De wetenschappelijke basis van CLINTEL (part II) (Klimaatverandering blog)

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Professor Guus Berkhout van CLINTEL heeft eerdere kritiek op een oudere versie van de wetenschappelijk onderbouwing van het CLINTEL verhaal ter harte genomen. Niet alleen zijn sommige stukken aangepast -overigens alleen in de onderbouwing, de conclusies blijven min of meer hetzelfde-, ook heeft CLINTEL een reactie online gezet en gaan we eind maart weer in gesprek. Dat was althans de uitgangspositie toen ik deze brief op 5 maart mailde naar Berkhout. En hoewel er geen bevestiging meer gekomen is het aannemelijk dat het gesprek pas later plaats zal vinden vanwege COVID-19.

Vooruitlopend op dat gesprek staan hier alvast wat gedachtes, met name om een aantal misverstanden uit de weg te ruimen. Het eerste misverstand is het geloof van sceptici dat de attributie van de temperatuurstijging aan CO2 en andere menselijke factoren alleen op modellen zou berusten (“die veronderstelde zekerheid is tot nu toe uitsluitend gebaseerd op de uitkomst van computermodellen”). Dit is simpelweg niet waar. Met een computermodel probeer je met name de interacties tussen de verschillende componenten van het aardsysteem te begrijpen. Het is een belangrijk stuk gereedschap waarmee inderdaad ook veel projecties gemaakt worden. Maar ook zonder die klimaatmodellen kan je veel zeggen over het verleden en de toekomst. Een mooi voorbeeld is het grotendeels op waarnemingen gebaseerde rapport van Nic Lewis en Marcel Crok waar in Tabel 3 op pagina 49 ook gewoon staat dat we richting de 2 à 3 graden opwarming gaan zonder mitigatie. Er zijn overigens genoeg redenen om aan te nemen dat dat rapport wat te rooskleurig is maar feit is dat we niet precies weten of we nu op 2 of op 5 graden afstevenen, of uiteraard daar tussenin.

Groeisnelheid van CO2
Het tweede misverstand gaat over een nieuwe grafiek. CLINTEL kopieert een grafiek van Ole Humlum over de mate waarin CO2 in de atmosfeer toeneemt. Deze komt uit het niets en er staat verder geen context bij behalve de opmerking dat variaties in de toename van CO2 volgen op variaties in temperatuur. Daar is op deze site eerder aandacht aan geschonken. Volgens CLINTEL geeft dit “mede aan dat het helemaal niet zeker is of de mainstream klimaatwetenschap wel de juiste richting is ingeslagen.”

Humlum en CLINTEL zijn niet de eerste die zagen dat variaties in CO2stijging volgen op variaties in temperatuur. Let op, dit is een andere vertraging dan die we zien bij het veranderen van de CO2-concentratie bij het komen en gaan van ijstijden. We weten sinds de jaren ’70 dat CO2 sneller toeneemt in de atmosfeer na een warm jaar (meestal samenhangend met El Niño), zie bijvoorbeeld Bacastow (1976). Ikzelf heb eerder over een van de oorzaken gepubliceerd (van der Werf et al., 2004). En iedereen die een keer rustig naar de data kijkt ziet ook in dat dit niet alleen oud nieuws is maar ook dat het conceptueel goed begrepen is.

CLINTEL claimt een “onafhankelijke stichting die objectief bericht over klimaatverandering en klimaatbeleid” te zijn maar dit is een mooi staaltje van twijfelzaaierij over iets dat goed begrepen is. Wellicht dat de wetenschap niet genoeg haar best doet om bevindingen naar het publiek duidelijk te maken (of, en dat zou ook zomaar kunnen, dat sommige critici niet de moeite nemen om zich in te lezen). Dus bij deze een verduidelijking aan de hand van onderstaande figuren. Ze geven de bekende metingen van de CO2-concentratie op Hawaii aan. Links de hele tijdserie en rechts ingezoomd op de jaren 2014-2018.

Figuur 1. Maandelijkse CO2 concentratie zoals gemeten op Mauna Loa in Hawaii. Links de complete tijdserie met zwart omlijnd de jaren 2014 tot en met 2018 die in de rechtergrafiek in meer detail weergegeven is. Daarin staat ook de jaarlijkse toename van de pieken, weergegeven met grijze pijlen. Data van NOAA CMDL.

