Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ (Vrij Nederland)

‘Ik heb nogal een dramatische week achter de rug,’ vertelt de 39-jarige Amerikaanse schrijfster met Iraans-Kroatische wortels wanneer we elkaar via Zoom spreken. De Californische bosbranden grepen zo ongecontroleerd om zich heen dat Ottessa Moshfegh, haar echtgenoot en hun twee honden de ene brandhaard per ongeluk voor de volgende vuurlinie verruilden.

‘We reden dwars door gigantische rookpluimen van Oregon, waar ik op retraite was, naar ons huis in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. We wonen aan de voet van een groot gebergte, dat bij aankomst in lichterlaaie bleek te staan. Toen we bij het verblijf van mijn echtgenoot net buiten Palm Springs aankwamen, begon het ook daar te branden.

Nu verblijven we in de frisse lucht van Wyoming. Ik nam alleen het essentiële mee: mijn computer, wat printjes van komende projecten, het Perzisch huwelijkstapijt van mijn grootmoeder en mijn paspoort. Niet dat Amerikanen momenteel het land uit kunnen, maar toch. Het was erg angstaanjagend allemaal, maar nu berust ik. Ik geloof erg in het lot; wat moet gebeuren, zal gebeuren.’

Het ‘fucking enge’ jaar 2020

Haar zenuwen stonden het voorbije jaar wel vaker op springen, blikt de schrijfster terug op het ‘fucking enge’ jaar dat 2020 was. Want nog griezeliger dan de pandemie of de bosbranden vindt Moshfegh het politieke klimaat in de Verenigde Staten. ‘Er waren weliswaar enkele hoopvolle momenten, zoals de Black Lives Matter-protesten. Even leefde het Amerikaanse samenhorigheidsgevoel weer op, maar onvoldoende om op te wegen tegen de vrees dat dit land steeds meer op een fascistische staat lijkt. De uitkomst van de aanstaande verkiezingen zal hoe dan ook omstreden zijn. Trump heeft laten weten dat hij niet zal opgeven; dat is een duidelijke oorlogsverklaring.

Ik ben niet de enige die gelooft dat we het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten, als dat zou kunnen. Veel linkse liberalen, die toch voldoende geld hebben om comfortabel te leven, zijn ernstig verontrust. Om nog maar te zwijgen van de Trumpkiezers: die bewapenen zich alsof er een gigantische muiterij op komst is. Terwijl het alleen maar door hun eigen toedoen tot een dergelijke escalatie kan komen.’

Moshfegh zegt het allemaal zonder een spier te vertrekken. Diezelfde droge scherpte kenmerkt haar werk. Als auteur grossiert ze in eenvoudige, maar pijnlijk rake observaties; zo laconiek opgeschreven dat het hartverscheurend hilarisch wordt.

‘Ondanks alles zal ik waarschijnlijk toch in de VS blijven,’ vervolgt ze. ‘Dat heeft niets met identiteitsgevoel te maken, het is eerder zo dat ik mijn familie niet wil achterlaten. Mijn ouders zijn eind zeventig; zij gaan hun leven nu niet meer omgooien. En ik wil mijn zus en nichtjes niet missen.’

Existentiële verlossing

Ottessa Moshfegh groeide op als dochter van muzikale migranten in Newton, Massachusetts. Haar Iraanse vader en Kroatische moeder leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ze vestigden zich in de Verenigde Staten toen Iran geen optie meer was omdat daar de Islamitische Revolutie was uitgebroken. Ze speelden in allerlei orkesten, gaven les aan het New England Conservatory en voedden drie kinderen op.

Materieel waren de Moshfeghs minder bemiddeld dan de meeste van hun buren, maar cultureel waren ze uiterst gefortuneerd. Zo leerde de jonge Ottessa al piano spelen nog voor ze een woord kon lezen. ‘Klassieke muziek heeft mijn idee van verlichting erg bepaald. Ik heb altijd geloofd dat ik door hard werk, toewijding en discipline uiteindelijk zo vrij zou zijn dat ik alles kon bereiken wat ik maar wilde. Als schrijver slaag ik daar ondertussen grotendeels in, maar mijn ideeën blijven vooralsnog beter dan de uiteindelijke romans. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan het begin sta.’

‘Ik beschouw mijn schrijven als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Behalve die vroegrijpe notie van existentiële verlossing gaven haar ouders haar ook historisch perspectief mee. Zo vochten de ouders van haar moeder bij het Joegoslavische partizanenleger tegen Nazi-Duitsland. Haar vaders familie vluchtte, nadat al hun bezittingen in beslag waren genomen, uit Iran tijdens de islamitische omwenteling van 1978-1979.

‘Binnen mijn familie bestaat dus wel enige ervaring met staten die het fascisme omarmen,’ vat Moshfegh samen. ‘Maar van mijn grootouders’ activisme heb ik niets geërfd. Ik heb het simpelweg niet in me. Op sommige vlakken ben ik erg sterk, maar op andere behoorlijk fragiel. Ik ben dus meer geneigd te denken: redde wie zich redden kan. Maar ik beschouw mijn schrijven wel als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Onbeschaamd onbeduidend

Een zuiplap van een matroos die per ongeluk zijn enige vriend vermoordt, een rijke jongedame die meent dat een jaar slapen de enige manier is om een betere versie van zichzelf te ontwikkelen, een weduwe die vanuit haar blokhut een moordmysterie probeert op te lossen dat ze misschien zelf verzon: al Moshfeghs protagonisten brengen meer tijd in hun eigen hoofd door dan met anderen. Het isolement van de hoofdpersonages is de grote gemene deler van haar verhalen, hoe verschillend ze ook zijn.

