De Portugal Post: waarom Don Arturo bij de Volkskrant vertrok (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/de-portugal-post-1.jpg

Bom dia amigas e amigos, ik val maar met de deur in huis: ik stapte eind december vorig jaar op bij de Volkskrant vanwege een schandalig artikel van ene Julien Althuisius, getiteld Paradijs Portugal. Ik wist eigenlijk weinig over de beste man, behalve dat hij voor de Volkskrant geestige stukjes over televisie schrijft, papadagen heeft en een paar maandjes in Portugal heeft gewoond. Ik kom hier zo op terug, want ik wil u graag wijzen op de schitterende rubrieken die deze kakelverse Portugal Post u vandaag weer gratis ende voor nakkes nada schenkt:

Wadden-alcoholisme

Onze ombudsvrouw Laetitia vertelt u alles wat u wilde weten over autootjes kopen in de Algarve, maar nooit durfde te vragen. Daarna geeft Raul Joder, onze kersverse Spanjeman, een mini masterclass over het poepgebeuren in campers en tot slot behandelt uw vertrouwde digitale dokter in de Algarve, de heer Kildare, het alcoholisme onder expats in Portugal, een ernstige kwaal die doet denken aan het Wadden-alcoholisme. Mensen pakken de boot naar Vlieland ‘s morgens om 7 uur en zien dan al die eilanders Berenburg en Juttertje zuipen bij de koffie en dan denken ze: hé, dat wil ik ook, dat kapitein Rob-gevoel! In de Algarve keren de noeste zeebonken bij het ochtendgloren terug naar de kust, met tonijn (of hasjiesj uit Marokko), en dan nemen ze een lekker pikketanussie bij de koffie. In Spanje heet zulks een carajillo, hier noemen ze dat ook wel matar os bichos: het ongedierte doden. De kaaskop op zijn gifgroene crocs en in driekwartsbroek (en zij met een kortpittig kapsel), denkt dan: heee, wat leuk, je kan hier gewoon een glazen ontbijtje nemen. Maar die zeebonken hebben de hele nacht gewerkt en de kaaskop komt net uit zijn sleurhut vol aardappels en blikken kapucijners gekropen.

Doneer aan TPO

Enfin, dokter Kildare gaat u straks waarschuwen voor Algarve-alcoholisme.

Niet genoemd

Julien Althuisius dus, de man die mij wegjoeg bij de Volkskrant. Gelukkig was dhr. Nijman van het jongerenblog GeenStijl zo aardig om mij op te vangen en mag ik nu voor hem op safari door Eurabia.

De televisierecensent heeft het in zijn essayette, die hij reeds in december schreef en die ik kon lezen omdat ik toegang had tot het DNR-computersysteem van De Persgroep, over de keerzijde van magnetische werking van Portugal op Nederlanders. Prima hoor, maar dan volgt de zin die leidde tot mijn spontane opstappen bij de Azijnbode (zoals mijn vriend Rob Hoogland het gezaghebbende dagblad altijd zo respectloos noemt, en leest hier gratis onze Foute Jongens-briefwisseling over emigreren naar de Algarve).

Portugal heeft een grote aantrekkingskracht op Nederlanders, die in navolging van onder anderen Gerrit Komrij en Louis van Gaal naar het Zuid-Europese land trekken.

IK WORD GODVERDOMME NIET GENOEMD!

Ik, die tien jaar lang week in week uit de lotgevallen van de Nederlander in Portugal beschreef, in totaal 500 cursiefjes over saudades! En dan noemt die televisierecensent die twee weken op polsbandjesvakantie in Albufeira was wel mijn boezemvrienden Gerrit Komrij (dat de herinnering aan de geestelijke vader van de Portugal Post tot een zegen mag zijn) en Louis van Gaal.

MAAR MIJ NIET! SORRY DAT IK BESTA, AMIGO!

Pfff, ik moest even in een papieren zakje blazen hoor, zo kwaad kan ik worden over zulks. Ik word mijn hele leven al genegeerd maar daar wil ik u niet mee lastig vallen, nu in ieder geval even niet!

Pero bueno.

Kloosrieden

Laten we heel in het kort de essayette van de televisierecensent van de Volkskrant kloosrieden.

Paradijs Portugal begint heel idyllisch, ik dacht even aan Simon Vestdijk en Heinz G. Konsalik.

“Het gevoel is het hevigst zo rond midden januari, als het grijs van buiten is doorgedrongen tot het binnenste. Als de dagen monotoon, donker en koud zijn. Als het enige doel van naar buiten gaan is om zo snel mogelijk naar een ander binnen te komen. Als alle gezichten bleek zijn en druipen van snot en chagrijn. Dan klinkt de lokroep van een ander leven het hardst. Het denderen van de Atlantische Oceaan. Het ruisen van de naaldbomen. De geur van eucalyptusbossen. De warme genade van de winterzon. De eerste hap uit een pastel de nata. De louterende werking van helemaal verrot gescholden worden op een rotonde.”

Goed, alle clichés over mijn patrie de cœur zijn gebruikt, en dan komt de aap uit de mouw, want de televisierecensent van de Volkskrant schrijft vervolgens:

“Portugal. Het beloofde land. In 2019 woonde ik er tijdelijk met mijn gezin en sindsdien droom ik bij elke wolk voor de zon van een terugkeer.”

De beste man is gewoon gefrustreerd dat hij eventjes mocht proeven aan mijn geweldige land en dat hij nu drie hoog achter in Amsterdam-west woont!

Dan volgt er een hele reek voor- en nadelen over het wonen in Portugal, opgetekend door anonieme Nederlanders zoals ‘de surfer’. Dat is een bekende journalistieke truc.

Tapijtjesverkoper ‘Ali’

Zo citeerden Nederlandse Midden-Oosten-correspondenten vaak de 18-jarige tapijtjesverkoper ‘Ali’ in Oost-Jeruzalem die zijn naam liever niet in de krant heeft; de zakenman die regelmatig in Teheran, Bagdad en Damascus komt en natuurlijk de eeuwige taxichauffeur, die in elke op hotelkamers geschreven reportage opduikt als een deus ex machina.

Althuisius:

“Zo gering als de culturele invloed, zo groot is de economische impact van de nieuwe generatie migranten op het Portugese leven. ‘Rijke buitenlanders met veel meer koopkracht kopen huizen en grond, waardoor de prijs van onroerend goed wordt opgedreven’, signaleert Esteves. Een fenomeen dat andere landen en steden waar veel expats zich vestigen ook kennen. Maar er is een belangrijk verschil tussen expats in Nederland en expats in Portugal. Het verschil in financiële slagkracht van een expat en een inwoner van Portugal is enorm. Het Portugese minimumloon ligt rond de 700 euro per maand; het gemiddelde loon is slechts een paar honderd euro per maand meer. En dan komt de buitenlander met zijn salaris uit Nederland, Duitsland of Engeland.

Het gevolg is dat de armste Portugezen het zich niet meer kunnen veroorloven huizen te kopen of te huren.’ Tegelijkertijd zorgen al die buitenlandse investeringen er wel weer voor dat oude en vervallen huizen worden opgeknapt en de grond beter wordt onderhouden (‘denk aan het planten van boomgaarden of het aanleggen van groentetuinen’), met als gevolg, zegt Esteves, dat er zelfs bosbranden in de zomer voorkomen worden. Ook veel lokale winkels varen wel bij het geld en de koopkracht van de buitenlanders. Maar ook dat, zegt Esteves, heeft een keerzijde: ‘Het kan tot inflatie leiden omdat verkopers beseffen dat ze hun goederen tegen een hogere prijs kunnen verkopen.'”

Uiteindelijk komt het er op neer dat alles de schuld van de expat is. U moest eens weten hoe ik de horeca in Portugal gespekt heb, de afgelopen tien jaar, heer Althuisius!