Er is een cyclus te zien die te maken heeft met de grote hoeveelheid land op het Noordelijk halfrond; in de zomer is daar meer opname van CO2 door fotosynthese dan CO2-afgifte aan de atmosfeer door verrotting. De CO2-concentratie daalt van het hoogste punt in mei tot het laagste punt in september of oktober. Daarna is de balans omgekeerd en ieder jaar is er dus een duidelijke seizoensgang.

Daarnaast is er een geleidelijke toename van CO2 in de atmosfeer door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing. Samen geven die het patroon dat je ziet in Figuur 1. Maar, en hier komt de crux, we zien dat de toename in de atmosfeer niet ieder jaar hetzelfde is. Het rechterpaneel van Figuur 1 laat zien dat van de piek in 2015 tot de piek in 2016 er 3,8 parts per million (ppm) CO2 bij kwam terwijl dat twee jaar later nog maar 1,6 ppm was. De variaties in uitstoot van fossiele brandstoffen zijn vrij klein dus die kunnen die variaties in groeisnelheid van CO2 niet verklaren. Als we die veranderingen in de tijd weergeven (CO2 concentratie in een maand minus die van 12 maanden geleden) en hetzelfde doen voor temperatuur dan krijgen we Figuur 2, gelijk aan de figuur van Humlum die CLINTEL in haar reactie plaatste.

Figuur 2. Replicatie van de figuur van Humlum zoals gebruikt door CLINTEL. Onder de verandering in temperatuur (HadCRUT4), boven de verandering in CO2 concentratie (NOAA CMDL).

Er zit enorm veel informatie in deze grafiek, de belangrijkste observaties zijn:

  • Op jaarlijkse schaal stijgt de CO2-concentratie continu (alle waardes boven 0), de mate van stijging neemt toe met de jaren (de lijn loopt op).
  • De stijging in CO2 is niet constant, er zit forse variabiliteit in de mate van stijging.
  • Op jaarlijkse schaal is er veel variabiliteit in temperatuur en in tegenstelling tot de CO2-groeisnelheid is die van temperatuur soms negatief; soms koelt het even af. Over de hele periode echter stijgt de temperatuur en die stijging neemt toe met de jaren.
  • De variaties in temperatuur hangen nauw samen met ENSO (de afwisseling tussen El Niño en La Niña) en vulkaanuitbarstingen. Iedereen die met deze datasets werkt ziet de overeenkomst.
  • Er zit een verband tussen de variabiliteit in temperatuur en de groeisnelheid in CO2
  • De variabiliteit in CO2-groeisnelheid volgt die van de temperatuur.

Dat laatste punt was blijkbaar een reden van CLINTEL om zich af te vragen of de “mainstream wetenschap” wel de juiste weg is ingeslagen. De “mainstream wetenschap” heeft de laatste 50 jaar ontrafeld hoe dit verklaard kan worden. In het kort komt het erop neer dat tijdens een El Niño de omstandigheden voor CO2-opname (fotosynthese) minder gunstig zijn en de omstandigheden voor CO2-afgifte (verrotting of bosbranden) gunstiger zijn. Daardoor ontstaat er een tijdelijke onbalans tussen de natuurlijke fluxen van CO2.

Een mooi voorbeeld is het jaar 1997 en meer recent 2015. Jaren met een sterk El Niño karakter en met enige vertraging droge omstandigheden in grote delen van de tropen. Met een paar maanden vertraging drogen ook veengebieden in met name Indonesië uit. Die dikke pakketten koolstof gaan vaak in de fik en met wederom een paar maanden vertraging is dat signaal wereldwijd waardoor we het in de CO2-data zien zoals op Mauna Loa. Bijzonder genoeg is dat ik voor meer details kan verwijzen naar het blog van Marcel Crok die me eerder de ruimte gaf om hier kennis over te delen (net als klimaatveranda).

Waarom probeert CLINTEL verwarring te zaaien op basis van iets dat al bijna 50 jaar bekend is en intussen goed begrepen is?

