‘Investeer bij natuurrampen meer in hulp vooraf in plaats van achteraf’ (NOS journaal)

Landen die de grootste kans hebben getroffen te worden door natuurrampen zijn daar onvoldoende op voorbereid. Dat blijkt uit het World Disasters Report 2020 van het Internationale Rode Kruis. Miljoenen kwetsbare mensen zijn daardoor niet goed beschermd tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Volgens het Rode Kruis hebben inmiddels meer dan vier op de vijf natuurrampen te maken met het klimaat. Het aantal rampen dat te relateren is aan het weer of klimaat, is sinds de jaren negentig gestegen met 35 procent. Dit jaar telde de noodhulporganisatie al 130 van dit soort rampen en dat zullen er in de toekomst alleen maar meer worden, stelt het Rode Kruis.

1,7 miljard mensen getroffen

Maarten van Aalst, directeur van het Rode Kruis Klimaatcentrum, benadrukt dat het bij deze rampen overigens niet altijd gaat om klimaatverandering. "Het is eigenlijk al jaren zo dat er veel slachtoffers vallen door overstromingen, terwijl het aantal geofysische natuurrampen, zoals vulkanen en aardbevingen stabiel blijft. Wel zie je dat er nu sterkere stormen, intensere hittegolven, hevigere regenval en grotere bosbranden zijn."

In totaal zijn in het afgelopen decennium wereldwijd naar schatting 1,7 miljard mensen getroffen door klimaatgerelateerde rampen. Daarbij worden de meest kwetsbaren het hardst geraakt. Het Rode Kruis wijst erop dat juist zij geregeld niet kunnen rekenen op hulpgelden die daar eigenlijk wel voor bedoeld zijn.

Onderschatte rampen

Vooral de impact van bijvoorbeeld iets als een hittegolf wordt vaak onderschat, zegt Van Aalst. Bijvoorbeeld in Nederland. "Even een dagje naar het strand, zeggen mensen dan. Maar de hittegolf van afgelopen zomer heeft wel tot 650 extra doden geleid."

Daarbij gaat het volgens hem niet alleen om mensen die anders een paar weken later sowieso zouden overlijden. "Het gaat ook om vermijdbare sterfgevallen, van kwetsbare ouderen en chronisch zieken, die anders nog vijf, tien of vijftien jaar hadden kunnen doorleven."

Een hittegolf haalt minder vaak het nieuws als natuurramp, omdat het minder tot de verbeelding spreekt in vergelijking met bijvoorbeeld een orkaan, denkt hij.

Daarnaast zorgt de toename van bijvoorbeeld het aantal stormen voor nieuwe problemen. "Neem de Filipijnen", zegt Van Aalst. "De mensen zijn daar net weer thuis, of de volgende storm komt er al weer aan. En in Midden-Amerika zijn nooit eerder zoveel orkanen geteld."

Help vooraf in plaats van achteraf

In het Rode Kruis-rapport staat dat er met name in armere landen veel gewonnen kan worden met betere waarschuwingssystemen en preventieve maatregelen tegen rampen.

Enkel noodhulp is zeker niet de beste oplossing, waarschuwt de organisatie. Van Aalst legt uit dat met bijvoorbeeld evacuaties veel ellende voorkomen kan worden. "In Bangladesh vielen in de jaren zeventig geregeld honderdduizenden doden als gevolg van een storm. Nu is dat gedaald naar een paar honderd, omdat mensen op tijd worden geëvacueerd", zegt hij.

Bij de recente supercycloon Amphan in Bangladesh en India hielp het Rode Kruis met het evacueren van miljoenen mensen, waarmee veel levens werden gered. Bovendien is het goedkoper om mensen van tevoren te helpen, stelt de organisatie, dan achteraf. Zo kan er met hetzelfde geldbedrag meer gedaan worden.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/gx51gBB8T60

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/gx51gBB8T60/2356887

Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ (Vrij Nederland)

‘Ik heb nogal een dramatische week achter de rug,’ vertelt de 39-jarige Amerikaanse schrijfster met Iraans-Kroatische wortels wanneer we elkaar via Zoom spreken. De Californische bosbranden grepen zo ongecontroleerd om zich heen dat Ottessa Moshfegh, haar echtgenoot en hun twee honden de ene brandhaard per ongeluk voor de volgende vuurlinie verruilden.

‘We reden dwars door gigantische rookpluimen van Oregon, waar ik op retraite was, naar ons huis in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. We wonen aan de voet van een groot gebergte, dat bij aankomst in lichterlaaie bleek te staan. Toen we bij het verblijf van mijn echtgenoot net buiten Palm Springs aankwamen, begon het ook daar te branden.

Nu verblijven we in de frisse lucht van Wyoming. Ik nam alleen het essentiële mee: mijn computer, wat printjes van komende projecten, het Perzisch huwelijkstapijt van mijn grootmoeder en mijn paspoort. Niet dat Amerikanen momenteel het land uit kunnen, maar toch. Het was erg angstaanjagend allemaal, maar nu berust ik. Ik geloof erg in het lot; wat moet gebeuren, zal gebeuren.’

Het ‘fucking enge’ jaar 2020

Haar zenuwen stonden het voorbije jaar wel vaker op springen, blikt de schrijfster terug op het ‘fucking enge’ jaar dat 2020 was. Want nog griezeliger dan de pandemie of de bosbranden vindt Moshfegh het politieke klimaat in de Verenigde Staten. ‘Er waren weliswaar enkele hoopvolle momenten, zoals de Black Lives Matter-protesten. Even leefde het Amerikaanse samenhorigheidsgevoel weer op, maar onvoldoende om op te wegen tegen de vrees dat dit land steeds meer op een fascistische staat lijkt. De uitkomst van de aanstaande verkiezingen zal hoe dan ook omstreden zijn. Trump heeft laten weten dat hij niet zal opgeven; dat is een duidelijke oorlogsverklaring.