Ik gedraag me in de regel (vooruit, ik bezoek sporadisch krekhuisjes met eenbenige, non-binaire kommersjele sekwerkers) als een vlieg op de wand, heb net keurig mijn booster gehaald en ik spreek gewoon Portugees met de Portugezen.

Ombudsvrouw Laetitia

Echt, het schuim staat wederom op mijn muil, en ik wou deze Portugal Post vrolijk houden, dus daarom geef ik nu het woord aan onze ombudsvrouw Laetitia, die u vast nog wel kent van haar woeste Tupperware-parties in Amsterdam-zuid.

 

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/download-2-1.jpeg

 

De Portugal Post presenteert:

tromgeroffel….

Laetitia!

Auto’s zijn duur in Portugal, vrienden. En een tweedehandsje al helemaal. Voor een Fiat Puntootje van 20 jaar oud durft men in de Algarve gerust tegen 3000 euro te vragen. Neem dus liever je eigen auto uit Nederland mee en verhuis deze met je inboedel naar het zonnige zuiden zodat je de torenhoge importheffingen kunt omzeilen. Want ja, lieve mensen, voor het invoeren van een gebruikte auto heeft Portugal z’n eigen belastingregels. Ondanks Europese afspraken hierover, kunnen de kosten hierbij flink oplopen. Vrienden van mij betaalden voor hun Volvo V70 van 8 jaar oud 10.000 euro importheffing om deze op een Portugees kenteken te schrijven.Wat doe je dus als je een tweedehands auto nodig hebt: dan ga je naar een erkend autobedrijf of naar een erkende dealer of surf je naar de prima website MSCAR.

Uw vrienden van de belastingen

Laat je niet verleiden door de vele autohandelaren langs de N125 of de mooie aanbiedingen op OLX of andere platforms. Het kan je een hoop gedoe schelen. Welk gedoe, hoor ik u denken. Welnu: er kan nog een lening op de auto zitten. De meeste Portugezen hebben een auto op afbetaling afgesloten bij een verzekering die de autohandelaar of dealer heeft aangeboden. De financiering staat dus niet op naam van de eigenaar van de auto maar staat op het kenteken. Als je pech hebt neem je die financiering over als je niet goed hebt opgelet. Als er nog schulden op de auto zitten, moet jij als nieuwe eigenaar zorgen dat de vorige eigenaar (de dealer of de eigenaar daarvoor) die schulden alsnog gaan aflossen.

Ook niet onbelangrijk; zitten er nog bekeuringen op de auto? Deze zijn namelijk niet persoonlijk in Portugal. Check vervolgens ook bij Finanças (uw vrienden van de belastingen), of het kenteken nog op de naam van de vorige eigenaar staat. Alles is hier mogelijk! Check ook de kilometerstand want daar wordt enorm mee gerommeld. Dat checken kunt u doen op het portaal Sapo.

Collectieve verzekering

Nog een valkuil: de autohandelaar heeft een collectieve verzekering op zijn hele wagenpark en vertelt je dat de auto is verzekerd. Eenmaal gebeld met de betreffende verzekering blijkt jouw auto helemaal niet op kenteken te zijn verzekerd en rijd je rond in een onverzekerde auto. En koop geen auto die ouder is dan het jaar 2000 anders mag je bijvoorbeeld Lissabon niet in. Koop een diesel als je je auto nog een keer wil verkopen. Portugezen houden niet van benzineauto’s.

Een hele nieuwe auto uit Nederland invoeren kan alleen als deze minstens een jaar op jouw naam staat.

Heb je na bovenstaande nog zin in een tweedehands auto? Kijk dan vooral ook op Facebook naar aanbiedingen van expats die hun auto om allerlei redenen (teruggaan naar land van herkomst, sterfgeval, scheiding etc.) wegdoen. Soms zitten er pareltjes tussen.

RAÚL DE SPANJEMAN

 

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/20200403_165603-1024x720-1.jpg

 

Queridos amigos y amigas de la península Ibérica, ¡buenos días! Staat u mij toe mijzelf, summier, aan u voor te stellen. Mijn naam is Raúl, maar liever sta ik bekend als jullie ‘mannetje in Spanje’. Als vakantiecoach en allround technofiel sta ik al bijna twintig jaar Tena-gerechtigde Nederlandse reizigers met raad en daad bij. En hoewel mijn werkgebied zich aan de andere zijde van het Iberisch schiereiland bevindt, op veilige afstand van jullie geliefde Algarve: de kleine probleempjes en twijfels die jullie leven zuur maken zijn hier precies hetzelfde.

Zo sneed uw geliefde digitale huisdokter Kildare vorige week een welbekend probleem aan dat ook in de camper– en caravanwereld tot grote problemen kan leiden. En dan bedoel ik niet het ongezien op een strand of parkeerplaats de tank van de porta potti legen. In een gemiddelde camper/caravan is reeds een ‘toilet’ ingebouwd. Zo’n plastic pot in een plastic kamertje waarin je je kont niet kunt keren en je volledig aan claustrofobie ten onder kunt gaan als bij de natte lunch een niet al te verse mossel zijn definitieve rustplaats tegemoet gezwommen is via uw slokdarm.

U heeft een beeld? Goed zo.

Om één en ander redelijk geurvrij af te handelen, althans met een minimum aan reukoverlast, raadt de fabrikant aan om chemicaliën, van zijn merk want de rest is rotzooi, in het spoelwater én in de opvangtank te gooien.

Vlokken

Nu weet ik van een mannetje hier in de buurt die veel met caravans rotzooit dat je dat spul dus nooit in je spoelwater moet doen omdat het kan gaan ‘vlokken’ en een zwarte drabbige substantie gaat vormen die je toiletpomp laat vastlopen waardoor je pomp smelt of je zekering doorbrandt. En dán heb je een mannetje nodig die dat weer voor je oplost.

Twee tips derhalve die uw verblijf op het Iberisch schiereiland zullen veraangenamen; houdt uw spoelwater helder– in geval van voedsel uit zee, geef het een lekker wijntje mee. Mocht u Ibérica tot een definitieve verblijfplaats willen kiezen maar is een villa of een bungalow te hoog gegrepen, bekijk dan dit filmpje, een soort van tiny house met Frans Bauer vibe. U zult zich direct thuis voelen!

Volgende week tips aangaande tuinieren op de camping, en voor nu: adiós!

DE DIGIDOKTER VAN DE PORTUGAL POST: DOKTER KILDARE

 

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/778377.jpg

 

Bom dia, waarde TPO-fans en ander olijk lezersvolk!

Allereerst natuurlijk bedankt voor al uw vrolijke reacties op mijn vorige dia en rhee column én uw eigen met kleur en geur omschreven plee-ervaringen! Uw bijdragen werden door uw immer zeer geëngageerde Dr. James uiteraard in dankbaarheid ontvangen!

Behalve dan de scheldkanonnade van een fietsenverhuurder lieve lezers, maar je kunt het nooit iedereen naar de zin maken nietwaar? Het leek wel een dronkaard zoals de rijwielhersteller tekeer ging tegen uw doutore die uiteraard enkel en met verve en zoals altijd vol van goede bedoelingen verslag deed van zijn treurniswekkend leven onder de zon!

Apropos, nu het woord dronkaard is gevallen, ik kan u verzekeren dat de vrijetijds geproduceerde alcoholdampen niet alleen tijdens het Brabantse carnaval, op ‘s Neerlands Waddeneilanden en door de Drentse routefietsers een wijd en brede verschijning zijn geworden, beste fans! Integendeel, het Algarviaanse overwintervertier is er ook ruimhartig door beneveld en daarnaast, last but not least, de expats in hun kleurige casa-met-piscina (zwembad) onderkomens of hun balkonnetje met zeezicht, doen ook stevig hun best de Portugese alcoholindustrie hun gouden tijden te laten herleven!

