Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/image-2-875x525.png

Bijna 70 procent van alle diersoorten op aarde is de afgelopen halve eeuw uitgestorven – door toedoen van de mens. Herstellen we die biodiversiteit niet, dan zijn ook wij binnen 100 jaar verdwenen. Hoe kunnen we het tij nog keren?

Onze relatie met de natuur is kapot en we moeten nú actie ondernemen om dit te herstellen. Dat is de alarmerende conclusie uit het Living Planet Report van het World Wildlife Fund (WWF), dat vorige maand verscheen. Sinds 1970 is de populatie van alle dieren op aarde met 68 procent gedaald. Dat klinkt heftig en dat is het ook, maar het rapport zegt ook dat we nog niet verloren zijn.

De belangrijkste bevindingen van het Living Planet Report

Van 1970 tot nu:

  • Zijn populaties wilde dieren over de hele wereld met gemiddeld 68 procent in omvang afgenomen (in tropische gebieden in de Verenigde Staten is dit zelfs 94 procent).
  • Zijn populaties van zoetwaterdieren met gemiddeld 84 procent afgenomen in omvang.
  • Is 75 procent van het ijsvrije landoppervlak op aarde door de mens aangetast.
  • Is 85 procent van de waterrijke gebieden verloren gegaan.
  • Wordt nog maar 13 procent van de oceanen gezien als ‘wildernis’ die niet direct beïnvloed wordt door mensen.
  • Wordt een derde van het eten dat geproduceerd wordt, nooit opgegeten.
  • Wordt 30 procent van het hele landoppervlak van de aarde gebruikt voor landbouw.

Om ernstigere gevolgen te voorkomen, moeten we nú actie ondernemen om de natuur te behouden en herstellen, zeggen activisten. Bending the curve, noemt het WWF dit. Volgens de organisatie is er voor het ombuigen van deze ontwikkeling een combinatie nodig van extra behoud, duurzame productie en duurzame consumptie. Hiermee komt de verantwoordelijkheid bij zowel overheden en bedrijven als bij burgers te liggen. De drie belangrijkste manieren om het tij te keren, en hoe jij daar zelf aan bij kunt dragen.

1. De productie en consumptie van voedsel veranderen

De insecten sterven uit. Nou en?

De afgelopen tienduizend jaar (ook wel het ‘Holoceen’) was klimatologisch een van de meest stabiele periodes die de aarde gekend heeft. Cruciaal daarvoor is de biodiversiteit: het leven van miljoenen soorten dieren en planten is zodanig met elkaar verweven dat ze elkaar en de aarde ondersteunen. Van olifanten en walvissen tot planten en insecten, ze spelen allemaal een rol. Zo neemt plankton in de oceanen koolstof op, houden kuddes grote grazers op de Afrikaanse steppen het grasland vruchtbaar door het te bemesten en weerkaatst poolijs zonlicht zodat de aarde koel blijft. De biodiversiteit zorgde ook voor een betrouwbare cyclus van seizoenen, die de mensheid de mogelijkheid gaf om voedsel te produceren. Ook wij zijn dus direct afhankelijk van een rijke en gebalanceerde biodiversiteit. Toch is het juist het menselijke handelen dat de afgelopen jaren de krimp heeft veroorzaakt.

Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen

We kunnen meer ruimte voor de natuur creëren door te veranderen hoe het land gebruikt wordt – en dus wat we eten. Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen. Het verbouwen van gewassen neemt namelijk veel minder ruimte in dan het produceren van vlees en zuivel – omdat de dieren zelf ruimte nodig hebben, maar vooral omdat voor al het veevoer ontzettend veel land gebruikt wordt. Verbouwen van planten produceert ook flink minder broeikasgas omdat dieren methaan1produceren bij het verteren van voedsel en de mest dat daarna ook uitstoot.

Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, zeggen 300 wetenschappers

Zoals gezegd zijn ook onze wateren in gevaar. Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, was de boodschap die meer dan driehonderd wetenschappers begin september bij de EU neerlegden. Bioloog en documentairemaker David Attenborough stelt in zijn nieuwe documentaire dat een visverbod in een derde van de kustzeeën naar schatting genoeg zou zijn om iedereen van vis te voorzien. Doordat de vissen in die gebieden gezonder worden en zich vermenigvuldigen, trekken ze naar de gebieden waar wel gevist mag worden.

Dit kun jij zelf doen om duurzamer te eten:

Minder vlees en zuivel consumeren. Een plantaardig(er) dieet is een belangrijke stap die (bijna) iedereen kan zetten. Om impact te maken hoeft niet iedereen in één keer 100 procent vegan te gaan. Het is al goed als je twee of drie dagen per week vlees- en zuivelvrij eet. Met twee dagen geen vlees en zuivel bespaar je namelijk net zoveel CO2-uitstoot als een autorit van 30 kilometer.

Check of je vis duurzaam gevangen is. Je kan dit zien aan het blauwe MSC- en groene ASC-keurmerk op de verpakking. Visserijen krijgen dit keurmerk als ze voldoen aan drie principes: genoeg vis in de oceanen laten zitten, de natuurlijke omgeving niet aantasten en goed natuurbeheer volgen, dat er voor zorgt dat de regels eerlijk worden toegepast en worden nageleefd. Daarnaast is het altijd beter om te kiezen voor een vis die niet lijdt onder overbevissing.

Verminder je voedselverspilling. Een derde van al het geproduceerde voedsel in de wereld wordt nooit opgegeten. Deze verspilling vindt overal in het proces plaats, van de boerderij tot op je bord en in je keuken, als je eten weggooit. Het verwerken van al dat afval draagt met ongeveer 8 procent flink bij aan de totale broeikasgasuitstoot. Probeer daarom slim boodschappen te doen, gebruik een lijstje en ga niet met een lege maag naar de supermarkt.

2. Bestrijden van klimaatverandering

Voor het eerst in tienduizend jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde significant veranderd. De gemiddelde luchttemperatuur, die tot de jaren 90 vrij stabiel was, steeg de afgelopen dertig jaar al met meer dan 1 graad Celsius. Ook zit er meer broeikasgas in de lucht dan ooit. Dit betekent niet dat we vóór de jaren 90 geen extra warmte produceerden, maar tot dan werd dit opgenomen door oceanen waardoor de gevolgen onzichtbaar bleven. Omdat de gezondheid van de oceanen mede daardoor achteruit is gegaan, kunnen ze dit nu niet meer doen.

Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die mensen jaarlijks uitstoten

Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal?

In augustus vorig jaar en januari dit jaar werden de gevolgen van de opwarming duidelijker dan ooit met enorme bosbranden in de Amazone en Australië. Hiermee ging het leefgebied van miljoenen dieren in vlammen op. Het regenwoud vormt de habitat van de helft van alle diersoorten op het land en in een relatief kleine strook van 10,4 vierkante kilometer kunnen tot wel 750 verschillende soorten bomen staan. Bomen waarin dieren leven en die bovendien allemaal CO2 opnemen en dus helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die elk jaar door mensen wordt uitgestoten. Maar wat doet de mens? We kappen ze en planten oliepalmen waar bijna geen dieren in kunnen leven. Zo is al de helft van de regenwouden verloren gegaan.

Ontbossing en corona

Ook corona is een gevolg van ontbossing, zegt het WWF in zijn Living Planet Report. Doordat de leefruimte van veel dieren kleiner wordt, trekken ze naar bevolkte gebieden. Dier en mens leven te dicht op elkaar waardoor er steeds meer ziektes ontstaan die overdraagbaar zijn van dieren op mensen. Zulke ziekten noemen we zoönosen.

Covid-19, SARS, ebola, malaria en AIDS zijn allemaal voorbeelden van zoönosen. Hoe die bij mensen terechtkomen verschilt. Het verdwijnen van bepaalde dieren zorgt er bijvoorbeeld voor dat een zoönose een nieuwe route naar ons ‘vindt’. In India nam bijvoorbeeld het aantal besmetting met rabiës (hondsdolheid) toe toen de gieren aan het verdwijnen waren. Besmette koeienkarkassen werden nu in plaats van door gieren, opgegeten door verwilderde honden die dichter bij de mens staan dan gieren. Zij droegen de ziekte via beten over op mensen.

Attenborough roept ons op om onmiddellijk te stoppen met ontbossing, en gewassen als oliepalmen en soja alleen te verbouwen op land dat lang geleden ontbost is. Een manier om deze omgang met land te bevorderen is door boeren en andere landeigenaren subsidie te geven om inheemse bomen te planten. In Costa Rica zorgde dit ervoor dat er binnen 25 jaar weer dubbel zoveel bomen stonden.

Marokko haalt 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara

Daarnaast, zegt hij, moeten we zo snel mogelijk overal de overstap maken naar hernieuwbare energie; zon, wind, water en aardwarmte. Een goed gidsland hiervoor is Marokko, dat op het moment 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara haalt. Door de makkelijke verbinding met Zuid-Europa zou het land tegen 2050 de opgewekte energie kunnen exporteren. In tegenstelling tot kolen, olie en gas veroorzaakt het opwekken van deze energie bijna geen CO2-uitstoot. Bovendien raakt de energiebron de komende miljarden jaren niet op. Vooralsnog blijven banken en pensioenfondsen in fossiele brandstof investeren; volgens Attenborough en andere klimaatactivisten is het daarom tijd dat ook zij verantwoordelijk worden gehouden en hun steentje bijdragen.

Wat jij zelf kunt doen om je uitstoot te verlagen?

Verbruik minder energie en stap over op duurzame energie. Het beste zou zijn om over te stappen op hernieuwbare energie zoals zonne-energie, wind- en waterkracht. Als je de mogelijkheid hebt, stap dan over naar een groene energiemaatschappij en/of installeer bijvoorbeeld zonnepanelen. Check ook of jouw bank bijdraagt aan milieuvervuiling en stap anders over naar een groenere bank.

Koop minder spullen. De grootste klimaatimpact van de gemiddelde Nederlander komt van spullen die we kopen. Dit hebben we alleen niet in de gaten, omdat het gaat om een indirecte uitstoot van CO2 in plaats van een directe zoals bij autorijden. Probeer dus minder te kopen, en ga vaker voor tweedehands. Minder verspilling gaat ook hier op: gooi niet zomaar dingen weg. Probeer iets te repareren en ga in eerste instantie voor betere kwaliteit die langer meegaat.

Zoek uit hoe groot jouw voetafdruk op aarde eigenlijk is. Op deze site kun je dat testen, aan de hand van vragen over je woonsituatie, voeding, lifestyle, vervoer en vakantie. Hier en hier vind je meer tips om je levensstijl te verduurzamen.

3. Investeren in de natuur als oplossing

Op dit moment vragen wij 1,6 keer meer van de aarde dan ze ons kan geven. We hebben bossen, waterrijke gebieden, oceanen en andere belangrijke ecosystemen aangetast en vernietigd. De afname van de biodiversiteit is een voorbeeld van het afzwakken van de natuurlijke bronnen. In de komende honderd jaar zullen miljoenen soorten (500.000 dieren en planten en nog eens 500.000 insectensoorten) met uitsterven bedreigd worden, voorspelt het WWF.

Naast het bos heeft ook de zee bescherming nodig. Sinds de jaren 50 is al 90 procent van alle grote vissen (tonijn, kabeljauw) in de zee gevangen, terwijl deze nodig zijn om het ecosysteem in stand te houden. Dit systeem speelt een grote rol in het tegengaan van klimaatverandering. Het oppervlak van de oceaan neemt namelijk CO2 op, en dat kan het minder goed doen als het niet ‘gezond’ is.

Even ter herinnering: de aarde heeft zichzelf al miljarden jaren in leven gehouden. Een effectieve manier om de biodiversiteit te bevorderen is dan ook om de natuur gewoon zijn ding te laten doen. ‘We moeten simpelweg doen wat de natuur altijd heeft gedaan’, zegt Attenborough dan ook: ‘Als wij voor de natuur zorgen, zorgt de natuur voor ons.’ De bioloog doelt op oplossingen waarbij we samenwerken met de natuur en behoud, herstel en beheer gecombineerd worden.

Er wordt vaak teruggegrepen op techniek om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, maar technologie is vaak duur en vooral effectief op korte termijn. Natuurlijke oplossingen zijn lange termijn opties en hebben meer voordelen. Want niet alleen zullen ze de biodiversiteit en ons beschermen tegen de effecten van de opwarming van de aarde, maar ze gaan die zelf ook tegen.

Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden

Bossen planten is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van de natuur gebruiken als oplossing. Bomen nemen CO2 op, dragen bij aan een betere bodemkwaliteit en verbeteren de luchtkwaliteit. Maar behalve het bos heeft ook de kust bescherming nodig. Mangrovebossen en koraalriffen moeten beschermd en hersteld worden om vissen hun broedplaatsen terug te geven en mensen te beschermen tegen overstromingen en vloedgolven. Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden.

