Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ (Vrij Nederland)

‘Ik heb nogal een dramatische week achter de rug,’ vertelt de 39-jarige Amerikaanse schrijfster met Iraans-Kroatische wortels wanneer we elkaar via Zoom spreken. De Californische bosbranden grepen zo ongecontroleerd om zich heen dat Ottessa Moshfegh, haar echtgenoot en hun twee honden de ene brandhaard per ongeluk voor de volgende vuurlinie verruilden.

‘We reden dwars door gigantische rookpluimen van Oregon, waar ik op retraite was, naar ons huis in Pasadena, een voorstad van Los Angeles. We wonen aan de voet van een groot gebergte, dat bij aankomst in lichterlaaie bleek te staan. Toen we bij het verblijf van mijn echtgenoot net buiten Palm Springs aankwamen, begon het ook daar te branden.

Nu verblijven we in de frisse lucht van Wyoming. Ik nam alleen het essentiële mee: mijn computer, wat printjes van komende projecten, het Perzisch huwelijkstapijt van mijn grootmoeder en mijn paspoort. Niet dat Amerikanen momenteel het land uit kunnen, maar toch. Het was erg angstaanjagend allemaal, maar nu berust ik. Ik geloof erg in het lot; wat moet gebeuren, zal gebeuren.’

Het ‘fucking enge’ jaar 2020

Haar zenuwen stonden het voorbije jaar wel vaker op springen, blikt de schrijfster terug op het ‘fucking enge’ jaar dat 2020 was. Want nog griezeliger dan de pandemie of de bosbranden vindt Moshfegh het politieke klimaat in de Verenigde Staten. ‘Er waren weliswaar enkele hoopvolle momenten, zoals de Black Lives Matter-protesten. Even leefde het Amerikaanse samenhorigheidsgevoel weer op, maar onvoldoende om op te wegen tegen de vrees dat dit land steeds meer op een fascistische staat lijkt. De uitkomst van de aanstaande verkiezingen zal hoe dan ook omstreden zijn. Trump heeft laten weten dat hij niet zal opgeven; dat is een duidelijke oorlogsverklaring.

Ik ben niet de enige die gelooft dat we het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten, als dat zou kunnen. Veel linkse liberalen, die toch voldoende geld hebben om comfortabel te leven, zijn ernstig verontrust. Om nog maar te zwijgen van de Trumpkiezers: die bewapenen zich alsof er een gigantische muiterij op komst is. Terwijl het alleen maar door hun eigen toedoen tot een dergelijke escalatie kan komen.’

Moshfegh zegt het allemaal zonder een spier te vertrekken. Diezelfde droge scherpte kenmerkt haar werk. Als auteur grossiert ze in eenvoudige, maar pijnlijk rake observaties; zo laconiek opgeschreven dat het hartverscheurend hilarisch wordt.

‘Ondanks alles zal ik waarschijnlijk toch in de VS blijven,’ vervolgt ze. ‘Dat heeft niets met identiteitsgevoel te maken, het is eerder zo dat ik mijn familie niet wil achterlaten. Mijn ouders zijn eind zeventig; zij gaan hun leven nu niet meer omgooien. En ik wil mijn zus en nichtjes niet missen.’

Existentiële verlossing

Ottessa Moshfegh groeide op als dochter van muzikale migranten in Newton, Massachusetts. Haar Iraanse vader en Kroatische moeder leerden elkaar kennen op het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Ze vestigden zich in de Verenigde Staten toen Iran geen optie meer was omdat daar de Islamitische Revolutie was uitgebroken. Ze speelden in allerlei orkesten, gaven les aan het New England Conservatory en voedden drie kinderen op.

Materieel waren de Moshfeghs minder bemiddeld dan de meeste van hun buren, maar cultureel waren ze uiterst gefortuneerd. Zo leerde de jonge Ottessa al piano spelen nog voor ze een woord kon lezen. ‘Klassieke muziek heeft mijn idee van verlichting erg bepaald. Ik heb altijd geloofd dat ik door hard werk, toewijding en discipline uiteindelijk zo vrij zou zijn dat ik alles kon bereiken wat ik maar wilde. Als schrijver slaag ik daar ondertussen grotendeels in, maar mijn ideeën blijven vooralsnog beter dan de uiteindelijke romans. Ik heb het gevoel dat ik nog maar aan het begin sta.’

