Bangladesh leert Nederland omgaan met klimaatrampen (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/11/erosie-4-875x587.jpeg

Door de aanleg van een dijk is het land van Asob Banu beschermd tegen het wassende water.

Stormen, een stijgende zeespiegel en erosie van rivieroevers jagen de bevolking van Bangladesh op de vlucht. Hoelang kunnen zij nog met klimaatverandering meebuigen? ‘Met al die rampen hier kun je maar beter iets achter de hand hebben.’

De grijzende Jabar Hossain zit met zijn rug naar de rivier, zijn blik strak gericht op de gele stoppels van het geoogste rijstveld. Op de grond liggen rijstkorrels op een stuk plastic te drogen in de zon. Een van zijn geitjes snoept ervan. Hossain (50) laat het gebeuren. Het is zijn laatste oogst hier in Caring Char, een gebied aan de zuidkust van Bangladesh.

Nog een paar weken, hooguit twee maanden, dan verdwijnt zijn rijstveld onder water. De Meghnarivier heeft al zijn halve erf opgeslokt en uit voorzorg heeft hij zijn huis al afgebroken. Het bouwpakket van golfplaten, houten balken en palen ligt kilometers landinwaarts opgeslagen naast de binnendijk. Bedden, kasten en ander huisraad zijn tijdelijk gestald in een gehuurde kamer. Zijn jongste kinderen zitten op een islamitische kostschool in de buurt, de oudsten zijn getrouwd en wonen bij hun schoonfamilie.

Door erosie langs de grote rivieren raken jaarlijks zeker 50 duizend Bengalen ontheemd

“Mijn vrouw en ik blijven hier zolang het kan”, zegt Hossain, wijzend naar een strohut die zij nu delen met hun drie koeien en vijf geiten. Het is het enige onderkomen in de wijde omgeving. Alle buren zijn inmiddels vertrokken. “Wij moeten onze bomen nog kappen en de groenten oogsten. We hebben het geld hard nodig om nieuw land te kopen. Net zoals tien jaar geleden, toen we hier kwamen.”

Door de erosie langs de grote rivieren raken jaarlijks zeker 50 duizend Bengalen ontheemd. Maar er komen ook duizenden hectaren nieuw land bij. De rivier schuurt de oevers uit en verplaatst regelmatig haar stroomgebied. Van dat sediment ontstaan in de rivierbedding zandplaten, die geleidelijk uitgroeien tot eilanden (chars).

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/11/erosie-1-875x587.jpeg

Het land van Jabar Hossain en zijn vrouw wordt langzaam opgeslokt door de rivier.

De bewoners van het gebied leven al eeuwen met de overstromingen, bodemverzilting en erosie door klimaatverandering waarmee andere landen in de toekomst ook geconfronteerd zullen worden. En dus letten ingenieurs wereldwijd goed op hoe de Bengalen zich beschermen tegen het wassende water. Karin Sluis, CEO van ingenieursbureau Witteveen en Bos, vertelde hierover onlangs op BNR Nieuwsradio.

Sluis: ‘Je zou verwachten dat ingenieurs uit Nederland naar Bangladesh komen om eens even uit te leggen hoe het moet, maar er is juist sprake van grote wederkerigheid. Wij hebben daar geleerd hoe je op een veel grotere schaal die natuurlijke processen kunt gebruiken en wij passen dat in de praktijk nu, mede dankzij Bangladesh, in Nederland toe.’

Nieuw land

Al sinds de jaren 60 voert de Bengaalse overheid een beleid van inpolderen en bedijken van land. Voor het dichtbevolkte, arme en voornamelijk op landbouw gerichte Bangladesh is land een schaars en kostbaar goed. Daarom heeft de overheid in 1994 het Char Development & Settlement Project (CDSP) opgezet, een samenwerkingsverband van zes departementen om nieuwe nederzettingen te ontwikkelen. Nederland was een van de financiers.

Het natuurlijke proces van landwinning duurt zo’n 20 tot 30 jaar, zo lang kunnen erosieslachtoffers niet wachten

“Een stuk land biedt arme mensen houvast, een basis om geld te verdienen”, zegt ingenieur Zulfiquer Azeez van CDSP in havenstad Noakhali. De resultaten van het project vormen het bewijs; de armoede is fors gedaald in het projectgebied dat nu een half miljoenmensen telt. De bewoners hebben betere huizen, meer bezittingen, meerdere inkomstenbronnen en hun kinderen gaan naar school. “Maar nieuw land goed bewoonbaar maken, vereist investeringen in oeverbescherming en infrastructuur. Dat kost tijd en geld.”

Het natuurlijke proces van landwinning, waarbij zandplaten in de rivierbedding ontstaan die uiteindelijk uitgroeien tot eilanden, duurt zo’n twintig tot dertig jaar. Dan komt de overheid in actie en poldert het eiland in met dijken. Zo lang kunnen Jabar Hossain en andere erosieslachtoffers niet wachten.

Dat weten lokale bendes, de ‘muscle men’. Zodra de mangroven en andere bomen, die het departement van bosbouw heeft aangeplant, stevig geworteld zijn, claimen gespierde bandieten het nieuweland als graasland. Zij zijn jarenlang heer en meester van het gebied, innen pacht voor vee en rijstbouw, en verkopen het land later in kleine percelen aan door erosie ontheemde boeren.

Twee keer per dag, bij vloed, stroomde het huis vol met water

Toen Hossain met zijn gezin tien jaar geleden in Caring Char neerstreek, ruilde hij twee koeien voor een kwart hectare grond. Aanvankelijk kon hij er alleen zoutbestendige rijst op verbouwen. Beginnende polders zijn nog niet zo droog en er zit nog veel zilt water in de grond, waar niet veel op wil groeien. Het kolonistenbestaan was hard voor Hossain, maar hij had nog geluk: binnen drie jaar werd Caring Char ingepolderd door CDSP.

De struise Asob Banu (55) die in 2001 met man en tienerzonen in Nangulia Char (het eiland dat grenst aan Caring Char) neerstreek, was ruim tien jaar overgeleverd aan de bendes, de verzilte grond en de getijden. “Er was hier helemaal niks: geen wegen, geen stroom, geen telefoon, geen overheid. En twee keer per dag bij vloed stroomde het huis vol met water. Tot aan mijn knieën.” Banu stond er alleen voor. Man en zonen waren maanden van huis om elders als dagloner geld te verdienen.

“Dat is verleden tijd.” De komst van de dijk en de overheid heeft de boeren uit hun isolement gehaald en de ‘muscle men’ onttroond. Banu is nu eigenbaas. “Wij zijn nu officieel landeigenaar, we kunnen leven van de opbrengst en investeren in een tractor en een waterpomp, in ons huis en in de school voor de kleinkinderen. Het leven is goed. Dat willen we niet kwijtraken.”

Natte voeten

Het nieuwe land van Nangulia Char oogt lieflijk, alsof het er altijd is geweest. De dijkwegen zijn omzoomd met hoge pijnbomen, huizen omringd met fruitbomen. In het polderland is het een en al bedrijvigheid; er wordt geoogst, geploegd en nieuwe rijst aangeplant. Elk stukje grond wordt benut. Rond visvijvers en sloten groeien courgettes en pompoenen langs palen omhoog, in de bermen bloeien bonenplanten, en op elk erf scharrelen duiven, kippen, eenden, ganzen.

Alleen de cycloonschuilplaatsen die boven het landschap uitsteken, herinneren de bewoners voortdurend aan de gevaren van de oprukkende erosie. Het bezorgt de kolonisten slapeloze nachten. Ze weten maar al te goed hoe machtig en meedogenloos de Meghnarivier kan zijn. Zij eisen extra onderhoud, betere oeverbescherming, hogere dijken, meer drainagekanalen.

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/11/erosie-2-1-875x587.jpeg

De loop van de rivier verandert door erosie en dwingt boeren te verhuizen.

