Struikelblok in Glasgow is sociale ?ongelijkheid (Nederlands Dagblad)

Ongelijkheid is op de klimaatconferentie in Glasgow de olifant in de kamer. Niet iedereen heeft in gelijke mate schuld aan de klimaatcrisis. Niet iedereen wordt in gelijke mate geraakt. En niet iedereen praat in gelijke mate mee. En dat voorspelt weinig goeds voor de uitkomst.GlasgowMet nog enkele dagen te gaan zijn de stellingen voor de eindstrijd op de klimaattop in Glasgow betrokken. De woensdag gepubliceerde ontwerp-slotverklaring laat zien dat er nog heel wat moet gebeuren. Qua ambitie, als we de opwarming willen beperken tot 1,5 graad. En qua steun voor arme landen, als we de lasten eerlijk willen verdelen. COP26 maakt duidelijk dat de klimaatcrisis niet in de laatste plaats een ongelijkheidscrisis is.De rijkste 1 procent moet zijn uitstoot met 97 procent reduceren.De klimaatcrisis: de rijke landen zijn de veroorzakersDe klimaatcrisis wordt op de top in Glasgow, die vrijdag officieel zijn laatste dag ingaat, zozeer gepresenteerd als een mondiaal gezamenlijk probleem dat je bijna zou vergeten dat zij vooral is veroorzaakt door de rijke, ontwikkelde landen. Zij maakten als eerste het industrialisatieproces door en werden zo de afgelopen twee eeuwen verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de historische CO2-emissies.Deze disbalans tussen rijk en arm bestaat nog steeds. De gemiddelde Nederlander veroorzaakt met zijn huis, auto en vliegvakanties acht keer meer uitstoot dan de gemiddelde Afrikaan, de gemiddelde Amerikaan zelfs 14 keer meer. De rijkste 10 procent van de wereldbevolking (met een jaarinkomen van 55.000 dollar of meer) is volgens de Verenigde Naties verantwoordelijk voor meer dan de helft van de uitstoot van de afgelopen 25 jaar.Volgens onderzoek van Oxfam zal de rijkste 1 procent van de wereldbevolking (jaarinkomen 172.000 dollar of meer) in 2030 met zijn exorbitante levensstijl 16 procent van de wereldwijde uitstoot voor zijn rekening nemen, twee keer zoveel als de armste 50 procent. Hun voetafdruk is 30 keer groter dan mag om de opwarming op 1,5 graad te houden. In andere woorden: de rijkste 1 procent moet zijn uitstoot met 97 procent reduceren.De klimaatschade: de arme landen krijgen de problemenHeel anders is het beeld als we kijken naar de gevolgen van de klimaatcrisis. Dan zijn het juist de arme landen die het kwetsbaarst zijn voor klimaatschade (en nu al meer dan rijke landen erdoor getroffen worden). Volgens een rapport van Christian Aid verliezen zij 20 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) in 2050 en 64 procent in 2100 bij een opwarming van 2,9 graden (waar we met het huidige beleid op afkoersen), en nog altijd respectievelijk 13 procent in 2050 en 33 procent in 2100 als de opwarming beperkt blijft tot 1,5 graad.Deze ramingen zijn gebaseerd op de verwachte opwarming alleen. Als ook de gevolgen van extreem weer (zoals cyclonen en bosbranden) worden meegenomen wordt de schade navenant groter. De totale klimaatschade voor ontwikkelingslanden zal tegen 2030 volgens onderzoek van de Duitse Heinrich-Böll-Stiftung tussen de 400 en 580 miljard dollar per jaar bedragen. Tegen 2050 zal de schade zijn opgelopen tot 1,8 biljoen dollar per jaar.Het is dan ook niet vreemd dat de ontwikkelingslanden (in Glasgow verenigd in de allianties van Least Developed Nations, het Climate Vulnerable Forum en de Association of Small Island States) op de klimaattop aandringen op ambitie: de rijke landen moeten zich houden aan de 1,5 procent en dus snel en drastisch terug met hun emissies, en daarom voortaan jaarlijks hun klimaatplannen aanscherpen, in plaats van om de vijf jaar zoals nu.Daarnaast willen de arme landen meer en sneller geld voor klimaatactie, met name adaptatie. Concreet gaat het om de 100 miljard dollar per jaar die de rijke landen in 2009 voor de periode 2020-25 toezegden, maar vooralsnog slechts ten dele leverden (en dan nog vooral in leningen, niet in giften), en om een