Nog even over klimaatverandering: het komt sowieso niet goed (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/08/aarde-370x278.jpg

cc-foto: Gerd Altmann

Wie de samenvatting van het aanstaande IPCC-rapport over klimaatverandering gelezen heeft, kan één ding zeker weten: het komt sowieso niet goed. Alhoewel de nieuwe voorspellingen weinig verrassend zijn, zijn de mogelijke scenario’s voor de komende decennia hoe dan ook confronterend. De vraag is niet langer of we ernstige gevolgen van klimaatverandering kunnen voorkomen, de vraag is nu in hoeverre we de schade kunnen beperken.

De bevindingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) liegen er niet om, door de snelle opwarming van de aarde zal elke regio in de wereld met ernstige klimaatproblemen te maken krijgen. Op het menu staan onder andere het smelten van de polen en gletsjers, extreem weer, bosbranden, overstromingen, verlies van het regenwoud, en dodelijke hittegolven.

Die effecten zullen verstrekkende gevolgen hebben in de vorm van hongersnoden, economische crises, massa-extinctie, epidemieën (of pandemieën), ongekende migratiestromen, oorlogen en dus vooral heel veel doden. Niet echt iets om naar uit te kijken dus. Mogelijk is over 50 jaar een derde van de wereld niet meer geschikt voor menselijk bewoning. Voor wie een beetje oplet; het is al begonnen. Naar schatting sterven er nu al jaarlijks 150.000 mensen door klimaatverandering.

Wanneer de mensheid massaal in zou zetten op duurzaamheid en razendsnel de uitstoot van broeikasgassen drastisch vermindert kunnen we de schade nog enigszins beperken. Tot zover het goede nieuws. Hoewel we de middelen en de technologie hebben, heb ik daar weinig vertrouwen in. Op basis van resultaten uit het recente verleden lijkt de mensheid als geheel niet in staat deze crisis te bezweren. Ondanks doorlopende waarschuwingen neemt de wereldwijde CO2-uitstoot al jaren gestaag toe in plaats van af. Met uitzondering van het coronajaar 2020.

Het is dus niet alsof we niet gewaarschuwd zijn. We worden al decennia gewaarschuwd voor de naderende catastrofe en grijpen nauwelijks in. Voor de lezer die mij of de klimaatwetenschap wil betichten van doemdenken, de modellen uit de afgelopen decennia bleken opvallend accuraat.

De Amerikaanse wetenschapper Eunice Newton Foote waarschuwde zelfs al halverwege de 19e eeuw voor het gevaar van klimaatverandering. Zij leefde tijdens de Industriële Revolutie en heeft waarschijnlijk nooit kunnen bevroeden dat na haar dood in 1888 de wereldbevolking bijna zou vervijfvoudigen. Als een buitenaardse beschaving ons sinds die tijd van een afstandje gevolgd heeft zouden ze waarschijnlijk denken dat we een onlogische soort zijn. In anderhalve eeuw hebben we het grootste deel van onze (miljoenen jaren oude) voorraad fossiele brandstof verstookt met weinig oog voor de gevolgen.

Gedurende mijn leven bleven we in een steeds rapper tempo en met steeds meer mensen (sinds 1975 is de wereldbevolking alweer bijna verdubbeld)  verspillen, verbranden, vliegen, nog meer vlees eten en nutteloze rommel over de wereld verplaatsen. Als die aliens nog steeds meekijken zullen ze ondertussen wel denken dat we knettergek zijn. Met elke technologie die we verzinnen stoten we meer energie uit. In het grote geheel zijn bijvoorbeeld social media, cryptomunten en Netflix bijzaken, maar wel bijzaken die heel veel energie kosten. Sinds we hybride en elektrische auto’s maken zijn alle auto’s groter, sneller en zwaarder geworden. Je hoeft je niet buiten onze snel opwarmende atmosfeer te bevinden om je te realiseren dat ons gedrag volslagen irrationeel is.