Doctorandus Van Amerongen memoreerde in zijn column van vorige zondag al over ome Kees in zijn sleurhut en de gezelligheid van Nederlandse frikandellen, kroketten en Coebergh met ijs in het Algarviaanse Monte Gordo en Quarteira en geloof me amigas e amigos dat waren slechts voorbeelden uit een groot scala van partymogelijkheden waarbij de ‘oergezellige’ NCA (Nederlandse Club Algarve, ‘Belgen ook welkom’) feestjes van koek- en haringhappen verbleken beste vrienden! (Wist u overigens dat in Nederland de meeste alcoholisten in Bergen (NH) en Laren (NH) wonen? En waaronder de 18 plussers daar maar liefst 13% als alcoholist wordt aangeduid?)

Zwitserleven-gevoel

Zoals bekend vloeit in de Algarve en omstreken het Zwitserleven-gevoel tijdens de 4000 jaarlijkse zonuren regelmatig en groots over de terrassen en (en vooral) rijkelijk door de meestal op-één-pootje-staande glazen!  Waar zouden we zijn zonder een goed gevuld glas wijn lijkt het motto onder de zon.  En het Vino vino, waar blijft de wijn van Imca Marina schalt hier dan ook regelmatig over de boulevards en pleinen bij monde van de liefhebbers van voornoemde spiritualiën.

Diezelfde Algarve wordt overigens ook wel het Europese California genoemd, maar dan voor tachtigplussers met plasgootjes en prostaatproblemen beste vrinden, maar dat is andere smerigheid!

Nou ziet uw doutore u al glimlachen en vanuit uw koude kikkerland verlangens koesteren naar Europese alcoholische genotsgelijkheid met de Iberisch zongebruinde mazzelaars beste fans, we leven tenslotte in één grote EU en een Rij-en-air tikketje kost maar een paar tientjes nietwaar!  Echter, lieve leesgenieters, de addertjes (in de vorm van Policia uniformizada) zitten hier niet onder het gras, maar staan met regelmaat langs de kant aan de E125, de dodenweg langs de kust waarover uw medico al eerder schreef en de nodige minder leuke bloederige herinneringen aan heeft. En die uniformes staan er niet ten overvloede, beste dorstlessers, want in Portugal is alcohol nog steeds doodsoorzaak nummer één in het verkeer!

Om uw enige duiding te geven over de regelgeving rondom het gedistilleerd hier in zonnig tasjes en t’rasjesland:

Rijontzegging

De maximale norm voor alcohol in Portugal in het frequent aan u gepresenteerde blaaspijpje is 0,5 promille. Komt u daar boven volgens uw eigen ‘ach vooruit dit wordt de laatste’ protocol, dan kunt u (0,5 tot 0,8 promille) rekenen op boetes tot 1250 kostbare pensioen euries en een rijontzegging van een jaar! Voor de doordrinkers die op twee benen lopen ook moeilijk vinden en het dus met een derde proberen (0,8 tot 1,2 promille) wordt u verrast tot 2500 euro korting op uw spaarrekening én twee jaar rijontzegging.

Komt u bóven de 1,2 promille (en da’s echt niet zo moeilijk als het vloeibaar gezellig is), volgen er zeer hoge boetes, onvoorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging voor de lengte van drie jaren. Overigens dient u bij alle alcoholoverschrijdingen op te komen draven bij een niet al te vriendelijke rechter!

Kortom: het is niet alles vrolijkheid wat er blinkt op de bodem van uw leeggeslobberd wijnglas in de zon beste dorstlessende especialistas em álcool!

Alcoolismo

En dat is nog niet alles, want ook openbare dronkenschap wordt hier door de policia soepeltjes bestraft met een voorzien van legerschoeisel welgemikte schop onder uw te dikke derrière en met een beetje pech een nachtje kotsen in een betonnen omgeving met stevig afgesloten deur binnen de plaatselijke delegacia de policia, oftwel de politiecel!    Uw medico de férias waarschuwt u graag even!

Ondanks en desondanks dat maakt alcohol natuurlijk ook meer gezondheid achter uw heuptasje kapot dan u lief is. Uw medico ervaart regelmatig dat de onwetendheid op dat gebied groot is, evenals de verleiding tot verslaving (alcoolismo) als je met ledig gemoed en je hobby’s thuis in het kikkerland achtergelaten hebbende in een ver land vertoeft.

 

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/image-asset.jpeg

 

Dan komt de schadelijkheid (osmalis de bebida alcool) al snel om de hoek kijken. Zo ontdekte een ‘dat doet mijn man niet’ echtgenote van een (uiteraard) ‘gelegenheidsdrinker’, een halve kubieke meter aan lege drankflessen onder de openhaardhoutopslag beste lezers!

En aangezien lege flessen moeilijk branden wekte dat enige verbazing gecombineerd met vele vragen en werd uw medico rap geconsulteerd als ontwenningstherapeut én relatiegenezer!

Wist u overigens dat zelfs één glas alcohol al zorgt voor verdoving van je hersenen en je remmingen loslaat?

Dit inspireerde Gerrit Komrij, God hebbe zijn ziel, al tot de kleurrijke uitspraak:

“In alcohol kun je alles bewaren behalve geheimen.”

Iets om in herinnering te houden lieve lezers! Overigens is dat ene glas natuurlijk niet de boosdoener, echter uw doutore zit vol met ervaringen van olijke zonbelevers die het dagelijks innemen van alcoholhoudende versnaperingen tot hobby hebben verheven en daarvan zijn de gevolgen niet mals!

Maligniteit

Door zo’n repeterende bezigheid worden dagelijks de lever, nieren, hart en bloedvaten, alvleesklier en darmen behoorlijk belast en bestaat er sterk verhoogde kans op maligniteit, ofwel ernstige ziektes. Die kans stijgt overigens exponentieel met uw leeftijd, waarbij de wetenschap ons vertelt dat de gemiddelde levensverwachting van een stevige hobbydrinker met een jaar of tien wordt gekort!

Maar hoeveel beste doutore, hoor ik u vragen, mag ik dan tijdens alle olijke vrolijkheid, de sjeu de boel en het haringhappen wél drinken zonder vroegtijdig aan de verkeerde kant van het gras gelegd te worden?

Daarvoor hebben we een algemene regel die aangeeft dat vrouwen maximaal zeven glazen ‘veilig’ per week kunnen nuttigen en mannen veertien glazen. Nu hoort uw geneesheer natuurlijk regelmatig dat er bij u thuis slechts zeer zelden meer gedronken wordt dan dat, maar uit ervaring weet uw especialista ook dat de laatste leugen de wereld nog niet uit is!

Dus adviseert uw thuisdokter dan steevast streepjes op het behang te zetten en alvast te beginnen met blozen. Het ‘ik drink alleen in het weekend’-praatje valt ook onder de flauwekuldiscussie, want bij doorvraag blijkt altijd het glas op de golfbaan alsmede de twee bij het bridgen en die éne op dat terrasje vergeten. Kortom: het is de hele week een vrolijk alcohol benevelde boel in zonnig Portugal, waar het drankje vaak de weemoed naar het natte vaderland laat verdwijnen! Dat vaderland waar soms toch alles beter is als je weer eens een halve middag in de rij voor de kassa bij de Aldi staat terwijl de caissière haar buurvrouw met rollator verwelkomt en uitgebreid de buurtperikelen gaat bespreken.

