Klimaatverandering houdt vrouwen en meisjes generaties lang arm (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/04/28701032654_b67246c7a4_k-370x247.jpg

cc-foto: UN Women

Earth Week, van 19 tm 25 april, is de week om stil te staan bij onze planeet, bij klimaatverandering. Voor veel vrouwen en meisjes in ontwikkelingslanden betekent klimaatverandering echter niet stilstaan, maar lopen, veel lopen. Voor hen is een veranderd klimaat niet een abstract concept dat in de toekomst tot een ramp kan leiden, het is nu al hun dagelijkse realiteit.

Droogte, bosbranden, overstromingen, insectenplagen en andere natuurrampen ten gevolge van klimaatverandering zijn de dagelijkse werkelijkheid voor een deel van de mensen in de wereld. Niet zozeer voor ons in Nederland, Europa, de Verenigde Staten en andere ontwikkelde landen die het merendeel van de vervuiling veroorzaken, maar juist voor mensen in armere landen die met weinig middelen moeten zorgen dat ze aan voldoende eten, brandstof en drinkwater kunnen komen.

Onder deze mensen worden vrouwen en meisjes het hardst getroffen. In het overgrote merendeel van de landen zijn zij verantwoordelijk voor het halen van water en brandstof en het verbouwen van eten voor gezinnen. Hoe meer droogte en andere tegenslag, hoe verder vrouwen en meisjes moeten lopen om water te halen. Het gemiddelde zit nu al op 10 tot 15 kilometer lopen per dag, waarbij zij op de terugweg 10 tot 20 liter water meesjouwen.

Terwijl klimaatverandering en schaarste voortschrijdt, wordt ook het beroep op vrouwen en meisjes groter. Meer meisjes worden van school gehaald om te helpen. Meer vrouwen kunnen geen andere werkzaamheden uitvoeren, omdat ze steeds langer bezig zijn met water halen. Een deel wordt zelfs slechtziend of blind, omdat er geen veilige brandstof meer voorhanden is en ze moeten koken op brandende autobanden.

Dat heeft verstrekkende gevolgen. Minder mogelijkheden voor vrouwen om te werken betekent minder kansen voor hun kinderen. Minder onderwijs aan meisjes betekent minder kansen om aan armoede te ontsnappen. Daarmee kunnen gezinnen en gemeenschappen armoede niet meer ontworstelen; niet in deze generatie, maar ook niet in de volgende, of die daarna.

Bijkomend probleem is dat vrouwen weinig zeggenschap hebben. Het gros van de nationale en lokale bestuurders in ontwikkelingslanden is man. Watervoorziening staat zelden hoog op hun prioriteitenlijst, simpelweg omdat zij niet degenen zijn die 10 of meer kilometers hoeven te lopen om water te halen. In de paar regio’s waar vrouwen wel zeggenschap hebben, zijn de resultaten meteen zichtbaar; schoon water en veilige brandstof verschuift dan direct naar de top van de lijst.

De duurzame oplossing is uiteraard om te zorgen dat klimaatverandering stopt. Laten we daar allemaal een bijdrage aan leveren, en niet alleen deze week. Maar in de tussentijd moeten we de vrouwen en meisjes steunen die iedere dag te maken hebben met de gevolgen van klimaatverandering. UN Women Nederland doet dat door de Water Challenge. Een sponsorloop tijdens de Earth Week van 19 tot en met 25 april, waarbij vrijwilligers met een waterzak van 10 liter lopen om geld in te zamelen voor waterputten in Sierra Leone. Want iedere waterput betekent niet alleen een betere toekomst voor de vrouwen in die gemeenschap, maar ook voor hun dochters, kleindochters en achterkleindochters.

UN Women Water Challenge

https://joop.bnnvara.nl/opinies/klimaatverandering-houdt-vrouwen-en-meisjes-generaties-lang-arm

We hebben nog maar negen jaar om de wereld te beschermen tegen het ergste (Motherboard Vice)

Gisteren werd door heel Nederland aan de klimaatbel getrokken, want er wordt een nieuwe regering gekozen en dat is allesbepalend voor of we onze klimaatdoelen gaan halen. Fotograaf David Meulenbeld liep rond in het Westerpark in Amsterdam om mensen vast te leggen die zich – terecht –enorme zorgen maken. David vertelt dat iedereen zich netjes aan de regels hield, er een hoop herrie was, en dat hij “even moest wennen want hij had onlangs zijn trommelvlies nog gescheurd.” Gelukkig had hij wel oordoppen bij zich.

Hierbij vijf zeer sombere redenen waarom de klimaatcrisis in Nederland dezelfde urgentie verdient als alle andere crises, en we alle zeilen bij moeten zetten:

**We hebben nog maar 9 jaar om het meest verwoestende scenario te voorkomen
**De wetenschappelijke consensus is dat we nog zo'n 9 jaar hebben om te voorkomen dat de aarde meer dan 1,5 graad opwarmt. Daarvoor moet de EU vóór 2030 55 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990, en Nederland minstens 49 procent. Doen we dat niet binnen die belangrijke 9 jaar, dan zullen ijskappen sneller smelten en de zeespiegel sneller stijgen, en zal er sprake zijn van meer droogte en hittegolven, meer bosbranden, meer extreem weer en massamigratie omdat bepaalde gebieden onder zijn gelopen of onleefbaar zijn geworden (en dat is nu al aan de hand, kijk maar naar de verwoestende bosbranden in Australië en het Amazonegebied van afgelopen jaar). Ook voor de partijen die migratie naar Nederland willen beperken is het dus een heel slecht idee je niet te bekommeren om het klimaat.