Onlangs verscheen haar derde roman Death in Her Hands (in het Nederlands verschenen bij De Bezige Bij als De dood in haar handen, vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman). Het is Moshfeghs hoogsteigen versie van een whodunnit. Het onopmerkelijke bestaan van weduwe Vesta Gul en haar wispelturig hondje wordt overhoopgehaald door de ontdekking van een vreemd briefje in het bos. ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval

Maar van een lijk is geen sprake. Is Magda misschien een vrucht van Vesta’s verbeelding, een uitvlucht om haar gedachten gaande te houden en haar verstand niet te verliezen? Of is het omgekeerd en laat de moord op Magda Vesta langzaam in waanzin verglijden?

Volgens Moshfegh is het in de eerste plaats een verhaal over eenzaamheid. Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval. Moshfegh schreef de roman namelijk al een hele poos terug, tijdens haar ‘persoonlijke Jezusjaar’, oftewel de existentiële crisis die haar trof op haar drieëndertigste; niet toevallig de leeftijd waarop Gods zoon overleed.

Destijds had Moshfegh al enkele korte verhalen en de meer experimentele novelle McGlue gepubliceerd, maar van een doorbraak bij het brede publiek was nog geen sprake. Dat haar eigenzinnige thriller Eileen haar spoedig de PEN/Hemingway Award en een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize zou bezorgen, wist ze nog niet toen ze in totale afzondering Death in Her Hands schreef.

Moshfegh: ‘Ik woonde in Oakland waar ik niemand kende, had geen vrienden, mijn toekomst was vaag en ik had het gevoel dat ik niets van het leven begreep. Ik bestond bijna uitsluitend via mijn werk. Aangezien creativiteit het enige was dat ik kende, vertrouwde ik erop dat fictie me tot een inzicht zou brengen over hoe te bestaan. Anders dan ik, met mijn torenhoge ambitie, durft Vesta onbeschaamd onbeduidend te zijn. Zij hoeft niet de hele wereld uit te pluizen; het mysterie achter één vodje papier volstaat. Dat voelde erg veilig.’

‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen.’

Tegenwoordig voelt Moshfegh zich niet langer verloren wanneer ze niet achter haar schrijftafel zit, maar ze heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze grote delen van haar leven bijzonder geïsoleerd doorbracht. ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen. Populair zijn is een morele plicht, zeker hier in de VS. Je telt alleen mee als je minstens duizend volgers hebt of voortdurend berichtjes van iedereen ontvangt. Je hoort je haast te schamen voor je behoefte aan gezelschap. Alsof toegeven dat je niet honderd procent gelukkig bent met alleen zijn betekent dat je geen goede relatie met jezelf hebt, en dat dus je eigen schuld is.

Er worden tegenwoordig zulke hoge eisen gesteld, zeker aan vrouwen. Er wordt van ons verwacht dat we extra onafhankelijk zijn. Als je ook maar een beetje aan je mannelijke partner gebonden bent, geeft de maatschappij je al snel het gevoel dat je gefaald hebt in het feministische ideaal. Dat vind ik ontzettend oneerlijk.’

Zielsverwant

Drie jaar geleden zakte schrijver Luke Goebel vanuit zijn woestijnhut af naar Ottessa Moshfeghs appartement in Los Angeles om – in zijn eigen woorden – ‘de meest geniale literaire stem van zijn generatie’ te interviewen. Na een marathon van een maand waarbij het interview alleen maar werd onderbroken voor seks en slaap, vertrok hij om vervolgens met een diamant terug te keren. De robuuste edelsteen blinkt nu samen met hun trouwring aan Moshfeghs ringvinger.

Het is een wel erg romantisch verhaal voor iemand die jarenlang zweerde bij het celibaat, omdat ‘ware liefde een illusie is’ en ‘de meeste mannen toch saai en kinderachtig zijn’, zoals Moshfegh nog beweerde in een interview met Harper’s Bazaar uit 2016.

Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven

‘Ik verafschuwde de romantische ervaringen die ik tot dan toe had. Na elke verhouding had ik het gevoel mezelf verspild te hebben. En dat klopte waarschijnlijk ook, aangezien ik niet met de juiste persoon samen was. Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven. Vlak voor ik de deur opende om mijn interviewer binnen te laten, voelde ik al dat er iets groots te gebeuren stond. “Oh shit,” dacht ik toen ik Luke zag, “daar ben je dan.” Daar klopte ineens mijn zielsverwant aan de deur, iemand die me kwetsbaarheid en zelfexpressie kwam bijbrengen. Ik had geen geweldigere ervaring voor mezelf kunnen verzinnen.’

Over de vraag of zij afhankelijk is van haar echtgenoot hoeft ze nog geen twee seconden na te denken. ‘Natuurlijk, wij zijn geen twee satellieten; we proberen als een familie samen een leven te delen.’

Wanhoop en onverschilligheid

Ottessa Moshfegh heeft nu wel het grote liefdesgeluk gevonden, maar haar personages houden er allesbehalve bevredigende relaties op na. Wanhoop en onverschilligheid tekenen hun verhoudingen, en niet zelden zijn hun verlangens vreemd of verstorend.

