De Vijftien Tekenen van de Eindtijd (Neerlandistiek)

Oude Folklore in het Oudfries, deel 5

https://i1.wp.com/www.neerlandistiek.nl/wp-content/uploads/2020/05/Sterken-Aldfrysk-5.jpg?resize=548%2C549&ssl=1

Schildering van het Laatste Oordeel in de kerk van Uithuizen (in de provincie Groningen, vroeger onderdeel van het Grote Friesland). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Door Arjan Sterken

De wereld staat in brand. Een paar maanden geleden was dat nog letterlijk zo, toen Australië kampte met één van de hevigste bosbranden sinds de opgetekende geschiedenis. Eerder in 2020 dreigde de Derde Wereldoorlog, en vanaf maart raast er een nieuwe pest over de wereld. Ondertussen dreigen nieuwe economische recessies, en ook de klimaatproblematiek moeten we niet vergeten. Dit plaagt het laaggelegen Nederland, waar ook het vroegere gebied van het Grote Friesland weer opgeslokt kan worden door die wilda witzinges sees flod, zoals al zo vaak gebeurde in het verleden. Sterker nog, tegenwoordig kampen vroegere koloniën van de Friezen met dit probleem: de Noord-Duitse Waddeneilanden, die door de Friezen in de 7e of 8e eeuw gekolonialiseerd zijn (Bremmer 2009, p. 6), worden op natuurlijke wijze 2,5 millimeter per jaar opgehoogd, terwijl de zeespiegel van de zee met 4,5 millimeter per jaar stijgt (“Veertig keer per jaar stroomt het water over de kwelder in de Duitse wadden,” Volkskrant bijlage Boeken & Wetenschap, 28 maart 2020). Het Grote Friesland is al in de 15e eeuw verdwenen, maar nu nadert het einde ook voor hun nazaten.

De oude Friezen waren echter niet zo bezig met het einde der tijden. Heel soms noemen ze de zogenaamde ‘Jongste Dag’, of het Laatste Oordeel, waarop Christus terugkomt om het Nieuwe Jeruzalem in te luiden en over ieder mens te oordelen, zoals in het Rudolfsboek (in Jus Municipale Frisonum) (Buma en Ebel 1977, p. 376-377). Deze Jongste Dag is ook het onderwerp van één tekst, de Vijftien Tekenen van de Jongste Dag, alleen te vinden in het Eerste Rustringer Handschrift (Buma en Ebel 1963, p. 90-95). Het is geen unieke tekst: vergelijkbare teksten zijn vrij populair vanaf de 11e eeuw in allerlei talen (Giliberto 2007, p. 129-130). De tekst wordt als eerst gevonden in de Latijnse tekst Epistola de die iudicii van Peter Damian in 1062 (p. 133), maar de ultieme oorsprong is onbekend (p. 132). De tekst zelf geeft aan dat het van sint Hiëronymus (of Jeroen) afkomstig is, maar een vergelijkbare tekst is niet gevonden in sint Jeroen’s oeuvre (p. 135). De versie in het Eerste Rustringer Handschrift zelf is terug te voeren op een Oudengelse homilie die valselijk wordt toegeschreven aan sint Beda (p. 130).

De eerste vijf tekenen van de eindtijd in deze tekst gaan over water, wat begrijpelijk is als men bedenkt hoe het Grote Friesland met het water leefde. Elk teken vindt plaats op één dag, en op de eerste dag stijgt het water veertig vadem. Wat de precieze maat voor een vadem is, is onduidelijk. In het zuiden van Europa vinden we afmetingen van rond de 1,6 meter, en in het noorden vaker 1,8 meter. Deze muur van water, die boua alle bergon uitkomt, is dus iets van 64 of 72 meter hoog. Voor Friesland, Groningen, en Ostfriesland is dat inderdaad wel hoog genoeg om alles te bedekken. Alleen de Martinitoren in Groningen Stad komt daar bovenuit, maar goed, Stad werd ook vaak niet echt meegerekend tot het Friese gebied. En, wellicht tot opluchting van de meeste Groningers, zal het nieuwe Forum wel helemaal onder water komen te staan. Helaas geldt dat ook voor de Noord-Duitse Waddeneilanden, die nu wel met iets meer dan 4,5 millimeter zeespiegelstijging rekening moeten houden.

Op de tweede dag daalt het water weer naar het normale niveau, maar niet voor lang. Op de derde dag valt al het water weg. Of, beter gezegd, zo diep thet se nen age bisia ne mi (dat het door geen oog kan worden gezien). Dit is desastreus voor de vissen, die zich op de vierde dag verzamelen en hun klaagzang schreien. Niemand hoort dit (zoals ook mensen goed kunnen zijn in het negeren van ecologische rampen), behalve God. Het is een beetje verwarrend hoe dit nou precies werkt: zijn die vissen nou helemaal van de bodem van de wereld naar boven geklommen, om daar hun klaagzang tot dovemans-oren te richten? Volgens Giliberto is dit een fout van de kopiist: in andere versies van de tekst zinkt het water eerst uit zicht, en de volgende dag herstelt het zich weer naar het normale niveau (2007, p. 137-138). Dit is veel logischer, ook als je meeneemt dat het water op de vijfde dag in de hens vliegt, fon asta there wralde to westa there wralde (van het oosten van de wereld tot het westen van de wereld).

