Tom Kleijn terug naar 5 rampplekken: hoe is het leven er opgepakt? (Metronieuws)

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/Tom-Kleijn-Na-de-klap-e1592078474792.png

Bij rampen komen vele camera’s verslag doen, maar na verloop van tijd zijn ze allemaal verdwenen. Tom Kleijn keerde op vijf ramplekken terug en maakte voor KRO-NCRV Na de klap.

Na de klap is vanaf vanavond (20.45 uur, NPO 2) vijf zondagen te zien. TV-journalist Tom Kleijn was in Londen (torenflatbrand), Genua (ingestorte brug), Californië (bosbranden), Fukushima (kernramp) en ons eigen Enschede (vuurwerkramp).

Kleijn, die zelf jarenlang verslag deed van rampen – hij werkte voor TweeVandaag, NOVA, Nieuwsuur en Brandpunt – vroeg zich af: „Hoe hebben de mensen die het meemaakten het leven weer opgepakt? Wat is er over van (overheids)beloften die na de ramp werden gedaan? En hoe gaat het nu, lang nadat stille tochten (behalve in Londen), hulpacties en die camera’s uit de hele wereld zijn verdwenen?” Hij denkt vaak aan mensen die hij geeft gesproken terug. „Dan zeg ik een jaar later opeens tegen cameraman zeg: hoe zou het met die mevrouw eigenlijk zijn? Wij journalisten gaan er naartoe, doen verslag en gaan weer weg. Gewoon eens teruggaan om je af te vragen hoe het nu met de mensen is, die vraag zie ik niet vaak beantwoord. Bij de meesten was ik welkom. Sommigen hebben hun verhaal al honderd keer verteld. Maar als je tijd met ze doorbrengt en interesse in ze toont, dan willen ze nog steeds graag hun verhaal doen.”

Na de klap Enschede in coronatijd gefilmd

Kleijn, samen met cameraman Joris Hentenaar winnaar van een Emmy Award 2006 voor de reportage Hunting for Taliban, rekent net een koffie af als hij Metro aan de telefoon heeft. Hij is in Nederland en kon alle buitenlandse rampplekken vóór coronatijd bezoeken. „Behalve Enschede, die is grotendeels in coranatijd opgenomen. De hele serie zou vanaf april worden uitgezonden, maar ja, toen kwam het virus en ging de programmering om.

„De ramp in Enschede was de enige waar ik zelf als journalist bij was. Verder… waar was ik allemaal?”, zegt de programmamaker. „Irak, Afghanistan, Israël, de aardbeving op Haïti, de nasleep van de tsunami in Thailand in 2004, schietpartijen in Amerika, bomaanslagen in Parijs, Manchester en Kopenhagen. Ja, ik heb wel wat verslagen gemaakt.”

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/Na-de-klap-Tom-Kleijn-Emmy-Award.jpg

Tom Kleijn (rechts) en Joris Hentenaar, 14 jaar geleden. Hun NOVA-reportage Hunting for Taliban – van verslaggever Tom Kleijn en cameraman Joris Hentenaar leverde een internationale Emmy Award op. Foto: ANP / Bryan Brown

Ik trof mensen op hun allerallerslechtste moment

Een fascinatie voor rampen, zo wil Kleijn het niet altijd noemen. „Bij aanslagen kun je vaak niet zo veel doen. Je komt aan, een plek is afgezet en er staan bloemen en kaarsjes. Je probeert een ooggetuige of familielid te vinden, de dag erna ga je eens de wijk in. Bij de nasleep van aardbevingen en de tsunami heb je het over een langere periode. De fascinatie is dan de omstandigheden waarin je verkeert, die dan heel erg slecht zijn. Je kunt nergens slapen, er is amper eten, er is geen schoon water. De mensen die er wonen zijn op hun allerallerslechtste moment, zijn alles kwijt. En toch zijn er altijd al weer verhalen van mensen die iets doen, die andere mensen helpen, die hun huis openstellen. Er gebeurt dan zoveel tegelijk, zowel van het slechtste als het beste. Dat vind ik ongelooflijk. Deze serie gaat daarom ook niet alleen over ellende, ook over dingen die een ramp misschien heeft opgeleverd.”

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/Na-de-klap-vuurwerkramp.jpg

De verwoeste wijk waar de explosie in de vurwerkopslag S.E. Fireworks zich in 2000 voordeed. Foto: ANP / Marcel Antonisse

Vuurwerkramp Enschede

13 mei 2000, ontploffing van een opslagruime van S.E. Fireworks; 23 doden, 950 gewonden, 200 woningen uit de wijk Roombeek verwoest.

In mei konden we Na de klap over de vuurwerkramp al zien, toen precies 20 jaar geleden. De uitzending vormt als herhaling nu het slotstuk op 12 juli. Vanavond zien we Londen en vervolgens Genua, Californië en Fukushima.

