Het landschap (ont)roert en roert zich, niets is voor eeuwig (Brabant Cultureel)

Een fototentoonstelling bij Pennings Foundation in Eindhoven werd geopend en vervolgens door de lockdown meteen weer gesloten. Hopelijk kunnen de deuren binnenkort alsnog open, want de oude en nieuwe landschapsfoto’s in de huidige expositie zijn mooi en nodigen uit tot reflecteren. En dat in een tijd waarin diezelfde lockdown steeds meer mensen op pad doet gaan in de eigen directe omgeving.

door Lauran Toorians

Weinig lijkt objectiever dan landschap. We kijken ernaar, lopen erin rond en leven ermee. Het lijkt het fysieke decor waartegen ons bestaan zich afspeelt. Maar klopt dat wel? Dat die fysieke omgeving objectief en tastbaar is, staat vast. Maar wat wij ervaren als ‘landschap’ is veel minder objectief en bevindt zich in hoge mate tussen onze oren. Een doorsnee hondenbezitter kijkt heel anders naar een boom in een park dan een ecoloog of een bosbouwer, een agrariër ervaart zijn weide anders dan de amateurschilder die er zijn ezel voor uitpakt, of de detectoramateur die droomt er een schat in te vinden. Voor een wegenbouwer is een viaduct of een klaverblad een kunstwerk en een vervallen industriecomplex is voor de één een puinhoop en voor een ander een terrein vol mogelijkheden en esthetische kwaliteiten. En al die zaken kunnen worden benoemd als landschap.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_NA_heide_versus_snelweg-716x1024.jpg

Strabrechtse Heide 1958 en de net aangelegde A67 bij Geldrop. Collage van Noud Aartsen. Meestal voorzag Aartsen zijn foto’s van commentaar op de achterzijde. Daar is ook nog te lezen: ‘vroeger verbinding tussen dorpen nu verbinding tussen steden en landen’. > Brabant-Collectie (Tilburg University)

Landschap, kortom, is vooral iets in het oog van de waarnemer. Het begrip komt dan ook in eerste instantie uit de schilderkunst, is een belangrijke rol gaan spelen in de fotografie en werd daarmee iets wat je kunt vastleggen. En dus objectiveren. Die achtergrond in de beeldende kunst zorgt er ook nog steeds voor dat we landschap bekijken en beoordelen door een ‘esthetische bril’. Landschap hoort mooi te zijn en als het dat niet is, is het verprutst.

Vuilnisbelt

Dit idee van landschap draagt in zich dat het de blik op onze leefomgeving vertroebelt. De esthetische blik werkt namelijk in twee richtingen. Natuurlijk is het prettig wonen in een omgeving die we als mooi of aangenaam ervaren. Maar het is ook erg menselijk om ons thuis (en prettig) te voelen in de omgeving waarin we opgroeien. Wie tussen de bergen opgroeit, wordt al snel akelig als de horizon echt aan de horizon blijkt te liggen en omgekeerd voelt een polderjongen (of een woestijnbewoner) zich al snel opgesloten wanneer hij (of zij) niet ongehinderd in de verte kan staren. Wie uit een bosrijke omgeving komt, denkt dat dit zo hoort, en wie opgroeide naast een vuilnisbelt wil brandend rubber ruiken. Er is simpelweg geen ‘hoe het hoort’ en voor wie het wil zien, ligt er schoonheid in alles.

Er is simpelweg geen ‘hoe het hoort’ en voor wie het wil zien, ligt er schoonheid in alles

Toch geldt in de beleving van landschap sterker dan elders het aforisme van de dichter J.C. Bloem: ‘Iedere verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering.’ Allemaal kennen we het gevoel dat de omgeving waarin we opgroeiden – of het nu in de stad was of op het platteland – verloren is gegaan en dat de wereld daardoor een stukje armer is geworden. Op de terreinen waar we speelden staat een inmiddels gedateerde nieuwbouwwijk, wegen en paden die we volgden zijn afgesneden door snelwegen of helemaal verdwenen, het schoolgebouw kreeg een andere functie en iets in ons zegt dat dit een teloorgang is. ‘Waar is de sneeuw van vorig jaar’, verzuchtte François Villon in de vijftiende eeuw, en al rond 1200 vroeg de minnezanger Walther von der Vogelweide zich al vertwijfeld af waar toch de bossen waren gebleven waarin hij als jongeling had rondgezworven. Het begrip ‘landschap’ bestond toen nog niet, maar het gevoel van teloorgang dus wel.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_NA_na-de-ruilverkaveling-1.jpg

Ruilverkavelingswerkzaamheden in de Vleutse Kampen. Noud Aartsen, 1972 > Brabant-Collectie (Tilburg University)

In Noord-Brabant leefde dit gevoel bij een flink aantal mensen sterk op in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Ruilverkavelingen kwamen in Nederland al veel eerder voor, maar toen gingen grote delen van Noord-Brabant op de schop met als doel de landbouw te ‘rationaliseren’. Kleine, verspreid liggende perceeltjes waren niet geschikt voor de beoogde mechanisering en schaalvergroting in de landbouw. Beken werden gekanaliseerd en de landkaart werd letterlijk opnieuw getekend, strak en functioneel. Verzet werd gezien als emotioneel en dus niet steekhoudend en enkelingen zoals de ecoloog en auteur Willem Iven (1933-2009) vochten tegen de bierkaai. Zij kregen later in veel opzichten wel gelijk en het is het vermelden waard dat Iven met zijn boek Lind dè is de sgonste plats. Natuur en landschap van Leende, een Oost-Brabants dorp uit 1974 aan de basis stond van het soort beschrijvingen dat nu wat modieus ‘landschapsbiografie’ heet.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_Willem-Iven.jpg

Willem Iven en de uitgave ‘lind dè is de sponste plats’.

