Neem nou alsjeblieft eindelijk de klimaatcrisis serieus (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/07/51112523785_4ae2f50007_k.jpg

cc-foto: Mariano Mantel

Talloze mensen zijn de afgelopen weken slachtoffer geworden van meerdere grote natuurrampen in Noord-Amerika en in Noordwest-Europa, waaronder in Limburg. Deze rampen hebben grote gebieden verwoest, talloze huizen van de kaart geveegd, en bij elkaar honderden als niet over de duizend mensen hun leven gekost.

Ik kan mij niet voorstellen hoe ernstig dit voor de getroffenen moet zijn, en ik leef zeer met hen mee. Bij mezelf voel ik echter één emotie boven alles: woede. Ik ben woest omdat dit de rampen zijn waar al decennia voor wordt gewaarschuwd, en waar structureel en bewust niet genoeg tegen is gedaan. Dankzij gebrekkig klimaatbeleid waren deze rampen geen kwestie van of, maar van wanneer. De klimaatcrisis is hier en laat zich met deze rampen glashelder zien. We kunnen echt niet langer meer wegkijken.

De hittegolven in Noord-Amerika
Laat me beginnen bij de situaties in kwestie, beginnende in Noord-Amerika. Meerdere weken werden gebieden in het westen van Canada en het noordwesten van de Verenigde Staten geteisterd door ondraaglijke hittegolven. We hebben het over temperaturen die consequent de 40 raakten. In Death Valley werd zelfs een temperatuur van 54 graden gemeten. Als die meting klopt, dan is dat de heetst gemeten temperatuur op Aarde ooit. Deze extreme temperaturen hebben geleid tot wijd verspreide bosbranden: in de Canadese provincie British Columbia woedden er meer dan 300. Meerdere dorpen zijn met de grond gelijk gemaakt. Veel grotere gebieden waren totaal ontregeld in pogingen om de hitte het hoofd te bieden.

Nog ernstiger is het verlies van mensenlevens. Op 2 juli werd gesproken over 600 slachtoffers. Dat aantal zal nu waarschijnlijk nog hoger liggen. In British Columbia rapporteerden de hulpdiensten dat er drie keer zoveel mensen zijn overleden als normaal.

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/07/51316733011_174155cd07_c-370x247.jpg

Venlo met blik op Blerck, 16 juli 2021 | cc-foto: Jenske

De waterramp in Limburg, België en Duitsland
De ramp die wij echter allemaal in ons hoofd hebben is natuurlijk de waterramp in Limburg en gebieden van België en Duitsland. De beelden in het nieuws en op sociale media spreken haast al voor zich. De Maas heeft nog nooit zo hoog gestaan. Volgens een woordvoerder van de veiligheidsregio is het ‘net geen doemscenario’. Venlo is geëvacueerd omdat de waterstand in de Maas nog steeds verder kan stijgen. De dijk bij Meerssen is doorgebroken, waardoor mensen in vier woonplaatsen onmiddellijk moesten vluchten. In België zijn er problemen met het drinkwater en zitten 21.000 mensen zonder stroom. In Duitsland zitten ruim 100.000 mensen zonder stroom. Talloze huizen zijn verwoest.

Ook hier blijft het niet bij materiële schade. In Duitsland en België zijn gezamenlijk al meer dan 120 doden gevallen. Ten tijde van schrijven zijn er in Nederland nog geen doden gevallen, maar duizenden mensen zijn geëvacueerd – waaronder mensen uit ziekenhuizen in kritieke toestand.

Laat ik allereerst nogmaals voorop stellen: mijn gedachten zijn bij de nabestaanden van iedereen die hun leven hebben verloren in deze rampen. De pijn die deze mensen moeten voelen is niet te beschrijven. Ik hoop dat iedereen die hun huis heeft verloren of van wie het huis flink is beschadigd alle hulp krijgt die nodig is, en dat allen die een dierbare zijn verloren de nodige tijd, ruimte en hulp krijgen om dit te verwerken. Ik wil ook mijn enorme dank uiten aan alle militairen, nooddiensten, hulpverleners en alle andere mensen die meehelpen en hebben geholpen met het bestrijden van deze rampen en het redden en ondersteunen van de getroffen mensen.

We moeten echter erkennen dat er voor deze rampen een heldere oorzaak is: klimaatverandering. We kunnen er niet omheen. Deze rampen zijn directe gevolgen van de klimaatcrisis.

De klimaatcrisis toont diens aard
De kans op hittegolven als die van de afgelopen weken in Noord-Amerika is volgens onderzoekers door de klimaatcrisis 150 keer zo groot geworden. Binnen de modellen gebaseerd op het oorspronkelijke klimaat in Noord-Amerika was de kans op temperaturen van 50 graden praktisch nul. Toch is nu in één klap de 54 graden bereikt. Deze dodelijke temperaturen en hittegolven waren ooit slechts hypothetisch. Nu zijn ze de realiteit geworden. Deze hittegolven zijn onvoorspelbaar, en ze zullen ook steeds langer en hardnekkiger worden dan voorheen.

Dit is ook niet beperkt tot Noord-Amerika. Slechts twee jaar terug werden in Nederland voor het eerst temperaturen boven de 40 gemeten, waardoor in het hele land code oranje afgekondigd moest worden. Dit record was ook geen uitzondering: Weer.nl stelt dat er deze eeuw 10 keer(!) zoveel warmterecords zijn verbroken als kouderecords.

Ook de waterramp die we nu in Limburg zien houdt direct verband met de klimaatcrisis. Het KNMI kopt: ‘Het regent nu harder in Zuid-Limburg door klimaatverandering’. Omdat door klimaatverandering de lucht warmer en vochtiger is, blijft het gemiddeld langer regenen en zit er meer regen in de lucht. De kans op extreem weer als dit neemt daardoor toe. Volgens de NOS stellen weerkundigen ook dat dat door klimaatverandering dit soort extreem weer vaker voor gaat komen. Dit is overigens niets nieuws: klimaatwetenschappers roepen al jaren en jaren dat dit eraan zit te komen. Duitse politici hebben het zelfs openlijk erkend: deze ramp is het gevolg van klimaatverandering.

Honderden mensen hebben de afgelopen weken hun leven verloren aan deze rampen. Dit vult mij met rouw, maar nog meer met woede. Deze rampen hadden voorkomen kunnen worden, of op zijn minst minder ernstig kunnen zijn. Al decennia roepen wetenschappers, klimaatexperts, organisaties en burgers dat dit de risico’s zijn van klimaatverandering. Dat dit soort rampen vaker voor zullen komen en heftiger van aard zullen zijn als de klimaatcrisis niet goed wordt aangepakt. Dat effectief klimaatbeleid nodig is en een absolute prioriteit zou moeten zijn. Maar de politiek luisterde niet. Effectief klimaatbeleid wordt al jarenlang vooruitgeschoven, genegeerd, weggeduwd en afgeschaald. Nu merken we de gevolgen. Over het klimaat werd vaak wel gezegd dat het 5 voor 12 is, maar het is nu echt officieel 12 uur. De tijd is op.

De niet gehaalde klimaatdoelen
De rechter deed in 2015, in de eerste klimaatzaak aangespannen door Urgenda, al een glasheldere uitspraak: in 2020 moet de CO2 uitstoot met 25% zijn verminderd ten opzichte van 1990. Alleen al het feit dat de Staat tegen dit vonnis in beroep ging laat zien dat ze de crisis niet serieus neemt. Toch werd in 2019 het vonnis door de Hoge Raad nog eens bevestigd: 25% vermindering van de uitstoot is nodig. Dat is niet gelukt. In 2020 was de CO2-uitstoot slechts met 24,5% verminderd. Houd er rekening mee dat dit ook nog eens in het coronajaar was. Dit was het jaar dat massaal vliegtuigen aan de grond bleven, kantoren leeg bleven en auto’s bleven staan. Het demissionaire kabinet is nu keihard bezig om zoveel mogelijk van die dingen weer aan de gang te krijgen, waardoor in 2021 en 2022 de netto uitstootreductie naar alle waarschijnlijkheid nog flink lager zal liggen.

Klap op de vuurpijl waren toch wel de woorden van demissionair staatssecretaris Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD). Vorige week nog noemde zij het halen van deze wettelijk opgelegde doelen ‘geen halszaak’. Zij stelt dat klimaatdoelen op de lange termijn belangrijker zijn. Deze houding van het demissionair kabinet is toch wel het toppunt van minachting voor de rechtsstaat, het klimaat, de toekomst en alle mensen die nu door de effecten van de klimaatcrisis getroffen worden en zullen worden.

Dat een reductie van de CO2 uitstoot nodig is, was ook voor het eerste vonnis in de Urgenda-zaak in 2015 al lang en breed bekend. Als de kabinetten Rutte II en Rutte III het vonnis in 2015 serieus hadden genomen hadden de doelen ook prima gehaald kunnen worden. Maar nee, de doelen zijn niet gehaald en het demissionaire kabinet kijkt liever naar ‘de lange termijn’. Toen de gemiste doelen werden gesteld waren die al vrij lange termijn. Als de regering eerder naar wetenschappers en experts had geluisterd, dan hadden die doelen toentertijd met gemak lange termijn kunnen zijn.

Als je dan toch kijkt naar die langere termijn, zelfs dan zijn we op koers om dat ook niet te gaan halen. Energie-experts zeiden tegen NU.nl dat we ‘te veel op de rem trappen’ om in 2030 de beoogde 49 procent CO2-reductie te behalen. Nog steeds wordt er te veel geharreward over details in plaats van dat een doeltreffend beleid wordt doorgevoerd. Met andere woorden: zolang er niets veranderd zitten we in 2030 met exact dezelfde situatie als nu, behalve dat de gevolgen van de klimaatcrisis dan nog vele malen heftiger zullen zijn. Sowieso is het streven van 49% frappant, aangezien de EU intussen het streefcijfer al omhoog heeft gegooid naar 55%. Volgens de UN Environment Programme is dat overigens wereldwijd slechts het minimale vereiste om niet boven de 1,5 graden opwarming uit te komen.

