Ruim een eeuw vrijwillige brandweer in Castricum (De Castricummer)

Foto boven:
De brandspuit ‘Otto’ die in 1920 door de gemeente werd gekocht en nog te bewonderen is. (Foto: Oud-Castricum)

Castricum – Vanwege corona kon het honderdjarig bestaan van de Vrijwillige Brandweer Castricum twee jaar geleden niet worden gevierd. Dit jaar gebeurt dat alsnog met als hoogtepunt een open dag op zondag 26 juni.

Door Hans Boot

Volgens het 18e Jaarboek (1995) van Oud-Castricum is de brandweer in Castricum tot 1920 gebrekkig georganiseerd. Er is wel een korps, maar dat bevat veel te veel manschappen en kan daardoor niet efficiënt functioneren. Burgemeester Lommen brengt daar verandering in en zorgt voor een nieuwe verordening. Er wordt uitgekeken naar geschikte personen voor het nieuwe korps. Dat resulteert in de oprichting van de Vrijwillige Brandweer op 11 februari 1920. In hetzelfde jaar gaat de gemeente over tot de aankoop van een motorspuit, die de naam ‘Otto’ draagt en nu staat opgesteld in de brandweerkazerne op de hoek van de Burgemeester Boreelstraat en de Brakenburgstraat.

De aansluiting van Castricum op het waterleidingnet in 1925 is ook voor de brandweer van grote betekenis geweest. Na de tweede wereldoorlog heeft de Castricumse brandweer zich bijzonder ontwikkeld en zijn er door de komst van beter materiaal grote successen geboekt. Vele korpsen en vrijwilligers hebben, soms met gevaar voor eigen leven, zich ingezet voor de bestrijding van talloze branden en andere calamiteiten in ons dorp. Redenen genoeg dus om aandacht te schenken aan het verlate jubileum van deze belangrijke organisatie.

https://www.castricummer.nl/wp-content/uploads/2022/06/Ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-Castricum-2-Foto-Oud-Castricum-1024x726.jpg

Het korps in 1971. (Foto: Oud-Castricum)

Gedrevenheid

Het is op dinsdagavond gezellig druk in de kazerne die sinds 1955 het onderkomen is van de Vrijwillige Brandweer Castricum. Daarvoor geeft de huidige postcommandant Jacques van Beek, die de algehele coördinatie en administratie bewaakt, de volgende toelichting: ,,Het is de vaste avond waarop de korpsleden bij elkaar komen. Doorgaans wordt er dan ook geoefend. Dat houdt bijvoorbeeld het blussen van een duinbrand, hulpverlening als het open knippen van auto’s of het verhelpen van stormschades, wateroverlast en liftopsluitingen in. In feite doen we alles waarbij de burger geholpen moet worden.’’

Het korps bestaat momenteel uit 22 leden, waarvan twee dames. Oud-lid Wilma Gorter was een van de eerste vrouwelijke manschappen. Zij brengt nog graag een bezoekje aan de kazerne en blikt terug: ,,Ik vond het een superinteressante tijd vanwege de broederschap. Bij de brandweer betekent het vrijwilliger zijn iets extra’s, omdat je letterlijk en figuurlijk voor elkaar door het vuur gaat.’’

Over het antwoord op de vraag wat de kracht is van het korps, hoeft de commandant niet lang na te denken: ,,Dat is het enthousiasme en gedrevenheid van de gehele groep. Die is zeer uniek en divers en staat altijd voor een ander klaar.’’

https://www.castricummer.nl/wp-content/uploads/2022/06/Ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-Castricum-3-Foto-Oud-Castricum-1024x685.jpg

Strandpaviljoen Albatros ging in juni 2007 in vlammen op. (Foto: Oud-Castricum)

Spectaculaire branden

Het is snel duidelijk dat er nogal wat bij komt kijken voordat iemand zich brandweerman of -vrouw mag noemen. ,,In de eerste plaats moet je in de groep passen. Voordat je aangenomen wordt, willen we weten wat voor vlees we in de kuip hebben en laten we de kandidaat een aantal weken meelopen. Dan bepaalt de groep of hij of zij wordt aangenomen. Als het resultaat positief is, volgt een medische en fysieke keuring en start je met een opleiding voor manschap die een of twee jaar duurt. Na het afleggen van twee examens met goed gevolg, mag het nieuwe lid worden ingezet’’, aldus Van Beek. Hij voegt daar nog aan toe dat iedereen, wat de rangen betreft, begint als aspirant. Vervolgens word je manschap en behoort specialisatie als chauffeur of bevelvoerder nog tot de mogelijkheden.

