Hoe het organiseren van de demonstratie in Rotterdam me eindelijk hoop gaf (Motherboard Vice)

Zaïre Krieger (24) is journalist, spoken word-artiest en student Internationaal en Europees Recht. Ze schrijft voornamelijk over inclusiviteit, discriminatie en mensenrechten. Krieger was mede-organisator van de Black Lives Matter-demonstratie in Rotterdam op 3 juni 2020, waar meer dan 5.000 mensen op afkwamen. Voor VICE schrijft ze over haar ervaringen met het organiseren van dat protest.

Tussen de Black Lives Matter-protesten, politiek ‘activisme’, zogenaamd duidende journalisten en witte tafels bij talkshows, blik ik vanuit mijn zelfisolatie terug op de stressvolste dagen van mijn leven. Drie dagen voor het protest op de Erasmusbrug in Rotterdam werd ik gevraagd het programma samen te stellen. Ik had geen idee waar ik aan begon.

Na de dood van de zoveelste zwarte persoon door politiegeweld in de Verenigde Staten laaien de protesten als een bosbrand op door alle vijftig staten van het land. Inmiddels zijn ze overgewaaid naar de rest van de wereld, inclusief Nederland. Op social media wordt er een grote beerput opengetrokken aan misstanden in zowel Nederland als de VS: van het wetsvoorstel dat de Nederlandse politie ruimere bevoegdheden geeft om geweld te gebruiken, tot video’s uit de VS waar de straten wit zien van traangas. In een soort bizarre scène die zo uit de film Avengers: Endgame lijkt te komen, zijn K-popfans, de Amish, Anonymous, satanisten, en Sesamstraat allemaal bezig met institutioneel racisme. De hele wereld, van Berlijn tot Zuid-Korea, lijkt te willen helpen met het uitbannen van racisme, met Trump als boegbeeld van hoe het juist niet moet.

Ik heb me altijd uitgesproken tegen racisme, maar tot het protest op de Dam, dat op 1 juni plaatsvond, leek het alsof ik in een vacuüm aan het schreeuwen was tegen mijn volgers op Twitter. Niemand hoorde het. Maar nu leek er eindelijk een momentum te zijn ontstaan om stelselmatige veranderingen door te voeren.

Toen ik werd gevraagd om te helpen met het organiseren van de demonstratie in Rotterdam, hoefde ik niet lang na te denken. Hoewel Rotterdam een van de meest diverse plekken van Europa is, heeft de politiek in de stad al lang een zeer rechtse toon. Vooral door de verschrikkelijke afloop van de demonstraties tegen Zwarte Piet in 2018 waar ik bij was, voelde dit als een belangrijk moment voor de stad.

Aangezien de gemeente geen andere plek wilde toewijzen dan de Erasmusbrug, moest er techniek en geluid over de brug verspreid worden, zodat de demo overal te horen zou zijn. Daar waren lange kabels voor nodig. De brug is een drukke autoweg die loopt langs de demonstratie, die op de stoep en het fietspad plaatsvond. Daardoor was het voor de beveiliging moeilijk om te overzien. Het was, kortom, een logistieke nachtmerrie voor een net samengestelde organisatie met weinig tot geen budget.

In anderhalve dag moest ik als programmeur sprekers zien te regelen. Veel van hen belden af vanwege de coronamaatregelen. Sommige bekende sprekers die we benaderden zaten in de risicogroep, sommigen hadden een naaste wiens gezondheid ze niet op het spel wilde zetten. De gedachte dat er op die brug duizenden mensen zouden staan waar wij verantwoordelijk voor waren, zorgde ervoor dat ik anderhalve dag stijf stond van de stress. Drie dagen heb ik weinig tot niets kunnen eten. Ik sliep vier á vijf uur per nacht.

Ook intern was de communicatie moeilijk. Door de coronamaatregelen moest alles via videocalls en WhatsApp. Het organiseren van deze demonstratie was zo zwaar dat we het protest op de dag zelf bijna hadden afgelast. Mensen in de organisatie hebben ook gewoon banen, kinderen en studieverplichtingen. Niemand is full-time activist, maar lopend op de motor van onze liefde voor de stad en haar diversiteit, wilden we hoe dan ook de demonstratie neerzetten.