Ik ben niet de enige die gelooft dat we het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten, als dat zou kunnen. Veel linkse liberalen, die toch voldoende geld hebben om comfortabel te leven, zijn ernstig verontrust. Om nog maar te zwijgen van de Trumpkiezers: die bewapenen zich alsof er een gigantische muiterij op komst is. Terwijl het alleen maar door hun eigen toedoen tot een dergelijke escalatie kan komen.’

Moshfegh zegt het allemaal zonder een spier te vertrekken. Diezelfde droge scherpte kenmerkt haar werk. Als auteur grossiert ze in eenvoudige, maar pijnlijk rake observaties; zo laconiek opgeschreven dat het hartverscheurend hilarisch wordt.

‘Ondanks alles zal ik waarschijnlijk toch in de VS blijven,’ vervolgt ze. ‘Dat heeft niets met identiteitsgevoel te maken, het is eerder zo dat ik mijn familie niet wil achterlaten. Mijn ouders zijn eind zeventig; zij gaan hun leven nu niet meer omgooien. En ik wil mijn zus en nichtjes niet missen.’

Existentiële verlossing

Ottessa Moshfegh groeide op als dochter van muzikale migranten in Newton, Massachusetts. Haar Iraanse vader en Kroatische moeder leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ze vestigden zich in de Verenigde Staten toen Iran geen optie meer was omdat daar de Islamitische Revolutie was uitgebroken. Ze speelden in allerlei orkesten, gaven les aan het New England Conservatory en voedden drie kinderen op.

Materieel waren de Moshfeghs minder bemiddeld dan de meeste van hun buren, maar cultureel waren ze uiterst gefortuneerd. Zo leerde de jonge Ottessa al piano spelen nog voor ze een woord kon lezen. ‘Klassieke muziek heeft mijn idee van verlichting erg bepaald. Ik heb altijd geloofd dat ik door hard werk, toewijding en discipline uiteindelijk zo vrij zou zijn dat ik alles kon bereiken wat ik maar wilde. Als schrijver slaag ik daar ondertussen grotendeels in, maar mijn ideeën blijven vooralsnog beter dan de uiteindelijke romans. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan het begin sta.’

‘Ik beschouw mijn schrijven als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Behalve die vroegrijpe notie van existentiële verlossing gaven haar ouders haar ook historisch perspectief mee. Zo vochten de ouders van haar moeder bij het Joegoslavische partizanenleger tegen Nazi-Duitsland. Haar vaders familie vluchtte, nadat al hun bezittingen in beslag waren genomen, uit Iran tijdens de islamitische omwenteling van 1978-1979.

‘Binnen mijn familie bestaat dus wel enige ervaring met staten die het fascisme omarmen,’ vat Moshfegh samen. ‘Maar van mijn grootouders’ activisme heb ik niets geërfd. Ik heb het simpelweg niet in me. Op sommige vlakken ben ik erg sterk, maar op andere behoorlijk fragiel. Ik ben dus meer geneigd te denken: redde wie zich redden kan. Maar ik beschouw mijn schrijven wel als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Onbeschaamd onbeduidend

Een zuiplap van een matroos die per ongeluk zijn enige vriend vermoordt, een rijke jongedame die meent dat een jaar slapen de enige manier is om een betere versie van zichzelf te ontwikkelen, een weduwe die vanuit haar blokhut een moordmysterie probeert op te lossen dat ze misschien zelf verzon: al Moshfeghs protagonisten brengen meer tijd in hun eigen hoofd door dan met anderen. Het isolement van de hoofdpersonages is de grote gemene deler van haar verhalen, hoe verschillend ze ook zijn.

Onlangs verscheen haar derde roman Death in Her Hands (in het Nederlands verschenen bij De Bezige Bij als De dood in haar handen, vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman). Het is Moshfeghs hoogsteigen versie van een whodunnit. Het onopmerkelijke bestaan van weduwe Vesta Gul en haar wispelturig hondje wordt overhoopgehaald door de ontdekking van een vreemd briefje in het bos. ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval

Maar van een lijk is geen sprake. Is Magda misschien een vrucht van Vesta’s verbeelding, een uitvlucht om haar gedachten gaande te houden en haar verstand niet te verliezen? Of is het omgekeerd en laat de moord op Magda Vesta langzaam in waanzin verglijden?

Volgens Moshfegh is het in de eerste plaats een verhaal over eenzaamheid. Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval. Moshfegh schreef de roman namelijk al een hele poos terug, tijdens haar ‘persoonlijke Jezusjaar’, oftewel de existentiële crisis die haar trof op haar drieëndertigste; niet toevallig de leeftijd waarop Gods zoon overleed.

Destijds had Moshfegh al enkele korte verhalen en de meer experimentele novelle McGlue gepubliceerd, maar van een doorbraak bij het brede publiek was nog geen sprake. Dat haar eigenzinnige thriller Eileen haar spoedig de PEN/Hemingway Award en een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize zou bezorgen, wist ze nog niet toen ze in totale afzondering Death in Her Hands schreef.

Moshfegh: ‘Ik woonde in Oakland waar ik niemand kende, had geen vrienden, mijn toekomst was vaag en ik had het gevoel dat ik niets van het leven begreep. Ik bestond bijna uitsluitend via mijn werk. Aangezien creativiteit het enige was dat ik kende, vertrouwde ik erop dat fictie me tot een inzicht zou brengen over hoe te bestaan. Anders dan ik, met mijn torenhoge ambitie, durft Vesta onbeschaamd onbeduidend te zijn. Zij hoeft niet de hele wereld uit te pluizen; het mysterie achter één vodje papier volstaat. Dat voelde erg veilig.’

‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen.’

Tegenwoordig voelt Moshfegh zich niet langer verloren wanneer ze niet achter haar schrijftafel zit, maar ze heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze grote delen van haar leven bijzonder geïsoleerd doorbracht. ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen. Populair zijn is een morele plicht, zeker hier in de VS. Je telt alleen mee als je minstens duizend volgers hebt of voortdurend berichtjes van iedereen ontvangt. Je hoort je haast te schamen voor je behoefte aan gezelschap. Alsof toegeven dat je niet honderd procent gelukkig bent met alleen zijn betekent dat je geen goede relatie met jezelf hebt, en dat dus je eigen schuld is.

