Koning opent wereldwijd klimaatcentrum in Rotterdam (NOS Binnenland)

In Rotterdam heeft koning Willem-Alexander het mondiale hoofdkantoor geopend voor 'klimaatadaptatie'. Landen kunnen daar leren hoe ze zich kunnen wapenen tegen weersextremen en klimaatverandering.

Het nieuwe hoofdkantoor is gevestigd in een drijvend gebouw, dat volgens de architect het grootste drijvende kantoor ter wereld is. Ernaast ligt ook een drijvend park. Beide kunnen meestijgen met het waterpeil. Het gebouw is volledig duurzaam en wekt met zonnepanelen meer energie op dan het zelf nodig heeft.

Bij de officiële opening van het Global Center on Adaptation (GCA) waren behalve de koning ook voormalig VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon en leiders van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldhandelsorganisatie.

Ervaringen uitwisselen

Als landen problemen hebben met de gevolgen van klimaatverandering, kunnen ze bij het centrum terecht voor mogelijke oplossingen. Het is de bedoeling dat via het GCA landen ervaringen uitwisselen. Het gaat om ideeën waarmee landen stormen, extreme droogte of juist overstromingen beter het hoofd kunnen bieden.

In de afgelopen twee jaar, toen het nieuwe centrum werd gebouwd, zijn er uit tientallen landen al hulpvragen binnengekomen. Een voorbeeld zijn de Malediven. "Dit is een eilandengroep die enorm onder druk staat door de zeespiegelstijging. Zij hebben ons gevraagd om te helpen met het beschermen van de kust. Niet alleen met dijken, maar ook door de aanplant van mangrovebossen", zegt directeur Patrick Verkooijen van het GCA.

Klimaatnoodtoestand

De opening vond plaats aan de vooravond van de wereldwijde klimaattop in Glasgow dit najaar.

Welke maatregelen er ook komen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, het klimaat zal hoe dan ook verder veranderen, stelt Verkooijen.

"We bevinden ons nu in een klimaatnoodtoestand wereldwijd", zegt Verkooijen. Hij wijst onder meer op de orkaan Aida, die verwoestingen aanrichtte in de VS, op de recente overstromingen in Nederland en de bosbranden in het Arctisch gebied, "Dit is nog maar het begin van wat ons nog te wachten staat. We zitten nu op 1,1 graad wereldwijde opwarming en we gaan sowieso naar 1,5 graad en misschien wel meer. Dus aanpassen is beslist noodzakelijk."

De aanwezige leiders in Rotterdam deden een gezamenlijke oproep tot meer actie voor het klimaat. Het recente rapport van het VN-klimaatpanel IPCC noemden ze een belangrijke waarschuwing.

Voormalig VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon is voorzitter van het centrum in Rotterdam. Hij roept zowel rijke als arme landen ertoe op meer samen op te trekken. "Zonder wereldwijde samenwerking gebeurt er niets", waarschuwde hij. "Niemand, geen land, geen individu, hoe machtig ook, kan het alleen."

Actieplan voor Afrika

Op de bijeenkomst vandaag wordt een speciaal adaptatieplan gelanceerd voor Afrika. Dit continent heeft van alle werelddelen de laagste CO2-uitstoot (minder dan 5 procent), maar is wel het meest kwetsbaar voor klimaatverandering. Om Afrika te helpen wordt er gedurende de komende vijf jaar 25 miljard dollar beschikbaar gesteld.

"Het is ook in ons welbegrepen eigenbelang", zegt Verkooijen. De klimaatvluchtelingenstroom, die in de toekomst zal toenemen, zal niet stoppen in Afrika, maar zal zich ook richten op Europa. Dus het is verstandig economisch beleid om goed te investeren in Afrika en die investeringen klimaatbestendig te laten zijn."

Zo wordt door minder regenval de landbouw in landen als Ethiopië en Kenia soms ernstig gehinderd. Om boeren in die landen bij te staan, worden methodes ontwikkeld, waarbij ze op hun mobiele telefoon kunnen zien wanneer ze het beste kunnen zaaien en oogsten.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/468hlV5Z4bk

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/468hlV5Z4bk/2396788

Bij De Telegraaf ligt de rode loper voor Clintel altijd klaar (Sargasso)

De Telegraaf en Clintel zijn dikke maatjes. Clintel-duo Berkhout en Crok kreeg in twee weken tijd drie keer de ruimte om uit te pakken met klimaatfabeltjes, in twee opiniestukken en een redactioneel verhaal. Marcel Crok kwam aan het woord in het redactionele verhaal dat over het nieuwe IPCC-rapport gaat. De strekking van het verhaal is dat ‘rampscenario’s leidend’ zouden zijn in dat rapport.

