Recensie: Jean Giono – Heuvel (Tzum)

Hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder tegengeluid

De roman Heuvel (Colline) van Jean Giono, verscheen bijna honderd jaar geleden bij de Franse uitgever Grasset. Kiki Coumans, die de indrukwekkende vertaling verzorgde, schrijft in het nawoord dat Giono eerst een andere roman had aangeboden. De uitgeverij vond die roman nog niet goed genoeg, maar wist dat ze ‘een schrijver van kwaliteit binnenhaalde’ en hij kreeg direct een contract voor drie boeken. Colline was direct een succes, mede dankzij het enthousiasme en de pr van André Gide.

In de meer dan vuistdikke Frankrijk trilogie van Bart van Loo (Eten! Lezen! Vrijen!) wordt Giono ergens halverwege kort aangehaald. ‘Op een dag vroeg men aan Goncourt-jurylid Jean Giono waarom hij niet in de Académie Française zetelde. De schrijver antwoordde verontwaardigd en gevat: ‘Maar ik zit er…onder een schuilnaam. Ginds noemen ze me Pagnol.’’ Inderdaad zijn beide schrijvers zeer succesvol geweest in het beschrijven van het leven in Provence. Alleen ging Jean Giono in Heuvel nog een stapje verder, hij betrok de natuur als personage in het verhaal, ze speelt de hoofdrol en is alom aanwezig. De inwoners van een dorpje dat nog maar uit enkele huizen bestaat, leven op de flank van de heuvel. Ze leven in en met de natuur, en de heuvel leeft ook.

Leven? Maar zeker! Want ze beweegt, deze aarde: tien jaar geleden begon ze ineens te schudden; beneden, aan de kant van Aix-en-Provence zijn dorpen ingestort, Lambesc en andere, en de klokken van Manosque luidden heel alleen boven in hun torens.

Er zijn vier huishoudens, sommige met kinderen, andere met ouders in huis of een knecht. De dorpelingen, 12 in getal en een zonderling, dus 13, voelen dat er wat ongrijpbaars te gebeuren staat: ‘gisteren gromde het vredige bosje van de drie wilgen naar zijn broek als een hond die bijten gaat.’ De mannen steken de koppen bij elkaar en noemen eerdere rampen op die hebben plaatsgevonden. Een aardbeving, een storm waarin een kind omkwam, een blikseminslag met dodelijke afloop, en vlak voor al die gebeurtenissen werd er steeds een zwarte kat gezien. Dezelfde die nu weer door het dorp loopt.

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2020/10/Giono-200x300.jpg?x41902

Giono beschrijft op zeer beeldende wijze de mens en zijn verbintenis met en afhankelijkheid van de natuur. Als je in zo’n kleine gemeenschap leeft en er onverklaarbare dingen gebeuren, moet er wel meer aan de hand zijn. Onder het lezen hoor je het gerommel in de verte, je ziet de mannen op het dorpsplein bij de fontein, je ruikt de bosbranden die het dorp naderen. Naarstig zoeken ze een schuldige of juist iemand die het onheil kan keren. Gondran leeft met zijn vrouw en haar vader onder één dak. De oude man ligt in bed en raaskalt. Maar niet altijd. Soms komen er zinnige dingen uit zijn mond. Zou hij weten hoe het zit, zou hij ervoor kunnen zorgen dat het water uit de fontein dat plotseling gestopt is met stromen, weer naar boven komt?

De mannen jutten elkaar op om een schuldige aan te wijzen om zo het mysterie af te wenden. Is het de dorpsgek, is het de oude man, is het de dochter van een van hen die ’s nachts door de velden dwaalt? Giono laat prachtig zien hoe makkelijk mensen geneigd zijn iemand te geloven die een goed verhaal vertelt, die met een plausibele verklaring komt. En hoe kleiner de gemeenschap, hoe minder tegengeluid er is. De mensen uit dit gehucht zijn overgeleverd aan de woeste natuur die hen in haar macht lijkt te hebben, logisch nadenken en nuanceren is dan lastig.