Je kunt nog zo je best doen, maar individueel lossen we dit niet op, dit moeten we samen doen. Ik ben me er van bewust dat ik ook een aardig steentje bijdraag aan het probleem (Schrijfster Roxane van Iperen hield in 2019 een interessant pleidooi tegen consumentenactivisme). Er is (internationaal) leiderschap voor nodig. Een goede afweging van belangen en oog voor urgentie. Politiek dus. Misschien geeft dat nog een beetje vertrouwen? Zoals vaker is de grootste vijand van de mens de mens. Sinds de alarmbellen over klimaatverandering eind vorige eeuw luider werden is er een misdadig monsterverbond gevormd tussen opportunistische populisten en de fossiele industrie met als gevolg een continue stroom van amorele desinformatie.

Door gewoonweg klimaatverandering te ontkennen, de oorzaken te betwisten en de gevolgen te bagatelliseren wordt in weerwil van de feiten een grote onderstroom van twijfel en wantrouwen gevoed door belangen. Zelfs op de dag dat het IPCC haar bevindingen publiekelijk maakte gaf De Telegraaf alle ruimte aan de agitprop van de klimaatcriminelen van Clintel. Voor de lobby levert het geld op, voor populisten is het lekker makkelijk stemmen winnen door een onwelgevallige boodschap te ontkennen.

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius (Economische Zaken en Klimaat) na lezing IPCC-rapport:
"Andere landen moeten klimaatambitie verhogen" pic.twitter.com/mmcVmMZZKd

— Mathijs Bouman (@mathijsbouman) August 9, 2021

Dat heeft z’n weerslag. Van bestuurspartijen als het CDA en de VVD mag je toch enig verantwoordelijkheidsgevoel verwachten. Omdat ze doodsbang zijn voor domrechts hebben we in Nederland een premier die vindt dat we gezellig moeten blijven barbecuen, en een verantwoordelijk (demissionair) staatssecretaris die niet van ‘drammen’ houdt. Volgens menig VVD’er en CDA’er moeten we nog steeds niet ‘te hard van stapel lopen’. In gemeenten waar CDA en VVD besturen worden de klimaatambities opvallend vaak op de lange baan geschoven. Nederland is al erg lang niet bepaald het schoonste jongetje van de klas. Het stemt weinig optimistisch.

Nederland is natuurlijk maar een klein land (weliswaar met een CO2-afdruk waar veel grote landen niet aan kunnen tippen) dus misschien moeten we onze hoop vestigen op grote buitenlanden? De huidige president van de VS, Joe Biden, toont in elk geval de ambitie om internationaal het voortouw te nemen en de achterstand van zijn voorganger weg te werken. Maar hoe lang duurt het voordat er in de VS weer een Republikein aan de macht komt? Mogelijk zelfs een ‘effectievere’ Trump? Ik heb er -alweer- weinig vertrouwen in dat dat níet gebeurt. Op corrupte autocratieën hoeven we ook ons hoop niet te vestigen. En wat als wij in Europa wel ons best doen? Als we binnen de EU de Green Deal aangenomen weten te krijgen (in de huidig vorm onwaarschijnlijk), dan doen we met dat ambitieuze plan nog steeds te weinig om te voldoen aan wat volgens het IPCC nodig is.

Al met al wordt het eens tijd om over plan B na te denken. In een verzakkend landje met een stijgende zeespiegel en onbetrouwbare rivieren is het misschien niet zo handig om nog veel te investeren in Rotterdam en Schiphol. En misschien moeten we ook geen honderdduizenden huizen in het westen willen bouwen. Als je huis straks niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk onder water staat helpt je hypotheek je ook niet om te blijven drijven.

Betekent dit alles het eind van de mensheid? Dat waarschijnlijk niet. De mens past zich wel weer aan. Er blijven er vast wel een stuk of wat van ons over. Maar het wordt hoe dan ook een behoorlijke beproeving voor hen en de aarde zal een stuk minder aantrekkelijk zijn om te wonen. Hopelijk blijft de geleerde les straks een paar eeuwen hangen…

Al met al een lang en verre van volledig of hoopgevend betoog. Sorry daarvoor. En nee, ik pleit er ook niet voor om dan maar het bijltje erbij neer te gooien, laten we vooral ons best blijven doen en desnoods strijdend ten onder gaan. Al was het alleen maar voor de jongeren die nu leven en deze narigheid gaan meemaken. Ik ben blij dat ik geen kinderen heb. Dat scheelt een aardig beetje uitstoot en een hele hoop zorgen over de toekomst.

