Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan (Vrij Nederland)

Hoe creëer je water in de woestijn? Wie daar het antwoord op weet, kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de klimaatverandering. Het zou de sleutel kunnen zijn tot leefbaarheid op een van de onherbergzaamste plekken ter wereld, tot de ontginning van dorre stukken zand.

Die sleutel wordt geleverd door de Haagse beeldend kunstenaar Ap Verheggen in het Nederlandse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Dubai die op 1 oktober open gaat en tot 31 maart 2022 is te zien, en waar meer dan tweehonderd landen en organisaties zich zullen presenteren.

Honderden liters water worden uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Verheggen, die opereert op de kruising van kunst en techniek, ontwikkelde met de SunGlacier een installatie die nog belangrijker zou kunnen worden dan de olieboor. Om de verwoestijning tegen te gaan en drinkwater te brengen naar onbewoonbare gebieden, maakte hij een machine die stroom haalt uit zonnepanelen. De machine vangt de luchtvochtigheid op die in Dubai relatief hoog is en zet die om in regen. Die druipt en plenst straks in het Nederlandse paviljoen. Honderden liters water worden zo uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Lees ookFotodocument Dubai: Een orgie van kitsch en overdaad7 oktober 2018
Fata morgana

Ja, de bron in de lucht is er daadwerkelijk. Dat is te zien aan de nevels die de wolkenkrabbers van Dubai halverwege aan het zicht onttrekken. Alsof er zich dagelijks een fata morgana in de Emiraten openbaart.

De SunGlacier is niet alleen de sleutel tot leefbaarheid in de woestijn, maar ook tot het binnenklimaat in het paviljoen. Op zes meter diepte wordt dankzij de sproeiers van Verheggen en de kleurrijke zonnepanelen van Marjan van Aubel een voedselberg tot leven gebracht. Tijdens de Wereldtentoonstelling levert deze berg tomaten, asperges en kruiden, terwijl de wanden zijn bedekt met oesterzwammen.

Nog iets bijzonders: de bezoekers zullen onder in de ‘put’ een paraplu moeten opsteken. Dit zal in Dubai ongetwijfeld tot open monden leiden.

Kruispunt

De Wereldtentoonstelling, die eigenlijk in 2020 zou worden gehouden maar vanwege corona een jaar is uitgesteld, is de eerste mega-manifestatie in de Arabische Emiraten en ook de eerste sinds 2010 waar Nederland zich weer presenteert.

Was het paviljoen in 2010 een betrekkelijk kolderieke Hollandse hellingbaan met huisjes waarin alle clichés over Nederland op de hak werden genomen, ‘Dubai’ is serieuzer van toon en allesbehalve een architectonisch icoon. Het is twee voor twaalf, waarschuwt kunstenaar Joep van Lieshout met zijn klokken in het interieur die lijken te crashen. De eerste telt af naar de Apocalyps, de tweede belooft een nieuwe dageraad.

Op dat kruispunt staat de wereld nu. Smeltende poolkappen en onbedwingbare bosbranden. Om met Annie M.G. Schmidt te spreken: ‘Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten waarnaartoe.’

Polder ontmoet de woestijn

Anders dan in Shanghai (2010) en Hannover (2000) was er dit keer een bescheiden budget, en voor kunst al helemaal niks.

Hannover werd destijds gekenmerkt door de iconische architectuur van MVRDV, een stapeling van landschappen. In Shanghai liet John Körmeling de Chinezen zien dat er ook hellingen kunnen voorkomen in het vlakke Nederland. Grote publiekstrekker waren daar de schapen van het kunstenaarscollectief Zus. Je zag er bezoekende Chinezen een portie friet eten op een wollig beest.

Curator Monique Ruhe strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen.

Dat soort frivoliteiten zijn er in Dubai niet, domweg omdat de vraagstukken zo nijpend zijn. Water, voedsel en energie, dat zijn de kapstokken waar het paviljoen aan is opgehangen. Het waren de onderwerpen die het ministerie van Buitenlandse Zaken meegaf.

Curator Monique Ruhe (binnenkort cultureel attaché in New York) strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen, van Kadir van Lohuizen met zijn onheilspellende foto’s tot Theo Janssen en zijn skeletachtige strandbeesten.

Daan Roosegaarde brengt in Dubai de première van zijn film Grow, waarin hij de schoonheid van het agrarisch landschap laat zien, een ‘dreamscape’ dat duidelijk moet maken dat de landbouw niet afhankelijk hoeft te zijn van pesticiden.

Birthe Leemeijer, bekend van de ijsfontein in Dokkum, ving voor het paviljoen van Dubai het water in de oudste polder van Nederland op en zette dat om in een parfum waarin de geur van weilanden, koeien, hooi en mest is samengebald: parfum de Mastenbroek. Het stroomt in een leiding langs de wanden en sprenkelt hier en daar op de grond. Ook dat is een lucht die voor woestijnbewoners ongekend is. Polder ontmoet de woestijn, kan het contrastrijker?

Bouwput

Het is heet in Dubai, oplopend tot 45 graden in de zomer. Het winnende ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau V8 voor het Nederlandse paviljoen is inventief want onverbiddelijk. Niet de lucht maar de bodem in. We dalen via trage hellingbanen af in een veredelde bouwput waar het steeds koeler en klammer wordt. De muren zijn damwanden, het licht getemperd. Totdat het begint te regenen.

Hemelbestormend is de architectuur niet. Een aanvankelijk voorstel om de wanden uit 3D-geprint beton op te trekken werd afgeschoten. Te duur maar ook strijdig met het beginsel van circulariteit. Als het feestje na 31 maart voorbij is, worden vrijwel alle paviljoens opgeruimd en ingepakt en strijkt in deze uithoek van Dubai een woonwijk neer. De luxueuze Nederlandse bouwput verdwijnt. Zand erover. Alleen de verhalen en de boodschap blijven bestaan.

Kunstmatigheid

Wat is er dan wel? Wat rechtvaardigt een reis naar Dubai? Om te beginnen is een wereldtentoonstelling altijd een moment in de geschiedenis waarin elk land technisch en wetenschappelijk zijn beste beentje voorzet. Het zijn de visitekaartjes van ’s lands kunnen en kennis. De Eiffeltoren in Parijs, Crystal Palace in Londen en het Atomium in Brussel, ze zijn voor altijd verbonden aan een wereldtentoonstelling en hebben de skyline van een metropool bepaald.

Nederland brengt nu andermaal de boodschap dat wij de pioniers zijn op het gebied van waterbeheersing en agrarische perfectionering.

Demissionair premier Rutte benadrukt in het voorwoord van de catalogus bij de Wereldtentoonstelling het belang van Nederland als land van innovatie en watermanagement. Nederland is een kunstmatig manmade land dat voortdurend strijdt tegen de waterdreiging, die in juli voel- en tastbaar werd in Limburg. Overlaten, dijkversterking, terpen: het zijn de Nederlandse antwoorden op de wateroverlast.

In die kunstmatigheid lijken we gek genoeg op Dubai. Opgespoten palmeilanden in zee, overdekte skipistes en ijsbanen ter vermaak en binnenkort zelfs een zestig meter diep bassin waarin men kan duiken. Daar past een biotoop in de woestijn bij: het Nederlandse paviljoen. Niet behaagziek van buiten maar meeslepend van binnen.

Navel van de wereld

Er is nog een andere drijfveer voor Nederland om zich in Dubai te manifesteren. De Verenigde Arabische Emiraten hebben zich in minder dan twintig jaar ontpopt tot de nieuwe navel van de wereld, de schakel tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, tussen islam en christendom. Het is de ideale hub voor het luchtverkeer tussen West-Europa en China. Niet voor niets heeft het Louvre een dependance opgetuigd in het naburige Abu Dhabi. Er zijn in Dubai tweehonderd Nederlandse bedrijven gevestigd.