financiële regeling ter compensatie van nu al geleden klimaatschade (loss and damage). Dat laatste punt is uit den boze voor de VS en de EU, die vrezen voor hoge kosten en aansprakelijkheid. Het gaat daarnaast ook om de klimaatfinanciering voor de periode na 2025. Zo eisen Afrikaanse landen tot 2030 de som van 1,3 biljoen dollar per jaar.De klimaatoplossing: een compromis lost weinig op Omineus voor een bevredigende oplossing van al deze kwesties van climate justice is dat de klimaatongelijkheid ook op de top in Glasgow zelf bestaat, getuige het selecte gezelschap dat in de Blue Zone aan tafel zit. COP26 is volgens veel critici de minst inclusieve COP-klimaattop ooit. Delegaties uit ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten zijn veel minder aanwezig dan andere jaren, net als vertegenwoordigers van actiegroepen en ngo’s (een derde van het aantal op andere COP’s). Gevolg van covidmaatregelen (lockdowns, reisverboden en strenge Britse vaccinatie-­eisen), en extreem hoge reis- en verblijfskosten, met hotelprijzen van duizenden ponden per nacht.Onderzoek van Global Witness toonde deze week bovendien aan dat andere partijen juist massaler dan ooit zijn uitgerukt, met name het internationale bedrijfsleven, tuk op een deal over CO2-markten. De fossiele industrie is de grootste lobby in Glasgow. Ze is present met meer dan 100 bedrijven en belangenclubs, samen ruim 500 personen, meer dan welk land ook, en groter dan de delegaties van de acht kwetsbaarste landen samen, zoals Bangladesh, Haïti en Mozambique. Omdat ngo’s en activisten dit jaar ondanks hun waarnemersstatus beperkt toegang hebben tot onderhandelingsruimten wordt de stem van de kwetsbaarsten nog minder gehoord.Geen wonder dat het niet opschiet. Terwijl landen en bedrijven vorige week over elkaar heen buitelden om ambitieuze maar papieren CO2-reducties en zero carbon-beloften te proclameren, bleef het op financieel vlak akelig stil. De 100 miljard dollar per jaar, zoveel is duidelijk, wordt pas in 2023 gehaald (en heel misschien 2022), en onzeker is of de achterstallige betalingen sinds 2020 worden ingehaald. Op het vlak van loss and damage zit de zaak muurvast. De arme landen hopen nu maar dat ­minimaal wordt afgesproken dat zo’n regeling er op de volgende COP komt. Maar afgaande op de concept-slotverklaring zit meer dan een vage belofte er niet in. <ambities voor schoon transportAlle nieuwe vrachtwagens en bussen die vanaf 2040 worden verkocht, moeten op schone energie rijden. Die ambitie spreken zeker dertien landen uit op de klimaattop in Glasgow. De verklaring waar het doel in staat is een initiatief van Nederland. Ook diverse bedrijven en steden spreken hun steun uit.‘Omdat vrachtwagens gemiddeld zo’n tien jaar rondrijden, is de overeenkomst een mooie stap om de uitstoot van broeikasgassen door vrachtwagens en bussen wereldwijd naar nul te krijgen in 2050’, vindt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Staatssecretaris Steven van Weyenberg, die deze dagen in Glasgow is, noemt de overeenkomst ‘een mooi begin’. Hij hoopt dat meer landen zich nog zullen aansluiten.De landen die meteen met Nederland meedoen zijn het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk, Turkije, Nieuw-Zeeland, Luxemburg, Finland, Canada, Chili, Zwitserland en Uruguay. Ook bedrijven als Unilever, IKEA, Volvo, Scania, UPS, Amazon en Siemens hebben zich aangesloten. Verder hebben Schotland en Wales ook nog zelfstandig hun steun uitgesproken, net als New York, Delhi en het stedennetwerk C40, waar onder meer Amsterdam en Rotterdam lid van zijn.De doelstelling is in lijn met afspraken uit het Nederlandse klimaatakkoord. Daarin staat het streven naar volledig schoon wegverkeer in 2050. ‘Het is belangrijk om daar samen met andere landen voor te gaan, zodat de markt zich sneller gaat ontwikkelen’, zegt Van Weyenberg. Zijn ministerie wijst erop dat Nederlandse bedrijven ‘goed zijn in de bouw van uitstootvrije bussen en vrachtwagens’...