Marcel Crok snijdt zichzelf daarin pijnlijk in de vingers met een typisch gevalletje de pot verwijt de ketel. Het IPCC schijft: “Human influence very likely contributed to the decrease in Northern Hemisphere spring snow cover since 1950”. Crok noemt dat een cherry-pick, want volgens ‘veelgebruikte data van de Amerikaanse Rutgers University’ zou er in de wintermaanden juist een kleine toename van de sneeuwbedekking zijn. En dat is de echte cherry-pick. Het IPCC kijkt namelijk niet alleen naar die ene dataset, maar naar alle gegevens die er zijn. En in dat totaal zijn de ‘veelgebruikte data’ van Rutgers de uitzondering. Het IPCC houdt wel rekening met die gegevens en schrijft dan ook (2.3.2.2 p. 2-62) dat er een aanzienlijke onzekerheid is over de trends vanaf 1978 voor de maanden oktober tot en met februari. Maar dat doet niet af aan de constatering dat er, op basis van alle informatie, een afname is als je het over het hele jaar bekijkt. In hoofdstuk 9 van het rapport is te lezen en te zien (zie figuur 9.23 hieronder) dat de trend voor alle maanden van het jaar negatief is.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2021/08/ipcc_ar6_fig_9_23.png?w=500



In het artikel komen ook anderen aan het woord, opvallend genoeg net de mensen die Crok zelf ook heel vaak citeert. Roger Pielke Jr klaagt dat het IPCC de nadruk zou leggen op het meest extreme emissiescenario. Dat hoogste scenario is ‘niet realistisch’ is de klacht. Wie de werkelijke broeikasgasuitstoot vergelijkt met IPCC-scenario’s uit het verleden kan alleen maar concluderen dat het zeker niet het minst realistische scenario is. De realiteit ligt namelijk, zoals dat in de geschiedenis bijna altijd het geval is geweest, veel dichter bij het hoogste dan bij het laagste scenario uit het rapport. En toch heeft dat het IPCC er niet van weerhouden om in het nieuwe rapport een nog optimistischer scenario, met nog minder emissies, toe te voegen. De crux blijft natuurlijk dat de scenario’s geen voorspellingen zijn, maar alleen bedoeld om de volledige bandbreedte in kaart te brengen van mogelijke toekomstige emissies. Het IPCC doet helemaal geen uitspraken over welk scenario meer of minder waarschijnlijk is.

Wel is het zo dat het nieuwe rapport apart aandacht besteedt aan worst-case scenario’s. Terecht, omdat die relevant zijn voor de besluitvorming. Scenario’s met een kleine kans en grote gevolgen kunnen nu eenmaal zwaar meewegen in een risico-analyse, omdat de definitie van risico nou eenmaal kans maal gevolg is. En het IPCC maakt voldoende duidelijk dat dergelijke worst-case scenario’s onwaarschijnlijk zijn, maar niet helemaal uitgesloten.

Een ander punt van kritiek is dan nog dat het IPCC geen rekening zou houden met een schatting van Bjorn Lomborg, dat het aantal extra doden door hitte kleiner zou zijn dan het aantal doden dat minder valt door kou. Waarom dat niet wordt genoemd in het rapport is goed te verklaren: dit soort gevolgen van klimaatverandering valt buiten het aandachtsveld van IPCC Werkgroep I. Anders dan hij beweert neemt het gezondheidsrisico sterker toe bij meer hitte (in de zomer) dan dat het afneemt bij minder kou (in de winter).

De verslaggevers van De Telegraaf doen zelf ook nog een misleidende duit in het zakje. Dit geven ze als verklaring waarom het IPCC-rapport nu uitkomt: “Om wereldleiders, diplomaten en lobbyisten te overtuigen van de noodzaak van klimaatbeleid, legt het IPCC nu alvast de belangrijkste conclusies op tafel.”. De realiteit is heel anders: het IPCC voorziet de wereldpolitiek van objectieve, wetenschappelijke informatie, omdat die daarom heeft gevraagd. Veel subtieler is het antwoord dat ze geven op de vraag of klimaatverandering al invloed heeft op bijvoorbeeld bosbranden en overstromingen. Eerst melden ze dat het IPCC aangeeft dat daarover nog veel onzeker is, om dan af te sluiten met: “De voorspelling is wel dat als de huidige opwarming doorzet, dergelijke weersextremen vaker zullen voorkomen.” Hoewel het er niet letterlijk staat, is de suggestie dat de onzekerheid impliceert dat de menselijk invloed nu nog beperkt is. Maar afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Er zitten twee kanten aan die onzekerheid: de menselijk invloed in het huidige klimaat op dit soort gebeurtenissen kan kleiner, maar ook groter zijn dan wordt gedacht. Maar goed, misschien mag je de Telegraaf-journalisten dit laatste puntje niet echt aanrekenen, omdat het vooral illustreert hoe lastig het is om hier goed over te communiceren.

