Als wij onze wereld niet veranderen, verandert zij ons (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2020/04/49775977028_c4eff363fa_o.jpg

cc-foto: Charlievdb

De periode van het ‘I told you so’, ‘ik zei het je toch’, is aangebroken. Dan zijn er plotseling veel mensen zonder diploma die met hun persoonlijke agenda tevoorschijn komen. Van het is God’s straf voor onze zonden tot 5G.

Er zijn veel professionele mensen die over de potentiële bedreigingen waarmee we nu kampen hebben geschreven en aan kunnen tonen dat ze jaren geleden waarschuwden. ‘Goh,’ zeggen we dan, ‘dat ze dat in 2008 al opgeschreven hebben’. Wie echter een beetje kennis en inzicht heeft in de biologie begrijpt wat er stond te gebeuren. Erg moeilijk is het niet om de grote lijnen te voorspellen. Zelfs ik kan het.

In mijn boek ‘Gezond’ dat in 2011 verscheen en gaat over wat we precies met gezondheid bedoelen. Hoe dat de resultante is van de balans tussen onze aanleg en de leefomgeving die we, naarmate er meer mensen kwamen, steeds radicaler en sneller veranderd hebben. Hoe de zorg die we opgebouwd hadden om daarbij een rol van betekenis te spelen werd afgebroken. Hoe de veilige verzorging voor een vergrijzende bevolking en de oververhitte verwachtingen voor wat voor ons dagelijks leed gedaan kan worden, onbetaalbaar werden. En dat er uiteindelijk gekozen werd om gezondheid niet als proces, waarin we allen met elkaar in hetzelfde bootje zitten, te zien maar om het als een markt te gaan formuleren. Aan het slot van mijn boek kwam ik tot de belangrijkste uitdagingen voor samenleving, gezondheid en zorg.

Ten eerste kun je niet toe met een door financiële belangen aangestuurde zorg en de daarbij behorende manier van met elkaar omgaan. We worstelen met een enorme toename van obesitas, diabetes type 2 en verschillende vormen van kanker. Het zijn kostbare aandoeningen voor samenlevingen overal ter wereld, want je moet jarenlang behandelen. Dus is vooral geprobeerd dat af te wentelen op een individuele keuze van mensen en zo trachtte men de andere kant, die van onze leefomstandigheden, uit zicht te houden. Echt grote beslissingen op het gebied van onze voedselketen, onze energieproductie en mobiliteit zijn er in de afgelopen jaren niet genomen.

Ten tweede kun je de zorg voor ouder wordende mensen en andere kwetsbaren, in een wereld waarin de gebruikelijke sociale supportmechanismen het af laten weten, niet met het ontslaan van personeel oplossen. Het moment dat dat tot problemen zou leiden kon je ruim van tevoren aan zien komen.

Ten derde veranderden we onze leefwereld dusdanig dat de balans tussen de erin levende organismen grondig verstoord werd. Een quote uit mijn boek Gezond: “Het openleggen van de oerwouden in Azië en Zuid-Amerika heeft niet alleen gezorgd voor verschraling van de dunne laag vruchtbare grond en verandering van het klimaat. Het veranderen van het oerbos om daar producten voor de wereldmarkt te produceren, had ook tot gevolg dat veel ziektevectoren natuurlijke gastheren kwijtraakten. In Thailand zorgde bovendien de introductie van tractoren ervoor dat de muggen niet meer de buffels die de ploeg voorttrokken prikten, maar de mensen die op de tractoren zaten. Parasitaire ziekten die ooit beperkt waren kregen op die manier een kans over te gaan op mensen, die door overbevolking en de noodzaak te overleven gedwongen waren het nieuw ontgonnen terrein te bewerken.”

En: “De enorme druk op vruchtbare grond zorgt voor opeenhopingen van mensen onder condities van grote schaarste bij wie nieuwe ziekten zoals hiv-infectie, ebola, lassa zich ideaal kunnen ontwikkelen. Behandelingen zijn er niet.” Dat laatste moet ik enigszins nuanceren. Tegenwoordig kun je zeggen dat toegang tot behandelingen er voor gemarginaliseerde mensen nauwelijks is.