https://www.nd.nl/nieuws/buitenland/1069036/struikelblok-in-glasgow-is-sociale-ongelijkheid

Hoe bereid ik me voor op een klimaatramp? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/01/doomsday_prepping_ingekleurd3-875x712.jpg

Het klimaat is opgewarmd door de mens, zegt het nieuwste IPCC-rapport. Waarom lukt het dan toch niet om mijn gedrag te veranderen? vraagt journalist Rosa Boland zich af. Ze gaat op zoek naar inspiratie om in actie te komen.

Ik behoor tot de inmiddels grote groep mensen die weet dat klimaatproblemen in belangrijke mate door mensen worden veroorzaakt, dat er in mijn leven nog voelbare gevolgen van klimaatverandering zullen zijn en dat gedragsverandering noodzakelijk is. Toch kom ik niet in actie, maar kruip ik apathisch onder een dekentje als ik het zoveelste onheilspellende klimaatrapport lees. Ik kan me geen wereld voorstellen waarin we doen wat nodig is om de temperatuur niet verder te laten stijgen dan twee graden. Met als gevolg dat ik zelf ook weinig doe.

Dat kan liggen aan het feit dat wij mensen onze toekomstige ik als een complete vreemdeling zien; we zijn niet in staat ons in te leven in zijn of haar problemen en gevoelens. In een onderzoek waarin mensen beslissen hoeveel slokjes van een smerige cocktail zij respectievelijk zichzelf en hun toekomstige ik laten nemen, moet de toekomstige ik steevast meer slikken. Ook als het aankomt op klimaatverandering is duidelijk dat we niet veel geven om onze toekomstige ik.

Klimaatverandering is een ongeopende rekening die we lieverniet onder ogen willen zien

In een ander onderzoek worden mensen die zijn getroffen door orkaan Sandy onder de loep genomen. Het blijkt dat zelfs deze mensen niet zijn te porren voor een duurzame levensstijl. Ze willen terug naar de normaliteit van vóór de ramp, ook al weten ze dat ‘normaal’ ook een fossiele economie betekent, die de kans op een volgende natuurramp verhoogt. Klimaatverandering is een soort ongeopende rekening die we maar niet onder ogen willen zien.

De rijkste mensen op aarde lijken ondertussen wél rekening te houden met hun toekomstige zelf. Grote verdieners uit Silicon Valley laten bunkers bouwen in Nieuw-Zeeland, vele anderen laten safe rooms bouwen in hun huizen. Sommigen gaan contracten aan om hun lichaam na hun dood te laten invriezen, met het idee dat ze in betere tijden weer tot leven gewekt kunnen worden.

Ik heb geen geld voor dat soort fratsen en pak het liever wat fantasierijker aan. Maar hoe bereid ik me voor op een nieuwe wereld, of kan ik me in ieder geval wat meer inleven in de vreemdeling die mijn toekomstige ik nu nog is? Ik geef mijn verbeelding een kick-start met kunstwerken uit landen waar al (klimaat)chaos heerst.

Buitenlandse investeerders kopen grond met waterbronnen terwijl niet alle Ghanezen schoon drinkwater hebben

Zo toonde De Kerk in Arnhem een expositie over sociale rechtvaardigheid en klimaatverandering. Onder de titel Stormy Weather uitten kunstenaars over de hele wereld er hun zorgen. Dat levert geen clichébeelden op van vervallen steden en een apocalyptisch land vol zombies, maar een reële blik op de sociale problemen die ontstaan wanneer een samenleving door schaarste en chaos genoodzaakt is opnieuw te bepalen wie waar recht op heeft – wat me een goede voorbereiding op de toekomst lijkt.

Kunstenaar Serge Attukwei Clottey heeft jerrycans in stukjes gesneden en die vervolgens aan elkaar gesmolten tot een groot geel gordijn dat midden in de kerk hangt. In Ghana worden deze gele jerrycans Kufuor gallons genoemd, naar de voormalige president van Ghana, John Agyekum Kufuor, die ze massaal liet verspreiden tijdens de veelvuldige perioden van droogte in het land. Inmiddels dragen de plastic tanks zelf bij aan een milieuramp; de grote hoeveelheid verloren geraakt plastic verstopt het riool in de grote steden en brengt dieren op het strand en in de zee in gevaar.