Op de Wereldtentoonstelling gaat het dit keer vooral om handel, export en uitwisseling van kennis, het is niet zo zeer een algemene publiekstrekker, een Efteling voor volwassenen.

De organisatie van het WK voetbal in Qatar in 2022 is overschaduwd door mensonterende arbeidsomstandigheden die met name de Nepalese, Bengalese en Indiase migranten treffen. Dergelijke misstanden mochten bij de Wereldtentoonstelling niet worden aangetroffen, het zou het blazoen van elk land bezoedelen als er bloed kleefde aan de bouw van de paviljoens, dus alle landen hebben een protocol ondertekend.

Visitekaartje

Bij voorgaande edities van de wereldtentoonstellingen waren de nationale paviljoens een vertoon van architectuur en design. Dat dit nu in Dubai niet het geval is, wijst op een kentering in de architectuur. Iconische gebouwen, ook buiten de wereldtentoonstelling, hebben reputatieschade geleden. Ze zijn milieuonvriendelijk, narcistisch en symbolen van een afgebladderd kapitalisme. Zie de CCTV-torens in Bejing, of de Olympische ruïnes in Athene en Rio.

Starchitects zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

Architectuur is van zijn Olympus afgedaald. Het gaat niet meer om het mooi, zeggen de ingenieurs van Witteveen + Bos die de constructie van het Nederlandse paviljoen hebben uitgevoerd. Het concept en het verhaal zijn in dit geval belangrijker dan de verschijningsvorm.

Starchitects, wier hulp wordt ingeroepen als er een symbool gewenst is, zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

In die zin mag het Nederlands paviljoen qua uiterlijk niet hemelbestormend of evocatief zijn, het is wel een gebouw van deze tijd op die bijzondere plek. Je daalt af in een bouwput, wordt besprenkeld met boodschappen en uiteraard met beelden van het Nederlandse landschap, en dat in de woestijn.

En er blijft niets van over. Ook dat is een breuk met de architectuurgeschiedenis, waarin elk gebouw streeft naar eeuwigheid. De damwanden gaan terug naar een nieuwe bouwplaats, het textiel van Buro Belen – gordijnen voor de vipruimte – wordt hergebruikt in kleden of stoelbedekking, en de zonnepanelen van Marjan van Aubel gaan op tournee. In feite is dit paviljoen een fabriek, een machinekamer, zegt conservator Ruhe.

En ook dat is een onvergetelijk visitekaartje.

Dit artikel werd mogelijk gemaakt door het Matchingfonds van de Coöperatie.

Het bericht Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/wereldtentoonstelling-dubai/

De geesteswetenschappen hebben over zich heen laten lopen (Neerlandistiek)

https://i0.wp.com/neerlandistiek.nl/wp-content/uploads/2021/08/2048px-Nelleke_noordervliet.jpg?resize=1024%2C686&ssl=1

Nelleke Noordervliet.

Dit is de tekst van de Ere-lezing die Nelleke Noordervliet uitsprak op de Avond van de Wetenschap en de Maatschappij in 2019

Het decor heeft veel weg van een circus. Publiek zit op tribunes rond de ring, waarin het spektakel zal plaatsvinden. Er staan wat attributen klaar. De gezichten glunderen: straks gaat het gebeuren. De spreekstalmeester komt op onder klaterend applaus. Hij kondigt vol trots en ontzag het schouwspel aan. Met een armgebaar wijst hij naar de attractie, de goochelaar, de artiest, de jongleur, de magiër, De ‘Professor’ Robbert Dijkgraaf. Deze grote geleerde zal op zijn eigen begrijpelijke wijze de wonderen van het universum, van de mikrokosmos en de makrokosmos, de wetten van het onmeetbaar kleine en het onvoorstelbaar grote aan ons uitleggen. Hij zal in gewonemensentaal vertellen hoe het mysterie werkt. Hij zal het grote geheim verklappen. Nu is Robbert Dijkgraaf gelukkig bestand tegen show en overdrijving, en deelt hij met het publiek onverstoorbaar en hartelijk zijn enthousiasme en zijn kennis. Een uur lang snappen we het. Spreekstalmeester Matthijs van Nieuwkerk stottert bijna van opwinding en eerbied. Het publiek wil meer meer meer.

Dat krijgen ze, gedoseerd door het jaar heen, als een onder controle gehouden verslaving. Ook andere professoren van vergelijkbare lengte en postuur, zoals professor Erik Scherder, die zo boeiend kan vertellen over ons brein, krijgen een podium in circus DWDD. De wetenschap is hot geworden. Overal in het land worden theatercolleges gehouden door mensen die hun sporen in de wetenschap hebben verdiend, of die uitmunten in hun vak. Daar komen we vooral wetenschappers uit de beta-hoek tegen vermengd met een scheutje historisch bekwame sprekers en een enkele filosoof. In trek zijn de astronaut André Kuipers, die ik in de techniek- en innovatiehoek plaats, en Björn Kuipers, geen broers, de internationaal vermaarde voetbalscheidsrechter, die uiteraard de wetenschap van het voetballen is toegedaan waarin zeker tien miljoen Nederlanders participerend onderzoek doen.

Prachtig

Het woord ‘college’ dat ooit meteen de wereld van de universiteit opriep is synoniem geworden aan een publieke manifestatie van nieuwsgierigheid. In het televisieprogramma Collegetour, dat overigens ook door de gretige Matthijs van Nieuwkerk wordt gepresenteerd, en waarin studenten en jongeren aan mensen van naam en faam, zoals enige tijd geleden Willem Holleeder, intelligente vragen mogen stellen, wordt duidelijk de verbinding gelegd met wetenschap. Veel kijkers dus.

 Het gaat goed met de wetenschap en de maatschappij.

Je zou bijna zeggen dat de boodschap die deze Avond van de Wetenschap en de Maatschappij 20 jaar geleden begon uit te dragen succes heeft geboekt. Bescheidenheid past in dezen, want zonder twijfel is ook deze Avond zelf al een symptoom van een groeiende belangstelling voor wetenschap en een toenemende wil van de wetenschap om zich te verantwoorden en te vertellen van hun niet aflatende pogingen iets te betekenen voor de samenleving. Prachtig allemaal. Nuttig.

Waardering en aandacht

Wanneer de wetenschap zich zo manifesteert, is het onvermijdelijk dat er tegenwind komt. Fouten en gebreken worden zichtbaar, wetenschap is ook maar een mening, hoor je sommige naïeve cynici zeggen. Ondanks de bijna sacrale beleving van de natuurwetenschap onder het toverstafje van Dijkgraaf is er toenemende scepsis over wat wetenschap doet en kan. De knappe ‘professoren’ donderen af en toe met luid gekraak van hun sokkel. Het zijn net mensen, en de wereld van de universiteit verschilt niet veel van de wereld daarbuiten. Daar wil ik het niet over hebben vanavond. Dat wordt al genoeg besproken.

 Ik wil het hebben over wat aan het zicht wordt onttrokken door de grote belangstelling voor de aansprekende uitleg van de stand van de wetenschap. En daarvoor neem ik u mee naar een discussie, die al een eeuw of wat woedt als een veenbrandje, een discussie die af en toe opflakkert, omdat er met enige regelmaat aanleiding toe is. Onlangs ook weer door het voornemen van minister van Engelshoven om – ik vat het pregnant samen – geld van de geesteswetenschappen over te hevelen naar de beta’s en de techniek. Er kwam reactie op. Van hoogleraar chemie Marleen Kamperman tot onlangs nog essayist Bas Heijne pleitten betrokken meedenkers voor steun aan de alfa’s. Het is de aloude discussie van de ‘two cultures’, de twee gescheiden culturen in wetenschapsland, die we gemakshalve de alfa- en de betacultuur noemen. De scholars en de scientists. De geesteswetenschappen zijn in het defensief. Altijd een moeilijke en kwetsbare positie. Als zelfs de beta’s voor je in het krijt treden zijn de verhoudingen wel erg scheef. Dan word je zelf niet eens meer in staat geacht effectief op te treden. Dan ben je het zielige achternichtje geworden dat al blij is met een afdankertje. De hulp van beta’s legt gewicht in de schaal, want zij hebben zelf geen belang bij een ondersteuning van de geesteswetenschappen, hoewel… en daar gaat het om, om dat hoewel. Het probleem is niet academisch maar maatschappelijk. Het gaat niet zozeer om de verdeling van het geld als wel om verdeling van waardering en aandacht.