Maar dat lijkt niet altijd mogelijk, ook niet bij Caring Char. Het project daar is na zeven jaar alweer aan het instorten: de dijk is verzakten verzwolgen door het water – waardoor weten ingenieurs nog niet. “Groot herstelwerk is op dit moment niet mogelijk”, verklaart ingenieur Zulfiquer van CDSP. “Dat is te riskant, de stroming is te sterk.” Met een sjaal om zijn hoofd tegen de ochtendkou, staat de ingenieur aan de oever van de Meghnarivier op de meest westelijk punt van Caring Char.

De erosieschade loopt in de miljoenen. Over een jaar zal het hele gebied verdwenen zijn

De rivier lijkt wel een zee; de overkant is niet te zien, het wassende getij klotst tegen de aarden wal. Zulfiquer kijkt over de afgebrokkelde rand van de weg naar het water. Een paar honderd meter verderop steekt nog net een stuk van de sluis uit de rivier. Het is de tweede sluis die is weggespoeld. De ingenieur was bij de bouw betrokken, net als bij de aanleg van de vijf kilometer lange weg dwars over Caring Char waar nu nog één kilometer van over is. De erosieschade loopt in de miljoenen.

Zulfiquer: “Over een jaar is Caring Char verdwenen, het aangrenzende Noler Char mogelijk binnen tien jaar als de erosie zo doorgaat. We moeten eerst weten wat er speelt, waar die eroderende stroming vandaan komt.” Voorlopig komen er in elk gevalgeen nieuwe dijken of dammen. De oude dijk verder landinwaarts wordt de nieuwe verdedigingslinie.

Een derde minder land

“In de toekomst wordt het alleen maar erger”, voorspelt water- en klimaatexpert Ainun Nishat van het Centre for Climate Change and Environmental Research (C3ER) in Dhaka. Hij onderzoekt al jaren de effecten van klimaatverandering in Bangladesh. Tussen 1990 en2018 werd het land getroffen door 154 overstromingen, stormen en andere klimaatgerelateerde rampen, die tientallen miljoenen Bengalen troffen en miljarden euro schade aanrichtten. “Klimaatverandering is een feit, de aarde warmt op, de zeespiegel stijgt, het weer wordt onvoorspelbaar en steeds extremer.”

Bengalen hebben net als Nederlanders een hekel aan natte voeten

Bangladesh is uitermate kwetsbaar; de helft van het land ligt minder dan 12,5 meter boven zeeniveau, dat blijft stijgen. Het Intergouvernementele Panel for Climate Change (IPCC), een VN-orgaan dat de wetenschappelijke basis van klimaatverandering beoordeelt, voorziet dat Bangladesh zonder tegenmaatregelen in2100 een derde van de landoppervlakte voorgoed kwijt is. “Erosie is geen klimaatverandering, het is een natuurlijk proces, maar het wordt wel degelijk beïnvloed door veranderingen in het klimaat.”

Door een hogere zeespiegel en smeltende gletsjers stroomt er meer water door de rivieren. Zwaardere stormen zorgen ervoor dat die grotere hoeveelheid harder gaat stromen, met als gevolg erosie. Nishat heeft er alle begrip voor dat de bedreigde eilandbewoner dijkbescherming eisen. “Bengalen hebben net als Nederlanders een hekel aan natte voeten. Daarom zijn wij, net als jullie, gebieden gaan inpolderen en omdijken.”

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/11/erosie-3-875x587.jpeg

Kustbewoners breken hun huis af en slaan het landinwaarts op.

De eerste polders in Bangladesh dateren uit de jaren 60. Inmiddels staat de teller op 139 polders. In de kustgebieden zijn de leefomstandigheden van miljoenen Bengalen erdoor verbeterd en is de economische groei bevorderd, constateren onderzoekers in de vuistdikke rapporten van het Bangladesh Deltaplan 2100. Maar de polderontwikkeling creëert ook nieuwe problemen, omdat het de natuurlijke processen verstoort, waardoor afvoerkanalen dichtslibben en het water in de polders stagneert en de eilanden verzilten. Het polderconcept overboord zetten gaat de onderzoekers te ver, maar gezien de klimaatverandering is het evident dat het concept vernieuwd en aangepast moet worden. De sleutelvraag is hoe?

Zelf betalen

De natuur kan de mens een handje helpen, signaleert het Deltaplan. In een van de polders in Satkhira, in het zuidwestelijke kustgebied van Bangladesh, mag de rivier alweer een paar jaar haar gang gaan en de polder van een nieuwe vruchtbare sliblaag voorzien – en tegelijkertijd de afvoerkanalen schoonspoelen. Het klinkt goed, maar de aanpak stuit op praktische bezwaren. De boeren, die jarenlang hun land moeten afstaan, weten niet of en hoe ze gecompenseerd gaan worden, zeker als ze moeten migreren om elders werk te vinden.

Noakhali geeft CDSP het nieuwe land wat meer ruimte dooreen kleiner gebied in te polderen, zodat de natuur haar werk kan doen. Klimaatexpert Nishat betwijfelt of die aanpak werkt. “Vroeger was dat misschien mogelijk, maar nu is daarvoor in Bangladesh geenruimte meer. Er wonen al te veel mensen. Die willen geen voedselhulp, die eisen beter dijkonderhoud om zelf rijst te verbouwen.”

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/11/erosie-hoofdbeeld-875x587.jpeg

Erosie van de Meghnarivier, bij de Bengalese stad Noahkali.

Bengaalse kustbewoners zijn vooral op zichzelf aangewezen. De mensen op het platteland, die direct slachtoffer zijn van klimaatgerelateerde rampen, investeren zelf het meeste geld in de rampenbestrijding, blijkt uit recent onderzoek van het International Institute for Environment and Development (IIED). De plattelandsbewoners geven bijna 2 miljard dollar per jaar uit aan preventieve maatregelen, zoals het ophogen, versterken of herstellen van huizen en oevers. Dat is twee keer zoveel als het Bengaalse overheidsbudget, en ruim twaalf keer het bedrag dat internationale organisaties aan hulpgelden geven voor het Bengaalse platteland. Lokale initiatieven kunnen maar mondjesmaat aanspraak maken op overheidsfinanciering.

Met al die rampen hier, kun je maar beter iets achter de hand hebben

“Experimenteren en uitproberen. Je aanpassen aan het klimaat leer je in de praktijk”, is het devies van de Bengaalse klimaatdeskundige Saleemul Huq. Hij is als wetenschapper lid van het IPCC. “Het hele kustgebied beschermen is op den duur een onmogelijke opgave”, zegt hij. “Men zal keuzes moeten maken en misschien hele gebieden moeten opgeven.” En dan gaat de voorkeur uit naar de grote steden in plaats van dorpen met landbouwgrond. Voorlopig pleit Huq voor tijdelijke bescherming. “Elk jaar dat de mensen langer kunnen profiteren van hun grond is meegenomen. Zo kunnen ze een buffer opbouwen en zich voorbereiden op de toekomst.”

Kolonisten weten wat hun te doen staat. Zij bereiden zich mentaal en financieel voor op een nieuwe toekomst elders. De een opent een winkel, een ander gaat kalkoenen vetmesten of koopt een brommer of landbouwmachines. Asob, die haar boerderij niet kwijt wil, legt alvast geld opzij om landinwaarts grond te kopen. “Met al die rampen hier, kun je maar beter iets achter de hand hebben.”

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld Magazine.

Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal?

Dit zijn de zorgwekkende gevolgen van smeltende permafrost

Hilde Janssen

Het bericht Bangladesh leert Nederland omgaan met klimaatrampen verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/bangladesh-leert-nederland-omgaan-met-klimaatrampen/

Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/image-2-875x525.png

Bijna 70 procent van alle diersoorten op aarde is de afgelopen halve eeuw uitgestorven – door toedoen van de mens. Herstellen we die biodiversiteit niet, dan zijn ook wij binnen 100 jaar verdwenen. Hoe kunnen we het tij nog keren?

