Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/136226_Bodo-Nigeria--875x492.jpg

Burgers gaan steeds vaker bij de rechter de strijd aan met overheden en bedrijven die het milieu beschadigen. En de Stop Ecocide Foundation wil dat ‘milieumisdaden’ internationaal erkend worden. ‘Wie bij vervuilende bedrijven aan de knoppen draait, kan dan persoonlijk worden vervolgd.’

In Nigeria lekt al zestig jaar lang, elke dag olie op het land en in de rivieren: de grootste olieramp ter wereld. Shell en andere oliebedrijven die deze vervuiling hebben veroorzaakt, hebben tot op de dag van vandaag niets opgeruimd. Daarom moest Shell vandaag voor de rechter verschijnen. De oliegigant is – in hoger beroep – veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan verschillende Nigeriaanse boeren. Zou zo’n grootschalige milieubeschadiging strafbaar zijn, dan zaten de bazen van Shell allang achter slot en grendel.

Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen nu niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld

Dat is precies waar de Stop Ecocide Foundation voor pleit: misdaden tegen het milieu strafbaar stellen onder de term ‘ecocide’. Volgens Katy Olivia van Tergouw, directeur bij de stichting, is de wereldwijde wetgeving er op dit moment niet op gericht de natuur en de ecosystemen effectief te beschermen. “Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken en de aarde, en al haar bewoners, te beschermen”, zegt Van Tergouw.

De vijfde misdaad

Een grote natuurramp veroorzaakt door de mens, zoals de olieramp in Nigeria, wordt op dit moment niet gezien als een internationaal misdrijf – in tegenstelling tot genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, allen wél internationale misdrijven. Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Als het aan de Stop Ecocide Foundation ligt verandert dat, en wordt ecocide als vijfde internationale misdaad aan dat rijtje toegevoegd. “De mensen die binnen die vervuilende bedrijven op knopjes drukken en verantwoordelijk zijn, kunnen dan persoonlijk worden vervolgd”, legt Van Tergouw uit.

De totstandkoming van het internationaal strafrecht (1998)

Waarom valt ecocide niet al onder het strafrecht? Toen begin jaren 90 de verdragspartijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof binnen het kader van de Verenigde Naties onderhandelden, werd ecocide wel degelijk overwogen. Uiteindelijk werd het uit het concept geschrapt. De misdaden die nu in het internationale verdrag staan, gelden voor 123 landen. Om ecocide als misdrijf toe te voegen, moet een van deze landen eerst een amendement indienen bij het Internationaal Strafhof. De Stop Ecocide Foundation bekijkt momenteel hoe de wet het beste kan worden vormgegeven.

De sneeuwbal blijft rollen

De Stop Ecocide Foundation staat niet alleen in hun missie; van verschillende kanten komt bijval. Vorig jaar riep Paus Franciscus uit dat het vernietigen van de aarde een zonde is en een misdaad zou moeten zijn. Ook hij vindt dat ecocide moet worden opgenomen in het Statuut van Rome. Andere invloedrijke personen als Paul McCartney sloten zich als Aardebeschermer aan bij Stop Ecocide, om de campagne te steunen. Topmodel Cara Delevingne moedigt mensen in een video aan om zich aan te melden bij de campagne.

En al die aandacht werpt z’n vruchten af, vertelt Van Tergouw. “Het proces gaat nu heel hard. Er rolt een gigantische sneeuwbal van de berg die we bijna niet meer hoeven te duwen.” Ze is optimistisch over de weg naar nieuwe wetgeving en verwacht dat de ecocide-wetgeving er over drie tot vijf jaar zal zijn.

De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na

Ondertussen zijn ook andere organisaties bezig om ecologische misdaden via de juridische weg te bestrijden. Belangrijk, vindt ‘klimaatjurist’ Dennis van Berkel; we moeten niet achteroverleunen totdat de ecocidewetgeving er is. Zelf werkt hij aan de klimaatzaak van Urgenda, met als doel om Nederland duurzamer te maken. In juni 2015 won Urgenda, samen met 900 mede-eisers, de zaak tegen de Nederlandse staat. Nederland moet daarom dit jaar 25 procent minder broeikasgassen hebben uitgestoten dan in 1990. Zo’n zaak was nodig, zegt Van Berkel. “De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na.”

Het succes van de klimaatzaak heeft volgens Van Berkel drie oorzaken. Allereerst legden de advocaten precies uit hoe groot de gevaren van klimaatverandering zijn wanneer er geen verdere maatregelen genomen zouden worden. Daarnaast stelden ze dat het een schending van de mensenrechten is, wanneer de overheid de verplichtingen niet nakomt om de inwoners te beschermen. “Dat argument had nog nooit eerder iemand in de rechtbank gemaakt.” Tot slot benadrukte Urgenda dat de overheid zelf had erkend dat de uitstoot met minimaal 25 procent moest worden verminderd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. “Inmiddels weten we dat de gevaarlijke grens veel meer richting de 1,5 graden Celsius ligt. We moeten dus eigenlijk nog sneller naar beneden dan we toen wisten.”

Jongeren

Ook burgers staan niet stil. Zes Portugese jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud stapten begin september naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met een aanklacht tegen 33 landen, waaronder Nederland. Een bijzondere stap, omdat veel klimaatzaken bij de rechter in eigen land beginnen en niet meteen bij het Europees Hof.

De jongeren vinden dat de 33 Europese landen hun toekomst in gevaar brengen en zich te weinig aan het Parijs-akkoord houden. Daarin staat dat landen de opwarming van de temperatuur op aarde moeten beperken tot 2 graden Celsius en daarvoor hun CO2-uitstoot moeten terugdringen.

De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering

De jongeren begonnen zich te verdiepen in het klimaat na dodelijke bosbranden die Portugal in 2017 teisterden, veroorzaakt door hoge temperaturen. Ze vinden dat landen hun recht op leven schenden door te weinig te doen tegen de klimaatcrisis. Logisch dat jongeren nu naar de rechter stappen, vindt Van Berkel.

“Vooral de jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering.” De politiek wordt bovendien gedreven door kortetermijnbelangen en de belangen en rechten van jongeren worden te weinig behartigd, voegt hij toe. “Maar die rechten hébben ze wel, dat maakt dit een ontzettend krachtige beweging.”

Kolencentrales sluiten

Wat kunnen dergelijke klimaatzaken concreet opleveren? In het geval van het Urgenda-vonnis is het duidelijk: nog dit jaar heeft de staat extra maatregelen doorgevoerd om aan de uitspraak te voldoen. De overheid maakt daarvoor gebruik van het maatregelenpakket dat Urgenda voorlegde; 30 van de 54 maatregelen worden overgenomen en geïmplementeerd.

Als de Portugese jongeren hun zaak winnen, moeten de 33 aangeklaagde landen verplicht actie ondernemen tegen klimaatverandering

Zo worden onder meer kolencentrales gesloten en gaat er meer geld naar hernieuwbare energie. “Hiermee zou het doel gehaald moeten kunnen worden”, zegt Van Berkel. Toch zijn we er nog niet, vindt hij. “Steken we het geld om de economie na de coronacrisis te verbeteren in KLM of in de duurzame economie? De overheid heeft de macht en de middelen om de verandering door te voeren die noodzakelijk is.”

In de Portugese klimaatzaak doen de jongeren een beroep op de mensenrechten en de plicht van het Europees Hof om die na te streven. Dat is nog nooit eerder voorgekomen: een klimaatzaak op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als de jongeren deze zaak winnen, zullen alle 33 landen verplicht worden om actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Troep opruimen

Met de olieramp in Nigeria als hoofdreden is Shell in december voor de rechter verschenen. Volgens aanklager Milieudefensie is Shell de grootste vervuiler van Nederland; ze eist daarom dat Shell de olie opruimt en een schadevergoeding betaalt aan de vele getroffen boeren. Het lek heeft namelijk verwoestende effecten gehad op de voedselvoorziening, maar ook de huisvesting en het drinkwater van veel Nigerianen. Naast de schade aan het milieu wordt hier dus ook het mensenrecht geschonden.

De uitspraak in dit proces volgde op 29 januari. Milieudefensie heeft de zaak gewonnen, wat betekent dat Shell een schadevergoeding zal moeten betalen die de boeren compenseert voor de schade. De hoogte van deze schadevergoeding wordt later bekendgemaakt. Het hof eist ook dat Shell in een van de gebieden een olielekdetectiesysteem aanlegt, waardoor toekomstige lekkages eerder worden ontdekt. ‘Shell moet zelf zijn troep in Nigeria opruimen’, aldus Milieudefensie.

