Zomerserie: De brand in de Schilderswijk (Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink)

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.58.42-375x590.png

Het volgende verhaal komt uit Hendrik Jans boek Crimescene Schilderswijk:

“Als je slaapt, kun je niet ruiken. Je wordt niet wakker van brandlucht.” In maart 1997 is Johan Caspers 25 jaar. Hij werkt sinds 1994 bij de beroepsbrandweer van Den Haag als er een melding binnen komt van een brand in de Frans Halsstraat.

“Wij kwamen van de kazerne Erasmusweg. Dat werd toen nog gewoon omgeroepen: ‘Brand in woning!’ Dus meteen uitrukken. We konden wel horen dat het ernstig was. We rukten uit van twee verschillende kazernes, met twee keer autospuit met zes man en een hoogwerker. We kwamen ongeveer tegelijk aan. Het was een dikke uitslaande brand. Bij de voordeur kwamen de vlammen er al uit. Collega’s stormden meteen naar binnen. De eerste zakte meteen naar beneden. Direct achter de voordeur was een luik. Later bleek dat er brandbare vloeistof naar binnen was gespoten, dat luik was het eerste dat was gaan branden. Hij schaafde zijn scheenbeen. Het grootste probleem was de gasmeter, dichtbij de voordeur. Die was geborgd met rubber ringen. Die branden eruit, dat blijft lekken, die gasmeter brandde. Het gevaar was: als de brand bij de gasmeter uitgaat, dat de hele woning vol gas zou komen.”

Serieus

In de speciale pakken en met de ademlucht kunnen de brandweermannen naar binnen, met een slang. Ze zijn op dat moment met z’n zessen. Er is een leidinggevende, er is een chauffeur die de pomp bedient, een waterploeg die moet zorgen dat er aanvoer is en de aanvalsploeg, die met twee man met de spuit naar boven gaat. Johan Caspers zit bij de waterploeg. “Er werden doden gevonden, er werd geschreeuwd en gedaan, je voelde aan alles dat het serieus was. Het gas was uitgegaan, ik was op zoek naar een manier om dat weer aan te steken, anders zouden collega’s boven ontploffen. Met een krant heb ik de gasbrander weer aangestoken. Daarna ben ik naar binnen gegaan, om te zoeken. Je wil weten of alles schoon is. Ik heb een kind van ongeveer één jaar oud gezien dat overleden was, en een baby van ongeveer zes weken oud. Ik wist dat er meer doden waren, maar ik ben niet wezen kijken. Als ik het niet opzoek, heb ik er geen last van. De baby leefde nog, die heb ik naar buiten gebracht. De vader was naar buiten gerend, er waren twee of drie kinderen door het raam naar buiten gekomen. De moeder en drie of vier kinderen zijn binnen omgekomen.”

De slachtoffers zijn vermoedelijk door verstikking om het leven gekomen. “Niet door verbranding. Ze lagen in bed. Ze waren niet opgesloten, ze hebben geen poging gedaan te vluchten. Als je slaapt, gaat je reukvermogen uit. Daarom heb je rookmelders nodig.”

Het speelde zich af in het holst van de nacht. “Ik ben daar ongeveer twee uur geweest, dan word je afgelost. Collega’s van een andere kazerne hebben de lichamen uit huis gehaald. Van de politie was er technische recherche. De mensen die in huis zijn gevonden waren allemaal dood, op de baby na. Een kind met brandwonden werd gekoeld door de chauffeur, een van de anderen had de benen gebroken. De baby heeft het niet overleefd. Het ademde nog, maar het hele gezichtje en de handjes waren verbrand. Bij de baby lag nog een kind, een jongen.”

Oorzaak

Er is kritiek geweest, dat de brandweer te laat was. Maar het had niet sneller gekund. Het was voor de brandweer een afstand van twee à drie kilometer. Johan Caspers: “Je wil toch de eerste zijn, maar je bent afhankelijk van de melding. Wat vooral meespeelde was het brandverloop. Bij kortsluiting is het anders. Ik kan me wel herinneren dat de sfeer gespannen was, dat de vraag was of er een racistisch motief was. Het was een allochtone wijk, een zijstraat van de Hoefkade. Er woonden toen al niet veel Nederlanders meer. Gelukkig werd al snel bekend dat het uit de eigen Turkse omgeving kwam, er waren beelden van iemand die benzine had gehaald.”

Voor de brandweer is na het blussen de kous af. “Wat de oorzaak is geweest, dat hoor je pas dagen later. Ik heb deze zaak wel zijdelings gevolgd, maar niet intensief. Je hebt ook geen contact met nabestaanden, wij kunnen niet anders dan daar professioneel mee omgaan. We doen ons ding en klaar. Brand uit, klus geklaard. Het was voor mij niet de eerste brand met dodelijke slachtoffers, maar wel die met zoveel. In ons beroep word je vaak met dodelijke slachtoffers geconfronteerd. In de loop der jaren met tientallen.”

De brand in de Frans Halsstraat was in veel opzichten afwijkend. De meeste branden hebben een verklaarbare oorzaak. Johan Caspers: “Veel branden worden veroorzaakt door tv’s. Dat zijn stofnesten, vooral als er dan ook nog een kleedje op ligt. Roken in bed, de frituurpan op gas, koolmonoxide, dat komt allemaal regelmatig langs. Maar deze was anders. Aangestoken.”

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.40-590x441.png

Foto: Jos van Leeuwen

Terug naar die woensdagnacht 26 maart 1997. De Schilderswijk schrikt wakker van loeiende sirenes en brandweerwagens, die uitrukken naar de Frans Halsstraat waar een woningbrand woedt. Voor het huis treft de brandweer een Turkse man aan. Helemaal in paniek, met drie kinderen bij zich. Het is de 36-jarige Zeki Kosedag. In gebrekkig Nederlands vertelt hij dat zijn vrouw Mahi en hun zeven andere kinderen nog in de woning zijn. De brandweermannen zien vlak daarna hoe Mahi drie van haar kinderen uit het raam naar buiten gooit. Ze raken zwaargewond. Mahi wil zelf niet springen omdat er nog vier kinderen in de woning zitten. Een van de kinderen wordt op straat door brandweermannen geblust. Een andere brandweerman rent met de zwaargewonde baby naar de ambulancewagen. Het vuur verspreidt zich razendsnel door de woning. Ondanks de aanwezigheid van de brandweer lukt het de zwangere Mahi Kosedag en haar vier kinderen – van anderhalf, vier, elf en twaalf – niet om uit de woning te komen. Ze komen om in de vlammenzee. In de loop van de dag overlijdt ook de zwaargewonde baby.

In dezelfde nacht worden in de Koningstraat in de Schilderswijk en in de Kaapstraat bij twee Turkse verenigingen brandbommen naar binnen gegooid. Het cultureel centrum Cagri in de Kaapstraat, waar veel Azerbeidzjaanse Turken komen, was enkele jaren geleden ook al doelwit van aanslagen. De politie pakt nog dezelfde nacht vijf Iraniërs op, maar die worden snel weer vrijgelaten als ze niet aan de branden kunnen worden gelinkt.

De volgende dag verzamelen zich honderden wijkbewoners voor de uitgebrande woning in Frans Halsstraat om bloemen te leggen. De Schilderswijk huilt. Tijdens de rouwbijeenkomst proberen agenten de menigte op afstand te houden. De bloemenstapel is immens. Iedereen is in rep en roer. Een klasgenoot van Resat, een van de kinderen van het gezin Kosedag staart op zijn mountainbike naar de afgebrande woning. Aan een journalist van het Algemeen Dagblad vertelt hij: “Iedereen huilde, ook de juf. Ik heb een tekening voor Resat gemaakt. Want hij was mijn allerbeste vriend.”

Stoet

Er wordt druk gespeculeerd over de aanslagen. Heeft het te maken met de strijd tussen Koerden en Turken, is het een familievete, racisme of een criminele afrekening? Ook de politie staat voor een raadsel. Zeki Kosedag heeft helemaal geen politieke of criminele achtergrond. Op vrijdagmiddag, drie dagen na de brand, wordt er in de open lucht op het Jacob van Campenplein een gebedsdienst gehouden waarbij duizenden mensen aanwezig zijn. Klasgenootjes van de omgekomen kinderen huilen als de lijkwagens rond twee uur in een stoet op het plein arriveren. De met Turkse vlaggen en koranteksten bedekte lijkkisten worden uit de auto’s gehaald, over de hoofden van de aanwezigen getild en op tafels gelegd. Aanwezigen scanderen met een gestrekte arm en de wijsvinger in de lucht: Allahoe Akbar (Allah is groot). Zeki Kosedag en zijn broers storten zich in tranen over de kisten. Zeki heeft de lichamen van zijn vrouw en vijf kinderen niet meer kunnen zien, omdat ze door de brand te erg zijn verminkt. Als iedereen afscheid heeft genomen, rijden tweehonderd auto’s in een indrukwekkende stoet richting Schiphol. Tientallen familieleden van de Kosedags vliegen mee naar Oost-Turkije, waar de zes worden begraven.

Dennis Mulkens, destijds politieverslaggever van de Haagsche Courant was een van de aanwezigen. Over de gebedsdienst vertelt hij dat de kisten die uit de auto kwamen steeds kleiner werden: “Dat beeld zal ik nooit meer vergeten.”