Er worden tegenwoordig zulke hoge eisen gesteld, zeker aan vrouwen. Er wordt van ons verwacht dat we extra onafhankelijk zijn. Als je ook maar een beetje aan je mannelijke partner gebonden bent, geeft de maatschappij je al snel het gevoel dat je gefaald hebt in het feministische ideaal. Dat vind ik ontzettend oneerlijk.’

Zielsverwant

Drie jaar geleden zakte schrijver Luke Goebel vanuit zijn woestijnhut af naar Ottessa Moshfeghs appartement in Los Angeles om – in zijn eigen woorden – ‘de meest geniale literaire stem van zijn generatie’ te interviewen. Na een marathon van een maand waarbij het interview alleen maar werd onderbroken voor seks en slaap, vertrok hij om vervolgens met een diamant terug te keren. De robuuste edelsteen blinkt nu samen met hun trouwring aan Moshfeghs ringvinger.

Het is een wel erg romantisch verhaal voor iemand die jarenlang zweerde bij het celibaat, omdat ‘ware liefde een illusie is’ en ‘de meeste mannen toch saai en kinderachtig zijn’, zoals Moshfegh nog beweerde in een interview met Harper’s Bazaar uit 2016.

Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven

‘Ik verafschuwde de romantische ervaringen die ik tot dan toe had. Na elke verhouding had ik het gevoel mezelf verspild te hebben. En dat klopte waarschijnlijk ook, aangezien ik niet met de juiste persoon samen was. Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven. Vlak voor ik de deur opende om mijn interviewer binnen te laten, voelde ik al dat er iets groots te gebeuren stond. “Oh shit,” dacht ik toen ik Luke zag, “daar ben je dan.” Daar klopte ineens mijn zielsverwant aan de deur, iemand die me kwetsbaarheid en zelfexpressie kwam bijbrengen. Ik had geen geweldigere ervaring voor mezelf kunnen verzinnen.’

Over de vraag of zij afhankelijk is van haar echtgenoot hoeft ze nog geen twee seconden na te denken. ‘Natuurlijk, wij zijn geen twee satellieten; we proberen als een familie samen een leven te delen.’

Wanhoop en onverschilligheid

Ottessa Moshfegh heeft nu wel het grote liefdesgeluk gevonden, maar haar personages houden er allesbehalve bevredigende relaties op na. Wanhoop en onverschilligheid tekenen hun verhoudingen, en niet zelden zijn hun verlangens vreemd of verstorend.

Dat haar protagonisten zich daarbij niet gedragen zoals van vrouwen verwacht wordt, stuit moraalridders nogal eens tegen de borst. Zo kwam bijvoorbeeld, ook vanuit feministische hoek, veel kritiek op de hoofdpersoon van Eileen: een jonge, verbitterde vrouw die in een gevangenis voor minderjarigen werkt en haar paranoïde, alcoholverslaafde vader onderhoudt. Ze is gefascineerd door haar eigen ‘oceanische’ ontlasting en de geur van haar genitaliën, en houdt er als maagd levendige verkrachtingsfantasieën op na.

‘Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend.’

Moshfegh vindt het verbazingwekkend dat mensen daar aanstoot aan nemen: in haar ogen is Eileen namelijk een perfect normaal personage, zeker in verhouding tot haar weinig liefdevolle omgeving. ‘Onze samenleving is zo verknipt dat het gewoon onmogelijk is om puur te blijven. Mij interesseert hoe mensen reageren op alle giftigheid die hen omgeeft.

De VS gaat prat op haar christelijke waarden, maar is tegelijk wel het meest destructieve land ter wereld. We weten allemaal dat de wereld naar de kloten is, waarom doen we dan alsof dat niet zo is?’

Sowieso genaaid

Moshfegh moet niets hebben van labels en noemt zichzelf noch haar werk feministisch; al was het maar omdat ze geen idee heeft waar dat woord tegenwoordig eigenlijk voor staat.

‘Natuurlijk ben ik voor gelijke rechten en tegen misbruik, maar dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik begrijp niet hoe dat feminisme kan heten. Is feminisme de MeToo-beweging? Betekent feminisme dan dat ik niet verkracht wil worden? Ik wil mijn genderidentiteit niet laten definiëren door wat een bende klootzakken andere vrouwen heeft aangedaan.

Vrouw zijn betekent voor mij niet slachtoffer zijn. Vrouwen zijn ongelofelijk krachtig, wijs, productief, vervuld van heilige energie. Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend: vrouwen zijn eeuwenlang ondergerepresenteerd en onderdrukt, dat weten we allemaal. Er vallen nog zoveel andere verhalen te vertellen. Trouwens, wat je gender ook is, je wordt sowieso genaaid. Als ik met al mijn gevoeligheden een penis had, zou ik ook problemen hebben.’

Kunst en de dood

Al Moshfeghs personages worden geplaagd door existentiële vervreemding, voortvloeiend uit de onmogelijkheid zich tot deze verwarrende samenleving te verhouden. Moshfegh zelf werd op haar vijfde voor het eerst overvallen door een overweldigend gevoel van vergankelijkheid.

‘Als kleuter had ik een soort van openbaring waardoor ik plotseling begreep ik dat ik op een dag zou sterven. Alles kwam me ineens zo zinloos voor. Ik vroeg me af waarom we daar braafjes prenten zaten in te kleuren, alsof we niet allemaal vroeg of laat doodgingen. Recentelijk ben ik mezelf gaan afvragen of ik autisme heb. Misschien was dat onbehaaglijke gevoel wel het gevolg van mijn onvermogen om bepaalde neurologische input te verwerken. Maar waarschijnlijk is dat vooral wishful thinking, vanuit de hoop dat zo’n diagnose zou verklaren waarom ik me al van jongs af aan niet op mijn plaats voel.’