Een gewaarschuwd man geldt voor twee

Trouwens, gesproken over de Aldi, vaak staan daar arme sloebers bij de ingang (tenzij ze net genoeg geld bij elkaar hebben gebietst voor een slobberbiertje en ergens in een hoek liggen) om u gewag te doen van hun miserabele leven en met de vraag of u door middel van een kleine bijdrage in harde euro’s hun dag tot heerlijkheid wilt verheffen zodat ze hun recept (wat steevast altijd thuis ligt) kunnen inwisselen voor het levensreddend medicijn!

Nou is uw medico de vriendelijkheid en goedheid zelve lieve fans en helpt iedereen graag een handje op weg naar een beter leven. Zo kocht ik kortgeleden drie heerlijk warme verse broodjes plus een paar pastel de nata’s voor zo’n minderbedeelde receptverzamelaar. Buiten gekomen overhandigde ik dat luxe pakket (aan een verbaasd gezicht) met een vriendelijk gebaar en een ‘aproveitar’, ‘geniet ervan’! Tien meter verder bij mijn auto aangekomen zag ik de beste man een poging doen mijn bijdrage te verkopen beste lezer (geen grap!). Zie hier de bittere ernst van een alcoolismo (verslaving)!

Doet me denken aan de man die tijdens zijn wandeling bij een bruggetje komt waar hij de waarschuwing leest: Pas op! Deze brug is slechts veilig voor één persoon tegelijk. Gerustgesteld loopt hij de brug op en zak er tot zijn grote verbazing toch plotseling doorheen.

De moraal van dit verhaal: een gewaarschuwd man geldt voor twee!

Hou dat in gedachte tijdens uw volgende gezellige natte haringparty met zakloopwedstrijd beste amigas e amigos!

Até o próximo domingo queridos leitores!

Uw dokter James Kildare!

P.S.  
Altijd dronken is ook een geregeld leven – Er bestaan geen lelijke vrouwen, er is alleen te weinig alcohol – Als ik dronken ben, kijk ik met één oog naar God en met het andere naar de duivel –  Een drankprobleem hebben betekent dat er geen drank in huis is – Ik sterf liever van de drank dan van de dorst – Drinken halveert je leven, maar je ziet dubbel zoveel – Ik ben geen probleemdrinker, ik maak er geen probleem van – In wijn zit wijsheid, in water pissen de kikkers – Half bezopen is een gebrek aan doorzettingsvermogen – Ik ben geen alcoholist, ik heb slechts een doseringsprobleem –

 

We geven meer geld uit aan drank en tabak dan we aan onderwijs besteden. De drang om te ontsnappen aan onszelf is blijkbaar groter dan de drang naar ontwikkeling.

Aldous Huxley.

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/01/fx1_lrg.jpg

                                                                                     

 

Lees meer van The Portugal Post:

Portugal, stukje bij beetje
La Gran Ola van de Algarve
In mijn Algarve heersen nog waarden en normen van NL in jaren 50

 

 

Doneer aan Arthur van Amerongen!

 

 

 

 

 

De Portugal Post: waarom Don Arturo bij de Volkskrant vertrok

https://tpo.nl/2022/01/23/de-portugal-post-waarom-don-arturo-bij-de-volkskrant-vertrok/

LIVE: Algemene Politieke Beschouwingen (Joop)

Woensdag debatteert de Tweede Kamer tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. De eerste spreker van de dag was Geert Wilders, die zijn spreektijd gebruikte om zijn gebruikelijke emotionele riedel af te steken. Zoals vrijwel altijd vuurde hij zijn eerste pijlen af op D66, wiens leider Sigrid Kaag hij lafheid en wegduiken verweet, omdat zij zich tijdens het debat laat vervangen door Rob Jetten. Die laatste ging op zijn beurt met graagte in op de aantijgingen van Rutte, die hij een obsessie met Kaag verweet (“meisjes plagen, kusjes vragen”).

Daarnaast sneed Jetten een bij de PVV gevoelig punt aan, namelijk dat Wilders zijn fractiegenoot Dion Graus uit de wind zou houden, terwijl de Kamer de nodige vragen heeft over de vele beschuldigingen van seksueel misbruik door Graus. Wilders vervolgde zijn spreekbeurt met een keur aan misstanden in het land, van woningnood tot criminaliteit, die volgens de PVV-leider niet alleen de schuld zijn van Mark Rutte, maar toch vooral ook van vluchtelingen, migranten en niet-westerse allochtonen. Huisjesmelker Wybren van Haga mengde zich kort in het debat door het huurbeleid van het kabinet te bekritiseren.

Overigens kwam Kaag even later alsnog de plenaire zaal in, mogelijk om Wilders te laten zien is dat ze toch niet ‘laf’ is.

Kaag komt nu de zaal binnen #APB pic.twitter.com/Izxuw3XC4v

— Jeroen Stans (@JeroenStans) September 22, 2021

VVD
Na Wilders was het de beurt aan plaatsvervangend VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans om de beleidskeuzes van de kabinetten-Rutte te verdedigen. Ze begon haar vuurdoop bij de Algemene Beschouwingen met de constatering dat politici te veel met zichzelf bezig zijn en hoe dat haar pijn doet. Direct erna sloeg ze op Ruttiaanse wijze de jubeltrom over de veerkracht van Nederland. Dat leverde haar direct een interruptie op van PvdA-leider Liliane Ploumen die opmerkte dat er nogal wat ruimte zit tussen die zogenaamde Nederlandse welwillendheid en de houding van de VVD die werkelijk elke vooruitgang lijkt te blokkeren, waaronder de kabinetsformatie.

Ploumen wilde van de VVD horen dat de voorgenomen belastingverlaging voor bedrijven van tafel gaat en om het geld dat daarmee vrijkomt wordt besteed ‘aan gewone mensen’ en het verhogen van de koopkracht. Hermans liet hierop weten mogelijk open te staan voor een andere besteding van het geld, maar pas aan het eind van het debat te beslissen wat dat dan wordt. Jesse Klaver (GroenLinks) had nog een suggestie: het afschaffen van de verhuurdersheffing, iets waar inmiddels een groot deel van de Kamer voor is. De VVD was vooralsnog tegen, maar volgens Hermans staat de partij open voor een verlaging van die verhuurdersheffing. Wel is haar partij nog altijd voorstander van het verkopen van sociale huurwoning, ondanks dat vrijwel alle experts het er inmiddels over eens zijn dat dit funest is voor het aanbod betaalbare huurwoningen.

De VVD vindt het best om sociale huurwoningen (tot 753 euro per maand) te verkopen. Ze worden dan midden huur (tot 1100 euro).
Maar de wachtlijsten zijn vaak 10 jaar. En veel mensen kunnen echt geen 1100 euro per maand aan huur betalen.
(3)

— Pieter Omtzigt (@PieterOmtzigt) September 22, 2021

Kersvers zelfstandig opererend Kamerlid Pieter Omtzigt wil van Hermans weten of zij één land kan noemen, ‘behalve Nederland, dat een speciale belasting heeft op betaalbare huurwoningen’:

Omtzigt legt in 1x de belangrijkste reden voor de wooncrisis uit. Nederland is het enige land in de wereld dat goedkope huurwoningen beboet👇🏼 pic.twitter.com/IHXhNvsMfO

— Zihni Özdil (@ZihniOzdil) September 22, 2021

SP-leider Lilian Marijnissen heeft nog een andere vraag aan Hermans over die sterke schouders die de VVD’er zo roemt. Namelijk of ze maandagavond de documentaire ‘Alleen tegen de staat’ heeft gezien, waarin vijf slachtoffers van het toeslagenschandaal onomwonden uit de doeken doen hoe hun levens moedwillig zijn verwoest door de Belastingdienst. Hermans heeft niet gekeken, wat bij Marijnissen tot de conclusie leidt dat de VVD nog altijd geen oog heeft voor de slachtoffers.