Vind je het gek dat veel mensen er geen vertrouwen in hebben dat de doelen gehaald gaan worden? De regering bleef uitstellen totdat de doelen gemist waren, mensen aan het lijntje houdend met mooie praatjes dat de doelen gehaald zouden worden, en verlegt nu de focus naar de volgende doelen. Zolang de regering niet inziet hoe essentieel dit is, zullen ze dat riedeltje waarschijnlijk blijven herhalen totdat heel Nederland onder water ligt. De crisis voltrekt zich nu al. We hebben allang geen tijd meer voor ‘de lange termijn’.

De toekomst belooft nog weinig
Er zijn wel positieve ontwikkelingen hier en daar, maar zelfs daar zitten flinke haken en ogen aan. Zo presenteerde de Europese Commissie een paar dagen terug een concreet plan om de uitstoot in de EU in 2030 met 55% te beperken en in 2050 klimaatneutraal te worden. Dat klinkt mooi, maar gaat het werken? Binnen de Europese politiek is er breed gedragen kritiek op de plannen, die de kosten oneerlijk zouden verdelen en te veel lasten bij de burgers zouden neerleggen. De invoering van de plannen gaat waarschijnlijk ook nog jaren van onderhandelen kosten, waardoor landen nog jaren niets hoeven te doen voordat deze plannen wet worden. Daarmee wordt de kans dat de doelen gehaald worden nog kleiner.

Eerlijkheid van het klimaatbeleid is overigens ook iets waar Nederland zelf mee worstelt. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde in een rapport dat een paar dagen terug verscheen dat grootvervuilers zoals de zware industrie veel minder betalen voor hun uitstoot dan burgers, en de landbouw en de luchtvaart nagenoeg niets hoeven bij te dragen voor de schade die zij aanrichten. Vind je het gek dat daar niets verandert en dat burgers dat oneerlijk vinden?

Intussen zien we de schade wereldwijd alleen maar verder toenemen. Een paar dagen terug kopte Joop nog dat de Amazone zoveel is beschadigd dat het nu meer CO2 uitstoot dan het opneemt – in grote delen door aangestoken bosbranden, zodat de grond gebruikt kan worden voor landbouw. En hoewel het bewind van de extreemrechtse Braziliaanse overheid dat toestaat, zijn het onder andere de Nederlandse en Europese landbouwpraktijken die dat systeem in stand houden.

Wanneer komt er nou eindelijk verandering?
Met sommige van deze punten voel ik me alsof ik in de herhaling val. Ik wordt er eerlijk gezegd een beetje hopeloos van. Niets van deze al dingen is onbekend. Soms voelt het alsof er niets meer te zeggen is over de effecten van de klimaatcrisis dat niet al is gezegd. Waarom werd en wordt er dan toch niets mee gedaan?

De huidige politiek kan en mag niet wegkomen met praatjes dat dit soort rampen onvermijdelijk zijn en dat ze er niets aan kunnen doen. Wetenschappers waarschuwen al decennia voor precies dit. Burgers zijn massaal de straten opgegaan en blijven zich nog steeds onverbiddelijk uitspreken. We wisten dat dit de gevolgen van klimaatverandering zijn, en dat door de klimaatcrisis dit soort rampen nog veel vaker gaan voorkomen en nog heftiger van aard zullen worden. De regering heeft er niets mee gedaan, want zaken als de economie, de belangen van multinationals en de volgende verkiezingen waren belangrijker.

Zouden deze rampen dan eindelijk een wake-up call kunnen zijn? Zou de noodzaak van serieus klimaatbeleid nu eindelijk doordringen tot de politiek, zowel in Nederland als in de rest van de wereld? Ik hoop het, maar ik durf er niet vanuit te gaan. Deze twee rampen zijn slechts twee voorbeelden van talloze rampen en andere problemen die we nu al in de wereld zien als gevolg van de klimaatcrisis. Analyses lopen enorm uiteen, maar een recent onderzoek stelt dat de gevolgen van de klimaatcrisis op het moment verband kunnen houden met de dood van tot wel 5 miljoen mensen per jaar. Zolang er niets verandert zal dat aantal alleen maar blijven groeien, en zullen dit soort rampen steeds vaker en steeds heftiger voorkomen.

Op dit punt voelt het haast afgezaagd om het nog eens te vragen, maar politiek, luister toch alsjeblieft naar wetenschappers! Luister toch naar de rechter en doe jullie plicht! Neem deze crisis serieus en behandel het als een crisis! Hoeveel zichtbaarder dan dit moeten de gevolgen van de klimaatcrisis nog worden? Als deze rampen geen omslag betekenen binnen de Nederlandse politiek, dan zal niets dat doen. En mensen: spreek je uit. Laat van je horen, nu nog harder dan ooit. Het enige dat we vragen is een leefbare wereld. Een wereld waar dit soort rampen een gewone realiteit worden, is dat niet.

Het Nationaal Rampenfonds heeft Giro 777 opengezet voor steun aan de getroffen mensen in Limburg. Elke bijdrage helpt. Meer informatie: https://nationaalrampenfonds.nl/

https://joop.bnnvara.nl/opinies/neem-nou-alsjeblieft-eindelijk-de-klimaatcrisis-serieus

Nederland matste zichzelf met zijn Klimaatwet (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/03/49334884163_29acc28264_k-370x208.jpg

cc-foto: Sebastina Petermann

Sinds 2019 heeft Nederland een Klimaatwet. In de wet staat dat de CO2-uitstoot in 2050 95% lager moet zijn dan in 1990. Ook is er een tussendoel van 49% minder uitstoot in 2030 en moet de elektriciteitsproductie in 2050 volledig CO2-neutraal zijn. Nederland wil op deze manier aan het Verdrag van Parijs voldoen.

Dit klinkt op het eerste oog allemaal heel logisch, maar hoe kan het dat andere landen en organisaties tot een compleet andere invulling van het Verdrag van Parijs komen? Zo wil China in 2060 klimaatneutraal zijn, wil de EU in 2050 voor 100% klimaatneutraal zijn, stelt de Partij voor de Dieren in haar Klimaatwet 1.5 voor om in 2030 klimaatneutraal te zijn en zegt Extinction Rebellion dat dit al in 2025 noodzakelijk is. Hoe kan dat en hoe zit dat nou precies? Ik ging op onderzoek uit.

Verdrag van Parijs: 1,5 of 2 graden?
Een deel van de verklaring is meteen al in artikel 2 van Verdrag van Parijs te vinden. Daar staat dat het doel is om de gemiddelde temperatuurstijging “ruim onder de 2 graden Celsius te houden en inspanningen te leveren om de stijging tot 1,5 graden te beperken”. Dus eigenlijk is iedere stijging ‘ruim onder 2 graden’ prima. Maar wat betekent ‘ruim’? Landen mogen zelf kiezen of ze gaan voor 1,5 of toch meer richting 2 graden. Deze keuze bepaalt hoeveel CO2 het land nog mag uitstoten.

In een tabel van klimaatwetenschappers kun je opzoeken hoeveel CO2 we nog mogen uitstoten voor een bepaalde temperatuurstijging en hoeveel kans er dan is om onder die limiet te blijven. Hoe lager de temperatuurstijging en hoe hoger de kans die je daarbij nastreeft, hoe lager de bijbehorende uitstoot. Er wordt gerekend met kansen van 33, 50 en 66 procent. Één van de klimaatwetenschappers waar ik contact mee had, zei daarover: “Zou jij in een vliegtuig stappen dat 66% kans heeft veilig aan te komen”?

Goed punt. Dus waarom wordt er niet (ook) gerekend met bijvoorbeeld een kans van 95 procent? Als het doel zo belangrijk is, namelijk het voortbestaan van onze manier van leven, wil je toch zeker weten dat je het doel gaat halen? Het antwoord zou kunnen zijn dat het CO2-budget heel veel lager uitkomt bij een kans van 95 procent dan bij 66 procent, en er dus sneller en meer op de uitstoot bespaard moet worden. En dat we die realiteit nog niet onder ogen willen zien.

Waar Nederland voor kiest
Maar waar heeft Nederland nou precies voor gekozen? Voor 1,5 of 2 graden? In de Klimaatwet staat alleen een verwijzing naar het Verdrag van Parijs. Daarom ben ik gaan kijken in de Memorie van Toelichting op de Klimaatwet. Maar daar staat het ook niet.

In die toelichting wordt wel een aantal keren verwezen naar een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2016. Het rapport heet: Wat betekent het Parijsakkoord voor het Nederlandse langetermijn-klimaatbeleid?

In dat rapport zegt het PBL dat een 1,5 gradendoel “nauwelijks voorstelbaar” is zonder een flinke hoeveelheid negatieve emissies. Negatieve emissies ontstaan bijvoorbeeld door veel bomen te planten of CO2 af te vangen en onder de grond te stoppen. In de toelichting op de Klimaatwet staat: “De indieners willen negatieve emissies niet op voorhand uitsluiten, maar toekomstige generaties ook de mogelijkheid bieden om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs met zo min mogelijk negatieve emissies te halen.” Deze wens is kennelijk voldoende reden om het 1,5 gradendoel buiten beeld te schuiven.

Hoe dan ook, zonder het expliciet op te schrijven wordt in de Klimaatwet gekozen voor het 2 graden-scenario (zonder negatieve emissies) van het PBL. Het geformuleerde doel van de Klimaatwet – een reductie van de CO2-uitstoot met 95% in 2050 – komt in ieder geval precies overeen met het 2 graden-scenario (zonder negatieve emissies) in het rapport van het PBL.