Als de stoet met auto’s richting Schiphol rijdt, wordt in de Schilderswijk de ‘tocht van wanhoop en verdriet’ gehouden. Die is georganiseerd door een groep autochtonen van de bewonersorganisatie De Hoefeiser, aan de Hoefkade. Zevenduizend man lopen mee. Voornamelijk Turken en Marokkanen. Ook burgemeester Deetman en minister Pronk zijn aanwezig. De tocht gaat langs het uitgebrande huis van de familie Kosedag. Daar houdt de burgemeester een speech. Het verkeer in de Schilderswijk loopt helemaal vast.

Dreigbrieven

Er lopen opvallend weinig autochtone Nederlanders mee in de stoet. Ze zijn bang voor negatieve reacties, omdat veel Turken een racistisch motief vermoeden en er ook geruchten gaan over een aanslag door PKK-strijders. De verhoudingen tussen Turken onderling en de autochtone bewoners dalen tot een dieptepunt. De spanning loopt verder op als er dreigbrieven blijken te zijn gestuurd naar de organisatoren van de tocht, met uit kranten geknipte letters de tekst: ‘Dood aan vrienden van buitenlanders’. Een dag later wordt op een paar honderd meter afstand van de uitgebrande woning van de familie Kosedag brandgesticht in het huis van een van de organisatoren van de tocht, de 56-jarige Martin, een Schilderswijker die zich inzet voor de buurt. Hij staat bekend als een sociaal en gelovig man, lid van de pinkstergemeente. De schade in zijn woning blijft beperkt. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis vanwege ademhalingsproblemen en duikt daarna onder. De politie neemt de zaak hoog op en zoekt de daders in extreemrechtse hoek.

De zaak krijgt een onverwachte wending als Martin bekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor de dreigbrieven en de brand. Hij heeft een verleden als dakloze en heeft een megalomane behoefte aan aandacht. Zijn aanhouding is een klap in het gezicht van de Schilderswijkers. Niemand vertrouwt elkaar meer. Na de voetbalwedstrijd Turkije-Nederland op 2 april 1997 komen op de kruising Hoefkade/Vaillantlaan tweeduizend Turken bijeen om de 1-0 overwinning van Turkije op Nederland te vieren. Als een Turkse man na de wedstrijd een man voor ‘kanker-Koerd’ uitmaakt, probeert een groep Koerden zijn Turkse vlag af te pakken. De vlam is in de pan, tientallen Koerden en Turken gaan met elkaar op de vuist. Er wordt met stenen en stokken gegooid. Het kost de politie veel moeite om de kemphanen uiteen te drijven.

Spanningen

De spanningen tussen Turkije en Nederland lopen op. In Turkije wordt de Nederlandse ambassadeur door de Turkse minister van Buitenlandse zaken ontboden. Turken in Nederland zouden beter beschermd moeten worden. Op 3 april 1997 brengt de Turkse minister van mensenrechten, Esengun, samen met vier Turkse parlementariërs een bezoek aan Nederland. Eerder verweet ook hij de Nederlandse autoriteiten niets te doen om Turkse burgers tegen racistische aanslagen te beschermen. Hij wijt de aanslag op de familie Kosedag en meerdere aanslagen in Duitsland, zoals die op een Turks gezin in de Duitse plaats Krefeld, aan de toenemende vreemdelingenhaat in Europa. Esengun spreekt onder meer met premier Kok en de Haagse hoofdofficier van justitie.

Bij het huis van de familie Kosedag in de Frans Halsstraat legt hij een bloemstuk met witte anjers en rode rozen, het symboliseert de Turkse vlag. Hij omhelst oudere vertegenwoordigers van de Turkse gemeenschap en spreekt enkele koranverzen uit. Hij staat de vele Turkse televisieploegen die zich voor de woning hebben verzameld te woord en tenslotte brengt hij een kort bezoek aan de moskee aan de Hoefkade. Hij probeert een aantal prominente Turken uit de wijk gerust te stellen. Die uiten hun ongenoegen omdat het politieonderzoek volgens hen nog niets opgeleverd heeft.

Toch is niet iedereen even blij met het bezoek van de Turkse minister. De Koerden zien het als een provocatie. Het bezoek zorgt eerder voor meer spanning dan dat het de gemoederen tot bedaren brengt. Burgemeester Deetman gelast de voor 6 april geplande demonstratie in het Zuiderpark, naast de Schilderswijk, af uit angst voor ongeregeldheden. Voor de tweede keer willen bewoners een tocht houden ter nagedachtenis van de leden van de familie Kosedag. Deetman vaardigt voor de hele stad een noodverordening uit. Alle demonstraties en vergelijkbare activiteiten in Den Haag worden verboden. Politieagenten uit het hele land zijn bij de actie betrok- ken. Tientallen agenten surveilleren door de wijk. Belangrijke invalswegen worden door de politie geblokkeerd, alle auto’s die Den Haag in willen worden gecontroleerd. De Schilderswijk lijkt een oorlogsgebied.

PKK

Twee dagen later. Bij verschillende media waaronder De Telegraaf wordt een verklaring bezorgd, waarin de Koerdische afscheidingsbeweging PKK verklaart de aanslag op de woning van de familie Kosedag en de twee andere aanslagen op twee Turkse instellingen te hebben gesticht. De opstellers van de brief schrijven verder dat de aanslagen een waarschuwing zijn voor de hele Koerdische gemeenschap buiten Koerdistan. Het onderzoeksteam dat de branden onderzoekt neemt de brief uiterst serieus. Er zijn al sinds de aanslag geruchten dat de PKK een motief had voor de aanslag omdat Zeki Kosedag geweigerd zou hebben een deel van zijn inkomen af te staan. De PKK zou zich geregeld schuldig maken aan afpersingspraktijken. Koerden dienen een financiële bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Turkse regering. Maar als de PKK met klem ontkent iets met de aanslag te maken te hebben, loopt ook deze onderzoekslijn op niets uit. Een woordvoerder van de PKK geeft bovendien de schuld aan de Turkse geheime dienst. Die zou verantwoordelijk zijn voor het opstellen en verspreiden van de brief.

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.50-590x461.png

Foto: Jos van Leeuwen

Het dertigkoppige rechercheteam is inmiddels druk bezig met het onderzoek naar de drie verschillende aanslagen. De rechercheurs stuiten op een doolhof van interne Turkse tegenstellingen waarin zij hun weg moeten zien te vinden. Toch zijn er aanknopingspunten. Als ze de videobeelden van het Esso tankstation aan het Kaapseplein bekijken, zien ze dat enkele mannen op de avond van de aanslagen een jerrycan met benzine vullen. Aan de hand van het kentekennummer wordt Burhan U. achterhaald. Hij is een Koerd die in de Schilderswijk bekend staat als PKK-activist. Volgens politie-informatie leidt hij een PKK-cel van ongeveer twintig jongeren. De groep komt vaak bijeen in het eethuisje Dort Yol en koffiehuis Zozan aan de Van der Vennestraat in de Schilderswijk, vlak naast het politiebureau in de De Heemstraat. Het rechercheteam besluit de openbare telefoons van het koffiehuis en eethuis af te luisteren.

Een cafébezoeker vertelt de politie dat Burhan en vier andere mannen de avond van de aanslagen koffiehuis Zozan hebben verlaten en uren later opgewonden waren teruggekeerd.

Er is meer. Een buurtbewoner beweert in de ochtend na de aanslagen in de Frans Halsstraat – niet ver van de woning van de familie Kosedag – op het trottoir een mapje te hebben gevonden, met daarin een ‘ponskaartje’ van een ziekenhuis, dat op naam staat van Burhan. Ook wordt bij het huis van Kosedag na de aanslag eenzelfde soort jerrycan gevonden als waarmee Burhan en twee kompanen benzine hebben getankt bij het Esso tankstation.

Op 17 mei 1997 worden Burhan en vier andere Koerden aangehouden. Burhan bekent al snel dat hij die avond van 25 maart een jerrycan heeft gevuld bij het Esso tankstation. Er volgen meerdere aanhoudingen. Allen blijken lid te zijn van dezelfde Koerdische groepering. De politie weet de zaken van de aanslagen op de twee koffiehuizen rond te krijgen. Die blijken politiek gemotiveerd. Toch ontkennen de Koerden met klem elke betrokkenheid bij de aanslag op de familie Kosedag. Ondanks alle vermoedens lukt het de politie niet ze daaraan te linken.

Neef

Bij een tankstation aan de Waldorpstraat, grenzend aan de Schilderswijk blijkt de avond voor de aanslagen eveneens getankt te zijn met een jerrycan door een onbekende man. Hij kan in eerste instantie niet worden geïdentificeerd en ook niet worden gelinkt aan de vijf opgepakte Koerden. Bij de politie zijn dan al wel vele tips binnengekomen. Eén naam wordt daarbij opvallend vaak genoemd: Necmettin K., een neef van Zeki Kosedag. Ook enkele van de vijf Koerdische verdachten die midden mei waren aangehouden in verband met de aanslagen op twee Turkse instellingen wijzen in de richting van deze neef.