Het nieuwe normaal

Volgens Van Tergouw is het hoog tijd voor de overstap van het huidige systeem naar een groen systeem. “Mensen zijn bang dat de economie zal instorten door grote veranderingen op het gebied van klimaatmaatregelen. Maar het tegendeel is waar”, zegt ze. Het zou juist een enorme positieve impact hebben als alle subsidies die nu nog naar de fossiele industrie gaan (ruim 8 miljard euro per jaar), naar groene energie zouden stromen. Het zal overheden en ceo’s dwingen om beter te handelen. “Als er niet meer op grote schaal ontbost mag worden, dan moeten we wel op zoek gaan naar andere manieren om geld te verdienen.”

Weinig plastic gebruiken, minder lang douchen: daar gaan we het niet mee redden

We zullen moeten wennen aan dat ‘nieuwe normaal’, zegt Van Tergouw. En een nieuw systeem dwingt overheden om hun verantwoordelijkheid te nemen. “De focus ligt nu nog erg op de consument: weinig plastic gebruiken, minder lang douchen. Daar gaan we het niet mee redden, want de echte grote vervuiler is de industrie.”

Van Berkel is het daarmee eens; de coronacrisis laat zien dat er ontzettend veel maatregelen genomen kunnen worden als de urgentie maar groot genoeg is, ziet hij. “De overheid heeft de middelen. Het probleem is veel te groot om zomaar bij de burgers neer te leggen. Ze kunnen dit zelf nooit helemaal oplossen. Vanaf nu moeten we elk jaar zeggen: hoe kunnen we nog een stapje verder?”

De oorspronkelijke versie van dit artikel verscheen in oktober 2020.

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Vandaag in de rechtbank: het klimaat vs de Staat

Nienke Taalman

Het bericht Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/klimaatonrecht/moet-de-directeur-van-shell-straks-de-gevangenis-in-voor-ecocide/

Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/136226_Bodo-Nigeria--875x492.jpg

Burgers gaan steeds vaker bij de rechter de strijd aan met overheden en bedrijven die het milieu beschadigen. En de Stop Ecocide Foundation wil dat ‘milieumisdaden’ internationaal erkend worden. ‘Wie bij vervuilende bedrijven aan de knoppen draait, kan dan persoonlijk worden vervolgd.’

In Nigeria lekt al zestig jaar lang, elke dag olie op het land en in de rivieren: de grootste olieramp ter wereld. Shell en andere oliebedrijven die deze vervuiling hebben veroorzaakt, hebben tot op de dag van vandaag niets opgeruimd. Van de aanbevelingen voor schadeherstel die de VN negen jaar geleden aan Shell deed, is weinig terecht gekomen. Zou zo’n grootschalige milieubeschadiging strafbaar zijn, dan zaten de bazen van Shell allang achter slot en grendel.

Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen nu niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld

Dat is precies waar de Stop Ecocide Foundation voor pleit: misdaden tegen het milieu strafbaar stellen onder de term ‘ecocide’. Volgens Katy Olivia van Tergouw, waarnemend directeur bij de stichting, is de wereldwijde wetgeving er op dit moment niet op gericht de natuur en de ecosystemen effectief te beschermen. “Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken en de aarde, en al haar bewoners, te beschermen”, zegt Van Tergouw.

De vijfde misdaad

Een grote natuurramp veroorzaakt door de mens, zoals de olieramp in Nigeria, wordt op dit moment niet gezien als een internationaal misdrijf – in tegenstelling tot genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, allen wél internationale misdrijven. Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Als het aan de Stop Ecocide Foundation ligt verandert dat, en wordt ecocide als vijfde internationale misdaad aan dat rijtje toegevoegd. “De mensen die binnen die vervuilende bedrijven op knopjes drukken en verantwoordelijk zijn, kunnen dan persoonlijk worden vervolgd”, legt Van Tergouw uit.

De totstandkoming van het internationaal strafrecht (1998)

Waarom valt ecocide niet al onder het strafrecht? Toen begin jaren 90 de verdragspartijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof binnen het kader van de Verenigde Naties onderhandelden, werd ecocide wel degelijk overwogen. Uiteindelijk werd het uit het concept geschrapt. De misdaden die nu in het internationale verdrag staan, gelden voor 123 landen. Om ecocide als misdrijf toe te voeren, moet een van deze landen eerst een amendement indienen bij het internationaal strafrecht. De Stop Ecocide Foundation bekijkt momenteel hoe de wet het beste kan worden vormgegeven.

De sneeuwbal blijft rollen

De Stop Ecocide Foundation staat niet alleen in hun missie; van verschillende kanten komt bijval. Vorig jaar riep Paus Franciscus uit dat het vernietigen van de aarde een zonde is en een misdaad zou moeten zijn. Ook hij vindt dat ecocide moet worden opgenomen in het Statuut van Rome. Andere invloedrijke personen als Paul McCartney sloten zich als ‘Aardebeschermer’ aan bij Stop Ecocide, om de campagne te steunen. Topmodel Cara Delevingne moedigt mensen in een video aan om zich aan te melden bij de campagne.

En al die aandacht werpt z’n vruchten af, vertelt Van Tergouw. “Het proces gaat nu heel hard. Er rolt een gigantische sneeuwbal van de berg die we bijna niet meer hoeven te duwen.” Ze is optimistisch over de weg naar nieuwe wetgeving en verwacht dat de ecocide-wetgeving er over drie tot vijf jaar zal zijn.

De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na

Ondertussen zijn ook andere organisaties bezig om ecologische misdaden via de juridische weg te bestrijden. Belangrijk, vindt ‘klimaatjurist’ Dennis van Berkel; we moeten niet achteroverleunen totdat de ecocidewetgeving er is. Zelf werkt hij aan de klimaatzaak van Urgenda, met als doel om Nederland duurzamer te maken. In juni 2015 won Urgenda, samen met 900 mede-eisers, de zaak tegen de Nederlandse staat. Nederland moet daarom dit jaar 25 procent minder broeikasgassen hebben uitgestoten dan in 1990. Zo’n zaak was nodig, zegt Van Berkel. “De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na.”

Het succes van de klimaatzaak heeft volgens Van Berkel drie oorzaken. Allereerst legden de advocaten precies uit hoe groot de gevaren van klimaatverandering zijn wanneer er geen verdere maatregelen genomen zouden worden. Daarnaast stelden ze dat het een schending van de mensenrechten is, wanneer de overheid de verplichtingen niet nakomt om de inwoners te beschermen. “Dat argument had nog nooit eerder iemand in de rechtbank gemaakt.” Tot slot benadrukte Urgenda dat de overheid zelf had erkend dat de uitstoot met minimaal 25 procent moest worden verminderd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. “Inmiddels weten we dat de gevaarlijke grens veel meer richting de 1,5 graden Celsius ligt. We moeten dus eigenlijk nog sneller naar beneden dan we toen wisten.”

Jongeren

Ook burgers staan niet stil. Zes Portugese jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud stapten begin september naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met een aanklacht tegen 33 landen, waaronder Nederland. Een bijzondere stap, omdat veel klimaatzaken bij de rechter in eigen land beginnen en niet meteen bij het Europees Hof.

De jongeren vinden dat de 33 Europese landen hun toekomst in gevaar brengen en zich te weinig aan het Parijs-akkoord houden. Daarin staat dat landen de opwarming van de temperatuur op aarde moeten beperken tot 2 graden Celsius en daarvoor hun CO2-uitstoot moeten terugdringen.

De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering

De jongeren begonnen zich te verdiepen in het klimaat na dodelijke bosbranden die Portugal in 2017 teisterden, veroorzaakt door hoge temperaturen. Ze vinden dat landen hun recht op leven schenden door te weinig te doen tegen de klimaatcrisis. Logisch dat jongeren nu naar de rechter stappen, vindt Van Berkel.

“Vooral de jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering.” De politiek wordt bovendien gedreven door kortetermijnbelangen en de belangen en rechten van jongeren worden te weinig behartigd, voegt hij toe. “Maar die rechten hébben ze wel, dat maakt dit een ontzettend krachtige beweging.”

Kolencentrales sluiten

Wat kunnen dergelijke klimaatzaken concreet opleveren? In het geval van het Urgenda-vonnis is het duidelijk: nog dit jaar heeft de staat extra maatregelen doorgevoerd om aan de uitspraak te voldoen. De overheid maakt daarvoor gebruik van het maatregelenpakket dat Urgenda voorlegde; 30 van de 54 maatregelen worden overgenomen en geïmplementeerd.