‘Ik beschouw mijn schrijven als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Behalve die vroegrijpe notie van existentiële verlossing gaven haar ouders haar ook historisch perspectief mee. Zo vochten de ouders van haar moeder bij het Joegoslavische partizanenleger tegen Nazi-Duitsland. Haar vaders familie vluchtte, nadat al hun bezittingen in beslag waren genomen, uit Iran tijdens de islamitische omwenteling van 1978-1979.

‘Binnen mijn familie bestaat dus wel enige ervaring met staten die het fascisme omarmen,’ vat Moshfegh samen. ‘Maar van mijn grootouders’ activisme heb ik niets geërfd. Ik heb het simpelweg niet in me. Op sommige vlakken ben ik erg sterk, maar op andere behoorlijk fragiel. Ik ben dus meer geneigd te denken: redde wie zich redden kan. Maar ik beschouw mijn schrijven wel als een forum voor radicaal activisme, ook al is het niet per se politiek.’

Onbeschaamd onbeduidend

Een zuiplap van een matroos die per ongeluk zijn enige vriend vermoordt, een rijke jongedame die meent dat een jaar slapen de enige manier is om een betere versie van zichzelf te ontwikkelen, een weduwe die vanuit haar blokhut een moordmysterie probeert op te lossen dat ze misschien zelf verzon: al Moshfeghs protagonisten brengen meer tijd in hun eigen hoofd door dan met anderen. Het isolement van de hoofdpersonages is de grote gemene deler van haar verhalen, hoe verschillend ze ook zijn.

Onlangs verscheen haar derde roman Death in Her Hands (in het Nederlands verschenen bij De Bezige Bij als De dood in haar handen, vertaald door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman). Het is Moshfeghs hoogsteigen versie van een whodunnit. Het onopmerkelijke bestaan van weduwe Vesta Gul en haar wispelturig hondje wordt overhoopgehaald door de ontdekking van een vreemd briefje in het bos. ‘Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’

Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval

Maar van een lijk is geen sprake. Is Magda misschien een vrucht van Vesta’s verbeelding, een uitvlucht om haar gedachten gaande te houden en haar verstand niet te verliezen? Of is het omgekeerd en laat de moord op Magda Vesta langzaam in waanzin verglijden?

Volgens Moshfegh is het in de eerste plaats een verhaal over eenzaamheid. Dat het boek verscheen in een tijd waarin sociaal isolement het nieuwe normaal is, is puur toeval. Moshfegh schreef de roman namelijk al een hele poos terug, tijdens haar ‘persoonlijke Jezusjaar’, oftewel de existentiële crisis die haar trof op haar drieëndertigste; niet toevallig de leeftijd waarop Gods zoon overleed.

Destijds had Moshfegh al enkele korte verhalen en de meer experimentele novelle McGlue gepubliceerd, maar van een doorbraak bij het brede publiek was nog geen sprake. Dat haar eigenzinnige thriller Eileen haar spoedig de PEN/Hemingway Award en een plekje op de shortlist van de Man Booker Prize zou bezorgen, wist ze nog niet toen ze in totale afzondering Death in Her Hands schreef.

Moshfegh: ‘Ik woonde in Oakland waar ik niemand kende, had geen vrienden, mijn toekomst was vaag en ik had het gevoel dat ik niets van het leven begreep. Ik bestond bijna uitsluitend via mijn werk. Aangezien creativiteit het enige was dat ik kende, vertrouwde ik erop dat fictie me tot een inzicht zou brengen over hoe te bestaan. Anders dan ik, met mijn torenhoge ambitie, durft Vesta onbeschaamd onbeduidend te zijn. Zij hoeft niet de hele wereld uit te pluizen; het mysterie achter één vodje papier volstaat. Dat voelde erg veilig.’

‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen.’

