Luchtvaarthistorie: Agent Orange (KIJK)

Een Franse rechtbank gaat een zaak behandelen tegen meer dan tien bedrijven die de Verenigde Staten tijdens de Vietnamoorlog van de beruchte chemische stof Agent Orange hebben voorzien. Dat meldt de BBC. Hoewel de Geneefse conventies het gebruik van ontbladeringsmiddelen destijds uitdrukkelijk verbood, besloot het Pentagon ze toch in te zetten.

Begin jaren zestig werden de Amerikanen langzaam maar zeker steeds verder in de Vietnamoorlog getrokken. Ze kregen te maken met dichte jungles waarin het moeilijk vechten was en een vijand die daar als geen ander gebruik van wist te maken. Al snel werd besloten om de Vietcong dat voordeel te ontnemen door enorme gebieden te besproeien met ontbladeringsmiddelen.

Dat idee was niet nieuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog werd al overwogen om ontbladeringsmiddelen in te zetten. Ook gebruikten de Britten kleine hoeveelheden gedurende een guerrillaoorlog in Maleisië (de zogenoemde Malayan Emergency van 1948 tot 1960).

Lees ook:

Hoewel de Geneefse conventies het gebruik van dit soort middelen uitdrukkelijk verbood, besloot het Pentagon ze toch in te zetten. Volgens de Amerikaanse strategen zou door het gebruik van herbicides het zicht verticaal (vanuit vliegtuigen naar de grond) tussen de 60 en de 90 procent toenemen. En horizontaal, dus voor troepen op de grond, zou het met 50 tot 70 procent worden vergroot. Bijkomend voordeel was dat door het inzetten van het gif de oogsten zouden mislukken en de vijand mogelijk tot overgave werd gedwongen.

En dus begonnen de Amerikanen eind 1961 aan Operation Ranch Hand. Speciaal voor dat doel omgebouwde C-123 Provider-vliegtuigen besproeiden daarbij de jungles in Vietnam en in mindere mate die van Laos en Cambodja. Hun motto: ‘Only you can prevent a forest’. Het was een wrede knipoog naar de geliefde brandweermascotte Smokey Bear, die in de VS waarschuwde voor bosbranden met de slogan: ‘Only YOU Can Prevent Forest Fires‘.

Aan boord van de C-123-vliegtuigen waren tanks met 3800 liter herbicide. Voornamelijk ging het om het middel Agent Orange, maar er werden meer soorten uit de zogenoemde Rainbow Herbicide-familie ingezet, zoals Agent Pink, Green of Blue. (De naam was overigens afgeleid van de gekleurde band om de vaten waarin het spul werd vervoerd.) Het percentage werkzame stof in het gifmengsel was gemiddeld dertien keer en in sommige gevallen maar liefst vijftig keer zo groot als door de fabrikant voor normaal gebruik werd aanbevolen.

https://prod.brandnewskool.nl/app/uploads/sites/3/2014/01/465px-Aerial-herbicide-spray-missions-in-Southern-Vietnam-1965-1971.jpg

Gigantische delen van Zuid-Vietnam werden door de Amerikanen met ontbladeringsmiddelen besproeid.

De vliegtuigen vlogen in formatie van drie tot vijf toestellen en elk toestel besproeide met één tank in 4,5 minuten een strook land van 80 meter breed en 16 kilometer lang. Overigens werden de herbicides niet alleen door vliegtuigen ‘verwerkt’. 5 procent van de totale hoeveelheid werd (vooral rond de Amerikaanse bases) met de hand of vanuit speciale trucks, boten of helikopters verspreid.

Tussen eind 1961 en 1971 voerden de Amerikanen 6542 airborne spraying missions uit boven Zuid-Vietnam, waarbij 12 procent van het land (zo’n 24.000 vierkante kilometer) werd besproeid. Ongeveer 85 procent van de missies was erop gericht om bomen te ontbladeren. De overige 15 procent werd over de landbouwgronden gespoten.