Goed, nu we het water hebben gehad, wordt vervolgens het land geteisterd. Op de zesde dag worden alle gewassen op aarde bedekt door een bloedachtige dauw. Mocht het water je nog niet gealameerd hebben, dan hoop ik dat dit toch zeker het teken is dat er iets vreemds aan de hand is. Hierna wordt het niet veel beter. Op de zevende dag storten alle gebouwen fon asta there wralde to westa there wralde in, en op de achtste dag alle bergen. Als dat nog niet genoeg schade is volgt op de negende dag de grootste aardbeving die de wereld ooit heeft gekend. Wordt Groningen, dat ooit tot het Grote Friesland behoorde, hierop al voorbereid? Hoe het ook zij, deze vernietiging was noodzakelijk, want op de tiende dag brengt God de wereld terug naar de status waarop deze geschapen is. Wat dat precies betekent is mij niet helemaal duidelijk: is het een woestenij van lege wateren waarover God met zijn geest zweeft, zoals in Genesis 1:2? Hoe dan ook, pas nu begint de mensheid in paniek te raken. Op grote rampen reageert men kennelijk pas laat, net zoals op de Covid-19 pandemie. Op de elfde dag gebeurt wat men ook in elke apocalyptische film ziet: de mensen keren zich tegen elkaar en verliezen door de paniek hun taalgebruik. Gelukkig zijn we nog niet zo ver, hoewel Trump’s praktisering van het taalvermogen misschien een voorloper is van deze symptomen.

Veel tijd om hierop te mediteren hebben we niet. Op de twaalfde dag worden alle beenderen van de wereld op één plaats bijeengebracht, en op de dertiende dag vallen dan ook nog eens alle sterren uit de hemel. Gelukkig hoeven we niet lang te lijden in deze duistere, lege wereld, want op de veertiende dag zullen we allemaal sterven, om daarna op te staan met alle andere doden voor het Laatste Oordeel. Volgens Giliberto worden in de Latijnse bronnen de twaalfde en dertiende dag vaak omgedraaid: eerst vallen alle sterren uit de hemel, waarna alle botten zich op één plek verzamelen (2007, p. 138). Ik vraag me af of het niet logischer zou zijn geweest als de volgorde anders was geweest: eerst vallen de sterren uit de hemel, waarna iedereen sterft. Daarna worden alle botten op één plek verzameld zodat de Heropstanding een soort festival wordt: iedereen bij elkaar voor een laatste feest voordat Christus mith alle sine anglon and mith alle sine heligon (met al zijn engelen en al zijn heiligen) het Laatste Oordeel komt brengen op de vijftiende en laatste dag. Op deze laatste dag zal de hele wereld trillen alsa thet espene laf (als populierenbladeren, vgl. als een espenblad), die volgens legenden altijd trillen omdat het hout van een populierenboom is gebruikt voor het kruis waar Christus op gekruisigd is (Giliberto 2007, p. 148). Maar goed, gezien de staat van de wereld op dit moment kunnen we dit alles nog later dit jaar verwachten. Fijn dat we in elk geval weten wat ons te wachten staat.

Referenties

Primaire bronnen

Buma, Wybren Jan, en Wilhelm Ebel, vert. 1963. Das Rüstringer Recht. Göttingen: Musterschmidt-verlag.

Buma, Wybren Jan, en Wilhelm Ebel, vert. 1977. Westerlauwerssches Recht I: Jus Municipale Frisonum, Zweiter Teil. Göttingen: Vandenhoeck und Ruprecht.

Secundaire Literatuur

Arbouw, Ernst. 28 maart 2020. “Veertig keer per jaar stroomt het water over de kwelder in de Duitse wadden.” Volkskrant bijlage Boeken & Wetenschap, p. 22-25.

Bremmer, Rolf. 2009. An Introduction to Old Frisian: History, Grammar, Reader, Glossary. Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Giliberto, Concetta. 2007. ‘The Fifteen Signs of Doomsday of the First Riustring Manuscript’. In Advances in Old Frisian Philology, geredigeerd door Rolf Bremmer, Stephen Laker, en Oebele Vries, 129–52. Amsterdam: Rodopi.

https://www.neerlandistiek.nl/2020/05/de-vijftien-tekenen-van-de-eindtijd/

Inwoners Thaise Chiang Mai vragen aandacht voor heftige bosbranden (FunX)

{twitter https://twitter.com/Hoa__Tuyet/status/1247829113903210497 }

De hele wereld is in de ban van het coronavirus, maar ondertussen vinden er ook andere rampen plaats die minder aandacht krijgen. Zo woedt er in het Noorden van Thailand al een paar weken een ernstige bosbrand.

Chiang Mai

De branden begonnen eind maart in het noorden van Thailand. Sommige delen uit deze regio zijn volledig bedekt met een dikke laag rook.

Een van de zwaarst getroffen plekken is Chiang Mai, normaal gesproken een populaire toeristische bestemming. Afgezien van de unieke natuur en dierenwereld staat deze regio van Thailand bekend om zijn prachtige oude tempels. Het is een gebied met een rijke cultuur, geschiedenis en erfgoed. 

Oorzaak

Het is nog onbekend hoe groot de schade is die de brand heeft aangericht. Wel denkt de Thaise overheid te weten hoe de brand mogelijk ontstaan kan zijn. Een woordvoerder van de Thaise overheid, Narumon Pinyosinwat, wees in een interview met The Bangkok Post op de recente droogte die er in het land heerst. Ook beschouwt ze brandstichting als mogelijke oorzaak.

De Thaise overheid heeft verschillende helikopters, drones en paragliders ingezet om de branden te bestrijden. Ook is er een team van zo'n tachtig soldaten naar de getroffen gebieden gestuurd.

