Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ (Vrij Nederland)

‘Ik heb nogal een dramatische week achter de rug,’ vertelt de 39-jarige Amerikaanse schrijfster met Iraans-Kroatische wortels wanneer we elkaar via Zoom spreken. De Californische bosbranden grepen zo ongecontroleerd om zich heen dat Ottessa Moshfegh, haar echtgenoot en hun twee honden de ene brandhaard per ongeluk voor de volgende vuurlinie verruilden.

‘We reden dwars door gigantische rookpluimen van Oregon, waar ik op retraite was, naar ons huis in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. We wonen aan de voet van een groot gebergte, dat bij aankomst in lichterlaaie bleek te staan. Toen we bij het verblijf van mijn echtgenoot net buiten Palm Springs aankwamen, begon het ook daar te branden.

Nu verblijven we in de frisse lucht van Wyoming. Ik nam alleen het essentiële mee: mijn computer, wat printjes van komende projecten, het Perzisch huwelijkstapijt van mijn grootmoeder en mijn paspoort. Niet dat Amerikanen momenteel het land uit kunnen, maar toch. Het was erg angstaanjagend allemaal, maar nu berust ik. Ik geloof erg in het lot; wat moet gebeuren, zal gebeuren.’

Het ‘fucking enge’ jaar 2020

Haar zenuwen stonden het voorbije jaar wel vaker op springen, blikt de schrijfster terug op het ‘fucking enge’ jaar dat 2020 was. Want nog griezeliger dan de pandemie of de bosbranden vindt Moshfegh het politieke klimaat in de Verenigde Staten. ‘Er waren weliswaar enkele hoopvolle momenten, zoals de Black Lives Matter-protesten. Even leefde het Amerikaanse samenhorigheidsgevoel weer op, maar onvoldoende om op te wegen tegen de vrees dat dit land steeds meer op een fascistische staat lijkt. De uitkomst van de aanstaande verkiezingen zal hoe dan ook omstreden zijn. Trump heeft laten weten dat hij niet zal opgeven; dat is een duidelijke oorlogsverklaring.

Ik ben niet de enige die gelooft dat we het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten, als dat zou kunnen. Veel linkse liberalen, die toch voldoende geld hebben om comfortabel te leven, zijn ernstig verontrust. Om nog maar te zwijgen van de Trumpkiezers: die bewapenen zich alsof er een gigantische muiterij op komst is. Terwijl het alleen maar door hun eigen toedoen tot een dergelijke escalatie kan komen.’

Moshfegh zegt het allemaal zonder een spier te vertrekken. Diezelfde droge scherpte kenmerkt haar werk. Als auteur grossiert ze in eenvoudige, maar pijnlijk rake observaties; zo laconiek opgeschreven dat het hartverscheurend hilarisch wordt.

‘Ondanks alles zal ik waarschijnlijk toch in de VS blijven,’ vervolgt ze. ‘Dat heeft niets met identiteitsgevoel te maken, het is eerder zo dat ik mijn familie niet wil achterlaten. Mijn ouders zijn eind zeventig; zij gaan hun leven nu niet meer omgooien. En ik wil mijn zus en nichtjes niet missen.’

Existentiële verlossing

Ottessa Moshfegh groeide op als dochter van muzikale migranten in Newton, Massachusetts. Haar Iraanse vader en Kroatische moeder leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ze vestigden zich in de Verenigde Staten toen Iran geen optie meer was omdat daar de Islamitische Revolutie was uitgebroken. Ze speelden in allerlei orkesten, gaven les aan het New England Conservatory en voedden drie kinderen op.

Materieel waren de Moshfeghs minder bemiddeld dan de meeste van hun buren, maar cultureel waren ze uiterst gefortuneerd. Zo leerde de jonge Ottessa al piano spelen nog voor ze een woord kon lezen. ‘Klassieke muziek heeft mijn idee van verlichting erg bepaald. Ik heb altijd geloofd dat ik door hard werk, toewijding en discipline uiteindelijk zo vrij zou zijn dat ik alles kon bereiken wat ik maar wilde. Als schrijver slaag ik daar ondertussen grotendeels in, maar mijn ideeën blijven vooralsnog beter dan de uiteindelijke romans. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan het begin sta.’

‘Ik beschouw mijn schrijven als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Behalve die vroegrijpe notie van existentiële verlossing gaven haar ouders haar ook historisch perspectief mee. Zo vochten de ouders van haar moeder bij het Joegoslavische partizanenleger tegen Nazi-Duitsland. Haar vaders familie vluchtte, nadat al hun bezittingen in beslag waren genomen, uit Iran tijdens de islamitische omwenteling van 1978-1979.

‘Binnen mijn familie bestaat dus wel enige ervaring met staten die het fascisme omarmen,’ vat Moshfegh samen. ‘Maar van mijn grootouders’ activisme heb ik niets geërfd. Ik heb het simpelweg niet in me. Op sommige vlakken ben ik erg sterk, maar op andere behoorlijk fragiel. Ik ben dus meer geneigd te denken: redde wie zich redden kan. Maar ik beschouw mijn schrijven wel als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Onbeschaamd onbeduidend

Een zuiplap van een matroos die per ongeluk zijn enige vriend vermoordt, een rijke jongedame die meent dat een jaar slapen de enige manier is om een betere versie van zichzelf te ontwikkelen, een weduwe die vanuit haar blokhut een moordmysterie probeert op te lossen dat ze misschien zelf verzon: al Moshfeghs protagonisten brengen meer tijd in hun eigen hoofd door dan met anderen. Het isolement van de hoofdpersonages is de grote gemene deler van haar verhalen, hoe verschillend ze ook zijn.

Onlangs verscheen haar derde roman Death in Her Hands (in het Nederlands verschenen bij De Bezige Bij als De dood in haar handen, vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman). Het is Moshfeghs hoogsteigen versie van een whodunnit. Het onopmerkelijke bestaan van weduwe Vesta Gul en haar wispelturig hondje wordt overhoopgehaald door de ontdekking van een vreemd briefje in het bos. ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval

Maar van een lijk is geen sprake. Is Magda misschien een vrucht van Vesta’s verbeelding, een uitvlucht om haar gedachten gaande te houden en haar verstand niet te verliezen? Of is het omgekeerd en laat de moord op Magda Vesta langzaam in waanzin verglijden?