En dat niet alleen. Weer een quote: “Onze zomers worden warmer door het broeikaseffect. In het septembernummer van 2008 van het medische vakblad Journal of Allergy and Clinical Immunology hebben medische deskundigen gekeken naar de gevolgen van de opwarming van de aarde. Een warmer klimaat zorgt ervoor dat bloesems eerder in het voorjaar verschijnen en dat we dus te maken hebben met een langer pollenseizoen. Bovendien zorgt een warmer klimaat voor meer plantengroei en dus meer pollenvorming. Dat betekent dat het allergieseizoen voor mensen met allergie zwaarder wordt. Ook draagt een warmer klimaat bij aan meer luchtvervuiling, meer ozon en bosbranden, die allemaal de kwaliteit van de lucht verslechteren. Het komt er in de praktijk op neer dat mensen ernstiger vormen van astma zullen hebben, vaker aanvallen zullen meemaken en dat hun kwaliteit van leven daar ernstig onder te lijden heeft. Het zorgde er al voor dat in 2008 astma opgenomen werd op een lijst van mogelijker risico’s van opwarming van de aarde in een Amerikaans overheidsrapport van het Environmental Protection Agency. Chronische luchtweginfecties hebben een direct verband met luchtvervuiling. Het is er niet de oorzaak van, maar bij meer luchtvervuiling is er oversterfte te zien van mensen met chronische luchtweginfecties.’

Op zijn best zouden zulke teksten aanzetten tot een discussie waarbij de brenger van de boodschap (die iedereen al best wel kende maar verzweeg) terzijde wordt geschoven als doemdenker, cultuurpessimist en dat wie pleit voor een verandering van leefstijl van mensen het verwijt krijgt een naïeve gutmensch te zijn. Op zijn slechts werden die teksten helemaal niet gelezen. Maar wij mensen zijn toch hoop ik wel tot iets beters in staat dan dat.

Kijk eens naar het plaatje van onze gezondheid in het licht van de COVID19 pandemie. Die lijkt alles in een paar weken op zijn kop te zetten. Maar alles valt toch op zijn plek, alleen niet een die we leuk vinden. Ergens in de wereld werd het gebied waar de vleermuizen leefden opengegooid, gingen hun virussen over op schubdieren, die op een drukbezochte markt verkocht werden voor medicinaal gebruik. En kijk, daar bleek ineens dat het virus ook overdraagbaar op mensen was.

Er was geen natuurlijke immuniteit tegen opgebouwd, er bestond geen vaccin en het was zoeken naar een effectief medicijn. Razendsnel verspreidde het zich via onze reishonger van dichtbevolkte wereldstad naar een dorp waar feest werd gevierd, van carnavalsvierders naar bewoners van een verpleeghuis. Elke richting vond het zijn weg. En wie obees was of aan diabetes type 2 leed, liep de grootste kans om de behandeling op het IC niet te overleven. De longontsteking die bij de CORVID19 infectie behoort betekent natuurlijk erg veel voor mensen met astma en andere chronische luchtweginfecties. Veel mensen in een gebied met veel luchtvervuiling liepen tijdens COVID19 pandemie de kans om in een categorie ‘oversterfte’ terecht te komen. Daarvan weten we meestal niet of ze ook besmet waren.

Dat allemaal moest gemanaged worden in een zorgstelsel waarin men brutaal bezuinigd had (tot op de mondkapjes toe) zodat er geen voorzorgmaatregelen waren getroffen tegen een mogelijk risico, waar men onvoldoende personeel in dienst had dat getraind was in een dergelijke ziektedruk, omdat het ontslaan van personeel de afgelopen jaren het belangrijkste onderdeel van het beleid vormde.

A perfect storm noemen ze dat in het Engels. Alles lag klaar voor COVID19 om die machtige mensenwereld op de knieën te krijgen. En nu verbaasd kijken? Ik denk van niet. Laten we het als een wake up call beschouwen, een impuls om onze wereld te veranderen en niet om alleen maar terug te keren naar hoe het vlak voor deze wereldramp eraan toeging. Als we mondjesmaat die oude wereld weer toelaten zal er telkens weer een opleving van de pandemie plaats vinden. En tegen de tijd dat we wel allemaal gevaccineerd zijn, is er weer een andere parasiet die zich aandient.

Pessimistisch? Met de kennis van nu weten we dat alle uitbraken van zich onverwacht aandiende micro-organismen in het verleden niets met doemdenken te maken hadden, maar met een realistische verwachting. Mijn levensdevies is ‘be pessimistic in mind, but optimistic by heart’. Grijp de kansen die er nu zijn.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/als-wij-onze-wereld-niet-veranderen-verandert-zij-ons

Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? (HP/De Tijd)