D66
Rob Jetten begon zijn betoog met een verwijzing naar Alleen tegen de Staat. Anders dan Sophie Hermans had hij deze documentaire over de slachtoffers van de toeslagenaffaire wel gezien. “Het vertrouwen in de politiek is daardoor bijna onherstelbaar beschadigd.”

De D66’er verklaarde begrip te hebben voor de “beleidsarme begroting” van het “driedubbel demissionaire kabinet” en nodigde de Kamer uit om voorstellen te doen voor aanpassingen. Jesse Klaver (GroenLinks) probeerde uit te vinden hoeveel ruimte er is. Als D66 voorstellen van de oppositie steunt, is er namelijk een meerderheid in de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verhuurdersheffing en voor hogere salarissen in het basisonderwijs. Jetten liet doorschemeren dat er valt te praten met D66. “Ik heb minister Hoekstra ook horen zeggen hoe goed het gaat met de economie.”

Jetten verdedigde de uitgaven voor klimaatmaatregelen van het demissionaire. Tijdens een werkbezoek had hij gezien hoe het verduurzamen van huizen ertoe leidt dat mensen een aangenamer huis en een lagere energierekening krijgen. De D66’er riep in herinnering dat de klimaatcrisis grote gevolgen heeft. Hij wees op de overstromingen in Limburg, de bosbranden elders in Europa en de hongersnood in Madagaskar.

CDA
Pieter Heerma rekende in zijn bijdrage af met het neoliberalisme, waarvoor zijn partij toch decennia een van de vaandeldragers was. “Een prachtig verhaal”, reageerde Jesse Klaver. “Ik heb maar een vraag: wanneer gaat u met de PvdA en GroenLinks om tafel?”

Het CDA wil evenals veel andere partijen af van de verhuurdersheffing. Ook pleitte Heerma voor een minister van Volkshuisvesting. Na Rutte-II werd de functie van minister van Wonen afgeschaft. “Ik ben de eerste VVD’er die een heel ministerie heeft doen verdwijnen”, verklaarde minister Stef Blok (VVD) destijds.

Dit bericht wordt aangevuld.

https://joop.bnnvara.nl/nieuws/live-algemene-politieke-beschouwingen

Reactie op De koopkracht voor de gewone mens blijft dalen: daarom lult Den Haag over migranten door de Boer (Joop reacties)

De woningnood in 1945? In 1945 was er zoveel aan nood, lag er zoveel puin en was er zoveel te doen dat dat raar opgekeken werd als je dat woord maar zou bezigen. Stelletjes gingen gewoon ergens op zolder wonen en als ze alleen waren op kamers, zonder bezoek van de andere sekse. En hun kindertjes dus ook en dat duurde tot diep in de zestiger jaren. OK boomers, dat vergeten we maar even net als de kleuters van de jaren 40 tot 45, die naar de gaarkeukens moesten, En dan had je ook nog die Joodse kindertjes, die met hun moeder mee moesten.
Eerlijk gezegd is het schaamteloos om anno 2020 dan nog te spreken over een ramp als een grote bosbrand ver weg in een rijk land of een schaarste aan huizen nu.. .

https://joop.bnnvara.nl/opinies/de-koopkracht-voor-de-gewone-mens-blijft-dalen-daarom-wil-den-haag-over-migranten-lullen#comment-2487309

Nee, een duurzame wereld begint niet bij jezelf. Een pleidooi tegen consumentenactivisme (Vrij Nederland)

‘Als we onze planeet willen redden, zullen we minder vlees moeten eten,’ betoogt Jonathan Safran Foer in zijn nieuwste boek Het klimaat zijn wij. De wereld redden begint bij het ontbijt. De Amerikaanse bestsellerauteur tourt momenteel door Europa met zijn voornaamste boodschap: als we niet op een ecologische ramp willen afstevenen, moeten we allemaal drastisch minderen met onze niet-duurzame, schadelijke eetgewoonten.

Gelet op het aandeel in ontbossing en CO2-uitstoot, richt hij zijn pijlen vooral op de consumptie van dierlijke producten en propageert hij een veganistisch dieet – in elk geval voor twee maaltijden per dag. ‘Je zou, op het moment dat je de menukaart voor je hebt, hetzelfde gevoel moeten hebben als wanneer je naar de brandende Amazone kijkt,’ zegt hij erover in een interview met NRC Handelsblad. Die toast met bacon en ei heeft opeens de nasmaak van verschroeid regenwoud, en dat is precies de bedoeling.

Wat Safran Foer roept, is niet nieuw; hij is de zoveelste beroemde volgeling van het rap groeiende genootschap der consumentenactivisten, of portemonneestrijders. De kern van hun boodschap: met de manier waarop jij als individu je geld uitgeeft, bepaal je of je de gezondheid van ons ecosysteem wil schaden of verbeteren. Elke aanschaf wordt daarmee een morele dan wel immorele keuze. Uit dit consumentenactivisme is een krachtige nieuwe schaamtecultus ontstaan, die allerlei mogelijke uitlopers kent.

Vliegschaamte, autoschaamte, vleesschaamte, stookschaamte of fast fashion-schaamte: je kunt het zo gek niet verzinnen of er wordt ergens, door iemand, met misprijzen vastgesteld dat jouw koopgedrag de wereld naar de knoppen helpt. De onbewuste consument laat ecologische voetafdrukken achter als een olifant, en het is zaak van hem of haar zo snel mogelijke een verlichte, tevens vederlichte, consumindermuis te maken.

Deze filosofie is de laatste jaren gemeengoed geworden en kent veel aanhangers. Politici, CEO’s, jonge influencers en grote beroemdheden laten zich voorstaan op hun ethische lifestyle in een steeds wanhopiger strijd tegen klimaatverandering. Een strijd, overigens, die ik volledig onderschrijf. Sterker nog: ik schaar mij aan de zijde van de zogenaamde ‘alarmisten’, zoals deze groep wetenschappers soms smalend wordt genoemd, alsof ze hun hysterie niet goed weten te beteugelen. Het zijn de experts die waarschuwen dat we zonder ingrijpende economische en politieke veranderingen een cruciaal kantelpunt naderen waarop ecosystemen zullen instorten en niet meer tot regeneratie in staat zijn.

Juist daarom is mijn geduld met types als Jonathan ‘duurzaamheid is een keuze’ Safran Foer op. Consumentenactivisme is een zijweg die niet alleen (te) weinig bijdraagt, maar een snelle, zinvolle aanpak van klimaatverandering zelfs in de weg staat.

Simplistische oorlogsretoriek

De meest gehoorde reactie op mijn standpunt: waarom zou je een tégenstander van consumentenactivisme zijn? Baat het niet, het schaadt ook niet. Bovendien kan het toch allebei: én propageren dat mensen hun koopgedrag moeten aanpassen, én vinden dat overheden en industrie actie moeten ondernemen? Dat klinkt inderdaad redelijk. Ik heb dan ook geen bezwaar tegen portemonneestrijders achter de voordeur – integendeel. Iedereen die de tijd en het geld heeft zich in zijn dagelijkse leven over dit soort keuzes te buigen, moet dat vooral doen. Rolmodellen zijn belangrijk en kunnen anderen inspireren tot duurzamer keuzes.

Het wordt anders wanneer die individuele levensstijl wordt verheven tot een activistische publieke strategie, die bovendien wordt gepresenteerd als een serieuze (deel)oplossing van het klimaatvraagstuk.

Ten eerste is dat niet zo, waarover later meer, en ten tweede maak je zo van ieder individu dat, bewust of onbewust, de ‘verkeerde’ keuzes maakt, de vijand. Een immoreel wezen, verantwoordelijk voor het feit dat de wereld vergaat.