Wat kun jij zelf doen om de natuur te laten bloeien?

Creëer een groen balkon of tuintje. Een heel bos planten in je eentje wordt lastig, maar ook hier geldt dat alle kleine beetjes helpen. Zeker in de stad is het belangrijk dat we meer natuur om ons heen hebben. Hoe meer groen, hoe aantrekkelijker voor insecten en vogels die er zo weer een stukje leefgebied bij krijgen. Als je dus de mogelijkheid hebt, zet dan zoveel mogelijk planten op je balkon, of creëer een groen dak. Dit vangt water op, vermindert de vervuiling en houdt huizen koel (en dat scheelt weer stroom voor een eventuele airco in de zomer). Als je een tuin hebt, haal daar dan alle tegels uit en plant gras en planten in de plaats.

Teken petities of doneer. Op onder andere de website van het WWF vind je verschillende petities die overheden onder druk hopen te kunnen zetten om de natuur en het klimaat prioriteit te maken.

De natuur, biodiversiteit, het klimaat en de gezondheid van de mens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Herstel van de stabiliteit van de aarde begint dus bij het herstellen van de biodiversiteit. Doen we dat niet, dan is die stabiliteit en onze veiligheid binnen honderd jaar verdwenen. In de woorden van David Attenborough: ‘Het gaat niet alleen om het redden van de planeet, het gaat om het redden van onszelf.’

‘Waarom vechten we tegen corona zonder de oorzaak te bespreken?’

Hier gaat jouw spaargeld naartoe

Suzan Wolfhagen

  1. Een broeikasgas dat veel sterker is dan CO2. ↩︎

Het bericht Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/hoe-redden-we-de-biodiversiteit-en-dus-onszelf/

De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/07/iStock-178799843-875x583.jpg

Koolmeeskuiken

In de krantenkoppen smelt het poolijs en op tv staan de regenwouden in brand, maar de rest van de dag zijn die problemen maar ver weg. Hoewel? Ook de Nederlandse natuur zucht onder de mensheid. Drie urgente problemen voor de Nederlandse natuur, die ook jou aangaan.

Als ik me een keer uit de stad en in de natuur begeef, zet ik m’n oren wagenwijd open. Ik probeer me te verwijderen van alles wat me aan mensen herinnert tot ik alleen nog vogels hoor, kikkers, het gezoem van insecten. Geen auto’s, geen gillende kinderen, dat moment dat er even geen vliegtuig over dendert. Het zal een vorm van meditatie zijn; ik vind het heerlijk om me op zulke momenten voor te stellen dat er niets aan de hand is. Dat de insecten het niet zwaar hebben, dat de wereld niet opwarmt.

Dit is het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten

Met dat gedachtenexperiment kom ik op het moment helaas niet weg. Waar klimaatverandering vaak redelijk ongrijpbaar blijft, zijn aanhoudende bosbranden in ons eigen kikkerlandje dat zeker niet. En er blijkt veel meer aan de hand, merk ik de laatste weken als ik kranten, websites en mails lees. Wat kunnen natuurexperts me hierover vertellen?

Recorddroogte

Was de ‘intelligente lockdown’ niet een stuk draaglijker door het lieflijke lentezonnetje dat door de ramen scheen? De bossen en parken die daardoor zo uitnodigend waren? Het zal je niet ontgaan zijn: het heeft nauwelijks geregend. Goed mogelijk dat je het woord ‘record’ in de context van het klimaat niet meer kunt horen, maar – het moet gezegd – er was sprake van een recorddroogte. Het droogste voorjaar ooit in Nederland gemeten.

Dat had onder meer tot gevolg dat er deze lente flinke bosbranden woedden. Niet alleen in de Amazone of Australië dus, maar gewoon hier, in eigen land. In het Natura2000-gebied de Deurnese Peel bijvoorbeeld, in Zuidoost-Brabant, maakte een grote brand ruim 800 van de 1000 hectare met de grond gelijk. De brand werd pas vorige week officieel geblust verklaard.1

Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat

Erik de Jonge, boswachter bij Brabants Landschap, vertelt over andere gevolgen: “Ik heb hier een prachtig stuk moeras dat we nog nooit droog hadden zien staan. Drie jaar geleden gebeurde dat aan het eind van de zomer tot onze verbazing voor het eerst. Vorig jaar gebeurde hetzelfde, alleen toen al halverwege de zomer.” En je raadt het al: “Nu stond het in april al droog. Kwetsbare waternatuur dreigt te verdwijnen. Ik ben bang dat het nu superhard gaat.”

Dit jaar heeft geen een van de lepelaarkuikens het overleefd

Hij is aangedaan door het gigantische bijenveld – een veld vol bij-vriendelijke bloemen – dat ze dit jaar hadden ingezaaid maar waarvan elke kiem is verschroeid, en niet minder door een vogeleiland dat opeens geen eiland meer is: “Een prachtig vogelparadijs, waar duizenden vogels normaal gesproken in alle rust broeden. Deze lente was de waterstand zo laag dat vossen er op hun dooie gemak heen konden lopen. Vorig jaar hadden we nog de grootste lepelaarskolonie van Nederland met 290 nesten. Dit jaar heeft geen een van de kuikens het overleefd.”

Een week geleden stonden de regenwolken weer aan de hemel, er komt nog altijd water uit de kraan, en je denkt al snel dat het allemaal wel weer goedkomt. Toch is het tij nog niet gekeerd, vertelt Wiebe Borren, hydroloog bij Natuurmonumenten: “Verschillende plant- en diersoorten hebben een enorme klap gekregen. De regen die nu valt verandert bijvoorbeeld niets aan het feit dat de weidevogels een heel mager broedsucces hadden. Als het volgend jaar weer zo is, wordt het al een stuk problematischer – dan mis je twee generaties.” Hetzelfde geldt voor bomen: “De droogte van 2018 hebben veel bomen overleefd, maar het heeft ze wel verzwakt. Daardoor konden veel deze nieuwe klap niet aan.”

Als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal

Borren vervolgt: “Als de droogte zich herhaalt en we niets veranderen aan het waterbeheer, dan stapelen de effecten zich op.” Waterbeheer inderdaad, want bovenop de weinige regenval komt slecht watermanagement. De landbouw bijvoorbeeld, vertelt Borren, pompt gigantisch veel water uit de grond voor beregening van gewassen – niet zelden met of zonder vergunning dicht bij kwetsbare natuurgebieden die daardoor letterlijk droog komen te staan.