Kleijn kreeg in Enschede veel mensen voor de camera, ook zij die nog altijd lijnrecht tegenover elkaar staan. Waar de ramp voor de meeste Tukkers namelijk in het verleden ligt, is er een kleine groep betrokkenen die nog dagelijks met die meidag in 2000 bezig blijkt. Zoals de voormalige directeur van de vuurwerkfabriek, de weduwe van een van de omgekomen brandweermannen en een oud-rechercheur. Zij kunnen niet leven met het feit dat de oorzaak van de ramp nooit is opgehelderd. Daarom hebben zij onlangs nog aangifte gedaan en strijden zij verder.

Hoe goed ook gelukt, zegt Kleijn: „Door het filmen in coronatijd vind ik de andere vier nét iets indrukwekkender geworden volgens mij. De buitenlandse afleveringen spelen zich meer op straat af, tussen de mensen. Enschede moest noodgedwongen wat meer zittend aan een tafeltje op afstand gebeuren, dat werd daarom wat minder beeldend. Maar ik was tevreden hoor, 711.000 mensen hebben gekeken. Daarmee was het ’t best scorende programma van de avond op NPO 2, daar ben ik blij mee.”

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/rampen-grenfell-londen-.jpg

De zwartgeblakerde woontoren Grenfell in Londen. Foto: AFP / Chris J. Ratcliffe

Brand Grenfell-woontoren Londen

14 juni 2017; 72 doden, 77 gewonden, 24 verdiepingen brandden af.

Kleijn loopt in de wijk Kensington onder meer mee in de stille mars die bewoners en omwonenden van de toren nog elke maand lopen. Nog altijd is niemand verantwoordelijk gesteld voor de zeer brandbare gevelplaten van het gebouw. Er gebeuren echter ook mooiere dingen. Zo ontmoet Kleijn een overlevende die met hart en ziel in een ‘community kitchen’ ging werken, iets wat een droom voor haar was. „Deze vrouw woonde met haar man, twee kinderen en demente schoonvader in Grenfell. Ze hoorde haar schoonvader door de kamer schuifelen. Ze dacht dat hij in de war was, maar zag toen dat de hele toren in de fik stond. Daar was die man kennelijk wakker van geworden. Ze hebben het overleefd, maar haar beste vriendin van een paar verdiepingen hoger niet. Die belde haar om hulp, maar in de paniek had de vrouw haar telefoon niet opgenomen. Ze heeft een groot schuldgevoel, terwijl ze anderhalf jaar met haar gezin met afhaalmaaltijden in een hotelkamer woonde. Koken is wat ze altijd deed, maar in de ‘community kitchen’ in een moskee is dat nu terug. Ze kookt met andere vrouwen uit Grenfell meer dan driehonderd maaltijden per week voor bijvoorbeeld buurthuizen en scholen en dat blijkt haar traumaverwerking.”

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/rampen-brug-genua.jpg

De ingestorte Morandi-brug in Genua. Foto: EPA / Alessandro Di Marco

Instorting Morandibrug Genua

14 augustus 2018; 43 doden, 15 gewonden, het verkeer viel van 45 meter hoogte omlaag.

In Italië mengt Tom Kleijn zich onder de buurtgenoten van de Via Porro, de straat die werd getroffen door het instorten van de enorme brug. Een plek waar de emoties hoog oplopen als de laatste delen van de brug worden opgeblazen om een nieuwe te kunnen bouwen.

Kleijn: „Hoe groot is nou de kans dat zoiets gebeurt, wanneer jij er nét overheen rijdt? Het gebeurde wel met de zoon van een man waarbij ik in Genua in de auto ben ingestapt. Zijn zoon was bijrijder op een klein vrachtwagentje en appte elke ochtend met zijn vader. Hij stuurde dat hij de brug op reed en daarna hielden de app’jes op. Toen kwam zijn andere zoon de kamer in en die zei ‘moet je eens op tv kijken wat er met de Morandi gebeurd is’. Een heel heftig verhaal.”

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/rampen-bosbranden-Paradise.jpg

Kimberly Spainhower geeft haar dochter Chloe van 13 een knuffel, terwijl hun man en vader Ryan zoekt in de puinhopen na de bosbranden van Paradise. Foto: AFP / Josh Edelson

Bosbranden Paradise, Californië

November 2018; 70 doden, 20.000 verwoeste gebouwen, heel Paradise en naburige Concow werden vernield.

Kleijn bezoekt ook Paradise in het Amerika waar hij langere tijd correspondent was en waar de bewoners letterlijk door een vuurzee weg moesten vluchten voor een allesverwoestende bosbrand. „In Paradise zelf gingen 11.000 huizen in vlammen op in vier uur tijd. Ik ben er met mensen die allemaal vergunningen aanvragen om weer te kunnen bouwen, terwijl er op dat moment letterlijk drie kwartier rijden verderop weer een bosbrand gaande is. Als ik ze dan vraag waarom ze er in hemelsnaam nog willen wonen, dan krijg ik ‘hallo, jij woont onder de zeespiegel; waar heb je het over?’ als antwoord. En dat is ook wel weer waar.”

