Om de klimaatcrisis aan te pakken moeten docenten aan de slag met de klimaatidentiteit van studenten (Erasmus Magazine)

Onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos (EUC) vindt dat studenten meer de natuur in moeten. “Nu we toch niet binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren?”

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114826/Paper.Project.54-875x656.png

Veel studenten lopen rond met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen, ondanks hun utilitaire redeneringen over duurzaamheid, schrijft onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos. Ze denkt dat het helpt als studenten vaker de natuur ingaan. “We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen en de hei gaan.”

Met feiten alleen win je de strijd tegen de rampzalige aantasting van het milieu, pandemieën en natuurbranden niet. Ze botsen met onze westerse middenklasse-identiteit. Je verdiepen in klimaatverandering is niet genoeg. Zelfs als je je bewust bent van de invloed van onze identiteit op ons gedrag kom je er niet. Onderwijs dat bijdraagt aan het opnieuw vormen van onze klimaat-identiteit is de enige succesvolle oplossing. Dat blijkt uit mijn postdoctoraal onderzoek dat nu is gepubliceerd in een artikel dat ik samen met mijn EUC-collega Gera Noordzij schreef voor het Journal of Cleaner Production.

Ingrijpende gedragsveranderingen

Ik begon in 2017 aan mijn onderzoeksproject aan de universiteit van Aalborg, vlak na het warmste jaar ooit gemeten. In die tijd hadden we nog niet van Greta gehoord en zeker nog niet van het coronavirus, maar het was wel al duidelijk dat ons een stortvloed aan crises stond te wachten die om ingrijpende gedragsverandering zou vragen. Dat veel ouderen weinig interesse tonen in milieuproblematiek is zorgwekkend, maar niet erg verrassend. Het idee van solidariteit tussen generaties ziet er op papier leuk uit, maar de generatie die bijna alles in de schoot geworpen heeft gekregen – economische welvaart, betaalbare huisvesting, gesubsidieerde zorg – zet geen zoden aan de dijk en zal zijn verdwenen wanneer het klimaatprobleem echt de spuigaten uit begint te lopen. Maar het feit dat veel jonge mensen nog steeds individuele en gezamenlijke keuzes maken die ertoe leiden dat de planeet tijdens hun leven gevaarlijk uit balans zal raken, is iets moeilijker te bevatten.

Ik heb twee groepen studenten onderzocht die onderwijs hebben genoten over de do’s-and-don’ts van een duurzame leefwijze. Eén groep maakte deel uit van een milieuplanningsprogramma van een projectgerichte opleiding in Denemarken. De andere groep bestudeert hier aan EUR duurzaamheid aan de hand van een interdisciplinaire, probleemgerichte leermethode. Ik dacht dat als we de invloed van duurzaamheidsonderwijs op de veranderingen in mentaliteit en gedag bekijken, we conclusies kunnen trekken over jongeren die geen toegang hebben tot dergelijk onderwijs.

Bucketlist

Eerst het goede nieuws: een interdisciplinaire, probleemgerichte, humanistische kijk op de aantasting van het milieu zorgt er zeker voor dat studenten systematisch over hun gedrag gaan nadenken. Studenten die op deze manier over duurzaamheid leerden, waren minder snel geneigd zich te laten meeslepen door technofix-fantasieën en andere groengewassen manieren om de crisis op te lossen. Maar dan het slechte nieuws: zelfs wanneer studenten zich bewust waren van de milieuproblemen en inzicht hadden in de raciale en socio-economische ongelijkheden die ermee samenhangen, waren ze toch niet bereid hun schadelijkste gedrag aan te passen.

Wat gezegd moet worden is dat de meeste van deze studenten duurzamere eetgewoonten ontwikkelden. Ze wilden echter absoluut niets horen over hun reisgewoonten. Het idee dat er een huis, kinderen en een (elektrische) auto moet komen is springlevend, maar komt nu met een Instagramvriendelijke lijst met reisbestemmingen en een bucketlist die voor veel adrenaline en veel milieuvervuiling gaat zorgen. De studenten kwamen met rechtvaardigingen waar de grondleggers van de neoklassieke economie trots op zouden zijn: letterlijke kosten-batenanalyses in termen van nut.

Westerse middenklassehabitus

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114659/Climate-Aware-656x875.png

Welke conclusies heb ik getrokken? De studenten maken zich zorgen om het milieu als onderdeel van een ‘morele identiteit’. Deze morele identiteit is deel van een groter identiteitspakket dat hen met de paplepel is ingegoten. In de sociologie noemen we dit pakket een ‘habitus’. Dit pakket wordt versterkt door al onze interacties op alle vlakken van ons leven: familie, school, verenigingen, enzovoort. Omdat het handig is als we dit pakket een naam geven, noemen we het de ‘westerse middenklassehabitus’. Het is geen klasse in de klassieke Marxistische betekenis van het woord, maar meer een klasse in de praktijk, omdat die het resultaat is van de sociale interacties die we in de loop van de tijd doormaken.

Gezien worden als een moreel persoon, een persoon die goede dingen voor de wereld doet, een persoon die goed is, is een belangrijk onderdeel van dat identiteitspakket. Maar datzelfde geldt voor gezien worden als een kosmopolitisch, werelds, bereisd persoon met een hele reeks interessante ervaringen.