Vooruitgang

Ook kunstenaars kwamen in het verweer en Noud Aartsen (1932-2010) is zeker de bekendste van de fotografen die vastlegde wat hij zag veranderen en verdwijnen. Hij deed dat in Best en omgeving, waar hij opgroeide. Zeker bij de contrasterende foto’s – voor en na de ruilverkaveling – valt het gemakkelijk om het aforisme van Bloem te herhalen. Het werd er niet mooier op. Maar daar zullen de landbouwconsulent, de Boerenleenbank en hopelijk de boer toen toch zeker anders over hebben gedacht. Zij zagen vooruitgang en ‘mooi’ was voor stadsmensen, daar betaalde de boer zijn lening niet mee af. Ook objectief gezien zijn een verharde toegangsweg naar het erf, aansluiting op de riolering en ‘gas, water en licht’ natuurlijk vooruitgang. Het lijkt nu vanzelfsprekend, maar gebeurde op meerdere plaatsen amper een halve eeuw geleden pas.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_NA_gesloopte-boerderij.jpg

Noud Aartsen: ‘Geldrop bouwt in Molenheide (grensde vroeger aan Strabrechtse heide) nu afgescheiden door autobaan!’ Op een andere foto met een afgebroken boerderij: ‘Geen toekomst meer voor kleine boeren. Einde van de kleine hei boerkes! Biobedrijven komen in de plaats’. > Brabant-Collectie (Tilburg University)

Het werk van Aartsen en andere landschapsfotografen (en schilders) drukt niet alleen (jeugd)sentiment uit. Wat steeds een rol lijkt te spelen, is een gevoel dat zegt dat de wereld zoals je die als kind leerde kennen altijd zo was geweest. Sinds ‘mensenheugenis’. En nu wordt dat moois ingeruild voor iets anders dat niet zo vertrouwd is. Maar dat idee klopt niet en zelfs de geciteerde middeleeuwers realiseerden zich dat al. Verandering is van alle tijden. Waar wij nu denken in een bosrijke provincie te leven, laten topografische kaarten uit eind negentiende eeuw zien dat er in diezelfde provincie toen nauwelijks bos was te vinden. Die bossen van ons zijn niet van de eeuwigheid, die zijn nieuw en grotendeels aangeplant voor de houtproductie. Niks mooi, niks natuur, gewoon rationele productie. Veel ervan werd nooit geoogst en wie weet zijn de alom uitbreidende boomkwekerijen van tegenwoordig wel de bossen van onze kleinkinderen (‘boompje groot, plantertje dood’).

Ook de uitgestrekte heidegebieden die in zand-Brabant ooit domineerden waren een product van menselijk ingrijpen

Menselijke ingrepen in het landschap zijn al zeker zo oud als de landbouw en vaak blijken van die ingrepen de voordelen op de korte termijn funest in de lange duur. Een mooi voorbeeld is de teloorgang van de grootste polder ooit in het Nederlandse rivierengebied, de Grote Waard. Nu zeshonderd jaar geleden ging die bij de Sint-Elisabethsvloed van 1421 verloren. Het resultaat werd later de Biesbosch, een natuurparel die daarmee dus teruggaat op een natuurramp die voor een fors deel was te wijten aan menselijk handelen. Polderen leidt tot bodemdaling – een bijzonder actueel probleem – gebrekkig toezicht op het onderhoud van die Grote Waard droeg bij aan doorbreken van de dijken. Maar ook de uitgestrekte heidegebieden die in zand-Brabant domineerden voordat de productiebossen kwamen, waren een product van menselijk ingrijpen. Zonder schapen geen heide. Wie heidelandschappen wil behouden doet dat nu onder het mom van natuurbeheer, maar doet dus feitelijk aan het onderhoud van cultureel erfgoed dat beter landschapsbeheer kan heten. We houden met de Kampina, Strabrechtse en Kalmthoutse Heide cultuurgoed in stand. Ecologisch bijzonder waardevol, maar minstens zozeer cultuur als natuur.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_LJAD-Creyghton-Kampina_Bosven_2011-1024x369.jpg

L.J.A.D. Creyghton, De ochtendzon over de net gebluste heidebrand op de Kampina, 2011

Passanten

Dit maakt ook duidelijk dat er geen absoluut ideaalbeeld bestaat. We kunnen het landschap niet terugbrengen naar een ideaalbeeld dat nooit echt heeft bestaan. Het moet gaan om ecologische en esthetische (belevings)waarden nu en in de nabije toekomst die we kunnen overzien. Aandacht voor wat in dat landschap herinnert aan het verleden is geen slechte zaak. Voor zover niet volledig schoongeveegd door ruilverkaveling of nieuwbouwprojecten bevat onze omgeving allerlei resten uit en herinneringen aan het verleden, van grafheuvels uit de prehistorie tot tastbare herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog of nog jonger. Die elementen zijn waardevol. Enerzijds omdat ze ons verbinden met dat verleden van onze eigen leefomgeving en ons ervan bewust maken dat ook wij passanten zijn, en anderzijds – meer objectief – als historische bronnen die we lang nog niet allemaal uitputtend hebben ‘gelezen’ en geanalyseerd. Als kennisdragers. En die twee, de ervaring en het rationele begrip zijn nauw met elkaar verbonden.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_NA_beek_De-Baest.jpg

Klassiek beekdalgezicht: de Reusel in 1982 bij Lage Mierde. Noud Aartsen > Brabant-Collectie (Tilburg University)

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_NA_Beerze-bij-Oirschot-richting-Spoordonk_1981.jpg

‘Genormaliseerd’ beekdalgezicht: de gekanaliseerde Beerze bij Oirschot, 1981 Noud Aartsen > Brabant-Collectie (Tilburg University)

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_Karel-Tomei-reconstructie-Beerze-bij-Oirschot-1998.jpg

Karel Tomeï, reconstructie (het weer meanderend maken van de eerder gekanaliseerde) Beerze bij Oirschot in 1998

Martien Coppens (1908-1986) fotografeerde nog vooral met een esthetische blik, maar zijn foto’s zijn inmiddels ook historische documenten. Noud Aartsen wilde ook vooral laten zien wat er aan moois verloren ging en zal deels ook uit frustratie daarover hebben gefotografeerd. Net als Willem Iven maakte hij nog net mee dat hij gelijk kreeg. Lang niet elke verandering is een verbetering gebleken en steeds meer beken mogen weer meanderen. Ook Karel Tomeï (1941) is zo’n fotograaf die al decennia lang als ‘luchtfotograaf’ vastlegt hoe Nederland verandert. Andere fotografen richten zich meer specifiek op de esthetiek van natuur en landschap en laten zien hoe mooi onze omgeving is. Door corona ontdekken steeds meer mensen dat en ook zij zullen bij veel situaties gaan denken dat elke verandering een verslechtering is.

