Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? (HP/De Tijd)

Een eerlijke, verantwoorde supermarktketen. Met verse streekproducten. Gezond en duurzaam, maar bovenal lekker. Voor de cultural creative, de grootstedelijke, geëngageerde klant met een goed inkomen die is geïnteresseerd in cultuur en natuur en liever leest dan tv kijkt. Toen Quirijn Bolle en Meike Beeren in 2008 aan de Overtoom in Amsterdam hun eerste Marqt-winkel openden, hadden ze hun doelgroep scherp op het netvlies. Bij de reguliere supermarkten kwamen deze ‘deugmensen’ er maar bekaaid vanaf, meenden de twee voormalige Ahold-managers. Dat gingen zij veranderen. Zo’n 25 filialen wilden ze, om te beginnen, en dan vooral in de Randstad. Leveranciers vinden was geen probleem. Mijnboer uit het Friese Sint Annaparochie zorgde voor de groente en het fruit, Waterlant’s Weelde uit het Noord-Hollandse Oosthuizen voor het vlees en Weerribben Zuivel uit het Overijsselse gehucht Nederland voor de zuivel. De opening was spectaculair – de huisgemaakte truffelmayonaise liep als een malle, de visboer moest zelfs drie keer naar de afslag. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond; achttien telde de keten er eind 2018, waarvan de helft in Amsterdam. Ook de nieuwe filialen schoten als shiitakes uit grond Maar winst heeft Marqt in al die jaren nooit gemaakt. Voor de investeerders, waaronder Triodos Bank, begin vorig jaar reden om aan te sturen op een stevige koerswijziging – de grote filialen werden verkocht – en op zoek te gaan naar een strategische partner. Dat laatste is, na lang tegenspartelen van Beeren en – vooral – Bolle, gelukt. Udea, eigenaar van onder meer de biologische supermarktketen Ekoplaza, heeft Marqt overgenomen. Ook Beeren en Bolle, in 2010 nog verkozen tot Amsterdammer van het jaar, moesten hun belangen aan Udea verkopen. De deconfiture van Marqt roept vragen op. Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? Op expeditie langs retailexperts, duurzaamheidsdeskundigen en de coo’s (chief organic officers) van de lage landen. Biosupers. Natuurvoedingswinkels. Alternatieve of -kabouterwinkels. Hoe ze zichzelf ook mogen noemen, wie zich enigszins verdiept in de historie van deze biologische speciaalzaken wordt één ding al snel duidelijk: echt florerend is de sector in Nederland nooit geweest. Eigenlijk al vanaf den beginne: de komst van de reformwinkels, de voorlopers van de natuurvoedingswinkels. Interieur winkel met biologische dynamische producten. (1981) Een andere samenleving, met onder meer gezonde natuurlijke voeding en geneesmiddelen, was een belangrijk ideaal van de reformbeweging, die aan het einde van de negentiende eeuw in Duitsland ontstond. Ook in Nederland koos een aantal intellectuelen en idealisten in de jaren twintig naar Duits voorbeeld voor een sober leven vol rauwkost en granen. Dertig reformzaken telde ons land in 1961. In 1975 waren dat er honderd; inmiddels zijn het er naar schatting zo’n tweehonderd. Winkels vol dieet- en natuurlijke – lees: niet geraffineerde – producten. Koudgeslagen zonnebloemolie in plaats van dierlijk vet, zee- of titrozout in plaats van keukenzout, zemelen en koffie van cichorei. Tweemaal beleefde de branche een kortstondige opleving. Eerst na de Planta-affaire; dit was een populair margarinemerk van Unilever, waaraan de producent in 1960 een anti-spatemulgator had toegevoegd die bij zo’n 100.000 mensen huiduitslag en koorts veroorzaakte. Honderden mensen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis, vier overleden. En de tweede keer door de toenemende populariteit van de op het zenboeddhisme gebaseerde macrobiotiek – 50 procent granen, 25 procent groente, elke hap ten minste 50 keer kauwen. Maar een echte doorbraak bleef uit. De dikwijls op antroposofische, biologisch-dynamische leest geschoeide natuurvoedingszaken kregen begin jaren zeventig een stevige boost. Een belangrijke impuls hiervoor waren de alarmerende berichten van onder meer De Club van Rome (Grenzen aan de groei) over de toekomst van de aarde. Deze winkels werden, zeker in de beginjaren, veelal gerund door vrijwilligers. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. De kwantiteit en kwaliteit van het aanbod – verlepte groenten, aangevreten muesli, beschimmelde paté – lieten nogal eens te wensen over. Dat laatste is de afgelopen decennia sterk verbeterd. Bij veruit de meeste biologische speciaalzaken kan de consument terecht voor al zijn dagelijkse boodschappen. Het assortiment is dikwijls kleiner, maar wat betreft de kwaliteit doen deze biosupers anno 2020 niet meer onder voor de reguliere grootgrutters. De verkoop van biologische levensmiddelen stijgt eveneens; volgens de Rabobank is de afzet de afgelopen vijf jaar met 10 procent toegenomen tot 843 miljoen euro. Ter vergelijking: de totale levensmiddelenmarkt groeide in deze periode met slechts 1 procent. Maar die aanwas komt geheel voor de rekening van de reguliere supermarkten; zij zagen de verkoop van biologische levensmiddelen in 2018 met ruim 8 procent toenemen (2017: plus 6 procent), meldde Bionext, de brancheorganisatie voor de biologische landbouw, vorig jaar. Biospeciaalzaken daarentegen kampten met een lichte omzetdaling. Volgens Joyce van den Bos van Bionext houden deze twee ontwikkelingen verband met elkaar. “Het biologische assortiment van de gewone supermarkten groeit al een aantal jaren zo hard dat biospeciaalzaken dit merken.” De daling van het aantal natuurvoedingszaken – biologische winkels en winkels in reformartikelen – stut deze conclusie. De afgelopen vijf jaar sloten vijftig van deze winkels hun deuren, aldus het CBS; vorig jaar resteerden er nog 398. Volgens Bionext kan van deze winkels ruim de helft worden gerekend tot de biologische winkels annex biosupers; de rest verkoopt vooral gezondheids- en dieetproducten. Van deze ruim 200 biosupers maken er weer 90 deel uit van franchiseketen en marktleider Ekoplaza en nog eens 23 van biosupercoöperatie Odin, de nummer twee. Het gros van de overige winkels is zelfstandig. De vraag blijft of de inhaalslag van reguliere supers de enige verklaring is voor de stagnerende groei van biospeciaalzaken. Deventer, bij de ingang van de Ekoplaza, een doordeweekse middag vlak voor kerst. Peter van der Jagt, een opgewekte zestiger met een trenchcoat en brogues, laadt zijn kleindochter en twee gevulde tassen uit zijn winkelwagen en loopt naar buiten. Van der Jagt, uitgever van beroep, is vaste klant, omdat hij hecht aan ‘eerlijke producten’ en dit bij Ekoplaza ‘doorgaans wel goed zit’, vertelt hij desgevraagd. Een klant doet boodschappen in een plasticvrije winkel van Ekoplaza. In het filiaal in Amsterdam West liggen bijna zevenhonderd verschillende producten zonder plastic in de schappen. Biologische winkels frequenteert Van der Jagt al jaren, vertelt hij. Ook toen hij nog in Amsterdam woonde – hij verhuisde twee jaar geleden naar Deventer. “Eerst kochten we veel bij Marqt. Maar daar zijn we mee gestopt. Het profiel was onduidelijk; lang niet alles wat je daar kon kopen, was biologisch. We zijn toen overgestapt naar de Natuurwinkel. Daar was dit wel helder.” Van der Jagt doet al zijn boodschappen bij Ekoplaza. Voor marketeers reden hem in te delen in de categorie ‘donkergroen’: mensen die, dikwijls uit altruïsme, al hun levensmiddelen kopen bij een biospeciaalzaak, omdat ze zeker willen weten dat wat ze consumeren ‘eerlijk’ – lees: biologisch en duurzaam – is geproduceerd. Deze donkergroene consumenten