Gekatapulteerd

De man die de term ‘two cultures’ in 1959 muntte was C.P. Snow, technoloog en in zijn vrije tijd romanschrijver. Een man van eenvoudige komaf, opgeleid buiten de Engelse topscholen en universiteiten, die het niettemin ver schopte in zijn leven. Hem trof de kloof die er gaapte tussen wat hij de literaire intellectuelen van de beroemde colleges noemde en de werkpaarden in de laboratoria, de natuurwetenschappers en technologen. Hij kende beide werelden wel zo’n beetje en hij ergerde zich aan het feit dat men niets van elkaars wereld wist of af wilde weten, het stoorde hem dat er geen gezamenlijk project lag om de wereld te verbeteren en bovenal dat de arrogante ‘literaire intellectuelen’ het in het maatschappelijk discours voor het zeggen hadden. Daar had hij een punt. In zijn tijd.

 Ik zag zijn gelijk onlangs nog eens bevestigd in een artikel over de macht van de literaire criticus in de jaren vijftig en zestig in de VS. Lieden als Lionel Trilling en Edmund Wilson bestreken vanuit hun reflectie op de literatuur een immens terrein, waarop ze hun macht deden gelden. In diezelfde jaren was een schrijver en filosoof als Jean Paul Sartre met zijn kompanen en tegenstanders oppermachtig in de Franse en Europese cultuur. De stemmen van wetenschappelijk onderzoekers over de implicaties van hun werk voor de maatschappij waren nauwelijks hoorbaar, als ze zich al wensten te mengen in de discussie. Ik citeer uit het genoemde artikel dat na de tweede wereldoorlog: ‘de literaire criticus in het gat sprong dat de neergang van het geloof achterliet om naar de positie van cultureel scheidsrechter gekatapulteerd te worden. Die rol was uiteraard altijd als tijdelijk bedoeld.’ De dichter verving de dominee.

Positieve inzet

 Nu is het makkelijk om de tijdelijkheid ervan achteraf te constateren. De litterati van de jaren zestig waren toen stellig niet bereid te geloven in de vergankelijkheid van hun positie. Bij ons was een schrijver als Harry Mulisch, die overigens zeer veel belangstelling had voor harde wetenschappelijke onderwerpen, geheel overtuigd van zijn eigen onsterfelijkheid en van die van zijn prominente rol als publieke intellectueel. Tussen haakjes: De term publieke intellectueel heeft in mijn ogen toch iets hoerigs. Kunnen we er niet iets anders op bedenken? Of is het juist een zeer adequate omschrijving? Niettemin kwam in reactie op de two cultures stelling van C.P. Snow en op de hegemonie van de schrijver/filosoof in de jaren zestig en zeventig een hippe tegenbeweging op gang, waarvan de bewijzen nog steeds in mijn boekenkast staan.

In een merkwaardige mix van literaire ambitie, filosofische pretentie en natuurwetenschappelijke kennis werden we overspoeld met boeken als Zen and the art of motorcycle maintenance, The dancing Wu Li Masters, The Tao of Physics, Gödel Escher Bach, The Mind’s I. Ze hadden allemaal tot doel ons te verbluffen met de gelijkenis van patronen in wetenschap en kunst, letteren en filosofie. Het was een feest van vermenging. Het Woodstock van de wetenschap en de literatuur. Het zal ook een beetje aan de generatie gelegen hebben. In de jaren zeventig kwamen nog de sociale wetenschappen hun partijtje meeblazen, en toen was het ideaal waarnaar C.P. Snow verwees binnen handbereik. Uit de koele laboratoria en de harde collegebanken trokken jonge wetenschappers de wereld in om overal de zegeningen van de westerse beschaving die leunde op die twee pijlers van two cultures te gaan brengen. Dat het succes van deze missie niet gegarandeerd was doet niets af aan de positieve inzet en intentie.

Protest

 Als ik de aard van de twee culturen mag samenvatten dan houden de beta-wetenschappen zich bezig met een rationeel onderzoek naar de verschijnselen die we waarnemen. Hoe zit het in elkaar. Hoe werkt het. De ratio is oppermachtig. De geesteswetenschappen houden zich bezig met de manier waarop de mens waarneemt en hoe hij zijn waarnemingen verwerkt in zijn leven. Irrationaliteit is daarin niet zelden een belangrijk element. Het welig tieren van pseudo-wetenschappelijke complottheorieën is daarvan het bewijs. Beide culturen tesamen geven ons een rijk en genuanceerd beeld van de werkelijkheid.

Na de jaren zeventig ging er iets schuiven. Op veel fronten. Geopolitiek, cultureel, economisch en technologisch. We weten heel goed dat we op een permanent bewegende ondergrond leven, waarin altijd van alles verandert, maar soms, wanneer op verschillende terreinen tegelijk de transitie voelbaar wordt, is de beweging sterker en ontwrichtender. Het beroemde boek van Francis Fukuyama, The end of history and the last man, dat zoals zoveel beroemde boeken met een aansprekende titel door velen is misverstaan, markeert een kantelpunt. Geopolitiek bewoog het door de ineenstorting van de Sovjet-Unie, economisch door de concentratie op de vrije markteconomie, het neoliberalisme dus,  cultureel door de verschuiving van het collectief naar de individu, technologisch door de ontwikkeling van de personal computer en het begin van de digitale revolutie. In die wereld, waarin de bakens fundamenteel werden verzet, hoewel het meer een autonome ontwikkeling leek dan gestuurd door een meesterbrein, in die wereld leven we nog steeds. Er zijn tekenen van sleetsheid van dat paradigma, of in ieder geval van een protest tegen de nadelen.

Erg koud

In het schema van ‘two cultures’ zien we een corresponderende verschuiving. De belangstelling voor de literaire, de historische, de psychologische blik op de werkelijkheid taant. U zult ongetwijfeld kunnen betogen dat de laatste decennia de belangstelling voor geschiedenis toenam en dat psychologie in de vorm van zelfhulpboeken en een idiote hoeveelheid therapieën om je lekker te voelen, een permanente coach is in ons dagelijks leven. Dat is waar en zeker wat geschiedenis betreft ben ik de eerste om dat toe te juichen. Toch waag ik te beweren dat dit ten dele een nostalgische reactie is op het feit dat er zoveel zo snel verandert. En nostalgie is in de woorden van de historicus Tony Judt vooral te zien als angst: het verleden wordt levend gehouden niet omdat we ons ermee verbonden voelen, maar omdat we bang zijn ervan gescheiden te raken.

De geesteswetenschappelijke houding van onderzoek naar de complexiteit van mens en mensheid in onderlinge verhoudingen, zeker wanneer dat onderzoek wordt neergelegd in dikke, doorwrochte en stilistisch hoogstaande boeken, is op zijn retour. De literatuur als middel om de complexiteit van onze werkelijkheid zo niet te begrijpen dan wel te ervaren ligt op apegapen. Eruditie staat onder verdenking. Geletterdheid wordt inmiddels vooral in verband gebracht met het bijvoeglijk naamwoord laag of gaat gepaard met een nieuw scheldwoord: elitair. Niet in deze warme kleine kring uiteraard, maar buiten onze bubbel is het erg koud.

