Dagboek van Willeke: “De spanning in huis is te snijden” (Libelle)

Willeke is de kleindochter van Anne-Wil en de puberdochter van Manon. Sinds kort houdt zij ook een dagboek bij voor Libelle met iedere woensdag een nieuw verhaal. 

Woensdag 

De spanning in huis is te snijden. Afgelopen week heb ik Robbert geconfronteerd met wat ik te weten was gekomen: dat hij de mysterieuze fotograaf was op het illegale feest. Ik wist van woede en verbazing niet wat ik zeggen moest, kon alleen maar sputteren: “Jij… jij was het!”

Het bleek niet de grote ontdekking die ik dacht. Hij lachte schamper, alsof ik een klein kind was dat het allemaal niet begreep. “Jeeezus, Wils. Ik ga toch helemaal niemand afpersen, hoe kom je daar nou bij? Je bent echt een drama queen hoor. Een mens kan toch wel eens een grapje maken?”

Stomverbaasd ben ik toen naar mijn kamer gegaan. Een gigantisch gewicht viel van mijn schouders. Maar mijn band met Rob is nu wel anders, sindsdien. Ik vind dat hij veel te makkelijk tegen mij heeft gelogen, veel te makkelijk anderen heeft gemanipuleerd. Ik vertrouw hem niet meer zo. Toch doe ik poeslief tegen hem. Hij begint er de hele tijd over dat Stelios komt logeren, en hardop moedig ik hem aan. Maar stiekem vertrouw ik erop dat Boy het verbiedt. Hoe jong Boy ook is, hij heeft best wel ouderwetse ideeën, en ik weet zeker dat hij niet wil dat Rob met Stelios ligt te rommelen in ons huis. Als Boy dit plan niet dwarsboomt doet corona het wel.

In ieder geval heb ik geen zin om met Rob te blijven chillen terwijl hij het alleen maar over Stelios heeft. Ik word ook zo onrustig van al dat binnen zitten. Ik trek mijn jas aan en fiets naar de winkel van oma. Daar is altijd thee en een stroopwafel, en iemand die onvoorwaardelijk van mij houdt.

Koude regen loopt de kraag van mijn jas in. Als ik de deur van de winkel open doe rinkelt er een belletje. Oma komt van achteren de winkel in gesneld. “Willeke, meisje! Je bent helemaal verregend!”

“Ja,” zeg ik, “brrrr. Maar ik kon echt geen seconde meer thuis blijven, hoor.”

“O, o, o, is het weer zo ver?” Oma gooit haar armen in de lucht, maar ze moet lachen. Ze weet dat ruzie thuis meestal weer goed komt. Ik vertel over Rob en Stelios, hoe erg het me dwars zit dat zij nu verliefd zijn. De dingen die ik nooit hardop durf te zeggen thuis. Oma vertelt over een vriendje van vroeger, aait met een afwezig gebaar over mijn rug. Ik laat haar wat foto’s zien van Arie, ik had het arme beest uit verveling in een jurk en een pruik gehesen. Ze buigt zich over mijn telefoon en proest het uit van het lachen. Ik ruik haar ouwevrouwenparfum. Lekker, vertrouwd. Hier voel ik me thuis.

Donderdag

“Hé! Allemaal koppen dicht!” Lotte slaat met een pollepel op tafel. Zij is de voorzitter van de vergadering. Niet een drukbezette vergadering, maar iedereen is er: ik, Lotte en een mollige jongen die we kennen van wiskunde, Ferdy.

“Willeke?” zegt Lotte in een plechtige stem. Ze kijkt me over haar jampotbril aan.

“Present!”

“Ferdinand?”

“Present! Maarreh, zeg maar Ferdy…” stamelt Ferdy.

