Zomerserie: De brand in de Schilderswijk (Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink)

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.58.42-375x590.png

Het volgende verhaal komt uit Hendrik Jans boek Crimescene Schilderswijk:

“Als je slaapt, kun je niet ruiken. Je wordt niet wakker van brandlucht.” In maart 1997 is Johan Caspers 25 jaar. Hij werkt sinds 1994 bij de beroepsbrandweer van Den Haag als er een melding binnen komt van een brand in de Frans Halsstraat.

“Wij kwamen van de kazerne Erasmusweg. Dat werd toen nog gewoon omgeroepen: ‘Brand in woning!’ Dus meteen uitrukken. We konden wel horen dat het ernstig was. We rukten uit van twee verschillende kazernes, met twee keer autospuit met zes man en een hoogwerker. We kwamen ongeveer tegelijk aan. Het was een dikke uitslaande brand. Bij de voordeur kwamen de vlammen er al uit. Collega’s stormden meteen naar binnen. De eerste zakte meteen naar beneden. Direct achter de voordeur was een luik. Later bleek dat er brandbare vloeistof naar binnen was gespoten, dat luik was het eerste dat was gaan branden. Hij schaafde zijn scheenbeen. Het grootste probleem was de gasmeter, dichtbij de voordeur. Die was geborgd met rubber ringen. Die branden eruit, dat blijft lekken, die gasmeter brandde. Het gevaar was: als de brand bij de gasmeter uitgaat, dat de hele woning vol gas zou komen.”

Serieus

In de speciale pakken en met de ademlucht kunnen de brandweermannen naar binnen, met een slang. Ze zijn op dat moment met z’n zessen. Er is een leidinggevende, er is een chauffeur die de pomp bedient, een waterploeg die moet zorgen dat er aanvoer is en de aanvalsploeg, die met twee man met de spuit naar boven gaat. Johan Caspers zit bij de waterploeg. “Er werden doden gevonden, er werd geschreeuwd en gedaan, je voelde aan alles dat het serieus was. Het gas was uitgegaan, ik was op zoek naar een manier om dat weer aan te steken, anders zouden collega’s boven ontploffen. Met een krant heb ik de gasbrander weer aangestoken. Daarna ben ik naar binnen gegaan, om te zoeken. Je wil weten of alles schoon is. Ik heb een kind van ongeveer één jaar oud gezien dat overleden was, en een baby van ongeveer zes weken oud. Ik wist dat er meer doden waren, maar ik ben niet wezen kijken. Als ik het niet opzoek, heb ik er geen last van. De baby leefde nog, die heb ik naar buiten gebracht. De vader was naar buiten gerend, er waren twee of drie kinderen door het raam naar buiten gekomen. De moeder en drie of vier kinderen zijn binnen omgekomen.”

De slachtoffers zijn vermoedelijk door verstikking om het leven gekomen. “Niet door verbranding. Ze lagen in bed. Ze waren niet opgesloten, ze hebben geen poging gedaan te vluchten. Als je slaapt, gaat je reukvermogen uit. Daarom heb je rookmelders nodig.”

Het speelde zich af in het holst van de nacht. “Ik ben daar ongeveer twee uur geweest, dan word je afgelost. Collega’s van een andere kazerne hebben de lichamen uit huis gehaald. Van de politie was er technische recherche. De mensen die in huis zijn gevonden waren allemaal dood, op de baby na. Een kind met brandwonden werd gekoeld door de chauffeur, een van de anderen had de benen gebroken. De baby heeft het niet overleefd. Het ademde nog, maar het hele gezichtje en de handjes waren verbrand. Bij de baby lag nog een kind, een jongen.”

Oorzaak

Er is kritiek geweest, dat de brandweer te laat was. Maar het had niet sneller gekund. Het was voor de brandweer een afstand van twee à drie kilometer. Johan Caspers: “Je wil toch de eerste zijn, maar je bent afhankelijk van de melding. Wat vooral meespeelde was het brandverloop. Bij kortsluiting is het anders. Ik kan me wel herinneren dat de sfeer gespannen was, dat de vraag was of er een racistisch motief was. Het was een allochtone wijk, een zijstraat van de Hoefkade. Er woonden toen al niet veel Nederlanders meer. Gelukkig werd al snel bekend dat het uit de eigen Turkse omgeving kwam, er waren beelden van iemand die benzine had gehaald.”

Voor de brandweer is na het blussen de kous af. “Wat de oorzaak is geweest, dat hoor je pas dagen later. Ik heb deze zaak wel zijdelings gevolgd, maar niet intensief. Je hebt ook geen contact met nabestaanden, wij kunnen niet anders dan daar professioneel mee omgaan. We doen ons ding en klaar. Brand uit, klus geklaard. Het was voor mij niet de eerste brand met dodelijke slachtoffers, maar wel die met zoveel. In ons beroep word je vaak met dodelijke slachtoffers geconfronteerd. In de loop der jaren met tientallen.”