Onze relatie met de natuur is kapot en we moeten nú actie ondernemen om dit te herstellen. Dat is de alarmerende conclusie uit het Living Planet Report van het World Wildlife Fund (WWF), dat vorige maand verscheen. Sinds 1970 is de populatie van alle dieren op aarde met 68 procent gedaald. Dat klinkt heftig en dat is het ook, maar het rapport zegt ook dat we nog niet verloren zijn.

De belangrijkste bevindingen van het Living Planet Report

Van 1970 tot nu:

  • Zijn populaties wilde dieren over de hele wereld met gemiddeld 68 procent in omvang afgenomen (in tropische gebieden in de Verenigde Staten is dit zelfs 94 procent).
  • Zijn populaties van zoetwaterdieren met gemiddeld 84 procent afgenomen in omvang.
  • Is 75 procent van het ijsvrije landoppervlak op aarde door de mens aangetast.
  • Is 85 procent van de waterrijke gebieden verloren gegaan.
  • Wordt nog maar 13 procent van de oceanen gezien als ‘wildernis’ die niet direct beïnvloed wordt door mensen.
  • Wordt een derde van het eten dat geproduceerd wordt, nooit opgegeten.
  • Wordt 30 procent van het hele landoppervlak van de aarde gebruikt voor landbouw.

Om ernstigere gevolgen te voorkomen, moeten we nú actie ondernemen om de natuur te behouden en herstellen, zeggen activisten. Bending the curve, noemt het WWF dit. Volgens de organisatie is er voor het ombuigen van deze ontwikkeling een combinatie nodig van extra behoud, duurzame productie en duurzame consumptie. Hiermee komt de verantwoordelijkheid bij zowel overheden en bedrijven als bij burgers te liggen. De drie belangrijkste manieren om het tij te keren, en hoe jij daar zelf aan bij kunt dragen.

1. De productie en consumptie van voedsel veranderen

De insecten sterven uit. Nou en?

De afgelopen tienduizend jaar (ook wel het ‘Holoceen’) was klimatologisch een van de meest stabiele periodes die de aarde gekend heeft. Cruciaal daarvoor is de biodiversiteit: het leven van miljoenen soorten dieren en planten is zodanig met elkaar verweven dat ze elkaar en de aarde ondersteunen. Van olifanten en walvissen tot planten en insecten, ze spelen allemaal een rol. Zo neemt plankton in de oceanen koolstof op, houden kuddes grote grazers op de Afrikaanse steppen het grasland vruchtbaar door het te bemesten en weerkaatst poolijs zonlicht zodat de aarde koel blijft. De biodiversiteit zorgde ook voor een betrouwbare cyclus van seizoenen, die de mensheid de mogelijkheid gaf om voedsel te produceren. Ook wij zijn dus direct afhankelijk van een rijke en gebalanceerde biodiversiteit. Toch is het juist het menselijke handelen dat de afgelopen jaren de krimp heeft veroorzaakt.

Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen

We kunnen meer ruimte voor de natuur creëren door te veranderen hoe het land gebruikt wordt – en dus wat we eten. Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen. Het verbouwen van gewassen neemt namelijk veel minder ruimte in dan het produceren van vlees en zuivel – omdat de dieren zelf ruimte nodig hebben, maar vooral omdat voor al het veevoer ontzettend veel land gebruikt wordt. Verbouwen van planten produceert ook flink minder broeikasgas omdat dieren methaan1produceren bij het verteren van voedsel en de mest dat daarna ook uitstoot.

Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, zeggen 300 wetenschappers

Zoals gezegd zijn ook onze wateren in gevaar. Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, was de boodschap die meer dan driehonderd wetenschappers begin september bij de EU neerlegden. Bioloog en documentairemaker David Attenborough stelt in zijn nieuwe documentaire dat een visverbod in een derde van de kustzeeën naar schatting genoeg zou zijn om iedereen van vis te voorzien. Doordat de vissen in die gebieden gezonder worden en zich vermenigvuldigen, trekken ze naar de gebieden waar wel gevist mag worden.

Dit kun jij zelf doen om duurzamer te eten:

Minder vlees en zuivel consumeren. Een plantaardig(er) dieet is een belangrijke stap die (bijna) iedereen kan zetten. Om impact te maken hoeft niet iedereen in één keer 100 procent vegan te gaan. Het is al goed als je twee of drie dagen per week vlees- en zuivelvrij eet. Met twee dagen geen vlees en zuivel bespaar je namelijk net zoveel CO2-uitstoot als een autorit van 30 kilometer.

Check of je vis duurzaam gevangen is. Je kan dit zien aan het blauwe MSC- en groene ASC-keurmerk op de verpakking. Visserijen krijgen dit keurmerk als ze voldoen aan drie principes: genoeg vis in de oceanen laten zitten, de natuurlijke omgeving niet aantasten en goed natuurbeheer volgen, dat er voor zorgt dat de regels eerlijk worden toegepast en worden nageleefd. Daarnaast is het altijd beter om te kiezen voor een vis die niet lijdt onder overbevissing.

Verminder je voedselverspilling. Een derde van al het geproduceerde voedsel in de wereld wordt nooit opgegeten. Deze verspilling vindt overal in het proces plaats, van de boerderij tot op je bord en in je keuken, als je eten weggooit. Het verwerken van al dat afval draagt met ongeveer 8 procent flink bij aan de totale broeikasgasuitstoot. Probeer daarom slim boodschappen te doen, gebruik een lijstje en ga niet met een lege maag naar de supermarkt.

2. Bestrijden van klimaatverandering

Voor het eerst in tienduizend jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde significant veranderd. De gemiddelde luchttemperatuur, die tot de jaren 90 vrij stabiel was, steeg de afgelopen dertig jaar al met meer dan 1 graad Celsius. Ook zit er meer broeikasgas in de lucht dan ooit. Dit betekent niet dat we vóór de jaren 90 geen extra warmte produceerden, maar tot dan werd dit opgenomen door oceanen waardoor de gevolgen onzichtbaar bleven. Omdat de gezondheid van de oceanen mede daardoor achteruit is gegaan, kunnen ze dit nu niet meer doen.

Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die mensen jaarlijks uitstoten

Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal?

In augustus vorig jaar en januari dit jaar werden de gevolgen van de opwarming duidelijker dan ooit met enorme bosbranden in de Amazone en Australië. Hiermee ging het leefgebied van miljoenen dieren in vlammen op. Het regenwoud vormt de habitat van de helft van alle diersoorten op het land en in een relatief kleine strook van 10,4 vierkante kilometer kunnen tot wel 750 verschillende soorten bomen staan. Bomen waarin dieren leven en die bovendien allemaal CO2 opnemen en dus helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die elk jaar door mensen wordt uitgestoten. Maar wat doet de mens? We kappen ze en planten oliepalmen waar bijna geen dieren in kunnen leven. Zo is al de helft van de regenwouden verloren gegaan.

Ontbossing en corona

Ook corona is een gevolg van ontbossing, zegt het WWF in zijn Living Planet Report. Doordat de leefruimte van veel dieren kleiner wordt, trekken ze naar bevolkte gebieden. Dier en mens leven te dicht op elkaar waardoor er steeds meer ziektes ontstaan die overdraagbaar zijn van dieren op mensen. Zulke ziekten noemen we zoönosen.

Covid-19, SARS, ebola, malaria en AIDS zijn allemaal voorbeelden van zoönosen. Hoe die bij mensen terechtkomen verschilt. Het verdwijnen van bepaalde dieren zorgt er bijvoorbeeld voor dat een zoönose een nieuwe route naar ons ‘vindt’. In India nam bijvoorbeeld het aantal besmetting met rabiës (hondsdolheid) toe toen de gieren aan het verdwijnen waren. Besmette koeienkarkassen werden nu in plaats van door gieren, opgegeten door verwilderde honden die dichter bij de mens staan dan gieren. Zij droegen de ziekte via beten over op mensen.