Inhoudelijke reactie op kritiek
Dan komen we bij de inhoudelijke reactie. Ik had kritiek geuit op een aantal grafieken en beweringen en het is lovenswaardig dat e.e.a. aangepast is. Overigens stond de versie van wetenschappelijke onderbouwing van CLINTEL waar ik kritiek op had nog prominent op de website op het moment van plaatsen van mijn kritiek (30 januari). Dit terwijl mijn kritiek op 26 januari ter inzage naar CLINTEL is gestuurd. Dat CLINTEL zegt dat ik kritiek gaf op een verouderd stuk is niet terecht.

Maar het gaat om de inhoud en het doet me deugd dat de misleidende Figuur 2c niet meer in de huidige versie voorkomt. Het doet me ook deugd dat CLINTEL nu niet meer ontkent dat er een statistisch verband tussen CO2 en temperatuur zit. Helaas blijft de tekst op dat deel wat misleidend (“even if the correlation would have been strong”). Waarom niet kwantificeren? Blijkbaar is een R2 van meer dan 0,8 geen goed verband? Dat correlatie nog geen causaal verband impliceert is duidelijk. Het punt is dat het eerder geclaimde gebrek aan correlatie in de vorige versie een causaal verband min of meer uitsluit.

Een twistpunt blijft het verschil tussen de huidige temperatuur en die van de laatste millennia. CLINTEL zegt terecht dat je moet oppassen met het koppelen van huidige datasets gebaseerd op thermometers en dus continue metingen aan de ene kant met die van proxy’s zoals boomringen of isotopen met lagere temporele en ruimtelijke resolutie aan de andere kant. Maar dat betekent niet dat je ze niet kan koppelen. Neem bijvoorbeeld de figuren 1c (proxy’s) en 1d (thermometers) uit de huidige onderbouwing. Als je de resolutie van 1d verlaagt tot die van 1c dan zie je nog steeds duidelijk dat er iets bijzonders aan de hand is tegenwoordig. Ik had gehoopt dat CLINTEL dit kritiekpunt verder zou oppakken. Zelf figuren maken of zaken kwantificeren kan enorm verhelderend werken en dit was een mooie gelegenheid geweest.

Dat gebrek aan eigen werk zie je ook terug in de figuur die CLINTEL gebruikt om aan te tonen dat de schattingen van klimaatgevoeligheid steeds lager zijn. Als je zelf naar de data kijkt ontstaat toch een ander beeld (Figuur 3), een mooi voorbeeld van het gevaar van het overnemen van grafieken van internet.

Figuur 3: Schattingen van overgangs-klimaatgevoeligheid (TCR) in de literatuur tussen 2004 en 2017 op basis van Knutti et al. (2017). Alles wijst erop dat TCR tussen de 1,0 en 2,5 graden per CO2-verdubbeling of equivalente forcering ligt. Die waardes impliceren dat de 1 graad opwarming sinds 1900 met name door de mens komt, wellicht met een steuntje in de rug van de sterker wordende zon in de eerste helft van de 20e eeuw en tegenwerking door de afnemende zon meer recentelijk.

Op het einde neemt CLINTEL een voorschot op ons volgend gesprek met een aantal hoofdzaken. Sommigen zijn hierboven reeds besproken. Ik zou aan het vijftal punten van CLINTEL nog drie andere zaken / vragen willen toevoegen:

  • Het is belangrijk om de literatuur te kennen en niet blind te varen op wat er op het internet rondzingt. CLINTEL heeft als motto om verbindend te werken maar uit bovenstaande voorbeelden blijkt dat ze niet op de hoogte is van het werk van diegene met wie ze willen verbinden.
  • Wetenschappers horen zaken te kwantificeren. Termen als “veel” kunnen verwarrend werken. Zo claimt CLINTEL dat veel klimaatwetenschappers hun manifest hebben ondertekend (m.i. is dat 1 of 2% van het totaal, waarbij ik een klimaatwetenschapper definieer als iemand die een deel van het klimaatsysteem bestudeert en bevindingen in de wetenschappelijk literatuur publiceert) en ze claimt ook dat de modellen te veel opwarming geven. In dat geval is veel 30%. Dus zowel 1-2% als 30% is veel volgens CLINTEL? Waar een wetenschappelijke onderbouwing normaal gesproken wemelt van de getallen, bij CLINTEL zien we die getallen bijna alleen terug in de paginanummers.
  • Er wordt veel gebruik gemaakt van de redenatie “het klimaat verandert altijd, dus waar maken we ons zorgen om?”. Het klimaat verandert inderdaad altijd maar daar zijn redenen voor. Mijn vraag aan CLINTEL is wat de redenen zijn voor eerdere schommelingen in het klimaat en wat zou er waarschijnlijk zonder de mens gebeurd zijn met de mondiale temperatuur sinds het jaar 1950?

