Het klimaat in de beklaagdenbank (Kennislink)

Overstromingen, regenbuien en hittegolven. Het hield maar niet op deze zomer. Was dat allemaal de schuld van de opwarming van het klimaat? Dat weet je nooit zeker, zeggen klimaatwetenschappers, maar sommige weertypen komen wel steeds vaker voor.

Wat het weer betreft hebben grote delen van de wereld een heftige zomer achter de rug. Eind juni werden de Verenigde Staten en Canada geteisterd door hittegolven met recordtemperaturen, halverwege juli leidde lokale zware regenval in Duitsland, België, Nederland en Luxemburg tot grote overstromingen. Bij die laatste kwamen meer dan 200 mensen om het leven, waarvan minstens 180 in Duitsland en enkele tientallen in België.

Luister naar de wetenschap! Maar wat kan die ons vertellen?
Mika Baumeister, via Unsplash

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Mika Baumeister, via Unsplash

Kort daarna verscheen het nieuwste rapport van het IPCC (International Panel for Climate Change), het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat de opwarming van het klimaat en de gevolgen daarvan voor ons in de gaten houdt. De aarde warmt op, het komt door de uitstoot van broeikasgassen, het ijs op de polen smelt en de zeespiegel stijgt, was de zorgwekkende maar weinig verrassende conclusie.

Maar ook is duidelijk geworden dat de opwarming leidt tot veranderingen in het weer – en dát hadden de klimaatwetenschappers nog niet eerder met zoveel stelligheid opgeschreven. Door de stijgende temperatuur krijgen we meer en intensere hittegolven, vaker zware regenval, vaker droogte en meer zware tropische cyclonen, meldde het rapport. Kwamen de extreme weersomstandigheden van afgelopen zomer dan ook tot stand onder invloed van de klimaatverandering?

Hitte

Om op dit soort vragen een antwoord te geven, is er tegenwoordig het World Weather Attribution inititiative, opgezet door een internationaal consortium van klimaatwetenschappers waaronder een aantal van het KNMI (Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut).

De hittegolven van juni in Amerika en Canada waren zonder de opwarming door broeikasgassen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet zo extreem geweest als nu, schreef deze werkgroep in juli van dit jaar. De records gingen dan ook ver boven de historische metingen uit. In het Canadese Lytton werd een temperatuur van 49,6 graden Celcius aangetikt, waarna het dorpje ten prooi viel aan een van de vele bosbranden in de regio. Zelfs in de wereld van nu, die gemiddeld 1,2 graden warmer is dan voor de industriële revolutie, geldt dit als een zeldzame gebeurtenis. De schatting is dat een dergelijke hittegolf gemiddeld eens per duizend jaar voorkomt. Als de opwarming er niet geweest was, was die kans op zijn minst 150 keer kleiner geweest, berekenden de wetenschappers.

Uitgelicht door de redactie

Geneeskunde
‘Ieder geschikt orgaan krijgt een bestemming’

Neurowetenschappen
Sommige ‘coronawoorden’ zullen we weer schrappen uit ons geheugen

Overstromingen

Voor de overstromingen in Europa was de vraag lastiger te beantwoorden. De hoofdschuldige van de enorme bakken regen die hier uit de hemel kwamen was Bernd, een lagedrukgebied dat maar niet van zijn plek wilde komen en de wolken dwong om al hun water in hetzelfde gebied te lozen. Omdat het begin juli ook al veel geregend had, was de bodem verzadigd en niet meer in staat veel van al die nattigheid te absorberen.

In Nederland leidde dit vooral tot grote watervlaktes, overloopgebieden waar het water inderdaad in overliep, en dijken die het allemaal maar net hielden. In delen van Limburg, maar vooral in België, Duitsland en Luxemburg, waar de hoogteverschillen groter zijn en veel dorpjes zich in smalle bergvalleien bevinden, kreeg het water een ongekende kracht en ging het mis. Daar werden mensen, auto’s en gebouwen door de stroming meegesleurd.