Omdat de man niet voorkomt in de politiesystemen, besluit de politie de beelden te laten zien aan Zeki Kosedag. Die herkent zijn bloedeigen neef meteen. Op 6 juni 1997 confronteert Zeki zijn neef met het feit dat er beeldopnamen van hem zijn bij het tankstation, maar hij ontkent met stelligheid elke betrokkenheid bij de aanslag. Dezelfde dag wordt hij door de politie aangehouden. In het eerste verhoor bekent hij verantwoordelijk te zijn voor de brand in de woning van het gezin Kosedag.

Necmettin K. is het zwarte schaap van de familie. Hij heeft gokproblemen. Hij speelt het onder Turken populaire spel baccarat en op fruitautomaten. In de illegale gokhuizen in de Schilderswijk is hij een bekende verschijning. Op de avond van de brand verlaat Necmettin rond tien uur zijn huis aan de Schalk Burgerstraat in Den Haag. Uit zijn keuken neemt hij een lege plastic Fanta-fles mee. Daar wil hij een molotovcocktail van maken. Hij neemt een taxi naar het tankstation aan de Waldorpstraat, op een kleine tien minuten rijden, waar het krioelt van hoerenlopers, dankzij de tippelzone met veel travestieten.

Als Necmettin de Fanta-fles met benzine wil vullen, steekt de pompbediende er een stokje voor: alleen tanken met een jerrycan is toegestaan. Necmettin zegt dat hij autopech heeft. Hij koopt een jerrycan en vult die dan. Kort na middernacht gaat hij naar de Frans Halsstraat. Bij huisnummer 103, de woning van de familie Kosedag, giet hij liters benzine door de brievenbus. Dan steekt hij een krant in brand en duwt die naar binnen. Dat er diezelfde avond twee andere aanslagen worden gepleegd is toeval.

Motief

Necmettin rouwde mee met Zeki Kosedag en zijn familie, gaf een interview voor de televisie en reisde met de familie naar Turkije om Mahi en haar kinderen te begraven. Tijdens het tweede politieverhoor, rond middernacht gaat hij dieper in op het motief. Hij voelde zich gekwetst en vernederd omdat hij van anderen hoorde dat Zeki hem een mislukkeling vond. Op de avond van de brand had zijn zoontje van negen jaar hem huilend verteld dat hij van zijn neefje – een zoontje van Zeki – had gehoord dat zijn vader ’s avonds niet thuiskomt, niet van zijn kinderen houdt en veel gokt. Dat had-ie van zijn vader gehoord. Dat was voor hem de druppel geweest. Hij zou nog hebben geprobeerd Zeki te bellen, maar dat was niet gelukt. Hij had een tijdje heen en weer gelopen voor de woning aan de Frans Halsstraat en toen besloten om de brand te stichten. Dat het zo’n vlammenzee zou worden waarbij zes gezinsleden om zouden komen, was nooit zijn bedoeling geweest.

In de Schilderswijk wordt opgelucht ademgehaald als blijkt dat het om een familiezaak gaat en er geen racistisch of politiek motief is. In de wijk keert de rust terug. Zo niet in de familie. Daar heerst onbegrip, woede en nog veel verdriet. In een interview in de Volkskrant zegt Zeki dat hij geestelijk dood is. “Elke dag sterf ik nog een beetje. Soms denk ik dat het beter was geweest als ik met mijn kinderen was begraven. Mijn geluk is van mij afgenomen. Mijn verleden is mijn toekomst geworden.” De Turkse kranten besteden minimale aandacht aan de onthulling dat een neef van de familie Kosedag de brand heeft aangestoken.

Rechtszaak

Op vrijdag 16 januari 1998 is de rechtszaak tegen Necmettin. De publieke tribune puilt uit met familieleden van de Kosedags. Ook Zeki is aanwezig. Als Necmettin de rechtszaal binnenkomt, beginnen de familieleden op de tribune tegen het kogelvrije glas te slaan. Vrouwelijke familieleden barsten in tranen uit, Zeki krijgt een woedeaanval. De beveiliging probeert de familieleden tevergeefs tot bedaren te brengen. De rust keert pas terug als Necmettin uit de rechtszaal wordt verwijderd. De rechtbankpresident vraagt de familieleden om rustig te blijven. Maar als Necmettin terugkomt en opnieuw plaats neemt in het strafbankje gaat het weer mis. Er wordt geschreeuwd en Necmettin wordt met de dood bedreigd. De rechter laat daarop de publieke tribune ontruimen.

Als de zitting wordt hervat, legt Necmettin een korte verklaring af. Hij vertelt pijn en schuldgevoelens te hebben, maar wat de familieleden op de publieke tribune deden is in zijn ogen onterecht: “Ik ben geen terrorist, maar een mens.” Volgens het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum is hij verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is zwakbegaafd en heeft een gering gevoel voor eigenwaarde. Hij zag hoe zijn status in zijn familie afbrokkelde. Van de man die veel geld en aanzien verdiende met zijn werk in het Westland was niets meer over, nadat hij was afgekeurd vanwege rugproblemen en hij was gaan gokken. Hij wordt veroordeeld tot achttien jaar celstraf en tbs. Zeki Kosedag en de andere familieleden hadden hem het liefst in Turkije veroordeeld zien worden, waar hij de doodstraf had kunnen krijgen.

Trauma

Inmiddels zijn we twintig jaar verder. Je zou willen weten hoe het de nabestaanden is vergaan. Zeki en de kinderen, maar ook hoe het nu met Necmettin gaat – en met zijn zoontje. Zeki is in 2014 overleden, slechts 53 jaar oud. Van verdriet? Hoe het de anderen is vergaan is niet eenvoudig te achterhalen. Bij brandweerman Johan Caspers, die dacht dat hij er zo professioneel mee om was gegaan, smeult deze brand nog steeds na. Als een veenbrand. Johan: “Ik had het altijd beschouwd als ‘een van de klussen’ maar de laatste tijd heb ik zelf last van stress en ik vraag me af of dat niet met deze brand te maken heeft, een niet verwerkt trauma. Branden, ook met dodelijke slachtoffers, hebben me nooit veel gedaan, ik heb er nooit wakker van gelegen, maar toevallig was ik hier de laatste tijd net mee bezig en had ik wat foto’s opgevraagd.”

Dat was inderdaad toevallig. De brandweerman en de journalist kwamen elkaar tegen op een plaats delict in Zoetermeer, een paar dagen na een dubbele liquidatie waarbij ook een auto in brand was gestoken. We hadden allebei juist op deze dag contact gehad met fotograaf Jos van Leeuwen, die destijds foto’s van de brand in de Frans Halsstraat had gemaakt. “Ik wilde kijken wat er beschikbaar was, ik wist dat er foto’s van waren. Deze brand hoorde wel bij de top drie van heftige uitrukken. Wat ook meespeelt: je bent ouder. Toen was ik 25.”

Psychologische nazorg stond toen nog in de kinderschoenen. “Wij hielden wel altijd een technische nabespreking. Iedereen beschrijft de gebeurtenis vanuit zijn positie. Je komt ergens, je loopt naar achteren, iemand dreigt naar beneden te springen. Je roept: ‘Ik heb een ladder nodig!’ Je kunt niet weg om die zelf te gaan halen, maar die ladder komt niet. Daar kun je gefrustreerd van raken: waarom kwam die ladder niet? Als je in een nabespreking allemaal vertelt wat je gedaan hebt, kom je erachter dat degene die de ladder moest bezorgen, dat niet kon omdat hij een probleem had met iets anders. Dan vallen de puzzelstukjes in elkaar. Als blijkt dat je psychisch last hebt, kun je begeleiding krijgen. Naar mijn idee slaat het tegenwoordig een beetje door. De één heeft er wel behoefte aan, de ander niet. Waar we op letten, is: zie je gedragsverandering?”

De meeste impact heeft het als collega-brandweerlieden tijdens de uitoefening van hun beroep om het leven komen. Johan had fotograaf Jos van Leeuwen gevraagd of er foto’s waren van dat hij de baby naar buiten had gebracht. “Ik herinner me dat ik bij de ambulance stond en het kind afgaf en zei: ‘Hij leeft, maar vertel me alsjeblieft dat hij dood is.’ Hij was zó zwaar verbrand, verschrikkelijk. Jos zei: ‘De boeken liggen hier op tafel.’ Voor mij is het de brand met de meeste impact.”

https://www.misdaadjournalist.nl/2020/08/zomerserie-de-brand-in-de-schilderswijk/

Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 (VBB)

Publicatiedatum: 15 maart 2020.
Auteur: Ing. Martin Evers MCDm (Voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland).

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-01-binnenkomst-gasten-©PS-744x496.jpg

Op 7 maart 2020 werd voor de zesde maal de Dag van de Brandweergeschiedenis gehouden. Verbindend thema was dit jaar “Brandweer en Natuurrampen”. Zo’n 70 deelnemers waren op deze zonovergoten zaterdag naar de heerlijk warme en na de stormramp van 1925 grotendeels herbouwde laatgotische Joriskerk in Borculo gekomen.

