Klimaatemoties aanpakken met klimaatfictie: hoe werkt dat? (Motherboard Vice)

“happy new year, de wereld staat in de fik en ik zou het willen blussen maar het vuur is groter dan ik en ik stik in, the time’s time’s ticking, de tijd tikt maar door en je sluit je ogen naar voorGroter dan Ik van Froukje weergalmt de laatste tijd vaker in mijn hoofd. We leven in onzekere tijden. Als je het nieuws bekijkt krijg je beeld na beeld te zien van steden die ofwel overstromen, uitdrogen, in brand staan of aardbevingen meemaken. Italië heeft het te warm en in Australië is het te nat. Deze zomer brandde al 659.000 hectare van Europa af in bosbranden.

We weten ook al langer dan vandaag wat er aan de hand is: het klimaat is kapot. We weten ook aan wie we dat te danken hebben: onwetendheid over de impact van onze moderne en hoogtechnologische, see-it buy-it have-it levensstijl. Maar weten we ook goed hoe we er mee moeten dealen? Naast de veggie-diëten en waterbesparende douchekranen, het openbaar vervoer en fairphones, kun je je nogal snel nutteloos voelen oog in oog met de komende storm. Uit studies blijkt dat we ook door klimaatverandering stress kunnen ervaren. Climate anxiety, heet dat. Wat het precies is en hoe lezen je daarbij kan helpen, dat zocht ik even uit.

Klimaat-wadde?

Klimaatverandering is een vorm van traag geweld. We voelen ons bedreigd, weten niet goed hoe we het kunnen stoppen, maar zien geen onmiddellijke veranderingen in onze omgeving. Dat maakt het zo moeilijk om te vatten. Climate anxiety is een soort knagend angstgevoel dat in verschillende gradaties kan worden ervaren. Voor sommigen werkt het verlammend, terwijl anderen het gebruiken als een drijfveer voor hun klimaatactivisme.

Klimaatpsycholoog Christof Abspoel legt uit dat er vier types klachten zijn: “De klachten zijn veelal gericht op doemscenario’s en de zekerheid dat die scenario’s zullen uitkomen. Je hebt het gevoel alsof we nu al in die sombere toekomst zitten. Daarnaast is er de stemmings- en rouwtak van klachten. Daarin zit vooral een gevaar om vast te lopen in een rouwstemming.” De derde tak slaat op het individu, “dat gaat meer over het zelfbeeld: wie ben ik als mens, machteloos, draag ik hier aan bij?” Een laatste facet van climate anxiety waar mensen mee kunnen kampen is in hun contact met anderen, “het gevoel dat je samen iets slecht hebt gedaan, woede tussen generaties of het gevoel dat de vorige generatie de volgende in de steek heeft gelaten.” Abspoel voegt daaraan toe dat “hoewel er vier categorieën zijn, zoomt de berichtgeving meestal in op één iets, klimaatanxiety of depressie, alsof dat het enige probleem is. Maar mensen kunnen in vele aspecten van de problematiek vastlopen.”

Maar omdat we spreken over een angst voor wat er nog moet komen, het einde van de wereld en nog van die dingen, benoemen academici dit als pre-traumatische stress.

Solastalgia is een andere term om de gevoelens te vatten rondom klimaatverandering. Solastalgia is een heimwee of nostalgie naar een plek die je als thuis ziet, maar die verwoest is - of zal worden - door gevolgen van de klimaatcrisis. Dat brengt gevoelens van woede en verdriet over een plek die er niet meer is of zal zijn. Een soort misplaatste nostalgie dus. Abspoel hoort dat ook zijn praktijk: “Ik had laatst een ouder echtpaar die me vertelden dat ze ergens waren gaan fietsen in de buurt van waar de vrouw was opgegroeid. Ze vertelden me hoe pijnlijk het voor haar was om het landschap van haar jeugd zo aangetast te zien.” Deze vrouw was in rouw voor een verloren landschap. Dat is een beetje zoals een dierbare verliezen.

Een groot probleem met climate anxiety is dat het moeilijk bespreekbaar is in onze maatschappij. Onder gelijkgestemden kun je als bezorgde ziel zeker gehoor krijgen, maar daarbuiten lijkt het wel een luxeprobleem. En misschien is het dat ook. Mensen die getroffen worden door de gevolgen van de klimaatcrisis rollen mogelijk hun ogen als ze horen dat wij - zittend in onze luie zetel - ons zorgen maken over het einde van de wereld zoals we ze kennen. Want de waarheid is dat vele plekken al de zware gevolgen voelen van die crisis en te druk bezig zijn hun leven op te pakken en te verhuizen of hun huis herop te bouwen, zoals in de Vesder vallei.

Toch is er geen ontkennen aan dat ongemakkelijke gevoel dat klimaatverandering met zich meebrengt. De gure mix van schuldgevoelens, nutteloosheid, woede en machteloosheid klinkt sommigen misschien wel bekend in de oren. Er is onderzoek dat speculeert dat deze climate anxiety niet veraf staat van post-traumatische stress. Maar omdat we spreken over een angst voor wat er nog moet komen, het einde van de wereld en nog van die dingen, benoemen academici dit als pre-traumatische stress. Dat slaat op het idee van het gevoel dat je het trauma al hebt doorleefd nog voor het eigenlijk gebeurt.

Klimaatliteratuur

Oké, nu je dat nare gevoel in je keel, wanneer je een zoveelste keer hoort dat Australië in brand staat of onder water - take your pick -, kunt benoemen als climate anxiety, vraag je je misschien af wat je eraan kunt doen. Hoewel activisme, een beter aangepaste levensstijl en je omgeving informeren legitieme manieren zijn om je gevoel van nutteloosheid weg te werken, is het niet voor iedereen zo simpel. Daar komt literatuur - en kunst of film - te pas.

Klimaatliteratuur heeft een aantal doelen dat ze voorop stelt. Zo wil ze de lezer een beeld geven van wat er is gebeurd en wat er kan gebeuren in de toekomst, en de gevolgen van die gebeurtenissen. Dan hebben we het vaak over post-apocalyptische of dystopische klimaatfictie. Dit genre geeft vaak een beeld van verwoesting weer en hoe de overgebleven inwoners omgaan met de nasleep van ecologische rampen. Klimaatpsycholoog Christof Abspoel gaat niet helemaal akkoord met de hyperbolen die post-apocalyptische literaturen weergeven: “Misschien moet je niet alles willen uitvergroten, maar eerder verkleinen en zo intiem maken dat mensen eraan kunnen relateren, zodat ze bij zichzelf kunnen blijven. Van zodra het abstractieniveau te hoog ligt, of de locatie te ver weg, of het verhaal spreekt over mensen die je nog nooit hebt ontmoet, is dat moeilijk te vatten op emotioneel niveau. Eigenlijk hebben mensen het al lastig om rekening te houden met hun buren.” Hij ziet een gebrek in motivatie bij dit soort werken, hoewel empathie opwekken zeker een goede manier van handelen is, “moet er een handelsperspectief worden gegeven. Wat kunnen mensen doen? Want hoe kunnen mensen streven naar iets als ze niet weten hoe? Dan voelen ze zich misschien gewoon incompetent en zullen ze het aan de kant schuiven.”