vormen een select gezelschap: zo’n twee procent van het totaal. Diehards voor wie Marqt niet ver genoeg gaat. “Voor deze mensen is biologisch een manier van leven, zij willen zekerheid,” weet detailhandelsexpert Paul Moers (ex-Albert Heijn, ex-Gall & Gall). Naast donkergroene zijn er ook lichtgroene biofans: mensen die slechts voor een deel – gemiddeld een vijfde – biologische producten kopen en dan voornamelijk bij de reguliere super. Voor deze groep, die volgens marketeers veel groter is, maar waarvan de exacte omvang vooralsnog onduidelijk blijft, zijn gezondheid en dierenwelzijn ook belangrijke motieven om biologische levensmiddelen aan te schaffen. Volgens Moers mikte Marqt zowel op donker- als op lichtgroene mensen. “Ik denk dat ze zich daarin hebben vergist. Praat je over de dagelijkse boodschappen, dan kwam geen van deze twee groepen bij Marqt echt aan haar trekken.” Volgens Moers is er nog een tweede, belangrijke reden waarom Marqt al die jaren verlies heeft geleden: de hoge prijzen, althans de perceptie dat de producten er duur waren – een test van de Consumentenbond vorig jaar wees uit dat de consument bij Ekoplaza en Odin nog meer kwijt was voor een mandje bioproducten dan bij Marqt. Dat dure imago werd door de directie ook nog eens beaamd, meldt de detailhandeldeskundige. Hij refereert aan de uitspraak van Meike Beeren in 2015 dat mensen bij Marqt ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Moers: “Dat is natuurlijk niet zo handig.” Meike Beeren, medeoprichter van Marqt, zei in 2015 dat mensen er ‘voor de prijs van een spijkerbroek zalm kunnen kopen’. Marqt mag dan deels een verhaal apart zijn, de toenemende concurrentie van de Albert Heijns, Jumbo’s, en inmiddels ook discounters als Lidl en Aldi rechtvaardigen de vraag of biologische supermarkten als Ekoplaza en Odin überhaupt nog wel een toekomst hebben. “Absoluut,” verzekert Joyce van den Bos van Bionext. Volgens haar is het momentum voor biologische producten uitstekend. Zij wijst op de alarmerender berichten over de klimaatverandering, de energietransitie en de daarmee verband houdende plannen van het kabinet – minister van Landbouw Carola Schouten met haar kringlooplandbouw – en de Europese Commissie (Frans Timmermans’ Green Deal met zijn ‘from farm to fork’) om de landbouw te verduurzamen. Voorwaarde daarbij volgens Van den Bos: dat de biosupers zich voldoende blijven onderscheiden. “Ze moeten zich focussen, zorgen dat bio in het DNA zit, op adviesgebied, voor wat betreft de producten en de ingrediënten, maar ook op zaken als verpakkingen en eerlijke prijzen.” Moers is het daar helemaal mee eens. Die meerwaarde moeten biologische winkels volgens hem nog beter gaan uitventen. Ze zouden daarvoor volgens de retailexpert eens een kijkje kunnen nemen bij wijnverkopers. “Die promoten hun producten met hele verhalen. Ze boeken daar veel succes mee,” weet de voormalige directievoorzitter van Gall & Gall. En de relatief hoge prijzen, vormen die geen beletsel? Nee, meent Van den Bos, die zijn volgens haar eerder een conditio sine qua non. “Als je wilt dat een boer minder koeien heeft omdat je daarmee de stikstofproblemen vermindert, is het logisch dat zuivel en vlees duurder worden. De kosten blijven grotendeels gelijk. Veel consumenten begrijpen dat wel, voor hen vormen die prijsverschillen niet zo’n probleem.” Daar kunnen de directeuren van Odin en Ekoplaza, de twee grootste biologische speciaalketens, zich wel in vinden. “De prijs is niet het belangrijkste waarop wij concurreren, wij zitten er anders in,” stelt Merle Koomans van den Dries, bestuursvoorzitter van Odin. “Bij Albert Heijn is een biologisch product gewoon een product, voor ons en onze klanten is het een manier van leven. Waar komt zo’n product vandaan? Hoe ga je met elkaar om? Kunnen telers ervan leven? Ik zeg altijd: als de Keuringsdienst van Waarde een uitzending maakt over een van onze producten, moet het verhaal kloppen.” Een supermarkt met idealen, zo profileert Odin zich. Dat komt onder meer tot uiting in de coöperatiestructuur van de organisatie. Die telt in totaal 23 winkels, maar ook een groothandel, een biodynamische boerderij en een imkerij. 