Gemankeerd

Op 13 december 2020 vond bij Pennings Foundation in Eindhoven de opening plaats van de expositie Weemoed en werkelijkheid in Het Groene Woud. Een fototentoonstelling met werk van Coppens, Aartsen en Tomeï, maar ook van natuurfotograaf James van Leuven, L.J.A.D. Creyghton en beeldend kunstenaars als Paul Bogaers, Margriet Luyten, Noortje Haegens, Iris Hartman, Anke van Iersel en Marc Mulders. Van Piet den Blanken zouden in de eerste opzet foto’s te zien zijn van de ‘verdozing’ van het landschap die hij recent maakte voor een reportage in Brabant Cultureel. Kort voor de opening van de tentoonstelling koos hij alsnog voor meer traditionele landschapsfoto’s in zwart-wit. Ontegenzeglijk mooi, maar in het geheel van Weemoed en werkelijkheid had hij met de verdozing juist voor een welkome confrontatie met een andere werkelijkheid kunnen zorgen. Het moeten toch nogal gemankeerde architecten zijn die van dergelijke enorme bedrijfshallen de schoonheid zien. Overigens zijn er wel foto’s van dergelijke bedrijfshallen, megastallen en kassencomplexen te zien van James van Leuven.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_James-van-Leuven-Westfields-verdozing-Oirschot.jpg

James van Leuven, Distributiecentrum Westfields, Oirschot / Eindhoven, 10 januari 2020

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_JvL_James-van-Leuven-Oirschot-mest-opslag-megastallen.jpg

James van Leuven, Mestopslag bij varkensbedrijf, Oirschot / Spoordonk (Broekstraat), 30 december 2019

Op dinsdag 15 december 2020 ging in Nederland de strengste lockdown tot dan toe in en aangezien Pennings Foundation op maandag (en dinsdag) is gesloten, heeft buiten het gezelschap dat aanwezig was bij de opening niemand deze boeiende tentoonstelling kunnen zien. Die is nu wel verlengd tot en met 8 mei, dus hopelijk komen er betere tijden en kunnen de deuren alsnog open. Dan is het beslist de moeite om dit geheel van historische foto’s uit de Brabant-Collectie en recent werk te zien. Het is een expositie die tot nadenken stemt, en tot het besef kan leiden dat onze leefomgeving misschien niet altijd een kunstwerk is, maar wel cultuur.

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_blik-in-expo-Martien-Coppens-foto-Paul-Slot.jpg

Foto’s van Martien Coppens van begin jaren dertig tot eind jaren vijftig uit de Brabant-Collectie (Tilburg University) in de expositie bij Pennings Foundation. Foto > Paul Slot

https://www.brabantcultureel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2021/03/BC_LT_collagewand-foto-Paul-Slot.jpg

Een collagewand in de expositie met foto’s van begin 20ste eeuw tot heden geeft de verschillende belangen en het veranderende landschap in Het Groene Woud weer. Foto > Paul Slot

www.penningsfoundation.com

Onderzoek
Landschapsgeschiedenis is een vak dat sinds enige tijd op eigen benen staat, maar dat door historici nog te weinig bij hun onderzoek wordt betrokken. De oorsprong ervan ligt – misschien ironisch – deels bij de grote ruilverkavelingen uit de jaren zestig en zeventig en langzaam groeide het besef dat het beschreven verleden ook een rol zou kunnen spelen bij de nieuwe inrichting. Bij dit alles groeide het besef dat de ontwikkeling van landschappen en de historische geografie ook om zichzelf het bestuderen waard zijn. Hans Renes is een van de hoogleraren die zich hier sterk voor maakten en die het vak zijn huidige gezicht hebben gegeven. Hij werkte ook in Noord-Brabant en vooral zijn boek West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek (1985) verdient op dat vlak vermelding. Onlangs ging hij met emeritaat, waarbij hij een vriendenboek kreeg aangeboden waarin ook Noord-Brabant in enkele artikelen aan bod komt: Jaap Evert Abrahamse e.a. (red.) Het landschap beschreven. Hilversum: Verloren 2021, 336 pp., ISBN 9789087048730, pb., € 29,00 (www.verloren.nl).

Lees ook op Brabant Cultureel:
‘Denkend aan Brabant zie ik eindeloze rijen dozen in het landschap staan’

Monografie Noud Aartsen toont aan dat hij wilde vastleggen voordat het te laat was


Lees op Cubra over Willem Iven

© Brabant Cultureel 2021

https://www.brabantcultureel.nl/2021/03/18/het-landschap-ontroert-en-roert-zich-niets-is-voor-eeuwig/?utm_source=rss&utm_medium=rss&utm_campaign=het-landschap-ontroert-en-roert-zich-niets-is-voor-eeuwig

Houd de wouden in hun element (Greenpeace)

Van het groene hart van Afrika tot in de Amazone: wat gebeurt er in de grootste wouden op aarde?

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/80e1f3f2-gpm-beeld.jpg

Orang-oetan in het Lamandau-reservaat op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Sinds 1997 worden hier jonge, verweesde orang-oetans opgevangen en een beschermd leven geboden.