De twee opiniestukken van Clintel komen van Guus Berkhout. Op 17 juli pleit die, naar aanleiding van de overstromingen in Duitsland, België en Limburg, voor dweilen met de kraan open. Berkhout doet net alsof het nieuws is dat we ons aan moeten passen aan klimaatverandering. Natuurlijk moet dat. Nederland is daar ook al enkele decennia mee bezig. We moeten vooral hopen dat beleidsmakers daarbij niet teveel luisteren naar lieden als Berkhout, die immers al jaren roepen dat het allemaal wel los zal lopen met de gevolgen van klimaatverandering. Het is behoorlijk schaamteloos dat uitgerekend Berkhout nu anderen verwijt dat de aanpassing aan klimaatverandering niet snel genoeg gaat.

Gelukkig is er in Nederland wel geanticipeerd op de voorspelbare gevolgen van het warmer wordende klimaat. Adaptatie maatregelen zoals Ruimte voor de Rivier hebben in Nederland tijdens de hevige buien vorige maand nog veel ergere schade voorkomen. Maar als we even proberen door te spoelen naar de toekomst, met een steeds sneller stijgende zeespiegel waar de rivieren hun water op moeten proberen te lozen, dan zullen we het met alleen adaptatie niet redden. Of slechts tegen exorbitant hoge kosten.

Om ook op de langere termijn droge voeten te houden zullen we naast adaptatie tegelijkertijd de oorzaak van het toenemen van weersextremen moeten aanpakken door de uitstoot van broeikasgassen fors naar beneden te brengen. Doen we dat niet, dan zadelen we onszelf en onze nazaten op met een steeds groter en duurder wordend probleem, waardoor uiteindelijk zelfs de leefbaarheid van onze delta op het spel komt te staan.

Het tweede stuk gaat over de ‘warm lopende’ klimaatmodellen van CMIP6, waar wij in februari 2020 al over schreven. Berkhout beweert dat die het gelijk van pseudosceptici zouden bewijzen. Niets is minder waar. In tegenstelling tot wat pseudosceptici graag suggereren geloven klimaatwetenschappers niet blindelings hun modellen. Volgens Berkhout zouden klimaatwetenschappers nu ‘toegeven’ dat modellen een te hoge klimaatgevoeligheid berekenen. De realiteit is dat klimaatwetenschappers vanaf het allereerste moment dat er nieuwe modelresultaten naar buiten kwamen hebben gezegd dat een aantal modellen wel op een erg hoge klimaatgevoeligheid uitkwam. En dat daar kritisch naar gekeken moest worden. Die klimaatwetenschappers beschuldigt Berkhout er nu, zonder enige reden, van dat ze klimaatmodellen de afgelopen decennia ‘stap voor stap alarmistischer’ gemaakt zouden hebben. Je zou er bijna om lachen als het niet zo diep triest en onzinnig was. Een van die wetenschappers is NASA’s Gavin Schmidt, die Berkhout in zijn stuk erg selectief citeert. Wie echt wil weten hoe integer en genuanceerd Schmidt is kan zijn blog hierover lezen op RealClimate. Het artikel in Science waar hij aan het woord komt en waar Berkhout selectief uit citeert is ook de moeite waard.

Het heeft allemaal geen enkele invloed op de betrouwbaarheid van het nieuwe IPCC-rapport. In de schatting van de klimaatgevoeligheid is rekening gehouden met het feit dat een aantal modellen vermoedelijk te hoog zit. Ook voor toekomstprojecties is hier rekening mee gehouden, door modellen met een te hoge klimaatgevoeligheid minder of zelfs helemaal niet mee te wegen (zg ‘constrained projections’). De realiteit is natuurlijk dat Berkhout zijn misleidende verhaal alleen maar heeft kunnen schrijven dankzij de openheid en integriteit van klimaatwetenschappers. Wetenschappers die de problemen met een aantal modellen – lang niet allemaal, trouwens – naar buiten brachten zodra ze die zagen. En die er natuurlijk in hun projecties rekening mee houden.

