Verlies tropisch regenwoud flink toegenomen (Nederlands Dagblad)

AmsterdamDe verwoesting van tropische regenwouden is ondanks de coronapandemie vorig jaar flink toegenomen. In 2020 verdween wereldwijd 4,2 miljoen hectare aan primair tropisch regenwoud, een gebied ter grootte van Nederland. Dat is 12 procent meer dan het jaar ervoor.Dit bleek woensdag uit nieuwe satellietgegevens van Global Forest Watch (GFW) en de Universiteit van Maryland in de VS in een rapport van het World Resources Institute (WRI). De onderzoekers waarschuwen voor een verdere toename van de ontbossing in de tropen nu landen hun economie weer opstarten na de coronacrisis.Het verlies aan primair tropisch regenwoud (intacte regenwouden) door houtkap en bosbranden was op twee na het hoogst sinds het jaar 2002, toen de metingen van GFW begonnen. De ontbossing veroorzaakte vorig jaar een uitstoot van 2,64 gigaton CO2, equivalent met de jaaremissies van meer dan 570 miljoen auto’s.En dit terwijl 2020 was bedoeld als jaar van ommekeer voor het klimaat en de biodiversiteit, waarin landen en bedrijfstakken hadden beloofd het bosverlies te zullen halveren of stoppen. ‘In plaats daarvan zien we de zaken in de verkeerde richting gaan’, aldus Mikaela Weisse van het WRI, een denktank in Washington DC.Ontbossing is een belangrijke motor voor klimaatverandering. Bossen slaan een derde op van de uitstoot van broeikasgassen, het kappen ervan is omgekeerd een van de belangrijkste oorzaken van uitstoot. Bossen zijn daarnaast onmisbaar als vitale ecosystemen voor mens, dier en klimaat. Tegengaan van ontbossing is dan ook een cruciaal onderdeel van klimaatbeleid, onder meer via grootschalige herbebossing.In totaal verloren de tropen in 2020 zo’n 12,2 miljoen hectare bosbedekking (zowel natuurlijke als aangeplante bossen), vooral door ontginning voor landbouw en veeteelt, houtkap en bosbranden. Overigens monitoren GFW en WRI verlies van regenwoud, niet eventuele aanwas van bos. De data zijn gedegen, aldus Pieter Zuidema, hoogleraar Tropische Bosecologie aan Wageningen UR, maar zeggen niets over nettoveranderingen in bosbedekking.bezuinigingenKoploper in tropische ontbossing vorig jaar was Brazilië, ook het land met het meeste regenwoud. Zo’n 1,7 miljoen hectare ging verloren, 25 procent meer dan in 2019. President Bolsonaro bezuinigde op bosbescherming, gaf ruim baan aan veeboeren, mijnbouwers en houthakkers en liet catastrofale (veelal aangestoken) bosbranden hun gang gaan, een scherpe trendbreuk met de vooruitgang in de jaren ervoor.In Congo, nummer twee, werd 490.000 hectare primair regenwoud gekapt, vooral vanwege ontginning voor kleinschalige landbouw en de vraag naar houtskool. In Bolivia, nummer drie, ging 276.900 hectare verloren, vooral door (veelal aangestoken) bosbranden die uit de hand liepen door extreme droogte.Lichtpuntjes waren er ook. De ontbossing in Indonesië daalde voor het vierde jaar op rij (tot 270.000 hectare), mede dankzij een moratorium op het kappen van primaire regenwouden en een vergunningenstop voor nieuwe palmolieplantages. Ook buurland Maleisië zag een afname dankzij een ban op palmolieplantages. In andere landen in Zuidoost-Azië ging de ontbossing gewoon door, met name in Cambodja, Laos en Myanmar.De impact van de coronacrisis is volgens het WRI moeilijk te bepalen, al rekenden experts op versnelde ontbossing via een toename van illegale kap (door verminderd toerisme en controle), een trek naar het platteland en verstoorde handelsketens voor cacao of soja. Wel kan de coronacrisis nadelige veranderingen in gang zetten. Veel landen focussen op economisch herstel en hebben daarom milieuregels versoepeld.Zuidema ziet geen aanwijzingen voor een corona-effect. ‘Ik denk dat je de toegenomen ontbossing vooral uit de structurele oorzaken moet verklaren’, zegt hij. ‘Al is in een land als Brazilië de controle op illegale kap wel afgebouwd, vanuit het motto: never waste a good crisis. Uit een gelekte ministeriële notitie bleek dat men dacht met zoveel wereldwijde aandacht voor COVID-19 verdere ontbossing er wel even te kunnen doordrukken.’ &lt...

https://www.nd.nl/nieuws/buitenland/1027915/verlies-tropisch-regenwoud-flink-toegenomen

Hoeveelheid bos neemt steeds sneller af, ‘maar Zuidoost-Azië biedt hoop’ (NOS Buitenland)

Het afgelopen jaar is de snelheid waarmee oerbos verdwijnt flink toegenomen. Uit een rapport van het World Resources Institute (WRI) en de Universiteit van Maryland blijkt dat er in 2020 wereldwijd een stuk oerbos ter grootte van Nederland is verdwenen: 42.000 vierkante kilometer.

Het is het tweede jaar op rij dat de snelheid waarmee oerbos verdwijnt toeneemt. De onderzoekers maken zich grote zorgen over het verdwijnen van oerbos: wilde begroeiing waar nooit eerder in is gekapt, en waarin veel CO2 is opgeslagen.

"In een jaar dat de wereldeconomie met 3 à 4 procent kromp, zien we de bosbedekking met 12 procent afnemen", zegt Frances Seymour van het WRI. "We zijn bang dat landen ten koste van de bossen hun economie gaan herstellen."