Van het meest gebruikte Agent Orange werd meer dan 45 miljoen liter over Vietnam uitgespoten, van de andere regenboogherbicides nog eens nog eens 30 miljoen liter. Het ging om zulke enorme hoeveelheden dat de fabrikanten het niet bij konden benen en er in 1966 in de VS zelfs een tekort aan landbouwgif dreigde.

De gevolgen van Operation Ranch Hand waren dramatisch. Door voedseltekorten kwam er een ware exodus van het Vietnamese platteland naar de steden op gang. De grond werd besmet met gifconcentraties die honderden keren hoger waren dan in de VS als veilig werd geacht.

https://prod.brandnewskool.nl/app/uploads/sites/3/2014/01/Leaking_Agent_Orange_Barrels_at_Johnston_Atoll1.jpg

Nadat de Amerikanen zich in 1973 uit Vietnam terugtrokken, bleven er duizenden lekkende vaten met Agent Orange over.

Volgens de Vietnamese regering werden miljoenen mensen aan het gif blootgesteld en zijn er 400.000 mensen door gedood of verminkt. (Agent Orange en de dioxines die er als bijproduct van de fabricage in voorkomen, veroorzaken onder andere de ziekte van Hodgkin, verschillende soorten kanker in de luchtwegen, prostaatkanker en problemen met het zenuwstelsel.) Daarnaast werden er 500.000 kinderen geboren die afwijkingen hadden zoals een open rug of andere misvormingen aan de ruggengraat.

Ondanks dat en ook het feit dat de eigen troepen aan het gif werden blootgesteld en dezelfde nare gevolgen ervan ondervonden, bestrijdt de Amerikaanse overheid de Vietnamese cijfers. Ze zouden “onrealistisch hoog” zijn…

Bronnen: GatechAir University ReviewHistory.comOperation Ranch Hand Vietnam

Beeld: US Government, U.S. Department of the Army

Ben je geïnteresseerd in de wereld van wetenschap & technologie en wil je hier graag meer over lezen? Word dan lid van KIJK! 

The post Luchtvaarthistorie: Agent Orange appeared first on KIJK Magazine.

https://www.kijkmagazine.nl/mens/luchtvaarthistorie-operation-ranch-hand-agent-orange/

GGD-directeur gelooft niet in vaccinatiedwang: ‘Medici en de overheid moeten vertrouwen wekken’ (Omroep Brabant)

Ellis Jeurissen ziet in het coronavaccin dé stip op de horizon om ‘vrij’ te zijn. Tegelijkertijd maakt de directeur van GGD Brabant-Zuidoost zich zorgen om polarisatie: “Wat gaat het met een samenleving doen als je privileges krijgt als je bent ingeënt?”

Het is juni 2021. Na een jaar zonder Groots met een zachte G van Guus Meeuwis, is het tijd om dubbel zo hard het Philips Stadion uit haar voegen te laten barsten. Wie naar binnen mag, is afhankelijk van wie ingeënt is tegen het coronavirus. GGD-directeur Ellis Jeurissen in Brabant-Zuidoost vreest voor dit scenario in dit door haar aangehaalde fictieve voorbeeld.

“Stel, je krijgt zo’n maatschappij: dat het vaccinatieboekje bepaalt waar je naartoe mag. Daar ben ik angstig voor: wat gaat het met een samenleving doen als je privileges krijgt als je bent ingeënt? Daar vind ik moreel wat van.”

Jeurissen, nu drie jaar directeur, vertelt digitaal via Teams over de stand van zaken bij ‘haar’ GGD. Over 24/7 ‘aan’ staan, de complexiteit van corona en het veelbesproken vaccin. Om daarmee te beginnen: volgens haar zijn GGD’s dé organisaties die Nederland moeten inenten. Althans: degenen die willen. Veel Nederlanders zijn sceptisch over het coronavaccin.