9500 leden heeft de coöperatie inmiddels. Zij legden ieder 100 euro in en zijn daarmee mede-eigenaar. In ruil voor een maandelijkse bijdrage – 16 euro voor een volwassene – krijgen ze 15 tot 20 procent korting op de prijzen in de winkels. Zeker, ook Odin heeft last van de toenemende concurrentie van reguliere supers. Tegelijkertijd is Koomans daar ook weer blij mee. “We hebben lang gewerkt om bio op de kaart te krijgen, dan is het mooi om te zien dat dit voet aan de grond krijgt.” Toch heeft ook Odin volgens de bestuursvoorzitter wel degelijk bestaansrecht. Al was het maar omdat de klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande aandacht voor bijvoorbeeld de bosbranden in Brazilië en Australië, maar ook de stikstofcrisis, steeds meer mensen doen beseffen dat een gedragsverandering noodzakelijk is. “Mensen die, net als wij, geloven dat je met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft mede bepaalt hoe de wereld eruit gaat zien. Die beseffen dat dit verder gaat dan af en toe een biologische paprika kopen bij Albert Heijn.” ‘Met elke euro die je aan boodschappen uitgeeft bepaal je mede hoe de wereld eruit gaat zien.’ Veghel, het Foodpark, eind december. Een enorme hal met in een van de vier hoeken een markante glazen silo van hout en staal. We waren er zonder het te weten al twee keer aan voorbij gereden – Google Maps herkende het adres niet. Maar de routeplanner is abuis. Deze 32.000 vierkante meter (vijf voetbalvelden) grote ‘doos’ herbergt wel degelijk het nieuwe hoofdkantoor en distributiecentrum van Udea, de grootste biologische groothandel van de Benelux, tevens het moederbedrijf van Ekoplaza. We manoeuvreren onze Kia Picanto de bezoekersparkeerplaats op, pal naast een aantal Tesla’s – auto’s van de directie, horen we later; bijna het gehele managementteam rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. Nog maar net binnen reikt een energieke vijftiger – zwart shirt, spijkerbroek, sportschoenen – ons de hand. “Erik Does, welkom.” Does, de algemeen directeur, had ons al zien aankomen. Acht trappen hoger in zijn glazen directiekamer nemen we plaats, nog nahijgend van het traplopen – er is een lift, maar Does prefereert de trap. Iets wat hem weinig moeite kost; Does sport graag en is een fanatiek mountainbiker, leren de fietsshirts aan de wand. Dat komt goed uit. Does en zijn collega’s hebben tropenjaren achter de rug, vertelt hij – eerst de overname van concurrent Natudis, dan de nieuwbouw en de fusie met het Belgische Biofresh, de nodige ‘uitdagingen’ op IT-gebied en vervolgens het maanden durende steekspel rond Marqt. Die laatste overname had van hem nog niet gehoeven, vertelt Does. “ING heeft ons met een aantal aandeelhouders benaderd. Wij hebben toen gezegd: daar zitten we niet op te wachten, kom over een jaar maar eens terug. Maar ze bleven aandringen, dus zijn we toch gaan praten.” Supermarktketen Jumbo gaat het gebruik van plastic verpakkingen voor groente terugdringen. Het bedrijf gaat biologische producten voorzien van een soort tatoeage. Met een laser wordt een etiket op de groenten gebrand zonder dat de smaak, geur of houdbaarheid wordt beïnvloed. Does, samen met zijn compagnon Erik-Jan van den Brink en de Belgische broers Dossche eigenaar van Udea en Biofresh, is desalniettemin blij met de laatste