Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan (Vrij Nederland)

Hoe creëer je water in de woestijn? Wie daar het antwoord op weet, kan een wezenlijke bijdrage leveren aan de klimaatverandering. Het zou de sleutel kunnen zijn tot leefbaarheid op een van de onherbergzaamste plekken ter wereld, tot de ontginning van dorre stukken zand.

Die sleutel wordt geleverd door de Haagse beeldend kunstenaar Ap Verheggen in het Nederlandse paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Dubai die op 1 oktober open gaat en tot 31 maart 2022 is te zien, en waar meer dan tweehonderd landen en organisaties zich zullen presenteren.

Honderden liters water worden uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Verheggen, die opereert op de kruising van kunst en techniek, ontwikkelde met de SunGlacier een installatie die nog belangrijker zou kunnen worden dan de olieboor. Om de verwoestijning tegen te gaan en drinkwater te brengen naar onbewoonbare gebieden, maakte hij een machine die stroom haalt uit zonnepanelen. De machine vangt de luchtvochtigheid op die in Dubai relatief hoog is en zet die om in regen. Die druipt en plenst straks in het Nederlandse paviljoen. Honderden liters water worden zo uit de lucht opgevangen op een plek waar drinkwater gewoonlijk op grote diepte in bronnen wordt gewonnen.

Lees ookFotodocument Dubai: Een orgie van kitsch en overdaad7 oktober 2018
Fata morgana

Ja, de bron in de lucht is er daadwerkelijk. Dat is te zien aan de nevels die de wolkenkrabbers van Dubai halverwege aan het zicht onttrekken. Alsof er zich dagelijks een fata morgana in de Emiraten openbaart.

De SunGlacier is niet alleen de sleutel tot leefbaarheid in de woestijn, maar ook tot het binnenklimaat in het paviljoen. Op zes meter diepte wordt dankzij de sproeiers van Verheggen en de kleurrijke zonnepanelen van Marjan van Aubel een voedselberg tot leven gebracht. Tijdens de Wereldtentoonstelling levert deze berg tomaten, asperges en kruiden, terwijl de wanden zijn bedekt met oesterzwammen.

Nog iets bijzonders: de bezoekers zullen onder in de ‘put’ een paraplu moeten opsteken. Dit zal in Dubai ongetwijfeld tot open monden leiden.

Kruispunt

De Wereldtentoonstelling, die eigenlijk in 2020 zou worden gehouden maar vanwege corona een jaar is uitgesteld, is de eerste mega-manifestatie in de Arabische Emiraten en ook de eerste sinds 2010 waar Nederland zich weer presenteert.

Was het paviljoen in 2010 een betrekkelijk kolderieke Hollandse hellingbaan met huisjes waarin alle clichés over Nederland op de hak werden genomen, ‘Dubai’ is serieuzer van toon en allesbehalve een architectonisch icoon. Het is twee voor twaalf, waarschuwt kunstenaar Joep van Lieshout met zijn klokken in het interieur die lijken te crashen. De eerste telt af naar de Apocalyps, de tweede belooft een nieuwe dageraad.

Op dat kruispunt staat de wereld nu. Smeltende poolkappen en onbedwingbare bosbranden. Om met Annie M.G. Schmidt te spreken: ‘Vluchten kan niet meer. Ik zou niet weten waarnaartoe.’

Polder ontmoet de woestijn

Anders dan in Shanghai (2010) en Hannover (2000) was er dit keer een bescheiden budget, en voor kunst al helemaal niks.

Hannover werd destijds gekenmerkt door de iconische architectuur van MVRDV, een stapeling van landschappen. In Shanghai liet John Körmeling de Chinezen zien dat er ook hellingen kunnen voorkomen in het vlakke Nederland. Grote publiekstrekker waren daar de schapen van het kunstenaarscollectief Zus. Je zag er bezoekende Chinezen een portie friet eten op een wollig beest.

Curator Monique Ruhe strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen.

Dat soort frivoliteiten zijn er in Dubai niet, domweg omdat de vraagstukken zo nijpend zijn. Water, voedsel en energie, dat zijn de kapstokken waar het paviljoen aan is opgehangen. Het waren de onderwerpen die het ministerie van Buitenlandse Zaken meegaf.

Curator Monique Ruhe (binnenkort cultureel attaché in New York) strikte kunstenaars die op uiteenlopende manieren het klimaat verbeelden en mogelijke oplossingen aandragen, van Kadir van Lohuizen met zijn onheilspellende foto’s tot Theo Janssen en zijn skeletachtige strandbeesten.

