Brandweer: natuurbranden in Nederland worden onbeheersbaar door klimaatverandering (NOS Binnenland)

Natuurbeheerders moeten hun natuurgebieden de komende jaren anders gaan inrichten. Anders kan de brandweer natuurbranden niet meer onder controle krijgen. Daarvoor waarschuwt Jelmer Dam, nationaal coördinator natuurbrandbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid. "Het is niet de vraag of natuurbranden in ons land onbeheersbaar worden. Maar wanneer", aldus Dam in Nieuwsuur.

Door de klimaatverandering neemt de brandbaarheid van de natuur toe. De jaartemperaturen liggen hoger, het groeiseizoen wordt langer en er ligt meer dood hout in de bossen. Ook groeit er nu meer dan voorheen vegetatie dat snel vlamvat.

Grote natuurbranden komen vaak tegelijkertijd voor, legt Dam uit. Zoals vorig jaar eind april in de Deurnese Peel in Noord-Brabant, het Nationaal Park De Meinweg in Limburg en een bosbrand in de buurt van Tilburg. "Bij meerdere natuurbranden, die soms dagen kunnen duren, hebben we niet voldoende mensen, niet voldoende water in de buurt en kunnen we nu niet goed ter plekke komen.''

Hierdoor kunnen grote stukken bos of heide in de vlammenzee verloren gaan. Maar het is ook gevaarlijk voor mensen, want de natuur wordt in Nederland druk bezet. "Er staan verpleeghuizen in het bos, campings en psychiatrische inrichtingen'', vult Anton Slofstra aan, commandant Gelderland-Midden en portefeuillehouder natuurbranden bij Brandweer Nederland. "Soms met brandbaar struikgewas tot aan de voordeur. Dat moet echt anders.''

De brandweer probeert grote natuurbranden als het kan te vertragen. Dat ziet er zo uit:

Er moet veel meer gedaan worden aan preventie, benadrukken beiden. Slofstra wil dat er wettelijke voorschriften komen voor natuurgebieden op het gebied van brandveiligheid. "Bij de bouw van huizen, kantoren en fabrieken zijn er strenge regels. Maar voor natuurgebieden ligt er niets.''

In sommige gebieden zijn natuurbeheerders al bezig om aanpassingen te maken. Slofstra waarschuwt dat het niet vrijblijvend moet zijn. "Dit onderwerp moet urgentie krijgen. Ook in politiek Den Haag." Eerder kaartte de Rekenkamer aan dat er te weinig specialisten zijn en materieel om branden in de natuur goed te bestrijden.

Betere bereikbaarheid voor de brandweer kan worden bereikt door de aanleg van bijvoorbeeld meer verharde paden waarover het zware brandweermaterieel kan rijden. Ook het verwijderen van hout en het planten van loofbomen in een naaldbos kan zorgen dat een brand minder snel om zich heen kan slaan en onbeheersbaar wordt.

"Het is een enorme opgave om dit overal voor elkaar te krijgen'', erkent Slofstra. "Zoiets realiseer je niet in een paar maanden of een paar jaar. Daarom zijn er regels nodig. Je wil niet dat iemand over vijf jaar besluit dat het toch niet zo belangrijk is."

'Dood hout zit vol insecten'

Bij Staatsbosbeheer inventariseert Marc Brosschot welke aanpassingen nodig zijn in de natuurgebieden. Hij is doordrongen van de noodzaak maar geeft ook aan dat de wensen van de brandweer soms pijn doen. "Dood hout zit vol met insecten, pissebedden en mossen. Een van onze doelstellingen is biodiversiteit dus we gaan het zeker niet allemaal weghalen.'' Hij zegt dat maatwerk nodig is omdat natuurgebieden (zand, veen en bos) onderling erg verschillen. "Dat vang je niet in één wet.''

Volgens Slofstra is duidelijke wetgeving de oplossing en moet de minister van Veiligheid en Justitie de eindverantwoordelijkheid krijgen. Het ministerie van Veiligheid en Justitie laat weten met het ministerie van LNV te bekijken welke preventieve maatregelen nodig zijn. Dit doen ze samen met provincies, de veiligheidsregio's en natuureigenaren. Ook wordt nagegaan of 'nadere regelgeving bij het beheer van natuurgebieden passend is', aldus een woordvoerder.