Tegenwoordig voelt Moshfegh zich niet langer verloren wanneer ze niet achter haar schrijftafel zit, maar ze heeft er geen moeite mee toe te geven dat ze grote delen van haar leven bijzonder geïsoleerd doorbracht. ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen, uit vrees om zielig over te komen. Populair zijn is een morele plicht, zeker hier in de VS. Je telt alleen mee als je minstens duizend volgers hebt of voortdurend berichtjes van iedereen ontvangt. Je hoort je haast te schamen voor je behoefte aan gezelschap. Alsof toegeven dat je niet honderd procent gelukkig bent met alleen zijn betekent dat je geen goede relatie met jezelf hebt, en dat dus je eigen schuld is.

Er worden tegenwoordig zulke hoge eisen gesteld, zeker aan vrouwen. Er wordt van ons verwacht dat we extra onafhankelijk zijn. Als je ook maar een beetje aan je mannelijke partner gebonden bent, geeft de maatschappij je al snel het gevoel dat je gefaald hebt in het feministische ideaal. Dat vind ik ontzettend oneerlijk.’

Zielsverwant

Drie jaar geleden zakte schrijver Luke Goebel vanuit zijn woestijnhut af naar Ottessa Moshfeghs appartement in Los Angeles om – in zijn eigen woorden – ‘de meest geniale literaire stem van zijn generatie’ te interviewen. Na een marathon van een maand waarbij het interview alleen maar werd onderbroken voor seks en slaap, vertrok hij om vervolgens met een diamant terug te keren. De robuuste edelsteen blinkt nu samen met hun trouwring aan Moshfeghs ringvinger.

Het is een wel erg romantisch verhaal voor iemand die jarenlang zweerde bij het celibaat, omdat ‘ware liefde een illusie is’ en ‘de meeste mannen toch saai en kinderachtig zijn’, zoals Moshfegh nog beweerde in een interview met Harper’s Bazaar uit 2016.

Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven

‘Ik verafschuwde de romantische ervaringen die ik tot dan toe had. Na elke verhouding had ik het gevoel mezelf verspild te hebben. En dat klopte waarschijnlijk ook, aangezien ik niet met de juiste persoon samen was. Ik dacht dat relaties niet voor mij waren, en had besloten als een vrije ziel te leven. Vlak voor ik de deur opende om mijn interviewer binnen te laten, voelde ik al dat er iets groots te gebeuren stond. “Oh shit,” dacht ik toen ik Luke zag, “daar ben je dan.” Daar klopte ineens mijn zielsverwant aan de deur, iemand die me kwetsbaarheid en zelfexpressie kwam bijbrengen. Ik had geen geweldigere ervaring voor mezelf kunnen verzinnen.’

Over de vraag of zij afhankelijk is van haar echtgenoot hoeft ze nog geen twee seconden na te denken. ‘Natuurlijk, wij zijn geen twee satellieten; we proberen als een familie samen een leven te delen.’

Wanhoop en onverschilligheid

Ottessa Moshfegh heeft nu wel het grote liefdesgeluk gevonden, maar haar personages houden er allesbehalve bevredigende relaties op na. Wanhoop en onverschilligheid tekenen hun verhoudingen, en niet zelden zijn hun verlangens vreemd of verstorend.

Dat haar protagonisten zich daarbij niet gedragen zoals van vrouwen verwacht wordt, stuit moraalridders nogal eens tegen de borst. Zo kwam bijvoorbeeld, ook vanuit feministische hoek, veel kritiek op de hoofdpersoon van Eileen: een jonge, verbitterde vrouw die in een gevangenis voor minderjarigen werkt en haar paranoïde, alcoholverslaafde vader onderhoudt. Ze is gefascineerd door haar eigen ‘oceanische’ ontlasting en de geur van haar genitaliën, en houdt er als maagd levendige verkrachtingsfantasieën op na.

‘Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend.’

Moshfegh vindt het verbazingwekkend dat mensen daar aanstoot aan nemen: in haar ogen is Eileen namelijk een perfect normaal personage, zeker in verhouding tot haar weinig liefdevolle omgeving. ‘Onze samenleving is zo verknipt dat het gewoon onmogelijk is om puur te blijven. Mij interesseert hoe mensen reageren op alle giftigheid die hen omgeeft.

De VS gaat prat op haar christelijke waarden, maar is tegelijk wel het meest destructieve land ter wereld. We weten allemaal dat de wereld naar de kloten is, waarom doen we dan alsof dat niet zo is?’