Als laatste sluit CLINTEL af met de persoonlijke boodschap “Een serieuze wetenschappelijke discussie voer je niet via Twitter”. Daar hebben ze natuurlijk groot gelijk in. Wetenschappelijke discussies voer je met conversaties en in de wetenschappelijke literatuur. Ik kijk uit naar de volgende conversatie.

Guido van der Werf is universiteitshoogleraar aan de Vrije Universiteit, zijn onderzoek richt zich op de wisselwerking tussen het klimaatsysteem en de mondiale koolstofcyclus.

https://klimaatveranda.nl/2020/03/17/de-wetenschappelijke-basis-van-clintel-part-ii/

Visie van de Climate Intelligence Foundation (CLINTEL) (Persberichten perssupport)

Klimaatverandering is een van de belangrijkste maatschappelijke thema’s. Helaas is het debat over klimaatverandering zeer ideologisch en gepolariseerd geworden. Als je denkt dat de mens de hoofdschuldige is van de huidige opwarming én dat de gevolgen rampzalig zijn, dan wil je koste wat kost overstappen op duurzame energie (zon en wind). Je vindt jezelf een ‘goed’ mens en wil ook dat Nederland in haar klimaatbeleid het goede voorbeeld geeft aan de wereld, ook als andere landen niet meedoen.

Als je vindt dat er aanwijzingen zijn dat de mens níet de hoofdschuldige is en dat er geen sterke indicaties zijn dat ons rampspoed staat te wachten, dan sta je open voor een andere aanpak, zoals meer nadruk op adaptatie en toepassing van kernenergie. De eerstgenoemde groep ziet je dan als een ‘slecht’ mens. Deze framing in ‘goed’ en ‘slecht’ verhindert dat we tot een constructief gesprek komen over dit complexe vraagstuk. En dat gesprek is volgens CLINTEL hard nodig. 

Ongeacht welk verhaal je gelooft, vanuit je geloof vind je bevestiging voor je visie. Dat is menselijk, zo werkt ons brein. CLINTEL wil de verschillende waardeoordelen terugbrengen naar feiten, onderliggende aannames, opties en de kosten van deze opties.

Nog geen 5 voor 12
De oprichters van CLINTEL – Guus Berkhout en Marcel Crok – behoren duidelijk tot de tweede categorie. Zij accepteren dat het klimaat verandert en erkennen ook dat de mens daarin een rol speelt. Maar het is volgens hen, in tegenstelling tot de zekerheid die het IPCC claimt, onzeker hoe groot de rol van de mens is.

In hun ogen is het zeker geen 5 voor 12. Jazeker, het is nu iets warmer op aarde dan voorheen en de zeespiegel is licht gestegen. Maar wat is daarbij eigenlijk het probleem? Daar komt nog bij dat belangrijke weersextremen – zoals orkanen, overstromingen, droogte, tornado’s en bosbranden – in termen van schade en slachtoffers niet vaker voorkomen dan een eeuw geleden. Het aantal slachtoffers door extreem weer is zelfs spectaculair gedaald, vanwege de middelen om ons daar beter tegen te beschermen.

De doemverhalen over klimaatverandering liggen steevast in de toekomst. Als we niet snel iets doen, dan zal….vul de ramp maar in. Tegen dit doemdenken ageert CLINTEL krachtig. Want waarom zou morgen alles ineens slechter worden? En zijn de klimaatmodellen, waarmee zulke voorspellingen worden gedaan, wel goed genoeg?

Waar is de nuchtere Hollander gebleven die zegt: ‘eerst zien, dan geloven’. CLINTEL gaat die nuchtere Hollander weer een stem geven. CLINTEL pleit voor een rationele, pragmatische houding, zowel ten aanzien van de klimaatwetenschap als ten aanzien van het klimaatbeleid. 

CLINTEL zal veel verschillende dingen ondernemen: rapporten, wetenschappelijke artikelen en opiniestukken publiceren, lezingen geven, (buitenlandse) sprekers uitnodigen en bijeenkomsten organiseren. Daarbij is de belangrijkste rol van CLINTEL die van waakhond.