NOS op 3 dook afgelopen zomer in het groeiende gevaar van bosbranden in Nederland:

http://feeds.feedburner.com/~r/nosnieuwsbinnenland/~4/zT16tq2Cg18

http://feeds.nos.nl/~r/nosnieuwsbinnenland/~3/zT16tq2Cg18/2383750

Brandweer: natuurbranden in Nederland worden onbeheersbaar door klimaatverandering (Nieuwsuur)

Natuurbeheerders moeten hun natuurgebieden de komende jaren anders gaan inrichten. Anders kan de brandweer natuurbranden niet meer onder controle krijgen. Daarvoor waarschuwt Jelmer Dam, nationaal coördinator natuurbrandbeheersing van het Instituut Fysieke Veiligheid. "Het is niet de vraag of natuurbranden in ons land onbeheersbaar worden. Maar wanneer", aldus Dam in Nieuwsuur.

Door de klimaatverandering neemt de brandbaarheid van de natuur toe. De jaartemperaturen liggen hoger, het groeiseizoen wordt langer en er ligt meer dood hout in de bossen. Ook groeit er nu meer dan voorheen vegetatie die snel vlamvat.

Grote natuurbranden komen vaak tegelijkertijd voor, legt Dam uit. Zoals vorig jaar eind april in de Deurnese Peel in Noord-Brabant, het Nationaal Park De Meinweg in Limburg en een bosbrand in de buurt van Tilburg. "Bij meerdere natuurbranden, die soms dagen kunnen duren, hebben we niet voldoende mensen, niet voldoende water in de buurt en kunnen we nu niet goed ter plekke komen.''

Hierdoor kunnen grote stukken bos of heide in de vlammenzee verloren gaan. Maar het is ook gevaarlijk voor mensen, want de natuur wordt in Nederland druk bezet. "Er staan verpleeghuizen in het bos, campings en psychiatrische inrichtingen'', vult Anton Slofstra aan, commandant Gelderland-Midden en portefeuillehouder natuurbranden bij Brandweer Nederland. "Soms met brandbaar struikgewas tot aan de voordeur. Dat moet echt anders.''

De brandweer probeert grote natuurbranden als het kan te vertragen. Dat ziet er zo uit:

Er moet veel meer gedaan worden aan preventie, benadrukken beiden. Slofstra wil dat er wettelijke voorschriften komen voor natuurgebieden op het gebied van brandveiligheid. "Bij de bouw van huizen, kantoren en fabrieken zijn er strenge regels. Maar voor natuurgebieden ligt er niets.''

In sommige gebieden zijn natuurbeheerders al bezig om aanpassingen te maken. Slofstra waarschuwt dat het niet vrijblijvend moet zijn. "Dit onderwerp moet urgentie krijgen. Ook in politiek Den Haag." Eerder kaartte de Rekenkamer aan dat er te weinig specialisten zijn en materieel om branden in de natuur goed te bestrijden.

Betere bereikbaarheid voor de brandweer kan worden bereikt door de aanleg van bijvoorbeeld meer verharde paden waarover het zware brandweermaterieel kan rijden. Ook het verwijderen van hout en het planten van loofbomen in een naaldbos kan zorgen dat een brand minder snel om zich heen kan slaan en onbeheersbaar wordt.

"Het is een enorme opgave om dit overal voor elkaar te krijgen'', erkent Slofstra. "Zoiets realiseer je niet in een paar maanden of een paar jaar. Daarom zijn er regels nodig. Je wil niet dat iemand over vijf jaar besluit dat het toch niet zo belangrijk is."

'Dood hout zit vol insecten'

Bij Staatsbosbeheer inventariseert Marc Brosschot welke aanpassingen nodig zijn in de natuurgebieden. Hij is doordrongen van de noodzaak maar geeft ook aan dat de wensen van de brandweer soms pijn doen. "Dood hout zit vol met insecten, pissebedden en mossen. Een van onze doelstellingen is biodiversiteit dus we gaan het zeker niet allemaal weghalen.'' Hij zegt dat maatwerk nodig is omdat natuurgebieden (zand, veen en bos) onderling erg verschillen. "Dat vang je niet in één wet.''

Volgens Slofstra is duidelijke wetgeving de oplossing en moet de minister van Veiligheid en Justitie de eindverantwoordelijkheid krijgen. Het ministerie van Veiligheid en Justitie laat weten met het ministerie van LNV te bekijken welke preventieve maatregelen nodig zijn. Dit doen ze samen met provincies, de veiligheidsregio's en natuureigenaren. Ook wordt nagegaan of 'nadere regelgeving bij het beheer van natuurgebieden passend is', aldus een woordvoerder.