Dat haar protagonisten zich daarbij niet gedragen zoals van vrouwen verwacht wordt, stuit moraalridders nogal eens tegen de borst. Zo kwam bijvoorbeeld, ook vanuit feministische hoek, veel kritiek op de hoofdpersoon van Eileen: een jonge, verbitterde vrouw die in een gevangenis voor minderjarigen werkt en haar paranoïde, alcoholverslaafde vader onderhoudt. Ze is gefascineerd door haar eigen ‘oceanische’ ontlasting en de geur van haar genitaliën, en houdt er als maagd levendige verkrachtingsfantasieën op na.

‘Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend.’

Moshfegh vindt het verbazingwekkend dat mensen daar aanstoot aan nemen: in haar ogen is Eileen namelijk een perfect normaal personage, zeker in verhouding tot haar weinig liefdevolle omgeving. ‘Onze samenleving is zo verknipt dat het gewoon onmogelijk is om puur te blijven. Mij interesseert hoe mensen reageren op alle giftigheid die hen omgeeft.

De VS gaat prat op haar christelijke waarden, maar is tegelijk wel het meest destructieve land ter wereld. We weten allemaal dat de wereld naar de kloten is, waarom doen we dan alsof dat niet zo is?’

Sowieso genaaid

Moshfegh moet niets hebben van labels en noemt zichzelf noch haar werk feministisch; al was het maar omdat ze geen idee heeft waar dat woord tegenwoordig eigenlijk voor staat.

‘Natuurlijk ben ik voor gelijke rechten en tegen misbruik, maar dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik begrijp niet hoe dat feminisme kan heten. Is feminisme de MeToo-beweging? Betekent feminisme dan dat ik niet verkracht wil worden? Ik wil mijn genderidentiteit niet laten definiëren door wat een bende klootzakken andere vrouwen heeft aangedaan.

Vrouw zijn betekent voor mij niet slachtoffer zijn. Vrouwen zijn ongelofelijk krachtig, wijs, productief, vervuld van heilige energie. Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend: vrouwen zijn eeuwenlang ondergerepresenteerd en onderdrukt, dat weten we allemaal. Er vallen nog zoveel andere verhalen te vertellen. Trouwens, wat je gender ook is, je wordt sowieso genaaid. Als ik met al mijn gevoeligheden een penis had, zou ik ook problemen hebben.’

Kunst en de dood

Al Moshfeghs personages worden geplaagd door existentiële vervreemding, voortvloeiend uit de onmogelijkheid zich tot deze verwarrende samenleving te verhouden. Moshfegh zelf werd op haar vijfde voor het eerst overvallen door een overweldigend gevoel van vergankelijkheid.

‘Als kleuter had ik een soort van openbaring waardoor ik plotseling begreep ik dat ik op een dag zou sterven. Alles kwam me ineens zo zinloos voor. Ik vroeg me af waarom we daar braafjes prenten zaten in te kleuren, alsof we niet allemaal vroeg of laat doodgingen. Recentelijk ben ik mezelf gaan afvragen of ik autisme heb. Misschien was dat onbehaaglijke gevoel wel het gevolg van mijn onvermogen om bepaalde neurologische input te verwerken. Maar waarschijnlijk is dat vooral wishful thinking, vanuit de hoop dat zo’n diagnose zou verklaren waarom ik me al van jongs af aan niet op mijn plaats voel.’

Het korte verhaal ‘A better place’, opgenomen in Moshfeghs bundel Homesick for Another World, thematiseert die existentiële malaise op een metafysische, bijna folkloristische manier. Zo gelooft het piepjonge hoofdpersonage dat ze van een andere, betere plek komt; eentje waarnaar ze alleen terug kan keren door dood te gaan, of door de juiste persoon te vermoorden. In dat laatste geval zal zich een zwart gat voor haar openen als toegangspoort tot die andere, betere plek. ‘Earth is the wrong place for me, always was and will be until the day I die’, schrijft Moshfegh. Ze noemt het een van haar ‘beste, meest persoonlijke’ verhalen.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen.’

Nu ze de veertig nadert, is de vervreemding die ze als kind ervoer nog even groot.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen. Ik geloof dat het erg gezond is om je zo bewust te zijn van je eigen sterfelijkheid. Door mezelf te omarmen als een tijdelijk wezen, dat op deze aarde is gezet om zichzelf uit te drukken, kan ik me makkelijker losmaken van alle verdriet en woede die mijn gedrag stuurden toen ik jonger was.’

Zo overwon ze een depressie, eetstoornis en alcoholverslaving; demonen waarmee ook veel van haar protagonisten kampen. ‘In mijn werk staat weinig dat ik niet grondig persoonlijk onderzocht heb.’

Dat vergankelijkheidsbesef werd de voorbije jaren aangescherpt door het overlijden van Moshfeghs jongere broer, met wie ze een erg hechte band had, en de zelfdoding van haar voormalig mentor, schrijfster Jean Stein. ‘Ik ontdekte dat kunst en de dood elkaar overlappen. Ik geloof dat er een niet-wereldse sfeer bestaat waar iemands energie naartoe gaat als zijn leven op aarde beëindigd is. Dat is ook het domein van verbeelding en inspiratie. Nu ik van mensen houd die zich niet meer op deze aarde bevinden, is zowel mijn leven als mijn werk betekenisvoller geworden. Zelf ben ik niet bang voor de dood, wel voor de pijn van het sterven. Maar een eeuwigdurend leven en bewustzijn lijkt me vele malen erger dan de dood.’

