Waardoor is de millennial van slag? Op zoek naar antwoorden met Denker des Vaderlands Daan Roovers (Vrij Nederland)

SoundCloud

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Liever luisteren dan lezen? Menno heeft zijn verhaal ook ingesproken.

Dit gesprek met Daan Roovers moest een gesprek worden over de epidemie van burn-outs en andere geestelijke ellende onder jongeren. Millennials, studenten, ‘generatie Y’: ze zouden gebukt gaan onder stress, studiedruk en een streven naar perfectie. Via de mail vroeg Roovers me vooraf wat research te doen. ‘We moeten een beetje een empirische bodem hebben waar ik mijn analyses op kan loslaten, zodat het geen 1800 woorden feitenvrij gefilosofeer wordt.’

Natuurlijk, voor feitenvrij gefilosofeer word je geen Denker des Vaderlands. Maar toen werd het lastig. Er blijken weinig cijfers te bestaan over burn-outs en depressie, laat staan onder jongeren. De cijfers die er wél zijn, suggereren geen grote stijging. ‘Anders dan de media ons willen doen geloven, is burn-out niet spectaculair gestegen,’ stelde hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli vast in De Psycholoog.

Zijn opgebrande jongeren dan wel zo’n ‘kwestie van deze tijd’, waar deze rubriek over dient te gaan? Jawel, maar op een andere manier. ‘Dat jongeren vaker burn-out zijn is niet evident, maar ze ervaren wél vaak de bijbehorende klachten,’ zegt Roovers. ‘Ze benóemen het ook zo. Als mijn studenten een opdracht niet af krijgen, zeggen ze vaak dat ze ziek zijn. Dat is volgens mij niet altijd zo, maar het kan wel een self-fulfilling prophecy worden.’

Watjes

Een cross-analyse van diverse onderzoeken die het Interstedelijk Studenten Overleg uitvoerde, liet zien dat de helft van de studenten zegt te worstelen met problematische stress en een derde met ‘psychische klachten’. Subjectief, maar daarmee niet onwaar.

De millennialeske onderbuik is van slag, en Roovers wil er de stethoscoop tegenaan houden. Zelf kan ik dienen als proefkonijn. Ik ben geboren in 1991, midden in het tijdvak 1981-2000, waarin je geboren moet zijn om millennial te heten. Een echte Y. Daan Roovers, geboren in 1970, is op haar beurt een echte generatie-X’er.

De oorzaak van problemen wordt niet in het systeem gezocht, maar in het individu, ziet Roovers.

De Y en de X spreken elkaar in de sfeervolle werkkamer van de X, in een gebouw voor kantoorunits in Amsterdam. Er staan verweerde houten bureaus en een ouderwets filterkoffieapparaat – kwestie van tijd tot zo’n bakbeest weer hip wordt onder millennials. ‘Interessanter dan of er sprake is van een burn-outepidemie,’ zegt Roovers terwijl ze twee koffiemokken volschenkt, ‘is de vraag: waarom zijn dergelijke termen zo’n aantrekkelijke manier om de situatie te beschrijven?’

Een van de theorieën is dat jongeren van nu watjes zijn. ‘Zo kun je het zien,’ zegt de filosoof, wetende dat deze kritiek van alle tijden is, want in de vierde eeuw voor Christus klaagden Socrates en Plato al steen en been over de luie en ongemanierde Griekse jeugd. ‘Maar je kunt je ook afvragen of de samenleving niet veel strenger en harder is geworden. En of er niet meer verantwoordelijkheid naar het individu is verschoven.’

Daan Roovers

Filosoof Daan Roovers (Veghel, 1970) is sinds maart 2019 en tot en met maart 2021 Denker des Vaderlands. Ze werkt voor de Universiteit van Amsterdam en het Amsterdamse debatcentrum De Rode Hoed en was tussen 2001 en 2015 hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Roovers is groot pleitbezorger van publieksfilosofie, waarbij filosofie een activiteit is die hardop en midden in de samenleving wordt uitgevoerd en waaraan elke burger kan deelnemen. In 2020 leggen we haar in elke maand een grote vraag voor. Dit is aflevering 1.

Vrijgepleit

Dat laatste ziet Roovers overal. De oorzaak van problemen wordt niet in het systeem gezocht, maar in het individu. Die mag het oplossen. ‘Neem studiedruk. Je kunt onderzoeken wat er aan de hand is met de universiteiten en het onderwijsbeleid van de overheid. Maar je kunt studenten ook allemaal individueel naar een psycholoog of dokter sturen. Dat laatste is in deze neoliberale maatschappij efficiënter, want dan is het systeem vrijgepleit.’

