Temperatuur in Death Valley stijgt tot 54,5 graden, mogelijk record (NOS journaal)

In Death Valley in de Amerikaanse staat Californië is gisteren een temperatuur gemeten van 54,5 graden. Volgens de National Weather Service, het Amerikaanse weerinstituut, is het de hoogste temperatuur ooit gemeten in de VS in de maand augustus en mogelijk zelfs een algemeen record.

De temperatuur werd gistermiddag bereikt, nadat het al dagenlang verzengend heet is in het gebied. Het moment is opmerkelijk; gewoonlijk worden de hoogste temperaturen daar in de maand juli opgetekend.

De Wereld Metereologische Organisatie gaat de waarneming grondig onderzoeken, zegt Randy Cerveny, leider van het weer- en klimaatextrementeam, in The Washington Post. "Alles wat ik tot nu toe heb gezien wijst erop dat dit een legitieme observatie is."

Als de temperatuur van gisteren klopt, behoort die tot de top drie van hoogste temperaturen die ooit op betrouwbare wijze op de planeet zijn gemeten, mogelijk zelfs de hoogste.

Heetst

Tot nu toe stond het record voor de hoogste temperatuur ooit gemeten ook op naam van Death Valley, namelijk 56 graden. Die temperatuur werd op 10 juli 1913 vastgesteld, maar aan de juistheid van die meting wordt door sommige deskundigen getwijfeld.

Na Death Valley staan Koeweit en Pakistan in de boeken als heetste plekken op aarde. Daar steeg het kwik in 2016 en 2017 tot 53,9 graden.

Death Valley is de heetste en droogste plek van Amerika. De woestijn is berucht om zijn zinderende hitte. Furnace Creek, waar de temperatuur van 54,5 graden gisteren werd gemeten, ligt 58 meter onder zeeniveau. In juli 2018 steeg het kwik daar 21 dagen achtereen tot zo'n 49 graden.

Branden

De aanhoudende hitte in het zuiden van Californië verergert de bosbranden die daar woeden. In die branden ontstaan soms vuurtornado's, een wervelwind met vuur. Daarnaast veroorzaken blikseminslagen door onweer nieuwe branden.

Klimaatwetenschappers waarschuwen dat extreem hoge temperaturen in de toekomst geen uitzondering zullen zijn. De duur en intensiteit van hittegolven zullen alleen maar toenemen als gevolg van de klimaatverandering, verwachten ze.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/yz2TWaA3jvM

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/yz2TWaA3jvM/2344403

Studie: Opwarming van de aarde kost meer levens dan alle virussen bij elkaar (Welingelichte Kringen)

De aarde warmt op en dat is niet alleen erg voor de gletsjers en de ijsberen. Er gaan ook heel veel mensen aan dood. Hoeveel precies? Nou, meer dan aan alle virussen bij elkaar, becijferden onderzoekers in een grote, nieuwe studie.

De stijgende temperaturen eisen vooral hun tol in arme, hete delen van de wereld. Daar is geen geld om de benodigde maatregelen te treffen. Maar ook in rijke landen zullen mensen sterven aan de opwarming.

Als er weinig wordt gedaan aan het terugdringen van CO2-uitstoot zorgt de opwarming van de aarde ervoor dat het sterftecijfer tegen het eind van de eeuw stijgt met 73 doden per 100.000 mensen. Dat is ongeveer evenveel als het dodental van alle infectieziekten bij elkaar, dus niet alleen Covid-19, maar ook tbc, hiv, malaria, dengue en gele koorts.

Ouderen
De onderzoekers keken niet alleen naar het aantal mensen dat direct overlijdt door bijvoorbeeld overstromingen en bosbranden, maar ook indirect doordat mensen een hartaanval krijgen tijdens een hittegolf.

“Veel oudere mensen overlijden door indirecte hitte-effecten,” zegt onderzoeker Amir Jina van de universiteit van Chicago. “Het komt griezelig veel overeen met Covid-19. De kwetsbaarste mensen zijn degenen met onderliggende aandoeningen. Als je hartklachten hebt en je wordt dagenlang geteisterd door hitte dan kan dat net te veel zijn.”

Arme landen
Arme, hete landen zoals Ghana, Bangladesh, Pakistan en Soedan hebben het hevigst te lijden onder de opwarming van de aarde. In deze landen stijgt het dodental mogelijk met wel 200 mensen per 100.000 inwoners. Koudere, rijke landen als Noorwegen en Canada zullen hun sterftecijfer juist zien dalen, doordat minder mensen doodgaan van de kou.