Lees meer berichten op Sargasso
https://sargasso.nl/bij-de-telegraaf-ligt-de-rode-loper-voor-clintel-altijd-klaar/

Bij De Telegraaf ligt de rode loper voor Clintel altijd klaar (Klimaatverandering blog)

De Telegraaf en Clintel zijn dikke maatjes. Clintel-duo Berkhout en Crok kreeg in twee weken tijd drie keer de ruimte om uit te pakken met klimaatfabeltjes, in twee opiniestukken en een redactioneel verhaal. Marcel Crok kwam aan het woord in het redactionele verhaal dat over het nieuwe IPCC-rapport gaat. De strekking van het verhaal is dat ‘rampscenario’s leidend’ zouden zijn in dat rapport.

Marcel Crok snijdt zichzelf daarin pijnlijk in de vingers met een typisch gevalletje de pot verwijt de ketel. Het IPCC schijft: “Human influence very likely contributed to the decrease in Northern Hemisphere spring snow cover since 1950”. Crok noemt dat een cherry-pick, want volgens ‘veelgebruikte data van de Amerikaanse Rutgers University’ zou er in de wintermaanden juist een kleine toename van de sneeuwbedekking zijn. En dat is de echte cherry-pick. Het IPCC kijkt namelijk niet alleen naar die ene dataset, maar naar alle gegevens die er zijn. En in dat totaal zijn de ‘veelgebruikte data’ van Rutgers de uitzondering. Het IPCC houdt wel rekening met die gegevens en schrijft dan ook (2.3.2.2 p. 2-62) dat er een aanzienlijke onzekerheid is over de trends vanaf 1978 voor de maanden oktober tot en met februari. Maar dat doet niet af aan de constatering dat er, op basis van alle informatie, een afname is als je het over het hele jaar bekijkt. In hoofdstuk 9 van het rapport is te lezen en te zien (zie figuur 9.23 hieronder) dat de trend voor alle maanden van het jaar negatief is.

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2021/08/ipcc_ar6_fig_9_23.png?w=500



In het artikel komen ook anderen aan het woord, opvallend genoeg net de mensen die Crok zelf ook heel vaak citeert. Roger Pielke Jr klaagt dat het IPCC de nadruk zou leggen op het meest extreme emissiescenario. Dat hoogste scenario is ‘niet realistisch’ is de klacht. Wie de werkelijke broeikasgasuitstoot vergelijkt met IPCC-scenario’s uit het verleden kan alleen maar concluderen dat het zeker niet het minst realistische scenario is. De realiteit ligt namelijk, zoals dat in de geschiedenis bijna altijd het geval is geweest, veel dichter bij het hoogste dan bij het laagste scenario uit het rapport. En toch heeft dat het IPCC er niet van weerhouden om in het nieuwe rapport een nog optimistischer scenario, met nog minder emissies, toe te voegen. De crux blijft natuurlijk dat de scenario’s geen voorspellingen zijn, maar alleen bedoeld om de volledige bandbreedte in kaart te brengen van mogelijke toekomstige emissies. Het IPCC doet helemaal geen uitspraken over welk scenario meer of minder waarschijnlijk is.

Wel is het zo dat het nieuwe rapport apart aandacht besteedt aan worst-case scenario’s. Terecht, omdat die relevant zijn voor de besluitvorming. Scenario’s met een kleine kans en grote gevolgen kunnen nu eenmaal zwaar meewegen in een risico-analyse, omdat de definitie van risico nou eenmaal kans maal gevolg is. En het IPCC maakt voldoende duidelijk dat dergelijke worst-case scenario’s onwaarschijnlijk zijn, maar niet helemaal uitgesloten.

Een ander punt van kritiek is dan nog dat het IPCC geen rekening zou houden met een schatting van Bjorn Lomborg, dat het aantal extra doden door hitte kleiner zou zijn dan het aantal doden dat minder valt door kou. Waarom dat niet wordt genoemd in het rapport is goed te verklaren: dit soort gevolgen van klimaatverandering valt buiten het aandachtsveld van IPCC Werkgroep I. Anders dan hij beweert neemt het gezondheidsrisico sterker toe bij meer hitte (in de zomer) dan dat het afneemt bij minder kou (in de winter).