**Het schiet niet op met onze groene energie
**In 2021 was onze groene energie al ‘op’ op 16 februari. Dat moet in 2030 op 31 december zijn. We schuiven elk jaar een paar dagen op, maar dat gaat nu nog te traag. Maar goed, die extreem langzame groei is misschien ook onvermijdelijk als je een windmolenpark bouwt om Microsoft te voorzien van stroom. Wellicht had de provincie Noord-Holland daar wel twee keer over nagedacht als ze had beseft dat we in een nationale crisis zitten. Niet?

**Als we nu ingrijpen, scheelt dat bergen met geld
**Hoewel het de wereld naar schatting 25 triljoen dollar gaat kosten om in te grijpen, zal niet ingrijpen 5 tot 6 keer meer geld kosten, ongeveer 125 triljoen. Dus doen we dat niet, dan weten we allemaal, net als bij de coronacrisis, bij wie de rekening van die schade terecht komt – jep, bij jou, kleine kniert.

**Bio-industrie en de opwarming van de aarde hangen samen met pandemieën
**Nederland heeft de grootste vee-dichtheid van de wereld, heerlijk voor virussen om zich lekker in te nestelen en te vermenigvuldigen. Die veestapel moet dus kleiner om een volgende pandemie te voorkomen. En omdat we steeds meer leefgebied van dieren inpikken komen we ook steeds meer in aanraking met exotische virussen. Niet ten strijde trekken tegen de bio-industrie, ontbossing, stervende koraalriffen en het verwoesten van biodiversiteit betekent dus nog meer lockdowns, avondklokken en alle andere ellende die corona ons heeft gebracht. En als we nou iets hebben geleerd van de coronacrisis: een goede voorbereiding is het halve werk. Volgens onderzoek is de klimaatcrisis bezweren haalbaar, en betaalbaar.

**Bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering is een mensenrecht
**Dat wij in Nederland beschermd worden tegen de gevolgen van klimaatverandering is een mensenrecht, zo besloot ook de rechter in de Urgenda-klimaatzaak. De overheid is er om ons te behoeden van tegenspoed, niet om ons op te zadelen met dood en verderf. Het is daarom slim om te stemmen op partijen die de klimaatcrisis erkennen en dat zo snel mogelijk willen aanpakken.

https://www.vice.com/nl/article/7k9nb4/we-hebben-nog-maar-negen-jaar-om-de-wereld-te-beschermen-voor-het-ergste

Nederland matste zichzelf met zijn Klimaatwet (Joop)

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2021/03/49334884163_29acc28264_k-370x208.jpg

cc-foto: Sebastina Petermann

Sinds 2019 heeft Nederland een Klimaatwet. In de wet staat dat de CO2-uitstoot in 2050 95% lager moet zijn dan in 1990. Ook is er een tussendoel van 49% minder uitstoot in 2030 en moet de elektriciteitsproductie in 2050 volledig CO2-neutraal zijn. Nederland wil op deze manier aan het Verdrag van Parijs voldoen.

Dit klinkt op het eerste oog allemaal heel logisch, maar hoe kan het dat andere landen en organisaties tot een compleet andere invulling van het Verdrag van Parijs komen? Zo wil China in 2060 klimaatneutraal zijn, wil de EU in 2050 voor 100% klimaatneutraal zijn, stelt de Partij voor de Dieren in haar Klimaatwet 1.5 voor om in 2030 klimaatneutraal te zijn en zegt Extinction Rebellion dat dit al in 2025 noodzakelijk is. Hoe kan dat en hoe zit dat nou precies? Ik ging op onderzoek uit.

Verdrag van Parijs: 1,5 of 2 graden?
Een deel van de verklaring is meteen al in artikel 2 van Verdrag van Parijs te vinden. Daar staat dat het doel is om de gemiddelde temperatuurstijging “ruim onder de 2 graden Celsius te houden en inspanningen te leveren om de stijging tot 1,5 graden te beperken”. Dus eigenlijk is iedere stijging ‘ruim onder 2 graden’ prima. Maar wat betekent ‘ruim’? Landen mogen zelf kiezen of ze gaan voor 1,5 of toch meer richting 2 graden. Deze keuze bepaalt hoeveel CO2 het land nog mag uitstoten.

In een tabel van klimaatwetenschappers kun je opzoeken hoeveel CO2 we nog mogen uitstoten voor een bepaalde temperatuurstijging en hoeveel kans er dan is om onder die limiet te blijven. Hoe lager de temperatuurstijging en hoe hoger de kans die je daarbij nastreeft, hoe lager de bijbehorende uitstoot. Er wordt gerekend met kansen van 33, 50 en 66 procent. Één van de klimaatwetenschappers waar ik contact mee had, zei daarover: “Zou jij in een vliegtuig stappen dat 66% kans heeft veilig aan te komen”?