{instagram https://twitter.com/imshinbei/status/1247951412345982976 }

#SaveChiangMai

Mensen uit Thailand delen op social media foto's en video's van de schade die de brand heeft aangericht. "Mijn account is niet zo groot, maar ik wil iets doen voor mijn land", schrijft de Thaise Junny op Instagram. "Er zijn maar weinig mensen die hierover praten in Thailand. Geen uitgebreide reportages in de media hierover."  Ook deelt Junny de hashtag #SaveChiangMai op haar Instagram, in de hoop dat er hiermee meer aandacht voor het probleem in Thailand komt.

"Ik wil echt dat dit groot nieuws kan worden, zodat onze overheid ons kan helpen, maar ik weet niet hoe. Terwijl de hele wereld vecht tegen COVID 19, vechten de mensen in Noord Thailand tegen én het virus én grote bosbranden. Een van de mooiste steden in mijn land staat in brand. Wilde dieren gaan dood... en niemand helpt ons."

{instagram https://www.instagram.com/p/B-j-aI2D5TR/ }

Aandacht

Ook op Twitter vragen veel Thaise inwoners om aandacht voor de situatie.

{twitter https://twitter.com/let_hunny/status/1247010312353492993 }

{twitter https://twitter.com/imshinbei/status/1247951412345982976 }

https://www.funx.nl/news/up-2-date/46072-inwoners-thaise-chiang-mai-vragen-aandacht-voor-heftige-bosbranden

Inwoners Thaise Chiang Mai vragen aandacht voor heftige bosbranden (FunX)

{twitter https://twitter.com/Hoa__Tuyet/status/1247829113903210497 }

De hele wereld is in de ban van het coronavirus, maar ondertussen vinden er ook andere rampen plaats die minder aandacht krijgen. Zo woedt er in het Noorden van Thailand al een paar weken een ernstige bosbrand.

Chiang Mai

De branden begonnen eind maart in het noorden van Thailand. Sommige delen uit deze regio zijn volledig bedekt met een dikke laag rook.

Een van de zwaarst getroffen plekken is Chiang Mai, normaal gesproken een populaire toeristische bestemming. Afgezien van de unieke natuur en dierenwereld staat deze regio van Thailand bekend om zijn prachtige oude tempels. Het is een gebied met een rijke cultuur, geschiedenis en erfgoed. 

Oorzaak

Het is nog onbekend hoe groot de schade is die de brand heeft aangericht. Wel denkt de Thaise overheid te weten hoe de brand mogelijk ontstaan kan zijn. Een woordvoerder van de Thaise overheid, Narumon Pinyosinwat, wees in een interview met The Bangkok Post op de recente droogte die er in het land heerst. Ook beschouwt ze brandstichting als mogelijke oorzaak.

De Thaise overheid heeft verschillende helikopters, drones en paragliders ingezet om de branden te bestrijden. Ook is er een team van zo'n tachtig soldaten naar de getroffen gebieden gestuurd.

{instagram https://twitter.com/imshinbei/status/1247951412345982976 }

#SaveChiangMai

Mensen uit Thailand delen op social media foto's en video's van de schade die de brand heeft aangericht. "Mijn account is niet zo groot, maar ik wil iets doen voor mijn land", schrijft de Thaise Junny op Instagram. "Er zijn maar weinig mensen die hierover praten in Thailand. Geen uitgebreide reportages in de media hierover."  Ook deelt Junny de hashtag #SaveChiangMai op haar Instagram, in de hoop dat er hiermee meer aandacht voor het probleem in Thailand komt.

"Ik wil echt dat dit groot nieuws kan worden, zodat onze overheid ons kan helpen, maar ik weet niet hoe. Terwijl de hele wereld vecht tegen COVID 19, vechten de mensen in Noord Thailand tegen én het virus én grote bosbranden. Een van de mooiste steden in mijn land staat in brand. Wilde dieren gaan dood... en niemand helpt ons."

{instagram https://www.instagram.com/p/B-j-aI2D5TR/ }

Aandacht

Ook op Twitter vragen veel Thaise inwoners om aandacht voor de situatie.

{twitter https://twitter.com/let_hunny/status/1247010312353492993 }

{twitter https://twitter.com/imshinbei/status/1247951412345982976 }

https://www.funx.nl/news/up-2-date/46072-inwoners-thaise-chiang-mai-vragen-aandacht-voor-heftige-bosbranden

Werd een van de eerste nederzettingen ooit getroffen door een komeet? (New Scientist)

Materiaalmonsters uit de stokoude Syrische plaats Abu Hureyra wijzen op temperaturen die alleen maar kunnen zijn ontstaan door een ramp met een buitenaardse oorsprong, stelt een team van voornamelijk Amerikaanse wetenschappers.

Zo’n twaalf- à dertienduizend jaar geleden zette de mensheid misschien wel de belangrijkste stap van haar geschiedenis: de overgang van jagen en verzamelen naar landbouw bedrijven. Een van de eerste nederzettingen uit die periode is Abu Hureyra, in het noorden van Syrië. Helaas voor geschiedenisfanaten is deze plaats niet langer te bezoeken: al sinds 1974 bevindt het zich op de bodem van een enorm stuwmeer. Maar voor die tijd zijn wel de nodige materialen uit het plaatsje veiliggesteld. Nu heeft een team van onderzoekers daaruit geconcludeerd dat Abu Hureyra te maken kreeg met een komeetinslag.

Daarmee haken de wetenschappers aan bij een controversiële theorie die stelt dat er 12.800 jaar geleden een inslag plaatsvond die circa veertig locaties trof, te vinden in Europa, West-Azië, Noord- én Zuid-Amerika. Die inslag zou zijn stempel hebben gedrukt op de geschiedenis van onze planeet: allerlei grote diersoorten zouden erdoor zijn uitgestorven, waaronder de mammoet, en de Amerikaanse Clovis-cultuur zou erdoor verdwenen zijn. Bovendien wordt de inslag binnen deze theorie gezien als de oorzaak van de Jonge Dryas, een koude periode van meer dan duizend jaar.