Gordel van smaragd

Schrijver Multatuli gaf voormalig Nederlands-Indië deze tot de verbeelding sprekende naam. Indonesië, het grootste eilandenrijk ter wereld, ligt middenin de azuurblauwe oceaan en wordt gekenmerkt door weelderig smaragdgroen regenwoud. West-Papoea is zelfs wereldberoemd vanwege zijn Paradise Forests. De regenwouden van Indonesië zijn echte schatkamers. Hier leven wel 1.700 vogelsoorten en miljoenen zeldzame plantenen diersoorten, zoals de tijgerorchidee, de nevelpanter en het spookdiertje. In de bossen van Sumatra en Borneo brengen orang-oetans zo’n 90 % van hun leven door in boomtoppen. Ze worden er geboren, bouwen er elke dag opnieuw een nest en vinden er hun voedsel. Indonesië heeft de twijfelachtige eer dat het ’s werelds grootste ontbosser is én de vierde plaats inneemt van alle broeikasgasuitstoters. Al jarenlang worden duizenden hectares regenwoud in de as gelegd en ontwaterd, voor de aanleg van oliepalm- en andere plantages.

Op Borneo zijn de mensapen daardoor al 80 % van hun leefgebied kwijt. In 2010 beloofden grote voedselproducenten als Mars Inc., Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Arla en L’Oreal dat ze uiterlijk per 2020 in geen enkel product meer palmolie zouden gebruiken waarvoor regenwoud is verwoest. Greenpeace toont keer op keer aan dat geen van hen deze belofte waarmaakt. Indonesië kent veel corruptie en de mazen van de wet zijn groot. Lokale gemeenschappen die in en van het bos leven, zoals de Marind en Yeinan in Indonesisch Papoea, zijn door geweld en landroof verdreven. Ook kleine boeren en dorpjes moeten het veld ruimen voor de belangen van grote bedrijven. Tot overmaat van ramp drukte de regering er in coronatijd ook nog een nieuwe wet doorheen die buitenlandse investeerders aan moet trekken. Deze Omnibuswet legaliseert onder andere landroof, verwoesting van de natuur en mensenrechtenschendingen.

De regenwouden van Indonesië staan op veengrond waarin enorm veel CO2 is opgeslagen die bij verbranding vrijkomt. Als er – na bosverbranding – oliepalmen voor worden teruggeplant, lost dat helaas niets op: 1 hectare regenwoud houdt 8.000 ton CO2 vast en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton. Door de vele bosbranden groeit er ook een hele generatie kinderen op met een jaarlijks ‘mistseizoen’. Maandenlang leven ze in een dikke laag giftige rook die hun gezondheid aantast. Het Greenpeace-brandweerteam heeft de afgelopen jaren op West-Kalimantan en Sumatra gevaarlijke veenbranden bestreden. Ook onderzocht ons team ter plaatse wie verantwoordelijk is voor de ontwatering, en legde dat vast op foto’s en video.

Met gps-apparatuur, satellietbeelden en luchtfoto’s verzamelen we bewijzen van illegale houtkap, drooglegging van veengronden en oliepalmteelt in beschermde gebieden. We volgen dit verwoestende palmoliespoor naar de importeurs en afnemers van palmolie in Europa en de VS. Gesteund door u en duizenden andere supporters wereldwijd, confronteren we deze medeverantwoordelijken met de gevolgen. Intussen zetten we ons in Europa, samen met 160 andere natuur- en mensenrechtenorganisaties in voor een bossenwet, waarvoor al 1,2 miljoen supporters hun handtekening zetten. Deze wet verplicht bedrijven om alleen nog producten te verkopen waarvoor geen bos voor is verdwenen. De Europese Commissie komt dit jaar met het eerste wetsvoorstel.

Het groene hart van Afrika

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/23f9f009-gp0str8j0_web_size.jpg


Vanaf 2016 stond Greenpeace Lokolama bij in het verkrijgen van hun grondrechten in het Congolese regenwoud. Het Greenpeace-team ondersteunde hen bij de juridische procedure en gaf trainingen in conflictpreventie – en oplossing. Met succes.

Rivieren, regenwouden, bergen, savannes, moerassen: het Congobekken is een natuurwonder pur sang. Dit tweede grootste regenwoudgebied ter wereld ligt in het hart van een van de meest instabiele regio’s. Dat biedt ironisch genoeg bescherming, omdat het investeerders huiverig maakt. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude er welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt. Regelmatig woeden in het Congobekken enorme branden. Uit onderzoek van de universiteit van Maryland blijkt dat de meeste brandhaarden vlakbij wegen ontstaan, die door houtkappers zijn aangelegd. In de Democratische Republiek Congo (DRC) is al sinds 2002 een moratorium op houtkap van kracht. Toch krijgen buitenlandse houtbedrijven uit onder meer CHINA steeds meer bosgebieden in handen die soms wel zo groot zijn als België.

Ook palmoliebedrijven rammelen al jaren aan de poorten. Het Maleisische Atama, dat de grootste palmolieconsessie in de regio heeft, liet onder meer in Kameroen zien hoe het zonder veel scrupules bos kapt en kleine boeren van hun land jaagt. Het regenwoud van het Congobekken zorgt voor voedsel, medicijnen, grondstoffen en water voor ruim 80 miljoen mensen. Er leven bijna 250 inheemse volken voor wie het bos ook een spirituele betekenis heeft. De Baka bijvoorbeeld, Kameroens grootste inheemse bevolkingsgroep. Al jaren wordt hun levenswijze bedreigd door de industriële boskap van het rubberbedrijf Sudcam uit Singapore. COVID-19 vergroot de risico’s waaraan ze blootstaan: ze zijn niet bang om ziek te worden, maar wel dat organisaties vertrekken die hen bijstaan in hun strijd tegen de structurele landonteigeningen.