Sowieso genaaid

Moshfegh moet niets hebben van labels en noemt zichzelf noch haar werk feministisch; al was het maar omdat ze geen idee heeft waar dat woord tegenwoordig eigenlijk voor staat.

‘Natuurlijk ben ik voor gelijke rechten en tegen misbruik, maar dat lijkt me vanzelfsprekend. Ik begrijp niet hoe dat feminisme kan heten. Is feminisme de MeToo-beweging? Betekent feminisme dan dat ik niet verkracht wil worden? Ik wil mijn genderidentiteit niet laten definiëren door wat een bende klootzakken andere vrouwen heeft aangedaan.

Vrouw zijn betekent voor mij niet slachtoffer zijn. Vrouwen zijn ongelofelijk krachtig, wijs, productief, vervuld van heilige energie. Ik wil mijn werk niet over feminisme laten gaan. Het is te voor de hand liggend: vrouwen zijn eeuwenlang ondergerepresenteerd en onderdrukt, dat weten we allemaal. Er vallen nog zoveel andere verhalen te vertellen. Trouwens, wat je gender ook is, je wordt sowieso genaaid. Als ik met al mijn gevoeligheden een penis had, zou ik ook problemen hebben.’

Kunst en de dood

Al Moshfeghs personages worden geplaagd door existentiële vervreemding, voortvloeiend uit de onmogelijkheid zich tot deze verwarrende samenleving te verhouden. Moshfegh zelf werd op haar vijfde voor het eerst overvallen door een overweldigend gevoel van vergankelijkheid.

‘Als kleuter had ik een soort van openbaring waardoor ik plotseling begreep ik dat ik op een dag zou sterven. Alles kwam me ineens zo zinloos voor. Ik vroeg me af waarom we daar braafjes prenten zaten in te kleuren, alsof we niet allemaal vroeg of laat doodgingen. Recentelijk ben ik mezelf gaan afvragen of ik autisme heb. Misschien was dat onbehaaglijke gevoel wel het gevolg van mijn onvermogen om bepaalde neurologische input te verwerken. Maar waarschijnlijk is dat vooral wishful thinking, vanuit de hoop dat zo’n diagnose zou verklaren waarom ik me al van jongs af aan niet op mijn plaats voel.’

Het korte verhaal ‘A better place’, opgenomen in Moshfeghs bundel Homesick for Another World, thematiseert die existentiële malaise op een metafysische, bijna folkloristische manier. Zo gelooft het piepjonge hoofdpersonage dat ze van een andere, betere plek komt; eentje waarnaar ze alleen terug kan keren door dood te gaan, of door de juiste persoon te vermoorden. In dat laatste geval zal zich een zwart gat voor haar openen als toegangspoort tot die andere, betere plek. ‘Earth is the wrong place for me, always was and will be until the day I die’, schrijft Moshfegh. Ze noemt het een van haar ‘beste, meest persoonlijke’ verhalen.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen.’

Nu ze de veertig nadert, is de vervreemding die ze als kind ervoer nog even groot.

‘Ondertussen beschouw ik het gevoel hier niet thuis te horen als een zegen. Ik geloof dat het erg gezond is om je zo bewust te zijn van je eigen sterfelijkheid. Door mezelf te omarmen als een tijdelijk wezen, dat op deze aarde is gezet om zichzelf uit te drukken, kan ik me makkelijker losmaken van alle verdriet en woede die mijn gedrag stuurden toen ik jonger was.’

Zo overwon ze een depressie, eetstoornis en alcoholverslaving; demonen waarmee ook veel van haar protagonisten kampen. ‘In mijn werk staat weinig dat ik niet grondig persoonlijk onderzocht heb.’

Dat vergankelijkheidsbesef werd de voorbije jaren aangescherpt door het overlijden van Moshfeghs jongere broer, met wie ze een erg hechte band had, en de zelfdoding van haar voormalig mentor, schrijfster Jean Stein. ‘Ik ontdekte dat kunst en de dood elkaar overlappen. Ik geloof dat er een niet-wereldse sfeer bestaat waar iemands energie naartoe gaat als zijn leven op aarde beëindigd is. Dat is ook het domein van verbeelding en inspiratie. Nu ik van mensen houd die zich niet meer op deze aarde bevinden, is zowel mijn leven als mijn werk betekenisvoller geworden. Zelf ben ik niet bang voor de dood, wel voor de pijn van het sterven. Maar een eeuwigdurend leven en bewustzijn lijkt me vele malen erger dan de dood.’