Een eerlijke, verantwoorde supermarktketen. Met verse streekproducten. Gezond en duurzaam, maar bovenal lekker. Voor de cultural creative, de grootstedelijke, geëngageerde klant met een goed inkomen die is geïnteresseerd in cultuur en natuur en liever leest dan tv kijkt. Toen Quirijn Bolle en Meike Beeren in 2008 aan de Overtoom in Amsterdam hun eerste Marqt-winkel openden, hadden ze hun doelgroep scherp op het netvlies. Bij de reguliere supermarkten kwamen deze ‘deugmensen’ er maar bekaaid vanaf, meenden de twee voormalige Ahold-managers. Dat gingen zij veranderen. Zo’n 25 filialen wilden ze, om te beginnen, en dan vooral in de Randstad. Leveranciers vinden was geen probleem. Mijnboer uit het Friese Sint Annaparochie zorgde voor de groente en het fruit, Waterlant’s Weelde uit het Noord-Hollandse Oosthuizen voor het vlees en Weerribben Zuivel uit het Overijsselse gehucht Nederland voor de zuivel. De opening was spectaculair – de huisgemaakte truffelmayonaise liep als een malle, de visboer moest zelfs drie keer naar de afslag. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond; achttien telde de keten er eind 2018, waarvan de helft in Amsterdam. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond Maar winst heeft Marqt in al die jaren nooit gemaakt. Voor de investeerders, waaronder Triodos Bank, begin vorig jaar reden om aan te sturen op een stevige koerswijziging – de grote filialen werden verkocht – en op zoek te gaan naar een strategische partner. Dat laatste is, na lang tegenspartelen van Beeren en – vooral – Bolle, gelukt. Udea, eigenaar van onder meer de biologische supermarktketen Ekoplaza, heeft Marqt overgenomen. Ook Beeren en Bolle, in 2010 nog verkozen tot Amsterdammer van het jaar, moesten hun belangen aan Udea verkopen. De deconfiture van Marqt roept vragen op. Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? Op expeditie langs retailexperts, duurzaamheidsdeskundigen en de coo’s (chief organic officers) van de lage landen. Biosupers. Natuurvoedingswinkels. Alternatieve of -kabouterwinkels. Hoe ze zichzelf ook mogen noemen, wie zich enigszins verdiept in de historie van deze biologische speciaalzaken wordt één ding al snel duidelijk: echt florerend is de sector in Nederland nooit geweest. Eigenlijk al vanaf den beginne: de komst van de reformwinkels, de voorlopers van de natuurvoedingswinkels. Interieur winkel met biologische dynamische producten. (1981) Een andere samenleving, met onder meer gezonde natuurlijke voeding en geneesmiddelen, was een belangrijk ideaal van de reformbeweging, die aan het einde van de negentiende eeuw in Duitsland ontstond. Ook in Nederland koos een aantal intellectuelen en idealisten in de jaren twintig naar Duits voorbeeld voor een sober leven vol rauwkost en granen. Dertig reformzaken telde ons land in 1961. In 1975 waren dat er honderd; inmiddels zijn het er naar schatting zo’n tweehonderd. Winkels vol dieet- en natuurlijke – lees: niet geraffineerde – producten. Koudgeslagen zonnebloemolie in plaats van dierlijk vet, zee- of titrozout in plaats van keukenzout, zemelen en koffie van cichorei. Tweemaal beleefde de branche een kortstondige opleving. Eerst na de Planta-affaire; dit was een populair margarinemerk van Unilever, waaraan de producent in 1960 een anti-spatemulgator had toegevoegd die bij zo’n 100.000 mensen huiduitslag en koorts veroorzaakte. Honderden mensen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis, vier overleden. En de tweede keer door de toenemende populariteit van de op het zenboeddhisme gebaseerde macrobiotiek – 50 procent granen, 25 procent groente, elke hap ten minste 50 keer kauwen. Maar een echte doorbraak bleef uit. De dikwijls op antroposofische, biologisch-dynamische leest geschoeide natuurvoedingszaken kregen begin jaren zeventig een stevige boost. Een belangrijke impuls hiervoor waren de alarmerende berichten van onder meer De Club van Rome (Grenzen aan de groei) over de toekomst van de aarde. Deze winkels werden, zeker in de beginjaren, veelal gerund door vrijwilligers. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. Dat laatste is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Bij veruit de meeste biologische speciaalzaken kan de consument terecht voor al zijn dagelijkse boodschappen. Het assortiment is dikwijls kleiner, maar wat betreft de kwaliteit doen deze biosupers anno 2020 niet meer onder voor de reguliere grootgrutters. De verkoop van biologische levensmiddelen stijgt eveneens; volgens de Rabobank is de afzet de afgelopen vijf jaar met 10 procent toegenomen tot 843 miljoen euro. Ter vergelijking: de totale levensmiddelenmarkt groeide in deze periode met slechts 1 procent. Maar die aanwas komt geheel voor de rekening van de reguliere supermarkten; zij zagen de verkoop van biologische levensmiddelen in 2018 met ruim 8 procent toenemen (2017: plus 6 procent), meldde Bionext, de brancheorganisatie voor de biologische landbouw, vorig jaar. Biospeciaalzaken daarentegen kampten met een lichte omzetdaling. Volgens Joyce van den Bos van Bionext houden deze twee ontwikkelingen verband met elkaar. “Het biologische assortiment van de gewone supermarkten groeit al een aantal jaren zo hard dat biospeciaalzaken dit merken.” De daling van het aantal natuurvoedingszaken – biologische winkels en winkels in reformartikelen – stut deze conclusie. De afgelopen vijf jaar sloten vijftig van deze winkels hun deuren, aldus het CBS; vorig jaar resteerden er nog 398. Volgens Bionext kan van deze winkels ruim de helft worden gerekend tot de biologische winkels annex biosupers; de rest verkoopt vooral gezondheids- en dieetproducten. Van deze ruim 200 biosupers maken er weer 90 deel uit van franchiseketen en marktleider Ekoplaza en nog eens 23 van biosupercoöperatie Odin, de nummer twee. Het gros van de overige winkels is zelfstandig. De vraag blijft of de inhaalslag van reguliere supers de enige verklaring is voor de stagnerende groei van biospeciaalzaken. Deventer, bij de ingang van de Ekoplaza, een doordeweekse middag vlak voor kerst. Peter van der Jagt, een opgewekte zestiger met een trenchcoat en brogues, laadt zijn kleindochter en twee gevulde tassen uit zijn winkelwagen en loopt naar buiten. Van der Jagt, uitgever van beroep, is vaste klant, omdat hij hecht aan ‘eerlijke producten’ en dit bij Ekoplaza ‘doorgaans wel goed zit’, vertelt hij desgevraagd. Een klant doet boodschappen in een plasticvrije winkel van Ekoplaza. In het filiaal in Amsterdam West liggen bijna zevenhonderd verschillende producten zonder plastic in de schappen. Biologische winkels frequenteert Van der Jagt al jaren, vertelt hij. Ook toen hij nog in Amsterdam woonde – hij verhuisde twee jaar geleden naar Deventer. “Eerst kochten we veel bij Marqt. Maar daar zijn we mee gestopt. Het profiel was onduidelijk; lang niet alles wat je daar kon kopen, was biologisch. We zijn toen overgestapt naar de Natuurwinkel. Daar was dit wel helder.” Van der Jagt doet al zijn boodschappen bij Ekoplaza. Voor marketeers reden hem in te delen in de categorie ‘donkergroen’: mensen die, dikwijls uit altruïsme, al hun levensmiddelen kopen bij een biospeciaalzaak, omdat ze zeker willen weten dat wat ze consumeren ‘eerlijk’ – lees: biologisch en duurzaam – is geproduceerd. Deze donkergroene consumenten vormen een select gezelschap: zo’n twee procent van het totaal. Diehards voor wie Marqt niet ver genoeg gaat. “Voor deze mensen is biologisch een manier van leven, zij willen zekerheid,” weet detailhandelsexpert Paul Moers (ex-Albert Heijn, ex-Gall & Gall). Naast donkergroene zijn er ook lichtgroene biofans: mensen die slechts voor een deel – gemiddeld een vijfde – biologische producten kopen en dan voornamelijk bij de reguliere super. Voor deze groep, die volgens marketeers veel groter is, maar waarvan de exacte omvang vooralsnog onduidelijk blijft, zijn gezondheid en dierenwelzijn ook belangrijke motieven om biologische levensmiddelen aan te schaffen. Volgens Moers mikte Marqt zowel op donker- als op lichtgroene mensen. “Ik denk dat ze zich daarin hebben vergist. Praat je over de dagelijkse boodschappen, dan kwam geen van deze twee groepen bij Marqt echt aan haar trekken.” Volgens Moers is er nog een tweede, belangrijke reden waarom Marqt al die jaren verlies heeft geleden: de hoge prijzen, althans de perceptie dat de producten er duur waren – een test van de Consumentenbond vorig jaar wees uit dat de consument bij Ekoplaza en Odin nog meer kwijt was voor een mandje bioproducten dan bij Marqt. Dat dure imago werd door de directie ook nog eens beaamd, meldt de detailhandeldeskundige. Hij refereert aan de uitspraak van Meike Beeren in 2015 dat mensen bij Marqt ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Moers: “Dat is natuurlijk niet zo handig.” Meike Beeren, medeoprichter van Marqt, zei in 2015 dat mensen er ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Marqt mag dan deels een verhaal apart zijn, de toenemende concurrentie van de Albert Heijns, Jumbo’s, en inmiddels ook discounters als Lidl en Aldi rechtvaardigen de vraag of biologische supermarkten als Ekoplaza en Odin überhaupt nog wel een toekomst hebben. “Absoluut,” verzekert Joyce van den Bos van Bionext. Volgens haar is het momentum voor biologische producten