NOS op 3 dook afgelopen zomer in het groeiende gevaar van bosbranden in Nederland:

https://nos.nl/l/2383750

Wissel Van Dissel (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2020/12/ANP-424797625-370x228.jpg

RIVM-directeur Jaap van Dissel komt dit jaar met regelmaat negatief in het nieuws. Zijn eigen RIVM heeft toegegeven dat hij de Tweede Kamer warme broodjes heeft verkocht over veilig onderwijs. Ook de suggestie dat verplegend personeel gebrek aan bescherming te danken heeft aan gebrek aan opleiding streek veel mensen tegen de haren in. Maar de voorzitter van het OMT diskwalificeerde zich al veel eerder.

Professor Van Dissel is de belichaming van het Nederlandse beleid van “maximale controle”. Deze in januari 2020 gekozen strategie werd achter de voordeur “gecontroleerd uitrazen” genoemd. De aanpak komt neer op het tolereren van vlotte verspreiding van het virus, zolang de gezondheidszorg maar toegankelijk blijft en de meest kwetsbare mensen afgeschermd worden van infectie. Mensen die Covid-19 gehad hebben bouwen immuniteit op. Zo ontstaat weerstand in de bevolking, wat op termijn hopelijk controlemaatregelen overbodig maakt.

Deze strategie heeft ons land al zo’n 20.000 doden doen betreuren door miljoenen mensen te laten besmetten. Zelfs de bescheiden beleidsdoelstellingen worden niet gehaald, nu voor de tweede keer ziekenhuizen vol liggen en ouderen in groten getale het leven laten. Het leger wordt ingeschakeld in de verpleeghuizen, en privéklinieken is gevraagd patiënten over te nemen. Een snelle blik op landen als Noorwegen, Nieuw-Zeeland of Zuid-Korea laat zien dat zoveel schade niet nodig is, en ook ons buurland Duitsland verloor relatief maar een fractie van het Nederlandse aantal doden.

De strategie van topwetenschapper Van Dissel is ook nooit wetenschappelijk geweest. Internationale virologen en epidemiologen hebben al vanaf februari in groten getale het verspreidingsbeleid veroordeeld omdat verspreiding teveel sterfte en andere gezondheidsschade veroorzaakt. Controle op een uitbraak bij een hoge infectiegraad is nooit geprobeerd, en dus ook nooit gelukt. Bij luchtweginfecties worden mensen zelden lang immuun, en viruscirculatie brengt mutaties die immuniteit kunnen overwinnen, of zelfs vaccins. Geen van deze wetenschappelijke inzichten was of is controversieel. Althans, in landen waar Van Dissel niet de pandemie-tsaar is.

Van Dissel draagt ook de verantwoordelijkheid voor de inrichting van het Outbreak Management. Hij koos in januari voor een eenzijdig team van vooral microbiologen, de toppers van de ziekenhuislaboratoria. Epidemiologen, economen, gedragswetenschappers of projectmanagementexperts werden niet uitgenodigd in het OMT-kernteam. Het OMT zelf is al een weeffout, want het vervult de rol van wetenschapsraad én van beleidsraad. De voorzitter is ook nog eens RIVM-directeur en stuurt zo de GGD-en aan qua tests, contactonderzoek en vaccinatie (allemaal reuzenprojecten die ook door bijvoorbeeld huisartsen, strijdkrachten of commerciële partijen gedaan hadden kunnen worden). En hij verdedigt het beleid dat het kabinet koos (met Van Dissel als “kompas waarop wij varen”) in de Tweede Kamer en de media. OMT-adviezen waren tot ver in 2020 slechts beschrijvingen van beslissingen die Van Dissel voorbereidde, ’s weekends met het kabinet afstemde en daarna in het OMT bekrachtigde.

De door Van Dissel in het OMT gezette microbiologen Ann Vossen, Jan Kluytmans en Marc Bonten hebben tot ver in de herfst de Covid-tests kunnen concentreren in de kleinere laboratoria van de ziekenhuizen, in plaats van grote commerciële laboratoria. Meerderen van hen hebben daar ook persoonlijk financieel van geprofiteerd. Ondertussen zijn de notulen van het OMT geheim en moeten de leden een geheimhoudingsverklaring tekenen. De minister houdt het RIVM en OMT uit de wind door in de zomer de Wet Openbaarheid Bestuur op te schorten en uiteindelijk in december met grotendeels zwarte pagina’s over de strategiekeuze op de proppen te komen.