Als de Portugese jongeren hun zaak winnen, moeten de 33 aangeklaagde landen verplicht actie ondernemen tegen klimaatverandering

Zo worden onder meer kolencentrales gesloten en gaat er meer geld naar hernieuwbare energie. “Hiermee zou het doel gehaald moeten kunnen worden”, zegt Van Berkel. Toch zijn we er nog niet, vindt hij. “Steken we het geld om de economie na de coronacrisis te verbeteren in KLM of in de duurzame economie? De overheid heeft de macht en de middelen om de verandering door te voeren die noodzakelijk is.”

In de Portugese klimaatzaak doen de jongeren een beroep op de mensenrechten en de plicht van het Europees Hof om die na te streven. Dat is nog nooit eerder voorgekomen: een klimaatzaak op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als de jongeren deze zaak winnen, zullen alle 33 landen verplicht worden om actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Troep opruimen

Met de olieramp in Nigeria als hoofdreden zal ook Shell in december voor de rechter verschijnen. Volgens aanklager Milieudefensie is Shell de grootste vervuiler van Nederland; ze eist daarom dat Shell de olie opruimt en een schadevergoeding betaalt aan de vele getroffen boeren. Het lek heeft namelijk verwoestende effecten gehad op de voedselvoorziening, maar ook de huisvesting en het drinkwater van veel Nigerianen. Naast de schade aan het milieu wordt hier dus ook het mensenrecht geschonden.

De uitspraak in dit proces zal naar verwachting begin 2021 volgen. Als Milieudefensie de zaak wint, zal Shell een schadevergoeding moeten betalen die de boeren compenseert voor de schade. Ook wil Milieudefensie dat Shell haar pijpleidingen beter onderhoudt en de verantwoordelijkheid niet langer afschuift op anderen. ‘Shell moet zelf zijn troep in Nigeria opruimen’, aldus Milieudefensie.

Het nieuwe normaal

Volgens Van Tergouw is het hoog tijd voor de overstap van het huidige systeem naar een groen systeem. “Mensen zijn bang dat de economie zal instorten door grote veranderingen op het gebied van klimaatmaatregelen. Maar het tegendeel is waar”, zegt ze. Het zou juist een enorme positieve impact hebben als alle subsidies die nu nog naar de fossiele industrie gaan (ruim 8 miljard euro per jaar), naar groene energie zouden stromen. Het zal overheden en ceo’s dwingen om beter te handelen. “Als er niet meer op grote schaal ontbost mag worden, dan moeten we wel op zoek gaan naar andere manieren om geld te verdienen.”

Weinig plastic gebruiken, minder lang douchen: daar gaan we het niet mee redden

We zullen moeten wennen aan dat ‘nieuwe normaal’, zegt Van Tergouw. En een nieuw systeem dwingt overheden om hun verantwoordelijkheid te nemen. “De focus ligt nu nog erg op de consument: weinig plastic gebruiken, minder lang douchen. Daar gaan we het niet mee redden, want de echte grote vervuiler is de industrie.”

Van Berkel is het daarmee eens; de coronacrisis laat zien dat er ontzettend veel maatregelen genomen kunnen worden als de urgentie maar groot genoeg is, ziet hij. “De overheid heeft de middelen. Het probleem is veel te groot om zomaar bij de burgers neer te leggen. Ze kunnen dit zelf nooit helemaal oplossen. Vanaf nu moeten we elk jaar zeggen: hoe kunnen we nog een stapje verder?”

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Vandaag in de rechtbank: het klimaat vs de Staat

Nienke Taalman

Het bericht Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/moet-de-directeur-van-shell-straks-de-gevangenis-in-voor-ecocide/

Perspectiefnota 2020 vastgesteld (ChristenUnie Almelo)

http://almelo.christenunie.nl/l/library/download/urn:uuid:47ec92e9-2ede-45ad-ae35-7db4439ad0e4/stadhuis_19de.jpg?color=ffffff&scaleType=5&width=168&height=168&ext=.jpg

Elk voorjaar stelt de Raad een zogenaamde Perspectiefnota vast waarin zowel inhoudelijk als financieel wordt vooruitgekeken. In het najaar wordt dit perspectief dan vertaald in een begroting voor 2021. Dit jaar was er ook een tussenbalans met een terugblik op twee jaar beleidsinspanningen van dit college. En er was een Corona-spiegel met een eerste inschatting van de impact van de Corona-crisis.

De Raad vergaderde een hele dag. De eerste zeven uur betroffen algemene beschouwingen van de fracties, en een reactie van het college. Pas daarna kwam het debat op gang dat zich hoofdzakelijk toespitste op de voorgestelde bezuinigingen op subsidies. Het college van burgemeester en wethouders wil met de betrokken organisaties zoeken naar oplossingen, maar wel aan de bezuinigingen vasthouden. Een groot deel van de oppositie wil eerst de toezegging dat de bezuiningen niet door gaan, en dan pas in gesprek. Het leidde tot een debat dat niet over inhoud ging, maar over proces. Na tien uur 's avonds stemden uiteindelijk de coalitiepartijen (CDA, VVD, Lokaal Almelo Same en ChristenUnie) en Democraten.nu voor de Perspectiefnota, en de rest van de oppostiepartijen tegen. Laast genoemden lieten hun frustratie regelmatig de vrije loop gaan, en enkelen gaven zelfs gaven vanaf nu niet meer bereid te zijn tot een constructieve houding, hetgeen wij betreuren. Al met al niet heel verheffend en zeker niet iets waar de stad op zit te wachten. Wij zullen ons echter ten alle tijden blijven inzetten voor het welzijn van de stad.

Onderstaand vind u onze algemene beschouwingen. Wij hadden het initiatief genomen tot twee voorstellen (moties), namelijk het stimuleren van regentonnen om hemelwater langer vast te houden, en een voorstel om de Bibliotheek te helpen met innovatieve ideeën rond de bezuiningen. Beide moties werden ruim aangenomen. daarnaast waren we mede-indiener van moties om oplossingen te verkrijgen rond Kaliber en rond het Stadsmuseum, om via een kernachtige visie op de stad het groen en blauw in de stad te versterken (o.a. bevaarbaarheid kanaal Almelo-Nordhorn), om signalen naar Den Haag te geven dat gemeenten voldoende geld moeten krijgen (herverdeling gemeentefonds) en dat er meer waardering moet komen voor verpleegkundigen, en dat Almelo zich moet aansluiten bij de Coalition of the Willing waar het gaat om de opvang van vluchtelingenkinderen. Al deze moties werden aangenomen.

Perspectiefnota 2020: Bijdrage ChristenUnie Almelo

30 juni 2020

Almelo zit financieel weer in de lift. Waar eind 2016 de gemeente Almelo nog beschikte over een eigen vermogen van 8,6 miljoen euro negatief hebben we exact drie jaar later eigen vermogen van 25,7 miljoen euro positief. Daarmee is een enorme stap gezet, een prestatie van formaat. Op basis van de begroting 2020 gaf het provinciebestuur in december 2019 al aan om het preventief toezicht om te zetten in normaal (repressief) toezicht. Het herstel is broos en kwetsbaar, maar er is vertrouwen in de aanpak van Almelo. De interne processen komen steeds beter op orde, wat zelfs leidt tot ongekende complimenten van de accountant over de IT-beheersingsmaatregelen: “De gemeente is in de sector hier vrij uniek in en wij willen u dan ook complimenteren hiermee. Hierdoor zijn wij in staat om in onze controle te steunen op de systemen in scope, te weten [...]”. Reden voor onze fractie om de jaarverantwoording 2019 voor te dragen voor raadsmeter. En ook de Perspectiefnota 2019 toont een rooskleurig meerjarenperspectief. Chapeau!

De inwoners merken dit ook. De waarderingscijfers stijgen. De binnenstad knapt zichtbaar op. Niet alles zal direct goed gaan en waar mensen werken worden fouten gemaakt, maar er is licht aan het einde van de tunnel. Almelo kijkt positief vooruit. Zelfs een TV-dramaserie als ‘Opstandelingen’ doet daar niets aan af. Het roept weliswaar buiten Almelo een bedenkelijk beeld van de stad op, en het doet ons aanzien in de regio geen goed, maar de Almeloër zelf herkent zich niet in het beeld dat wordt geschetst van de stad. De inwoners worden juist steeds positiever over de stad. Gegeven ons regenteske verleden worden vriendjespolitiek en ondermijning juist aangepakt als nooit tevoren. Neemt niet weg dat we als stad ons voordeel moeten doen met elk signaal dat wordt gegeven. Laten echter ook de politici in dit programma zelf behoedzaam zijn voor cliëntelisme in het afwegen van het algemeen belang tegen het deelbelang van de betrokken achterban. Voor ons als ChristenUnie geldt dat we een partij zijn van Christenen, voor iedereen. Om elke vorm van belangenverstrengeling te voorkomen kun je beter juist wat ‘strenger’ zijn voor de eigen achterban.