Vorig jaar zomer draaiden er in Noord-Brabant volgens Natuurmonumenten alleen al veertienduizend grondwaterpompen, die samen anderhalf keer zoveel water oppompten als er in de hele provincie aan drinkwater wordt gewonnen. Het waterbeheer is daarnaast nog altijd te veel gericht op het afvoeren in plaats van vasthouden van water, meent Borren –  van oudsher was het issue vooral hoe we een teveel aan water kwijtraakten. Maar nieuwe tijden vragen om nieuwe maatregelen.

Pesticiden in beschermde natuurgebieden

Wat vond boswachter De Jonge van het nieuws dat er landbouwpesticiden tot diep in natuurgebieden zijn aangetroffen? “Dat kwam wel even hard aan”, zegt hij. “Wij dachten dat we het in Brabant wel goed hadden geregeld, omdat we hier op het landschap uiteraard geen pesticiden gebruiken. Nu ben ik bang dat het hier nog vele malen erger zal zijn, want wij zitten hier midden in een intensief landbouwgebied. Onze jaarlijkse vlindertelling laat een neerwaartse lijn zien, zal dat dan toch ook daarmee te maken hebben?”

In Drentse natuurgebieden zijn maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen aangetroffen

Wat is er precies aan de hand? Begin deze maand werd bekend dat in Drentse natuurgebieden maar liefst 31 verschillende bestrijdingsmiddelen zijn aangetroffen. Sterker nog, in alle vegetatiemonsters die door het burgerinitiatief Meten=Weten zijn afgenomen, hoe diep in het gebied ook, werden bestrijdingsmiddelen aangetroffen. Soms tot wel vijftien verschillende soorten per monster, waaronder zelfs enkele middelen die helemaal niet zijn toegestaan in Nederland, maar blijkbaar ‘stiekem’ zijn gebruikt.

De landbouw, met bijbehorende pesticiden, is de nummer 1 oorzaak van het uitsterven van insecten

Meten=Weten en Natuurmonumenten roepen minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) dringend op om nader te onderzoeken wat de pesticiden betekenen voor insecten en bodemleven. Over de uitslag van zo’n onderzoek bestaat een donkerbruin vermoeden. De onderzoekers schrijven zelf onheilspellend: ‘Insecticiden […] kunnen leiden tot minder insecten en daarmee het ineenstorten van vogelpopulaties die daarvan afhangen.’

Wereldwijd wordt om precies te zijn 40 procent van alle insecten met uitsterven bedreigd, bleek vorig jaar uit een rapport van de VN-organisatie IPBES. De landbouw, met bijbehorende pesticiden en verandering van leefgebied, werd door IPBES als nummer één oorzaak .

De Nederlandse toxicoloog Henk Tennekes luidde een decennium geleden al de noodklok. Hij meende dat we door bepaald pesticidegebruik afstevenen op ‘een ecologisch armageddon’. Zijn theorie werd onder meer door grote pesticidefabrikanten ontkend en Tennekes werd al ‘activistisch’ terzijde geschoven; zijn bevindingen verdwenen in de doofpot. Jaren later, toen het kwaad al was geschied, kreeg hij alsnog gelijk.

Stikstofcrisis krijgt een staartje

Alles wat je moet weten over stikstof

Een paar dagen na het nieuws over de pesticiden stond onze natuur opnieuw in de schijnwerpers. Ditmaal in de vorm van het eindrapport van de Commissie Remkes, die in opdracht van minister Schouten in de stikstofproblematiek is gedoken. De stikstofcrisis legde vorig jaar de bouw grotendeels plat. Boeren mochten daarnaast niet meer uitbreiden en de maximale snelheid op de wegen werd verlaagd naar 100 kilometer per uur. Waarom? De hoogste bestuursrechter van Nederland oordeelde dat ons stikstofbeleid niet voldoet aan de Europese natuurwetgeving – we stoten er te veel van uit en daar lijdt de natuur onder.

Bepaalde planten gaan bij een teveel aan stikstof dood, waar anderen juist gedijen en gaan woekeren. Het gevolg: monocultuur. Minder insecten, dus minder vogels, dus – uiteindelijk – minder grotere roofdieren.

Er worden koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden

Nog een ander gevolg, dat je niet direct ziet aankomen: er worden steeds vaker koolmeeskuikens met gebroken pootjes in nesten gevonden. De bodem verzuurt door stikstof en bepaalde mineralen spoelen weg. Wat volgt is een kettingreactie. Als planten te weinig kalk opnemen, krijgen ook insecten er te weinig van binnen waardoor de vogels die hen eten met zwakke botten zitten.

De conclusie van de commissie Remkes: het huidige beleid is nog altijd te vrijblijvend en gaat niet ver genoeg. De overheid wordt op de vingers getikt met haar streven om in 2030 26 procent stikstofreductie waar te maken ten opzichte van 2019 – de commissie zegt dat dit 50 procent moet zijn. Het is de komende tijd aan de minister om met de adviezen tot nieuw beleid te komen.

Financiële risico’s

Het zijn geen makkelijke tijden voor de Nederlandse natuur. En als de natuur in de problemen zit, zitten we dat allemaal. “Even een heel herkenbaar voorbeeld”, begint Borren. “De eikenprocessierups, daar zouden we veel minder last van hebben als de natuur in balans was – als er onder die eikenbomen voldoende gevarieerde vegetatie groeit, waarin insecten gedijen, zodat er meer vogels in de buurt zijn om ons van die rupsen af te helpen.”

Delen van Nederland worden steeds stiller en kleurlozer: geen gefluit en gezoem meer van vogels en insecten

Kijken we naar het grotere plaatje, dan heeft een verlies aan biodiversiteit ook impact op de economie, stelden de Nederlandsche Bank (DNB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) vorige week. Nederlandse banken, verzekeraars en pensioenfondsen hebben wereldwijd zo’n 510 miljard euro gestoken in bedrijven die ‘zeer afhankelijk’ zijn van ‘ecosysteemdiensten’.

Insecten worden genoemd als voorbeeld van een leverancier van zo’n dienst: als bestuivende insecten in de problemen komen, is de landbouwsector een van de eersten die dat zal voelen. Maar de landbouw is niet de enige: ook bedrijven in de visserij of de bouw kunnen in de problemen komen door verstoorde ecosystemen.