Het individualiseren van problemen gaat hand in hand met het medicaliseren ervan. ‘Je krijgt een label dat je recht op een behandeling geeft en op een gegeven moment word je weer terug het systeem in begeleid, dat onveranderd is gebleven. Als op een afdeling vier van de twintig werknemers burn-out zijn, worden die alle vier naar een coach gestuurd in plaats van dat er naar de cultuur gekeken wordt.’

Het grote verschil met vorige generaties, zegt Roovers, is dat de vooruitzichten voor jongeren nu echt minder goed zijn.

Terwijl vaak goed hard te maken is dat er fouten in het systeem schuilen. Neem het leenstelsel, dat studenten opjaagt om zo snel mogelijk af te studeren. Of de woning- en arbeidsmarkt, waar wél cijfers over te vinden zijn. Waar in 2014 bijna de helft van alle woningen naar starters ging, was dit afgelopen jaar nog maar een kwart, aldus een recent rapport van de Sociaal-Economische Raad. Uit dat rapport blijkt ook dat jongeren steeds later een vaste baan krijgen en vaker flexwerk doen.

Vooruitzichten

Het grote verschil met vorige generaties, zegt Roovers, is dat de vooruitzichten voor jongeren nu echt minder goed zijn. Hun vertrouwen in de economische, sociale en politieke toekomst is gekelderd tot recordlaagte, zo suggereert de 2019-editie van de jaarlijkse Deloitte Millennial Survey, uitgevoerd onder 13.000 jongeren in 42 landen. Zoals bij oudere generaties de onderbuik rommelt omdat ze het verleden teloor zien gaan, zo zien jongeren juist hun toekomst wegglippen.

‘Burn-outklachten hebben te maken met bestaansonzekerheid,’ zegt Roovers. ‘Het zou beter zijn om een actieplan op de economische ontwikkelingen te zetten dan op de klachten die eruit voortkomen.’

Als zzp-journalist zonder koophuis, vast contract of rente op mijn spaargeld vind ik het wel een verleidelijk idee om de schuld bij een vormloze vijand als ‘de economie’ of het neoliberalisme te kunnen leggen. Fuck the system!

Maar dat is ook weer niet de bedoeling, maakt Roovers duidelijk. Omstandigheden spelen mee, maar pleiten nooit vrij. ‘Als je bij stress bijvoorbeeld meteen zegt dat je “overspannen” bent, kan dat een manier zijn om niet onder ogen te zien dat je om problemen heen loopt, dat je bijvoorbeeld te laat bent begonnen.’

Autonomie

Ondanks alle individualisering zijn jongeren volgens de Denker tegenwoordig te weinig individu. Ze kunnen iets leren van Aristoteles. ‘Die zei: je moet karakter ontwikkelen om je staande te houden in de loop der dingen. De omstandigheden veranderen voortdurend. Wat je daartegenover kunt stellen is alleen jezelf, je duurzame karakter.’

De huidige vorm van individualisering maakt het individu niet sterker, maar zwakker, legt Roovers uit. Ze spreekt van een tijd van ‘massa-individualisme’ waarin met name jongeren zich continu met elkaar vergelijken. ‘Er is een voortdurende competitie tussen mensen van jouw leeftijd en jouw opleidingsniveau. We gaan op in wat anderen doen, wat anderen verwachten. Het individu biedt te weinig weerstand.’

Als je overal heen kunt, is het moeilijk om te weten waar je moet zijn.

Hebben we verleerd om onafhankelijk te zijn? ‘Gebrek aan autonomie’ is een van de meest genoemde oorzaken van burn-outklachten. ‘Autonomie is een lastig begrip. Immanuel Kant definieerde het als “jezelf de wet kunnen stellen”. Dus niet “doen waar je zin in hebt”, maar je herkennen in een wet en die mede zelf vormgeven. Er is een zekere structuur nodig voor autonomie.’

Losse schroeven

Structuur! Misschien is dat de missing link. Als freelancer met een Swapfiets ben ik de stereotiepe structuurloze millennial. Niet dat ik terug zou willen naar de tijd van keurslijven, maar de huidige situatie is ook niet alles. ‘Tegenwoordig ligt de wereld open,’ zegt Roovers. ‘Maar dat is nog niet hetzelfde als autonomie ervaren. Want er komen voortdurend mogelijkheden op je af waar je iets mee moet. Je kunt studeren wat je wilt en waar je wilt, ook in het buitenland, je kunt een tussenjaar nemen.’