Attenborough roept ons op om onmiddellijk te stoppen met ontbossing, en gewassen als oliepalmen en soja alleen te verbouwen op land dat lang geleden ontbost is. Een manier om deze omgang met land te bevorderen is door boeren en andere landeigenaren subsidie te geven om inheemse bomen te planten. In Costa Rica zorgde dit ervoor dat er binnen 25 jaar weer dubbel zoveel bomen stonden.

Marokko haalt 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara

Daarnaast, zegt hij, moeten we zo snel mogelijk overal de overstap maken naar hernieuwbare energie; zon, wind, water en aardwarmte. Een goed gidsland hiervoor is Marokko, dat op het moment 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara haalt. Door de makkelijke verbinding met Zuid-Europa zou het land tegen 2050 de opgewekte energie kunnen exporteren. In tegenstelling tot kolen, olie en gas veroorzaakt het opwekken van deze energie bijna geen CO2-uitstoot. Bovendien raakt de energiebron de komende miljarden jaren niet op. Vooralsnog blijven banken en pensioenfondsen in fossiele brandstof investeren; volgens Attenborough en andere klimaatactivisten is het daarom tijd dat ook zij verantwoordelijk worden gehouden en hun steentje bijdragen.

Wat jij zelf kunt doen om je uitstoot te verlagen?

Verbruik minder energie en stap over op duurzame energie. Het beste zou zijn om over te stappen op hernieuwbare energie zoals zonne-energie, wind- en waterkracht. Als je de mogelijkheid hebt, stap dan over naar een groene energiemaatschappij en/of installeer bijvoorbeeld zonnepanelen. Check ook of jouw bank bijdraagt aan milieuvervuiling en stap anders over naar een groenere bank.

Koop minder spullen. De grootste klimaatimpact van de gemiddelde Nederlander komt van spullen die we kopen. Dit hebben we alleen niet in de gaten, omdat het gaat om een indirecte uitstoot van CO2 in plaats van een directe zoals bij autorijden. Probeer dus minder te kopen, en ga vaker voor tweedehands. Minder verspilling gaat ook hier op: gooi niet zomaar dingen weg. Probeer iets te repareren en ga in eerste instantie voor betere kwaliteit die langer meegaat.

Zoek uit hoe groot jouw voetafdruk op aarde eigenlijk is. Op deze site kun je dat testen, aan de hand van vragen over je woonsituatie, voeding, lifestyle, vervoer en vakantie. Hier en hier vind je meer tips om je levensstijl te verduurzamen.

3. Investeren in de natuur als oplossing

Op dit moment vragen wij 1,6 keer meer van de aarde dan ze ons kan geven. We hebben bossen, waterrijke gebieden, oceanen en andere belangrijke ecosystemen aangetast en vernietigd. De afname van de biodiversiteit is een voorbeeld van het afzwakken van de natuurlijke bronnen. In de komende honderd jaar zullen miljoenen soorten (500.000 dieren en planten en nog eens 500.000 insectensoorten) met uitsterven bedreigd worden, voorspelt het WWF.

Naast het bos heeft ook de zee bescherming nodig. Sinds de jaren 50 is al 90 procent van alle grote vissen (tonijn, kabeljauw) in de zee gevangen, terwijl deze nodig zijn om het ecosysteem in stand te houden. Dit systeem speelt een grote rol in het tegengaan van klimaatverandering. Het oppervlak van de oceaan neemt namelijk CO2 op, en dat kan het minder goed doen als het niet ‘gezond’ is.

Even ter herinnering: de aarde heeft zichzelf al miljarden jaren in leven gehouden. Een effectieve manier om de biodiversiteit te bevorderen is dan ook om de natuur gewoon zijn ding te laten doen. ‘We moeten simpelweg doen wat de natuur altijd heeft gedaan’, zegt Attenborough dan ook: ‘Als wij voor de natuur zorgen, zorgt de natuur voor ons.’ De bioloog doelt op oplossingen waarbij we samenwerken met de natuur en behoud, herstel en beheer gecombineerd worden.

Er wordt vaak teruggegrepen op techniek om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, maar technologie is vaak duur en vooral effectief op korte termijn. Natuurlijke oplossingen zijn lange termijn opties en hebben meer voordelen. Want niet alleen zullen ze de biodiversiteit en ons beschermen tegen de effecten van de opwarming van de aarde, maar ze gaan die zelf ook tegen.

Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden

Bossen planten is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van de natuur gebruiken als oplossing. Bomen nemen CO2 op, dragen bij aan een betere bodemkwaliteit en verbeteren de luchtkwaliteit. Maar behalve het bos heeft ook de kust bescherming nodig. Mangrovebossen en koraalriffen moeten beschermd en hersteld worden om vissen hun broedplaatsen terug te geven en mensen te beschermen tegen overstromingen en vloedgolven. Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden.

Wat kun jij zelf doen om de natuur te laten bloeien?

Creëer een groen balkon of tuintje. Een heel bos planten in je eentje wordt lastig, maar ook hier geldt dat alle kleine beetjes helpen. Zeker in de stad is het belangrijk dat we meer natuur om ons heen hebben. Hoe meer groen, hoe aantrekkelijker voor insecten en vogels die er zo weer een stukje leefgebied bij krijgen. Als je dus de mogelijkheid hebt, zet dan zoveel mogelijk planten op je balkon, of creëer een groen dak. Dit vangt water op, vermindert de vervuiling en houdt huizen koel (en dat scheelt weer stroom voor een eventuele airco in de zomer). Als je een tuin hebt, haal daar dan alle tegels uit en plant gras en planten in de plaats.

Teken petities of doneer. Op onder andere de website van het WWF vind je verschillende petities die overheden onder druk hopen te kunnen zetten om de natuur en het klimaat prioriteit te maken.

De natuur, biodiversiteit, het klimaat en de gezondheid van de mens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Herstel van de stabiliteit van de aarde begint dus bij het herstellen van de biodiversiteit. Doen we dat niet, dan is die stabiliteit en onze veiligheid binnen honderd jaar verdwenen. In de woorden van David Attenborough: ‘Het gaat niet alleen om het redden van de planeet, het gaat om het redden van onszelf.’

‘Waarom vechten we tegen corona zonder de oorzaak te bespreken?’

Hier gaat jouw spaargeld naartoe

Suzan Wolfhagen

  1. Een broeikasgas dat veel sterker is dan CO2. ↩︎

Het bericht Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/hoe-redden-we-de-biodiversiteit-en-dus-onszelf/

Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/08/iStock-1189160696-875x583.jpg

Bosbrand in de Amazone.

Bosbranden zijn van alle tijden en soms zelfs noodzakelijk voor verjonging van de natuur. Maar de branden worden niet alleen steeds heviger, ze duren ook langer, volgens een rapport van WNF. En de grootste veroorzakers zijn wij zelf.

Update 28 augustus 2020

Uit een rapport van het Wereld Natuur Fonds (WNF) blijkt dat 75 procent van alle natuurbranden veroorzaakt wordt door de mens. Daarnaast zijn er wereldwijd sinds april 13 procent meer natuurbranden dan in dezelfde periode vorig jaar. Het aantal natuurbranden neemt niet alleen toe; de branden zijn ook heviger en duren langer. De gemiddelde duur van het bosbrandenseizoen is door steeds extremere temperaturen en weersomstandigheden sinds de afgelopen 35 jaar met 19 procent gestegen. Hierdoor heeft de natuur te weinig tijd om te herstellen en komen vooral jonge dieren in de problemen als er onvoldoende voedsel is.

