, heb je hoop, en niet andersom.’

 Kun je als schrijver van betekenis zijn?

‘Ik houd van schrijven, maar het is niet hetzelfde als activisme. Goede literatuur is altijd politiek. Het is iets, maar het weegt niet op tegen politieke actie en daden.’

Klimaatfictie

Nu de klimaatopwarming een feit is en het nieuws wordt overspoeld met de gevolgen daarvan – overstromingen, bosbranden en orkanen – voelen veel auteurs de behoefte om hier op te reflecteren in romans, thrillers en poëzie, ook wel cli-fi genoemd.

Lydia Millet tipt:

Diane Cook; De nieuwe wildernis
Bea en haar vijfjarige dochter Agnes verlaten de ongezonde stad vol smog om met een groep vrijwilligers deel te nemen aan een radicaal experiment: ze moeten leren overleven in de wildernis zonder zich ergens definitief te vestigen of sporen achter te laten.

Jenny Offil; Weersverwachting
Lizzie werkt als bibliothecaresse aan de universiteit waar ze wilde promoveren. Haar voormalige promotor, een klimaatwetenschapper en populaire podcasthost, vraagt haar om te helpen bij het beantwoorden van brieven van mensen die zich zorgen maken om het klimaat en religieuze eindtijddenkers. Hoe meer Lizzie zich verdiept in de materie, hoe minder ze zich opgewassen voelt tegen het leven.

Jessie Greengrass; The high house (niet in Nederlandse vertaling verschenen)
Aan de vooravond van een reeks alles verwoestende stormen worden Caro en haar halfbroertje Pauly door hun ouders naar The High House gestuurd. Het huis ligt op een heuvel boven de zee en beschikt over een door water aangedreven generator, een groentetuin en een schuur vol benodigdheden om te overleven. Een oudere man en zijn dochter wachten hen daar op. Zijn de vier opgewassen tegen een zelfvoorzienend bestaan in een post-apocalyptische wereld? 

Klimaatfictie van Nederlandse auteurs

Jan Willem Anker; Vichy (‘Liefde in tijden van klimaatverandering.’)
Ellen de Bruin; Onder het ijs (Een groep klimaatwetenschappers doet onderzoek op een schip in het Noordpoolgebied.)
Adriaan van Dis; Klifi (De republiek Nederland likt haar wonden na een orkaan en het volk schikt zich in een president die klimaatproblemen ontkent.)
Lieke Marsman; Het tegenovergestelde van een mens (Lieke Marsman kantelt onze ideeën over klimaatverandering en identiteit.’)
Eva Meijer; De nieuwe rivier (‘Een hallucinante eco-detective’)

Klimaatpoëzie:

Geert Buelens; Ofwa. (‘De samenleving staat onder hoogspanning. De planeet is vergiftigd. De dichter probeert homeopathie door verongelijkt, woedend, al te zeker van zichzelf de tegenstellingen op scherp te zetten.’)

Zwemlessen voor later, gedichten geschreven door honderd klimaatdichters onder redactie van Joke van Leeuwen en Bart Moeyaart.

Maartje Smits; Hoe ik een bos begon in mijn badkamer. (‘Nu klimaatverandering niet langer te ontkennen valt, moeten we ons opnieuw verhouden tot de natuur.’)

Het bericht Lydia Millet over haar klimaatroman: ‘Je moet wel blind zijn om de woede van jongeren niet op te pikken’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/lydia-millet-klimaatroman/

Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan (Vrij Nederland)

Hoe creëer je water in de woestijn? Wie daar het antwoord op weet, kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de klimaatverandering. Het zou de sleutel kunnen zijn tot leefbaarheid op een van de onherbergzaamste plekken ter wereld, tot de ontginning van dorre stukken zand.

Die sleutel wordt geleverd door de Haagse beeldend kunstenaar Ap Verheggen in het Nederlandse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Dubai die op 1 oktober open gaat en tot 31 maart 2022 is te zien, en waar meer dan tweehonderd landen en organisaties zich zullen presenteren.

Honderden liters water worden uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Verheggen, die opereert op de kruising van kunst en techniek, ontwikkelde met de SunGlacier een installatie die nog belangrijker zou kunnen worden dan de olieboor. Om de verwoestijning tegen te gaan en drinkwater te brengen naar onbewoonbare gebieden, maakte hij een machine die stroom haalt uit zonnepanelen. De machine vangt de luchtvochtigheid op die in Dubai relatief hoog is en zet die om in regen. Die druipt en plenst straks in het Nederlandse paviljoen. Honderden liters water worden zo uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Lees ookFotodocument Dubai: Een orgie van kitsch en overdaad7 oktober 2018
Fata morgana

Ja, de bron in de lucht is er daadwerkelijk. Dat is te zien aan de nevels die de wolkenkrabbers van Dubai halverwege aan het zicht onttrekken. Alsof er zich dagelijks een fata morgana in de Emiraten openbaart.