“Wat ik vooral zie is dat delen van Nederland steeds stiller en kleurlozer worden”, besluit Borren. “Geen gefluit van vogels, gezoem van insecten. Het gaat sluipenderwijs en we hebben het in eerste instantie misschien niet eens door…” Maar over een paar jaar kijken we terug en denken we, ‘hadden we dat nou maar iets anders gedaan’.

De Jonge doet wat hij kan: “Ik heb hier stiekem wat sloten afgedamd zodat het water niet weg kan lopen. Het waterschap zal er niet blij mee zijn, maar ik ga niet hulpeloos toekijken.”

‘Corona kan ons leren hoe we de klimaatcrisis moeten aanpakken’

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Channa Brunt

  1. In deze grafiek van het KNMI zie je in één oogopslag hoe uitzonderlijk de droogte van dit voorjaar is. ↩︎

Het bericht De Nederlandse natuur lijdt en dat is ook jouw probleem verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/de-nederlandse-natuur-lijdt-en-dat-is-ook-jouw-probleem/

2019 op één na warmste jaar; oceanen warmer dan ooit (NOS Binnenland)

Het jaar 2019 was het op één na warmste jaar ooit gemeten en de afgelopen vijf jaar zijn gemiddeld de warmste jaren sinds de metingen begonnen, meldt de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO).

Voor oceanen geldt dat vorig jaar het warmste ooit was, sinds onderzoekers de temperatuur in oceanen zijn gaan meten.

Volgens de WMO is elk decennium sinds 1980 warmer dan het vorige. Deze trend zal zich doorzetten, verwacht de WMO, vanwege de nog altijd stijgende uitstoot van broeikasgassen.

De gemiddelde temperatuur op aarde is nu 1,1 graad hoger dan het gemiddelde in de periode 1850-1900. Het warmste jaar blijft 2016. In dat jaar was het natuurverschijnsel El Nino bijzonder krachtig.

"Het jaar 2020 is begonnen waar 2019 is geëindigd", zegt Petteri Taalas, secretaris-generaal van de WMO. "Met weer- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen die grote impact hebben. Australië had in 2019 zijn heetste en droogste jaar ooit gemeten en vormde het toneel van enorme bosbranden die verwoestend waren voor mensen en eigendommen, wilde dieren, ecosystemen en het milieu", aldus Taalas.

53 graden warmer

Het grootste deel van de wereldwijde opwarming verdwijnt in de oceanen. Meer dan negentig procent wordt in het zeewater opgeslagen, blijkt uit gegevens van onder meer het Amerikaanse instituut NOAA (National Oceanic and Atmospheric Administration).

Volgens Femke de Jong van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) komt dat doordat water zo veel warmte kan opnemen. "De bovenste twee meter van de oceaan kan evenveel warmte opslaan als de hele atmosfeer."

De Jong heeft uitgerekend hoeveel warmer het nu op aarde was geweest, als de warmte niet de oceanen in was gegaan. "Als dezelfde warmte in de atmosfeer terecht was gekomen, dan was het nu 53 graden warmer geweest in de lucht. Dus de oceanen houden letterlijk ons hoofd koel."

In het zeewater leidt de opwarming tot veel minder temperatuurstijging; gemiddeld tot 0,05 graad. "Als je het zou middelen over de hele oceaan, dan gaat het om vijfhonderdste van een graad." Het lijkt een minieme opwarming, maar dat is het niet, zegt De Jong. "Dat komt door het enorme volume van de oceaan. De oceaan is gemiddeld ongeveer 4,5 kilometer diep. En heeft ongeveer duizend keer zoveel warmte-opslag als de hele atmosfeer bij elkaar."

Kleinere vissen

Zelfs zo'n kleine temperatuurstijging in het water heeft grote gevolgen, vertelt De Jong. "Het heeft heel veel consequenties. Voor het zeeleven, zoals de koralen die verbleken, voor de verzuring, en er komen steeds meer hittegolven in de zeeën voor, die ook gevolgen hebben voor het leven in de oceaan."

Daarnaast zet water uit als het warmer wordt, en daardoor stijgt de zeespiegel. Ook zijn er gevolgen voor vissen. "Er zijn studies die aantonen dat vissen zich aanpassen aan de hogere temperatuur. En vooral dat ze steeds kleiner worden, en dat merkt de visserij."

Ook in Nederland was 2019 een warm jaar. Eerder maakte het KNMI bekend dat alleen de maanden november en mei kouder waren dan normaal, de rest van het jaar was het warmer:

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/NAV7i-FA9No

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/NAV7i-FA9No/2318778

Luchtdoelartillerieschietkamp (Wikipedia – Recente wijzigingen)

luchtfoto terrein bij Kijkduin + update kijkduin + red

← Oudere versie Versie van 10 mei 2019 om 22:13
Regel 45: Regel 45:
 
| overig3 = 1956 - 2005
 
| overig3 = 1956 - 2005
 
| overignaam3 = Falga
 
| overignaam3 = Falga
| overig4 = 1925 - ?
+
| overig4 = 1925 - 1965
 
| overignaam4 = Kijkduin
 
| overignaam4 = Kijkduin
 
| overig6 =
 
| overig6 =
Regel 78: Regel 78:
   
 
== Geschiedenis ==
 
== Geschiedenis ==
 
Na de Tweede Wereldoorlog begon Nederland met het uitbreiden van de krijgsmacht. Dit was nodig vanwege de Sovjetdreiging in Europa. Ook werd de luchtdoelartillerie fors uitgebreid. Het luchtverdedigingsconcept was destijds zo dat Nederland volledig op eigen grondgebied verdedigd moest worden tegen luchtaanvallen. Hiervoor was veel materieel en personeel nodig, en navenant veel opleidingscapaciteit en oefenterreinen. In tegenstelling tot andere wapens had de Luchtdoelartillerie nog geen eigen schietkamp. De [[infanterie]] had al sinds 1899 een eigen [[Infanterieschietkamp]] in de [[Harskamp]], de cavalerie kreeg de beschikking over het [[Vliehors#Cavalerie|Cavalerieschietkamp]] op [[Vlieland]] en de artillerie had het [[Artillerieschietkamp]] in [[Oldebroek (gemeente)|Oldebroek]].<ref>De Clock van Callans-Ooghe, Jaargang 19 nr.3, 1 september 2004, pp. 16-19</ref>
Na de Tweede Wereldoorlog begon Nederland met het uitbreiden van de krijgsmacht. Dit was nodig vanwege de Sovjetdreiging in Europa.
 