Iedereen gelijk, of toch maar niet?
Nederland kiest er met zijn Klimaatwet dus voor om te gaan voor het 2 gradendoel. Maar er is nog een belangrijke keuze te maken, namelijk hoe verdeel je het resterende wereldwijde CO2-budget over de landen? Mag iedere wereldburger evenveel uitstoten, of mogen bewoners van rijke landen meer uitstoten, omdat ze nu ook al meer uitstoten?

Als je kiest voor iedereen evenveel rechten, dan krijgt een klein land als Nederland relatief weinig CO2-budget en zijn we in heel korte tijd door dat budget heen, puur omdat we elk jaar zoveel uitstoten. De arme landen krijgen dan wat meer ruimte. Ook deze kwestie werd niet geregeld in het Verdrag van Parijs – er was geen overeenstemming over – en landen zijn dan ook vrij om ook hierin eigen keuzes te maken.

In zijn rapport kiest het PBL ervoor de huidige uitstootverdeling als beginpunt te nemen en landen langzaam naar elkaar toe te laten groeien totdat in 2050 de uitstoot per hoofd van de wereldbevolking gelijk is, namelijk ongeveer nul. En in de tussentijd heeft Nederland nog flink veel voordeel van zijn historische ‘voorsprong’.

Deze hele kwestie staat nogal bedekt in het rapport van het PBL, terwijl dit best een belangrijke keuze is. Letterlijk staat er: “Op basis van een aanname van gelijke wereldwijde emissie per hoofd in 2050”. Als niet een klimaatwetenschapper mij in een email er op had gewezen dat er gekozen is voor een “convergentiemodel”, had ik hier compleet overheen gelezen en gedacht dat bedoeld wordt dat iedere wereldburger evenveel rechten krijgt.
De grote vraag is: hoe eerlijk is dit? Rijke landen hebben immers het meest bijgedragen aan het klimaatprobleem terwijl de arme landen er – nu al – de meeste negatieve effecten van ervaren. De Klimaatwet zegt hier niets over.

Zonder het expliciet te maken koos Nederland dus voor een reductiedoel dat hoort bij het 2 gradendoel uit het Verdrag van Parijs en de kans op succes die bij dat doel hoort is 66 procent. En door de huidige uitstootverhouding als vertrekpunt te nemen, heeft Nederland als rijk land nog een hele tijd voordeel van zijn huidige voorsprong in uitstoot. Een voordeel dat ten koste gaat van de armere landen.

Met dit klimaatdoel weten we zeker dat we niet onder de 2 graden gaan uitkomen. Tegen een achtergrond van nu al smeltende ijskappen en toendra’s en grote bosbranden in Australië, Californië, de Amazonas en de poolcirkel voelt dat als enorm risicovol en onverantwoord.

Extinction Rebellion en de Partij voor de Dieren kiezen wel voor meer zekerheid op een leefbare toekomst, namelijk voor het 1,5 gradendoel. Bovendien kiezen ze voor een eerlijke verdeling van het resterende CO2-budget over de wereldbevolking. Dat verklaart ook de grote verschillen in jaartallen van klimaatneutraliteit (2025 en 2030 ten opzichte van 2050).

Aanscherping Klimaatwet onvermijdelijk
Met zijn Klimaatwet heeft Nederland zichzelf op een niet al te ambitieuze invulling van het Verdrag van Parijs getrakteerd. Overigens is het uiteraard wel heel goed en belangrijk dat er nu een Klimaatwet is. Alleen zal de wet snel aangescherpt moeten worden zodat er meer zicht op een leefbare toekomst ontstaat en de lasten eerlijk verdeeld worden. De wet moet binnenkort toch al aangescherpt worden omdat de EU hogere reductiedoelen heeft vastgesteld.

Bovendien blijkt uit een inventarisatie van de inspanningen die de diverse landen willen leveren in het kader van het Verdrag van Parijs dat we op deze manier het 2 gradendoel nooit gaan halen. We zijn juist hard op weg naar 3 graden opwarming en meer. Daarom zullen de internationale afspraken en daarmee ook ons klimaatdoel vroeg of laat aangescherpt moeten worden. We kunnen beter in één keer een futureproof klimaatdoel stellen, anders strompelen we van aanscherping naar aanscherping en zullen we steeds opnieuw pijnlijk ‘verrast’ worden.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/nederland-matste-zichzelf-met-zijn-klimaatwet

Wat weten we over klimaatverandering (Klimaatverandering blog)

Wat weten we zoal over de huidige klimaatverandering, ondanks de complexiteit van het klimaatsysteem? De kortst mogelijke samenvatting komt hierop neer:

  • Het warmt op
  • Dat komt door de mens
  • Dat heeft verstrekkende gevolgen
  • Er zijn dingen die we kunnen doen om de risico’s te beperken

In het publieke debat lopen de meningen over klimaatverandering sterk uiteen, ook over feitelijke aspecten die wetenschappelijk gezien heel helder zijn. Voor een zinnige maatschappelijke discussie is het belangrijk om de wetenschappelijke inzichten goed in beeld te hebben. De basis van onze kennis is in de 19de eeuw gelegd door bekende en minder bekende natuurkundigen. Toen al werd voorspeld dat de uitstoot van CO2 tot opwarming van de aarde zou leiden, lang voordat dat door metingen zou worden bevestigd. Ook in het verre verleden blijkt CO2 vaak een sleutelrol te hebben vervuld in de forse klimaatveranderingen die de aarde heeft doorgemaakt. De huidige opwarming gaat naar verhouding pijlsnel en wordt hoofdzakelijk door menselijke activiteit veroorzaakt.

Dit is een korte samenvatting van wat in meer detail wordt besproken in het boek Wat iedereen zou moeten weten over klimaatverandering (verschenen bij Prometheus) en in het hoorcollege Kennis van klimaat (verschenen bij Home Academy).

Inhoudsopgave

  1. Het broeikaseffect
  2. De rol van CO2 in het klimaat
  3. Het klimaat verandert in hoog tempo
  4. Oorzaken van klimaatverandering
  5. Toekomstprojecties
  6. Gevolgen van klimaatverandering
  7. Er zijn dingen die we kunnen doen

En een uitgebreide opsomming van aanbevolen literatuur en websites.

Deze blogpost is ook te lezen op de statische pagina wat weten we en te downloaden als brochure (15 pagina’s) of (een verkorte versie) als factsheet factsheet. 

1 Het broeikaseffect

Al sinds de 19e eeuw weten we dat sommige gassen, zoals kooldioxide, methaan en waterdamp, warmtestraling absorberen. Als een soort ‘deken’ beperken broeikasgassen daardoor het warmteverlies van een planeet. Zonder broeikaseffect zou het aardoppervlak gemiddeld zo’n 33°C kouder zijn. Door meer broeikasgassen in de atmosfeer te brengen maken we die figuurlijke deken dikker, waardoor de aarde meer warmte vasthoudt. CO2 speelt hierbij de belangrijkste rol; de hoeveelheid waterdamp – eveneens een zeer sterk broeikasgas – fungeert als een versterkende factor, aangezien warme lucht meer waterdamp kan bevatten. Al in 1896 berekende Svante Arrhenius dat de uitstoot van CO2 als gevolg van de toenemende industrialisatie tot opwarming zou leiden. Die voorspelling bleek vele decennia later inderdaad uit te komen.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/tekening-1-temperatuur-van-de-aarde.png?w=1024

De drie factoren die de gemiddelde oppervlaktetemperatuur van een planeet bepalen: de inkomende zonnestraling; het aandeel daarvan dat gereflecteerd wordt; de warmtestraling van de planeet zelf. Broeikasgassen beïnvloeden hoeveel van de warmtestraling daadwerkelijk de planeet verlaat. Illustratie door Marije Mooren.

2 De rol van CO2 in het klimaat

De CO2-concentratie stijgt ongekend snel en is nu aanzienlijk hoger dan in de afgelopen paar miljoen jaar is voorgekomen. De koolstofatomen in de CO2 wijzen uit dat deze toename voornamelijk is veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen zoals olie, gas en steenkool. Daarnaast komt het vrij bij ontbossing. De CO2 die we uitstoten wordt voor ongeveer de helft opgenomen door oceanen (die daardoor verzuren) en door extra plantengroei. De andere helft blijft voor lange tijd, een deel zelfs vele duizenden jaren, in de atmosfeer. Ook in het verre verleden hebben veranderingen in het CO2-gehalte van de atmosfeer grote invloed gehad op het klimaat.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/historie-co2-concentratie-in-de-atmosfeer-2019.png?w=500

De CO2-concentratie over de afgelopen 800.000 jaar op basis van luchtbelletjes in ijsboorkernen en recent op basis van directe observaties in de atmosfeer. Grafiek door Jos Hagelaars op basis van publiekelijk beschikbare data.

3 Het klimaat verandert in hoog tempo

Het aardoppervlak is nu ruim 1°C warmer dan in de tweede helft van de 19e eeuw, toen met systematische metingen is begonnen. Dat lijkt weinig, maar bedenk dat tijdens de laatste ijstijd het aardoppervlak ‘slechts’ een graad of vijf kouder was dan nu. Vanwege natuurlijke variatie gaat de opwarming niet monotoon, maar met ups en downs. Als gevolg van de opwarming krimpen gletsjers, neemt de hoeveelheid zee-ijs in het Noordpoolgebied af, smelt er steeds meer ijs van de grote ijskappen, stijgt de zeespiegel en treden er allerlei veranderingen op in ecosystemen.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/mondiale-temperatuur-2019.png?w=500

De geobserveerde opwarming van de aarde van 1850 tot 2019. De dikke, zwarte lijn is een lopend gemiddelde van de jaarlijkse waarden (dunne, gekleurde lijnen) van verschillende onderzoeksgroepen. Grafiek door Jos Hagelaars op basis van publiekelijk beschikbare data.