Snapt u dat mensen twijfelen over het vaccin?
Ik denk in maart corona te hebben gehad en ik hoop echt nooit meer zo ziek te worden. Dus ik sta vooraan zo gauw ik aan de beurt ben, ook omdat ik niet weet of ik nu immuun ben. Daarnaast kan ik niet tegen vaccineren zijn als Directeur Publieke Gezondheid. We vergeten weleens: mazelen is een dodelijke ziekte voor kinderen. Maar we zijn nu zo rijk dat er eigenlijk niemand meer aan dood hoeft te gaan, omdat we dit goed geregeld hebben. Hoe minder mensen zich vaccineren, hoe minder effectief dat is om groepsimmuniteit te krijgen.

Maar ik snap wel dat het echt een vraagstuk is. Toen mijn dochter 13 werd, heb ik me heel erg verdiept in de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker. Ik dacht: wat ga ik nou doen? Er was veel twijfel over de betrouwbaarheid ervan. Ik merk dat dit nu ook weer opspeelt. Het is heel gemakkelijk om als Directeur Publieke Gezondheid te zeggen: dat gaan we doen. Ieder moet daar zelf over nadenken.

Er wordt gesproken over indirecte dwang om mensen te laten vaccineren. Wat vindt u daarvan?
Het is en blijft een persoonlijke afweging die je voor jezelf en je kinderen maakt. Dat past ook wel bij hoe ik denk over vrijheid die je in dit land hebt. Ik geloof niet in een verplichting. Het vaccin kan op die manier polarisatie in de hand werken.

Misschien duurt het nog een jaar voordat het vertrouwen groeit en dat meer mensen die stap zetten. Later die keuze maken mag, maar het betekent wel iets voor de virusbestrijding en de immuniteit. Als straks vijftig procent is ingeënt, dan hebben we er niets aan.

Wat is er nodig hen over de streep te trekken?
Medici en de overheid moeten vertrouwen wekken. We zullen heel goed in lekentaal moeten uitleggen welke stappen er zijn gezet, waardoor we zeker zijn dat het betrouwbaar is en het op de markt komt. Je moet er eerlijk over zijn. Al ga je sommigen nooit overtuigen.

Voor het zover is, gaat er eerst nog een poos overheen. We zitten in de tweede golf. Hoe gaat het met u en GGD Brabant-Zuidoost?
Het houdt niet op, het is hartstikke druk. We hebben nu als het ware twee GGD’s: de ‘gewone’ GGD en een soort corona-GGD. Dat is een parallelle organisatie.

Het wordt steeds complexer, omdat het volume enorm toeneemt. We openen binnenkort een XL-coronateststraat, waar meer tests gedaan worden dan we nu in alle teststraten in ons gebied doen. Gisteren hebben we met mijn twee coronamanagers staan glunderen: dat ons ook dat lukt. Ook al rekt het onze organisatie enorm uit. We kunnen iedereen testen en binnen 24 uur de uitslag geven. Daarnaast zitten we middenin de overname van jeugdgezondheidszorg en reorganiseren we. Ik sta ervan te kijken wat deze organisatie aankan. Dat geeft ook rust.

Hiervoor was u politiechef in Oost-Brabant. Wat is het grootste verschil met de GGD?
De politiewereld bestaat eigenlijk uit twee hoofdprocessen: handhaven en opsporen. De GGD er meer: seksuele gezondheid, toezicht kinderopvang, jeugdgezondheidszorg, infectieziekten, ambulancezorg. Wat het ook complexer maakt, is dat de GGD een bestuur heeft van 21 zorgwethouders. Het is een gemeenschappelijke regeling en dat maakt dat het op- en afschalen bij GGD’s trager gaat. In de zorgkolom gaat het meer om samenwerken en coördineren.

De politie is juist een command & control-gerichte, nationale organisatie. Dat was duidelijk te zien na de tramaanslag in Utrecht. Ik reed toen over de snelweg en op álle op- en afritten stond een politieauto. Dat is mogelijk door te nationaliseren.