P.S.: Uit onderzoek van Milieudefensief bleek dat Nederland tot in elk geval 2020 de fossiele industrie met nog ruim 8 miljard euro per jaar subsidieerde.

Dit artikel is ook verschenen op Duimspijker.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/nog-even-over-klimaatverandering-het-komt-sowieso-niet-goed

Bij De Telegraaf ligt de rode loper voor Clintel altijd klaar (Sargasso)

De Telegraaf en Clintel zijn dikke maatjes. Clintel-duo Berkhout en Crok kreeg in twee weken tijd drie keer de ruimte om uit te pakken met klimaatfabeltjes, in twee opiniestukken en een redactioneel verhaal. Marcel Crok kwam aan het woord in het redactionele verhaal dat over het nieuwe IPCC-rapport gaat. De strekking van het verhaal is dat ‘rampscenario’s leidend’ zouden zijn in dat rapport.

Marcel Crok snijdt zichzelf daarin pijnlijk in de vingers met een typisch gevalletje de pot verwijt de ketel. Het IPCC schijft: “Human influence very likely contributed to the decrease in Northern Hemisphere spring snow cover since 1950”. Crok noemt dat een cherry-pick, want volgens ‘veelgebruikte data van de Amerikaanse Rutgers University’ zou er in de wintermaanden juist een kleine toename van de sneeuwbedekking zijn. En dat is de echte cherry-pick. Het IPCC kijkt namelijk niet alleen naar die ene dataset, maar naar alle gegevens die er zijn. En in dat totaal zijn de ‘veelgebruikte data’ van Rutgers de uitzondering. Het IPCC houdt wel rekening met die gegevens en schrijft dan ook (2.3.2.2 p. 2-62) dat er een aanzienlijke onzekerheid is over de trends vanaf 1978 voor de maanden oktober tot en met februari. Maar dat doet niet af aan de constatering dat er, op basis van alle informatie, een afname is als je het over het hele jaar bekijkt. In hoofdstuk 9 van het rapport is te lezen en te zien (zie figuur 9.23 hieronder) dat de trend voor alle maanden van het jaar negatief is.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2021/08/ipcc_ar6_fig_9_23.png?w=500



In het artikel komen ook anderen aan het woord, opvallend genoeg net de mensen die Crok zelf ook heel vaak citeert. Roger Pielke Jr klaagt dat het IPCC de nadruk zou leggen op het meest extreme emissiescenario. Dat hoogste scenario is ‘niet realistisch’ is de klacht. Wie de werkelijke broeikasgasuitstoot vergelijkt met IPCC-scenario’s uit het verleden kan alleen maar concluderen dat het zeker niet het minst realistische scenario is. De realiteit ligt namelijk, zoals dat in de geschiedenis bijna altijd het geval is geweest, veel dichter bij het hoogste dan bij het laagste scenario uit het rapport. En toch heeft dat het IPCC er niet van weerhouden om in het nieuwe rapport een nog optimistischer scenario, met nog minder emissies, toe te voegen. De crux blijft natuurlijk dat de scenario’s geen voorspellingen zijn, maar alleen bedoeld om de volledige bandbreedte in kaart te brengen van mogelijke toekomstige emissies. Het IPCC doet helemaal geen uitspraken over welk scenario meer of minder waarschijnlijk is.

Wel is het zo dat het nieuwe rapport apart aandacht besteedt aan worst-case scenario’s. Terecht, omdat die relevant zijn voor de besluitvorming. Scenario’s met een kleine kans en grote gevolgen kunnen nu eenmaal zwaar meewegen in een risico-analyse, omdat de definitie van risico nou eenmaal kans maal gevolg is. En het IPCC maakt voldoende duidelijk dat dergelijke worst-case scenario’s onwaarschijnlijk zijn, maar niet helemaal uitgesloten.