De brand in de Frans Halsstraat was in veel opzichten afwijkend. De meeste branden hebben een verklaarbare oorzaak. Johan Caspers: “Veel branden worden veroorzaakt door tv’s. Dat zijn stofnesten, vooral als er dan ook nog een kleedje op ligt. Roken in bed, de frituurpan op gas, koolmonoxide, dat komt allemaal regelmatig langs. Maar deze was anders. Aangestoken.”

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.40-590x441.png

Foto: Jos van Leeuwen

Terug naar die woensdagnacht 26 maart 1997. De Schilderswijk schrikt wakker van loeiende sirenes en brandweerwagens, die uitrukken naar de Frans Halsstraat waar een woningbrand woedt. Voor het huis treft de brandweer een Turkse man aan. Helemaal in paniek, met drie kinderen bij zich. Het is de 36-jarige Zeki Kosedag. In gebrekkig Nederlands vertelt hij dat zijn vrouw Mahi en hun zeven andere kinderen nog in de woning zijn. De brandweermannen zien vlak daarna hoe Mahi drie van haar kinderen uit het raam naar buiten gooit. Ze raken zwaargewond. Mahi wil zelf niet springen omdat er nog vier kinderen in de woning zitten. Een van de kinderen wordt op straat door brandweermannen geblust. Een andere brandweerman rent met de zwaargewonde baby naar de ambulancewagen. Het vuur verspreidt zich razendsnel door de woning. Ondanks de aanwezigheid van de brandweer lukt het de zwangere Mahi Kosedag en haar vier kinderen – van anderhalf, vier, elf en twaalf – niet om uit de woning te komen. Ze komen om in de vlammenzee. In de loop van de dag overlijdt ook de zwaargewonde baby.

In dezelfde nacht worden in de Koningstraat in de Schilderswijk en in de Kaapstraat bij twee Turkse verenigingen brandbommen naar binnen gegooid. Het cultureel centrum Cagri in de Kaapstraat, waar veel Azerbeidzjaanse Turken komen, was enkele jaren geleden ook al doelwit van aanslagen. De politie pakt nog dezelfde nacht vijf Iraniërs op, maar die worden snel weer vrijgelaten als ze niet aan de branden kunnen worden gelinkt.

De volgende dag verzamelen zich honderden wijkbewoners voor de uitgebrande woning in Frans Halsstraat om bloemen te leggen. De Schilderswijk huilt. Tijdens de rouwbijeenkomst proberen agenten de menigte op afstand te houden. De bloemenstapel is immens. Iedereen is in rep en roer. Een klasgenoot van Resat, een van de kinderen van het gezin Kosedag staart op zijn mountainbike naar de afgebrande woning. Aan een journalist van het Algemeen Dagblad vertelt hij: “Iedereen huilde, ook de juf. Ik heb een tekening voor Resat gemaakt. Want hij was mijn allerbeste vriend.”

Stoet

Er wordt druk gespeculeerd over de aanslagen. Heeft het te maken met de strijd tussen Koerden en Turken, is het een familievete, racisme of een criminele afrekening? Ook de politie staat voor een raadsel. Zeki Kosedag heeft helemaal geen politieke of criminele achtergrond. Op vrijdagmiddag, drie dagen na de brand, wordt er in de open lucht op het Jacob van Campenplein een gebedsdienst gehouden waarbij duizenden mensen aanwezig zijn. Klasgenootjes van de omgekomen kinderen huilen als de lijkwagens rond twee uur in een stoet op het plein arriveren. De met Turkse vlaggen en koranteksten bedekte lijkkisten worden uit de auto’s gehaald, over de hoofden van de aanwezigen getild en op tafels gelegd. Aanwezigen scanderen met een gestrekte arm en de wijsvinger in de lucht: Allahoe Akbar (Allah is groot). Zeki Kosedag en zijn broers storten zich in tranen over de kisten. Zeki heeft de lichamen van zijn vrouw en vijf kinderen niet meer kunnen zien, omdat ze door de brand te erg zijn verminkt. Als iedereen afscheid heeft genomen, rijden tweehonderd auto’s in een indrukwekkende stoet richting Schiphol. Tientallen familieleden van de Kosedags vliegen mee naar Oost-Turkije, waar de zes worden begraven.

Dennis Mulkens, destijds politieverslaggever van de Haagsche Courant was een van de aanwezigen. Over de gebedsdienst vertelt hij dat de kisten die uit de auto kwamen steeds kleiner werden: “Dat beeld zal ik nooit meer vergeten.”

Als de stoet met auto’s richting Schiphol rijdt, wordt in de Schilderswijk de ‘tocht van wanhoop en verdriet’ gehouden. Die is georganiseerd door een groep autochtonen van de bewonersorganisatie De Hoefeiser, aan de Hoefkade. Zevenduizend man lopen mee. Voornamelijk Turken en Marokkanen. Ook burgemeester Deetman en minister Pronk zijn aanwezig. De tocht gaat langs het uitgebrande huis van de familie Kosedag. Daar houdt de burgemeester een speech. Het verkeer in de Schilderswijk loopt helemaal vast.