Ten minste 34 mensen en naar schatting 3 miljard dieren kwamen begin dit jaar om het leven bij de bosbranden in Australië. 12,6 miljoen hectare land werd volgens het Australische ministerie van Binnenlandse Zaken door de branden met de grond gelijkgemaakt – een gebied dat ruim drie keer zo groot is als Nederland. Half februari kwam eindelijk de regen, die na acht maanden een einde maakte aan de branden.

Bij de in de media breed uitgemeten bosbranden in de Amazone vorig jaar, verbrandden ruim 7 miljoen hectaren land. Zweden maakte in 2018 de heftigste bosbranden mee die het land zag sinds zulke branden werden gedocumenteerd. 2018 was sowieso het jaar waarin meer Europese landen dan ooit kampten met bosbranden. Veel daarvan vonden plaats in beschermde Natura 2000-gebieden; van alle verbrande grond lag 36 procent in zo’n beschermd gebied – in totaal 50 duizend hectare.

Goede bosbranden

Eerst even dit: bosbranden zijn niet per se slecht. Bepaalde bossen horen zo nu en dan te branden. “Een goed voorbeeld zijn de boreale bossen (in het hoge noorden in Rusland, Scandinavië, Alaska en Canada, red.) waar een brand eens in de honderd tot driehonderd jaar voor verjonging zorgt”, vertelt Guido van der Werf, hoogleraar mondiale koolstofcyclus aan de Vrij Universiteit Amsterdam. “Er zijn zelfs boomsoorten die brand nodig hebben voor voortplanting (doordat bijvoorbeeld alleen bij oververhitting de knoppen met zaden openspringen, red.). Ook op savannes zijn branden noodzakelijk, om het gebied open te houden; zonder brand zou het dichtgroeien met lagere biodiversiteit tot gevolg.” Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar as zorgt voor vruchtbare grond en in een uitgedund bos kan de zon jonge begroeiing laag aan de grond bereiken.

Vijftien van de twintig meest verwoestende bosbranden in Californië vonden na 2000 plaats

Ook Californië kent bossen die van nature zo nu en dan branden. Denk aan Yosemite National Park en El Dorado National Forest. De daar veel voorkomende dennenbomen hebben er zelfs een natuurlijk afweersysteem voor ontwikkeld: dikke basten beschermen de boom en takken zitten hoog, doorgaans veilig voor de natuurlijke branden die mede daardoor laag aan de grond blijven knisperen. Gezonde bomen houden stand, oude of zieke bomen maken plaats voor nieuwe aanwas.

Toch is het opvallend dat vijftien van de twintig meest verwoestende branden ooit geregistreerd in Californië, na het jaar 2000 plaatsvonden. Tussen 1978 en 2018 vervijfvoudigde daarbij het gebied dat jaarlijks afbrandt. Je kan dus gerust zeggen dat de bosbranden in Californië inmiddels proporties en frequenties hebben aangenomen die onnatuurlijk en ongewenst zijn.

Slash and burn

“Een ander voorbeeld van ongewenste branden, zijn de branden in tropische bossen; de vegetatie is er niet op berekend”, aldus Van der Werf. “De branden zijn daar onnatuurlijk en veelal aan ontbossing gekoppeld.” Bosbranden zijn in regenwouden zoals de Amazone van nature bijzonder schaars; zelfs in een droog seizoen is de natuur er te vochtig om op natuurlijke wijze – denk aan blikseminslagen – vlam te vatten. Het overgrote deel van de branden ontstaat dan ook door menselijk toedoen, en is het resultaat van al dan niet illegale ontbossing – vaak voor landbouw. Bomen worden gekapt en te drogen gelegd, waarna de boel in de fik wordt gestoken zodat vruchtbare grond ontstaat. Deze techniek wordt ook wel slash and burn genoemd.

Een uitgedund regenwoud heeft een drogere grond en is een stuk brandgevoeliger

Zo’n aanpak is funest voor een ecosysteem. Een gezond regenwoud zorgt door een nauw samenspel van klimaat en begroeiing namelijk voor haar eigen regen, door een kringloop van veel water opnemen en weer afgeven. Een uitgedunde versie van het woud verliest die functie, heeft drogere grond en is een stuk brandgevoeliger, waardoor de door boeren gestichte brandjes uit de hand kunnen lopen, zoals vorig jaar gebeurde. Van der Werf: “De Amazone had als we naar de afgelopen decennia kijken in 2019 trouwens een vrij ‘gemiddeld’ jaar, maar kreeg enorm veel media-aandacht. Dat kwam ook doordat ontbossing weer is toegenomen, na sterke afnames sinds 2005. Uiteraard is een gemiddeld jaar niet hetzelfde als een goed jaar.”

Nieuwe branden

“Wereldwijd zien we juist een afname van verbrand gebied”, gaat Van der Werf verder. Goed nieuws? “Nee, dat komt met name doordat voorheen veel branden op de savannes plaatsvonden. Die savannes horen dan juist weer wel iedere paar jaar te branden, maar worden vooral in Afrika langzaamaan omgezet in landbouwgrond, en dan zijn er minder branden. We zien daarentegen een toename van branden in de bossen in boreale gebieden, in sommige tropische bossen, op de toendra, in de VS en in sommige gebieden met meer gematigde klimaten, zoals delen van Australië.”

Wat was er in Australië precies aan de hand? De bosbranden die het continent in de greep hielden, waren het gevolg van een buitengewoon droge herfst en winter, gevolgd door een buitengewoon hete zomer. Het overgrote deel van Australië kampte tussen januari en september (herfst/winter in Australië) vorig jaar met extreem weinig regenval. Voor enkele gebieden werd zelfs de minste regenval ooit gemeten (sinds 1900), meldt het Bureau voor Meteorologie van de Australische overheid. Aansluitend werden er tussen september en november voor grote gebieden bovengemiddelde temperaturen of zelfs de hoogste temperaturen ooit gemeten. En nee, er is geen sprake van een warme uitschieter; de temperaturen in Australië zien we de afgelopen decennia gestaag stijgen.

Global Fire Emissions

Onder de streep zijn wetenschappers het erover eens: bosbranden zijn heviger en duren langer door een veranderend klimaat, nog eens versterkt door ander menselijk handelen op het vlak van ontbossing en natuurmanagement – het gebeurt soms ook dat brandweerlieden in bepaalde bossen te veel branden blussen, zoals in onderstaande video te zien is, evenals andere voorbeelden van geslaagd en niet-geslaagd natuurmanagement in de VS.

Ruim driehonderd experts kwamen in een rapport in opdracht van de Amerikaanse overheid tot de conclusie: ‘Klimaatverandering vergroot de kwetsbaarheid van veel Amerikaanse bossen door branden, insectenplagen, droogte en uitbraken van ziekte.’ De Australische klimaatwetenschapper Lesley Ann Hughes zei in 2018 tegen The Guardian: ‘Klimaatverandering gaat over ongekende omstandigheden die normaler worden. Wat twintig jaar geleden normaal of gemiddeld was, is nu niet langer normaal of gemiddeld. Die ongekende omstandigheden, dat is waar klimaatwetenschappers voor gewaarschuwd hebben.’

In een opwarmende wereld kunnen bosbranden vaker voorkomen

Het nieuwe normaal? Van der Werf is naast hoogleraar een van de wetenschappers achter de Global Fire Emissions Database. De database brengt bosbranden wereldwijd in kaart en bekijkt hun impact op de hoeveelheid CO2 in de lucht. Hij zegt: “In een opwarmende wereld kunnen dit soort branden vaker voorkomen en daarmee zal de tijd tussen twee branden minder worden. Het gevolg is dat er minder tijd is voor aangroei, waardoor er netto koolstof van de biosfeer naar de atmosfeer gaat.” Dat zit zo: bij verbranding van bomen komt door die bomen opgeslagen CO2 vrij, die niet door nieuwe bomen kan worden opgeslagen doordat te snel een nieuwe brand woedt. “De vegetatie zoals we die nu kennen in bijvoorbeeld het zuidoosten van Australië, kan dan veranderen in een savanne-achtig landschap – meer grasvlakten, minder hoge bebossing – waarin je vaker branden hebt, maar met een lagere intensiteit.”