Gesmolten en gestold

Maar even terug naar Abu Hureyra. In 2012 meldden onderzoekers al dat in verglaasde monsters uit het plaatsje mineralen te vinden waren die alleen ontstaan bij temperaturen boven de 1800 graden Celsius. Bovendien troffen ze er suessiet in aan. Deze verbinding van ijzer en silicium is op aarde zeldzaam, maar komt wel veel voor in meteorieten. Dat leek dus al aardig op een buitenaardse oorzaak te wijzen.

Andere onderzoekers onder leiding van aardwetenschapper Peter Thy gingen daar echter tegenin. Zij deden verhittingsexperimenten met monsters uit Abu Hureyra en concludeerden dat die al hadden kunnen ontstaan bij temperaturen rond de 1200 graden. En dan zou een fikse brand in het dorpje – bijvoorbeeld van rieten daken – voldoende kunnen zijn geweest.

Met een hele reeks aan experimenten hebben de Britse archeoloog Andrew Moore en collega’s nu het pleit willen beslechten. Uit het feit dat de monsters uit Abu Hureyra chromiet en magnetiet bevatten dat moet zijn gesmolten en weer gestold, concluderen zij dat er sprake moet zijn geweest van temperaturen van minstens 1750 graden – en waarschijnlijk zelfs 2600 graden. Ook de manier waarop allerlei andere stoffen voorkomen in de monsters, wijzen volgens hen op hoge temperaturen die buiten het bereik van een brandend dak liggen.

De fout van Thy en zijn team was volgens Moore en collega’s dat ze alleen keken naar het binnenste gedeelte van stukjes verglaasd materiaal. Daar zouden de temperaturen veel lager zijn geweest dan aan de buitenkant, door de isolerende werking van het omringende materiaal.

Ontploffende fragmenten

Op zich bewijzen temperaturen van 1750 of meer graden natuurlijk niet dat er sprake moet zijn geweest van een komeetinslag. Had het bijvoorbeeld misschien ook een blikseminslag kunnen zijn? Nee, stellen Moore en zijn team. Daar zouden de onderzochte fragmenten een permanent magnetisch veld aan overgehouden moeten hebben – en dat was niet zo.

Ook bosbranden en vulkanisme zijn volgens het team onwaarschijnlijke oorzaken. Aan het eind van hun artikel durven ze zelfs te stellen dat ze álle mogelijke oorzaken voor het ontstane materiaal hebben uitgesloten – behalve buitenaardse.

Die conclusie wordt kracht bijgezet door het feit dat de monsters zuiver ijzer en silicium bevatten, alsmede een aantal legeringen die ijzer, chroom, goud en aluminium bevatten. Die zijn op aarde van nature zeldzaam, maar ontstaan wel bij een inslag.

Daarbij denken de onderzoekers dan vooral aan een komeet die in de aardatmosfeer in stukken brak, waarna de fragmenten ontploften. Die ramp trof dan niet alleen Abu Hureyra, maar ook allerlei locaties elders op aarde, zoals de theorie die Moore en collega’s aanhangen voorschrijft.

Te makkelijk

Geoloog Wim Hoek van de Universiteit Utrecht liet zich eerder op deze site al uiterst kritisch uit over het onderzoek dat het uitsterven van de mammoet weet aan dezelfde inslag. ‘Dit artikel is van diezelfde groep’, laat hij weten. ‘Alleen hebben ze het elke keer weer over een andere locatie. Ze hebben veel gemeten – maar andere onderzoekers kunnen die metingen niet herhalen doordat al het materiaal op is en de plek zelf onder water ligt.’

‘Wel laten dateringen van de lagen boven en onder de site zien dat de locatie kan zijn gevormd aan het begin van de Jonge Dryas’, zegt Hoek. ‘Maar er is geen directe datering van de site zelf.’ Ook vindt hij dat de onderzoekers te makkelijk over andere mogelijke verklaringen heen stappen, zoals de genoemde blikseminslagen.

Leegstromende meren

Lars van den Hoek Ostende, als paleontoloog verbonden aan Naturalis, verzet zich tegen de conclusie dat deze inslag verantwoordelijk was voor de Jonge Dryas. ‘Daar is al jaren een plausibele verklaring voor’, zegt hij. ‘Die luidt dat aan het einde van de laatste ijstijd de reusachtige ijsmeren ten zuiden van de gletsjers van Noord-Amerika plotseling leegstroomden. Al dat zoete water verstoorde de oceaanstromingen, waardoor warm oceaanwater niet meer naar het noorden werd getransporteerd. En dat leidde ertoe dat het noorden tijdelijk te maken kreeg met ijstijd-achtige omstandigheden.’

Bovendien, zo merkt hij op, zijn er in het verleden heel wat inslagen geweest. ‘De bekendste daarvan, de Yucatan-inslag die de grens tussen het Krijt en het Tertiair markeert, had inderdaad een ontzettend grote uitwerking op het leven op aarde. Maar bijvoorbeeld de Riess-inslag, die 14 à 15 miljoen jaar geleden zo ongeveer heel Zuid-Duitsland wegvaagde, had geen blijvende gevolgen voor de biosfeer. Veel inslagen worden door het leven op aarde gewoon opgevangen.’

Het moge duidelijk zijn: hoe zeker de onderzoekers zelf ook zijn over het lot van Abu Hureyra en het grotere plaatje waar dat verhaal deel van uitmaakt – overtuigd is de rest van het vakgebied allerminst. Het wachten is nu op het volgende onderzoek dat de kometen-theorie op weer een nieuwe manier aan de man probeert te brengen.