Vooral in Latijns-Amerika neemt de bosbedekking sterk af. Vijf landen in de top-10 liggen in Zuid-Amerika, met Brazilië als duidelijke koploper. Meer dan 1,7 miljoen hectare bos verdween daar, voornamelijk uit het Amazoneregenwoud. Opvallend is dat ook in het moerasgebied Pantanal, bij de grens met Bolivia, de bosbedekking zes keer zo snel afnam als in vorige jaren.

Toch zijn er ook lichtpuntjes, zoals in Zuidoost-Azië: Indonesië en Maleisië zien de verstoring van oerbos voor palmolieplantages flink afnemen. Het rapport schrijft dit toe aan betere regulering op plantages, lokale initiatieven en druk vanuit de private sector.

Arjen Vrielink van Satelligence, dat voor de private sector toezicht houdt op palmplantages, herkent de combinatie. "De regulering was er al, maar de zelfcontrole bij bedrijven is nieuw. De consument wil geen niet-duurzame palmolie meer, dus de producent past zich aan."

Opvallend is dat dezelfde bedrijven die ook in Zuid-Amerika actief zijn, zich daar minder aan regels houden. Volgens Vrielink komt dat omdat leiders als de Braziliaanse president Bolsonaro de kap van bos niet ontmoedigen. "Aan alleen druk van de consument heb je dus niet genoeg. Er moet ook worden gehandhaafd."

Volgens het WRI blijkt uit de cijfers nog geen duidelijk verband tussen corona en bosverstoring. Wel bestaat de angst dat door de pandemie veel mensen terugverhuizen naar het platteland en voor landbouw bos verbranden. "We zijn bang dat we volgend jaar een grote stijging gaan zien", zegt Seymour van het WRI.

De belangrijkste verklaring voor de stijging is volgens het WRI het droger wordende klimaat. Omdat de bossen droger worden, lopen door mensen aangestoken branden sneller uit de hand. Dat zou te zien zijn aan de grote hoeveelheid oerbos die is verloren: daar komen grootschalige branden van nature weinig voor.

Omdat oerbossen, veen- en moerasgebieden veel CO2 vasthouden, is het WRI bang dat de natuurbranden in Zuid-Amerika uiteindelijk zorgen voor meer uitdroging, en dus meer branden. "Denk er eens over na: de wetlands staan in brand", verzucht Seymour van het WRI.

Seymour ziet de behaalde winst in Indonesië en Maleisië als een inspiratie voor probleemgebieden als Latijns-Amerika. "We hebben tien jaar geleden gezien dat toezicht en handhaving ook daar mogelijk is. Maar nu zijn we daar helaas terug bij af."

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbuitenland/~4/3IOgMsjC5Yo

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbuitenland/~3/3IOgMsjC5Yo/2374919

Houd de wouden in hun element (Greenpeace)

Van het groene hart van Afrika tot in de Amazone: wat gebeurt er in de grootste wouden op aarde?

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/80e1f3f2-gpm-beeld.jpg

Orang-oetan in het Lamandau-reservaat op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Sinds 1997 worden hier jonge, verweesde orang-oetans opgevangen en een beschermd leven geboden.

Gordel van smaragd

Schrijver Multatuli gaf voormalig Nederlands-Indië deze tot de verbeelding sprekende naam. Indonesië, het grootste eilandenrijk ter wereld, ligt middenin de azuurblauwe oceaan en wordt gekenmerkt door weelderig smaragdgroen regenwoud. West-Papoea is zelfs wereldberoemd vanwege zijn Paradise Forests. De regenwouden van Indonesië zijn echte schatkamers. Hier leven wel 1.700 vogelsoorten en miljoenen zeldzame plantenen diersoorten, zoals de tijgerorchidee, de nevelpanter en het spookdiertje. In de bossen van Sumatra en Borneo brengen orang-oetans zo’n 90 % van hun leven door in boomtoppen. Ze worden er geboren, bouwen er elke dag opnieuw een nest en vinden er hun voedsel. Indonesië heeft de twijfelachtige eer dat het ’s werelds grootste ontbosser is én de vierde plaats inneemt van alle broeikasgasuitstoters. Al jarenlang worden duizenden hectares regenwoud in de as gelegd en ontwaterd, voor de aanleg van oliepalm- en andere plantages.

Op Borneo zijn de mensapen daardoor al 80 % van hun leefgebied kwijt. In 2010 beloofden grote voedselproducenten als Mars Inc., Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Arla en L’Oreal dat ze uiterlijk per 2020 in geen enkel product meer palmolie zouden gebruiken waarvoor regenwoud is verwoest. Greenpeace toont keer op keer aan dat geen van hen deze belofte waarmaakt. Indonesië kent veel corruptie en de mazen van de wet zijn groot. Lokale gemeenschappen die in en van het bos leven, zoals de Marind en Yeinan in Indonesisch Papoea, zijn door geweld en landroof verdreven. Ook kleine boeren en dorpjes moeten het veld ruimen voor de belangen van grote bedrijven. Tot overmaat van ramp drukte de regering er in coronatijd ook nog een nieuwe wet doorheen die buitenlandse investeerders aan moet trekken. Deze Omnibuswet legaliseert onder andere landroof, verwoesting van de natuur en mensenrechtenschendingen.

De regenwouden van Indonesië staan op veengrond waarin enorm veel CO2 is opgeslagen die bij verbranding vrijkomt. Als er – na bosverbranding – oliepalmen voor worden teruggeplant, lost dat helaas niets op: 1 hectare regenwoud houdt 8.000 ton CO2 vast en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton. Door de vele bosbranden groeit er ook een hele generatie kinderen op met een jaarlijks ‘mistseizoen’. Maandenlang leven ze in een dikke laag giftige rook die hun gezondheid aantast. Het Greenpeace-brandweerteam heeft de afgelopen jaren op West-Kalimantan en Sumatra gevaarlijke veenbranden bestreden. Ook onderzocht ons team ter plaatse wie verantwoordelijk is voor de ontwatering, en legde dat vast op foto’s en video.