Gewetenswroeging

Wat gebeurt er als die twee in conflict komen? Dat is heel simpel: het wordt een rekensom. Het enige wat de studenten hoeven te doen, is slecht gedrag (d.w.z. vervuilend gedrag) compenseren met goed gedrag, zoals vegetarisch eten. Zelfs dingen die helemaal niets met het milieu te maken hebben tellen mee, zoals een goede vriendin zijn of een goede broer.

Dit proces noem ik ‘onderhandelen’ en er wordt heel, heel veel onderhandeld. Bedrijven weten dat ook en daarom biedt KLM je de mogelijkheid om te compenseren voor je vlucht door bomen te planten. Je weet niet of die bomen ook daadwerkelijk of op een duurzame manier worden geplant, maar deze mogelijkheid is fijn voor de morele rekensom. Maar terwijl we op de knop ‘Compenseren’ klikken, weten we dat er toch iets niet helemaal goed zit.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114747/Paper.Journal.10-875x656.png

Uit mijn onderzoek blijkt dat studenten wel degelijk met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen rondlopen, ondanks hun utilitaire redeneringen. We weten heus wel dat dit soort gedrag de catastrofale vernietiging van het milieu binnen de komende decennia niet gaat voorkomen. Wat wel gaat helpen zijn grootschalige veranderingen in het systeem, in de gemeenschap en in ons eigen gedrag. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we op elk niveau actief betrokken zijn. Mijn studenten zijn zich bewust van de gigantische kloof tussen de dingen die zij zelf kunnen veranderen en de grote, gezamenlijke veranderingen die moeten plaatsvinden en raken daar vaak van in paniek. Ik probeer die kloof te overbruggen door ze te laten zien dat ze de stap niet in één keer hoeven te maken: er zijn andere manieren die beginnen bij lokale gezamenlijke actie (een gedeelde tuin aanleggen of lid worden van een lokale groene partij bijvoorbeeld) en wereldwijde individuele actie (klimaatwetenschapper, klimaatjournalist of -filmmaker worden) en het makkelijker maken om de stap naar wereldwijde gezamenlijke actie te zetten. We hoeven niet allemaal in één dag in Greta te veranderen.

Buiten college geven

Weten op welke gebieden je betrokken kunt zijn, is niet genoeg. Het identiteitsprobleem moet echt worden opgelost. Mijn suggestie, in navolging van het werk van Susan Clayton, is om studenten te helpen te stoppen morele berekeningen te maken over het milieu. We moeten studenten helpen oprecht om de natuur te gaan geven. En dan heb ik het niet over genieten van de natuur als consument, maar de natuur gaan zien als iets waar wij zelf onderdeel van uitmaken en een betekenisvolle relatie mee kunnen opbouwen. Dat is voor veel van onze jonge stedelingen die nog nooit de handen in de aarde hebben gestoken heel moeilijk.

Een van de reviewers die over ons artikel schreef, vroeg zich af of studenten niet op slag depressief zouden worden als ze zien hoe slecht het met het klimaat is gesteld. Ik denk daar heel anders over. Ik laat me inspireren door bewegingen van inheemse groepen en hoe sterk hun identiteit is verbonden met hun omgeving, de kracht van hun milieuactivisme en hun inzet om veranderingen op ieder niveau door te voeren. Vaak worden hun stemmen niet gehoord, niet in de laatste plaats vanwege racistische vooroordelen (en in sommige gevallen verwoesting die naar genocide neigt, zoals in Brazilië). Maar hun protest dringt in sommige klimaatonderwijskringen door. Ik raad het boek As We Have Always Done van Leanne Simpson ten zeerste aan als je wilt lezen over de klimaatidentiteit en het activisme van inheemse groepen.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114905/Running-out-of-time-CLIMATE-656x875.png

Onze gesprekken over de verwoesting van het milieu moeten niet theoretisch blijven. We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen, de hei en de prairies gaan. Ze moeten zich actief gaan bezighouden met het herstel van de natuur, planten met hun eigen handen opkweken en wilde dieren observeren. Initiatieven als Edible EUR zijn een goed begin, maar er zijn systematische veranderingen in de hele universiteit nodig. En als we toch niet meer binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren en de natuur nog verder uit het oog te verliezen? Als mijn ideeën over klimaatidentiteit juist zijn, dan is aan het werk gaan in de tuin geen vervanging van persoonlijke en politieke actie, maar een opstap.

Ginie Servant

https://www.erasmusmagazine.nl/2020/11/20/om-de-klimaatcrisis-aan-te-pakken-moeten-docenten-aan-de-slag-met-de-klimaatidentiteit-van-studenten/

Brandweer kon niet voorkomen dat Peelbrand uit de hand liep: onvoldoende materieel en kennis (Omroep Brabant)

Brandveiligheid heeft te weinig aandacht gehad in de Deurnese Peel. De brandweer is onvoldoende getraind en toegerust om te voorkomen dat een natuurbrand zo groot wordt. Bovendien moet de Peel natter worden om het brandgevaar te verminderen. Dat blijkt uit twee onderzoeken van een onafhankelijke onderzoekscommissie en van de Wageningen University & Research (WUR).

De brand in de Peel begon in april en de vlammen bleven gedurende twee maanden oplaaien. Ruim zevenhonderd hectare bos brandde af, een van de grootste natuurbranden in Nederland ooit.

Te weinig samenwerking

De onafhankelijke commissie stelt dat er duidelijke regels opgesteld moeten worden voor de inrichting en het beheer van natuurgebieden om branden te voorkomen. Nu is de noodzaak van brandpreventie onduidelijk. Het nemen van maatregelen is moeilijk. Niemand draagt de volledige verantwoordelijkheid.