Het korte verhaal ‘A better place’, opgenomen in Moshfeghs bundel Homesick for Another World, thematiseert die existentiële malaise op een metafysische, bijna folkloristische manier. Zo gelooft het piepjonge hoofdpersonage dat ze van een andere, betere plek komt; eentje waarnaar ze alleen terug kan keren door dood te gaan, of door de juiste persoon te vermoorden. In dat laatste geval zal zich een zwart gat voor haar openen als toegangspoort tot die andere, betere plek. ‘Earth is the wrong place for me, always was and will be until the day I die’, schrijft Moshfegh. Ze noemt het een van haar ‘beste, meest persoonlijke’ verhalen.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen.’

Nu ze de veertig nadert, is de vervreemding die ze als kind ervoer nog even groot.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen. Ik geloof dat het erg gezond is om je zo bewust te zijn van je eigen sterfelijkheid. Door mezelf te omarmen als een tijdelijk wezen, dat op deze aarde is gezet om zichzelf uit te drukken, kan ik me makkelijker losmaken van alle verdriet en woede die mijn gedrag stuurden toen ik jonger was.’

Zo overwon ze een depressie, eetstoornis en alcoholverslaving; demonen waarmee ook veel van haar protagonisten kampen. ‘In mijn werk staat weinig dat ik niet grondig persoonlijk onderzocht heb.’

Dat vergankelijkheidsbesef werd de voorbije jaren aangescherpt door het overlijden van Moshfeghs jongere broer, met wie ze een erg hechte band had, en de zelfdoding van haar voormalig mentor, schrijfster Jean Stein. ‘Ik ontdekte dat kunst en de dood elkaar overlappen. Ik geloof dat er een niet-wereldse sfeer bestaat waar iemands energie naartoe gaat als zijn leven op aarde beëindigd is. Dat is ook het domein van verbeelding en inspiratie. Nu ik van mensen houd die zich niet meer op deze aarde bevinden, is zowel mijn leven als mijn werk betekenisvoller geworden. Zelf ben ik niet bang voor de dood, wel voor de pijn van het sterven. Maar een eeuwigdurend leven en bewustzijn lijkt me vele malen erger dan de dood.’

Regelmaat en discipline

‘Ottessa Moshfegh is de interessantste hedendaagse auteur over wat het betekent om te leven in een tijd waarin leven verschrikkelijk voelt,’ prees critica Jia Tolentino in The New Yorker Moshfeghs talent.

In haar onverholen, van literaire trucjes gespeende taal legt ze de vinger precies op de zere plek. Ze beroert de oervervreemding die we tegenwoordig zo bedrijvig proberen verdringen.

Zo bereikte ze intussen een ware cultstatus. Maar ze is zelf de eerste om die populariteit te relativeren. ‘De mensen die mijn werk nu belangrijk en emblematisch noemen, wilden op school geen vrienden met me zijn. Maar ik ben nog steeds dezelfde; ik heb mijn schrijven niet aangepast aan de wensen van mijn lezers. Ik geloof dat ik gewoon geluk heb gehad met de culturele stroming van dit moment. Veel hipsters voelden zich aangesproken door My Year Of Rest And Relaxation (in het Nederlands vertaald als Mijn jaar van rust en kalmte, JA) omdat hun interesses toevallig samenvallen met die van de protagoniste in dat boek. Waarschijnlijk voelen velen van hen zich teleurgesteld na het lezen van Death In Her Hands. Maar dat vind ik prima; ik schrijf niet voor hipsters.’

‘Als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen.’

Sowieso trekt Moshfegh zich weinig aan van wat anderen, lezers noch critici, van haar denken; daarvoor is haar mentale welzijn haar te dierbaar. Om dezelfde reden blijft ze ook ver weg van sociale media. ‘Mijn internetgebruik blijft heel bewust beperkt tot research, e-mails en grasduinen op eBay. Zo hoop ik totale intoxicatie te vermijden.

Ik voel me het beste wanneer ik mezelf als een patiënt in een ouderwets sanatorium behandel; met veel regelmaat, routine en discipline. Zonder plan word ik angstig. Wanneer ik niet aan het werk ben of mezelf niet met interessante ervaringen voed, voelt mijn leven dom en zinloos aan. Dan voel ik letterlijk hoe elke hartslag me dichter bij de dood brengt.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Ik hou ervan om volledig in mijn schrijven op te gaan. Maar een dergelijke extase verkrijg je niet zonder discipline. Daarom geloof ik dat discipline een daad van geloof is: als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen. Ik kan tien opeenvolgende dagen geen enkele bruikbare zin op papier krijgen, maar op de elfde dag zal ik iets ontdekken. Die ontdekking is niet mogelijk zonder het voorafgaande geknoei. Zo meet ik mijn succes als schrijver niet door wat ik al bereikt heb, maar door de discipline die ik aan de dag weet te leggen.’

Het bericht Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/ottessa-moshfegh-interview/

OMT: Geef jongeren meer bewegingsruimte en scherm ouderen en kwetsbaren af (Hart van Nederland)

Ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid moeten beter worden beschermd, nu het coronavirus voorlopig nog onder ons is. Mensen die sneller overlijden aan de gevolgen van het virus moeten beter worden afgeschermd van de maatschappij. Dit zodat jongeren meer bewegingsruimte kunnen krijgen.

Dat stellen verschillende leden van het Outbreak Management Team (OMT) in het AD.

Sociale bubbels

Vooral in regio’s waar het virus het meest rondwaart moeten ouderen en mensen met een beperking of aandoening op een betere manier worden afgeschermd. Dat stelt Cees Hertogh, OMT-lid en tevens hoogleraar Ouderengeneeskunde en Ethiek van de zorg. Als voorbeelden noemt hij gereguleerde visite in verpleeghuizen en begeleiding van bezoekers.

Lees ook: Psycholoog wil meer aandacht voor mentale gevolgen corona: ‘Dit is echt een kantelpunt’

Terug naar een situatie waarin geen enkel bezoek welkom is in verpleeghuizen moeten we koste wat kost voorkomen, zegt Arend Arends, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie en lid van het OMT. Hij pleit voor een systeem van sociale bubbels. “We moeten ernaar toe dat kwetsbare mensen een beperkt aantal vaste contactpersonen hebben.”