Clottey wil met zijn werk de rol aantonen die privilege speelt bij milieurampen. Per e-mail laat hij weten: ‘Op dit moment wordt er veel grond met waterbronnen opgekocht door buitenlandse investeerders. Ondertussen hebben niet alle Ghanezen schoon drinkwater. Mijn werk symboliseert de scheidslijn tussen de stedelijke ruimte, waar nog altijd veel zwerfafval ligt, en de nieuwe, moderne woonwijken.’

Klimaatverandering zorgt ook dat mensen hun handen uit de mouwen steken en samenwerken

Het is een mooie illustratie van hoe mensen met de minste middelen het hardst getroffen (zullen) worden door klimaatchaos. Het dwingt me om na te denken over mijn rol als inwoner van een welvarend land. (Ik heb mijn plastichuishouding bepaald niet op orde.)

Een ander tentoongesteld werk laat zien hoe een ramp ook in staat is mensen te verbinden. In Deep Weather van de Zwitserse videokunstenaar Ursula Biemann zien we hoe duizenden mensen in Bangladesh samen de strijd aangaan tegen de stijgende zeespiegel door met de hand dijken te bouwen van modderzakken. Het grijpt me aan dat klimaatverandering niet alleen voor verdeeldheid zorgt, maar er ook voor zorgt dat mensen de handen uit de mouwen steken en samenwerken.

Geen historische wortels

Niet alleen beeldend kunstenaars, ook sommige schrijvers wagen zich aan de vraag waarom het zo moeilijk is om actie te ondernemen tegen klimaatverandering. Zoals Lieke Marsman, met haar boek Het tegenovergestelde van een mens. Ze weet daarin goed het verlammende effect van klimaatverandering te beschrijven: ‘Het rare aan angst is dat de wereld in angst nog precies zo is als hij daarvoor was, en toch lijkt alles voorgoed veranderd, juist omdat het voelt alsof alles voor altijd hetzelfde zal zijn. Hoe zal ik het zeggen, het is alsof de lucht voor je ogen beweegt: wat je ziet is wat er is, maar je kijkt door een waas.’

De hoofdpersoon uit de roman is een klimaatwetenschapper die worstelt met de vraag hoe ze zich moet verhouden tot de opwarming van de aarde. Het is een van de weinige fictieboeken over klimaatverandering waarin een dystopisch spektakel uitblijft. En het is fijn om te lezen over iemand die ook constant de psychologische druk voelt van dat onheilspellende probleem dat ‘klimaatverandering’ heet.

Volgens Marsman is het lastig om over klimaatverandering te schrijven. “Het is een heel abstract begrip”, zegt ze. “En het ligt ook nog eens voor een deel in de toekomst. Dat maakt het ongrijpbaar. Hoe schrijf je over een stijgende zeespiegel? Of over CO2-deeltjes? Het zijn nieuwe begrippen en ze hebben dus geen historische wortels die verhalen of mythen met zich meebrengen. Die moeten allemaal nog bedacht worden. Zodra de omvang van de gevolgen van klimaatverandering toeneemt, zal denk ik ook het aantal fictieromans volgen.”

Er is weinig Nederlandse literatuur over klimaatverandering

Literair tijdschrift Guernica besteedde al een keer een heel nummer aan ‘cli-fi’ (climate fiction). Ook hier weinig apocalyps. Er is vooral aandacht voor de druk die sociale relaties ondervinden in tijden van (aankomende) rampen en schaarste.

Een verhaal is van Lydia Millet en speelt zich af in een toekomst waarin natuur alleen nog voor de allerrijksten is. De hoofdpersoon werkt in een vakantieresort waar de elite komt kijken naar ‘zeldzame’ bosdieren als herten. Het leven wordt in haar wereld bepaald door een autoritair regime, en ze put hoop uit kijken naar die rijke bezoekers, die laten zien dat er ‘nog steeds mensen bestaan die precies doen waar ze zin in hebben’.

In deze verhalen gaat klimaatverandering over verstikkende lucht, over bosbranden en overstromingen, maar ook over hoe onze geest omgaat met de onzekere toekomst. Zoals in het mooie verhaal van Helen Phillips, waarin een moeder zich zo veel zorgen maakt over de eventuele toekomstige rampen, dat haar relatie met haar jonge dochter dreigt te verzuren. Totdat ze leert om haar gevoelens van angst er gewoon te laten ‘zijn’, zonder ze steeds te willen wegdrukken of te laten verdwijnen.

