Nieuwe sloten, tweets, een brandbrief: moeten media elk detail rond FvD verslaan? (NPO Radio 1 Cultuur & Media)

https://www.nporadio1.nl/images/2020/11/26_fb63eb68bf_ANP-424537715.jpg

De heisa bij Forum voor Democratie duurt voort. Thierry Baudet trad af als lijsttrekker na publicaties van Het Parool over nazisympathieën en antisemitische en homofobe uitingen bij de jongerentak van de politieke partij. Vervolgens stelde Baudet zich weer verkiesbaar, schreef een lijsttrekkersverkiezing uit, maar kandidaat-Kamerleden en bestuursleden van de partij keren zich nu één voor één tegen de FvD-oprichter. Er wordt zelfs gesproken over het royeren van Baudet als lid.

{prepr_video nid="b2700a14-948e-4743-b2f3-e83221f51f87" caption="Het Mediaforum met Ronald Ockhuysen en Bert Huisjes" image=""}

"Dit heeft alle kenmerken van een Griekse tragedie, waarin iemand omgeven lijkt te zijn door mensen die hem op het schavot willen hebben. Alles komt samen, Rome staat in brand, instortende zuilen, Brutus om je heen, een echte tragedie", zegt Bert Huisjes, hoofdredacteur van WNL in Spraakmakers.

In de uitzending van Goedemorgen Nederland van WNL werd Baudet donderdagochtend live geconfronteerd met reacties uit te partij. Met name op het verhaal in de Telegraaf waarin partijprominent Nicki Pouw vertelt dat Baudet allerlei antisemitisme uitspraken deed tijdens een partijetentje afgelopen vrijdag. Ook Eva Vlaardingerbroek reageerde in de uitzending en schaarde zich achter Nicki Pouw. En daarmee tegen Baudet. Ze noemde de acties van Baudet 'paniekvoetbal'.

{twitter url="https://twitter.com/AlexanderNL/status/1331877581520576513" }

"Er kwamen ook voor-sprekers aan het woord", zegt Bert Huisjes, doelend op sprekers die de kant van Baudet kozen. "Dus het was geen tribunaal. Je zag een man die diep gekwetst was. Dit was echt een 'ook jij Brutus?-moment' voor hem denk ik", aldus Huisjes.

Huisjes, die net uit de uitzending kwam van Goedemorgen Nederland, legt uit hoe dat eraan toe gaat. "Dit ontwikkelt zich tijdens een uitzending. We laten die reacties live horen, maar je wil niet alle aanklagers op een rij zetten." Huisjes zegt ook dat Baudet van te voren wist dat er reacties zouden komen. "En je wil een mix hebben van mensen die de boedelscheiding begrijpen en mensen die hem weg willen. Anders zet je iemand op een tribunaal waarbij de uitkomst bij voorbaat kenbaar is. Dat mag niet gebeuren." 

Hét etentje

Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool, reageert ook op het optreden van Baudet vanmorgen bij Goedemorgen Nederland. Hij vindt het vooral opmerkelijk dat Baudet de uitspraken die tijdens het partij-etentje vrijdag zouden zijn gedaan, niet ontkent in de uitzending van WNL. "Hij roept van alles, maar hij zegt niet: dat heb ik niet gezegd. Hij zegt dat hij een andere herinnering heeft aan die avond, maar dat is wat anders." Huisjes vult aan. "Hij heeft wel gezegd hij niet antisemitisch is en dat er geen verschil tussen mensen is, dus dat heeft hij duidelijk benoemd."

Trial by Media

De media fungeert als "doorgeefluik van een machtsstrijd binnen die partij", noemt Huisjes het. "Dit is een machtsstrijd pur sang, dit gaat om de leden, wie is Forum, wie mag aan het stuur zitten? Dit is een burgeroorlog binnen de partij. Dat Baudet in de uitzending zit, is een aandeel in die oorlog."

Van journalistiek naar een soap

Hoe lang blijft dit journalistiek belangrijk en wanneer wordt het een soap? "Dat is heel ingewikkeld", zegt Ockhuysen. Nieuws gaat als een veenbrand en gaat maar door. Op elke redactie is de vraag 'Wat publiceren we wel en wat niet?'. Op een gegeven moment zijn er verhalen over sloten die zijn vervangen, steeds moet je die afweging maken. En bij WNL ontstond het nieuws ter plekke."

De hoofdredacteur van Het Parool legt uit waarom FvD veel nieuwswaarde heeft. "Deze partij speelt een belangrijke rol, veel Nederlanders hebben erop gestemd. Hij heeft een gevoel losgemaakt in Nederland, veel mensen voelen zich niet vertegenwoordigd door de gevestigde orde. Die mensen kan hij bereiken. Dat zo'n nieuwe partij zichzelf in korte tijd weer opblaast, dat is groot nieuws."

{prepr_audio nid="20daaecb-f68c-4bad-9ac6-7c4f7ed2bf20" caption="Het Mediaforum met Ronald Ockhuysen en Bert Huisjes" }

{articles "Baudet stelt 'boedelscheiding' voor" id="27938" } 

Download de NPO Radio 1-app

Met onze app mis je niks. Of het nou gaat om nieuws uit binnen- en buitenland, sport, tech of cultuur; met de NPO Radio 1-app ben je altijd op de hoogte. Download 'm hier voor iOS en hier voor Android.