Een ander punt van kritiek is dan nog dat het IPCC geen rekening zou houden met een schatting van Bjorn Lomborg, dat het aantal extra doden door hitte kleiner zou zijn dan het aantal doden dat minder valt door kou. Waarom dat niet wordt genoemd in het rapport is goed te verklaren: dit soort gevolgen van klimaatverandering valt buiten het aandachtsveld van IPCC Werkgroep I. Anders dan hij beweert neemt het gezondheidsrisico sterker toe bij meer hitte (in de zomer) dan dat het afneemt bij minder kou (in de winter).

De verslaggevers van De Telegraaf doen zelf ook nog een misleidende duit in het zakje. Dit geven ze als verklaring waarom het IPCC-rapport nu uitkomt: “Om wereldleiders, diplomaten en lobbyisten te overtuigen van de noodzaak van klimaatbeleid, legt het IPCC nu alvast de belangrijkste conclusies op tafel.”. De realiteit is heel anders: het IPCC voorziet de wereldpolitiek van objectieve, wetenschappelijke informatie, omdat die daarom heeft gevraagd. Veel subtieler is het antwoord dat ze geven op de vraag of klimaatverandering al invloed heeft op bijvoorbeeld bosbranden en overstromingen. Eerst melden ze dat het IPCC aangeeft dat daarover nog veel onzeker is, om dan af te sluiten met: “De voorspelling is wel dat als de huidige opwarming doorzet, dergelijke weersextremen vaker zullen voorkomen.” Hoewel het er niet letterlijk staat, is de suggestie dat de onzekerheid impliceert dat de menselijk invloed nu nog beperkt is. Maar afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Er zitten twee kanten aan die onzekerheid: de menselijk invloed in het huidige klimaat op dit soort gebeurtenissen kan kleiner, maar ook groter zijn dan wordt gedacht. Maar goed, misschien mag je de Telegraaf-journalisten dit laatste puntje niet echt aanrekenen, omdat het vooral illustreert hoe lastig het is om hier goed over te communiceren.

De twee opiniestukken van Clintel komen van Guus Berkhout. Op 17 juli pleit die, naar aanleiding van de overstromingen in Duitsland, België en Limburg, voor dweilen met de kraan open. Berkhout doet net alsof het nieuws is dat we ons aan moeten passen aan klimaatverandering. Natuurlijk moet dat. Nederland is daar ook al enkele decennia mee bezig. We moeten vooral hopen dat beleidsmakers daarbij niet teveel luisteren naar lieden als Berkhout, die immers al jaren roepen dat het allemaal wel los zal lopen met de gevolgen van klimaatverandering. Het is behoorlijk schaamteloos dat uitgerekend Berkhout nu anderen verwijt dat de aanpassing aan klimaatverandering niet snel genoeg gaat.

Gelukkig is er in Nederland wel geanticipeerd op de voorspelbare gevolgen van het warmer wordende klimaat. Adaptatie maatregelen zoals Ruimte voor de Rivier hebben in Nederland tijdens de hevige buien vorige maand nog veel ergere schade voorkomen. Maar als we even proberen door te spoelen naar de toekomst, met een steeds sneller stijgende zeespiegel waar de rivieren hun water op moeten proberen te lozen, dan zullen we het met alleen adaptatie niet redden. Of slechts tegen exorbitant hoge kosten.

Om ook op de langere termijn droge voeten te houden zullen we naast adaptatie tegelijkertijd de oorzaak van het toenemen van weersextremen moeten aanpakken door de uitstoot van broeikasgassen fors naar beneden te brengen. Doen we dat niet, dan zadelen we onszelf en onze nazaten op met een steeds groter en duurder wordend probleem, waardoor uiteindelijk zelfs de leefbaarheid van onze delta op het spel komt te staan.