aanwinst. Zonder de expansie waren sommige investeringen onmogelijk geweest, vertelt hij. De directeur doelt onder meer op de nieuwe kassasystemen en het volledig geautomatiseerde, 23 etages hoge automatische krattenmagazijn in het nieuwe distributiecentrum, waar het duurzaamheid is – driedubbel glas, led-verlichting, verwarming door warmte die vrijkomt uit de koelmotoren – wat de klok slaat. Maar groei is geen doel op zichzelf, benadrukt Does, wiens vader Gerard een van de grondleggers is van Udea – hij begon in 1980 in de Maasstraat in Amsterdam zijn eerste natuurvoedingswinkel; dit jaar heeft het bedrijf een gezamenlijke omzet van zo’n 300 miljoen euro. Datzelfde geldt voor de winstgevendheid. Winstoptimalisatie in plaats van -maximalisatie, dat is waar Does naar streeft. Wat dat in de praktijk betekent? “Bij de grote supermarkten verkopen ze ook steeds meer biologische levensmiddelen. Soms met een verhaal, zo van: deze groente komt van boer Klaas van om de hoek. Dat heeft toch iets van greenwashing. Want daarnaast verkopen ze veel vulling in plaats van voeding. Met vulling werk je obesitas in de hand. Dat is een toenemend maatschappelijk probleem. Wij hebben daarom onlangs onze koekschappen met een meter ingekort.” Ook op tal van andere terreinen neemt Udea haar verantwoordelijkheid, benadrukt Does. Het terugdringen van het gebruik van plastic verpakkingen, om maar eens wat te noemen. In Amsterdam had Ekoplaza vanaf juni 2018 een jaar lang een pop-upvestiging zonder (fossiel) plastic. De belangstelling van de media was groot: van CNN tot Al Jazeera, allemaal besteedden ze er aandacht aan. Voor Does vorig jaar tijdens een seminar waar veel mensen van supermarkten aanwezig waren reden voor te stellen om met zijn allen over te stappen op composteerbaar plastic. Zonder succes. “Twee tot drie keer zo duur als fossiel plastic, en dus te duur, luidde de reactie. Waar we het dan over hebben? Neem een brood, dan heb je het over vijf tot zes cent in plaats van één à twee cent.” Groei heeft bovendien ook een keerzijde, weet de directeur. De ideale financier vinden wordt lastiger. Voor het nieuwe distributiecentrum klopte de onderneming bijvoorbeeld tevergeefs aan bij Triodos. “Ze vonden de investering te omvangrijk. Die is uiteindelijk gefinancierd door Rabobank.” Bijna het gehele managementteam van Udea rijdt in een Tesla Model 3. Adel verplicht. En misschien nog wel veel belangrijker: volume gaat vaak hand in hand met anonimiteit. Does: “Kijk maar naar de grootwinkelbedrijven. Die hebben veelal geen rechtstreeks contact meer met de makers van de producten die zij verkopen; ze kijken hen niet meer in de ogen. Dat maakt het niet alleen lastiger om de herkomst en samenstelling te beoordelen, het maakt het voor de inkopers ook gemakkelijker om producenten uit te knijpen. Je ziet toch niet wat de gevolgen zijn. Uitbuiting? Kinderarbeid? De inkoper moet zijn targets halen; alles draait om een zo laag mogelijke prijs. Dat begint al bij de boeren in Nederland. Wie weet nog van welke boer zijn zuivel komt? Wij weten dat wel, we kennen ze, we werken langdurig met ze samen zodat ook zij in staat zijn een goed product te leveren tegen een eerlijke prijs.” Practice what you preach: dat is waar het volgens Does om draait in de biologische en duurzame wereld. Door voorop te lopen draagt de marktleider daar graag aan bij. Dat de gewone supers volgen, juicht hij alleen maar toe. Angst dat zij Udea inhalen, heeft hij niet. “Als ze dat doen met dezelfde missie en visie, juich ik dat uiteraard van harte toe. Maar dat zie ik zo een-twee-drie niet gebeuren.” En hup, daar veert de algemeen directeur de trap weer af. Laat deze ‘biologische’ Harry Piekema maar schuiven. Word lid van HP/De Tijd