Ook werd de luchtdoelartillerie fors uitgebreid. Het luchtverdedigingsconcept was destijds zo dat Nederland volledig op eigen grondgebied verdedigd moest worden tegen luchtaanvallen. Hiervoor was veel materieel en personeel nodig, en navenant veel opleidingscapaciteit en oefenterreinen. In tegenstelling tot andere wapens had de Luchtdoelartillerie nog geen eigen schietkamp. De [[infanterie]] had al sinds 1899 een eigen [[Infanterieschietkamp]] in de [[Harskamp]], de cavalerie kreeg de beschikking over het [[Vliehors#Cavalerie|Cavalerieschietkamp]] op [[Vlieland]] en de artillerie had het [[Artillerieschietkamp]] in [[Oldebroek (gemeente)|Oldebroek]].<ref>De Clock van Callans-Ooghe, Jaargang 19 nr.3, 1 september 2004, pp. 16-19</ref>
 
   
 
Sinds 1925 werd er al geoefend bij [[Fort Kijkduin]] met zware luchtdoelartillerie, maar voor de rest was men aangewezen op een schietterrein in Duitsland. Vanaf 1 mei 1951 kwam er uitbreiding met de oprichting van het Luchtdoelartillerieschietkamp. In de jaren die volgden kreeg men de beschikking over drie extra terreinen en eigen legering.<ref>Heden en toekomst van de luchtdoelartillerie, P. R. de Rochemont, G. H. Rooding en M. K. van der Veer, Militaire Spectator 1997, pp227-239, geraadpleegd via [http://www.kvbk-cultureelerfgoed.nl/MS_PDF/1977/1977-0227-01-0060.PDF archief Militaire Spectator].</ref>
 
Sinds 1925 werd er al geoefend bij [[Fort Kijkduin]] met zware luchtdoelartillerie, maar voor de rest was men aangewezen op een schietterrein in Duitsland. Vanaf 1 mei 1951 kwam er uitbreiding met de oprichting van het Luchtdoelartillerieschietkamp. In de jaren die volgden kreeg men de beschikking over drie extra terreinen en eigen legering.<ref>Heden en toekomst van de luchtdoelartillerie, P. R. de Rochemont, G. H. Rooding en M. K. van der Veer, Militaire Spectator 1997, pp227-239, geraadpleegd via [http://www.kvbk-cultureelerfgoed.nl/MS_PDF/1977/1977-0227-01-0060.PDF archief Militaire Spectator].</ref>
Regel 93: Regel 92:
   
 
==Ligging en terreinen==
 
==Ligging en terreinen==
  +
[[Bestand:Luask_den_helder_huisduinen_1951_1.jpg|thumb|Luchtopname in zuidelijke richting van het schietterrein Kijkduin in de Grafelijkheidsduinen, 1951.]]
[[Bestand:Surveillance vaarroute botgat.jpg|thumb|Een wachtmeester der eerste klasse inspecteert met een schaarkijker de vaarroute van het Botgat, 1990.]]
 
De vier omheinde schietterreinen lagen als enclaves in het Noord-Hollandse duingebied tussen [[Callantsoog]] en Den Helder.
+
De vier omheinde schietterreinen lagen als enclaves in het Noord-Hollandse duingebied tussen [[Callantsoog]] en Den Helder. Elk terrein bestond globaal uit een parkeerplaats voor voertuigen en een noord-zuidgeoriënteerde rijstrook van enkele honderden meters lang, met aan de westzijde een aantal schietpunten en aan de oostzijde verschillende dienstgebouwen. Er werd in westelijke richting geschoten, over de vloedlijn op doelen boven de [[Noordzee]].
Elk terrein bestond globaal uit een parkeerplaats voor voertuigen en een noord-zuidgeoriënteerde rijstrook van enkele honderden meters lang, met aan de westzijde een aantal schietpunten en aan de oostzijde verschillende dienstgebouwen. Er werd in westelijke richting geschoten, over de vloedlijn op doelen boven de [[Noordzee]].
 
   
Het luchtruim boven het schietkamp was uiteraard verboden gebied voor vliegtuigen.
+
Het luchtruim boven het schietkamp was uiteraard verboden gebied voor vliegtuigen. Voor de beroepsvaart op zee gold gold dat niet; er werd alleen geschoten in veilige sectoren waar geen scheepvaart was. De zee werd in de gaten gehouden vanuit de zeeradarpost die geplaatst was op een hoge duin bij de ingang van het terrein.
Voor de beroepsvaart op zee gold gold dat niet; er werd alleen geschoten in veilige sectoren waar geen scheepvaart was. De zee werd in de gaten gehouden vanuit de zeeradarpost die geplaatst was op een hoge duin bij de ingang van het terrein.
 
   
 
===Kijkduin===
 
===Kijkduin===
Regel 104: Regel 101:
 
{{Coor dms|52|56|47.93|N|4|43|18.47|E|scale:3125_region:NL}}
 
{{Coor dms|52|56|47.93|N|4|43|18.47|E|scale:3125_region:NL}}
   
Sinds 1925 vonden oefeningen plaats in de [[Grafelijkheidsduinen]], 300 meter ten zuidwesten van Fort Kijkduin. Er werd met zware luchtdoelartillerie geschoten op een linnen doelvlag die gesleept werd door een vliegtuig. Na opheffing van de zware luchtdoelartillerie begin jaren 60, werd er geen gebruik meer gemaakt van het terrein. Het duurde nog tot in de jaren 80 voordat het werd afgestoten. Thans is het eigendom van[[Landschap Noord-Holland | Noord-Hollands Landschap]].<ref>[https://www.nrc.nl/nieuws/1992/03/19/natuurontwikkeling-in-voormalig-noordhollands-schietterrein-7137002-a182429 Natuurontwikkeling in voormalig Noordhollands schietterrein; Nieuw natuurgebied erbij] NRC, 19 maart 1992</ref>
+
Sinds 1925 vonden oefeningen plaats in de [[Grafelijkheidsduinen]], 300 meter ten zuidwesten van Fort Kijkduin. Er werd met zware luchtdoelartillerie geschoten op een linnen doelvlag die gesleept werd door een vliegtuig. Schietterrein Kijkduin werd eind jaren 40 echter te klein om alle luchtdoelartillerie-eenheden te laten oefenen. Ook was het er te drassig om de stukken zwaar geschut stabiel op te stellen. De zware luchtdoelartillerie werd begin jaren 60 opgeheven. Omdat het terrein ongeschikt was voor moderne radiografisch bestuurbare doelvliegtuigjes van de lichte luchtdoelartillerie werd er vanaf 1965 geen meer gemaakt van het terrein.<ref>{{Citeer web|url=https://www.boei.nl/huisduinen-luchtdoelartillerie|titel=Huisduinen en het luchtdoelartillerie schietkamp {{!}} BOEi|bezochtdatum=2019-05-10|werk=www.boei.nl}}</ref> Het duurde echter nog tot in de jaren 80 voordat het werd afgestoten, waarna het in handen kwam van [[Staatsbosbeheer]]. Sinds 1992 is het terrein eigendom van het[[Landschap Noord-Holland | Noord-Hollands Landschap]].<ref>[https://www.nrc.nl/nieuws/1992/03/19/natuurontwikkeling-in-voormalig-noordhollands-schietterrein-7137002-a182429 Natuurontwikkeling in voormalig Noordhollands schietterrein; Nieuw natuurgebied erbij] NRC, 19 maart 1992</ref>
   