Over de ervaring met spectaculaire branden kunnen met name de neven Pascal en Ronald Sprenkeling meepraten. Zij traden in november 1998 toe tot het korps en zijn nu de langst zittende leden. Pascal: ,,Voorbeelden van grote branden, die wij hebben meegemaakt, zijn die van negentien lokalen van het Bonhoeffer College, strandpaviljoen Albatros, de boerderij van Dam en de duinbrand bij De Kruisberg. Ook het ongeval met twee vrachtwagens op de spoorwegovergang voor het huidige restaurant ‘Bij de buurvrouw’ was heel heftig. Natuurlijk moeten we ook wel eens uitrukken voor een futiliteit, maar we kunnen het risico niet lopen dat er niets aan de hand is.’’

https://www.castricummer.nl/wp-content/uploads/2022/06/Brandweer-Castricum-Foto-Rens-Harzing-Fotografie-1024x439.jpg

Een deel van het huidige korps. (Foto: Rens Harzing Fotografie)

Open dag

Na een coronapauze van ruim twee jaar wordt er op zondag 26 juni uitgebreid stil gestaan bij ruim een eeuw Vrijwillige Brandweer Castricum. Van 10.00 tot 16.00 uur vinden er voor jong en oud diverse demonstraties en leuke activiteiten plaats in de kazerne aan de Burgemeester Boreelstraat 1. Daarna vieren (oud)korpsleden het jubileum tijdens een receptie en feestavond.

Tot slot laat de postcommandant weten dat nieuwe leden altijd van harte welkom zijn in verband met de verwachte vergrijzing in de komende jaren. Belangstellenden kunnen hiervoor contact opnemen met Jacques van Beek via e-mail jvbeek@vrnhn.nl.

https://www.castricummer.nl/wp-content/uploads/2022/06/Ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-Castricum-5-Foto-Hans-Boot-1024x683.jpg

Postcommandant Jacques van Beek. (Foto: Hans Boot)

Felicitatie

Sinds jaar en dag is de burgemeester het hoofd van de brandweer. Daarom wilde Toon Mans ook graag een duit in het zakje doen: ,,Als burgemeester ben ik trots op de brandweerpost Castricum. Al honderd jaar staan ze bij nacht en ontij klaar om onze inwoners te helpen! In al die jaren hebben de korpsen enorme veranderingen en ontwikkelingen meegemaakt en toch bleven ze steeds paraat. Ik wil ze hierbij van harte feliciteren met het honderdjarig bestaan. Als burgemeester ga ik vaker op bezoek bij honderdjarigen om hen te feliciteren, dus dat doe ik ook op de open dag op 26 juni.’’

https://www.castricummer.nl/wp-content/uploads/2022/06/Ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-Castricum-6-Foto-Hans-Boot-1024x683.jpg

De neven Pascal en Ronald Sprenkeling. (Foto: Hans Boot)

The post Ruim een eeuw vrijwillige brandweer in Castricum appeared first on De Castricummer.

https://www.castricummer.nl/ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-castricum/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=ruim-een-eeuw-vrijwillige-brandweer-in-castricum

Na deelname ‘Ik Vertrek’ zorgden corona en natuurbrand voor flinke kopzorgen bij Jurgen en Marieke (AD show)

Een coronapandemie, deelname aan Ik Vertrek, enorme vuurzeeën dicht bij huis. De Achterhoekers Jurgen Lieftink en Marieke Legters hoefden zich op hun thuiseiland Sardinië niet te vervelen. ,,Het had inderdaad wel wat minder gemogen”, klinkt het met een glimlach. Maar gelukkig een happy end: hun Bed & Wine kreeg van Tripadvisor de titel ‘Travellers Choice 2022'.

https://www.ad.nl/show/na-deelname-ik-vertrek-zorgden-corona-en-natuurbrand-voor-flinke-kopzorgen-bij-jurgen-en-marieke~a16d74d2/