“Arme mensen worden veel harder getroffen, omdat ze geen middelen hebben om zich aan te passen aan de hitte. De rijke landen, zelfs als er meer mensen sterven, hebben wel het geld om maatregelen te nemen,” zegt Jina. “Het is echt zo dat de mensen die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering, er het meest onder lijden.”

https://www.welingelichtekringen.nl/natuur-en-milieu/1993346/studie-opwarming-van-de-aarde-kost-meer-levens-dan-alle-virussen-bij-elkaar.html

Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 (VBB)

Publicatiedatum: 15 maart 2020.
Auteur: Ing. Martin Evers MCDm (Voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland).

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-01-binnenkomst-gasten-©PS-744x496.jpg

Op 7 maart 2020 werd voor de zesde maal de Dag van de Brandweergeschiedenis gehouden. Verbindend thema was dit jaar “Brandweer en Natuurrampen”. Zo’n 70 deelnemers waren op deze zonovergoten zaterdag naar de heerlijk warme en na de stormramp van 1925 grotendeels herbouwde laatgotische Joriskerk in Borculo gekomen.

Burgemeester Joost van Oostrum van Berkelland, waarvan Borculo sedert 2005 deel uitmaakt, heette iedereen hartelijk welkom en sneed in vogelvlucht de roemruchte geschiedenis van het Berkelstadje op het snijvlak van Gelre en het Bisdom Münster aan.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-02-burgemeester-Berkelland-JoostVanOostrum-©PS.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon riep de cycloon in herinnering die op 10 augustus 1925 Borculo verwoestte. De nagedachtenis hieraan leidde tot een stormrampmuseum dat in 1970 is opgegaan in  het huidige Brandweer- en Stormrampmuseum dat dit jaar 50 jaar bestaat. Het gouden jubileum van het museum en de herinnering aan de cycloon vormden dit jaar de grondslag voor het thema van de Dag van de Brandweergeschiedenis.

Stormramp Borculo in 1925

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-03-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

Kenner van de Borculose geschiedenis, Ben van Dijk, beet het spits af met de inleidingen door aan de hand van indrukwekkend fotomateriaal de gevolgen van de cycloon en de hulpverlening en weder-opbouw van Borculo toe te lichten. Borculo werd in de namiddag van 10 augustus door een bijzonder meteorologisch verschijnsel getroffen, waarbij koude en warme luchtstromen vanuit verschillende windrichtingen elkaar ontmoetten in een zogenaamde “supercell”. De zeer krachtige (met windsnel-heden van circa 170 tot 200 kilometer per uur) neerwaartse, horizontale als opwaartse spiraalvormige windstromen richtten een enorme schade aan in een gebied dat begon in Oost-Brabant (Gemeenten Landerd en Mill en Sint Hubert) en via Grave, Heumen, Millingen aan de Rijn, Montferland, Doetin-chem, Ruurlo en eindigde in Borculo en Neede.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-04-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

In Borculo vielen 3 doden, 150 gewonden, 2.000 daklozen, werden 240 woningen verwoest en raakten 749 gebouwen beschadigd. Onder leiding van de niet door alle hogere autoriteiten gewaardeerde burgemeester De Muralt en zijn rechterhand Maas Geesteranus werden zowel de rampenbestrijding, crisisbeheersing en wederopbouw voortvarend aangepakt. De grondslagen van met name de huidige bevolkingszorgprocessen waren toen al zicht-baar. De Borculose stormramp vormde aanleiding voor de oprichting van het Nationaal Rampenfonds en in 1970 het Brandweer- en Stormrampmuseum.

Inzet brandweer Waternoodramp 1953

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-05-PeterSnellen-©RJ-744x497.jpg

Brandweerhistoricus Peter Snellen deed op indrukwekkende wijze verslag van zijn speurwerk naar het weinig bekende optreden van zowel de Nederlandse brandweer als van de Italiaanse brandweer (Vigili del Fuoco) en het Technisches Hilfswerk (THW) uit West-Duitsland na de waternoodramp in Zuidwest-Nederland van 1 februari 1953. Niet alle plaatselijke, regionale en landelijk autoriteiten bleken adequate crisismanagers te zijn waardoor het waarschuwen, het tijdig evacueren van de bevolking en de coördinatie van de hulpverlening in veel, maar gelukkig niet alle gemeenten te laat op gang kwam. Door gebrekkige verbindingen drong de impact van de overstromingen en aangerichte verwoestingen pas laat tot de regering in ’s-Gravenhage door. De leden van lokale brandweren in de getroffen gebieden waren meestal zelf ook slachtoffer van de watersnood en konden in eerste instantie daardoor vaak weinig hulp verlenen. Met name het Rode Kruis en militairen hebben zich bij de hulpverlening en redding verdienstelijk gemaakt. Nadat de eerste dijken provisorisch waren hersteld werden beroepsbrandweren samen met het Korps Mariniers ingeschakeld bij het bergen van stoffelijke overschotten en tal van vrijwillige brandweren bij het leegpompen van ondergelopen kelders en gebieden.  THW-eenheden maakten zich verdienstelijk met het herstel van nutsvoorzieningen en de Italiaanse brandweer verleende hulp bij dijkherstel en transport met amfibievoertuigen in onder-gelopen gebieden in West-Brabant. Bij de watersnoodramp vielen er 874 in slachtoffers in Zeeland (Schouwen-Duiveland, Tholen, Sint Philipsland, Walcheren, Beveland en Zeeuws-Vlaanderen), 481 in Zuid-Holland (Goeree-Overflakkee en Hoekse Waard) en 254 in West-Brabant. 47.000 stuks vee en 140.000 stuks pluimvee kwamen om, 200.000 hectare liep onder zeewater, 3.000 woningen en 300 boerderijen werden verwoest, 40.000 woningen en 3.000 boerderijen werden beschadigd. 72.000 mensen moesten worden geëvacueerd.