4 Oorzaken van klimaatverandering

Klimaatmodellen, waarin de kennis van het klimaatsysteem in wiskundige formules is gevat, kunnen het geobserveerde temperatuurverloop goed simuleren – maar alleen als zowel natuurlijke als menselijke factoren worden meegenomen. De klimaatmodellen bevestigen wat te verwachten is op basis van welbegrepen natuurkundige theorie. Ook zijn veel klimaatveranderingen uit het verre verleden alleen te verklaren door een aanzienlijke invloed van CO2. Daarnaast wordt de menselijke oorzaak van de huidige opwarming bevestigd door specifieke ‘vingerafdrukken’ van het versterkte broeikaseffect. Zo blijkt uit metingen vanaf satellieten en vanaf de grond dat de aarde inderdaad meer warmtestraling vasthoudt, precies in die golflengten waar CO2 en andere broeikasgassen de straling absorberen.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/vergelijking-observaties-klimaatmodellen-2019.png?w=500

De verandering in de mondiaal gemiddelde temperatuur sinds 1880 op basis van waarnemingen (dunne, zwarte lijn) en modellen (dikke, blauwe lijn is het modelgemiddelde; lichtblauwe gebied is de modelspreiding). Grafiek door Jos Hagelaars op basis van Lewandowsky et al.

Natuurlijk zijn er naast broeikasgassen ook andere factoren die het klimaat beïnvloeden. Zo zorgen vulkaanuitbarstingen voor een tijdelijke afkoeling doordat de uitgestoten zwaveldeeltjes zonlicht weerkaatsen. Ook bij veel menselijke activiteiten komen dergelijke aerosolen vrij, waardoor het opwarmende effect van broeikasgassen enigszins wordt getemperd. De zonneactiviteit varieert over een elfjarige cyclus, maar is sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw juist iets gedaald. Andere natuurlijke processen opereren veel te langzaam om de naar geologische maatstaven pijlsnelle opwarming te kunnen verklaren.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/opwarming-mens-natuur-carbonbrief-kleur.png?w=500

De invloed van de zon, vulkanen, broeikasgassen, en aerosolen op de temperatuurverandering van 1850 tot 2017, op basis van een statistische methode die de beste match bepaalt tussen die verschillende factoren en de observaties (zwarte cirkels). Grafiek door Jos Hagelaars op basis van Zeke Hausfather op CarbonBrief.

5 Toekomstprojecties

De opwarming die we in de toekomst kunnen verwachten hangt sterk af van de hoeveelheid broeikasgassen die wij met z’n allen nog gaan uitstoten. Daarom kunnen er alleen conditionele voorspellingen (als …, dan …) worden gedaan, gebaseerd op mogelijke emissiescenario’s. Als de emissies heel snel worden teruggeschroefd (zoals in het RCP2.6 scenario, blauw in de grafiek) kan de opwarming beperkt blijven tot onder twee graden ten opzichte van het pre-industriële niveau. Zonder enige vorm van klimaatbeleid (zoals in het RCP8.5 scenario, rood in de grafiek) zal de aarde aan het eind van deze eeuw zo’n drieënhalf tot zes graden zijn opgewarmd. Er is dus nog een behoorlijke onzekerheidsmarge voor de mate van opwarming. Dat komt omdat we niet precies weten hoe gevoelig het klimaat is voor veranderingen in bijvoorbeeld de CO2-concentratie. Niettemin is het duidelijk dat een heel forse emissiereductie nodig is om de opwarming tot maximaal twee graden te beperken.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/srocc-spm1-figuur-1a-oppervlakte-temperatuur-kleur.png?w=500

Toekomstprojecties van de opwarming na 2005 op basis van twee verschillende emissiescenario’s: RCP2.6 met ambitieus klimaatbeleid en RCP8.5 zonder klimaatbeleid. De grafiek begint in 1950, toen de aarde al een paar tienden van een graad warmer was dan eind 19de eeuw. Grafiek door Jos Hagelaars op basis van figuur 1a uit IPCC SROCC 2019.

6 Gevolgen van klimaatverandering

Elk aspect van het leven wordt direct of indirect door klimaatverandering beïnvloed. Door de hogere temperaturen neemt de verdamping toe, wat tot droogte kan leiden en daardoor bijvoorbeeld tot een grotere kans op bosbranden. Extreme neerslag neemt echter eveneens toe, met wateroverlast tot gevolg. Door het uitzetten van het warmere water en het smelten van ijs stijgt de zeespiegel. De natuur kan in veel gevallen de snelle veranderingen van het klimaat niet bijbenen. De meeste koraalriffen, ook wel bekend als de kraamkamer van de oceanen, zullen het einde van deze eeuw waarschijnlijk niet halen. De voedselproductie kan door klimaatverandering onder druk komen te staan, al is dat sterk afhankelijk van de regio. Door bijvoorbeeld ondervoeding, wateroverlast en een groter verspreidingsgebied van bepaalde infectieziekten beïnvloedt klimaatverandering ook de volksgezondheid. In sommige gebieden kan de hitte zelf levensbedreigend worden.

Veel bestaande problemen worden door klimaatverandering verergerd, bijvoorbeeld honger, armoede, gezondheid, natuurrampen, maatschappelijke ontwrichting, en dergelijke. De gevolgen hangen natuurlijk sterk af van de mate van opwarming. En die hebben we – gelukkig – grotendeels zelf in de hand.

7 Er zijn dingen die we kunnen doen

We zullen ons hoe dan ook moeten aanpassen aan een veranderend klimaat. Om de opwarming te beperken zullen we daarnaast de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen fors moeten reduceren. Aangezien we nu nog voornamelijk van fossiele brandstoffen afhankelijk zijn is een energietransitie daarvoor van wezenlijk belang. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor energie-efficiëntie, maar desondanks is de verwachting dat de mondiale vraag naar energie vooralsnog fors zal toenemen. Als onderdeel van de transitie zullen we een groter deel van de energievraag gaan afdekken met elektriciteit, en voor specifieke toepassingen wellicht met waterstof of biomassa. Windenergie en zonne-energie zijn bekende duurzame energiebronnen met een zeer lage CO2-uitstoot per kWh aan opgewekte elektriciteit. De snelle kostendaling hiervan heeft zelfs experts verrast.

De uitdaging is van een dusdanige omvang dat we ook minder populaire opties, zoals biomassa, CO2-opslag en kernenergie, zullen moeten overwegen, natuurlijk met open oog voor de voor- en nadelen die aan elke energiebron kleven. Hoe meer opties we uitsluiten van het palet aan oplossingen, hoe moeilijker het wordt om de CO2-uitstoot daadwerkelijk naar nul te brengen. Naast de energietransitie zullen we ook kritisch moeten kijken naar het landgebruik, en bijvoorbeeld ontbossing zoveel mogelijk tegengaan.

Technisch en economisch is er veel mogelijk, maar de politieke en maatschappelijke werkelijkheid blijkt weerbarstig: wereldwijd is de uitstoot nog nauwelijks gereduceerd (afgezien van de tijdelijke daling door de coronacrisis). Het tempo waarin we de omslag naar een CO2-neutrale economie maken beïnvloedt de mate van opwarming waarmee de mensheid voor vele duizenden jaren te maken zal hebben.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2020/12/wind-at-sea.jpg?w=500

Windturbines op zee. Illustratie CC Andreas Klinke Johannsen

Nawoord

Laten we, juist in tijden van crisis, het hoofd helder houden en vertrouwen op de wetenschap als methode bij uitstek om de werkelijkheid om ons heen te begrijpen. Vervolgens kunnen we, mede op basis van die wetenschappelijke informatie, bepalen hoe we met de crisis om willen gaan. In de politieke besluitvorming daarover kunnen we het natuurlijk hartgrondig met elkaar oneens zijn. Maar een gedeelde visie op de werkelijkheid, zoals de wetenschap die met enig voorbehoud en voortschrijdend inzicht verschaft, is daarbij onontbeerlijk. Complottheorieën en wetenschapsontkenning kunnen we missen als kiespijn.

Dit schreef ik in het kader van de coronacrisis, maar het is evenzeer van toepassing op klimaatverandering.

Aanbevolen literatuur

Overview rapporten van overkoepelende organisaties zoals het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) of Nationale Wetenschapsacademies geven een heel doorwrocht overzicht van de stand van de wetenschap.

Websites van overheidsinstanties geven doorgaans een goed en neutraal overzicht van de beschikbare kennis. Relevante Nederlandse instituutswebsites zijn bijvoorbeeld:

  • Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI: uitleg over veranderingen in het klimaatsysteem. Wekelijks klimaatbericht.
  • Planbureau voor de Leefomgeving, PBL: uitleg over beleidsmaatregelen op het gebied van klimaat, leefomgeving en energie.
  • Compendium voor de Leefomgeving, CLO: feiten en cijfers over klimaatverandering en het energiesysteem.

Op internet is ontzettend veel informatie te vinden over klimaatverandering, maar met veel variatie in de betrouwbaarheid. Enkele websites die zich baseren op de wetenschappelijke inzichten zijn de volgende:

  • Klimaatverandering: context, reflectie & discussie. Dit is het blog dat ik samen met drie anderen onderhoud. Een lijst met blogposts, gerangschikt naar onderwerp, is hier te vinden.
  • Skeptical Science: getting skeptical about global warming skepticism. Met name de lijst met veelgehoorde misvattingen – en de wetenschappelijke context ervan – is heel handig.
  • Real Climate: climate science from climate scientists. Diepgravende artikelen over klimaatwetenschap.
  • Carbon Brief: clear on climate. Goed leesbare artikelen over alle aspecten van klimaatverandering.
  • Climate Feedback: a scientific reference to reliable information on climate change. Kritische beschouwing van Engelstalige media artikelen.
  • Milieucentraal: praktisch over duurzaam. Een schat aan informatie over de milieueffecten van zo ongeveer alles.
  • Klimaathelpdesk: Antwoorden van wetenschappers op al je vragen over klimaatverandering.