Volgens Moshfegh is het in de eerste plaats een verhaal over eenzaamheid. Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval. Moshfegh schreef de roman namelijk al een hele poos terug, tijdens haar ‘persoonlijke Jezusjaar’, oftewel de existentiële crisis die haar trof op haar drieëndertigste; niet toevallig de leeftijd waarop Gods zoon overleed.

Destijds had Moshfegh al enkele korte verhalen en de meer experimentele novelle McGlue gepubliceerd, maar van een doorbraak bij het brede publiek was nog geen sprake. Dat haar eigenzinnige thriller Eileen haar spoedig de PEN/Hemingway Award en een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize zou bezorgen, wist ze nog niet toen ze in totale afzondering Death in Her Hands schreef.

Moshfegh: ‘Ik woonde in Oakland waar ik niemand kende, had geen vrienden, mijn toekomst was vaag en ik had het gevoel dat ik niets van het leven begreep. Ik bestond bijna uitsluitend via mijn werk. Aangezien creativiteit het enige was dat ik kende, vertrouwde ik erop dat fictie me tot een inzicht zou brengen over hoe te bestaan. Anders dan ik, met mijn torenhoge ambitie, durft Vesta onbeschaamd onbeduidend te zijn. Zij hoeft niet de hele wereld uit te pluizen; het mysterie achter één vodje papier volstaat. Dat voelde erg veilig.’

‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen.’

Tegenwoordig voelt Moshfegh zich niet langer verloren wanneer ze niet achter haar schrijftafel zit, maar ze heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze grote delen van haar leven bijzonder geïsoleerd doorbracht. ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen. Populair zijn is een morele plicht, zeker hier in de VS. Je telt alleen mee als je minstens duizend volgers hebt of voortdurend berichtjes van iedereen ontvangt. Je hoort je haast te schamen voor je behoefte aan gezelschap. Alsof toegeven dat je niet honderd procent gelukkig bent met alleen zijn betekent dat je geen goede relatie met jezelf hebt, en dat dus je eigen schuld is.

Er worden tegenwoordig zulke hoge eisen gesteld, zeker aan vrouwen. Er wordt van ons verwacht dat we extra onafhankelijk zijn. Als je ook maar een beetje aan je mannelijke partner gebonden bent, geeft de maatschappij je al snel het gevoel dat je gefaald hebt in het feministische ideaal. Dat vind ik ontzettend oneerlijk.’

Zielsverwant

Drie jaar geleden zakte schrijver Luke Goebel vanuit zijn woestijnhut af naar Ottessa Moshfeghs appartement in Los Angeles om – in zijn eigen woorden – ‘de meest geniale literaire stem van zijn generatie’ te interviewen. Na een marathon van een maand waarbij het interview alleen maar werd onderbroken voor seks en slaap, vertrok hij om vervolgens met een diamant terug te keren. De robuuste edelsteen blinkt nu samen met hun trouwring aan Moshfeghs ringvinger.

Het is een wel erg romantisch verhaal voor iemand die jarenlang zweerde bij het celibaat, omdat ‘ware liefde een illusie is’ en ‘de meeste mannen toch saai en kinderachtig zijn’, zoals Moshfegh nog beweerde in een interview met Harper’s Bazaar uit 2016.

Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven

‘Ik verafschuwde de romantische ervaringen die ik tot dan toe had. Na elke verhouding had ik het gevoel mezelf verspild te hebben. En dat klopte waarschijnlijk ook, aangezien ik niet met de juiste persoon samen was. Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven. Vlak voor ik de deur opende om mijn interviewer binnen te laten, voelde ik al dat er iets groots te gebeuren stond. “Oh shit,” dacht ik toen ik Luke zag, “daar ben je dan.” Daar klopte ineens mijn zielsverwant aan de deur, iemand die me kwetsbaarheid en zelfexpressie kwam bijbrengen. Ik had geen geweldigere ervaring voor mezelf kunnen verzinnen.’

Over de vraag of zij afhankelijk is van haar echtgenoot hoeft ze nog geen twee seconden na te denken. ‘Natuurlijk, wij zijn geen twee satellieten; we proberen als een familie samen een leven te delen.’

Wanhoop en onverschilligheid

Ottessa Moshfegh heeft nu wel het grote liefdesgeluk gevonden, maar haar personages houden er allesbehalve bevredigende relaties op na. Wanhoop en onverschilligheid tekenen hun verhoudingen, en niet zelden zijn hun verlangens vreemd of verstorend.

Dat haar protagonisten zich daarbij niet gedragen zoals van vrouwen verwacht wordt, stuit moraalridders nogal eens tegen de borst. Zo kwam bijvoorbeeld, ook vanuit feministische hoek, veel kritiek op de hoofdpersoon van Eileen: een jonge, verbitterde vrouw die in een gevangenis voor minderjarigen werkt en haar paranoïde, alcoholverslaafde vader onderhoudt. Ze is gefascineerd door haar eigen ‘oceanische’ ontlasting en de geur van haar genitaliën, en houdt er als maagd levendige verkrachtingsfantasieën op na.

‘Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend.’

Moshfegh vindt het verbazingwekkend dat mensen daar aanstoot aan nemen: in haar ogen is Eileen namelijk een perfect normaal personage, zeker in verhouding tot haar weinig liefdevolle omgeving. ‘Onze samenleving is zo verknipt dat het gewoon onmogelijk is om puur te blijven. Mij interesseert hoe mensen reageren op alle giftigheid die hen omgeeft.

De VS gaat prat op haar christelijke waarden, maar is tegelijk wel het meest destructieve land ter wereld. We weten allemaal dat de wereld naar de kloten is, waarom doen we dan alsof dat niet zo is?’

Sowieso genaaid

Moshfegh moet niets hebben van labels en noemt zichzelf noch haar werk feministisch; al was het maar omdat ze geen idee heeft waar dat woord tegenwoordig eigenlijk voor staat.

‘Natuurlijk ben ik voor gelijke rechten en tegen misbruik, maar dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik begrijp niet hoe dat feminisme kan heten. Is feminisme de MeToo-beweging? Betekent feminisme dan dat ik niet verkracht wil worden? Ik wil mijn genderidentiteit niet laten definiëren door wat een bende klootzakken andere vrouwen heeft aangedaan.