De SunGlacier is niet alleen de sleutel tot leefbaarheid in de woestijn, maar ook tot het binnenklimaat in het paviljoen. Op zes meter diepte wordt dankzij de sproeiers van Verheggen en de kleurrijke zonnepanelen van Marjan van Aubel een voedselberg tot leven gebracht. Tijdens de Wereldtentoonstelling levert deze berg tomaten, asperges en kruiden, terwijl de wanden zijn bedekt met oesterzwammen.

Nog iets bijzonders: de bezoekers zullen onder in de ‘put’ een paraplu moeten opsteken. Dit zal in Dubai ongetwijfeld tot open monden leiden.

Kruispunt

De Wereldtentoonstelling, die eigenlijk in 2020 zou worden gehouden maar vanwege corona een jaar is uitgesteld, is de eerste mega-manifestatie in de Arabische Emiraten en ook de eerste sinds 2010 waar Nederland zich weer presenteert.

Was het paviljoen in 2010 een betrekkelijk kolderieke Hollandse hellingbaan met huisjes waarin alle clichés over Nederland op de hak werden genomen, ‘Dubai’ is serieuzer van toon en allesbehalve een architectonisch icoon. Het is twee voor twaalf, waarschuwt kunstenaar Joep van Lieshout met zijn klokken in het interieur die lijken te crashen. De eerste telt af naar de Apocalyps, de tweede belooft een nieuwe dageraad.

Op dat kruispunt staat de wereld nu. Smeltende poolkappen en onbedwingbare bosbranden. Om met Annie M.G. Schmidt te spreken: ‘Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten waarnaartoe.’

Polder ontmoet de woestijn

Anders dan in Shanghai (2010) en Hannover (2000) was er dit keer een bescheiden budget, en voor kunst al helemaal niks.

Hannover werd destijds gekenmerkt door de iconische architectuur van MVRDV, een stapeling van landschappen. In Shanghai liet John Körmeling de Chinezen zien dat er ook hellingen kunnen voorkomen in het vlakke Nederland. Grote publiekstrekker waren daar de schapen van het kunstenaarscollectief Zus. Je zag er bezoekende Chinezen een portie friet eten op een wollig beest.

Curator Monique Ruhe strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen.

Dat soort frivoliteiten zijn er in Dubai niet, domweg omdat de vraagstukken zo nijpend zijn. Water, voedsel en energie, dat zijn de kapstokken waar het paviljoen aan is opgehangen. Het waren de onderwerpen die het ministerie van Buitenlandse Zaken meegaf.

Curator Monique Ruhe (binnenkort cultureel attaché in New York) strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen, van Kadir van Lohuizen met zijn onheilspellende foto’s tot Theo Janssen en zijn skeletachtige strandbeesten.

Daan Roosegaarde brengt in Dubai de première van zijn film Grow, waarin hij de schoonheid van het agrarisch landschap laat zien, een ‘dreamscape’ dat duidelijk moet maken dat de landbouw niet afhankelijk hoeft te zijn van pesticiden.

Birthe Leemeijer, bekend van de ijsfontein in Dokkum, ving voor het paviljoen van Dubai het water in de oudste polder van Nederland op en zette dat om in een parfum waarin de geur van weilanden, koeien, hooi en mest is samengebald: parfum de Mastenbroek. Het stroomt in een leiding langs de wanden en sprenkelt hier en daar op de grond. Ook dat is een lucht die voor woestijnbewoners ongekend is. Polder ontmoet de woestijn, kan het contrastrijker?

Bouwput

Het is heet in Dubai, oplopend tot 45 graden in de zomer. Het winnende ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau V8 voor het Nederlandse paviljoen is inventief want onverbiddelijk. Niet de lucht maar de bodem in. We dalen via trage hellingbanen af in een veredelde bouwput waar het steeds koeler en klammer wordt. De muren zijn damwanden, het licht getemperd. Totdat het begint te regenen.

Hemelbestormend is de architectuur niet. Een aanvankelijk voorstel om de wanden uit 3D-geprint beton op te trekken werd afgeschoten. Te duur maar ook strijdig met het beginsel van circulariteit. Als het feestje na 31 maart voorbij is, worden vrijwel alle paviljoens opgeruimd en ingepakt en strijkt in deze uithoek van Dubai een woonwijk neer. De luxueuze Nederlandse bouwput verdwijnt. Zand erover. Alleen de verhalen en de boodschap blijven bestaan.