{articles "'Forum voor Democratie ís Thierry Baudet, dat is een probleem voor de partij'" id="27888" }

https://www.nporadio1.nl/cultuur-media/27939-media-analyse-fvd-dit-is-een-burgeroorlog-binnen-de-partij

GGD-directeur gelooft niet in vaccinatiedwang: ‘Medici en de overheid moeten vertrouwen wekken’ (Omroep Brabant)

Ellis Jeurissen ziet in het coronavaccin dé stip op de horizon om ‘vrij’ te zijn. Tegelijkertijd maakt de directeur van GGD Brabant-Zuidoost zich zorgen om polarisatie: “Wat gaat het met een samenleving doen als je privileges krijgt als je bent ingeënt?”

Het is juni 2021. Na een jaar zonder Groots met een zachte G van Guus Meeuwis, is het tijd om dubbel zo hard het Philips Stadion uit haar voegen te laten barsten. Wie naar binnen mag, is afhankelijk van wie ingeënt is tegen het coronavirus. GGD-directeur Ellis Jeurissen in Brabant-Zuidoost vreest voor dit scenario in dit door haar aangehaalde fictieve voorbeeld.

“Stel, je krijgt zo’n maatschappij: dat het vaccinatieboekje bepaalt waar je naartoe mag. Daar ben ik angstig voor: wat gaat het met een samenleving doen als je privileges krijgt als je bent ingeënt? Daar vind ik moreel wat van.”

Jeurissen, nu drie jaar directeur, vertelt digitaal via Teams over de stand van zaken bij ‘haar’ GGD. Over 24/7 ‘aan’ staan, de complexiteit van corona en het veelbesproken vaccin. Om daarmee te beginnen: volgens haar zijn GGD’s dé organisaties die Nederland moeten inenten. Althans: degenen die willen. Veel Nederlanders zijn sceptisch over het coronavaccin.

Snapt u dat mensen twijfelen over het vaccin?
Ik denk in maart corona te hebben gehad en ik hoop echt nooit meer zo ziek te worden. Dus ik sta vooraan zo gauw ik aan de beurt ben, ook omdat ik niet weet of ik nu immuun ben. Daarnaast kan ik niet tegen vaccineren zijn als Directeur Publieke Gezondheid. We vergeten weleens: mazelen is een dodelijke ziekte voor kinderen. Maar we zijn nu zo rijk dat er eigenlijk niemand meer aan dood hoeft te gaan, omdat we dit goed geregeld hebben. Hoe minder mensen zich vaccineren, hoe minder effectief dat is om groepsimmuniteit te krijgen.

Maar ik snap wel dat het echt een vraagstuk is. Toen mijn dochter 13 werd, heb ik me heel erg verdiept in de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Ik dacht: wat ga ik nou doen? Er was veel twijfel over de betrouwbaarheid ervan. Ik merk dat dit nu ook weer opspeelt. Het is heel gemakkelijk om als Directeur Publieke Gezondheid te zeggen: dat gaan we doen. Ieder moet daar zelf over nadenken.

Er wordt gesproken over indirecte dwang om mensen te laten vaccineren. Wat vindt u daarvan?
Het is en blijft een persoonlijke afweging die je voor jezelf en je kinderen maakt. Dat past ook wel bij hoe ik denk over vrijheid die je in dit land hebt. Ik geloof niet in een verplichting. Het vaccin kan op die manier polarisatie in de hand werken.

Misschien duurt het nog een jaar voordat het vertrouwen groeit en dat meer mensen die stap zetten. Later die keuze maken mag, maar het betekent wel iets voor de virusbestrijding en de immuniteit. Als straks vijftig procent is ingeënt, dan hebben we er niets aan.

Wat is er nodig hen over de streep te trekken?
Medici en de overheid moeten vertrouwen wekken. We zullen heel goed in lekentaal moeten uitleggen welke stappen er zijn gezet, waardoor we zeker zijn dat het betrouwbaar is en het op de markt komt. Je moet er eerlijk over zijn. Al ga je sommigen nooit overtuigen.

Voor het zover is, gaat er eerst nog een poos overheen. We zitten in de tweede golf. Hoe gaat het met u en GGD Brabant-Zuidoost?
Het houdt niet op, het is hartstikke druk. We hebben nu als het ware twee GGD’s: de ‘gewone’ GGD en een soort corona-GGD. Dat is een parallelle organisatie.

Het wordt steeds complexer, omdat het volume enorm toeneemt. We openen binnenkort een XL-coronateststraat, waar meer tests gedaan worden dan we nu in alle teststraten in ons gebied doen. Gisteren hebben we met mijn twee coronamanagers staan glunderen: dat ons ook dat lukt. Ook al rekt het onze organisatie enorm uit. We kunnen iedereen testen en binnen 24 uur de uitslag geven. Daarnaast zitten we middenin de overname van jeugdgezondheidszorg en reorganiseren we. Ik sta ervan te kijken wat deze organisatie aankan. Dat geeft ook rust.

Hiervoor was u politiechef in Oost-Brabant. Wat is het grootste verschil met de GGD?
De politiewereld bestaat eigenlijk uit twee hoofdprocessen: handhaven en opsporen. De GGD er meer: seksuele gezondheid, toezicht kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, infectieziekten, ambulancezorg. Wat het ook complexer maakt, is dat de GGD een bestuur heeft van 21 zorgwethouders. Het is een gemeenschappelijke regeling en dat maakt dat het op- en afschalen bij GGD’s trager gaat. In de zorgkolom gaat het meer om samenwerken en coördineren.

De politie is juist een command & control-gerichte, nationale organisatie. Dat was duidelijk te zien na de tramaanslag in Utrecht. Ik reed toen over de snelweg en op álle op- en afritten stond een politieauto. Dat is mogelijk door te nationaliseren.