 

https://www.metronieuws.nl/wp-content/uploads/2020/06/1-na-de-klap-fukushima.jpg

Een auto na de Tsunami van Fukushima en een man in een veilig pak door de kernramp die op die tsunami volgde. Foto: AFP / Yoshikazu Tsuno

Kernramp Fukushima, Japan

11 maart 2011, 100.000 mensen geëvacueerd; de kernramp gebeurde door en zeebeving met een daaropvolgende tsunami.

Het vrijwel uitgestorven Fukushima werd dus dubbel getroffen en er gebeurt nu iets tegenstrijdigs. Zo ontvangt de stad in 2021 een deel van de Olympische Spelen in Tokyo: het honkbaltoernooi zal er plaatsvinden. De burgemeester toont zich uitermate optimistisch en wil vooral laten zien hoe veilig het er weer is: Tom Kleijn mag fruit proeven dat in de streek geteeld is. En dat terwijl even verderop 17 miljoenen zakken met radioactieve aarde langs de wegen staan, waarvan men zich afvraagt waar het ooit naartoe moet. Kleijn: „In de stad woonden 20.000 mensen, waarvan er 800 in een spookstad zijn teruggekomen. Maar ja, waarvoor eigenlijk?”

Was hij niet bang voor de zakken radioactieve troep? „Nee hoor, er zijn stralingsmeters, sluizen en speciale pakken en je hebt gebieden waar je wel en waar je niet mag komen. Op zich is de straling niet heel gevaarlijk, je weet alleen niet precies hoe lang je erin kunt blijven. Dus tja, om er nu weer te gaan wonen… Wat voor een effect heeft dat dan? Daar zijn de mensen uit Fukushima wantrouwig om.”

Lees ook: Eerste We Want More scoort, wat was gaaf en wat was minder?

https://www.metronieuws.nl/entertainment/2020/06/tom-kleijn-terug-naar-5-rampplekken-hoe-is-het-leven-er-opgepakt/

Na de klap: documentaireserie over mensen die het onvoorstelbare meemaakten (BroadcastMagazine)

Kleijn filmt in Londen, waar een helse brand in de Grenfell-woontoren aan 72 mensen het leven kostte. Hij loopt mee in de stille mars die bewoners en omwonenden van de toren nog elke maand lopen. In Italië mengt hij zich onder de buurtgenoten van de Via Porro, de straat die werd getroffen door het instorten van de Morandi-brug in Genua. Een plek waar de emoties hoog oplopen als de laatste delen van de brug worden opgeblazen om een nieuwe te kunnen bouwen.

Twintig jaar na de vuurwerkramp keert Kleijn terug naar de getroffen wijk Roombeek in Enschede. Waar de ramp voor de meeste Tukkers in het verleden ligt, is er een kleine groep betrokkenen die nog dagelijks met die meidag in 2000 bezig blijkt. Zoals de voormalige directeur van de vuurwerkfabriek, de weduwe van een van de omgekomen brandweermannen en een oud-rechercheur. Zij kunnen niet leven met het feit dat de oorzaak van de ramp nooit is opgehelderd. Daarom hebben zij onlangs nog aangifte gedaan en strijden zij verder.

Presentator Tom Kleijn: “Je vraagt nogal wat van mensen als je ze opzoekt terwijl er net een ramp is gebeurd. Ze verloren hun huis, moesten vluchten of zijn hun familie kwijt. En dan nog nemen ze de tijd om jou te woord te staan. Is het dan niet ook je journalistieke plicht om terug te keren naar die plek? Niks goed-nieuwsshow, puur om te kijken hoe het de mensen is vergaan nadat iedere cameraploeg al lang en breed vertrokken is.”

Kleijn bezoekt ook Paradise in Californië, waar de bewoners letterlijk door een vuurzee weg moesten vluchten voor een allesverwoestende bosbrand. En hij reist naar het vrijwel uitgestorven Japanse Fukushima, dat dubbel getroffen werd: door een tsunami en kernramp.

Op sommige plekken levert de ramp voor de getroffenen juist ook iets onverwachts op. Bijzondere vriendschappen, of een gemeenschap die verbroedert. In Londen begint een overlevende een ‘community kitchen’, wat eigenlijk altijd haar droombaan was. In Enschede herrees een woonwijk, waar voor buitenlandse bezoekers nog steeds ‘architectuur-rondleidingen’ worden gegeven.