Wat kan de GGD daar van leren?
Infectieziektebestrijding moet meer uitgewerkt worden naar zo’n command & control-structuur. Dat zullen we nationaler moeten oppakken. Normaal gesproken moeten GGD’s alleen maar bezuinigen. Nu zitten we in een unieke situatie: wat we ook doen, we krijgen het vergoed. Zo bouwen we een paviljoen in de XL-teststraat in Eindhoven. Dat kost een paar ton en het wordt gewoon betaald.

Laatst was het een weekje rustiger in onze teststraat. Dan vraagt iedereen: zoveel mensen in de teststraat hoef je toch niet te laten werken? Dat vond ik zo’n gekke vraag. De brandweer is ook zo georganiseerd. Niemand moppert op de brandweer die ook betaald wordt als er geen brand is. Dit virus moet je ook zien als een brand, een veenbrand waar wij voor aan de lat staan.

Daarover gesproken, de testcapaciteit: minder mensen lieten zich vorige week testen. Goed nieuws?
Dat weten we niet. Inspelen op het gedrag van mensen is lastig. Zo steeg de testvraag in de zomer eerder dan verwacht. Maar als je kijkt naar het reguliere snotter- en griepseizoen, dan is november normaal ook een dalende maand. Pas halverwege december krijgen mensen normaal gesproken weer klachten. Het is een valkuil om te denken dat een afname aan tests positief is.

Tot slot: een vooruitblik. Waar staan we over een jaar?
Ik hoop dat sommige dingen blijven. We rijden nu veel minder kilometers met z'n allen. Thuiswerken moeten we blijven stimuleren. Verder hoop ik dat we steeds minder ziek worden van Covid als het zich muteert. Ik zie het zo voor me, dat als je over een jaar corona hebt, je gewoon naar de apotheek kunt gaan en een testje haalt, je dan zelf kan testen, een paar dagen thuis blijft als je het hebt en een paracetamol neemt. Ik hoop dat het ‘normaal’ wordt en dat we er ook zo mee om kunnen gaan.

LEES OOK:

Ziekenhuisdirecteur in crisistijd: 'corona heeft iets van een mindfuck in zich'

'Er is een periode van voor en na corona, zoals mijn ouders spraken over voor en na de oorlog'

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3296723/ggd-directeur-gelooft-niet-in-vaccinatiedwang-medici-en-de-overheid-moeten-vertrouwen-wekken

Moeten we mondkapjes gaan dragen? (Motherboard Vice)

In veel grote steden is de lucht al jaren vervuild, maar nu mensen ook nog besmet raken met het coronavirus en er catastrofale bosbranden uitbreken, is er wereldwijd een enorme vraag ontstaan naar mondkapjes die je tegen ziektes en kleine stofdeeltjes zouden moeten beschermen. Van heel Europa vallen de meeste dodelijke slachtoffers door luchtvervuiling in Italië, en hoewel het in mijn thuisstad Milaan al jaren normaal is dat fietsers een mondkapje dragen, zie je ze op straat eigenlijk nog nauwelijks. Om erachter te komen of ik er toch niet eentje zou moeten aanschaffen, nam ik contact op met wat deskundigen en probeerde ik het een week uit.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is luchtvervuiling alleen al in Italië verantwoordelijk voor 80.000 doden per jaar. Ter vergelijking: in 2018 kwamen er in Italië 3.334 mensen om bij verkeersongevallen. Toch zijn mondkapjes in Europa nog lang niet zo’n ding als in Azië. Japan was het eerste land waar mensen massaal mondkapjes gingen dragen, toen in 1918 de Spaanse griep uitbrak en er wereldwijd minstens 50 miljoen doden vielen. Toen de industrialisatie na de Tweede Wereldoorlog op gang kwam, werd het fenomeen steeds groter, en verspreidde het zich over het hele continent.