 
===Groote Keeten===
 
===Groote Keeten===
Regel 112: Regel 109:
   
 
===Falga===
 
===Falga===
[[Bestand:Falga OQ-19.jpg|thumb|Een Northrop OQ-19 doelvliegtuig op de lanceerrail op schietterrein Falga, 1961.]]
 
 
{{Coor dms|52|55|2.31|N|4|43|9.24|E|scale:3125_region:NL}}
 
{{Coor dms|52|55|2.31|N|4|43|9.24|E|scale:3125_region:NL}}
   
Regel 121: Regel 117:
 
{{Coor dms|52|52|22.68|N|4|42|43.92|E|scale:6250_region:NL}}
 
{{Coor dms|52|52|22.68|N|4|42|43.92|E|scale:6250_region:NL}}
   
In 1958 werd het Botgat geopend. Dit was veruit het grootste terrein, dat ook het langste in gebruik is geweest. Het bestond uit 16 schietpunten en een twaalftal dienstgebouwen.
+
In 1958 werd het Botgat geopend. Dit was veruit het grootste terrein, dat ook het langste in gebruik is geweest. Het bestond uit 16 schietpunten en een twaalftal dienstgebouwen. Kenmerkend is de cirkelvormige startbaan voor de doelvliegtuigjes. De ligging is ongeveer 2 km ten zuiden van Julianadorp. Voor de toegang werd 300 meter zuidelijk van de vuurtoren de [[Groote Kaap]] een doorsteek in de duinen gemaakt.
Kenmerkend is de cirkelvormige startbaan voor de doelvliegtuigjes.
 
De ligging is ongeveer 2 km ten zuiden van Julianadorp. Voor de toegang werd 300 meter zuidelijk van de vuurtoren de [[Groote Kaap]] een doorsteek in de duinen gemaakt.
 
   
 
===Luitenant-kolonel Maaskamp===
 
===Luitenant-kolonel Maaskamp===
Regel 136: Regel 130:
 
Na een onderzoek naar de kwaliteit van de legering, werd besloten tot de bouw van een moderner barakkenkamp aan de Nieuweweg, op een van de buitenbastions van het fort. Deze werd op 17 mei 1957 in gebruik genomen. Op 6 april 1962 kreeg het kampement de naam Luitenant-kolonel Maaskamp, naar [[Abraham Johannes Maas|lkol A.J. Maas]], grondlegger van de Luchtdoelartillerie.
 
Na een onderzoek naar de kwaliteit van de legering, werd besloten tot de bouw van een moderner barakkenkamp aan de Nieuweweg, op een van de buitenbastions van het fort. Deze werd op 17 mei 1957 in gebruik genomen. Op 6 april 1962 kreeg het kampement de naam Luitenant-kolonel Maaskamp, naar [[Abraham Johannes Maas|lkol A.J. Maas]], grondlegger van de Luchtdoelartillerie.
   
Aan de overkant van de Nieuweweg lag het [[Deibelkamp]]. Dit was in gebruik bij de luchtmacht en bij enkele parate luchtdoelartillerie-eenheden. Toen deze eenheden in 1964 werden opgeheven, werd dit kamp aan het Luask toegevoegd, zodat Fort Dirks Admiraal verlaten kon worden. Er werden nieuwe barakken gebouwd, wat al een grote vooruitgang was.
+
Aan de overkant van de Nieuweweg lag het [[Deibelkamp]]. Dit was in gebruik bij de luchtmacht en bij enkele parate luchtdoelartillerie-eenheden. Toen deze eenheden in 1964 werden opgeheven, werd dit kamp aan het Luask toegevoegd, zodat Fort Dirks Admiraal verlaten kon worden. Er werden nieuwe barakken gebouwd, wat al een grote vooruitgang was. Pas in de jaren 80 van de vorige eeuw is er permanente bebouwing gerealiseerd op het Maaskamp, die nu nog in gebruik is.
Pas in de jaren 80 van de vorige eeuw is er permanente bebouwing gerealiseerd op het Maaskamp, die nu nog in gebruik is.
 
   
 
==Doelpresentatie==
 
==Doelpresentatie==
Regel 144: Regel 137:
   
 
Vanaf 1960 werd er gevlogen met onbemande vliegtuigjes van het type [[Northrop OQ-19|Northrop OQ-19D]] en later de KD2R5.
 
