Om de klimaatcrisis aan te pakken moeten docenten aan de slag met de klimaatidentiteit van studenten (Erasmus Magazine)

Onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos (EUC) vindt dat studenten meer de natuur in moeten. “Nu we toch niet binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren?”

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114826/Paper.Project.54-875x656.png

Veel studenten lopen rond met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen, ondanks hun utilitaire redeneringen over duurzaamheid, schrijft onderwijsexpert Ginie Servant-Miklos. Ze denkt dat het helpt als studenten vaker de natuur ingaan. “We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen en de hei gaan.”

Met feiten alleen win je de strijd tegen de rampzalige aantasting van het milieu, pandemieën en natuurbranden niet. Ze botsen met onze westerse middenklasse-identiteit. Je verdiepen in klimaatverandering is niet genoeg. Zelfs als je je bewust bent van de invloed van onze identiteit op ons gedrag kom je er niet. Onderwijs dat bijdraagt aan het opnieuw vormen van onze klimaat-identiteit is de enige succesvolle oplossing. Dat blijkt uit mijn postdoctoraal onderzoek dat nu is gepubliceerd in een artikel dat ik samen met mijn EUC-collega Gera Noordzij schreef voor het Journal of Cleaner Production.

Ingrijpende gedragsveranderingen

Ik begon in 2017 aan mijn onderzoeksproject aan de universiteit van Aalborg, vlak na het warmste jaar ooit gemeten. In die tijd hadden we nog niet van Greta gehoord en zeker nog niet van het coronavirus, maar het was wel al duidelijk dat ons een stortvloed aan crises stond te wachten die om ingrijpende gedragsverandering zou vragen. Dat veel ouderen weinig interesse tonen in milieuproblematiek is zorgwekkend, maar niet erg verrassend. Het idee van solidariteit tussen generaties ziet er op papier leuk uit, maar de generatie die bijna alles in de schoot geworpen heeft gekregen – economische welvaart, betaalbare huisvesting, gesubsidieerde zorg – zet geen zoden aan de dijk en zal zijn verdwenen wanneer het klimaatprobleem echt de spuigaten uit begint te lopen. Maar het feit dat veel jonge mensen nog steeds individuele en gezamenlijke keuzes maken die ertoe leiden dat de planeet tijdens hun leven gevaarlijk uit balans zal raken, is iets moeilijker te bevatten.

Ik heb twee groepen studenten onderzocht die onderwijs hebben genoten over de do’s-and-don’ts van een duurzame leefwijze. Eén groep maakte deel uit van een milieuplanningsprogramma van een projectgerichte opleiding in Denemarken. De andere groep bestudeert hier aan EUR duurzaamheid aan de hand van een interdisciplinaire, probleemgerichte leermethode. Ik dacht dat als we de invloed van duurzaamheidsonderwijs op de veranderingen in mentaliteit en gedag bekijken, we conclusies kunnen trekken over jongeren die geen toegang hebben tot dergelijk onderwijs.

Bucketlist

Eerst het goede nieuws: een interdisciplinaire, probleemgerichte, humanistische kijk op de aantasting van het milieu zorgt er zeker voor dat studenten systematisch over hun gedrag gaan nadenken. Studenten die op deze manier over duurzaamheid leerden, waren minder snel geneigd zich te laten meeslepen door technofix-fantasieën en andere groengewassen manieren om de crisis op te lossen. Maar dan het slechte nieuws: zelfs wanneer studenten zich bewust waren van de milieuproblemen en inzicht hadden in de raciale en socio-economische ongelijkheden die ermee samenhangen, waren ze toch niet bereid hun schadelijkste gedrag aan te passen.

Wat gezegd moet worden is dat de meeste van deze studenten duurzamere eetgewoonten ontwikkelden. Ze wilden echter absoluut niets horen over hun reisgewoonten. Het idee dat er een huis, kinderen en een (elektrische) auto moet komen is springlevend, maar komt nu met een Instagramvriendelijke lijst met reisbestemmingen en een bucketlist die voor veel adrenaline en veel milieuvervuiling gaat zorgen. De studenten kwamen met rechtvaardigingen waar de grondleggers van de neoklassieke economie trots op zouden zijn: letterlijke kosten-batenanalyses in termen van nut.