“Het weer is grillig, en in dit geval pakten zowel de timing als de locatie van de langdurige zware regens bijzonder slecht uit”, zegt Sjoukje Philip, klimaatwetenschapper bij het KNMI in De Bilt. Of de regenval in juli ook zonder opwarming van het klimaat zo hevig zou zijn geweest valt niet te zeggen, concludeerde zij samen met 38 andere klimaatwetenschappers van de World Weather Attribution-werkgroep eind augustus in een lijvig rapport. Maar de káns op een dergelijke hoeveelheid regen is wel groter geworden.

“Dit was zo’n bijzondere en lokale gebeurtenis, dat hij moeilijk te modelleren was of met andere regens vergeleken kon worden”, vertelt Philip. “Vandaar dat we in onze studie op grote onzekerheden uitkwamen.” Uiteindelijk kozen de wetenschappers ervoor om uit te zoomen, en te onderzoeken hoe groot de kans op vergelijkbare regens is in het gebied tussen Nederland en de noordgrens van de Alpen. Ze verdeelden het studiegebied in zestien regio’s, en concludeerden dat die onder de huidige omstandigheden gemiddeld eens in de vierhonderd jaar met een dergelijke hoeveelheid regen te maken krijgen. Zonder opwarming zou dat 1,6 tot 9 keer minder vaak zijn geweest. De kans is dus klein, de onzekerheid fors.

Overstroming in Tilff, België, 16 juni 2021
Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

http://berichtfilter.nl/placeholders/medium.png

Régine Fabri, CC-SA-4.0, via Wikimedia Commons

Shaky

Aarnout van Delden, weer- en klimaatonderzoeker bij het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht, heeft wel wat aan te merken op dit soort ‘attributiestudies’ – waarbij men de invloed van klimaatverandering op de kans op bepaalde gebeurtenissen berekent.

Dit soort onderzoeken worden beheerst door statistiek, zegt hij. “Maar met statistiek kan je weinig bewijzen, vooral als het om zeldzame gebeurtenissen gaat.” Statistiek bedrijven met toekomstverwachtingen van modellen is helemaal nogal shaky, vindt Van Delden. “Die modellen zijn zelf bepaald niet perfect, juist als het gaat om verwachting van regen en bewolking.”

Het probleem is dat je om regenval goed na te bootsen fijnschalige, gedetailleerde modellen nodig hebt. Daarmee kan je echter niet heel ver vooruit kijken, zoals je met klimaatmodellen wil. Van Delden: “Bij weermodellen gaat het om maximaal tien dagen, bij klimaatmodellen minimaal tot het jaar 2100. Dat kost simpelweg te veel rekentijd.” Om die reden rekenen onderzoekers in klimaatmodellen met een lagere resolutie, maar dat maakt ze voor dit soort berekeningen eigenlijk ongeschikt.

Mensen willen getallen

Van het weer dat we meemaken, kan je vrijwel nooit zeggen dat het door klimaatverandering is veroorzaakt, beaamt Philip. Maar mensen willen weten hoe groot de kans is dat bepaalde weersomstandigheden vaker gaan voorkomen, om zich eventueel voor te bereiden. “Ze willen getallen, en die geven we. Maar wel met een bandbreedte, we maken het niet nauwkeuriger dan we denken te kunnen. En de onzekerheid in de resultaten is bij onze studies net zo belangrijk als de resultaten zelf.”

Dat de extreme regenval van deze zomer op het randje zat van wat de statistiek aankon, benadrukte het World Weather Attribution-consortium overigens ook zelf. Al gebruikten de onderzoekers dit keer voor het eerst wél fijnschalige modellen, en keken ze juist vanwege de zeldzaamheid van de gebeurtenis naar een groter gebied.

Het regende maar door en door…
Frame Harirak, Unsplash

Werkwijze

We gaan in onze attributie-studies uit van de observaties, legt Philip uit. Om daar conclusies aan te verbinden moet je begrijpen hoe ze tot stand zijn gekomen. De computermodellen helpen daarbij, die berekenen de interactie tussen de bekende mechanismen en natuurkundige wetmatigheden – zij het in een versimpelde uitvoering. “De statistiek is vervolgens een hulpmiddel om te kijken in hoeverre de observaties en de modellen overeenkomen.”