Arends vergelijkt het met een bosbrand: “De sociale bubbels zijn dan de brandgangen die voorkomen dat het vuur zich verder verspreidt. Binnen zo’n bubbel moeten mensen verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Als iedereen elkaar via-via toch blijft ontmoeten, gaat het weer mis.”

Groot deel van de jongeren voelt zich eenzamer

Uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Maastricht blijkt dat ongeveer vier op de tien kinderen zich tijdens en na de lockdown eenzamer voelen dan voor de crisis. Volgens de universiteit moet er nu worden ingegrepen om problemen op een later moment te voorkomen.

Ook is de kans groot dat deze groep een studieachterstand op gaat lopen door de uitbraak van het virus. Het percentage vmbo’ers dat denkt te slagen voor het eindexamen daalde in een jaar tijd van 85 naar 75 procent. Ook het aantal vmbo’ers dat verwacht een hbo-diploma te halen zakte van 37 naar 27 procent. Het aantal havisten en vwo’ers dat verwacht een universitaire bachelor af te ronden daalde van 28 naar 23 procent.

Maatschappelijke processen op gang houden

Oud-VVD-senator Heleen Dupuis (75) stelt tegenover AD dat ouderen zoals zij thuis zouden moeten blijven, als jongeren daarmee ruimte krijgen. De jongeren moeten volgens haar de maatschappelijke processen op gang houden.

Lees ook: Vertrouwen in coronabeleid van het kabinet is verder afgenomen

De kans dat ouderen ernstig ziek worden of zelfs komen te overlijden als ze het coronavirus oplopen, is aanzienlijk groter. AD schrijft dat tachtigers bij besmetting honderden keren zoveel kans lopen om te overlijden als mensen die jonger zijn dan veertig.

ANP

https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/ouderen-afschermen-corona-omt/

Studie: Opwarming van de aarde kost meer levens dan alle virussen bij elkaar (Welingelichte Kringen)

De aarde warmt op en dat is niet alleen erg voor de gletsjers en de ijsberen. Er gaan ook heel veel mensen aan dood. Hoeveel precies? Nou, meer dan aan alle virussen bij elkaar, becijferden onderzoekers in een grote, nieuwe studie.

De stijgende temperaturen eisen vooral hun tol in arme, hete delen van de wereld. Daar is geen geld om de benodigde maatregelen te treffen. Maar ook in rijke landen zullen mensen sterven aan de opwarming.

Als er weinig wordt gedaan aan het terugdringen van CO2-uitstoot zorgt de opwarming van de aarde ervoor dat het sterftecijfer tegen het eind van de eeuw stijgt met 73 doden per 100.000 mensen. Dat is ongeveer evenveel als het dodental van alle infectieziekten bij elkaar, dus niet alleen Covid-19, maar ook tbc, hiv, malaria, dengue en gele koorts.

Ouderen
De onderzoekers keken niet alleen naar het aantal mensen dat direct overlijdt door bijvoorbeeld overstromingen en bosbranden, maar ook indirect doordat mensen een hartaanval krijgen tijdens een hittegolf.

“Veel oudere mensen overlijden door indirecte hitte-effecten,” zegt onderzoeker Amir Jina van de universiteit van Chicago. “Het komt griezelig veel overeen met Covid-19. De kwetsbaarste mensen zijn degenen met onderliggende aandoeningen. Als je hartklachten hebt en je wordt dagenlang geteisterd door hitte dan kan dat net te veel zijn.”

Arme landen
Arme, hete landen zoals Ghana, Bangladesh, Pakistan en Soedan hebben het hevigst te lijden onder de opwarming van de aarde. In deze landen stijgt het dodental mogelijk met wel 200 mensen per 100.000 inwoners. Koudere, rijke landen als Noorwegen en Canada zullen hun sterftecijfer juist zien dalen, doordat minder mensen doodgaan van de kou.

“Arme mensen worden veel harder getroffen, omdat ze geen middelen hebben om zich aan te passen aan de hitte. De rijke landen, zelfs als er meer mensen sterven, hebben wel het geld om maatregelen te nemen,” zegt Jina. “Het is echt zo dat de mensen die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering, er het meest onder lijden.”

https://www.welingelichtekringen.nl/natuur-en-milieu/1993346/studie-opwarming-van-de-aarde-kost-meer-levens-dan-alle-virussen-bij-elkaar.html

Perspectiefnota 2020 vastgesteld (ChristenUnie Almelo)

http://almelo.christenunie.nl/l/library/download/urn:uuid:47ec92e9-2ede-45ad-ae35-7db4439ad0e4/stadhuis_19de.jpg?color=ffffff&scaleType=5&width=168&height=168&ext=.jpg

Elk voorjaar stelt de Raad een zogenaamde Perspectiefnota vast waarin zowel inhoudelijk als financieel wordt vooruitgekeken. In het najaar wordt dit perspectief dan vertaald in een begroting voor 2021. Dit jaar was er ook een tussenbalans met een terugblik op twee jaar beleidsinspanningen van dit college. En er was een Corona-spiegel met een eerste inschatting van de impact van de Corona-crisis.

De Raad vergaderde een hele dag. De eerste zeven uur betroffen algemene beschouwingen van de fracties, en een reactie van het college. Pas daarna kwam het debat op gang dat zich hoofdzakelijk toespitste op de voorgestelde bezuinigingen op subsidies. Het college van burgemeester en wethouders wil met de betrokken organisaties zoeken naar oplossingen, maar wel aan de bezuinigingen vasthouden. Een groot deel van de oppositie wil eerst de toezegging dat de bezuiningen niet door gaan, en dan pas in gesprek. Het leidde tot een debat dat niet over inhoud ging, maar over proces. Na tien uur 's avonds stemden uiteindelijk de coalitiepartijen (CDA, VVD, Lokaal Almelo Same en ChristenUnie) en Democraten.nu voor de Perspectiefnota, en de rest van de oppostiepartijen tegen. Laast genoemden lieten hun frustratie regelmatig de vrije loop gaan, en enkelen gaven zelfs gaven vanaf nu niet meer bereid te zijn tot een constructieve houding, hetgeen wij betreuren. Al met al niet heel verheffend en zeker niet iets waar de stad op zit te wachten. Wij zullen ons echter ten alle tijden blijven inzetten voor het welzijn van de stad.