Goed punt. Dus waarom wordt er niet (ook) gerekend met bijvoorbeeld een kans van 95 procent? Als het doel zo belangrijk is, namelijk het voortbestaan van onze manier van leven, wil je toch zeker weten dat je het doel gaat halen? Het antwoord zou kunnen zijn dat het CO2-budget heel veel lager uitkomt bij een kans van 95 procent dan bij 66 procent, en er dus sneller en meer op de uitstoot bespaard moet worden. En dat we die realiteit nog niet onder ogen willen zien.

Waar Nederland voor kiest
Maar waar heeft Nederland nou precies voor gekozen? Voor 1,5 of 2 graden? In de Klimaatwet staat alleen een verwijzing naar het Verdrag van Parijs. Daarom ben ik gaan kijken in de Memorie van Toelichting op de Klimaatwet. Maar daar staat het ook niet.

In die toelichting wordt wel een aantal keren verwezen naar een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2016. Het rapport heet: Wat betekent het Parijsakkoord voor het Nederlandse langetermijn-klimaatbeleid?

In dat rapport zegt het PBL dat een 1,5 gradendoel “nauwelijks voorstelbaar” is zonder een flinke hoeveelheid negatieve emissies. Negatieve emissies ontstaan bijvoorbeeld door veel bomen te planten of CO2 af te vangen en onder de grond te stoppen. In de toelichting op de Klimaatwet staat: “De indieners willen negatieve emissies niet op voorhand uitsluiten, maar toekomstige generaties ook de mogelijkheid bieden om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs met zo min mogelijk negatieve emissies te halen.” Deze wens is kennelijk voldoende reden om het 1,5 gradendoel buiten beeld te schuiven.

Hoe dan ook, zonder het expliciet op te schrijven wordt in de Klimaatwet gekozen voor het 2 graden-scenario (zonder negatieve emissies) van het PBL. Het geformuleerde doel van de Klimaatwet – een reductie van de CO2-uitstoot met 95% in 2050 – komt in ieder geval precies overeen met het 2 graden-scenario (zonder negatieve emissies) in het rapport van het PBL.

Iedereen gelijk, of toch maar niet?
Nederland kiest er met zijn Klimaatwet dus voor om te gaan voor het 2 gradendoel. Maar er is nog een belangrijke keuze te maken, namelijk hoe verdeel je het resterende wereldwijde CO2-budget over de landen? Mag iedere wereldburger evenveel uitstoten, of mogen bewoners van rijke landen meer uitstoten, omdat ze nu ook al meer uitstoten?

Als je kiest voor iedereen evenveel rechten, dan krijgt een klein land als Nederland relatief weinig CO2-budget en zijn we in heel korte tijd door dat budget heen, puur omdat we elk jaar zoveel uitstoten. De arme landen krijgen dan wat meer ruimte. Ook deze kwestie werd niet geregeld in het Verdrag van Parijs – er was geen overeenstemming over – en landen zijn dan ook vrij om ook hierin eigen keuzes te maken.

In zijn rapport kiest het PBL ervoor de huidige uitstootverdeling als beginpunt te nemen en landen langzaam naar elkaar toe te laten groeien totdat in 2050 de uitstoot per hoofd van de wereldbevolking gelijk is, namelijk ongeveer nul. En in de tussentijd heeft Nederland nog flink veel voordeel van zijn historische ‘voorsprong’.

Deze hele kwestie staat nogal bedekt in het rapport van het PBL, terwijl dit best een belangrijke keuze is. Letterlijk staat er: “Op basis van een aanname van gelijke wereldwijde emissie per hoofd in 2050”. Als niet een klimaatwetenschapper mij in een email er op had gewezen dat er gekozen is voor een “convergentiemodel”, had ik hier compleet overheen gelezen en gedacht dat bedoeld wordt dat iedere wereldburger evenveel rechten krijgt.
De grote vraag is: hoe eerlijk is dit? Rijke landen hebben immers het meest bijgedragen aan het klimaatprobleem terwijl de arme landen er – nu al – de meeste negatieve effecten van ervaren. De Klimaatwet zegt hier niets over.

Zonder het expliciet te maken koos Nederland dus voor een reductiedoel dat hoort bij het 2 gradendoel uit het Verdrag van Parijs en de kans op succes die bij dat doel hoort is 66 procent. En door de huidige uitstootverhouding als vertrekpunt te nemen, heeft Nederland als rijk land nog een hele tijd voordeel van zijn huidige voorsprong in uitstoot. Een voordeel dat ten koste gaat van de armere landen.

Met dit klimaatdoel weten we zeker dat we niet onder de 2 graden gaan uitkomen. Tegen een achtergrond van nu al smeltende ijskappen en toendra’s en grote bosbranden in Australië, Californië, de Amazonas en de poolcirkel voelt dat als enorm risicovol en onverantwoord.