Burgemeester Joost van Oostrum van Berkelland, waarvan Borculo sedert 2005 deel uitmaakt, heette iedereen hartelijk welkom en sneed in vogelvlucht de roemruchte geschiedenis van het Berkelstadje op het snijvlak van Gelre en het Bisdom Münster aan.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-02-burgemeester-Berkelland-JoostVanOostrum-©PS.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon riep de cycloon in herinnering die op 10 augustus 1925 Borculo verwoestte. De nagedachtenis hieraan leidde tot een stormrampmuseum dat in 1970 is opgegaan in  het huidige Brandweer- en Stormrampmuseum dat dit jaar 50 jaar bestaat. Het gouden jubileum van het museum en de herinnering aan de cycloon vormden dit jaar de grondslag voor het thema van de Dag van de Brandweergeschiedenis.

Stormramp Borculo in 1925

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-03-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

Kenner van de Borculose geschiedenis, Ben van Dijk, beet het spits af met de inleidingen door aan de hand van indrukwekkend fotomateriaal de gevolgen van de cycloon en de hulpverlening en weder-opbouw van Borculo toe te lichten. Borculo werd in de namiddag van 10 augustus door een bijzonder meteorologisch verschijnsel getroffen, waarbij koude en warme luchtstromen vanuit verschillende windrichtingen elkaar ontmoetten in een zogenaamde “supercell”. De zeer krachtige (met windsnel-heden van circa 170 tot 200 kilometer per uur) neerwaartse, horizontale als opwaartse spiraalvormige windstromen richtten een enorme schade aan in een gebied dat begon in Oost-Brabant (Gemeenten Landerd en Mill en Sint Hubert) en via Grave, Heumen, Millingen aan de Rijn, Montferland, Doetin-chem, Ruurlo en eindigde in Borculo en Neede.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-04-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

In Borculo vielen 3 doden, 150 gewonden, 2.000 daklozen, werden 240 woningen verwoest en raakten 749 gebouwen beschadigd. Onder leiding van de niet door alle hogere autoriteiten gewaardeerde burgemeester De Muralt en zijn rechterhand Maas Geesteranus werden zowel de rampenbestrijding, crisisbeheersing en wederopbouw voortvarend aangepakt. De grondslagen van met name de huidige bevolkingszorgprocessen waren toen al zicht-baar. De Borculose stormramp vormde aanleiding voor de oprichting van het Nationaal Rampenfonds en in 1970 het Brandweer- en Stormrampmuseum.

Inzet brandweer Waternoodramp 1953

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-05-PeterSnellen-©RJ-744x497.jpg

Brandweerhistoricus Peter Snellen deed op indrukwekkende wijze verslag van zijn speurwerk naar het weinig bekende optreden van zowel de Nederlandse brandweer als van de Italiaanse brandweer (Vigili del Fuoco) en het Technisches Hilfswerk (THW) uit West-Duitsland na de waternoodramp in Zuidwest-Nederland van 1 februari 1953. Niet alle plaatselijke, regionale en landelijk autoriteiten bleken adequate crisismanagers te zijn waardoor het waarschuwen, het tijdig evacueren van de bevolking en de coördinatie van de hulpverlening in veel, maar gelukkig niet alle gemeenten te laat op gang kwam. Door gebrekkige verbindingen drong de impact van de overstromingen en aangerichte verwoestingen pas laat tot de regering in ’s-Gravenhage door. De leden van lokale brandweren in de getroffen gebieden waren meestal zelf ook slachtoffer van de watersnood en konden in eerste instantie daardoor vaak weinig hulp verlenen. Met name het Rode Kruis en militairen hebben zich bij de hulpverlening en redding verdienstelijk gemaakt. Nadat de eerste dijken provisorisch waren hersteld werden beroepsbrandweren samen met het Korps Mariniers ingeschakeld bij het bergen van stoffelijke overschotten en tal van vrijwillige brandweren bij het leegpompen van ondergelopen kelders en gebieden.  THW-eenheden maakten zich verdienstelijk met het herstel van nutsvoorzieningen en de Italiaanse brandweer verleende hulp bij dijkherstel en transport met amfibievoertuigen in onder-gelopen gebieden in West-Brabant. Bij de watersnoodramp vielen er 874 in slachtoffers in Zeeland (Schouwen-Duiveland, Tholen, Sint Philipsland, Walcheren, Beveland en Zeeuws-Vlaanderen), 481 in Zuid-Holland (Goeree-Overflakkee en Hoekse Waard) en 254 in West-Brabant. 47.000 stuks vee en 140.000 stuks pluimvee kwamen om, 200.000 hectare liep onder zeewater, 3.000 woningen en 300 boerderijen werden verwoest, 40.000 woningen en 3.000 boerderijen werden beschadigd. 72.000 mensen moesten worden geëvacueerd.

Brandweererfgoed, een onmisbare schakel tussen verleden en toekomst

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-06-IJleStelstra-©RJ-744x497.jpg

Met als titel “Brandweer en erfgoed: onmisbare schakel tussen historie en toekomst” stond directeur  Instituut Fysieke Veiligheid IJle Stelstra stil bij het belang van behoud van historisch brandweererfgoed voor de toekomst van de brandweer. Erfgoed en in het bijzonder daarvan de museale presentatie voor het publiek dragen bij aan het intrinsieke belang van de brandweer voor de fysieke veiligheid van onze samenleving. De brandweergeschiedenis maakt onderdeel uit van de nationale geschiedenis en is om die reden al waardevol. Het koesteren van erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan de erkenning, waardering en de trots van brandweermensen. Het koesteren van het erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan trots, erkenning en waardering van brandweermensen.  Sinds Jan van der Heijden is de brandweer al een innovatieve organisatie! Oók de soms kleine lokale initiatieven tot behoud van brandweererfgoed verdienen het gekoesterd en ondersteund te worden. Het aantrekkelijk presenteren van het erfgoed kan bijdragen aan een positief beeld van de brandweer en jonge mensen enthousiast maken voor de brandweer (als beroeps of vrijwilliger). Hiermee wordt aangesloten op de landelijke problematiek van werving en behoud van brandweervrijwilligers. Tenslotte draagt kennis laten maken met zowel historisch brandweererfgoed als met moderne middelen ter voorkoming, beheersing en bestrijding van fysieke onveiligheid bij aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn. Helaas gaan we nog niet goed met het brandweererfgoed om. Het beheer hiervan is vaak versnipperd. Het Nederlands Veiligheidsinstituut (NVI-P!T) is jammergenoeg niet goed van de grond gekomen. De subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat stoppen en dat heeft onvermijdelijke consequenties voor zowel het voortbestaan van het NVI-P!T als mogelijk ook voor het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. Er zijn wel veel initiatieven van enthousiaste vrijwilligers, maar deze hebben geen grondslag in een samenhangend museaal plan, zijn vaak versnipperd en niet gebaseerd op professionele kennis. Naar de toekomst toe onderzoekt een task-force mogelijkheden voor behoud en museale presentatie van brandweererfgoed. Vragen daarbij zijn: wie zijn onze doelgroepen, biedt een centrale voorziening of meerdere decentrale voorzieningen perspectief, moet aansluiting worden gezocht bij een bestaand museum, zoeken we aansluiting bij riskfactories? Inbreng van deskundigen op het gebied van historisch brandweererfgoed is hierbij zeer welkom, aldus IJle.

Stadswandeling Borculo

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-09-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

In de middagpauze werd een rondwandeling langs enkele historische objecten gehouden terwijl gelijktijdig de lunch kon worden gebruikt. Naast wederopbouwwoningen na de stormramp, kwamen ook een historisch spuithuis voor vroegere handbrandspuiten, de Joodse Synagoge en het vroegere kasteel van Borculo aan bod.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-08-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-07-middagwandeling-spuithuisje-©PS-744x496.jpg

Bosbrand Arnhem-Schaarsbergen 1976 en huidige natuurbrandbestrijding

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-10-KoosScherjon-met-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©PS-744x496.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon (links) in gesprek met Margreet Zoer en Peter Knobbe