De verslaggevers van De Telegraaf doen zelf ook nog een misleidende duit in het zakje. Dit geven ze als verklaring waarom het IPCC-rapport nu uitkomt: “Om wereldleiders, diplomaten en lobbyisten te overtuigen van de noodzaak van klimaatbeleid, legt het IPCC nu alvast de belangrijkste conclusies op tafel.”. De realiteit is heel anders: het IPCC voorziet de wereldpolitiek van objectieve, wetenschappelijke informatie, omdat die daarom heeft gevraagd. Veel subtieler is het antwoord dat ze geven op de vraag of klimaatverandering al invloed heeft op bijvoorbeeld bosbranden en overstromingen. Eerst melden ze dat het IPCC aangeeft dat daarover nog veel onzeker is, om dan af te sluiten met: “De voorspelling is wel dat als de huidige opwarming doorzet, dergelijke weersextremen vaker zullen voorkomen.” Hoewel het er niet letterlijk staat, is de suggestie dat de onzekerheid impliceert dat de menselijk invloed nu nog beperkt is. Maar afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid. Er zitten twee kanten aan die onzekerheid: de menselijk invloed in het huidige klimaat op dit soort gebeurtenissen kan kleiner, maar ook groter zijn dan wordt gedacht. Maar goed, misschien mag je de Telegraaf-journalisten dit laatste puntje niet echt aanrekenen, omdat het vooral illustreert hoe lastig het is om hier goed over te communiceren.

De twee opiniestukken van Clintel komen van Guus Berkhout. Op 17 juli pleit die, naar aanleiding van de overstromingen in Duitsland, België en Limburg, voor dweilen met de kraan open. Berkhout doet net alsof het nieuws is dat we ons aan moeten passen aan klimaatverandering. Natuurlijk moet dat. Nederland is daar ook al enkele decennia mee bezig. We moeten vooral hopen dat beleidsmakers daarbij niet teveel luisteren naar lieden als Berkhout, die immers al jaren roepen dat het allemaal wel los zal lopen met de gevolgen van klimaatverandering. Het is behoorlijk schaamteloos dat uitgerekend Berkhout nu anderen verwijt dat de aanpassing aan klimaatverandering niet snel genoeg gaat.

Gelukkig is er in Nederland wel geanticipeerd op de voorspelbare gevolgen van het warmer wordende klimaat. Adaptatie maatregelen zoals Ruimte voor de Rivier hebben in Nederland tijdens de hevige buien vorige maand nog veel ergere schade voorkomen. Maar als we even proberen door te spoelen naar de toekomst, met een steeds sneller stijgende zeespiegel waar de rivieren hun water op moeten proberen te lozen, dan zullen we het met alleen adaptatie niet redden. Of slechts tegen exorbitant hoge kosten.

Om ook op de langere termijn droge voeten te houden zullen we naast adaptatie tegelijkertijd de oorzaak van het toenemen van weersextremen moeten aanpakken door de uitstoot van broeikasgassen fors naar beneden te brengen. Doen we dat niet, dan zadelen we onszelf en onze nazaten op met een steeds groter en duurder wordend probleem, waardoor uiteindelijk zelfs de leefbaarheid van onze delta op het spel komt te staan.

Het tweede stuk gaat over de ‘warm lopende’ klimaatmodellen van CMIP6, waar wij in februari 2020 al over schreven. Berkhout beweert dat die het gelijk van pseudosceptici zouden bewijzen. Niets is minder waar. In tegenstelling tot wat pseudosceptici graag suggereren geloven klimaatwetenschappers niet blindelings hun modellen. Volgens Berkhout zouden klimaatwetenschappers nu ‘toegeven’ dat modellen een te hoge klimaatgevoeligheid berekenen. De realiteit is dat klimaatwetenschappers vanaf het allereerste moment dat er nieuwe modelresultaten naar buiten kwamen hebben gezegd dat een aantal modellen wel op een erg hoge klimaatgevoeligheid uitkwam. En dat daar kritisch naar gekeken moest worden. Die klimaatwetenschappers beschuldigt Berkhout er nu, zonder enige reden, van dat ze klimaatmodellen de afgelopen decennia ‘stap voor stap alarmistischer’ gemaakt zouden hebben. Je zou er bijna om lachen als het niet zo diep triest en onzinnig was. Een van die wetenschappers is NASA’s Gavin Schmidt, die Berkhout in zijn stuk erg selectief citeert. Wie echt wil weten hoe integer en genuanceerd Schmidt is kan zijn blog hierover lezen op RealClimate. Het artikel in Science waar hij aan het woord komt en waar Berkhout selectief uit citeert is ook de moeite waard.