In Hongkong zijn deze maskers uitgegroeid tot een symbool van de demonstraties tegen China – de centrale regering wilde het gebruik ervan zelfs verbieden in openbare ruimtes. En hoewel India het meest vervuilde land ter wereld is, wordt het probleem daar door de medische autoriteiten gebagatelliseerd en zijn goede mondkapjes nauwelijks betaalbaar.

Op het gebied van mondkapjes hebben de winkels van Milaan geen al te uitgebreid aanbod, dus kocht ik dit sobere, zwarte model (in een boekwinkel, nota bene). Het was heel wat anders dan die witte exemplaren die je altijd op tv ziet, maar goed. Ze beschermen je alleen tegen de grotere stofdeeltjes – net als je neusharen trouwens. Als je echt goed beschermd wil zijn tegen luchtvervuiling, moet je eigenlijk een goedgekeurd N95-masker aanschaffen – de internationale standaard voor PM10 (fijnstof kleiner dan 10 micron) en PM2,5 (fijnstof kleiner dan 2,5 micron). Dit masker wordt ook aanbevolen aan mensen die een groot risico lopen op het coronavirus, zoals medisch personeel.

Toen ik het masker uit de verpakking haalde, viel het me op dat de instructies zo gedetailleerd waren als een IKEA-handleiding – alsof het enorm moeilijk zou zijn om het ding te bedienen. En dat bleek uiteindelijk ook zo te zijn. De eerste keer dat ik hem probeerde om te doen, viel hij er gelijk weer van af. Het zou one-size-fits-all zijn, maar het ding was veels te groot voor mijn gezicht en tegelijkertijd onmogelijk om te dragen zonder dat mijn haar door de war zou gaan.

https://video-images.vice.com/_uncategorized/1580468427048-IMG_5710.jpeg

De auteur met haar tijdelijke accessoire. Foto: VICE

In esthetisch opzicht vond ik het prima om het masker te dragen, maar op sociaal vlak vond ik het toch een beetje genant – vooral omdat ik mijn experiment toevallig net uitvoerde tijdens de uitbraak van het coronavirus. In Italië zijn inmiddels meerdere doden gevallen door het virus, maar toen ik de straat op ging was er nog geen enkele besmetting bekend – ik vroeg me dus vooral af of mensen me niet zouden aanzien als iemand met extreme smetvrees. Toch vroeg maar één iemand of ik ziek was. En een van mijn buren deed alsof hij me niet kende, al kan dat ook komen doordat mijn gezicht bijna volledig bedekt was. Verder werd ik door iedereen genegeerd, of staarden mensen me eerst een paar seconden aan en negeerden ze me daarna alsnog.

Toch kreeg ik niet de indruk dat ik beter ademde. Het voelde alsof er de hele tijd met een hand op mijn mond gedrukt werd. Ook ergerde ik me eraan dat ik hem moest afdoen als ik mijn neus wilde snuiten of een slokje water wilde drinken.

Om erachter te komen hoe goed deze maskers nou echt zijn voor onze gezondheid, sprak ik met Alessandro Miani, president van Società Italiana di Medicina Ambientale (SIMA). Zijn antwoord was duidelijk: “Ze zijn nutteloos, omdat ze alleen pollen en grotere stofdeeltjes tegenhouden.” Hij benadrukt dat de schadelijkste deeltjes (PM1 en kleiner) veel kleiner zijn, je diepe luchtwegen kunnen bereiken en “zowel je bloed als je bloed-hersenbarrière kunnen binnendringen.”

Volgens Miani zijn er maar weinig maatregelen die echt een aanzienlijke invloed hebben op de menselijke gezondheid. “Een autovrije zondag invoeren, auto’s weren of buiten roken verbieden zijn allemaal noodmaatregelen,” zegt hij. “We hebben een serieus langetermijnplan nodig. Het is alsof er tien mensen in een kamer staan te roken en we tegen één persoon hebben gezegd dat hij naar buiten mag, en we daarmee denken dat het probleem is opgelost.”