Na deelname ‘Ik Vertrek’ zorgden corona en natuurbrand voor flinke kopzorgen bij Jurgen en Marieke (De Stentor voorpagina)

Een coronapandemie, deelname aan Ik Vertrek, enorme vuurzeeën dicht bij huis. De Achterhoekers Jurgen Lieftink en Marieke Legters hoefden zich op hun thuiseiland Sardinië niet te vervelen. ,,Het had inderdaad wel wat minder gemogen”, klinkt het met een glimlach. Maar gelukkig een happy end: hun Bed & Wine kreeg van Tripadvisor de titel ‘Travellers Choice 2022'.

https://www.destentor.nl/achterhoek/na-deelname-ik-vertrek-zorgden-corona-en-natuurbrand-voor-flinke-kopzorgen-bij-jurgen-en-marieke~a16d74d2/

Na deelname ‘Ik Vertrek’ zorgden corona en natuurbrand voor flinke kopzorgen bij Jurgen en Marieke (De Gelderlander Achterhoek)

Een coronapandemie, deelname aan Ik Vertrek, enorme vuurzeeën dicht bij huis. De Achterhoekers Jurgen Lieftink en Marieke Legters hoefden zich op hun thuiseiland Sardinië niet te vervelen. ,,Het had inderdaad wel wat minder gemogen”, klinkt het met een glimlach. Maar gelukkig een happy end: hun Bed & Wine kreeg van Tripadvisor de titel ‘Travellers Choice 2022'.

https://www.gelderlander.nl/bronckhorst/na-deelname-ik-vertrek-zorgden-corona-en-natuurbrand-voor-flinke-kopzorgen-bij-jurgen-en-marieke~a16d74d2/

Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten (Vrij Nederland)

Dit is een verhaal van Progressief Café. Deze groep van denkers focust zich de komende tijd op de Europese Unie en solidariteit. Hier vind je meer van hun verhalen.

Er waait een nieuwe wind door het ministerie van Financiën als het gaat om Europa: de nadruk op zuinigheid, discipline en striktheid is vervangen door een focus op investeren en hervormen. Waar de voormalig ministers van financiën Jan Kees de Jager (CDA), Jeroen Dijsselbloem (PvdA) en Wopke Hoekstra (CDA) bekend stonden om hun harde houding richting ‘het Zuiden’ en een coalitie van landen aanvoerden die hamerden op strikte naleving van de begrotingsregels, de zogenaamde ‘vrekkige’ landen, slaat de nieuwe minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) een heel andere toon aan.

Terwijl Hoekstra zich als minister van Financiën bij de start van de pandemie nog met man en macht verzette tegen een Europees coronaherstelfonds – Zuidelijke lidstaten moesten maar leren de eigen broek op te houden – noemde Kaag het fonds dat er uiteindelijk toch kwam in haar Europalezing van 9 maart ‘een van de bouwstenen’ om de Europese economieën sterker te maken en benadrukte ze het belang van snellere groei van relatief arme landen.

In een brief aan de Kamer stelde Kaag zelfs onomwonden dat ‘draagvlak voor strikte toepassing van regels en effectieve handhaving’ niet alom aanwezig is onder de Europese ministers van Financiën – een erkenning van formaat gezien de Nederlandse traditie van havikachtig begrotingsbeleid. Tot verrassing van vriend en vijand deelde Kaag begin april een paper dat ze samen met haar Spaanse ambtsgenoot Nadia Calviño had opgesteld. Hierin pleiten de ministers onder andere voor specifieke, per land verschillende, ‘groei-vriendelijke’ plannen – een flexibiliteit die duidelijk een breuk vormt met het verleden van ‘regels zijn regels’.

Deze toon sluit aan bij een bredere trend die gaande is in Europa, namelijk de roep om flexibeler begrotingsregels en meer investeringsruimte. Eind mei maakte de Europese Commissie bekend dat de zogenaamde ‘ontsnappingsclausule’ voor de Europese begrotingsregels tot 2024 actief blijft. Dat betekent dat de limieten van 3 procent voor het begrotingstekort en 60 procent voor de staatsschuld, die tijdens de pandemie tussen haakjes werden gezet, tot 2024 niet zullen gelden. Daarmee houden landen de ruimte om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden.