Onderstaand vind u onze algemene beschouwingen. Wij hadden het initiatief genomen tot twee voorstellen (moties), namelijk het stimuleren van regentonnen om hemelwater langer vast te houden, en een voorstel om de Bibliotheek te helpen met innovatieve ideeën rond de bezuiningen. Beide moties werden ruim aangenomen. daarnaast waren we mede-indiener van moties om oplossingen te verkrijgen rond Kaliber en rond het Stadsmuseum, om via een kernachtige visie op de stad het groen en blauw in de stad te versterken (o.a. bevaarbaarheid kanaal Almelo-Nordhorn), om signalen naar Den Haag te geven dat gemeenten voldoende geld moeten krijgen (herverdeling gemeentefonds) en dat er meer waardering moet komen voor verpleegkundigen, en dat Almelo zich moet aansluiten bij de Coalition of the Willing waar het gaat om de opvang van vluchtelingenkinderen. Al deze moties werden aangenomen.

Perspectiefnota 2020: Bijdrage ChristenUnie Almelo

30 juni 2020

Almelo zit financieel weer in de lift. Waar eind 2016 de gemeente Almelo nog beschikte over een eigen vermogen van 8,6 miljoen euro negatief hebben we exact drie jaar later eigen vermogen van 25,7 miljoen euro positief. Daarmee is een enorme stap gezet, een prestatie van formaat. Op basis van de begroting 2020 gaf het provinciebestuur in december 2019 al aan om het preventief toezicht om te zetten in normaal (repressief) toezicht. Het herstel is broos en kwetsbaar, maar er is vertrouwen in de aanpak van Almelo. De interne processen komen steeds beter op orde, wat zelfs leidt tot ongekende complimenten van de accountant over de IT-beheersingsmaatregelen: “De gemeente is in de sector hier vrij uniek in en wij willen u dan ook complimenteren hiermee. Hierdoor zijn wij in staat om in onze controle te steunen op de systemen in scope, te weten [...]”. Reden voor onze fractie om de jaarverantwoording 2019 voor te dragen voor raadsmeter. En ook de Perspectiefnota 2019 toont een rooskleurig meerjarenperspectief. Chapeau!

De inwoners merken dit ook. De waarderingscijfers stijgen. De binnenstad knapt zichtbaar op. Niet alles zal direct goed gaan en waar mensen werken worden fouten gemaakt, maar er is licht aan het einde van de tunnel. Almelo kijkt positief vooruit. Zelfs een TV-dramaserie als ‘Opstandelingen’ doet daar niets aan af. Het roept weliswaar buiten Almelo een bedenkelijk beeld van de stad op, en het doet ons aanzien in de regio geen goed, maar de Almeloër zelf herkent zich niet in het beeld dat wordt geschetst van de stad. De inwoners worden juist steeds positiever over de stad. Gegeven ons regenteske verleden worden vriendjespolitiek en ondermijning juist aangepakt als nooit tevoren. Neemt niet weg dat we als stad ons voordeel moeten doen met elk signaal dat wordt gegeven. Laten echter ook de politici in dit programma zelf behoedzaam zijn voor cliëntelisme in het afwegen van het algemeen belang tegen het deelbelang van de betrokken achterban. Voor ons als ChristenUnie geldt dat we een partij zijn van Christenen, voor iedereen. Om elke vorm van belangenverstrengeling te voorkomen kun je beter juist wat ‘strenger’ zijn voor de eigen achterban.

Dat brengt ons bij de Raad. Het programma Opstandeling brengt de raad tot ongekende eensgezindheid. Er lijkt een ‘gemeenschappelijke vijand’ te zijn gevonden. Voor je het weet is er een cordon sanitaire tegen een enkel raadslid. Is dat wat de stad van ons vraagt en wat de stad vooruit helpt? Dat kan niet de bedoeling zijn. Ondertussen worden op andere dossiers harde woorden gebruikt. “Geacht college, jullie zijn mijn stad aan het uitmoorden” twittert een gerespecteerd oud-raadslid van de PvdA. Het gaat om subsidies en we vliegen er weer keihard in, net als bij de Kolkschool, Soweco, de procedures binnen de raad, waar niet eigenlijk. De ChristenUnie wil een oproep doen om welles-nietes standpuntdiscussies te verruilen voor het zoeken naar gezamenlijke belangen. Wij denken dat het de raad hierbij zal helpen als de structuren wat worden ‘vereenvoudigd’ door de verordening op het Raadspresidium en/of het reglement van orde aan te passen. Wij zullen hier in het kader van het BOB-proces met concrete voorstellen op terugkomen.

Soweco is wat ons betreft een mooi voorbeeld waar het bestuur (de wethouders van de zes betrokken gemeenten) en de Raad van Commissarissen mijlenver uit elkaar lagen; maar niettemin –en al of niet knarsetandend– de stap is gezet naar een contourennota met gedeelde uitgangspunten waarin gezamenlijk vooruit wordt gekeken. Standpunten worden ingeruild voor belangen waarmee een ‘vechtscheiding’ voorkomen. Neemt niet weg dat ook in dit dossier vooraf onnodig veel onrust en schade is berokkend vanuit eigen profileringsdrang, door vele geledingen, zelfs door de OR.

En dan komt Corona. Wat de impact hiervan is op het beleid, op de stad, op armoede en financiën, we weten het niet. Zoals ook in de inmiddels verschenen voorjaarsrapportage verwoord (pag. 2 raadsvoorstel): “Maar één ding is zeker; er is veel onzekerheid.” Wij gaan onderstaand op Corona in op basis van onze eigen speerpunten.