In het bos staan honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven enorm veel CO2 hebben opgeslagen. In dit regenwoud ontdekten wetenschappers enkele jaren geleden een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Dat is net zoveel als de Verenigde Staten in 20 jaar tijd uitstoten. De immense wouden van het Congobekken herbergen ook tienduizenden planten- en diersoorten. Als een stel landschapsarchitecten vormen dieren zoals de ernstig bedreigde gorilla’s, bosolifanten en Afrikaanse buffels het bos. Ze creëren paden, snoeien bomen en poepen zaden uit.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. Samen met inheemse volken strijden we tegen de illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt het werk lastig en gevaarlijk. Toch lukt het ons om successen te boeken. Zo besliste de Kameroense president onder druk van lokale milieuorganisaties, de bevolking en Greenpeace dat de houtkapplannen in het beschermde Ebo-woud voorlopig niet doorgaan. Goed bosbeleid is essentieel om het Congobekken duurzaam te beschermen. Daarom helpen we inheemse volken om de formele rechten over hun leefgebied te verkrijgen. Onder meer de Lokolama in de DRC kregen zo 11.000 hectare toegewezen. En in 2023 draagt de regering 50 bosgebieden, in totaal bijna 2,5 miljoen hectare, over aan de lokale bevolking.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/8ca3659b-gp0sturw4_web_size.jpg

Jaarlijks gaat in Rusland een gebied van zo’n 40 miljoen hectare in vlammen op – een gebied 10 keer zo groot als Nederland. De brandweerteams van Greenpeace trainen vrijwilligers, geven voorlichting en blussen natuurlijk waar ze kunnen.

De groene kroon van de aarde

In Rusland ligt tweederde van de taiga; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt over Alaska, Rusland, Canada en Scandinavië. Zowat alles aan dit boreale woud is enorm. Het beslaat 16 miljoen km² – meer dan een kwart van alle bossen op aarde – en telt 750 miljard bomen. De dennen en sparren die er groeien zijn aangepast aan de lange wintermaanden: hun naalden bevatten heel weinig sap, waardoor ze niet bevriezen als de temperatuur zakt tot -35 °C. Hun donkere kleur en driehoekige vorm helpen juist om zo veel mogelijk zon op te slorpen. Meer dan 20.000 planten- en diersoorten leven in deze barre omstandigheden. Wolven, elanden en beren, tijgers, maar ook de Siberische salamander die een soort antivries produceert waardoor hij kan overleven in extreem lage temperaturen. Ook dit uitgestrekte noordelijke bossengebied slaat een enorme hoeveelheid CO2 op in de bodem en veengronden: meer dan alle tropische wouden samen.

Elk jaar gaat ongeveer 2,5 miljoen hectare van dit woud verloren. Eeuwenoude bomen verdwijnen onder andere in Tempo-zakdoekjes, wc-papier van Edet en maandverband van Libresse. In heel Rusland gaat elk jaar zo’n 40 miljoen hectare natuur in vlammen op. Dat is 10 keer Nederland. De gigantische natuurbranden worden verergerd door klimaatverandering en zorgen zelf voor verdere opwarming van de aarde. Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen waardoor deze poolkap ook zijn reflecterende vermogen verliest. Ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Dat is een grote misvatting: 90 % van deze branden ontstaat door menselijk toedoen. Vooral de gewoonte van boeren om graslanden aan te steken zodat ze snel van hun onkruid afkomen, loopt regelmatig gigantisch uit de hand.

Omdat de overheid de branden laat voortrazen, komt Greenpeace in actie. Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug startte het eerste blusteam zo’n 10 jaar geleden. Met steun van de Nationale Postcode Loterij en van u, onze Nederlandse supporter, zijn inmiddels in de kwetsbaarste regio’s honderden mensen klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Het aantal catastrofale veenbranden daalde daardoor in 2019 met maar liefst 90 %. Daarmee voorkwamen de brandweerlieden de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2. De vrijwillige brandweerteams kunnen op Greenpeace rekenen voor onder meer transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen en lichten ze bewoners voor over de oorzaken van de branden. Voorlichting is een van de belangrijkste methodes om de branden te bestrijden. Al jaren geven we op Russische scholen les over het belang van de bossen en planten we bomen met tienduizenden schoolkinderen. Ook werken we samen met producenten van tekenfilmseries. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/4a7445f7-gp0jzh_web_size.jpg

Het Amazonewoud, thuis van deze blauwkeel-ara, verandert drastisch. Grote delen van het woud verdwijnen ondere andere voor de sojateelt.

Adembenemend Amazonia

Alles is met elkaar verbonden. Wie het Amazoneregenwoud een beetje bestudeert, ziet al snel hoe deze natuurwet in de praktijk werkt. Dit woud, het grootste op aarde, is een van de meest biodiverse gebieden. De planten, dieren, micro-organismen en schimmels vormen samen een enorm ecosysteem dat invloed heeft op de hele wereld. De bossen van de Amazone produceren enorme hoeveelheden water. Ze beïnvloeden regenpatronen tot ver buiten hun eigen regio. Ondanks de enorme omvang van het Amazonewoud, ruim 5,5 miljoen km2, is het evenwicht er delicaat. Als mensen tussen de 20 en 25 % van het woud verwoesten, kan het de balans niet meer zelf herstellen en veranderen deze prachtige bossen in een savanne. Met miljarden tonnen CO2-uitstoot als gevolg. Volgens INPE, het Braziliaanse instituut voor ruimteonderzoek, is er al 18 % verwoest. Wetenschappers stellen dat over 10 tot 15 jaar dit kantelpunt is bereikt, als de ontbossing niet stopt.