Modellen die de huidige observaties niet weerspiegelen, worden niet gebruikt. Aan de overige modellen wordt een weging toegekend, afhankelijk van de onzekerheid in de modelresultaten. Uiteindelijk bepalen de onzekerheden in de modellen en in de gegevens samen de marges in de uitkomsten. Philip: “Daarnaast kijken we of modellen het een beetje met elkaar eens zijn. Zo ja, dan hebben we er vertrouwen in, en anders voegen we bij de resultaten ook nog een ‘modelonzekerheid’ toe.” Zo hoopt het consortium te laten zien welke verbanden echt duidelijk zijn, en welke niet.

“Het resultaat is ook weleens dat een uitzonderlijk weersverschijnsel vrijwel zeker niet met klimaatverandering te maken heeft”, benadrukt Philip. Dat was bijvoorbeeld het geval bij watertekorten in Brazilië in 2015, die veroorzaakt bleken te zijn door een toename in bevolking en waterconsumptie, en bij de droogte van 2016 in Somalië, die hoogst waarschijnlijk samenhing met natuurlijke variaties die er ook zonder klimaatverandering geweest was.

Circulatiedynamiek

Toch kunnen we beter een andere invalshoek kiezen, vindt Van Delden. Hij pleit ervoor de focus weer te verleggen naar de fysica achter het klimaat, zoals de dynamiek van luchtcirculatiepatronen. Hoe wordt die beïnvloed door een stijgende temperatuur? Daar leren we meer van dan van statistiek met modellen, betoogde hij afgelopen mei nog in een lezing voor het Duitse ClimXtreme Research Network, omdat we daarmee de mechanismen die het weer bepalen beter gaan begrijpen.

Van Delden: “Bij de extreme regenval in juli zaten we met een zeer speciale situatie, waarbij een cycloon met hele koude kern boven Duitsland bleef liggen. Dat veroorzaakte een constante stroming van vochtige lucht van de Oostzee naar de Ardennen en Eiffel, waar de wolken op de heuvels botsten en uitregenden. Dat ging maar door en door en door. We hebben dat wel vaker gezien. In het jaar 2002 is Praag bijvoorbeeld op dezelfde manier overstroomd, het water kwam toen tot de tweede en derde verdiepingen van de huizen. Zulke cyclonen – koudeputten – snoeren zich af van de zogeheten polaire vortex, de koude luchtstroom rond de noordpool. Of dát vaker voorkomt, is voor dit soort overstromingen dus veel belangrijker om te weten dan hoe veel meer regen er valt dan voorheen. Maar daar is weinig kennis over.”

Uiteindelijk is het allebei nodig, reageert Philip. “Als je beleid wil maken om de gevolgen van de overstromingen te beperken, maakt het niet zo veel uit wat de meteorologische situatie is. Dan wil je gewoon weten hoe groot de kans op zoveel water is.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/het-klimaat-in-de-beklaagdenbank/

Grote herbivoren kunnen brandrisico verminderen (Geitenhouderij)

Inzet van grote herbivoren kan goed werken om bos- en natuurbranden te beperken of zelfs te voorkomen. Dit blijkt uit onderzoek van het Duits centrum voor integratief biodiversiteitsonderzoek (iDiv), de Wageningen Universiteit, de Universiteit Leipzig, het Helmholtz-centrum voor milieuonderzoek (UFZ) en de universiteiten in Porto en Lissabon. Herbivoren kunnen de plek innemen van veel duurdere maatregelen zoals brandbestrijding of mechanische verwijdering van vegetatie.

https://www.vakbladgeitenhouderij.nl/artikel/20210921/grote-herbivoren-kunnen-brandrisico-verminderen/

Australische ‘Black Summer’-bosbranden produceerden bijna dubbel zoveel CO2 als alle Australiërs in een jaar (KNMI)

Australië werd in de zomer van 2019-2020, ook wel ‘Black Summer’ genoemd, geteisterd door enorm bosbranden. Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, SRON Netherlands Institute for Space Research en het KNMI hebben met behulp van gegevens van het satellietinstrument Tropomi bepaald hoeveel CO2 daarbij vrij is gekomen. De bosbranden produceerden bijna tweemaal zoveel CO2 als het jaarlijkse verbruik van fossiele brandstoffen in heel Australië.

https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/australische-black-summer-bosbranden-produceerden-bijna-dubbel-zoveel-co2-als-alle-australiers-in-een-jaar