Daan Roosegaarde brengt in Dubai de première van zijn film Grow, waarin hij de schoonheid van het agrarisch landschap laat zien, een ‘dreamscape’ dat duidelijk moet maken dat de landbouw niet afhankelijk hoeft te zijn van pesticiden.

Birthe Leemeijer, bekend van de ijsfontein in Dokkum, ving voor het paviljoen van Dubai het water in de oudste polder van Nederland op en zette dat om in een parfum waarin de geur van weilanden, koeien, hooi en mest is samengebald: parfum de Mastenbroek. Het stroomt in een leiding langs de wanden en sprenkelt hier en daar op de grond. Ook dat is een lucht die voor woestijnbewoners ongekend is. Polder ontmoet de woestijn, kan het contrastrijker?

Bouwput

Het is heet in Dubai, oplopend tot 45 graden in de zomer. Het winnende ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau V8 voor het Nederlandse paviljoen is inventief want onverbiddelijk. Niet de lucht maar de bodem in. We dalen via trage hellingbanen af in een veredelde bouwput waar het steeds koeler en klammer wordt. De muren zijn damwanden, het licht getemperd. Totdat het begint te regenen.

Hemelbestormend is de architectuur niet. Een aanvankelijk voorstel om de wanden uit 3D-geprint beton op te trekken werd afgeschoten. Te duur maar ook strijdig met het beginsel van circulariteit. Als het feestje na 31 maart voorbij is, worden vrijwel alle paviljoens opgeruimd en ingepakt en strijkt in deze uithoek van Dubai een woonwijk neer. De luxueuze Nederlandse bouwput verdwijnt. Zand erover. Alleen de verhalen en de boodschap blijven bestaan.

Kunstmatigheid

Wat is er dan wel? Wat rechtvaardigt een reis naar Dubai? Om te beginnen is een wereldtentoonstelling altijd een moment in de geschiedenis waarin elk land technisch en wetenschappelijk zijn beste beentje voorzet. Het zijn de visitekaartjes van ’s lands kunnen en kennis. De Eiffeltoren in Parijs, Crystal Palace in Londen en het Atomium in Brussel, ze zijn voor altijd verbonden aan een wereldtentoonstelling en hebben de skyline van een metropool bepaald.

Nederland brengt nu andermaal de boodschap dat wij de pioniers zijn op het gebied van waterbeheersing en agrarische perfectionering.

Demissionair premier Rutte benadrukt in het voorwoord van de catalogus bij de Wereldtentoonstelling het belang van Nederland als land van innovatie en watermanagement. Nederland is een kunstmatig manmade land dat voortdurend strijdt tegen de waterdreiging, die in juli voel- en tastbaar werd in Limburg. Overlaten, dijkversterking, terpen: het zijn de Nederlandse antwoorden op de wateroverlast.

In die kunstmatigheid lijken we gek genoeg op Dubai. Opgespoten palmeilanden in zee, overdekte skipistes en ijsbanen ter vermaak en binnenkort zelfs een zestig meter diep bassin waarin men kan duiken. Daar past een biotoop in de woestijn bij: het Nederlandse paviljoen. Niet behaagziek van buiten maar meeslepend van binnen.

Navel van de wereld

Er is nog een andere drijfveer voor Nederland om zich in Dubai te manifesteren. De Verenigde Arabische Emiraten hebben zich in minder dan twintig jaar ontpopt tot de nieuwe navel van de wereld, de schakel tussen Oost en West, tussen Noord en Zuid, tussen islam en christendom. Het is de ideale hub voor het luchtverkeer tussen West-Europa en China. Niet voor niets heeft het Louvre een dependance opgetuigd in het naburige Abu Dhabi. Er zijn in Dubai tweehonderd Nederlandse bedrijven gevestigd.

Op de Wereldtentoonstelling gaat het dit keer vooral om handel, export en uitwisseling van kennis, het is niet zo zeer een algemene publiekstrekker, een Efteling voor volwassenen.

De organisatie van het WK voetbal in Qatar in 2022 is overschaduwd door mensonterende arbeidsomstandigheden die met name de Nepalese, Bengalese en Indiase migranten treffen. Dergelijke misstanden mochten bij de Wereldtentoonstelling niet worden aangetroffen, het zou het blazoen van elk land bezoedelen als er bloed kleefde aan de bouw van de paviljoens, dus alle landen hebben een protocol ondertekend.