Dreigbrieven

Er lopen opvallend weinig autochtone Nederlanders mee in de stoet. Ze zijn bang voor negatieve reacties, omdat veel Turken een racistisch motief vermoeden en er ook geruchten gaan over een aanslag door PKK-strijders. De verhoudingen tussen Turken onderling en de autochtone bewoners dalen tot een dieptepunt. De spanning loopt verder op als er dreigbrieven blijken te zijn gestuurd naar de organisatoren van de tocht, met uit kranten geknipte letters de tekst: ‘Dood aan vrienden van buitenlanders’. Een dag later wordt op een paar honderd meter afstand van de uitgebrande woning van de familie Kosedag brandgesticht in het huis van een van de organisatoren van de tocht, de 56-jarige Martin, een Schilderswijker die zich inzet voor de buurt. Hij staat bekend als een sociaal en gelovig man, lid van de pinkstergemeente. De schade in zijn woning blijft beperkt. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis vanwege ademhalingsproblemen en duikt daarna onder. De politie neemt de zaak hoog op en zoekt de daders in extreemrechtse hoek.

De zaak krijgt een onverwachte wending als Martin bekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor de dreigbrieven en de brand. Hij heeft een verleden als dakloze en heeft een megalomane behoefte aan aandacht. Zijn aanhouding is een klap in het gezicht van de Schilderswijkers. Niemand vertrouwt elkaar meer. Na de voetbalwedstrijd Turkije-Nederland op 2 april 1997 komen op de kruising Hoefkade/Vaillantlaan tweeduizend Turken bijeen om de 1-0 overwinning van Turkije op Nederland te vieren. Als een Turkse man na de wedstrijd een man voor ‘kanker-Koerd’ uitmaakt, probeert een groep Koerden zijn Turkse vlag af te pakken. De vlam is in de pan, tientallen Koerden en Turken gaan met elkaar op de vuist. Er wordt met stenen en stokken gegooid. Het kost de politie veel moeite om de kemphanen uiteen te drijven.

Spanningen

De spanningen tussen Turkije en Nederland lopen op. In Turkije wordt de Nederlandse ambassadeur door de Turkse minister van Buitenlandse zaken ontboden. Turken in Nederland zouden beter beschermd moeten worden. Op 3 april 1997 brengt de Turkse minister van mensenrechten, Esengun, samen met vier Turkse parlementariërs een bezoek aan Nederland. Eerder verweet ook hij de Nederlandse autoriteiten niets te doen om Turkse burgers tegen racistische aanslagen te beschermen. Hij wijt de aanslag op de familie Kosedag en meerdere aanslagen in Duitsland, zoals die op een Turks gezin in de Duitse plaats Krefeld, aan de toenemende vreemdelingenhaat in Europa. Esengun spreekt onder meer met premier Kok en de Haagse hoofdofficier van justitie.

Bij het huis van de familie Kosedag in de Frans Halsstraat legt hij een bloemstuk met witte anjers en rode rozen, het symboliseert de Turkse vlag. Hij omhelst oudere vertegenwoordigers van de Turkse gemeenschap en spreekt enkele koranverzen uit. Hij staat de vele Turkse televisieploegen die zich voor de woning hebben verzameld te woord en tenslotte brengt hij een kort bezoek aan de moskee aan de Hoefkade. Hij probeert een aantal prominente Turken uit de wijk gerust te stellen. Die uiten hun ongenoegen omdat het politieonderzoek volgens hen nog niets opgeleverd heeft.

Toch is niet iedereen even blij met het bezoek van de Turkse minister. De Koerden zien het als een provocatie. Het bezoek zorgt eerder voor meer spanning dan dat het de gemoederen tot bedaren brengt. Burgemeester Deetman gelast de voor 6 april geplande demonstratie in het Zuiderpark, naast de Schilderswijk, af uit angst voor ongeregeldheden. Voor de tweede keer willen bewoners een tocht houden ter nagedachtenis van de leden van de familie Kosedag. Deetman vaardigt voor de hele stad een noodverordening uit. Alle demonstraties en vergelijkbare activiteiten in Den Haag worden verboden. Politieagenten uit het hele land zijn bij de actie betrok- ken. Tientallen agenten surveilleren door de wijk. Belangrijke invalswegen worden door de politie geblokkeerd, alle auto’s die Den Haag in willen worden gecontroleerd. De Schilderswijk lijkt een oorlogsgebied.