Het tweede stuk gaat over de ‘warm lopende’ klimaatmodellen van CMIP6, waar wij in februari 2020 al over schreven. Berkhout beweert dat die het gelijk van pseudosceptici zouden bewijzen. Niets is minder waar. In tegenstelling tot wat pseudosceptici graag suggereren geloven klimaatwetenschappers niet blindelings hun modellen. Volgens Berkhout zouden klimaatwetenschappers nu ‘toegeven’ dat modellen een te hoge klimaatgevoeligheid berekenen. De realiteit is dat klimaatwetenschappers vanaf het allereerste moment dat er nieuwe modelresultaten naar buiten kwamen hebben gezegd dat een aantal modellen wel op een erg hoge klimaatgevoeligheid uitkwam. En dat daar kritisch naar gekeken moest worden. Die klimaatwetenschappers beschuldigt Berkhout er nu, zonder enige reden, van dat ze klimaatmodellen de afgelopen decennia ‘stap voor stap alarmistischer’ gemaakt zouden hebben. Je zou er bijna om lachen als het niet zo diep triest en onzinnig was. Een van die wetenschappers is NASA’s Gavin Schmidt, die Berkhout in zijn stuk erg selectief citeert. Wie echt wil weten hoe integer en genuanceerd Schmidt is kan zijn blog hierover lezen op RealClimate. Het artikel in Science waar hij aan het woord komt en waar Berkhout selectief uit citeert is ook de moeite waard.

Het heeft allemaal geen enkele invloed op de betrouwbaarheid van het nieuwe IPCC-rapport. In de schatting van de klimaatgevoeligheid is rekening gehouden met het feit dat een aantal modellen vermoedelijk te hoog zit. Ook voor toekomstprojecties is hier rekening mee gehouden, door modellen met een te hoge klimaatgevoeligheid minder of zelfs helemaal niet mee te wegen (zg ‘constrained projections’). De realiteit is natuurlijk dat Berkhout zijn misleidende verhaal alleen maar heeft kunnen schrijven dankzij de openheid en integriteit van klimaatwetenschappers. Wetenschappers die de problemen met een aantal modellen – lang niet allemaal, trouwens – naar buiten brachten zodra ze die zagen. En die er natuurlijk in hun projecties rekening mee houden.

Lees meer berichten op Sargasso
https://sargasso.nl/bij-de-telegraaf-ligt-de-rode-loper-voor-clintel-altijd-klaar/

Bij De Telegraaf ligt de rode loper voor Clintel altijd klaar (Klimaatverandering blog)

De Telegraaf en Clintel zijn dikke maatjes. Clintel-duo Berkhout en Crok kreeg in twee weken tijd drie keer de ruimte om uit te pakken met klimaatfabeltjes, in twee opiniestukken en een redactioneel verhaal. Marcel Crok kwam aan het woord in het redactionele verhaal dat over het nieuwe IPCC-rapport gaat. De strekking van het verhaal is dat ‘rampscenario’s leidend’ zouden zijn in dat rapport.

Marcel Crok snijdt zichzelf daarin pijnlijk in de vingers met een typisch gevalletje de pot verwijt de ketel. Het IPCC schijft: “Human influence very likely contributed to the decrease in Northern Hemisphere spring snow cover since 1950”. Crok noemt dat een cherry-pick, want volgens ‘veelgebruikte data van de Amerikaanse Rutgers University’ zou er in de wintermaanden juist een kleine toename van de sneeuwbedekking zijn. En dat is de echte cherry-pick. Het IPCC kijkt namelijk niet alleen naar die ene dataset, maar naar alle gegevens die er zijn. En in dat totaal zijn de ‘veelgebruikte data’ van Rutgers de uitzondering. Het IPCC houdt wel rekening met die gegevens en schrijft dan ook (2.3.2.2 p. 2-62) dat er een aanzienlijke onzekerheid is over de trends vanaf 1978 voor de maanden oktober tot en met februari. Maar dat doet niet af aan de constatering dat er, op basis van alle informatie, een afname is als je het over het hele jaar bekijkt. In hoofdstuk 9 van het rapport is te lezen en te zien (zie figuur 9.23 hieronder) dat de trend voor alle maanden van het jaar negatief is.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2021/08/ipcc_ar6_fig_9_23.png?w=500