Westerse middenklassehabitus

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114659/Climate-Aware-656x875.png

Welke conclusies heb ik getrokken? De studenten maken zich zorgen om het milieu als onderdeel van een ‘morele identiteit’. Deze morele identiteit is deel van een groter identiteitspakket dat hen met de paplepel is ingegoten. In de sociologie noemen we dit pakket een ‘habitus’. Dit pakket wordt versterkt door al onze interacties op alle vlakken van ons leven: familie, school, verenigingen, enzovoort. Omdat het handig is als we dit pakket een naam geven, noemen we het de ‘westerse middenklassehabitus’. Het is geen klasse in de klassieke Marxistische betekenis van het woord, maar meer een klasse in de praktijk, omdat die het resultaat is van de sociale interacties die we in de loop van de tijd doormaken.

Gezien worden als een moreel persoon, een persoon die goede dingen voor de wereld doet, een persoon die goed is, is een belangrijk onderdeel van dat identiteitspakket. Maar datzelfde geldt voor gezien worden als een kosmopolitisch, werelds, bereisd persoon met een hele reeks interessante ervaringen.

Gewetenswroeging

Wat gebeurt er als die twee in conflict komen? Dat is heel simpel: het wordt een rekensom. Het enige wat de studenten hoeven te doen, is slecht gedrag (d.w.z. vervuilend gedrag) compenseren met goed gedrag, zoals vegetarisch eten. Zelfs dingen die helemaal niets met het milieu te maken hebben tellen mee, zoals een goede vriendin zijn of een goede broer.

Dit proces noem ik ‘onderhandelen’ en er wordt heel, heel veel onderhandeld. Bedrijven weten dat ook en daarom biedt KLM je de mogelijkheid om te compenseren voor je vlucht door bomen te planten. Je weet niet of die bomen ook daadwerkelijk of op een duurzame manier worden geplant, maar deze mogelijkheid is fijn voor de morele rekensom. Maar terwijl we op de knop ‘Compenseren’ klikken, weten we dat er toch iets niet helemaal goed zit.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114747/Paper.Journal.10-875x656.png

Uit mijn onderzoek blijkt dat studenten wel degelijk met gewetenswroeging en een gevoel van onbehagen rondlopen, ondanks hun utilitaire redeneringen. We weten heus wel dat dit soort gedrag de catastrofale vernietiging van het milieu binnen de komende decennia niet gaat voorkomen. Wat wel gaat helpen zijn grootschalige veranderingen in het systeem, in de gemeenschap en in ons eigen gedrag. Om dat voor elkaar te krijgen, moeten we op elk niveau actief betrokken zijn. Mijn studenten zijn zich bewust van de gigantische kloof tussen de dingen die zij zelf kunnen veranderen en de grote, gezamenlijke veranderingen die moeten plaatsvinden en raken daar vaak van in paniek. Ik probeer die kloof te overbruggen door ze te laten zien dat ze de stap niet in één keer hoeven te maken: er zijn andere manieren die beginnen bij lokale gezamenlijke actie (een gedeelde tuin aanleggen of lid worden van een lokale groene partij bijvoorbeeld) en wereldwijde individuele actie (klimaatwetenschapper, klimaatjournalist of -filmmaker worden) en het makkelijker maken om de stap naar wereldwijde gezamenlijke actie te zetten. We hoeven niet allemaal in één dag in Greta te veranderen.

Buiten college geven

Weten op welke gebieden je betrokken kunt zijn, is niet genoeg. Het identiteitsprobleem moet echt worden opgelost. Mijn suggestie, in navolging van het werk van Susan Clayton, is om studenten te helpen te stoppen morele berekeningen te maken over het milieu. We moeten studenten helpen oprecht om de natuur te gaan geven. En dan heb ik het niet over genieten van de natuur als consument, maar de natuur gaan zien als iets waar wij zelf onderdeel van uitmaken en een betekenisvolle relatie mee kunnen opbouwen. Dat is voor veel van onze jonge stedelingen die nog nooit de handen in de aarde hebben gestoken heel moeilijk.