Nederlandstalige boeken:

Engelstalige tekstboeken:

 

https://klimaatveranda.nl/2020/12/15/wat-weten-we-over-klimaatverandering/

Economisch denker Katherine Trebeck: ‘Groei is goed tot een bepaald niveau, daarboven wordt het schadelijk’ (Vrij Nederland)

Het huidige economische systeem is onrechtvaardig, onstabiel, niet duurzaam en maakt mensen ongelukkig, vindt de Australische politicologe, publiciste en voorvechtster van de Wellbeing Economy Katherine Trebeck (1976). ‘De ongelijkheid neemt toe en er is steeds meer politieke onrust,’ zegt ze via Zoom vanuit Glasgow, Schotland. Ze praat zacht en weloverwogen, maar haar boodschap is ferm: het huidige systeem loopt vast en het roer moet om. ‘Wetenschappers zeggen steeds luider dat we op een zorgwekkende manier ecologische grenzen overschrijden en wijzen de manier waarop de economie nu werkt aan als de oorzaak.’

In een TEDx Talk stelt u dat we binnen tien jaar een ander economisch systeem nodig hebben, omdat het huidige systeem destructief is. Waarom is een welzijnseconomie een beter alternatief?

‘Omdat het daarin gaat om sociale rechtvaardigheid op een gezonde planeet. Een hardnekkig probleem is dat overheden verslaafd zijn aan groei. Ze stellen het voor als vanzelfsprekend dat de economie groei nodig heeft, zoals een auto benzine, en dat groei het doel is van de economie. Maar dan verwar je middel en doel. De economie moet in dienst staan van hogere doelen en menselijke en ecologische belangen dienen.

In een welzijnseconomie bepalen mensen de economie in plaats van andersom, zoals nu. Dat betekent dat je kiest voor ander beleid, andere politieke besluiten, regels en wetten, een ander belastingstelsel, en dat je werk anders organiseert. En ook dat je steden anders ontwerpt. Niet alleen door te zorgen voor een betere wandel- en fietsinfrastructuur en meer ontmoetingsplekken en groen, maar ook door de openbare ruimte te beschermen tegen de opdringerige aanwezigheid van reclame. En laat lokale overheden, scholen en ziekenhuizen meer inkopen bij lokale leveranciers.’

Bestel 'm hier Dit verhaal komt uit de nieuwe Vrij Nederland, die vanaf vandaag in de winkels ligt! 16 oktober 2020

De coronacrisis heeft geleid tot meer fundamentele gesprekken over de noodzaak van een ander economisch systeem. Denkt u dat de pandemie een gamechanger zal blijken?

‘Vaak ben ik daar optimistisch over. De crisis leidde inderdaad tot een ander soort gesprekken en betekende een impuls voor vernieuwende ideeën. Mensen zijn aan het denken gezet en realiseerden zich hoe belangrijk een gemeenschapstuin in hun wijk is, of een park om te kunnen wandelen. Ik verwacht zeker dat het minder vanzelfsprekend wordt om voor werkafspraken binnen Europa te vliegen. Maar op dagen dat ik somberder ben, denk ik: veel mensen hebben weinig voorstellingsvermogen en het huidige systeem lijkt voor velen zo vanzelfsprekend dat het niet gemakkelijk diepgaand zal veranderen.’

‘Corona zorgt wel voor momentum en biedt een grote kans to build back better. Die kans móéten overheden aangrijpen, door eisen te stellen aan ondernemingen die steun krijgen. Zo bepaalde Denemarken als een van de eerste landen dat die bedrijven hun geld niet mogen onderbrengen in een belastingparadijs en benadrukte VN-secretaris Gutteres dat ondernemingen zonder concrete klimaatdoelen geen steun moeten krijgen.’

Met één stem zingen

Eind september vond de Trebeck takes over Holland tour plaats, georganiseerd door THRIVE Institute, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en DuurzaamDoor. Eigenlijk had Trebeck een week zullen rondreizen en stond ook een bezoek aan de Tweede Kamer gepland. Vanwege de pandemie werd het een online tour met webinars, lezingen, een interviewsessie met promovendi en een middag met transitiegesprekken, georganiseerd door Our New Economy (ONE).

In 2017 was Trebeck een van de initiatiefnemers van de Wellbeing Economy Alliance (WEALL), een internationaal samenwerkingsverband van inmiddels ruim honderdvijftig organisaties. ‘Door het verbinden van wetenschappers, vernieuwende economen, ecologen, activisten, innovatieve bedrijven en maatschappelijke vernieuwers willen we ze helpen met het uitwisselen van hun kennis, zodat ze leren van elkaars wijsheid en vindingrijkheid. Zonder samenwerking zijn alle initiatieven te verbrokkeld. Dan is er geen kans op succes. Door met één stem te zingen, worden we beter gehoord, ook door de politiek.’

Het gaat om verschillende denkscholen, zoals de Degrowth-beweging, regeneratieve economie, Common Good economie en donuteconomie van Kate Raworth. Trebeck noemt ze elkaars ‘neven en nichten’ die verschillende accenten leggen en een eigen benadering hebben, maar allemaal de economie menselijker en duurzamer willen maken. Er zijn WEALL-afdelingen in steeds meer landen, waaronder Schotland. Nog niet in Nederland, maar daar is wel WEALL Youth begonnen. ‘De VN beschouwt dit als een van de vijftig meest invloedrijke jongerenorganisaties wereldwijd van ruim 4300 initiatieven uit 174 landen. Er ontstaan ook steeds meer lokale hubs waar organisaties, bedrijven en individuen zich bij kunnen aansluiten. En er is nu ook een WEALL Citizens.’

‘Wereldwijd vinden mensen dezelfde kernzaken belangrijk. Denk aan frisse lucht, schone rivieren, financiële zekerheid en sterke relaties.’

Alle organisaties binnen WEALL onderschrijven vijf niet onderhandelbare kernwaarden: waardigheid, natuur, verbinding, rechtvaardigheid en participatie. Waarom deze vijf?

‘Die komen steeds naar voren in gesprekken met mensen wereldwijd als hun gevraagd wordt wat zij belangrijk vinden. Ze noemen dan zaken als frisse lucht, schone rivieren, financiële zekerheid en sterke relaties. Denkers als de econoom en filosoof Amartya Sen en filosoof Martha Nussbaum beschouwen dit als de waarden die alle mensen delen. Het werk van breinonderzoekers en psychologen laat ook zien dat mensen het meest ontspannen en tevreden zijn als ze samenwerken, zich veilig voelen, in de natuur zijn en zich verbonden voelen met anderen. Als ik een afbeelding met onze vijf kernwaarden toon tijdens een lezing, merk ik dat die sterk resoneren, eigenlijk bij iedereen. Mensen maken foto’s, glimlachen en knikken instemmend. Ze herkennen ze niet alleen als wezenlijk, maar realiseren zich ook dat het huidige economische systeem deze waarden helemaal niet dient.’

In veel landen groeit het wantrouwen van de bevolking tegenover de politiek, kiezen meer mensen voor populistische partijen en neemt de polarisatie toe. Denkt u dat een welzijnseconomie deze problemen kan helpen verminderen?

‘Dat denk ik wel, want het toenemende populisme heeft voor een groot deel te maken met hoe de economie nu functioneert. Zo is het besteedbaar inkomen van mensen met lage en middeninkomens de afgelopen twintig jaar niet gestegen. Steeds meer mensen hebben moeite met rondkomen, of hebben schulden. Er is veel onzekerheid en stress door flexwerk en nul-urencontracten. Veel mensen beseffen dat hun kinderen en kleinkinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf.

Slechts een kleine bovenlaag profiteert echt van het huidige systeem. Dat de ongelijkheid toeneemt, terwijl armere mensen merken dat zij weinig invloed hebben op hun omstandigheden, leidt tot uitholling van het vertrouwen in de democratie. Mensen gaan dan op zoek naar zondebokken, zoals immigranten. Populisme is een cocktail van verschillende oorzaken zoals globalisering en het afgenomen contact tussen verschillende bevolkingslagen. Er is ook veel bewijs dat eenzaamheid ertoe bijdraagt dat mensen eerder betrokken raken bij extreemrechtse politiek − en dat lockdowns dat zullen verergeren.

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen. Wel kan een welzijnseconomie de kloof tussen groepen verkleinen, omdat het doel ervan een goed leven is voor iedereen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08458-Edit-640x853.jpg

Het rottende fruit van de welvaart

In The Economics of Arrival. Ideas for a Grown-up Economy, het in 2019 gepubliceerde boek dat Trebeck schreef met activist en schrijver Jeremy Williams, noemen zij landen met een hoge welvaart ‘gearriveerd’. Het doel van die landen moet verschuiven van blijven doorgroeien naar ervoor zorgen dat ze ‘zich thuis voelen’ door het verleggen van de focus van kwantiteit naar kwaliteit.

Het boek biedt hiervoor geen blauwdruk, maar beschrijft voorbeelden van coöperatieve bedrijfsmodellen waarbij werknemers mede-eigenaar zijn en delen in de winst, ondernemingen die de gemeenschap dienen en manieren waarop organisaties hun maatschappelijke impact kunnen meten. Ook pleiten de auteurs ervoor dat de hoogte van salarissen meer afhangt van de waarde die werk heeft voor het collectieve welzijn. Schoonmakers in ziekenhuizen verdienen dan bijvoorbeeld meer.