Met gps-apparatuur, satellietbeelden en luchtfoto’s verzamelen we bewijzen van illegale houtkap, drooglegging van veengronden en oliepalmteelt in beschermde gebieden. We volgen dit verwoestende palmoliespoor naar de importeurs en afnemers van palmolie in Europa en de VS. Gesteund door u en duizenden andere supporters wereldwijd, confronteren we deze medeverantwoordelijken met de gevolgen. Intussen zetten we ons in Europa, samen met 160 andere natuur- en mensenrechtenorganisaties in voor een bossenwet, waarvoor al 1,2 miljoen supporters hun handtekening zetten. Deze wet verplicht bedrijven om alleen nog producten te verkopen waarvoor geen bos voor is verdwenen. De Europese Commissie komt dit jaar met het eerste wetsvoorstel.

Het groene hart van Afrika

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/23f9f009-gp0str8j0_web_size.jpg


Vanaf 2016 stond Greenpeace Lokolama bij in het verkrijgen van hun grondrechten in het Congolese regenwoud. Het Greenpeace-team ondersteunde hen bij de juridische procedure en gaf trainingen in conflictpreventie – en oplossing. Met succes.

Rivieren, regenwouden, bergen, savannes, moerassen: het Congobekken is een natuurwonder pur sang. Dit tweede grootste regenwoudgebied ter wereld ligt in het hart van een van de meest instabiele regio’s. Dat biedt ironisch genoeg bescherming, omdat het investeerders huiverig maakt. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude er welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt. Regelmatig woeden in het Congobekken enorme branden. Uit onderzoek van de universiteit van Maryland blijkt dat de meeste brandhaarden vlakbij wegen ontstaan, die door houtkappers zijn aangelegd. In de Democratische Republiek Congo (DRC) is al sinds 2002 een moratorium op houtkap van kracht. Toch krijgen buitenlandse houtbedrijven uit onder meer CHINA steeds meer bosgebieden in handen die soms wel zo groot zijn als België.

Ook palmoliebedrijven rammelen al jaren aan de poorten. Het Maleisische Atama, dat de grootste palmolieconsessie in de regio heeft, liet onder meer in Kameroen zien hoe het zonder veel scrupules bos kapt en kleine boeren van hun land jaagt. Het regenwoud van het Congobekken zorgt voor voedsel, medicijnen, grondstoffen en water voor ruim 80 miljoen mensen. Er leven bijna 250 inheemse volken voor wie het bos ook een spirituele betekenis heeft. De Baka bijvoorbeeld, Kameroens grootste inheemse bevolkingsgroep. Al jaren wordt hun levenswijze bedreigd door de industriële boskap van het rubberbedrijf Sudcam uit Singapore. COVID-19 vergroot de risico’s waaraan ze blootstaan: ze zijn niet bang om ziek te worden, maar wel dat organisaties vertrekken die hen bijstaan in hun strijd tegen de structurele landonteigeningen.

In het bos staan honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven enorm veel CO2 hebben opgeslagen. In dit regenwoud ontdekten wetenschappers enkele jaren geleden een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Dat is net zoveel als de Verenigde Staten in 20 jaar tijd uitstoten. De immense wouden van het Congobekken herbergen ook tienduizenden planten- en diersoorten. Als een stel landschapsarchitecten vormen dieren zoals de ernstig bedreigde gorilla’s, bosolifanten en Afrikaanse buffels het bos. Ze creëren paden, snoeien bomen en poepen zaden uit.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. Samen met inheemse volken strijden we tegen de illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt het werk lastig en gevaarlijk. Toch lukt het ons om successen te boeken. Zo besliste de Kameroense president onder druk van lokale milieuorganisaties, de bevolking en Greenpeace dat de houtkapplannen in het beschermde Ebo-woud voorlopig niet doorgaan. Goed bosbeleid is essentieel om het Congobekken duurzaam te beschermen. Daarom helpen we inheemse volken om de formele rechten over hun leefgebied te verkrijgen. Onder meer de Lokolama in de DRC kregen zo 11.000 hectare toegewezen. En in 2023 draagt de regering 50 bosgebieden, in totaal bijna 2,5 miljoen hectare, over aan de lokale bevolking.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/8ca3659b-gp0sturw4_web_size.jpg

Jaarlijks gaat in Rusland een gebied van zo’n 40 miljoen hectare in vlammen op – een gebied 10 keer zo groot als Nederland. De brandweerteams van Greenpeace trainen vrijwilligers, geven voorlichting en blussen natuurlijk waar ze kunnen.

De groene kroon van de aarde

In Rusland ligt tweederde van de taiga; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt over Alaska, Rusland, Canada en Scandinavië. Zowat alles aan dit boreale woud is enorm. Het beslaat 16 miljoen km² – meer dan een kwart van alle bossen op aarde – en telt 750 miljard bomen. De dennen en sparren die er groeien zijn aangepast aan de lange wintermaanden: hun naalden bevatten heel weinig sap, waardoor ze niet bevriezen als de temperatuur zakt tot -35 °C. Hun donkere kleur en driehoekige vorm helpen juist om zo veel mogelijk zon op te slorpen. Meer dan 20.000 planten- en diersoorten leven in deze barre omstandigheden. Wolven, elanden en beren, tijgers, maar ook de Siberische salamander die een soort antivries produceert waardoor hij kan overleven in extreem lage temperaturen. Ook dit uitgestrekte noordelijke bossengebied slaat een enorme hoeveelheid CO2 op in de bodem en veengronden: meer dan alle tropische wouden samen.