De samenwerking tussen de gemeente, de veiligheidsregio en de beheerders van natuurgebieden moet verbeterd worden. Er is nu geen gemeenschappelijke visie. Zo hebben ze voor de brand in de Deurnese Peel nog nooit met elkaar gesproken over brandpreventie, terwijl de omstandigheden in april wel ideaal waren voor een grote natuurbrand. "Er is onvoldoende urgentie aan het vraagstuk besteed", aldus voorzitter Jan Jaap de Graeff. “Er is zeker werk aan de winkel. We gaan direct aan de slag”, reageert burgemeester Hilko Mak.

Te weinig geld

Ook heeft Staatsbosbeheer te weinig geld voor brandpreventie en voor nablussen. De brandweer moet de brand onder controle krijgen, maar daarna is Staatsbosbeheer verantwoordelijk voor het nablussen van het smeulende veen. Die organisatie krijgt echter alleen geld voor natuurbeheer. Om te voorkomen dat een natuurbrand onbeheersbaar wordt, moet het natuurgebied daarop ingericht en beheerd worden.

Waterpeil moet omhoog

Dat blijkt ook uit een tweede rapportage. Daarin onderzocht Wageningen University & Research (WUR) de relatie tussen natuurbeheer en brandveiligheid. Door klimaatverandering wordt het natuurbrandgevaar groter en daarom is het 'cruciaal om te leren leven met vuur', stellen de onderzoekers.

Projecten die het grondwaterpeil verhogen en waardoor er ook nattere plantensoorten komen verkleinen het brandgevaar. Zo moeten er in 2050 minder brandbare varens staan en moet de heide veranderen van droog naar nat, met minder pijpenstrootjes. "We verwachten dat de beheersbaarheid van branden in het gebied zal toenemen en dat is goed nieuws", legt Cathelijne Stoof uit.

Dat duurt nog lang. Tot die tijd is er aanvullend beheer nodig in de vorm van gecontroleerde branden, maaien of begrazing, stellen de onderzoekers.

Onvoldoende voorbereid en toegerust

"Dat soort branden vereisen meer specialistische kennis, ervaring, materiaal en materieel dan we nu in Nederland aanwezig hebben", aldus Stoof. De natuurbrandvoertuigen die nodig waren, waren niet beschikbaar omdat ze op andere plekken nodig waren.

Bovendien is er geen goed beeld van de Deurnese Peel. Verschillende groepen hebben andere kaarten, drones geven beperkt overzicht en het doorspelen van helikopterbeelden verliep moeizaam.

Daar komt bovenop dat natuurbranden heel anders bestreden worden dan branden in gebouwen. Daardoor is er een specialistische training nodig. Natuurbrandexperts die de weergegevens bestuderen zouden daarnaast de teams kunnen ondersteunen.

"We kunnen niet honderd procent risicodekkend zijn", legt Jelmer Dam van de Nationale brandweer uit. "Dit zijn uiterst extreme gevallen, maar daar kunnen we wel verder op ontwikkelen." Toch onderstreept hij dat er veel winst aan de voorkant behaald kan worden. Hij pleitte wel al eerder voor meer materieel en gespecialiseerde teams. "Je merkt dat een urgentiebesef na een incident komt."

Lessen uit het verleden

Opvallend is dat een aantal van die aanbevelingen ook al naar voren kwamen in onderzoeken na de brand in de Mariapeel in 1980 en op de Strabrechtse Heide in 2010. Lessen uit het verleden werden dus niet toegepast.

LEES OOK: De Peel stond in brand, maar hoe kan de bestrijding in de toekomst beter?

Omroep Brabant maakte een minidocumentaire over de brand in De Peel

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3294574/brandweer-kon-niet-voorkomen-dat-peelbrand-uit-de-hand-liep-onvoldoende-materieel-en-kennis

Hoe lang duurt het nog voordat fossiele beleggingen waardeloos worden? (Vrij Nederland)

Even leek het erop, deze lente. Door de coronacrisis stond alles stil. Schepen voeren niet, vliegtuigen bleven aan de grond, auto’s langs de kant.

De olieprijs stortte in en Shell en BP draaiden flinke verliezen. Vooral Shell zat omhoog. Directeur Ben van Beurden wist niet of oude olietijden ooit weer zouden herleven, zei hij in april tegen persbureau Bloomberg.

Natuurlijk, dit was een systeemshock veroorzaakt door een pandemie. Maar wie de ‘carbonbubbel’ kent, zag ook een dreigende barst.

Noodklok

Klimaatactivisten waarschuwen sinds 2011 voor zo’n ‘carbonbubbel’. Carbon Tracker Initiative, een financiële denktank uit Londen, berekende in dat jaar dat alle fossiele bedrijven en oliestaten ter wereld samen zo’n 2.795 gigaton aan olie, gas en steenkoolvoorraden in handen hebben. Er zat op dat moment nog 565 gigaton in het wereldwijde ‘CO2-budget’: de hoeveelheid CO2 die mag worden uitgestoten om binnen twee graden opwarming te blijven en de aarde leefbaar te houden.