Wat kan de GGD daar van leren?
Infectieziektebestrijding moet meer uitgewerkt worden naar zo’n command & control-structuur. Dat zullen we nationaler moeten oppakken. Normaal gesproken moeten GGD’s alleen maar bezuinigen. Nu zitten we in een unieke situatie: wat we ook doen, we krijgen het vergoed. Zo bouwen we een paviljoen in de XL-teststraat in Eindhoven. Dat kost een paar ton en het wordt gewoon betaald.

Laatst was het een weekje rustiger in onze teststraat. Dan vraagt iedereen: zoveel mensen in de teststraat hoef je toch niet te laten werken? Dat vond ik zo’n gekke vraag. De brandweer is ook zo georganiseerd. Niemand moppert op de brandweer die ook betaald wordt als er geen brand is. Dit virus moet je ook zien als een brand, een veenbrand waar wij voor aan de lat staan.

Daarover gesproken, de testcapaciteit: minder mensen lieten zich vorige week testen. Goed nieuws?
Dat weten we niet. Inspelen op het gedrag van mensen is lastig. Zo steeg de testvraag in de zomer eerder dan verwacht. Maar als je kijkt naar het reguliere snotter- en griepseizoen, dan is november normaal ook een dalende maand. Pas halverwege december krijgen mensen normaal gesproken weer klachten. Het is een valkuil om te denken dat een afname aan tests positief is.

Tot slot: een vooruitblik. Waar staan we over een jaar?
Ik hoop dat sommige dingen blijven. We rijden nu veel minder kilometers met z'n allen. Thuiswerken moeten we blijven stimuleren. Verder hoop ik dat we steeds minder ziek worden van Covid als het zich muteert. Ik zie het zo voor me, dat als je over een jaar corona hebt, je gewoon naar de apotheek kunt gaan en een testje haalt, je dan zelf kan testen, een paar dagen thuis blijft als je het hebt en een paracetamol neemt. Ik hoop dat het ‘normaal’ wordt en dat we er ook zo mee om kunnen gaan.

LEES OOK:

Ziekenhuisdirecteur in crisistijd: 'corona heeft iets van een mindfuck in zich'

'Er is een periode van voor en na corona, zoals mijn ouders spraken over voor en na de oorlog'

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3296723/ggd-directeur-gelooft-niet-in-vaccinatiedwang-medici-en-de-overheid-moeten-vertrouwen-wekken

Hoe we de onzichtbare vijand met een hamer platslaan (Kennislink)

In de persconferenties van premier Rutte en minister De Jonge komen ontzettend veel metaforen en frames voorbij. Welke zijn succesvol en welke niet? Dragen ze bij aan de begrijpelijkheid? En kunnen we misschien nog wat leren van complottheorieën?

Persconferentie van premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge (VWS) op 17 november 2020: ‘Sinterklaas doet de inkopen alleen’/ ‘We wedden op zoveel mogelijk paarden’ (vaccins).

In maart was het virus nog met een ‘gevaarlijke opmars’ bezig, daarna werd het een ‘mammoettanker’, en nu hebben we een ‘grote hamer’ nodig om hem ‘plat te slaan’. Politici gebruiken allerlei metaforen in de communicatie over het coronavirus. Jaap de Jong, hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden, kan er veel over vertellen. Voor het tijdschrift Onze Taal maakte hij een analyse van alle coronapersconferenties tot nu toe.

In die verzameling van 140 duizend woorden viel hem vooral op hoeveel variatie er is in het metafoorgebruik van de politici. Bovendien zag hij een ontwikkeling: werden we in het begin nog overvallen door een onzichtbare vijand, gedurende de coronacrisis kregen we steeds meer grip op de zaak. Althans, als we de frames mogen geloven.

Eerste golf: ‘intelligente lockdown’

Tijdens de eerste golf wisten we nog heel weinig over het virus, en dat zie je terug in de taal. Volgens De Jong gebruikten de sprekers in de eerste persconferenties daarom vooral oorlogs- en plaagmetaforen. Dat zijn veelgebruikte metaforen die je door kunt trekken tot een heel netwerk van gelijke woorden. Op dat moment ontstaat een frame. Het virus was een ‘onzichtbare vijand’, een ‘gevaarlijke tegenstander’ die bovendien menselijke eigenschappen krijgt toegekend: ‘Als we verslappen slaat het virus zijn slag’. Het is ook een virus dat zomaar over kan springen als je te dicht bij elkaar komt – als een plaag.

Dat oorlogsframe kom je ook veel tegen in andere landen, met name Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten. Opvallender was het frame van de ‘intelligente lockdown’, waarmee Nederland zich onderscheidde. De Jong: “Daarbij hoort het beeld van slimme Nederlanders. Dat is ook wat Rutte zegt in een van de eerste persconferenties: ‘Wij zijn een nuchter volkje. We zitten niet te wachten op symboolmaatregelen.’ En eind maart paait hij ons wanneer hij Nederlanders ‘volwassen trotse mensen’ noemt. Maar opvallend: na de zomer verdween het begrip ‘intelligente lockdown’, en ook de kwalificatie ‘slim’ hebben ze niet meer in de mond genomen.”

Zomerstop: reis- en watermetafoor

Wat De Jong ook opviel, was dat de premier graag metaforen gebruikt die passen bij de tijd van het jaar. In augustus zegt Rutte ‘ik hoop van harte dat het virus het rugzakje pakt en vertrekt, maar op dit moment wijst niets daarop’. En op 1 september: ‘het virus heeft geen paspoort; het gaat over alle grenzen heen’. Ook het frame van een bosbrand is populair in de zomer: het virus kan zomaar weer oplaaien. Minister De Jonge zegt: ‘We moeten het virus uitstampen waar het oppookt’.