Vrouw zijn betekent voor mij niet slachtoffer zijn. Vrouwen zijn ongelofelijk krachtig, wijs, productief, vervuld van heilige energie. Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend: vrouwen zijn eeuwenlang ondergerepresenteerd en onderdrukt, dat weten we allemaal. Er vallen nog zoveel andere verhalen te vertellen. Trouwens, wat je gender ook is, je wordt sowieso genaaid. Als ik met al mijn gevoeligheden een penis had, zou ik ook problemen hebben.’

Kunst en de dood

Al Moshfeghs personages worden geplaagd door existentiële vervreemding, voortvloeiend uit de onmogelijkheid zich tot deze verwarrende samenleving te verhouden. Moshfegh zelf werd op haar vijfde voor het eerst overvallen door een overweldigend gevoel van vergankelijkheid.

‘Als kleuter had ik een soort van openbaring waardoor ik plotseling begreep ik dat ik op een dag zou sterven. Alles kwam me ineens zo zinloos voor. Ik vroeg me af waarom we daar braafjes prenten zaten in te kleuren, alsof we niet allemaal vroeg of laat doodgingen. Recentelijk ben ik mezelf gaan afvragen of ik autisme heb. Misschien was dat onbehaaglijke gevoel wel het gevolg van mijn onvermogen om bepaalde neurologische input te verwerken. Maar waarschijnlijk is dat vooral wishful thinking, vanuit de hoop dat zo’n diagnose zou verklaren waarom ik me al van jongs af aan niet op mijn plaats voel.’

Het korte verhaal ‘A better place’, opgenomen in Moshfeghs bundel Homesick for Another World, thematiseert die existentiële malaise op een metafysische, bijna folkloristische manier. Zo gelooft het piepjonge hoofdpersonage dat ze van een andere, betere plek komt; eentje waarnaar ze alleen terug kan keren door dood te gaan, of door de juiste persoon te vermoorden. In dat laatste geval zal zich een zwart gat voor haar openen als toegangspoort tot die andere, betere plek. ‘Earth is the wrong place for me, always was and will be until the day I die’, schrijft Moshfegh. Ze noemt het een van haar ‘beste, meest persoonlijke’ verhalen.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen.’

Nu ze de veertig nadert, is de vervreemding die ze als kind ervoer nog even groot.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen. Ik geloof dat het erg gezond is om je zo bewust te zijn van je eigen sterfelijkheid. Door mezelf te omarmen als een tijdelijk wezen, dat op deze aarde is gezet om zichzelf uit te drukken, kan ik me makkelijker losmaken van alle verdriet en woede die mijn gedrag stuurden toen ik jonger was.’

Zo overwon ze een depressie, eetstoornis en alcoholverslaving; demonen waarmee ook veel van haar protagonisten kampen. ‘In mijn werk staat weinig dat ik niet grondig persoonlijk onderzocht heb.’

Dat vergankelijkheidsbesef werd de voorbije jaren aangescherpt door het overlijden van Moshfeghs jongere broer, met wie ze een erg hechte band had, en de zelfdoding van haar voormalig mentor, schrijfster Jean Stein. ‘Ik ontdekte dat kunst en de dood elkaar overlappen. Ik geloof dat er een niet-wereldse sfeer bestaat waar iemands energie naartoe gaat als zijn leven op aarde beëindigd is. Dat is ook het domein van verbeelding en inspiratie. Nu ik van mensen houd die zich niet meer op deze aarde bevinden, is zowel mijn leven als mijn werk betekenisvoller geworden. Zelf ben ik niet bang voor de dood, wel voor de pijn van het sterven. Maar een eeuwigdurend leven en bewustzijn lijkt me vele malen erger dan de dood.’

Regelmaat en discipline

‘Ottessa Moshfegh is de interessantste hedendaagse auteur over wat het betekent om te leven in een tijd waarin leven verschrikkelijk voelt,’ prees critica Jia Tolentino in The New Yorker Moshfeghs talent.

In haar onverholen, van literaire trucjes gespeende taal legt ze de vinger precies op de zere plek. Ze beroert de oervervreemding die we tegenwoordig zo bedrijvig proberen verdringen.

Zo bereikte ze intussen een ware cultstatus. Maar ze is zelf de eerste om die populariteit te relativeren. ‘De mensen die mijn werk nu belangrijk en emblematisch noemen, wilden op school geen vrienden met me zijn. Maar ik ben nog steeds dezelfde; ik heb mijn schrijven niet aangepast aan de wensen van mijn lezers. Ik geloof dat ik gewoon geluk heb gehad met de culturele stroming van dit moment. Veel hipsters voelden zich aangesproken door My Year Of Rest And Relaxation (in het Nederlands vertaald als Mijn jaar van rust en kalmte, JA) omdat hun interesses toevallig samenvallen met die van de protagoniste in dat boek. Waarschijnlijk voelen velen van hen zich teleurgesteld na het lezen van Death In Her Hands. Maar dat vind ik prima; ik schrijf niet voor hipsters.’

‘Als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen.’

Sowieso trekt Moshfegh zich weinig aan van wat anderen, lezers noch critici, van haar denken; daarvoor is haar mentale welzijn haar te dierbaar. Om dezelfde reden blijft ze ook ver weg van sociale media. ‘Mijn internetgebruik blijft heel bewust beperkt tot research, e-mails en grasduinen op eBay. Zo hoop ik totale intoxicatie te vermijden.

Ik voel me het beste wanneer ik mezelf als een patiënt in een ouderwets sanatorium behandel; met veel regelmaat, routine en discipline. Zonder plan word ik angstig. Wanneer ik niet aan het werk ben of mezelf niet met interessante ervaringen voed, voelt mijn leven dom en zinloos aan. Dan voel ik letterlijk hoe elke hartslag me dichter bij de dood brengt.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Ik hou ervan om volledig in mijn schrijven op te gaan. Maar een dergelijke extase verkrijg je niet zonder discipline. Daarom geloof ik dat discipline een daad van geloof is: als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen. Ik kan tien opeenvolgende dagen geen enkele bruikbare zin op papier krijgen, maar op de elfde dag zal ik iets ontdekken. Die ontdekking is niet mogelijk zonder het voorafgaande geknoei. Zo meet ik mijn succes als schrijver niet door wat ik al bereikt heb, maar door de discipline die ik aan de dag weet te leggen.’