Er was dus vijf keer te veel voorraad. In zijn artikel ‘Global Warming’s Terrifying New Math’ luidde klimaatjournalist Bill McKibben de noodklok. We moeten kiezen, schreef hij: we gaan door met business as usual, richting vier graden opwarming en helpen de aarde om zeep óf overheden maken klimaatbeleid dat de opwarming tot 1,5 tot 2 graden beperkt en de fossiele reuzen zitten met een probleem, want zij moeten viervijfde van hun voorraden afschrijven. Er gaat dan 20 biljoen dollar in rook op, investeerders kunnen fluiten naar hun geld en de financiële markt stort in. De crisis van 2008 zal er niets bij zijn, schreef McKibben.

De 35 grootste banken ter wereld investeerden sinds het akkoord van Parijs niet minder maar méér in fossiele projecten.

Die waarschuwing bleef niet onopgemerkt. Financiële toezichthouders, de Britse centrale bank voorop, waarschuwden de afgelopen vijf jaar herhaaldelijk voor de risico’s van stranded assets − investeringen die door de energietransitie waardeloos blijken, zoals voorraden steenkool of boorplatformen rond de Noordpool.

Ook het IMF zegt inmiddels dat beleggers de klimaatcrisis serieuzer moeten nemen. Toch investeerden de 35 grootste banken ter wereld sinds het akkoord van Parijs (2015) niet minder, maar juist meer in fossiele projecten.

Koolstofzeepbel

Het afgelopen jaar kwamen er toezeggingen van enkele grote instituten. De Europese Investeringsbank beloofde in 2022 te zullen stoppen met het financieren van fossiele brandstofprojecten, Goldman Sachs stopte met geld verstrekken aan boringen rond de Noordpool, en ABN AMRO hief zijn internationale zakentak op. Die draaide verlies, en vooral de olie-, gas- en grondstoffensector was ‘zeer volatiel gebleken in tijden van verandering’, verklaarde de bank.

Carbon Tracker Initiative stelt dat de vraag naar fossiele brandstoffen inmiddels over zijn hoogste punt heen is. Oliereus BP zegt dat dat punt nadert. Betekent dat dat de koolstofzeepbel op knappen staat? Ik vraag het drie Nederlandse duurzaamheidseconomen: Maarten Biermans, Marleen Janssen Groesbeek en Pieter van Stijn en vergelijk hun antwoorden met die van twee jaar geleden, toen ik ze dezelfde vragen stelde voor mijn masterscriptie. Is er een verschuiving gaande in hun sector?

Duimschroeven aangedraaid

Voor econoom Maarten Biermans is het duidelijk. Beleggers kijken anders naar hun fossiele investeringen dan twee jaar geleden. Toch betekent dat niet dat de carbonbubbel op barsten staat. Biermans is directeur Sustainable Capital Markets bij de Rabobank. ‘Het is tegenwoordig een keuze om nog te investeren in fossiel. Twee jaar geleden kon je zeggen: “Ik investeer gewoon in alles, dus ook in fossiel.” Nu moet je uitleggen waarom.’

Biermans wijst op de Europese wetgeving die eraan komt. Het wordt voor assetmanagers verplicht om te rapporteren over de milieu-impact van hun investeringen. Nu doen alleen duurzame beleggers dat. Wat ‘duurzaam’ mag worden genoemd, is bepaald in de Groene Taxonomie, een door de EU opgestelde lijst. Eigenlijk zou de wetgeving vanaf januari gelden, maar dat is uitgesteld na protest van assetmanagers.

‘Beleggingen worden pas waardeloos als de overheid ingrijpt.’

Op die manier worden de duimschroeven geleidelijk aan aangedraaid. Biermans verwacht geen financiële klap. Hij heeft het liever over de ‘carbonballon’, die langzaam leegloopt. Overheid en centrale banken waarschuwen voor de risico’s van fossiele beleggingen. Hun reputatie als world class investment – zo profileert Shell zich – brokkelt af. Sommige beleggers stoppen helemaal met fossiel. Anderen bouwen het langzaam af, stoppen eerst met steenkolen, dan met olie, dan met gas.

Als er al een strategie is, is het deze, zegt Biermans.

‘Hoe geloofwaardiger het overheidsingrijpen, hoe directer de gevolgen voor de posities die men inneemt in de financiële sector,’ zei Biemans in 2018. Twee jaar later zegt hij: ‘Dat klinkt als een verstandig iemand. Beleggingen worden pas waardeloos als de overheid ingrijpt.’

Bar weinig veranderd

Langzaam de duimschroeven aandraaien, langzaam de bubbel leeg laten lopen. Maar is er nog wel tijd voor een geleidelijke overgang? Als we op tijd beginnen met de transitie zijn de kosten ‘waarschijnlijk beheersbaar’, schreef De Nederlandsche Bank in 2016. Maar als we het uitstellen en er in korte tijd veel moet veranderen, lopen de kosten op.

En precies dat laatste gebeurt, stelt Marleen Janssen Groesbeek, lector Sustainable Finance aan de Avans Hogeschool. Het motto van haar lectoraat is ‘changing finance, financing change’. Maar tot nu toe is er bar weinig veranderd, zegt ze. Toen ik haar in 2018 sprak, in haar kantoor in Den Bosch, zei ze: ‘Er is ontzettend veel cognitieve dissonantie. Ik ben bij veel sessies geweest, waarbij de wetenschapper uitlegde dat een transitie altijd sneller gaat dan je denkt en dan had je tien Donald Trumpjes in de zaal, die riepen “fake news, fake news.”’