In diezelfde zomer gebruikte De Jonge ook nog een oer-Hollandse metafoor, weet De Jong. Op 24 juni zegt hij: ‘vergelijk het met onze eeuwenlange strijd tegen het water, die heeft ons de reputatie gegeven de voeten droog te kunnen houden. Dat deden we door dijken te bouwen. Vandaag zijn wij samen die dijk die de tweede golf buiten de deur kan houden’. “Framing-technisch gezien is dat natuurlijk een hele mooie. Je weet: er hoeft maar één klein stukje door te breken en dan is het meteen gedaan. De boodschap is helder: je bent op je kleine plaatsje zelf verantwoordelijk voor je eigen gedrag – en dat heeft grote gevolgen.”

De metafoor van de hamer komt voort uit een beroemd geworden artikel van de Frans-Spaanse schrijver en onderzoeker Tomas Pueyo, De hamer en de dans, waarin hij zegt dat we het virus eerst zo hard mogelijk moeten raken, en in de periode die volgt het virus in bedwang moeten houden door te dansen: balanceren tussen economische- en gezondheidsmotieven. Op de vooravond van de strengere maatregelen werd hij hierover geïnterviewd bij EenVandaag.

Tweede golf: routekaart en gereedschapskist

Inmiddels zitten we in de tweede golf en wordt de indruk gewekt van controle over de situatie. “Die routekaart is ook al in de eerste golf genoemd, maar toen werd nog vooral de onzekere route benadrukt. Rutte zegt in maart: ‘er is geen tomtom die zegt waar de volgende straat precies is’ en ‘we varen op zicht’. Maar in oktober is die routekaart veel verder uitgewerkt, en verschijnen er uitgebreide schema’s in de kranten. Dus we zien een verschuiving van onzekerheid naar controle.”

In hetzelfde rijtje van controlemiddelen past het ‘coronadashboard’, de ‘gereedschapskist’ van de ‘man met de hamer’, zegt De Jong. Hij verwijst daarmee naar Rutte en zijn uitspraak op 20 oktober, de vooravond van de strengere maatregelen: ‘De hamer waarmee we het virus moeten platslaan, moet groot genoeg zijn om dat nu ook echt te bereiken’. “Daarmee zegt Rutte eigenlijk: het is nu klaar met de hamertjes tik en de kleine hamers. Strengere maatregelen zijn nu noodzakelijk.”

Begrijpelijke taal?

Naar aanleiding van de hamer-metafoor brak er een discussie los in de media of de taal van de politici wel duidelijk genoeg is. De Jong is het niet eens met die kritiek: “Mijn analyse is dat de persconferenties niet te moeilijk zijn. De zinnen zijn niet te lang en er is weinig jargon te horen. Als Rutte wel een term noemt als het ‘reproductiegetal r’ dan licht hij dat toe. Wel gaan ze nogal los met de creatieve uitdrukkingen, de metaforen. Daar hebben ze niet op bezuinigd.”

Is dat eigenlijk een probleem? Zijn die metaforen wel voor iedereen even begrijpelijk? De Jong ziet wel een risico voor laaggeletterden en migranten die de taal nog niet volledig beheersen. “Maar die discussie heb je ook altijd na de troonrede, en die ga je toch ook niet voorlezen in kleutertaal. Bovendien staat er na elke persconferentie een samenvatting in eenvoudige taal op rijksoverheid.nl.”

Rob Jetten, de fractievoorzitter van D66, herhaalde in een interview met RTL Nieuws over dividendbelasting in 2018 drie keer hetzelfde antwoord. Dat kwam hem op kritiek te staan over zijn manier van communiceren.
Publiek Domein

De Jong: “Ze doen iedere persconferentie wel hun best om één frame te kiezen, dat zowel in het verhaal van Rutte als De Jonge terugkomt. Dat is waarschijnlijk het werk van hun speechschrijvers. Bovendien moeten ze toch elke keer weer antwoord geven op dezelfde soort vragen. En je wilt niet als een Rob Jetten steeds het hetzelfde antwoord herhalen, want dan krijg je de bijnaam Robot Jetten. Je kunt er alles over zeggen, maar Rutte en De Jonge zijn wel creatief met taal.”

Niet elk frame is even succesvol

Sarah Gagestein – auteur van meerdere boeken over framing – vindt dat er ook wel iets te zeggen is voor één vaste metafoor. “Dan heb je tenminste één duidelijk verhaal. Bovendien waren niet alle frames die tot nu toe voorbijkwamen even sterk.” Gagestein adviseert bedrijven en organisaties in de manier waarop zij framing in kunnen zetten in hun communicatie. Ze dacht mee aan een advies voor het Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) over de coronacommunicatie. De kern was: vertel vooral wat je wél wilt dat mensen doen, en minder wat je niet wilt. “Als je tegen kinderen zegt ‘niet rennen op de gang’, dat gaan ze geheid rennen op de gang. Dat werkt niet alleen bij kinderen zo, het is hoe ieders brein werkt.”

En sommige metaforen werken beter dan andere. De routekaart die nu veel langskomt is bijvoorbeeld wel een sterke metafoor volgens Gagestein. “Je weet waar je naartoe gaat en dat je onderweg de route kunt aanpassen, door een kortere of veiligere route te nemen. Die metafoor heeft manoeuvreerruimte, je kunt er meerdere kanten mee op.” De oorlogsmetafoor vindt ze minder geschikt, dus ze is blij dat Nederland daarvan af is gestapt: “Het beeld van een vijand die we moeten verslaan komt niet echt binnen als het enige wat je kunt doen is thuis op de bank hangen en afwachten. En er komt natuurlijk helemaal geen beslissende eindstrijd. Het doet me iets te veel denken aan de ‘war on terror’ en de ‘war on drugs’, die we ook nooit hebben gewonnen. Hij is al met al best wel tricky, want hoe strijd je tegen een onzichtbare vijand? Dat kan mensen wanhopig maken, en dan haken ze af.”