PKK

Twee dagen later. Bij verschillende media waaronder De Telegraaf wordt een verklaring bezorgd, waarin de Koerdische afscheidingsbeweging PKK verklaart de aanslag op de woning van de familie Kosedag en de twee andere aanslagen op twee Turkse instellingen te hebben gesticht. De opstellers van de brief schrijven verder dat de aanslagen een waarschuwing zijn voor de hele Koerdische gemeenschap buiten Koerdistan. Het onderzoeksteam dat de branden onderzoekt neemt de brief uiterst serieus. Er zijn al sinds de aanslag geruchten dat de PKK een motief had voor de aanslag omdat Zeki Kosedag geweigerd zou hebben een deel van zijn inkomen af te staan. De PKK zou zich geregeld schuldig maken aan afpersingspraktijken. Koerden dienen een financiële bijdrage te leveren aan de strijd tegen de Turkse regering. Maar als de PKK met klem ontkent iets met de aanslag te maken te hebben, loopt ook deze onderzoekslijn op niets uit. Een woordvoerder van de PKK geeft bovendien de schuld aan de Turkse geheime dienst. Die zou verantwoordelijk zijn voor het opstellen en verspreiden van de brief.

https://www.misdaadjournalist.nl/wp-content/uploads/2020/07/Schermafbeelding-2020-07-29-om-18.55.50-590x461.png

Foto: Jos van Leeuwen

Het dertigkoppige rechercheteam is inmiddels druk bezig met het onderzoek naar de drie verschillende aanslagen. De rechercheurs stuiten op een doolhof van interne Turkse tegenstellingen waarin zij hun weg moeten zien te vinden. Toch zijn er aanknopingspunten. Als ze de videobeelden van het Esso tankstation aan het Kaapseplein bekijken, zien ze dat enkele mannen op de avond van de aanslagen een jerrycan met benzine vullen. Aan de hand van het kentekennummer wordt Burhan U. achterhaald. Hij is een Koerd die in de Schilderswijk bekend staat als PKK-activist. Volgens politie-informatie leidt hij een PKK-cel van ongeveer twintig jongeren. De groep komt vaak bijeen in het eethuisje Dort Yol en koffiehuis Zozan aan de Van der Vennestraat in de Schilderswijk, vlak naast het politiebureau in de De Heemstraat. Het rechercheteam besluit de openbare telefoons van het koffiehuis en eethuis af te luisteren.

Een cafébezoeker vertelt de politie dat Burhan en vier andere mannen de avond van de aanslagen koffiehuis Zozan hebben verlaten en uren later opgewonden waren teruggekeerd.

Er is meer. Een buurtbewoner beweert in de ochtend na de aanslagen in de Frans Halsstraat – niet ver van de woning van de familie Kosedag – op het trottoir een mapje te hebben gevonden, met daarin een ‘ponskaartje’ van een ziekenhuis, dat op naam staat van Burhan. Ook wordt bij het huis van Kosedag na de aanslag eenzelfde soort jerrycan gevonden als waarmee Burhan en twee kompanen benzine hebben getankt bij het Esso tankstation.

Op 17 mei 1997 worden Burhan en vier andere Koerden aangehouden. Burhan bekent al snel dat hij die avond van 25 maart een jerrycan heeft gevuld bij het Esso tankstation. Er volgen meerdere aanhoudingen. Allen blijken lid te zijn van dezelfde Koerdische groepering. De politie weet de zaken van de aanslagen op de twee koffiehuizen rond te krijgen. Die blijken politiek gemotiveerd. Toch ontkennen de Koerden met klem elke betrokkenheid bij de aanslag op de familie Kosedag. Ondanks alle vermoedens lukt het de politie niet ze daaraan te linken.

Neef

Bij een tankstation aan de Waldorpstraat, grenzend aan de Schilderswijk blijkt de avond voor de aanslagen eveneens getankt te zijn met een jerrycan door een onbekende man. Hij kan in eerste instantie niet worden geïdentificeerd en ook niet worden gelinkt aan de vijf opgepakte Koerden. Bij de politie zijn dan al wel vele tips binnengekomen. Eén naam wordt daarbij opvallend vaak genoemd: Necmettin K., een neef van Zeki Kosedag. Ook enkele van de vijf Koerdische verdachten die midden mei waren aangehouden in verband met de aanslagen op twee Turkse instellingen wijzen in de richting van deze neef.

Omdat de man niet voorkomt in de politiesystemen, besluit de politie de beelden te laten zien aan Zeki Kosedag. Die herkent zijn bloedeigen neef meteen. Op 6 juni 1997 confronteert Zeki zijn neef met het feit dat er beeldopnamen van hem zijn bij het tankstation, maar hij ontkent met stelligheid elke betrokkenheid bij de aanslag. Dezelfde dag wordt hij door de politie aangehouden. In het eerste verhoor bekent hij verantwoordelijk te zijn voor de brand in de woning van het gezin Kosedag.

Necmettin K. is het zwarte schaap van de familie. Hij heeft gokproblemen. Hij speelt het onder Turken populaire spel baccarat en op fruitautomaten. In de illegale gokhuizen in de Schilderswijk is hij een bekende verschijning. Op de avond van de brand verlaat Necmettin rond tien uur zijn huis aan de Schalk Burgerstraat in Den Haag. Uit zijn keuken neemt hij een lege plastic Fanta-fles mee. Daar wil hij een molotovcocktail van maken. Hij neemt een taxi naar het tankstation aan de Waldorpstraat, op een kleine tien minuten rijden, waar het krioelt van hoerenlopers, dankzij de tippelzone met veel travestieten.