Snelle magiërs

De digitale revolutie, die in menig opzicht ingrijpender en ontwrichtender is dan de industriële revolutie, deelde de geesteswetenschappen een forse klap uit. De digitale wereld maakt een eind aan de analyserende en interpeterende functie van de schijver, de essayist, de historicus. Iedereen kan wikipediapagina’s aan elkaar breien, mits ze niet teveel tekst bevatten. De neerlandistiek, het terrein waaruit ik voortkom en dat in zijn volle breedte letterkunde, taalkunde en geschiedenis omvat, viel ten prooi aan de taalbeheersers, de goeroes van de communicatie, en is op zijn hoogst nog een soort hulpwetenschap. Ooit werd de literatuur ook door mensen die niet lezen gezien als een kunstvorm die wezenlijk is voor de beschaving van een land. Die tijd is voorbij. Het is afgelopen met de zelfstandige waarde van letterkunde als middel tot kennis van mens en maatschappij, afgelopen met de vruchtbare uitwisseling van kennis en kunde met andere disciplines. De geesteswetenschappen hebben over zich heen laten lopen.

Niet zo zwartgallig op deze feestelijke avond hoor ik u zeggen. Maar toch: de ‘litterati’van C.P. Snow hebben het afgelegd tegen de snelle magiërs van cyberspace. In de tandem van de two cultures is een band lekgereden. Wie plakt hem? Matthijs van Nieuwkerk zult u roepen, de nationale fietsenmaker. Het is waar dat hij nog als enige echte boeken in zijn programma’s durft te stoppen. Maar dat is me toch te mager.

Peuterspeelzaal

Ik neem u mee naar Le Panier Fleuri aan de Rue des Grands Augustins in Parijs. Het zijn de jaren veertig van de achttiende eeuw. Elke donderdagavond komt hier een groep vrienden bijeen. Ze eten, ze drinken, ze discussiëren. Een van hen is een talentvolle wiskundige, de ander is een eigenwijze filosoof met belangstelling voor muziek, de derde is een mislukte priesterstudent nu vrijdenker, de vierde is priester die een van de kerk afwijkende kennistheorie heeft ontwikkeld.  Allemaal zijn ze rond de dertig. Jean le Rond d’Alembert, Jean Jacques Rousseau, Denis Diderot en Etienne Bonnot de Condillac. Ze nemen een  groot project aan, waaraan vooral Diderot als een slaaf zal werken. Het zal een verzameling zijn van alle kennis. De Encyclopedie des sciences, des arts et des metiers. Wetenschap, kunst en ambacht, technologie dus, op voet van gelijkheid verenigd. De gedachte erachter is dat kennis en kunst en kunde alleen in ultieme vrijheid van denken en voelen en in wederzijdse afhankelijkheid kunnen bloeien. De voedingsbodem voor het project was de toenemende belangstelling voor wetenschap, te weten hoe het werkt. Die belangstelling nam soms morbide vormen aan. Een zekere aristocrate ging nooit op reis zonder in haar bagage een lijk ter dissectie mee te nemen. Het grenzenloze optimisme van de encyclopedisten, hun werklust, hun – wat we nu noemen – inclusiviteit, en hun behoefte tegen autoriteiten in te gaan maken hen tot een inspirerend voorbeeld. Denis Diderot zelf was een weergaloze schrijver, een denker van het ongebaande pad en een ietwat slordige maar volhardende organisator, die tegendelen samenbracht. Het is een erfenis die we niet mogen verkwanselen in valse bescheidenheid, in specialismen, in identiteiten, in de loopgraven van de geldstromen, in de snelheid en oppervlakkigheid van onze tijd. Het werk eraan begint al in de peuterspeelzaal. En het eindigt niet aan de universiteit.

https://neerlandistiek.nl/2021/08/de-geesteswetenschappen-hebben-over-zich-heen-laten-lopen/

Luchtvervuiling slecht voor je geheugen, maar er is een oplossing (Welingelichte Kringen)

Je hoeft maar enkele weken blootgesteld te worden aan luchtvervuiling of je cognitieve prestaties gaan al achteruit. Dat blijkt uit een studie van Columbia University. Het lijkt er echter op dat aspirine de schadelijke gevolgen teniet doet.

Voorbeelden van korte blootstelling aan luchtvervuiling zijn bosbranden, smog, meeroken of barbecueën. De onderzoekers keken naar de cognitieve functies van 854 oudere Amerikaanse mannen en de luchtkwaliteit in hun omgeving. Was de hoeveelheid fijnstof (PM2,5) gedurende 28 dagen verhoogd dan haalden de mannen slechtere scores op geheugen- en taal- en rekentests. Namen ze daarbij aspirine dan presteerden ze juist weer even goed als normaal. Mogelijk doordat het middel ontsteking in de hersenen tegengaat of veranderingen in de bloedcirculatie, die veroorzaakt worden door het binnenkrijgen van smerige lucht, vermoeden de wetenschappers.

“Hoewel er regelgeving is omtrent CO2-emissies blijven kortdurende pieken in luchtvervuiling veel voorkomen en die hebben schadelijke gevolgen voor de gezondheid,” aldus onderzoeker Andrea Baccarelli. “Het lijkt erop dat aspirine de schadelijke effecten beperkt.”

De link tussen langdurige blootstelling aan fijnstof en verminderde cognitieve prestaties bij ouderen is al langer bekend. Gerapporteerde effecten zijn een kleiner hersenvolume, cognitieve achteruitgang en zelfs dementie. Luchtvervuiling is ook al in verband gebracht met verminderde hersencapaciteit bij jongere mensen en kinderen.

In de categorie: baat het niet dan schaadt het niet, zou je dus aspirine kunnen nemen als je weet dat je te maken krijgt met smerige lucht.

https://www.welingelichtekringen.nl/geen-categorie/2730380/luchtvervuiling-slecht-voor-je-geheugen-maar-er-is-een-oplossing.html

Deze IJslandse schrijver neemt afscheid van het ijs: ‘Wij zijn de generatie die vaarwel zegt tegen gletsjers’ (Vrij Nederland)

‘Gletsjers kunnen duizend meter dik zijn. Dus je moet straks een lijn in de lucht tekenen, alsof je naar de kerstman op z’n slee wijst, en je voorstellen: daar, op die hoogte waren ze,’ zegt Andri Snaer Magnason via Zoom vanuit Reykjavik, terwijl hij uit het raam wijst.

‘De komende honderd jaar zullen gletsjers smelten, zal de zeespiegel stijgen en zullen oceanen meer verzuren dan de afgelopen 50 miljoen ooit het geval was. De gevolgen hiervan zijn moeilijk te bevatten. Het is complexer dan de geest kan begrijpen, omvangrijker dan al onze voorgaande ervaringen en groter dan taal,’ schrijft hij in On Time and Water, zijn internationale bestseller over water in de komende honderd jaar.

‘De vraag die ik mezelf stelde was: hoe kan ik schrijven over klimaatverandering, zonder dat het klinkt als een soort achtergrondruis die niet werkelijk doordringt en waarvan mensen vooral moe worden,’ zegt hij. Het resultaat is een bijzonder en ideeënrijk boek met persoonlijke herinneringen, familiegeschiedenis, verhalende non-fictie, mythologie en een verslag van twee ontmoetingen met de Dalai Lama, dat onder de huid van de lezer weet te kruipen. De 37 hoofdstukken worden gevolgd door een prachtige epiloog, Apausalyps Now, over de betekenis van kunst tijdens de eerste golf van de coronapandemie.

Waarom is het zo moeilijk voor ons om de impact van klimaatopwarming te begrijpen?

‘Dat komt vooral door de enorme schaal van het probleem. Dat we alle data hebben, maar tóch niet aan de noodrem trekken en radicaal andere keuzes maken, is omdat onze geest er niet op is ingesteld om zoiets omvangrijks werkelijk te kunnen bevatten. Dat het mogelijk is dat geologische fenomenen als gletsjers verdwijnen in de duur van één mensenleven is een ongekende gedachte. Het lijkt cultureel gezien niet op iets wat we kennen.’