Regelmaat en discipline

‘Ottessa Moshfegh is de interessantste hedendaagse auteur over wat het betekent om te leven in een tijd waarin leven verschrikkelijk voelt,’ prees critica Jia Tolentino in The New Yorker Moshfeghs talent.

In haar onverholen, van literaire trucjes gespeende taal legt ze de vinger precies op de zere plek. Ze beroert de oervervreemding die we tegenwoordig zo bedrijvig proberen verdringen.

Zo bereikte ze intussen een ware cultstatus. Maar ze is zelf de eerste om die populariteit te relativeren. ‘De mensen die mijn werk nu belangrijk en emblematisch noemen, wilden op school geen vrienden met me zijn. Maar ik ben nog steeds dezelfde; ik heb mijn schrijven niet aangepast aan de wensen van mijn lezers. Ik geloof dat ik gewoon geluk heb gehad met de culturele stroming van dit moment. Veel hipsters voelden zich aangesproken door My Year Of Rest And Relaxation (in het Nederlands vertaald als Mijn jaar van rust en kalmte, JA) omdat hun interesses toevallig samenvallen met die van de protagoniste in dat boek. Waarschijnlijk voelen velen van hen zich teleurgesteld na het lezen van Death In Her Hands. Maar dat vind ik prima; ik schrijf niet voor hipsters.’

‘Als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen.’

Sowieso trekt Moshfegh zich weinig aan van wat anderen, lezers noch critici, van haar denken; daarvoor is haar mentale welzijn haar te dierbaar. Om dezelfde reden blijft ze ook ver weg van sociale media. ‘Mijn internetgebruik blijft heel bewust beperkt tot research, e-mails en grasduinen op eBay. Zo hoop ik totale intoxicatie te vermijden.

Ik voel me het beste wanneer ik mezelf als een patiënt in een ouderwets sanatorium behandel; met veel regelmaat, routine en discipline. Zonder plan word ik angstig. Wanneer ik niet aan het werk ben of mezelf niet met interessante ervaringen voed, voelt mijn leven dom en zinloos aan. Dan voel ik letterlijk hoe elke hartslag me dichter bij de dood brengt.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Ik hou ervan om volledig in mijn schrijven op te gaan. Maar een dergelijke extase verkrijg je niet zonder discipline. Daarom geloof ik dat discipline een daad van geloof is: als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen. Ik kan tien opeenvolgende dagen geen enkele bruikbare zin op papier krijgen, maar op de elfde dag zal ik iets ontdekken. Die ontdekking is niet mogelijk zonder het voorafgaande geknoei. Zo meet ik mijn succes als schrijver niet door wat ik al bereikt heb, maar door de discipline die ik aan de dag weet te leggen.’

Het bericht Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/ottessa-moshfegh-interview/

Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom (Vrij Nederland)

De toestand in de wereld is door de massale demonstraties in Amerika en Wit Rusland weer eens zodanig dat de pessimisten het grootste gelijk van de wereld kunnen binnenhalen. Je moet een heel speciaal soort röntgenapparaat gebruiken om door het vuur, het politiegeweld en de plunderingen nog iets te zien dat lijkt op vreedzamer tijden.

Philipp Blom, de Oostenrijkse historicus die in De duizelingwekkende jaren en Alleen de wolken ‘de cultuur en crisis in het Westen’ heeft beschreven vóór en na de Eerste Wereldoorlog (en dus goed op de hoogte is van verschrikkingen), wordt in zijn nieuwe essay Het grote wereldtoneel moeiteloos bevestigd in zijn visie dat we beland zijn in de zogenaamde ‘omegafase’, genoemd naar de laatste letter van het Griekse alfabet.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis.

We bevinden ons in de laatste fase van de wereld, vindt Blom. Het is de toestand ‘van extreme en rampzalige neergang’ waarin een bedrijf of instelling probeert de neergang tegen te houden door juist sneller en radicaler door te gaan op de oude voet: nog grotere productiviteit, innovatie, bezuinigingen, ontslagen en uitverkoop.

kolossale ramp

Drie jaar geleden zag Blom er ook al geen gat in toen hij zijn essay Wat op het spel staat voorspelde dat alleen een kolossale ramp mensen tot bezinning zou kunnen brengen, zoiets als de aardbeving van Lissabon in 1755 was daar voor nodig.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis. Alleen niet helemaal op het goede moment. Blom was door de directie van de Salzburger Festspiele gevraagd een essay te schrijven met de titel ‘Het grote wereldtoneel’. Met zo’n titel kan Blom wel uit de voeten, gegeven zijn apocalyptische visie op het wereldgebeuren.

Blom schreef zijn essay en op het moment dat het klaar was brak de coronacrisis uit.  Hij kon er nog net een hoofdstuk aan toevoegen. Maar eigenlijk was dat niet nodig. Het hele essay stond al in het teken van de omegafase en de transitie van een oude naar een nieuwe wereld waarin gebroken zou zijn met alle opgestapelde slechte eigenschappen van het Westen: van het leegroven van de aarde tot het smeltende ijs.

suicidaal hyperkapitalisme

De coronacrisis is volgens Blom te wijten aan de ongeremde, geglobaliseerde expansiedrift van het westerse kapitalisme (‘het suïcidale hyperkapitalisme’). Het is de ramp die de urgentie van de noodzakelijke veranderingen in de wereld manifest maakt.