Dit is de tweede officiële samenkomst van De Groene Beer, onze geheime club die voor het klimaat strijdt. Lotte heeft me alles verteld over CO2-uitstoot, over plastic soep, bosbranden, zeespiegelstijging… Ik moest wel bij de club. Ik had geen idee dat we met z’n allen zo de wereld aan het verwoesten waren. Ferdy is geloof ik gewoon op zoek naar wat vrienden. Maar het geeft niet: wij gaan de wereld redden.

Lotte zegt: “Over tot de orde van de dag. De eerste stap is dat we allemaal vegetariër worden. Weet je wel hoeveel water er verspild wordt in de veeteelt?”

Ferdy en ik kijken elkaar met grote ogen aan. Oké, de wereld redden, maar stoppen met vlees? Dit wordt moeilijker dan we hadden gedacht.

Meer dagboeken lezen?

Het dagboek van Anne-Wil (oma Willeke) kun je op Libelle Premium lezen >

Of neem een abonnement op het exclusieve dagboek van Manon dat je per e-mail ontvangt:


Beeld: iStock.

Het bericht Dagboek van Willeke: “De spanning in huis is te snijden” verscheen eerst op Libelle.

https://www.libelle.nl/dagboek-willeke/dagboek-van-willeke-de-spanning-in-huis-is-te-snijden/

Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom (Vrij Nederland)

De toestand in de wereld is door de massale demonstraties in Amerika en Wit Rusland weer eens zodanig dat de pessimisten het grootste gelijk van de wereld kunnen binnenhalen. Je moet een heel speciaal soort röntgenapparaat gebruiken om door het vuur, het politiegeweld en de plunderingen nog iets te zien dat lijkt op vreedzamer tijden.

Philipp Blom, de Oostenrijkse historicus die in De duizelingwekkende jaren en Alleen de wolken ‘de cultuur en crisis in het Westen’ heeft beschreven vóór en na de Eerste Wereldoorlog (en dus goed op de hoogte is van verschrikkingen), wordt in zijn nieuwe essay Het grote wereldtoneel moeiteloos bevestigd in zijn visie dat we beland zijn in de zogenaamde ‘omegafase’, genoemd naar de laatste letter van het Griekse alfabet.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis.

We bevinden ons in de laatste fase van de wereld, vindt Blom. Het is de toestand ‘van extreme en rampzalige neergang’ waarin een bedrijf of instelling probeert de neergang tegen te houden door juist sneller en radicaler door te gaan op de oude voet: nog grotere productiviteit, innovatie, bezuinigingen, ontslagen en uitverkoop.

kolossale ramp

Drie jaar geleden zag Blom er ook al geen gat in toen hij zijn essay Wat op het spel staat voorspelde dat alleen een kolossale ramp mensen tot bezinning zou kunnen brengen, zoiets als de aardbeving van Lissabon in 1755 was daar voor nodig.

Het is te bizar voor woorden, maar Blom kreeg zijn kolossale ramp in de vorm van de coronacrisis. Alleen niet helemaal op het goede moment. Blom was door de directie van de Salzburger Festspiele gevraagd een essay te schrijven met de titel ‘Het grote wereldtoneel’. Met zo’n titel kan Blom wel uit de voeten, gegeven zijn apocalyptische visie op het wereldgebeuren.

Blom schreef zijn essay en op het moment dat het klaar was brak de coronacrisis uit.  Hij kon er nog net een hoofdstuk aan toevoegen. Maar eigenlijk was dat niet nodig. Het hele essay stond al in het teken van de omegafase en de transitie van een oude naar een nieuwe wereld waarin gebroken zou zijn met alle opgestapelde slechte eigenschappen van het Westen: van het leegroven van de aarde tot het smeltende ijs.

suicidaal hyperkapitalisme

De coronacrisis is volgens Blom te wijten aan de ongeremde, geglobaliseerde expansiedrift van het westerse kapitalisme (‘het suïcidale hyperkapitalisme’). Het is de ramp die de urgentie van de noodzakelijke veranderingen in de wereld manifest maakt.