Dat brengt ons bij de Raad. Het programma Opstandeling brengt de raad tot ongekende eensgezindheid. Er lijkt een ‘gemeenschappelijke vijand’ te zijn gevonden. Voor je het weet is er een cordon sanitaire tegen een enkel raadslid. Is dat wat de stad van ons vraagt en wat de stad vooruit helpt? Dat kan niet de bedoeling zijn. Ondertussen worden op andere dossiers harde woorden gebruikt. “Geacht college, jullie zijn mijn stad aan het uitmoorden” twittert een gerespecteerd oud-raadslid van de PvdA. Het gaat om subsidies en we vliegen er weer keihard in, net als bij de Kolkschool, Soweco, de procedures binnen de raad, waar niet eigenlijk. De ChristenUnie wil een oproep doen om welles-nietes standpuntdiscussies te verruilen voor het zoeken naar gezamenlijke belangen. Wij denken dat het de raad hierbij zal helpen als de structuren wat worden ‘vereenvoudigd’ door de verordening op het Raadspresidium en/of het reglement van orde aan te passen. Wij zullen hier in het kader van het BOB-proces met concrete voorstellen op terugkomen.

Soweco is wat ons betreft een mooi voorbeeld waar het bestuur (de wethouders van de zes betrokken gemeenten) en de Raad van Commissarissen mijlenver uit elkaar lagen; maar niettemin –en al of niet knarsetandend– de stap is gezet naar een contourennota met gedeelde uitgangspunten waarin gezamenlijk vooruit wordt gekeken. Standpunten worden ingeruild voor belangen waarmee een ‘vechtscheiding’ voorkomen. Neemt niet weg dat ook in dit dossier vooraf onnodig veel onrust en schade is berokkend vanuit eigen profileringsdrang, door vele geledingen, zelfs door de OR.

En dan komt Corona. Wat de impact hiervan is op het beleid, op de stad, op armoede en financiën, we weten het niet. Zoals ook in de inmiddels verschenen voorjaarsrapportage verwoord (pag. 2 raadsvoorstel): “Maar één ding is zeker; er is veel onzekerheid.” Wij gaan onderstaand op Corona in op basis van onze eigen speerpunten.

Iedereen telt mee

Toen de coronacrisis uitbrak lag alle accent op corona en vooral de technische middelen (IC-capaciteit) om de coronapatiënten in leven te houden. Logisch, het was een onzekere situatie en niemand wist waar het heen ging. Patiënten, vooral ouderen, werden geïsoleerd. De familie mocht er hopelijk bij als ze overleden. Het crisisbeleid is achteraf gezien vreemd omdat vanuit de geriatrie al langer bekend is dat ouderen meer opzien tegen de manier waarop ze overlijden, dan tegen het overlijden zelf. Inmiddels weten we ook dat het stopzetten van de reguliere zorg circa tien keer zoveel gezonde levensjaren heeft gekost als dat de coronahulp heeft opgeleverd[1]. De meest kwetsbare groep, onze ouderen dus, sloten we op in verpleegtehuizen. Daar zagen ze vanuit hun raam dat de buurman, die het appartement huurt, gewoon in en uit kan lopen. Maar ouderen in de verzorging werden uit het maatschappelijk leven gesloten. Vanaf 15 juni mogen bewoners van verpleeghuizen weer bezoek ontvangen van meerdere bezoekers, indien het verpleeghuis vrij van corona-besmettingen is. Vanaf 1 juni kunnen ouderen ook weer naar de dagbesteding. Elk verpleeghuis maakt echter zelf een plan voor de aangepaste bezoekregeling, wat leidt tot heel veel maatwerk en/of verschillen. Het is een ingewikkelde puzzel, dat zien wij ook, maar de fractie van de ChristenUnie Almelo vindt dat er meer aandacht moet komen voor de kwaliteit van leven en het “waardig ouder worden”. Eenzaamheid is sowieso een groot probleem. Vrijwilligers die bezoekwerk doen zijn op dit moment niet welkom in het verpleeghuis. Wij roepen de politiek op hier meer aandacht voor te hebben. Gelukkig worden vanaf 1 juli de maatregelen verder versoepeld en lijkt de hoogste nood gelenigd.

Kinderen zijn de toekomst

Corona is ook een risico voor de vluchtelingenkampen in Griekenland. Kamp Moria op Lesbos is zwaar overbevolkt. Ruim twintigduizend mensen zitten in een kamp dat bedoeld is voor ongeveer drieduizend personen. Eén toilet wordt gedeeld door ruim tweehonderd mensen. In Nederland roepen de maatschappelijke organisaties Stichting Vluchteling, Vluchtelingenwerk Nederland en Defence for Children Nederlandse gemeenten op tot het vormen van een ‘Coalition of the Willing’ om in totaal 500 alleenstaande vluchtelingenkinderen op te vangen. Vele gemeenten sluiten zich aan, waaronder Enschede, Hengelo en Hof van Twente. De fractie van de ChristenUnie heeft schriftelijke vragen gesteld over hoe Almelo hierin staat. De houding is afwachtend, ook omdat het kabinet opvang in Griekenland wil financieren. In middels is duidelijk dat die plannen vooral op papier bestaan[2]. Hoe groot is het draagvlak ik de raad om als Almelo aan te sluiten bij de Coalition of the Willing? Onderzoek toont aan dat tachtig procent van de Nederlanders mensen die vluchten voor oorlog of vervolging wil opvangen[3]. Dat is opvallend hoog. We mogen hopen dat de Almelose Raad een gezonde afspiegeling is van de samenleving. Op dit punt zullen we samen met GroenLinks met een motie komen. Onderzoek toont ook aan dat asielzoekers veel beter integreren dan de meeste Nederlanders denken. Dat asielzoekers als een groot probleem worden gezien is vooral de vrucht van de politiek. Wij betreuren dit ten zeerste en roepen op om anderen te behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden.

(Godsdienst)vrijheid

De fractie van de ChristenUnie vindt de aandacht voor kerken in coronatijd uit balans. Toen de eerste aandacht van de zorg af was, kreeg vooral de economie aandacht. Zeker, ondernemers hebben het heel zwaar en verdienen aandacht. Maar waar kappers weer mogen knippen, kan een dominee nauwelijks dopen. Waar de horeca weer volstroomt, zitten kerken met veel strengere restricties. In Amsterdam stroomt de dam vol en wordt niet ingegrepen omdat de demonstratie zo belangrijk is. Maar vrijheid van Godsdienst ligt nota bene in de grondwet vast terwijl kerkdiensten zelfs in de openlucht niet mogelijk bleken. Als er maatschappelijke druk wordt uitgeoefend vanuit sectoren die de samenleving belangrijk vindt, heeft dat duidelijk prioriteit. Kerken wordt geadviseerd het vooral rustig aan te doen. Daarmee wordt geen recht gedaan aan het belang van kerkdiensten. Religieuze gemeenschappen hebben maandenlang hun geloof niet actief met elkaar kunnen delen, terwijl samenkomst belangrijk is voor het bemoedigen en aansterken van elkanders en eenieders geloof. Vanaf 1 juni mogen diensten weer worden gehouden met 30 personen, vanaf 1 juli met 100 personen zonder registratie; of met meer als de omstandigheden dit toelaten en protocollen worden gevolgd. In Amsterdam is de vraag naar kerkdiensten in de openlucht gekomen, en ook in Almelo speelt deze vraag bij meerdere kerken. In Den Haag zijn onder de regelgeving van demonstratie, betoging en/of manifestatie al diensten buiten gehouden (Westbroekpark). Graag zien we dit ook in Almelo gebeuren opdat de gemeente weer kan samenkomen. Inmiddels lijkt dat met de nieuwe maatregelen per 1 juli ook te kunnen.