De ontsnappingsclausule was niet de enige maatregel die de EU nam tijdens de pandemie om landen te ondersteunen. Een doorbraak was zeker ook het al eerdergenoemde coronaherstelfonds waarvoor de EU-lidstaten gemeenschappelijk lenen. Een pot geld waarmee de Europese Commissie bijna 750 miljard aan subsidies en leningen beschikbaar stelt. Inmiddels is bijna al dit geld verdeeld en zal het de komende jaren worden besteed. Dit geld moet naast het bestrijden van de economische gevolgen van de pandemie ook bijdragen aan andere grote uitdagingen waar de EU voor staat, zoals de duurzame energietransitie en de digitale transitie.

Ook heeft de Commissie de herziening van het Europees economisch bestuur, waaronder de begrotingsregels, na een coronapauze weer opgepakt. ‘Never waste a good crisis’ klinkt het nu door Europa: er is momentum om nieuwe afspraken met elkaar te maken over flexibeler regels die herstel stimuleren en het mogelijk maken te investeren in duurzaamheids- en technologische transities.

hoogoplopende spanningen

Met de hierboven genoemde noodmaatregelen koos de EU tijdens de pandemie voor een andere aanpak dan bij de Eurocrisis, waar de strenge maatregelen zorgden voor hoogoplopende spanningen tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten, en binnen de landen zelf, waar de werkloosheid snel opliep (het Zuiden) of luid werd geklaagd over het vergooien van belastinggeld aan potverteerders (het Noorden).

Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen.

Toch zijn hiermee nog niet alle problemen opgelost. Want de schulden van veel lidstaten zijn zeer hoog. In Griekenland is de staatsschuld 193 procent van het bbp, in Italië 151 procent. Ook laat de klimaatcrisis zich steeds heviger voelen, met bosbranden in het Zuiden en overstromingen hier. De klimaatverandering zal Zuid-Europa ook aanzienlijk harder treffen. Het is daar al heter en droger dan in het Noorden, en de temperatuur loopt daar naar verwachting ook sneller op. Ondertussen vergrijst de EU, blijft de productiviteit achter en stijgt de ongelijkheid over het hele continent.

Tegelijkertijd kampen de landen van de EU bij elkaar opgeteld met een groen financieringstekort van maar liefst 520 miljard per jaar. Lidstaten moeten dus veel meer geld gaan uitgeven om hun klimaatdoelen op tijd te realiseren en om zich te wapenen tegen de veranderingen die al hebben plaatsgevonden in het klimaat.

Om dit soort uitdagingen het hoofd te bieden, zijn de begrotingsregels cruciaal. Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen: flexibelere en per lidstaat specifieke begrotingsregels, duurzaamheidsindicatoren en doelen naast de huidige macro-economische doelen en in vervolg op het coronaherstelfonds dat in 2026 afloopt tijdelijke transitiefondsen die ook de meest schuldbeladen lidstaten in staat stellen om de benodigde investeringen te doen.

In de eerste plaats dienen de strenge en arbitraire begrotingsregels te worden aangepast. De regels stammen uit de jaren 90 en zijn gebaseerd om de toenmalige EU-gemiddelden. Een tijd dat de rente op staatsschuld in Nederland 10 procent was. Inmiddels schommelt die alweer jaren rond de 0 procent. Daarmee zijn aanzienlijk hogere schuldniveaus houdbaar. Zelfs een land als Italië betaalt ondanks zijn hoge schuld nu jaarlijks veel minder aan rente dan in de jaren 90. Toen piekte deze op meer dan 25 procent van de overheidsinkomsten. Nu is dat 8 procent.

Ook konden de opstellers van het Verdrag van Maastricht zich geen voorstelling maken van de schade die klimaatverandering de economie doet. Dit voorkomen is de best denkbare investering mogelijk voor de EU. Net als investeren in de kracht van de Europese economie. Daardoor kan de afhankelijkheid van de VS afnemen, die een veel minder betrouwbare partner is gebleken dan na de val van de muur werd gedacht, en ook van China en andere landen die alsmaar autocratischer opereren.