De wrange conclusie: hevige bosbranden zullen in de toekomst uiteindelijk minder vaak voorkomen, simpelweg doordat de bossen er dan niet meer zijn.

Dit artikel verscheen eerder op OneWorld.nl in januari 2020.

En de branden in Centraal-Afrika dan?

Voor Bolsonaro zijn boeren belangrijker dan bomen

Channa Brunt

Het bericht Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/zijn-ook-verwoestende-bosbranden-het-nieuwe-normaal/

De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/07/iStock-178799843-875x583.jpg

Koolmeeskuiken

In de krantenkoppen smelt het poolijs en op tv staan de regenwouden in brand, maar de rest van de dag zijn die problemen maar ver weg. Hoewel? Ook de Nederlandse natuur zucht onder de mensheid. Drie urgente problemen voor de Nederlandse natuur, die ook jou aangaan.

Als ik me een keer uit de stad en in de natuur begeef, zet ik m’n oren wagenwijd open. Ik probeer me te verwijderen van alles wat me aan mensen herinnert tot ik alleen nog vogels hoor, kikkers, het gezoem van insecten. Geen auto’s, geen gillende kinderen, dat moment dat er even geen vliegtuig over dendert. Het zal een vorm van meditatie zijn; ik vind het heerlijk om me op zulke momenten voor te stellen dat er niets aan de hand is. Dat de insecten het niet zwaar hebben, dat de wereld niet opwarmt.

Dit is het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten

Met dat gedachtenexperiment kom ik op het moment helaas niet weg. Waar klimaatverandering vaak redelijk ongrijpbaar blijft, zijn aanhoudende bosbranden in ons eigen kikkerlandje dat zeker niet. En er blijkt veel meer aan de hand, merk ik de laatste weken als ik kranten, websites en mails lees. Wat kunnen natuurexperts me hierover vertellen?

Recorddroogte

Was de ‘intelligente lockdown’ niet een stuk draaglijker door het lieflijke lentezonnetje dat door de ramen scheen? De bossen en parken die daardoor zo uitnodigend waren? Het zal je niet ontgaan zijn: het heeft nauwelijks geregend. Goed mogelijk dat je het woord ‘record’ in de context van het klimaat niet meer kunt horen, maar – het moet gezegd – er was sprake van een recorddroogte. Het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten.

Dat had onder meer tot gevolg dat er deze lente flinke bosbranden woedden. Niet alleen in de Amazone of Australië dus, maar gewoon hier, in eigen land. In het Natura2000-gebied de Deurnese Peel bijvoorbeeld, in Zuidoost-Brabant, maakte een grote brand ruim 800 van de 1000 hectare met de grond gelijk. De brand werd pas vorige week officieel geblust verklaard.1

Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat

Erik de Jonge, boswachter bij Brabants Landschap, vertelt over andere gevolgen: “Ik heb hier een prachtig stuk moeras dat we nog nooit droog hadden zien staan. Drie jaar geleden gebeurde dat aan het eind van de zomer tot onze verbazing voor het eerst. Vorig jaar gebeurde hetzelfde, alleen toen al halverwege de zomer.” En je raadt het al: “Nu stond het in april al droog. Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat.”

Dit jaar heeft geen een van de lepelaarkuikens het overleefd

Hij is aangedaan door het gigantische bijenveld – een veld vol bij-vriendelijke bloemen – dat ze dit jaar hadden ingezaaid maar waarvan elke kiem is verschroeid, en niet minder door een vogeleiland dat opeens geen eiland meer is: “Een prachtig vogelparadijs, waar duizenden vogels normaal gesproken in alle rust broeden. Deze lente was de waterstand zo laag dat vossen er op hun dooie gemak heen konden lopen. Vorig jaar hadden we nog de grootste lepelaarskolonie van Nederland met 290 nesten. Dit jaar heeft geen een van de kuikens het overleefd.”

Een week geleden stonden de regenwolken weer aan de hemel, er komt nog altijd water uit de kraan, en je denkt al snel dat het allemaal wel weer goedkomt. Toch is het tij nog niet gekeerd, vertelt Wiebe Borren, hydroloog bij Natuurmonumenten: “Verschillende plant- en diersoorten hebben een enorme klap gekregen. De regen die nu valt verandert bijvoorbeeld niets aan het feit dat de weidevogels een heel mager broedsucces hadden. Als het volgend jaar weer zo is, wordt het al een stuk problematischer – dan mis je twee generaties.” Hetzelfde geldt voor bomen: “De droogte van 2018 hebben veel bomen overleefd, maar het heeft ze wel verzwakt. Daardoor konden veel deze nieuwe klap niet aan.”

Als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal

Borren vervolgt: “Als de droogte zich herhaalt en we niets veranderen aan het waterbeheer, dan stapelen de effecten zich op.” Waterbeheer inderdaad, want bovenop de weinige regenval komt slecht watermanagement. De landbouw bijvoorbeeld, vertelt Borren, pompt gigantisch veel water uit de grond voor beregening van gewassen – niet zelden met of zonder vergunning dicht bij kwetsbare natuurgebieden die daardoor letterlijk droog komen te staan.

Vorig jaar zomer draaiden er in Noord-Brabant volgens Natuurmonumenten alleen al veertienduizend grondwaterpompen, die samen anderhalf keer zoveel water oppompten als er in de hele provincie aan drinkwater wordt gewonnen. Het waterbeheer is daarnaast nog altijd te veel gericht op het afvoeren in plaats van vasthouden van water, meent Borren –  van oudsher was het issue vooral hoe we een teveel aan water kwijtraakten. Maar nieuwe tijden vragen om nieuwe maatregelen.

Pesticiden in beschermde natuurgebieden

Wat vond boswachter De Jonge van het nieuws dat er landbouwpesticiden tot diep in natuurgebieden zijn aangetroffen? “Dat kwam wel even hard aan”, zegt hij. “Wij dachten dat we het in Brabant wel goed hadden geregeld, omdat we hier op het landschap uiteraard geen pesticiden gebruiken. Nu ben ik bang dat het hier nog vele malen erger zal zijn, want wij zitten hier midden in een intensief landbouwgebied. Onze jaarlijkse vlindertelling laat een neerwaartse lijn zien, zal dat dan toch ook daarmee te maken hebben?”

In Drentse natuurgebieden zijn maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen

Wat is er precies aan de hand? Begin deze maand werd bekend dat in Drentse natuurgebieden maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen. Sterker nog, in alle vegetatiemonsters die door het burgerinitiatief Meten=Weten zijn afgenomen, hoe diep in het gebied ook, werden bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Soms tot wel vijftien verschillende soorten per monster, waaronder zelfs enkele middelen die helemaal niet zijn toegestaan in Nederland, maar blijkbaar ‘stiekem’ zijn gebruikt.

De landbouw, met bijbehorende pesticiden, is de nummer 1 oorzaak van het uitsterven van insecten

Meten=Weten en Natuurmonumenten roepen minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) dringend op om nader te onderzoeken wat de pesticiden betekenen voor insecten en bodemleven. Over de uitslag van zo’n onderzoek bestaat een donkerbruin vermoeden. De onderzoekers schrijven zelf onheilspellend: ‘Insecticiden […] kunnen leiden tot minder insecten en daarmee het ineenstorten van vogelpopulaties die daarvan afhangen.’

Wereldwijd wordt om precies te zijn 40 procent van alle insecten met uitsterven bedreigd, bleek vorig jaar uit een rapport van de VN-organisatie IPBES. De landbouw, met bijbehorende pesticiden en verandering van leefgebied, werd door IPBES als nummer één oorzaak .

De Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes luidde een decennium geleden al de noodklok. Hij meende dat we door bepaald pesticidegebruik afstevenen op ‘een ecologisch armageddon’. Zijn theorie werd onder meer door grote pesticidefabrikanten ontkend en Tennekes werd al ‘activistisch’ terzijde geschoven; zijn bevindingen verdwenen in de doofpot. Jaren later, toen het kwaad al was geschied, kreeg hij alsnog gelijk.

Stikstofcrisis krijgt een staartje

Alles wat je moet weten over stikstof

Een paar dagen na het nieuws over de pesticiden stond onze natuur opnieuw in de schijnwerpers. Ditmaal in de vorm van het eindrapport van de Commissie Remkes, die in opdracht van minister Schouten in de stikstofproblematiek is gedoken. De stikstofcrisis legde vorig jaar de bouw grotendeels plat. Boeren mochten daarnaast niet meer uitbreiden en de maximale snelheid op de wegen werd verlaagd naar 100 kilometer per uur. Waarom? De hoogste bestuursrechter van Nederland oordeelde dat ons stikstofbeleid niet voldoet aan de Europese natuurwetgeving – we stoten er te veel van uit en daar lijdt de natuur onder.

Bepaalde planten gaan bij een teveel aan stikstof dood, waar anderen juist gedijen en gaan woekeren. Het gevolg: monocultuur. Minder insecten, dus minder vogels, dus – uiteindelijk – minder grotere roofdieren.

Er worden koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden

Nog een ander gevolg, dat je niet direct ziet aankomen: er worden steeds vaker koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden. De bodem verzuurt door stikstof en bepaalde mineralen spoelen weg. Wat volgt is een kettingreactie. Als planten te weinig kalk opnemen, krijgen ook insecten er te weinig van binnen waardoor de vogels die hen eten met zwakke botten zitten.

De conclusie van de commissie Remkes: het huidige beleid is nog altijd te vrijblijvend en gaat niet ver genoeg. De overheid wordt op de vingers getikt met haar streven om in 2030 26 procent stikstofreductie waar te maken ten opzichte van 2019 – de commissie zegt dat dit 50 procent moet zijn. Het is de komende tijd aan de minister om met de adviezen tot nieuw beleid te komen.

Financiële risico’s

Het zijn geen makkelijke tijden voor de Nederlandse natuur. En als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal. “Even een heel herkenbaar voorbeeld”, begint Borren. “De eikenprocessierups, daar zouden we veel minder last van hebben als de natuur in balans was – als er onder die eikenbomen voldoende gevarieerde vegetatie groeit, waarin insecten gedijen, zodat er meer vogels in de buurt zijn om ons van die rupsen af te helpen.”

Delen van Nederland worden steeds stiller en kleurlozer: geen gefluit en gezoem meer van vogels en insecten

Kijken we naar het grotere plaatje, dan heeft een verlies aan biodiversiteit ook impact op de economie, stelden de Nederlandsche Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vorige week. Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen hebben wereldwijd zo’n 510 miljard euro gestoken in bedrijven die ‘zeer afhankelijk’ zijn van ‘ecosysteemdiensten’.

Insecten worden genoemd als voorbeeld van een leverancier van zo’n dienst: als bestuivende insecten in de problemen komen, is de landbouwsector een van de eersten die dat zal voelen. Maar de landbouw is niet de enige: ook bedrijven in de visserij of de bouw kunnen in de problemen komen door verstoorde ecosystemen.

“Wat ik vooral zie is dat delen van Nederland steeds stiller en kleurlozer worden”, besluit Borren. “Geen gefluit van vogels, gezoem van insecten. Het gaat sluipenderwijs en we hebben het in eerste instantie misschien niet eens door…” Maar over een paar jaar kijken we terug en denken we, ‘hadden we dat nou maar iets anders gedaan’.

De Jonge doet wat hij kan: “Ik heb hier stiekem wat sloten afgedamd zodat het water niet weg kan lopen. Het waterschap zal er niet blij mee zijn, maar ik ga niet hulpeloos toekijken.”

‘Corona kan ons leren hoe we de klimaatcrisis moeten aanpakken’

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Channa Brunt

  1. In deze grafiek van het KNMI zie je in één oogopslag hoe uitzonderlijk de droogte van dit voorjaar is. ↩︎

Het bericht De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/de-nederlandse-natuur-lijdt-en-dat-is-ook-jouw-probleem/

Is corona de prijs die we betalen voor ontbossing? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/03/BDDJXE-875x583.jpg

De oorzaak van corona? Dat was toch iets met een vleermuis, zul je zeggen. Maar dat is niet het hele verhaal: een van de belangrijkste oorzaken van de toename van infectieziekten die van mens op dier overgaan, is ontbossing.

Tussen alle verontrustende coronavirus-berichten verscheen een ‘grappig’ bericht op sociale media. In de Chinese provincie Yunan lagen twee olifanten op hun zij met hun billen tegen elkaar in een groenteveld. Volgens de bijgaande tekst lagen de dieren hun roes uit te slapen. Ze waren met een groep van veertien olifanten een dorp binnengegaan op zoek naar voedsel en hadden dertig liter maïswijn gedronken. Dikke pret.

Maar is het wel zo grappig? Indiase media berichten bijna elke week over niet zo fortuinlijke ontmoetingen tussen wilde dieren en mensen. Zo circuleerde een tijdje terug een video van een olifant die gewond op de rails lag. Het dier was aangereden door een trein en probeerde vergeefs op te staan. Ook zijn er regelmatig berichten over dorpelingen die een tijger doden, omdat die rond hun dorp zwierf. Of andersom, een bericht over een Indiase boer die is gedood door een tijger.

Van alle nieuwe infectieziektes van de laatste tien jaar komt 75 procent van dieren

Vooral in Azië, maar ook in andere delen van de wereld, zoals in het Amazonegebied, wordt het leefgebied voor wilde dieren steeds kleiner. Oftewel, mensen claimen meer en meer ruimte. We begeven ons vaker in afgelegen gebieden door wegen aan te leggen in natuurgebieden, door mijnbouw, door uitdijende steden en bevolkingsgroei. Daardoor komt de mens vaker in contact met wilde dieren. Dat speelt een rol in de toename van zoönosen: infectieziekten die van dier op mens overgaan.

Het is al langer bekend dat direct contact met wilde dieren door beten, steken en met uitwerpselen, kan leiden tot ziekten. Zo wordt de hiv-epidemie gelinkt aan contact met apen (waarschijnlijk omdat ze werden opgegeten) en werd ebola veroorzaakt door het eten van vleermuizen. Maar het aantal infectieziekten dat door dieren wordt overgedragen op mensen neemt toe; van alle nieuwe soorten die de laatste tien jaar zijn opgekomen, is maar liefst 75 procent afkomstig van dieren. Zo ook het coronavirus, waarvan de meeste wetenschappers denken dat het is ontstaan op een wildedierenvleesmarkt in de Chinese stad Wuhan. Doordat de dieren in verzwakte toestand dicht op elkaar werden gehouden, was het een broeinest van virussen die, in dit geval vermoedelijk door vleesconsumptie, konden overgaan op de mens.

Elitaire bezigheid

De markt in Wuhan is inmiddels gesloten en China heeft handel en consumptie van wilde dieren voorlopig verboden, maar voor veel experts is dit niet afdoende. Zo benadrukte tijgerexpert Valmik Thapar in de Indiase krant The Hindustan Times hoe belangrijk het is het leefgebied van wilde dieren in India te beschermen. Iets wat onvoldoende gebeurt. Hij uitte zijn frustratie over de laksheid van de overheid. Zo is de Indiase premier Modi voorzitter van de National Board of Wildlife, maar de afgelopen jaren heeft daarvan geen enkele vergadering plaatsgevonden. Ook deed de expert een beroep op het bedrijfsleven. ‘Onze zakenmensen moeten beseffen dat het geen elitaire bezigheid is om wilde dieren en hun habitat te beschermen. Stop met natuur vernietigen. Anders betalen we een hoge prijs’, schrijft hij.