‘In Slaughterhouse-Five (Slachthuis Vijf, 1969) van Kurt Vonnegut zegt een karakter dat hij een antioorlogsboek schrijft. Daarop vragen anderen sarcastisch: “Waarom schrijf je geen anti-gletsjerboek?” Want het was toen net zo absurd om je een wereld zonder oorlog voor te stellen als een wereld zonder gletsjers. Maar slechts vijftig jaar later tref ik mezelf aan, terwijl ik een pro-gletsjerboek schrijf.’

‘Tijdens conferenties van klimaatwetenschappers gaat het vooral over details en blijkt nergens uit dat er een catastrofe dreigt. Zelfs dan zie je een soort massa-apathie.’

‘Als wetenschappers in een zwart gat kijken, zien ze ook niets. Je moet naar de periferie ervan kijken om te kunnen begrijpen hoe het de sterrenstelsels en sterren ernaast naar zich toetrekt. Een manier om het over klimaatverandering te hebben is daarom: het niet zozeer over het onderwerp zelf hebben, maar over het verleden en de toekomst.’

andri snaer magnason

Andri Snær Magnason (Reykjavik, 1973) is een van IJslands bekendste schrijvers. On Time and Water (2019) verschijnt in 24 talen. Magnason studeerde literatuurwetenschappen aan de Universiteit van IJsland en debuteerde in 1995 met een dichtbundel. Hij schreef het kinderboek The Story of the Blue Planet (1999) en de boeken LoveStar (2004), Dreamland, a Self-Help Manual for a Frightened Nation (2006) en The Casket of Time (2013). Hier vind je meer over de auteur.

Welke rol ziet u hierin voor de literatuur?

‘Ik denk dat iedere paradigmaverandering in de menselijke geschiedenis ook door kunst tot stand is gekomen. Alle nieuwe grote verhalen − het wereldbeeld van Copernicus, democratie, communisme, nationalisme en feminisme − zijn ontstaan door wetenschap en op intellectuele of filosofische gronden. Maar ze bereikten pas het niveau van paradigmawisseling op het moment dat ze belichaamd werden in kunst en literatuur, zowel goede als slechte.’

‘Wetenschappers vertelden me dat mensen geen data begrijpen. We begrijpen de wereld door verhalen, want we zijn verhalende wezens. Dus ik denk dat literatuur niet alleen een belangrijke rol heeft, maar zag het bijna als een burgerplicht om mijn deel te doen om de noodzakelijke paradigmaverandering over de rand te helpen. Want we hebben hiervoor geen honderd jaar.’

‘Gletsjers zijn tijdelijke entiteiten geworden die kunnen verdwijnen in de levensduur van iemand die zo oud wordt als mijn grootmoeder nu is: 96.’

Fungeren in uw boek verhalen als de aantrekkelijke verpakking voor een moeilijke boodschap?

‘Ja, ik geloof in het motto van Mary Poppins: een lepel met suiker helpt om het medicijn te kunnen doorslikken. Bij onderwerpen als klimaatverandering is er een disconnectie tussen het hoofd en het hart. Wetenschappelijke data raken het brein, terwijl verhalen, metaforen en een meer poëtische taal het hart raken. Ik moest wel iets overwinnen om te schrijven over de belangrijke personen in mijn leven. Maar door het te hebben over mijn jongste dochter of grootmoeder omzeil ik de psychologische weerstand die veel mensen bij dit onderwerp hebben.’

‘Ik ontdekte dat de verhalen over mijn grootouders een sterke connectie hebben met het antropoceen. Zij onderzochten gletsjers in de jaren vijftig en gingen in 1956 op huwelijksreis naar de gletsjer Vatnasjökull. In die tijd leken gletsjers nog een symbool van iets eeuwigs te zijn, zoals bergen en oceanen. Terwijl het nu tijdelijke entiteiten zijn geworden, die verdwijnen in de levensduur van iemand die zo oud wordt als mijn grootmoeder nu is: 96 jaar.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/407808_2409197511054_1381892966_n-1280x1280.jpg

Toen gletsjers nog eeuwig leken: Magnasons grootouders gingen in 1956 op huwelijksreis naar de gletsjer Vatnasjökull.

‘Mijn andere grootvader was arts in de VS en opereerde daar Robert Oppenheimer, de vader van de atoombom die het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. Dit markeert volgens velen de start van het antropoceen, het tijdperk van de mens. Deze grootvader was al een klimaatvluchteling, want hij moest zijn huis in Florida opgeven, omdat de bewoners vanwege frequente orkanen voortdurend geëvacueerd moesten worden.’

Hoe verliep uw zoektocht naar een andere taal om te schrijven over klimaatverandering?

‘Ik merkte dat de taal die we normaal gebruiken tekortschiet bij dit onderwerp en heb er lang over nagedacht hoe je praat over iets dat zo groot is. Ik wilde in dit boek meteen naar de taal van het hart en erover schrijven met extreme oprechtheid, zodat het bijna de grens zou raken van wat mijn literaire smaak normaal is. Ik vond een boek uit de jaren veertig van de vorige eeuw waarin een dichter in lyrische bewoordingen vertelt over zijn beleving van de natuur in de IJslandse hooglanden. Zijn taal klinkt nu vreemd voor ons. Ik vroeg me af waarom we aarzelen om taal te gebruiken die getuigt van liefde voor de natuur.’

‘Toen ik als activist vocht voor het behoud van de hooglanden, merkte ik al dat het geen argument was om te zeggen dat een gebied mooi was, of een ziel had. Ik moest me uitdrukken in een harde, economische taal en zeggen dat de hooglanden inkomsten uit toerisme zouden brengen, of ecologische systeemdiensten boden. We kregen te horen dat we mensen moesten vragen hoeveel ze ervoor wilden betalen. Volgens een econoom waren de hooglanden 50 miljoen dollar waard. Alsof je ze daarvoor zou verkopen….’

‘Ik ontdekte dat er dogma’s gelden voor wat gezegd kan worden. Die probeer ik te doorbreken door te zoeken naar een ruimte om er anders over te praten. Zo wil ik mensen eraan herinneren dat we in een bepaald denksysteem zitten en dat dit ons in de steek heeft gelaten.’

‘Nu alle indicatoren van onze planetaire metingen het falen van dit systeem laten zien, moéten we er vragen over stellen en het onderzoeken. In dit boek wilde ik de taal ook opschalen en zaken in een groter perspectief plaatsen. Daarvoor kan mythologie een bruikbaar instrument zijn, want daarin gaat het over de grote krachten: de zon en maan, tijd, dood en eeuwigheid en over wanneer de fundamenten gelegd worden, of wankelen. Ik wilde een soort mythologie voor de planeet schrijven, omdat in het antropoceen de invloed van de mens een grote geologische kracht is geworden. De goden besloten om hemel en aarde te scheiden en wij laten nu gletsjers in oceanen opgaan.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/P8220056-640x853.jpg

De mythologie van een gehavende planeet: ‘De goden besloten om hemel en aarde te scheiden en wij laten nu gletsjers in oceanen opgaan.’

Over 200 of 150 jaar zullen er in IJsland geen gletsjers meer zijn. Wat is IJsland zonder ijs?

‘Dat is alleen land, net zoiets als Ierland. Waar nu nog gletsjers zijn, zullen dan mooie valleien zijn. Mensen zullen van dat landschap houden en al snel niet meer weten wat ze missen. Klimaatverandering zal de hele aarde raken en dus ook IJsland. Maar ik ben bezorgder dat de gletsjers veranderen in oceanen, waardoor de zeespiegel stijgt en veel kuststreken onbewoonbaar zullen worden.’

Maar is ijs niet de ziel van IJsland?

‘Gletsjers en de vulkanische activiteit geven IJsland een speciale status in de wereld. Dus ja, natuurlijk raken we iets bijzonders en moois kwijt. Maar IJsland was ooit helemaal bedekt met bossen en is al enorm veranderd sinds het werd gevonden door de Vikingen. Het land waarvan we nu houden, is ontstaan door landbouw sinds de Middeleeuwen en onduurzaam gebruik en we blijken ook te kunnen leven in lelijke steden.’