Als Necmettin de Fanta-fles met benzine wil vullen, steekt de pompbediende er een stokje voor: alleen tanken met een jerrycan is toegestaan. Necmettin zegt dat hij autopech heeft. Hij koopt een jerrycan en vult die dan. Kort na middernacht gaat hij naar de Frans Halsstraat. Bij huisnummer 103, de woning van de familie Kosedag, giet hij liters benzine door de brievenbus. Dan steekt hij een krant in brand en duwt die naar binnen. Dat er diezelfde avond twee andere aanslagen worden gepleegd is toeval.

Motief

Necmettin rouwde mee met Zeki Kosedag en zijn familie, gaf een interview voor de televisie en reisde met de familie naar Turkije om Mahi en haar kinderen te begraven. Tijdens het tweede politieverhoor, rond middernacht gaat hij dieper in op het motief. Hij voelde zich gekwetst en vernederd omdat hij van anderen hoorde dat Zeki hem een mislukkeling vond. Op de avond van de brand had zijn zoontje van negen jaar hem huilend verteld dat hij van zijn neefje – een zoontje van Zeki – had gehoord dat zijn vader ’s avonds niet thuiskomt, niet van zijn kinderen houdt en veel gokt. Dat had-ie van zijn vader gehoord. Dat was voor hem de druppel geweest. Hij zou nog hebben geprobeerd Zeki te bellen, maar dat was niet gelukt. Hij had een tijdje heen en weer gelopen voor de woning aan de Frans Halsstraat en toen besloten om de brand te stichten. Dat het zo’n vlammenzee zou worden waarbij zes gezinsleden om zouden komen, was nooit zijn bedoeling geweest.

In de Schilderswijk wordt opgelucht ademgehaald als blijkt dat het om een familiezaak gaat en er geen racistisch of politiek motief is. In de wijk keert de rust terug. Zo niet in de familie. Daar heerst onbegrip, woede en nog veel verdriet. In een interview in de Volkskrant zegt Zeki dat hij geestelijk dood is. “Elke dag sterf ik nog een beetje. Soms denk ik dat het beter was geweest als ik met mijn kinderen was begraven. Mijn geluk is van mij afgenomen. Mijn verleden is mijn toekomst geworden.” De Turkse kranten besteden minimale aandacht aan de onthulling dat een neef van de familie Kosedag de brand heeft aangestoken.

Rechtszaak

Op vrijdag 16 januari 1998 is de rechtszaak tegen Necmettin. De publieke tribune puilt uit met familieleden van de Kosedags. Ook Zeki is aanwezig. Als Necmettin de rechtszaal binnenkomt, beginnen de familieleden op de tribune tegen het kogelvrije glas te slaan. Vrouwelijke familieleden barsten in tranen uit, Zeki krijgt een woedeaanval. De beveiliging probeert de familieleden tevergeefs tot bedaren te brengen. De rust keert pas terug als Necmettin uit de rechtszaal wordt verwijderd. De rechtbankpresident vraagt de familieleden om rustig te blijven. Maar als Necmettin terugkomt en opnieuw plaats neemt in het strafbankje gaat het weer mis. Er wordt geschreeuwd en Necmettin wordt met de dood bedreigd. De rechter laat daarop de publieke tribune ontruimen.

Als de zitting wordt hervat, legt Necmettin een korte verklaring af. Hij vertelt pijn en schuldgevoelens te hebben, maar wat de familieleden op de publieke tribune deden is in zijn ogen onterecht: “Ik ben geen terrorist, maar een mens.” Volgens het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum is hij verminderd toerekeningsvatbaar. Hij is zwakbegaafd en heeft een gering gevoel voor eigenwaarde. Hij zag hoe zijn status in zijn familie afbrokkelde. Van de man die veel geld en aanzien verdiende met zijn werk in het Westland was niets meer over, nadat hij was afgekeurd vanwege rugproblemen en hij was gaan gokken. Hij wordt veroordeeld tot achttien jaar celstraf en tbs. Zeki Kosedag en de andere familieleden hadden hem het liefst in Turkije veroordeeld zien worden, waar hij de doodstraf had kunnen krijgen.

Trauma

Inmiddels zijn we twintig jaar verder. Je zou willen weten hoe het de nabestaanden is vergaan. Zeki en de kinderen, maar ook hoe het nu met Necmettin gaat – en met zijn zoontje. Zeki is in 2014 overleden, slechts 53 jaar oud. Van verdriet? Hoe het de anderen is vergaan is niet eenvoudig te achterhalen. Bij brandweerman Johan Caspers, die dacht dat hij er zo professioneel mee om was gegaan, smeult deze brand nog steeds na. Als een veenbrand. Johan: “Ik had het altijd beschouwd als ‘een van de klussen’ maar de laatste tijd heb ik zelf last van stress en ik vraag me af of dat niet met deze brand te maken heeft, een niet verwerkt trauma. Branden, ook met dodelijke slachtoffers, hebben me nooit veel gedaan, ik heb er nooit wakker van gelegen, maar toevallig was ik hier de laatste tijd net mee bezig en had ik wat foto’s opgevraagd.”