Toolbox Gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing (Risk en Business)

Als gevolg van klimaatverandering neemt de kans op onbeheersbare natuurbranden in ons land toe. Om dit soort branden zoveel mogelijk te voorkomen en de impact ervan te verkleinen is een toolbox ontwikkeld met een bundeling van informatie en best practices. Het IFV werkte mee aan de toolbox. “De toolbox bevat allerlei informatie over natuurbrandgevaar, -beheersing […]

https://www.riskenbusiness.nl/nieuws/risks/toolbox-gebiedsgerichte-aanpak-natuurbrandbeheersing-2/

Kerken bieden naast zorg voor armen steeds vaker scheppingszorg. ‘Noem het een groene vorm van missionair zijn’ (Nederlands Dagblad)

Scheppingszorg wordt in de kerk steeds meer als een manier gezien om handen en voeten te geven aan je geloof. Het helpt Embert Messelink om zijn ‘kindje’, A Rocha Nederland, na negentien jaar los te laten.AmersfoortEmbert Messelink stopt eind deze maand als directeur van de Nederlandse afdeling van A Rocha, een internationale, christelijke natuurbeweging. Zondag wordt hij bevestigd als kerkelijk werker in de vrijgemaakt-gereformeerde Westerkerk in Amersfoort. Hij combineert deze nieuwe baan met een parttime studie theologie aan de Theologische Universiteit Kampen. Op termijn wil hij predikant worden. ‘Ik geniet ervan om met mensen op te trekken, in geloof betrokken te zijn bij elkaar en bij deze wereld. Dat heb ik binnen A Rocha ervaren, het lijkt me mooi om daaraan bij te dragen in een kerkelijke gemeente’, vertelt hij thuis in Amersfoort aan de grote houten eettafel. De muur achter hem is volledig bedekt door een boekenkast. De deur naar de tuin staat open. Die is groen en levend - hoe kan het ook anders. Embert Messelink was een van de mensen die in 2002 aan de wieg stonden van de Nederlandse afdeling van de internationale, christelijke natuurbeweging A Rocha.Wat is de meerwaarde van een christelijke natuurorganisatie?‘Mag het wat minder? Kunnen we leren genieten van genoeg?’‘In de eerste tien jaar kreeg ik bijna elke week een vraag over het bestaansrecht van A Rocha. ik denk dat veel mensen het idee hadden dat we een zuiltje wilden oprichten om met christenen onder elkaar aan natuurbehoud te doen. Dat was niet onze bedoeling. Wij wilden vanuit de kerk dienstbaar zijn aan de samenleving. Noem het diaconaat of een groene vorm van missionair zijn. De kerk heeft zich in de geschiedenis onderscheiden met ziekenzorg en armenzorg. Mag scheppingszorg ook een plek hebben in het handen en voeten geven van je geloof? Ik vind het opmerkelijk dat we als A Rocha zo vaak naar ons bestaansrecht zijn gevraagd. Je kunt net zo goed vragen: moet er een Tearfund zijn, een Woord en Daad, een ZOA, een Compassion? In de katholieke wereld worden alle parakerkelijke organisaties als kloosters gewoon als onderdeel van de totale kerk beschouwd, hoewel het afzonderlijke organisaties zijn. Ik zou het mooi vinden als dat in de protestantse wereld ook zo zou zijn. Kerk en christelijke organisaties hebben elkaar hard nodig.’Je kunt als christen ook in seculiere natuurorganisaties de handen uit de mouwen steken.‘Ik ben in gesprek geweest met een groepje christenen in Hardenberg die overwogen een lokale A Rocha-groep te beginnen, maar daarover twijfelden. Ze zeiden: ‘We zien elkaar zondags in de kerk en woensdag bij natuurorganisatie IVN.’ Daar zag ik geen noodzaak om dingen over te nemen. Maar ik heb ook heel veel mensen gesproken die zeggen: ‘Ik voel mij in de kerk eenzaam omdat ik vanuit mijn geloof betrokken ben op de natuur, maar er in de kerk nooit wat over hoor. In de natuurorganisaties voel ik me eenzaam omdat het niet over geloof gaat.’’Is A Rocha dan tijdelijk nodig, tot het in de kerk meer over de schepping en de klimaat- en biodiversiteitscrisis gaat? ‘A Rocha krijgt denk ik alleen maar meer bestaansrecht. Het zijn geen kleine problemen waarmee we te maken hebben. Wat hebben we een zomer achter de rug met bosbranden, overstromingen en het IPCC-rapport. Deze problemen vragen ons om uitdagende keuzes te maken, die tegen de cultuur in gaan. Mag het wat minder? Kunnen we leren genieten van genoeg? Als christen moet ik te rade gaan bij het evangelie van Jezus. Het evangelie is van toepassing op deze aarde. Het is een boodschap van hoop, van bevrijding uit patronen die we gewoon zijn gaan vinden, van gebruiken en verbruiken en de aarde overvragen. Het is ook een boodschap van schuld en vergeving. Deze tijd vraagt erom schuld en vergeving ook toe te passen op onze omgang met de aarde.’Doen de kerken nu meer aan scheppingszorg dan in de beginjaren van A Rocha Nederland?‘Theologisch is er de laatste jaren veel in ontwikkeling. De Theologische Universiteit Kampen is vorige week gestart met de minor theologische ecologie, over het bewust omgaan met Gods schepping en het milieuvraagstuk. Theoloog Gijsbert van den Brink is bezig met onderzoek naar geloof en schepping. Ik heb de openingsmomenten van verschillende theologische universiteiten gevolgd. Het viel mij op dat het telkens ging over de vraag hoe we ervoor zorgen dat theologie niet alleen waar is, maar ook relevant voor nu.De Christelijke Gereformeerde Kerken gaan voor het eerst een project financieel steunen dat natuurontwikkeling als primaire doelstelling heeft. In samenwerking met A Rocha is de keus gevallen op het Dry Forest Project van A Rocha Peru, dat zich richt op het herstel van bossen in de savanne-achtige kustzone in Noord-Peru.’Waarom bent u theologie gaan studeren?‘De behoefte aan meer theologische verdieping is binnen mijn werk bij A Rocha begonnen. Ik begon in 2018 aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven met de bachelorvakken theologie, behalve de oude talen. Al studerend is het verlangen opgekomen om predikant te worden. Twee jaar geleden ben ik begonnen met een parttime studie aan de theologische faculteit in Kampen. Die studie duurt vier jaar, dus ik zit nu op de helft.’Vindt u het moeilijk A Rocha los te laten?‘Het loslaten van vriendschappelijke werkcontacten met vele tientallen collega’s en vrijwilligers, met wie ik jaren heb opgetrokken, is het moeilijkst. Maar ik heb al anderhalf jaar het gevoel dat ik aan A Rocha gegeven heb wat ik te geven heb. Het past wel bij mij om weer wat nieuws te doen. Ik denk dat het voor A Rocha ook goed is. Een belangrijke vraag voor de nieuwe directeur is hoe A Rocha een beweging kan worden van nog meer mensen. Ik kan mij voorstellen dat er nog andere manieren zijn om lokaal in verbinding met anderen met scheppingszorg aan de slag te gaan.’Gaat u de Westerkerk vergroenen?‘Ik ben wie ik ben, dus hoe ik mij heb ontwikkeld, neem ik mee. Ik neem niet de missie van A Rocha mee. Als je het iets verbreedt, is in mijn geloof het zoeken naar het koninkrijk van God in de wereld een belangrijke lijn. In mijn jeugd lag sterk het accent op zonde en vergeving, het ging meer over de toekomst. Ik houd mij nog altijd vast aan Gods goede toekomst. Maar wat ik veel mooier vind, is me bezighouden met de vraag hoe we nu op weg gaan naar het koninkrijk. Ik wil niet vastzitten in de status quo. Jezus is gekomen om in alles vrede te brengen, staat in Kolossenzen 1. Je kunt die vrede zoeken in alle relaties waarin je als mens leeft. Je kunt je inzetten voor het herstel van de schepping, de natuur. Je kunt ook gaan helpen in het verzorgingshuis naast de kerk of er zijn voor jongeren met depressiviteit.’ Er zijn christenen die zich niet met de klimaat- en biodiversiteitscrisis willen bezighouden. Vindt u dat teleurstellend?