Wie anders?
In het eerste rapport dat onder de vlag van CLINTEL is uitgekomen – Het Raadsel van de Verdwenen Hittegolven – werd onderzocht of de temperatuurcorrecties die het KNMI in De Bilt doorvoerde, en die tot gevolg hadden dat 16 van 23 historische hittegolven uit de boeken verdwenen, wel terecht waren. Het rapport concludeert van niet en pleit er voor dat de correcties worden teruggedraaid. Het KNMI heeft tot op heden nog niet inhoudelijk gereageerd op het rapport. CLINTEL zal doorgaan met publiceren over deze kwestie en er op blijven aandringen dat de correcties wetenschappelijk gezien onverdedigbaar zijn en dus teruggedraaid dienen te worden.

Dit rapport is een typisch voorbeeld van de waakhondfunctie. Een belangrijke vraag hierbij is: wie anders in de Nederlandse samenleving (overheid, instituten, universiteiten) zou deze rol op zich kunnen en/of willen nemen? CLINTEL denkt: niemand. Er is volgens CLINTEL een belangrijke taak weggelegd voor een niet aan de overheid gelieerde waakhond.

Ook op het terrein van het klimaatbeleid zijn waakhonden hard nodig. De overheid heeft volgends CLINTEL helaas de neiging om weinig transparant te zijn over de kosten van het klimaatbeleid. Momenteel is vooral het Klimaatakkoord actueel en de kosten die daarmee gemoeid zijn. CLINTEL zal er alles aan doen om de totale kosten van dat akkoord goed in beeld te krijgen.

Wetenschappelijk onderzoek
CLINTEL wil heel graag ook zelf wetenschappelijk onderzoek doen en scenario’s opstellen. Maar enig realisme is hier op zijn plaats; daarvoor is structureel behoorlijk wat financiering nodig. CLINTEL hoopt via filantropen aan deze funding te komen om zo veel mogelijk onafhankelijk te zijn van overheid en bedrijfsleven. Of we hierin slagen, zal de toekomst leren. Wellicht is CLINTEL de aanstichter van een nieuwe wetenschappelijke organisatie – onafhankelijk van overheid en bedrijfsleven –  die geheel door filantropen wordt gefinancierd.

Samenvattend: CLINTEL is realistisch over de staat van het klimaat en ziet nog geen reden tot (grote) zorg. Dat is positief nieuws ten opzichte van de mainstream boodschap dat de aarde bijna niet meer te redden is. CLINTEL gaat er op toezien dat de gevaren van klimaatverandering niet worden overdreven en in het juiste perspectief worden geplaatst, bijvoorbeeld als het gaat om voorspellingen van nog onvolwassen klimaatmodellen. Op het gebied van beleid wil CLINTEL dat er volledige transparantie komt over de kosten en baten en dat alle mogelijke beleidsopties op tafel komen.

http://www.perssupport.nl/persbericht/de1d77ed-cfc1-46c9-a304-579bace434a3/visie-van-de-climate-intelligence-foundation-clintel

Reacties op het artikel ‘Bekijk opwarming positief’ (Elsevier)

Veel lezers reageerden op het artikel Bekijk opwarming positief. Hierbij één van de reacties en een compilatie van enkele andere.

Klimaat

Als twee emeritus hoogleraren klimaatwetenschappen een artikel zouden publiceren over de relatie tussen hiv en aids, zegt hun professortitel niets. Als ze zich het onderwerp eigen zouden maken, kan het een goed artikel zijn. Maar het zou ook de plank flink kunnen misslaan, ook al waren ze ooit nog zo goed in hun eigen vakgebied.

Dat is het geval bij Dick Thoenes en Guus Berkhout. In hun omslagartikel ‘Bekijk opwarming positief. Weg met doemscenario’s’ (13 oktober, pagina 16) geven deze emeritus hoogleraren er blijk van weinig kennis te hebben van het klimaatsysteem.

Een van de twee emeriti (Berkhout) is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De KNAW bracht jaren geleden al een publicatie over klimaatverandering uit, die laat zien dat de mens klimaatverandering veroorzaakt en hoe: door de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer sterk te verhogen, vooral door verbranding van fossiele brandstoffen, waarbij veel CO2 vrijkomt.