Als je overal heen kunt, is het moeilijk om te weten waar je moet zijn. Vroeger lieten veel mensen zich de weg wijzen door een geloofsovertuiging, maar die vorm van structuur is sinds de ontkerkelijking verdampt. Andere vormen van overtuiging die je de weg wijzen, zoals ideologie, zijn ook minder vanzelfsprekend geworden. ‘Bij jongvolwassenen hoort een soort dogmatisme, overtuigd zijn van je gelijk, precies weten hoe de wereld in elkaar zit. Dat lijkt nu op losse schroeven te staan.’

De wereld is zó groot geworden dat het moeilijk is om betrokken te zijn, zegt Roovers. ‘Socrates, Plato en Aristoteles leefden in de overzichtelijke stadstaat Athene en konden zich permitteren om over het lot van de wereld na te denken. Eeuwen later, in het veel grotere Romeinse Rijk, richtten de filosofen zich meer op een individuele ethiek. De schaal van de politieke problemen werd te groot om over het lot van de wereld na te denken. Dat zie je nu eigenlijk weer. Binnen een minuut kun je kennisnemen van alle ellende op de wereld, van bosbranden in Brazilië tot de situatie in Hongkong. Dat maakt je qua handelen apathisch, want waar moet je beginnen als je de wereld wilt verbeteren?’

Een paar dagen na dit interview zendt Nieuwsuur een item uit over ‘klimaatdepressie’ onder jongeren. ‘Er is sowieso een hoger stressniveau onder studenten,’ zegt de opleidingsdirecteur van de Wageningen Universiteit in het item, en bezorgdheid over klimaatverandering ‘is een extra factor’.

Elke minuut is kostbaar

Apathisch of depressief worden hoeft niet de norm te zijn. De klimaatdemonstraties door scholieren en de populariteit van de jongerenclubs van zowel GroenLinks als Forum voor Democratie duiden erop dat de behoefte aan strijden voor een hoger doel blijft bestaan.

Maar die strijd legt het toch af tegen dat wat het heiligste doel van al lijkt: zelfontplooiing. Iets wat samengaat met een streven naar efficiëntie: You only live once, elke minuut is kostbaar. Toen ik naar Roovers’ kantoor fietste, zette ik gauw een leerzame podcast op – de afspeelsnelheid extra hoog.

Roovers haalt Jean-Jacques Rousseau aan. ‘Die zegt dat als je jong bent, je zoveel mogelijk tijd moet verspillen.

Roovers: ‘Dat streven naar efficiëntie hoort erg bij deze tijd, niet alleen onder jongeren. Een activiteit is zelden nog een doel op zichzelf. Sporten is een goed voorbeeld. In het beste geval is het ook leuk, maar het gaat vooral om gezonder worden en je prestaties verbeteren. Ik dacht laatst: wat doe ik nou alleen om de activiteit zelf? Ik heb één ding, en dat is accordeon spelen. Ik ben daar niet goed in, ik kan er geen factuur voor sturen, ik doe het echt alleen voor de lol. Het is belangrijk om zoiets te hebben.’

De productiviteitscultus ontlokt gelukkig een tegenbeweging omdat we ook wel zien dat het burn-outs in de hand werkt. Studentenverenigingen organiseren stiltewandelingen en op Instagram wordt #selfcare gepredikt. Maar ook dat ruikt verdacht: is ontspanning het doel, of tanken we bij om er daarna weer tegenaan te kunnen?

Een paar jaar verspillen

Daan Roovers kijkt wat bezorgd. ‘Kom je hier uit?’ We merken beiden dat het moeilijk is om de vraag te beantwoorden wat het grote probleem van mijn generatie is, ook omdat sommige ontwikkelingen tegenstrijdig zijn. Is er een filosofisch advies waar we hoe dan ook iets mee kunnen?

Roovers haalt Jean-Jacques Rousseau aan. ‘Die zegt dat als je jong bent, je zoveel mogelijk tijd moet verspillen en moet lummelen. Zo’n periode waarin je nog de tijd hebt, is er maar één keer in je leven. Het heersende idee dat je al jong met je toekomst bezig moet zijn, werkt maar in heel beperkte mate. Omdat je pas weet of het leuk is als je ergens bent. Soms moet je eerst de verkeerde keuze maken.’