Er is duizenden jaren lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd.

Zoals de aardbeving van Lissabon het vertrouwen in de rationele wereldorde en in het zogenaamd goedertieren Christendom (had God niet het beste met ons voor?) verstoorde, zo heeft volgens Blom de coronacrisis de menselijke ijdelheid een knak toegebracht door zich nergens iets van aan te trekken, en al helemaal niet van een rationele wereldorde – die orde heeft niets in de brengen tegenover een eenvoudig, maar verraderlijk virus.

Het grote wereldtoneel is een essay waarin onomwonden staat dat de mensheid het heeft verbruid. Er is ‘millennia’ (duizenden jaren) lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd. De ‘culturele mal’, waarin drie millennia menselijke ambitie vastzitten, zou ‘open gewrikt’ moeten worden om de mensheid af te helpen van de narcistische visie die ze van zichzelf heeft.

De mensheid heeft al die tijd ‘oorlog tegen de toekomst’ gevoerd, dat wil zeggen heeft een gezonde toekomst voor de komende generaties twijfelachtig gemaakt door de gepleegde roofbouw, het bekende rijtje: luchtvervuiling, zeespiegelstijging, ontbossing, uitputting fossiele brandstof, plastic soep, bosbranden etc. Daar zitten de komende generaties mee opgescheept.

een nieuwe verlichting

Ondanks de Cassandra-rol die Blom zo fervent speelt blijft hij niet hangen in de diagnose van de totale afgang. Hij speelt met de gedachte aan een drastische vernieuwing van het wereldtoneel, ‘een nieuwe verlichting’ waarin geducht geleerd wordt van het verleden. Er zou dan ook gebroken moeten worden met dat verleden. Er zou bijvoorbeeld een eind moeten komen aan de figuur die het Westen sinds mensenheugenis zou hebben gedomineerd: ‘het rationele, zelfbeschikkende en vrij handelende individu.’

Die verdwijnt ‘van het historische toneel als een vale fictie.’ Dat vrij handelende individu verdwijnt omdat men is gaan inzien dat alles en iedereen met elkaar samenhangt, niets los van elkaar staat, alles aan elkaar vast zit. Iedereen is afhankelijk, een individu is niets meer op zichzelf.

Om die nieuwe verlichting mogelijk te maken, om die te kunnen denken, moet de individuele verbeelding vervangen worden door een gemeenschappelijke verbeelding. Daarin wordt dan een milde strijd om ‘beelden’ gevoerd, om ‘sterke totems’. Dat zijn, vertaal ik in mijn eigen woorden, ideeën over de nieuwe inrichting van het bestaan.

Daar heeft Blom gedachten over: niet meer narcistisch denken, maar altruïstisch, niet individualistisch, maar gemeenschappelijk, niet meer het uitleven van de egoïstische morele instincten (‘zelfoptimalisering’), maar denken aan anderen, niet meer het rationele wezen uithangen, maar erkennen dat de mens door irrationele gevoelens wordt gedreven.

menselijke hybris

Blom is een historicus en essayist die sterk in termen van ‘gedeelde ervaringen’ denkt. Het is alsof elk individu bij hem de hele geschiedenis in zich heeft. Het woord ‘collectief’ valt helemaal niet in dit essay, maar bij Blom hebben mensen wel alles gemeenschappelijk. De aardbeving zorgde voor alle Lissabonners voor een trauma, niemand uitgezonderd.

Vóór de coronacrisis was een ‘gedeelde ervaringshorizon’ afwezig en die werd volgens Blom ook node gemist in de tijd van egoïstische ‘zelfoptimalisatie’. De coronacrisis maakt iedereen bescheiden omdat iedereen ervan doordrongen wordt dat hij niets in te brengen heeft tegen een virus. De menselijke hybris legt het loodje.

Het lijkt er misschien op dat Het grote wereldtoneel een mooi samenhangend essay is met een wat doorgeschoten apocalyptische boodschap, maar dat is het toch niet. Het is soms kraakhelder, maar ook tamelijk warrig en maakt wonderlijke sprongen. Het staat vol vertrouwde namen en denkers, maar Blom is lang niet altijd te volgen in de vlucht die hij neemt.

zelfoptimaliserend wezen

Wij zouden drie millennia geschiedenis met ons mee dragen en moeten afschudden willen we ‘een nieuw soort homo sapiens’ kunnen worden die de toekomst aan kan. Drie millennia is veel, alleen niet voor degenen die denken dat we, zoals Blom, in de kern eigenlijk nog heel eenvoudige primitieve mensen zijn. We moeten van denkgewoonten veranderen, staat ergens anders, ‘die veel ouder zijn dan de Verlichting’.

Het komt er op neer dat het redelijke, zelfstandige en tamelijk vrije individu dat de Verlichting en de Romantiek samen hebben laten ontstaan, maar dat door Blom tot een egoïstisch zelfoptimaliserend wezen wordt gereduceerd, van het historische toneel moet verdwijnen. Zo heeft voor Blom ook ‘het liberale verhaal zijn verleidingskracht verloren’. Dat kan helemaal niet, omdat het ‘liberale verhaal’ nooit (behalve met het neo-liberalisme) alleen dominant is geweest, het heeft altijd samen moeten werken met sociale bewegingen.