Leren van complottheorieën

Dat er ook een groep mensen is die afhaakt, zagen we de afgelopen periode met protestacties in Den Haag en socialmedia-acties als #ikdoenietmeermee. Hoe kun je communicatie zo inzetten dat mensen niet afhaken? Gagestein benadrukt dat taal nu ook weer niet zo sturend is, dat het allesbepalend is (‘gelukkig niet’). Maar er schuilt wel een gevaar in het niet goed uitleggen van frames, want dan gaan mensen er hun eigen invulling aan geven. “Neem het ‘nieuwe normaal’, dat vind ik een typisch rookgordijn-woord: dat is voor iedereen wat anders. Voor veel mensen is het een schrikbeeld: het staat voor alle fijne dingen die ze niet meer mogen en die in hun ogen nooit meer terugkomen. Gezellig in een kring koffiedrinken of iemand die je lang niet gezien hebt, stevig in de armen vallen.”

Als je als politicus een frame gebruikt, moet je deze dus wel goed ‘uitpakken’, duidelijk de ingrediënten van het verhaal op tafel leggen. In die zin kunnen politici eigenlijk wel wat leren van complottheorieën, denkt Gagestein. “Die maken heel duidelijk gebruik van storytelling: je hebt een duidelijk issue, een slechterik – vaak de overheid – en een slachtoffer. Het zijn moderne sprookjes. Ik zeg niet dat je zulke sprookjes moet gaan vertellen. Maar wat je ervan kunt leren is dat je niet moet beginnen met die nuances, maar met een helder verhaal. En daar kan je dan de mitsen en maren aan vastplakken. Dan heb je meer kans dat het verhaal ook echt blijft hangen bij het grote publiek.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/hoe-we-de-onzichtbare-vijand-met-een-hamer-platslaan/

Om de klimaatcrisis aan te pakken moeten docenten aan de slag met de klimaatidentiteit van studenten (Erasmus Magazine)

Onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos (EUC) vindt dat studenten meer de natuur in moeten. “Nu we toch niet binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren?”

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114826/Paper.Project.54-875x656.png

Veel studenten lopen rond met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen, ondanks hun utilitaire redeneringen over duurzaamheid, schrijft onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos. Ze denkt dat het helpt als studenten vaker de natuur ingaan. “We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen en de hei gaan.”

Met feiten alleen win je de strijd tegen de rampzalige aantasting van het milieu, pandemieën en natuurbranden niet. Ze botsen met onze westerse middenklasse-identiteit. Je verdiepen in klimaatverandering is niet genoeg. Zelfs als je je bewust bent van de invloed van onze identiteit op ons gedrag kom je er niet. Onderwijs dat bijdraagt aan het opnieuw vormen van onze klimaat-identiteit is de enige succesvolle oplossing. Dat blijkt uit mijn postdoctoraal onderzoek dat nu is gepubliceerd in een artikel dat ik samen met mijn EUC-collega Gera Noordzij schreef voor het Journal of Cleaner Production.

Ingrijpende gedragsveranderingen

Ik begon in 2017 aan mijn onderzoeksproject aan de universiteit van Aalborg, vlak na het warmste jaar ooit gemeten. In die tijd hadden we nog niet van Greta gehoord en zeker nog niet van het coronavirus, maar het was wel al duidelijk dat ons een stortvloed aan crises stond te wachten die om ingrijpende gedragsverandering zou vragen. Dat veel ouderen weinig interesse tonen in milieuproblematiek is zorgwekkend, maar niet erg verrassend. Het idee van solidariteit tussen generaties ziet er op papier leuk uit, maar de generatie die bijna alles in de schoot geworpen heeft gekregen – economische welvaart, betaalbare huisvesting, gesubsidieerde zorg – zet geen zoden aan de dijk en zal zijn verdwenen wanneer het klimaatprobleem echt de spuigaten uit begint te lopen. Maar het feit dat veel jonge mensen nog steeds individuele en gezamenlijke keuzes maken die ertoe leiden dat de planeet tijdens hun leven gevaarlijk uit balans zal raken, is iets moeilijker te bevatten.

Ik heb twee groepen studenten onderzocht die onderwijs hebben genoten over de do’s-and-don’ts van een duurzame leefwijze. Eén groep maakte deel uit van een milieuplanningsprogramma van een projectgerichte opleiding in Denemarken. De andere groep bestudeert hier aan EUR duurzaamheid aan de hand van een interdisciplinaire, probleemgerichte leermethode. Ik dacht dat als we de invloed van duurzaamheidsonderwijs op de veranderingen in mentaliteit en gedag bekijken, we conclusies kunnen trekken over jongeren die geen toegang hebben tot dergelijk onderwijs.

Bucketlist

Eerst het goede nieuws: een interdisciplinaire, probleemgerichte, humanistische kijk op de aantasting van het milieu zorgt er zeker voor dat studenten systematisch over hun gedrag gaan nadenken. Studenten die op deze manier over duurzaamheid leerden, waren minder snel geneigd zich te laten meeslepen door technofix-fantasieën en andere groengewassen manieren om de crisis op te lossen. Maar dan het slechte nieuws: zelfs wanneer studenten zich bewust waren van de milieuproblemen en inzicht hadden in de raciale en socio-economische ongelijkheden die ermee samenhangen, waren ze toch niet bereid hun schadelijkste gedrag aan te passen.