U noemt landen als Nederland ‘overontwikkeld’, omdat nog meer welvaart er niet leidt tot meer welzijn. Volgens u is in deze landen het fruit van de welvaart ‘aan het rotten’. Waaruit blijkt dat?

‘Het idee dat meer welvaart automatisch leidt tot meer welzijn is hardnekkig, maar klopt niet. Zo is er geen lineair verband tussen het nationaal inkomen en de levensverwachting. Je ziet in een aantal landen met een hoog bbp de levensverwachting stagneren of zelfs dalen. Vooral grote bedrijven en aandeelhouders profiteren van een groeiend bbp.

Uit onderzoeken blijkt dat in westerse landen een stijging van de welvaart de afgelopen twintig jaar gepaard gaat met minder welzijn. Vooral vanwege milieuproblemen als luchtvervuiling en door meer stress en onzekerheid. Sommige salarissen zijn zo laag dat mensen er niet van kunnen leven. Al vóór de coronacrisis waren steeds meer mensen in rijke landen afhankelijk van voedselbanken.’

‘Groei is goed tot een bepaald niveau, maar daarboven wordt het
schadelijk. “Het fruit is aan het rotten.”’

Toch blijven bijna alle politici hameren op de noodzaak van economische groei.

‘Ja, al noemen ze dat nu meestal groene of duurzame groei. Politici definiëren crisis als het ontbreken van groei. Maar de economie van Japan groeit al twee decennia niet meer en dat is niet problematisch, want Japan heeft een volgroeide economie met een hoge levensstandaard. Voor veel landen zal groei van ecologische landbouw, hernieuwbare energie, zorg en onderwijs de kwaliteit van de samenleving verhogen, maar groei is geen doel op zich.

Groei is goed tot een bepaald niveau, maar daarboven wordt het schadelijk. Dat “het fruit aan het rotten is” blijkt vooral uit het feit dat overheden in rijke landen steeds meer geld moeten uitgeven om problemen die ze zelf veroorzaakt hebben te repareren of op te ruimen, de zogeheten failure demand. Zo krijgen arme gezinnen in Schotland nu tien pond per week om de kinderarmoede te verminderen. Dat toont het falen van dit systeem. Een welzijnseconomie zorgt meteen voor een goed leven voor iedereen en kiest voor predistributie in plaats van herdistributie.’

De Nederlandse Bank en het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwden dit voorjaar dat verdergaande verslechtering van de biodiversiteit in de nabije toekomst een miljardenstrop kan betekenen voor de Nederlandse financiële sector. Is dat ook een voorbeeld van failure demand?

‘Natuurlijk, net als de miljardenschade die klimaatverandering nu al veroorzaakt. Al deze kosten worden ondertussen wel meegerekend in het bbp en suggereren daardoor dat het goed gaat met een land. Al in 1968 hield Robert Kennedy als presidentskandidaat een bevlogen en poëtische tirade over wat er mis is met het bbp als manier om de welvaart van een land te meten. Die móét je echt beluisteren op internet, met het volume hard. Hij vertelt daarin dat het bbp alles meet, behalve dat wat werkelijk van waarde is in het leven.

Het bbp is sowieso geen goede maat, omdat het te materialistisch is. Feministische economen wijzen er al lang op dat het werk binnen huishoudens er niet in wordt meegerekend. En ecologische economen hameren erop dat een economisch systeem de planetaire grenzen moet respecteren. Pas nu er zich onmiskenbaar een ecologische crisis voltrekt, begint het werkelijk door te dringen dat het bbp totaal niet geschikt is om te meten of het goed gaat met de collectieve belangen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08590-640x853.jpg

Niet over links of rechts

Nadat de Schotse overheid het verhogen van het welzijn tot kerndoel van de overheid verklaarde, nam Trebeck in 2018 het initiatief voor een Wellbeing Economy Governments partnership (WEGo), een samenwerkingsverband van de regeringen van Schotland, IJsland en Nieuw-Zeeland. Afgelopen mei sloot ook Wales zich aan. ‘Geen van die landen is er al. Het is een reis,’ zegt Trebeck. ‘Wat ik vooral geweldig vind aan WEGo, is dat het gaat om het delen van kennis en ervaringen in plaats van onderlinge competitie.’

Een welzijnseconomie is niet gebonden aan de agenda van specifieke politieke partijen of stromingen en gaat niet over links of rechts, benadrukt ze. ‘De WEGo-landen hebben geen heel linkse regering. Zo heeft Nieuw Zeeland een coalitie van Labour, een groene partij en de nationalistisch-populistische partij New Zealand First, regeert in Schotland de Scottish National Party en heeft IJsland een brede coalitie.’ Een aantal andere regeringen neemt informeel deel aan de WEGo-conversatie en we hopen dat ze snel ook officieel gaan meedoen, zegt Trebeck. ‘Uiteraard hoop ik erg dat ook Nederland aanhaakt.’

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.
Nieuwe overheidsprioriteiten

Om de welzijnseconomie vorm te geven, heeft IJsland 39 indicatoren vastgesteld, waarvan het bbp er slechts één is. De andere gaan over sociale omstandigheden, onderwijs, gelijkheid, huisvesting, milieu, CO2-uitstoot et cetera.

In Wales werd in 2015 de Wellbeing for Future Generations Act aangenomen en bewaakt sinds 2016 een Commissioner de belangen van toekomstige generaties. Ook Nieuw-Zeeland weegt voortaan hun belangen mee in het beleid. Belangrijke redenen voor dit land om zich in de zomer van 2019 bij WEGo aan te sluiten, waren de hoge zelfmoordcijfers (ook onder jongeren), het grote aantal depressies en de slechte leefomstandigheden voor veel kinderen. Nieuw-Zeeland presenteerde vorig jaar voor het eerst een nationale ‘welzijnsbegroting’. Sindsdien moeten alle nieuwe uitgaven één van de vijf nieuwe overheidsprioriteiten bevorderen: het verbeteren van de geestelijke gezondheid, het terugdringen van kinderarmoede, het beschermen van de rechten van de inheemse Maori en eilandbewoners in de Stille Oceaan, ‘gedijen’ in een digitaal tijdperk en de overgang naar een emissie-arme, duurzame economie.

Zou mentale gezondheid ook in andere landen hoger op de agenda moeten?

‘Ja. Psychologen in het Verenigd Koninkrijk waarschuwen dat steeds meer jongeren aan zelfbeschadiging doen en eetproblemen hebben. Dat is alarmerend. Veel jongeren maken zich grote zorgen over klimaatverandering. Je ziet ook dat mindfulness voor kinderen in opmars is, terwijl kinderen dat niet nodig zouden moeten hebben om met vermijdbare druk en spanningen om te gaan. Ongelooflijk veel mensen gebruiken antidepressiva. Dat is natuurlijk ook een duidelijk voorbeeld van failure demand.’

‘Tijdens de coronacrisis was het opvallend dat landen met een vrouwelijke leider eerder besloten tot een lockdown, omdat ze de gezondheid van de bevolking als prioriteit zagen.’

‘Inwoners van landen waar aan de basisbehoeften is voldaan, worden niet gelukkiger van nog meer spullen. Veel mensen worstelen al met een overvol huis. Consumentisme heeft niets te maken met welzijn, eerder het omgekeerde. Wat mensen écht willen, is een betekenisvol leven leiden en zich verbonden voelen met anderen en hun gemeenschap. Daarom ben ik er erg enthousiast over het feit dat steeds meer landen experimenteren met vormen van zogeheten deliberatieve democratie (publieke besluitvorming waarin informatievergaring, overleg en de uitwisseling van argumenten centraal staan, EvR), zoals burgerraden.

Bhutan richt zich al langer op Gross National Happiness: bruto nationaal geluk, in plaats van bbp, bruto binnenlands product. Zij ontdekten dat twee groepen relatief niet gelukkig waren: mensen in rurale gebieden en vrouwen. Voor de eerste groep hebben ze de infrastructuur verbeterd, zodat zij minder geïsoleerd leven. De tweede groep heeft meer politieke zeggenschap gekregen.’

Schotland, Nieuw Zeeland en IJsland hebben, met Nicola Sturgeon, Jacinda Ardern en Katrín Jakobsdóttir, alle drie een vrouwelijke premier. Is dat toeval, denkt u?

‘Nee. Ik denk dat lang niet alle maar wel veel vrouwen economie breder opvatten dan consumptie en productie. En dat ze wat minder kritiekloos vertrouwen op zogenaamd harde meetgegevens als het bbp. Ook denk ik dat vrouwen vaak meer gericht zijn op samenwerken en minder competitief zijn. Hun kijk op de wereld is vaker holistisch en ze zijn wat meer geneigd ook aan de lange termijn te denken en oog te hebben voor kwetsbare groepen.

Tijdens de coronacrisis was het opvallend dat landen met een vrouwelijke leider eerder besloten tot een lockdown, omdat ze de gezondheid van de bevolking als prioriteit zagen. Ik was erg bezorgd dat WEGo vanwege de pandemie misschien naar de achtergrond zou verschuiven, maar dat gebeurde helemaal niet. Het welzijn van de bevolking werd juist tot de kern van het beleid gemaakt. Ik denk dan ook dat we nu vrouwelijke leiders nodig hebben.’ (Glimlacht.) ‘Of feministische mannen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08614-640x853.jpg

Enorme impact

Trebeck studeerde politieke wetenschappen in Melbourne en raakte geïnteresseerd in ontwikkelingsvraagstukken nadat ze als student een zomer vrijwilliger was op de boekhoudafdeling van een ziekenhuis in Kameroen. ‘Toen ik daar weer weg was, kwam er een grote overstroming. Ik wilde erheen om mijn vrienden te helpen, gewoon door met zandzakken te sjouwen. Een docent raadde me dat af en zei: realiseer je dat je geprivilegieerd bent, verdiep je in zaken als mensenrechten en benut jouw mogelijkheid op een goede opleiding om iets te doen aan de diepere oorzaken van dit soort problemen. Dat is 23 jaar geleden, maar ik hoor het haar nog zeggen. Haar woorden hebben een enorme impact op me gehad.’