Miani zegt dat we een meerjarenplan nodig hebben om de hitte-uitstoot van huishoudens te verminderen, bijvoorbeeld door filtersystemen op het dak van gebouwen te bouwen. Hij stelt ook voor steden deels te herbebossen, en dan specifiek met boomsoorten die helpen om de fijne deeltjes uit de lucht te halen.

Vergeleken met eerdere jaren (en decennia) is de situatie verbeterd. Toen ik als kind opgroeide in Milaan, moest ik vaak hoesten. Mijn bezorgde moeder zei altijd tegen me dat ik niet moest inademen als we langs de ronkende uitlaatpijpen van auto’s liepen.

Ook al is het nu beter, betekent dat niet dat we onze aandacht moeten laten verslappen. Miani zegt dat luchtvervuiling niet alleen gekoppeld wordt aan cardiovasculaire problemen (zoals hartaanvallen of een beroertes) of problemen aan het ademhalingsstelsel (zoals chronisch obstructieve longziekten of longkanker), maar ook aan bepaalde neurologische aandoeningen.

En daar blijft het niet bij. Als de lucht buiten vervuild is, kan het volgens Miani binnenshuis nog vijf keer zo erg zijn. Vervuiling die huizen en kantoren binnendringt, blijft daar hangen. En andere stoffen van bijvoorbeeld koken of schoonmaakmiddelen vergroten de vervuiling nog meer.

Terwijl we wachten op steekhoudende politieke beslissingen of futuristische maskers met sensoren die gevaarlijke stoffen detecteren, zijn er een aantal dingen die we kunnen doen. SIMA heeft praktisch advies: lucht je kamers vaak, vermijd de spits en let erop waar en wanneer je in de buitenlucht sport.

Een week later wist ik niet zeker of mijn mondkapjesexperiment nou een succes was geweest. Toen ik ‘m openmaakte, zag ik dat het filter niet echt van kleur was veranderd – ook al stond in de instructies dat het filter elke zes tot acht weken vervangen moest worden. Ik had echter wel gemerkt hoeveel invloed het masker op mijn sociale leven had.

Persoonlijk ben ik er nog niet klaar voor om het masker permanent te gaan gebruiken. Voorlopig blijf ik hopen op een serieus plan om de lucht schoner te maken. En anders word ik graag uitgenodigd voor een verkleedfeestje met als thema de Apocalyps.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op VICE IT

https://www.vice.com/nl/article/qjdvap/moeten-we-mondkapjes-gaan-dragen

Courtney (19) overleed aan astma-aanval door Australische branden (Libelle)

De Australische bosbranden zijn niet alleen gevaarlijk vanwege het vuur zelf, maar ook vanwege de giftige lucht die veel Australiërs nu inademen. 

Miljoenen Australiërs ademen al maandenlang giftige lucht in. Die lucht triggerde een fatale astma-aanval bij de 19-jarige Courtney Partridge-McLennan. Afgelopen weekend werd bevestigd dat de tiener is overleden.

Bewustzijn

Haar ouders en zus willen niet dat Courtneys verhaal verloren gaat. Ze willen bewustzijn creëren rondom het gevaar van astma in combinatie met de rooklucht. Ze willen dat niemand meer hoeft te doorstaan wat zij nu meemaken.

Erkenning

“We weten niet hoeveel mensen zijn overleden door de rooklucht en wie die mensen zijn. We willen dat families die iemand zijn verloren als gevolg van de lucht zo snel mogelijk erkenning en dezelfde steun krijgen als alle andere families die iemand verloren hebben door de bosbranden.”

Longkanker en hartaandoeningen

De lucht kan ook bijwerkingen hebben voor mensen zonder astma. Die bijwerkingen kunnen zich jaren later nog openbaren. De gevaarlijke vervuiling is volgens de nationale astmastichting een bedreiging voor de openbare gezondheid in Australië.