uitstekend. Zij wijst op de alarmerender berichten over de klimaatverandering, de energietransitie en de daarmee verband houdende plannen van het kabinet – minister van Landbouw Carola Schouten met haar kringlooplandbouw – en de Europese Commissie (Frans Timmermans’ Green Deal met zijn ‘from farm to fork’) om de landbouw te verduurzamen. Voorwaarde daarbij volgens Van den Bos: dat de biosupers zich voldoende blijven onderscheiden. “Ze moeten zich focussen, zorgen dat bio in het DNA zit, op adviesgebied, voor wat betreft de producten en de ingrediënten, maar ook op zaken als verpakkingen en eerlijke prijzen.” Moers is het daar helemaal mee eens. Die meerwaarde moeten biologische winkels volgens hem nog beter gaan uitventen. Ze zouden daarvoor volgens de retailexpert eens een kijkje kunnen nemen bij wijnverkopers. “Die promoten hun producten met hele verhalen. Ze boeken daar veel succes mee,” weet de voormalige directievoorzitter van Gall & Gall. En de relatief hoge prijzen, vormen die geen beletsel? Nee, meent Van den Bos, die zijn volgens haar eerder een conditio sine qua non. “Als je wilt dat een boer minder koeien heeft omdat je daarmee de stikstofproblemen vermindert, is het logisch dat zuivel en vlees duurder worden. De kosten blijven grotendeels gelijk. Veel consumenten begrijpen dat wel, voor hen vormen die prijsverschillen niet zo’n probleem.” Daar kunnen de directeuren van Odin en Ekoplaza, de twee grootste biologische speciaalketens, zich wel in vinden. “De prijs is niet het belangrijkste waarop wij concurreren, wij zitten er anders in,” stelt Merle Koomans van den Dries, bestuursvoorzitter van Odin. “Bij Albert Heijn is een biologisch product gewoon een product, voor ons en onze klanten is het een manier van leven. Waar komt zo’n product vandaan? Hoe ga je met elkaar om? Kunnen telers ervan leven? Ik zeg altijd: als de Keuringsdienst van Waarde een uitzending maakt over een van onze producten, moet het verhaal kloppen.” Een supermarkt met idealen, zo profileert Odin zich. Dat komt onder meer tot uiting in de coöperatiestructuur van de organisatie. Die telt in totaal 23 winkels, maar ook een groothandel, een biodynamische boerderij en een imkerij. 9500 leden heeft de coöperatie inmiddels. Zij legden ieder 100 euro in en zijn daarmee mede-eigenaar. In ruil voor een maandelijkse bijdrage – 16 euro voor een volwassene – krijgen ze 15 tot 20 procent korting op de prijzen in de winkels. Zeker, ook Odin heeft last van de toenemende concurrentie van reguliere supers. Tegelijkertijd is Koomans daar ook weer blij mee. “We hebben lang gewerkt om bio op de kaart te krijgen, dan is het mooi om te zien dat dit voet aan de grond krijgt.” Toch heeft ook Odin volgens de bestuursvoorzitter wel degelijk bestaansrecht. Al was het maar omdat de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande aandacht voor bijvoorbeeld de bosbranden in Brazilië en Australië, maar ook de stikstofcrisis, steeds meer mensen doen beseffen dat een gedragsverandering noodzakelijk is. “Mensen die, net als wij, geloven dat je met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft mede bepaalt hoe de wereld eruit gaat zien. Die beseffen dat dit verder gaat dan af en toe een biologische paprika kopen bij Albert Heijn.” ‘Met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft bepaal je mede hoe de wereld eruit gaat zien.’ Veghel, het Foodpark, eind december. Een enorme hal met in een van de vier hoeken een markante glazen silo van hout en staal. We waren er zonder het te weten al twee keer aan voorbij gereden – Google Maps herkende het adres niet. Maar de routeplanner is abuis. Deze 32.000 vierkante meter (vijf voetbalvelden) grote ‘doos’ herbergt wel degelijk het nieuwe hoofdkantoor en distributiecentrum van Udea, de grootste biologische groothandel van de Benelux, tevens het moederbedrijf van Ekoplaza. We manoeuvreren onze Kia Picanto de bezoekersparkeerplaats op, pal naast een aantal Tesla’s – auto’s van de directie, horen we later; bijna het gehele managementteam rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. Nog maar net binnen reikt een energieke vijftiger – zwart shirt, spijkerbroek, sportschoenen – ons de hand. “Erik Does, welkom.” Does, de algemeen directeur, had ons al zien aankomen. Acht trappen hoger in zijn glazen directiekamer nemen we plaats, nog nahijgend van het traplopen – er is een lift, maar Does prefereert de trap. Iets wat hem weinig moeite kost; Does sport graag en is een fanatiek mountainbiker, leren de fietsshirts aan de wand. Dat komt goed uit. Does en zijn collega’s hebben tropenjaren achter de rug, vertelt hij – eerst de overname