Regelmaat en discipline

‘Ottessa Moshfegh is de interessantste hedendaagse auteur over wat het betekent om te leven in een tijd waarin leven verschrikkelijk voelt,’ prees critica Jia Tolentino in The New Yorker Moshfeghs talent.

In haar onverholen, van literaire trucjes gespeende taal legt ze de vinger precies op de zere plek. Ze beroert de oervervreemding die we tegenwoordig zo bedrijvig proberen verdringen.

Zo bereikte ze intussen een ware cultstatus. Maar ze is zelf de eerste om die populariteit te relativeren. ‘De mensen die mijn werk nu belangrijk en emblematisch noemen, wilden op school geen vrienden met me zijn. Maar ik ben nog steeds dezelfde; ik heb mijn schrijven niet aangepast aan de wensen van mijn lezers. Ik geloof dat ik gewoon geluk heb gehad met de culturele stroming van dit moment. Veel hipsters voelden zich aangesproken door My Year Of Rest And Relaxation (in het Nederlands vertaald als Mijn jaar van rust en kalmte, JA) omdat hun interesses toevallig samenvallen met die van de protagoniste in dat boek. Waarschijnlijk voelen velen van hen zich teleurgesteld na het lezen van Death In Her Hands. Maar dat vind ik prima; ik schrijf niet voor hipsters.’

‘Als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen.’

Sowieso trekt Moshfegh zich weinig aan van wat anderen, lezers noch critici, van haar denken; daarvoor is haar mentale welzijn haar te dierbaar. Om dezelfde reden blijft ze ook ver weg van sociale media. ‘Mijn internetgebruik blijft heel bewust beperkt tot research, e-mails en grasduinen op eBay. Zo hoop ik totale intoxicatie te vermijden.

Ik voel me het beste wanneer ik mezelf als een patiënt in een ouderwets sanatorium behandel; met veel regelmaat, routine en discipline. Zonder plan word ik angstig. Wanneer ik niet aan het werk ben of mezelf niet met interessante ervaringen voed, voelt mijn leven dom en zinloos aan. Dan voel ik letterlijk hoe elke hartslag me dichter bij de dood brengt.

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.

Ik hou ervan om volledig in mijn schrijven op te gaan. Maar een dergelijke extase verkrijg je niet zonder discipline. Daarom geloof ik dat discipline een daad van geloof is: als ik mezelf elke dag aan het werk zet, vertrouw ik erop dat het verhaal zichzelf uiteindelijk zal vormen. Ik kan tien opeenvolgende dagen geen enkele bruikbare zin op papier krijgen, maar op de elfde dag zal ik iets ontdekken. Die ontdekking is niet mogelijk zonder het voorafgaande geknoei. Zo meet ik mijn succes als schrijver niet door wat ik al bereikt heb, maar door de discipline die ik aan de dag weet te leggen.’

Het bericht Schrijfster Ottessa Moshfegh: ‘Veel mensen durven niet voor hun eenzaamheid uit te komen’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/ottessa-moshfegh-interview/

Hoe de fossiele industrie klimaatontkenners inzet om het milieubeleid te saboteren (Joop)

“De aarde warmt nu zo snel op dat we een causaal verband kunnen vaststellen met het broeikaseffect.” Dr. James Hansen van het onafhankelijke Amerikaanse agentschap NASA waarschuwt in 1988 met deze woorden de politiek. Wereldleiders luisteren. Amerika en Europa voorop in de strijd: “Mensen die denken dat we niets aan het broeikaseffect kunnen doen, vergeten het Witte Huis-effect”, zegt de Amerikaanse president George Bush Senior.

Drie decennia later is er weinig gebeurd en domineren bosbranden, droogtes en warmterecords het nieuws. Tegelijkertijd wordt wetenschap over opwarming van de aarde hevig bekritiseerd en zelfs in twijfel getrokken. In 2017 kondigt Amerika aan zich terug te trekken uit het Klimaatakkoord van Parijs.