Het bericht Werd een van de eerste nederzettingen ooit getroffen door een komeet? verscheen eerst op New Scientist.

https://newscientist.nl/nieuws/werd-een-van-de-eerste-nederzettingen-ooit-getroffen-door-een-komeet/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=werd-een-van-de-eerste-nederzettingen-ooit-getroffen-door-een-komeet

Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 (VBB)

Publicatiedatum: 15 maart 2020.
Auteur: Ing. Martin Evers MCDm (Voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland).

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-01-binnenkomst-gasten-©PS-744x496.jpg

Op 7 maart 2020 werd voor de zesde maal de Dag van de Brandweergeschiedenis gehouden. Verbindend thema was dit jaar “Brandweer en Natuurrampen”. Zo’n 70 deelnemers waren op deze zonovergoten zaterdag naar de heerlijk warme en na de stormramp van 1925 grotendeels herbouwde laatgotische Joriskerk in Borculo gekomen.

Burgemeester Joost van Oostrum van Berkelland, waarvan Borculo sedert 2005 deel uitmaakt, heette iedereen hartelijk welkom en sneed in vogelvlucht de roemruchte geschiedenis van het Berkelstadje op het snijvlak van Gelre en het Bisdom Münster aan.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-02-burgemeester-Berkelland-JoostVanOostrum-©PS.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon riep de cycloon in herinnering die op 10 augustus 1925 Borculo verwoestte. De nagedachtenis hieraan leidde tot een stormrampmuseum dat in 1970 is opgegaan in  het huidige Brandweer- en Stormrampmuseum dat dit jaar 50 jaar bestaat. Het gouden jubileum van het museum en de herinnering aan de cycloon vormden dit jaar de grondslag voor het thema van de Dag van de Brandweergeschiedenis.

Stormramp Borculo in 1925

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-03-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

Kenner van de Borculose geschiedenis, Ben van Dijk, beet het spits af met de inleidingen door aan de hand van indrukwekkend fotomateriaal de gevolgen van de cycloon en de hulpverlening en weder-opbouw van Borculo toe te lichten. Borculo werd in de namiddag van 10 augustus door een bijzonder meteorologisch verschijnsel getroffen, waarbij koude en warme luchtstromen vanuit verschillende windrichtingen elkaar ontmoetten in een zogenaamde “supercell”. De zeer krachtige (met windsnel-heden van circa 170 tot 200 kilometer per uur) neerwaartse, horizontale als opwaartse spiraalvormige windstromen richtten een enorme schade aan in een gebied dat begon in Oost-Brabant (Gemeenten Landerd en Mill en Sint Hubert) en via Grave, Heumen, Millingen aan de Rijn, Montferland, Doetin-chem, Ruurlo en eindigde in Borculo en Neede.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-04-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

In Borculo vielen 3 doden, 150 gewonden, 2.000 daklozen, werden 240 woningen verwoest en raakten 749 gebouwen beschadigd. Onder leiding van de niet door alle hogere autoriteiten gewaardeerde burgemeester De Muralt en zijn rechterhand Maas Geesteranus werden zowel de rampenbestrijding, crisisbeheersing en wederopbouw voortvarend aangepakt. De grondslagen van met name de huidige bevolkingszorgprocessen waren toen al zicht-baar. De Borculose stormramp vormde aanleiding voor de oprichting van het Nationaal Rampenfonds en in 1970 het Brandweer- en Stormrampmuseum.

Inzet brandweer Waternoodramp 1953

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-05-PeterSnellen-©RJ-744x497.jpg

Brandweerhistoricus Peter Snellen deed op indrukwekkende wijze verslag van zijn speurwerk naar het weinig bekende optreden van zowel de Nederlandse brandweer als van de Italiaanse brandweer (Vigili del Fuoco) en het Technisches Hilfswerk (THW) uit West-Duitsland na de waternoodramp in Zuidwest-Nederland van 1 februari 1953. Niet alle plaatselijke, regionale en landelijk autoriteiten bleken adequate crisismanagers te zijn waardoor het waarschuwen, het tijdig evacueren van de bevolking en de coördinatie van de hulpverlening in veel, maar gelukkig niet alle gemeenten te laat op gang kwam. Door gebrekkige verbindingen drong de impact van de overstromingen en aangerichte verwoestingen pas laat tot de regering in ’s-Gravenhage door. De leden van lokale brandweren in de getroffen gebieden waren meestal zelf ook slachtoffer van de watersnood en konden in eerste instantie daardoor vaak weinig hulp verlenen. Met name het Rode Kruis en militairen hebben zich bij de hulpverlening en redding verdienstelijk gemaakt. Nadat de eerste dijken provisorisch waren hersteld werden beroepsbrandweren samen met het Korps Mariniers ingeschakeld bij het bergen van stoffelijke overschotten en tal van vrijwillige brandweren bij het leegpompen van ondergelopen kelders en gebieden.  THW-eenheden maakten zich verdienstelijk met het herstel van nutsvoorzieningen en de Italiaanse brandweer verleende hulp bij dijkherstel en transport met amfibievoertuigen in onder-gelopen gebieden in West-Brabant. Bij de watersnoodramp vielen er 874 in slachtoffers in Zeeland (Schouwen-Duiveland, Tholen, Sint Philipsland, Walcheren, Beveland en Zeeuws-Vlaanderen), 481 in Zuid-Holland (Goeree-Overflakkee en Hoekse Waard) en 254 in West-Brabant. 47.000 stuks vee en 140.000 stuks pluimvee kwamen om, 200.000 hectare liep onder zeewater, 3.000 woningen en 300 boerderijen werden verwoest, 40.000 woningen en 3.000 boerderijen werden beschadigd. 72.000 mensen moesten worden geëvacueerd.