Er is duizenden jaren lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd.

Zoals de aardbeving van Lissabon het vertrouwen in de rationele wereldorde en in het zogenaamd goedertieren Christendom (had God niet het beste met ons voor?) verstoorde, zo heeft volgens Blom de coronacrisis de menselijke ijdelheid een knak toegebracht door zich nergens iets van aan te trekken, en al helemaal niet van een rationele wereldorde – die orde heeft niets in de brengen tegenover een eenvoudig, maar verraderlijk virus.

Het grote wereldtoneel is een essay waarin onomwonden staat dat de mensheid het heeft verbruid. Er is ‘millennia’ (duizenden jaren) lang, maar vooral vanaf de zeventiende eeuw roofbouw op de aarde gepleegd. De ‘culturele mal’, waarin drie millennia menselijke ambitie vastzitten, zou ‘open gewrikt’ moeten worden om de mensheid af te helpen van de narcistische visie die ze van zichzelf heeft.

De mensheid heeft al die tijd ‘oorlog tegen de toekomst’ gevoerd, dat wil zeggen heeft een gezonde toekomst voor de komende generaties twijfelachtig gemaakt door de gepleegde roofbouw, het bekende rijtje: luchtvervuiling, zeespiegelstijging, ontbossing, uitputting fossiele brandstof, plastic soep, bosbranden etc. Daar zitten de komende generaties mee opgescheept.

een nieuwe verlichting

Ondanks de Cassandra-rol die Blom zo fervent speelt blijft hij niet hangen in de diagnose van de totale afgang. Hij speelt met de gedachte aan een drastische vernieuwing van het wereldtoneel, ‘een nieuwe verlichting’ waarin geducht geleerd wordt van het verleden. Er zou dan ook gebroken moeten worden met dat verleden. Er zou bijvoorbeeld een eind moeten komen aan de figuur die het Westen sinds mensenheugenis zou hebben gedomineerd: ‘het rationele, zelfbeschikkende en vrij handelende individu.’

Die verdwijnt ‘van het historische toneel als een vale fictie.’ Dat vrij handelende individu verdwijnt omdat men is gaan inzien dat alles en iedereen met elkaar samenhangt, niets los van elkaar staat, alles aan elkaar vast zit. Iedereen is afhankelijk, een individu is niets meer op zichzelf.

Om die nieuwe verlichting mogelijk te maken, om die te kunnen denken, moet de individuele verbeelding vervangen worden door een gemeenschappelijke verbeelding. Daarin wordt dan een milde strijd om ‘beelden’ gevoerd, om ‘sterke totems’. Dat zijn, vertaal ik in mijn eigen woorden, ideeën over de nieuwe inrichting van het bestaan.

Daar heeft Blom gedachten over: niet meer narcistisch denken, maar altruïstisch, niet individualistisch, maar gemeenschappelijk, niet meer het uitleven van de egoïstische morele instincten (‘zelfoptimalisering’), maar denken aan anderen, niet meer het rationele wezen uithangen, maar erkennen dat de mens door irrationele gevoelens wordt gedreven.

menselijke hybris

Blom is een historicus en essayist die sterk in termen van ‘gedeelde ervaringen’ denkt. Het is alsof elk individu bij hem de hele geschiedenis in zich heeft. Het woord ‘collectief’ valt helemaal niet in dit essay, maar bij Blom hebben mensen wel alles gemeenschappelijk. De aardbeving zorgde voor alle Lissabonners voor een trauma, niemand uitgezonderd.

Vóór de coronacrisis was een ‘gedeelde ervaringshorizon’ afwezig en die werd volgens Blom ook node gemist in de tijd van egoïstische ‘zelfoptimalisatie’. De coronacrisis maakt iedereen bescheiden omdat iedereen ervan doordrongen wordt dat hij niets in te brengen heeft tegen een virus. De menselijke hybris legt het loodje.