Hoe is dit mogelijk? De jaren na de speech van James Hansen verschijnen steeds meer critici op tv. Critici die het verhaal van Hansen over het broeikaseffect in twijfel trekken.

In Zembla onderzoeken Deense onderzoeksjournalisten de invloed van deze klimaatontkenners. Het blijken communicatie-experts die zijn georganiseerd in denktanks en kennisinstituten en worden ondersteund door speciaal getrainde onderzoekers. “Ik ben geen wetenschapper, maar op tv doe ik me wel zo voor”, zegt communicatiemanager en klimaatscepticus Marc Morano.

“Zij hebben ervoor gezorgd dat desinformatie gemeengoed is geworden. De president van de VS kan nu zeggen dat klimaatverandering niet bestaat”, aldus hoogleraar aan de Harvard Universiteit, Naomi Oreskes.

De Deense journalisten onderzoeken welke belangen er achter deze anti-klimaatlobby zitten. Ze weten hun hand te leggen op een geheim rapport: een in besloten kring opgestelde strategie van de olie-industrie.

https://joop.bnnvara.nl/videos/hoe-de-fossiele-industrie-klimaatontkenners-inzet-om-het-milieubeleid-te-saboteren

Klimaatontkennerslobby opgezet en gefinancieerd door olie-industrie (Maroc.NL Community)

Zembla

Gisteren 20:30 - Seizoen 16 Afl. 18 - De klimaatontkenners

1988: De wereld is klaar om het gevecht met klimaatverandering aan te gaan. Amerika en Europa voorop in de strijd: 'Diegenen die denken dat we machteloos zijn tegen het broeikaseffect, vergeten één ding: het Witte Huis-effect!', zegt de Amerikaanse president George Bush senior.

Drie decennia later domineren bosbranden, droogtes en warmterecords meer en meer het nieuws. Tegelijkertijd wordt wetenschap over opwarming van de aarde hevig bekritiseerd en zelfs in twijfel getrokken. In 2017 kondigt Amerika aan zich terug te trekken uit het Klimaatakkoord van Parijs. Hoe is dit mogelijk? In Zembla zoeken Deense onderzoeksjournalisten naar antwoorden op deze vraag. Ze onthullen de rol van de machtige olie-industrie en de geheimen van misschien wel de meest succesvolle lobbyisten van de laatste dertig jaar: de klimaatontkenners.




Kijk het hier:

https://www.npostart.nl/zembla/15-10-2020/BV_101401010
http://www.maroc.nl/forums/het-nieuws-van-de-dag/413939-klimaatontkennerslobby-opgezet-gefinancieerd-door-olie-industrie.html

Philip Hans Franses schildert gorilla’s en bosbranden in zijn Delfshavense atelier (Erasmus Magazine)

Wat doen EUR-medewerkers en -wetenschappers ter ontspanning, nu sporten lastiger is en uitgaan uit den boze? Deze maand: econometrist Philip Hans Franses.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/10/12155636/Franses-Schildert-875x584.jpeg

Hoe komen medewerkers van de Erasmus Universiteit deze coronatijd door? Pakken ze nieuwe hobby’s op? Houden ze balkon-staycations? Philip Hans Franses (57), hoogleraar toegepaste econometrie en hoogleraar marketingonderzoek aan Erasmus School of Economics, schildert in het atelier dat hem, na zijn afscheid als decaan, als dank werd aangeboden door de medewerkers van de economische faculteit. “Dit is geen hobby.”

Op de deur van het atelier van Philip Hans Franses staat dan wel ‘accountancy’, maar hier doet hij niets met cijfers of euro’s. Het bordje is van degene die kantoor houdt in de ruimte achter zijn atelier in Delfshaven. “Het rauwere deel, níét het toeristische deel”, zei Franses vooraf. Het pand moet ooit een winkeltje zijn geweest, de ramen zijn grotendeels afgeplakt tegen pottenkijkers. Aan de muur hangen schilderijen van Franses. Het decor van een Molukse treinkaping die veel indruk op hem maakte als kind, de ogen van een gorilla, abstracter werk dat doet denken aan een bosbrand. Sommige dreigend, andere wat dramatisch of verdrietig. Allemaal roepen ze een emotie op. Of dat proberen ze in ieder geval, zegt Franses. “Het is figuratief, soms tegen het abstracte aan.”