Het bericht Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/ottessa-moshfegh-interview/

Karlijn reist in deze hectische tijden door de VS: ‘Dit land staat op het punt over te koken’ (VIVA)

Karlijn van Houwelingen (32) is correspondent van het AD en zeven regionale kranten in de Verenigde Staten. Bijna dagelijks brengt ze nieuws en achtergronden vanuit een politiek verscheurd land in hectische tijden. ,,Ik heb altijd de lezer in mijn achterhoofd: wat zou die willen en moeten weten van wat zich hier afspeelt?”

In samenwerking met het AD

Is er nog hoop in Amerika? Correspondent Karlijn van Houwelingen reist in aanloop naar de verkiezingen dwars door het land, naar tien plaatsen die Hope heten. Vandaag deel 1: Hope, Maine. ‘Dit land staat op het punt over te koken.’

Rampzomer

Amerika smacht naar troostvoedsel. Barbecuevlees, kaasmacaroni – het vliegt de keuken van chef Andrew Bridge uit. Dat komt, denkt hij, omdat zo’n bord langzaam gerookte runderborst je in crisistijd het idee geeft dat alles normaal is. De VS beleefde een rampzomer. En toch, terwijl coronarecords werden gebroken en horecabaas na horecabaas ermee stopte, opende Bridge hier in Maine stoïcijns de deuren van zijn eerste eigen restaurant. Bij Station 118, gevestigd in een oud benzinestation, stond op dag één een rij tot om de hoek. De verwachte omzetcijfers worden naar verluidt continu gebroken. Er zijn al plannen voor meer vestigingen, het liefst langst de hele oostkust van de VS.

,,Ik denk niet zoals een normaal mens. Als de pandemie erger wordt, maak ik me wel zorgen als het zover is’’, zegt Bridge als hij de rookoven vol varkensvlees en kippendijen even met rust kan laten. Volhouden, en je vooral niet druk maken om dingen waar je geen controle over hebt – zo kun je in het gehavende Amerika van vandaag nog steeds vooruit komen, daar is hij van overtuigd.

,,Misschien heb ik het mis, al heb ik flink wat gereisd. Ik denk dat dit een van de beste landen in de wereld is. Er is een overvloed aan kansen, enorme diversiteit aan mensen, diversiteit aan ruimte – je vindt hier elk klimaat, van besneeuwde bergen tot regenwoud en woestijn. En het ligt eigenlijk allemaal voor het grijpen, als je bereid bent hard te werken, vastberaden bent, en niet luistert naar wat andere mensen zeggen.’’

Andrew Bridge (42) woont in Hope, een dorpje in kuststaat Maine. Het is mijn eerste halte op een wekenlange reis door 23 staten die ik Project Hope heb genoemd. De afgelopen maanden schreef ik zoveel deprimerende verhalen over de VS dat ik, met de verkiezingen op komst, wil weten of de Amerikanen er net zo zwaarmoedig van zijn geworden als ik. Bovendien, de eerste branden in het westen kondigen wéér een apocalyptisch bosbrandenseizoen aan, de democratie en rechtsstaat staan onder grote druk. De VS werd al geregeerd door het grote geld, de regering Trump is nu bezig van de overheid een veredelde dependance van zijn vastgoedbedrijf te maken.

Humeur

Hoe is het humeur van de Amerikanen, nu de pandemie maar slachtoffers blijft maken en het virusleed gepaard gaat met armoede? Wat doet het met ze, de tv die brandende winkelpanden en plunderaars toont? Hebben ze nog hoop voor de toekomst van de VS? Het was altijd zo’n optimistisch land, waar het enthousiasme niet op kon. Als het je ergens niet zinde, of je had jammerlijk gefaald, dan pakte je gewoon je spullen en trok je westwaarts, nieuwe kansen achterna. Klopt dat beeld nog? Het antwoord op de vragen zoek ik in tien steden en dorpen met de goedgemutste naam Hope, symbolen van het optimisme van de eerste bewoners.

Ze liggen overwegend in plattelandsgebieden, plekken waar Donald Trump zijn meest gedreven aanhangers vindt. Ongeveer een derde van de Amerikanen woont buiten steden. Trump heeft zijn presidentschap nadrukkelijk in het teken gezet van hun leefwijze. De grote stad is in zijn retoriek een wetteloos oord vol gevaar en Democraten. Hoe kijken de bewoners van small town USA naar ‘hun’ president, nu zijn regeertermijn eindigt met diepe crisis?

Hoop?

In een van de meest hopeloze weken in de moderne Amerikaanse geschiedenis pak ik mijn spullen. In Kenosha, Wisconsin, vallen twee doden als een gewapende tiener met sympathie voor Trump twee linkse betogers neerschiet. Een paar dagen later doodt een linkse demonstrant in Portland met zijn vuurwapen een rechtse tegenbetoger. Door sommige steden lopen gewapende milities, burgers vechten hun politieke meningsverschillen uit op straat. Het reisschema lijkt even heel futiel. Hoop? Het land valt uit elkaar.

Psychologenvereniging APA meldt dat de ‘collectieve mentale gezondheid’ van het Amerikaanse volk flinke klappen heeft gekregen. Maar liefst acht op de tien Amerikanen ervaart stress vanwege zorgen over de toekomst van het land. Het land waar het altijd groter, beter en meer kon, is pessimistisch geworden. Zelfs New York, baken van onverstoorbaarheid, is vergeven van verhuiswagens. Geschrokken inwoners trekken in de pandemie naar veiliger, minder dichtbevolkte oorden.

Ik sluit me met fotograaf Sergio Avellaneda tijdelijk bij die uittocht aan als we naar de schilderachtige kuststaat Maine rijden. We volgen de rotsachtige kustlijn naar het noorden, langs vuurtorentjes en vissersdorpjes die onzichtbaar blijven vanaf de hoofdsnelweg naar de Canadese grens. Zodra we de afslag richting Hope nemen verschijnen Trump-vlaggen en Trump-bordjes in de berm, soms in een visuele strijd met de Biden-bordjes van de buren. De Trumpisten winnen. In de bossen rond Hope is op een enkele boom een bordje gespijkerd waarop iemand met onvaste hand ‘Black Lives Matter’ heeft geschilderd.

Circusolifanten met artritis

Hope is een creatief, ondernemend dorp, zeggen de bewoners. Een van hen bouwt doedelzakpijpen, een ander restaureert antieke brandweerwagens. Een lokale dierenarts besloot een jaar of acht geleden een opvang in te richten voor twee gepensioneerde circusolifanten met artritis, Rosie en Opal. Het werd het einde van dokter Laurita (56). Hij struikelde in het olifantenhok en stikte toen een van de ruim 3000 kilo zware dames op zijn borst stapte. Hope Elephants bestaat niet meer. Er is wel een winkel die al sinds 1832 op dezelfde plek staat. Als je een vintage rode pickuptruck met ‘HOPE’ op de nummerplaat voorbij ziet rijden weet je: daar gaat de brandweercommandant.