Het lijkt er misschien op dat Het grote wereldtoneel een mooi samenhangend essay is met een wat doorgeschoten apocalyptische boodschap, maar dat is het toch niet. Het is soms kraakhelder, maar ook tamelijk warrig en maakt wonderlijke sprongen. Het staat vol vertrouwde namen en denkers, maar Blom is lang niet altijd te volgen in de vlucht die hij neemt.

zelfoptimaliserend wezen

Wij zouden drie millennia geschiedenis met ons mee dragen en moeten afschudden willen we ‘een nieuw soort homo sapiens’ kunnen worden die de toekomst aan kan. Drie millennia is veel, alleen niet voor degenen die denken dat we, zoals Blom, in de kern eigenlijk nog heel eenvoudige primitieve mensen zijn. We moeten van denkgewoonten veranderen, staat ergens anders, ‘die veel ouder zijn dan de Verlichting’.

Het komt er op neer dat het redelijke, zelfstandige en tamelijk vrije individu dat de Verlichting en de Romantiek samen hebben laten ontstaan, maar dat door Blom tot een egoïstisch zelfoptimaliserend wezen wordt gereduceerd, van het historische toneel moet verdwijnen. Zo heeft voor Blom ook ‘het liberale verhaal zijn verleidingskracht verloren’. Dat kan helemaal niet, omdat het ‘liberale verhaal’ nooit (behalve met het neo-liberalisme) alleen dominant is geweest, het heeft altijd samen moeten werken met sociale bewegingen.

Philipp Blom is niet de enige commentator die verstrekkende conclusies trekt uit de coronacrisis. Het zou niet alleen maar een praktische en economische ramp zijn, het zou ook een ‘intellectuele crisis’ zijn die de ‘fundamentele concepten’ binnen de westerse cultuur op losse schroeven zet.

Waar denkt Blom dan aan? Wel, aan niet minder dan de ‘menselijke wezens’. Die blijken, zoveel is ‘duidelijk geworden’, ‘lang niet zo bijzonder en machtig als ze zelf graag denken.’

Dat is niet mis en een hele fundamentele conclusie op grond van een paar maanden coronacrisis. Er zit niets anders op dan dat die menselijke wezens eens bij zichzelf te rade gaan en een toontje lager gaan zingen. Dat zal ze leren.

Het grote wereldtoneel. Over de kracht van de verbeelding in crisistijd door Philipp Blom is vertaald door  W. Hansen en uitgegeven door De Bezige Bij.

Het bericht Literaire Kroniek: We bevinden ons in de laatste fase van de mensheid, volgens historicus Philipp Blom verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/literaire-kroniek-philipp-blom/

De Vijftien Tekenen van de Eindtijd (Neerlandistiek)

Oude Folklore in het Oudfries, deel 5

https://i1.wp.com/www.neerlandistiek.nl/wp-content/uploads/2020/05/Sterken-Aldfrysk-5.jpg?resize=548%2C549&ssl=1

Schildering van het Laatste Oordeel in de kerk van Uithuizen (in de provincie Groningen, vroeger onderdeel van het Grote Friesland). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Door Arjan Sterken

De wereld staat in brand. Een paar maanden geleden was dat nog letterlijk zo, toen Australië kampte met één van de hevigste bosbranden sinds de opgetekende geschiedenis. Eerder in 2020 dreigde de Derde Wereldoorlog, en vanaf maart raast er een nieuwe pest over de wereld. Ondertussen dreigen nieuwe economische recessies, en ook de klimaatproblematiek moeten we niet vergeten. Dit plaagt het laaggelegen Nederland, waar ook het vroegere gebied van het Grote Friesland weer opgeslokt kan worden door die wilda witzinges sees flod, zoals al zo vaak gebeurde in het verleden. Sterker nog, tegenwoordig kampen vroegere koloniën van de Friezen met dit probleem: de Noord-Duitse Waddeneilanden, die door de Friezen in de 7e of 8e eeuw gekolonialiseerd zijn (Bremmer 2009, p. 6), worden op natuurlijke wijze 2,5 millimeter per jaar opgehoogd, terwijl de zeespiegel van de zee met 4,5 millimeter per jaar stijgt (“Veertig keer per jaar stroomt het water over de kwelder in de Duitse wadden,” Volkskrant bijlage Boeken & Wetenschap, 28 maart 2020). Het Grote Friesland is al in de 15e eeuw verdwenen, maar nu nadert het einde ook voor hun nazaten.