In Nederland kennen we het woord landschapspijn en het Engels kent het begripsolastalgia voor het verdriet om het verlies van een geliefd landschap. Kent het IJslands een soortgelijk woord?

Magnason denkt even na. ‘Nee: we kennen wel de term klimaatangst, maar hebben geen woord voor “het missen van gletsjers”. Mijn grootmoeder heeft het wel over de speciale geur ervan in de lente, waardoor ze ging verlangen naar gletsjertochten. En zij kent “gletsjerkoorts”: de liefde voor gletsjers en noemt dat een ongeneeslijke ziekte. Zij betreurt het verdwijnen van de gletsjers erg, want het is een bijzondere wereld die ze goed kent.’

‘Met klimaatverandering schop je een slapende draak. Je kunt die niet vragen om op te schuiven, zonder dat je een klap van de staart kunt verwachten.’

‘De meeste IJslanders bezoeken de gletsjers hoogstens in hun zomervakantie. Ze vinden het wel jammer dat hun uitzicht zal veranderen, maar lijken het verdwijnen van de gletsjers te accepteren. Ze vinden het ook niet erg als de zomers wat warmer worden. En sommigen zien nieuwe kansen, zoals mogelijkheden voor dammen vanwege het smeltwater, of kortere vaarroutes. Maar dat kunnen ook routes zijn voor klimaatvluchtelingen, of in een oorlog.’

‘Je verheugen op de toegenomen transportmogelijkheden als het ijs verdwijnt is nogal naïef. Met klimaatverandering schop je namelijk een erg gevaarlijk beest, een slapende draak. Je kunt die niet vragen om op te schuiven, zonder dat je een klap van de staart kunt verwachten.’

In een beangstigend hoofdstuk beschrijft u hoe het smelten van de gletsjers in de Himalaya al eind deze eeuw het leven van een miljard mensen onmogelijk zal maken. Waarom hoor je hier zo weinig over?

‘Het is vrij nieuwe kennis. Omdat deze gletsjers zesduizend meter boven zeeniveau zijn, werd lang gedacht dat de effecten van klimaatopwarming klein zouden zijn. Maar de lokale temperatuurstijging is twee tot drie graden, dus bovengemiddeld. Deze gletsjers zijn enorme zoetwaterreservoirs. Het smelten ervan zal eerst leiden tot ernstige overstromingen en vervolgens tot extreme droogte. Er zijn delicate verdragen tussen Pakistan en India over waterdistributie. Als die onder druk komen, kan dat de grootste geopolitieke problemen veroorzaken waarmee de mensheid ooit is geconfronteerd.’

‘Wij veroorzaken dit. We zien onszelf als mensheid als klein, maar zijn als Prometheus en produceren met het verbranden van fossiele brandstoffen de de grootste – merendeels onzichtbare – vuren die we ooit gezien hebben. De hoeveelheid CO2 die dit oplevert, is het equivalent van de uitstoot van 666 vulkanen die dag en nacht vuurspuwen. Wetenschappers wijzen erop dat vuren van deze omvang leiden tot massa-extinctie en dat wij de generatie zijn die vaarwel zegt tegen gletsjers en koraalriffen. Zij vertellen ons dat deze vuren de komende dertig jaar helemaal uit moeten.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/P8290694_sh-1280x1280.jpg

Groter dan taal: ‘De komende 100 jaar stijgt e zeespiegel en verzuren oceanen meer dan de afgelopen 50 miljoen jaar het geval was.’

‘Probleem is dat olie de wereld waarin we nu leven creëerde. Het bracht ons ongekende welvaart en we zijn verslaafd aan de superkrachten die het ons gegeven heeft. Wanneer aliens ons zouden observeren, zouden zij zich waarschijnlijk afvragen waarom we nog steeds zoveel fossiele brandstoffen gebruiken, met zulke destructieve gevolgen. Kijkend naar onze bibliotheken en al onze kennis, zouden ze waarschijnlijk aannemen dat we dit wel expres moeten doen.’

Maar we zijn niet erg rationeel, ben ik bang.

‘Dat zijn we zeker niet. Daarom vraag ik in het boek: als dít de uitkomst is van al onze rationele economische beslissingen en briljante technieken, zou het dan niet verstandiger zijn geweest om de aarde als heilig te zien? Als we heilige bossen, bergen en rivieren hadden, was de uitkomst waarschijnlijk rationeler geweest dan wat we nu zien. Als koeien heilig waren, was er minder ontbossing in de Amazone en als rivieren heilig waren voor ons, zouden we ze niet zo vervuilen.’

‘Er zijn bewijzen dat de integriteit van de wetenschap bewust is aangevallen. Het was het officiële beleid van de regering-Trump om de impact van klimaatverandering te ontkennen en begrippen die ermee verband houden uit openbare stuken en van websites te verwijderen.’

‘Er is ook bewijs dat mensen van big oil − wetende hoe het zat − deelnamen aan campagnes van klimaatontkenners en dezelfde methoden hanteerden als de tabaksindustrie. Ze hebben politie gekocht en ‘denktanks’ opgetuigd om het publiek in verwarring te brengen met tegenstrijdige berichten en valse wetenschap.’

‘Volgens een in maart 2019 gepubliceerd rapport van de Britse ngo Influence Map, hebben de vijf grootste beursgenoteerde olie- en gasbedrijven (ExxonMobil, Shell, Chevron, BP en Total) in de drie jaar na de Klimaatovereenkomst van Parijs ruim 1 miljard dollar geïnvesteerd in misleidende klimaatgerelateerde informatie en lobbyactiviteiten om beleid om klimaatverandering aan te pakken uit te stellen, te controleren of te blokkeren. Ik vind dat deze mensen als eersten moeten worden berecht zodra er wetgeving is tegen ecocide, het grootschalig beschadigen of vernietigen van ecosystemen. Zij moeten worden opgespoord, zoals Simon Wiesenthal deed met oorlogsmisdadigers. Net als de verantwoordelijken voor de grootschalige branden in de Amazone.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/Pabbi-1-1280x1280.jpg

Familiegeschiedenis: Magnasons grootmoeder in 1939.
ongerept land

Magnason praat rustig en formuleert bedachtzaam, maar in de laatste zinnen klinkt zijn activistische bevlogenheid door. Datzelfde gebeurt als hij vertelt over zijn jarenlange strijd voor het behoud van de IJslandse hooglanden, toen grote delen ervan werden bedreigd vanwege de bouw van een dam voor een waterkrachtcentrale voor aluminiumsmelterijen.
‘Ongerept land zou onder water komen. Politici zeiden tegen ons: “Er is daar niets.” Maar toen we er gingen kijken, was het een prachtig gebied met bessen en wild!’

In zijn bestseller Dreamland. Selfhelp Manual for a Frightened Nation schreef Magnason kritisch over de economische argumenten voor de bouw van de dam. Hoewel delen van de hooglanden verloren zijn gegaan, is het gevecht volgens hem gewonnen. ‘We hebben het gebied teruggeëist door het te claimen, ook met taal. Door het een Nationaal Park te noemen werd het van niets “iets”.’

Corona heeft het proces vertraagd, maar het wordt waarschijnlijk ook officieel een Nationaal Park.

Om het bewustzijn van klimaatopwarming wereldwijd te vergroten, stelde Magnason zich in 2016 verkiesbaar als president, in IJsland een ceremoniële functie. Hij werd derde van negen kandidaten. ‘Ik dacht: we hebben iemand nodig die mensen met elkaar in contact kan brengen. Iedereen beantwoordt een e-mail als die van de president komt en die heeft toegang tot hoge autoriteiten. Maar ik vond het ook iets engs en betreurde het dat, als ik zou winnen, ik dit boek niet kon schrijven.’

‘We moeten gaan begrijpen dat de wildheid van de planeet een van de fundamenten voor ons overleven is.’