Toch blijft het knellen: door móeten gaan, en leven met de gevolgen van de ramp. Zo ontvangt Fukushima de Olympische Spelen: het honkbaltoernooi zal in hun stadion plaatsvinden. De burgemeester toont zich uitermate optimistisch en wil vooral laten zien hoe veilig het er weer is: Tom mag fruit proeven dat in de streek geteeld is. Terwijl even verderop miljoenen zakken met radioactieve aarde langs de wegen staan, waarvan men zich afvraagt waar het ooit naartoe moet.

Na de klap, vanaf zondag 14 juni om 20.45 uur bij KRO-NCRV op NPO 2.

Zondag 14 juni: De torenflatbrand in Londen
Zondag 21 juni: De ingestorte brug in Genua
Zondag 28 juni: De bosbranden in Paradise
Zondag 5 juli: De kernramp in Fukushima
Zondag 12 juli: De vuurwerkramp in Enschede

Bron: KRO-NCRV/BM

Het bericht Na de klap: documentaireserie over mensen die het onvoorstelbare meemaakten verscheen eerst op BM.

https://www.broadcastmagazine.nl/radio-televisie/televisie/na-de-klap-documentaireserie-over-mensen-die-het-onvoorstelbare-meemaakten/

Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 (VBB)

Publicatiedatum: 15 maart 2020.
Auteur: Ing. Martin Evers MCDm (Voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland).

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-01-binnenkomst-gasten-©PS-744x496.jpg

Op 7 maart 2020 werd voor de zesde maal de Dag van de Brandweergeschiedenis gehouden. Verbindend thema was dit jaar “Brandweer en Natuurrampen”. Zo’n 70 deelnemers waren op deze zonovergoten zaterdag naar de heerlijk warme en na de stormramp van 1925 grotendeels herbouwde laatgotische Joriskerk in Borculo gekomen.

Burgemeester Joost van Oostrum van Berkelland, waarvan Borculo sedert 2005 deel uitmaakt, heette iedereen hartelijk welkom en sneed in vogelvlucht de roemruchte geschiedenis van het Berkelstadje op het snijvlak van Gelre en het Bisdom Münster aan.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-02-burgemeester-Berkelland-JoostVanOostrum-©PS.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon riep de cycloon in herinnering die op 10 augustus 1925 Borculo verwoestte. De nagedachtenis hieraan leidde tot een stormrampmuseum dat in 1970 is opgegaan in  het huidige Brandweer- en Stormrampmuseum dat dit jaar 50 jaar bestaat. Het gouden jubileum van het museum en de herinnering aan de cycloon vormden dit jaar de grondslag voor het thema van de Dag van de Brandweergeschiedenis.

Stormramp Borculo in 1925

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-03-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

Kenner van de Borculose geschiedenis, Ben van Dijk, beet het spits af met de inleidingen door aan de hand van indrukwekkend fotomateriaal de gevolgen van de cycloon en de hulpverlening en weder-opbouw van Borculo toe te lichten. Borculo werd in de namiddag van 10 augustus door een bijzonder meteorologisch verschijnsel getroffen, waarbij koude en warme luchtstromen vanuit verschillende windrichtingen elkaar ontmoetten in een zogenaamde “supercell”. De zeer krachtige (met windsnel-heden van circa 170 tot 200 kilometer per uur) neerwaartse, horizontale als opwaartse spiraalvormige windstromen richtten een enorme schade aan in een gebied dat begon in Oost-Brabant (Gemeenten Landerd en Mill en Sint Hubert) en via Grave, Heumen, Millingen aan de Rijn, Montferland, Doetin-chem, Ruurlo en eindigde in Borculo en Neede.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-04-BenVanDijk-©RJ-744x497.jpg

In Borculo vielen 3 doden, 150 gewonden, 2.000 daklozen, werden 240 woningen verwoest en raakten 749 gebouwen beschadigd. Onder leiding van de niet door alle hogere autoriteiten gewaardeerde burgemeester De Muralt en zijn rechterhand Maas Geesteranus werden zowel de rampenbestrijding, crisisbeheersing en wederopbouw voortvarend aangepakt. De grondslagen van met name de huidige bevolkingszorgprocessen waren toen al zicht-baar. De Borculose stormramp vormde aanleiding voor de oprichting van het Nationaal Rampenfonds en in 1970 het Brandweer- en Stormrampmuseum.

Inzet brandweer Waternoodramp 1953

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-05-PeterSnellen-©RJ-744x497.jpg