Extinction Rebellion en de Partij voor de Dieren kiezen wel voor meer zekerheid op een leefbare toekomst, namelijk voor het 1,5 gradendoel. Bovendien kiezen ze voor een eerlijke verdeling van het resterende CO2-budget over de wereldbevolking. Dat verklaart ook de grote verschillen in jaartallen van klimaatneutraliteit (2025 en 2030 ten opzichte van 2050).

Aanscherping Klimaatwet onvermijdelijk
Met zijn Klimaatwet heeft Nederland zichzelf op een niet al te ambitieuze invulling van het Verdrag van Parijs getrakteerd. Overigens is het uiteraard wel heel goed en belangrijk dat er nu een Klimaatwet is. Alleen zal de wet snel aangescherpt moeten worden zodat er meer zicht op een leefbare toekomst ontstaat en de lasten eerlijk verdeeld worden. De wet moet binnenkort toch al aangescherpt worden omdat de EU hogere reductiedoelen heeft vastgesteld.

Bovendien blijkt uit een inventarisatie van de inspanningen die de diverse landen willen leveren in het kader van het Verdrag van Parijs dat we op deze manier het 2 gradendoel nooit gaan halen. We zijn juist hard op weg naar 3 graden opwarming en meer. Daarom zullen de internationale afspraken en daarmee ook ons klimaatdoel vroeg of laat aangescherpt moeten worden. We kunnen beter in één keer een futureproof klimaatdoel stellen, anders strompelen we van aanscherping naar aanscherping en zullen we steeds opnieuw pijnlijk ‘verrast’ worden.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/nederland-matste-zichzelf-met-zijn-klimaatwet

Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) (Vrij Nederland)

Moest er een mantype worden aangewezen dat de huidige cultuur het best verzinnebeeldt, dan is de lumbersexual waarschijnlijk de juiste keuze. De term is in Nederland niet erg bekend, terwijl hij toch al een paar jaar in omloop is. Hij verdient de aandacht, want de lumbersexual (of vernederlandst: lumberseksueel) is diep doorgedrongen in de mainstream. Met zijn baard en zijn tatoeages, zijn geruite flanellen overhemd en zijn bootcut jeans bemant hij straten, cafés en parken. Hij is een bonafide standaard geworden – in elk geval voor mannen boven de vijfentwintig (daaronder overheerst de joggingbroek met sportschoenen als kostuum).

Gaat er geen belletje rinkelen, dan voldoet een blik op het Instagramaccount @lumbersexual, alwaar bebaarde, getatoeëerde, vaak gespierde en soms geheel ontblote mannen poseren. Het liefst in de natuur (bos, beek) en in de nabijheid van een dier (hond, maar gans mag ook). En van cabins, houtvuurtjes, kano’s en vishengels. Dit is een uiterste, natuurlijk, een ideaalplaatje ter inspiratie. Met baard en bierbuik in een werkmansjasje is de vibe ook al goed. Met een barbecue of een boswandeling in boots. Het gaat om het uitdrukken van je identiteit met een aantal lumberseksuele kenmerken, waarvan gezichtshaar het belangrijkste is.

De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel.

De baard kenden we al van de hipster, maar de lumberseksueel is net wat anders. Hij verlegt de hipsterstijl naar een ruigere, stoerdere versie. Zonder echt ruig en stoer te hoeven zijn, het is hoofdzakelijk een verbeelding ervan. De lumberseksueel moet dan ook worden bezien in het verlengde van de metroseksueel, zoals we rond de eeuwwisseling mannen noemden die veel deden aan uiterlijke verzorging. Gladde, haarloze en welriekende mannen die niet bang waren een beetje vrouwelijk over te komen.

De lumberseksueel is een houthakkersversie hiervan (het woord komt van lumberjack, wat houthakker betekent). Hij doet zich mannelijker voor, maar mag op eenzelfde manier met zijn uiterlijk bezig zijn: ‘grooming’ is een van de trefwoorden op @lumbersexual. Er hoort olie in de baard en gel in het haar, uit een alfamannelijk vormgegeven potje. En net als zijn voorganger speelt de lumberseksueel (al dan niet bewust) met genderstereotypen.

Queer look

Dat leverde hem een beschuldiging van culturele toe-eigening op. Journalist Tim Teeman schreef in 2014 dat heteromannen hem zo wel erg deden denken aan de bears en cubs van de homoscene. ‘Eerst kwamen de hetero’s voor de gladde, mooie gay look,’ – de metroman – ‘en nu komen jullie voor onze harige broeders.’ In een interview met de Huffington Post vertelt Teeman dat het ruitenshirt-met-spijkerbroek-tenue al decennia een manier is voor mannen om te seinen dat ze homo zijn. Daardoor wist Teeman andere homo’s te herkennen toen hij in de jaren tachtig net uit de kast was gekomen.

Maar de queer look die Teeman beschrijft was zelf natuurlijk ook een speelse toe-eigening van een hypermannelijk uniform. Dat uniform is terug te leiden tot Paul Bunyan, een geliefde houthakkende reus uit de Amerikaanse folklore. Google het maar eens: op afbeeldingen draagt Bunyan standaard een ruitenhemd, een spijkerbroek en een dikke baard. (En in veel gevallen zelfs een beaniemuts. Hoe 21ste-eeuws kun je het hebben?)