van concurrent Natudis, dan de nieuwbouw en de fusie met het Belgische Biofresh, de nodige ‘uitdagingen’ op IT-gebied en vervolgens het maanden durende steekspel rond Marqt. Die laatste overname had van hem nog niet gehoeven, vertelt Does. “ING heeft ons met een aantal aandeelhouders benaderd. Wij hebben toen gezegd: daar zitten we niet op te wachten, kom over een jaar maar eens terug. Maar ze bleven aandringen, dus zijn we toch gaan praten.” Supermarktketen Jumbo gaat het gebruik van plastic verpakkingen voor groente terugdringen. Het bedrijf gaat biologische producten voorzien van een soort tatoeage. Met een laser wordt een etiket op de groenten gebrand zonder dat de smaak, geur of houdbaarheid wordt beïnvloed. Does, samen met zijn compagnon Erik-Jan van den Brink en de Belgische broers Dossche eigenaar van Udea en Biofresh, is desalniettemin blij met de laatste aanwinst. Zonder de expansie waren sommige investeringen onmogelijk geweest, vertelt hij. De directeur doelt onder meer op de nieuwe kassasystemen en het volledig geautomatiseerde, 23 etages hoge automatische krattenmagazijn in het nieuwe distributiecentrum, waar het duurzaamheid is – driedubbel glas, led-verlichting, verwarming door warmte die vrijkomt uit de koelmotoren – wat de klok slaat. Maar groei is geen doel op zichzelf, benadrukt Does, wiens vader Gerard een van de grondleggers is van Udea – hij begon in 1980 in de Maasstraat in Amsterdam zijn eerste natuurvoedingswinkel; dit jaar heeft het bedrijf een gezamenlijke omzet van zo’n 300 miljoen euro. Datzelfde geldt voor de winstgevendheid. Winstoptimalisatie in plaats van -maximalisatie, dat is waar Does naar streeft. Wat dat in de praktijk betekent? “Bij de grote supermarkten verkopen ze ook steeds meer biologische levensmiddelen. Soms met een verhaal, zo van: deze groente komt van boer Klaas van om de hoek. Dat heeft toch iets van greenwashing. Want daarnaast verkopen ze veel vulling in plaats van voeding. Met vulling werk je obesitas in de hand. Dat is een toenemend maatschappelijk probleem. Wij hebben daarom onlangs onze koekschappen met een meter ingekort.” Ook op tal van andere terreinen neemt Udea haar verantwoordelijkheid, benadrukt Does. Het terugdringen van het gebruik van plastic verpakkingen, om maar eens wat te noemen. In Amsterdam had Ekoplaza vanaf juni 2018 een jaar lang een pop-upvestiging zonder (fossiel) plastic. De belangstelling van de media was groot: van CNN tot Al Jazeera, allemaal besteedden ze er aandacht aan. Voor Does vorig jaar tijdens een seminar waar veel mensen van supermarkten aanwezig waren reden voor te stellen om met zijn allen over te stappen op composteerbaar plastic. Zonder succes. “Twee tot drie keer zo duur als fossiel plastic, en dus te duur, luidde de reactie. Waar we het dan over hebben? Neem een brood, dan heb je het over vijf tot zes cent in plaats van één à twee cent.” Groei heeft bovendien ook een keerzijde, weet de directeur. De ideale financier vinden wordt lastiger. Voor het nieuwe distributiecentrum klopte de onderneming bijvoorbeeld tevergeefs aan bij Triodos. “Ze vonden de investering te omvangrijk. Die is uiteindelijk gefinancierd door Rabobank.” Bijna het gehele managementteam van Udea rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. En misschien nog wel veel belangrijker: volume gaat vaak hand in hand met anonimiteit. Does: “Kijk maar naar de grootwinkelbedrijven. Die hebben veelal geen rechtstreeks contact meer met de makers van de producten die zij verkopen; ze kijken hen niet meer in de ogen. Dat maakt het niet alleen lastiger om de herkomst en samenstelling te beoordelen, het maakt het voor de inkopers ook gemakkelijker om producenten uit te knijpen. Je ziet toch niet wat de gevolgen zijn. Uitbuiting? Kinderarbeid? De inkoper moet zijn targets halen; alles draait om een zo laag mogelijke prijs. Dat begint al bij de boeren in Nederland. Wie weet nog van welke boer zijn zuivel komt? Wij weten dat wel, we kennen ze, we werken langdurig met ze samen zodat ook zij in staat zijn een goed product te leveren tegen een eerlijke prijs.” Practice what you preach: dat is waar het volgens Does om draait in de biologische en duurzame wereld. Door voorop te lopen draagt de marktleider daar graag aan bij. Dat de gewone supers volgen, juicht hij alleen maar toe. Angst dat zij Udea inhalen, heeft hij niet. “Als ze dat doen met dezelfde missie en visie, juich ik dat uiteraard van harte toe. Maar dat zie ik zo een-twee-drie niet gebeuren.” En hup, daar veert de algemeen directeur de trap weer af. Laat deze ‘biologische’ Harry Piekema maar schuiven. Word lid van HP/De Tijd