Zo ontstond een ongekende concentratie van macht en middelen die goed projectmanagement, openheid en rekenschap onmogelijk maken. Zelfs als Van Dissel briljante strategiekeuzes maakt en begenadigd gezondheidsdiensten kan aansturen, is zoveel petten dragen teveel voor een mens, en falen ingebouwd. En een OMT van microbiologie-labmanagers onder de GGD-opperbaas is niet in staat de beste adviezen te geven voor ons land in zo’n complexe crisis, al zijn ze de besten in hun vak.

Ook heeft Van Dissel al meteen na de keuze (rond 20 januari 2020) om het virus niet te gaan stoppen een moeizame relatie met de waarheid opgebouwd. Zijn opmerkingen dat het virus niet naar Nederland zou komen “omdat er geen directe vlucht naar Wuhan is” klonk toen al even onwaarachtig als de bewering dat carnaval veilig was “omdat je het in kleine groepen viert”. Meerdere keren presenteerde Van Dissel grafieken in het parlement die met trucs lieten zien dat Nederland het relatief goed doet in deze coronacrisis.

Maar de grootste desinformatie betreft de combinatie van asymptomatische besmetting en aerosolen. In de Kamer vertelde Van Dissel dat hij besloot het virus uit te laten razen omdat de data uit China in januari wees op besmettingen die vooral door mensen die weinig tot geen klachten hebben, die dus door uitgeademde zwevende deeltjes ontstaan (want asymptomatische mensen hoesten niet). Omdat je daarom niet weet wie ziek is, is indammen van de uitbraak bijna onmogelijk, en omdat bijna iedereen nauwelijks ziek wordt, is uitrazen relatief onschadelijk. De ervaringen in andere landen toonden echter al gauw aan dat indammen van zo’n taai virus in de 21e eeuw wél kan, en ook dat dit een gevaarlijk virus is dat procenten van de bevolking doodt of zwaar beschadigt.

Van Dissel zat niet alleen fout met die keuze, hij heeft zelfs daarna structureel de rol van mensen zonder klachten en zwevende virusbolletjes ontkend. Al in februari wist de wereld dat mensen zonder klachten vaak infecties opleverden, en de 2 dagen voor het begin van symptomen juist de meest besmettelijke zijn. Het RIVM blijft hier tot op de dag van vandaag afstand houden van de wetenschap. Toen Van Dissel gevraagd werd waarom zei hij “als we asymptomatische besmetting erkennen moeten de restaurants dicht”.

Het patroon van ontkennen van wat hij heel goed wist zien we ook bij gezichtsmaskers en kinderen. In januari zei Van Dissel nog dat maskers kunnen helpen, vooral door mensen voorzichtiger te maken. Na zijn keuze voor het verspreidingsbeleid sloeg dat om naar “geen bewijs voor maskers” en “schijnveiligheid”. Het tegenwerken van maskers ging zelfs zo ver dat het RIVM op de dag dat Nederland eindelijk een maskerplicht kreeg nog de uitvoering probeerde te belemmeren. Kinderen zijn bij luchtweginfecties meestal de belangrijkste verspreiders en de afgelopen maanden waren scholen ook grote infectiehaarden. Maar Van Dissel beweert tot op de dag van vandaag dat kinderen en scholen een beperkte rol spelen in de verspreiding. Een rechtszaak was nodig om het RIVM daarin wat in beweging te krijgen.

De misleiding en desinformatie die in dit dossier vanuit het RIVM en haar directeur Van Dissel zijn gekomen komen niet uit de lucht vallen, en komen ook niet omdat onze overheid vol foute mensen zit. De goedbedoelde (maar goed onverstandige) keuze het griepdraaiboek van stal te halen betekent dat niet het virus het grootste probleem is, maar angst voor het virus. Als mensen massaal bang zijn gaan ze zich isoleren. Ook bij een extreme griepuitbraak kan dat grote schade aan de economie aanbrengen, bijvoorbeeld als elektriciteitscentrales uitvallen door gebrek aan paraat personeel.