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven.

Bunyan representeert voor Amerikanen het ouderwetse houthakkersleven. Het is makkelijk je daarbij allerlei romantische voorstellingen te maken, maar de vroegere houthakkers waren geenszins te benijden. Ze bevonden zich ‘op de bodem van de kapitalistische economie,’ schrijft historicus Willa Brown in The Atlantic. Het was hard werken voor weinig geld en zonder perspectief. De houthakkers hadden, in tegenstelling tot de lumberseksueel, weinig op met de natuur: die was voor hen levensgevaarlijk, met omvallende bomen en bosbranden. Ze waren er doodsbang voor.

Ook dat is typisch iets van deze tijd: het romantiseren en toe-eigenen van primitief leven. We dromen van rondtrekken in een busje (#VanLife), het bewonen van hutjes en yurts en tiny houses. Een paar jaar terug was het onder rijkelui in Silicon Valley een trend om ongefilterd water drinken.

Mannelijkheidscrisis

Het opmerkelijke aan de lumberseksueel is zijn volharding, vooral wat de baarden betreft. Gewoonlijk nemen de early adopters een nieuwe afslag zodra hun trend mainstream wordt. Voor de baard zou dat rond 2013 moeten zijn geweest. Toen constateerde het voorwaartse magazine Fantastic Man dat de baard de ‘one-size-fits-all mask of choice voor alle mannen boven de achttien’ was geworden. Tijd om te scheren, dus. ‘It is time for the new!’

Sindsdien is de baard nog veel verder genormaliseerd − zelfs Willem-Alexander heeft er een laten staan, en nóg is niemand geneigd hem af te scheren. De lumberseksuele behoefte zit blijkbaar diep.

Het is ook geen trend meer te noemen, eerder een toestand van de moderne man. Waarom die nu heerst? Historicus Willa Brown ziet het antwoord in ‘de mannelijkheidscrisis’. Toen de houthakkersmythe werd uitgevonden, een dikke eeuw geleden, heerste net als nu de gedachte dat de man in crisis was. Destijds had men het over neurasthenie, een soort mannelijke vorm van hysterie.

Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur.

Waar vrouwen werd geadviseerd uit te rusten, moesten mannen hun vitale krachten terugvinden in de wijde natuur. Nu zit de crisis in de afschaffing van de traditionele mannenrol, als kostwinner en gezinshoofd. ‘Het is erg toepasselijk dat overwegend witte, jonge, stedelijke middenklasse mannen een symbool oppikken dat ooit is uitgevonden door mannen zoals zijzelf,’ schrijft Brown.

Buitenbehoefte

Maar volgens mij zitten er nog andere, sterkere gevoelens achter, die juist dit coronajaar zijn uitvergroot. Zoals ons snakken naar natuur. De plaatjes op @lumbersexual van hutjes in de sneeuw en blote billen in koud natuurwater drukken een verlangen uit dat al vóór de pandemie wijdverspreid was. Vorig jaar is eens te meer duidelijk geworden hoe onwenselijk dicht we op elkaar zitten, en na maanden opsluiting willen we weg van de schermen die alomtegenwoordig zijn. Naar buiten.

Vanzelfsprekend is dat verlangen niet aan mannen voorbehouden. Vrouwen geven uitdrukking aan lumbergevoelens met kabeltruien en hippe outdoorwear, of gewoon met het Bunyan-uniform in een kleinere maat. De buitenbehoefte is ook merkbaar aan de interieurs die we vullen met planten, dierenvellen en ruwe houten meubels. De lumberseksueel lijkt me eerder een reactie op het stedelijke dan op het feminiene aspect van de metroseksueel. Metro werd ons teveel, we keren terug tot lumber – van gehaaste stad naar troostrijke natuur. Op een gecontroleerde en verzorgde manier, dat wel.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.
Timmerhout

Het thuiswerken maakt deze voorkeur des te logischer. De opkomst van de lumberseksueel wordt wel gelinkt aan de kredietcrisis van 2008, waarna veel jonge mensen zonder werk kwamen te zitten, of met een ‘nieuwgevonden professionele vrijheid’ (ze werden zzp’er). Met meer thuiswerkende mensen werd het dragen van informele, outdoorsy kleding gangbaarder. Het wakkerde ook de hedendaagse zoektocht naar authenticiteit aan. Naar iets wat echt voelt in deze onbegrijpelijke geglobaliseerde wereld vol bullshit jobs. Iets als timmerhout, dat je kan aanraken, bewerken, in bouwsel of brandstof kan omzetten.

De authenticiteit van de lumberseksueel zelf is natuurlijk twijfelachtig. (‘Je wilt toch niet dat een man speelt dat hij ruig is, wanneer hij dat niet echt is,’ zegt Tim Teeman. ‘Dat is wel het minst sexy dat een gozer kan doen.’) Maar het verlangen lijkt me onvervalst, en vast niet slecht voor de wereld.