Brandweererfgoed, een onmisbare schakel tussen verleden en toekomst

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-06-IJleStelstra-©RJ-744x497.jpg

Met als titel “Brandweer en erfgoed: onmisbare schakel tussen historie en toekomst” stond directeur  Instituut Fysieke Veiligheid IJle Stelstra stil bij het belang van behoud van historisch brandweererfgoed voor de toekomst van de brandweer. Erfgoed en in het bijzonder daarvan de museale presentatie voor het publiek dragen bij aan het intrinsieke belang van de brandweer voor de fysieke veiligheid van onze samenleving. De brandweergeschiedenis maakt onderdeel uit van de nationale geschiedenis en is om die reden al waardevol. Het koesteren van erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan de erkenning, waardering en de trots van brandweermensen. Het koesteren van het erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan trots, erkenning en waardering van brandweermensen.  Sinds Jan van der Heijden is de brandweer al een innovatieve organisatie! Oók de soms kleine lokale initiatieven tot behoud van brandweererfgoed verdienen het gekoesterd en ondersteund te worden. Het aantrekkelijk presenteren van het erfgoed kan bijdragen aan een positief beeld van de brandweer en jonge mensen enthousiast maken voor de brandweer (als beroeps of vrijwilliger). Hiermee wordt aangesloten op de landelijke problematiek van werving en behoud van brandweervrijwilligers. Tenslotte draagt kennis laten maken met zowel historisch brandweererfgoed als met moderne middelen ter voorkoming, beheersing en bestrijding van fysieke onveiligheid bij aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn. Helaas gaan we nog niet goed met het brandweererfgoed om. Het beheer hiervan is vaak versnipperd. Het Nederlands Veiligheidsinstituut (NVI-P!T) is jammergenoeg niet goed van de grond gekomen. De subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat stoppen en dat heeft onvermijdelijke consequenties voor zowel het voortbestaan van het NVI-P!T als mogelijk ook voor het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. Er zijn wel veel initiatieven van enthousiaste vrijwilligers, maar deze hebben geen grondslag in een samenhangend museaal plan, zijn vaak versnipperd en niet gebaseerd op professionele kennis. Naar de toekomst toe onderzoekt een task-force mogelijkheden voor behoud en museale presentatie van brandweererfgoed. Vragen daarbij zijn: wie zijn onze doelgroepen, biedt een centrale voorziening of meerdere decentrale voorzieningen perspectief, moet aansluiting worden gezocht bij een bestaand museum, zoeken we aansluiting bij riskfactories? Inbreng van deskundigen op het gebied van historisch brandweererfgoed is hierbij zeer welkom, aldus IJle.

Stadswandeling Borculo

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-09-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

In de middagpauze werd een rondwandeling langs enkele historische objecten gehouden terwijl gelijktijdig de lunch kon worden gebruikt. Naast wederopbouwwoningen na de stormramp, kwamen ook een historisch spuithuis voor vroegere handbrandspuiten, de Joodse Synagoge en het vroegere kasteel van Borculo aan bod.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-08-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-07-middagwandeling-spuithuisje-©PS-744x496.jpg

Bosbrand Arnhem-Schaarsbergen 1976 en huidige natuurbrandbestrijding

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-10-KoosScherjon-met-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©PS-744x496.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon (links) in gesprek met Margreet Zoer en Peter Knobbe