Wat gezegd moet worden is dat de meeste van deze studenten duurzamere eetgewoonten ontwikkelden. Ze wilden echter absoluut niets horen over hun reisgewoonten. Het idee dat er een huis, kinderen en een (elektrische) auto moet komen is springlevend, maar komt nu met een Instagramvriendelijke lijst met reisbestemmingen en een bucketlist die voor veel adrenaline en veel milieuvervuiling gaat zorgen. De studenten kwamen met rechtvaardigingen waar de grondleggers van de neoklassieke economie trots op zouden zijn: letterlijke kosten-batenanalyses in termen van nut.

Westerse middenklassehabitus

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114659/Climate-Aware-656x875.png

Welke conclusies heb ik getrokken? De studenten maken zich zorgen om het milieu als onderdeel van een ‘morele identiteit’. Deze morele identiteit is deel van een groter identiteitspakket dat hen met de paplepel is ingegoten. In de sociologie noemen we dit pakket een ‘habitus’. Dit pakket wordt versterkt door al onze interacties op alle vlakken van ons leven: familie, school, verenigingen, enzovoort. Omdat het handig is als we dit pakket een naam geven, noemen we het de ‘westerse middenklassehabitus’. Het is geen klasse in de klassieke Marxistische betekenis van het woord, maar meer een klasse in de praktijk, omdat die het resultaat is van de sociale interacties die we in de loop van de tijd doormaken.

Gezien worden als een moreel persoon, een persoon die goede dingen voor de wereld doet, een persoon die goed is, is een belangrijk onderdeel van dat identiteitspakket. Maar datzelfde geldt voor gezien worden als een kosmopolitisch, werelds, bereisd persoon met een hele reeks interessante ervaringen.

Gewetenswroeging

Wat gebeurt er als die twee in conflict komen? Dat is heel simpel: het wordt een rekensom. Het enige wat de studenten hoeven te doen, is slecht gedrag (d.w.z. vervuilend gedrag) compenseren met goed gedrag, zoals vegetarisch eten. Zelfs dingen die helemaal niets met het milieu te maken hebben tellen mee, zoals een goede vriendin zijn of een goede broer.

Dit proces noem ik ‘onderhandelen’ en er wordt heel, heel veel onderhandeld. Bedrijven weten dat ook en daarom biedt KLM je de mogelijkheid om te compenseren voor je vlucht door bomen te planten. Je weet niet of die bomen ook daadwerkelijk of op een duurzame manier worden geplant, maar deze mogelijkheid is fijn voor de morele rekensom. Maar terwijl we op de knop ‘Compenseren’ klikken, weten we dat er toch iets niet helemaal goed zit.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114747/Paper.Journal.10-875x656.png

Uit mijn onderzoek blijkt dat studenten wel degelijk met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen rondlopen, ondanks hun utilitaire redeneringen. We weten heus wel dat dit soort gedrag de catastrofale vernietiging van het milieu binnen de komende decennia niet gaat voorkomen. Wat wel gaat helpen zijn grootschalige veranderingen in het systeem, in de gemeenschap en in ons eigen gedrag. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we op elk niveau actief betrokken zijn. Mijn studenten zijn zich bewust van de gigantische kloof tussen de dingen die zij zelf kunnen veranderen en de grote, gezamenlijke veranderingen die moeten plaatsvinden en raken daar vaak van in paniek. Ik probeer die kloof te overbruggen door ze te laten zien dat ze de stap niet in één keer hoeven te maken: er zijn andere manieren die beginnen bij lokale gezamenlijke actie (een gedeelde tuin aanleggen of lid worden van een lokale groene partij bijvoorbeeld) en wereldwijde individuele actie (klimaatwetenschapper, klimaatjournalist of -filmmaker worden) en het makkelijker maken om de stap naar wereldwijde gezamenlijke actie te zetten. We hoeven niet allemaal in één dag in Greta te veranderen.

Buiten college geven

Weten op welke gebieden je betrokken kunt zijn, is niet genoeg. Het identiteitsprobleem moet echt worden opgelost. Mijn suggestie, in navolging van het werk van Susan Clayton, is om studenten te helpen te stoppen morele berekeningen te maken over het milieu. We moeten studenten helpen oprecht om de natuur te gaan geven. En dan heb ik het niet over genieten van de natuur als consument, maar de natuur gaan zien als iets waar wij zelf onderdeel van uitmaken en een betekenisvolle relatie mee kunnen opbouwen. Dat is voor veel van onze jonge stedelingen die nog nooit de handen in de aarde hebben gestoken heel moeilijk.

Een van de reviewers die over ons artikel schreef, vroeg zich af of studenten niet op slag depressief zouden worden als ze zien hoe slecht het met het klimaat is gesteld. Ik denk daar heel anders over. Ik laat me inspireren door bewegingen van inheemse groepen en hoe sterk hun identiteit is verbonden met hun omgeving, de kracht van hun milieuactivisme en hun inzet om veranderingen op ieder niveau door te voeren. Vaak worden hun stemmen niet gehoord, niet in de laatste plaats vanwege racistische vooroordelen (en in sommige gevallen verwoesting die naar genocide neigt, zoals in Brazilië). Maar hun protest dringt in sommige klimaatonderwijskringen door. Ik raad het boek As We Have Always Done van Leanne Simpson ten zeerste aan als je wilt lezen over de klimaatidentiteit en het activisme van inheemse groepen.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114905/Running-out-of-time-CLIMATE-656x875.png

Onze gesprekken over de verwoesting van het milieu moeten niet theoretisch blijven. We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen, de hei en de prairies gaan. Ze moeten zich actief gaan bezighouden met het herstel van de natuur, planten met hun eigen handen opkweken en wilde dieren observeren. Initiatieven als Edible EUR zijn een goed begin, maar er zijn systematische veranderingen in de hele universiteit nodig. En als we toch niet meer binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren en de natuur nog verder uit het oog te verliezen? Als mijn ideeën over klimaatidentiteit juist zijn, dan is aan het werk gaan in de tuin geen vervanging van persoonlijke en politieke actie, maar een opstap.