The post Heeft de biosuper zijn beste tijd gehad? appeared first on HP/De Tijd.

https://www.hpdetijd.nl/2020-01-27/heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=heeft-de-biosuper-zijn-beste-tijd-gehad

Zomer in Australië: bosbranden, overstromingen en een dodelijke spinnenplaag (Joop)

De weersomstandigheden in Australië hebben geleid tot een nieuw gevaar. Experts waarschuwen voor een spinnenplaag van de trechterwebspin. Het gif van deze spin kan dodelijk zijn.

Experts van het Australian Reptile Park waarschuwen dat de recente regenbuien en de daaropvolgende warme dagen hebben geleid tot “perfecte omstandigheden”, die zorgen voor een flinke toename van de geleedpotigen. Australiërs die een trechterspin tegenkomen, wordt gevraagd het dodelijke beestje te vangen en in te leveren bij het antigifcentrum van het Australian Reptile park.

tw// spider & swearing in vid

NOW ITS ON MY LAUNDRY CEILING HELP pic.twitter.com/sSeV5tHHLq

— cj ‎⍟ HELP AUSTRALIA (@buckydock) January 22, 2020

De trechterwebspin is een van de gevaarlijkste spinnen ter wereld. Ze leven in de vochtige bossen van Oost-Australië en zijn drager van een zeer snelwerkend gif. Eén beet veroorzaakt een onmiddellijke en ondraaglijke pijn, gevolgd door overmatig zweten, spiertrillingen en krampen in het hele lichaam. Bij een mannetjesbeet volgen hevige spiercontracties, waarna iemand in coma kan raken en uiteindelijk kan overlijden.

https://joop.bnnvara.nl/nieuws/zomer-in-australie-bosbranden-overstromingen-en-dodelijke-spinnenplaag

De redeloze mens en het reddeloze dier (Joop)

Hoeveel dieren zijn er de afgelopen dag, de afgelopen maand of het afgelopen jaar omgekomen, geslacht of vermoord? Wereldwijd op jaarbasis ten minste 150 miljard ‘consumptie’-dieren, 1,8 miljoen dieren per dag in Nederlandse slachthuizen en meer dan 1 miljard dieren bij de recente bosbranden in Australië.

De getallen doen de meesten niet eens meer duizelen. Het heeft eerlijk gezegd weinig zin ze te noemen. Het dier blijft immers object van ons denken, de mens is het middelpunt van het bestaan. De politieke en maatschappelijke discussies gaan zelden of nooit over fundamentele vragen in de mens – dierrelatie. Waarvoor mag de mens het andere dier gebruiken, wat betekent het dat dieren een eigenwaarde hebben, heeft het dier rechten en welke belangen moeten we tegen elkaar afwegen?

https://joop.bnnvara.nl/content/uploads/2019/10/varkens-1-370x247.jpg

Cc-foto: Michael Strobel

In 2020 is de mens nog steeds redeloos, zijn de activisten radeloos en de dieren reddeloos. Het debat over de intrinsieke waarde van het dier, de integriteit en rechten van dieren mag eindelijk wel eens worden gevoerd. Zo niet, laten we dan eerlijk zijn en definitief vastleggen dat dieren gewoonweg voor altijd en eeuwig goederen zijn. De onbeschaafde bezetting van de aarde door de mens is dan de realistische werkelijkheid waarbij slavernij, uitbuiting en vernietiging van dieren de geldende norm is.

Het is echter goed om niet alleen stenen historische standbeelden van hun voetstuk te halen maar de levende mens uit de hoogte te halen en neer te laten dalen binnen de natuur waar hij onderdeel van is en blijft.