Maar, sputter ik nog even tegen, dat kost zoveel tijd, en you only live once. ‘Ja,’ zegt de Denker des Vaderlands, ‘maar ja: we leven steeds langer tegenwoordig, dus je mag best een paar jaar verspillen.’

Fotografie Annelie Bruijn
Haar en Make-Up Pascale Hoogstraate @ EE Agency for MUA
Styling Giedre Malinauskaite / NCL Representation

Het bericht Waardoor is de millennial van slag? Op zoek naar antwoorden met Denker des Vaderlands Daan Roovers verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/daan-roovers-millennials/

Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? (HP/De Tijd)

Een eerlijke, verantwoorde supermarktketen. Met verse streekproducten. Gezond en duurzaam, maar bovenal lekker. Voor de cultural creative, de grootstedelijke, geëngageerde klant met een goed inkomen die is geïnteresseerd in cultuur en natuur en liever leest dan tv kijkt. Toen Quirijn Bolle en Meike Beeren in 2008 aan de Overtoom in Amsterdam hun eerste Marqt-winkel openden, hadden ze hun doelgroep scherp op het netvlies. Bij de reguliere supermarkten kwamen deze ‘deugmensen’ er maar bekaaid vanaf, meenden de twee voormalige Ahold-managers. Dat gingen zij veranderen. Zo’n 25 filialen wilden ze, om te beginnen, en dan vooral in de Randstad. Leveranciers vinden was geen probleem. Mijnboer uit het Friese Sint Annaparochie zorgde voor de groente en het fruit, Waterlant’s Weelde uit het Noord-Hollandse Oosthuizen voor het vlees en Weerribben Zuivel uit het Overijsselse gehucht Nederland voor de zuivel. De opening was spectaculair – de huisgemaakte truffelmayonaise liep als een malle, de visboer moest zelfs drie keer naar de afslag. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond; achttien telde de keten er eind 2018, waarvan de helft in Amsterdam. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond Maar winst heeft Marqt in al die jaren nooit gemaakt. Voor de investeerders, waaronder Triodos Bank, begin vorig jaar reden om aan te sturen op een stevige koerswijziging – de grote filialen werden verkocht – en op zoek te gaan naar een strategische partner. Dat laatste is, na lang tegenspartelen van Beeren en – vooral – Bolle, gelukt. Udea, eigenaar van onder meer de biologische supermarktketen Ekoplaza, heeft Marqt overgenomen. Ook Beeren en Bolle, in 2010 nog verkozen tot Amsterdammer van het jaar, moesten hun belangen aan Udea verkopen. De deconfiture van Marqt roept vragen op. Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? Op expeditie langs retailexperts, duurzaamheidsdeskundigen en de coo’s (chief organic officers) van de lage landen. Biosupers. Natuurvoedingswinkels. Alternatieve of -kabouterwinkels. Hoe ze zichzelf ook mogen noemen, wie zich enigszins verdiept in de historie van deze biologische speciaalzaken wordt één ding al snel duidelijk: echt florerend is de sector in Nederland nooit geweest. Eigenlijk al vanaf den beginne: de komst van de reformwinkels, de voorlopers van de natuurvoedingswinkels. Interieur winkel met biologische dynamische producten. (1981) Een andere samenleving, met onder meer gezonde natuurlijke voeding en geneesmiddelen, was een belangrijk ideaal van de reformbeweging, die aan het einde van de negentiende eeuw in Duitsland ontstond. Ook in Nederland koos een aantal intellectuelen en idealisten in de jaren twintig naar Duits voorbeeld voor een sober leven vol rauwkost en granen. Dertig reformzaken telde ons land in 1961. In 1975 waren dat er honderd; inmiddels zijn het er naar schatting zo’n tweehonderd. Winkels vol dieet- en natuurlijke – lees: niet geraffineerde – producten. Koudgeslagen zonnebloemolie in plaats van dierlijk vet, zee- of titrozout in plaats van keukenzout, zemelen en koffie van cichorei. Tweemaal beleefde de branche een kortstondige opleving. Eerst na de Planta-affaire; dit was een populair margarinemerk van Unilever, waaraan de producent in 1960 een anti-spatemulgator had toegevoegd die bij zo’n 100.000 mensen huiduitslag en koorts veroorzaakte. Honderden mensen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis, vier overleden. En de tweede keer door de toenemende populariteit van de op het zenboeddhisme gebaseerde macrobiotiek – 50 procent granen, 25 procent groente, elke hap ten minste 50 keer kauwen. Maar een echte doorbraak bleef uit. De dikwijls op antroposofische, biologisch-dynamische leest geschoeide natuurvoedingszaken kregen begin jaren zeventig een stevige boost. Een belangrijke impuls hiervoor waren de alarmerende berichten van onder meer De Club van Rome (Grenzen aan de groei) over de toekomst van de aarde. Deze winkels werden, zeker in de beginjaren, veelal gerund door vrijwilligers. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. Dat laatste is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Bij veruit de meeste biologische speciaalzaken kan de consument terecht voor al zijn dagelijkse boodschappen. Het assortiment is dikwijls kleiner, maar wat betreft de kwaliteit doen deze biosupers anno 2020 niet meer onder voor de reguliere grootgrutters. De verkoop van biologische levensmiddelen stijgt eveneens; volgens de Rabobank is de afzet de afgelopen vijf jaar met 10 procent toegenomen tot 843 miljoen euro. Ter vergelijking: de totale levensmiddelenmarkt groeide in deze periode met slechts 1 procent. Maar die aanwas komt geheel voor de rekening van de reguliere supermarkten; zij zagen de verkoop van biologische levensmiddelen in 2018 met ruim 8 procent toenemen (2017: plus 6 procent), meldde Bionext, de brancheorganisatie voor de biologische landbouw, vorig jaar. Biospeciaalzaken daarentegen kampten met een lichte omzetdaling. Volgens Joyce van den Bos van Bionext houden deze twee ontwikkelingen verband met elkaar. “Het biologische assortiment van de gewone supermarkten groeit al een aantal jaren zo hard dat biospeciaalzaken dit merken.” De daling van het aantal natuurvoedingszaken – biologische winkels en winkels in reformartikelen – stut deze conclusie. De afgelopen vijf jaar sloten vijftig van deze winkels hun deuren, aldus het CBS; vorig jaar resteerden er nog 398. Volgens Bionext kan van deze winkels ruim de helft worden gerekend tot de biologische winkels annex biosupers; de rest verkoopt vooral gezondheids- en dieetproducten. Van deze ruim 200 biosupers maken er weer 90 deel uit van franchiseketen en marktleider Ekoplaza en nog eens 23 van biosupercoöperatie Odin, de nummer twee. Het gros van de overige winkels is zelfstandig. De vraag blijft of de inhaalslag van reguliere supers de enige verklaring is voor de stagnerende groei van biospeciaalzaken. Deventer, bij de ingang van de Ekoplaza, een doordeweekse middag vlak voor kerst. Peter van der Jagt, een opgewekte zestiger met een trenchcoat en brogues, laadt zijn kleindochter en twee gevulde tassen uit zijn winkelwagen en loopt naar buiten. Van der Jagt, uitgever van beroep, is vaste klant, omdat hij hecht aan ‘eerlijke producten’ en dit bij Ekoplaza ‘doorgaans wel goed zit’, vertelt hij desgevraagd. Een klant doet boodschappen in een plasticvrije winkel van Ekoplaza. In het filiaal in Amsterdam West liggen bijna zevenhonderd verschillende producten zonder plastic in de schappen. Biologische winkels frequenteert Van der Jagt al jaren, vertelt hij. Ook toen hij nog in Amsterdam woonde – hij verhuisde twee jaar geleden naar Deventer. “Eerst kochten we veel bij Marqt. Maar daar zijn we mee gestopt. Het profiel was onduidelijk; lang niet alles wat je daar kon kopen, was biologisch. We zijn toen overgestapt naar de Natuurwinkel. Daar was dit wel helder.” Van der Jagt doet al zijn boodschappen bij Ekoplaza. Voor marketeers reden hem in te delen in de categorie ‘donkergroen’: mensen die, dikwijls uit altruïsme, al hun levensmiddelen kopen bij een biospeciaalzaak, omdat ze zeker willen weten dat wat ze consumeren ‘eerlijk’ – lees: biologisch en duurzaam – is geproduceerd. Deze donkergroene consumenten vormen een select gezelschap: zo’n twee procent van het totaal. Diehards voor wie Marqt niet ver genoeg gaat. “Voor deze mensen is biologisch een manier van leven, zij willen zekerheid,” weet detailhandelsexpert Paul Moers (ex-Albert Heijn, ex-Gall & Gall). Naast donkergroene zijn er ook lichtgroene biofans: mensen die slechts voor een deel – gemiddeld een vijfde – biologische producten kopen en dan voornamelijk bij de reguliere super. Voor deze groep, die volgens marketeers veel groter is, maar waarvan de exacte omvang vooralsnog onduidelijk blijft, zijn gezondheid en dierenwelzijn ook belangrijke motieven om biologische levensmiddelen aan te schaffen. Volgens Moers mikte Marqt zowel op donker- als op lichtgroene mensen. “Ik denk dat ze zich daarin hebben vergist. Praat je over de dagelijkse boodschappen, dan kwam geen van deze twee groepen bij Marqt echt aan haar trekken.” Volgens Moers is er nog een tweede, belangrijke reden waarom Marqt al die jaren verlies heeft geleden: de hoge prijzen, althans de perceptie dat de producten er duur waren – een test van de Consumentenbond vorig jaar wees uit dat de consument bij Ekoplaza en Odin nog meer kwijt was voor een mandje bioproducten dan bij Marqt. Dat dure imago werd door de directie ook nog eens beaamd, meldt de detailhandeldeskundige. Hij refereert aan de uitspraak van Meike Beeren in 2015 dat mensen bij Marqt ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Moers: “Dat is natuurlijk niet zo handig.” Meike Beeren, medeoprichter van Marqt, zei in 2015 dat mensen er ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Marqt mag dan deels een verhaal apart zijn, de toenemende concurrentie van