Ginie Servant

https://www.erasmusmagazine.nl/2020/11/20/om-de-klimaatcrisis-aan-te-pakken-moeten-docenten-aan-de-slag-met-de-klimaatidentiteit-van-studenten/

Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/136226_Bodo-Nigeria--875x492.jpg

Burgers gaan steeds vaker bij de rechter de strijd aan met overheden en bedrijven die het milieu beschadigen. En de Stop Ecocide Foundation wil dat ‘milieumisdaden’ internationaal erkend worden. ‘Wie bij vervuilende bedrijven aan de knoppen draait, kan dan persoonlijk worden vervolgd.’

In Nigeria lekt al zestig jaar lang, elke dag olie op het land en in de rivieren: de grootste olieramp ter wereld. Shell en andere oliebedrijven die deze vervuiling hebben veroorzaakt, hebben tot op de dag van vandaag niets opgeruimd. Van de aanbevelingen voor schadeherstel die de VN negen jaar geleden aan Shell deed, is weinig terecht gekomen. Zou zo’n grootschalige milieubeschadiging strafbaar zijn, dan zaten de bazen van Shell allang achter slot en grendel.

Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen nu niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld

Dat is precies waar de Stop Ecocide Foundation voor pleit: misdaden tegen het milieu strafbaar stellen onder de term ‘ecocide’. Volgens Katy Olivia van Tergouw, waarnemend directeur bij de stichting, is de wereldwijde wetgeving er op dit moment niet op gericht de natuur en de ecosystemen effectief te beschermen. “Het is mijn doel om van ecocide een internationale misdaad te maken en de aarde, en al haar bewoners, te beschermen”, zegt Van Tergouw.

De vijfde misdaad

Een grote natuurramp veroorzaakt door de mens, zoals de olieramp in Nigeria, wordt op dit moment niet gezien als een internationaal misdrijf – in tegenstelling tot genocide, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid en het misdrijf agressie, allen wél internationale misdrijven. Medewerkers van bedrijven die ecocide plegen kunnen dus niet strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Als het aan de Stop Ecocide Foundation ligt verandert dat, en wordt ecocide als vijfde internationale misdaad aan dat rijtje toegevoegd. “De mensen die binnen die vervuilende bedrijven op knopjes drukken en verantwoordelijk zijn, kunnen dan persoonlijk worden vervolgd”, legt Van Tergouw uit.

De totstandkoming van het internationaal strafrecht (1998)

Waarom valt ecocide niet al onder het strafrecht? Toen begin jaren 90 de verdragspartijen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof binnen het kader van de Verenigde Naties onderhandelden, werd ecocide wel degelijk overwogen. Uiteindelijk werd het uit het concept geschrapt. De misdaden die nu in het internationale verdrag staan, gelden voor 123 landen. Om ecocide als misdrijf toe te voeren, moet een van deze landen eerst een amendement indienen bij het internationaal strafrecht. De Stop Ecocide Foundation bekijkt momenteel hoe de wet het beste kan worden vormgegeven.

De sneeuwbal blijft rollen

De Stop Ecocide Foundation staat niet alleen in hun missie; van verschillende kanten komt bijval. Vorig jaar riep Paus Franciscus uit dat het vernietigen van de aarde een zonde is en een misdaad zou moeten zijn. Ook hij vindt dat ecocide moet worden opgenomen in het Statuut van Rome. Andere invloedrijke personen als Paul McCartney sloten zich als ‘Aardebeschermer’ aan bij Stop Ecocide, om de campagne te steunen. Topmodel Cara Delevingne moedigt mensen in een video aan om zich aan te melden bij de campagne.

En al die aandacht werpt z’n vruchten af, vertelt Van Tergouw. “Het proces gaat nu heel hard. Er rolt een gigantische sneeuwbal van de berg die we bijna niet meer hoeven te duwen.” Ze is optimistisch over de weg naar nieuwe wetgeving en verwacht dat de ecocide-wetgeving er over drie tot vijf jaar zal zijn.

De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na

Ondertussen zijn ook andere organisaties bezig om ecologische misdaden via de juridische weg te bestrijden. Belangrijk, vindt ‘klimaatjurist’ Dennis van Berkel; we moeten niet achteroverleunen totdat de ecocidewetgeving er is. Zelf werkt hij aan de klimaatzaak van Urgenda, met als doel om Nederland duurzamer te maken. In juni 2015 won Urgenda, samen met 900 mede-eisers, de zaak tegen de Nederlandse staat. Nederland moet daarom dit jaar 25 procent minder broeikasgassen hebben uitgestoten dan in 1990. Zo’n zaak was nodig, zegt Van Berkel. “De overheid doet gewoon te weinig en komt haar verplichtingen niet na.”

Het succes van de klimaatzaak heeft volgens Van Berkel drie oorzaken. Allereerst legden de advocaten precies uit hoe groot de gevaren van klimaatverandering zijn wanneer er geen verdere maatregelen genomen zouden worden. Daarnaast stelden ze dat het een schending van de mensenrechten is, wanneer de overheid de verplichtingen niet nakomt om de inwoners te beschermen. “Dat argument had nog nooit eerder iemand in de rechtbank gemaakt.” Tot slot benadrukte Urgenda dat de overheid zelf had erkend dat de uitstoot met minimaal 25 procent moest worden verminderd om de opwarming van de aarde tegen te gaan. “Inmiddels weten we dat de gevaarlijke grens veel meer richting de 1,5 graden Celsius ligt. We moeten dus eigenlijk nog sneller naar beneden dan we toen wisten.”