Philipp Blom is niet de enige commentator die verstrekkende conclusies trekt uit de coronacrisis. Het zou niet alleen maar een praktische en economische ramp zijn, het zou ook een ‘intellectuele crisis’ zijn die de ‘fundamentele concepten’ binnen de westerse cultuur op losse schroeven zet.

Waar denkt Blom dan aan? Wel, aan niet minder dan de ‘menselijke wezens’. Die blijken, zoveel is ‘duidelijk geworden’, ‘lang niet zo bijzonder en machtig als ze zelf graag denken.’

Dat is niet mis en een hele fundamentele conclusie op grond van een paar maanden coronacrisis. Er zit niets anders op dan dat die menselijke wezens eens bij zichzelf te rade gaan en een toontje lager gaan zingen. Dat zal ze leren.

Het grote wereldtoneel. Over de kracht van de verbeelding in crisistijd door Philipp Blom is vertaald door  W. Hansen en uitgegeven door De Bezige Bij.

Het bericht Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/literaire-kroniek-philipp-blom/

Recensie: Robert Haasnoot – Duinbrand (Tzum)

Tegengestelde krachten

Zwaar calvinistische vormen van christendom spelen tot de dag van vandaag een belangrijke rol in de Nederlandse literatuur. Robert Haasnoot voert daarvoor in zijn romans graag het zwaartillende Katwijk aan Zee op, bij hem Zeewijk genoemd. Hij woont er al bijna zijn hele leven en het is dus geen wonder dat zijn werk veel autobiografische elementen bevat. Zo ook in Duinbrand, waarin een groep ‘zigeuners’ ten onrechte meent hier welkom te zijn.

De insteek is veelbeproefd: een jongen en een meisje met totaal verschillende achtergronden raken verliefd, terwijl de groepen waaruit zij afkomstig zijn op voet van oorlog met elkaar staan. In Duinbrand, dat zich afspeelt in de jaren zeventig, gaat het om de dertienjarige Paul, afkomstig uit een benauwd, zwaar gereformeerd gezin en zigeunermeisje Kima, dat meekwam met een grote groep rondtrekkende families. Een accordeonist uit een van die families was ooit eerder in Zeewijk en ondervond daar, als niet bedreigend ervaren eenling, geen kwaad. De Zeewijkers en toeristen gaven hem bovendien gemakkelijk geld voor zijn steeds herhaalde polka’s

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2020/07/Duinbrand-1-189x300.jpg?x48649

Dat hele zigeunerfamilies hier dus welkom zouden zijn, was zijn misrekening. Al snel na hun aankomst in de Zuidduinen ontstaat een dreigende sfeer, gevoed door vooroordelen en misverstanden. De eerst moeizame contacten tussen Paul en Kima, die elkaar niet kunnen verstaan, hebben er aanvankelijk niet onder te lijden.

Haasnoot kent zijn materie door en door, strooit trefzeker met bijbelteksten, die voor de in deze materie niet-ingewijde lezer gemakkelijk lachwekkende vormen aannemen. Het is ook haast niet voorstelbaar dat gezinsleden onderling in zulke hoogdravende raadseltaal spreken om duidelijk proberen te maken wat ze feitelijk bedoelen.:

‘Slecht of minder slecht, we zijn allen van één lap gescheurd,’ zegt Marre-Leu wrevelig. ‘“Er is niemand die goed doet, ook niet één”, zegt de Schrift.’ En ze richt zich weer tot moeder. Legt een hand op haar onderarm. ‘Maar het is een eeuwig wonder van ontfermende genade dat de Heere toch nog bemoeienis wil hebben met gevallen Adamskinderen. Dat Hij in Zijne goedheid sommige van hen uit de wereld wil trekken tot Zijn wonderbaar licht. Ondanks dat zij na de bondsbreuk alles, maar dan ook álles verbeurd hebben.’
‘Precies,’ zegt vader. ‘En dat naar zijn soeverein, vrijmachtig welbehagen.’

De puberromance staat model voor intermenselijke contacten, in het bijzonder met vreemdelingen, die niet vergiftigd zijn door vooraannames en kwaadwilligheid. Haasnoot springt daarbij moeiteloos van de ene scene naar de andere en weer terug, waarmee de gelijktijdigheid van bepaalde ontwikkelingen mooi uitkomt. Terwijl Paul en Kima, die zich in eigen kring gevangen voelen, maar zich er toch ook niet geheel van los willen of kunnen maken, elkaar naderen, bereiden bepaalde krachten van beide kampen zich elders in het dorp voor op een harde botsing. De laatsten zijn niet bereid om met een open blik naar de ander te kijken. Wat de bekeerde en daardoor volledig in haar geloof doorgeslagen Marre-Leu is in de gereformeerde omgeving, is Taleyta, die overtuigd is van bovennatuurlijk krachten en Kima ‘behekst’, in het kampement van de zigeuners.

Haasnoot kent het zwaar gereformeerde wereldje dus van nabij en geeft daar ook voortdurend blijk van, Duinbrand is echter vooral een roman met een impliciet antropologische blik, waarin hij beide opgevoerde groepen met kritische distantie benadert. Daarmee voorkomt hij doeltreffend dat het boek in oppervlakkigheid blijft steken.

André Keikes

Robert Haasnoot – Duinbrand. De Geus, Amsterdam, 248 blz. € 20.