Pedel Marleen van Kester spot ijsvogels en raust onkruid in haar volkstuin

Franses schildert al twintig jaar. Hij begon in een atelier in Berkel en Rodenrijs met een aantal mensen en daar komt hij nog steeds. Op dinsdagavond, met een vaste groep. “Sinds februari 2019 gebruik ik ook deze ruimte. Het mooie is: hier kan ik alles laten staan. Ik werk met olieverf, maar ook met spuitbusverf en dan hangt er gewoon een nevel waar ik thuis geen ruimte voor heb.” Als hij hier werkt, werkt hij in stilte. De ramen zitten op het noordoosten, dat geeft het beste licht: noorderlicht. Waarom hij dit doet? “Tsja. Het is een deel van mijn leven. Ik ben wetenschapper en als wetenschapper ben je vrij en creatief. Ongebonden wetenschappelijk onderzoek, eigen creativiteit, zelf bedenken, soms wel succes hebben, dan weer niet. Die creativiteit vind ik ook in schilderen.”

Vloeken met Karel Appel

Zo zou het in ieder geval moeten zijn in de wetenschap, stelt Franses, maar het draait de laatste jaren teveel om impact. “Kijk naar die letters op de recent gerenoveerde, monumentale luchtbrug bij het carillon over being an erasmian – letters die vloeken met de tegels van Karel Appel op het Tinbergengebouw – en de strategie met impactgerichtheid die daarbij hoort. Je krijgt echt geen Nobelprijzen toegekend als je van tevoren denkt: ik ga eens even flink impact maken. Om de analogie met schilderen door te trekken: als ik bedenk dat ik eens even een schilderij ga maken dat voor 50.000 euro over de toonbank gaat, komt er ook niets uit mijn vingers.”

Franses komt niet dagelijks in zijn atelier. Het is net als met wetenschappelijk werk, legt hij uit. Je bent er 24 uur per dag mee bezig in je hoofd, maar niet fysiek. Het schilderij of het artikel kan in een ochtend op doek of papier staan. “’s Avonds om elf uur denk je ineens: ach, zo wil ik het doen. Dan onthoud je het en de volgende dag begin je aan een artikel of begin je aan een schilderij. De volgende dag kom ik hier een uur, of twee, en ga ik weer. Ik ga hier niet zitten turen naar een wit vel en heb ook geen vaste dag. Ook dat is net als de wetenschap, je kunt niet zeggen op de vrijdag: nu ga ik eens wetenschappelijk creatief worden.”

Applaus

Hij is een liefhebber van vrijheid en creativiteit, zoveel is duidelijk. Op de universiteit heeft Franses er, met de beheerders van de kunstcollectie Luuk Bode en Anne Clement (‘met een zeer bescheiden budget van 40.000 euro per jaar’, aldus Franses), mede voor gezorgd dat er twee grote werken van opkomende Rotterdamse kunstenaars in twee collegezalen in het Theilgebouw hangen. “Dat had nog behoorlijk wat voeten in de aarde kan ik je vertellen. Later gaf ik daar een keer college en zei ik dat tegen de studenten, kreeg ik applaus!” Dat vond hij mooi. Hij lacht: “Dat krijg ik nou nooit voor mijn colleges over econometrie.”

Coronazomer: Bianca Jadoenath (ISS) ontspant in Clingendael

Marko de Haan

https://www.erasmusmagazine.nl/2020/10/13/philip-hans-franses-schildert-gorillas-en-bosbranden-in-zijn-delfshavense-atelier/

Recensie: Jean Giono – Heuvel (Tzum)

Hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder tegengeluid

De roman Heuvel (Colline) van Jean Giono, verscheen bijna honderd jaar geleden bij de Franse uitgever Grasset. Kiki Coumans, die de indrukwekkende vertaling verzorgde, schrijft in het nawoord dat Giono eerst een andere roman had aangeboden. De uitgeverij vond die roman nog niet goed genoeg, maar wist dat ze ‘een schrijver van kwaliteit binnenhaalde’ en hij kreeg direct een contract voor drie boeken. Colline was direct een succes, mede dankzij het enthousiasme en de pr van André Gide.