Het bericht Je baard laten staan is meer dan een trend (het is een crisis) verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/baard-lumbersexual/

Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing (Elsevier)

Steeds preciezer houden satellieten de aarde in de gaten. Vanuit de ruimte speuren ze naar gaslekken, stiekeme vervuilers en illegale bomenkap. Nederlandse innovaties spelen daarbij een belangrijke rol vooral in de ontwikkeling van meetinstrumenten. En die ontwikkelingen gaan in razend tempo door.

Amerikanen konden eind ­jaren vijftig horen hoe de Sovjet-Unie ze in de ruimte voorbijstreefde. Hun radio’s vingen de pieptoon op die de Spoetnik uitzond, de allereerste satelliet.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Ruim zestig jaar later is het leven onvoorstelbaar zonder de circa zesduizend navolgers van Spoetnik. Dankzij satellieten navigeren we met gps en kunnen we wereldwijd communiceren. Maar de apparaten houden ook de aarde in de ­gaten. Dat is handig wanneer observatie vanaf de grond onpraktisch is. Of wanneer je ergens niet kan of mag komen.

Minder luchtvervuiling tijdens lockdown

Satellieten kwijten zich steeds beter van hun spionnentaak. Wetenschappers zien preciezer dan ooit waar bomen worden omgehakt. Ze krijgen elke dag verse gegevens over luchtvervuiling. En jaarlijks lanceren ze nieuwe satellieten met nog meer mogelijkheden.

Afname van luchtvervuiling in Nederland door Corona-maatregelen:
Tropomi NO2-metingen van 22-26 maart 2020 vergeleken met 23-27 februari 2019 (een periode met vergelijkbare meteorologische omstandigheden).https://t.co/JmX57zGFeT pic.twitter.com/WV234uSlWf

— Helga van Leur ☀ (@helgavanleur) March 28, 2020

Nederland speelt hierin een belangrijke rol. Aan het begin van de coronapandemie gingen kaartjes de wereld over met daarop de door de lockdown extreem afgenomen luchtvervuiling in Wuhan en Noord-Italië. De kaartjes waren gemaakt met Tropomi, van Tropospheric Monitoring Instrument, een apparaat grotendeels bedacht en gebouwd in Nederland. In 2017 ging de meetapparatuur met een satelliet van het Europese ruimtevaart­agentschap ESA de ruimte in.

Vooral de technologie zet stappen vooruit

Dat satellieten steeds krachtiger worden, is vooral te danken aan technologische vooruitgang, zegt Ilse Aben (56), ­verantwoordelijk voor Tropomi bij het Nederlands ruimtevaartinstituut SRON en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

Elke keer als er een satelliet met een nieuw of verbeterd snufje de ruimte in gaat, groeien de mogelijkheden. Tropomi is daarvan een goede illustratie. Voorheen kon de luchtkwaliteit maar beperkt worden gemeten, maar Tropomi gaat dagelijks de hele wereld af voor metingen op stadsniveau. ‘Buitenlandse collega’s noemen Tropomi een game changer,’ zegt Aben. Zij en haar team gebruiken het instrument om enorme gaslekken op te sporen (zie ‘Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte’).

Een app helpt oerwoudbeschermers in Congo

Naast de ‘hardware’ verbeteren wetenschappers ook de analyse van data en weten ze deze slim te combineren. Zo worden radarsatellieten, waarmee je ontbossing door de wolken heen kunt zien, steeds nauwkeuriger. Het aantal pixels dat die naar de aarde sturen, neemt toe. En wetenschappers lukt het steeds beter om die gegevens te analyseren met kunstmatige intelligentie.

Johannes Reiche (37) en zijn team aan Wageningen University & Research maakten een algoritme dat ontbossing opspoort. Vorig jaar lanceerden zij het Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing (RADD) dat palmolie­leveranciers als Unilever een melding stuurt als er in Indonesië oerwoud wordt gekapt of platgebrand. In januari volgde een alarmsysteem voor het Congobekken (zie ‘Automatische melding als bomen worden gekapt’ ).

Maar ook de technische innovatie blijft doorgaan. SRON werkt momenteel onder meer aan de Sentinel-5. Die moet volgend jaar 817 kilometer de lucht in en vervangt de Sentinel-5P. De satelliet meet door middel van Nederlandse technologie de troposfeer, het laagste deel van de atmosfeer. Zo meet het methaan, koolmonoxide en andere broeikasgassen. ‘Dit is belangrijke informatie over de aarde en het klimaat,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aard­observatieprogramma van SRON.

In de ruimte wordt het steeds drukker

Weer een andere satelliet – SPEXone – gaat het stof in de lucht analyseren. ‘Door uitvindingen in samenwerking met onder meer de Universiteit Leiden, Airbus Defence and Space Netherlands, en TNO Delft kunnen we nu fijnstof met een factor 10 nauwkeuriger meten,’ zegt Van Amerongen. ‘We zien nu niet alleen het stof, maar ook wat voor stof het is: zeezout, zand of roet.’ In 2023 moet de SPEXone de lucht in, zo’n 676 kilometer.