We leven in het antropocene tijdperk, een tijdperk waarin de mensheid een impact heeft op het klimaat en de ecosystemen. Omdat wij als mens heel individueel gericht zijn, is het soms moeilijk te vatten dat we een impact hebben op zo’n grote schaal. Daarom staan het antropoceen en schaalvergroting centraal in veel klimaatliteratuur. Dit doen schrijvers om lezers te helpen denken in termen van het grote plaatje in plaats van op lokale schaal. Wat we doen, hoe we leven, dat heeft een impact op alles en iedereen. Omgekeerd zijn we ook een deel van het grotere geheel, die schaalvergroting heeft dus niet alleen als doel de volledige consequenties van onze acties bloot te leggen, maar ook aan te tonen dat ook wijzelf een link zijn in de keten van het wereldorganisme. Het is dan ook niet vreemd om binnen klimaatliteratuur ook werken te vinden die de focus leggen op de planeet, de natuur, of dieren, in plaats van een menselijk personage.

Een andere manier waarop klimaatliteratuur werkt is om ons bewust te maken. Ze plaatst de lezer in de schoenen van een ander. Zo word je geconfronteerd met alle aspecten van de klimaatcrisis. Misschien stond je er nog niet bij stil, maar de klimaatcrisis is bijvoorbeeld racistisch. De gebieden die nu al getroffen worden zijn vaak plekken die als ‘ontwikkelingslanden’ worden beschouwd. Met verhalen over - onder andere - inheemse volkeren die kampen met de gevolgen van de consumptiemaatschappij, wil klimaatliteratuur de urgentie aantonen van het trage geweld. En vooral dat het geweld niet overal even traag is.

Origin story

“In de jaren ’60 verscheen er al fictie over klimaatverandering,” vertelt Stef Craps. Hij is professor Engelse literatuur aan de UGent, waar hij een vak over klimaatliteratuur doceert. “Die wordt ‘proto-klimaatfictie’ genoemd. ‘Proto’ verwijst naar het feit dat er dus wel al fictie bestond waarin klimaatverandering een belangrijke rol speelde, maar waar het antropogene karakter daarvan nog afwezig was. Dat de mens specifiek verantwoordelijk is, werd nog niet expliciet benoemd.” Een goed voorbeeld is de roman The Drowned World van de Britse sci-fi-auteur J.G. Ballard, die aan de basis lag van wat later cli-fi of climate fiction zou worden genoemd. “Vanaf de jaren ’70 had je genrefictie waarin klimaatverandering niet alleen wordt gethematiseerd maar op basis van wetenschappelijke kennis ook ondubbelzinnig wordt toegeschreven aan menselijke activiteiten.”

The Lathe of Heaven van Ursula Le Guin wordt vaak gezien als de eerste echte klimaatroman. Daarnaast was er ook The Sea and Summer van George Turner, Heat van Arthur Herzog en Parable of the Sower van Octavia Butler.” Dat zijn bekende klimaatwerken tussen de seventies en de nineties volgens professor Craps. “Die bleven wel beperkt in aantal en weerklank. Het is pas de laatste 10 à 15 jaar dat er een ware golf van klimaatfictie op gang is gekomen. Dat heeft met allerlei factoren te maken,” vertelt hij. “De meest evidente zijn natuurlijk de steeds meer zichtbare gevolgen van de klimaatverandering. Het is niet langer een puur abstract, theoretisch of vaag gegeven. Doordat de impact concreter en tastbaarder is geworden, is er ook meer aandacht voor in de literatuur.”

Wat wellicht ook een invloed heeft gehad, is het feit dat bezorgdheid over het klimaat in de loop van het eerste decennium van deze eeuw meer mainstream is geworden dankzij succesfilms als The Day after Tomorrow en An Inconvenient Truth met Al Gore. Die hebben van de klimaatopwarming een legitiem gespreksonderwerp gemaakt. “Je zou bovendien kunnen stellen dat het klimaat de literatuur een nieuwe missie heeft gegeven en haar daarmee heeft gered van de irrelevantie waartoe ze zich steeds meer veroordeeld zag binnen onze sterk visueel georiënteerde cultuur. Ook dat is een mogelijke verklaring voor het enthousiasme waarmee veel auteurs de klimaatthematiek recent hebben omarmd.” Nu ook bekende literaire auteurs aandacht geven aan de problematiek, wordt het genre serieus genomen.

Woede, herkenning en hoop

Klimaatliteratuur gaat in wezen over een vorm van trauma. Post-apocalyptische en dystopische werelden vormen daar een goed beeld van. De wereld ondergaat een gigantische verandering ten gevolge van een impactvolle gebeurtenis en de wereldorde vervalt in chaos. In sommige romans, zoals The Day of the Triffids van John Wyndham en The Road van Cormac McCarthy, zie je hoe de mens in survival mode gaat nadat een apocalyptisch event plaatsvindt. De emoties die de personages vertonen in deze romans komen voort uit een collectieve ervaring, een collectief trauma dat ze moeten verwerken om verder te kunnen in het leven. Dat uit zich in gevoelens van angst, onzekerheid en eenzaamheid. Zo’n soort literatuur was helemaal niets nieuws in de literaire wereld. Het ligt dicht bij traumaliteratuur. En in de mensengeschiedenis hebben we onszelf al heel veel opportuniteit gegeven om trauma te creëren. Denk maar aan kolonialisme, diaspora en genocides zoals de Holocaust en the trail of tears. Al die vormen van geweld hadden hun weg al gevonden naar de literatuur, het was dus maar een kwestie van tijd tot ook de klimaatcrisis zijn sporen ging achterlaten in de literaire wereld.

Climate anxiety en ecological grief zijn tegenwoordig hot topics, maar tegelijkertijd moeilijk bespreekbaar. Die gevoelens zitten toch nog altijd wat in de taboesfeer. Als mensen over hun klimaatverdriet en -angst spreken, worden ze vaak weggezet als iemand die zich aanstelt of overgevoelig is; ze worden niet echt serieus genomen. Literatuur, en kunst in het algemeen, is een ruimte waarin er wel plaats is om het over zulke emoties te hebben.” Een soort safe space dus voor wie lijdt aan het klimaat. Professor Craps beschouwt literatuur en kunst als “een cultureel laboratorium waarin er geëxperimenteerd kan worden met manieren om klimaatverdriet en -angst te articuleren en te verwerken. Dat zie je in tal van romans en films waarin protagonisten worden opgevoerd die worstelen met dergelijke gevoelens. Je ziet dat trouwens ook bij activistische groepen zoals Extinction Rebellion, die een heel open relatie hebben met ecologische emoties. Zo heeft Extinction Rebellion grief circles waar ze hun leden uitnodigen om in besloten kring uitdrukking te geven aan hun klimaatgevoelens, vanuit het idee dat mensen door met hun eigen emoties in het reine te komen wellicht betere activisten zullen worden.” Literatuur en kunst kunnen helpen betekenis geven aan die klimaatemoties - vaak aanschouwd als negatief - waardoor mensen ze misschien gemakkelijker kunnen verwerken. “Dat is uiteindelijk de functie van verhalen in elke cultuur,” voegt Abspoel toe.

Niemand is uiteindelijk immuun voor de problematiek. Honestly, ik probeer er niet te veel aan te denken zodat ik niet heel de tijd met een gezicht tot op de grond loop. Professor Craps heeft er zelf ook last van: Mijn manier om ermee om te gaan is er onderzoek naar doen en er les over geven. Ik ervaar persoonlijk ook veel woede en onbegrip. Zeker als je weet wat er gaande is en merkt hoe de politieke wereld ermee omgaat: dat is wraakroepend. Maar het heeft niet veel zin om te roepen tegen je tv. Als lesgever en onderzoeker bereik je mensen die je op een bepaalde manier wakker schudt of op zijn minst iets bijbrengt, en heb je dus toch een zekere impact. Mijn studenten zitten met dezelfde gevoelens, en door die literatuur te bespreken krijgen ze als het ware permissie om hun ervaringen en emoties te articuleren.”