Dat is precies wat consumentenactivisten doen. Als een peloton groene George Bush-soldaten bezigen ze simplistische oorlogsretoriek, die ‘de ander’ automatisch in het foute kamp plaatst: You’re with us or you’re against us. Een constante stroom doempraat komt zo dagelijks voorbij in interviews, artikelen of op de sociale media van populaire jongens en meisjes die lachend reclame maken voor ‘duurzame’ producten van de meest vervuilende multinationals.

Nu ben ik niet van het teerhartige slag dat klaagt over ‘de verkeerde toon’, zoals actievoerders vaak wordt verweten. Het gaat erom dat de oorlogstaal tegen de verkeerden is gericht.

Een greep uit de gebezigde kreten: ‘Hoor jij bij de groep die de mensheid van de ondergang wil behoeden, of heb je bloed aan je handen?’ ‘Iedereen die nu nog vlees eet / vliegt / goedkope kleding koopt (vul in naar keuze, de lijst is eindeloos), is schuldig aan de bosbranden in Brazilië / de uitstoot van de fossiele industrie / de watervervuiling door pesticidengebruik in de katoenteelt.’ ‘In welk leger wil jij zitten? Het leger dat vecht voor het goede, of voor het kwade?’ ‘Ben jij voor of tegen een leefbare wereld voor je kinderen?’ ‘Mensen die nu nog winkelen bij Primark, moeten zich kapot schamen.’ ‘Wie aan de zijlijn blijft staan, is even schuldig als de vervuilers.’

Utopie

Nu ben ik niet van het teerhartige slag dat klaagt over ‘de verkeerde toon’, zoals actievoerders vaak wordt verweten. De geschiedenis wijst uit dat je júíst nietsontziende trammelantschoppers nodig hebt om verandering te bewerkstelligen. Het gaat erom dat de oorlogstaal tegen de verkeerden is gericht. Dat is ook meteen het verschil tussen consumentenactivisten en de ouderwetse grassroots-bewegingen, waarmee ze zichzelf nog wel eens willen vergelijken.

Die streden voor collectieve actie vanuit burgers ten behoeve van politieke of economische verandering. Kenmerkend voor de grassroots-bewegingen was dat ze inclusief waren en hun pijlen richtten op de machtsblokken boven hen. Consumentenactivisme laat die machtsblokken juist vrijuit gaan en zet mensen ertoe aan de pijlen onderling op elkaar te richten, ten koste van de meest kwetsbare burgers. En dat ook nog op grond van een gemankeerd uitgangspunt.

Het is wel de intentie van consumentenactivisten om het bedrijfsleven te raken – maar dan met een omweg. Het idee is om zoveel mogelijk mensen ervan te overtuigen hun geld anders te besteden, vanuit de kerngedachte dat de vraag het aanbod bepaalt. ‘Er bestaat geen krachtiger middel dan het onttrekken van geld aan deze destructieve industrieën,’ verwoordt Safran Foer dit veel gedeelde standpunt; ‘Corporations sell what people buy.’

Precies in dat vertrekpunt zit een cruciale denkfout. In de klaslokaaltheorie van een competitieve markt klinkt deze slogan best aardig, maar in de praktijk is het een utopie om te denken dat een individuele consument het aanbod bepaalt. De gehele bestaande infrastructuur van vooral westerse samenlevingen leunt op de meest vervuilende industrieën, die vervlochten zijn met elk aspect van ons dagelijks bestaan.

Het gijzelen van de publieke zaak

Neem de fossiele industrie. Als we de grens van twee graden opwarming niet willen overschrijden, moet de CO2-uitstoot op korte termijn drastisch worden verlaagd, onder meer door een strikt koolstofdieet. Dat houdt in dat, bijvoorbeeld, oliebedrijven nog maar een fractie van hun voorraden zouden mogen aanboren – en daarmee een fractie van hun geplande winst. Maar het afzweren van onze fossiele afhankelijkheid heeft veel bredere implicaties, vanwege de verwevenheid van die sector met de rest van de samenleving.

Alleen al Europese financiële instellingen hebben een bedrag van een biljoen (duizend miljard) euro uitstaan bij de fossiele industrie; investeringen die rechtstreeks zijn verbonden aan ons spaargeld, pensioen en overheidsbudget.

Die ontvlechting is al complex, maar wordt nog eens extra bemoeilijkt door tegenkrachten voor en achter de schermen. De betreffende bedrijven doen er alles aan om hun winsthorizon niet te laten beperken, met een lobby waarin miljoenen omgaan. Sinds de verkiezing van de Amerikaanse president Donald Trump in 2017 geeft de fossiele industrie recordbedragen aan groeperingen die zijn dereguleringsprogramma steunen, en zijn diverse mensen uit de fossiele industrie op cruciale bestuurlijke posities in de VS beland – met resultaat. Zoals de directeur van een milieudenktank in Washington het verwoordde: ‘De fossiele industrie heeft welhaast alles op haar wensenlijst voor elkaar gekregen onder Trumps bewind.’

De mantra ‘betrek de industrie bij verandering’ is zo normaal geworden, dat weinigen inzien dat die aanpak in sommige situaties neerkomt op het gijzelen van de publieke zaak.

Maar laten we niet weer alleen maar naar de VS wijzen. Recent dataonderzoek geïnstigeerd door The Guardian wijst uit dat de vijftig grootste oliebedrijven de komende tien jaar zeven miljoen olievaten per dag éxtra willen oppompen, waarbij onze nationale trots Shell koploper is. Shell is voornemens haar productie met ruim 35 procent te verhogen om de reserves maar uit de grond te krijgen in het belang van winstmaximalisatie voor de aandeelhouders.

In plaats van een redelijke afbouw, in lijn met de noodoproep van wetenschappers, worden juist extra investeringen gedaan die klimaatdoelen ondermijnen, zoals de bouw van nieuwe boorlocaties. Shell-baas Ben van Beurden zegt daarover: ‘Filosofisch gezien geloof ik […] dat het niet aan energiebedrijven is om energieverbruik te beperken.’ Daarmee raakt hij een cruciale wetmatigheid: een bedrijf heeft een wezenlijk ander doel dan de overheid.

Dat uitgangspunt lijkt, na jaren van overheveling van publieke taken naar de private sector, te zijn verwaterd, en consumentenactivisme is daar een symptoom van. De mantra ‘betrek de industrie bij verandering’ is zo normaal geworden, dat weinigen inzien dat die aanpak in sommige situaties neerkomt op het gijzelen van de publieke zaak.

De kracht van marketing

Er zijn meer redenen waarom het ‘vraag-bepaalt-aanbod’-vertrekpunt een illusie is. Neem de kracht van marketing en advertenties. Het is geen toeval dat hele bevolkingsgroepen op Nike-schoenen lopen, blonde vrouwen in Mini Coopers rijden en start-upjongens op een urban bike door de stad crossen met een Fjällräven-rugzak om. Alles in de wereld van het consumentisme draait om image, brand distribution en brand loyalty. De invloedrijke marketing en distributie van grote (vaak zeer vervuilende en/of ongezonde) spelers bepaalt wat het aanbod is, van dorpen in de verste uithoeken van de aarde tot de high street-winkelketens.

Het hele systeem is gebaseerd op het vergroten van consumentisme, het zoeken naar nieuwe manieren om mensen dingen te laten kopen waarvan ze niet eens wisten dat ze ze nodig hadden.

Coca-Cola is daar een goed voorbeeld van. Het merk, goed voor 1,9 miljard verkochte units per dag en de productie van 200.000 plastic flessen per minuut, is, vaak letterlijk, onderdeel van het meubilair overal waar kinderen komen. Het merk is onlosmakelijk verbonden met ons (westerse) bestaan. Het verlies van marktaandeel aan gezondere alternatieven is door het frisdrankbedrijf snel gesignaleerd en slim gecompenseerd: Coca-Cola en andere voedingsreuzen zijn nu eigenaar van ’s werelds best verkochte, in plastic voorverpakte watermerken.