Ook een andere groep liet van zich horen. Op 13 maart trokken leiders van de Internationale Alliantie van Oorspronkelijke Volkeren in New York aan de bel. ‘Het coronavirus bevestigt wat wij al duizenden jaren benadrukken’, zei Levi Sucre Romero van de BriBri uit Costa Rica volgens persbureau IPS. ‘Wanneer we de natuur en vooral de biodiversiteit niet beschermen, zullen we meer van dit soort pandemieën tegemoetzien.’ De leiders benadrukten om die reden het belang van de strijd tegen ontbossing en bekritiseerden landbouwmultinationals die oerwoud kappen voor grootschalige veehouderij en soja- en oliepalmplantages. Ook de Verenigde Naties onderschrijven die link tussen een toename van infectieziekten en ontbossing voor monocultuur, in een rapport uit 2016. Deel van de oplossing: de rechten van oorspronkelijke bewoners versterken, aldus David Ganz van het Centrum van Volkeren en Bossen in Bangkok, tegenover persbureau Reuters.

In deze omstandigheden zal binnen enkele decennia een kwart van alle dieren en planten uitsterven

In de gebieden van oorspronkelijke bewoners is het verlies van biodiversiteit het kleinst, blijkt uit een veelgeciteerd rapport uit 2019 van het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosystemen (IPBES). Elders, waar het landschap door urbanisatie, wegen, mijn- en landbouw is veranderd, is de situatie niet best: in de huidige omstandigheden zal binnen enkele decennia een kwart van alle dieren en planten uitsterven – een miljoen soorten dus. De wereldwijde biodiversiteit neemt het sterkst af daar waar het landschap door menselijk ingrijpen is veranderd. Boskap en -branden vernietigden in 2018 volgens Global Forest Watch 12 miljoen hectare bos, met name in Brazilië, Indonesië en Maleisië (de cijfers van 2019, een jaar met wereldwijd veel bosbranden, zijn nog niet bekend).

Van boskap naar ziekte

De directe link tussen boskap en het ontstaan van zoönosen wordt de laatste jaren door steeds meer wetenschappers gelegd. Kate Jones, hoofd ecologie en biodiversiteit aan de Universiteit van Londen, stelt dat de vleermuizen die het ebolavirus op de mens overbrachten door boskap naar de dorpen in de buurt trokken en zich onder dakranden en in holle bomen vestigden. De dorpelingen aten ze vervolgens op. En wetenschappers van de Universiteit van Florida vonden in de jaren 90 al bewijs dat malariamuggen goed gedijen in de ondiepe poelen die ontstaan na boskap. Een derde voorbeeld: in Liberia bleken oliepalmplantages, waar oerwoud voor was gekapt, een feest voor bosmuizen. Massaal trokken ze uit het oerwoud naar de plantages en namen het voor mensen dodelijke lassavirus mee.

Rohini Chaturvedi, Indiase milieuwetenschapper en voorzitter van het Indiase Bos- en Landschapherstelprogramma, benadrukt aan de telefoon het belang van biodiversiteit voor onze weerbaarheid tegen ziekten. “Landbouw in een bosrijke omgeving heeft veel voordelen; in het diverse ecosysteem zijn landbouwgewassen veel weerbaarder dan in een situatie van monocultuur. En bossen bevorderen een goede grondwatervoorziening. Bovendien verliezen we bij boskap bijzondere medicinale planten. Zo zijn in Madagaskar in 2018 elementen gevonden in een plant die belangrijk zijn in de strijd tegen kanker.

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/03/BW5T64-583x875.jpg

Wetenschapper Kate Jones gaat nog een stap verder. Ze onderzoekt niet alleen hoe de inperking van het leefgebied van dieren tot een toename in zoönosen leidt. Ook kijkt ze hoe de afname in biodiversiteit het opkomen van nieuwe infectievirussen bevordert. ‘Hoe meer het ecosysteem is verschraald, hoe groter de kans is dat de overgebleven diersoorten meer ziekten dragen die op de mens overgedragen kunnen worden’, zei ze onlangs tegen The Guardian.

Malaria dreigt in Zuid-Europa een lokale ziekte te worden; de malariamug voelt zich er door de temperatuurstijging vaker thuis

“Ik weet niet of dit al bewezen is”, reageert milieuwetenschapper Chaturvedi. “Maar het verbaast me niets als dat het geval zou zijn. Het lijkt me logisch dat in een aangetast ecosysteem infectieziekten minder weerstand ondervinden en daarom goed gedijen.”

Ook de opwarming van de aarde speelt een rol, vreest onderzoeker Carlos Zambrana-Torrelio van de organisatie Ecohealth Alliance. Hij bestudeert net als Kate Jones de samenhang tussen ecologische verstoringen en de toename van zoönosen. Dieren die voorheen in tropische gebieden bleven, verplaatsen zich steeds vaker naar niet-tropische plekken waar de temperatuur is gestegen en nemen ziekten mee waar de mens geen weerstand tegen heeft. Zo dreigt malaria in Zuid-Europa een endemische – lokale – ziekte te worden, omdat de malariamug zich er door de temperatuurstijging vaker thuis voelt.

Ziekte X

Voor wetenschappers in dit veld is de ernst van de situatie al lang helder. De Wereldgezondheidsorganisatie van de Verenigde Naties (WHO) heeft in 2015 wetenschappers de opdracht gegeven om een plan klaar te maken voor de onvermijdelijke ‘Ziekte X’. Bekende besmettelijke zoönosen zoals ebola, zika en het lassavirus worden door de WHO scherp in de gaten gehouden. Maar de organisatie wilde zich ook – met protocollen – voorbereiden op nog onbekende zoönosen, ‘Ziekte X’, die zich zouden kunnen ontwikkelen en zich bijvoorbeeld via luchtwegen in een rap tempo en wereldwijd onder mensen zouden kunnen verspreiden. Zo riep de WHO volgens het protocol op 12 februari dit jaar experts uit de hele wereld bijeen om maatregelen te bespreken tegen de verspreiding van het coronavirus en onderzoek naar een vaccin te stroomlijnen. Het coronavirus is zo’n ‘Ziekte X’ en was dus geen verrassing. Maar in een wereld waar mensen zich op grote schaal verplaatsen is voorkoming van pandemieën ongelofelijk moeilijk.

Als we onze leefstijl niet veranderen, zal onze kwetsbaarheid voor infectieziekten toenemen

En nu zet het coronavirus de wereld op haar kop. Er zal een vaccin komen, maar het virus zal niet de laatste ‘Ziekte X’ zijn. De toename in het aantal zoönosen is een feit. Als we onze leefstijl, en vooral onze relatie met de natuurlijke omgeving niet veranderen, zal onze kwetsbaarheid voor infectieziekten toenemen. Maar wellicht wordt het besef van de noodzaak voor verandering door het coronavirus zo groot, dat prioriteiten verschuiven. En dat na deze pandemie de experts die voorheen tegen dovemansoren riepen, nu wel gehoord worden en we stappen ondernemen naar een wereld met een betere ecologische balans. Het tegengaan van grootschalige ontbossing ter bescherming van de biodiversiteit is er een van.

We leven in onzekere tijden door het coronavirus. Er is behoefte aan betrouwbare informatie én verdieping. Wij hopen dat jij dat bij ons vindt en wil bijdragen aan onze onafhankelijke journalistiek. Vanwege de financieel onvoorspelbare tijd, kan dat nu voor de helft van de prijs. Klik hier voor meer informatie.

‘Waarom vechten we tegen corona zonder de oorzaak te bespreken?’

‘Niet nóg een pandemie? Dan moeten we duurzamer leven’

Saskia Konniger

Het bericht Is corona de prijs die we betalen voor ontbossing? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/klimaatonrecht/is-corona-de-prijs-die-we-betalen-voor-ontbossing/