Daarmee is het ontkennen van besmetting zonder klachten onderdeel van het beleid, en ruim sterfte en infecties tellen zeker niet. Dat “verontschuldigt” daarmee ook in zekere zin de desinformatie: bij een enorme crisis als deze is liegen goed te verdedigen als het de natie redt. In dit geval dient het helaas een onverstandige en overmoedige beleidskeuze. En zo ontstaat ook schade aan het vertrouwen in het RIVM, dat als verantwoordelijke voor het Rijksvaccinatieprogramma juist drijft op vertrouwen.

De OMT-voorzitter heeft zo ontegenzeggelijk een spoor van vernieling door de maatschappij getrokken. Alles wat hij als OMT-voorzitter en RIVM-directeur heeft gedaan valt onder de directe verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge. Die moet dan ook op een dag verantwoording afleggen over de strategiekeuze en alle schade die daaruit ontstond aan een op enig moment wakker geworden parlement.

Maar Van Dissel is zó bepalend voor het beleid dat hij toch alle kritische aandacht verdient. Zolang hij blijft zitten maakt een serieuze omschakeling in het beleid weinig kans. Zo’n omschakeling zou ook niet geloofwaardig zijn als Van Dissel die uitvoert. Want met de erkenning dat het beleid anders moet volgt de herkenning van de onnodige fouten en schade. Ook is het kabinet erg gevoelig voor politieke druk uit de samenleving, en dus is aantasting van de populariteit van Van Dissel een goede manier om het beleid te doen kantelen. Premier Rutte is politiek vergroeid met Van Dissel en zal hem niet vrijwillig dumpen, maar misschien dat de huidige politieke chaos en de dalende populariteit van het coronabeleid kansen bieden.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/wissel-van-dissel

Reactie op Sargasso café door Hans Verbeek (Sargasso reacties)

Een long-read voor de zondag: https://ourfiniteworld.com/2020/12/23/2020-the-year-things-started-going-badly-wrong/
Gail Tverberg legt uit hoe “diminishing returns” op allerlei gebieden in de wereld werken. Bijvoorbeeld bij het blussen van bosbranden.

Today’s citizens have never been told that many of the services we take for granted today, such as suppression of forest fires, are really services provided by fossil fuels.
In fact, the amount of energy required to provide these services rises each year. We expect these services to continue indefinitely, but we should be aware that they cannot continue very long, unless the energy available to the economy as a whole is rising very rapidly.

Vroeger of later zullen we bepaalde activiteiten gaan schrappen omdat we de energie nodig hebben voor andere dingen (gezondheidszorg, ouderenzorg, entertainment (Netflix)). We zijn al gestopt met supersoon vliegen en vrijwel gestopt met bemande ruimtevaart. Wat zal er in de komende vijf jaar tot stilstand komen?

https://sargasso.nl/sargasso-cafe/#comment-1065117

Het jaar 2020 in klimaatnieuws (Motherboard Vice)

Het afgelopen jaar stond natuurlijk in het teken van corona, maar ondertussen zagen we het hele jaar de gevolgen van een ander probleem: klimaatverandering. Gelukkig waren er af en toe sprankjes hoop, in de vorm van grote bedrijven en regeringen die stappen zetten om wat tegen de klimaatcrisis te doen.

We hebben de belangrijkste gebeurtenissen op klimaatgebied van 2020 op een rijtje gezet die je ofwel hebt gemist, of expres hebt genegeerd omdat je al genoeg kopzorgen had.

Januari: de zwarte zomer van Australië 

Toen het nieuwe jaar begon, zat Australië midden in het meest desastreuze bosbrandseizoen ooit. Het leverde apocalyptische beelden op van rode luchten en vuurstormen, en natuurlijk enorm veel brandschade. Als gevolg van de ongekende hittegolf werd een stuk grond verschroeid ter grootte van Portugal, werden meer dan drieduizend huizen verwoest en kwamen bijna drie miljard dieren om of raakten ontheemd. 

Februari: regenrecords in het Verenigd Koninkrijk

Het Verenigd Koninkrijk staat bekend als plek waar het geregeld met bakken uit de lucht komt vallen, en die reputatie maakte het in februari meer dan waar: het was de natste februari sinds 1862, toen het voor het eerst werd bijgehouden. Er viel gemiddeld 209,1 millimeter regen, 237 procent boven het gemiddelde. En doordat er ook nog meerdere stormen uitbraken – Ciara, Dennis en Jorge – kwamen hele delen van Midlands en Yorkshire onder water te staan.