De nationalistische groep Identitair Verzet bleek in facebookgroepen aan te geven langs te willen komen. Ik had een moment van angst, maar schudde de trauma’s van 2018 snel van me af. Ik zette bewust een knop om: we hebben later wel tijd om trauma’s te verwerken, nu moeten we dit gewoon neerzetten, dacht ik.

De dag zelf is een soort grijze massa in mijn hoofd. Het enige wat ik me kan herinneren is dat ik veel verdriet heb gedeeld met mensen die ik nooit eerder had ontmoet. Ik zag in al die duizenden mensen op de Erasmusbrug niet alleen mijn eigen activisme (al mijn vrienden waren er, ik hoefde er niet eens om te vragen), maar ook dat van duizenden anderen.

Elk van die duizenden personen op de Erasmusbrug heeft een verhaal van pijn. Elk wit persoon die er staat is het gevolg van een zwarte vriend of vriendin die hun pijn met ze deelde. Ieder mens dat er staat is het gevolg van het micro-activisme dat opkwam tijdens een gesprek, een gedeelde link naar die ene Jane Elliot-video, een gefrustreerde rant op een feestje.

Ik zie op de brug ook de groei van een beweging. Ik sta op het Glitterplein, op de Erasmusbrug. Op precies dezelfde plek werden ik en ongeveer honderd andere anti-Zwarte Pietdemonstranten twee jaar geleden aangevallen door witte supremacisten die uit een busje sprongen, en politie die daarop antwoordde door zonder discriminatie om zich heen te slaan. Het resulteerde in gewonden aan onze kant, terwijl wij juist werden aangevallen en de politie er was om ons te beschermen. Toen stonden we er met 100 man, nu met duizenden. Ik krijg kippenvel van de gedachte dat we die rotjes, eieren, en stokslagen toen niet voor niets hebben gevangen.

https://video-images.vice.com/test-uploads/_uncategorized/1591884413543-kzop.jpeg

2018, tijdens het protest van Kick Out Zwarte Piet in Rotterdam.

De demonstratie moet door de enorme opkomst eerder stoppen, maar het grootste protest in de geschiedenis van Rotterdam is een feit. Na afloop ben ik met een vuilniszak blikjes en flesjes aan het opruimen van het Glitterplein, als er twee agenten passeren. “Geef mij maar een zakdoekje, hoor,” zegt de een. “Ja, ik schoot hier helemaal vol van,” zegt de ander.

De volgende dag plaatst de politie Rotterdam op Twitter dat er ruiten zijn ingeslagen door demonstranten. Als ik op Twitter vraag of ze daar foto’s van hebben – we zijn immers door de hele stad gereden en hebben niets gevonden – krijg ik geen antwoord. Wel komt er een melding binnen: ‘Politie Rotterdam volgt je nu’.

Ik kijk een paar dagen na het protest naar een gesprek tussen TD Jakes en Carl Lentz, twee vooraanstaande pastoren in Amerika. Jakes legt uit wat hij zag in Ghana, toen hij het oude slavenfort Elmina bezocht. De stank van de pis en uitwerpselen waar de slaven op elkaar gestapeld lagen hing er nog. Hij beschrijft de ruimtes waar de vrouwelijke slaven werden verkracht en de mannelijke werden gecastreerd. Hij beschrijft hoe de witte slavenhandelaren boven die ruimtes een kerk hadden waar ze vrolijk zongen over de onpartijdige liefde van God. Hij beschrijft hoe psychologen uit onderzoek weten dat dit soort trauma’s de DNA-structuur van volkeren generaties later nog aantast. Opeens focus ik niet meer op de systemische aspecten van racisme, maar voel ik mijn persoonlijke verdriet. Ik heb nooit eerder geweten hoe diep dit in mij zat.

Witte mensen hebben niet door hoeveel kleine micro-agressies zwarte mensen elke dag maar slikken om te overleven en de boel ‘gezellig’ te houden. Elke keer dat mijn haar wordt aangeraakt, of mij wordt gevraagd ‘waar ik echt vandaan kom’, laat ik het gaan. Laat staan de keren dat er op social media door rechtse trollen met leugenachtige ‘nieuwsberichten’ de aanval op mij wordt geopend.