Het heeft allemaal geen enkele invloed op de betrouwbaarheid van het nieuwe IPCC-rapport. In de schatting van de klimaatgevoeligheid is rekening gehouden met het feit dat een aantal modellen vermoedelijk te hoog zit. Ook voor toekomstprojecties is hier rekening mee gehouden, door modellen met een te hoge klimaatgevoeligheid minder of zelfs helemaal niet mee te wegen (zg ‘constrained projections’). De realiteit is natuurlijk dat Berkhout zijn misleidende verhaal alleen maar heeft kunnen schrijven dankzij de openheid en integriteit van klimaatwetenschappers. Wetenschappers die de problemen met een aantal modellen – lang niet allemaal, trouwens – naar buiten brachten zodra ze die zagen. En die er natuurlijk in hun projecties rekening mee houden.

https://klimaatveranda.nl/2021/08/12/bij-de-telegraaf-ligt-de-rode-loper-voor-clintel-altijd-klaar/

Weer.nl: gevolgen klimaatverandering ook in Nederland merkbaar (Nederlands Dagblad)

De gevolgen van temperatuur- en neerslagextremen nemen volgens Weer.nl ook in Nederland toe. Ook krijgen we te maken met de gevolgen van de zeespiegelstijging, die zoals in het maandag uitgebrachte klimaatrapport van het VN-klimaatpanel IPCC staat, door de opwarming van de aarde onomkeerbaar is.Reinout van den Born van Weer.nl: ‘Voor Nederland zijn de zee, de rivieren en de gevolgen van temperatuur- en neerslagextremen voor natuur en landschap van groot belang. Ook bij ons zie je die gevolgen al toenemen. Denk aan sterfte in bossen, vreemde insecten, kwetsbare gewassen op het land, overstromingen en droogte.’Wat volgens Van den Born opvalt aan het rapport is dat klimaatverandering nu onmiskenbaar aan de mens wordt toegeschreven. ‘De meeste gevolgen waren al bekend, maar van sommige wordt nu gezegd dat ze nog wat ernstiger kunnen uitpakken. Veel van wat werd en wordt verwacht, zien we al gebeuren: hitte, droogte, overstromingen, natuurbranden, zeespiegelstijging, smeltend ijs, uitdrogende bossen.’Intenser extreem weerHet stadium dat we moeten bewijzen dat klimaatverandering er is en een bedreiging inhoudt, zijn we nu voorbij, stelt hij. ‘Nu moeten we ons gaan focussen op de acties die nodig zijn om de gevolgen nog op een enigszins acceptabel niveau te houden.’Volgens weerpresentator bij het NOS Journaal Gerrit Hiemstra is het duidelijk dat klimaatverandering leidt tot meer en intenser extreem weer. ‘Er is een heel duidelijk verband tussen snelle en grootschalige emissiereductie en de wereldtemperatuur’, zo twittert hij. ‘We moeten heel snel de emissie van broeikasgassen drastisch beperken....

https://www.nd.nl/nieuws/varia/1055268/weer-nl-gevolgen-klimaatverandering-ook-in-nederland-merkbaar

IPCC publiceert eerste deelrapport: zeven lessen over klimaatverandering en extreem weer (Deltares)

https://www.deltares.nl/app/uploads/2017/08/climate-cold-glacier-iceberg-735x487.jpg

Het hoofdstuk van AR6 dat vandaag verschijnt, gaat over de huidige en toekomstige staat van het klimaat en de invloed die de mens daarop heeft. Begin 2022 zullen de twee delen verschijnen die zich richten op de socio-economische en ecologische gevolgen van de temperatuurstijging en welke maatregelen de gevolgen en de broeikasgassenuitstoot zal kunnen verminderen. Hoewel de AR6 hoofdconclusies deels overeen komen met die van de eerdere vijf rapporten sinds 1988, krijgen onderzoekers wereldwijd wel steeds dieper inzicht in de aard en gevolgen van de temperatuurstijging door de uitstoot van broeikasgassen. Bovendien worden we sinds het verschijnen van het laatste rapport in 2013 steeds vaker geconfronteerd met de ingrijpende gevolgen van klimaatverandering. En ook de maatschappij is overal ter wereld ingrijpend veranderd. Daarom was het tijd voor een nieuw rapport.

Liggen we op koers?