,,De mensen hier hebben een sterke band, ongeacht aan welke kant van het politieke spectrum ze staan’’, zegt Heidi Kelley (37), thuisblijfmoeder van twee, en tijdelijk thuisonderwijzer nu de school van haar oudste mondkapjes verplicht en schooltijden heeft ingekort (‘het leek me nogal overweldigend, voor een 5-jarige’). De inwoners houden hun nauwe band graag in stand, dus politiek is niet toegestaan in de dorpsgroep op Facebook.

De overbuurman van Heidi Kelley kwam beleefd vragen wat ze ervan dacht, toen hij een Trump-bordje in de berm had gezet. Hij woont hier net en wilde niet dat het scheve gezichten zou geven. ,,Ik voel me soms een soort vredesstichter’’, vertelt Heidi. ,,Mijn familie is heel conservatief, en ik heb veel vrienden aan de andere kant van het politieke spectrum.”

Bijbelse waarden

De buurman hoefde zich overigens geen zorgen te maken. Ze stemde zelf in 2016 ook op Trump, en is van plan dat in november weer te doen. Niet dat ze nou zo’n fan is van de persoon Donald Trump, maar ze ziet in hem de man die Bijbelse waarden leidend maakt, door bijvoorbeeld pogingen om abortus in te perken te steunen. Haar geloof is belangrijk. Het bestrijden van buitensporig politiegeweld tegen zwarte landgenoten ook, vindt ze. ,,Maar ik wil niet zomaar ergens in meegaan om sociale status te verkrijgen. Als ik dingen op sociale media zou zetten, of een bord zou ophangen, vind ik dat het ook waar en duidelijk moet zijn in mijn leven.’’

Op de muur van de tweehonderd jaar oude schuur naast haar huis heeft Heidi Kelley een paar jaar geleden wel met kerstlichtjes het woord ‘hope’ gevormd. Omdat ze in Hope woont, en omdat het hier over een paar weken om vier ’s middags al donker is. Dan kunnen voorbijgangers wel een beetje hoop en licht gebruiken. In het dunbevolkte noorden van de VS moet je het samen zien te rooien.

Standvastig

,,De mensen in Maine, wat hun politieke voorkeur ook is, zijn wat realistischer’’, zegt chef Andrew Bridge. ,,Over een paar maanden wordt het hier koud en donker en heel stil. We zijn mentaal en emotioneel standvastig, dat maakt het mogelijk om het hier vol te houden.’’

We ontmoeten hem om zes uur ’s ochtends, als hij luistert naar De Goelag Archipel, een audioboek over Sovjet-strafkampen, terwijl hij varkensschouders marineert. Later op de dag heeft hij geen tijd. Aan het eind van de middag gaat hij naar bed, om rond twee uur ’s nachts op te staan zodat zijn klanten voor de lunch vers gerookt vlees van lokale boeren kunnen bestellen.

De inwoners van Maine zijn lokaal geteeld voedsel meer gaan waarderen, nu veel grenzen dicht zijn en de bevoorrading van grote supermarktketens lang te wensen over liet, merkt Ron Howard (66). Hij heeft de leiding op de bosbessenboerderij van de familie Brodis, die hier al zes generaties wilde bessen oogst. Wilde bosbessen zijn zoeter, gezonder en gevarieerder dan geteelde neefjes. Om de struiken te onderhouden gebruikt Howard technieken die de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika duizenden jaren geleden ontwikkelden.

Zijn schoonmoeder verhandelt elke zomer vers geoogste bessen vanuit haar huis. Maar nu een nieuw virus door het land waart leek dat geen goed idee, zoveel bezoekers over de vloer, en plukkers die in oma’s badkamer naar de wc gaan. Zo kwam het dat ook de familie Brodis juist in dit crisisjaar grote stappen heeft gezet. Vooraan op de heuvel waar de bessen groeien staat een gloednieuw winkel- en sorteerpand.

Directe verkoop aan de bewoners van Hope en omgeving moet de bessenboerderij overeind houden nu restaurants veel minder bessentoetjes verkopen. Handelaren betaalden al steeds minder voor wilde bosbessen. Ze importeren gecultiveerde bessen uit China of Mexico. ,,Veel wilde bosbessenboeren zijn ermee gestopt’’, vertelt Howard. ,,Ze kunnen maar krap een maand per jaar bessen oogsten, terwijl de bessenimport uit de rest van de wereld het hele jaar doorgaat.’’

Zorgen

Invoertarieven op buitenlandse bessen, dat zou kunnen helpen, in zijn ogen. Trump probeerde met zulke importbelastingen de afgelopen jaren verschillende Amerikaanse industrieën een steuntje in de rug te geven, tot schrik van veel voorvechters van vrijhandel. De president heeft hard gewerkt om Amerikaanse bedrijven te steunen, vindt Howard.

,,Maar we zijn hier in Maine juist de mogelijkheid om naar China te exporteren kwijtgeraakt, omdat er in de handelsoorlog gewoon minder schepen die kant op gaan. Dat raakt ons. Ik zou ongeveer dezelfde dingen gedaan willen zien, maar dan op een meer ordelijke manier, in plaats van zo’n klap met de hamer.’’ Daarom denkt hij toch voor Biden te stemmen. ,,Ik denk gewoon dat het riskant is, Trump als president. Hij zegt de verkeerde dingen op de verkeerde momenten.’’

Ron Howard maakt zich zorgen over zijn kleinkinderen van 13, 10 en 8. Ze missen onderwijs en sociale contacten, omdat ze lang niet naar school zijn geweest vanwege het virus. Toen het net opkwam dacht hij nog dat alle maatregelen een tikje overdreven waren. Dat gevoel is verdwenen sinds hij hoorde over een bruiloft in het zuiden van Maine waar in augustus bijna de helft van de gasten besmet raakte. Het leidde tot zeker 175 infecties en zeven sterfgevallen.