Brandweererfgoed, een onmisbare schakel tussen verleden en toekomst

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-06-IJleStelstra-©RJ-744x497.jpg

Met als titel “Brandweer en erfgoed: onmisbare schakel tussen historie en toekomst” stond directeur  Instituut Fysieke Veiligheid IJle Stelstra stil bij het belang van behoud van historisch brandweererfgoed voor de toekomst van de brandweer. Erfgoed en in het bijzonder daarvan de museale presentatie voor het publiek dragen bij aan het intrinsieke belang van de brandweer voor de fysieke veiligheid van onze samenleving. De brandweergeschiedenis maakt onderdeel uit van de nationale geschiedenis en is om die reden al waardevol. Het koesteren van erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan de erkenning, waardering en de trots van brandweermensen. Het koesteren van het erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan trots, erkenning en waardering van brandweermensen.  Sinds Jan van der Heijden is de brandweer al een innovatieve organisatie! Oók de soms kleine lokale initiatieven tot behoud van brandweererfgoed verdienen het gekoesterd en ondersteund te worden. Het aantrekkelijk presenteren van het erfgoed kan bijdragen aan een positief beeld van de brandweer en jonge mensen enthousiast maken voor de brandweer (als beroeps of vrijwilliger). Hiermee wordt aangesloten op de landelijke problematiek van werving en behoud van brandweervrijwilligers. Tenslotte draagt kennis laten maken met zowel historisch brandweererfgoed als met moderne middelen ter voorkoming, beheersing en bestrijding van fysieke onveiligheid bij aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn. Helaas gaan we nog niet goed met het brandweererfgoed om. Het beheer hiervan is vaak versnipperd. Het Nederlands Veiligheidsinstituut (NVI-P!T) is jammergenoeg niet goed van de grond gekomen. De subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat stoppen en dat heeft onvermijdelijke consequenties voor zowel het voortbestaan van het NVI-P!T als mogelijk ook voor het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. Er zijn wel veel initiatieven van enthousiaste vrijwilligers, maar deze hebben geen grondslag in een samenhangend museaal plan, zijn vaak versnipperd en niet gebaseerd op professionele kennis. Naar de toekomst toe onderzoekt een task-force mogelijkheden voor behoud en museale presentatie van brandweererfgoed. Vragen daarbij zijn: wie zijn onze doelgroepen, biedt een centrale voorziening of meerdere decentrale voorzieningen perspectief, moet aansluiting worden gezocht bij een bestaand museum, zoeken we aansluiting bij riskfactories? Inbreng van deskundigen op het gebied van historisch brandweererfgoed is hierbij zeer welkom, aldus IJle.

Stadswandeling Borculo

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-09-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

In de middagpauze werd een rondwandeling langs enkele historische objecten gehouden terwijl gelijktijdig de lunch kon worden gebruikt. Naast wederopbouwwoningen na de stormramp, kwamen ook een historisch spuithuis voor vroegere handbrandspuiten, de Joodse Synagoge en het vroegere kasteel van Borculo aan bod.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-08-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-07-middagwandeling-spuithuisje-©PS-744x496.jpg

Bosbrand Arnhem-Schaarsbergen 1976 en huidige natuurbrandbestrijding

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-10-KoosScherjon-met-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©PS-744x496.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon (links) in gesprek met Margreet Zoer en Peter Knobbe

Na de middagpauze blikten Peter Knobbe, oud-hoofd afdeling Opleiding, hoofdafdeling Brandweer, ministerie van Binnenlandse Zaken, docent natuurbrandbestrijding Rijksopleiding voor brandweer-officieren en latere commandant Brandweer Renkum en Margreet Zoer, programmamanager Natuurbrandbestrijding Instituut Fysieke Veiligheid terug op zowel de bestrijding van de tot nu toe grootste bosbrand in Nederland die op 7 juli 1976 ten noordoosten van Arnhem plaatsvond, als op de huidige wijze waarop natuurbranden worden bestreden. Peter zette de toenmalige organisatie van de natuurbrandbestrijding uiteen waarin onder de vlag van het “Veluwsch Bosbrandweercomité” (VBC) op warme en droge dagen brandtorens werden bemand waaruit waarnemingen en brandpeilingen werden gedaan. Vanuit de meldkamers in de steunpunten Arnhem, Ede, Apeldoorn en Harderwijk konden aan de hand van meerdere brandpeilingen vermoedelijke brandlocaties worden vastgesteld en werden brandweereenheden, militairen en andere hulpverleners en particuliere watertankauto’s ingezet.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-11-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Belangrijk knelpunt vormde het ontbreken aan voldoende verbindingsmiddelen en een helder overzicht van waar ingezette eenheden zich daadwerkelijk bevonden. Er kon gelukkig een beroep worden gedaan op ‘s-lands enige verbindingscommandoauto van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Belangrijkste opgave was het bepalen van de juiste zwaartepunten en de beschikbaarheid over voldoende terreinvaardig brandweermaterieel. Helaas zijn enkele brandweervoertuigen in het bosterrein vastgelopen en door brand verwoest. Met behulp van kaartmateriaal, windrichting en brandhaarden konden globale voorspellingen over het verwachte brandverloop worden gedaan. Met medewerking van Genie- (rupsdozers) en Cavalerie- (tank)eenheden van de Koninklijke Landmacht konden brandgangen worden gemaakt zodat de natuurbrand tijdig voor het bedreigde Mobilisatie-complex Duivelsberg kon worden gestopt. In het huidige plaatje wordt gewerkt aan de inzet van satellietwaarnemingen om bosbranden op te sporen.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-12-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Daarnaast wordt op dit moment nog gebruik gemaakt van luchtwaarnemingen vanuit vliegtuigen (Ajax Noord en Zuid). Uitgangspunt voor de huidige aanpak vormt het specialisme Natuurbrandbestrijding in het kader van het Grootschalig Brandweeroptreden. (GBO-SO)  Dankzij adequate digitale beslissingsondersteunende, plaats-bepalings- en plotsystemen, drones en helikopters kan zowel het (verwachte) brandverloop als inzet van eenheden worden gecoördineerd, zo vertelde Margreet. Watertankauto’s, speciale natuurbrand-weervoertuigen, bronpompen in combinatie met daartoe geboorde putten, Chinook- of Cougarheli-kopters met firebuckets van de Koninklijke Luchtmacht en desnoods grootschalig watertransport vormen actuele hulpmiddelen om samen met geoefende en ter zake deskundige brandweereenheden te slagvaardig te kunnen optreden. Ter voorkoming en beheersing van natuurbranden is adequaat terrein- en vegetatiebeheer door natuurterreinbeheerders zoals Staatbosbeheer en anderen nood-zakelijk. Ook brandonderzoek na afloop van natuurbranden moet bijdragen aan het beter voorkomen, beheersen en bestrijden van natuurbranden.