Het is in de ruimte wel drukker dan in de tijd van de Spoetnik. Al lang lanceren niet meer alleen overheden de satellieten, maar ook commerciële partijen, zoals SpaceX, het ruimtevaart­bedrijf van Tesla-topman Elon Musk. Zijn ruim zeshonderd satellieten (op 346 kilometer hoogte) maken internet mogelijk, en dat worden er nog duizenden meer.

Voorbeeld 1: Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte

In Turkmenistan was in 2019 iets vreemds aan de hand. Een Canadees bedrijf zag met een proefsatelliet enorme wolken methaan – het voornaamste bestanddeel van aardgas – de lucht in gaan. Midden in de woestijn, waar niemand woont. En niemand had enig idee hoelang dit al gaande was.

Dus klopten de Canadezen bij Nederland aan. Hier hadden wetenschappers een jaar eerder het Tropomi-instrument gelanceerd, dat naast luchtvervuiling ook methaan kan ‘zien’. Uit de gegevens bleek dat in de Centraal-Aziatische woestijn al veel langer methaan lekte, zegt Ilse Aben (56), hoogleraar aan de Vrije Universiteit en onderzoeker bij ruimtevaartinstituut SRON. Boosdoener was een pijpleiding bij een compressorstation. Deze informatie werd doorgespeeld aan de Turkmenen, en warempel, vanuit de ruimte zagen Aben en haar collega’s dat het lekken stopte.

‘Lekken zijn vaak geen kwade opzet’

Het dichten van zulke lekken is nuttig, zegt Aben. Veel methaan komt vrij bij de gaswinning – uit lekke leidingen of bij boorputten en compressors die niet goed werken. Dit kost bedrijven geld. ‘Veel lekken zijn geen kwade opzet,’ zegt Aben. ‘Ze weten het gewoon niet.’ Dat komt doordat infrastructuur vaak afgelegen ligt en na de aanleg zelden wordt gecheckt. En de kennis is beperkt. Recent onderzoek in Mexico, zegt Aben, liet zien dat daar bij olie- en gaswinning op zee veel minder methaan lekt dan op het land. Terwijl de Mexicaanse overheid het tegenovergestelde dacht.

Groot methaanlek gedicht na ontdekking vanuit de ruimte door o.a. het Nederlandse @tropomi instrument: https://t.co/jD8iPqaW8g pic.twitter.com/efzjXo5L4f

— SRON Space Research (@SRON_Space) November 22, 2019

Ook voor het klimaat is het dichten slim. Methaan is over twintig jaar bezien zo’n 86 keer zo effectief als CO2 in het vasthouden van warmte. Na CO2 is methaan het voornaamste broeikasgas. De hoeveelheid in de atmosfeer groeit, deels door onnodige lekkages. Al komt ook methaan vrij door boerende koeien en uit moerassen.

Al weer tal van nieuwe lekken gevonden

Na Turkmenistan werkt Abens team nog altijd met het Canadese bedrijf. Tropomi houdt de hele wereld in de gaten. Als ze iets verdachts zien, seinen ze hun collega’s in. De nieuwe Canadese satelliet observeert maar kleine oppervlakten, maar kan lekken wel tot op 30 meter nauwkeurig lokaliseren. Aben vond al diverse nieuwe lekken, maar ze werkt nog aan de officiële publicatie.

Omdat Tropomi elke dag de wereld afgaat, is het geschikt om kortdurende lekken te spotten. Een voorbeeld is de Ohio blowout, een immens lek dat in 2018 ontstond na een ongeluk. In een kleine drie weken stootte het meer methaan uit dan de Nederlandse olie- en gassector in een jaar. Tropomi was de enige die kon meten hoeveel methaan de lucht in ging.

Voorbeeld 2: Klimaatbeleid: vertrouwen is goed, controle is beter

De ambities zijn ­af­gelopen jaar flink opgevoerd in het klimaatbeleid. Steeds meer landen willen in 2050 geen broeikasgassen meer uitstoten – zelfs China wil in 2060 naar nul. Nu moet blijken of die woorden worden omgezet in ­daden.

Om hun voortgang te volgen, houden landen een immense klimaatboekhouding bij. Daarin staat hoeveel steenkool er de hoogovens in gaat, hoeveel kilometers auto’s rijden, hoeveel gas cv-ketels verstoken en nog veel meer. Alle broeikasgassen die zo vrijkomen, tellen op tot de totale uitstoot. Die dus veel sneller moet gaan dalen.

Veel landen werken met tegenzin aan klimaatbeleid

Tot dusver moeten landen elkaar ‘op hun blauwe ogen geloven’. Naast de boekhouding zijn er geen onafhankelijke metingen van de CO2-uitstoot. Ook niet voor landen die met frisse tegenzin meewerken aan het klimaatbeleid, zoals Rusland en Brazilië. Of die, zoals China, geen goede reputatie hebben bij het aanleveren van statistieken.

Er zijn diverse initiatieven om de CO2-uitstoot vanuit de ruimte te gaan meten. Een van de meer ambitieuze is van de ­Europese Commissie. Vanaf 2025 gaan er drie CO2M-satellieten de ruimte in om de uitstoot van CO2 te meten. Dat levert nuttige inzichten op voor de welwillenden. Welk beleid helpt de uitstoot succesvol naar beneden? Waar neemt de ­natuur weer CO2 op?