Dat was inderdaad toevallig. De brandweerman en de journalist kwamen elkaar tegen op een plaats delict in Zoetermeer, een paar dagen na een dubbele liquidatie waarbij ook een auto in brand was gestoken. We hadden allebei juist op deze dag contact gehad met fotograaf Jos van Leeuwen, die destijds foto’s van de brand in de Frans Halsstraat had gemaakt. “Ik wilde kijken wat er beschikbaar was, ik wist dat er foto’s van waren. Deze brand hoorde wel bij de top drie van heftige uitrukken. Wat ook meespeelt: je bent ouder. Toen was ik 25.”

Psychologische nazorg stond toen nog in de kinderschoenen. “Wij hielden wel altijd een technische nabespreking. Iedereen beschrijft de gebeurtenis vanuit zijn positie. Je komt ergens, je loopt naar achteren, iemand dreigt naar beneden te springen. Je roept: ‘Ik heb een ladder nodig!’ Je kunt niet weg om die zelf te gaan halen, maar die ladder komt niet. Daar kun je gefrustreerd van raken: waarom kwam die ladder niet? Als je in een nabespreking allemaal vertelt wat je gedaan hebt, kom je erachter dat degene die de ladder moest bezorgen, dat niet kon omdat hij een probleem had met iets anders. Dan vallen de puzzelstukjes in elkaar. Als blijkt dat je psychisch last hebt, kun je begeleiding krijgen. Naar mijn idee slaat het tegenwoordig een beetje door. De één heeft er wel behoefte aan, de ander niet. Waar we op letten, is: zie je gedragsverandering?”

De meeste impact heeft het als collega-brandweerlieden tijdens de uitoefening van hun beroep om het leven komen. Johan had fotograaf Jos van Leeuwen gevraagd of er foto’s waren van dat hij de baby naar buiten had gebracht. “Ik herinner me dat ik bij de ambulance stond en het kind afgaf en zei: ‘Hij leeft, maar vertel me alsjeblieft dat hij dood is.’ Hij was zó zwaar verbrand, verschrikkelijk. Jos zei: ‘De boeken liggen hier op tafel.’ Voor mij is het de brand met de meeste impact.”

https://www.misdaadjournalist.nl/2020/08/zomerserie-de-brand-in-de-schilderswijk/

John Rodijk: gedetacheerd als boa tijdens coronacrisis (Omgevingsdienst Veluwe IJssel)

Begin mei werd buitengewoon opsporingsambtenaar John Rodijk gevraagd om drie dagen per week de boa’s in Epe te versterken. Hij ging in het team handhaving aan de slag met toezicht en handhaving op de door de VNOG opgestelde ‘noodverordening COVID-19’. John vertelt: “Na goed overleg en snel schakelen heb ik deze taak opgepakt. Het betekende dat ik mijn werk bij OVIJ voor driekwart moest loslaten in deze toch al zo hectische en lastige tijden. Mijn werkzaamheden in Epe bestaan voornamelijk uit toezicht op de 1,5 meter maatregelen bij o.a. horeca, scholen, sportvelden, recreatieparken en -gebieden, hangjeugdlocaties, winkelcentra en op allerlei andere locaties waar samenkomsten zijn of waar overlast gevende situaties kunnen ontstaan.”

’Sommige mensen negeren alle waarschuwingen’
‘Een gewaarschuwd mens telt voor twee’, zo weet John als geen ander. “We hebben al vele waarschuwingen voor overtredingen uitgedeeld. Worden de regels nog een keer overtreden, volgt er een boete van 390 euro en een aantekening op je strafblad. Bij het staande houden van mensen en het geven van bekeuringen ontstaan er regelmatig vervelende situaties. Het gedrag van mensen is lang niet altijd prettig. Dit was zeker het geval toen de terrassen op 1 juni weer open mochten. Om op deze ideale warme dag op een ruim terras te kunnen zitten, is het centrum van Epe en Vaassen middels een verkeersbesluit omgezet naar voetgangersgebied. Dit werd duidelijk met extra bebording aangegeven. Toch was er veel onbegrip. Met name van vutters en gepensioneerden die er met de fiets op uit gingen. Er werd dan geroepen: ‘Ik heb geen bord gezien waarop staat dat ik hier niet mag fietsen.’ Terwijl ik ze kort daarvoor nog naar een bord zag kijken. Het blijft lastig als mensen dit soort signalen negeren.”

‘Respect is soms ver te zoeken’
John begrijpt heel goed dat mensen soms moeite hebben met het feit dat ze worden aangesproken op hun gedrag, maar vindt wel dat ze soms meer respect kunnen tonen. “Het gaat mij er vooral om dat mensen respect tonen naar bijvoorbeeld de mensen die keihard werken op de IC en hebben geknokt voor mensenlevens. Het is nu toch meer dan duidelijk dat er regels gehandhaafd moeten worden om ervoor te zorgen dat er niet nog meer mensen op de IC terechtkomen. Tot mijn verbazing heb ik mensen meerdere malen met dwingende toon moeten wijzen op het naleven van de regels. Gelukkig sta ik stevig in mijn schoenen.”