16 jaar USAR.NL

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-13-MartinEvers-©PS.jpg


Martin Evers, plaatsvervangend landelijk commandant USAR.NL en plaatsvervangend commandant Brandweer Haaglanden zette in een aansprekend betoog het ontstaan van de Urban Search and Recue eenheid in Nederland uiteen. Aanleiding voor het ontstaan van USAR.NL vormde het onderzoek van de Commissie Oosting naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. In actiepunt 65 van zijn Kabinetsstandpunt gaf het Kabinet zichzelf de opdracht tot “Het bevorderen dat een bijstandseenheid voor search and rescue wordt opgericht, die zowel in binnen- en buitenland inzetbaar is.” Bij de vuurwerkramp werd de beschikbaarheid over multidisciplinair samengestelde reddingseenheden die zowel in eigen land of elders in het Koninkrijk der Nederlanden als daar-buiten in staat zijn om onder puin bedolven slachtoffers op te sporen en te redden gemist. Dit gemis was al eerder naar voren gekomen bij de hulpverlening na de hevige aardbeving op 17 augustus 1999 in het Turkse Izmit en bij de analyse van de hulpverlening na de aanslag op 11 september 2000 op de “Twin-towers” in New York. Weliswaar had in 1995 de toenmalige Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond – deels met uitrusting van de toenmalige Hulpverleningsregio Haaglanden – op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reeds in Koninkrijksverband met een brandweercompagnie bijstand verleend aan het door de orkaan Luis getroffen Sint Maarten. De middelen en mogelijkheden van de reddingseenheden van een brandweercompagnie bleken niet zonder meer geschikt voor snelle internationale inzet bij aardbevingsrampen en het hiertoe noodzakelijke luchttransport. Door het ontbreken van een grondige voorbereiding had het lang geduurd voor de eenheid ter plaatse was waardoor deze geen rol meer in de acute fase (eerste 72 uur) heeft kunnen spelen. De daartoe op nationaal niveau ingestelde breed samengestelde werkgroep internationale bijstandsverle-ning[1] kwam al in 2000 met een advies op het gebied van wijze van besluitvorming, aanwijzing en voorbereiding van de eenheden, transport, mee te nemen materialen, bekostiging, vaccinatie, mate van zelfverzorging betreffende eten, drinken en slapen. In november 2003 installeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties USAR.NL als Nederlandse bijstands-eenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland.

Het USAR.NL team bestaat uit vier reddingsgroepen (SAR Groups), een staf- en ondersteunings-groep (Staff and Support Groups) en een commandogroep (Command Group). De organisatie is multidisciplinair samengesteld en bestaat uit zoek- en reddingspersoneel, verpleegkundigen en artsen, speurhondengeleiders, bouwkundigen, ondersteunend personeel en leidinggevenden. USAR.NL telt bij een inzet zo’n 61 medewerkers en 8 speurhonden. Hiervoor kan geput worden uit een personeelsbestand van ca. 145 medewerkers. De medewerkers van USAR.NL zijn afkomstig van de Veiligheidsregio’s en Regionale Ambulancevoorzieningen Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Hollands Midden en Zuid-Holland-Zuid, Nationale Politie, Haaglanden Medisch Centrum, het Instituut Fysieke Veiligheid, Ministerie van Defensie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Veiligheid en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Aansturing van USAR.NL vindt plaats door het “Office for the Coördination of Humanitarian Affairs” (UN-OCHA) van de Verenigde Naties in Genève. In totaal beschikken de Verenigde Naties over 21 USAR-teams waarvan 13 uit Europa. De leiding van USAR.NL is in handen van Arjen Littooy, Directeur veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond. In januari 2019 behaalde USAR.NL voor de 3e maal de classificatie Heavy USAR team.

Sedert de oprichting is USAR.NL in 2005 ingezet in Pakistan (aardbeving), 2010 in Haïti (aardbeving), 2015 in Rotterdam-Schiebroek (explosie), in Heerlen (explosie) en in Nepal (aardbeving) en in Alphen aan den Rijn (ongeval bij plaatsen Koningin Julianabrug), 2017 in Sint Maarten (orkaan Irma) en in 2019 in ’s-Gravenhage (explosie).