De rook van de bosbranden kan op termijn longkanker, hartaandoeningen, chronische longaandoeningen en luchtweginfecties veroorzaken. John Quiggin, onderzoeker aan de University of Queensland, schat daarom dat het aantal doden als gevolg van de bosbranden rond de duizenden zal zijn.

De beste berichten van Libelle in je mailbox ontvangen? Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Bron: Mama Mia. Beeld: Facebook/Brunopress

Het bericht Courtney (19) overleed aan astma-aanval door Australische branden verscheen eerst op Libelle.

https://www.libelle.nl/mensen/overleden-astma-aanval-australische-branden/

Bloggen blijkt best moeilijk te zijn (Motherboard Vice)

Het was vroeg in de avond toen ik voor het eerst als schrijver inlogde op Gawker.com. Ik hield mijn astma-puffer stevig vast, omdat ik bijna een paniekaanval kreeg. Ik had al de hele dag bij The Village Voice gewerkt en met Gawker had ik afgesproken dat ik een nachtdienst zou draaien als proefdienst – een traditie van het bedrijf. Vanwege mijn andere baan koos ik een pseudoniem dat overduidelijk nep was: Enid Shaw. Ongeveer zes uur later had ik een paar artikelen geschreven. Mijn ogen deden pijn, ik kon niet goed meer zien en de reacties van lezers hadden me geestelijk gebroken. Wat bleek? Bloggen was best moeilijk.

Goed, het is natuurlijk niet écht moeilijk. Bloggen is niet te vergelijken met werken in een slachthuis, graven graven, diamanten delven, een vakbond leiden, chirurgie, iemand verzorgen, kinderoncologie, smokkelen, lesgeven of bosbranden blussen. Maar je moet er wel wat voor kunnen, en een nacht- of weekenddienst bij Gawker was een behoorlijke uitputtingsslag. Er zijn veel valkuilen waar je in kunt trappen, zoals mogelijke auteursrechtenschendingen of andere juridische kwesties. En de reacties die mensen achterlaten zijn soms bijzonder bot. (Mensen die Gawker lazen zijn heel goed in het spotten van feitelijke onjuistheden, typfoutjes en drogredenen – waarop ze je dan ook voortdurend wijzen). Het is zwaar. Vaak als leidinggevenden zelf moeten gaan schrijven, bijvoorbeeld door een zelfgecreëerde crisis, houden ze het dan ook niet lang vol.

Iedereen die ooit een nachtje heeft geblogd, kan je vertellen hoe moeilijk – en intens – het kan zijn om een site in de lucht en up to date te houden. Maar daar heeft je leidinggevende natuurlijk geen boodschap aan.

Een nacht bloggen voor Gawker betekende dat er tegen de ochtend vijf of zes artikelen online moesten staan. Je deed alles in je eentje – alleen in geval van absolute nood mocht je een redacteur bellen. Je vond je eigen verhalen of scharrelde die bij elkaar via andere sites, je was je eigen redacteur, zocht zelf beeld bij je stuk en publiceerde alles ook zelf. En ondertussen hoopte je maar dat je niets al te groots had verkloot. De nacht- en weekendbloggers waren verantwoordelijk voor het belangrijke nieuws. We moesten het brengen op een manier die niet feitelijk onjuist was, of lasterlijk, of op zo'n manier geformuleerd dat het hele internet over je heen viel.

Uiteindelijk werd ik geen blogger voor Gawker, maar ging ik wel bij Gawker Media werken. Ik schreef vooral voor Jezebel, totdat ik in oktober overstapte naar VICE. In de tussentijd ging Gawker.com mede dankzij Peter Thiel failliet en onderging het bedrijf kleine en grote naamswijzigingen. Het bedrijf staat nu bekend als G/O Media.