Iedereen telt mee

Toen de coronacrisis uitbrak lag alle accent op corona en vooral de technische middelen (IC-capaciteit) om de coronapatiënten in leven te houden. Logisch, het was een onzekere situatie en niemand wist waar het heen ging. Patiënten, vooral ouderen, werden geïsoleerd. De familie mocht er hopelijk bij als ze overleden. Het crisisbeleid is achteraf gezien vreemd omdat vanuit de geriatrie al langer bekend is dat ouderen meer opzien tegen de manier waarop ze overlijden, dan tegen het overlijden zelf. Inmiddels weten we ook dat het stopzetten van de reguliere zorg circa tien keer zoveel gezonde levensjaren heeft gekost als dat de coronahulp heeft opgeleverd[1]. De meest kwetsbare groep, onze ouderen dus, sloten we op in verpleegtehuizen. Daar zagen ze vanuit hun raam dat de buurman, die het appartement huurt, gewoon in en uit kan lopen. Maar ouderen in de verzorging werden uit het maatschappelijk leven gesloten. Vanaf 15 juni mogen bewoners van verpleeghuizen weer bezoek ontvangen van meerdere bezoekers, indien het verpleeghuis vrij van corona-besmettingen is. Vanaf 1 juni kunnen ouderen ook weer naar de dagbesteding. Elk verpleeghuis maakt echter zelf een plan voor de aangepaste bezoekregeling, wat leidt tot heel veel maatwerk en/of verschillen. Het is een ingewikkelde puzzel, dat zien wij ook, maar de fractie van de ChristenUnie Almelo vindt dat er meer aandacht moet komen voor de kwaliteit van leven en het “waardig ouder worden”. Eenzaamheid is sowieso een groot probleem. Vrijwilligers die bezoekwerk doen zijn op dit moment niet welkom in het verpleeghuis. Wij roepen de politiek op hier meer aandacht voor te hebben. Gelukkig worden vanaf 1 juli de maatregelen verder versoepeld en lijkt de hoogste nood gelenigd.

Kinderen zijn de toekomst

Corona is ook een risico voor de vluchtelingenkampen in Griekenland. Kamp Moria op Lesbos is zwaar overbevolkt. Ruim twintigduizend mensen zitten in een kamp dat bedoeld is voor ongeveer drieduizend personen. Eén toilet wordt gedeeld door ruim tweehonderd mensen. In Nederland roepen de maatschappelijke organisaties Stichting Vluchteling, Vluchtelingenwerk Nederland en Defence for Children Nederlandse gemeenten op tot het vormen van een ‘Coalition of the Willing’ om in totaal 500 alleenstaande vluchtelingenkinderen op te vangen. Vele gemeenten sluiten zich aan, waaronder Enschede, Hengelo en Hof van Twente. De fractie van de ChristenUnie heeft schriftelijke vragen gesteld over hoe Almelo hierin staat. De houding is afwachtend, ook omdat het kabinet opvang in Griekenland wil financieren. In middels is duidelijk dat die plannen vooral op papier bestaan[2]. Hoe groot is het draagvlak ik de raad om als Almelo aan te sluiten bij de Coalition of the Willing? Onderzoek toont aan dat tachtig procent van de Nederlanders mensen die vluchten voor oorlog of vervolging wil opvangen[3]. Dat is opvallend hoog. We mogen hopen dat de Almelose Raad een gezonde afspiegeling is van de samenleving. Op dit punt zullen we samen met GroenLinks met een motie komen. Onderzoek toont ook aan dat asielzoekers veel beter integreren dan de meeste Nederlanders denken. Dat asielzoekers als een groot probleem worden gezien is vooral de vrucht van de politiek. Wij betreuren dit ten zeerste en roepen op om anderen te behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden.

(Godsdienst)vrijheid

De fractie van de ChristenUnie vindt de aandacht voor kerken in coronatijd uit balans. Toen de eerste aandacht van de zorg af was, kreeg vooral de economie aandacht. Zeker, ondernemers hebben het heel zwaar en verdienen aandacht. Maar waar kappers weer mogen knippen, kan een dominee nauwelijks dopen. Waar de horeca weer volstroomt, zitten kerken met veel strengere restricties. In Amsterdam stroomt de dam vol en wordt niet ingegrepen omdat de demonstratie zo belangrijk is. Maar vrijheid van Godsdienst ligt nota bene in de grondwet vast terwijl kerkdiensten zelfs in de openlucht niet mogelijk bleken. Als er maatschappelijke druk wordt uitgeoefend vanuit sectoren die de samenleving belangrijk vindt, heeft dat duidelijk prioriteit. Kerken wordt geadviseerd het vooral rustig aan te doen. Daarmee wordt geen recht gedaan aan het belang van kerkdiensten. Religieuze gemeenschappen hebben maandenlang hun geloof niet actief met elkaar kunnen delen, terwijl samenkomst belangrijk is voor het bemoedigen en aansterken van elkanders en eenieders geloof. Vanaf 1 juni mogen diensten weer worden gehouden met 30 personen, vanaf 1 juli met 100 personen zonder registratie; of met meer als de omstandigheden dit toelaten en protocollen worden gevolgd. In Amsterdam is de vraag naar kerkdiensten in de openlucht gekomen, en ook in Almelo speelt deze vraag bij meerdere kerken. In Den Haag zijn onder de regelgeving van demonstratie, betoging en/of manifestatie al diensten buiten gehouden (Westbroekpark). Graag zien we dit ook in Almelo gebeuren opdat de gemeente weer kan samenkomen. Inmiddels lijkt dat met de nieuwe maatregelen per 1 juli ook te kunnen.