In 2005 promoveerde Trebeck aan de Australian National University, daarna vertrok ze naar Schotland, het land waarop ze als rugzakstudent verliefd werd. Sinds 2014 is ze senior onderzoeker aan de Universiteit van Strathclyde en erehoogleraar aan de Universiteit van West-Schotland. Daarnaast werkte ze, tot 2018, ruim acht jaar in verschillende functies voor Oxfam Groot-Brittannië. Daar ontwikkelde ze de Oxfam Humankind Index, die het welzijn meet door onder meer te kijken naar gezondheid, vervoer, familieleven en werkgelegenheid.

Wat heeft uw werk voor Oxfam u geleerd over het meten van welzijn?

‘Dat het belangrijk is echt in gesprek te gaan met gemeenschappen en aan de hand daarvan indicatoren te bepalen. Dan kom je bijvoorbeeld uit bij iets als: hoeveel meisjes gaan op de fiets naar school? In Nederland gebeurt dat natuurlijk volop, maar op veel plaatsen is het een goede indicator voor luchtvervuiling, veiligheid en emancipatie.

‘Interessant is Costa Rica. Dat is geen perfect land, maar het heeft als middeninkomen-land een hogere levensverwachting en hoger welzijn dan een rijker land als de VS, en slechts een derde van de ecologische voetafdruk. Costa Rica doet enorm veel aan herbebossing en herstel van ecosystemen, de democratie functioneert goed, ze hebben een goed en toegankelijk gezondheidssysteem en besteden 8 procent van hun bbp aan onderwijs, wat relatief hoog is.

Natuurlijk kunnen zich ontwikkelende landen iets leren van gearriveerde landen, zoals van het deeltijdwerken en pragmatisme in Nederland. Maar Costa Rica laat zien dat gearriveerde landen zeker ook veel kunnen leren van armere landen. Neem de levensfilosofie buen vivir in Ecuador: daarin gaat het om goed leven, niet om “maximaal” leven. Ecuador en Bolivia gaan grotendeels circulair om met grondstoffen en hebben rechten voor de natuur in hun wetten opgenomen. We kunnen ook leren van de wijsheid van de oorspronkelijke bevolking daar, want zij vragen zich af hoe ze een goede voorouder kunnen zijn voor de generaties na hen.’

‘Jonge mensen zijn opgegroeid met de realiteit van klimaatverandering en baanonzekerheid en kijken al anders naar de wereld.’

Ondertussen blijven rijke landen uit alle macht groei nastreven. Wat betekent dat?

‘Als landen die al gearriveerd zijn blijven doorgroeien, dan gaat dat ten koste van de ecologische ruimte die overblijft voor andere landen. We kunnen de taart niet groter maken en dan beter verdelen, want die is begrensd. Gearriveerde landen moeten dus plaatsmaken voor armere landen, zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen. Het IMF duwt landen als Bangladesh en Sierra Leone hetzelfde pad op dat rijke landen hebben gevolgd, terwijl duidelijk is dat het desastreus zou zijn als ze dezelfde fouten maken. Te hopen is dat deze landen een “kikkersprong” weten te maken, door bijvoorbeeld meteen op grote schaal te kiezen voor hernieuwbare energie.’

‘In ons boek benadrukken we: er is wereldwijd rijkdom genoeg, maar we moeten die beter verdelen. Dat vraagt van rijke landen om een nieuwe solidariteit.’

Dat zou rechtvaardig en redelijk zijn, maar is wel erg optimistisch gedacht. Noord-Europa heeft al moeite met het steunen van Zuid-Europa binnen de EU en de solidariteit met de vluchtelingen die vastzitten in Griekenland is minimaal. Stellen landen niet altijd hun eigen belang voorop?

‘Dat is niet echt zo, want rijke landen besteden veel geld aan hulpprogramma’s. Ik vind het hoopgevend dat Amsterdam dit jaar heeft gekozen voor de donuteconomie. Dat betekent dat de stad stilstaat bij zoiets als de impact van het kopen van goedkope T-shirts voor de mensen die ze elders ter wereld maken.’

Lees ook De donuteconomie in de praktijk: hoe Amsterdam socialer en duurzamer wil worden 25 augustus 2020

‘Ons idee van waar de economie om draait, wordt sterk beïnvloed door reclames voor luxe zaken als auto’s en door het bestaande economieonderwijs. Maar we zijn echt niet allemaal egoïstisch. Jonge mensen zijn opgegroeid met de realiteit van klimaatverandering en baanonzekerheid en kijken al anders naar de wereld. Ze beginnen daarom vaker sociale ondernemingen. Die stellen een maatschappelijk doel centraal en zien winst als de voorwaarde om dit te realiseren, niet als doel op zich. Ons boek beschrijft veel van dit soort voorbeelden.’

Een ander economisch systeem vraagt niet alleen om mooie initiatieven, maar ook om een paradigmawisseling, stelt u in uw boek. Naast pullfactoren zoals een rechtvaardiger en duurzamer wereld, noemt u daarvoor pushfactoren zoals de ecologische crisis en sociale problemen. Wat gebeurt er als we niet binnen tien jaar ‘overstag gaan’?

‘Dan zullen die pushfactoren nog heftiger worden. Als Australische vond ik het afschuwelijk om te zien hoe verwoestend de bosbranden daar afgelopen jaar waren. Ongelofelijk dat de regering desondanks alles wil houden zoals het is. Ook de steeds grootschaliger branden in Californië, Oregon en Washington, de branden in Brazilië, het ongekend snelle smelten van de ijskappen en ontdooien van de permafrost, verlies van biodiversiteit, de eenzaamheid onder jongeren, zelfmoord onder mannelijke vijftigers, drankproblemen onder dertigers en de toenemende maatschappelijke polarisatie zijn niet te negeren pushfactoren. Datzelfde geldt voor Covid-19.

Er zijn zoveel signalen dat dit systeem vastloopt. Mensen hebben lang tegen me gezegd: “Katherine, zijn je ideeën niet erg onrealistisch en naïef?” Dat hoor ik de laatste tijd niet vaak meer. Steeds meer mensen zien dat we het ons niet kunnen veroorloven door te gaan op deze weg. Dat veel van hen de mouwen opstropen en aan de slag gaan, maakt me hoopvol.’

Brede welvaart in Nederland

Begin oktober heeft de Tweede Kamer besloten regeerakkoorden voortaan te laten doorrekenen vanuit het perspectief van brede welvaart, omdat ‘welvaart over veel meer gaat dan geld, economie en groei’.

Sinds 2018 kent Nederland een jaarlijkse Monitor Brede Welvaart. Die onderscheidt drie dimensies: welvaart ‘hier en nu’, toekomstige welvaart (‘later’) en de impact op andere landen (‘elders’). Naast bbp-gerelateerde indicatoren bevat de monitor gegevens over milieu, gezondheid, onderwijs, arbeid, veiligheid, vertrouwen en ongelijkheid. Ook toont die de voortgang en Europese positie van Nederland ten aanzien van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. Behalve het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) leveren de drie planbureaus (CPB, PBL en SCP) input. Kijk hier voor de Monitor Brede Welvaart & Sustainable Devolopment Goals 2020.

Hoe Nederland het qua welzijn doet in vergelijking met andere landen en welke trends er zijn, toont How is Life in the Netherlands 2020? (gegevens 2018).

Het bericht Economisch denker Katherine Trebeck: ‘Groei is goed tot een bepaald niveau, daarboven wordt het schadelijk’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/katherine-trebeck-economische-groei/

De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/07/iStock-178799843-875x583.jpg

Koolmeeskuiken

In de krantenkoppen smelt het poolijs en op tv staan de regenwouden in brand, maar de rest van de dag zijn die problemen maar ver weg. Hoewel? Ook de Nederlandse natuur zucht onder de mensheid. Drie urgente problemen voor de Nederlandse natuur, die ook jou aangaan.

Als ik me een keer uit de stad en in de natuur begeef, zet ik m’n oren wagenwijd open. Ik probeer me te verwijderen van alles wat me aan mensen herinnert tot ik alleen nog vogels hoor, kikkers, het gezoem van insecten. Geen auto’s, geen gillende kinderen, dat moment dat er even geen vliegtuig over dendert. Het zal een vorm van meditatie zijn; ik vind het heerlijk om me op zulke momenten voor te stellen dat er niets aan de hand is. Dat de insecten het niet zwaar hebben, dat de wereld niet opwarmt.

Dit is het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten

Met dat gedachtenexperiment kom ik op het moment helaas niet weg. Waar klimaatverandering vaak redelijk ongrijpbaar blijft, zijn aanhoudende bosbranden in ons eigen kikkerlandje dat zeker niet. En er blijkt veel meer aan de hand, merk ik de laatste weken als ik kranten, websites en mails lees. Wat kunnen natuurexperts me hierover vertellen?

Recorddroogte

Was de ‘intelligente lockdown’ niet een stuk draaglijker door het lieflijke lentezonnetje dat door de ramen scheen? De bossen en parken die daardoor zo uitnodigend waren? Het zal je niet ontgaan zijn: het heeft nauwelijks geregend. Goed mogelijk dat je het woord ‘record’ in de context van het klimaat niet meer kunt horen, maar – het moet gezegd – er was sprake van een recorddroogte. Het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten.