Droogte

Voor de Coronacrisis was er veel aandacht voor het milieu, denk aan het Programma Aanpak Stikstof en strenge normen rond PFAS. Nu lijkt het milieu ineens naar het tweede of derde plan verdrongen. Toch is met name de huidige droogte een groot probleem. Gelukkig zien ook steeds meer mensen dat. Behalve directe gevolgen voor de natuur (weidevogels, bosbranden) en landbouw (slechtere gewasgroei) geeft dit ook problemen als bodemdaling en zorgen over de hoeveelheid beschikbaar drinkwater. In de Almelose raad speelt een discussie om de afvalstoffenheffing en/of rioolheffing te relateren aan het aantal personen in een huishouden. Eerlijker zou eigenlijk zijn om te kijken naar het daadwerkelijke afval of waterverbruik. Inwoners die hun regenwaterafvoer afkoppelen van het riool en/of vasthouden in de tuin door zo min mogelijk betegeling zouden eigenlijk korting moeten krijgen op de rioolheffing. Daar gaat een positieve stimulans vanuit. Alle beetjes helpen. De fractie van de ChristenUnie wil in deze context een ander voorstel doen. Vergroening van tuinen moet uiteraard worden aangemoedigd (cq. het betegelen van tuinen kan worden ontmoedigd; gevoel van ‘steenschaamte’). We komen aanvullend met een motie om het vasthouden van water via regentonnen te stimuleren.

Subsidies

Er is veel te doen over kortingen op subsidies. Terecht wordt gezegd: Wat is effect van de bezuinigingen? Dat willen wij ook zien. De fractie van de ChristenUnie zou echter nog een stap verder willen gaan: Graag vernemen we niet alleen het effect van het schrappen van het bezuinigde deel; maar idem dito het maatschappelijk effect van het niet bezuinigde deel. Het is bij een subsidie absolute noodzaak dat vooraf heldere afspraken worden gemaakt over wat de gemeente wil bereiken met het verlenen van een subsidie; hoe het ook bijdraagt aan de doelstellingen van de gemeente; en hoe dit wordt gemeten in termen van direct resultaat (output) en maatschappelijke impact (outcome). Het is dan ook even noodzakelijk dat wordt geëvalueerd (1) of de prestatie is geleverd die is afgesproken, (2) of er het gewenste effect is geweest, (3) of het aannemelijk is dat de subsidie heeft bijgedragen aan dit effect, en (4) of er sprake is van doeltreffendheid: dat wil zeggen dat zonder subsidie het effect niet was bereikt. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt het wettelijk kader voor subsidiëring en verplicht bestuursorganen zelfs om eens in de vijf jaar verslag te doen van de doeltreffendheid van een subsidieregeling. Vorig jaar heeft onze fractie dit ook al aangekaart bij de behandeling van de Perspectiefnota 2019.

In opdracht van de raad is bijna 10% op de subsidies bezuinigd. Conform onze wens is hierbij niet geschraapt op kleine bedragen maar zijn de waarderingssubsidies in stand gehouden en zijn een aantal ‘grote posten’ bezuinigd conform ook de eerdere moties van de raad. Wij kunnen de haalbaarheid van alle bezuinigingen niet geheel overzien, en hebben ook wel zorgen rond de bibliotheek, de muziekschool, het welzijnswerk en het stadsmuseum, maar hebben vertrouwen in een goede en gedragen uitwerking, net als bij Soweco. Wel zouden we graag zien dat het hele subsidieproces een keer wordt doorgelicht, en dat zo nodig verordeningen worden aangepast. Uitgangspunt moet daarbij zijn de tijdelijkheid van subsidie, de doeltreffendheid (effectief) en de doelmatigheid (efficiënt). Een subsidie die niet doeltreffend is dient in zijn geheel te worden geschrapt. Doelmatigheid (het bereiken van het doel met gebruik van zo weinig mogelijk middelen) vereist dat er vooral wordt bezuinigd op overhead, directeuren en gebouwen. De door Avedan met subsidies opgebouwde algemene reserve van meer dan twee miljoen kan niet. Ons standpunt is hier hetzelfde als bij Regio Twente: terugbetalen! Cultuur, bibliotheek en welzijnswerk zouden ook nog meer in samenhang kunnen worden bekeken. We komen op dit punt met een motie rond de Bibliotheek.

Wijksturing

Het college wil de wijksturing door ontwikkelen. Prima, de ChristenUnie waardeert het eigene van wijken en buurten. De gemeente moet alle mogelijkheden benutten om bewoners van buurten (wijken) te betrekken bij zaken die hen raken. Daarmee gaat de ChristenUnie voor specifiek wijkenbeleid, niet alleen voor het Nieuwstraatkwartier, maar voor alle wijken. Een betrokken wijkenbeleid vraagt om het inzetten van ‘wijkambassadeurs’. Dit zijn inwoners die met beide benen in de buurt staan en een makkelijke toegang hebben tot ambtenaren, raadsleden en wethouders. De ChristenUnie wil wijken/buurten eigen verantwoordelijkheid geven, ondersteund met eigen budgetten. De kracht van de buurt is daarbij uitgangspunt. Buurtplatforms, wijkorganen en/of coöperaties worden gefaciliteerd om hun belangen-vertegenwoordigende rol te kunnen vervullen. Voorwaarde is wel dat er een duidelijk draagvlak voor de vereniging in de wijk moet worden aangetoond. Voor een degelijk beleid is het noodzakelijk beleidsvrijheid te geven om kleine projecten slagvaardig te kunnen aanpakken.

Tenslotte

De ChristenUnie fractie hoopt van harte dat er tussen raad, college en maatschappelijke partners een nieuwe samenwerking en rolverdeling ontstaat waarbij eigen profilering opzij wordt gezet voor het algemeen belang, die waarborgt dat het perspectief voor alle inwoners verbetert en dat er in ieder geval voor de kwetsbare inwoners van Almelo sprake is van sociale stijging.

De ChristenUnie fractie wenst raad, college en ambtelijke organisatie daarbij Gods zegen toe.

Fractie ChristenUnie

Wouter Teeuw & Jeanet Buikema

https://almelo.christenunie.nl/k/n5993/news/view/1317634/173756/perspectiefnota-2020-vastgesteld.html

Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? (HP/De Tijd)