Na de middagpauze blikten Peter Knobbe, oud-hoofd afdeling Opleiding, hoofdafdeling Brandweer, ministerie van Binnenlandse Zaken, docent natuurbrandbestrijding Rijksopleiding voor brandweer-officieren en latere commandant Brandweer Renkum en Margreet Zoer, programmamanager Natuurbrandbestrijding Instituut Fysieke Veiligheid terug op zowel de bestrijding van de tot nu toe grootste bosbrand in Nederland die op 7 juli 1976 ten noordoosten van Arnhem plaatsvond, als op de huidige wijze waarop natuurbranden worden bestreden. Peter zette de toenmalige organisatie van de natuurbrandbestrijding uiteen waarin onder de vlag van het “Veluwsch Bosbrandweercomité” (VBC) op warme en droge dagen brandtorens werden bemand waaruit waarnemingen en brandpeilingen werden gedaan. Vanuit de meldkamers in de steunpunten Arnhem, Ede, Apeldoorn en Harderwijk konden aan de hand van meerdere brandpeilingen vermoedelijke brandlocaties worden vastgesteld en werden brandweereenheden, militairen en andere hulpverleners en particuliere watertankauto’s ingezet.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-11-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Belangrijk knelpunt vormde het ontbreken aan voldoende verbindingsmiddelen en een helder overzicht van waar ingezette eenheden zich daadwerkelijk bevonden. Er kon gelukkig een beroep worden gedaan op ‘s-lands enige verbindingscommandoauto van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Belangrijkste opgave was het bepalen van de juiste zwaartepunten en de beschikbaarheid over voldoende terreinvaardig brandweermaterieel. Helaas zijn enkele brandweervoertuigen in het bosterrein vastgelopen en door brand verwoest. Met behulp van kaartmateriaal, windrichting en brandhaarden konden globale voorspellingen over het verwachte brandverloop worden gedaan. Met medewerking van Genie- (rupsdozers) en Cavalerie- (tank)eenheden van de Koninklijke Landmacht konden brandgangen worden gemaakt zodat de natuurbrand tijdig voor het bedreigde Mobilisatie-complex Duivelsberg kon worden gestopt. In het huidige plaatje wordt gewerkt aan de inzet van satellietwaarnemingen om bosbranden op te sporen.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-12-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Daarnaast wordt op dit moment nog gebruik gemaakt van luchtwaarnemingen vanuit vliegtuigen (Ajax Noord en Zuid). Uitgangspunt voor de huidige aanpak vormt het specialisme Natuurbrandbestrijding in het kader van het Grootschalig Brandweeroptreden. (GBO-SO)  Dankzij adequate digitale beslissingsondersteunende, plaats-bepalings- en plotsystemen, drones en helikopters kan zowel het (verwachte) brandverloop als inzet van eenheden worden gecoördineerd, zo vertelde Margreet. Watertankauto’s, speciale natuurbrand-weervoertuigen, bronpompen in combinatie met daartoe geboorde putten, Chinook- of Cougarheli-kopters met firebuckets van de Koninklijke Luchtmacht en desnoods grootschalig watertransport vormen actuele hulpmiddelen om samen met geoefende en ter zake deskundige brandweereenheden te slagvaardig te kunnen optreden. Ter voorkoming en beheersing van natuurbranden is adequaat terrein- en vegetatiebeheer door natuurterreinbeheerders zoals Staatbosbeheer en anderen nood-zakelijk. Ook brandonderzoek na afloop van natuurbranden moet bijdragen aan het beter voorkomen, beheersen en bestrijden van natuurbranden.

16 jaar USAR.NL

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-13-MartinEvers-©PS.jpg


Martin Evers, plaatsvervangend landelijk commandant USAR.NL en plaatsvervangend commandant Brandweer Haaglanden zette in een aansprekend betoog het ontstaan van de Urban Search and Recue eenheid in Nederland uiteen. Aanleiding voor het ontstaan van USAR.NL vormde het onderzoek van de Commissie Oosting naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. In actiepunt 65 van zijn Kabinetsstandpunt gaf het Kabinet zichzelf de opdracht tot “Het bevorderen dat een bijstandseenheid voor search and rescue wordt opgericht, die zowel in binnen- en buitenland inzetbaar is.” Bij de vuurwerkramp werd de beschikbaarheid over multidisciplinair samengestelde reddingseenheden die zowel in eigen land of elders in het Koninkrijk der Nederlanden als daar-buiten in staat zijn om onder puin bedolven slachtoffers op te sporen en te redden gemist. Dit gemis was al eerder naar voren gekomen bij de hulpverlening na de hevige aardbeving op 17 augustus 1999 in het Turkse Izmit en bij de analyse van de hulpverlening na de aanslag op 11 september 2000 op de “Twin-towers” in New York. Weliswaar had in 1995 de toenmalige Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond – deels met uitrusting van de toenmalige Hulpverleningsregio Haaglanden – op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reeds in Koninkrijksverband met een brandweercompagnie bijstand verleend aan het door de orkaan Luis getroffen Sint Maarten. De middelen en mogelijkheden van de reddingseenheden van een brandweercompagnie bleken niet zonder meer geschikt voor snelle internationale inzet bij aardbevingsrampen en het hiertoe noodzakelijke luchttransport. Door het ontbreken van een grondige voorbereiding had het lang geduurd voor de eenheid ter plaatse was waardoor deze geen rol meer in de acute fase (eerste 72 uur) heeft kunnen spelen. De daartoe op nationaal niveau ingestelde breed samengestelde werkgroep internationale bijstandsverle-ning[1] kwam al in 2000 met een advies op het gebied van wijze van besluitvorming, aanwijzing en voorbereiding van de eenheden, transport, mee te nemen materialen, bekostiging, vaccinatie, mate van zelfverzorging betreffende eten, drinken en slapen. In november 2003 installeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties USAR.NL als Nederlandse bijstands-eenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland.

Het USAR.NL team bestaat uit vier reddingsgroepen (SAR Groups), een staf- en ondersteunings-groep (Staff and Support Groups) en een commandogroep (Command Group). De organisatie is multidisciplinair samengesteld en bestaat uit zoek- en reddingspersoneel, verpleegkundigen en artsen, speurhondengeleiders, bouwkundigen, ondersteunend personeel en leidinggevenden. USAR.NL telt bij een inzet zo’n 61 medewerkers en 8 speurhonden. Hiervoor kan geput worden uit een personeelsbestand van ca. 145 medewerkers. De medewerkers van USAR.NL zijn afkomstig van de Veiligheidsregio’s en Regionale Ambulancevoorzieningen Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Hollands Midden en Zuid-Holland-Zuid, Nationale Politie, Haaglanden Medisch Centrum, het Instituut Fysieke Veiligheid, Ministerie van Defensie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Veiligheid en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Aansturing van USAR.NL vindt plaats door het “Office for the Coördination of Humanitarian Affairs” (UN-OCHA) van de Verenigde Naties in Genève. In totaal beschikken de Verenigde Naties over 21 USAR-teams waarvan 13 uit Europa. De leiding van USAR.NL is in handen van Arjen Littooy, Directeur veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond. In januari 2019 behaalde USAR.NL voor de 3e maal de classificatie Heavy USAR team.

Sedert de oprichting is USAR.NL in 2005 ingezet in Pakistan (aardbeving), 2010 in Haïti (aardbeving), 2015 in Rotterdam-Schiebroek (explosie), in Heerlen (explosie) en in Nepal (aardbeving) en in Alphen aan den Rijn (ongeval bij plaatsen Koningin Julianabrug), 2017 in Sint Maarten (orkaan Irma) en in 2019 in ’s-Gravenhage (explosie).

Natuurrampen op Sint Maarten en Sint Eustachius

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-14-AntonSlofstra-©RJ-744x497.jpg

Anton Slofstra, toenmalig commandant USAR.NL bij de inzet op Sint Maarten en Sint Eustachius en thans commandant Brandweer Veiligheids- en Gezondheidsregio Regio Gelderland-Midden, deed verslag van de inzet van USAR.NL op Sint Maarten in 2017 naar aanleiding van de orkaan Irma. Voor het goede begrip van de staatkundige verhoudingen zette Anton uiteen dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten als soevereine en gelijkwaardige landen binnen het Koninkrijk der Neder-landen worden aangemerkt en Bonaire, Saba en Sint Eustachius als bijzondere Nederlandse gemeenten. Nederland is verantwoordelijk voor de zogenaamde Koninkrijksaangelegenheden waaronder buitenlandse betrekkingen, defensie en rechtsspraak. Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing, doch kunnen hierbij wel een beperkt beroep doen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties. Bonaire, Saba en Sint Eustachius vallen onder Nederlandse wetgeving op het gebied van brandweer- en rampenbestrijding waarop het Ministerie van Justitie en Veiligheid toezicht uitoefent. Sint Maarten bestaat uit een “Nederlands” (34 km2) en een Frans (53 km2) gedeelte. Op het Nederlandse gedeelte wonen 40.000 legale en 20.000 illegale bewoners. Sint Maarten is sterk afhankelijk van toerisme. Na de orkaan Luis in 1995 is door de daartoe in het leven geroe-pen Stichting rampenbestrijding Nederlandse Antillen (Stirana) in het kader van het Project versterking brandweer Nederlandse Antillen en Aruba gewerkt aan de versterking van de rampenbestrijding. Anton was projectleider in de periode 1998- 1999.

Op grond van het “Sint Maarten National Disaster Management Plan 2018” wordt de rampen-bestrijding en crisisbeheersing op Sint Maarten aangestuurd door de Minister-President van Sint Maarten in afstemming met de Procureur Generaal van Justitie en de commandant der Zeemacht Caribisch Gebied. De operationele leiding is opgedragen aan de Nationaal Coördinator Rampenbestrijding in de persoon van de Commandant Brandweer Sint Maarten. Deze stuurt 10 secties (Emergency Support Functions – ESF’s) aan. In het “On Scene Command” (Commando Plaats Incident) hebben in ieder geval leidinggevenden van de brandweer, de politie en publieke gezondheidszorg zitting.

Op 6 september 2017 werd Sint Maarten en in mindere mate Sint Eustachius en Saba getroffen door de orkaan Irma. Irma was een categorie 5 orkaan en geldt als de zwaarste orkaan waardoor Sint Maarten tot nu toe is getroffen. Windsnelheden werden bereikt tot 295 km/uur en windstoten tot 360 km/uur. De verwoestingen waren enorm: 30% bouwwerken verwoest, 20% zwaar beschadigd en 40% beschadigd, drinkwater- en energievoorziening en infrastructuur verwoest. Dankzij beschermende onderkomens vielen op het “Nederlandse” gedeelte van Sint Maarten 4 doden en 34 gewonden en op het Franse gedeelte 8 doden en een onbekend aantal gewonden. Vanwege de aanwezigheid van grote aantallen illegale bewoners, wier veelal zelfgebouwde  geïmproviseerde woningen en bezittingen verwoest waren, vond grootschalige plundering van verwoeste of beschadigde winkels, hotels en woningen plaats. Handhaving van de openbare orde waren daarom naast het bieden van hulp en verstrekken van water, voedsel en slaapgelegenheid de belangrijkste prioriteiten.