Na de middagpauze blikten Peter Knobbe, oud-hoofd afdeling Opleiding, hoofdafdeling Brandweer, ministerie van Binnenlandse Zaken, docent natuurbrandbestrijding Rijksopleiding voor brandweer-officieren en latere commandant Brandweer Renkum en Margreet Zoer, programmamanager Natuurbrandbestrijding Instituut Fysieke Veiligheid terug op zowel de bestrijding van de tot nu toe grootste bosbrand in Nederland die op 7 juli 1976 ten noordoosten van Arnhem plaatsvond, als op de huidige wijze waarop natuurbranden worden bestreden. Peter zette de toenmalige organisatie van de natuurbrandbestrijding uiteen waarin onder de vlag van het “Veluwsch Bosbrandweercomité” (VBC) op warme en droge dagen brandtorens werden bemand waaruit waarnemingen en brandpeilingen werden gedaan. Vanuit de meldkamers in de steunpunten Arnhem, Ede, Apeldoorn en Harderwijk konden aan de hand van meerdere brandpeilingen vermoedelijke brandlocaties worden vastgesteld en werden brandweereenheden, militairen en andere hulpverleners en particuliere watertankauto’s ingezet.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-11-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Belangrijk knelpunt vormde het ontbreken aan voldoende verbindingsmiddelen en een helder overzicht van waar ingezette eenheden zich daadwerkelijk bevonden. Er kon gelukkig een beroep worden gedaan op ‘s-lands enige verbindingscommandoauto van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Belangrijkste opgave was het bepalen van de juiste zwaartepunten en de beschikbaarheid over voldoende terreinvaardig brandweermaterieel. Helaas zijn enkele brandweervoertuigen in het bosterrein vastgelopen en door brand verwoest. Met behulp van kaartmateriaal, windrichting en brandhaarden konden globale voorspellingen over het verwachte brandverloop worden gedaan. Met medewerking van Genie- (rupsdozers) en Cavalerie- (tank)eenheden van de Koninklijke Landmacht konden brandgangen worden gemaakt zodat de natuurbrand tijdig voor het bedreigde Mobilisatie-complex Duivelsberg kon worden gestopt. In het huidige plaatje wordt gewerkt aan de inzet van satellietwaarnemingen om bosbranden op te sporen.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-12-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Daarnaast wordt op dit moment nog gebruik gemaakt van luchtwaarnemingen vanuit vliegtuigen (Ajax Noord en Zuid). Uitgangspunt voor de huidige aanpak vormt het specialisme Natuurbrandbestrijding in het kader van het Grootschalig Brandweeroptreden. (GBO-SO)  Dankzij adequate digitale beslissingsondersteunende, plaats-bepalings- en plotsystemen, drones en helikopters kan zowel het (verwachte) brandverloop als inzet van eenheden worden gecoördineerd, zo vertelde Margreet. Watertankauto’s, speciale natuurbrand-weervoertuigen, bronpompen in combinatie met daartoe geboorde putten, Chinook- of Cougarheli-kopters met firebuckets van de Koninklijke Luchtmacht en desnoods grootschalig watertransport vormen actuele hulpmiddelen om samen met geoefende en ter zake deskundige brandweereenheden te slagvaardig te kunnen optreden. Ter voorkoming en beheersing van natuurbranden is adequaat terrein- en vegetatiebeheer door natuurterreinbeheerders zoals Staatbosbeheer en anderen nood-zakelijk. Ook brandonderzoek na afloop van natuurbranden moet bijdragen aan het beter voorkomen, beheersen en bestrijden van natuurbranden.

16 jaar USAR.NL

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-13-MartinEvers-©PS.jpg


Martin Evers, plaatsvervangend landelijk commandant USAR.NL en plaatsvervangend commandant Brandweer Haaglanden zette in een aansprekend betoog het ontstaan van de Urban Search and Recue eenheid in Nederland uiteen. Aanleiding voor het ontstaan van USAR.NL vormde het onderzoek van de Commissie Oosting naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. In actiepunt 65 van zijn Kabinetsstandpunt gaf het Kabinet zichzelf de opdracht tot “Het bevorderen dat een bijstandseenheid voor search and rescue wordt opgericht, die zowel in binnen- en buitenland inzetbaar is.” Bij de vuurwerkramp werd de beschikbaarheid over multidisciplinair samengestelde reddingseenheden die zowel in eigen land of elders in het Koninkrijk der Nederlanden als daar-buiten in staat zijn om onder puin bedolven slachtoffers op te sporen en te redden gemist. Dit gemis was al eerder naar voren gekomen bij de hulpverlening na de hevige aardbeving op 17 augustus 1999 in het Turkse Izmit en bij de analyse van de hulpverlening na de aanslag op 11 september 2000 op de “Twin-towers” in New York. Weliswaar had in 1995 de toenmalige Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond – deels met uitrusting van de toenmalige Hulpverleningsregio Haaglanden – op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reeds in Koninkrijksverband met een brandweercompagnie bijstand verleend aan het door de orkaan Luis getroffen Sint Maarten. De middelen en mogelijkheden van de reddingseenheden van een brandweercompagnie bleken niet zonder meer geschikt voor snelle internationale inzet bij aardbevingsrampen en het hiertoe noodzakelijke luchttransport. Door het ontbreken van een grondige voorbereiding had het lang geduurd voor de eenheid ter plaatse was waardoor deze geen rol meer in de acute fase (eerste 72 uur) heeft kunnen spelen. De daartoe op nationaal niveau ingestelde breed samengestelde werkgroep internationale bijstandsverle-ning[1] kwam al in 2000 met een advies op het gebied van wijze van besluitvorming, aanwijzing en voorbereiding van de eenheden, transport, mee te nemen materialen, bekostiging, vaccinatie, mate van zelfverzorging betreffende eten, drinken en slapen. In november 2003 installeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties USAR.NL als Nederlandse bijstands-eenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland.