Een eerlijke, verantwoorde supermarktketen. Met verse streekproducten. Gezond en duurzaam, maar bovenal lekker. Voor de cultural creative, de grootstedelijke, geëngageerde klant met een goed inkomen die is geïnteresseerd in cultuur en natuur en liever leest dan tv kijkt. Toen Quirijn Bolle en Meike Beeren in 2008 aan de Overtoom in Amsterdam hun eerste Marqt-winkel openden, hadden ze hun doelgroep scherp op het netvlies. Bij de reguliere supermarkten kwamen deze ‘deugmensen’ er maar bekaaid vanaf, meenden de twee voormalige Ahold-managers. Dat gingen zij veranderen. Zo’n 25 filialen wilden ze, om te beginnen, en dan vooral in de Randstad. Leveranciers vinden was geen probleem. Mijnboer uit het Friese Sint Annaparochie zorgde voor de groente en het fruit, Waterlant’s Weelde uit het Noord-Hollandse Oosthuizen voor het vlees en Weerribben Zuivel uit het Overijsselse gehucht Nederland voor de zuivel. De opening was spectaculair – de huisgemaakte truffelmayonaise liep als een malle, de visboer moest zelfs drie keer naar de afslag. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond; achttien telde de keten er eind 2018, waarvan de helft in Amsterdam. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond Maar winst heeft Marqt in al die jaren nooit gemaakt. Voor de investeerders, waaronder Triodos Bank, begin vorig jaar reden om aan te sturen op een stevige koerswijziging – de grote filialen werden verkocht – en op zoek te gaan naar een strategische partner. Dat laatste is, na lang tegenspartelen van Beeren en – vooral – Bolle, gelukt. Udea, eigenaar van onder meer de biologische supermarktketen Ekoplaza, heeft Marqt overgenomen. Ook Beeren en Bolle, in 2010 nog verkozen tot Amsterdammer van het jaar, moesten hun belangen aan Udea verkopen. De deconfiture van Marqt roept vragen op. Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? Op expeditie langs retailexperts, duurzaamheidsdeskundigen en de coo’s (chief organic officers) van de lage landen. Biosupers. Natuurvoedingswinkels. Alternatieve of -kabouterwinkels. Hoe ze zichzelf ook mogen noemen, wie zich enigszins verdiept in de historie van deze biologische speciaalzaken wordt één ding al snel duidelijk: echt florerend is de sector in Nederland nooit geweest. Eigenlijk al vanaf den beginne: de komst van de reformwinkels, de voorlopers van de natuurvoedingswinkels. Interieur winkel met biologische dynamische producten. (1981) Een andere samenleving, met onder meer gezonde natuurlijke voeding en geneesmiddelen, was een belangrijk ideaal van de reformbeweging, die aan het einde van de negentiende eeuw in Duitsland ontstond. Ook in Nederland koos een aantal intellectuelen en idealisten in de jaren twintig naar Duits voorbeeld voor een sober leven vol rauwkost en granen. Dertig reformzaken telde ons land in 1961. In 1975 waren dat er honderd; inmiddels zijn het er naar schatting zo’n tweehonderd. Winkels vol dieet- en natuurlijke – lees: niet geraffineerde – producten. Koudgeslagen zonnebloemolie in plaats van dierlijk vet, zee- of titrozout in plaats van keukenzout, zemelen en koffie van cichorei. Tweemaal beleefde de branche een kortstondige opleving. Eerst na de Planta-affaire; dit was een populair margarinemerk van Unilever, waaraan de producent in 1960 een anti-spatemulgator had toegevoegd die bij zo’n 100.000 mensen huiduitslag en koorts veroorzaakte. Honderden mensen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis, vier overleden. En de tweede keer door de toenemende populariteit van de op het zenboeddhisme gebaseerde macrobiotiek – 50 procent granen, 25 procent groente, elke hap ten minste 50 keer kauwen. Maar een echte doorbraak bleef uit. De dikwijls op antroposofische, biologisch-dynamische leest geschoeide natuurvoedingszaken kregen begin jaren zeventig een stevige boost. Een belangrijke impuls hiervoor waren de alarmerende berichten van onder meer De Club van Rome (Grenzen aan de groei) over de toekomst van de aarde. Deze winkels werden, zeker in de beginjaren, veelal gerund door vrijwilligers. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. Dat laatste is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Bij veruit de meeste biologische speciaalzaken kan de consument terecht voor al zijn dagelijkse boodschappen. Het assortiment is dikwijls kleiner, maar wat betreft de kwaliteit doen deze biosupers anno 2020 niet meer onder voor de reguliere grootgrutters. De verkoop van biologische levensmiddelen stijgt eveneens; volgens de Rabobank is de afzet de afgelopen vijf jaar met 10 procent toegenomen tot 843 miljoen euro. Ter vergelijking: de totale levensmiddelenmarkt groeide in deze periode met slechts 1 procent. Maar die aanwas komt geheel voor de rekening van de reguliere supermarkten; zij zagen de verkoop van biologische levensmiddelen in 2018 met ruim 8 procent toenemen (2017: plus 6 procent), meldde Bionext, de brancheorganisatie voor de biologische landbouw, vorig jaar. Biospeciaalzaken daarentegen kampten met een lichte omzetdaling. Volgens Joyce van den Bos van Bionext houden deze twee ontwikkelingen verband met elkaar. “Het biologische assortiment van de gewone supermarkten groeit al een aantal jaren zo hard dat biospeciaalzaken dit merken.” De daling van het aantal natuurvoedingszaken – biologische winkels en winkels in reformartikelen – stut deze conclusie. De afgelopen vijf jaar sloten vijftig van deze winkels hun deuren, aldus het CBS; vorig jaar resteerden er nog 398. Volgens Bionext kan van deze winkels ruim de helft worden gerekend tot de biologische winkels annex biosupers; de rest verkoopt vooral gezondheids- en dieetproducten. Van deze ruim 200 biosupers maken er weer 90 deel uit van franchiseketen en marktleider Ekoplaza en nog eens 23 van biosupercoöperatie Odin, de nummer twee. Het gros van de overige winkels is zelfstandig. De vraag blijft of de inhaalslag van reguliere supers de enige verklaring is voor de stagnerende groei van biospeciaalzaken. Deventer, bij de ingang van de Ekoplaza, een doordeweekse middag vlak voor kerst. Peter van der Jagt, een opgewekte zestiger met een trenchcoat en brogues, laadt zijn kleindochter en twee gevulde tassen uit zijn winkelwagen en loopt naar buiten. Van der Jagt, uitgever van beroep, is vaste klant, omdat hij hecht aan ‘eerlijke producten’ en dit bij Ekoplaza ‘doorgaans wel goed zit’, vertelt hij desgevraagd. Een klant doet boodschappen in een plasticvrije winkel van Ekoplaza. In het filiaal in Amsterdam West liggen bijna zevenhonderd verschillende producten zonder plastic in de schappen. Biologische winkels frequenteert Van der Jagt al jaren, vertelt hij. Ook toen hij nog in Amsterdam woonde – hij verhuisde twee jaar geleden naar Deventer. “Eerst kochten we veel bij Marqt. Maar daar zijn we mee gestopt. Het profiel was onduidelijk; lang niet alles wat je daar kon kopen, was biologisch. We zijn toen overgestapt naar de Natuurwinkel. Daar was dit wel helder.” Van der Jagt doet al zijn boodschappen bij Ekoplaza. Voor marketeers reden hem in te delen in de categorie ‘donkergroen’: mensen die, dikwijls uit altruïsme, al hun levensmiddelen kopen bij een biospeciaalzaak, omdat ze zeker willen weten dat wat ze consumeren ‘eerlijk’ – lees: biologisch en duurzaam – is geproduceerd. Deze donkergroene consumenten vormen een select gezelschap: zo’n twee procent van het totaal. Diehards voor wie Marqt niet ver genoeg gaat. “Voor deze mensen is biologisch een manier van leven, zij willen zekerheid,” weet detailhandelsexpert Paul Moers (ex-Albert Heijn, ex-Gall & Gall). Naast donkergroene zijn er ook lichtgroene biofans: mensen die slechts voor een deel – gemiddeld een vijfde – biologische producten kopen en dan voornamelijk bij de reguliere super. Voor deze groep, die volgens marketeers veel groter is, maar waarvan de exacte omvang vooralsnog onduidelijk blijft, zijn gezondheid en dierenwelzijn ook belangrijke motieven om biologische levensmiddelen aan te schaffen. Volgens Moers mikte Marqt zowel op donker- als op lichtgroene mensen. “Ik denk dat ze zich daarin hebben vergist. Praat je over de dagelijkse boodschappen, dan kwam geen van deze twee groepen bij Marqt echt aan haar trekken.” Volgens Moers is er nog een tweede, belangrijke reden waarom Marqt al die jaren verlies heeft geleden: de hoge prijzen, althans de perceptie dat de producten er duur waren – een test van de Consumentenbond vorig jaar wees uit dat de consument bij Ekoplaza en Odin nog meer kwijt was voor een mandje bioproducten dan bij Marqt. Dat dure imago werd door de directie ook nog eens beaamd, meldt de detailhandeldeskundige. Hij refereert aan de uitspraak van Meike Beeren in 2015 dat mensen bij Marqt ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Moers: “Dat is natuurlijk niet zo handig.” Meike Beeren, medeoprichter van Marqt, zei in 2015 dat mensen er ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Marqt mag dan deels een verhaal apart zijn, de toenemende concurrentie van de Albert Heijns, Jumbo’s, en inmiddels ook discounters als Lidl en Aldi rechtvaardigen de vraag of biologische supermarkten als Ekoplaza en Odin überhaupt nog wel een toekomst hebben. “Absoluut,” verzekert Joyce van den Bos van Bionext. Volgens haar is het momentum voor biologische producten