Deze week had ik, door het zien van de duizenden demonstranten die op straat stonden, ineens het gevoel dat mijn pijn er mocht zijn, dat ik boos mocht zijn. Opeens kwam alle pijn die ik jaren heb onderdrukt naar boven. Elke dag belde er wel een vriend of vriendin op. Ik huil dagelijks. Soms uit pijn, soms uit opluchting, soms van geluk.

Als ik zie dat boeken als Hallo Witte Mensen en White Fragility uitverkopen in boekhandel en er zelfs speciale #BlackLivesMatter-tafels met boeken over racisme worden neergezet, bekruipt me een licht gevoel dat ik nog niet kende. Blijkbaar heb ik nog nooit écht hoop gevoeld. Nu zie ik witte mensen en zwarte mensen open gesprekken hebben over racisme, en er wordt daadwerkelijk geluisterd naar elkaar.

Misschien ben ik naïef, maar ik zie opeens een toekomst die niet zo ver meer lijkt: we blijven protesteren, we blijven ons uitspreken. Na druk vanuit de samenleving werd er gekeken naar racisme op de arbeidsmarkt, huizenmarkt, en binnen de politie.

Witte Nederlanders beseffen zich dat zij niet persoonlijk verantwoordelijk zijn voor slavenhandel of kolonialisme, maar wel nog onbewust voordelen halen uit de structuren die toentertijd zijn gebouwd. De zwarte bevolking heelt van diepe pijn en trauma. En ineens wordt Nederland beter.

https://www.vice.com/nl/article/4ayx3g/het-black-lives-matter-protest-gaf-me-hoop

Martijn Blogt: Genieten van de voorjaarsvakantie (PvdA Den Haag)

Voorjaarsvakantie, voorjaarsreces. Met temperaturen die je zou verwachten in mei. Een iets lagere versnelling deze week. Het hardlooprondje afgelopen weekend ging niet door de duinen, maar over de Veluwe. Een heerlijk weekendje er tussenuit. Geen debat in de Haagse raad. Even tijd voor gesprekjes hier en daar in de stad, zoals vanochtend met de Haagse coffeeshophouders. En genoeg tijd voor het nodige achterstallig leeswerk. Maar vooral ook even ontspannen. Lekker, even vakantie.

De week van de afslag, weg van de doorgeschoten marktwerking?

In een week waarin Air France-KLM weer deels werd ingelijfd door de staat en CDA-minister De Jonge stelde dat de marktwerking is doorschoten in de zorg, krijg je zowaar de hoop dat het eind van het liberaliseringstijdperk in aantocht is. De mens weer boven de markt? In Den Haag nog niet helemaal. Met het vermarkten van de welzijnssector en het uitrollen van de rode lopers voor projectontwikkelaars in de vrije woningmarkt, is er nog veel te doen. Maar wellicht sijpelt het rijksbeleid ook door naar het stadsbestuur? Wij hebben wel een paar voorstellen ;-). Wordt vervolgd!

Toetakeling Dokwerker door ‘ADO-supporters’

ADO en Ajax. Voor rivaliteit is alle plaats in de sport en topsport, dat hoort erbij. Maar waartoe een aantal ADO supporters zich heeft verlaagd door in Amsterdam onder meer het monument van de Dokwerker te bekladden, is echt weerzinwekkend. Ik liet me er in het AD en in de uitzending van RadioWest (vanaf minuut 17:30) er over uit: misselijkmakend. Op maandag – de dag van de herdenking van de Februaristaking – legde Lex Schoenmaker namens ADO, samen met de KNVB en Ajax een krans in Amsterdam bij het monument. Wat de PvdA betreft krijgen de daders van de bekladding een permanent stadionverbod.

Henk Krol & Richard de Mos werken samen, dus weg met de megabezuinging op Haagse ouderen?

Met de samenwerking van 50PLUS en Groep de Mos kreeg ik goede hoop dat de megabezuinging op het Haagse welzijnswerk van tafel zou gaan. Ouderen in eenzaamheid zullen er immers keihard door getroffen worden. Ik deed de partijen dan ook een oproep. In een eerste reactie reageert 50PLUS afwijzend op ons verzoek. Dat gaat nog een staartje krijgen. Een stad die er financieel zo goed voorstaat, zou niet moeten bezuinigen op de aller kwetsbaarsten. De Haagse PvdA blijft knokken voor het schrappen van deze grote bezuiniging. Onbegrijpelijk dat partijen die zeggen te staan voor ouderen, dit laten gebeuren.