Reeds op 9 september landde een eerste verkenningseenheid en op 11 september werd het volledige USAR.NL team (63 personen) ingevlogen. USAR.NL heeft zich tot 25 september ingezet op het vrijmaken van de infrastructuur, ondersteunen van de coördinatie van de hulpverlening, distributie van hulpgoederen, ondersteunen van brandweer en ambulancezorg, schoonmaken van met name scholen en provisorisch herstellen van daken. Het team was door het ontbreken van voedsel, water en verbindingen ter plaatse geheel op eigen middelen aangewezen. Naast USAR.NL werd met name door het Korps Mariniers en militairen van andere eenheden hulp aan de bewoners van Sint Maarten verleend. De inzet van USAR.NL vormde tegen de achtergrond van de enorme uitdagingen voor iedereen een leerzame ervaring.

Afsluiting in Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo

Aan het einde van het symposium dankten dagvoorzitter Koos Scherjon en voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland Martin Evers alle inleiders en werkers voor en achter de schermen, in het bijzonder ook van het Brandweer- en Stormrampmuseum en  van de Joriskerk, voor het plezierige en succesvolle verloop van het symposium.

De “Dag van de brandweergeschiedenis” werd vanwege het 50-jarig jubileum van het museum afgesloten met een bezoek, hapje en drankje in het Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-15-Museum-ZZ-62-61-©PS-744x496.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-16-Museum-PF-20-46-©SF-744x496.jpg

[1] Afdeling Humanitaire Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie Crisisbeheersings Centrum van het Ministerie van Defensie, College Commandanten van Regionale Brandweren, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederlandse Rode Kruis, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Brandweer en Rampenbestrijding en het Nationaal Coördinatie Centrum van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Fotografie:
Titel foto: Rob Jastrzebski, bewerkt door Peter Snellen
Brandweervoertuig Haren in Museum: Simon Frank
Overige foto’s: Peter Snellen en Rob Jastrzebski

Het bericht Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 verscheen eerst op Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen.

https://www.brandweer.org/dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020

Historische uitspraak in voordeel van klimaatactivisten: bank bezetten niet illegaal (Elsevier)

Een opmerkelijke uitspraak van de rechtbank in Lausanne: klimaatactivisten die een bank hebben bezet, zijn vrijgesproken. Volgens de rechter is burgerlijke ongehoorzaamheid gezien de ‘klimaatnoodtoestand’ gerechtvaardigd. Het vonnis kan verstrekkende gevolgen hebben in het voordeel van de positie van klimaatactivisten, bijvoorbeeld van Extinction Rebellion, dat in 2020 vaker zogenoemde die-ins wil houden.

https://cdn.prod.elseone.nl/uploads/2018/08/1.jpg

Zwitserse rechter spreekt klimaatactivisten vrij

Twaalf klimaatactivisten (21-34 jaar oud) bezetten in november 2018 een filiaal van de bank Credit Suisse in Lausanne. Ze speelden er tennis als ludiek protest tegen de investeringen in fossiele brandstoffen van Credit Suisse, de bank die de Zwitserse toptennisser Roger Federer sponsort. Met het potje tennis wilden de klimaatactivisten Federer oproepen zijn banden met Credite Suisse te verbreken.

De bank diende een klacht in tegen de activisten, die door de politie een boete kregen van in totaal 21.600 Zwitserse frank (zo’n 20.000 euro) wegens huisvredebreuk. Het twaalftal vocht de boete aan en werd vorige week bijgestaan door dertien pro bono (gratis) advocaten. Op maandag 13 januari sprak de politierechtbank de activisten vrij, meldt de Franstalige Zwitserse krant Le Temps. Op basis van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, motiveerde de rechter de uitspraak als volgt:

De getuigenissen van de experts tonen aan dat de huidige klimaatopwarming wordt veroorzaakt door menselijke uitstoot, die de stijging van de zeespiegel tot gevolg hebben en voor miljoenen mensen kunnen leiden tot de noodzaak om te verhuizen. Het bestaan van en gevaar wordt daarom weerhouden. […] De landen die het Akkoord van Parijs ondertekenden, evolueren niet in de richting van de in dit akkoord opgenomen doelstellingen en Zwitserland kent reeds een opwarming van meer dan twee graden Celsius. Daarom ben ik van mening dat er gevaar dreigt.

Een groot applaus barstte los na het vonnis, waarin de rechter ook liet weten dat het bezetten van de bank gezien de ‘klimaatnoodtoestand’ te rechtvaardigen valt. Overigens had Credit Suisse al vóór het proces laten weten niet langer te zullen investeren in kolencentrales en zijn kredietportefeuilles minder te willen afstemmen op de fossiele industrie.

In Zwitserland is ook kritiek op de uitspraak: parlementslid Philippe Nantermond van de liberale Vrijzinnig-Democratische Partij spreekt van een ‘politiek vonnis’ dat in strijd is met het eigendomsrecht. ‘Het is niet de taak van een rechtbank om een klimaatnoodtoestand vast te stellen,’ zei hij tegen de Franstalige Zwiterse publieke omroep RTS. ‘Dit is een schending van de scheiding der machten.’ De uitspraak doet denken aan het Urgenda-vonnis van de Hoge Raad, die vorige maand oordeelde dat de Nederlandse staat vóór 2021 meer moet doen om de CO2-uitstoot te verminderen. Volgens EW-hoofdredacteur Arendo Joustra gaat de rechter hiermee ‘op de stoel van de politiek zitten’.

La justice suisse rend maintenant des jugements politiques.
Quand l’Etat ne défend plus les droits fondamentaux des individus, la garantie de la propriété en l’espèce, c’est le début de la fin. https://t.co/cAd7RPtJVe

— Philippe Nantermod (@nantermod) January 13, 2020

https://cdn.prod.elseone.nl/uploads/2018/08/2.jpg

Britse politie had Extinction Rebellion juist op terreurlijst gezet

In het Verenigd Koninkrijk hadden (radicale) klimaatactivisten deze week minder reden tot vreugde. Afgelopen weekeinde ontdekte de krant The Guardian dat de Britse terreurpolitie de actiegroep Extinction Rebellion op een lijst had geplaatst met extremistische groepen. Op de lijsten prijken ook verboden clubs als het neonazistische National Action en het salafistische Al Muhajiroun, dat streeft naar een islamitische shariastaat in het Verenigd Koninkrijk, meldt het AD.

Het betreft een handleiding die is bedoeld om ‘radicalisering in een vroeg stadium te herkennen’. Hoewel Extinction Rebellion (XR) zich als vreedzame actiegroep profileert, moedigt de groep burgers – onder wie ook schoolkinderen – wel aan om de wet te overtreden, onder meer door wegen of openbare gebouwen te bezetten of blokkeren. Politie en andere handhavers moeten volgens de handleiding alert zijn op jongeren die XR-graffiti spuiten, XR-stickers plakken en/of zich in ‘sterke of emotionele termen uitlaten over milieuproblemen zoals klimaatverandering, ecologie, het uitsterven van soorten, fracking, uitbreiding van vliegvelden or vervuiling’.

In a world of misinformation, where lies travel faster than the truth, we can’t help but wonder was this a deliberate attempt to silence a legitimate cause. Wouldn’t it be nice if they focused on the real extremists, the fossil fuel companies.https://t.co/pEpPP9Hsl8

— Extinction Rebellion UK � (@XRebellionUK) January 10, 2020

De actiegroep reageert woest: ‘Hoe durven ze?’ reageert XR, een verwijzing naar de beroemde toespraak van ‘klimaatmeisje’ Greta Thunberg, die trillend van woede de vraag ‘How Dare You?‘ stelde aan wereldleiders tijdens een VN-klimaatbijeenkomst in New York. In bovenstaande tweet schrijft Extinction Rebellion UK dat het gaat om ‘misinformatie’ om een ‘legitieme zaak het zwijgen op te leggen’.

Ook Labour-politicus Keir Starmer, die goede papieren heeft om de mislukte partijleider Jeremy Corbyn op te volgen, is ontstemd. Hij noemt het ‘compleet verkeerd en contraproductief’ om XR op de lijst te zetten. Hoofd Kath Barnes van de Counter Terrorism Policing South East heeft na de ontstane ophef gezegd dat het gaat om een ‘foute beoordeling’, en zegt dat de antiterreurpolitie XR niet als een terroristische groep classificeert. Ook minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel erkent dat, maar zegt wel tegen The Guardian dat het terecht is dat grondig onderzoek is gedaan naar ‘risico’s voor het publiek, beveiligingsrisico’s, beveiligingsbedreigingen’ die XR vormt.