Rond 2030 zal de carbonbubbel barsten. Dan is het klimaatbeleid zo lang uitgesteld dat de overheid ineens grote stappen moet nemen.

Klimaatontkenners komt ze nog zelden tegen, zegt Janssen Groesbeek. Maar er wordt nog evenveel en even makkelijk geïnvesteerd in fossiele brandstoffen. ‘Het is allemaal pappen en nathouden. Beleggers vragen fossiele bedrijven wel om verduurzaming, maar er worden geen consequenties aan verbonden.’

Rond 2030 zal de carbonbubbel barsten, verwacht ze. Dan is het klimaatbeleid zo lang uitgesteld dat de overheid ineens grote stappen moet nemen. Er gaan financiële klappen vallen en de burger draait voor de kosten op. Hetzij omdat er een nieuwe financiële crisis komt en banken opnieuw worden gered, hetzij omdat pensioenen niets meer waard zijn omdat pensioenfondsen blijven zitten met waardeloze fossiele beleggingen. ‘Over elf jaar ben ik klaar met werken. Ik houd mijn hart vast voor mijn eigen pensioen, bij ABP.’

‘Een heleboel niet-financiële informatie wordt niet gezien of genegeerd. Ik zie elke dag bosbranden of mislukte oogsten op het nieuws, maar dat komt niet terug in hun model, ze kunnen het niet omzetten in een cijfertje,’ zei Janssen Groesbeek in 2018.

Inmiddels zijn die tools er wel, zegt ze, maar ze worden nog lang niet door iedereen gebruikt. ‘Je hebt nog steeds aan de ene kant klimaatmodellen en aan de andere kant financiële modellen. Iedereen ziet die eerste en vindt het heel erg, maar het vertaalt zich niet naar de dagelijkse methodiek waarop beleggerskeuzes worden gebaseerd.’

Van banken, verzekeraars en pensioenfondsen – de drie pilaren in de financiële sector – worden pensioenfondsen straks het hardst geraakt, zegt ze. Nederlandse pensioenfondsen zijn relatief groot. Het ABP belegt € 450,- miljard euro wereldwijd. Daarvan gaat 17,4 miljard naar fossiele projecten. Ondanks de druk van activistische groepen als FossielvrijNL en BothEnds wil ABP nog geen afscheid nemen van die investeringen. Wel verlagen ze ieder jaar de CO2-afdruk van hun beleggingen. In 2025 moet die 40 procent lager zijn dan in 2015.

Verkopen is een allerlaatste stap

Pieter van Stijn snapt wel dat de pensioenfondsen hun aandelen in Shell nog niet verkopen. Als Director Responsible Investment bij de BMO Global Asset Management, dat vermogens van een aantal Nederlandse pensioenfondsen beheert, voert hij gesprekken met bedrijven over hun duurzaamheidsbeleid. ‘Engagement’ heet dat in jargon.

‘Fossiele reuzen zoals Shell en BP zijn groot, ze bepalen mee hoe de wereld omgaat met energie.’

Toen ik hem in 2018 interviewde, zei hij: ‘Pensioenfondsen zijn geen ASN of Triodos. Ze zijn er niet om de wereld te redden, maar om pensioenen te leveren. De zwijgende meerderheid wil vooral een hoog, stabiel pensioen en zit niet te wachten op extreme posities op het gebied van duurzaamheid.’

Die wensen lijken in de tussentijd niet echt veranderd, zegt hij. Destijds was hij net vertrokken bij PGGM, de uitvoerder van pensioenfonds Zorg en Welzijn (€ 238 miljard aan beleggingen). ‘Maar verkopen is een allerlaatste stap. Daarvoor kun je nog met ze praten, aandeelhoudersresoluties indienen. Fossiele reuzen zoals Shell en BP zijn groot, ze bepalen mee hoe de wereld omgaat met energie. Als je je aandelen verkoopt, ben je ook je invloed kwijt.’

Tot nu toe hebben de oliebedrijven geen al te beste reputatie wat betreft klimaatverandering, geeft ook Van Stijn toe. ‘Als je kijkt wat ze tot nu toe hebben geïnvesteerd in groene energie, dan is dat een fractie van het totaal. Maar je ziet nu een omslag ontstaan, er is momentum. De doelen voor 2050 zijn er, nu moeten ze laten zien wat dat betekent voor de komende jaren. BP wil over tien jaar 40 procent minder olie en gas produceren.’

Van Stijn zegt dat de druk op fossiele bedrijven toeneemt. ‘De alternatieven voor fossiel worden goedkoper. Bij vervoer wordt de shift naar elektrisch gemaakt. Oliebedrijven, althans de Europese, voelen dat ze echt een andere kant op moeten gaan.’

Van de regen in de drup

Janssen Groesbeek zucht. BP is de enige oliemaatschappij die inziet dat de vraag naar olie afvlakt. Ze hebben een deel van hun olie- en gasvelden ‘afgeschreven’. Dat betekent dat ze de velden hebben ontdekt, maar ze niet verder zullen ontwikkelen, omdat ze verwachten dat er geen vraag naar is. ‘Het is de uitzondering die de regel bevestigt,’ zegt Groesbeek. ‘Andere oliebedrijven, zoals Shell en Saudi Aramco, verwachten dat de verminderde vraag naar hun benzine wordt opgevangen door een hogere vraag naar plastic. Dan raak je echt van de regen in de drup.’