In het artikel komen ook anderen aan het woord, opvallend genoeg net de mensen die Crok zelf ook heel vaak citeert. Roger Pielke Jr klaagt dat het IPCC de nadruk zou leggen op het meest extreme emissiescenario. Dat hoogste scenario is ‘niet realistisch’ is de klacht. Wie de werkelijke broeikasgasuitstoot vergelijkt met IPCC-scenario’s uit het verleden kan alleen maar concluderen dat het zeker niet het minst realistische scenario is. De realiteit ligt namelijk, zoals dat in de geschiedenis bijna altijd het geval is geweest, veel dichter bij het hoogste dan bij het laagste scenario uit het rapport. En toch heeft dat het IPCC er niet van weerhouden om in het nieuwe rapport een nog optimistischer scenario, met nog minder emissies, toe te voegen. De crux blijft natuurlijk dat de scenario’s geen voorspellingen zijn, maar alleen bedoeld om de volledige bandbreedte in kaart te brengen van mogelijke toekomstige emissies. Het IPCC doet helemaal geen uitspraken over welk scenario meer of minder waarschijnlijk is.

Wel is het zo dat het nieuwe rapport apart aandacht besteedt aan worst-case scenario’s. Terecht, omdat die relevant zijn voor de besluitvorming. Scenario’s met een kleine kans en grote gevolgen kunnen nu eenmaal zwaar meewegen in een risico-analyse, omdat de definitie van risico nou eenmaal kans maal gevolg is. En het IPCC maakt voldoende duidelijk dat dergelijke worst-case scenario’s onwaarschijnlijk zijn, maar niet helemaal uitgesloten.

Een ander punt van kritiek is dan nog dat het IPCC geen rekening zou houden met een schatting van Bjorn Lomborg, dat het aantal extra doden door hitte kleiner zou zijn dan het aantal doden dat minder valt door kou. Waarom dat niet wordt genoemd in het rapport is goed te verklaren: dit soort gevolgen van klimaatverandering valt buiten het aandachtsveld van IPCC Werkgroep I. Anders dan hij beweert neemt het gezondheidsrisico sterker toe bij meer hitte (in de zomer) dan dat het afneemt bij minder kou (in de winter).

De verslaggevers van De Telegraaf doen zelf ook nog een misleidende duit in het zakje. Dit geven ze als verklaring waarom het IPCC-rapport nu uitkomt: “Om wereldleiders, diplomaten en lobbyisten te overtuigen van de noodzaak van klimaatbeleid, legt het IPCC nu alvast de belangrijkste conclusies op tafel.”. De realiteit is heel anders: het IPCC voorziet de wereldpolitiek van objectieve, wetenschappelijke informatie, omdat die daarom heeft gevraagd. Veel subtieler is het antwoord dat ze geven op de vraag of klimaatverandering al invloed heeft op bijvoorbeeld bosbranden en overstromingen. Eerst melden ze dat het IPCC aangeeft dat daarover nog veel onzeker is, om dan af te sluiten met: “De voorspelling is wel dat als de huidige opwarming doorzet, dergelijke weersextremen vaker zullen voorkomen.” Hoewel het er niet letterlijk staat, is de suggestie dat de onzekerheid impliceert dat de menselijk invloed nu nog beperkt is. Maar afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Er zitten twee kanten aan die onzekerheid: de menselijk invloed in het huidige klimaat op dit soort gebeurtenissen kan kleiner, maar ook groter zijn dan wordt gedacht. Maar goed, misschien mag je de Telegraaf-journalisten dit laatste puntje niet echt aanrekenen, omdat het vooral illustreert hoe lastig het is om hier goed over te communiceren.

De twee opiniestukken van Clintel komen van Guus Berkhout. Op 17 juli pleit die, naar aanleiding van de overstromingen in Duitsland, België en Limburg, voor dweilen met de kraan open. Berkhout doet net alsof het nieuws is dat we ons aan moeten passen aan klimaatverandering. Natuurlijk moet dat. Nederland is daar ook al enkele decennia mee bezig. We moeten vooral hopen dat beleidsmakers daarbij niet teveel luisteren naar lieden als Berkhout, die immers al jaren roepen dat het allemaal wel los zal lopen met de gevolgen van klimaatverandering. Het is behoorlijk schaamteloos dat uitgerekend Berkhout nu anderen verwijt dat de aanpassing aan klimaatverandering niet snel genoeg gaat.