Ook voor klimaatpsycholoog Christof Abspoel heeft het kanaliseren van zijn klimaatgevoelens hem geholpen. Dat doet hij via zijn praktijk: “Tijdens de coronacrisis wou ik actiever aan de slag gaan voor de klimaatcrisis, dus ben ik vrijwilligerswerk gaan doen bij de Milieudefensie. Maar ik dacht ‘hoe kan ik als psycholoog hier het meeste in betekenen?’ Het is voor mij heel fijn en hoopgevend omdat het je acties zinvoller maakt en je maakt opeens dan ook deel uit van een collectief van mensen die zich met hetzelfde bezighouden. ” Abspoel behandelt mensen met psychische klachten gelinkt aan de klimaatcrisis en helpt hen “in de samenleving op een flexibele, veerkrachtige en effectieve manier te reageren op de klimaatcrisis.”

Opvatting en herdefiniëring

Klimaatliteratuur mag dan misschien beschouwd worden als een niche - misschien zelfs elitaire - hoek in een op zich al avantgardistische studie, toch heeft ze zeker een meerwaarde. Zo vinden heel wat klimaatwetenschappers tekorten in de standaard communicatiekanalen. Massamedia hebben volgens mij noch tijd, noch zin om het gros van de klimaatcrisis te communiceren naar het grote publiek. En wanneer dat toch gebeurt, heeft het weinig impact. “Hoewel misvattingen vaak worden rechtgezet in de krant, is er toch maar weinig rol voor emoties,” vertelt Abspoel. Professor Craps schuift klimaatfictie naar voren als een alternatieve en misschien wel meer effectieve vorm van klimaatcommunicatie: “Literatuur stelt mensen ertoe in staat zich in te leven in de ervaringen van mensen uit andere tijden, culturen, landen en situaties. Ze confronteert hen ook met de gevolgen van klimaatverandering op de niet-menselijke wereld. Ze maakt die aanschouwelijk, concreet en tastbaar.” Klimaatwetenschappers die de literatuur steunen hopen dat het mensen kan raken op een manier die de wetenschap zelf niet kan, en hen aanzet actie te ondernemen.

“Dat nieuwe normaal dreigt het gevoel van urgentie te doen verdwijnen om de klimaatverandering aan te pakken”

De term ‘natuur’ is zelf ook een abstractie geworden. Er is haast een tweedeling tussen twee leefomgevingen - stad en natuur. “Auteur Eva Meijer wijst er vaak op dat ‘natuur’ een verraderlijk en diffuus begrip is. Mensen zien de natuur als een hobby, iets optioneels of externs. Terwijl in heel veel gevallen waar we ‘natuur’ zeggen, we eigenlijk gewoon de realiteit of bestaande wereld bedoelen,” vertelt Abspoel. Het is zo abstract dat mensen de natuur niet langer ervaren als deel van de leefwereld maar iets waar we naartoe gaan en in ontsnappen. Maar ook wij mensen zelf zijn deel van de natuur: “Er zijn een aantal psychologen die zeggen dat we ons er meer van bewust moeten zijn dat de natuur ook je lichaam is,” zegt Abspoel.

We moeten de natuur herdefiniëren. In heel wat boeken krijgt ze dan ook een verschillende rollen: de actieve verwoester, het toevluchtsoord, iets wat door de mensheid kan vernietigd worden. Interessant is dat ze vaak in een onderdanige rol terechtkomt. Dat speelt in op het heersende paradigma dat de mens heer en meester is van de natuur en komt gedeeltelijk voort uit het idee dat wij de natuur hebben getemd en nu ook verwoesten. Volgens Abspoel moet er meer ruimte zijn “voor literatuur waar we de natuur niet als vijand zien.” We zien de natuur niet genoeg als iets waar we mee kunnen samenwerken en -leven. Dat is in zekere mate een reflectie van onze huidige maatschappij.  “Ik denk dat er iets van de intrinsieke waarde, de veerkracht van de natuur, uit beeld verdwijnt. In serieuze vergaderingen wordt er niet op zo’n manier gesproken, enkel de economische en eventueel recreatieve waarde wordt meegewogen (bijeenkomsten die vergaderen over klimaat, zoals COP, maar ook binnen regeringen n.v.d.r.).” Daar komt literatuur dan weer te pas, waar men wel op een andere manier over de natuur en onze visie erop kan praten, alsook onze relatie ermee kan beïnvloeden.

Een symbiose tussen mens en natuur is misschien de ultieme weg naar onze redding. Een mogelijk scenario van die symbiose kun je lezen in  Annihilation van Jeff VanderMeer - een echte aanrader trouwens, my god die man heeft mij een nieuwe liefde voor literatuur ingeblazen.

Utopie of dystopie - de toekomst komt

Ik heb alvast geaccepteerd dat de toekomst niet gewonnen zal worden zonder slag of stoot. Soms leg ik me zelfs liever neer bij het idee dat het al te laat is. Ik beeld me dan ook graag in dat de wereld zichzelf zal herstellen na onze ondergang. Een beetje zoals in Annihilation waar de natuur wraak neemt op de mens. Toch is niet iedereen - gelukkig - zo’n doemdenker als ik dat ben. Zo schrijft Kim Stanley Robinson in The Ministry for the Future een best-case scenario.

Het idee om grote bedrijven met een nog grotere ecologische voetafdruk omver te blazen, lijkt mij alleszins heel bevredigend.

“Het is een hoopvolle klimaatroman,” vertelt professor Craps. “Robinson probeert met dat boek een best-case scenario te schrijven voor de ontwikkeling van het klimaat gedurende de komende 30 jaar waarin zelfs een sceptische lezer nog kan geloven. Het is dus niet zomaar pie in the sky; hij biedt echt een plausibel toekomstbeeld. Dat is best wel straf, eigenlijk. Hij slaagt erin een beeld te schetsen van een wereld waarin het goed komt met het klimaat tegen het midden van de eenentwintigste eeuw, maar dat gaat niet vanzelf. Er staan ons nog allerlei rampen te wachten.” Zo begint het boek met de beschrijving van een vreselijke hittegolf die India treft in 2025 en waarbij 20 miljoen mensen om het leven komen in amper twee weken tijd. Die ramp werkt als een soort katalysator, die ervoor zorgt dat de klimaatproblematiek eindelijk serieus wordt genomen: er komen allerlei verregaande maatregelen, en de hele financieel-economische orde wordt heruitgevonden, waardoor de wereld naar een postkapitalistisch systeem evolueert. “Er zijn ook technologische innovaties zoals geo-engineering, en er is een rol weggelegd voor ecoterrorisme. Denk maar aan aanslagen op CEO’s van oliebedrijven en andere klimaatcriminelen, een gecoördineerde reeks aanslagen op vliegtuigen die een einde maakt aan de burgerluchtvaart.”

Het idee om grote bedrijven met een nog grotere ecologische voetafdruk omver te blazen, lijkt mij alleszins heel bevredigend. Volgens professor Craps was “Robinson ervan overtuigd dat hij geen best-case scenario kon schrijven waarin dat soort vreselijke dingen niet gebeuren. De marxistische literatuurwetenschapper Fredric Jameson zei ooit dat het moeilijker lijkt je het einde van het kapitalisme in te beelden dan het einde van de wereld. Robinson wou dat eerste toch proberen, en het is hem nog gelukt ook, maar het gaat dus zeker niet allemaal zonder slag of stoot.”