Meer dan de helft van het Amazonewoud ligt in Brazilië, waar president Jair Bolsonaro de scepter zwaait. Zijn regering heeft weinig op met het milieu en de inheemse volken: de klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld aan te verdienen. In 2019 lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds 11 jaar. De meeste van deze branden zijn aangestoken om land vrij te maken voor weilanden voor koeien, mijnbouw en de teelt van soja. Sinds de huidige regering aan de macht is, hebben bedrijven carte blanche in het regenwoud. Moord en doodslag zijn voor inheemse volken zoals de Karipuna in de Amazone al jaren realiteit. In de afgelopen jaren wist een deel zich, onder aanvoering van jonge leiders, steeds beter te organiseren. Zij komen op voor hun traditionele landrechten, in de rechtszaal en in het bos zelf. Maar de belangen van grote bedrijven en nationale overheden in het regenwoud zijn groot. De strijd is te vaak ongelijk.

De bedreigingen zijn zo omvangrijk en complex, dat Greenpeace voor het project Alle ogen op de Amazone de handen ineen sloeg met Hivos en 9 andere organisaties. In dit project is de hoofdrol weggelegd voor de inheemse bevolking. Volgens talloze onderzoeken zijn zij immers de beste bosbeschermers van de wereld. We ondersteunden hen bij de opzet van lokale boswachterteams die met smartphones en drones het regenwoud intrekken en daar de bosvernietiging vastleggen. De teams leerden (digitale) landkaarten maken, satelliet- en dronebeelden analyseren, gps-coördinaten
lezen én de verzamelde informatie veilig opslaan. Met succes: vorig jaar werd in het leefgebied van de Karipuna 49 % minder bos verwoest dan in alle voorgaande jaren. Ook werd er een wet ‘geparkeerd’ waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden wilde legaliseren. Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. En het gesprek tussen inheemse leiders uit Brazilië en Tweede Kamerleden, hielp de discussie tegen het nieuwe Mercosur-handelsverdrag kracht bij te zetten. Het duizelingwekkende tempo van de ontbossing moet stoppen. Met uw hulp blijven we overheden en internationale instanties beïnvloeden, onder andere voor een sterke wet waarin staat dat geen bos meer verwoest mag worden voor onze producten.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/45233/houd-de-wouden-in-hun-element/

Een jaar na de bosbranden in Australië, hoe staat het ervoor? (Margriet)

Waarschijnlijk kun je je de heftige beelden nog wel herinneren van een vuurzee aan vlammen, zwartgeblakerde bossen, dieren die vluchten en mensen die hun huis kwijtraakten. Het is inmiddels meer dan een jaar geleden dat Australië maandenlang werd geteisterd door hevige bosbranden.

Hoe ziet het land er nu uit?

Bosbranden Australië

Eind 2019 werd in Australië een gebied ter grootte van tweeënhalf keer Nederland verwoest. Zeker dertig mensen kwamen om het leven en 2500 huizen gingen in vlammen op. Helaas kwamen ook veel dieren om in de vuurzee, meer nog dan voorheen werd gedacht. Uit onderzoek blijkt dat 3 miljard dieren zijn getroffen door de bosbranden, waardoor deze als een van de ergste natuurrampen in de geschiedenis wordt beschouwd.

Natuur herstelt zichzelf

Een zeer verdrietige situatie, maar gelukkig is er ook goed nieuws. Op beelden van Travelessence is namelijk te zien dat de natuur het in grote mate heeft overleefd en zelfs weer aan het herstellen is. Uit zwartgeblakerde boomstammen ontstaan groene, of zelfs felrode, nieuwe bladeren. De verkoolde eucalyptusbomen omringen zichzelf – binnen een aantal weken al – met vers groen blad. Kijk maar naar deze prachtige beelden.

Lees ook: Sonja: ‘Het voelde alsof ik allebei m’n kinderen in een klap kwijt was’

Bomen zijn verbrand, maar niet verwoest

Veel Australische boom- en plantsoorten, waaronder de banksia en de eucalyptusboom, hebben een bosbrand of vuur nodig om te overleven en zich voort te planten. Of eigenlijk werkt het andersom. Door de aanwezigheid van vaak hevige bosbranden heeft de eucalyptusboom zich zo ontwikkeld dat hij kan voortleven na een brand.

Op het moment dat er vuur is geweest, springen de zaden, die op de grond zijn gevallen, open om te ontkiemen en nieuw leven te laten beginnen. Die zaden hebben de hitte van een brand daarvoor nodig. De overgrote hoeveelheid van de bossen die in brand stonden, waren eucalyptusbossen. Deze zijn dus verbrand, maar niet verwoest. In onderstaande video wordt daar meer over uitgelegd.

Nieuw leven na een brand

Een ander manier waarop het bos ‘doorleeft’ is door de as die na de brand de grond bedekt. Voedingsstoffen opgeslagen in dood hout gaan op die manier weer de grond in, wat zorgt voor een vruchtbare grond. Daardoor zijn er na een brand vaak al snel weer nieuwe planten en bomen zichtbaar.

Wanneer de bosbranden echter te hevig zijn, te lang aanhouden en te vaak voorkomen, kan het het ecosysteem in gevaar brengen.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.    

Bron | Travelessence, RTL Nieuws, NPO Radio 1, Wikipedia
Beeld | Getty Images

Het bericht Een jaar na de bosbranden in Australië, hoe staat het ervoor? verscheen eerst op Margriet.

https://www.margriet.nl/nieuws/jaar-na-bosbranden-australie/

Hoe wordt tegenspraak weer samenspraak? (GBV)

Het wordt er niet gezelliger op om politiek actief te zijn, merkte ik afgelopen week weer. Wat is er toch aan de hand in Veldhoven dat sommigen menen dat àlle middelen geoorloofd zijn om anderen hun eigen gelijk op te dringen? Het is niet de eerste keer dat ik het merk en het zal ook niet de laatste keer zijn, maar daar waar in de raad het dienen van het algemeen belang centraal zou moeten staan, raakt dat nu soms ondergesneeuwd door de actievoerders die de agenda van de raad aan het bepalen zijn. Terwijl raadsleden eigenlijk zonder last of ruggenspraak hun mening moeten kunnen geven.