de Albert Heijns, Jumbo’s, en inmiddels ook discounters als Lidl en Aldi rechtvaardigen de vraag of biologische supermarkten als Ekoplaza en Odin überhaupt nog wel een toekomst hebben. “Absoluut,” verzekert Joyce van den Bos van Bionext. Volgens haar is het momentum voor biologische producten uitstekend. Zij wijst op de alarmerender berichten over de klimaatverandering, de energietransitie en de daarmee verband houdende plannen van het kabinet – minister van Landbouw Carola Schouten met haar kringlooplandbouw – en de Europese Commissie (Frans Timmermans’ Green Deal met zijn ‘from farm to fork’) om de landbouw te verduurzamen. Voorwaarde daarbij volgens Van den Bos: dat de biosupers zich voldoende blijven onderscheiden. “Ze moeten zich focussen, zorgen dat bio in het DNA zit, op adviesgebied, voor wat betreft de producten en de ingrediënten, maar ook op zaken als verpakkingen en eerlijke prijzen.” Moers is het daar helemaal mee eens. Die meerwaarde moeten biologische winkels volgens hem nog beter gaan uitventen. Ze zouden daarvoor volgens de retailexpert eens een kijkje kunnen nemen bij wijnverkopers. “Die promoten hun producten met hele verhalen. Ze boeken daar veel succes mee,” weet de voormalige directievoorzitter van Gall & Gall. En de relatief hoge prijzen, vormen die geen beletsel? Nee, meent Van den Bos, die zijn volgens haar eerder een conditio sine qua non. “Als je wilt dat een boer minder koeien heeft omdat je daarmee de stikstofproblemen vermindert, is het logisch dat zuivel en vlees duurder worden. De kosten blijven grotendeels gelijk. Veel consumenten begrijpen dat wel, voor hen vormen die prijsverschillen niet zo’n probleem.” Daar kunnen de directeuren van Odin en Ekoplaza, de twee grootste biologische speciaalketens, zich wel in vinden. “De prijs is niet het belangrijkste waarop wij concurreren, wij zitten er anders in,” stelt Merle Koomans van den Dries, bestuursvoorzitter van Odin. “Bij Albert Heijn is een biologisch product gewoon een product, voor ons en onze klanten is het een manier van leven. Waar komt zo’n product vandaan? Hoe ga je met elkaar om? Kunnen telers ervan leven? Ik zeg altijd: als de Keuringsdienst van Waarde een uitzending maakt over een van onze producten, moet het verhaal kloppen.” Een supermarkt met idealen, zo profileert Odin zich. Dat komt onder meer tot uiting in de coöperatiestructuur van de organisatie. Die telt in totaal 23 winkels, maar ook een groothandel, een biodynamische boerderij en een imkerij. 9500 leden heeft de coöperatie inmiddels. Zij legden ieder 100 euro in en zijn daarmee mede-eigenaar. In ruil voor een maandelijkse bijdrage – 16 euro voor een volwassene – krijgen ze 15 tot 20 procent korting op de prijzen in de winkels. Zeker, ook Odin heeft last van de toenemende concurrentie van reguliere supers. Tegelijkertijd is Koomans daar ook weer blij mee. “We hebben lang gewerkt om bio op de kaart te krijgen, dan is het mooi om te zien dat dit voet aan de grond krijgt.” Toch heeft ook Odin volgens de bestuursvoorzitter wel degelijk bestaansrecht. Al was het maar omdat de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande aandacht voor bijvoorbeeld de bosbranden in Brazilië en Australië, maar ook de stikstofcrisis, steeds meer mensen doen beseffen dat een gedragsverandering noodzakelijk is. “Mensen die, net als wij, geloven dat je met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft mede bepaalt hoe de wereld eruit gaat zien. Die beseffen dat dit verder gaat dan af en toe een biologische paprika kopen bij Albert Heijn.” ‘Met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft bepaal je mede hoe de wereld eruit gaat zien.’ Veghel, het Foodpark, eind december. Een enorme hal met in een van de vier hoeken een markante glazen silo van hout en staal. We waren er zonder het te weten al twee keer aan voorbij gereden – Google Maps herkende het adres niet. Maar de routeplanner is abuis. Deze 32.000 vierkante meter (vijf voetbalvelden) grote ‘doos’ herbergt wel degelijk het nieuwe hoofdkantoor en distributiecentrum van Udea, de grootste biologische groothandel van de Benelux, tevens het moederbedrijf van Ekoplaza. We manoeuvreren onze Kia Picanto de bezoekersparkeerplaats op, pal naast een aantal Tesla’s – auto’s van de directie, horen we later; bijna het gehele managementteam rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. Nog maar net binnen reikt een energieke vijftiger – zwart shirt, spijkerbroek, sportschoenen – ons de hand. “Erik Does, welkom.” Does, de algemeen directeur, had ons al zien aankomen. Acht trappen hoger in zijn glazen directiekamer nemen we plaats, nog nahijgend van het traplopen – er is een lift, maar Does prefereert de trap. Iets wat hem weinig moeite kost; Does sport graag en is een fanatiek