Behoud het schoolgebouw aan de Ketelstraat!

In Molenwijk staat een prachtig schoolgebouw. De oude Ketelschool, later Lelyschool, werd ontworpen door Brandes en gemeentearchitect De Zwart in de jaren twintig van de vorige eeuw. In het gebouw wordt al jaren – met vallen en opstaan – geprobeerd verschillende buurtinitiatieven te starten. Met Groep de Mos en GroenLinks pleitte ik er deze week voor bewoners ook daadwerkelijk zeggenschap te geven over het pand. Want dat het pand moet blijven en moet worden opgeknapt staat vast. Maar geef bewonersorganisaties, culturele organisaties en mooie initiatieven als Duurzaam Den Haag nu een kans om hier echt iets van en voor de buurt van te maken! Lees er hier meer over.

Complimentendag:  bedankt alle campagevrijwilligers!

En dan is het vandaag complimentendag. Mooie gelegenheid om al onze PvdA vrijwilligers eens te bedanken voor alle inzet in de campagne. Morgen slingeren we door Zuid Holland, met ook een stevige Haagse afvaardiging. De komende weken kleurt de stad verder rood. Op naar een prachtig verkiezingsresultaat op 20 maart. Sluit je aan, voor zover je dat nog niet gedaan hebt!

Vanmiddag zal Evelyn Hijink namens de Haagse en Zuid-Hollandse PvdA een compliment uitdelen aan een wel heel bijzondere Hagenaar. Wie? Dat is nog een verrassing. Volgende week meer!

Ik wens je een heel fijn weekend en ook al is het weer wat wisselvallig. Realiseer je: ‘t is pas begin maart. De lente moet nog komen.

Met rode groet,

Martijn

Het bericht Martijn Blogt: Genieten van de voorjaarsvakantie verscheen eerst op PvdA Den Haag.

https://denhaag.pvda.nl/nieuws/martijn-blogt-genieten-van-de-voorjaarsvakantie/

Modernisering Omgevingsveiligheid / Van ‘technisch complex’ naar ‘bestuurlijk begrijpelijk’ (Gevaarlijke Lading)

Beleidsmedewerker MOV Aniek Ahlers gaat in gesprek met Peter Torbijn, directeur Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en ze stelt hem vragen die in het veld leven over de modernisering van het beleid voor omgevingsveiligheid.

Aniek Ahlers


http://nederland20.duckdns.org/sites/default/files/afbeeldingen/webltr_p018_ltr-gvld-01-2019_page4_image1.jpg

(Bron: Aniek Ahlers)


Nog een krappe twee jaar en dan treedt de Omgevingswet in werking. Daarmee is ook de beleidsvernieuwing ‘modernisering Omgevingsveiligheid’ een feit. Aandachtsgebieden, voorschriftengebieden, het evenwichtig toedelen van functies aan locaties, zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en locaties: de Omgevingswet en het programma Modernisering Omgevingsveiligheid (MOV) voegen heel wat toe aan uw woordenschat. Zijn deze woorden echt nodig? En dragen ze bij aan het motto van de Omgevingswet ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’? Wie kan dat beter vertellen dan de directeur Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Peter Torbijn?

Kans en effect

Aniek: “Ik wil graag beginnen met een basale vraag: moeten we ons zorgen maken over gevaarlijke stoffen?”

Peter: “Alles wat we met gevaarlijke stoffen doen brengt risico’s met zich mee. Dat is thuis zo, maar vanuit IenW richten we ons op de risico’s van het omgaan met gevaarlijke stoffen in bedrijven, buisleidingen en transport. Die risico’s hebben twee componenten: de kans en het effect. Om de kans op een incident te beheersen is het systeem van vergunningverlening, toezicht en handhaving ingericht. Er zijn allerlei regels over hoe met gevaarlijke stoffen omgegaan moet worden, onder welke voorwaarden ze vervoerd mogen worden en dergelijke. Dat systeem werkt best goed. Er zijn weinig incidenten en er vallen nagenoeg geen dodelijke slachtoffers.”