Het hele systeem is gebaseerd op het vergroten van consumentisme, het zoeken naar nieuwe manieren om mensen dingen te laten kopen waarvan ze niet eens wisten dat ze ze nodig hadden, en doelbewust niet-duurzame producten op de markt brengen.

Ik heb het jarenlang zelf ondervonden toen ik nog als jurist in het bedrijfsleven werkte: bedrijven zijn erbij gebaat dat dingen een korte levensloop hebben zodat je snel nieuwe aanschaft, of een publiek goed als water te privatiseren en er een even winstgevend als vervuilend product van te maken – een product dat een generatie geleden niet eens bestond.

Lees ook Van klimaatdrammen naar Shell vergroenen? Ongeloofwaardig 29 maart 2019
Inkapselen

Een ander onderdeel van marketing is het verweven van grote vervuilers met ‘legitieme’ partijen, iets dat greenwashing wordt genoemd. Het doel is mensen, het liefst critici, met bereik of autoriteit in te kapselen, waarmee je ze op zijn minst onschadelijk maakt en op zijn best voor je laat werken. Neem de ‘duurzame’ Instagram-starlets die doempreekjes houden over smeltende poolkappen onder een glamfoto waarop ze in een biokatoenen jurkje reclame maken voor een nieuw, ‘gezond’ drankje van een multinational.

Maar ook de allergrootsten zwichten. Toen Michelle Obama in 2010 als First Lady haar strijdplan tegen obesitas introduceerde, trok er even een huivering door de voedingsindustrie. Door slechte voeding was kinderobesitas in de Verenigde Staten in dertig jaar tijd ruim verdrievoudigd naar 17 procent, met angstaanjagende stijgingen van chronische ziekten en Diabetes-2 – onder de met name de armste bevolkingsgroepen.

Uit haar eerste speeches bleek duidelijk wie Obama daarvoor medeverantwoordelijk hield: de voedingsindustrie, met hun excessieve toevoegingen van zoetstoffen en vetten, hun misleidende advertenties gericht op kinderen, hun ijzeren greep op de voedselvoorziening in scholen, ziekenhuizen en sportclubs, en het propageren van het frame dat overgewicht te wijten is aan een gebrek aan individuele wilskracht. Haar stoere praat duurde niet lang.

De industrie was er als de kippen bij om ‘partnerships’ met Obama aan te gaan – Coca-Cola, Walmart, Walt Disney, Nestlé en anderen. Het is voor Big Food, zoals deze multinationals ook wel worden genoemd, van levensbelang dat ze zelfregulerend blijft, en alles werd uit de kast getrokken om daadwerkelijke beleidsverandering en regelgeving te voorkomen. Het lobbybudget werd verdubbeld, een toevoeging van ‘light’-opties aan bepaalde productlijnen werd toegezegd (oftewel: een uitbreiding van het assortiment, met bijbehorende inkomsten), en toen was het welletjes.

Als Michelle Obama haar pijlen op Big Food bleef richten, zouden de bedrijven alle medewerking intrekken. Michelle boog het hoofd, en tot het einde van het Obama-presidentschap zag je haar in het openbaar sporten met te zware kinderen, onder de slogan ‘onze jeugd moet meer bewegen’. Het kinderobesitaspercentage in de Verenigde Staten is momenteel 18,5 procent.

Als je goed kijkt, zie je die verraderlijke verwevenheid overal, en het zaait effectief verwarring. Een door Shell betaald interview met een wetenschapper in NRC Handelsblad over het belang van individuele keuzes in de strijd tegen klimaatverandering. Een door ABN AMRO betaald interview door de hoofdredacteur van zakenblad Quote met mensen van Coca-Cola en McDonald’s over duurzaamheid. Hoe serieus te nemen is een controlerende macht die dagelijks bericht over de urgentie van klimaatverandering, maar pal daarnaast de grootste veroorzakers ervan met onweersproken interviews een platform biedt?

Overheidsinvloed

Een ander aspect dat het vraag-aanbod-evenwicht verstoort, is overheidsbeïnvloeding in de vorm van subsidiestromen, belastingvoordelen of accijnsvrijstellingen. Subsidie stimuleert aanbod door producenten en heeft een rechtstreeks effect op de verkoopprijs en daarmee op het koopgedrag van consumenten. Zo lang, bijvoorbeeld, fossiele brandstoffen tweemaal zoveel voordelen ontvangen als hun duurzame alternatieven, is de keuze voor een grote groep mensen snel gemaakt.

Een heel scala aan kennis en keuzes blijft onzichtbaar, zonder dat de gebruiker het doorheeft.

Er worden miljoenen aan EU-geld in de promotie van de vleesindustrie gepompt, en de consument weet niet eens wat de ‘echte’ prijs van vlees is – die kan tot wel 40 procent hoger zijn zonder subsidies en met doorberekening van de maatschappelijke kosten. Deze concurrentievervalsing is de meeste mensen onbekend, en het lijkt me oneerlijk en nogal wereldvreemd de groep die voor deze producten blijft kiezen dan als immoreel of fout te bestempelen.

Redelijk nieuw is de invloed van algoritmen op consumentengedrag. Op basis van de verzamelde en verbonden data van miljarden mensen kunnen bedrijven met op maat gemaakte algoritmen koopgedrag beïnvloeden tot op individueel niveau. Omdat de grote techbedrijven weigeren de samenstelling van hun algoritmen te ontsluiten, is het voor de consument volkomen ondoorgrondelijk waarom hem of haar bepaalde zaken worden aangeboden of onthouden. Zoekresultaten, getoonde nieuwsberichten of gepresenteerde producten op alle mogelijke online kanalen worden op maat gemaakt om de kans op succes (een transactie) te optimaliseren.

Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.
Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.

Een heel scala aan kennis en keuzes blijft zo onzichtbaar, zonder dat de gebruiker het doorheeft. Zo zal iemand die in het verleden al keuzes gericht op duurzaamheid maakte een totaal ander online menu krijgen voorgeschoteld dan iemand die die keuzes wegens gebrek aan kennis, interesse of koopkracht jarenlang niet maakte. Deze laatste gebruiker heeft een volstrekt ander beeld van hoe de wereld eruitziet en wat er te koop is.

Met al deze ongelijke, soms onzichtbare en manipulatieve krachten is het onhoudbaar om individuen aan te spreken vanuit het simplistische vertrekpunt ‘duurzaamheid is een keuze’, of ‘met je portemonnee bepaal jij wat de industrie doet’.

Elitaire manier van de wereld verbeteren

Een klimaatcrisis afwenden vergt van hogerhand afgedwongen, radicale systeemwijziging. Wat consumentenactivisten zelf niet doorhebben, is dat ze met hun gedachtengoed pleitbezorgers zijn van het systeem dat ze denken te bestrijden. Dat systeem gedijt bij een wereldbeeld waarin mensen niet meer worden gezien als burgers, maar als consumenten, op een planeet genaamd Vrije Markt. Portemonneestrijders gaan mee in de mythe van de Maakbare Mens, die anno 2019, leven en welzijn met zijn eigen handelen vormgeeft.

Die individualistische ‘alles is je eigen schuld of verdienste’-filosofie was ooit voorbehouden aan de conservatieve hoek, van Reagans American Dream tot Thatchers ‘There’s no such thing as society’, maar is inmiddels over de hele linie geaccepteerd, met de linkse intelligentsia niet zelden als fanatiekste fakkeldragers. Zoals de poepchique moderecensente van The New York Times, Vanessa Friedman, die recent in een interview over de milieuvervuilende fast fashion verzuchtte: ‘De grote vraag is: hoe krijgen we consumenten zo ver dat ze gaan nadenken over wat ze kopen? Dat ze zich realiseren dat één T-shirt van 20 dollar langer meegaat dan tien shirts van 2 dollar per stuk.’