mountainbiker, leren de fietsshirts aan de wand. Dat komt goed uit. Does en zijn collega’s hebben tropenjaren achter de rug, vertelt hij – eerst de overname van concurrent Natudis, dan de nieuwbouw en de fusie met het Belgische Biofresh, de nodige ‘uitdagingen’ op IT-gebied en vervolgens het maanden durende steekspel rond Marqt. Die laatste overname had van hem nog niet gehoeven, vertelt Does. “ING heeft ons met een aantal aandeelhouders benaderd. Wij hebben toen gezegd: daar zitten we niet op te wachten, kom over een jaar maar eens terug. Maar ze bleven aandringen, dus zijn we toch gaan praten.” Supermarktketen Jumbo gaat het gebruik van plastic verpakkingen voor groente terugdringen. Het bedrijf gaat biologische producten voorzien van een soort tatoeage. Met een laser wordt een etiket op de groenten gebrand zonder dat de smaak, geur of houdbaarheid wordt beïnvloed. Does, samen met zijn compagnon Erik-Jan van den Brink en de Belgische broers Dossche eigenaar van Udea en Biofresh, is desalniettemin blij met de laatste aanwinst. Zonder de expansie waren sommige investeringen onmogelijk geweest, vertelt hij. De directeur doelt onder meer op de nieuwe kassasystemen en het volledig geautomatiseerde, 23 etages hoge automatische krattenmagazijn in het nieuwe distributiecentrum, waar het duurzaamheid is – driedubbel glas, led-verlichting, verwarming door warmte die vrijkomt uit de koelmotoren – wat de klok slaat. Maar groei is geen doel op zichzelf, benadrukt Does, wiens vader Gerard een van de grondleggers is van Udea – hij begon in 1980 in de Maasstraat in Amsterdam zijn eerste natuurvoedingswinkel; dit jaar heeft het bedrijf een gezamenlijke omzet van zo’n 300 miljoen euro. Datzelfde geldt voor de winstgevendheid. Winstoptimalisatie in plaats van -maximalisatie, dat is waar Does naar streeft. Wat dat in de praktijk betekent? “Bij de grote supermarkten verkopen ze ook steeds meer biologische levensmiddelen. Soms met een verhaal, zo van: deze groente komt van boer Klaas van om de hoek. Dat heeft toch iets van greenwashing. Want daarnaast verkopen ze veel vulling in plaats van voeding. Met vulling werk je obesitas in de hand. Dat is een toenemend maatschappelijk probleem. Wij hebben daarom onlangs onze koekschappen met een meter ingekort.” Ook op tal van andere terreinen neemt Udea haar verantwoordelijkheid, benadrukt Does. Het terugdringen van het gebruik van plastic verpakkingen, om maar eens wat te noemen. In Amsterdam had Ekoplaza vanaf juni 2018 een jaar lang een pop-upvestiging zonder (fossiel) plastic. De belangstelling van de media was groot: van CNN tot Al Jazeera, allemaal besteedden ze er aandacht aan. Voor Does vorig jaar tijdens een seminar waar veel mensen van supermarkten aanwezig waren reden voor te stellen om met zijn allen over te stappen op composteerbaar plastic. Zonder succes. “Twee tot drie keer zo duur als fossiel plastic, en dus te duur, luidde de reactie. Waar we het dan over hebben? Neem een brood, dan heb je het over vijf tot zes cent in plaats van één à twee cent.” Groei heeft bovendien ook een keerzijde, weet de directeur. De ideale financier vinden wordt lastiger. Voor het nieuwe distributiecentrum klopte de onderneming bijvoorbeeld tevergeefs aan bij Triodos. “Ze vonden de investering te omvangrijk. Die is uiteindelijk gefinancierd door Rabobank.” Bijna het gehele managementteam van Udea rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. En misschien nog wel veel belangrijker: volume gaat vaak hand in hand met anonimiteit. Does: “Kijk maar naar de grootwinkelbedrijven. Die hebben veelal geen rechtstreeks contact meer met de makers van de producten die zij verkopen; ze kijken hen niet meer in de ogen. Dat maakt het niet alleen lastiger om de herkomst en samenstelling te beoordelen, het maakt het voor de inkopers ook gemakkelijker om producenten uit te knijpen. Je ziet toch niet wat de gevolgen zijn. Uitbuiting? Kinderarbeid? De inkoper moet zijn targets halen; alles draait om een zo laag mogelijke prijs. Dat begint al bij de boeren in Nederland. Wie weet nog van welke boer zijn zuivel komt? Wij weten dat wel, we kennen ze, we werken langdurig met ze samen zodat ook zij in staat zijn een goed product te leveren tegen een eerlijke prijs.” Practice what you preach: dat is waar het volgens Does om draait in de biologische en duurzame wereld. Door voorop te lopen draagt de marktleider daar graag aan bij. Dat de gewone supers volgen, juicht hij alleen maar toe. Angst dat zij Udea inhalen, heeft hij niet. “Als ze dat doen met dezelfde missie en visie, juich ik dat uiteraard van harte toe. Maar dat zie ik zo een-twee-drie niet gebeuren.” En hup, daar veert de algemeen directeur de trap weer af. Laat deze ‘biologische’ Harry Piekema maar schuiven. Word lid van HP/De Tijd