In juni werd ook bekend dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) Extinction Rebellion nauwlettend in de gaten houdt omdat ‘eco-protest’ en klimaatactivisme vorig jaar is verhard. Organisaties als XR houden zich volgens de NCTV niet met terrorisme en geweld bezig, maar bevinden zich wel ‘op het snijvlak van activisme en extremisme’.

https://cdn.prod.elseone.nl/uploads/2018/08/3.jpg

Extinction Rebellion Nederland wil vaker die-ins organiseren

De Nederlandse tak van Extinction Rebellion heeft de afgelopen weken aangekondigd zich dit jaar meer te zullen roeren om aandacht te vragen voor de ‘klimaatcrisis’. Zo zal XR elke eerste maandag van de maand om 12.00 uur, wanneer het alarmsignaal wordt getest, een die-in houden. Dat zijn protesten waarbij de demonstranten plotseling voor dood neervallen om het sterven van mensen als gevolg van klimaatverandering uit te beelden. De eerste ‘maandag-die-in‘ was op 6 januari op de Dam in Amsterdam.

Donderdagmiddag gaan we opnieuw naar de Australische ambassade in Den Haag. We komen in opstand voor het leven. Door #AustralianFires zijn al een miljard dieren gestorven, de #EcoCrisis wordt elk jaar erger en de overheid kan veel meer doen. #RebelForLife https://t.co/QF6Wyy6NIx pic.twitter.com/H94oYqgKNo

— Extinction Rebellion Nederland (@NLRebellion) January 14, 2020

Donderdagmiddag 16 januari trekt de groep naar de Australische ambassade in Den Haag om te protesteren tegen de aanhoudende bosbranden in Australië. Volgens klimaatactivisten zijn de branden een rechtstreeks gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen, en moet de Australische regering onder leiding van premier Scott Morrison meer doen om klimaatverandering tegen te gaan. Donderdag 10 januari demonstreerde XR ook al bij de Australische ambassade in Den Haag:

XR solidarity demonstration with Australia, in front of the Australian embassy located in The Hague.
More photos here: https://t.co/9k3t0zZIf3#AustraliaFires #BushfireRebellion #ExtinctionRebellion @NLRebellion @XRebellionAus pic.twitter.com/tmNTi0T1g3

— Romy Fernandez (@allromy) January 10, 2020

https://cdn.prod.elseone.nl/uploads/2018/08/4.jpg

Welke acties hield XR al in Nederland?

Zaterdag 14 december bezetten een paar honderd activisten van Extinction Rebellion samen met Greenpeace korte tijd het winkelcentrum Schiphol Plaza om een ‘klimaatplan’ van de luchthaven af te dwingen. Omdat de activisten daar geen toestemming voor hadden, riep de politie hen op te vertrekken, maar tientallen activisten weigerden weg te gaan. Zij werden vervolgens door de marechaussee afgevoerd, waarna 25 demonstranten werden gearresteerd. Zij kregen een gebiedsverbod voor twee dagen, maar werden verder niet gestraft.

Twee maanden eerder werden wel 130 klimaatactivisten van Extinction Rebellion beboet: het Openbaar Ministerie oordeelde dat zij ieder een boete van 130 euro moesten betalen voor het niet opvolgen van een politiebevel om te vertrekken bij een klimaatprotest in Amsterdam. Van ’s ochtends vroeg tot het einde van de middag blokkeerden zij wegen en bruggen in en rond het centrum van de hoofdstad en sommigen bouwden een tentenkamp bij het Centraal Station. In totaal ging het om ongeveer 900 demonstranten, die uiteindelijk door de politie werden afgevoerd.

The post Historische uitspraak in voordeel van klimaatactivisten: bank bezetten niet illegaal appeared first on Elsevierweekblad.nl.

https://www.elsevierweekblad.nl/buitenland/achtergrond/2020/01/historische-uitspraak-zwitserse-rechter-helpt-klimaatactivisten-731713/

Jaagt klimaatverandering ons de stuipen op het lijf? (Kennislink)

Je leest steeds vaker over klimaatangst. Moeten we die term serieus nemen? Hoe reëel is die angst? We vroegen het psychiater en angstexpert Damiaan Denys. “We zijn alles wat oncontroleerbaar is eng gaan vinden. Klimaat is daar een voorbeeld van.”

Damiaan Denys, hoogleraar psychiatrie en filosoof: “Berichtgeving heeft een enorme impact op onze perceptie van de wereld.”
Wikimedia Commons, Universiteit van Nederland via CC BY 3.0

http://nederland20.duckdns.org/placeholders/medium.png

Wikimedia Commons, Universiteit van Nederland via CC BY 3.0

Bosbranden in de Amazone, olielekkages op zee, doden door overstromingen, dode dieren in megastallen, uitstervende diersoorten, weggevaagd tropisch regenwoud voor palmolieteelt. Het zijn geen berichten om blij van te worden. Sommige mensen worden er ronduit bang of somber van, afgaande op anekdotische verhalen.

Het Britse tabloid The Daily Telegraph schreef onlangs over het toenemende aantal kinderen dat in het Verenigd Koninkrijk behandeld wordt voor eco-anxiety. Er zou een ‘tsunami’ zijn van jongeren die hulp zoeken door alle apocalyptische waarschuwingen van protestgroepen als Extinction Rebellion en de heffende vinger van Greta Thunberg, concrete cijfers in het midden latend. In de Nederlandse kranten duikt het woord ‘klimaatangst’ ook steeds vaker op, alsof het fenomeen zich diep in de samenleving gemanifesteerd heeft.

Er speelt duidelijk iets in onze maatschappij, maar wat precies? Liggen we massaal wakker van ecologische rampen? Is klimaatangst een nieuw psychologisch fenomeen of gaat het hier gewoon om gezonde zorgen? De wetenschap heeft niet gevalideerd dat klimaatverandering een gevaar vormt voor onze psychische gezondheid, maar daar kan het ook nog te nieuw voor zijn. NEMO Kennislink vroeg de Vlaamse psychiater en filosoof Damiaan Denys om te duiden wat er aan de hand is. Denys is werkzaam aan het Amsterdam UMC en behandelt mensen met angststoornissen. Hij noemde bang zijn voor het klimaat in 2013 al in zijn theateroptreden Wat is angst?

Moet je als wetenschapper een term als ‘klimaatangst’ serieus nemen?

“Ja en nee. Nee, omdat zich nog niks voltrokken heeft. Het is onduidelijk of het klimaat te maken heeft met El Niño, de overstromingen in New Orleans. Bovendien spelen die dingen zich aan de andere kant van de wereld af. In Nederland is er in principe geen enkele concrete reden om nu bang te zijn voor het klimaat, daarom is die angst iets heel abstracts. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat dit gevoel gemanipuleerd wordt. Angst voor klimaatverandering wordt gebruikt om ons gevoelig te maken voor de kwestie, om ons tot nadenken aan te zetten en iets te doen. Als jij iets wil bewerkstelligen, dan moet je iemand bang maken, dat doen wij allemaal continu. We zeggen tegen onze kinderen ‘als jij niet luistert, krijg je geen snoep van Sinterklaas’. Politici maken iedereen bang met hun programma, ‘als we dit niet doen gebeurt dat’. Klimaatangst zit in datzelfde rijtje.”

Wordt deze angst door milieugroeperingen doelbewust aangewakkerd?

“Ja, want angst is de grootste motivator voor gedragsverandering. Als iedereen in Nederland dertig procent minder zou eten, zouden we gezonder worden en het zou een grote impact op de CO2-uitstoot hebben. Maar dat doen we niet, omdat er geen enkele stimulans is om dat te doen. Waarom zou je? Als je mensen extreem bang maakt, ‘iedereen die dertig procent te veel eet hakken we de hand af’, dan zou ons gedrag meteen veranderen. Je maakt iemand niet wakker met gelukkige dingen.”

Heeft klimaatverandering het in zich om ons werkelijk depressief, getraumatiseerd of angstig te maken?

“Dat denk ik niet. Ik zie al twintig jaar mensen met angsten en ik kan me geen patiënt voor de geest halen die bang was voor het klimaat. Wel voor asbest, bliksem, vergiftiging of bacteriën. Ik ontken niet dat het bij sommige mensen zal bestaan. Mensen raken door de zotste dingen geobsedeerd. Je hebt mensen die nu al schuilkelders bouwen en blikken soep verzamelen, omdat ze denken dat er iets ergs gaat gebeuren. Dat zijn mensen die sowieso vatbaar zijn voor waanzin.”

Hoe zou een behandeling eruitzien?

“Als het een dwangstoornis is dan hebben we gedragstherapie om mensen van hun obsessie af te brengen. Wat bij bijna elke vorm van angst aanwezig is, is het gevoel van gebrek aan controle. Iemand is bang voor spinnen omdat je niet kan controleren dat een spin op je af komt. Hoogtevrees heeft meer te maken met het feit dat je op grote hoogte de situatie niet onder controle hebt, dat je eventueel zou kunnen springen, dan met de hoogte zelf. Heel weinig mensen zijn daarentegen bang dat er een meteoriet op ons hoofd valt, ook al hebben we daar absoluut de controle niet over. Een meteoriet is zoiets groots en de kans erop is zo klein, daar zijn we niet bang voor. De grootste angsten zijn voor dingen die het meest evident of onverwacht zijn of die heel nabij komen.”