Afscheid van het antropocentrisme
We leven nog steeds in de collectieve waan dat handelingen ten opzichte van dieren geen morele consequenties hebben. Veel verder dan het strafbaar stellen van individuele dierenmishandeling en het vastleggen van wat welzijnsregels is de (westerse) samenleving nog niet gekomen. Institutionele, culturele, religieuze en wetenschappelijke wreedheden tegen dieren zijn gemeengoed. Je zou het zelfs een universeel cultureel erfgoed kunnen noemen. Slachthuizen zijn de grootste plekken waar bloed van jonge dieren vloeit, wie van stierenvechten houdt gaat naar Spanje, om een haan drie dagen op een paal te zien is er wel een eiland te vinden, onverdoofd het mes laten snijden onder een gebed laten we toe en het testen van witte konijntjes om te zien of batterijen giftig zijn is geen enkel moreel probleem. De afgestompte mens die vervreemd is van de levende natuur en zich alleen nog begeeft binnen de muren van een gecreëerde culturele wrede wereld waar het gaat om mensenbelangen.

Daar waar natuur in beeld komt is deze er voor de mens. Debatten over wel of geen vlees eten zijn voornamelijk gerelateerd aan de klimaatcrisis. Zelfs bij klimaat-, milieu- en natuurthema’s is er de valkuil van het antropocentrische paradigma. Laten we de crises aanpakken voor ons, de mensheid, om de kinderen een toekomst te geven. De niet menselijke dieren zijn bijkomende schade. Het afscheid van het antropocentrisme is te pijnlijk voor de moderne mens. God is in het Westen doodverklaard, weliswaar springlevend daarbuiten, de rationele wetenschap is omarmd, maar dieren handelen nog steeds in ons denken op basis van hun instincten. Mensen zijn losgekomen van hun goden, zichzelf als een nieuwe god gaan gedragen met heerschappij over alle biologische resultaten van de evolutie. De mens wordt door de mens zelf gezien als bovennatuurlijke creatieve kracht met ‘rede’ en ‘vrije wil’.

Wat willen we niet weten en waarom niet?

Dieren zijn geen machines en mensen geen goden – misschien op Pele, Maradona, Cruijff en Messi na – want het staat echt wel vast dat veel andere ‘hogere’ dieren exploratiedrang hebben en leergierig zijn op een wijze die veel verder gaat dan hun instinct. Het dier is een voelend, wetend en willend wezen. U mens bent minder uniek dan u denkt. Andere dieren dan u voelen pijn, ervaren stress en angst. Een dier heeft kennis over zijn omgeving en handelt om te onderzoeken en te vinden. Het dier heeft ook een intrinsieke waarde.

Dit betekent dat dieren onafhankelijk van het nut voor de mens een eigenwaarde hebben die niet automatisch ondergeschikt is aan de belangen van de mens. Deze wettelijke erkenning betekent dat het belang van het dier inzichtelijk moet worden gemaakt en moet worden meegewogen tegen andere relevante belangen.

Ook als dieren niet lijden is het maar de vraag of alles mag wat de mens wil. Het gaat dan over respect en integriteit. Integriteit betekent dat de heelheid en gaafheid van een dier moeten worden gerespecteerd. De eigenheid van het dier respecteren om te voorkomen dat het een onderdelenfabriek is voor de doelen van de mens. En niet te vergeten het soortspecifieke gedrag van het dier: kunnen bewegen, spelen, voortplanten, onderzoeken en noem maar op. Alles wat dieren niet of nauwelijks kunnen in de intensieve veehouderij. Het gaat om meer dan het vlees alleen. Over de gehele relatie van de mens tot andere dieren.

Mag het over meer dan een onsje vlees gaan?
In deze eerste 20 jaar van de nieuwe eeuw zijn de termen intrinsieke waarde, integriteit, soorteigengedrag naar de verre achtergrond verschoven en vergeten. Om over de echo van dierenrechten maar te zwijgen, wat is dat ook alweer? Gezondheid en welzijn komen soms even aan bod maar het gaat vooral om het redden van de planeet zodat binnen een redelijk klimaat de mens naar pret- en natuurparken kan gaan in 2050 en daarna waarschijnlijk kweekvlees, 3D-geprint vlees of plantaardige vleesvervangers eten met de smaak en bite van vlees.