De oude Friezen waren echter niet zo bezig met het einde der tijden. Heel soms noemen ze de zogenaamde ‘Jongste Dag’, of het Laatste Oordeel, waarop Christus terugkomt om het Nieuwe Jeruzalem in te luiden en over ieder mens te oordelen, zoals in het Rudolfsboek (in Jus Municipale Frisonum) (Buma en Ebel 1977, p. 376-377). Deze Jongste Dag is ook het onderwerp van één tekst, de Vijftien Tekenen van de Jongste Dag, alleen te vinden in het Eerste Rustringer Handschrift (Buma en Ebel 1963, p. 90-95). Het is geen unieke tekst: vergelijkbare teksten zijn vrij populair vanaf de 11e eeuw in allerlei talen (Giliberto 2007, p. 129-130). De tekst wordt als eerst gevonden in de Latijnse tekst Epistola de die iudicii van Peter Damian in 1062 (p. 133), maar de ultieme oorsprong is onbekend (p. 132). De tekst zelf geeft aan dat het van sint Hiëronymus (of Jeroen) afkomstig is, maar een vergelijkbare tekst is niet gevonden in sint Jeroen’s oeuvre (p. 135). De versie in het Eerste Rustringer Handschrift zelf is terug te voeren op een Oudengelse homilie die valselijk wordt toegeschreven aan sint Beda (p. 130).

De eerste vijf tekenen van de eindtijd in deze tekst gaan over water, wat begrijpelijk is als men bedenkt hoe het Grote Friesland met het water leefde. Elk teken vindt plaats op één dag, en op de eerste dag stijgt het water veertig vadem. Wat de precieze maat voor een vadem is, is onduidelijk. In het zuiden van Europa vinden we afmetingen van rond de 1,6 meter, en in het noorden vaker 1,8 meter. Deze muur van water, die boua alle bergon uitkomt, is dus iets van 64 of 72 meter hoog. Voor Friesland, Groningen, en Ostfriesland is dat inderdaad wel hoog genoeg om alles te bedekken. Alleen de Martinitoren in Groningen Stad komt daar bovenuit, maar goed, Stad werd ook vaak niet echt meegerekend tot het Friese gebied. En, wellicht tot opluchting van de meeste Groningers, zal het nieuwe Forum wel helemaal onder water komen te staan. Helaas geldt dat ook voor de Noord-Duitse Waddeneilanden, die nu wel met iets meer dan 4,5 millimeter zeespiegelstijging rekening moeten houden.

Op de tweede dag daalt het water weer naar het normale niveau, maar niet voor lang. Op de derde dag valt al het water weg. Of, beter gezegd, zo diep thet se nen age bisia ne mi (dat het door geen oog kan worden gezien). Dit is desastreus voor de vissen, die zich op de vierde dag verzamelen en hun klaagzang schreien. Niemand hoort dit (zoals ook mensen goed kunnen zijn in het negeren van ecologische rampen), behalve God. Het is een beetje verwarrend hoe dit nou precies werkt: zijn die vissen nou helemaal van de bodem van de wereld naar boven geklommen, om daar hun klaagzang tot dovemans-oren te richten? Volgens Giliberto is dit een fout van de kopiist: in andere versies van de tekst zinkt het water eerst uit zicht, en de volgende dag herstelt het zich weer naar het normale niveau (2007, p. 137-138). Dit is veel logischer, ook als je meeneemt dat het water op de vijfde dag in de hens vliegt, fon asta there wralde to westa there wralde (van het oosten van de wereld tot het westen van de wereld).