Brandweerhistoricus Peter Snellen deed op indrukwekkende wijze verslag van zijn speurwerk naar het weinig bekende optreden van zowel de Nederlandse brandweer als van de Italiaanse brandweer (Vigili del Fuoco) en het Technisches Hilfswerk (THW) uit West-Duitsland na de waternoodramp in Zuidwest-Nederland van 1 februari 1953. Niet alle plaatselijke, regionale en landelijk autoriteiten bleken adequate crisismanagers te zijn waardoor het waarschuwen, het tijdig evacueren van de bevolking en de coördinatie van de hulpverlening in veel, maar gelukkig niet alle gemeenten te laat op gang kwam. Door gebrekkige verbindingen drong de impact van de overstromingen en aangerichte verwoestingen pas laat tot de regering in ’s-Gravenhage door. De leden van lokale brandweren in de getroffen gebieden waren meestal zelf ook slachtoffer van de watersnood en konden in eerste instantie daardoor vaak weinig hulp verlenen. Met name het Rode Kruis en militairen hebben zich bij de hulpverlening en redding verdienstelijk gemaakt. Nadat de eerste dijken provisorisch waren hersteld werden beroepsbrandweren samen met het Korps Mariniers ingeschakeld bij het bergen van stoffelijke overschotten en tal van vrijwillige brandweren bij het leegpompen van ondergelopen kelders en gebieden.  THW-eenheden maakten zich verdienstelijk met het herstel van nutsvoorzieningen en de Italiaanse brandweer verleende hulp bij dijkherstel en transport met amfibievoertuigen in onder-gelopen gebieden in West-Brabant. Bij de watersnoodramp vielen er 874 in slachtoffers in Zeeland (Schouwen-Duiveland, Tholen, Sint Philipsland, Walcheren, Beveland en Zeeuws-Vlaanderen), 481 in Zuid-Holland (Goeree-Overflakkee en Hoekse Waard) en 254 in West-Brabant. 47.000 stuks vee en 140.000 stuks pluimvee kwamen om, 200.000 hectare liep onder zeewater, 3.000 woningen en 300 boerderijen werden verwoest, 40.000 woningen en 3.000 boerderijen werden beschadigd. 72.000 mensen moesten worden geëvacueerd.

Brandweererfgoed, een onmisbare schakel tussen verleden en toekomst

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-06-IJleStelstra-©RJ-744x497.jpg

Met als titel “Brandweer en erfgoed: onmisbare schakel tussen historie en toekomst” stond directeur  Instituut Fysieke Veiligheid IJle Stelstra stil bij het belang van behoud van historisch brandweererfgoed voor de toekomst van de brandweer. Erfgoed en in het bijzonder daarvan de museale presentatie voor het publiek dragen bij aan het intrinsieke belang van de brandweer voor de fysieke veiligheid van onze samenleving. De brandweergeschiedenis maakt onderdeel uit van de nationale geschiedenis en is om die reden al waardevol. Het koesteren van erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan de erkenning, waardering en de trots van brandweermensen. Het koesteren van het erfgoed en de bijbehorende verhalen kunnen bijdragen aan trots, erkenning en waardering van brandweermensen.  Sinds Jan van der Heijden is de brandweer al een innovatieve organisatie! Oók de soms kleine lokale initiatieven tot behoud van brandweererfgoed verdienen het gekoesterd en ondersteund te worden. Het aantrekkelijk presenteren van het erfgoed kan bijdragen aan een positief beeld van de brandweer en jonge mensen enthousiast maken voor de brandweer (als beroeps of vrijwilliger). Hiermee wordt aangesloten op de landelijke problematiek van werving en behoud van brandweervrijwilligers. Tenslotte draagt kennis laten maken met zowel historisch brandweererfgoed als met moderne middelen ter voorkoming, beheersing en bestrijding van fysieke onveiligheid bij aan het vergroten van het veiligheidsbewustzijn. Helaas gaan we nog niet goed met het brandweererfgoed om. Het beheer hiervan is vaak versnipperd. Het Nederlands Veiligheidsinstituut (NVI-P!T) is jammergenoeg niet goed van de grond gekomen. De subsidie van het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat stoppen en dat heeft onvermijdelijke consequenties voor zowel het voortbestaan van het NVI-P!T als mogelijk ook voor het Nationaal Brandweermuseum in Hellevoetsluis. Er zijn wel veel initiatieven van enthousiaste vrijwilligers, maar deze hebben geen grondslag in een samenhangend museaal plan, zijn vaak versnipperd en niet gebaseerd op professionele kennis. Naar de toekomst toe onderzoekt een task-force mogelijkheden voor behoud en museale presentatie van brandweererfgoed. Vragen daarbij zijn: wie zijn onze doelgroepen, biedt een centrale voorziening of meerdere decentrale voorzieningen perspectief, moet aansluiting worden gezocht bij een bestaand museum, zoeken we aansluiting bij riskfactories? Inbreng van deskundigen op het gebied van historisch brandweererfgoed is hierbij zeer welkom, aldus IJle.