Jongeren

Ook burgers staan niet stil. Zes Portugese jongeren tussen de 8 en 21 jaar oud stapten begin september naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met een aanklacht tegen 33 landen, waaronder Nederland. Een bijzondere stap, omdat veel klimaatzaken bij de rechter in eigen land beginnen en niet meteen bij het Europees Hof.

De jongeren vinden dat de 33 Europese landen hun toekomst in gevaar brengen en zich te weinig aan het Parijs-akkoord houden. Daarin staat dat landen de opwarming van de temperatuur op aarde moeten beperken tot 2 graden Celsius en daarvoor hun CO2-uitstoot moeten terugdringen.

De jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering

De jongeren begonnen zich te verdiepen in het klimaat na dodelijke bosbranden die Portugal in 2017 teisterden, veroorzaakt door hoge temperaturen. Ze vinden dat landen hun recht op leven schenden door te weinig te doen tegen de klimaatcrisis. Logisch dat jongeren nu naar de rechter stappen, vindt Van Berkel.

“Vooral de jongere generatie ervaart de grootste impact van klimaatverandering.” De politiek wordt bovendien gedreven door kortetermijnbelangen en de belangen en rechten van jongeren worden te weinig behartigd, voegt hij toe. “Maar die rechten hébben ze wel, dat maakt dit een ontzettend krachtige beweging.”

Kolencentrales sluiten

Wat kunnen dergelijke klimaatzaken concreet opleveren? In het geval van het Urgenda-vonnis is het duidelijk: nog dit jaar heeft de staat extra maatregelen doorgevoerd om aan de uitspraak te voldoen. De overheid maakt daarvoor gebruik van het maatregelenpakket dat Urgenda voorlegde; 30 van de 54 maatregelen worden overgenomen en geïmplementeerd.

Als de Portugese jongeren hun zaak winnen, moeten de 33 aangeklaagde landen verplicht actie ondernemen tegen klimaatverandering

Zo worden onder meer kolencentrales gesloten en gaat er meer geld naar hernieuwbare energie. “Hiermee zou het doel gehaald moeten kunnen worden”, zegt Van Berkel. Toch zijn we er nog niet, vindt hij. “Steken we het geld om de economie na de coronacrisis te verbeteren in KLM of in de duurzame economie? De overheid heeft de macht en de middelen om de verandering door te voeren die noodzakelijk is.”

In de Portugese klimaatzaak doen de jongeren een beroep op de mensenrechten en de plicht van het Europees Hof om die na te streven. Dat is nog nooit eerder voorgekomen: een klimaatzaak op grond van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als de jongeren deze zaak winnen, zullen alle 33 landen verplicht worden om actie te ondernemen tegen klimaatverandering.

Troep opruimen

Met de olieramp in Nigeria als hoofdreden zal ook Shell in december voor de rechter verschijnen. Volgens aanklager Milieudefensie is Shell de grootste vervuiler van Nederland; ze eist daarom dat Shell de olie opruimt en een schadevergoeding betaalt aan de vele getroffen boeren. Het lek heeft namelijk verwoestende effecten gehad op de voedselvoorziening, maar ook de huisvesting en het drinkwater van veel Nigerianen. Naast de schade aan het milieu wordt hier dus ook het mensenrecht geschonden.

De uitspraak in dit proces zal naar verwachting begin 2021 volgen. Als Milieudefensie de zaak wint, zal Shell een schadevergoeding moeten betalen die de boeren compenseert voor de schade. Ook wil Milieudefensie dat Shell haar pijpleidingen beter onderhoudt en de verantwoordelijkheid niet langer afschuift op anderen. ‘Shell moet zelf zijn troep in Nigeria opruimen’, aldus Milieudefensie.

Het nieuwe normaal

Volgens Van Tergouw is het hoog tijd voor de overstap van het huidige systeem naar een groen systeem. “Mensen zijn bang dat de economie zal instorten door grote veranderingen op het gebied van klimaatmaatregelen. Maar het tegendeel is waar”, zegt ze. Het zou juist een enorme positieve impact hebben als alle subsidies die nu nog naar de fossiele industrie gaan (ruim 8 miljard euro per jaar), naar groene energie zouden stromen. Het zal overheden en ceo’s dwingen om beter te handelen. “Als er niet meer op grote schaal ontbost mag worden, dan moeten we wel op zoek gaan naar andere manieren om geld te verdienen.”

Weinig plastic gebruiken, minder lang douchen: daar gaan we het niet mee redden

We zullen moeten wennen aan dat ‘nieuwe normaal’, zegt Van Tergouw. En een nieuw systeem dwingt overheden om hun verantwoordelijkheid te nemen. “De focus ligt nu nog erg op de consument: weinig plastic gebruiken, minder lang douchen. Daar gaan we het niet mee redden, want de echte grote vervuiler is de industrie.”

Van Berkel is het daarmee eens; de coronacrisis laat zien dat er ontzettend veel maatregelen genomen kunnen worden als de urgentie maar groot genoeg is, ziet hij. “De overheid heeft de middelen. Het probleem is veel te groot om zomaar bij de burgers neer te leggen. Ze kunnen dit zelf nooit helemaal oplossen. Vanaf nu moeten we elk jaar zeggen: hoe kunnen we nog een stapje verder?”

‘De natuur vernietigen moet strafbaar worden’

Vandaag in de rechtbank: het klimaat vs de Staat

Nienke Taalman

Het bericht Moet de directeur van Shell straks de gevangenis in voor ‘ecocide’? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/moet-de-directeur-van-shell-straks-de-gevangenis-in-voor-ecocide/