uitstekend. Zij wijst op de alarmerender berichten over de klimaatverandering, de energietransitie en de daarmee verband houdende plannen van het kabinet – minister van Landbouw Carola Schouten met haar kringlooplandbouw – en de Europese Commissie (Frans Timmermans’ Green Deal met zijn ‘from farm to fork’) om de landbouw te verduurzamen. Voorwaarde daarbij volgens Van den Bos: dat de biosupers zich voldoende blijven onderscheiden. “Ze moeten zich focussen, zorgen dat bio in het DNA zit, op adviesgebied, voor wat betreft de producten en de ingrediënten, maar ook op zaken als verpakkingen en eerlijke prijzen.” Moers is het daar helemaal mee eens. Die meerwaarde moeten biologische winkels volgens hem nog beter gaan uitventen. Ze zouden daarvoor volgens de retailexpert eens een kijkje kunnen nemen bij wijnverkopers. “Die promoten hun producten met hele verhalen. Ze boeken daar veel succes mee,” weet de voormalige directievoorzitter van Gall & Gall. En de relatief hoge prijzen, vormen die geen beletsel? Nee, meent Van den Bos, die zijn volgens haar eerder een conditio sine qua non. “Als je wilt dat een boer minder koeien heeft omdat je daarmee de stikstofproblemen vermindert, is het logisch dat zuivel en vlees duurder worden. De kosten blijven grotendeels gelijk. Veel consumenten begrijpen dat wel, voor hen vormen die prijsverschillen niet zo’n probleem.” Daar kunnen de directeuren van Odin en Ekoplaza, de twee grootste biologische speciaalketens, zich wel in vinden. “De prijs is niet het belangrijkste waarop wij concurreren, wij zitten er anders in,” stelt Merle Koomans van den Dries, bestuursvoorzitter van Odin. “Bij Albert Heijn is een biologisch product gewoon een product, voor ons en onze klanten is het een manier van leven. Waar komt zo’n product vandaan? Hoe ga je met elkaar om? Kunnen telers ervan leven? Ik zeg altijd: als de Keuringsdienst van Waarde een uitzending maakt over een van onze producten, moet het verhaal kloppen.” Een supermarkt met idealen, zo profileert Odin zich. Dat komt onder meer tot uiting in de coöperatiestructuur van de organisatie. Die telt in totaal 23 winkels, maar ook een groothandel, een biodynamische boerderij en een imkerij. 9500 leden heeft de coöperatie inmiddels. Zij legden ieder 100 euro in en zijn daarmee mede-eigenaar. In ruil voor een maandelijkse bijdrage – 16 euro voor een volwassene – krijgen ze 15 tot 20 procent korting op de prijzen in de winkels. Zeker, ook Odin heeft last van de toenemende concurrentie van reguliere supers. Tegelijkertijd is Koomans daar ook weer blij mee. “We hebben lang gewerkt om bio op de kaart te krijgen, dan is het mooi om te zien dat dit voet aan de grond krijgt.” Toch heeft ook Odin volgens de bestuursvoorzitter wel degelijk bestaansrecht. Al was het maar omdat de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande aandacht voor bijvoorbeeld de bosbranden in Brazilië en Australië, maar ook de stikstofcrisis, steeds meer mensen doen beseffen dat een gedragsverandering noodzakelijk is. “Mensen die, net als wij, geloven dat je met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft mede bepaalt hoe de wereld eruit gaat zien. Die beseffen dat dit verder gaat dan af en toe een biologische paprika kopen bij Albert Heijn.” ‘Met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft bepaal je mede hoe de wereld eruit gaat zien.’ Veghel, het Foodpark, eind december. Een enorme hal met in een van de vier hoeken een markante glazen silo van hout en staal. We waren er zonder het te weten al twee keer aan voorbij gereden – Google Maps herkende het adres niet. Maar de routeplanner is abuis. Deze 32.000 vierkante meter (vijf voetbalvelden) grote ‘doos’ herbergt wel degelijk het nieuwe hoofdkantoor en distributiecentrum van Udea, de grootste biologische groothandel van de Benelux, tevens het moederbedrijf van Ekoplaza. We manoeuvreren onze Kia Picanto de bezoekersparkeerplaats op, pal naast een aantal Tesla’s – auto’s van de directie, horen we later; bijna het gehele managementteam rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. Nog maar net binnen reikt een energieke vijftiger – zwart shirt, spijkerbroek, sportschoenen – ons de hand. “Erik Does, welkom.” Does, de algemeen directeur, had ons al zien aankomen. Acht trappen hoger in zijn glazen directiekamer nemen we plaats, nog nahijgend van het traplopen – er is een lift, maar Does prefereert de trap. Iets wat hem weinig moeite kost; Does sport graag en is een fanatiek mountainbiker, leren de fietsshirts aan de wand. Dat komt goed uit. Does en zijn collega’s hebben tropenjaren achter de rug, vertelt hij – eerst de overname van concurrent Natudis, dan de nieuwbouw en de fusie met het Belgische Biofresh, de nodige ‘uitdagingen’ op IT-gebied en vervolgens het maanden durende steekspel rond Marqt. Die laatste overname had van hem nog niet gehoeven, vertelt Does. “ING heeft ons met een aantal aandeelhouders benaderd. Wij hebben toen gezegd: daar zitten we niet op te wachten, kom over een jaar maar eens terug. Maar ze bleven aandringen, dus zijn we toch gaan praten.” Supermarktketen Jumbo gaat het gebruik van plastic verpakkingen voor groente terugdringen. Het bedrijf gaat biologische producten voorzien van een soort tatoeage. Met een laser wordt een etiket op de groenten gebrand zonder dat de smaak, geur of houdbaarheid wordt beïnvloed. Does, samen met zijn compagnon Erik-Jan van den Brink en de Belgische broers Dossche eigenaar van Udea en Biofresh, is desalniettemin blij met de laatste aanwinst. Zonder de expansie waren sommige investeringen onmogelijk geweest, vertelt hij. De directeur doelt onder meer op de nieuwe kassasystemen en het volledig geautomatiseerde, 23 etages hoge automatische krattenmagazijn in het nieuwe distributiecentrum, waar het duurzaamheid is – driedubbel glas, led-verlichting, verwarming door warmte die vrijkomt uit de koelmotoren – wat de klok slaat. Maar groei is geen doel op zichzelf, benadrukt Does, wiens vader Gerard een van de grondleggers is van Udea – hij begon in 1980 in de Maasstraat in Amsterdam zijn eerste natuurvoedingswinkel; dit jaar heeft het bedrijf een gezamenlijke omzet van zo’n 300 miljoen euro. Datzelfde geldt voor de winstgevendheid. Winstoptimalisatie in plaats van -maximalisatie, dat is waar Does naar streeft. Wat dat in de praktijk betekent? “Bij de grote supermarkten verkopen ze ook steeds meer biologische levensmiddelen. Soms met een verhaal, zo van: deze groente komt van boer Klaas van om de hoek. Dat heeft toch iets van greenwashing. Want daarnaast verkopen ze veel vulling in plaats van voeding. Met vulling werk je obesitas in de hand. Dat is een toenemend maatschappelijk probleem. Wij hebben daarom onlangs onze koekschappen met een meter ingekort.” Ook op tal van andere terreinen neemt Udea haar verantwoordelijkheid, benadrukt Does. Het terugdringen van het gebruik van plastic verpakkingen, om maar eens wat te noemen. In Amsterdam had Ekoplaza vanaf juni 2018 een jaar lang een pop-upvestiging zonder (fossiel) plastic. De belangstelling van de media was groot: van CNN tot Al Jazeera, allemaal besteedden ze er aandacht aan. Voor Does vorig jaar tijdens een seminar waar veel mensen van supermarkten aanwezig waren reden voor te stellen om met zijn allen over te stappen op composteerbaar plastic. Zonder succes. “Twee tot drie keer zo duur als fossiel plastic, en dus te duur, luidde de reactie. Waar we het dan over hebben? Neem een brood, dan heb je het over vijf tot zes cent in plaats van één à twee cent.” Groei heeft bovendien ook een keerzijde, weet de directeur. De ideale financier vinden wordt lastiger. Voor het nieuwe distributiecentrum klopte de onderneming bijvoorbeeld tevergeefs aan bij Triodos. “Ze vonden de investering te omvangrijk. Die is uiteindelijk gefinancierd door Rabobank.” Bijna het gehele managementteam van Udea rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. En misschien nog wel veel belangrijker: volume gaat vaak hand in hand met anonimiteit. Does: “Kijk maar naar de grootwinkelbedrijven. Die hebben veelal geen rechtstreeks contact meer met de makers van de producten die zij verkopen; ze kijken hen niet meer in de ogen. Dat maakt het niet alleen lastiger om de herkomst en samenstelling te beoordelen, het maakt het voor de inkopers ook gemakkelijker om producenten uit te knijpen. Je ziet toch niet wat de gevolgen zijn. Uitbuiting? Kinderarbeid? De inkoper moet zijn targets halen; alles draait om een zo laag mogelijke prijs. Dat begint al bij de boeren in Nederland. Wie weet nog van welke boer zijn zuivel komt? Wij weten dat wel, we kennen ze, we werken langdurig met ze samen zodat ook zij in staat zijn een goed product te leveren tegen een eerlijke prijs.” Practice what you preach: dat is waar het volgens Does om draait in de biologische en duurzame wereld. Door voorop te lopen draagt de marktleider daar graag aan bij. Dat de gewone supers volgen, juicht hij alleen maar toe. Angst dat zij Udea inhalen, heeft hij niet. “Als ze dat doen met dezelfde missie en visie, juich ik dat uiteraard van harte toe. Maar dat zie ik zo een-twee-drie niet gebeuren.” En hup, daar veert de algemeen directeur de trap weer af. Laat deze ‘biologische’ Harry Piekema maar schuiven. Word lid van HP/De Tijd