Stadswandeling Borculo

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-09-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

In de middagpauze werd een rondwandeling langs enkele historische objecten gehouden terwijl gelijktijdig de lunch kon worden gebruikt. Naast wederopbouwwoningen na de stormramp, kwamen ook een historisch spuithuis voor vroegere handbrandspuiten, de Joodse Synagoge en het vroegere kasteel van Borculo aan bod.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-08-middagwandeling-Borculo-©RJ-744x497.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-07-middagwandeling-spuithuisje-©PS-744x496.jpg

Bosbrand Arnhem-Schaarsbergen 1976 en huidige natuurbrandbestrijding

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-10-KoosScherjon-met-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©PS-744x496.jpg

Dagvoorzitter Koos Scherjon (links) in gesprek met Margreet Zoer en Peter Knobbe

Na de middagpauze blikten Peter Knobbe, oud-hoofd afdeling Opleiding, hoofdafdeling Brandweer, ministerie van Binnenlandse Zaken, docent natuurbrandbestrijding Rijksopleiding voor brandweer-officieren en latere commandant Brandweer Renkum en Margreet Zoer, programmamanager Natuurbrandbestrijding Instituut Fysieke Veiligheid terug op zowel de bestrijding van de tot nu toe grootste bosbrand in Nederland die op 7 juli 1976 ten noordoosten van Arnhem plaatsvond, als op de huidige wijze waarop natuurbranden worden bestreden. Peter zette de toenmalige organisatie van de natuurbrandbestrijding uiteen waarin onder de vlag van het “Veluwsch Bosbrandweercomité” (VBC) op warme en droge dagen brandtorens werden bemand waaruit waarnemingen en brandpeilingen werden gedaan. Vanuit de meldkamers in de steunpunten Arnhem, Ede, Apeldoorn en Harderwijk konden aan de hand van meerdere brandpeilingen vermoedelijke brandlocaties worden vastgesteld en werden brandweereenheden, militairen en andere hulpverleners en particuliere watertankauto’s ingezet.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-11-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Belangrijk knelpunt vormde het ontbreken aan voldoende verbindingsmiddelen en een helder overzicht van waar ingezette eenheden zich daadwerkelijk bevonden. Er kon gelukkig een beroep worden gedaan op ‘s-lands enige verbindingscommandoauto van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Belangrijkste opgave was het bepalen van de juiste zwaartepunten en de beschikbaarheid over voldoende terreinvaardig brandweermaterieel. Helaas zijn enkele brandweervoertuigen in het bosterrein vastgelopen en door brand verwoest. Met behulp van kaartmateriaal, windrichting en brandhaarden konden globale voorspellingen over het verwachte brandverloop worden gedaan. Met medewerking van Genie- (rupsdozers) en Cavalerie- (tank)eenheden van de Koninklijke Landmacht konden brandgangen worden gemaakt zodat de natuurbrand tijdig voor het bedreigde Mobilisatie-complex Duivelsberg kon worden gestopt. In het huidige plaatje wordt gewerkt aan de inzet van satellietwaarnemingen om bosbranden op te sporen.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-12-PeterKnobbe-en-MargreetZoer-©RJ-744x497.jpg

Daarnaast wordt op dit moment nog gebruik gemaakt van luchtwaarnemingen vanuit vliegtuigen (Ajax Noord en Zuid). Uitgangspunt voor de huidige aanpak vormt het specialisme Natuurbrandbestrijding in het kader van het Grootschalig Brandweeroptreden. (GBO-SO)  Dankzij adequate digitale beslissingsondersteunende, plaats-bepalings- en plotsystemen, drones en helikopters kan zowel het (verwachte) brandverloop als inzet van eenheden worden gecoördineerd, zo vertelde Margreet. Watertankauto’s, speciale natuurbrand-weervoertuigen, bronpompen in combinatie met daartoe geboorde putten, Chinook- of Cougarheli-kopters met firebuckets van de Koninklijke Luchtmacht en desnoods grootschalig watertransport vormen actuele hulpmiddelen om samen met geoefende en ter zake deskundige brandweereenheden te slagvaardig te kunnen optreden. Ter voorkoming en beheersing van natuurbranden is adequaat terrein- en vegetatiebeheer door natuurterreinbeheerders zoals Staatbosbeheer en anderen nood-zakelijk. Ook brandonderzoek na afloop van natuurbranden moet bijdragen aan het beter voorkomen, beheersen en bestrijden van natuurbranden.