Elk jaar gaat ongeveer 2,5 miljoen hectare van dit woud verloren. Eeuwenoude bomen verdwijnen onder andere in Tempo-zakdoekjes, wc-papier van Edet en maandverband van Libresse. In heel Rusland gaat elk jaar zo’n 40 miljoen hectare natuur in vlammen op. Dat is 10 keer Nederland. De gigantische natuurbranden worden verergerd door klimaatverandering en zorgen zelf voor verdere opwarming van de aarde. Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen waardoor deze poolkap ook zijn reflecterende vermogen verliest. Ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Dat is een grote misvatting: 90 % van deze branden ontstaat door menselijk toedoen. Vooral de gewoonte van boeren om graslanden aan te steken zodat ze snel van hun onkruid afkomen, loopt regelmatig gigantisch uit de hand.

Omdat de overheid de branden laat voortrazen, komt Greenpeace in actie. Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug startte het eerste blusteam zo’n 10 jaar geleden. Met steun van de Nationale Postcode Loterij en van u, onze Nederlandse supporter, zijn inmiddels in de kwetsbaarste regio’s honderden mensen klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Het aantal catastrofale veenbranden daalde daardoor in 2019 met maar liefst 90 %. Daarmee voorkwamen de brandweerlieden de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2. De vrijwillige brandweerteams kunnen op Greenpeace rekenen voor onder meer transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen en lichten ze bewoners voor over de oorzaken van de branden. Voorlichting is een van de belangrijkste methodes om de branden te bestrijden. Al jaren geven we op Russische scholen les over het belang van de bossen en planten we bomen met tienduizenden schoolkinderen. Ook werken we samen met producenten van tekenfilmseries. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/4a7445f7-gp0jzh_web_size.jpg

Het Amazonewoud, thuis van deze blauwkeel-ara, verandert drastisch. Grote delen van het woud verdwijnen ondere andere voor de sojateelt.

Adembenemend Amazonia

Alles is met elkaar verbonden. Wie het Amazoneregenwoud een beetje bestudeert, ziet al snel hoe deze natuurwet in de praktijk werkt. Dit woud, het grootste op aarde, is een van de meest biodiverse gebieden. De planten, dieren, micro-organismen en schimmels vormen samen een enorm ecosysteem dat invloed heeft op de hele wereld. De bossen van de Amazone produceren enorme hoeveelheden water. Ze beïnvloeden regenpatronen tot ver buiten hun eigen regio. Ondanks de enorme omvang van het Amazonewoud, ruim 5,5 miljoen km2, is het evenwicht er delicaat. Als mensen tussen de 20 en 25 % van het woud verwoesten, kan het de balans niet meer zelf herstellen en veranderen deze prachtige bossen in een savanne. Met miljarden tonnen CO2-uitstoot als gevolg. Volgens INPE, het Braziliaanse instituut voor ruimteonderzoek, is er al 18 % verwoest. Wetenschappers stellen dat over 10 tot 15 jaar dit kantelpunt is bereikt, als de ontbossing niet stopt.

Meer dan de helft van het Amazonewoud ligt in Brazilië, waar president Jair Bolsonaro de scepter zwaait. Zijn regering heeft weinig op met het milieu en de inheemse volken: de klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld aan te verdienen. In 2019 lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds 11 jaar. De meeste van deze branden zijn aangestoken om land vrij te maken voor weilanden voor koeien, mijnbouw en de teelt van soja. Sinds de huidige regering aan de macht is, hebben bedrijven carte blanche in het regenwoud. Moord en doodslag zijn voor inheemse volken zoals de Karipuna in de Amazone al jaren realiteit. In de afgelopen jaren wist een deel zich, onder aanvoering van jonge leiders, steeds beter te organiseren. Zij komen op voor hun traditionele landrechten, in de rechtszaal en in het bos zelf. Maar de belangen van grote bedrijven en nationale overheden in het regenwoud zijn groot. De strijd is te vaak ongelijk.

De bedreigingen zijn zo omvangrijk en complex, dat Greenpeace voor het project Alle ogen op de Amazone de handen ineen sloeg met Hivos en 9 andere organisaties. In dit project is de hoofdrol weggelegd voor de inheemse bevolking. Volgens talloze onderzoeken zijn zij immers de beste bosbeschermers van de wereld. We ondersteunden hen bij de opzet van lokale boswachterteams die met smartphones en drones het regenwoud intrekken en daar de bosvernietiging vastleggen. De teams leerden (digitale) landkaarten maken, satelliet- en dronebeelden analyseren, gps-coördinaten
lezen én de verzamelde informatie veilig opslaan. Met succes: vorig jaar werd in het leefgebied van de Karipuna 49 % minder bos verwoest dan in alle voorgaande jaren. Ook werd er een wet ‘geparkeerd’ waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden wilde legaliseren. Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. En het gesprek tussen inheemse leiders uit Brazilië en Tweede Kamerleden, hielp de discussie tegen het nieuwe Mercosur-handelsverdrag kracht bij te zetten. Het duizelingwekkende tempo van de ontbossing moet stoppen. Met uw hulp blijven we overheden en internationale instanties beïnvloeden, onder andere voor een sterke wet waarin staat dat geen bos meer verwoest mag worden voor onze producten.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/45233/houd-de-wouden-in-hun-element/

Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing (Elsevier)

Steeds preciezer houden satellieten de aarde in de gaten. Vanuit de ruimte speuren ze naar gaslekken, stiekeme vervuilers en illegale bomenkap. Nederlandse innovaties spelen daarbij een belangrijke rol vooral in de ontwikkeling van meetinstrumenten. En die ontwikkelingen gaan in razend tempo door.