Vanaf 1960 werd er gevlogen met onbemande vliegtuigjes van het type [[Northrop OQ-19|Northrop OQ-19D]] en later de KD2R5.
Deze werden gelanceerd met een katapult.<ref>[http://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=luchtdoelartillerie+prox+botgat&page=1&coll=ddd&identifier=ddd%3A010626220%3Ampeg21%3Aa0061&resultsidentifier=ddd%3A010626220%3Ampeg21%3Aa0061 Katapultinstallatie Den Helder gereed] Gereformeerd gezinsblad, 13 januari 1960</ref> Begin jaren 60 werd op het Botgat een cirkelvormige startbaan gebouwd. Vliegtuigjes werden op een wagentje geplaatst dat met een kabel vastgemaakt was in het middelpunt van startbaan. Bij de start reed het toestel een aantal rondjes en bij voldoende snelheid werd het richting zee gelanceerd. In 1999 is men weer afgestapt van de startbaan en teruggegaan naar een katapult.
+
Deze werden gelanceerd met een katapult.<ref>[http://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=luchtdoelartillerie+prox+botgat&page=1&coll=ddd&identifier=ddd%3A010626220%3Ampeg21%3Aa0061&resultsidentifier=ddd%3A010626220%3Ampeg21%3Aa0061 Katapultinstallatie Den Helder gereed] Gereformeerd gezinsblad, 13 januari 1960</ref> Begin jaren 60 werd op het Botgat een cirkelvormige startbaan gebouwd. Vliegtuigjes werden op een wagentje geplaatst dat met een kabel vastgemaakt was in het middelpunt van startbaan. Bij de start reed het toestel een aantal rondjes en bij voldoende snelheid werd het richting zee gelanceerd. In 1999 is men weer afgestapt van de startbaan en teruggegaan naar een katapult. Als na één uur de brandstof op was, landde het toestel aan een parachute in de duinen. Hierna werd het geborgen en gereed gemaakt voor een volgende vlucht.
Als na één uur de brandstof op was, landde het toestel aan een parachute in de duinen. Hierna werd het geborgen en gereed gemaakt voor een volgende vlucht.
 
   
Het besturen en onderhouden van de toestellen werd vanaf de opening van het schietkamp uitbesteed aan de firma [[Schreiner Airways|Schreiner Air Target Services]].<ref>Website gewijd aan de geschiedenis van de [http://www.schreiner.nl/1951--1955.html Schreiner Luchtvaartgroep]</ref> Het bedrijf verleende al vergelijkbare diensten aan de [[Koninklijke Marine]]. Het bedrijf zou dit blijven doen tot aan de sluiting in 2005.
+
Het besturen en onderhouden van de toestellen werd vanaf de opening van het schietkamp uitbesteed aan de firma [[Schreiner Airways|Schreiner Air Target Services]].<ref>Website gewijd aan de geschiedenis van de [http://www.schreiner.nl/1951--1955.html Schreiner Luchtvaartgroep]</ref> Het bedrijf verleende al vergelijkbare diensten aan de [[Koninklijke Marine]]. Het bedrijf zou dit blijven doen tot aan de sluiting in 2005. Op het Botgat werd in de jaren zeventig een bakstenen onderhoudsloods gebouwd waar Schreiner zijn werkzaamheden kon uitvoeren. Er was een speciale procedure voor nodig omdat de gemeente geen toestemming wilde verlenen voor permanente bebouwing.
Op het Botgat werd in de jaren zeventig een bakstenen onderhoudsloods gebouwd waar Schreiner zijn werkzaamheden kon uitvoeren. Er was een speciale procedure voor nodig omdat de gemeente geen toestemming wilde verlenen voor permanente bebouwing.
 
   
 
==Gevolgen voor natuur en omgeving==
 
==Gevolgen voor natuur en omgeving==
Regel 155: Regel 146:
 
Omdat het onveilige gebied zich uitstrekte tot 12 kilometer uit de kust, ondervonden de '''scheepvaart en visserij''' hinder van de schietoefeningen. Officieel was het geen verboden gebied en had de beroepsvaart vrije doorgang. Er was een convenant met de beroepsvisserij dat er niet in de onveilige zone gevist zou worden. Toch kwam het bijna dagelijks voor dat schietoefeningen stil gelegd werden omdat er, al dan niet demonstratief, gevist werd in de onveilige zone.
 
Omdat het onveilige gebied zich uitstrekte tot 12 kilometer uit de kust, ondervonden de '''scheepvaart en visserij''' hinder van de schietoefeningen. Officieel was het geen verboden gebied en had de beroepsvaart vrije doorgang. Er was een convenant met de beroepsvisserij dat er niet in de onveilige zone gevist zou worden. Toch kwam het bijna dagelijks voor dat schietoefeningen stil gelegd werden omdat er, al dan niet demonstratief, gevist werd in de onveilige zone.
   
Vanuit de '''omliggende steden en dorpen''' is er altijd protest geweest tegen het schietkamp vanwege geluidsoverlast. De schiettijden zijn in de loop van de tijd wel beperkt en in de zomer was er een schietvrije periode. Deze kwam tot stand toen de [[Vereniging Huisduiner Belang]] in 1960 zijne koninklijke hoogheid prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld aanschreef om een schietvrije periode in de zomer te bedingen. In 2003 had het Ministerie van Defensie een plan klaarliggen om een 20 meter hoge geluidswal op te trekken bij het Botgat. Maar dit plan werkte averechts: het leidde tot veel protest. De geplande muur lag net zoals het schietterrein zelf in natuurgebied. Het uitzicht op de duinen zou er ingrijpend door veranderen.
+
Vanuit de '''omliggende steden en dorpen''' is er altijd protest geweest tegen het schietkamp vanwege geluidsoverlast. De schiettijden zijn in de loop van de tijd wel beperkt en in de zomer was er een schietvrije periode. Deze kwam tot stand toen de Vereniging Huisduiner Belang in 1960 prins [[Bernhard van Lippe-Biesterfeld]] aanschreef om een schietvrije periode in de zomer te bedingen. In 2003 had het Ministerie van Defensie een plan klaarliggen om een 20 meter hoge geluidswal op te trekken bij het Botgat. Maar dit plan werkte averechts: het leidde tot veel protest. De geplande muur lag net zoals het schietterrein zelf in natuurgebied. Het uitzicht op de duinen zou er ingrijpend door veranderen.
   
 
Ook de '''toeristische sector''' had last van de schietoefeningen omdat de stranden ter hoogte van de schietterreinen tijdens oefeningen werden afgesloten.
 
Ook de '''toeristische sector''' had last van de schietoefeningen omdat de stranden ter hoogte van de schietterreinen tijdens oefeningen werden afgesloten.
Regel 163: Regel 154:
   
 
==Lijst van commandanten==
 
==Lijst van commandanten==
 
[[Bestand:Falga OQ-19.jpg|thumb|Een Northrop OQ-19 doelvliegtuig op de lanceerrail op schietterrein Falga, 1961.]]
 
[[Bestand:Surveillance vaarroute botgat.jpg|thumb|Een wachtmeester der eerste klasse inspecteert met een schaarkijker de vaarroute van het Botgat, 1990.]]
 
{| class="wikitable"
 
{| class="wikitable"
 
|-
 
|-
https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Luchtdoelartillerieschietkamp&diff=53801457&oldid=53648934