Het bericht Recensie: Robert Haasnoot – <em>Duinbrand</em> verscheen eerst op Tzum.

https://www.tzum.info/2020/07/recensie-robert-haasnoot-duinbrand/

Feynman en/of Feiten – Trial by media (GeenStijl)

De zorgvuldige frame “blanke agent vermoord zwarte man”, werd zonder verdere context gebracht

https://image.gscdn.nl/image/334037a0cc_triooooo.jpg?h=True&w=880&s=0d5c7451d0c4628b6f17a36761d06106

https://image.gscdn.nl/image/1f25c92c78_triooooo.jpg?h=True&w=880&s=38bea21eada4e76981cb33825ab6bc5b

George Floyd werd door vier agenten vermoord. Eentje stond op de uitkijk, drie deden hun knie op hem en Derek Chauvin plaatste bijna negen minuten zijn knie in de nek van George. De beelden zijn duidelijk, wat die agenten in hemelsnaam dachten helaas niet.

Links ziet u J Alexander Kueng, een geadopteerde Afrikaanse Amerikaan, hij was op zijn derde stagedag. Zijn achternaam is Chinees of Koreaans. De middelste, Thomas Lane, was op zijn vierde stagedag. Beiden zaten samen met field training officer Derek Chauvin op George. De rechter Tou Thao, een Aziaat, raakte George niet aan en stelde zelfs voor een hobble device te gebruiken.

Veel Amerikaanse agenten klussen bij om een normaal inkomen te halen. Zo ook Derek Chauvin, hij deed dat met George Floyd. Slachtoffer en dader waren collega's, ze hebben zelfs samen diensten gedraaid bij een nachtclub. Ze kenden elkaar. Derek Chauvin is (nog eventjes) getrouwd met een vluchtelinge uit Laos die een missverkiezing won.

De zorgvuldige frame “blanke agent vermoord zwarte man”, werd zonder verdere context gebracht. Omdat de hoofddader blank is, en meestal alleen werd afgebeeld, ontstaat het vooroordeel dat deze moord racistisch ingegeven was. Het ontstak een diepe veenbrand in de maatschappij. Rellen en plunderingen met als dieptepunt de dood van een 77 jarige zwarte agent met 38 dienstjaren.

We maken eerst een karikatuur van de moord op George Floyd, en gaan vervolgens daartegen protesteren. Tegen een gecultiveerd incident, vanwege een structureel probleem.

https://image.gscdn.nl/image/0e53d9b1fc_new-george-floyd-arrest-video-screengrab-exlarge-169.jpg?h=True&w=880&s=1630c6634056cf1ef450a662180a44cf

Agenten hebben het idee dat zo lang je kunt zeggen dat je geen lucht krijgt, je blijkbaar lucht langs je stembanden ademt en dus overdrijft. Met zijn knie drukte Derek de halsslagader van George Floyd dicht. Daarmee ontstaat zuurstoftekort in het brein. Je ziet 'm slaperig worden voor hij sterft. Wisten de agenten welk risico hij met deze veelgebruikte methode nam?

Had Derek de dood als doel, of het risico daarop aanvaard? De mate van opzet bepaalt in een rechtssysteem welk delict het is. Een verwijtbaar ongeluk levert dood door schuld, een goed opgezet plan maakt het moord. Derek werd eerst voor moord in de derde categorie vervolgd, inmiddels de tweede. De drie andere agenten voor medeplichtigheid, dankzij volksgericht.

De agenten die 75 jarige man omver duwde (die een helm terug wilde geven) verklaarde eerst dat de man gevallen was. Hij struikelt na een paar stappen, maar is daarvoor geduwd. Tientallen agenten stappen langs hem heen terwijl er bloed uit zijn schedel loopt. Het is een militair die eerste hulp verleent. De agenten werden pas vervolgd nadat de beelden uitlekten.

Het is pijnlijk om te zien hoe vervolging een speelbal wordt van publiciteit en volkswoede. De onafhankelijke positie van het OM binnen de trias politica wankelt. De omerta onder politiediensten, samen met anonieme ordetroepen faciliteren dat. Het OM wordt gedwongen direct en publiekelijk beslissingen te nemen, wat de ruimte voor onderzoek beperkt. De problematiek is complex.

Binnen onze multiculturele samenleving is ooit onderzoek gedaan naar vreemdelingenhaat. De meeste wrevel bleek tussen Turken & Marokkanen te zitten. Een stageregisseur die werd ingeschakeld om minderheden aan een stage te helpen, kwam erachter dat zelfs bedrijven in eigendom van minderheden niet zaten te wachten op pubers uit hun eigen etnische groep.

Binnen de Surinaamse gemeenschap is het bleken van de huid een taboe. Men gebruikt chemicaliën om blanker te worden, met alle schadelijke gevolgen van dien. Het is een inkijkje dat binnen de regenboog aan huidskleuren blijkbaar is opgedeeld in sociale kasten en dat daar een rangorde in is aangebracht met een sociale ladder die beklommen moet worden.

Onder blanken is de gebronsde huid dankzij carcinogene UV-straling een statussymbool. Tunnelvisie op de oude witte of oranje man laat je de opbouw naar spanningen tussen Hutti's & Tutsi's of Serven & moslims missen. Tijdens de covid-lockdown werden Afrikanen door de Chinese overheid volledig vergruisd, alsof het magere heinen waren die het virus persoonlijk kwamen brengen.