,,Ik verwacht een heel zwaar 2021’’, sombert Howard. Het virus verdwijnt niet zomaar, denkt hij. En meer economische problemen kan de familie Brodis niet gebruiken – als de bevolking van Hope en omgeving minder te besteden heeft worden met de hand geoogste wilde bosbessen al snel van de boodschappenlijstjes geschrapt.

Andrew Bridge maakt zich niet vaak zorgen, maar alle politieke spanningen zitten hem ook dwars. ,,Ik wil gewoon dat mensen met elkaar kunnen opschieten. We zijn op het punt dat mensen neergeschoten worden om hun politieke standpunten, of in elkaar geslagen omdat ze op mannen of vrouwen vallen.’’

Zijn zakenpartner, Troy Crane, laat het woord ‘burgeroorlog’ vallen, als de twee een moment pauze nemen op het terras van hun restaurant. ,,Iedereen staat met zijn vuisten omhoog’’, ziet Bridge. ,,Het land staat op het punt over te koken, mensen zijn waakzaam, gewapend en klaar om te vechten.’’

Het is dat hopeloos bedorven politieke klimaat dat maakt dat barbecuechef Bridge ook in het ogenschijnlijk zo saamhorige, bloeiende Hope vrijwel niemand meer vertelt op wie hij straks stemt. ,,Als ondernemer zou je wel gek zijn’’, zegt hij. De ene klant staat hier in de rij in een Trump-shirt, de volgende met Biden-logo op de borst. Hij wil alleen kwijt dat hij beide kampen ‘krankzinnig’ vindt, en niemand op het stembiljet ziet echt het beste voor heeft met het Amerikaanse volk. ,,Maar zelfs als ik zeg dat ik van allebei een beetje goed vind, kan ik zo een steen door een ruit krijgen.’’

Correspondent Karlijn van Houwelingen reist voor het AD in aanloop naar de verkiezingen dwars door het land, naar tien plaatsen die Hope heten. Tot aan de verkiezingen op 3 november, vind je iedere week haar intrigerende verhalen (ook) op onze website.

Het bericht Karlijn reist in deze hectische tijden door de VS: ‘Dit land staat op het punt over te koken’ verscheen eerst op V!VA - Niets te verbergen.

https://www.viva.nl/reizen/karlijn-reist-in-deze-hectische-tijden-door-de-vs-dit-land-staat-op-het-punt-over-te-koken/

Voerendaal gaat oplaten ballonnen verbieden (ZO-NWS Loo TV)

http://www.zo-nws.nl/sites/default/files/imagecache/webpips/images/7/ballonnen%20iStock-134421529.jpg

Ook in Voerendaal wordt het oplaten van ballonnen bij evenementen in de ban gedaan. De gemeente gaat, in navolging van veel andere gemeenten in de regio, een verbod opnemen in de APV.

Opgelaten ballonnen komen in de natuur terecht en dat slecht voor natuur en milieu. Wensballonnen kunnen bovendien natuurbranden veroorzaken.

In 2014 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin gemeenten werden opgeroepen om het oplaten van ballonnen actief tegen te gaan.

Wethouder Verbraak zegde toe een verbod in de eerstvolgende wijziging van de APV mee te nemen. Een motie van de PvdA daarover in de gemeenteraad werd vanwege de toezegging aangehouden.

 

https://www.zo-nws.nl/images/banners/banner5_bericht.jpg

https://live.staticflickr.com/65535/50289874871_157876362b_z.jpg

https://www.loo-tv.nl/content/voerendaal-gaat-oplaten-ballonnen-verbieden

INGEZONDEN BRIEF: Koers 2030: weinig groei maar veel bloei (Sliedrecht24)

Pamflet

(Foto LinkedIn Johan Lavooi)

De inleiding
Pats …..burgemeester en wethouders van Sliedrecht gooien olie op de veenbrand , die al vanaf 1975 smeult, toen burgemeester Van Hofwegen voorstelde om Sliedrecht te laten groeien naar 40.000 inwoners. Het college heeft namelijk de Kadernota 2021 uitgebracht. Dit belangrijke stuk gaat voornamelijk over woningbouwopgaven en de verdeling van maar liefst 23 miljoen van de Enecogelden. Het belangrijkste voorstel is: bouw 2500 nieuwe woningen in Sliedrecht; de helft binnen de huidige grenzen en de andere helft ten noorden van de spoorlijn. Voor alleen al het maken van de ruimtelijke ordeningsplannen door ambtenaren en bureaus wil men 2,3 miljoen + 1,7 miljoen = 4 miljoen euro uittrekken. Zo’n voorstel met zulke gevolgen heb ik in Sliedrecht nog nooit gelezen.

Bedoeling van het college is om deze nota in één keer ( a.s. dinsdag ) door de gemeenteraad te laten vaststellen. Nog niet zo lang geleden werd over dit soort zaken eerst gediscussieerd in de gemeenteraad, maar nu wordt duidelijk een andere weg gekozen. Er ligt een concreet voorstel en als de gemeenteraad daarmee instemt is er geen weg meer terug. Voor zover ik weet is er ook niet of nauwelijks met maatschappelijk betrokken organisaties, zoals de woningcorporatie Tablis Wonen, over gesproken. Het is eenrichtingverkeer. Lef kan dit college – van vooral van buitenaf ingevlogen bestuurders – niet ontzegd worden. Over de onwenselijkheid en de onmogelijkheid van hun voorstellen gaat dit pamflet.

De aanleiding
De aanleidingen zijn helder. Pro Sliedrecht is uit het college verdwenen en met name het CDA ziet kans om een aloude wens te realiseren. Het CDA wil al sinds jaar en dag richting Wijngaarden bouwen en wethouder Ton Spek heeft zijn zinnen gezet op de bouw van één of meer tunnels. De SGP is wat voorzichtiger, maar wil ook eigenlijk wel. En de PvdA is aan het twijfelen gebracht door zijn nieuwe wethouder. Maar de SGP en de PvdA willen wél de voetbalvelden verplaatsen naar het gebied ten noorden van de spoorlijn. Nog steeds een goede gedachte trouwens. Tenminste als onderdeel van een recreatief gebied, zoals ooit de bedoeling was. Echter, de grond die de gemeente nu nodig heeft is in handen van een enkele boer en projectontwikkelaar. Die laatste wil wel meewerken, mits hij dan rondom die voetbalvelden zo’n 1000 woningen mag bouwen. En zo vond dit college elkaar .