Landen zijn met het klimaatakkoord van Parijs (2015) aan de slag gegaan. In juridische termen werd toen vastgelegd dat een maximum stijging van 2 graden aan het einde van deze eeuw nog acceptabel zou zijn, maar dat gestreefd moet worden naar 1,5 graden stijging ten opzichte van het pre-industriële tijdperk (1850-1900). Liggen we op koers met onze ambities, wat betekenen de huidige en geambieerde uitstootcijfers voor het klimaat en het weer, en wat kunnen we leren van de extremen die we nu al meemaken?

Bewijs voor beleidsmakers

Met de uitkomsten van het wetenschappelijke werk van in totaal 234 onderzoekers hebben ambtelijke vertegenwoordigers uit 195 landen afgelopen weken de beleidssamenvatting woord voor woord opgesteld en goedgekeurd. Het rapport spoort beleidsmakers met nieuw bewijs aan tot actie, ook de jongere generatie die wellicht een minder helder beeld heeft van het alarmerende rapport uit 2013. Heel concreet zal het AR6 rapport inhoudelijk voeding geven (met het bijbehorende gevoel van urgentie) aan het volgende internationale klimaatoverleg, in november in Glasgow.

Zeven lessen trekt Deltares uit dit nieuwe rapport:

1 – Klimaatverandering is overal om ons heen, en mensen hebben er invloed op

Klimaatverandering is niet iets van de toekomst. We hebben nú al frequent te maken met ongekende omstandigheden: kijk maar naar het nieuws, dat bol staat van ongekende hittegolven, droogteperiodes en extreme regenval. Met zowel verwoestende overstromingen als ontembare natuurbranden tot gevolg. Het rapport bevestigt dat menselijk handelen hier invloed op heeft.

“Voor niemand op deze planeet is klimaatverandering een ver-van-mijn-bed-show. De gevolgen zijn overal zichtbaar en de gevaren liggen voor iedereen om de hoek. Het speelt in elk project van Deltares een rol van betekenis”, alus Bart van den Hurk, klimaatexpert bij Deltares.

2 – Het stopt niet vanzelf

Zelfs het optimistische scenario van 1,5° C temperatuurstijging roept geen halt meer toe aan de toename van zulke extreme weersituaties. En iedere toename van de temperatuur betekent weer een verdere groei: hogere temperatuurpieken, grotere hoeveelheden regen, meer en langere droogteperioden. Het rapport voorspelt dat voor veel weertypen een proportionele toename van de extremen zal optreden, afhankelijk van de wereldwijde temperatuurstijging. In sommige gevoelige regio’s zal de opwarming relatief twee tot drie keer hoger zijn dan wereldgemiddeld.

 

https://www.deltares.nl/app/uploads/2021/08/IPCC-1.jpg

https://www.deltares.nl/app/uploads/2021/08/IPCC-2.jpg

https://www.deltares.nl/app/uploads/2021/08/IPCC-3.jpg

Deze figuren uit de AR6 Summary for Policy Makers geven de frequentie en intensiteit weer van extreme temperaturen, neerslag en droogte die gemiddeld eens in de tien jaar plaatsvinden in het pre-industriële tijdperk, het huidige klimaat en de toekomstige temperatuurniveaus.
In de bovenste grafieken vertegenwoordigt elke gekleurde stip een jaar in een steekproef van tien jaar, met donkere stippen die de jaren aangeven waarin extreme gebeurtenissen zich voordoen. De onderste grafieken laten zien hoeveel intenser deze gebeurtenissen zouden kunnen worden in de toekomst, waarbij de lichtere streep een onzekerheidsmarge weergeeft.

3 – Het wordt natter én droger

Ook de waterkringloop zal door de temperatuurstijging steeds meer verstoord raken. We merken dit nu al. Veranderende patronen van regenval en waterafvoer door rivieren zullen zowel steeds extremere droogte als ongekende nattigheid met zich meebrengen. Bovendien zullen deze extremen zich uitstrekken over grotere regio’s. Meer huizen worden door overstromingen bedreigd, terwijl boeren wereldwijd tegelijkertijd vaker met extreme droogte worstelen.

“Dit AR6-rapport bouwt verder op het AR5-rapport met een uitgebreide regionale beoordeling en een atlas met wereldwijde én regionale informatie, die ingezet kan worden voor verdere klimaateffecten- en adaptatiebeoordelingen”, benoemt Roshanka Ranasinghe, expert van Deltares en IHE Delft, over de gevolgen van klimaatverandering voor kustgebieden.