Contact met ondernemers
Als boa heb je juist in deze tijd nog meer contact met de burger, maar ook zeker met ondernemers. “We staan als boa’s aan het front van de problematiek en hectiek. We horen wisselende verhalen en zien veel emoties. Bijvoorbeeld van horecaondernemers waarbij het water hun aan de lippen staat. Zij waren enorm blij dat ze eindelijk weer open mochten. Ook zien we creatieve ondernemers die de regels juist in deze coronatijd overtreden. Men had geen toezicht en handhaving verwacht.  Zo zijn we tijdens surveillance meerdere keren gestuit op illegale sloopwerkzaamheden waarbij ook nog eens asbest werd verwijderd. Een typische toezichtstaak die ik bij OVIJ uitoefen.”

Toezicht en handhaving bij spannende situaties
Naast alle toezicht- en handhavingstaken zijn er voor boa’s nog de reguliere (overlast) meldingen. “Het lijkt soms wel op de klachtendienst bij OVIJ. Van stinkend afval tot schreeuwende pauw en van kadavers in een stal tot bosbrand, we maken het allemaal mee. Bij bijvoorbeeld een bosbrand hadden we een belangrijke rol. Doordat we als eerste snel op locatie waren, konden we de brandweer goed aangeven waar ze precies moesten zijn. Verder hielden we publiek op afstand en gaven we mensen aan dat ze het bos beter konden verlaten. Na het sein ‘brand meester’ en een onderzoek naar de dader door zowel de brandweer als de politie, konden we onze eigen weg vervolgen.”

‘Hou vol’
Veel mensen in Nederland komen steeds meer buiten in ‘het nieuwe normaal’. “Ik hoop dat we een fijne zomer tegemoet gaan waarin iedereen het kan opbrengen om de veiligheid te waarborgen. Blijf dit jaar in Nederland, is mijn advies. Er zijn genoeg mooie plekken om te bezoeken. Vaak al vlak om de hoek. Het zou mooi zijn als we onze ondernemers met zijn allen een steuntje in de rug geven. Wel blijft het nodig om de reisbewegingen te beperken. Pas wanneer de IC’s leeg blijven en er geen nieuwe coronabesmettingen zijn, werpt de intelligente lock-down zijn vruchten af. Tot die tijd; hou vol en houd 1,5 meter afstand. Wen aan ‘het nieuwe normaal’ en blijf gezond!”

https://www.odveluweijssel.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/06/d08d77ca-bec0-436b-89b6-91acf5774463-169x300.jpg

https://www.odveluweijssel.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/06/image0-300x225.jpeg

https://www.odveluweijssel.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/06/IMG_3856-300x169.jpg

https://www.odveluweijssel.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/06/IMG_3862-300x225.jpg

https://www.odveluweijssel.nl/wp-content/uploads/sites/2/2020/06/IMG_3863-300x225.jpg

 

Het bericht John Rodijk: gedetacheerd als boa tijdens coronacrisis verscheen eerst op Omgevingsdienst Veluwe IJssel.

https://www.odveluweijssel.nl/nieuws/john-rodijk-gedetacheerd-als-boa-tijdens-coronacrisis/

Het nieuws in een notendop (Pijnacker-Nootdorp.TV)

https://pijnacker-nootdorp.tv/wp-content/uploads/2018/06/jeroen-feel-e1559500755637.jpg

Grote brand in stapel hout langs Noordweg in Pijnacker
En het ergste van het verhaal is nog wel dat het lijkt aangestoken
Baldadigheid?
Ik zou het je niet kunnen zeggen, maar het lijkt er wel op
In dit geval staat baldadigheid dan gelijk aan domheid
Het soort kind dat een hersencel mist
Zeg maar die ene waarmee je logisch nadenkt
Dat als je zoiets doet, zeker in deze tijd van droogte
Het gevaar op een bosbrand extra hoog is
En ach, die ouders wisten natuurlijk ook van niks
Anders zouden de kinderen vast wel een flinke pak rammel hebben gekregen!

Noodlijdend Vestia, Volkshuisvestelijk is de druk hoog
Tja, Vestia…
Nu de huizen bijna zijn verkocht aan een andere partij
Mogen we hopen dat het voor deze huurders er op vooruitgaat
Echter is dit natuurlijk nog niet zomaar het geval
Achterstallig onderhoud zal een keer moeten worden aangepakt
Naast de aankoop kosten zal de nieuwe eigenaar dus flink moeten investeren
Ik hoop voor de huurders dat het in de toekomst beter gaat

Free Run Park Ruyven met een kleurtje
De gemeente had altijd natuurlijk al het plan een “groene gemeente” te zijn
Kleur in de openbare ruimte
Maar ik had niet het idee dat dit de bedoeling zou zijn
Ik dacht meer met planten en bomen
Maar zo kan het natuurlijk ook
Het ziet er wel gezelliger uit moet ik zeggen
Weer wat kleur in het dorp

Onderzoek gedragsregels Coronavirus
Een heel onderzoek en de uitkomst staat al vast
Velen houden zich nog netjes aan de regels
De rest is het al weken zat
Betutteling of bezorgdheid van de overheid
Ik weet wel dat alles wat voorheen niet lukte in de Tweede Kamer
Nu een stuk soepeler en sneller verloopt
Heel gek!