Uitgelicht door de redactie

Biotechnologie
Navigeren op de tast en sterretjes zien: uitvindingen voor blinden

Geneeskunde
Experimentele therapie gaat Alzheimer te lijf met licht en geluid

Als we steeds meer gaan praten over klimaatangst als psychisch probleem, ontstaan de patiënten dan vanzelf?

“Absoluut. Mensen zijn heel gevoelig voor wat er in de media komt. Woorden als ‘angst’, ‘vrees’, ‘bedreiging’ en synoniemen daarvan komen steeds meer voor in kranten, meer dan pakweg twintig jaar geleden. Onderzoek laat zien dat mensen die veel tv kijken en kranten lezen over het algemeen ook banger zijn. In de media zit een bias voor negatieve berichtgeving. Kranten staan niet vol met berichten over hoe geweldig het gaat met het bos in Nieuw-Guinea, wel met verbrande koala’s in Australië. Daar zijn we gevoeliger voor. Berichtgeving heeft een enorme impact op onze perceptie van de wereld.”

Bedoelen we met klimaatangst eigenlijk niet gewoon dat mensen zich zorgen maken?

“Ja, het gaat het om zorgen, terechte zorgen. Er zijn geen mensen die paniekerig rondlopen voor het klimaat, dat lijkt me heel uitzonderlijk. Maar we praten elkaar nu wel – en dat is heel specifiek voor onze samenleving – schuld en schaamte aan omdat we niet bijdragen aan de overleving van de planeet. Dat zijn ook tactieken om mensen te bewegen tot iets, al werken die minder goed.”

Naast vlees- en vliegschaamte hoor je nu ook over baarschaamte: geen nieuwe mensen meer op de wereld zetten omdat het onduurzaam is.

“Bestaat dat ook al? Dat is wel heel somber en vergaand. Je kan ook denken: ik wil meer mensen op de wereld zetten die ervoor gaan zorgen dat we een beter klimaat hebben.”

Volgens u leven we in een angstmaatschappij en zijn we bang voor van alles en nog wat. Is klimaatangst daar een symptoom van?

“We hebben moeite met dingen aanvaarden. We hebben een samenleving gecreëerd met een absoluut geloof in de maakbaarheid. Het is een gewoonte geworden om buienradar te checken voor we naar buiten gaan. We weten precies op welke plek op de snelweg er file is, op welk tijdstip de trein naar Den Haag aankomt. Dankzij technologie zijn we gewend geraakt aan een voorspellende, controlerende manier van leven. We zijn extreem bang voor alles wat daar niet aan beantwoordt. Onze voorouders werden nog voortdurend verrast. Als je honderd jaar geleden ging wandelen kon het plotseling gaan regenen en werd je nat. De wereld was onvoorspelbaarder, harder, meedogenlozer, waardoor je een soort weerbaarheid ontwikkelde om daar mee om te gaan. Wij zijn volstrekt verwend omdat alles naar onze hand is gezet. We zijn zo afhankelijk van onze controleerbare wereld, dat we alles wat oncontroleerbaar is eng vinden. Klimaat is daar een voorbeeld van.”

Het bijzondere aan klimaatangst is dat mensen zich geen zorgen maken om zichzelf, maar om volgende generaties en de toekomst van de planeet.

“Ja, dat pre-apocalyptische gevoel, alsof de wereld op het punt staat te vergaan, is typisch voor onze tijd. Het is echt iets van de laatste zes, zeven jaar, waarin ook de jongere generatie zich realiseert: er gaat iets mis, we verbruiken te veel, gaan te veel op reis, eten te veel, maken dingen stuk en we hebben het niet in de hand.”

Helpt het om te handelen in lijn met je eigen waarden om dat gevoel af te zwakken? Bijvoorbeeld door minder te consumeren?

“Je eigen gedrag controleren is niet hetzelfde als het klimaat controleren. Als je nu netjes je afval scheidt, honderd rijdt en niet meer vliegt gaat het niet beter met het klimaat. In de Amazone verbranden nog steeds massaal bomen, ‘wat heeft het dan voor zin’ denk je dan. Die angst heeft daarmee te maken: ook al verander ik mijn gedrag, de uitkomst wordt door de hele wereld bepaald. Het is een globaal probleem. Voor de een is dat ontmoedigend, die gaat bij de pakken neer zitten. Een ander denkt: ik trek me er niks van aan. Ik leid mijn leven en daarna zie ik wel.”

Veel mensen zullen zich machteloos voelen vanwege het gebrek aan politieke wil om klimaatverandering aan te pakken.

“Ja, dat is dramatisch. Mensen voelen de urgentie en proberen het op de agenda te krijgen. Als iemand als Donald Trump dan verklaart dat het allemaal onzin is en olievelden wil gaan aanboren, dan doet dat alle campagnes om ons gedrag te veranderen teniet.”

Zou het niet goed zijn als we allemaal een beetje banger worden, zodat we actie gaan ondernemen?

“Ik zou klimaatverandering eigenlijk willen ontdoen van de angst en het concreet en reëel houden. De meeste mensen geloven het weerbericht en handelen ernaar. Ik zou willen dat er ook een instantie bestond met objectieve berichtgeving over het klimaat die accuraat zegt ‘dit is het probleem’ en dat we die informatie allemaal aannemen en ons gedrag er op aanpassen. Op dat moment kun je gaan kijken in welke mate angsten rond het klimaat reëel zijn. Wij wisselen continu onze aandacht voor angstwekkende aspecten, door wat we horen en door wat in de media komt. Als er een vulkaan uitbarst is iedereen ineens bang voor vulkanen, als er een tsunami is dan voor tsunami’s. Als er straks in Amsterdam een bom ontploft dan spreekt niemand over klimaat, alleen over terrorisme. We hebben een kort geheugen. Als je langdurige aandacht wil voor dit probleem, heeft het op de lange termijn denk ik meer effect als we het bij reële berichtgeving houden in plaats van angst aan te wakkeren.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/jaagt-klimaatverandering-ons-de-stuipen-op-het-lijf/

Wekdienst 20/12: uitspraak Hoge Raad in Urgenda-zaak en laatste Pauw (NOS Binnenland)

Goedemorgen! Vandaag doet de Hoge Raad uitspraak in de Urgenda-zaak. Verder is in Hoofddorp een herdenkingstocht voor een 64-jarige man die werd doodgestoken bij het pinnen en is de laatste uitzending van de talkshow van Jeroen Pauw.

Het is bewolkt vandaag en vanuit het zuidwesten trekt regen naar het noordoosten. Met een graad of 12 is het erg zacht. Het weekend verloopt wisselvallig. Met maximaal 8 graden wordt het iets frisser.

Ga je op pad? Hier vind je het overzicht van de werkzaamheden en files en de situatie op het spoor.

Wat kun je vandaag verwachten?

De Hoge Raad bepaalt of de Nederlandse Staat volgend jaar de CO2-uitstoot met 25 procent moet hebben teruggebracht ten opzichte van 1990, zoals het Gerechtshof eerder bepaalde. Hier lees je alles wat je over de zaak moet weten. De uitspraak is live te volgen via NOS.nl. In Hoofddorp is een herdenkingstocht voor de 64-jarige man die werd doodgestoken bij het pinnen. De stoet vertrekt om 19.00 uur vanaf de geldautomaat bij winkelcentrum Toolenburg En Jeroen Pauw stopt met zijn talkshow. Vandaag is de laatste uitzending om 23.00 uur.

Wat heb je gemist?

De Australische premier Morrison heeft zijn excuses aangeboden omdat hij op vakantie is gegaan terwijl zijn land geteisterd wordt door verwoestende bosbranden. Morrison keert eerder terug van zijn vakantie en gaat door het stof. "Ik betreur ten zeerste dat mensen gekwetst zijn door mijn afwezigheid", zegt de premier.

De brandweer heeft grote moeite om het vuur te bestrijden in Australië:

Ander nieuws uit de nacht:

We werken meer uren, maar nauwelijks efficiënter: dat komt onder meer door de stijging van het aantal zzp'ers. Die investeren minder in apparaten waarmee de productiviteit omhoog gaat, meldt het CBS. Terugkoopactie wapens Nieuw-Zeeland eindigt, succes onduidelijk: sinds juli zijn er zo'n 50.000 wapens ingeleverd. Premier Ardern begon met de terugkoopactie na de aanslag op twee moskeeën in Christchurch, waarbij in maart 51 mensen omkwamen. 'Leerlingen balletschool Weense Staatsopera mishandeld en vernederd': een Oostenrijkse overheidscommissie deed onderzoek op de balletacademie na berichten over leerlingen van rond de 11 die waren geschopt en geslagen. Ook werden ze onder druk gezet om af te vallen.

En dan nog even dit:

In deze laatste dagen voor Kerst worden er in Limburg vele miljoenen euro's verdiend aan toeristen. De provincie zag het aantal bezoekers in december de laatste jaren flink stijgen. De provincie verdient aan dagjesmensen en toeristen die zich vergapen aan kerstmarkten in de grotten van Valkenburg en de winterse show op en rond het Vrijthof in Maastricht.

Als klap op de vuurpijl komen daar dit jaar voor het eerst de kerstshows van violist André Rieu bij. Vanavond en dit weekend geeft hij drie kerstconcerten in het MECC-congrescentrum.

Fijne dag!

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/xnrUMe0oSKQ

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/xnrUMe0oSKQ/2315538