“Waarom dan toch een heel programma ‘Modernisering Omgevingsveiligheid’?”

“Zoals ik al zei, de beheersing van risico’s aan de bron gaat goed. Tegelijkertijd zien we ook dingen waar we minder enthousiast over zijn: ik noem de bouw van een hotel vlak langs een spoorlijn waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden, of een gebouw met een prachtige glazen pui, maar dan net naast een lpg-tankstation. Niet verboden, maar of het verstandig is vraag ik me af. Als we over dat soort gevallen met de veiligheidsregio spreken, geven ze aan dat dat dat volgens hen komt omdat de veiligheid in die gevallen vrij laat in het ontwerpproces werd meegenomen. Als de plannen al bijna klaar waren kwam veiligheid pas om de hoek kijken. En dan viel er niet veel meer aan te passen. Dus was de conclusie: veiligheid moet vroeg in het ontwerpproces. Er moet in de bestuurlijke afweging ook aandacht zijn voor mogelijke effecten in de omgeving.”

Ingewikkeld

“Maar hoe dan?”

“In de Omgevingswet wordt externe veiligheid expliciet vroeg in de bestuurlijke afweging betrokken. Naast de acceptatie van de risico’s van de activiteit wordt in het omliggende gebied ook aandacht gevraagd voor de mogelijke effecten die bij een kleine kans op een groot incident met gevaarlijke stoffen kunnen optreden: brand, explosie of het ontsnappen van giftige stoffen. Dat is een taal die de bestuurder en burger begrijpt. In de huidige regelgeving is externe veiligheid voor de bestuurder en burger ingewikkeld opgeschreven. Termen als een FN-curve, een PR tien min zes curve en een oriëntatiewaarde betekenen voor de gemiddelde bestuurder en burgers niets zonder uitleg van een specialistisch expert. Dan komt een bestuurder vaak niet verder dan de vraag: “Is het verboden?”. Terwijl de vraag die je als bestuurder zou moeten stellen is: “Ken ik alle voors en tegens om tot een evenwichtig besluit te komen?”

“En zal dat ook tot andere besluiten leiden?”

“De Omgevingswet schrijft een transparante en integrale belangenafweging voor. Dat vraagt meer van bestuurders om hun beslissingen te motiveren, naar burgers en naar bedrijven. Maar dat geldt niet alleen voor externe veiligheid. Ik denk wel dat het zal leiden tot een andere ruimtelijke ordening. Ik zal een voorbeeld noemen. Er ligt een plan een nieuw te bouwen gemeentehuis. Het perceel dat beschikbaar is, ligt langs een drukke rijksweg, een zogenaamde basisnetroute waar veel gevaarlijke stoffen over vervoerd worden. Het is niet verboden daar een gemeentehuis te bouwen, maar het is wel verstandig bij het ontwerp goed na te denken over de veiligheid. Door de ingang niet aan de kant van de rijksweg te bouwen, maar aan juist de andere kant en ervoor te zorgen dat aan de kant van de weg geen grote raampartijen komen, is het gebouw een stuk veiliger. Kost niks extra. Hetzelfde geldt voor vluchtwegen: we hebben situaties gezien waarbij een nooduitgang zo’n beetje op een snelweg uit kwam. Niet handig. Ik geloof niet dat dat kwade opzet is, maar de architect heeft de omgeving onvoldoende in de gaten gehouden bij het ontwerp. Daar moet je als opdrachtgever – dat kan de bestuurder zijn – scherp op zijn. Dat vraagt een andere aanvliegroute, met meer oog voor de omgeving.”

Lokale risico’s

“Ah, vandaar ‘Omgevingsveiligheid’ als nieuwe naam. Er is vaak verwarring over die term. Wat wordt er wel en niet onder verstaan? En waarom is er geen definitie opgenomen in de Omgevingswet of het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)? Is er bewust voor gekozen in de wet- en regelgeving het begrip ‘Externe Veiligheid’ te handhaven?”