Het USAR.NL team bestaat uit vier reddingsgroepen (SAR Groups), een staf- en ondersteunings-groep (Staff and Support Groups) en een commandogroep (Command Group). De organisatie is multidisciplinair samengesteld en bestaat uit zoek- en reddingspersoneel, verpleegkundigen en artsen, speurhondengeleiders, bouwkundigen, ondersteunend personeel en leidinggevenden. USAR.NL telt bij een inzet zo’n 61 medewerkers en 8 speurhonden. Hiervoor kan geput worden uit een personeelsbestand van ca. 145 medewerkers. De medewerkers van USAR.NL zijn afkomstig van de Veiligheidsregio’s en Regionale Ambulancevoorzieningen Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Hollands Midden en Zuid-Holland-Zuid, Nationale Politie, Haaglanden Medisch Centrum, het Instituut Fysieke Veiligheid, Ministerie van Defensie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Veiligheid en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Aansturing van USAR.NL vindt plaats door het “Office for the Coördination of Humanitarian Affairs” (UN-OCHA) van de Verenigde Naties in Genève. In totaal beschikken de Verenigde Naties over 21 USAR-teams waarvan 13 uit Europa. De leiding van USAR.NL is in handen van Arjen Littooy, Directeur veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond. In januari 2019 behaalde USAR.NL voor de 3e maal de classificatie Heavy USAR team.

Sedert de oprichting is USAR.NL in 2005 ingezet in Pakistan (aardbeving), 2010 in Haïti (aardbeving), 2015 in Rotterdam-Schiebroek (explosie), in Heerlen (explosie) en in Nepal (aardbeving) en in Alphen aan den Rijn (ongeval bij plaatsen Koningin Julianabrug), 2017 in Sint Maarten (orkaan Irma) en in 2019 in ’s-Gravenhage (explosie).

Natuurrampen op Sint Maarten en Sint Eustachius

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-14-AntonSlofstra-©RJ-744x497.jpg

Anton Slofstra, toenmalig commandant USAR.NL bij de inzet op Sint Maarten en Sint Eustachius en thans commandant Brandweer Veiligheids- en Gezondheidsregio Regio Gelderland-Midden, deed verslag van de inzet van USAR.NL op Sint Maarten in 2017 naar aanleiding van de orkaan Irma. Voor het goede begrip van de staatkundige verhoudingen zette Anton uiteen dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten als soevereine en gelijkwaardige landen binnen het Koninkrijk der Neder-landen worden aangemerkt en Bonaire, Saba en Sint Eustachius als bijzondere Nederlandse gemeenten. Nederland is verantwoordelijk voor de zogenaamde Koninkrijksaangelegenheden waaronder buitenlandse betrekkingen, defensie en rechtsspraak. Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing, doch kunnen hierbij wel een beperkt beroep doen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties. Bonaire, Saba en Sint Eustachius vallen onder Nederlandse wetgeving op het gebied van brandweer- en rampenbestrijding waarop het Ministerie van Justitie en Veiligheid toezicht uitoefent. Sint Maarten bestaat uit een “Nederlands” (34 km2) en een Frans (53 km2) gedeelte. Op het Nederlandse gedeelte wonen 40.000 legale en 20.000 illegale bewoners. Sint Maarten is sterk afhankelijk van toerisme. Na de orkaan Luis in 1995 is door de daartoe in het leven geroe-pen Stichting rampenbestrijding Nederlandse Antillen (Stirana) in het kader van het Project versterking brandweer Nederlandse Antillen en Aruba gewerkt aan de versterking van de rampenbestrijding. Anton was projectleider in de periode 1998- 1999.