Tijdens de antiracisme demonstratie moesten blanke betogers achteraan staan, en de meest gepigmenteerde vooraan. Waarom moet het beeld naar buiten dat alleen zwarten protesteren?! Waarom is het beeld dat iedereen protesteert tegen discriminatie ongewenst? De NOS bepaalt ook al op afkomst en huidskleur wie er in beeld mag.

GroenLinks twitterde landelijk over de demonstratie op de Dam: “ga je ook”. Femke Halsema liep ertussenin, besloot eenzijdig niet te handhaven, deelde die beslissing mee aan Ferd Grapperhaus en probeerde daarna dat appje te verheffen tot ruggespraak. Een burgemeester hoort de orde en volksgezondheid te bewaken, maar kiest samen met haar partij voor een politiek evenement.

Mark Rutte zegt ingebakken racisme niet met nieuwe wetten te willen aanpakken, maar liever in het openbaar zijn visie te verkondigen. “Normeringen uitspreken” Nou, dan mag hij beginnen bij zijn eigen discriminerende belastingdienst. Okay, er worden een paar topambtenaren vervolgd, maar slachtoffers wachten nog steeds op (de rest van) hun geld en leesbaar dossier.

Racisme eist geen blanke huidskleur, iedereen kan het, velen doen het.

https://www.geenstijl.nl/5153809/feynman-en-of-feiten-trial-by-media/

Droogte (De Bezieling)

Begint het coronanieuws u wat te vervelen? Annemarie Scheerboom –  net terug van zwangerschapsverlof – wijst op een ander acuut probleem: droogte. Goed om daar als individu een oplossend steentje aan bij te dragen (of beter: weg te dragen). Daarnaast is het hoogste tijd voor meer grootschalige waterinnovaties.

Door Annemarie van Diepen-Scheerboom

Corona is alweer oud nieuws. Maar er is een nieuw thema om ons massaal in te verdiepen: droogte. Ik merk het aan onze mooie bloemetjes die aan het eind van de dag in kurkdroge potjes zitten, een tijdje terug hebben we in ons eigen land een natuurbrand gehad van recordomvang en langzaam maar zeker verschijnen er over de droogte steeds meer nieuwsberichten. Zo wordt er gewaarschuwd dat er al relatief vroeg in het jaar lage waterstanden zijn. Hoe moet dat als het straks echt zomer is?

Plantpedagogiek

De meest voor de hand liggende oplossing is natuurlijk besparing: als we niet te veel water verbruiken, houden we aan het eind van de rit voldoende over. Maar wat zo makkelijk voorgesteld wordt, is in de praktijk balanceren. Mensen met een beetje planten in de tuin zijn nu namelijk al aan het bewateren, want ja, al die plantjes dood laten gaan is ook weer zo wat. Toch valt er wel wat af te dingen. Planten die in de volle grond staan gaan na een beetje droogtestress juist dieper wortelen. Niet te snel verwennen met extra water dus, maak ze maar wat zelfredzamer. Plantpedagogiek, goed voor u, uw plant en het waterpeil. Mochten de planten het nou echt niet doen met weinig bewatering, dan kunnen we op een gegeven moment altijd nog aan de cactussen. Om slim te bewateren kunt u trouwens als de douche opwarmt het koude water opvangen. U denkt misschien, dat ene litertje, ach… maar met 17 miljoen mensen is dat per dag 17 miljoen liter in de landelijke gieter.

Steentjes weg

Fijn dat we allemaal nu wat meer thuis zijn, want met wat tuinaanpassingen kunnen we ook weer een steentje bijdragen. Namelijk door wat steentjes weg te halen. Tegenwoordig is het heel hip om tuinen ‘onderhoudsvriendelijk’ te maken. Dit houdt in dat de tuin bekleed wordt met zo groot mogelijke tegels zodat er geen onkruid hoeft te worden gewied. Nu die tegels zo groot worden uitgevoerd, is de hoeveelheid onkruid tússen de tegels zelfs ook weer gedaald. Superefficiënt, maar naar mijn mening ook superlelijk en in het kader van droogte zeer onpraktisch. Al het regenwater wat nog wel wil vallen spoelt namelijk zo weg het riool in of verdampt en heeft geen kans om de grond in te zakken. Zonde, zonde, zonde. Aangeraden wordt om maximaal veertig procent van de tuin van steen te laten zijn, en de rest gewoon volle grond. Door die volle grond kan de aarde weer lekker sponzen. Als we dus op deze aarde willen bestaan, zullen we toch echt af en toe met onze beide benen ín de aarde moeten staan. De eerste mens werd trouwens door God in een prachtige tuin gezet die hij mocht beheren. Zo zie je maar wat voor een belangrijke taak tuinonderhoud is.

Waterinovaties

En verder: slimmer watergebruik. Het verbaast me eigenlijk dat we nog zo’n primitief watersysteem hebben. Om maar wat te noemen: de wc doortrekken met een paar liter superschoon drinkwater, dat is toch eigenlijk niet meer van deze tijd? Als Nederland zo slim is met water, dan moet dat toch beter kunnen. Zijn er toevallig een paar genieën werkloos geworden door de coronacrisis? Laat maar doorstromen naar deze vitale beroepstak, want we snakken naar slimme waterinnovaties. Maar ook de simpele gelovige kan dus al veel doen.

 

https://www.debezieling.nl/droogte/