Visitekaartje

Bij voorgaande edities van de wereldtentoonstellingen waren de nationale paviljoens een vertoon van architectuur en design. Dat dit nu in Dubai niet het geval is, wijst op een kentering in de architectuur. Iconische gebouwen, ook buiten de wereldtentoonstelling, hebben reputatieschade geleden. Ze zijn milieuonvriendelijk, narcistisch en symbolen van een afgebladderd kapitalisme. Zie de CCTV-torens in Bejing, of de Olympische ruïnes in Athene en Rio.

Starchitects zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

Architectuur is van zijn Olympus afgedaald. Het gaat niet meer om het mooi, zeggen de ingenieurs van Witteveen + Bos die de constructie van het Nederlandse paviljoen hebben uitgevoerd. Het concept en het verhaal zijn in dit geval belangrijker dan de verschijningsvorm.

Starchitects, wier hulp wordt ingeroepen als er een symbool gewenst is, zijn achterhaald, nu het bij bouwen steeds meer gaat om energieneutraal, circulariteit, ecologische footprints en andere klimaatvriendelijke gebaren.

In die zin mag het Nederlands paviljoen qua uiterlijk niet hemelbestormend of evocatief zijn, het is wel een gebouw van deze tijd op die bijzondere plek. Je daalt af in een bouwput, wordt besprenkeld met boodschappen en uiteraard met beelden van het Nederlandse landschap, en dat in de woestijn.

En er blijft niets van over. Ook dat is een breuk met de architectuurgeschiedenis, waarin elk gebouw streeft naar eeuwigheid. De damwanden gaan terug naar een nieuwe bouwplaats, het textiel van Buro Belen – gordijnen voor de vipruimte – wordt hergebruikt in kleden of stoelbedekking, en de zonnepanelen van Marjan van Aubel gaan op tournee. In feite is dit paviljoen een fabriek, een machinekamer, zegt conservator Ruhe.

En ook dat is een onvergetelijk visitekaartje.

Dit artikel werd mogelijk gemaakt door het Matchingfonds van de Coöperatie.

Het bericht Op de Wereldtentoonstelling in Dubai pakt Nederland wereldproblemen aan verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/wereldtentoonstelling-dubai/

Koning opent wereldwijd klimaatcentrum in Rotterdam (NOS Binnenland)

In Rotterdam heeft koning Willem-Alexander het mondiale hoofdkantoor geopend voor 'klimaatadaptatie'. Landen kunnen daar leren hoe ze zich kunnen wapenen tegen weersextremen en klimaatverandering.

Het nieuwe hoofdkantoor is gevestigd in een drijvend gebouw, dat volgens de architect het grootste drijvende kantoor ter wereld is. Ernaast ligt ook een drijvend park. Beide kunnen meestijgen met het waterpeil. Het gebouw is volledig duurzaam en wekt met zonnepanelen meer energie op dan het zelf nodig heeft.

Bij de officiële opening van het Global Center on Adaptation (GCA) waren behalve de koning ook voormalig VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en leiders van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldhandelsorganisatie.

Ervaringen uitwisselen

Als landen problemen hebben met de gevolgen van klimaatverandering, kunnen ze bij het centrum terecht voor mogelijke oplossingen. Het is de bedoeling dat via het GCA landen ervaringen uitwisselen. Het gaat om ideeën waarmee landen stormen, extreme droogte of juist overstromingen beter het hoofd kunnen bieden.

In de afgelopen twee jaar, toen het nieuwe centrum werd gebouwd, zijn er uit tientallen landen al hulpvragen binnengekomen. Een voorbeeld zijn de Malediven. "Dit is een eilandengroep die enorm onder druk staat door de zeespiegelstijging. Zij hebben ons gevraagd om te helpen met het beschermen van de kust. Niet alleen met dijken, maar ook door de aanplant van mangrovebossen", zegt directeur Patrick Verkooijen van het GCA.

Klimaatnoodtoestand

De opening vond plaats aan de vooravond van de wereldwijde klimaattop in Glasgow dit najaar.

Welke maatregelen er ook komen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, het klimaat zal hoe dan ook verder veranderen, stelt Verkooijen.

"We bevinden ons nu in een klimaatnoodtoestand wereldwijd", zegt Verkooijen. Hij wijst onder meer op de orkaan Aida, die verwoestingen aanrichtte in de VS, op de recente overstromingen in Nederland en de bosbranden in het Arctisch gebied, "Dit is nog maar het begin van wat ons nog te wachten staat. We zitten nu op 1,1 graad wereldwijde opwarming en we gaan sowieso naar 1,5 graad en misschien wel meer. Dus aanpassen is beslist noodzakelijk."