De rode draad die door de vijf jaren dat ik er werkte heen liep, was het aantal mensen dat ons – vooral op Twitter – vertelde dat ons werk er niet toe deed en we makkelijk inwisselbaar waren. (We kregen vaak “Je bent maar een blogger” naar ons hoofd geslingerd, maar aangezien dat gewoon een feit was, voelde dat niet als een zieke burn). Veel mensen hebben het idee dat bloggen makkelijk is, dat je er geen vaardigheden voor nodig hebt en dat iedere sukkel het kan. Ze zien het niet als 'echte' journalistiek, hoewel het een verwaarloosbaar onderscheid is. (Ik heb op Jezebel en andere sites van Gawker Media onderzoeksartikelen gezet die me maanden werk hebben gekost. Maar ik heb ook dit soort dingen geschreven.)

Jarenlang werd het 'gewoon maar een blogger'-sentiment ingezet om de lonen laag, het zelfvertrouwen van de schrijvers nog lager en de industrie in z'n geheel instabiel te houden. Bij veel bedrijven kregen schrijvers geen tijd, ruimte, geld of redactionele ondersteuning om aan grotere verhalen te werken. En vervolgens werd gedaan alsof hun professionele en financiële onzekerheid hun eigen schuld was.

De afgelopen weken voelden aan alsof we weer waren teruggekeerd naar die slechte tijden. De redactie van Deadspin vocht met het management, omdat ze geen autoplay-advertenties – die objectief gezien verschrikkelijk zijn – op hun site wilden. Daarna nam de voltallige redactie ontslag, omdat ze zich van datzelfde management alleen maar “met sport bezig moesten houden.”

Jim Spanfeller, de CEO van G/O Media, zei vorige week in een interview met The New York Times dat de schrijvers vervangen zouden worden en de site gewoon door zou gaan. “We hebben veel recruiters die hard hun best doen om goede mensen te vinden,” zei Spanfeller tegen de krant. “We willen niet zomaar een willekeurig iemand hebben – we willen goede mensen hebben.”

Spanfeller meent wat hij zegt. Hij zal absoluut proberen om de site te vullen met zijn versie van “goede mensen”. Maar in de tussentijd zou het allergrappigste in dit scenario zijn dat het management zelf wordt gedwongen om te bloggen. En het lijkt erop dat precies dat is gebeurd.

Met uitzondering van een bijdrage van een freelance schrijver die, nadat het hele internet over hem heen viel, beloofde om nooit meer voor G/O te werken, verscheen alles op de site onlangs gewoon onder de naam “Deadspin”. Het leest alsof de stukken zijn geschreven door Paul Maidment, die kortstondig hoofdredacteur van G/O was. Het bedrijf heeft dat niet bevestigd of ontkend. Maidment is een Britse man van middelbare leeftijd; en het aantal verwijzingen naar 'chums' op de site is de afgelopen tijd omhoog geschoten. Vorige week stond in The New York Times dat Maidment “de site zelf runt, aangezien G/O Media op zoek is naar een nieuwe hoofdredacteur”.

Wie er ook blogde, ik kan wel zeggen dat het geen succes was. De zinsstructuren voelden niet goed aan. De stukjes begonnen klunzig. Veel alinea's bestonden slechts uit scores, wedstrijden of marathontijden. (De Keniaanse hardlopers die de marathon van New York wonnen werden in de kop niet bij naam genoemd. Er werd wel over ze geschreven dat ze “galoppeerden” – wat iets is dat paarden doen; niet mensen. Ik moest de koppen vaak meerdere keren lezen om ze enigszins te begrijpen. Of hij de site nou zelf vulde of niet – na een paar dagen van deze gênante vertoning nam Maidment ontslag. Als reden gaf hij op dat hij “een ondernemingskans” had gekregen, die hij simpelweg niet kon laten liggen.

Er is – hoe zwartgallig en frustrerend ook – niets grappiger dan leidinggevenden, die dachten dat ze wisten wat goede blogs waren, zelf zien proberen om er een te schrijven. Het is makkelijk om een bestuurlijk besluit te nemen. Maar bloggen is moeilijk.

https://www.vice.com/nl/article/wjwagz/bloggen-blijkt-best-moeilijk-te-zijn