16 jaar USAR.NL

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-13-MartinEvers-©PS.jpg


Martin Evers, plaatsvervangend landelijk commandant USAR.NL en plaatsvervangend commandant Brandweer Haaglanden zette in een aansprekend betoog het ontstaan van de Urban Search and Recue eenheid in Nederland uiteen. Aanleiding voor het ontstaan van USAR.NL vormde het onderzoek van de Commissie Oosting naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede in 2000. In actiepunt 65 van zijn Kabinetsstandpunt gaf het Kabinet zichzelf de opdracht tot “Het bevorderen dat een bijstandseenheid voor search and rescue wordt opgericht, die zowel in binnen- en buitenland inzetbaar is.” Bij de vuurwerkramp werd de beschikbaarheid over multidisciplinair samengestelde reddingseenheden die zowel in eigen land of elders in het Koninkrijk der Nederlanden als daar-buiten in staat zijn om onder puin bedolven slachtoffers op te sporen en te redden gemist. Dit gemis was al eerder naar voren gekomen bij de hulpverlening na de hevige aardbeving op 17 augustus 1999 in het Turkse Izmit en bij de analyse van de hulpverlening na de aanslag op 11 september 2000 op de “Twin-towers” in New York. Weliswaar had in 1995 de toenmalige Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond – deels met uitrusting van de toenmalige Hulpverleningsregio Haaglanden – op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reeds in Koninkrijksverband met een brandweercompagnie bijstand verleend aan het door de orkaan Luis getroffen Sint Maarten. De middelen en mogelijkheden van de reddingseenheden van een brandweercompagnie bleken niet zonder meer geschikt voor snelle internationale inzet bij aardbevingsrampen en het hiertoe noodzakelijke luchttransport. Door het ontbreken van een grondige voorbereiding had het lang geduurd voor de eenheid ter plaatse was waardoor deze geen rol meer in de acute fase (eerste 72 uur) heeft kunnen spelen. De daartoe op nationaal niveau ingestelde breed samengestelde werkgroep internationale bijstandsverle-ning[1] kwam al in 2000 met een advies op het gebied van wijze van besluitvorming, aanwijzing en voorbereiding van de eenheden, transport, mee te nemen materialen, bekostiging, vaccinatie, mate van zelfverzorging betreffende eten, drinken en slapen. In november 2003 installeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties USAR.NL als Nederlandse bijstands-eenheid voor het zoeken en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen in binnen- en buitenland.

Het USAR.NL team bestaat uit vier reddingsgroepen (SAR Groups), een staf- en ondersteunings-groep (Staff and Support Groups) en een commandogroep (Command Group). De organisatie is multidisciplinair samengesteld en bestaat uit zoek- en reddingspersoneel, verpleegkundigen en artsen, speurhondengeleiders, bouwkundigen, ondersteunend personeel en leidinggevenden. USAR.NL telt bij een inzet zo’n 61 medewerkers en 8 speurhonden. Hiervoor kan geput worden uit een personeelsbestand van ca. 145 medewerkers. De medewerkers van USAR.NL zijn afkomstig van de Veiligheidsregio’s en Regionale Ambulancevoorzieningen Rotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Hollands Midden en Zuid-Holland-Zuid, Nationale Politie, Haaglanden Medisch Centrum, het Instituut Fysieke Veiligheid, Ministerie van Defensie, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Veiligheid en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Aansturing van USAR.NL vindt plaats door het “Office for the Coördination of Humanitarian Affairs” (UN-OCHA) van de Verenigde Naties in Genève. In totaal beschikken de Verenigde Naties over 21 USAR-teams waarvan 13 uit Europa. De leiding van USAR.NL is in handen van Arjen Littooy, Directeur veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond. In januari 2019 behaalde USAR.NL voor de 3e maal de classificatie Heavy USAR team.

Sedert de oprichting is USAR.NL in 2005 ingezet in Pakistan (aardbeving), 2010 in Haïti (aardbeving), 2015 in Rotterdam-Schiebroek (explosie), in Heerlen (explosie) en in Nepal (aardbeving) en in Alphen aan den Rijn (ongeval bij plaatsen Koningin Julianabrug), 2017 in Sint Maarten (orkaan Irma) en in 2019 in ’s-Gravenhage (explosie).

Natuurrampen op Sint Maarten en Sint Eustachius

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-14-AntonSlofstra-©RJ-744x497.jpg

Anton Slofstra, toenmalig commandant USAR.NL bij de inzet op Sint Maarten en Sint Eustachius en thans commandant Brandweer Veiligheids- en Gezondheidsregio Regio Gelderland-Midden, deed verslag van de inzet van USAR.NL op Sint Maarten in 2017 naar aanleiding van de orkaan Irma. Voor het goede begrip van de staatkundige verhoudingen zette Anton uiteen dat Curaçao, Aruba en Sint Maarten als soevereine en gelijkwaardige landen binnen het Koninkrijk der Neder-landen worden aangemerkt en Bonaire, Saba en Sint Eustachius als bijzondere Nederlandse gemeenten. Nederland is verantwoordelijk voor de zogenaamde Koninkrijksaangelegenheden waaronder buitenlandse betrekkingen, defensie en rechtsspraak. Curaçao, Aruba en Sint Maarten zijn zelf verantwoordelijk voor rampenbestrijding en crisisbeheersing, doch kunnen hierbij wel een beperkt beroep doen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties. Bonaire, Saba en Sint Eustachius vallen onder Nederlandse wetgeving op het gebied van brandweer- en rampenbestrijding waarop het Ministerie van Justitie en Veiligheid toezicht uitoefent. Sint Maarten bestaat uit een “Nederlands” (34 km2) en een Frans (53 km2) gedeelte. Op het Nederlandse gedeelte wonen 40.000 legale en 20.000 illegale bewoners. Sint Maarten is sterk afhankelijk van toerisme. Na de orkaan Luis in 1995 is door de daartoe in het leven geroe-pen Stichting rampenbestrijding Nederlandse Antillen (Stirana) in het kader van het Project versterking brandweer Nederlandse Antillen en Aruba gewerkt aan de versterking van de rampenbestrijding. Anton was projectleider in de periode 1998- 1999.