Amerikanen konden eind ­jaren vijftig horen hoe de Sovjet-Unie ze in de ruimte voorbijstreefde. Hun radio’s vingen de pieptoon op die de Spoetnik uitzond, de allereerste satelliet.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Ruim zestig jaar later is het leven onvoorstelbaar zonder de circa zesduizend navolgers van Spoetnik. Dankzij satellieten navigeren we met gps en kunnen we wereldwijd communiceren. Maar de apparaten houden ook de aarde in de ­gaten. Dat is handig wanneer observatie vanaf de grond onpraktisch is. Of wanneer je ergens niet kan of mag komen.

Minder luchtvervuiling tijdens lockdown

Satellieten kwijten zich steeds beter van hun spionnentaak. Wetenschappers zien preciezer dan ooit waar bomen worden omgehakt. Ze krijgen elke dag verse gegevens over luchtvervuiling. En jaarlijks lanceren ze nieuwe satellieten met nog meer mogelijkheden.

Afname van luchtvervuiling in Nederland door Corona-maatregelen:
Tropomi NO2-metingen van 22-26 maart 2020 vergeleken met 23-27 februari 2019 (een periode met vergelijkbare meteorologische omstandigheden).https://t.co/JmX57zGFeT pic.twitter.com/WV234uSlWf

— Helga van Leur ☀ (@helgavanleur) March 28, 2020

Nederland speelt hierin een belangrijke rol. Aan het begin van de coronapandemie gingen kaartjes de wereld over met daarop de door de lockdown extreem afgenomen luchtvervuiling in Wuhan en Noord-Italië. De kaartjes waren gemaakt met Tropomi, van Tropospheric Monitoring Instrument, een apparaat grotendeels bedacht en gebouwd in Nederland. In 2017 ging de meetapparatuur met een satelliet van het Europese ruimtevaart­agentschap ESA de ruimte in.

Vooral de technologie zet stappen vooruit

Dat satellieten steeds krachtiger worden, is vooral te danken aan technologische vooruitgang, zegt Ilse Aben (56), ­verantwoordelijk voor Tropomi bij het Nederlands ruimtevaartinstituut SRON en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

Elke keer als er een satelliet met een nieuw of verbeterd snufje de ruimte in gaat, groeien de mogelijkheden. Tropomi is daarvan een goede illustratie. Voorheen kon de luchtkwaliteit maar beperkt worden gemeten, maar Tropomi gaat dagelijks de hele wereld af voor metingen op stadsniveau. ‘Buitenlandse collega’s noemen Tropomi een game changer,’ zegt Aben. Zij en haar team gebruiken het instrument om enorme gaslekken op te sporen (zie ‘Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte’).

Een app helpt oerwoudbeschermers in Congo

Naast de ‘hardware’ verbeteren wetenschappers ook de analyse van data en weten ze deze slim te combineren. Zo worden radarsatellieten, waarmee je ontbossing door de wolken heen kunt zien, steeds nauwkeuriger. Het aantal pixels dat die naar de aarde sturen, neemt toe. En wetenschappers lukt het steeds beter om die gegevens te analyseren met kunstmatige intelligentie.

Johannes Reiche (37) en zijn team aan Wageningen University & Research maakten een algoritme dat ontbossing opspoort. Vorig jaar lanceerden zij het Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing (RADD) dat palmolie­leveranciers als Unilever een melding stuurt als er in Indonesië oerwoud wordt gekapt of platgebrand. In januari volgde een alarmsysteem voor het Congobekken (zie ‘Automatische melding als bomen worden gekapt’ ).

Maar ook de technische innovatie blijft doorgaan. SRON werkt momenteel onder meer aan de Sentinel-5. Die moet volgend jaar 817 kilometer de lucht in en vervangt de Sentinel-5P. De satelliet meet door middel van Nederlandse technologie de troposfeer, het laagste deel van de atmosfeer. Zo meet het methaan, koolmonoxide en andere broeikasgassen. ‘Dit is belangrijke informatie over de aarde en het klimaat,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aard­observatieprogramma van SRON.

In de ruimte wordt het steeds drukker

Weer een andere satelliet – SPEXone – gaat het stof in de lucht analyseren. ‘Door uitvindingen in samenwerking met onder meer de Universiteit Leiden, Airbus Defence and Space Netherlands, en TNO Delft kunnen we nu fijnstof met een factor 10 nauwkeuriger meten,’ zegt Van Amerongen. ‘We zien nu niet alleen het stof, maar ook wat voor stof het is: zeezout, zand of roet.’ In 2023 moet de SPEXone de lucht in, zo’n 676 kilometer.

Het is in de ruimte wel drukker dan in de tijd van de Spoetnik. Al lang lanceren niet meer alleen overheden de satellieten, maar ook commerciële partijen, zoals SpaceX, het ruimtevaart­bedrijf van Tesla-topman Elon Musk. Zijn ruim zeshonderd satellieten (op 346 kilometer hoogte) maken internet mogelijk, en dat worden er nog duizenden meer.

Voorbeeld 1: Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte

In Turkmenistan was in 2019 iets vreemds aan de hand. Een Canadees bedrijf zag met een proefsatelliet enorme wolken methaan – het voornaamste bestanddeel van aardgas – de lucht in gaan. Midden in de woestijn, waar niemand woont. En niemand had enig idee hoelang dit al gaande was.

Dus klopten de Canadezen bij Nederland aan. Hier hadden wetenschappers een jaar eerder het Tropomi-instrument gelanceerd, dat naast luchtvervuiling ook methaan kan ‘zien’. Uit de gegevens bleek dat in de Centraal-Aziatische woestijn al veel langer methaan lekte, zegt Ilse Aben (56), hoogleraar aan de Vrije Universiteit en onderzoeker bij ruimtevaartinstituut SRON. Boosdoener was een pijpleiding bij een compressorstation. Deze informatie werd doorgespeeld aan de Turkmenen, en warempel, vanuit de ruimte zagen Aben en haar collega’s dat het lekken stopte.