Onmogelijke aantallen
1. Allereerst over bouwen ten noorden van de spoorlijn en dat gekke aantal. Het is of het één of het ander . Of niet bouwen, of juist heel veel bouwen. Het is een volstrekte illusie om te veronderstellen dat als we gaan bouwen ten noorden van de spoorlijn, we ons kunnen beperken tot 1250 woningen. Alleen al vanwege de ontsluitingsproblemen (A-15, spoorlijn én Betuwespoorlijn ) zijn er miljoenen nodig om dit gebied bereikbaar te maken. Spek wil dat geld proberen los te peuteren van hogere overheden en zelfs uit Brussel ! Leuk voor de bühne, maar dit soort projecten kan alleen maar worden gerealiseerd als er veel woningen worden gebouwd om die kosten te dragen.

Geen illusie : als we gaan bouwen, dan betekent dat bouwen tot aan Wijngaarden en dus in 2050 een gemeente van 40.000 inwoners. 

2.Dan binnen de grenzen. Na Baanhoek-west is Sliedrecht zo goed als vol. Sliedrecht is nu al dichtbebouwd . Hoe het college denkt nog 1250 woningen te kunnen realiseren en tegelijk b.v. in Sliedrecht -Oost ( ? ) een “leefbare en toegankelijke, groen-dooraderde wijk met een mix van allerlei woningtypes en prijsniveaus“ (letterlijk citaat ) is mij een compleet raadsel. Zo’n aantal is volstrekt onmogelijk. Op wat er nog wél zou kunnen kom ik later terug.

Kortom: ten noorden van de spoorlijn kunnen we ons nooit beperken tot 1250 woningen. We gaan óf massaal bouwen of we gaan niet bouwen. En binnen de grenzen van Sliedrecht kunnen we nooit 1250 woningen proppen.

Onwenselijke aantallen.
De plannen zijn ook onwenselijk en om veel meer redenen.
1.Het college zet in op de bouw van het midden- en het hogere segment, “waardoor ook doorstroming uit het lagere segment mogelijk wordt “ . Dat schrijft men tegen beter weten in. Zo werkt het de laatste jaren in Nederland niet. Er worden nog steeds veel te veel grote eengezinswoningen gebouwd. En er is nauwelijks doorstroming. Maar er komt juist steeds meer behoefte aan betaalbare woningen voor ouderen, starters en gebroken gezinnen. En huurwoningen worden nog maar nauwelijks gebouwd, terwijl de inkomensongelijkheid enorm toeneemt. Een voorbeeld van verkeerd beleid : op de plaats van het oude ziekenhuis bouwt men straks dure appartementen. Men moet zelfs in landelijke kranten als de NRC adverteren om de huizen kwijt te raken. Hoezo bouwen voor Sliedrechters? Hoezo
doorstroming?
2.De bescherming van het Groene Hart , maar ook van de kleine dorpen in de Alblasserwaard die niet leeggezogen moeten worden.
3.Tablis- de huurdersvereniging- vraagt al jaren grond voor meer sociale woningen maar krijgt nul op het rekest.
4.Sliedrecht wordt nergens toe verplicht. Anders dan men doet vermoeden ligt er geen opdracht van de kant van de hoge overheden. Binnen de Drechtsteden is ook een aantal van 25.000 woningen een eigen leven gaan leiden. buurgemeenten zoals Papendrecht trekken zich daar niks van aan. Die hebben het ook niet over kreten als stilstand is achteruitgang.
5.Sliedrecht heeft nu al weinig “lucht”. Het is nu al arm aan bomen en ander groen, speelplekken, recreatiemogelijkheden , terrassen, ruimte voor fietsers, kortom : leefbaarheid. En dat terwijl de milieudruk ( A 15, spoorlijnen, de Merwede, de overkant ) groot is.

Moet er dan niks gebeuren ?
Zeker niet. De bevolkingsgroei in Nederland blijft nog wel even doorgaan , hoewel vooral in de Randstad door de trek naar de steden. Maar Sliedrecht kan daar maar een klein beetje aan meewerken. Mogelijkheden zijn er echter heus wel. Zelfs met behoud van de kleinschaligheid van de dijk ( met de lintbebouwing verdraagt dat authentiek stukje Sliedrecht zich niet met hoogbouw – dus ook niet op het Watertorenterrein).

Om te beginnen Het Oog van Hardinxveld-Giessendam. Ooit door de Provincie aangewezen als buffer voor het geval er grootschalige woningbouw nodig zou zijn. Nu door Hardinxveld-Giessendam – op een stukje bedrijfsterrein na- feitelijk in de koelkast gezet. Een gigantisch gebied tussen de spoorlijn en de Betuwelijn. Maakt geen onderdeel meer uit van het Groene Hart! Een perfecte woonlocatie met nu al een station. Er is bij mijn weten na 2014 nog nooit serieus met Hardinxveld-Giessendam over dit gebied gesproken. En dat terwijl Hardinxveld-Giessendam tegenwoordig deel is van de Drechtsteden. Waarom wordt er niet wat groter, wat regionaler, gedacht ?

Omdat we willen dat onze kinderen in Sliedrecht kunnen blijven wonen ? Wat vinden onze kinderen van die wens ? Gaat het hen om kwaliteit of om gemeentegrenzen ? Als je in Hardinxveld woont en je moeder in Sliedrecht zit je binnen een kwartier op de fiets op de koffie.

Dan het centrum. Het Burgemeester Winklerplein leent zich bij uitstek om hoogbouw. Eén of twee architectonisch mooie hoge gebouwen (waarom bouwen we dat soort dingen in Sliedrecht nooit?) met onder het plein een parkeergarage. Waardoor op het plein ook weer meer mogelijkheden zijn, zoals de herleving van een grote weekmarkt tot een regionale trekker zoals die vroeger was; de kermis, terrassen. En natuurlijk het dorpshuis waar zo’n behoefte aan is in het centrum van ons dorp. Wist u dat men in 1957 al met die gedachte speelde?

En natuurlijk De Kerkbuurt. Een winkelpromenade die nooit meer op het oude niveau zal terugkomen. Het winkelbestand is tot de helft ingekrompen en staat deels leeg . Durf daar nog meer af te breken, zolas aan het oostelijk eind naast Kramer. En bouw op de vrijgekomen plekken middelhoge appartementen voor ouderen, starters en eenoudergezinnen.