Droogte

Voor de Coronacrisis was er veel aandacht voor het milieu, denk aan het Programma Aanpak Stikstof en strenge normen rond PFAS. Nu lijkt het milieu ineens naar het tweede of derde plan verdrongen. Toch is met name de huidige droogte een groot probleem. Gelukkig zien ook steeds meer mensen dat. Behalve directe gevolgen voor de natuur (weidevogels, bosbranden) en landbouw (slechtere gewasgroei) geeft dit ook problemen als bodemdaling en zorgen over de hoeveelheid beschikbaar drinkwater. In de Almelose raad speelt een discussie om de afvalstoffenheffing en/of rioolheffing te relateren aan het aantal personen in een huishouden. Eerlijker zou eigenlijk zijn om te kijken naar het daadwerkelijke afval of waterverbruik. Inwoners die hun regenwaterafvoer afkoppelen van het riool en/of vasthouden in de tuin door zo min mogelijk betegeling zouden eigenlijk korting moeten krijgen op de rioolheffing. Daar gaat een positieve stimulans vanuit. Alle beetjes helpen. De fractie van de ChristenUnie wil in deze context een ander voorstel doen. Vergroening van tuinen moet uiteraard worden aangemoedigd (cq. het betegelen van tuinen kan worden ontmoedigd; gevoel van ‘steenschaamte’). We komen aanvullend met een motie om het vasthouden van water via regentonnen te stimuleren.

Subsidies

Er is veel te doen over kortingen op subsidies. Terecht wordt gezegd: Wat is effect van de bezuinigingen? Dat willen wij ook zien. De fractie van de ChristenUnie zou echter nog een stap verder willen gaan: Graag vernemen we niet alleen het effect van het schrappen van het bezuinigde deel; maar idem dito het maatschappelijk effect van het niet bezuinigde deel. Het is bij een subsidie absolute noodzaak dat vooraf heldere afspraken worden gemaakt over wat de gemeente wil bereiken met het verlenen van een subsidie; hoe het ook bijdraagt aan de doelstellingen van de gemeente; en hoe dit wordt gemeten in termen van direct resultaat (output) en maatschappelijke impact (outcome). Het is dan ook even noodzakelijk dat wordt geëvalueerd (1) of de prestatie is geleverd die is afgesproken, (2) of er het gewenste effect is geweest, (3) of het aannemelijk is dat de subsidie heeft bijgedragen aan dit effect, en (4) of er sprake is van doeltreffendheid: dat wil zeggen dat zonder subsidie het effect niet was bereikt. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt het wettelijk kader voor subsidiëring en verplicht bestuursorganen zelfs om eens in de vijf jaar verslag te doen van de doeltreffendheid van een subsidieregeling. Vorig jaar heeft onze fractie dit ook al aangekaart bij de behandeling van de Perspectiefnota 2019.

In opdracht van de raad is bijna 10% op de subsidies bezuinigd. Conform onze wens is hierbij niet geschraapt op kleine bedragen maar zijn de waarderingssubsidies in stand gehouden en zijn een aantal ‘grote posten’ bezuinigd conform ook de eerdere moties van de raad. Wij kunnen de haalbaarheid van alle bezuinigingen niet geheel overzien, en hebben ook wel zorgen rond de bibliotheek, de muziekschool, het welzijnswerk en het stadsmuseum, maar hebben vertrouwen in een goede en gedragen uitwerking, net als bij Soweco. Wel zouden we graag zien dat het hele subsidieproces een keer wordt doorgelicht, en dat zo nodig verordeningen worden aangepast. Uitgangspunt moet daarbij zijn de tijdelijkheid van subsidie, de doeltreffendheid (effectief) en de doelmatigheid (efficiënt). Een subsidie die niet doeltreffend is dient in zijn geheel te worden geschrapt. Doelmatigheid (het bereiken van het doel met gebruik van zo weinig mogelijk middelen) vereist dat er vooral wordt bezuinigd op overhead, directeuren en gebouwen. De door Avedan met subsidies opgebouwde algemene reserve van meer dan twee miljoen kan niet. Ons standpunt is hier hetzelfde als bij Regio Twente: terugbetalen! Cultuur, bibliotheek en welzijnswerk zouden ook nog meer in samenhang kunnen worden bekeken. We komen op dit punt met een motie rond de Bibliotheek.

Wijksturing

Het college wil de wijksturing door ontwikkelen. Prima, de ChristenUnie waardeert het eigene van wijken en buurten. De gemeente moet alle mogelijkheden benutten om bewoners van buurten (wijken) te betrekken bij zaken die hen raken. Daarmee gaat de ChristenUnie voor specifiek wijkenbeleid, niet alleen voor het Nieuwstraatkwartier, maar voor alle wijken. Een betrokken wijkenbeleid vraagt om het inzetten van ‘wijkambassadeurs’. Dit zijn inwoners die met beide benen in de buurt staan en een makkelijke toegang hebben tot ambtenaren, raadsleden en wethouders. De ChristenUnie wil wijken/buurten eigen verantwoordelijkheid geven, ondersteund met eigen budgetten. De kracht van de buurt is daarbij uitgangspunt. Buurtplatforms, wijkorganen en/of coöperaties worden gefaciliteerd om hun belangen-vertegenwoordigende rol te kunnen vervullen. Voorwaarde is wel dat er een duidelijk draagvlak voor de vereniging in de wijk moet worden aangetoond. Voor een degelijk beleid is het noodzakelijk beleidsvrijheid te geven om kleine projecten slagvaardig te kunnen aanpakken.

Tenslotte

De ChristenUnie fractie hoopt van harte dat er tussen raad, college en maatschappelijke partners een nieuwe samenwerking en rolverdeling ontstaat waarbij eigen profilering opzij wordt gezet voor het algemeen belang, die waarborgt dat het perspectief voor alle inwoners verbetert en dat er in ieder geval voor de kwetsbare inwoners van Almelo sprake is van sociale stijging.

De ChristenUnie fractie wenst raad, college en ambtelijke organisatie daarbij Gods zegen toe.

Fractie ChristenUnie

Wouter Teeuw & Jeanet Buikema

https://almelo.christenunie.nl/k/n5993/news/view/1317634/173756/perspectiefnota-2020-vastgesteld.html