The post Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? appeared first on HP/De Tijd.

https://www.hpdetijd.nl/2020-01-27/heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad

Teun uit Schijndel verbleef in door bosbranden getroffen gebied in Australië: ‘De zee is de veiligste plek’ (ED Boxtel)

MELBOURNE/SCHIJNDEL - De oostkust van Australië wordt al weken geteisterd door hevige bosbranden. De Schijndelse Teun van Roosmalen (30) verbleef enige tijd in heftig getroffen plaatsen als Narooma en Mallacoota, maar is nu veilig in Melbourne: ,,Ook hier hangt veel rook in de lucht, je ziet nauwelijks iets”.

https://www.ed.nl/boxtel/teun-uit-schijndel-verbleef-in-door-bosbranden-getroffen-gebied-in-australie-de-zee-is-de-veiligste-plek~ab5994dc/

Teun uit Schijndel verbleef in door bosbranden getroffen gebied in Australië: ‘De zee is de veiligste plek’ (AD Boxtel)

MELBOURNE/SCHIJNDEL - De oostkust van Australië wordt al weken geteisterd door hevige bosbranden. De Schijndelse Teun van Roosmalen (30) verbleef enige tijd in heftig getroffen plaatsen als Narooma en Mallacoota, maar is nu veilig in Melbourne: ,,Ook hier hangt veel rook in de lucht, je ziet nauwelijks iets”.

https://www.ad.nl/boxtel/teun-uit-schijndel-verbleef-in-door-bosbranden-getroffen-gebied-in-australie-de-zee-is-de-veiligste-plek~ab5994dc/