4 – De zeespiegel stijgt tot na 2100

Wat we ook ondernemen tegen de CO2-uitstoot, de globale thermometer zal hoe dan ook doorstijgen. De komende tientallen jaren smelten ijskappen en gletsjers verder af, waardoor de zeespiegel ook na deze eeuw nog lang blijft stijgen, met veranderende kustlijnen en overstromingen tot gevolg. Het rapport geeft aan dat tegen 2100 de zeespiegel waarschijnlijk met tussen de ca 30 en 100 cm zal zijn gestegen. Maar het kan fors meer zijn, als de stabiliteit van de ijsmassa’s op Antarctica en Groenland door verschillende fysische processen toch kleiner zal blijken te zijn dan waar de huidige scenario’s rekening mee houden.

https://www.deltares.nl/app/uploads/2021/08/IPCC-4-735x301.jpg

Prognoses van zeespiegelstijging die waarschijnlijk zullen optreden bij de aangegeven emissiescenario’s. Rond 2150 lopen deze scenario’s op tot ca 1.90 m, maar een stijging van 5 m valt niet uit te sluiten. (Figuur Box TS.4 uit de AR6 Technical Summary)

5 – De impact van menselijk handelen wordt versterkt of verzwakt door de natuur zelf

Menselijk gedrag heeft onweerlegbaar invloed op het klimaat. Natuurlijke variaties in het klimaatsysteem zorgen voor periodieke afwijkingen van de lange termijn klimaattrends. In bepaalde regio’s en in sommige periodes versterken die natuurlijke variaties onze menselijke invloed, terwijl ze in andere situaties die invloed juist maskeren. We kunnen ons beleid dus niet enkel op de lange termijntrends richten, maar moeten scherp blijven op plotselinge afwijkingen die overal en op ieder moment kunnen optreden.

6 – Iedere regio krijgt te maken met een stapeling van verschillende klimaateffecten

Veel gebieden wereldwijd zullen geconfronteerd worden met een toename van klimaateffecten die tegelijkertijd op kunnen treden. Ongelukkige samenloop van omstandigheden zal vaker tot rampsituaties leiden. We moeten er bijvoorbeeld rekening mee houden dat regio’s een combinatie te verwerken krijgen van droogte, extreme neerslag en natuurbranden. De ene regio is daar gevoeliger voor dan andere. Stedelijke gebieden zijn doorgaans warmer dan hun omgeving en kunnen minder regenwater afvoeren. Deltagebieden komen voor de uitdaging te staan van rivieren die snel buiten hun oevers treden en van stijgende zeeniveaus. Daarop is de Nederlandse delta geen uitzondering.

“Veel draait nu om ons aanpassingsvermogen. Er is een duidelijke toename van zowel de frequentie als de intensiteit van extreme gebeurtenissen die tegelijkertijd kunnen optreden. Die frequentie en intensiteit zullen alleen nog maar verder stijgen. In antwoord daarop moeten we enorme inspanningen verrichten en innovatieve oplossingen ontwikkelen”, aldus Marjolijn Haasnoot, expert op het terrein van klimaatadaptatie bij Deltares.

7 – Ook de kusten zullen de effecten merken

Voor het eerst is in dit AR6 ook een systematische scan gemaakt van de klimaatimpacts op kustgebieden. Niet alleen relatieve zeespiegelstijging, maar overstromingen, kusterosie, hittegolven in zee en de zuurgraad van de oceanen nemen toe naarmate de planeet verder opwarmt. Aangezien zo’n 10% van de wereldbevolking en 15 van de 20 grootste megasteden in laaggelegen gebied liggen hebben deze globaal verspreide effecten enorme implicaties voor benodigde aanpassingen in die gebieden. Een belangrijk werkveld voor Deltares!

Deltares is trots op de bijdrage die haar experts mogen leveren aan dit belangrijke onderzoeks- en beoordelingswerk. In de overtuiging dat deze nieuwe en breed gedragen oproep besluitvormers helpt om de klimaatverandering te vertragen en om samenlevingen en natuur weerbaar te maken tegen de veranderingen waarmee we nu en in de toekomst te maken krijgen.

—————————————

Vanuit Deltares hebben de volgende experts bijgedragen aan het AR6-rapport:

Dit nieuwsbericht is een coproductie van Deltares en het Europese onderzoeksproject RECEIPT.

The post IPCC publiceert eerste deelrapport: zeven lessen over klimaatverandering en extreem weer appeared first on Deltares.

https://www.deltares.nl/nl/nieuws/ipcc-publiceert-eerste-deelrapport-zeven-lessen-over-klimaatverandering-en-extreem-weer