Maar eigenlijk leven we ook al in de toekomst, zonder dat we - toch zeker de jongere generatie - er veel van beseffen. Professor Craps vertelde me over het shifting baseline syndrome en environmental generational amnesia. “De huidige generatie heeft een ander referentiekader dan de vorige op vlak van bijvoorbeeld biodiversiteit. Als je in de jaren ’70 of ’80 met de auto reed, zat je voorruit binnen de kortste keren vol met dode insecten die ertegen te pletter waren gevlogen. Dat doet zich nu niet meer voor omdat die rijkheid aan insecten sterk verminderd is. Er bestaat zelfs een naam voor dat verschijnsel: het ‘windshield phenomenon.’ Maar millennials zijn zich er doorgaans niet van bewust dat het niet ‘normaal’ is dat er nog maar zo weinig insecten zijn, want zij weten niet meer hoe rijk en divers de natuur was tijdens de generaties die voor hen kwamen. Het referentiekader is verschoven.” Abspoel benoemt het als “je weet niet wat je mist. En dat kan wel gevolgen hebben. Het gekke is dat je er als individu geen last van hebt, maar de maatschappij wel.

We beseffen dus eigenlijk niet dat de realiteit al anders is. Een kind nu begrijpt niet hoeveel het sneeuwde toen ik diezelfde leeftijd had. Dat lijkt bijna absurd. Maar ook de hittegolven en veel nattere herfstmaanden zijn voor jonge kinderen de norm, terwijl wij beseffen dat dit niet zo is. “Dat nieuwe normaal dreigt het gevoel van urgentie te doen verdwijnen om de klimaatverandering aan te pakken”, concludeert Craps.

Op aanraden van de prof

Ik leerde heel veel tijdens mijn uren in de colleges van professor Craps. Ik kon mijn gevoelens herkennen in de personages en werd ook geconfronteerd met de urgentie van de klimaatproblematiek. Ik wou beter leven en beter zorg dragen voor onze dierbare planeet. Het heeft me anderzijds ook was cynischer gemaakt ten opzichte van marketing-strategieën zoals greenwashing en de dure - maar lege - woorden van veel politici. Toch wil ik meegeven dat klimaatliteratuur kan helpen, voor eender wie het een kans wil geven. Ongelovigen, stressenden of gewoon geïnteresseerden. Daarom vroeg ik hem om enkele boeken die hij zou aanraden aan beginnende klimaatlezers.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1669888172686-weather.png

Weather van Jenny Offill is een heftig maar tegelijk heel grappig boek. Het verhaal speelt zich af in het heden en gaat over een gewone vrouw die wordt verteerd door klimaatangst. De auteur slaagt erin een zware thematiek op een luchtige manier te verwerken.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1669888886313-flight-behavior.png

Flight Behavior van Barbara Kingsolver is een vlot weglezende roman die verschillende soorten vluchtgedrag beschrijft: dat van een kolonie verdwaalde monarchvlinders en dat van de hoofdpersoon die zich opgesloten voelt in haar monotone huwelijksleven, maar ook dat van haar conservatieve gemeenschap in de Appalachen in de VS voor de realiteit van de klimaatverandering.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1669888549021-lost-words.png

The Lost Words van Robert Macfarlane en Jackie Morris ontstond als protest tegen de verwijdering van een aantal natuurwoorden uit een gezaghebbend kinderwoordenboek ten voordele van termen uit het dagelijkse leven van de internetgeneratie. Het is een wondermooi poëzie- en prentenboek voor kinderen, maar eigenlijk ook voor volwassenen, over die geschrapte woorden. Het bevat 20 gedichten over planten en dieren die in de vergetelheid dreigen te geraken of al geraakt zijn. Het boek verzet zich subtiel tegen de teloorgang van de natuur en de verloedering van het leefmilieu.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.

https://www.vice.com/nl/article/dy7j9j/klimaatemoties-aanpakken-met-klimaatfictie-hoe-werkt-dat

De gastheer van COP27 is een van de meest vervuilde landen in de wereld (Motherboard Vice)

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE Arabia.

“Elk jaar tussen april en juni sterft er zo’n 10.000 ton aan vissen,” verzucht Zakaria Ragab, 58, afkomstig uit de Damiettaregio in Egypte. Ragab is onderdeel van een vissersgemeenschap bij het Manzalameer, een van de grootste en belangrijkste inlandse meren in de Nijldelta.

Manzala is lange tijd een cruciale economische hulpbron geweest voor lokale visserijen, en ook een hotspot voor biodiversiteit. Maar in de jaren zeventig begon de Egyptische overheid het water weg te pompen om het gebied in landbouwgrond om te zetten.

Tegenwoordig beslaat het meer slechts 400 vierkante kilometer – een fractie van de oorspronkelijke oppervlakte van 3000 vierkante kilometer – zowel door menselijke invloeden als door natuurlijke erosie. Het is tevens extreem vervuild door agrarisch afvalwater. De vervuiling heeft gezorgd voor een toename in bacteriën die het zuurstofniveau van het meer omlaag halen en bijdragen aan de massale sterfte van lokale soorten.

Volgens Ragab zou de visproductie in Manzala kunnen vertienvoudigen als de overheid zou investeren in pompen om vers water aan te vullen en stagnatie te minimaliseren. De overheid heeft besloten om in te grijpen, maar alleen om de bodem van het meer over een oppervlakte van 200 vierkante meter 3 meter dieper te graven. Dit initiatief wordt bekritiseerd door lokale vissers, die geloven dat het de waterplanten beschadigt waar de vissen zich mee voeden.

De ecologische ramp die zich voltrekt in Manzala is slechts één van de vele vervuilingscrisissen waar Egypte, de gastheer van de COP27-conferentie, mee kampt. De jaarlijkse top wordt georganiseerd om de maatregelen te evalueren van landen die internationale overeenkomsten omtrent de klimaatcrisis hebben ondertekend, en om volgende stappen te adviseren.

De conferentie wordt dit jaar tussen 6 en 18 november gehouden in de stad Sharm el-Sheikh, aan de kust van de Rode Zee. Het is de eerste keer dat een Midden-Oosters land opperde om de conferentie te organiseren en aanzienlijke interesse toonde in het werken aan klimaatverandering met de internationale gemeenschap. Maar critici wijzen op het feit dat een groot deel van de huidige stand van zaken in Egypte direct te danken is aan misplaatste, door de overheid ondersteunde acties.

Volgens de jaarlijkse index die is samengesteld door IQAir, een bedrijf dat omgaat met luchtvervuilingstechnologie en luchtkwaliteit over de hele wereld in de gaten houdt, staat Egypte op plaats 27 van de 117 als het gaat om luchtvervuiling – Nederland staat op 85. Het jaarlijkse gemiddelde van luchtvervuilende stoffen in Egypte overstijgt de veiligheidsgrens zo’n vijf tot zeven keer.

“De cijfers van luchtvervuiling stijgen in Egypte als gevolg van dampen en gassen die uit fabriekspijpen komen, en ook uit de uitlaten van auto’s die op fossiele brandstoffen rijden,” zegt Abdel Masih Samaan, professor milieu-educatie aan de Universiteit Ain Shams. Deze effecten worden alleen maar verergerd door de toename aan bosbranden, het verlies van beboste gebieden over de hele wereld en nog vele andere klimaatverandering-gerelateerde fenomenen.

Volgens een rapport van de Wereldbank zijn er in 2017 alleen al zo’n 12.600 mensen in Caïro vroegtijdig overleden door luchtvervuiling. De studie schatte ook dat er in datzelfde jaar door luchtvervuiling-gerelateerde ziektes ruim 3 miljard werkdagen verloren zijn gegaan in de hoofdstad. Maar Mohamed Abd Rabbo, hoofd van het Climate Change Centre aan de Universiteit Alexandrië, denkt dat dit slechts één kant van het verhaal is, aangezien luchtvervuiling in Egypte ook effecten heeft op haar andere natuurlijke hulpbronnen, waaronder de watervoorziening.