Excentriekelingen

Je kunt je natuurlijk ook veel concreter voorbereiden op toekomstige rampen. Ik bel met doomsday prepper Jeroen Klaassen. Deze nuchtere psycholoog laat zien dat preppers echt niet altijd tot op de tand bewapende excentriekelingen zijn. Hij verkoopt onder andere spullen waarmee mensen zich thuis kunnen voorbereiden op stroomuitval en overstromingen. “Mensen komen pas in actie als iets dichtbij komt”, zegt hij. “Toen bekend werd dat in het water rond Dordrecht de chemische stof GenX was aangetroffen, zag ik een hoop waterfilters die kant op gaan.”

Zo begon het ook bij hem. Toen hij nog in Rotterdam woonde, werd zijn omgeving een keer getroffen door een stroomstoring. Zijn oudste zoon was net geboren en Klaassen besefte dat hij zonder luxe en moderne middelen niet goed voor zijn kind kon zorgen. In de vriezer ontdooide de moedermelk. Het fornuis om de melk mee op te warmen, werkte niet. “Op dat moment besloot ik om me voor te bereiden op dit soort situaties. Ik dacht: Ik ben niet alleen verantwoordelijkheid voor mezelf, maar ook voor dit kleine hummeltje.”

Met het eten dat ik in huis heb, houd ik het een paar weken vol

Zijn voorbereidingen komen niet alleen van pas in geval van nood, maar dragen ook bij aan een duurzame levensstijl. Zo probeert Klaassen zo veel mogelijk groenten en kruiden uit eigen tuin te eten en heeft hij zijn eigen kippen. “Ik lig niet wakker van klimaatverandering. Ik vind het vooral leuk om na te denken over de toekomst. Stel, de supermarkt is helemaal leeggekocht omdat er een natuurramp aankomt, wat doe ik dan? Ik heb een voorraadkast vol blikken soep zodat ik daar geen last van zal hebben. Met het eten dat ik in huis heb, hou ik het een paar weken vol. Dat is genoeg, ik ben geen doemdenker en geloof dat de boel na een tijdje weer op orde komt.”

Wel probeer hij uit te zoeken of de planten in de moestuin nog goed kunnen groeien als het klimaat verandert. Want onze manier van landbouw is niet erg toekomstbestendig, ziet hij. “Door die enorme velden met steeds dezelfde gewassen raakt de bodem uitgeput en wordt het voedsel steeds slechter.”

Klaassen snapt wel dat een noodsituatie zo ver van mensen afstaat dat ze veelal het nut van voorbereiding niet zien. “Ik zeg weleens: ‘Je betaalt toch ook je brandverzekering, ook al ga je er niet van uit dat je huis afbrandt?’ Toch komen ze niet zelf in actie. Mensen kunnen nou eenmaal slecht vooruitdenken”, zegt hij laconiek.

Je kunt er ook plezier in hebben: nadenken over hoe je je kunt voorbereiden op een ramp

Klaassen houdt er rekening mee dat anderen zijn kant op komen als ze zonder levensmiddelen komen te zitten. “Ik heb een waterfilter gekocht, dat een paar jaar geleden nog een paar honderd euro kostte, en nu nog slechts drie tientjes. Door de vraag naar waterfilters in ontwikkelingslanden is er veel innovatie geweest op dit gebied. Met dit waterfilter kan ik de hele buurt van water voorzien.”

Hij heeft er vooral veel plezier in: nadenken over de toekomst en hoe hij zich kan voorbereiden op een ramp. “Ik weet dat ik op eigen houtje voor mezelf en mijn gezin kan zorgen en dat geeft me een gevoel van vrijheid.”

Dat is de juiste houding, lijkt me – mijn toekomstige ik moet iets doen wat voldoening geeft. Wat precies, dat is een zoektocht waar ik nu aan kan beginnen.

Dit artikel verscheen eerder in OneWorld-magazine in 2019.

Preppen: zo gek nog niet

‘Als ik kwaad ben, schrijf ik het best’

Rosa Boland

Het bericht Hoe bereid ik me voor op een klimaatramp? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/hoe-bereid-ik-me-voor-op-een-klimaatramp/