‘Lekken zijn vaak geen kwade opzet’

Het dichten van zulke lekken is nuttig, zegt Aben. Veel methaan komt vrij bij de gaswinning – uit lekke leidingen of bij boorputten en compressors die niet goed werken. Dit kost bedrijven geld. ‘Veel lekken zijn geen kwade opzet,’ zegt Aben. ‘Ze weten het gewoon niet.’ Dat komt doordat infrastructuur vaak afgelegen ligt en na de aanleg zelden wordt gecheckt. En de kennis is beperkt. Recent onderzoek in Mexico, zegt Aben, liet zien dat daar bij olie- en gaswinning op zee veel minder methaan lekt dan op het land. Terwijl de Mexicaanse overheid het tegenovergestelde dacht.

Groot methaanlek gedicht na ontdekking vanuit de ruimte door o.a. het Nederlandse @tropomi instrument: https://t.co/jD8iPqaW8g pic.twitter.com/efzjXo5L4f

— SRON Space Research (@SRON_Space) November 22, 2019

Ook voor het klimaat is het dichten slim. Methaan is over twintig jaar bezien zo’n 86 keer zo effectief als CO2 in het vasthouden van warmte. Na CO2 is methaan het voornaamste broeikasgas. De hoeveelheid in de atmosfeer groeit, deels door onnodige lekkages. Al komt ook methaan vrij door boerende koeien en uit moerassen.

Al weer tal van nieuwe lekken gevonden

Na Turkmenistan werkt Abens team nog altijd met het Canadese bedrijf. Tropomi houdt de hele wereld in de gaten. Als ze iets verdachts zien, seinen ze hun collega’s in. De nieuwe Canadese satelliet observeert maar kleine oppervlakten, maar kan lekken wel tot op 30 meter nauwkeurig lokaliseren. Aben vond al diverse nieuwe lekken, maar ze werkt nog aan de officiële publicatie.

Omdat Tropomi elke dag de wereld afgaat, is het geschikt om kortdurende lekken te spotten. Een voorbeeld is de Ohio blowout, een immens lek dat in 2018 ontstond na een ongeluk. In een kleine drie weken stootte het meer methaan uit dan de Nederlandse olie- en gassector in een jaar. Tropomi was de enige die kon meten hoeveel methaan de lucht in ging.

Voorbeeld 2: Klimaatbeleid: vertrouwen is goed, controle is beter

De ambities zijn ­af­gelopen jaar flink opgevoerd in het klimaatbeleid. Steeds meer landen willen in 2050 geen broeikasgassen meer uitstoten – zelfs China wil in 2060 naar nul. Nu moet blijken of die woorden worden omgezet in ­daden.

Om hun voortgang te volgen, houden landen een immense klimaatboekhouding bij. Daarin staat hoeveel steenkool er de hoogovens in gaat, hoeveel kilometers auto’s rijden, hoeveel gas cv-ketels verstoken en nog veel meer. Alle broeikasgassen die zo vrijkomen, tellen op tot de totale uitstoot. Die dus veel sneller moet gaan dalen.

Veel landen werken met tegenzin aan klimaatbeleid

Tot dusver moeten landen elkaar ‘op hun blauwe ogen geloven’. Naast de boekhouding zijn er geen onafhankelijke metingen van de CO2-uitstoot. Ook niet voor landen die met frisse tegenzin meewerken aan het klimaatbeleid, zoals Rusland en Brazilië. Of die, zoals China, geen goede reputatie hebben bij het aanleveren van statistieken.

Er zijn diverse initiatieven om de CO2-uitstoot vanuit de ruimte te gaan meten. Een van de meer ambitieuze is van de ­Europese Commissie. Vanaf 2025 gaan er drie CO2M-satellieten de ruimte in om de uitstoot van CO2 te meten. Dat levert nuttige inzichten op voor de welwillenden. Welk beleid helpt de uitstoot succesvol naar beneden? Waar neemt de ­natuur weer CO2 op?

Vals spelen gaat steeds meer lonen voor klimaatbeleid

Maar er kan ook worden gekeken of landen hun beloftes nakomen. En ook of er bedrijven zijn die zich niet aan de regels houden. Naarmate het klimaatbeleid meer tanden krijgt, loont het steeds meer om vals te spelen. Het verleden illustreert dat. Een paar jaar geleden betrapten wetenschappers nog Chinese ­fabrieken op het produceren van cfk’s. Deze stoffen tasten de ozonlaag aan en zijn al decennia verboden.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft al ervaring met het meten van CO2. In 2014 lanceerde zij een satelliet, genaamd OCO-2. Deze bewees dat compacte steden per inwoner echt minder broeikasgassen uitstoten. Ook kon de satelliet inschatten hoeveel CO2 vrijkwam bij een grote bosbrand.

Ambities zijn wel heel groot

Aangezien de EU-plannen veel ambi­tieuzer zijn, moet er nog flink wat vooruitgang worden geboekt. Zelfs veel experts zijn sceptisch of het gaat lukken om de klimaatboekhouding te doen met echte waarnemingen. En dan is er ook nog grote haast. Het lanceerjaar 2025 lijkt ver weg. ‘Maar voor satellietbouw is dat gevoelsmatig overmorgen,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aardobservatieprogramma bij ruimtevaartinstituut SRON.

Ook hier kan Nederland een bijdrage gaan leveren. Zo wordt de meting van CO2 op diverse manieren verstoord. Denk aan kleine deeltjes in de lucht. Door deze deeltjes precies te meten – iets wat Nederlandse ingenieurs goed kunnen – valt daarvoor te corrigeren en worden de CO2-metingen nauwkeuriger.