Op grond van het “Sint Maarten National Disaster Management Plan 2018” wordt de rampen-bestrijding en crisisbeheersing op Sint Maarten aangestuurd door de Minister-President van Sint Maarten in afstemming met de Procureur Generaal van Justitie en de commandant der Zeemacht Caribisch Gebied. De operationele leiding is opgedragen aan de Nationaal Coördinator Rampenbestrijding in de persoon van de Commandant Brandweer Sint Maarten. Deze stuurt 10 secties (Emergency Support Functions – ESF’s) aan. In het “On Scene Command” (Commando Plaats Incident) hebben in ieder geval leidinggevenden van de brandweer, de politie en publieke gezondheidszorg zitting.

Op 6 september 2017 werd Sint Maarten en in mindere mate Sint Eustachius en Saba getroffen door de orkaan Irma. Irma was een categorie 5 orkaan en geldt als de zwaarste orkaan waardoor Sint Maarten tot nu toe is getroffen. Windsnelheden werden bereikt tot 295 km/uur en windstoten tot 360 km/uur. De verwoestingen waren enorm: 30% bouwwerken verwoest, 20% zwaar beschadigd en 40% beschadigd, drinkwater- en energievoorziening en infrastructuur verwoest. Dankzij beschermende onderkomens vielen op het “Nederlandse” gedeelte van Sint Maarten 4 doden en 34 gewonden en op het Franse gedeelte 8 doden en een onbekend aantal gewonden. Vanwege de aanwezigheid van grote aantallen illegale bewoners, wier veelal zelfgebouwde  geïmproviseerde woningen en bezittingen verwoest waren, vond grootschalige plundering van verwoeste of beschadigde winkels, hotels en woningen plaats. Handhaving van de openbare orde waren daarom naast het bieden van hulp en verstrekken van water, voedsel en slaapgelegenheid de belangrijkste prioriteiten.

Reeds op 9 september landde een eerste verkenningseenheid en op 11 september werd het volledige USAR.NL team (63 personen) ingevlogen. USAR.NL heeft zich tot 25 september ingezet op het vrijmaken van de infrastructuur, ondersteunen van de coördinatie van de hulpverlening, distributie van hulpgoederen, ondersteunen van brandweer en ambulancezorg, schoonmaken van met name scholen en provisorisch herstellen van daken. Het team was door het ontbreken van voedsel, water en verbindingen ter plaatse geheel op eigen middelen aangewezen. Naast USAR.NL werd met name door het Korps Mariniers en militairen van andere eenheden hulp aan de bewoners van Sint Maarten verleend. De inzet van USAR.NL vormde tegen de achtergrond van de enorme uitdagingen voor iedereen een leerzame ervaring.

Afsluiting in Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo

Aan het einde van het symposium dankten dagvoorzitter Koos Scherjon en voorzitter Netwerk Geschiedenis Brandweer Nederland Martin Evers alle inleiders en werkers voor en achter de schermen, in het bijzonder ook van het Brandweer- en Stormrampmuseum en  van de Joriskerk, voor het plezierige en succesvolle verloop van het symposium.

De “Dag van de brandweergeschiedenis” werd vanwege het 50-jarig jubileum van het museum afgesloten met een bezoek, hapje en drankje in het Brandweer- en Stormrampmuseum Borculo.

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-15-Museum-ZZ-62-61-©PS-744x496.jpg

https://www.brandweer.org/wp-content/uploads/2020/03/art-dag-brwgeschied-2020-wbh-16-Museum-PF-20-46-©SF-744x496.jpg

[1] Afdeling Humanitaire Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Defensie Crisisbeheersings Centrum van het Ministerie van Defensie, College Commandanten van Regionale Brandweren, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Nederlandse Rode Kruis, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, directie Brandweer en Rampenbestrijding en het Nationaal Coördinatie Centrum van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Fotografie:
Titel foto: Rob Jastrzebski, bewerkt door Peter Snellen
Brandweervoertuig Haren in Museum: Simon Frank
Overige foto’s: Peter Snellen en Rob Jastrzebski

Het bericht Dag van de Brandweergeschiedenis “Brandweer en Natuurrampen” in Borculo, 7 maart 2020 verscheen eerst op Nederlandse Vereniging van Belangstelenden in het Brandweerwezen.

https://www.brandweer.org/dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=dag-van-de-brandweergeschiedenis-brandweer-en-natuurrampen-in-borculo-7-maart-2020