Op grond van het “Sint Maarten National Disaster Management Plan 2018” wordt de rampen-bestrijding en crisisbeheersing op Sint Maarten aangestuurd door de Minister-President van Sint Maarten in afstemming met de Procureur Generaal van Justitie en de commandant der Zeemacht Caribisch Gebied. De operationele leiding is opgedragen aan de Nationaal Coördinator Rampenbestrijding in de persoon van de Commandant Brandweer Sint Maarten. Deze stuurt 10 secties (Emergency Support Functions – ESF’s) aan. In het “On Scene Command” (Commando Plaats Incident) hebben in ieder geval leidinggevenden van de brandweer, de politie en publieke gezondheidszorg zitting.

Op 6 september 2017 werd Sint Maarten en in mindere mate Sint Eustachius en Saba getroffen door de orkaan Irma. Irma was een categorie 5 orkaan en geldt als de zwaarste orkaan waardoor Sint Maarten tot nu toe is getroffen. Windsnelheden werden bereikt tot 295 km/uur en windstoten tot 360 km/uur. De verwoestingen waren enorm: 30% bouwwerken verwoest, 20% zwaar beschadigd en 40% beschadigd, drinkwater- en energievoorziening en infrastructuur verwoest. Dankzij beschermende onderkomens vielen op het “Nederlandse” gedeelte van Sint Maarten 4 doden en 34 gewonden en op het Franse gedeelte 8 doden en een onbekend aantal gewonden. Vanwege de aanwezigheid van grote aantallen illegale bewoners, wier veelal zelfgebouwde  geïmproviseerde woningen en bezittingen verwoest waren, vond grootschalige plundering van verwoeste of beschadigde winkels, hotels en woningen plaats. Handhaving van de openbare orde waren daarom naast het bieden van hulp en verstrekken van water, voedsel en slaapgelegenheid de belangrijkste prioriteiten.

Reeds op 9 september landde een eerste verkenningseenheid en op 11 september werd het volledige USAR.NL team (63 personen) ingevlogen. USAR.NL heeft zich tot 25 september ingezet op het vrijmaken van de infrastructuur, ondersteunen van de coördinatie van de hulpverlening, distributie van hulpgoederen, ondersteunen van brandweer en ambulancezorg, schoonmaken van met name scholen en provisorisch herstellen van daken. Het team was door het ontbreken van voedsel, water en verbindingen ter plaatse geheel op eigen middelen aangewezen. Naast USAR.NL werd met name door het Korps Mariniers en militairen van andere eenheden hulp aan de bewoners van Sint Maarten verleend. De inzet van USAR.NL vormde tegen de achtergrond van de enorme uitdagingen voor iedereen een leerzame ervaring.

Afsluiting in Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo

Aan het einde van het symposium dankten dagvoorzitter Koos Scherjon en voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland Martin Evers alle inleiders en werkers voor en achter de schermen, in het bijzonder ook van het Brandweer- en Stormrampmuseum en  van de Joriskerk, voor het plezierige en succesvolle verloop van het symposium.

De “Dag van de brandweergeschiedenis” werd vanwege het 50-jarig jubileum van het museum afgesloten met een bezoek, hapje en drankje in het Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-15-Museum-ZZ-62-61-©PS-744x496.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-16-Museum-PF-20-46-©SF-744x496.jpg

[1] Afdeling Humanitaire Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie Crisisbeheersings Centrum van het Ministerie van Defensie, College Commandanten van Regionale Brandweren, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederlandse Rode Kruis, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Brandweer en Rampenbestrijding en het Nationaal Coördinatie Centrum van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Fotografie:
Titel foto: Rob Jastrzebski, bewerkt door Peter Snellen
Brandweervoertuig Haren in Museum: Simon Frank
Overige foto’s: Peter Snellen en Rob Jastrzebski

Het bericht Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 verscheen eerst op Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen.

https://www.brandweer.org/dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020

Aan de klimaatcrisis hangt een prijskaartje dat wij niet willen betalen (Joop)

In het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is momenteel een indrukwekkende en confronterende foto-expositie te bekijken van Kadir van Lohuizen. De expositie ‘Rijzend Water’ toont verschillende plekken in de wereld, waar de door klimaatverandering stijgende zeespiegel tot grote problemen leidt.

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2009/11/Flickr_Kapitalisme300-300x214.jpg

Deze problemen gaan de komende decennia alleen maar toenemen, met het gevolg dat bijvoorbeeld de eilanden in de Waddenzee kunnen verdwijnen. Of dat een grote stad zoals Jakarta met 20 miljoen inwoners volledig geëvacueerd moet gaan worden. Niet voor niets waarschuwt ook Rutger Bregman voor de grote gevolgen van de klimaatcrisis. Zeker als er vanuit de politiek te weinig gebeurt om de ingrijpende gevolgen van de opwarming van de aarde tegen te gaan. Gevolgen zoals in Pakistan, dat op dit moment wordt geteisterd door een sprinkhanenplaag,  veroorzaakt door warmere temperaturen, waardoor de sprinkhanen zich makkelijker kunnen vermenigvuldigen. En zoals de bosbranden in Australië die nog vers in ons geheugen liggen.