The post Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? appeared first on HP/De Tijd.

https://www.hpdetijd.nl/2020-01-27/heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad

Ook Nederland is schuldig aan de ‘holocaust van het Amazonewoud’ (HP/De Tijd)

Vanuit de kelder van het Museum Volkenkunde in Leiden, aan een felgroene kindertafel, zet Vandria Borari (36) haar missie als advocate uiteen. Jair Bolsonaro, de nieuwe democratisch gekozen president der Brazilianen, hangt als een klopgeest boven het gesprek. Om de taalbarrière te slechten zit ook Karel Becvar aan tafel, een Tsjechische vegan chef met een hart voor het Amazonegebied en een tot aan de rand gevulde hersenpan vol Amazone-statistieken. Het Amazonewoud is hot topic, letterlijk. Grootschalige bosbranden domineren al weken het wereldnieuws. Op Twitter maken acteurs en supermodellen zich zorgen om het voortbestaan van de bossen, in de actualiteitenrubrieken wordt gespeculeerd over het bestaan van een ‘regenwoudmaffia’ – de aanstichters van deze ellende. Echter, al jaren bedreigen ontbossing, landbouw en illegale mijnbouw ‘de longen van de wereld’. De exploitatie van het regenwoud is een groot gevaar voor inheemse volkeren die het gebied rondom de Amazonerivier beschermen en erin leven. Volken zoals de Borari, waar Vandria deel van is. Grote internationale bedrijven kappen gaten in het bos en illegale mijnwerkers dumpen chemicaliën als kwik in de rivieren. "De bedrijven vergiftigen de rivieren waar wij van drinken en waaruit wij vis vangen. Ze vergiftigen onze mensen, onze kinderen." De volkeren worden gedwongen zich te verplaatsen of te leven in een verziekte omgeving. Een recente toevoeging aan het leed: Jair Bolsonaro. De ‘nieuwe’ president van Brazilië ziet het eeuwenoude regenwoud als bedrijventerrein en de inheemse bevolking als obstakel op de weg van uitbuiting. Marina Silva van de groene partij in Brazilië noemt het nieuwe beleid ‘de holocaust van de Amazone’. De bedrijven vergiftigen de rivieren waar wij uit drinken. Ze vergiftigen onze mensen, onze kinderenVandria Borari Om haar volk te redden is Vandria advocaat geworden. "Het is mijn missie om onze rechten als inheemse bevolking te beschermen. Ik zal ons land, en het land van andere inheemse volkeren behoeden voor de vernietiging van de Amazone." "Het is gevaarlijk als arme mensen hun rechten kennen," zegt Vandria schertsend. "Bolsonaro probeert de openbare universiteiten te sluiten. Ik ben een product van zo’n universiteit." Als inheemse advocaat is ze een vijand voor uitbaters, maar wordt ze ook buitengewoon gerespecteerd. "Mijn volk en ik krijgen meer respect als men weet dat ik advocate ben." Advocate of niet, Vandria speelt in Nederland de rol van activiste. Ze legt uit dat de meeste inheemse vrouwen activist zijn. Als ik vraag wat de mannen doen terwijl de vrouwen actie voeren begint ze te lachen. "Die staan aan onze zijde, maar de vrouwen hebben meer moed, durven zich uit te spreken; het is gevaarlijk om activist te zijn. Het Amazonegebied is de regio in de wereld waar de meeste mensenrechtenactivisten gedood worden." Haar met Sea Shepherd-logo’s gedecoreerde vriend belooft mij een artikel van The Guardian te sturen (en houdt deze belofte). Vandria Borari en Karel Becvar Het gevaar voor activisten heeft alles te maken met het politieke klimaat in Brazilië. "Bolsonaro zegt dat hij ons niet zal beschermen. Inheemse territoria zijn voor hem een obstakel op de weg van economische exploitatie." Vandria legt uit dat dit soort uitspraken geweld inspireren. "Als hij dit soort gewelddadige uitlatingen doet, geeft hij macht aan de exploitanten. Als gevolg van illegale mijnbouw worden mensen vermoord. Er zit goud in ons land, als wij weigeren weg te trekken en ons land op te geven, dan worden we vermoord. Eind juli is nog een stamleider vermoord." Vandria refereert aan het verhaal van Emyra Waiapi. Leider van het inheemse Waiapi volk. Zijn lichaam werd in een rivier dichtbij zijn dorp gevonden nadat hij zich had verzet tegen illegale mijnbouw. Hij was doodgestoken. De illegale mijnwerkers hebben het Waiapi-gebied bezet en gaan ongehinderd door met hun exploitatie. "Ze hebben het idee dat ze niet gestraft zullen worden omdat Bolsonaro zich uitspreekt tegen ons." De autoriteiten berichten dat de moord met man en macht onderzocht wordt. Tot nu toe melden internationale media nog geen