Vergeleken met haar buurlanden loopt Egypte relatief weinig risico om in waternood te komen dankzij de Nijl, die 97 procent van de waterbehoeften van het land voorziet. Watervervuiling in Egypte is echter zo ernstig dat het in het rijtje van landen staat die een laag- tot middelhoog inkomen hebben met het hoogste aantal sterfgevallen door watervervuiling. Caïro is ook één van de steden die in 2025 waarschijnlijk geen drinkwater meer zullen hebben.

Een rapport uit 2009 door de NGO Egyptische Organisatie voor Mensenrechten schatte in dat er toen al zo’n 38 miljoen Egyptenaren, uit de totale populatie van 95 miljoen, met regelmaat vervuild water aan het drinken waren. Het rapport zei ook dat hun waterconsumptie ernstige effecten had op hun gezondheid, en dat de cijfers omtrent chronische ziekte door vervuiling er ook significant door waren gestegen. Helaas is er geen recente data over hoe wijdverspreid dit probleem tegenwoordig is.

“Het niveau van watervervuiling in de Nijl is hoog door het het agrarische afvalwater, wat veel schadelijke stoffen bevat,” vertelt Abbas Sharaki, professor geologie en watervoorziening aan de Universiteit Caïro. Volgens hem zou het zuiveren van dit water voordat het de Nijl bereikt “absoluut” een topprioriteit moeten zijn voor de overheid, om zowel het milieu als de visindustrie in stand te houden.

Volgens Samaan probeert de Egyptische overheid, bovenop de algemene focus op de klimaattop, met het organiseren van COP27 ook investeringen in verschillende sectoren zoals energie en industrie te verwerven. Er zijn in het bijzonder plannen om Sharm el-Sheikh in een groenere stad te veranderen met de hoop dat het toerisme in de regio een boost krijgt.

“De overheid forceert fabrieken om een soort milieu-haalbaarheidsonderzoek uit te voeren waarmee eigenaars moeten laten zien hoe ze vervuilende stoffen veilig kunnen behandelen en wegwerken zonder dat het milieu er schade door oploopt,” zegt Samaan. “Er is ook een initiatief gestart om auto’s die ouder dan 20 jaar zijn te vervangen om schadelijke uitlaatstoffen te verminderen. Daarnaast spoort de overheid ook aan om natuurgas te gebruiken als alternatieve brandstof met minder vervuiling.”

Tegelijk met deze stappen is de Egyptische overheid ook bezig met initiatieven om verwoestijnd land terug te winnen, legt Samaan uit. De gecultiveerde stukken land in Egypte zijn al met 9 procent toegenomen, van zo’n 36.000 vierkante meter naar meer dan 39.254 in 2021.

Het probleem is echter dat, ondanks dat er wetgeving omtrent het milieu aankomt en de overheid steeds meer initiatieven neemt, er nog steeds erg weinig wordt gehandhaafd, voegt Abd Rabbo toe. Naar zijn mening kan de oplossing niet alleen maar van bovenaf komen; het begin moet liggen bij bewustzijn onder het gewone volk en betrokkenheid van de industrieën. “Het heeft geen nut om wetten in te voeren als niemand zich eraan houdt.”

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.

https://www.vice.com/nl/article/qjke3q/vervuiling-egypte-klimaat

De meest vervuilende landen weigeren nog altijd de klimaatschade te betalen (Vrij Nederland)

Meer zin om te luisteren? Dat kan ook!

Hoewel alle landen ter wereld worden blootgesteld aan de gevaren van klimaatverandering, zijn de risico’s niet gelijk verdeeld, waarschuwt een recent rapport van de Egyptian Initiative for Personal Rights.

De cijfers liegen er niet om: de landen die het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering krijgen de hardste klappen. ‘Sinds 1991 bevinden 79 procent van de sterfgevallen en 97 procent van het aantal mensen dat geraakt wordt door extreme weersomstandigheden zich in ontwikkelingslanden.

‘Zonder compensatie kunnen deze mensen hun leven niet opnieuw en klimaatbestendig opbouwen, waardoor de kloof tussen arm en rijk blijft groeien,’ aldus Rosa van Driel van CARE Nederland.

Dat geldt met name voor Afrika. Het hele continent heeft slechts 3,8 procent bijgedragen aan de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, maar is het meest kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Om dat gat te dichten, wil het mondiale Zuiden geld zien. Door klimaatfinanciering en klimaatschade op de agenda van de COP27 te zetten, hoopt Egypte op een doorbraak in een discussie die al sinds 1991 wordt opgehouden door het mondiale Noorden.

Nooit duidelijk afgesproken

Op de klimaatconferentie in Kopenhagen in 2009 beloofde het mondiale Noorden om mee te betalen aan klimaatadaptatie (aanpassen) en klimaatmitigatie (voorkomen) in het mondiale Zuiden.

De afspraak was om tot 2020 steeds meer geld vrij te maken en dan tussen 2020 en 2025 jaarlijks 100 miljard dollar over te maken. Maar het mondiale Noorden haalt dat streefbedrag structureel niet, blijkt uit data van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD).

Het probleem is dat er nooit duidelijk is afgesproken welk land verantwoordelijk is voor welk deel. ‘Dat maakt het voor elk land heel makkelijk om hun eigen visie erop los te laten.’

Tijdens de klimaatconferenties in Kopenhagen en Parijs werd ook afgesproken dat klimaatfinanciering ‘nieuw’ moet zijn. Het moet dus boven op het geld voor ontwikkelingssamenwerking komen. Maar tussen 2011 en 2018 was dit slechts voor 45 procent van de verstrekte klimaatfinanciering het geval, aldus een rapport van CARE. ‘Er is vaak alleen een andere saus over bestaande middelen gegoten,’ zegt Nils Mollema van ActionAid Nederland.

Het probleem is dat er nooit duidelijk is afgesproken welk land verantwoordelijk is voor welk deel, aldus Mollema. ‘Dat maakt het voor elk land heel makkelijk om hun eigen visie erop los te laten. Zo betaalde de Verenigde Staten onder oud-president Donald Trump nauwelijks klimaatfinanciering. Het maakt het ook moeilijk om er consequenties aan te verbinden.’

Klimaatnoodovereenkomst

Loss and damage, ofwel klimaatschade die niet voorkomen kan worden door adaptatie of mitigatie, valt niet onder die belofte van 100 miljard per jaar. Er zijn nog nooit harde afspraken over gemaakt, terwijl het al bij de VN-klimaatconferentie van 1991 voor het eerst onder de aandacht werd gebracht. De eilandengroep Vanuatu wordt bedreigd door de stijging van de zeespiegel en diende daarom een voorstel in voor financiële compensatie.

Sindsdien hebben landen in het mondiale Zuiden tot wel dertien keer geprobeerd om afspraken te maken over klimaatschade. Maar hun initiatieven werden telkens tegengehouden, afgezwakt of vertraagd door het mondiale Noorden.

Dat blijkt uit een rapport van de Loss and Damage Collaboration. De laatste poging werd vorig jaar gedaan, tijdens de COP26 in Glasgow. China en de Groep van 77, die bestaat uit 134 ontwikkelingslanden, riepen op tot een ‘Glasgow Klimaatnoodovereenkomst’. Het voorstel werd echter afgeschoten door de Verenigde Staten, Australië en de EU. In plaats daarvan stelden de rijke landen een alternatief voor: een dialoog over de tijdspanne van drie jaar. Er is geen verplichte uitkomst afgesproken, waardoor de gesprekken mogelijk op niets uitdraaien.