Een hoofdstuk gaat over uw jong gestorven oom John Thorbjarnason, een internationaal bekend krokodillenexpert. Waarom wilde u ook over biodiversiteit schrijven?

‘Als we alleen de klimaatcrisis aanpakken, hebben we nog steeds een dystopische planeet als we zoveel soorten hebben uitgeroeid. Dat zou een waardeloze wereld zijn. Biodiversiteitsverlies het hoofd bieden vraagt om een diepe culturele verandering waarbij we onszelf gaan zien als deel van de natuur, in plaats van als speciaal.’

‘We moeten een relatie met de natuur terugvinden die vroegere generaties nog wel hadden, waarbij we meer waarde hechten aan onze natuurlijke omgeving dan aan spullen. Wetenschappers vertellen ons niet alleen dat we de komende twintig jaar af moeten van fossiele brandstoffen en koolstofnegatief moeten worden, maar ook dat we grote gebieden moeten herbebossen en rewilden. We moeten gaan begrijpen dat de wildheid van de planeet een van de fundamenten voor ons overleven is.’

‘Moderne ideologieën als communisme en kapitalisme vergaten één klein detail, namelijk dat we leven op een planeet met biodiversiteit, ecosystemen, een atmosfeer en oceanen. Ze deden alsof dit alles grenzeloos was. De gevolgen zien we nu. Oceaanverzuring is een nieuw woord. Dat de pH verandert van 8,1 naar 7,7 lijkt een klein verschil, maar is als een explosie. Door verzuring kunnen schelpvormende diertjes moeilijker het voor hen noodzakelijke kalk aan het water onttrekken. Dat verstoort het ecosysteem van de oceanen dramatisch en maakt dat ze minder CO2 kunnen vastleggen uit de atmosfeer. Mensen lijken de impact hiervan nog steeds niet te begrijpen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2021/04/Picture-19-640x853.jpg

Familiegeschiedenis: John Thorbjarnarson, de latere krokodillenexpert.

Misschien lijken we hierin op kikkers die langzaam gekookt worden in de pan?

‘Ja, ook met het coronavirus zie je dat wat we als normaal beschouwen snel opschuift. Dit zogeheten shifting baseline syndrome is ook het probleem met klimaatverandering. Misschien zijn bosbranden in Californië en Australië volgend jaar al niet meer in het nieuws, omdat die er ieder jaar zijn. Als we niet wakker worden en zien wat er gebeurt bestaat het gevaar dat we langzaam terechtkomen in ondraaglijke omstandigheden.’

‘Om dat te doorbreken, verbind ik in het boek ons leven nu met de jaren vijftig van de vorige eeuw en schrijf ik over de zogeheten “diepe tijd”, waarmee een geologische tijdspanne wordt aangegeven. Ik bedacht de metafoor van de tijd die je kunt aanraken met je blote handen, de tijd waarop je directe invloed hebt, om duidelijk te maken hoe dichtbij het allemaal is.’

‘De afgelopen decennia hebben we met hydro-elektriciteit en intensieve landbouw geprobeerd een soort machine te maken van de natuur. Dit werkte tot op zekere hoogte, maar het is niet duurzaam en niet iets waar onze kinderen op kunnen vertrouwen. Het was een tijdelijke oplossing. Klimaatverandering of oceaanverzuring was niemands bedoeling en we hebben lang oprecht gedacht dat we het leven van de volgende generaties verbeterden. Nu blijkt dat dit niet klopt, moeten we onze energie anders richten en bijna alles opnieuw ontwerpen, doordenken en berekenen. Op wereldniveau, want als alleen enkele landen dit doen, heeft dat te weinig effect.’

In het hoofdstuk ‘Misschien komt alles toch nog goed’ schrijft u over CO2-opslag. In hoeverre ziet u in technieken als deze een oplossing?

‘In dat hoofdstuk onderzocht ik nihilisme: alles laten gebeuren en niks doen, omdat we denken dat het toch geen zin heeft. De generaties na ons zullen die houding beschouwen als roekeloos gedrag. We moeten zoeken naar oplossingen, maar ik denk niet dat die uitsluitend technisch kunnen zijn. Ze zullen ook sociaal, cultureel, politiek en misschien ook spiritueel moeten zijn.’

‘We weten dat we ongeveer duizend gigaton CO 2 moeten verwijderen uit de atmosfeer, maar nog niemand weet hoe. Tegelijk heeft de twintigste eeuw laten zien dat we nieuwe technieken kunnen verzinnen. Het is dus niet onrealistisch om aan te nemen dat er oplossingen komen waaraan we nu nog niet denken. Neem dit interview via Zoom. Toen ik studeerde leek dat nog sciencefiction, en nu doet iedereen het.‘

‘Ik kan niet anders dan optimistisch zijn. Ik denk dat we onze daadkracht op de korte termijn overschatten, maar op de lange termijn onderschatten.’

‘Tegen jongeren zeg ik: je kunt boos worden als je naar de data kijkt en natuurlijk hadden we in de jaren negentig serieus moeten beginnen om dit op te lossen, maar volgens wetenschappers hebben we de instrumenten om het te doen. En als we snel handelen, zeggen mensen straks misschien: je had toen van die alarmisten die zeiden dat de wereld zou eindigen, maar dat was niet zo.’

Dat zou mooi zijn, maar tot nu toe is wat we doen steeds too little too late. De VN waarschuwde onlangs dat we afkoersen op drie graden opwarming over een halve eeuw. Hoe optimistisch bent u?

‘Ik kan niet anders dan optimistisch zijn. Ik denk dat we onze daadkracht op de korte termijn overschatten, maar op de lange termijn onderschatten. De generatie van Greta Thunberg zal niet vergeten wat ze hebben geleerd. En waarschijnlijk komt erna een nog radicalere generatie. Tijdens de coronacrisis hebben jongeren gezien hoe de economie werd platgelegd door overheden om ziekte en dood te voorkomen. Wij zagen de economie nog zoals mijn grootouders de gletsjers zagen: als iets dat er altijd zou zijn, dat je niet werkelijk kon veranderen.’

‘Jongeren hebben zich eenzaam gevoeld en zijn geconfronteerd met het verlies van kansen. Zij zullen het antwoord op klimaatverandering zien als iets relatief eenvoudigs, want corona kostte 20 procent van het bnp en het tegengaan van klimaatverandering slechts 5 procent: evenveel als alle militaire uitgaven. Zij zullen zich daarom afvragen: “We kunnen onze grootouders nog knuffelen, feestvieren en er is geen lockdown nodig? Wat is dan het probleem?”

‘Aan de snelheid waarmee de coronavaccins zijn ontwikkeld, zie je wat er mogelijk is als er werkelijk wordt opgeschaald. Diezelfde slagkracht moeten we nu ook laten zien op het gebied van energie, landbouw, reizen en transport, in hoe we bouwen en aluminium en cement maken. Voor jongeren geldt: het maakt niet uit welke opleiding je doet, maar je moet deel uitmaken van een ongekende verandering op eigenlijk alle vlakken. En het mooie is: je zou daarbij een hogere betekenis kunnen vinden, want er is zoveel laaghangend fruit. Dus de eerste tien jaar zie je enorme vooruitgang.’

De Nederlandse vertaling van On Time and Water verschijnt voorjaar 2022 bij De Geus.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is het WPG Privacy Statement van toepassing.
Dit veld is verplicht

Het bericht Deze IJslandse schrijver neemt afscheid van het ijs: ‘Wij zijn de generatie die vaarwel zegt tegen gletsjers’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/andri-snaer-magnason/

Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) (Vrij Nederland)

Moest er een mantype worden aangewezen dat de huidige cultuur het best verzinnebeeldt, dan is de lumbersexual waarschijnlijk de juiste keuze. De term is in Nederland niet erg bekend, terwijl hij toch al een paar jaar in omloop is. Hij verdient de aandacht, want de lumbersexual (of vernederlandst: lumberseksueel) is diep doorgedrongen in de mainstream. Met zijn baard en zijn tatoeages, zijn geruite flanellen overhemd en zijn bootcut jeans bemant hij straten, cafés en parken. Hij is een bonafide standaard geworden – in elk geval voor mannen boven de vijfentwintig (daaronder overheerst de joggingbroek met sportschoenen als kostuum).