Goed, nu we het water hebben gehad, wordt vervolgens het land geteisterd. Op de zesde dag worden alle gewassen op aarde bedekt door een bloedachtige dauw. Mocht het water je nog niet gealameerd hebben, dan hoop ik dat dit toch zeker het teken is dat er iets vreemds aan de hand is. Hierna wordt het niet veel beter. Op de zevende dag storten alle gebouwen fon asta there wralde to westa there wralde in, en op de achtste dag alle bergen. Als dat nog niet genoeg schade is volgt op de negende dag de grootste aardbeving die de wereld ooit heeft gekend. Wordt Groningen, dat ooit tot het Grote Friesland behoorde, hierop al voorbereid? Hoe het ook zij, deze vernietiging was noodzakelijk, want op de tiende dag brengt God de wereld terug naar de status waarop deze geschapen is. Wat dat precies betekent is mij niet helemaal duidelijk: is het een woestenij van lege wateren waarover God met zijn geest zweeft, zoals in Genesis 1:2? Hoe dan ook, pas nu begint de mensheid in paniek te raken. Op grote rampen reageert men kennelijk pas laat, net zoals op de Covid-19 pandemie. Op de elfde dag gebeurt wat men ook in elke apocalyptische film ziet: de mensen keren zich tegen elkaar en verliezen door de paniek hun taalgebruik. Gelukkig zijn we nog niet zo ver, hoewel Trump’s praktisering van het taalvermogen misschien een voorloper is van deze symptomen.

Veel tijd om hierop te mediteren hebben we niet. Op de twaalfde dag worden alle beenderen van de wereld op één plaats bijeengebracht, en op de dertiende dag vallen dan ook nog eens alle sterren uit de hemel. Gelukkig hoeven we niet lang te lijden in deze duistere, lege wereld, want op de veertiende dag zullen we allemaal sterven, om daarna op te staan met alle andere doden voor het Laatste Oordeel. Volgens Giliberto worden in de Latijnse bronnen de twaalfde en dertiende dag vaak omgedraaid: eerst vallen alle sterren uit de hemel, waarna alle botten zich op één plek verzamelen (2007, p. 138). Ik vraag me af of het niet logischer zou zijn geweest als de volgorde anders was geweest: eerst vallen de sterren uit de hemel, waarna iedereen sterft. Daarna worden alle botten op één plek verzameld zodat de Heropstanding een soort festival wordt: iedereen bij elkaar voor een laatste feest voordat Christus mith alle sine anglon and mith alle sine heligon (met al zijn engelen en al zijn heiligen) het Laatste Oordeel komt brengen op de vijftiende en laatste dag. Op deze laatste dag zal de hele wereld trillen alsa thet espene laf (als populierenbladeren, vgl. als een espenblad), die volgens legenden altijd trillen omdat het hout van een populierenboom is gebruikt voor het kruis waar Christus op gekruisigd is (Giliberto 2007, p. 148). Maar goed, gezien de staat van de wereld op dit moment kunnen we dit alles nog later dit jaar verwachten. Fijn dat we in elk geval weten wat ons te wachten staat.

Referenties

Primaire bronnen

Buma, Wybren Jan, en Wilhelm Ebel, vert. 1963. Das Rüstringer Recht. Göttingen: Musterschmidt-verlag.

Buma, Wybren Jan, en Wilhelm Ebel, vert. 1977. Westerlauwerssches Recht I: Jus Municipale Frisonum, Zweiter Teil. Göttingen: Vandenhoeck und Ruprecht.