Het is een nogal exclusieve, elitaire manier van de wereld verbeteren, want niet iedereen heeft de mogelijkheid met zijn portemonnee te praten. Safran Foer, Friedman en hun bevoorrechte club geloofsgenoten zijn daarin een minderheid op deze wereld.

Lees ook De Grenfell-toren: symbool voor de zwarte ziel van de samenleving 27 juni 2017

Een inktzwart voorbeeld van wat er gebeurt als je mensen louter als consument ziet, was de brand in de Grenfelltoren op 14 juni 2017. In een chique wijk in Londen hadden de meeste bewoners hun bestaan met een goedgevulde portemonnee succesvol en veilig vormgegeven. De rood-witte Victoriaanse huizen waren uitgerust met fatsoenlijke brandmelders, vuurwerende isolatie en functionerende nooduitgangen. Daarbovenuit rees een betonnen torenblok voor de armen.

Precies de groep die, als burger én als consument, tussen wal en schip viel: de staat voelde zich, na de decennialange uitholling van haar publieke taken, niet langer verantwoordelijk voor hun welzijn, en de vrije markt kon niets aan ze verdienen. Een rits private onderaannemers, gefocust op tijdsbesparing en kostenverlaging in verband met winstmaximalisatie, renoveerde het gebouw, met falende rookmelders, vuurversnellende panelen en niet geteste brandblussers als resultaat. Die bewuste nacht verbrandden zeker tachtig mensen levend.

Consumentenactivisme gaat eraan voorbij dat er ontzettend veel mensen zijn voor wie er geen keuze bestaat tussen een shirt van twee of twintig dollar, tussen eenmaal of driemaal daags vlees. Sterker nog: de groep die zo verontwaardigd doet over andermans koopgedrag houdt er zelf een lifestyle op na die meestal vervuilender is dan die van een minder welvarend persoon met al zijn ‘foute’ keuzes.

Een bijstandsmoeder op driehoog-achter die bij Primark winkelt, op een oude brommer rijdt en eens per week plofkip serveert, heeft een kleinere footprint dan de gemiddelde schrijver van een duurzaamheidsboek, met alle diners, sprekersevenementen, social gatherings en sponsordeals met ‘duurzame’ productlijnen. Dat deze laatste de eerste de les leest, is een gotspe.

Als je dat principe naar wereldschaal opblaast, wordt het nog gekker. De geglobaliseerde vrije markt heeft westerse landen rijkdom gebracht en miljoenen mensen in ontwikkelingslanden uit de armoede getild. Mensen voor wie dingen als vlees eten, autorijden, kleding kopen en andere uitingen van westers consumentisme voor het eerst bereikbaar zijn geworden. En dan, na er decennialang zelf van te hebben geprofiteerd, houden een paar snobs een stopbord omhoog. Met serieuze boeken, artikelen en debatavonden over hoe opkomende landen meer aan overbevolking zouden moeten doen en hoe ‘iedereen zijn steentje moet bijdragen’ om de wereld te redden.

Feit is dat de bovenste, rijkste helft van de landen op aarde verantwoordelijk is voor 86 procent van de totale CO2-uitstoot. De rijkste mensen zijn 175 maal vervuilender dan de armste 10 procent, en de komst van enkele miljarden mensen meer in laag-inkomenlanden zou voor maar een paar procent meer uitstoot zorgen. Feit is ook dat het juist de meest kwetsbaren zijn die het eerst en het ergst worden geraakt door de gevolgen van klimaatverandering – droogte, orkanen, overstromingen of ontbossing.

‘O nee, die mensen bedoel ik niet,’ krabbelen consumentenactivisten vaak terug als je ze dit voorlegt. Maar zo werkt een theorie niet. Als je iets met veel bombarie poneert als oplossing en publiekelijk oproept tot actie, kun je daarna niet stellen dat je je eigenlijk alleen tot je eigen vriendenkring richtte. ‘Die mensen’, met een andere portemonnee of uit een ander land, lezen ook boeken, kranten en Instagramposts. ‘Die mensen’ vallen ook ten prooi aan de schaamtecultus die consumentenactivisten over ze uitspreken. En ‘die mensen’ hebben, consument of niet, als burgers ook recht op bescherming tegen de uitwassen van een systeem dat door consumentenactivisme alleen maar langer buiten schot blijft.

Lees ook Spot maar met activisten – tot het water aan je lippen staat 8 maart 2019
Consumentenactivisme als bliksemafleider

Overstappen op een plantaardig dieet, zoals Safran Foer wil? Beter gemaakte, duurdere kleding kopen, zoals Friedman wenst? Ik zal het een kleine groep bofkonten in mijn omgeving zeker aanraden; zij die het geld hebben om tegen de meerderheid van alle aangeboden producten nee te zeggen, en de tijd zich over alle productieketens en hun bijbehorende voetafdruk in te lezen.

Maar als reactie op de klimaatcrisis is consumentenactivisme slechts een bliksemafleider die burgerrechten uitholt, geld kost dat ook elders besteed had kunnen worden en zich conformeert aan het systeem dat ons op dit punt gebracht heeft. Het beschamen van mensen op grond van hun koopgedrag getuigt bovendien van een misplaatste morele superioriteit, die onrecht en ongelijkheid eerder vergroot dan verkleint. Terwijl burgers onderling de pijlen op elkaar richten, versterken de meest schadelijke industrieën jaarlijks hun macht en leunen overheden in hun klimaatakkoorden steeds meer op de trend van individuele verantwoordelijkheid.

Juist de mensen die nu hun doempreken uitspreken over andermans koopgedrag kunnen we, met hun bereik en invloed, goed gebruiken. Maar dan wel voor een minder veilige manier van actievoeren dan ze gewend zijn. Een manier die meestal geen ‘partnerships’ oplevert, sprekersuitnodigingen of interviews. Mensen die zich rechtstreeks uitspreken over industrie en overheid worden namelijk daadwerkelijk als een dreiging gezien en houden daar in veel gevallen eerder vijanden dan een verdienmodel aan over. Kijk naar longarts Wanda de Kanter, met haar strijd tegen de tabaksindustrie en laakbaar overheidsbeleid, Evgeny Morozov, die de almacht van techbedrijven en de laffe respons van de politiek aanvalt of Olivier van Beemen die de corrupte praktijken van Heineken onthulde.

Systeemkritiek klinkt misschien vaag en ongrijpbaar, terwijl ‘ethisch’ eten en shoppen een prettig gevoel geeft; het onmiddellijke idee dat je iets bijdraagt. Maar er zijn voldoende concrete gevechten aan te gaan. Denk aan het ombuigen van subsidie- en investeringsstromen; de ontsluiting van algoritmen en de mogelijke inzet ervan ten behoeve van duurzaamheid; het ontbloten en reguleren van lobbyactiviteiten; een discussie over advertentie-inkomsten door dezelfde media die de noodklok luiden over de klimaatcrisis; of het verlenen van legitimiteit aan vervuilende of manipulatieve industrieën door middel van greenwashing.

Laten we de schaamtecultus ten aanzien van individuen die niet de ‘juiste’ keuzes maken beëindigen, en ruchtbaarheid geven aan het feit dat de meeste mensen wel degelijk duurzamer zouden willen leven, maar dat niet voor elkaar krijgen vanwege omgevingsfactoren die bewust door bedrijfsleven en politiek in stand worden gehouden.

Want alle goede bedoelingen ten spijt: elk boek, elk artikel en elke dag méér besteed aan consumentenactivisme leidt niet alleen af van het werkelijke probleem, maar ook van de oplossing.

Het bericht Nee, een duurzame wereld begint niet bij jezelf. Een pleidooi tegen consumentenactivisme verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/pleidooi-tegen-consumentenactivisme/