Gelukkig is er in Nederland wel geanticipeerd op de voorspelbare gevolgen van het warmer wordende klimaat. Adaptatie maatregelen zoals Ruimte voor de Rivier hebben in Nederland tijdens de hevige buien vorige maand nog veel ergere schade voorkomen. Maar als we even proberen door te spoelen naar de toekomst, met een steeds sneller stijgende zeespiegel waar de rivieren hun water op moeten proberen te lozen, dan zullen we het met alleen adaptatie niet redden. Of slechts tegen exorbitant hoge kosten.

Om ook op de langere termijn droge voeten te houden zullen we naast adaptatie tegelijkertijd de oorzaak van het toenemen van weersextremen moeten aanpakken door de uitstoot van broeikasgassen fors naar beneden te brengen. Doen we dat niet, dan zadelen we onszelf en onze nazaten op met een steeds groter en duurder wordend probleem, waardoor uiteindelijk zelfs de leefbaarheid van onze delta op het spel komt te staan.

Het tweede stuk gaat over de ‘warm lopende’ klimaatmodellen van CMIP6, waar wij in februari 2020 al over schreven. Berkhout beweert dat die het gelijk van pseudosceptici zouden bewijzen. Niets is minder waar. In tegenstelling tot wat pseudosceptici graag suggereren geloven klimaatwetenschappers niet blindelings hun modellen. Volgens Berkhout zouden klimaatwetenschappers nu ‘toegeven’ dat modellen een te hoge klimaatgevoeligheid berekenen. De realiteit is dat klimaatwetenschappers vanaf het allereerste moment dat er nieuwe modelresultaten naar buiten kwamen hebben gezegd dat een aantal modellen wel op een erg hoge klimaatgevoeligheid uitkwam. En dat daar kritisch naar gekeken moest worden. Die klimaatwetenschappers beschuldigt Berkhout er nu, zonder enige reden, van dat ze klimaatmodellen de afgelopen decennia ‘stap voor stap alarmistischer’ gemaakt zouden hebben. Je zou er bijna om lachen als het niet zo diep triest en onzinnig was. Een van die wetenschappers is NASA’s Gavin Schmidt, die Berkhout in zijn stuk erg selectief citeert. Wie echt wil weten hoe integer en genuanceerd Schmidt is kan zijn blog hierover lezen op RealClimate. Het artikel in Science waar hij aan het woord komt en waar Berkhout selectief uit citeert is ook de moeite waard.

Het heeft allemaal geen enkele invloed op de betrouwbaarheid van het nieuwe IPCC-rapport. In de schatting van de klimaatgevoeligheid is rekening gehouden met het feit dat een aantal modellen vermoedelijk te hoog zit. Ook voor toekomstprojecties is hier rekening mee gehouden, door modellen met een te hoge klimaatgevoeligheid minder of zelfs helemaal niet mee te wegen (zg ‘constrained projections’). De realiteit is natuurlijk dat Berkhout zijn misleidende verhaal alleen maar heeft kunnen schrijven dankzij de openheid en integriteit van klimaatwetenschappers. Wetenschappers die de problemen met een aantal modellen – lang niet allemaal, trouwens – naar buiten brachten zodra ze die zagen. En die er natuurlijk in hun projecties rekening mee houden.

https://klimaatveranda.nl/2021/08/12/bij-de-telegraaf-ligt-de-rode-loper-voor-clintel-altijd-klaar/

Alarmerend klimaatrapport van het IPCC, kan Nederland iets doen? (Elsevier)

De aarde warmt sneller op dan eerder gedacht. Dat blijkt uit onderzoek van een groep klimaatonderzoekers in opdracht van de Verenigde Naties. Ook staat het ‘onmiskenbaar’ vast dat mensen voor die opwarming verantwoordelijk zijn. De roep om meer klimaatactie zal na het rapport luider klinken, maar wat kan Nederland nog doen?