De aanwezige leiders in Rotterdam deden een gezamenlijke oproep tot meer actie voor het klimaat. Het recente rapport van het VN-klimaatpanel IPCC noemden ze een belangrijke waarschuwing.

Voormalig VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon is voorzitter van het centrum in Rotterdam. Hij roept zowel rijke als arme landen ertoe op meer samen op te trekken. "Zonder wereldwijde samenwerking gebeurt er niets", waarschuwde hij. "Niemand, geen land, geen individu, hoe machtig ook, kan het alleen."

Actieplan voor Afrika

Op de bijeenkomst vandaag wordt een speciaal adaptatieplan gelanceerd voor Afrika. Dit continent heeft van alle werelddelen de laagste CO2-uitstoot (minder dan 5 procent), maar is wel het meest kwetsbaar voor klimaatverandering. Om Afrika te helpen wordt er gedurende de komende vijf jaar 25 miljard dollar beschikbaar gesteld.

"Het is ook in ons welbegrepen eigenbelang", zegt Verkooijen. De klimaatvluchtelingenstroom, die in de toekomst zal toenemen, zal niet stoppen in Afrika, maar zal zich ook richten op Europa. Dus het is verstandig economisch beleid om goed te investeren in Afrika en die investeringen klimaatbestendig te laten zijn."

Zo wordt door minder regenval de landbouw in landen als Ethiopië en Kenia soms ernstig gehinderd. Om boeren in die landen bij te staan, worden methodes ontwikkeld, waarbij ze op hun mobiele telefoon kunnen zien wanneer ze het beste kunnen zaaien en oogsten.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/468hlV5Z4bk

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/468hlV5Z4bk/2396788

Rotterdam stoot steeds minder CO2 uit (Capels Dagblad)

De uitstoot van CO2 in Rotterdam wordt steeds minder. Dat blijkt uit de CO2-monitor 2020, die is gepubliceerd door milieudienst DCMR. Uit metingen van de Rotterdamse uitstootcijfers blijkt dat de totale Rotterdamse CO2-uitstoot in 2020 3,0 Mton is gedaald ten opzichte van 2019. Dit is een daling van 10% ten opzichte van het voorgaande jaar.

In 2020 zit de Rotterdamse CO2-uitstoot daarmee ruim onder de dalende trend naar een halvering van de CO2-uitstoot in 2030. De daling van de CO2-uitstoot was een van de doelstellingen van het stadsbestuur toen het in 2018 aantrad en van het Rotterdams Klimaatakkoord dat in 2019 werd gesloten.

De daling in 2020 is groter dan verwacht. Dat is voor een groot deel het gevolg van de coronacrisis. Zo daalde vorig jaar de productie bij de raffinaderijen en chemie en nam het wegverkeer af. Ook zorgde een langdurige storing bij de Riverstone kolencentrale voor een afname van de CO2-uitstoot. De DCMR rapporteert naast de, grotendeels tijdelijke, daling van de CO2-uitstoot door externe factoren, ook een dalende trend in de energiesector en in woningen en kantoren. Deze daling is mede het gevolg van de groei van hernieuwbare energie uit zon en wind en de energietransitie in de gebouwde omgeving.

“Het is goed te zien dat de dalende trend doorzet, maar er is nog veel nodig om de daling van de CO2-uitstoot te bestendigen en verder te versnellen”, licht wethouder Arno Bonte (Duurzaamheid) toe. “Klimaatverandering is een realiteit die afgelopen zomer nog dichterbij is gekomen, met de bosbranden in Zuid-Europa en de overstomingen in Limburg. We zetten daarom als Rotterdam alles op alles om onze fossiele economie zo snel mogelijk af te bouwen en de duurzame economie een boost te geven.”

In het laatste kwartaal van 2021 worden door DCMR de cijfers over 2021 berekend en gepresenteerd ten behoeve van de eindverantwoording van dit college.

https://capelsdagblad.nl/rotterdam%20%26%20regio/rotterdam-stoot-steeds-minder-co2-uit

Rotterdam stoot steeds minder CO2 uit (Ridderkerks Dagblad)

De uitstoot van CO2 in Rotterdam wordt steeds minder. Dat blijkt uit de CO2-monitor 2020, die is gepubliceerd door milieudienst DCMR. Uit metingen van de Rotterdamse uitstootcijfers blijkt dat de totale Rotterdamse CO2-uitstoot in 2020 3,0 Mton is gedaald ten opzichte van 2019. Dit is een daling van 10% ten opzichte van het voorgaande jaar.