The post Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? appeared first on HP/De Tijd.

https://www.hpdetijd.nl/2020-01-27/heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad

Het wordt tijd dat klimaatactivisten het land platleggen (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2019/10/Laura-Ponchel_8O9A4950-875x583.jpg

Klimaatstaking in Den Haag (27 september 2019).

Voor de 35.000 klimaatstakers was vorige week nauwelijks politieke of media-aandacht, terwijl 2500 protesterende boeren een paar dagen later konden rekenen op live-verslagen door grote media en politieke beloftes. Armanda Govers vraagt zich af hoe deze verhouding zo scheef kan liggen.

Veel mensen krabben zich achter de oren over wat er de afgelopen week gebeurd is. Verongelijkte boeren veroorzaakten 1100 kilometer file (de drukste spits ooit), sjeesden met tractors over het strand van Scheveningen, reden hekken omver, negeerden veiligheidsvoorschriften van de burgemeester van Den Haag en parkeerden zo’n 400 voertuigen op het Malieveld. Reden: veehouders voelden zich bedreigd door de stelling van D66 dat de veestapel ten behoeve van de stikstofcrisis gehalveerd moet worden.

Diverse politici onthaalden de boze boeren met open armen op het Malieveld en talkshows lieten boeren uitgebreid vertellen wat hen dwars zat. Minister Carola Schouten van Landbouw beloofde de veehouders, nadat ze haar hadden uitgemaakt voor rotte vis, dat een halvering van de veestapel wat haar betreft niet zal plaatsvinden.

Schril contrast

Slechts enkele dagen eerder marcheerden 35.000 klimaatstakers, voornamelijk jongeren, door Den Haag omdat de toekomst van de mensheid bedreigd wordt. Minister Schouten is niet alleen verantwoordelijk voor Landbouw, maar ook voor Natuur en Voedsel. Toch lijken die laatste twee nauwelijks op haar prioriteitenlijstje te staan. We stevenen door het opwarmende klimaat hard af op toenemende weersextremen die onze voedseloogsten en natuur bedreigen.

Niet alleen Schouten, maar de gehele regering lijkt hier niet van doordrongen. Dat blijkt wel uit het schrille contrast tussen de aandacht voor het boerenprotest en voor de klimaatstaking: waar het speuren is naar een uitspraak van politici over de klimaatstaking, buitelden ze tijdens het boerenprotest over elkaar heen met bemoedigende woorden voor de landbouwsector – een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering.

Had de menigte van 35.000 klimaatstakers niet gewoon het Binnenhof moeten bezetten?

Tommy Wieringa legt in NRC de vinger op de zere plek: de desastreuze gevolgen van klimaatverandering vinden – in de westerse wereld – niet allemaal binnen een korte tijd plaats. Was dit wel het geval, dan was de burger volgens de schrijver ‘allang met de strop opgetrokken naar Den Haag om er een zootje op te knopen’. De klimaatstaking bevond zich weliswaar in Den Haag, maar de verantwoordelijke bewindspersonen werden niet op het matje geroepen. Had de menigte van 35.000 klimaatstakers niet gewoon het Binnenhof moeten bezetten, net zolang tot Mark Rutte en zijn coalitiegenoten zouden beloven dat ze de broeikasgasuitstoot binnen nu en acht jaar stoppen?

Klimaatverandering is massamoord

De jonge Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg citeert de wetenschap en benadrukt dat de tijd opraakt: we hebben nog maar 8,5 jaar om de broeikasgasuitstoot te stoppen en zo de klimaatopwarming onder de 2 graden te houden. Rond de 2 graden opwarming van de aarde treden zogenaamde tipping points in werking: er ontstaan steeds meer bosbranden, er is nauwelijks ijs over dat het zonlicht terugkaatst, het permafrost smelt waardoor enorme hoeveelheden methaan vrijkomen. Hierdoor zal de aarde onleefbaar worden. In Nederland was het deze zomer al meerdere dagen 40 graden. De oogsten lopen al terug door de extreme droogte in ons land en het drinkwater uit de Maas staat onder druk. Greta waarschuwt dat jongeren steeds beter doorhebben hoe de politiek ons verraadt en dat we ze er niet mee laten wegkomen als ze blijven falen. Terecht.

Dit jaar zei Rutte nog: ‘Die [klimaatopwarming] hoeft niet morgen opgelost. Er mag wat meer ontspanning in de discussie komen’

Maar politici lijken de urgentie niet te voelen. Dit blijkt uit het beleid van de afgelopen jaren. Waar het kabinet-Balkenende voornemens was om in 2030 30 procent CO2-reductie te realiseren, schroefde de optimistische Rutte dat terug naar een schamele 17 procent (terwijl het volgens de wetenschap 40 procent moest zijn). In maart dit jaar verklaarde Rutte tegenover Trouw nog het volgende: ‘Die [klimaatopwarming] hoeft niet morgen opgelost. Er mag wat meer ontspanning in de discussie komen.’

Er is blijkbaar meer voor nodig om onze politiek leiders te activeren, om hen te laten voelen wat klimaatverandering behelst. Dat klimaatverandering gevaar, chaos, verlies, dood en zelfs massamoord betekent. Deze laatste vergelijking maken activisten van de internationale beweging Extinction Rebellion. Zij houden regelmatig ‘Die Ins’, waarbij ze als het ware dood op straat gaan liggen. Ze verhinderen verkeer en tonen spandoeken met teksten als ‘klimaatverandering is massamoord.’

Duidelijke eisen

Extinction Rebellion is ontstaan uit enkele gewone, bezorgde burgers. De 83-jarige Engelse opa Phil Kingston bijvoorbeeld, die inmiddels elf keer gearresteerd is voor ‘het beschermen van de aarde’ zoals hij het zelf mooi verwoordtAls de wet bedrijven steunt om de aarde kapot te maken, dan accepteert Kingston die wet niet. Hij is bereid om zijn leven te geven voor dit doel, want hij heeft naar eigen zeggen een goed leven gehad en wil dat zijn kleinkinderen dat ook zullen hebben.

Toen Kennedy in 1961 zei een man op de maan te willen zetten, werd dat binnen acht jaar gerealiseerd

Aankomende maandag, 7 oktober, begint de internationale Extinction Rebellion-week. De activisten zijn van plan om verkeersknooppunten stil te leggen en er zullen ongetwijfeld andere acties plaatsvinden die ofwel ludiek ofwel ontregelend zijn. De concrete eisen van de actiegroep aan politici en beleidsmakers zijn dat de politiek eerlijk moet zijn over het gevaar van de klimaatopwarming, en dat de broeikasgasuitstoot per 2025 netto naar nul moet zijn gebracht.

Dit lijken mij goede uitgangspunten. Zoals benoemd moet de broeikasgasuitstoot in 8,5 jaar volledig zijn gestopt als we willen dat de aarde niet meer dan 1,5 graad opwarmt en dus leefbaar blijft. Toen John F. Kennedy in 1961 verklaarde een man op de maan te willen zetten, werd dat in acht jaar tijd gerealiseerd. Wat wij nodig hebben is een politiek leider die het Nederlandse volk serieus neemt, waarschuwt, uitlegt wat het doel is en hoe we dit gaan bereiken.

Bezetting van het Binnenhof

In het licht van het uiterst brutale en tegelijkertijd volprezen boerenprotest deze week, vraag ik me af: wat is ervoor nodig om de politiek zover te krijgen om aan deze klimaateisen te voldoen? Hoever moeten bezorgde burgers gaan voordat politici luisteren naar de wetenschap? Moeten zij eerst de chaos belichamen die klimaatverandering zal veroorzaken, de politiek een voorproefje geven van de dystopie die kan ontstaan door de afbraak van ons nu nog redelijk stabiele klimaat? Een bezetting van het Binnenhof is onderhand geoorloofd, net zolang totdat er adequate politiek leiders opstaan die klimaatverandering aanpakken en het gevaar afwenden. Als het boerenprotest ons iets leert, dan is het wel dat politiek en media ons met open armen en warme woorden zullen ontvangen. Toch?

Armanda Govers

Het bericht Het wordt tijd dat klimaatactivisten het land platleggen verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/opinie/het-wordt-tijd-dat-klimaatactivisten-het-land-platleggen/