Natuurrampen op Sint Maarten en Sint Eustachius

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-14-AntonSlofstra-©RJ-744x497.jpg

Anton Slofstra, toenmalig commandant USAR.NL bij de inzet op Sint Maarten en Sint Eustachius en thans commandant Brandweer Veiligheids- en Gezondheidsregio Regio Gelderland-Midden, deed verslag van de inzet van USAR.NL op Sint Maarten in 2017 naar aanleiding van de orkaan Irma. Voor het goede begrip van de staatkundige verhoudingen zette Anton uiteen dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten als soevereine en gelijkwaardige landen binnen het Koninkrijk der Neder-landen worden aangemerkt en Bonaire, Saba en Sint Eustachius als bijzondere Nederlandse gemeenten. Nederland is verantwoordelijk voor de zogenaamde Koninkrijksaangelegenheden waaronder buitenlandse betrekkingen, defensie en rechtsspraak. Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing, doch kunnen hierbij wel een beperkt beroep doen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties. Bonaire, Saba en Sint Eustachius vallen onder Nederlandse wetgeving op het gebied van brandweer- en rampenbestrijding waarop het Ministerie van Justitie en Veiligheid toezicht uitoefent. Sint Maarten bestaat uit een “Nederlands” (34 km2) en een Frans (53 km2) gedeelte. Op het Nederlandse gedeelte wonen 40.000 legale en 20.000 illegale bewoners. Sint Maarten is sterk afhankelijk van toerisme. Na de orkaan Luis in 1995 is door de daartoe in het leven geroe-pen Stichting rampenbestrijding Nederlandse Antillen (Stirana) in het kader van het Project versterking brandweer Nederlandse Antillen en Aruba gewerkt aan de versterking van de rampenbestrijding. Anton was projectleider in de periode 1998- 1999.

Op grond van het “Sint Maarten National Disaster Management Plan 2018” wordt de rampen-bestrijding en crisisbeheersing op Sint Maarten aangestuurd door de Minister-President van Sint Maarten in afstemming met de Procureur Generaal van Justitie en de commandant der Zeemacht Caribisch Gebied. De operationele leiding is opgedragen aan de Nationaal Coördinator Rampenbestrijding in de persoon van de Commandant Brandweer Sint Maarten. Deze stuurt 10 secties (Emergency Support Functions – ESF’s) aan. In het “On Scene Command” (Commando Plaats Incident) hebben in ieder geval leidinggevenden van de brandweer, de politie en publieke gezondheidszorg zitting.

Op 6 september 2017 werd Sint Maarten en in mindere mate Sint Eustachius en Saba getroffen door de orkaan Irma. Irma was een categorie 5 orkaan en geldt als de zwaarste orkaan waardoor Sint Maarten tot nu toe is getroffen. Windsnelheden werden bereikt tot 295 km/uur en windstoten tot 360 km/uur. De verwoestingen waren enorm: 30% bouwwerken verwoest, 20% zwaar beschadigd en 40% beschadigd, drinkwater- en energievoorziening en infrastructuur verwoest. Dankzij beschermende onderkomens vielen op het “Nederlandse” gedeelte van Sint Maarten 4 doden en 34 gewonden en op het Franse gedeelte 8 doden en een onbekend aantal gewonden. Vanwege de aanwezigheid van grote aantallen illegale bewoners, wier veelal zelfgebouwde  geïmproviseerde woningen en bezittingen verwoest waren, vond grootschalige plundering van verwoeste of beschadigde winkels, hotels en woningen plaats. Handhaving van de openbare orde waren daarom naast het bieden van hulp en verstrekken van water, voedsel en slaapgelegenheid de belangrijkste prioriteiten.

Reeds op 9 september landde een eerste verkenningseenheid en op 11 september werd het volledige USAR.NL team (63 personen) ingevlogen. USAR.NL heeft zich tot 25 september ingezet op het vrijmaken van de infrastructuur, ondersteunen van de coördinatie van de hulpverlening, distributie van hulpgoederen, ondersteunen van brandweer en ambulancezorg, schoonmaken van met name scholen en provisorisch herstellen van daken. Het team was door het ontbreken van voedsel, water en verbindingen ter plaatse geheel op eigen middelen aangewezen. Naast USAR.NL werd met name door het Korps Mariniers en militairen van andere eenheden hulp aan de bewoners van Sint Maarten verleend. De inzet van USAR.NL vormde tegen de achtergrond van de enorme uitdagingen voor iedereen een leerzame ervaring.

Afsluiting in Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo

Aan het einde van het symposium dankten dagvoorzitter Koos Scherjon en voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland Martin Evers alle inleiders en werkers voor en achter de schermen, in het bijzonder ook van het Brandweer- en Stormrampmuseum en  van de Joriskerk, voor het plezierige en succesvolle verloop van het symposium.

De “Dag van de brandweergeschiedenis” werd vanwege het 50-jarig jubileum van het museum afgesloten met een bezoek, hapje en drankje in het Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-15-Museum-ZZ-62-61-©PS-744x496.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-16-Museum-PF-20-46-©SF-744x496.jpg

[1] Afdeling Humanitaire Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie Crisisbeheersings Centrum van het Ministerie van Defensie, College Commandanten van Regionale Brandweren, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederlandse Rode Kruis, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Brandweer en Rampenbestrijding en het Nationaal Coördinatie Centrum van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Fotografie:
Titel foto: Rob Jastrzebski, bewerkt door Peter Snellen
Brandweervoertuig Haren in Museum: Simon Frank
Overige foto’s: Peter Snellen en Rob Jastrzebski

Het bericht Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 verscheen eerst op Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen.

https://www.brandweer.org/dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020