“Het begrip ‘omgevingsveiligheid’ kent inderdaad geen juridische afbakening. Dat is een bewuste keuze. De veiligheidsregio zal er wat anders onder verstaan dan een omgevingsdienst, een gemeente of een waterschap. Afhankelijk van de context waarin het begrip wordt gehanteerd, kunnen zaken wel of niet meegenomen worden. In elke regio zijn die gevaren anders: op de Veluwe is het verstandig aandacht te besteden aan bosbranden, terwijl in Zeeland waterveiligheid zeker niet vergeten zal worden. Bosbranden spelen daar weer wat minder. Doordat er geen juridische afbakening is, is die vrijheid er. Maar het gaat bij omgevingsveiligheid wel altijd om een evenwichtige afweging van mogelijke gevaren in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen in de omgeving en omgekeerd.”

“Goed dat je dat zo toelicht. Ook zijn er veel vragen over aandachtsgebieden. Kun je daar wat over vertellen? Wat is het idee achter de aandachtsgebieden?”

“Het idee is eigenlijk heel simpel: veiligheid impliceert voldoende afstand houden en bij geringe afstand goed nadenken over het handelingsperspectief. Dat geldt in het verkeer, maar ook in de ruimtelijke ordening. Kijk in de aandachtsgebieden naar de mogelijkheden om afstand te houden, om het aantal mensen in de directe omgeving van de risicobron te beperken. En omdat je ook de aard van het aandachtsgebied kent, kan je ook specifieke maatregelen overwegen om mensen in dit gebied te beschermen tegen een grote brand, explosie of vrijkomen van giftige stoffen. Ik ben ervan overtuigd dat er winst te behalen is door aan te sluiten bij de wereld van de ruimtelijke planvormers, stedenbouwkundigen en architecten: de wereld van omgevingsplankaarten. Zij kunnen allemaal prima uit de voeten met markeringen op een plankaart waar nadere voorwaarden gelden, of waar dingen gewoonweg verboden zijn. Door het ‘oude’ groepsrisico zo om te bouwen dat het op plankaarten gezet kan worden, zullen ze zich bewust worden van de gevaren in de omgeving en daar bij de ontwerpkeuzes rekening mee gaan houden. Dat is het idee.”

“Is het geen illusie dat je in Nederland alles en iedereen kan beschermen door voldoende afstand te houden?”

“Elke activiteit die we ondernemen brengt risico’s met zich mee. Mensen en gebouwen hoeven niet weg te blijven in de aandachtsgebieden. Maar we willen wel dat bestuurders en mensen bewust zijn van de gevaren die er in dat gebied spelen en daar mogelijk op anticiperen. Dan krijgen ze ook een beter handelingsperspectief: als je weet wat je bij brand moet doen, wordt de kans dat je een brand overleeft, groter. Bedrijven, scholen en kantoren hebben ontruimingsplannen, vluchtroutes en dergelijke. Het zou mooi zijn als mensen thuis een antwoord hebben op de vraag: “wat moet ik doen bij een grote brand met gevaarlijke stoffen? Moet ik dan vluchten of kan ik beter ramen en deuren sluiten?”

http://nederland20.duckdns.org/sites/default/files/afbeeldingen/webltr_p018_ltr-gvld-01-2019_page4_image4.jpg


Gebouwen kunnen voldoende bescherming bieden (bron: Aniek Ahlers)

Schrikken

“Denk je niet dat mensen enorm schrikken als ze op de kaart kijken en ineens zien dat hun huis in een brandaandachtsgebied of brandvoorschriftengebied ligt?”

“Ik denk dat dat reuze meevalt. Het begrip brandvoorschriftengebied is onder de naam ‘plasbrandaandachtsgebied’ al ingeburgerd bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. De feitelijke situatie verandert ook niet. Mensen weten vaak echt wel dat ze in de buurt van een spoorlijn, snelweg of fabriek wonen. Misschien werken ze er wel. De gevaren worden wel inzichtelijker. Dit vraagt om een goede, zorgvuldige risicocommunicatie, waarbij aandacht is voor het bewustzijn van de omwonenden en hun handelingsperspectief. In de praktijk zijn hier goede voorbeelden van.”

“Wat ik hier moeilijk aan vind is de aanname dat je als burger de afweging kunt maken of je wel of niet in een aandachtsgebied wilt gaan wonen. Met de huidige krapte op de woningmarkt is het al heel mooi als je een huis kunt vinden. Gemeenten hebben een enorme woningbouwopgave en weinig vrije percelen. Is er wel sprake van een echte afweging?”