De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen.

In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat er limieten moeten zijn voor het overheidstekort en de staatsschuld. Dit gebod afschaffen zou een Verdragswijziging impliceren – voorlopig nog een taboe aan de Europese onderhandelingstafel. Bovendien zijn gemeenschappelijke regels ook verstandig, gegeven de onderlinge afhankelijkheid tussen de eurolanden.

Uit een rapport van de Raad van State van februari blijkt echter dat de hoogte van deze limieten, de 3 procent voor het begrotingstekort en de 60 procent voor de staatsschuld, wel kunnen worden verruimd en per land op maat gemaakt. Daarmee kunnen landen meer tijd krijgen om hun schulden af te bouwen. Per land kan gekeken worden naar wat realistisch en haalbaar is. Om het protocol bij het Verdrag waar deze getallen in zijn vastgelegd te wijzigen is wel unanimiteit in de Raad van ministers van Financiën vereist.

Ten tweede is drastische vergroening van het Europees economisch bestuur vereist. Dat begint met de vergroening van de zogenaamde macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP). De MEOP is bedoeld om macro-economische problemen in Europa te identificeren en aan te pakken. Op dit moment richt dit instrument zich nog niet op klimaat of de circulaire economie. Dat terwijl deze wel grote macro-economische gevolgen hebben. De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen en hardere afspraken maken over het beprijzen van vervuilende activiteiten.

Tot slot moeten er nieuwe Europese fondsen in het leven worden geroepen. Het Europees coronaherstelfonds biedt hiervoor een goed model. Deze is gericht op gemeenschappelijke Europese doelen, wordt gemeenschappelijk gefinancierd en kijkt welke landen de meeste steun nodig hebben. Alleen zo kunnen de zuidelijke landen de investeringen doen die uiteindelijk in het belang van alle lidstaten zijn. Deze landen krijgen toegang tot het geld als ze hervormingen doorvoeren die hun economie sterker en duurzamer maakt.

De nieuwe transitiefondsen kunnen focussen op het verbeteren van de productiviteit en het versterken van arbeidsmarkten, groene investeringen die aansluiten bij de Europese Green Deal en sterkere instituties. De Green Deal kampt namelijk nu nog met het eerdergenoemde ‘financieringsgat’ van meer dan 500 miljard euro per jaar.

Alleen zo is het mogelijk om de grensoverschrijdende infrastructuur te bouwen die nodig is om Europa echt als een geheel te laten functioneren. Met hogesnelheidslijnen die vliegen overbodig maken, met pijpleidingen waar nu het gas en straks de waterstof doorheen kan stromen over de landsgrenzen heen.

meer betalen

Deze voorstellen impliceren wel dat rijke lidstaten zoals Nederland meer gaan afdragen. Maar dat is de enige manier om de gemeenschappelijke munt en markt, waar Nederland als open handelsland veel aan te danken heeft, te behouden. Het zal namelijk zorgen voor een stabieler en welvarender Zuid- en Oost-Europa, wat uiteindelijk in ieders belang is.

Bovendien is het alternatieve scenario, terug naar de oude regels en de disciplinerende werking van de markt, geen reële optie. Opnieuw vasthouden aan de beklemmende begrotingsregels zou met name landen met hoge schulden enorme schade toebrengen. De volgende eurocrisis is dan een feit. Daarnaast heeft de markt onvoldoende oog voor wat sociaal en ecologisch houdbaar en wenselijk is. Hier komt nog eens bij dat het onwaarschijnlijk is dat méér marktwerking bijdraagt aan een van de belangrijkste doelstellingen uit het Verdrag van Maastricht: dat de lidstaten economisch meer naar elkaar toe groeien, tegelijkertijd een voorwaarde voor een gezamenlijke stabiele munt.

Door te breken met haar ‘vrekkige’ traditie maakt Nederland een nieuw begrotingspact voor een sociaal en groen Europa mogelijk. Daarmee kunnen de EU-lidstaten weer naar elkaar toegroeien, een voorwaarde voor een stabiel continent, het oude ideaal van de Europese Unie. Daar zijn alleen wel nieuwe regels en instituties voor nodig.

Het bericht Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/eu-strenge-begrotingsregels/