Bruisen, bloeien
Dit pamflet heet “weinig groei, maar veel bloei “ . Het bestaande Sliedrecht kan nog maar een beetje groeien , maar dat hoeft de bloei niet in de weg te staan. Daarvoor is natuurlijk meer nodig dan bouwen. Het college vraagt daar terecht aandacht voor. Sliedrecht mag wat meer bruisen, schrijft men. Maar het wordt in tegenstelling tot de ruimtelijke ordening wat mager uitgewerkt. Het zou mooi zijn als het college en de raad daar apart bij stil staan. De behandeling van de Kadernota zou wel eens teveel in beslag genomen kunnen worden door de ambitie van het college om te groeien en het uitgeven van de 23 miljoen van de Enecogelden. Over de keuzes die daarin worden gemaakt zou trouwens ook een apart pamflet geschreven kunnen worden. Nieuwe voetbalvelden en een dorpshuis kunnen er makkelijk uit betaald worden.

Meer maatschappelijke discussie over alle elementen van de Kadernota is zeer wenselijk. Want het is op zichzelf een mooie steen in de vijver. Als de bevolking wél gevraagd wordt naar de gewenste eigenschappen van de nieuwe burgemeester ( wat zinloos is omdat de benoeming daarvan één groot politiek spel in de duisternis is ) , waarom dan geen brede maatschappelijke discussie over deze Kadernota?

Toeristisch havenfront, afbreken brandweerkazerne, gemeentehuis met horeca ,Elektra verbouwen, 23 miljoen verdelen; noem maar op… de nota is prikkelend genoeg.

Zit de bevolking en de raad er voor Spek en bonen bij?

Sliedrecht, 24 september 2020
Johan Lavooi

Brieven worden 1 op 1 overgenomen. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid van een ingezonden brief. Plaatsing houdt niet in dat de redactie achter de inhoud van het bericht staat. Een brief wordt uitsluitend geplaatst als de bron bij ons bekend is. De naam van de afzender wordt onder het artikel geplaatst. NAW- en e-mailgegevens worden niet openbaar gemaakt. Een ingezonden brief plaatsen we onverkort, soms ook omdat er geen artikel over het onderwerp op online krant Sliedrecht24 is verschenen.

Redactie Sliedrecht24

Het bericht INGEZONDEN BRIEF: Koers 2030: weinig groei maar veel bloei verscheen eerst op Sliedrecht24.

https://sliedrecht24.nl/ingezonden-brief-koers-2030-weinig-groei-maar-veel-bloei/

Succescoach Frank de Boer in beeld bij Oranje (GeenStijl)

O jongens, FRANK DE FOKKING BOER

https://image.gscdn.nl/image/c7b0f4fcc5_ANP-345519979.jpg?h=True&txt=%C2%A9ANP&txtalign=bottom%2Cright&txtclr=%23FFFFFF&txtshad=10&w=880&s=8fe740cca98d90435a4464f46aecded0

https://image.gscdn.nl/image/e837f824c4_ANP-345519979.jpg?h=True&txt=%C2%A9ANP&txtalign=bottom%2Cright&txtclr=%23FFFFFF&txtshad=10&w=880&s=6efcdab0eb14d59b2fb50d9e2e042648

Frank de Boer lijkt de nieuwe bondscoach van het Nederlands elftal te worden. Frank de Boer, naar wie het jeugdcomplex van Ajax is vernoemd; 'De Toekomst' heet nu 'De Frank de Boer', en de slogan van het jeugdcomplex blijft verder hetzelfde: "De jeugd heeft de Frank de Boer". Uiteraard vanwege het oogstrelende voetbal dat Ajax tussen 2010 en 2016 speelde. Er loopt een procedure om de Rinus Michelslaan in Amsterdam Bos & Lommer te hernoemen naar de veruit superieure oefenmeester Frank de Boer, de Frank de Boerenplaats. Daar woont Fatima, die iedere vrijdag naar de Al-Rayyan Frank de Al-Boermoskee trippelt in haar mooiste Frank de Boerka. Het is eigenlijk veel te weinig eer voor Frank, de man naar wie het stadion van kleine krabbelaar Johan Cruijff eigenlijk vernoemd zou moeten worden: de Frank de Boerdome. Nee, dan Milaan, waar ze de beste trainer ooit wel op waarde schatten, onder meer door hem te eren met een heuse straat: de Via Frank il Contadino. De bekendste pizzatoko van Milaan heeft de lekkerste pizza, de Quattro Frank de Boer, na de eerste van nul landstitels vernoemd naar onze nieuwe bondscoach, de beste Nederlandse clubtrainer van de laatste honderd jaar. In Engeland, waar alle andere succescoaches met tranen in de ogen terugdenken aan de prestaties van Frank de Boer, zijn alle parken in Zuid-Londen vernoemd naar Frank de Boer. Natuurlijk, Selhurst Frank, het stadion van zijn voormalige werkgever Crystal Palace, maar ook Grangewood Frank, South Norwood Recreation Frank, Betts Frank, enzovoorts. Iedere avond om 19.00 uur (Engelse tijd) komen de fans van Crystal Palace bijeen bij het standbeeld van Frank de Boer om evenveel minuten te applaudisseren als alle doelpunten die Crystal Palace onder Frank de Boer heeft gemaakt in de Premier League: nul. Toen het bestuur van Crystal Palace realiseerde dat Frank de Boer veel te veel kwaliteiten heeft voor hun bescheiden club besloten ze hem een stap hogerop te gunnen, naar de Amerikaanse gigantenvereniging Atlanta United. Nog voordat Frank de Boer was geland op Hartsfield-Jackson Airport was de naam van het vliegveld al veranderd in De Boer-Frankronald Vliegveld. Omdat iedereen zo tevreden was over Frank de Boer besloot men de jaarlijkse bosbranden naar de Nederlander te vernoemen, en zo kon het dat 'Fire De Boer' wekenlang trending topic was op de sociale media. Na zijn glorieuze zegetocht over de Amerikaanse velden, met heel veel overwinningen en heel veel doelpunten, nam De Boer afscheid, omdat Real Madrid, Manchester City en Bayern München in de rij stonden voor de handtekening van 'de Guardiola van Hoorn'. Gelukkig voor ons Nederlanders lijkt Frank de Boer te gaan kiezen voor het Nederlands elftal. Wat hebben wij een geluk.

[Hé Siri, selfdestruct dit topic op 11 juli 2021 bij Europese titel Nederlands elftal]

https://www.geenstijl.nl/5155416/truus-geef-louis-ff-vrij/