Geen verantwoordelijkheid

Ondertussen nemen extreme weersomstandigheden toe. Denk aan de overstromingen in Pakistan waarbij zeker 1.500 mensen omkwamen en de schade opliep tot zo’n 30 miljard dollar. Of de zomers die tegenwoordig in het teken staan van hittegolven, bosbranden en droogte.

Ook de economische kosten van klimaatschade lopen op. Tussen 2000 en 2019 betrof de klimaatschade in 55 van de meest klimaatkwetsbare landen 525 miljard dollar.

De noodzaak is er, dus waarom blijft het mondiale Noorden zo moeilijk doen over klimaatfinanciering?

‘Klimaatschade wordt veroorzaakt door uitstoot en het mondiale Noorden is daar historisch het meest verantwoordelijk voor.’

Volgens Mollema wil het mondiale Noorden geen verantwoordelijkheid nemen uit angst voor een stroom rechtszaken. ‘Maar of die landen het nou toegeven of niet, die rechtszaken kunnen er komen. Wetenschappelijk weten we namelijk dat klimaatschade veroorzaakt wordt door uitstoot en dat het mondiale Noorden daar historisch het meest verantwoordelijk voor is,’ legt Mollema uit. Een voorbeeld is de zaak tegen Shell die onder meer werd aangespannen door Milieudefensie. De rechter bepaalde vorig jaar dat Shell wereldwijd op korte termijn minder CO2 moet uitstoten.

Wie betaalt?

Klimaatrechtvaardigheid gaat ook over de vraag: wie betaalt? Een groep Amerikaanse klimaatonderzoekers keek daarom naar klimaatfinanciering door de lens van wereld-systeemtheorie. Het artikel verschijnt in november in het wetenschappelijke tijdschrift Political Geography. Wereld-systeemtheorie categoriseert landen op basis van hun economische status. Landen die tot de kern behoren, zijn rijk, hebben vaak een sterk leger, een stabiele overheid en waren ooit koloniale machten. De periferie bestaat uit arme landen met veel instabiliteit; vaak voormalige koloniën. En dan is er de semi-periferie. Dat zijn de landen die ertussenin zitten. Kort gezegd worden periferielanden volgens de wereld-systeemtheorie geëxploiteerd door kernlanden.

De Amerikaanse klimaatonderzoekers concluderen dat klimaatfinanciering ongelijkheid tussen kernlanden en periferielanden in stand houdt. Een voorbeeld daarvan is dat rijke landen vinden dat ze het recht hebben om te beslissen wat er met klimaatfinanciering gebeurt. Het mondiale Noorden wil bijvoorbeeld graag winst halen uit klimaatfinanciering. Volgens de Amerikaanse onderzoekers willen kernlanden daarom liever investeren in de semi-periferie dan in de periferie, omdat de economische sector daar meer ontwikkeld is en er dus meer geld te verdienen valt.

Dat is terug te zien in de verdeling van klimaatfinanciering onder ontwikkelingslanden. Tussen 2016 en 2020 ging slechts 8 procent van de klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden naar de laagste inkomstenlanden, terwijl zij 20 procent uitmaken van alle ontwikkelingslanden. De minst ontwikkelde landen kregen maar 17 procent van het beschikbare geld, terwijl zij 34 procent van alle ontwikkelingslanden vertegenwoordigen.

Daarnaast gaat er meer klimaatfinanciering naar mitigatie dan naar adaptatie. In 2020 ging het om 58 procent van alle klimaatfinanciering dat werd uitgegeven door ontwikkelde landen. Het doel van mitigatieprojecten is het voorkomen van klimaatschade, waardoor ook kernlanden er baat bij hebben. Adaptatieprojecten richten zich op het aanpassen aan klimaatverandering en leveren dus alleen op lokaal niveau iets op. Een dijk in Egypte houdt bijvoorbeeld geen water tegen in Nederland, maar het tegengaan van luchtvervuiling in de hoofdstad Caïro draagt wél bij aan het verminderen van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.

Afhankelijk

Doordat periferielanden worden geëxploiteerd, blijven ze afhankelijk van kernlanden, beargumenteren de Amerikaanse onderzoekers. Op het gebied van klimaatfinanciering uit zich dat op twee manieren.

De administratieve drempel van sommige fondsen is zo hoog dat organisaties in ontwikkelingslanden al snel twee jaar lang bezig zijn met het een projectaanvraag.

Veel van het beschikbare geld stroomt via internationale organisaties en fondsen waar kernlanden veel zeggenschap over hebben. De administratieve drempel van bijvoorbeeld de Green Climate Fund is zo hoog dat organisaties in ontwikkelingslanden al snel twee jaar lang bezig zijn met het doen van een projectaanvraag, zegt Rosa van Driel van CARE Nederland. Daardoor is het voor kleine lokale initiatieven vaak onmogelijk om geld uit zulke fondsen te krijgen.

Daarnaast bestaat het overgrote deel van klimaatfinanciering uit leningen. In 2019 ging het om 71 procent, blijkt uit cijfers van de OECD. Kernlanden kunnen zo toezicht houden op hoe klimaatfinanciering wordt uitgegeven. Bovendien moet er ook (vaak hoge) rente betaald worden over die leningen. Daar verdienen kernlanden aan, en het staat de ontwikkeling van periferielanden in de weg waardoor ze afhankelijk blijven van kernlanden.

Risico durven nemen

Het mondiale Noorden beslist dus voor een groot deel wat er met de klimaatfinanciering gebeurt, en vaak komt het niet terecht bij de groepen die dit het hardst nodig hebben. Dat geldt ook voor Nederland, concludeert de evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken (IOB). Vrouwen, arme en kwetsbare mensen worden in Nederlands klimaatbeleid wel aangemerkt als prioriteit, maar het geld bereikt deze doelgroepen zelden.

En zelfs als landen het tijdens de COP27 in Egypte eens worden over klimaatfinanciering en rijke landen zich aan de nieuwe afspraken houden, zijn er zorgen. Want ‘wat is dan het plan voor de omgang met corrupte regimes die deze fondsen hoogstwaarschijnlijk zullen misbruiken?’, schreef mensenrechtenactivist Sanaa Seif op Twitter. Haar broer Alaa Abd El Fattah is een van de bekendste politieke gevangenen in Egypte en is al ruim tweehonderd dagen in hongerstaking om te protesteren tegen zijn opsluiting.

Er zijn wel mogelijkheden, benadrukt Nils Mollema. Overheden kunnen bijvoorbeeld omzeild worden via ambassades die samenwerken met ngo’s. Ook kan de administratieve drempel voor fondsen zoals het Green Climate Fund omlaag, zodat lokale initiatieven makkelijker aan geld kunnen komen. Maar het mondiale Noorden moet ook risico durven nemen, vindt Mollema. Alleen op die manier komt het geld terecht waar het nodig is.