“Dat dilemma zie ik ook. We leven in een dichtbevolkt land. Daar kan niet alles, dus moeten we goed afwegen. Om bestuurders te helpen bij de integrale afweging over nieuwe woningbouwprogramma’s of de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid gaan we samen met bevoegde gezagen en bedrijfsleven een stappenplan ontwikkelen waarin aangegeven wordt hoe je tot een zorgvuldige afweging zou kunnen komen. In het stappenplan komen dan bijvoorbeeld algemene uitgangspunten voor maatregelen binnen het aandachtsgebied te staan. Die maatregelen zelf zijn nu al in het RIVM-handboek Omgevingsveiligheid (zie kader) te vinden. We noemen dat daar de ‘gereedschapskist’.”

Aandachtsgebieden

“Een van de kritiekpunten is dat met de aandachtsgebieden het kans-element uit het groepsrisico verdwijnt. Hoe zie jij dat?”

“Ik snap die opmerking wel. In de huidige situatie kunnen we - met behulp van experts - een dubbel logaritmische curve, waarin kansen en dodelijke slachtoffers tegen elkaar zijn afgezet, betrekken bij de sectorale beoordeling van de risico’s. Daar zit de crux: met behulp van de experts. In de omgevingswet gaat het om een integrale bestuurlijke afweging, waarbij de informatie begrijpelijk moet zijn voor bestuurders en burgers. Bevoegd gezag en burgers zullen bij de afweging nu de contouren van het plaatsgebonden risico meenemen. Bij een lager risico zal bevoegd gezag eerder volstaan met minder maatregelen uit de ‘gereedschapskist’, zoals goede risicocommunicatie. Bij een hoger risico zal bevoegd gezag eerder geneigd zijn verdergaande maatregelen voor te schrijven, zoals grenzen aan de bevolkingsdichtheid of het aanleggen van extra vluchtwegen en schuilplaatsen.”

http://nederland20.duckdns.org/sites/default/files/afbeeldingen/webltr_p018_ltr-gvld-01-2019_page4_image5.jpg


Handelingsperspectief in de meterkast (bron: Aniek Ahlers)

“Nog een vraag over de nieuwe categorie ‘zeer kwetsbare gebouwen’. Waarom is die toegevoegd?”

“In veel gemeentelijke externe veiligheidsvisies is deze categorie al opgenomen. Soms wordt deze categorie ‘bijzonder kwetsbare objecten’ genoemd, dan weer ‘extra kwetsbare objecten’. Dat idee hebben we overgenomen en in het BKL opgenomen. Het gaat dan om gebouwen voor groepen mensen die extra bescherming nodig hebben, omdat zij zichzelf bij een incident niet snel genoeg in veiligheid kunnen brengen. Denk aan ziekenhuizen of een lagere school. Als ontruimen of vluchten aan de orde is, is hier meer tijd mee gemoeid dan bij een doorsnee woning of kantoor. Dan zijn er ook nog de mensen waarvan we liever niet willen dat ze vluchten, zoals bijvoorbeeld gevangenen.

Bij realisatie van zeer kwetsbare gebouwen is er extra aanleiding om te bezien of zij buiten het aandachtsgebied kunnen worden gerealiseerd. Wordt daar toch niet voor gekozen, dan moeten deze gebouwen binnen het aandachtsgebied extra bescherming krijgen tegen brand of explosie. Dat kan met aanvullende bouwvoorschriften of daaraan gelijkwaardige maatregelen, het zogenoemde voorschriftengebied.”

Aniek Ahlers is beleidsmedewerker MOV bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Meer informatie

Handboek Omgevingsveiligheid: https://omgevingsveiligheid.rivm.nl/handboek-omgevingsveiligheid of bit.ly/2D2moDI

Vragen of aanmelden voor nieuwsbrief Omgevingsveiligheid? Mail naar: omgevingsveiligheid@minienm.nl

Auteur(s)
https://www.gevaarlijkelading.nl/artikel/modernisering-omgevingsveiligheid-van-%E2%80%98technisch-complex%E2%80%99-naar-%E2%80%98bestuurlijk-begrijpelijk%E2%80%99