De kloof tussen politiek en de inwoners wordt het genoemd. ‘Ze’ luisteren toch niet en ‘ze’ doen alleen wat ze zelf willen. En wat ze willen? Dat is op het pluche zitten. Als mensen over ‘ze’ praten, praten ze over mij. Als wethouder voor GBV, onderdeel van het college en de coalitie, ben ik in de ogen van deze mensen ‘ze’. En ‘ze’ roept tegenwoordig de nodige (verbale) agressie op. Een inspreker eerder deze week gaf een analyse ten beste van hoe de relaties binnen de coalitie zijn volgens hem, niet gehinderd door enige kennis ervan. Een ander stuurde een mail -per ongeluk aan het verkeerde adres- waarin hij met vier oppositiepartijen besprak hoe de coalitie “gebroken” kan worden. Misschien toch even: we hebben het dan over het ‘breken’ van een democratisch gekozen raadsmeerderheid…

Ik heb vaker voor een kokende zaal gestaan met boze mensen. Boos omdat ze statushouders in hun buurt gehuisvest kregen; iemand dreigde de zaak in de fik te steken. Boos omdat er een beschermd wonen initiatief voor kwetsbare jongeren in hun straat kwam; dat waren allemaal drugdealers en criminelen. Er vallen me in die situatie altijd twee dingen op: de enorme agressie die op je af komt, ook van mensen die in het dagelijks leven een keurige baan hebben, én het feit dat een redelijk gesprek zelden nog te voeren is op zo’n moment. Het is dan eigenlijk al te laat. De stellingen zijn betrokken en er is alleen nog maar ‘zij’ en geen wij meer. Het valt niet mee om in dat verbale geweld je eigen afweging te blijven maken als raadslid of bestuurder en je standpunten met achterliggende gedachte voor het voetlicht te brengen. Er luistert namelijk niemand meer. En waarschijnlijk voelt het aan de ‘andere’ kant precies zo. Geen gesprek mee te voeren met die mensen, ze horen alleen maar zichzelf en hun eigen argumenten.

De kunst is dus eerder met elkaar te komen tot een verkenning van standpunten, voordat de stellingen betrokken zijn. Daarvoor is wederzijdse kennis en respect voor de rollen die je hebt van belang. Als college hebben we bijvoorbeeld nauwelijks een rol in de momenteel ontwikkelde bouwprojecten waartegen ‘verzet’ wordt georganiseerd. De projectontwikkelaars zijn in de lead en organiseren zelf de samenspraak. Zo is dat in Veldhoven door de Raad besloten vooruitlopend op de Omgevingswet, waarin dit wettelijk wordt verankerd. Als College mogen we slechts toetsen aan geldende regels die door de raad eerder zijn vastgesteld, via het zogenaamde principeverzoek. De verantwoordelijkheid voor goedkeuring van dergelijke plannen ligt bij de raad. De raad mag, nee moet, de afweging maken tussen de individuele belangen van inwoners en het algemeen belang voor Veldhoven. Zover is het voor veel van de plannen nog lang niet, maar toch lopen de gemoederen al hoog op en probeert men een ander proces af te dwingen door coalitie en college als ‘de vijand’ af te schilderen.

Inwoners krijgen -ten onrechte- het beeld dat de plannen in kannen en kruiken zijn en voelen zich erdoor overvallen. Soms omdat ze de hele aanloop gemist hebben en er pas laat achter komen wat een plan inhoudt, soms omdat in Coronatijd samen overleggen gewoon moeilijk is.

Ik constateer dat er inderdaad een kloof is: een kenniskloof. Het is onduidelijk wie waarover besluit en daardoor worden allerlei aannames gedaan die niet stroken met de werkelijkheid. Op die momenten lijkt politiek soms ver van de mensen af te staan. We zijn vanuit de politiek onvoldoende in staat gebleken mensen mee te nemen in de ontwikkelingen die plaats hebben. Zeven jaar wethouderschap heeft me echter geleerd begrip te krijgen voor de positie waarin lokale overheden zich bevinden, sommige dingen moeten gewoon wettelijk, soms is er een overstijgend belang dat zwaarder weegt. Dat zouden we als lokale overheid veel meer mogen en moeten delen met elkaar. Maar soms staan mensen zelf ook te ver van de politiek af en weegt het eigen belang zo zwaar, dat welk inspraakproces dan ook aan de ingenomen standpunten niks veranderd zou hebben.

Dat moeten we in Veldhoven toch beter kunnen? Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de raadsleden met een ideële doelstelling de raad in is gegaan. We willen als politici allemaal iets betekenen waar Veldhoven beter van wordt. En dat geldt ook voor de ambtenaren die echt gedreven zijn als het gaat om het maatschappelijk belang. Laten we eens beginnen dat samen te doen. Geen gescheld via social media, maar in gesprek gaan met elkaar. Geen stellingen betrekken maar eerst eens luisteren, niet direct insprekers naar de mond praten, maar eerlijk vertellen welke afweging er óók gemaakt moet worden vanuit de raad en vooral mensen goede informatie geven. Het vuurtje opstoken is niet zo moeilijk. Maar zoals iedereen weet: een heidebrand, laat zich niet gemakkelijk blussen. Ik roep alle raadleden op én de grote zwijgende meerderheid van Veldhovenaren om hier sámen de schouders onder te zetten. Bemoei u met de politiek, want het gaat er om úw leefomgeving, úw zorg en úw ontspanningsmogelijkheden. Laten we een gemeente zijn waar niet het recht van de hardste schreeuwer geldt.