De kern van het probleem is het kapitalistisch systeem dat als uitgangspunt geldt voor onze economie. Een economie die de wereld beheerst en dusdanig dominant is, dat het door de klimaatcrisis een bedreiging vormt voor onze mondiale samenleving. Het punt is dat wij, vanuit de kapitalistische visie op onze economie, de werkelijkheid hebben vernauwd tot een louter financiële werkelijkheid. Daarbij zijn we de grotere werkelijkheid, waar ook ons welzijn, onze gezondheid, maar ook de natuur toe behoort uit het oog verloren. Kort gezegd; geld is het enige dat telt en waarde heeft. Geld is de enige graadmeter geworden. Andere waarden worden hier ondergeschikt aan gemaakt.

We onderwerpen onszelf, maar ook de natuur aan deze economische werkelijkheid. Dat begint al op school, waarbij kinderen gemaakt worden tot een soort van legbatterij-mens, geschikt om in onze economische werkelijkheid te werken. Met als gevolg dat op dit moment 5000 kinderen thuis zitten, omdat zij om wat voor reden dan ook niet passen in ons rigide onderwijssysteem. Niet voor niets zijn schoolgebouwen en gevangenissen vaak niet van elkaar te onderscheiden. Daar zijn op internet sprekende voorbeelden van te vinden.

Vanaf de industrialisatie in 1850 heeft het kapitalistisch systeem de wereld veroverd. Door de klimaatcrisis worden we nu geconfronteerd met een hoge prijs op ons bord. Een prijs die we niet willen betalen. De worst die ons door het kapitalisme werd voorgehouden, is dat we het allemaal makkelijker zouden gaan krijgen. Met z’n allen minder werken en meer geld verdienen. De realiteit is dat wat mijn vader in zijn eentje als kostwinner verdiende om zijn gezin te onderhouden, nu door twee mensen in een gezin moet worden verdiend. Het is een illusie dat de marktwerking ons leven makkelijker en goedkoper heeft gemaakt. Voor hetzelfde moet nu harder worden gewerkt. De druk en eisen vanuit het economisch systeem zijn veel groter geworden in de afgelopen pakweg 40 jaar.

Doordat er nauwelijks vermogensbelasting wordt geheven, ontstaat er ieder jaar een grotere kloof tussen arm en rijk. Het ideale beeld dat het kapitalisme ons voorhoudt, geldt dus in steeds grotere mate voor een exclusief gezelschap. De rest van ons zijn kuddedieren die de economie, waar we met z’n allen gevangen in zitten, in stand te houden. Opvallend is dat oplossingen die worden gegeven voor de klimaatcrisis, alleen mogelijk zijn binnen het bestaande systeem. Oplossingen die worden aangedragen, zoals de elektrische auto, zijn slechts aanvaardbaar als er door de grote autobedrijven veel geld kan worden verdiend.

Opnieuw wordt er niet gekeken naar de manier waarop accu’s worden gemaakt of de grondstof voor accu’s moet worden gewonnen. Kobalt is onmisbaar voor de productie van batterijen en accu’s, maar de winning ervan vindt plaats onder erbarmelijke omstandigheden, met kinderarbeid en zware milieuverontreiniging. Een goed voorbeeld van het feit dat wij wederom niet de prijs willen betalen voor het kapitalistische systeem als basis voor onze economie.

We kunnen niet iets doen aan de gevolgen van de klimaatcrisis en tegelijkertijd krampachtig vasthouden aan het economisch systeem, dat in feite de oorzaak is van deze crisis. Hoe komen we uit dit systeem dat ons gevangen houdt? Ten eerste moeten we doorhebben dat we in een gevangenis zitten. Rutger Bregman vertelt in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ het verhaal van de Agora school in Roermond, die op een andere manier onderwijs geeft. Zij haalden een aantal kippen uit een legbatterij, die eenmaal bevrijd uit hun gevangenis verstijfd op dezelfde plek in de tuin van de school bleven staan. Het duurde een week voordat de kippen uit zichzelf in beweging kwamen en weer rondscharrelden.