Kunstmatigheid

Wat is er dan wel? Wat rechtvaardigt een reis naar Dubai? Om te beginnen is een wereldtentoonstelling altijd een moment in de geschiedenis waarin elk land technisch en wetenschappelijk zijn beste beentje voorzet. Het zijn de visitekaartjes van ’s lands kunnen en kennis. De Eiffeltoren in Parijs, Crystal Palace in Londen en het Atomium in Brussel, ze zijn voor altijd verbonden aan een wereldtentoonstelling en hebben de skyline van een metropool bepaald.

Nederland brengt nu andermaal de boodschap dat wij de pioniers zijn op het gebied van waterbeheersing en agrarische perfectionering.

Demissionair premier Rutte benadrukt in het voorwoord van de catalogus bij de Wereldtentoonstelling het belang van Nederland als land van innovatie en watermanagement. Nederland is een kunstmatig manmade land dat voortdurend strijdt tegen de waterdreiging, die in juli voel- en tastbaar werd in Limburg. Overlaten, dijkversterking, terpen: het zijn de Nederlandse antwoorden op de wateroverlast.

In die kunstmatigheid lijken we gek genoeg op Dubai. Opgespoten palmeilanden in zee, overdekte skipistes en ijsbanen ter vermaak en binnenkort zelfs een zestig meter diep bassin waarin men kan duiken. Daar past een biotoop in de woestijn bij: het Nederlandse paviljoen. Niet behaagziek van buiten maar meeslepend van binnen.

Navel van de wereld

Er is nog een andere drijfveer voor Nederland om zich in Dubai te manifesteren. De Verenigde Arabische Emiraten hebben zich in minder dan twintig jaar ontpopt tot de nieuwe navel van de wereld, de schakel tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, tussen islam en christendom. Het is de ideale hub voor het luchtverkeer tussen West-Europa en China. Niet voor niets heeft het Louvre een dependance opgetuigd in het naburige Abu Dhabi. Er zijn in Dubai tweehonderd Nederlandse bedrijven gevestigd.

Op de Wereldtentoonstelling gaat het dit keer vooral om handel, export en uitwisseling van kennis, het is niet zo zeer een algemene publiekstrekker, een Efteling voor volwassenen.

De organisatie van het WK voetbal in Qatar in 2022 is overschaduwd door mensonterende arbeidsomstandigheden die met name de Nepalese, Bengalese en Indiase migranten treffen. Dergelijke misstanden mochten bij de Wereldtentoonstelling niet worden aangetroffen, het zou het blazoen van elk land bezoedelen als er bloed kleefde aan de bouw van de paviljoens, dus alle landen hebben een protocol ondertekend.

Visitekaartje

Bij voorgaande edities van de wereldtentoonstellingen waren de nationale paviljoens een vertoon van architectuur en design. Dat dit nu in Dubai niet het geval is, wijst op een kentering in de architectuur. Iconische gebouwen, ook buiten de wereldtentoonstelling, hebben reputatieschade geleden. Ze zijn milieuonvriendelijk, narcistisch en symbolen van een afgebladderd kapitalisme. Zie de CCTV-torens in Bejing, of de Olympische ruïnes in Athene en Rio.

Starchitects zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

Architectuur is van zijn Olympus afgedaald. Het gaat niet meer om het mooi, zeggen de ingenieurs van Witteveen + Bos die de constructie van het Nederlandse paviljoen hebben uitgevoerd. Het concept en het verhaal zijn in dit geval belangrijker dan de verschijningsvorm.

Starchitects, wier hulp wordt ingeroepen als er een symbool gewenst is, zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

In die zin mag het Nederlands paviljoen qua uiterlijk niet hemelbestormend of evocatief zijn, het is wel een gebouw van deze tijd op die bijzondere plek. Je daalt af in een bouwput, wordt besprenkeld met boodschappen en uiteraard met beelden van het Nederlandse landschap, en dat in de woestijn.

En er blijft niets van over. Ook dat is een breuk met de architectuurgeschiedenis, waarin elk gebouw streeft naar eeuwigheid. De damwanden gaan terug naar een nieuwe bouwplaats, het textiel van Buro Belen – gordijnen voor de vipruimte – wordt hergebruikt in kleden of stoelbedekking, en de zonnepanelen van Marjan van Aubel gaan op tournee. In feite is dit paviljoen een fabriek, een machinekamer, zegt conservator Ruhe.

En ook dat is een onvergetelijk visitekaartje.

Dit artikel werd mogelijk gemaakt door het Matchingfonds van de Coöperatie.

Het bericht Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/wereldtentoonstelling-dubai/