Het debat over de eigenwaarde van dieren, hun integriteit, de rechten van dieren en de afwegingen tussen belangen moet worden gevoerd. Terug van weggeweest in het westen en natuurlijk blijft de aarde redden en de klimaatcrises bestrijden belangrijk maar doe het dan niet alleen voor de eigen soort. Wat missen we binnen de sociale beweging?

In Nederland is er een aantal uitstekende dierenbelangenorganisaties. De Dierenbescherming en Wakker Dier die mensen tot bewuster consumeren aanzetten. Ja, we weten het, diervriendelijk vlees bestaat niet maar u gelooft toch ook niet in spiegelsprookjes dat iedereen vegan wordt? Alleen ‘Go Vegan’ roepen redt de planeet niet en ook weinig dieren. Er zijn tal van organisaties die zich op vele manieren in het veld van het dierenleed begeven om een verandering teweeg te brengen. Omdat er veel soorten consumenten zijn en daarom veel strategieën ook broodnodig.

Maar de sociale beweging mist iets. Er is een politieke tak, de PvdD, maar daarbuiten is iets nodig. Een (inter)nationale organisatie die dierenrechten op de agenda zet en meer successen boekt. Een bekende man of vrouw die met hulp van velen, in een professionele structuur en open cultuur, de discussie losmaakt van de antropocentrische oude klassieke blik. Het maakt mij niet zoveel uit wie in het gat springt binnen de sociale beweging. Al hoor ik een lied in mijn hoofd: Ga, Ga, Marianne, voer ons aan, verlos de dieren, nu van de tirannen en maak ons vrij! En maak ons vrij! Misschien dat een nieuwe buitenparlementaire vereniging of stichting, met een al bekend gezicht, veel meer bereikt dan vrij herhalende discussies met ingenomen standpunten binnen een politiek systeem.

Mens, God, Darwin en Dier. In 2020 kan de mens opnieuw starten met het neerhalen van vastgeroeste mensplakkaten waar we ons 100 jaar later over gaan schamen. Het leven is alles waard en bij het leven gaat het erom dat er kwaliteit van leven is voor mensen en voor alle andere dieren.

Laten we eens een traan wegpinken bij al het dierenleed en dan besluiten dat we het anders, beter en vooral moreler gaan doen. Het dier heeft er recht op. Het gaat om meer dan een ons vlees of een plakje vegaworst.

https://joop.bnnvara.nl/opinies/de-redeloze-mens-en-het-reddeloze-dier

Australische bosbranden: na de koala’s sterven nu de vissen massaal (Joop)

De rampzalige gevolgen van de Australische bosbranden blijven voortduren, nu zeer zware regenval verkoeling brengt maar ook overstromingen veroorzaakt. In de deelstaat New South Wales zijn honderdduizenden vissen omgekomen doordat asresten met het stromen regenwater in de Macleay River terecht zijn gekomen. De rivier oogt volgens getuigen als een soort cake-beslag dat bestaat uit rottende planten en dode vissen. Volgens ecologen kunnen de gevolgen van deze nieuwe natuurramp decennia doorwerken. In 1939 is een rivier veranderd in een mortuarium voor vissen na een hevige bosbrand en de visstand heeft zich daar nooit van weten te herstellen.

Tegenover The Guardian verklaart een getuige dat hij gedurende een 100 kilometer lange tocht langs de rivier alleen maar dode vissen zag. De stank is volgens hem niet te harden. Hij vist al 50 jaar in het gebied, heeft wel eerder massale vissterfte gezien maar nooit op deze schaal. “Dit gaat zich herhalen bij iedere rivier aan de oostkust die getroffen is door de bosbranden.”

Buurtbewoners trachten met pompen en slangen zuurstof in het water te krijgen maar “dat is zoiets als tegen de wind in pissen bij 40 kilometer per uur”, aldus de visser.

Voor de koala’s brengt de regen wel enige verlichting, zo is te zien in onderstaande ontroerende vide:

https://joop.bnnvara.nl/nieuws/australische-bosbranden-na-de-koalas-sterven-nu-de-vissen-massaal