De duurzaamheidseconomen zijn het over weinig eens, wat vast ook komt doordat Van Stijn en Biermans voor een financiële instelling werken en Janssen Groesbeek voor een kritisch lectoraat.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Volgens Van Stijn kregen we deze lente ‘een inkijkje’ in wat er kan gebeuren als de carbonbubbel barst. De vraag viel weg, en Shell kon maar een derde van hun normale winstbeloning uitkeren aan aandeelhouders. Normaal is Shell juist zo geliefd bij beleggers omdat de winstuitkering altijd hoog en stabiel is. ‘Het zijn blijvende grote gevolgen voor zo’n bedrijf,’ zegt van Stijn.

Janssen Groesbeek is terughoudender. ‘Door de coronacrisis is de bubbel een beetje leeggelopen. Niet door fundamentele veranderingen of een groter bewustzijn over klimaatverandering, maar omdat de economie werd stilgelegd door een virus. BP en Shell hebben zo’n 15 à 20 miljard van hun voorraden afgeschreven. De andere bedrijven moeten dat nog doen, die zitten nog met opgeblazen aandeelkoersen.’

Het bericht Hoe lang duurt het nog voordat fossiele beleggingen waardeloos worden? verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/fossiele-beleggingen-waardeloos/

Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/136226_Bodo-Nigeria--875x492.jpg

Burgers gaan steeds vaker bij de rechter de strijd aan met overheden en bedrijven die het milieu beschadigen. En de Stop Ecocide Foundation wil dat ‘milieumisdaden’ internationaal erkend worden. ‘Wie bij vervuilende bedrijven aan de knoppen draait, kan dan persoonlijk worden vervolgd.’

In Nigeria lekt al zestig jaar lang, elke dag olie op het land en in de rivieren: de grootste olieramp ter wereld. Shell en andere oliebedrijven die deze vervuiling hebben veroorzaakt, hebben tot op de dag van vandaag niets opgeruimd. Van de aanbevelingen voor schadeherstel die de VN negen jaar geleden aan Shell deed, is weinig terecht gekomen. Zou zo’n grootschalige milieubeschadiging strafbaar zijn, dan zaten de bazen van Shell allang achter slot en grendel.

Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen nu niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld

Dat is precies waar de Stop Ecocide Foundation voor pleit: misdaden tegen het milieu strafbaar stellen onder de term ‘ecocide’. Volgens Katy Olivia van Tergouw, waarnemend directeur bij de stichting, is de wereldwijde wetgeving er op dit moment niet op gericht de natuur en de ecosystemen effectief te beschermen. “Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken en de aarde, en al haar bewoners, te beschermen”, zegt Van Tergouw.

De vijfde misdaad

Een grote natuurramp veroorzaakt door de mens, zoals de olieramp in Nigeria, wordt op dit moment niet gezien als een internationaal misdrijf – in tegenstelling tot genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, allen wél internationale misdrijven. Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Als het aan de Stop Ecocide Foundation ligt verandert dat, en wordt ecocide als vijfde internationale misdaad aan dat rijtje toegevoegd. “De mensen die binnen die vervuilende bedrijven op knopjes drukken en verantwoordelijk zijn, kunnen dan persoonlijk worden vervolgd”, legt Van Tergouw uit.

De totstandkoming van het internationaal strafrecht (1998)

Waarom valt ecocide niet al onder het strafrecht? Toen begin jaren 90 de verdragspartijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof binnen het kader van de Verenigde Naties onderhandelden, werd ecocide wel degelijk overwogen. Uiteindelijk werd het uit het concept geschrapt. De misdaden die nu in het internationale verdrag staan, gelden voor 123 landen. Om ecocide als misdrijf toe te voeren, moet een van deze landen eerst een amendement indienen bij het internationaal strafrecht. De Stop Ecocide Foundation bekijkt momenteel hoe de wet het beste kan worden vormgegeven.

De sneeuwbal blijft rollen

De Stop Ecocide Foundation staat niet alleen in hun missie; van verschillende kanten komt bijval. Vorig jaar riep Paus Franciscus uit dat het vernietigen van de aarde een zonde is en een misdaad zou moeten zijn. Ook hij vindt dat ecocide moet worden opgenomen in het Statuut van Rome. Andere invloedrijke personen als Paul McCartney sloten zich als ‘Aardebeschermer’ aan bij Stop Ecocide, om de campagne te steunen. Topmodel Cara Delevingne moedigt mensen in een video aan om zich aan te melden bij de campagne.

En al die aandacht werpt z’n vruchten af, vertelt Van Tergouw. “Het proces gaat nu heel hard. Er rolt een gigantische sneeuwbal van de berg die we bijna niet meer hoeven te duwen.” Ze is optimistisch over de weg naar nieuwe wetgeving en verwacht dat de ecocide-wetgeving er over drie tot vijf jaar zal zijn.

De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na

Ondertussen zijn ook andere organisaties bezig om ecologische misdaden via de juridische weg te bestrijden. Belangrijk, vindt ‘klimaatjurist’ Dennis van Berkel; we moeten niet achteroverleunen totdat de ecocidewetgeving er is. Zelf werkt hij aan de klimaatzaak van Urgenda, met als doel om Nederland duurzamer te maken. In juni 2015 won Urgenda, samen met 900 mede-eisers, de zaak tegen de Nederlandse staat. Nederland moet daarom dit jaar 25 procent minder broeikasgassen hebben uitgestoten dan in 1990. Zo’n zaak was nodig, zegt Van Berkel. “De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na.”