‘Ik ben weleens in discussie met het conservatieve kamp. Het thema duurzaamheid is links en verdacht. Dan denk ik weleens: hoe bestaat het dat je het niet pakt? Dat je op alle mogelijke manieren argumenten zoekt om te zeggen dat het geloof belangrijk is en de aardse dingen een heel stuk verderop komen? Dat staat haaks op mijn denken. Ik wil mijn leven niet langer opdelen in eerst God, dan mens, dan schepping. Ik heb er zelf zes, zeven jaar over gedaan om mijn liefde voor de natuur te verbinden met mijn geloof in God. Dat deed ik al lezend, pratend, studerend. Voor mij was het een verrijkende weg. We zeggen bij A Rocha weleens: als je je tot God hebt bekeerd, volgt daarna nog de bekering tot je medemens en de schepping.Wij gooien weleens een steen in de vijver. Zo heeft Koos van Noppen enkele jaren geleden zijn pamflet ‘Messentrekkers bij de Nachtwacht’ via onze website gelanceerd. Dit was een felle oproep aan christenen om de zorg voor de aarde serieus te nemen. Ik ben er niet vies van het af en toe heel scherp te zeggen. Maar hoe veranderen mensen? Ik denk niet door ze het mes op de keel te zetten. Het past meer bij A Rocha om te zeggen: leer met ons mee, haak maar aan, wij gaan alvast. Ik heb heel veel kwartjes zien vallen bij mensen die in een natuurweek gingen helpen en die in een paar dagen tijd zicht kregen op wat ons echt beweegt.’ <A Rocha werkt met lokale groepenEmbert Messelink leerde A Rocha in Zuid-Frankrijk kennen. ‘Met mijn vrouw Petra was ik een paar weken bij een veldstudiecentrum, waar een open, christelijke leefgroep professioneel natuuronderzoek en natuurbescherming combineerde met geloof. A Rocha was in die tijd in acht of negen landen actief, nu in 22 landen. A Rocha is begonnen in Portugal. De naam A Rocha verwijst naar het eerste veldstudiecentrum aan de ‘praia da rocha’, Portugees voor rotskust. De oprichter is daarna in Zuid-Frankrijk gaan wonen, waar hij een tweede veldstudiecentrum is begonnen.’Embert en Petra Messelink wilden met een paar Nederlanders die al bij A Rocha betrokken waren, onder wie milieudeskundige Martine Vonk, ook in Nederland een natuurcentrum beginnen. ‘We hebben een bestuur gevormd en verschillende locaties bekeken. Na vier, vijf jaar vergeefs zoeken naar een geschikte plek, hebben we de stap gezet om met lokale groepen te werken. Opeens kon iedereen A Rocha zijn. Groepjes kerkleden verbonden zich aan een natuurgebied en gingen daar de handen uit de mouwen steken.’ De afdeling in Amersfoort, Messelinks woonplaats, is bijvoorbeeld verbonden aan Landgoed Coelhorst. ‘We onderhouden daar het landschap op verzoek van Natuurmonumenten. We werken veel aan de houtsingels. Die moeten geregeld teruggezaagd worden, om ze soortenrijk te houden. We hebben op dit landgoed ook de broedvogels in kaart gebracht.’A Rocha heeft veertien lokale groepen in Nederland. ‘We doen veel voor Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en de 12Landschappen. We werken ook wel samen met burgerlijke gemeenten, private landgoederen en soms doen we wat op het boerenland. In Amerongen onderhouden we een ecologische moes- en pluktuin, die we hebben overgenomen van de zusters diaconessen. We hebben honderd langdurig aan ons verbonden vrijwilligers en 650 donateurs. Vier mensen zijn parttime in dienst bij A Rocha, onder wie ikzelf sinds 2011. Als lokale groepen een activiteit organiseren, bijvoorbeeld een schoonmaakactie, nodigen ze daar ook anderen voor uit. Ik schat dat er per jaar tweeduizend tot drieduizend vrijwilligers meedoen aan de acties van A Rocha in Nederland....

https://www.nd.nl/nieuws/nederland/1059566/kerken-bieden-naast-zorg-voor-armen-steeds-vaker-scheppingszorg-noem-het-een-groene-vorm-van-missionair-zijn-