Het bericht De meest vervuilende landen weigeren nog altijd de klimaatschade te betalen verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/vervuilende-landen-klimaatschade/

De Boze Blanke Man – Holle bolle boze roze Frenske (GeenStijl)

De Boze Blanke Man en de Ondergang van Nederland, deel 19

https://image.gscdn.nl/image/ffa090a635_5a9ca71fb9_Eredoctoraat_Frans_Timmermans_TU_Delft.jpg?h=True&w=880&s=3bf0fbc8ca0a8445a9af7f4ee3e82b25

https://image.gscdn.nl/image/8373cf8d3a_Boze_Blanke_Man_-_1116X1024.jpg?h=True&w=880&s=e93efbd0e510ed38a366a6451275b7d0

Voor deze serie heb ik een lijstje met klassieke Boze Blanke Mannen opgesteld en fier bovenaan staat Frans Timmermans. Frenske - die in 1990 van D66 overstapte naar de PvdA - is namelijk een vat vol frustraties, vijandigheid, wraakzucht en testosteron en kan elk moment exploderen. De belangrijkste Nederlander op het wereldtoneel is een kinderachtige driftkikker die ontploft als hij wordt tegengesproken.

Inmiddels heeft Holle Bolle Frans zich omringd met paladijnen, lakeien, kontenlikkers, cheerleaders en jaknikkers en zijn angstige hofhouding doet mij denken aan het sprookje De nieuwe kleren van de keizer. Al die rimmers roepen de hele dag, tussen het tarrelgeknabbel door, dat Frenske de mooiste, aardigste en liefste man van de wereld is, de klimaatmessias die de wereld gaat redden van de klimapocalyps.

De Nederlandse media laten het volk graag geloven dat hij een warme, betrokken man is, onbaatzuchtig, altruïstisch, een dappere en bevlogen idealist die zich onvermoeibaar inzet voor de rechten van homo’s, Joden, Roda JC, moslims, vrouwen: ja, voor wie of wat spant Frans zich eigenlijk niet in? Maar Frenske - die zich tijdens zijn tien jaarlijkse verschijningen in Buitenhof door zijn mede-Limburger Twannie Huys graag laat aanspreken met "excellentie", veinst aardigheid en is totaal niet waarachtig.

Zijn frustraties zijn makkelijk te herleiden. Zo wilde hij in 2011 Commissaris van de Koningin worden in Limburg maar werd hij pijnlijk gepasseerd door CDA'er Theo Bovens. Timmermans genoot de meerderheid van de vertrouwenscommissie om hem commissaris van de koningin te maken, maar miste hij op drie stemmen na het gouverneurschap aan de net verkiesbaar gestelde Bovens.

https://image.gscdn.nl/image/869c3cf10e_5a9ca71fb9_Eredoctoraat_Frans_Timmermans_TU_Delft.jpg?h=True&w=880&s=f1c7ad1667ab48ed46171a6e46b637af

De Limburger schreef dat de PVV een cruciale rol heeft gespeeld in de nipte overwinning van Bovens. Geert Wilders en PVV-fractieleider in Limburg Laurence Stassen zouden koste wat kost de benoeming van Timmermans willen tegengaan. Wilders zou via VVD-gedeputeerde Mark Verheijen invloed hebben gehad waardoor een deel van de VVD-fractie toch voor Bovens koos, in plaats van voor Timmermans. Dus eigenlijk is het de schuld van Geert Wilders dat de Europese onderdanen van Frenske straks alleen nog maar gras en wormen mogen eten, niet meer auto mogen rijden en niet meer op vakantie mogen.

Kort daarna stelde Frenske zich kandidaat voor de baan van Commissaris van Mensenrechten bij de Raad van Europa en kreeg hij opnieuw nul op het rekest, ondanks deze polyglotte noodkreet op YouTube. Wat was ie toen nog knap en mager!

In 2010 wilde hij buitenlandwoordvoerder worden voor de PvdA maar ook dat baantje ging aan zijn neus voorbij. Een woedende en tot op het bot gekwetste Frenske verdomde het vervolgens een half jaar lang naar de Tweede Kamer te gaan.

In februari 2012 wilde Timmermans lijsttrekker worden van de PvdA nadat hij – als een ware Brutus – Job Cohen ten val had gebracht. De dolksteek in de rug van zijn partijgenoot was dodelijk maar het leiderschap van de Partij ging niet door.

En toen moest hij de grootste dreun in zijn in feite mislukte loopbaan - met het flyeren en canvassen op tochtige braderieën in de negorij van Nederland als hoogtepunt - nog incasseren: Frenske wilde baasje van Europa worden maar werd pijnlijk gepasseerd door Von der Leyen. Timmermans was ervan overtuigd dat hij zou winnen, maar achteraf bezien bleek dat hij door een briljant diplomatiek steekspel tussen Frankrijk en Duitsland geen enkele kans te hebben gemaakt op dat door hem zo begeerde baantje.

En nu neemt Timmermans wraak hij met z'n Green deal, waar zijn onderhorigen miljarden voor mogen ophoesten.

Ik ken Frenske nog uit de tijd dat ik met PvdA-europarlementariër Edith Mastenbroek was getrouwd. Frenske zat toen nog gewoon in de Tweede Kamer maar liep de deuren van het Europese Parlement al plat. Hij was broodmager, had geen baard en was, in mijn herinnering, een overkammer. Een overkammer is een kalende man die het restant van zijn haar over de kale delen van het hoofd kamt. In niets leek hij op de Vader Abraham, de Paulus de Boskabouter, de Kabouter Plop of de Humpty Dumpty die hij nu is. 

Vilein was hij al wel, zo vernam ik toen al van zeer betrouwbare bronnen uit de PvdA. Een matennaaier, een backstabber: Timmermans schuwde geen enkel middel om zijn doel te bereiken. Toen Frenske minister van Buitenlandse zaken werd, ben ik hem intensief gaan volgen. Dat was één groot feest. Hij liet zich als een Hollandse toerist met iedere hoogwaardigheidsbekleder op de foto zetten, of het nou de honoraire consul was van Liechtenstein of een of andere despoot achter de Oeral. Zonder grandeur en zo blij als Billie Turf die een uur gratis mag snoepen bij de Jamin. Timmermans in Brussel werd ook één groot mediaal feest. Een olifant in de porseleinkast. De circuspoedel, de dansende geit en de butler van Juncker the Drunker.

De ware Frans Timmermans, die bij leven al is heilig verklaard door hemzelf en vooral door de parlementaire pers omdat hij zes talen spreekt (Nederland had net zo goed Ivo Niehe naar Brussel kunnen sturen), waaronder een soort posh homo-Engels dat werd gesproken door Quentin Crisp, openbaarde zich ooit in een ogenschijnlijk luchtige Facebook-posting. Hij prees het boek Gevelde Eiken aan, met daarin gesprekken tussen de Franse schrijver/politicus André Malraux en oud-president Charles De Gaulle. "Terecht en bijzonder dat Elsevier aandacht besteedt aan de vertaling van dit geweldige boek. Ik las het toen ik in Frankrijk studeerde en nadacht over welk beroep ik zou kiezen. Het gesprek tussen een groot schrijver en een groot staatsman leek mij vooraf interessant als stijlfiguur, maar lezend trof mij toch vooral de kracht van het menselijke retrospectief, de zelfkritiek van De Gaulle, die ik tevoren alleen maar voor grenzenloos arrogant hield. Een uniek boek dat ook 45 jaar na het gesprek de moeite waard is, want de essentie van internationale politieke verhoudingen komt er in terug. De titel verwijst naar het prachtige gedicht dat Victor Hugo schreef bij de dood van Théophile Gautier. In mijn woorden: "Oh, welk een woest lawaai maken de eiken die in de schemering worden geveld voor Hercules’ brandstapel!"" Timmermans die uit de losse pols Victor Hugo vertaalt en zich spiegelt aan twee Franse legendes. Zo zie ik hem graag.