Sindsdien is het bewijs dat de rol van de mens overheersend is in de opwarming van de aarde alleen maar sterker geworden. Natuurlijke factoren, zoals verminderde zonneactiviteit, zouden anders juist voor afkoeling hebben gezorgd. Met klassieke natuurkunde zoals die op de middelbare school wordt onderwezen, is dit mechanisme prima te begrijpen.

Maar Thoenes en Berkhout hebben hier kennelijk geen boodschap aan. Ze hebben een eigen verhaal uitgedacht dat kant noch wal raakt. CO2 kan de oorzaak niet zijn, zo redeneren de auteurs, want de CO2-concentratie is overal ter wereld ongeveer gelijk en toch loopt de temperatuur in klimaatzones wijd uiteen.

Dat is een drogredenering: je kunt verschillen tussen klimaatzones niet als ‘bewijs’ aanvoeren dat CO2 geen invloed heeft op het klimaat. Het is basiskennis dat klimaatzones hoofdzakelijk verschillen doordat de zoninstraling op verschillende breedtegraden en in de seizoenen uiteenloopt. Wereldwijd is het vooral de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer die zorgt voor een opwarmend effect, over alle klimaatzones heen.

Of neem de redenering die zo’n beetje de kern van hun betoog vormt: het klimaat veranderde altijd al, ook toen er nog geen mensen waren, dus kan het ook nu de mens niet zijn.

Tja, bosbranden waren er ook al voordat er mensen waren, dus de mens kan niet verantwoordelijk zijn voor de actuele bosbranden. Non sequitur, heet deze drogreden: het volgt er niet uit. Juist door eerdere mondiale klimaatveranderingen te bestuderen, is gebleken dat drie factoren een hoofdrol spelen: zoninstraling, reflectie van de inkomende straling (albedo) en het gehalte broeikasgassen in de atmosfeer dat reguleert hoeveel energie de aarde weer uitstraalt.

De CO2-concentratie speelde bij grote klimaatveranderingen in het verleden vaak een sleutelrol. Net als nu. Met als verschil dat de CO2-concentratie momenteel in een ongekend hoog tempo toeneemt en dat menselijke activiteiten er de oorzaak van zijn.

Er zouden vele pagina’s nodig zijn om alle onjuistheden en drogredeneringen in het artikel te ontmantelen. Maar het punt is duidelijk: de auteurs hanteren redeneringen die elke wetenschappelijke grond missen en ze gebruiken hun titels en KNAW-lidmaatschap om zich gezag aan te meten op een vakgebied waarvan ze overduidelijk geen kaas hebben gegeten. Zo verspreiden ze misinformatie die het maatschappelijk debat schaadt.

Dr. Dim Coumou, dr. Ko van Huissteden (Vrije Universiteit Amsterdam), dr. Peter Kuipers Munneke (Universiteit Utrecht), dr. Leo Meyer (v/m projectleider syntheserapport IPCC), dr. Geert Jan van Oldenborgh (KNMI), dr. ir. Ernst Schrama (TU Delft), ir. Bart Strengers (Planbureau voor de Leefomgeving), dr. Jan Wuite (ENVEO) – allen klimaatonderzoekers – en ir. Jan Paul van Soest (De Gemeynt, auteur van het boek De Twijfelbrigade).

Klimaat (2)

Naast bovenstaande brief kwamen nog veel meer reacties binnen. Hieronder een compilatie:

‘Goed om af en toe ook een onderbouwd standpunt te lezen naast al het geschreeuw over doemscenario’s door milieuactivisten en politici,’ schrijft H.J. van den Berg uit Loenersloot. ‘Maar ik haakte even af bij de conclusie dat menselijk handelen geen significant effect kan hebben op verandering van het klimaat.

‘Uit metingen van CO2-concentraties in ijsmonsters uit diverse geologische perioden en spectrometrie van buiten de dampkring concludeert NASA dat de CO2-concentratie in de atmosfeer eeuwenlang vrijwel constant 275 parts per million (ppm) is geweest, maar sinds 1900 (kort na het begin van de Industriële Revolutie) ineens is toegenomen tot boven 400 ppm nu.