Het succes van de klimaatzaak heeft volgens Van Berkel drie oorzaken. Allereerst legden de advocaten precies uit hoe groot de gevaren van klimaatverandering zijn wanneer er geen verdere maatregelen genomen zouden worden. Daarnaast stelden ze dat het een schending van de mensenrechten is, wanneer de overheid de verplichtingen niet nakomt om de inwoners te beschermen. “Dat argument had nog nooit eerder iemand in de rechtbank gemaakt.” Tot slot benadrukte Urgenda dat de overheid zelf had erkend dat de uitstoot met minimaal 25 procent moest worden verminderd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. “Inmiddels weten we dat de gevaarlijke grens veel meer richting de 1,5 graden Celsius ligt. We moeten dus eigenlijk nog sneller naar beneden dan we toen wisten.”

Jongeren

Ook burgers staan niet stil. Zes Portugese jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud stapten begin september naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met een aanklacht tegen 33 landen, waaronder Nederland. Een bijzondere stap, omdat veel klimaatzaken bij de rechter in eigen land beginnen en niet meteen bij het Europees Hof.

De jongeren vinden dat de 33 Europese landen hun toekomst in gevaar brengen en zich te weinig aan het Parijs-akkoord houden. Daarin staat dat landen de opwarming van de temperatuur op aarde moeten beperken tot 2 graden Celsius en daarvoor hun CO2-uitstoot moeten terugdringen.

De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering

De jongeren begonnen zich te verdiepen in het klimaat na dodelijke bosbranden die Portugal in 2017 teisterden, veroorzaakt door hoge temperaturen. Ze vinden dat landen hun recht op leven schenden door te weinig te doen tegen de klimaatcrisis. Logisch dat jongeren nu naar de rechter stappen, vindt Van Berkel.

“Vooral de jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering.” De politiek wordt bovendien gedreven door kortetermijnbelangen en de belangen en rechten van jongeren worden te weinig behartigd, voegt hij toe. “Maar die rechten hébben ze wel, dat maakt dit een ontzettend krachtige beweging.”

Kolencentrales sluiten

Wat kunnen dergelijke klimaatzaken concreet opleveren? In het geval van het Urgenda-vonnis is het duidelijk: nog dit jaar heeft de staat extra maatregelen doorgevoerd om aan de uitspraak te voldoen. De overheid maakt daarvoor gebruik van het maatregelenpakket dat Urgenda voorlegde; 30 van de 54 maatregelen worden overgenomen en geïmplementeerd.

Als de Portugese jongeren hun zaak winnen, moeten de 33 aangeklaagde landen verplicht actie ondernemen tegen klimaatverandering

Zo worden onder meer kolencentrales gesloten en gaat er meer geld naar hernieuwbare energie. “Hiermee zou het doel gehaald moeten kunnen worden”, zegt Van Berkel. Toch zijn we er nog niet, vindt hij. “Steken we het geld om de economie na de coronacrisis te verbeteren in KLM of in de duurzame economie? De overheid heeft de macht en de middelen om de verandering door te voeren die noodzakelijk is.”

In de Portugese klimaatzaak doen de jongeren een beroep op de mensenrechten en de plicht van het Europees Hof om die na te streven. Dat is nog nooit eerder voorgekomen: een klimaatzaak op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als de jongeren deze zaak winnen, zullen alle 33 landen verplicht worden om actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Troep opruimen

Met de olieramp in Nigeria als hoofdreden zal ook Shell in december voor de rechter verschijnen. Volgens aanklager Milieudefensie is Shell de grootste vervuiler van Nederland; ze eist daarom dat Shell de olie opruimt en een schadevergoeding betaalt aan de vele getroffen boeren. Het lek heeft namelijk verwoestende effecten gehad op de voedselvoorziening, maar ook de huisvesting en het drinkwater van veel Nigerianen. Naast de schade aan het milieu wordt hier dus ook het mensenrecht geschonden.

De uitspraak in dit proces zal naar verwachting begin 2021 volgen. Als Milieudefensie de zaak wint, zal Shell een schadevergoeding moeten betalen die de boeren compenseert voor de schade. Ook wil Milieudefensie dat Shell haar pijpleidingen beter onderhoudt en de verantwoordelijkheid niet langer afschuift op anderen. ‘Shell moet zelf zijn troep in Nigeria opruimen’, aldus Milieudefensie.

Het nieuwe normaal

Volgens Van Tergouw is het hoog tijd voor de overstap van het huidige systeem naar een groen systeem. “Mensen zijn bang dat de economie zal instorten door grote veranderingen op het gebied van klimaatmaatregelen. Maar het tegendeel is waar”, zegt ze. Het zou juist een enorme positieve impact hebben als alle subsidies die nu nog naar de fossiele industrie gaan (ruim 8 miljard euro per jaar), naar groene energie zouden stromen. Het zal overheden en ceo’s dwingen om beter te handelen. “Als er niet meer op grote schaal ontbost mag worden, dan moeten we wel op zoek gaan naar andere manieren om geld te verdienen.”

Weinig plastic gebruiken, minder lang douchen: daar gaan we het niet mee redden

We zullen moeten wennen aan dat ‘nieuwe normaal’, zegt Van Tergouw. En een nieuw systeem dwingt overheden om hun verantwoordelijkheid te nemen. “De focus ligt nu nog erg op de consument: weinig plastic gebruiken, minder lang douchen. Daar gaan we het niet mee redden, want de echte grote vervuiler is de industrie.”