Een van de reviewers die over ons artikel schreef, vroeg zich af of studenten niet op slag depressief zouden worden als ze zien hoe slecht het met het klimaat is gesteld. Ik denk daar heel anders over. Ik laat me inspireren door bewegingen van inheemse groepen en hoe sterk hun identiteit is verbonden met hun omgeving, de kracht van hun milieuactivisme en hun inzet om veranderingen op ieder niveau door te voeren. Vaak worden hun stemmen niet gehoord, niet in de laatste plaats vanwege racistische vooroordelen (en in sommige gevallen verwoesting die naar genocide neigt, zoals in Brazilië). Maar hun protest dringt in sommige klimaatonderwijskringen door. Ik raad het boek As We Have Always Done van Leanne Simpson ten zeerste aan als je wilt lezen over de klimaatidentiteit en het activisme van inheemse groepen.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/11/19114905/Running-out-of-time-CLIMATE-656x875.png

Onze gesprekken over de verwoesting van het milieu moeten niet theoretisch blijven. We moeten ervoor zorgen dat onze studenten vaker naar het bos, de duinen, de hei en de prairies gaan. Ze moeten zich actief gaan bezighouden met het herstel van de natuur, planten met hun eigen handen opkweken en wilde dieren observeren. Initiatieven als Edible EUR zijn een goed begin, maar er zijn systematische veranderingen in de hele universiteit nodig. En als we toch niet meer binnen mogen samenkomen, waarom zetten we de colleges dan niet buiten voort, in plaats van de hele dag naar een beeldscherm te staren en de natuur nog verder uit het oog te verliezen? Als mijn ideeën over klimaatidentiteit juist zijn, dan is aan het werk gaan in de tuin geen vervanging van persoonlijke en politieke actie, maar een opstap.

Ginie Servant

https://www.erasmusmagazine.nl/2020/11/20/om-de-klimaatcrisis-aan-te-pakken-moeten-docenten-aan-de-slag-met-de-klimaatidentiteit-van-studenten/

Brandweer kon niet voorkomen dat Peelbrand uit de hand liep: onvoldoende materieel en kennis (Omroep Brabant)

Brandveiligheid heeft te weinig aandacht gehad in de Deurnese Peel. De brandweer is onvoldoende getraind en toegerust om te voorkomen dat een natuurbrand zo groot wordt. Bovendien moet de Peel natter worden om het brandgevaar te verminderen. Dat blijkt uit twee onderzoeken van een onafhankelijke onderzoekscommissie en van de Wageningen University & Research (WUR).

De brand in de Peel begon in april en de vlammen bleven gedurende twee maanden oplaaien. Ruim zevenhonderd hectare bos brandde af, een van de grootste natuurbranden in Nederland ooit.

Te weinig samenwerking

De onafhankelijke commissie stelt dat er duidelijke regels opgesteld moeten worden voor de inrichting en het beheer van natuurgebieden om branden te voorkomen. Nu is de noodzaak van brandpreventie onduidelijk. Het nemen van maatregelen is moeilijk. Niemand draagt de volledige verantwoordelijkheid.

De samenwerking tussen de gemeente, de veiligheidsregio en de beheerders van natuurgebieden moet verbeterd worden. Er is nu geen gemeenschappelijke visie. Zo hebben ze voor de brand in de Deurnese Peel nog nooit met elkaar gesproken over brandpreventie, terwijl de omstandigheden in april wel ideaal waren voor een grote natuurbrand. "Er is onvoldoende urgentie aan het vraagstuk besteed", aldus voorzitter Jan Jaap de Graeff. “Er is zeker werk aan de winkel. We gaan direct aan de slag”, reageert burgemeester Hilko Mak.

Te weinig geld

Ook heeft Staatsbosbeheer te weinig geld voor brandpreventie en voor nablussen. De brandweer moet de brand onder controle krijgen, maar daarna is Staatsbosbeheer verantwoordelijk voor het nablussen van het smeulende veen. Die organisatie krijgt echter alleen geld voor natuurbeheer. Om te voorkomen dat een natuurbrand onbeheersbaar wordt, moet het natuurgebied daarop ingericht en beheerd worden.

Waterpeil moet omhoog

Dat blijkt ook uit een tweede rapportage. Daarin onderzocht Wageningen University & Research (WUR) de relatie tussen natuurbeheer en brandveiligheid. Door klimaatverandering wordt het natuurbrandgevaar groter en daarom is het 'cruciaal om te leren leven met vuur', stellen de onderzoekers.

Projecten die het grondwaterpeil verhogen en waardoor er ook nattere plantensoorten komen verkleinen het brandgevaar. Zo moeten er in 2050 minder brandbare varens staan en moet de heide veranderen van droog naar nat, met minder pijpenstrootjes. "We verwachten dat de beheersbaarheid van branden in het gebied zal toenemen en dat is goed nieuws", legt Cathelijne Stoof uit.

Dat duurt nog lang. Tot die tijd is er aanvullend beheer nodig in de vorm van gecontroleerde branden, maaien of begrazing, stellen de onderzoekers.