Voorbeeld 3: Automatische melding als bomen worden gekapt

In het Congobekken, een gebied dat zich uitstrekt over de Democratische Republiek Congo, de Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon en Kameroen, wil de strijd tegen de bomenkap nog niet zo lukken. Het tempo van ontbossing is sinds 1990 gelijk gebleven en de laatste jaren zelfs versneld.

De lokale autoriteiten hebben er een middel bij gekregen in hun strijd tegen illegale bomenkap: de app RADD (Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing). Twee jaar werkten de wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) daaraan onder leiding van ­Johannes Reiche, en in januari is de app gelanceerd.

De Europese radarsatelliet Sentinel-1 (die op 693 kilometer hoogte draait) kan door het wolkendek heen kijken, wat gunstig is boven een tropisch regenwoud. Elke zes tot twaalf dagen stuurt de satelliet foto’s op een schaal van 10 bij 10 meter. Het is niet te doen om deze beelden handmatig te controleren op gaten in het bosgebied. Dat proces is door de WUR nu geautomatiseerd. ‘Het systeem vergelijkt de nieuwe foto met de eerdere foto,’ legt Reiche uit. ‘Als er een afwijking is, stuurt het automatisch een alert die je krijgt in de app.’

‘Veel bomenkamp is illegaal’

Met de app is het mogelijk om tot op hectareniveau te zien wat er gebeurt. Zo worden specifieke boomsoorten gekapt omdat ze ‘tropisch hardhout’ op­leveren. En waar dat gebeurt, ontstaan opeens wegen. ‘Veel bomenkap is illegaal,’ zegt Reiche.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Hij hoopt dat het alarmsysteem meer transparantie zal brengen. Een uitdaging in een land als Congo, dat op de corruptielijst op plaats 168 (van de 180) staat. ‘De gegevens zijn nu bijna realtime beschikbaar,’ zegt Reiche. Hij hoopt dat de ­lokale autoriteiten er daardoor sneller bij zijn. Door de samenwerking met Global Forest Watch, een onlineplatform dat de wereldwijde ontbossing laat zien, is de ontbossing voor ­iedereen te volgen.

Bevolking blijft maar groeien in het Congobekken

Volgens Reiche is het belangrijk om het Congobekken in de gaten te houden, omdat dit het grootste tropisch regenwoudgebied ter wereld is. Maar dat staat onder druk door de bevolkingsgroei. In Congo alleen al is de verwachting dat er in 2100 zo’n 362 miljoen mensen wonen, tegen nu 90 miljoen.

En al die mensen moeten eten. ‘Je ziet dat er bomen “verdwijnen” voor zelfvoorzienende landbouw,’ zegt Reiche. ‘Maar er is armoede. Dus wie zijn wij om te zeggen dat ze hun familie niet mogen voeden?’ Hij richt zich dus vooral op de illegale bomenkap en op mijnbouw, de derde belangrijke oorzaak van ontbossing in het Congobekken. Daarbij gaat het om kleine ­boeren die zoeken naar onder meer mineralen die worden gebruikt in telefoons. Vanuit de lucht is deze activiteit te herkennen aan wat Reiche open pit mining noemt. De handel in delfstoffen uit het Congobekken is schimmig, maar de vindplaatsen zijn nu goed te zien.

The post Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing appeared first on EWmagazine.nl.

https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2021/02/satellieten-speuren-naar-gaslekken-en-ontbossing-227594w/

EU-coronahulpfonds is niet illegaal, zoals Europarlementslid Eppink (JA21) claimt (NieuwsCheckers)

Op 16 december doet Derk Jan Eppink in het Europees Parlement meerdere beweringen over het herstelfonds dat door de EU is opgesteld om noodlijdende landen in de coronacrisis een financiële injectie van honderden miljarden euro’s te geven. Volgens de Europarlementariër van JA21 is dat herstelfonds illegaal, omdat het in strijd zou zijn met meerdere artikelen van het Verdrag van Rome (EEG). Volgens de artikelen die Eppink zelf als bron noemt, zijn zijn beweringen onwaar, en heeft het fonds wel degelijk juridische poten om op te staan.

De beweringen
1. Het hulpfonds is gebaseerd op artikel 122 van het Verdrag van Rome, en dat is bedoeld voor natuurrampen.

2. De Europese Commissie mag volgens artikel 311 van het Verdrag geen geld lenen op de kapitaalmarkt, maar doet dat voor het hulpfonds toch.

3. Het herstelfonds heeft geen voorwaarden

Oordeel: onwaar

Bron van de beweringen

Eppink sprak op 16 december in het Europees Parlement en twitterde daar een dag later over.

Mijn bijdrage in EP: Stijgende kostenpost NL. Herstelfonds: € 750 mrd. NL garant voor: € 43 mrd. Totale NL garanties en leningen (Corona + Euro) opgelopen tot € 245 mrd: € 32.000 per gezin! Rutte en Hoekstra zwijgen bewust. U heeft recht te weten wat er boven uw hoofd hangt. pic.twitter.com/awTvZDMnp8

— Derk Jan Eppink (@djeppink) December 17, 2020

Bewering 1: Het hulpfonds is gebaseerd op artikel 122, en dat is bedoeld voor natuurrampen.

In zijn bijdrage in het Europees Parlement zegt Derk Jan Eppink dat het corona-hulpfonds is gebaseerd op artikel 122 van het Verdrag van Rome. Dat artikel is volgens Eppink puur bedoeld voor rampen als bosbranden of overstromingen, en ‘niet voor de mega overdracht van gelden zonder voorwaarden.’ Artikel 122 heeft inderdaad betrekking op natuurrampen, maar daarmee is nog niet alles gezegd.

In artikel 122 staat:

“In geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, kan de Raad op voorstel van de Commissie, onder bepaalde voorwaarden financiële bijstand van de Unie aan de betrokken lidstaat verlenen.”