Deze week stuurde een inwoner mij een mail met daarin de tekst van een kersttoespraak die hij recent hield. De woorden zijn te mooi om bij me te houden:

“Het woord saamhorigheid betekent het samen zijn van mensen, het zich met elkaar verbonden voelen en de behoefte hebben om gezamenlijk een doel te bereiken. Niet altijd gaat dat vanzelfsprekend. Af en toe wordt de saamhorigheid doorbroken vanuit de veronderstelling dat een individuele weg beter zou kunnen zijn. Dit zou echter gaan leiden tot afbrokkeling van het geheel en kan dus nooit getolereerd worden.”

Daar ben ik het hardgrondig mee eens: het is van belang dat we het in Veldhoven sámen blijven doen. En als u dit leest en u heeft een mening over mij, mijn standpunten of de manier waarop ik mijn werk doe: prima, laten we dan in gesprek gaan en kijken of we naar elkaar kunnen luisteren. Daar maak ik graag een afspraak voor, óók -of misschien wel juist- als u het niet met me eens bent.

Mariënne van Dongen
Wethouder GBV

https://www.gbveldhoven.nl/hoe-wordt-tegenspraak-weer-samenspraak/

Twee Republikeinse vrouwen centraal in groeiende kloof in de partij (NOS journaal)

De Republikeinse partij is in oorlog met zichzelf. Nu Donald Trump is vertrokken naar zijn resort in Florida moeten volksvertegenwoordigers in Washington besluiten welke richting de partij op gaat. En daarbij worden onderling zware beschuldigingen geuit. Zo beschuldigen fractieleden elkaar ervan 'gestoorde leugens' te verkopen.

Afgelopen nacht kwamen de 211 Republikeinse fractieleden in het Huis van Afgevaardigden in crisissfeer bij elkaar om over de verdeeldheid te praten, maar het heeft een oplossing niet dichterbij gebracht.

Centraal in het gevecht staan twee fractieleden: de rabiate complotdenker Marjorie Taylor Greene en de gematigde stem van de oude gevestigde orde Liz Cheney. Beide vrouwen behaalden tijdens het fractieberaad een overwinning, en zo duurt de patstelling voort.

Joodse lasers

Greene, Afgevaardigde uit Georgia, is nieuw in het Huis en heeft zitting genomen in twee Huis-commissies, die voor de Begroting en die van Onderwijs. Dat zij aan de uiterste rechterkant van de partij staat was bekend, maar na publicaties over haar ware denkbeelden eerder deze maand ontstond er discussie of zij wel lid kan zijn van deze twee belangrijke commissies.

Zo zijn volgens haar twee dodelijke schietpartijen op scholen, waarbij tientallen kinderen om het leven kwamen, in scène gezet door tegenstanders van vrij vuurwapenbezit. Ook is ze ervan overtuigd dat bosbranden in Californië aangestoken zijn met laserstralen, met hulp van rijke Joden die er geld aan wilden verdienen.

Verder likete Greene Facebookposts waarin werd opgeroepen "een kogel door het hoofd" te jagen van de Democratische leider Nancy Pelosi. De Democraten zijn volgens haar sowieso "satanische pedofielen", de kern in het gedachtengoed van complotbeweging QAnon.

Desondanks bleek afgelopen nacht dat zij flinke steun geniet in de Republikeinse fractie. Fractieleider Kevin McCarthy besloot haar niet uit de twee commissies te zetten, maar Greene het woord te geven, waarop zij een staande ovatie kreeg van een aanzienlijk deel van de fractie. "Het kwam neer op de helft", zeiden aanwezigen.

Zotte leugens

Het blijkt voor Republikeinse leiders nog altijd ingewikkeld om uitspraken als die van Greene te veroordelen. Complotdenken en 'alternatieve feiten' hebben in de afgelopen jaren onder Donald Trump een thuis gevonden in de partij. Van de theorie dat Barack Obama niet in Amerika is geboren tot de leugens van Trump over zijn verkiezingsverlies in de afgelopen maanden.

Toch uiten sommigen daarover inmiddels wel hun frustratie. De machtige senaatsleider Mitch McConnell noemde eerder deze week de "zotte leugens en complottheorieën" een "kanker voor de partij en het land". Dat was verrassend, omdat McConnell zich in de afgelopen jaren nooit tegen de leugens en complotten van president Trump heeft gekeerd.

Fractieleider in het Huis Kevin McCarthy wilde niet zover gaan als McConnell. Hij vroeg deze week wel aan Greene om excuses te maken voor haar meest extreme uitspraken. Dat weigerde ze niet alleen, ze ging meteen ook aan de slag om fondsen te werven voor haar zaak. Het duidt erop dat Greene niet van plan is haar toon te matigen.

En dan is er dus Liz Cheney uit Wyoming, de andere Afgevaardigde in het Huis over wie onenigheid is ontstaan. Zij is de derde in rang in het Republikeinse leiderschap in het Huis. En de hoogste Republikein die na de bestorming van het Capitool op 6 januari stemde voor een afzettingsprocedure tegen Trump.

Als een familie

Cheney noemde Trumps bewering dat hij de verkiezingen heeft gewonnen "de grote leugen". De Trump-aanhang in de partij eist sindsdien dat Cheney uit haar leiderschapsfunctie in het Huis wordt gezet.

Maar na uren debat over haar positie afgelopen nacht, stemde onverwacht twee derde van de Republikeinse fractie voor het aanblijven van Cheney. "We hebben gesproken als één familie," zei fractieleider Kevin McCarthy na het fractieberaad. "En we hebben een belangrijke horde genomen." Hij wilde zelf graag geloven dat de partij de verdeeldheid nu achter zich kan laten.

Maar een groot deel van zijn fractie in het Huis applaudisseerde voor Green. Terwijl een nog grotere groep steun uitsprak voor de oude gevestigde orde, die openlijk kritisch is over president Trump. De tweedeling kan haast niet scherper: de richtingenstrijd in de Republikeinse partij is nog lang niet beslecht.

http://feeds.feedburner.com/~r/nosjournaal/~4/8GerSxkToUs

http://feeds.nos.nl/~r/nosjournaal/~3/8GerSxkToUs/2367266