uitkomst. De amazone is lucratieve business, en uitbaters weten het. Niet alles is echter toe te schrijven aan het nieuwe beleid van Bolsonaro. De Amazone is lucratieve business, en uitbaters weten het. Onder eeuwenoude wouden ligt vruchtbare landbouwgrond, en onder die grond krioelen talloze goudaders. De exploitatie levert miljarden op voor de Braziliaanse staatskas. Is een land met 209 miljoen inwoners en grote sociale ongelijkheid niet deels afhankelijk van deze exploitatie - is het onvervangbaar? Vandria verwerpt deze theorie: "We zullen meer verliezen als we onze wouden en biodiversiteit kapot maken, ook economisch gezien. Niet alleen Brazilië lijdt deze verliezen maar de rest van de wereld ook." Ze lijkt gelijk te hebben. Karel is er als de kippen bij om te wijzen op een onderzoek van Nature, waaruit blijkt dat de ontbossing van de Amazone op termijn kan leiden tot grote verliezen. Terwijl behoud en duurzame landbouw langdurige winsten kunnen opleveren. Dit argument overtuigt Bolsonaro echter geenszins. Behoud van het regenwoud kost veel geld, geld dat Brazilië niet heeft volgens de president. Het westen is bereid financieel te helpen bij het redden van de Amazone, maar Bolsonaro is hier tegen. Het is volgens hem een interne kwestie, en de hulp van het westen riekt naar kolonialisme. Vandria schaamt zich voor dit standpunt: "We zijn allemaal afhankelijk van het woud. Voor zuurstofproductie is de amazone essentieel, en het bevat de grootste voorraad schoon water. Het spijt me zo dat we nu deze leider hebben in Brazilië. Hij heeft geen duurzaam plan, hij geeft niet om de gevolgen. De bescherming van de Amazone is een taak voor de hele wereld." We moeten met onze consumptieverslaafde klauwen van die Braziliaanse soja afblijven. Iedereen moet helpen. Dat is de boodschap. Maar waarom Nederland specifiek? Er zijn landen die meer profiteren van de uitpersing van de Amazone, landen die meer soja en goud importeren. Waarom komt Vandria helemaal naar Nederland? Vandria: "Het NCIV in Nederland helpt mij om bewustzijn te creëren. Nederland importeert veel producten uit de Amazone, zoals soja. Deze producten zijn de reden dat onze bossen worden gekapt, dat onze volkeren worden bedreigd. Het is niet alleen Brazilië, we zijn het allemaal. Ook Nederland is schuldig. Nederlandse consumenten moeten beter denken over wat ze consumeren." Het is duidelijk: we moeten met onze consumptieverslaafde klauwen van die Braziliaanse soja afblijven. Helaas is het zo dat soja juist een product is wat Nederlanders gebruiken omdat ze geen dierlijke producten willen consumeren. Maar ook soja blijkt slecht. Nederlanders willen best rekening houden met neveneffecten van producten, maar er is zo veel om rekening mee te houden. Kleding is onethisch geproduceerd, dierlijke producten zijn slecht, soja vernietigt het regenwoud. De Nederlandse consument weet niet waar hij het zoeken moet. Vriend Karel interrumpeert snel met een feitje: ongeveer tachtig procent van de geproduceerde soja wordt gevoed aan vee, "we kunnen wel soja consumeren, maar het moet wel veilig geproduceerde soja zijn, we moeten wegblijven van producten die door middel van criminele activiteit zijn geproduceerd." Hij legt, ongevraagd, ook nog even 'het ideale eetpatroon voor de mensheid' uit. Nou is het best geloofwaardig dat ‘leven van het bos’ beter is voor de planeet, maar de vraag is: hoe doen we het met zeven miljard mensen? Als men alles optelt, lijkt het een hopeloze zaak. Tussen Bolsonaro, bosbranden, klimaatverandering en consumptiecultuur lijkt er weinig ruimte meer voor een harmonieuze Amazone. Brazilië tolt. Als ik Vandria vraag of ze nog hoopvol is, is ze even stil. Zachtjes verklaart ze dat ze niet optimistisch maar realistisch is: "We moeten veranderen, we moeten de amazone redden, anders vernietigen we onszelf." Vandria zal nog tot het eind van september in Nederland blijven om te schaven aan ons bewustzijn. Hierna zal zij nog enkele Europese landen bezoeken voordat zij terugkeert naar Brazilië om het gevecht met een miljardenindustrie door te zetten.

The post Ook Nederland is schuldig aan de ‘holocaust van het Amazonewoud’ appeared first on HP/De Tijd.

https://www.hpdetijd.nl/2019-09-18/ook-nederland-is-schuldig-aan-de-holocaust-van-het-amazonewoud/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=ook-nederland-is-schuldig-aan-de-holocaust-van-het-amazonewoud