Van Berkel is het daarmee eens; de coronacrisis laat zien dat er ontzettend veel maatregelen genomen kunnen worden als de urgentie maar groot genoeg is, ziet hij. “De overheid heeft de middelen. Het probleem is veel te groot om zomaar bij de burgers neer te leggen. Ze kunnen dit zelf nooit helemaal oplossen. Vanaf nu moeten we elk jaar zeggen: hoe kunnen we nog een stapje verder?”

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Vandaag in de rechtbank: het klimaat vs de Staat

Nienke Taalman

Het bericht Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/moet-de-directeur-van-shell-straks-de-gevangenis-in-voor-ecocide/

Wekdienst 27/10: Persmoment coronamaatregelen • Uitspraak bioscoopmoorden (NOS journaal)

Goedemorgen! Premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid geven weer een persconferentie over coronamaatregelen. En in Groningen doet de rechtbank uitspraak in de zaak over de bioscoopmoorden.

Vanochtend breekt op veel plaatsen af en toe de zon door. De meeste buien zijn verdwenen, minima rond de 8 graden. Overdag af en toe zon, tegen de avond gaat het vanuit het zuidwesten regenen. Bij een stevige zuidenwind wordt het een graad of 12.

Ga je de weg op? Hier vind je het overzicht van de werkzaamheden. Check hier de dienstregeling voor het spoor.

Wat kun je vandaag verwachten?

Premier Rutte en minister De Jonge van Volksgezondheid houden rond 19.00 uur een kort persmoment over de coronamaatregelen. De verwachting is dat ze geen nieuwe regels zullen aankondigen, omdat het te vroeg is om te zeggen of de bestaande maatregelen effectief zijn. Het is te volgen via de NOS- site en app en NPO Nieuws. Ook wordt er meer duidelijk over de mogelijke verruimingen van het corona-steunpakket. Om 13.15 uur maken de ministers Wiebes, Hoekstra en Koolmees bekend welke extra maatregelen worden getroffen voor getroffen ondernemers. De rechtbank Groningen doet uitspraak in de zaak van de zogenoemde bioscoopmoorden, waarbij een echtpaar werd doodgestoken. Het Openbaar Ministerie eist tbs met dwangverpleging, omdat de verdachte ontoerekeningsvatbaar zou zijn. In Vaticaanstad vindt de eerste hoorzitting plaats in een proces over seksueel misbruik binnen het Vaticaan. De zaak gaat over misbruik door een priester en het jarenlang bewust toedekken daarvan.

Wat heb je gemist?

De Amerikaanse Senaat heeft ingestemd met de benoeming van Amy Coney Barrett bij het Hooggerechtshof, met 52 stemmen voor en 48 tegen. De conservatieve Barrett is voorgedragen door president Trump. Het is zijn derde benoeming bij het Hooggerechtshof, dat nu een duidelijke conservatieve meerderheid heeft: zes conservatieve rechters tegenover drie progressieve. Ze zijn allemaal voor het leven benoemd. Nooit eerder werd een benoeming zo kort voor de verkiezingen afgehandeld. Bij de verkiezingen volgende week staat ook de Republikeinse meerderheid in de Senaat op het spel.

Ander nieuws uit de nacht:

Verzet in Italiaanse steden tegen strengere coronaregels: Het was onrustig in onder meer Milaan en Turijn. De politie zette daar traangas in tegen betogers, die onder meer brandbommen naar agenten hadden gegooid. Ook in Napels waren duizenden demonstranten op de been. Honderdduizend Californiërs geëvacueerd vanwege bosbranden: Het vuur is verspreid over duizenden hectaren. De grootste bosbrand woedt vlak bij Los Angeles en bedreigt de voorstad Irvine. De brandweer heeft last van de harde wind waardoor , blushelikopters niet kunnen opstijgen. Bijna 70 procent van de studenten leent bij: gemiddeld 700 euro per maand: Het aantal leningen is fors gegroeid sinds de afschaffing van de basisbeurs in 2015, meldt het CBS. Ook het gemiddelde leenbedrag steeg flink. Tegelijkertijd zijn studenten meer gaan bijverdienen. Polen blokkeren straten uit protest tegen inperking abortuswet: Duizenden betogers gingen gisteravond voor de vijfde dag op rij de straat op. In tientallen steden blokkeerden ze straten en pleinen.

En dan nog even dit:

31 jaar geleden vertrok de allereerste Nederlandse vlucht met een volledig vrouwelijke bemanning vanaf Schiphol. Piloot Liz Jennings Clark (57) bestuurde het toestel. Gisteren, op de dag van haar pensioen, deed ze de all female flight nog een keer over.

Deze keer kreeg ze groot applaus van de passagiers, maar drie decennia geleden ging dat nog wel eens anders. 'Als dat maar goed gaat', of 'wat knap dat u dit doet als vrouw' waren opmerkingen die Jennings in haar carrière vaak voorbij hoorde komen.

Door de jaren heen werden de reacties minder 'geschrokken en meer verbaasd', zegt de piloot nu. "Ik had gehoopt dat een vrouwelijke piloot bij mijn pensioen de normaalste zaak van de wereld zou zijn." Ze hoopt dat dat bij het pensioen van haar jongere co-piloot wel zo is.

Fijne dinsdag!

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/LuRZXUvXgSc

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/LuRZXUvXgSc/2354022