Het zesde rapport van de klimaatonderzoekers die door de Verenigde Naties bijeen zijn gebracht, is het alarmistische tot nu toe. In het meest ongunstige scenario zou de temperatuur op aarde tegen het einde van deze eeuw zijn opgelopen met ruim 5 graden. Dat zou zorgen voor extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte of zware regenval, en het leven in diverse regio’s op aarde bedreigen.

Veranderingen van klimaat gaan extreem snel

Extreem weer was de afgelopen maanden geregeld in het nieuws. In Californië woedt de op een na grootste bosbrand in de geschiedenis van de Amerikaanse staat, in Griekenland en Turkije woeden ook grote branden en vorige maand werden delen van Nederland, België en Duitsland geteisterd door zware regenval met watersnood tot gevolg.

De veranderingen van het klimaat gaan extreem snel, zo schrijft het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) in het rapport. De klimaatdeskundigen zeggen dat het afgelopen decennium waarschijnlijk de warmste periode was in de afgelopen 125.000 jaar. Door een combinatie van uitstoot en ontbossing zit de hoeveelheid koolstofdioxide (CO2) in de atmosfeer op een niveau dat ongeveer twee miljoen jaar niet is gezien.

Ook gunstig scenario in klimaatrapport

Door de veranderingen is naast het extreme weer ook de stijging van de zeespiegel voorlopig onomkeerbaar volgens het rapport. Van 2006 tot 2018 is de zeespiegel met 3,7 millimeter per jaar gestegen. Van 1901 tot 1971 was dat 1,3 millimeter per jaar. Het tempo waarmee de stijging gepaard gaat, is afhankelijk van hoe hoog de temperatuur op aarde oploopt.

Sinds 1900 is de temperatuur met 1,1 graad Celsius gestegen. In het gunstigste scenario van het zesde IPCC-rapport loopt de temperatuur nog op tot maximaal 1,8 graad. Dat valt binnen de kaders van het Klimaatverdrag van Parijs dat in 2016 door diverse wereldleiders werd gesloten. Daar spraken zij af zich te zullen inzetten om de temperatuur op aarde niet hoger te laten stijgen dan 2 graden en het liefst 1,5 graad.

Europese landen verlagen uitstoot van broeikasgassen al aanzienlijk

Daarvoor moet de uitstoot van broeikasgassen rap worden verlaagd. Veel westerse landen zijn daar al mee bezig. Ten opzichte van 1990 stoot het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld 40 procent minder CO2 uit, Frankrijk 20 procent en Nederland bijna 25 procent. In 2030 moet de uitstoot van Nederland ten opzichte van 1990 zijn gehalveerd.

In andere landen stijgt de uitstoot van broeikasgassen nog. Onder meer in India en China, de grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld, groeit de uitstoot nog elk jaar. Volgens internationaal onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving was China in 2019 goed voor 27 procent van de uitgestoten broeikasgassen, de lidstaten van de Europese Unie 8 procent en India 7 procent.

Nederland wil grote vervuilers meekrijgen in klimaatbeleid

Naar verwachting neemt het aandeel van China de komende jaren nog verder toe. Pas na 2030 zal China minder broeikasgassen uitstoten. In 2060 wil het land klimaatneutraal zijn, tien jaar later dan de lidstaten van de Europese Unie.

In reactie op het rapport zegt Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD) dat andere landen meer moeten doen. Volgens de demissionair staatssecretaris van Klimaat en Energie maakt het rapport ‘nog eens extra duidelijk dat we de komende decennia de uitstoot van broeikasgassen sterk moeten verminderen’. Tijdens de wereldwijde klimaatconferentie later dit jaar in Glasgow wil Nederland zich inzetten om andere landen scherpere doelen te laten stellen.

The post Alarmerend klimaatrapport van het IPCC, kan Nederland iets doen? appeared first on EWmagazine.nl.

https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2021/08/alarmerend-klimaatrapport-van-het-ipcc-kan-nederland-iets-doen-838631/