Onvoldoende voorbereid en toegerust

"Dat soort branden vereisen meer specialistische kennis, ervaring, materiaal en materieel dan we nu in Nederland aanwezig hebben", aldus Stoof. De natuurbrandvoertuigen die nodig waren, waren niet beschikbaar omdat ze op andere plekken nodig waren.

Bovendien is er geen goed beeld van de Deurnese Peel. Verschillende groepen hebben andere kaarten, drones geven beperkt overzicht en het doorspelen van helikopterbeelden verliep moeizaam.

Daar komt bovenop dat natuurbranden heel anders bestreden worden dan branden in gebouwen. Daardoor is er een specialistische training nodig. Natuurbrandexperts die de weergegevens bestuderen zouden daarnaast de teams kunnen ondersteunen.

"We kunnen niet honderd procent risicodekkend zijn", legt Jelmer Dam van de Nationale brandweer uit. "Dit zijn uiterst extreme gevallen, maar daar kunnen we wel verder op ontwikkelen." Toch onderstreept hij dat er veel winst aan de voorkant behaald kan worden. Hij pleitte wel al eerder voor meer materieel en gespecialiseerde teams. "Je merkt dat een urgentiebesef na een incident komt."

Lessen uit het verleden

Opvallend is dat een aantal van die aanbevelingen ook al naar voren kwamen in onderzoeken na de brand in de Mariapeel in 1980 en op de Strabrechtse Heide in 2010. Lessen uit het verleden werden dus niet toegepast.

LEES OOK: De Peel stond in brand, maar hoe kan de bestrijding in de toekomst beter?

Omroep Brabant maakte een minidocumentaire over de brand in De Peel

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3294574/brandweer-kon-niet-voorkomen-dat-peelbrand-uit-de-hand-liep-onvoldoende-materieel-en-kennis

Dit jaar veel meer natuurbranden dan in 2019 (Albrandswaards Dagblad)

Dit jaar woekerden al veel meer natuurbranden in Nederland dan in 2019. Tot nog toe ging het om zeker 643 natuurbranden, bijna honderd meer dan in heel 2019. De aantallen zullen uiteindelijk nog een stuk hoger liggen, ook omdat branden op militaire oefenterreinen nog niet zijn meegeteld. Dat meldt LocalFocus na een analyse van een database met alle natuurbranden.

De database wordt bijgehouden Brandweer Nederland, het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) en de Wageningen Universiteit (WUR). LocalFocus keek naar de cijfers vanaf 2017 tot en met september 2020. In die periode werden bijna 2500 natuurbranden geregistreerd.

In enkele Gelderse en Brabantse gemeenten vonden de afgelopen vier jaar de meeste natuurbranden plaats. Ede en Elburg voeren met meer dan tweehonderd branden de lijst aan. Daarvan woedde het gros op de twee militaire oefenterreinen in die gemeenten, dus niet op publiekslocaties. Ook in gemeenten als Helmond, Cranendonck, Gemert en Venlo was het de afgelopen jaren tientallen keren raak.

Dit jaar ging, voor zover bekend, al bijna duizend hectare aan natuurgebied in vlammen op, aldus LocalFocus. In april van dit jaar woedde er nog een fikse brand in de Deurnese Peel (op de grens van Noord-Brabant met Limburg) en in het Nationaal Park De Meinweg in Limburg.

Onder andere droogte speelt een rol bij de kans op een natuurbrand, geeft LocalFocus aan. Mensen zijn echter de belangrijkste veroorzaker: van een smeulende sigarettenpeuk tot opzettelijke brandstichting. WUR-onderzoeker Cathelijne Stoof zei deze zomer in het Radio 1-programma Nieuws en Co dat we ons voor moeten bereiden op meer grote natuurbranden zoals in april.

"Met de klimaatverandering verwachten we langere periodes van droogte te krijgen en daarmee verwachten we ook dat er vaker branden komen, dat die branden langer gaan duren en dat er ook net als in andere landen meerdere branden op hetzelfde moment zijn", aldus Stoof.

https://albrandswaardsdagblad.nl/landelijk/dit-jaar-veel-meer-natuurbranden-dan-in-2019

Dit jaar veel meer natuurbranden dan in 2019 (Zoetermeers Dagblad)

Dit jaar woekerden al veel meer natuurbranden in Nederland dan in 2019. Tot nog toe ging het om zeker 643 natuurbranden, bijna honderd meer dan in heel 2019. De aantallen zullen uiteindelijk nog een stuk hoger liggen, ook omdat branden op militaire oefenterreinen nog niet zijn meegeteld. Dat meldt LocalFocus na een analyse van een database met alle natuurbranden.