Vals spelen gaat steeds meer lonen voor klimaatbeleid

Maar er kan ook worden gekeken of landen hun beloftes nakomen. En ook of er bedrijven zijn die zich niet aan de regels houden. Naarmate het klimaatbeleid meer tanden krijgt, loont het steeds meer om vals te spelen. Het verleden illustreert dat. Een paar jaar geleden betrapten wetenschappers nog Chinese ­fabrieken op het produceren van cfk’s. Deze stoffen tasten de ozonlaag aan en zijn al decennia verboden.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft al ervaring met het meten van CO2. In 2014 lanceerde zij een satelliet, genaamd OCO-2. Deze bewees dat compacte steden per inwoner echt minder broeikasgassen uitstoten. Ook kon de satelliet inschatten hoeveel CO2 vrijkwam bij een grote bosbrand.

Ambities zijn wel heel groot

Aangezien de EU-plannen veel ambi­tieuzer zijn, moet er nog flink wat vooruitgang worden geboekt. Zelfs veel experts zijn sceptisch of het gaat lukken om de klimaatboekhouding te doen met echte waarnemingen. En dan is er ook nog grote haast. Het lanceerjaar 2025 lijkt ver weg. ‘Maar voor satellietbouw is dat gevoelsmatig overmorgen,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aardobservatieprogramma bij ruimtevaartinstituut SRON.

Ook hier kan Nederland een bijdrage gaan leveren. Zo wordt de meting van CO2 op diverse manieren verstoord. Denk aan kleine deeltjes in de lucht. Door deze deeltjes precies te meten – iets wat Nederlandse ingenieurs goed kunnen – valt daarvoor te corrigeren en worden de CO2-metingen nauwkeuriger.

Voorbeeld 3: Automatische melding als bomen worden gekapt

In het Congobekken, een gebied dat zich uitstrekt over de Democratische Republiek Congo, de Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon en Kameroen, wil de strijd tegen de bomenkap nog niet zo lukken. Het tempo van ontbossing is sinds 1990 gelijk gebleven en de laatste jaren zelfs versneld.

De lokale autoriteiten hebben er een middel bij gekregen in hun strijd tegen illegale bomenkap: de app RADD (Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing). Twee jaar werkten de wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) daaraan onder leiding van ­Johannes Reiche, en in januari is de app gelanceerd.

De Europese radarsatelliet Sentinel-1 (die op 693 kilometer hoogte draait) kan door het wolkendek heen kijken, wat gunstig is boven een tropisch regenwoud. Elke zes tot twaalf dagen stuurt de satelliet foto’s op een schaal van 10 bij 10 meter. Het is niet te doen om deze beelden handmatig te controleren op gaten in het bosgebied. Dat proces is door de WUR nu geautomatiseerd. ‘Het systeem vergelijkt de nieuwe foto met de eerdere foto,’ legt Reiche uit. ‘Als er een afwijking is, stuurt het automatisch een alert die je krijgt in de app.’

‘Veel bomenkamp is illegaal’

Met de app is het mogelijk om tot op hectareniveau te zien wat er gebeurt. Zo worden specifieke boomsoorten gekapt omdat ze ‘tropisch hardhout’ op­leveren. En waar dat gebeurt, ontstaan opeens wegen. ‘Veel bomenkap is illegaal,’ zegt Reiche.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Hij hoopt dat het alarmsysteem meer transparantie zal brengen. Een uitdaging in een land als Congo, dat op de corruptielijst op plaats 168 (van de 180) staat. ‘De gegevens zijn nu bijna realtime beschikbaar,’ zegt Reiche. Hij hoopt dat de ­lokale autoriteiten er daardoor sneller bij zijn. Door de samenwerking met Global Forest Watch, een onlineplatform dat de wereldwijde ontbossing laat zien, is de ontbossing voor ­iedereen te volgen.

Bevolking blijft maar groeien in het Congobekken

Volgens Reiche is het belangrijk om het Congobekken in de gaten te houden, omdat dit het grootste tropisch regenwoudgebied ter wereld is. Maar dat staat onder druk door de bevolkingsgroei. In Congo alleen al is de verwachting dat er in 2100 zo’n 362 miljoen mensen wonen, tegen nu 90 miljoen.

En al die mensen moeten eten. ‘Je ziet dat er bomen “verdwijnen” voor zelfvoorzienende landbouw,’ zegt Reiche. ‘Maar er is armoede. Dus wie zijn wij om te zeggen dat ze hun familie niet mogen voeden?’ Hij richt zich dus vooral op de illegale bomenkap en op mijnbouw, de derde belangrijke oorzaak van ontbossing in het Congobekken. Daarbij gaat het om kleine ­boeren die zoeken naar onder meer mineralen die worden gebruikt in telefoons. Vanuit de lucht is deze activiteit te herkennen aan wat Reiche open pit mining noemt. De handel in delfstoffen uit het Congobekken is schimmig, maar de vindplaatsen zijn nu goed te zien.

The post Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing appeared first on EWmagazine.nl.

https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2021/02/satellieten-speuren-naar-gaslekken-en-ontbossing-227594w/