Maart: de Europese klimaatwet wordt gepresenteerd 

Frans Timmermans presenteerde namens de Europese Commissie de klimaatwet van de Europese Unie, als onderdeel van de Green Deal. Het doel is om in 2050 het eerste klimaatneutrale continent te zijn. Greta Thunberg vond het plan niet zo overtuigend, en schreef in een open brief dat het was alsof ze de handdoek in de ring hadden gegooid. “We moeten geen doelen stellen voor 2030 of 2050,” zei ze. “We hebben vooral doelen nodig voor 2020, en elke maand die ons nog te wachten staat.” De brief werd ondertekend door veel andere klimaatactivisten.

April: de wereld gaat in lockdown 

In april werden de gevolgen van de coronapandemie over de hele wereld voelbaar: ziekenhuizen raakten overvol en economieën kwamen tot stilstand. Het had ook zijn weerslag op het klimaat: doordat fabrieken moesten sluiten en er minder auto’s op de weg reden werd de stikstofvervuiling in Europa met 40 procent gereduceerd, waarmee alleen al in april 11.000 doden aan luchtvervuiling zouden zijn voorkomen.

Mei: de olieprijzen storten in 

Doordat we minder vaak de auto pakten, stortten de olieprijzen helemaal in – in de Verenigde Staten zakte de olieprijs zelfs voor het eerst in de geschiedenis onder de nul, tot bijna min 40 dollar. Netflix boerde wat dat betreft een stuk beter, met een aandelenkoers die naar een nieuw record steeg van 448 dollar. Wanneer het normale leven weer een beetje terugkeert zullen we pas weten welke gevolgen de opdonder die olie kreeg precies gaat hebben, maar volgens deskundigen is de kans groot dat energiebedrijven zich minder afhankelijk zullen opstellen van olie en meer in groenere alternatieven gaan investeren.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1607703746448-adobestock378752423editorialuseonly.jpeg

DE ARCTIC SUNRISE VAN GREENPEACE IN DE NOORDELIJKE IJSZEE. FOTO: NATALIE THOMAS / REUTERS

Juni: een hittegolf op de Noordpool

De afgelegen Siberische stad Verchojansk staat bekend om zijn extreme kou, maar op 20 juni steeg het kwik naar 38 graden. Helemaal nieuw is dat niet: de temperatuur op de Noordpool stijgt sneller dan waar dan ook. Dat is slecht nieuws voor het zeeijs en de dieren die daar afhankelijk van zijn, maar betekent ook nog eens dat het continent minder goed in staat is om de hitte van de zon terug te kaatsen en zo de wereldwijde temperatuur in toom te houden – ook wel bekend als het albedo-effect. Warmere temperaturen kunnen er ook toe leiden dat bevroren methaanafzettingen vrijkomen, wat een verwarmend effect heeft dat tachtig keer zo sterk is als kooldioxide, over een periode van twintig jaar.

Juli: Apple wil CO2-neutraal worden 

Apple maakte zijn plannen bekend om tegen 2030 “de hele bedrijfsvoering, productietoeleveringsketen en levenscyclus van producten” CO2-neutraal te maken. Een ambitieus doel, als je bedenkt dat de huidige voetafdruk van het bedrijf 25,1 miljoen ton CO2 bedraagt (wat ongeveer de helft is van de uitstoot van Portugal in 2019). Om het plan te laten slagen wil Apple onder andere zijn hele toeleveringsketen op 100 procent hernieuwbare energie te laten draaien, en alleen gerecyclede en duurzame materialen gebruiken.

Augustus: bosbranden in de meest biodiverse regio op aarde 

Terwijl er in Californië al bosbranden uitbraken van ongekende proporties, ging er elders een gebied in vlammen op dat tot de meest afgelegen en biodiverse ter aarde behoort. In het draslandgebied Pantanal, dat zich uitstrekt over Brazilië, Paraguay en Bolivia, waren twee keer zoveel branden als in 2019. De verwachting is dat dit vooral kwam door een combinatie van ontbossing, droogte en zeer brandbare ondergrondse turf.