‘In diezelfde periode is vanuit de ruimte ook waargenomen dat het ijs op de polen in toenemend tempo smelt. Verder is vastgesteld dat weersverschijnselen, zoals orkanen, heviger zijn geworden. Dit wijst op een hogere water- en luchttemperatuur, waardoor meer convectie kan ontstaan (de lucht kan meer vocht uit zee opnemen).

‘De vaststelling door de schrijvers dat er diverse invloeden zijn die het klimaat beïnvloeden – zoals zonneactiviteit – deel ik, maar tegelijkertijd lijkt het me toch verstandig om ons serieus zorgen te maken over ons energiegebruik en te investeren in onderzoek naar bruikbare alternatieven. In paniek alle huishoudens van het aardgas afsluiten, maakt het probleem erger en lost niets op. Voor het terugdringen van de opwarming van de aarde is een koel hoofd ideaal.’

‘Mijn complimenten voor het artikel “Bekijk opwarming positief. Weg met doemscenario’s”. Verhelderend, nuchter en begrijpelijk,’ schrijft Robert Milders uit Voorschoten. ‘Nederland, oftewel politiek Den Haag, streeft er met zijn voornemens en streefdata duidelijk naar om in Europa het slimste en braafste jongetje van de klas te zijn. Naar mijn stellige mening is een integrale Europese aanpak de enige juiste. Dit mede omdat in omringende landen pas nu wordt overgegaan op gasverwarming, die wij nu vaarwel zouden moeten zeggen.
‘Dat er met name op het gebied van milieuvervuiling actie nodig is, is duidelijk. Maar de angst die er bij velen heerst over de ambities van Ed Nijpels en Diederik Samsom en hun klimaattafels is begrijpelijk. Niet in de laatste plaats met betrekking tot de kosten voor de burger.’

‘Maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan, kosten ruim 150 euro per gezin. Ja, het was een mooie tijd toen we gratis gas uit de grond konden halen. Nu we de geleden schade in Groningen moeten betalen, is het niet meer gratis. De gaskraan moet over twaalf jaar tijd dicht,’ schrijft Johan Edens uit Wageningen. ‘Meer energie importeren maakt ons nog afhankelijker van de Russische president Vladimir Poetin en de Saudische kroonprins Mohamed bin Salman.

‘Zolang we bij Rusland en Saudi-Arabië aan het infuus liggen, zijn we chantabel. Beide landen doen wat ze willen, geen land durft hiertegen echt op te treden.
‘Bovendien groeit de vraag naar energie sneller dan het aanbod. Dat gaan we merken aan de pomp. Het gaat ons dus meer dan € 150 per jaar kosten. Het is dan beter om geld te investeren in de productie van (duurzame) energie in Nederland.’

A.F. Muller uit Apeldoorn schrijft: ‘In het artikel wordt gesteld dat de meeste CO2 in een natuurkundig bepaalde verhouding door het oceaanwater wordt opgenomen. Niet vermeld wordt dat de oceaan daarvoor rustig een paar honderd jaar de tijd neemt. Het is ook niet in overeenstemming met de waargenomen enorme variaties in CO2-gehalte in de atmosfeer. Intussen kunnen er vele onomkeerbare veranderingen plaatsvinden, zoals: een hogere temperatuur, ruiger klimaat, smeltend ijs, stijgende zeespiegel, ontdooiend permafrost en minder weerkaatsing van zonnestraling.’

‘Alsof Nederland het klimaat kan redden door op elektrische energie van windmolens en zonnecellen over te schakelen. Een glunderend bedrijfsleven heeft een nieuwe goudmijn gevonden in het opzadelen van burgers met een complexe technische installatie, zonder zich te bekommeren om het gebrek aan kennis, ervaring en gekwalificeerd personeel,’ meent C. van de Wolf uit Lemmer.

‘Wat een geweldig leesbaar en verhelderend verhaal,’ reageert A. Mantingh uit Oegstgeest. ‘Het legt een bom onder het bizarre Klimaatakkoord in een hopeloos verdeelde wereld waarin de angstzaaiers helaas de boventoon voeren. Berkhout en Thoenes reiken ook nog eens in klinkklare taal de oplossingen aan. Kortom, hulde.’