Frenske is een klassieke windvaan en een ongeneeslijke ijdeltuit. Bovendien is hij een pathologische leugenaar maar dat is de roomse Limburger, gepokt en gemazeld door de jezuïeten en andere toffelemoonse imposteurs, gewoon. Hoe weet je wanneer Frans Timmermans liegt? Als hij zijn mond opent! Frenske handelt louter en alleen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Hij gaat daarbij over lijken, zoals gebleken is uit zijn snoeiharde leugens over de ring, de passagiers van MH17 die elkaar diep in de ogen keken alvorens neer te storten en zijn valse gesnotter. 

Frans Timmermans is een narcist met een (Limburgs) minderwaardigheidscomplex, kampend met onbeheersbare woedeaanvallen. Dat bleek tijdens het beruchte interview met Jeroen Pauw. Even daarvoor had de woordsmid getriomfeerd in Brussel. Na de klaterende maidenspeech en aansluitende zegetocht in Brussel dacht Timmermans de week in stijl af te sluiten met een onemanshow bij Pauw, à la zijn grote voorbeeld Toon Hermans. Dronken van het succes nipte hij tijdens het interview aan een glas whisky, wat natuurlijk robuuster en veel staatsmannelijker staat dan een sip glaasje wijn. Ik vermoed dat de drank hem te loslippig maakte. Er was natuurlijk afgesproken dat Pauw niet over over de ring zou beginnen en de dierbaren die voor ze stierven elkaar minuten lang in de ogen keken. Ik denk dat Frans, tipsy en pisnijdig door de vraag die hem niet beviel, het zuurstofmasker spontaan verzon. Toen al duldde Frenske geen enkele tegenspraak en zagen we zijn ware, despotische gezicht. Pauw had nog beter tegen president Kim Jong-un van Noord-Korea kunnen zeggen dat die eens wat minder moet gaan eten. Dat Frenske tot overmaat van ramp ook nog eens een verschrikkelijk kinderachtig menneke is, blijkt wel uit het feit dat hij zich nooit meer door Pauw wil laten interviewen.

Ik sta te boek als een ietwat verbeten Timmermans-watcher en soms wordt er gesuggereerd dat ik een persoonlijke vete uitvecht met Frenske en dat ik jaloers op hem ben. Jaloers op zijn morbide obesitas en zijn Ziekte van Michelin zeker! Hij is de belangrijkste Nederlander in het buitenland en het is het mijn taak en plicht om de man te blijven analyseren en te duiden, zoals dat een persmuskiet betaamt. Het is toch werkelijk schandalig hoe Nederlandse hoernalisten - met Twannie Huys voorop - buigen als knipmessen als de Keizer Zonder Kleren voorbij schrijdt. Als hun idool een scheet heeft gelaten, zeggen deze hermelijnvlooien: "Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker, net of iemand lever met uien staat te bakken." Nooit maar dan ook nooit wordt er een kritische vraag gesteld aan Timmermans, uit angst dat hij dan ontploft van woede en dat de vraagsteller bedolven wordt onder een lawine ingewanden, fecaliën en vet.

Gelukkige ben ik niet de enige die de permanente boosheid, die in Frenske woedt als een veenbrand, heeft geconstateerd. De website van RTL Nieuws schreef eens: "Er zitten nare kantjes aan de Limburger: lange tenen, snel geïrriteerd, verliest regelmatig zijn geduld en slaat om zich heen als hij door een politieke tegenstander wordt aangepakt. Want daar houdt Timmermans niet van; hij kan op venijnige wijze karaktermoord plegen op zijn tegenstander. Heel wat Kamerleden die het wagen om maar de geringste vorm van kritiek op de minister te spuien, kennen de uitbarstingen van Timmermans maar al te goed."

Aan voorspellingen over Frenske waag ik mij niet meer, want ik zat er vaak naast en had zijn vlucht naar voren totaal niet verwacht. Wel denk ik dat de vleugeltjes van onze Heerlense Icarus vroeg of laat zullen afbreken. Niet alleen door de warmte van de zon, maar vooral omdat ze de tweehonderd kilo van Frenske niet langer kunnen torsen.

https://www.geenstijl.nl/5167436/de-boze-blanke-man-holle-bolle-boze-roze-frenske/

SecGen VN: ‘Gevolgen klimaatverandering gaan richting onbekend gebied van vernietiging’ (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/02/droogte.jpg

LONDEN, 13 september (Reuters) – De gevolgen van klimaatverandering gaan “richting onbekend gebied van vernietiging”, waarschuwde secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties dinsdag bij de publicatie van een wetenschappelijk rapport van verschillende agentschappen waarin het laatste onderzoek over het onderwerp wordt geëvalueerd.

Het rapport, dat onder leiding staat van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), waarschuwt dat de wereld “de verkeerde kant op gaat” als het gaat om klimaatverandering.

Nu de concentraties broeikasgassen in de atmosfeer blijven stijgen en de wereldleiders er niet in slagen strategieën goed te keuren om de opwarming van de aarde onder 1,5°C boven de pre-industriële temperaturen te houden, komt de aarde steeds dichter bij een gevaarlijk omslagpunt in het klimaat, aldus het rapport van United in Science.

Extreme weersomstandigheden komen nu al vaker voor en zijn intenser.

“Hittegolven in Europa. Kolossale overstromingen in Pakistan. Er is niets natuurlijks aan de nieuwe omvang van deze rampen,” zei Guterres in een videoboodschap.

Ondanks een dip in de uitstoot tijdens de lockdowns van het coronavirus, is de uitstoot die de aarde opwarmt sindsdien gestegen tot boven het niveau van voor de pandemie. Uit voorlopige gegevens blijkt dat de wereldwijde uitstoot van kooldioxide in de eerste helft van dit jaar 1,2% hoger lag dan in dezelfde periode van 2019, aldus het rapport.

De afgelopen zeven jaar waren de warmste ooit.

2,8 graden Celsius

De gemiddelde temperatuur wereldwijd is al 1,1 graden Celsius boven het pre-industriële gemiddelde uitgekomen. Wetenschappers verwachten dat het jaarlijkse gemiddelde tot 2026 tussen 1,1 en 1,7 graden Celsius warmer kan worden, wat betekent dat er een kans bestaat dat we de komende vijf jaar de drempel van 1,5 graden Celsius overschrijden.

Tegen het einde van de eeuw, als er geen agressieve klimaatmaatregelen worden genomen, zal de opwarming van de aarde naar schatting 2,8 graden Celsius bedragen.

Maar zelfs bij het huidige niveau van opwarming kunnen we verschillende klimaatomslagpunten passeren.

De oceaanstroom die warmte verplaatst van de tropen naar het noordelijk halfrond, bijvoorbeeld, is nu op zijn traagst in 1.000 jaar – waardoor historische weerpatronen in gevaar komen, aldus het rapport, dat bijdragen bevat van het VN-milieuprogramma en het VN-bureau voor rampenpreventie.

Bijna de helft van de wereldbevolking wordt beschouwd als zeer kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering – overstromingen, hitte, droogte, bosbranden en stormen.

Tegen 2050 zullen meer dan 1,6 miljard stadsbewoners regelmatig wegkwijnen bij gemiddelde temperaturen over drie maanden van minstens 35 graden Celsius.

Om gemeenschappen te helpen hiermee om te gaan, heeft de WMO beloofd om binnen de komende vijf jaar elke persoon op aarde onder de bescherming van een vroegtijdig waarschuwingssysteem te plaatsen.

SecGen VN: ‘Gevolgen klimaatverandering gaan richting onbekend gebied van vernietiging’

https://tpo.nl/2022/09/13/secgen-vn-gevolgen-klimaatverandering-gaan-richting-onbekend-gebied-van-vernietiging/