Ongeveer een kwart van de uitgestrekte riviervlakte – wat twee keer zo groot is als het gebied van de bosbranden in Californië – is tot nu toe bezweken aan de branden. En daarmee ook een groot deel van het leefgebied van bedreigde diersoorten, zoals jaguars en reuzenotters.

September: de heetste september ooit 

Volgens de Copernicus Climate Change Service van de EU was afgelopen september de heetste september ooit. Wereldwijd was het 0,05 graden Celsius warmer dan in 2019, wat volgens de betrokken wetenschappers duidelijk te maken had met uitstoot van de mens.

Oktober: het Groot Barrièrerif verbleekt 

Omdat de zeeën vanwege klimaatverandering zijn opgewarmd, is het Groot Barrièrerif volgens een studie sinds 1995 de helft van zijn koraal verloren. Het grootste koraalrif ter wereld beleefde in de zomer zijn derde grote koraalverbleking in vijf jaar – het proces waarbij koraal zijn symbiotische algen kwijtraakt, als gevolg van veranderingen in de omgeving, waardoor ook de kleuren verloren gaan.

November: het orkaanseizoen slaat toe

Centraal-Amerika kreeg binnen nog geen twee weken twee orkanen uit de vierde categorie te verwerken: Eta en Iota. Dat leidde tot verwoestende overstromingen en een grote humanitaire crisis, want het coronavirus maakte de situatie er niet makkelijker op.

Diezelfde maand raasden er ook twee tyfonen over de Filipijnen en Vietnam: Vamco en Goni, die met windsnelheden van meer dan 285 kilometer per uur de zwaarste tyfoon van het jaar was. Uit onderzoek bleek dat dit soort stormen door klimaatverandering nog veel intenser en vernietigender zijn dan voorheen. En als de oceanen verder opwarmen zal die trend zich alleen maar voortzetten.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1607703965857-adobestock154451646editorialuseonly.jpeg

HET WINDPARK DANTYSK, AAN DE DEENSE KUST. FOTO: NIKOLAJ SKYDSGAARD / REUTERS

December: Denemarken doet fossiele brandstoffen in de ban

De Deense regering kondigde aan dat het zal stoppen met olie- en gaswinning in de Noordzee en in 2050 volledig af wil zijn gestapt van fossiele brandstoffen – een grote mijlpaal voor de grootste olieproducent van de EU (dus niet van Europa, want het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen hadden dan ook meegeteld).

“We maken een einde aan het fossiele tijdperk,” zei de Deense klimaatminister Dan Jørgensen in een verklaring. Hij noemde het besluit “noodzakelijk” als het land daadwerkelijk zijn klimaatdoelen wil behalen, om de uitstoot in 2030 met 70 procent te hebben verlaagd en in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als onderdeel van het plan zullen er ook nieuwe banen komen in de Deense windenergiesector, die hard aan het groeien is.

Goed, dat was 2020. Wat kunnen we verwachten van de komende jaren? Als we zo door blijven gaan, zullen de jaaroverzichten er in ieder geval niet veel rooskleuriger op worden.

“De gemiddelde wereldwijde temperatuur ligt ongeveer 1,2 graden Celsius boven het pre-industriële niveau (1850-1900). Er is een kans van minstens een op de vijf dat het in 2024 tijdelijk boven de 1,5 graden uit zal stijgen,” zei secretaris-generaal Petteri Taalas van de Wereld Meteorologische Organisatie in juli in een verklaring. “We verwelkomen alle recente toezeggingen van regeringen om de broeikasgasuitstoot te verminderen, want we liggen momenteel niet op schema en er zijn meer inspanningen nodig.”

“Optimisme was een zeldzaam goed in 2020, maar er zijn genoeg redenen om hoop te houden,” zegt Doug Parr, beleidsman van de Britse tak van Greenpeace, tegen VICE. “De pandemie heeft het politieke tijdschema voor het klimaat dan wel vertraagd, met name de klimaattop in Glasgow, maar het heeft wel voor een versnelling gezorgd in ons collectieve bewustzijn. Veel mensen realiseren zich nu dat het beteugelen van de pandemie slechts de helft van het werk is – we moeten ook iets beters gaan opbouwen.”

“De belangrijkste les: als we te makkelijk denken over de bedreigingen die ons te wachten staan, krijgen we het nog zwaar te verduren.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE UK. 

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram

https://www.vice.com/nl/article/g5bj5b/2020-jaar-klimaat-nieuws-per-maand