In de meer dan vuistdikke Frankrijk trilogie van Bart van Loo (Eten! Lezen! Vrijen!) wordt Giono ergens halverwege kort aangehaald. ‘Op een dag vroeg men aan Goncourt-jurylid Jean Giono waarom hij niet in de Académie Française zetelde. De schrijver antwoordde verontwaardigd en gevat: ‘Maar ik zit er…onder een schuilnaam. Ginds noemen ze me Pagnol.’’ Inderdaad zijn beide schrijvers zeer succesvol geweest in het beschrijven van het leven in Provence. Alleen ging Jean Giono in Heuvel nog een stapje verder, hij betrok de natuur als personage in het verhaal, ze speelt de hoofdrol en is alom aanwezig. De inwoners van een dorpje dat nog maar uit enkele huizen bestaat, leven op de flank van de heuvel. Ze leven in en met de natuur, en de heuvel leeft ook.

Leven? Maar zeker! Want ze beweegt, deze aarde: tien jaar geleden begon ze ineens te schudden; beneden, aan de kant van Aix-en-Provence zijn dorpen ingestort, Lambesc en andere, en de klokken van Manosque luidden heel alleen boven in hun torens.

Er zijn vier huishoudens, sommige met kinderen, andere met ouders in huis of een knecht. De dorpelingen, 12 in getal en een zonderling, dus 13, voelen dat er wat ongrijpbaars te gebeuren staat: ‘gisteren gromde het vredige bosje van de drie wilgen naar zijn broek als een hond die bijten gaat.’ De mannen steken de koppen bij elkaar en noemen eerdere rampen op die hebben plaatsgevonden. Een aardbeving, een storm waarin een kind omkwam, een blikseminslag met dodelijke afloop, en vlak voor al die gebeurtenissen werd er steeds een zwarte kat gezien. Dezelfde die nu weer door het dorp loopt.

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2020/10/Giono-200x300.jpg?x41902

Giono beschrijft op zeer beeldende wijze de mens en zijn verbintenis met en afhankelijkheid van de natuur. Als je in zo’n kleine gemeenschap leeft en er onverklaarbare dingen gebeuren, moet er wel meer aan de hand zijn. Onder het lezen hoor je het gerommel in de verte, je ziet de mannen op het dorpsplein bij de fontein, je ruikt de bosbranden die het dorp naderen. Naarstig zoeken ze een schuldige of juist iemand die het onheil kan keren. Gondran leeft met zijn vrouw en haar vader onder één dak. De oude man ligt in bed en raaskalt. Maar niet altijd. Soms komen er zinnige dingen uit zijn mond. Zou hij weten hoe het zit, zou hij ervoor kunnen zorgen dat het water uit de fontein dat plotseling gestopt is met stromen, weer naar boven komt?

De mannen jutten elkaar op om een schuldige aan te wijzen om zo het mysterie af te wenden. Is het de dorpsgek, is het de oude man, is het de dochter van een van hen die ’s nachts door de velden dwaalt? Giono laat prachtig zien hoe makkelijk mensen geneigd zijn iemand te geloven die een goed verhaal vertelt, die met een plausibele verklaring komt. En hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder tegengeluid er is. De mensen uit dit gehucht zijn overgeleverd aan de woeste natuur die hen in haar macht lijkt te hebben, logisch nadenken en nuanceren is dan lastig.

Heuvel is het eerste deel van de Pan-trologie, schrijft Coumans in haar nawoord. Pan, de Griekse god van het vee en het dierlijk instinct, half mens half dier. In deze roman zou hij zomaar tevoorschijn kunnen komen. Het bovennatuurlijke wordt op een geloofwaardige manier beschreven.
We hebben tegenwoordig al het onverklaarbare verklaard en geanalyseerd, maar de ongerepte natuur kan, net als honderd jaar geleden, nog steeds ongrijpbaar zijn en ons daarmee angst inboezemen.

Arjen van Meijgaard

Jean Giono – Heuvel. Vertaald door Kiki Coumans. Vleugels, Bleiswijk. 160 blz. € 23,95.

Het bericht Recensie: Jean Giono – <em>Heuvel</em> verscheen eerst op Tzum.

https://www.tzum.info/2020/10/recensie-jean-giono-heuvel/