De database wordt bijgehouden Brandweer Nederland, het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) en de Wageningen Universiteit (WUR). LocalFocus keek naar de cijfers vanaf 2017 tot en met september 2020. In die periode werden bijna 2500 natuurbranden geregistreerd.

In enkele Gelderse en Brabantse gemeenten vonden de afgelopen vier jaar de meeste natuurbranden plaats. Ede en Elburg voeren met meer dan tweehonderd branden de lijst aan. Daarvan woedde het gros op de twee militaire oefenterreinen in die gemeenten, dus niet op publiekslocaties. Ook in gemeenten als Helmond, Cranendonck, Gemert en Venlo was het de afgelopen jaren tientallen keren raak.

Dit jaar ging, voor zover bekend, al bijna duizend hectare aan natuurgebied in vlammen op, aldus LocalFocus. In april van dit jaar woedde er nog een fikse brand in de Deurnese Peel (op de grens van Noord-Brabant met Limburg) en in het Nationaal Park De Meinweg in Limburg.

Onder andere droogte speelt een rol bij de kans op een natuurbrand, geeft LocalFocus aan. Mensen zijn echter de belangrijkste veroorzaker: van een smeulende sigarettenpeuk tot opzettelijke brandstichting. WUR-onderzoeker Cathelijne Stoof zei deze zomer in het Radio 1-programma Nieuws en Co dat we ons voor moeten bereiden op meer grote natuurbranden zoals in april.

"Met de klimaatverandering verwachten we langere periodes van droogte te krijgen en daarmee verwachten we ook dat er vaker branden komen, dat die branden langer gaan duren en dat er ook net als in andere landen meerdere branden op hetzelfde moment zijn", aldus Stoof.

https://zoetermeersdagblad.nl/landelijk/dit-jaar-veel-meer-natuurbranden-dan-in-2019

Dit jaar veel meer natuurbranden dan in 2019 (Voorburgs Dagblad)

Dit jaar woekerden al veel meer natuurbranden in Nederland dan in 2019. Tot nog toe ging het om zeker 643 natuurbranden, bijna honderd meer dan in heel 2019. De aantallen zullen uiteindelijk nog een stuk hoger liggen, ook omdat branden op militaire oefenterreinen nog niet zijn meegeteld. Dat meldt LocalFocus na een analyse van een database met alle natuurbranden.

De database wordt bijgehouden Brandweer Nederland, het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) en de Wageningen Universiteit (WUR). LocalFocus keek naar de cijfers vanaf 2017 tot en met september 2020. In die periode werden bijna 2500 natuurbranden geregistreerd.

In enkele Gelderse en Brabantse gemeenten vonden de afgelopen vier jaar de meeste natuurbranden plaats. Ede en Elburg voeren met meer dan tweehonderd branden de lijst aan. Daarvan woedde het gros op de twee militaire oefenterreinen in die gemeenten, dus niet op publiekslocaties. Ook in gemeenten als Helmond, Cranendonck, Gemert en Venlo was het de afgelopen jaren tientallen keren raak.

Dit jaar ging, voor zover bekend, al bijna duizend hectare aan natuurgebied in vlammen op, aldus LocalFocus. In april van dit jaar woedde er nog een fikse brand in de Deurnese Peel (op de grens van Noord-Brabant met Limburg) en in het Nationaal Park De Meinweg in Limburg.

Onder andere droogte speelt een rol bij de kans op een natuurbrand, geeft LocalFocus aan. Mensen zijn echter de belangrijkste veroorzaker: van een smeulende sigarettenpeuk tot opzettelijke brandstichting. WUR-onderzoeker Cathelijne Stoof zei deze zomer in het Radio 1-programma Nieuws en Co dat we ons voor moeten bereiden op meer grote natuurbranden zoals in april.

"Met de klimaatverandering verwachten we langere periodes van droogte te krijgen en daarmee verwachten we ook dat er vaker branden komen, dat die branden langer gaan duren en dat er ook net als in andere landen meerdere branden op hetzelfde moment zijn", aldus Stoof.

https://voorburgsdagblad.nl/landelijk/dit-jaar-veel-meer-natuurbranden-dan-in-2019