‘Alle door de auteurs naar voren gebrachte argumenten wekken de indruk dat ze wetenschappelijk goed zijn onderbouwd,’ schrijft J. Goudswaard uit Vlissingen. ‘Helaas geldt dat niet voor hun bewering dat de CO2-verhouding tussen water (oceanen) en lucht/atmosfeer 50:1 is. Dit is een broodje-aap-redenering gebaseerd op laboratoriumstudies.

‘De juiste verhoudingen zijn: 26 procent in water, 28 procent in planten/bomen en 46 procent in de atmosfeer (uit onderzoek van de University of California in San Diego).

‘Jammer dat dit deel van zo’n fraai artikel kan worden gebruikt om alle wel juiste argumenten gedeeltelijk onderuit te kunnen halen.’

Tjeerd Kuiper uit Veere schrijft: ‘Het in kaart brengen van de gevolgen van de opwarming van de aarde, zoals stijging van de zeespiegel, verzuring van de oceanen en extreem weer, is geen doemdenken maar een zinvolle risicoanalyse. Daaruit volgt de noodzaak om tot actie over te gaan aan de hand van een breed gedragen beleid. Bijvoorbeeld een effectief langetermijnbeleid om de bevolking van Nederland te reduceren tot 12 miljoen inwoners. Dat vermindert evenredig de CO2-uitstoot.’

‘Het omslagartikel van Guus Berkhout en Dick Thoenes belooft een “nieuwe klimaatvisie die gebaseerd is op bredere kennis”. Het resultaat is een herhaling van de opvattingen van de klimaatsceptici,’ schrijft P. Miedema uit Wageningen. ‘Alleen nieuw is dat men toegeeft dat er opwarming plaatsvindt. Maar dat die wordt veroorzaakt door een toename van het CO2-gehalte wordt glashard ontkend.

‘CO2 kan niet de oorzaak zijn, want op aarde zijn verschillende klimaten terwijl het CO2-gehalte overal hetzelfde is. Het staat er echt! Hiermee is de kwaliteit van het betoog voldoende gekarakteriseerd.

‘Toch nog even een punt uit de rest van het verhaal. De auteurs memoreren dat het CO2-gehalte van de atmosfeer miljoenen jaren geleden vele malen hoger was dan nu. Maar ze schrijven er niet bij dat het zeeniveau toen tientallen meters hoger was. Kortom, bekijk het positief door het weglaten van kennis.’

‘De hoogleraren Berkhout en Thoenes slaan de spijker op de kop,’ schrijft Peter de Dreu uit Driewegen. ‘Al 4,3 miljard jaar is er sprake van klimaatverandering waarin een bepaalde golfbeweging te herkennen is. Voorafgaand aan een koude periode is er sprake van een uiterst warme periode die kennelijk momenteel gaande is. Geen paniek dus, en dus ook geen domme reacties als die van klimaatpanels en organisaties die zich daarmee bezighouden.

‘Het IPCC is politiek gestuurd en dus kun je vraagtekens plaatsen bij de uitkomsten van hun onderzoeken. CO2-emissies zijn voor het merendeel het gevolg van klimaatverandering, niet de oorzaak, zoals Berkhout en Thoenes terecht aangeven. Het belangrijkste broeikasgas in de atmosfeer is waterdamp (94 procent), terwijl CO2 slechts voor 4 procent deel uitmaakt van de broeikasgassen.’

‘Het positieve van het artikel “Bekijk opwarming positief. Weg met doemscenario’s” is dat het ons niet alleen heeft verlost van het gedram over het tegenhouden van de opwarming door het inkrimpen van CO2-uitstoot, maar dat het ook tot een opening heeft geleid voor andere invalshoeken die voorheen onder de pet werden gehouden,’ schrijft Babette Klecker uit Amsterdam.

‘Zo las ik recent een interessant artikel over een nieuwe kijk op kernenergie. En een artikel over de sof na de peperdure Energiewende in Duitsland, zonder enig effect op het klimaat.

‘Steeds meer twijfelaars komen aan het woord en manen om te investeren in oplossingen voor problemen die zijn ontstaan door een natuurlijke verandering van het klimaat.’

The post Reacties op het artikel ‘Bekijk opwarming positief’ appeared first on Elsevierweekblad.nl.

https://www.elsevierweekblad.nl/opinie/achtergrond/2018/11/reacties-op-het-artikel-bekijk-opwarming-positief-654441/