Dat had onder meer tot gevolg dat er deze lente flinke bosbranden woedden. Niet alleen in de Amazone of Australië dus, maar gewoon hier, in eigen land. In het Natura2000-gebied de Deurnese Peel bijvoorbeeld, in Zuidoost-Brabant, maakte een grote brand ruim 800 van de 1000 hectare met de grond gelijk. De brand werd pas vorige week officieel geblust verklaard.1

Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat

Erik de Jonge, boswachter bij Brabants Landschap, vertelt over andere gevolgen: “Ik heb hier een prachtig stuk moeras dat we nog nooit droog hadden zien staan. Drie jaar geleden gebeurde dat aan het eind van de zomer tot onze verbazing voor het eerst. Vorig jaar gebeurde hetzelfde, alleen toen al halverwege de zomer.” En je raadt het al: “Nu stond het in april al droog. Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat.”

Dit jaar heeft geen een van de lepelaarkuikens het overleefd

Hij is aangedaan door het gigantische bijenveld – een veld vol bij-vriendelijke bloemen – dat ze dit jaar hadden ingezaaid maar waarvan elke kiem is verschroeid, en niet minder door een vogeleiland dat opeens geen eiland meer is: “Een prachtig vogelparadijs, waar duizenden vogels normaal gesproken in alle rust broeden. Deze lente was de waterstand zo laag dat vossen er op hun dooie gemak heen konden lopen. Vorig jaar hadden we nog de grootste lepelaarskolonie van Nederland met 290 nesten. Dit jaar heeft geen een van de kuikens het overleefd.”

Een week geleden stonden de regenwolken weer aan de hemel, er komt nog altijd water uit de kraan, en je denkt al snel dat het allemaal wel weer goedkomt. Toch is het tij nog niet gekeerd, vertelt Wiebe Borren, hydroloog bij Natuurmonumenten: “Verschillende plant- en diersoorten hebben een enorme klap gekregen. De regen die nu valt verandert bijvoorbeeld niets aan het feit dat de weidevogels een heel mager broedsucces hadden. Als het volgend jaar weer zo is, wordt het al een stuk problematischer – dan mis je twee generaties.” Hetzelfde geldt voor bomen: “De droogte van 2018 hebben veel bomen overleefd, maar het heeft ze wel verzwakt. Daardoor konden veel deze nieuwe klap niet aan.”

Als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal

Borren vervolgt: “Als de droogte zich herhaalt en we niets veranderen aan het waterbeheer, dan stapelen de effecten zich op.” Waterbeheer inderdaad, want bovenop de weinige regenval komt slecht watermanagement. De landbouw bijvoorbeeld, vertelt Borren, pompt gigantisch veel water uit de grond voor beregening van gewassen – niet zelden met of zonder vergunning dicht bij kwetsbare natuurgebieden die daardoor letterlijk droog komen te staan.

Vorig jaar zomer draaiden er in Noord-Brabant volgens Natuurmonumenten alleen al veertienduizend grondwaterpompen, die samen anderhalf keer zoveel water oppompten als er in de hele provincie aan drinkwater wordt gewonnen. Het waterbeheer is daarnaast nog altijd te veel gericht op het afvoeren in plaats van vasthouden van water, meent Borren –  van oudsher was het issue vooral hoe we een teveel aan water kwijtraakten. Maar nieuwe tijden vragen om nieuwe maatregelen.

Pesticiden in beschermde natuurgebieden

Wat vond boswachter De Jonge van het nieuws dat er landbouwpesticiden tot diep in natuurgebieden zijn aangetroffen? “Dat kwam wel even hard aan”, zegt hij. “Wij dachten dat we het in Brabant wel goed hadden geregeld, omdat we hier op het landschap uiteraard geen pesticiden gebruiken. Nu ben ik bang dat het hier nog vele malen erger zal zijn, want wij zitten hier midden in een intensief landbouwgebied. Onze jaarlijkse vlindertelling laat een neerwaartse lijn zien, zal dat dan toch ook daarmee te maken hebben?”

In Drentse natuurgebieden zijn maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen

Wat is er precies aan de hand? Begin deze maand werd bekend dat in Drentse natuurgebieden maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen. Sterker nog, in alle vegetatiemonsters die door het burgerinitiatief Meten=Weten zijn afgenomen, hoe diep in het gebied ook, werden bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Soms tot wel vijftien verschillende soorten per monster, waaronder zelfs enkele middelen die helemaal niet zijn toegestaan in Nederland, maar blijkbaar ‘stiekem’ zijn gebruikt.

De landbouw, met bijbehorende pesticiden, is de nummer 1 oorzaak van het uitsterven van insecten

Meten=Weten en Natuurmonumenten roepen minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) dringend op om nader te onderzoeken wat de pesticiden betekenen voor insecten en bodemleven. Over de uitslag van zo’n onderzoek bestaat een donkerbruin vermoeden. De onderzoekers schrijven zelf onheilspellend: ‘Insecticiden […] kunnen leiden tot minder insecten en daarmee het ineenstorten van vogelpopulaties die daarvan afhangen.’

Wereldwijd wordt om precies te zijn 40 procent van alle insecten met uitsterven bedreigd, bleek vorig jaar uit een rapport van de VN-organisatie IPBES. De landbouw, met bijbehorende pesticiden en verandering van leefgebied, werd door IPBES als nummer één oorzaak .

De Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes luidde een decennium geleden al de noodklok. Hij meende dat we door bepaald pesticidegebruik afstevenen op ‘een ecologisch armageddon’. Zijn theorie werd onder meer door grote pesticidefabrikanten ontkend en Tennekes werd al ‘activistisch’ terzijde geschoven; zijn bevindingen verdwenen in de doofpot. Jaren later, toen het kwaad al was geschied, kreeg hij alsnog gelijk.

Stikstofcrisis krijgt een staartje

Alles wat je moet weten over stikstof

Een paar dagen na het nieuws over de pesticiden stond onze natuur opnieuw in de schijnwerpers. Ditmaal in de vorm van het eindrapport van de Commissie Remkes, die in opdracht van minister Schouten in de stikstofproblematiek is gedoken. De stikstofcrisis legde vorig jaar de bouw grotendeels plat. Boeren mochten daarnaast niet meer uitbreiden en de maximale snelheid op de wegen werd verlaagd naar 100 kilometer per uur. Waarom? De hoogste bestuursrechter van Nederland oordeelde dat ons stikstofbeleid niet voldoet aan de Europese natuurwetgeving – we stoten er te veel van uit en daar lijdt de natuur onder.

Bepaalde planten gaan bij een teveel aan stikstof dood, waar anderen juist gedijen en gaan woekeren. Het gevolg: monocultuur. Minder insecten, dus minder vogels, dus – uiteindelijk – minder grotere roofdieren.

Er worden koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden

Nog een ander gevolg, dat je niet direct ziet aankomen: er worden steeds vaker koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden. De bodem verzuurt door stikstof en bepaalde mineralen spoelen weg. Wat volgt is een kettingreactie. Als planten te weinig kalk opnemen, krijgen ook insecten er te weinig van binnen waardoor de vogels die hen eten met zwakke botten zitten.

De conclusie van de commissie Remkes: het huidige beleid is nog altijd te vrijblijvend en gaat niet ver genoeg. De overheid wordt op de vingers getikt met haar streven om in 2030 26 procent stikstofreductie waar te maken ten opzichte van 2019 – de commissie zegt dat dit 50 procent moet zijn. Het is de komende tijd aan de minister om met de adviezen tot nieuw beleid te komen.

Financiële risico’s

Het zijn geen makkelijke tijden voor de Nederlandse natuur. En als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal. “Even een heel herkenbaar voorbeeld”, begint Borren. “De eikenprocessierups, daar zouden we veel minder last van hebben als de natuur in balans was – als er onder die eikenbomen voldoende gevarieerde vegetatie groeit, waarin insecten gedijen, zodat er meer vogels in de buurt zijn om ons van die rupsen af te helpen.”

Delen van Nederland worden steeds stiller en kleurlozer: geen gefluit en gezoem meer van vogels en insecten

Kijken we naar het grotere plaatje, dan heeft een verlies aan biodiversiteit ook impact op de economie, stelden de Nederlandsche Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vorige week. Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen hebben wereldwijd zo’n 510 miljard euro gestoken in bedrijven die ‘zeer afhankelijk’ zijn van ‘ecosysteemdiensten’.

Insecten worden genoemd als voorbeeld van een leverancier van zo’n dienst: als bestuivende insecten in de problemen komen, is de landbouwsector een van de eersten die dat zal voelen. Maar de landbouw is niet de enige: ook bedrijven in de visserij of de bouw kunnen in de problemen komen door verstoorde ecosystemen.

“Wat ik vooral zie is dat delen van Nederland steeds stiller en kleurlozer worden”, besluit Borren. “Geen gefluit van vogels, gezoem van insecten. Het gaat sluipenderwijs en we hebben het in eerste instantie misschien niet eens door…” Maar over een paar jaar kijken we terug en denken we, ‘hadden we dat nou maar iets anders gedaan’.

De Jonge doet wat hij kan: “Ik heb hier stiekem wat sloten afgedamd zodat het water niet weg kan lopen. Het waterschap zal er niet blij mee zijn, maar ik ga niet hulpeloos toekijken.”

‘Corona kan ons leren hoe we de klimaatcrisis moeten aanpakken’

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Channa Brunt

  1. In deze grafiek van het KNMI zie je in één oogopslag hoe uitzonderlijk de droogte van dit voorjaar is. ↩︎

Het bericht De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/de-nederlandse-natuur-lijdt-en-dat-is-ook-jouw-probleem/