Omdat de Europese Commissie heeft besloten dat de coronapandemie een dergelijke buitengewone gebeurtenis is die lidstaten niet alleen kunnen bevechten, is het fonds niet in strijd met artikel 122.

Eppink, om een reactie gevraagd:

“U gaat wel heel kort door de bocht bij de aanvaarding dat u het terecht vindt dat een bepaling die normaal gezien voor bosbranden of overstromingen gebruikt wordt in de begroting, nu gebruikt wordt om een bedrag van 750 miljard op de kapitaalmarkt op te halen. Een bedrag dat ongeveer 70% bedraagt van de meerjarenbegroting (2021-2027). Dat staat in geen enkele verhouding tot de omvang van de bedoeling van artikel 122.”

“Artikel 122 is juist bedoeld voor deze uiterst ongewone omstandigheden”, legt hoogleraar Europees recht Gareth Davies (Vrije Universiteit) uit. “Zo kunnen samenhangende maatregelen worden genomen om lidstaten te ondersteunen, mits de omstandigheden dat toelaten. Natuurrampen zijn daar een voorbeeld van, maar ook een epidemie valt binnen de categorie van onverwachte, economisch desastreuze en niet zelf veroorzaakte rampen waarvoor artikel 122 in leven is geroepen.”

Bewering 2:  De Europese Commissie mag volgens artikel 311 geen geld lenen op de kapitaalmarkt, maar doet dat voor het hulpfonds toch.

Volgens hoogleraar EU-wetgevingsvraagstukken Ton van den Brink  van de Universiteit Utrecht trekt Eppink de verkeerde conclusie uit artikel 311. In dat artikel staat namelijk niet expliciet vermeld dat de Europese Unie geen geld mag lenen op de kapitaalmarkt, maar dat de begroting altijd volledig uit eigen middelen moet bestaan.

Van den Brink legt uit dat de Raad van Ministers sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 in staat is om nieuwe categorieën eigen middelen beschikbaar te stellen. Daaronder kunnen ook leningen vallen. De bewering van Eppink over artikel 311 is daarom onjuist.

Eppink reageert dat artikel 311 wel degelijk is geschonden in de naam van het hulpfonds.

“Ik heb beide juridische documenten ook gelezen, alsook juridisch advies ingewonnen. Daaruit kwam de conclusie dat het EU-verdrag wel degelijk geschonden wordt. Want volgens het artikel mag de Europese Commissie lenen, maar niet op deze schaal. De lidstaten staan namelijk garant voor de leningen die de Europese Commissie afsluit op de kapitaalmarkt. Overigens kunnen de lidstaten zelf ook tegen gunstige voorwaarden terecht op de kapitaalmarkt, en is er dus geen enkele reden om een fonds van deze opvang in het leven te roepen. Tot slot kunnen de lidstaten ook nog beroep doen op het ESM.”

Ook hier is professor Davies het oneens met Eppink:

“‘Eigen middelen’ betekent  in artikel 311 dat de Unie geen geld kan uitgeven op de basis dat een andere partij, in dit geval de lidstaten, dat zullen bekostigen. De Unie moet zelfvoorzienend zijn in haar budget. Dat betekent echter niet dat de Unie niet mag lenen als ze (i) toestemming hebben van de Europese Raad (dat hebben ze), (ii) ze het geld zelf lenen en (iii) de capaciteit hebben om die schuld zelf terug te betalen.”

Bewering 3: Het herstelfonds heeft geen voorwaarden

Volgens Eppink zitten aan het herstelfonds geen voorwaarden voor de lidstaten die van het fonds gebruik willen maken. Dit is incorrect. Lidstaten kunnen alleen aanspraak maken op geld uit het herstelfonds als ze een plan van besteding inleveren bij de Europese Commissie. De Commissie beoordeelt de plannen en legt de bevindingen voor aan de overige lidstaten. Die lidstaten stemmen of het geld wordt toegekend.

Eppink beargumenteert tevens dat de gestelde ‘boterzachte voorwaarden’ onderworpen zijn aan het oordeel van de Commissie, ‘waaruit volgt dat praktisch gesproken maximaal drie maanden tijdwinst wordt geboekt kan worden en het hele verhaal uiteindelijk doorgaat.’

Volgens Davies is dat niet het geval, maar zijn lidstaten waarschijnlijk sneller geneigd om te klagen over de hoeveelheid regels en voorwaarden waaraan ze moeten voldoen om het geld te krijgen:  

“Artikel 12 tot en met 18 zijn duidelijk in het feit dat lidstaten die een lening willen aanvragen, eerst aan een aanzienlijk aantal voorwaarden en regels moeten voldoen. Ze moeten met gedetailleerde plannen komen waarin staat hoe ze het geld willen uitgeven, en wat op lange termijn de voordelen zijn voor de efficiëntie, welvaart etc. De Commissie kan om wijzigingen in de plannen vragen. In de praktijk zal dit een vrij intensief proces zijn waarbij de Commissie de leningen gebruikt om economische hervormingen te forceren binnen de lidstaten. Het is het tegenovergestelde van boterzachte voorwaarden. Sterker nog, het is niet onwaarschijnlijk dat de lidstaten zullen klagen over de eisen van de Commissie.”

Conclusie

Het corona-hulpfonds van de EU bestaat om noodlijdende lidstaten financiëel te ondersteunen. Het fonds is samengesteld uit leningen die door de Raad van Ministers zijn goedgekeurd. De EU stelt daarnaast hoge eisen aan lidstaten die gebruik willen maken van het beschikbare geld. Het fonds is niet in strijd met artikel 122 of artikel 311 van het Verdrag van Rome, en is dus anders dan europarlementariër Eppink beweerde, niet illegaal.

https://nieuwscheckers.nl/nieuwscheckers/eu-coronahulpfonds-is-niet-illegaal-zoals-europarlementslid-eppink-ja21-claimt/