Weer naar school
Afscheid nemen van je kind voor hij of zij het schoolplein opgaat
Afstand houden van andere ouders
Je auto niet dubbel parkeren
Kinderen de school in
Handen wassen
Eenrichtingsverkeer in de school
Dat zouden ze buiten de school ook moeten doen
Maakt het een stuk overzichtelijker op de weg

De winkel van de toekomst komt naar winkelcentrum “De Parade” in Nootdorp
Nu maar hopen op een ruime opzet voor de anderhalve meter maatschappij!

Nieuwe noodverordening regio Haaglanden
De noodverordeningen vliegen je om de oren
Vandaag mag je dit, morgen moet je dat
Ik kan het niet meer volgen
Eens komt de dag, dan valt
“Alles op z’n plek”

En zo komt ook deze week weer
Alles op z’n plek

Jeroen den Harder

https://pijnacker-nootdorp.tv/nieuws-notendop-118/

Honderd mensen weigerden evacuatie tijdens brand Herkenbosch (NOS journaal)

Tijdens de brand in Nationaal Park De Meinweg in Herkenbosch weigerden zo'n 100 mensen te evacueren. "Deze achterblijvers hebben een groot risico genomen met hun gezondheid", schrijft het college van burgemeester en wethouders in een brief aan de gemeenteraad.

Er werden 4200 inwoners van Herkenbosch geëvacueerd omdat ze door rook en koolmonoxide gevaar liepen. Ze mochten twee dagen later weer terug naar huis.

Om de evacuatie van Herkenbosch mogelijk te maken, stelde de gemeente een noodverordening op, schrijft 1Limburg. Daarin staat dat niemand meer in Herkenbosch mocht blijven. Boetes konden uitgedeeld worden als mensen die niet naleefden. De noodverordening gold voor de openbare ruimte, maar daarin stond niet dat er de bevoegdheid was om mensen uit hun huizen te halen.

In 45 woningen in Herkenbosch bleven mensen vrijwillig achter tijdens de natuurbrand. De gezinnen moesten wel een brief tekenen waarin staat dat ze de risico's van het thuisblijven kennen.

Verplicht of niet?

Het risico op koolmonoxidevergiftiging was aanleiding om woonwijk Reewoude in Herkenbosch al eerder te ontruimen. De waarden van koolmonoxide in de lucht waren daar eerder te hoog. Niet alle bewoners wilden vertrekken. Daarom tekende burgemeester Monique de Boer-Beerta een noodbevel. Het niet naleven van een noodbevel is een misdrijf. Uiteindelijk hoefde het noodbevel aan niemand te worden uitgereikt.

Volgens Antoin Scholten, voorzitter van Veiligheidsregio Limburg-Noord, zijn de juristen nog verdeeld over of mensen uit huis gehaald moeten worden bij een noodverordening. "Voor de toekomst is het goed om mensen duidelijk te maken dat als er noodverordening is je er ook echt uit moet", zegt hij in L1mburg Centraal. Scholten vindt dat er een landelijke discussie op gang moet komen over of je met een noodverordening ook echt verplicht bent uit huis te gaan. "Of is het grondrecht van je eigen woning zo heilig dat het bij zo'n ramp niet hoeft. Ik denk dat je er wel uit had gemoeten."

Zo zag de nachtelijke evacuatie er uit.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/HBvSIPON2_c

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/HBvSIPON2_c/2332648

Nationaal Park de Meinweg weer toegankelijk na natuurbranden (Hart van Nederland)

Nationaal Park de Meinweg is met ingang van zaterdag weer vrij toegankelijk. De gemeente Roerdalen heeft de noodverordening die de toegang tot het natuurgebied verbood, ingetrokken.

Lees ook: Overzicht: deze Nederlandse natuurgebieden staan in brand

De noodverordening werd ingesteld tijdens de grote brand die op 20 april uitbrak en in vier dagen tijd zo’n 200 hectare bos en heide in de Meinweg in de as legde. De noodverordening maakte het mogelijk dat de brandweer (na)blus- en controlewerkzaamheden goed en ongehinderd kon uitvoeren. Volgens de Limburgse gemeente zit het werk voor de brandweer erop en is het gebied weer veilig.

Lees ook: ‘Nederland slecht voorbereid op grote natuurbranden, het gevaar neemt toe’

Tijdens de grote brand werden de 4200 inwoners van het bij de Meinweg gelegen dorp Herkenbosch geëvacueerd omdat ze door rook en koolmonoxide gevaar liepen. Ze mochten pas twee dagen later terug naar huis.

https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/nationaal-park-de-meinweg-open/