Ook voor het individu is het mogelijk om vanuit een authentiek verlangen te ontsnappen aan de druk, de gevangenschap van het systeem. Dit is een individuele weg, waarbij je op je pad soortgenoten tegen komt die dezelfde weg bewandelen. Zo ontstaan er op natuurlijke wijze samenwerkingsverbanden en netwerken, die vanuit een minder schadelijke en meer bewuste manier van leven bijdragen aan de samenleving.

Ook binnen het huidige economische systeem zijn er mogelijkheden om de schade van de klimaatcrisis te beperken. Het heffen van vermogensbelasting. In plaats van de kosten te verhalen op de gemiddelde belastingbetaler, kan deze mede worden betaald door de steeds groter wordende groep miljardairs aan de hand van vermogensbelasting. Ook maakt een eerlijkere verdeling van het geld een basisinkomen mogelijk. Zo kunnen stressgerelateerde ziekten, als depressie, sterk worden gereduceerd en daarmee ook de enorme kosten die we daarvoor moeten opbrengen. In onze economie wordt nu eenmaal veel geld verdiend door aan ziekten door de (farmaceutische) industrie en gezonde mensen zijn simpelweg niet winstgevend.

Daarnaast zal de economie dusdanig moeten worden ingericht, dat ook de natuur, mens en dier als waarden worden meegenomen. Het is schrijnend dat dit soort veranderingen worden tegengehouden. Zolang wij weigeren de prijs te betalen voor ons zieke economisch systeem, zal de confrontatie met de werkelijkheid steeds harder worden. Dat laat de klimaatcrisis op dit moment wel zien.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/aan-de-klimaatcrisis-hangt-een-prijskaartje-dat-wij-niet-willen-betalen

Sprinkhanenplaag van Bijbelse proporties zorgt voor noodtoestanden (NPO Radio 1 Natuur & Milieu)

https://www.nporadio1.nl/images/2020/02/03_9f64235cb7_ANP-405107621.jpg

In Somalië en Pakistan is de noodtoestand uitgeroepen vanwege een uitbraak van woestijnsprinkhanen, die massaal gewassen vernietigen. Ook India, Ethiopië en Kenia hebben grote moeite de dieren klein te krijgen. Dat zal moeilijk gaan, voorspelt hoogleraar Entomologie Marcel Dickie in het NOS-programma Met het Oog op Morgen.

{audiofragment audio="376059" caption="Sprinkhanenplaag van Bijbelse proporties" }

Alleen al in Pakistan bestaan de zwermen uit 30 tot 50 miljoen sprinkhanen die zo'n 200 ton voedsel per dag verslinden. En ze planten snel voort, zegt Dickie. "In twee weken heb je al een nieuwe generatie."

Het is niet gek dat de plagen als een verrassing komen, legt de hoogleraar uit. De dieren ontstaan in afgelegen woestijngebieden, waar bij gunstige weersomstandigheden de zwermen plots heel groot worden. "Op een gegeven moment veranderen ze van solitaire dieren tot plagen. Samen kunnen ze meer en grotere afstanden afleggen, met tientallen miljoenen tegelijk."

De hoogleraar vergelijkt een sprinkhanenplaag met een bosbrand. "Als je niet de eerste vlam blust, kan het opeens heel snel een grote omvang aannemen. Dat is niet zomaar in te dammen."

Dreigende hongersnood

De laatste keer dat Pakistan een sprinkhanenplaag van zo'n grote omvang had, was in 1993. Dit keer is de ramp nog groter, zeggen deskundigen. Vanwege de lage temperaturen blijven de sprinkhanen lang op een plek. De vernielingen leiden tot grote verliezen in de landbouwsector en een tekort aan voedingsmiddelen.

Vorige week sloeg de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) alarm vanwege de plaag. De FAO waarschuwde dat de zwermen zich naar andere landen in de regio verspreiden, waardoor een hongersnood in de regio dreigt die miljoenen mensen treft.

Klimaatveranderingen zijn de belangrijkste oorzaak van de huidige plaag, zeggen deskundigen. Het natte weer vorig jaar, in het oosten van Afrika, creëerde de ideale omstandigheden voor sprinkhanen om zich voort te planten.

Pesticiden

De getroffen landen zullen dus niet gemakkelijk van de plaag af komen, verwacht Dickie. Er worden onder meer vliegtuigen met gif ingezet. “Het is het enige dat je kunt doen, maar het is maar de vraag hoe effectief het is."

Bij eerdere plagen verdween de overlast pas toen de wind draaide (waardoor de beesten richting de oceaan worden gedreven) of het te koud werd. 

{articles "#WAARISDEWINTER, wat merk jij van de zachte winter?" id="21381" }

https://www.nporadio1.nl/natuur-milieu/21406-sprinkhanenplaag-van-bijbelse-proporties-zorgt-voor-noodtoestanden