Secundaire Literatuur

Arbouw, Ernst. 28 maart 2020. “Veertig keer per jaar stroomt het water over de kwelder in de Duitse wadden.” Volkskrant bijlage Boeken & Wetenschap, p. 22-25.

Bremmer, Rolf. 2009. An Introduction to Old Frisian: History, Grammar, Reader, Glossary. Philadelphia: John Benjamins Publishing Company.

Giliberto, Concetta. 2007. ‘The Fifteen Signs of Doomsday of the First Riustring Manuscript’. In Advances in Old Frisian Philology, geredigeerd door Rolf Bremmer, Stephen Laker, en Oebele Vries, 129–52. Amsterdam: Rodopi.

https://www.neerlandistiek.nl/2020/05/de-vijftien-tekenen-van-de-eindtijd/

Extinction Rebellion voert snoeiharde actie: met stoepkrijttekeningen (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2018/10/groenlinks1.jpg

De actiegroep Extinction Rebellion heeft maandag met stoepkrijt een boodschap achtergelaten voor de deur van diverse partijkantoren door het hele land. Met de boodschap ‘we kunnen het niet alleen’ willen de klimaatactivisten de politieke partijen oproepen hun “verantwoordelijkheden omtrent de klimaat- en ecologische crisis niet te vergeten”. Bij onder meer het partijkantoor van de VVD was een boodschap op de stoep geschreven.

Voor de actievoerders van Extinction Rebellion stond vanaf maandag de actieweek de ‘Lenterebellie’ gepland. Volgens de milieubeweging zouden hier duizenden mensen aan meedoen, maar deze actie kon vanwege de coronamaatregelen niet doorgaan. Een aantal actievoerders ging daarom alleen langs de partijkantoren. Ze bezorgden daarbij ook een brief om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis.

Volgens Extinction Rebellion raakt het klimaat door de coronacrisis naar de achtergrond en heeft dat grote gevolgen. “Zeespiegelstijging, bosbranden, hittegolven, extreme stormen, droogtes en pandemieën bedreigen gemeenschappen over de hele wereld, en treffen de gezondheid, voedselproductie en het drinkwater van miljoenen mensen.”

Anp

Extinction Rebellion voert snoeiharde actie: met stoepkrijttekeningen

https://tpo.nl/2020/04/13/extinction-rebellion-voert-snoeiharde-actie-met-stoepkrijttekeningen/

Extinction Rebellion voert snoeiharde actie: met stoepkrijttekeningen (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2018/10/groenlinks1.jpg

De actiegroep Extinction Rebellion heeft maandag met stoepkrijt een boodschap achtergelaten voor de deur van diverse partijkantoren door het hele land. Met de boodschap ‘we kunnen het niet alleen’ willen de klimaatactivisten de politieke partijen oproepen hun “verantwoordelijkheden omtrent de klimaat- en ecologische crisis niet te vergeten”. Bij onder meer het partijkantoor van de VVD was een boodschap op de stoep geschreven.

Voor de actievoerders van Extinction Rebellion stond vanaf maandag de actieweek de ‘Lenterebellie’ gepland. Volgens de milieubeweging zouden hier duizenden mensen aan meedoen, maar deze actie kon vanwege de coronamaatregelen niet doorgaan. Een aantal actievoerders ging daarom alleen langs de partijkantoren. Ze bezorgden daarbij ook een brief om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis.

Volgens Extinction Rebellion raakt het klimaat door de coronacrisis naar de achtergrond en heeft dat grote gevolgen. “Zeespiegelstijging, bosbranden, hittegolven, extreme stormen, droogtes en pandemieën bedreigen gemeenschappen over de hele wereld, en treffen de gezondheid, voedselproductie en het drinkwater van miljoenen mensen.”

Anp

Extinction Rebellion voert snoeiharde actie: met stoepkrijttekeningen

https://tpo.nl/2020/04/13/extinction-rebellion-voert-snoeiharde-actie-met-stoepkrijttekeningen/