In 2020 zit de Rotterdamse CO2-uitstoot daarmee ruim onder de dalende trend naar een halvering van de CO2-uitstoot in 2030. De daling van de CO2-uitstoot was een van de doelstellingen van het stadsbestuur toen het in 2018 aantrad en van het Rotterdams Klimaatakkoord dat in 2019 werd gesloten.

De daling in 2020 is groter dan verwacht. Dat is voor een groot deel het gevolg van de coronacrisis. Zo daalde vorig jaar de productie bij de raffinaderijen en chemie en nam het wegverkeer af. Ook zorgde een langdurige storing bij de Riverstone kolencentrale voor een afname van de CO2-uitstoot. De DCMR rapporteert naast de, grotendeels tijdelijke, daling van de CO2-uitstoot door externe factoren, ook een dalende trend in de energiesector en in woningen en kantoren. Deze daling is mede het gevolg van de groei van hernieuwbare energie uit zon en wind en de energietransitie in de gebouwde omgeving.

“Het is goed te zien dat de dalende trend doorzet, maar er is nog veel nodig om de daling van de CO2-uitstoot te bestendigen en verder te versnellen”, licht wethouder Arno Bonte (Duurzaamheid) toe. “Klimaatverandering is een realiteit die afgelopen zomer nog dichterbij is gekomen, met de bosbranden in Zuid-Europa en de overstomingen in Limburg. We zetten daarom als Rotterdam alles op alles om onze fossiele economie zo snel mogelijk af te bouwen en de duurzame economie een boost te geven.”

In het laatste kwartaal van 2021 worden door DCMR de cijfers over 2021 berekend en gepresenteerd ten behoeve van de eindverantwoording van dit college.

https://ridderkerksdagblad.nl/rotterdam%20%26%20regio/rotterdam-stoot-steeds-minder-co2-uit

Rotterdam stoot steeds minder CO2 uit (Albrandswaards Dagblad)

De uitstoot van CO2 in Rotterdam wordt steeds minder. Dat blijkt uit de CO2-monitor 2020, die is gepubliceerd door milieudienst DCMR. Uit metingen van de Rotterdamse uitstootcijfers blijkt dat de totale Rotterdamse CO2-uitstoot in 2020 3,0 Mton is gedaald ten opzichte van 2019. Dit is een daling van 10% ten opzichte van het voorgaande jaar.

In 2020 zit de Rotterdamse CO2-uitstoot daarmee ruim onder de dalende trend naar een halvering van de CO2-uitstoot in 2030. De daling van de CO2-uitstoot was een van de doelstellingen van het stadsbestuur toen het in 2018 aantrad en van het Rotterdams Klimaatakkoord dat in 2019 werd gesloten.

De daling in 2020 is groter dan verwacht. Dat is voor een groot deel het gevolg van de coronacrisis. Zo daalde vorig jaar de productie bij de raffinaderijen en chemie en nam het wegverkeer af. Ook zorgde een langdurige storing bij de Riverstone kolencentrale voor een afname van de CO2-uitstoot. De DCMR rapporteert naast de, grotendeels tijdelijke, daling van de CO2-uitstoot door externe factoren, ook een dalende trend in de energiesector en in woningen en kantoren. Deze daling is mede het gevolg van de groei van hernieuwbare energie uit zon en wind en de energietransitie in de gebouwde omgeving.

“Het is goed te zien dat de dalende trend doorzet, maar er is nog veel nodig om de daling van de CO2-uitstoot te bestendigen en verder te versnellen”, licht wethouder Arno Bonte (Duurzaamheid) toe. “Klimaatverandering is een realiteit die afgelopen zomer nog dichterbij is gekomen, met de bosbranden in Zuid-Europa en de overstomingen in Limburg. We zetten daarom als Rotterdam alles op alles om onze fossiele economie zo snel mogelijk af te bouwen en de duurzame economie een boost te geven.”

In het laatste kwartaal van 2021 worden door DCMR de cijfers over 2021 berekend en gepresenteerd ten behoeve van de eindverantwoording van dit college.

https://albrandswaardsdagblad.nl/rotterdam%20%26%20regio/rotterdam-stoot-steeds-minder-co2-uit