Gaat er geen belletje rinkelen, dan voldoet een blik op het Instagramaccount @lumbersexual, alwaar bebaarde, getatoeëerde, vaak gespierde en soms geheel ontblote mannen poseren. Het liefst in de natuur (bos, beek) en in de nabijheid van een dier (hond, maar gans mag ook). En van cabins, houtvuurtjes, kano’s en vishengels. Dit is een uiterste, natuurlijk, een ideaalplaatje ter inspiratie. Met baard en bierbuik in een werkmansjasje is de vibe ook al goed. Met een barbecue of een boswandeling in boots. Het gaat om het uitdrukken van je identiteit met een aantal lumberseksuele kenmerken, waarvan gezichtshaar het belangrijkste is.

De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel.

De baard kenden we al van de hipster, maar de lumberseksueel is net wat anders. Hij verlegt de hipsterstijl naar een ruigere, stoerdere versie. Zonder echt ruig en stoer te hoeven zijn, het is hoofdzakelijk een verbeelding ervan. De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel, zoals we rond de eeuwwisseling mannen noemden die veel deden aan uiterlijke verzorging. Gladde, haarloze en welriekende mannen die niet bang waren een beetje vrouwelijk over te komen.

De lumberseksueel is een houthakkersversie hiervan (het woord komt van lumberjack, wat houthakker betekent). Hij doet zich mannelijker voor, maar mag op eenzelfde manier met zijn uiterlijk bezig zijn: ‘grooming’ is een van de trefwoorden op @lumbersexual. Er hoort olie in de baard en gel in het haar, uit een alfamannelijk vormgegeven potje. En net als zijn voorganger speelt de lumberseksueel (al dan niet bewust) met genderstereotypen.

Queer look

Dat leverde hem een beschuldiging van culturele toe-eigening op. Journalist Tim Teeman schreef in 2014 dat heteromannen hem zo wel erg deden denken aan de bears en cubs van de homoscene. ‘Eerst kwamen de hetero’s voor de gladde, mooie gay look,’ – de metroman – ‘en nu komen jullie voor onze harige broeders.’ In een interview met de Huffington Post vertelt Teeman dat het ruitenshirt-met-spijkerbroek-tenue al decennia een manier is voor mannen om te seinen dat ze homo zijn. Daardoor wist Teeman andere homo’s te herkennen toen hij in de jaren tachtig net uit de kast was gekomen.

Maar de queer look die Teeman beschrijft was zelf natuurlijk ook een speelse toe-eigening van een hypermannelijk uniform. Dat uniform is terug te leiden tot Paul Bunyan, een geliefde houthakkende reus uit de Amerikaanse folklore. Google het maar eens: op afbeeldingen draagt Bunyan standaard een ruitenhemd, een spijkerbroek en een dikke baard. (En in veel gevallen zelfs een beaniemuts. Hoe 21ste-eeuws kun je het hebben?)

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven.

Bunyan representeert voor Amerikanen het ouderwetse houthakkersleven. Het is makkelijk je daarbij allerlei romantische voorstellingen te maken, maar de vroegere houthakkers waren geenszins te benijden. Ze bevonden zich ‘op de bodem van de kapitalistische economie,’ schrijft historicus Willa Brown in The Atlantic. Het was hard werken voor weinig geld en zonder perspectief. De houthakkers hadden, in tegenstelling tot de lumberseksueel, weinig op met de natuur: die was voor hen levensgevaarlijk, met omvallende bomen en bosbranden. Ze waren er doodsbang voor.

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven. We dromen van rondtrekken in een busje (#VanLife), het bewonen van hutjes en yurts en tiny houses. Een paar jaar terug was het onder rijkelui in Silicon Valley een trend om ongefilterd water drinken.

Mannelijkheidscrisis

Het opmerkelijke aan de lumberseksueel is zijn volharding, vooral wat de baarden betreft. Gewoonlijk nemen de early adopters een nieuwe afslag zodra hun trend mainstream wordt. Voor de baard zou dat rond 2013 moeten zijn geweest. Toen constateerde het voorwaartse magazine Fantastic Man dat de baard de ‘one-size-fits-all mask of choice voor alle mannen boven de achttien’ was geworden. Tijd om te scheren, dus. ‘It is time for the new!’

Sindsdien is de baard nog veel verder genormaliseerd − zelfs Willem-Alexander heeft er een laten staan, en nóg is niemand geneigd hem af te scheren. De lumberseksuele behoefte zit blijkbaar diep.

Het is ook geen trend meer te noemen, eerder een toestand van de moderne man. Waarom die nu heerst? Historicus Willa Brown ziet het antwoord in ‘de mannelijkheidscrisis’. Toen de houthakkersmythe werd uitgevonden, een dikke eeuw geleden, heerste net als nu de gedachte dat de man in crisis was. Destijds had men het over neurasthenie, een soort mannelijke vorm van hysterie.

Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur.

Waar vrouwen werd geadviseerd uit te rusten, moesten mannen hun vitale krachten terugvinden in de wijde natuur. Nu zit de crisis in de afschaffing van de traditionele mannenrol, als kostwinner en gezinshoofd. ‘Het is erg toepasselijk dat overwegend witte, jonge, stedelijke middenklasse mannen een symbool oppikken dat ooit is uitgevonden door mannen zoals zijzelf,’ schrijft Brown.

Buitenbehoefte

Maar volgens mij zitten er nog andere, sterkere gevoelens achter, die juist dit coronajaar zijn uitvergroot. Zoals ons snakken naar natuur. De plaatjes op @lumbersexual van hutjes in de sneeuw en blote billen in koud natuurwater drukken een verlangen uit dat al vóór de pandemie wijdverspreid was. Vorig jaar is eens te meer duidelijk geworden hoe onwenselijk dicht we op elkaar zitten, en na maanden opsluiting willen we weg van de schermen die alomtegenwoordig zijn. Naar buiten.

Vanzelfsprekend is dat verlangen niet aan mannen voorbehouden. Vrouwen geven uitdrukking aan lumbergevoelens met kabeltruien en hippe outdoorwear, of gewoon met het Bunyan-uniform in een kleinere maat. De buitenbehoefte is ook merkbaar aan de interieurs die we vullen met planten, dierenvellen en ruwe houten meubels. De lumberseksueel lijkt me eerder een reactie op het stedelijke dan op het feminiene aspect van de metroseksueel. Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur. Op een gecontroleerde en verzorgde manier, dat wel.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.
Timmerhout

Het thuiswerken maakt deze voorkeur des te logischer. De opkomst van de lumberseksueel wordt wel gelinkt aan de kredietcrisis van 2008, waarna veel jonge mensen zonder werk kwamen te zitten, of met een ‘nieuwgevonden professionele vrijheid’ (ze werden zzp’er). Met meer thuiswerkende mensen werd het dragen van informele, outdoorsy kleding gangbaarder. Het wakkerde ook de hedendaagse zoektocht naar authenticiteit aan. Naar iets wat echt voelt in deze onbegrijpelijke geglobaliseerde wereld vol bullshit jobs. Iets als timmerhout, dat je kan aanraken, bewerken, in bouwsel of brandstof kan omzetten.

De authenticiteit van de lumberseksueel zelf is natuurlijk twijfelachtig. (‘Je wilt toch niet dat een man speelt dat hij ruig is, wanneer hij dat niet echt is,’ zegt Tim Teeman. ‘Dat is wel het minst sexy dat een gozer kan doen.’) Maar het verlangen lijkt me onvervalst, en vast niet slecht voor de wereld.

Het bericht Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/baard-lumbersexual/