Heuvel is het eerste deel van de Pan-trologie, schrijft Coumans in haar nawoord. Pan, de Griekse god van het vee en het dierlijk instinct, half mens half dier. In deze roman zou hij zomaar tevoorschijn kunnen komen. Het bovennatuurlijke wordt op een geloofwaardige manier beschreven.
We hebben tegenwoordig al het onverklaarbare verklaard en geanalyseerd, maar de ongerepte natuur kan, net als honderd jaar geleden, nog steeds ongrijpbaar zijn en ons daarmee angst inboezemen.

Arjen van Meijgaard

Jean Giono – Heuvel. Vertaald door Kiki Coumans. Vleugels, Bleiswijk. 160 blz. € 23,95.

Het bericht Recensie: Jean Giono – <em>Heuvel</em> verscheen eerst op Tzum.

https://www.tzum.info/2020/10/recensie-jean-giono-heuvel/

Recensie: Robert Haasnoot – Duinbrand (Tzum)

Tegengestelde krachten

Zwaar calvinistische vormen van christendom spelen tot de dag van vandaag een belangrijke rol in de Nederlandse literatuur. Robert Haasnoot voert daarvoor in zijn romans graag het zwaartillende Katwijk aan Zee op, bij hem Zeewijk genoemd. Hij woont er al bijna zijn hele leven en het is dus geen wonder dat zijn werk veel autobiografische elementen bevat. Zo ook in Duinbrand, waarin een groep ‘zigeuners’ ten onrechte meent hier welkom te zijn.

De insteek is veelbeproefd: een jongen en een meisje met totaal verschillende achtergronden raken verliefd, terwijl de groepen waaruit zij afkomstig zijn op voet van oorlog met elkaar staan. In Duinbrand, dat zich afspeelt in de jaren zeventig, gaat het om de dertienjarige Paul, afkomstig uit een benauwd, zwaar gereformeerd gezin en zigeunermeisje Kima, dat meekwam met een grote groep rondtrekkende families. Een accordeonist uit een van die families was ooit eerder in Zeewijk en ondervond daar, als niet bedreigend ervaren eenling, geen kwaad. De Zeewijkers en toeristen gaven hem bovendien gemakkelijk geld voor zijn steeds herhaalde polka’s

https://www.tzum.info/wp-content/uploads/2020/07/Duinbrand-1-189x300.jpg?x48649

Dat hele zigeunerfamilies hier dus welkom zouden zijn, was zijn misrekening. Al snel na hun aankomst in de Zuidduinen ontstaat een dreigende sfeer, gevoed door vooroordelen en misverstanden. De eerst moeizame contacten tussen Paul en Kima, die elkaar niet kunnen verstaan, hebben er aanvankelijk niet onder te lijden.

Haasnoot kent zijn materie door en door, strooit trefzeker met bijbelteksten, die voor de in deze materie niet-ingewijde lezer gemakkelijk lachwekkende vormen aannemen. Het is ook haast niet voorstelbaar dat gezinsleden onderling in zulke hoogdravende raadseltaal spreken om duidelijk proberen te maken wat ze feitelijk bedoelen.:

‘Slecht of minder slecht, we zijn allen van één lap gescheurd,’ zegt Marre-Leu wrevelig. ‘“Er is niemand die goed doet, ook niet één”, zegt de Schrift.’ En ze richt zich weer tot moeder. Legt een hand op haar onderarm. ‘Maar het is een eeuwig wonder van ontfermende genade dat de Heere toch nog bemoeienis wil hebben met gevallen Adamskinderen. Dat Hij in Zijne goedheid sommige van hen uit de wereld wil trekken tot Zijn wonderbaar licht. Ondanks dat zij na de bondsbreuk alles, maar dan ook álles verbeurd hebben.’
‘Precies,’ zegt vader. ‘En dat naar zijn soeverein, vrijmachtig welbehagen.’

De puberromance staat model voor intermenselijke contacten, in het bijzonder met vreemdelingen, die niet vergiftigd zijn door vooraannames en kwaadwilligheid. Haasnoot springt daarbij moeiteloos van de ene scene naar de andere en weer terug, waarmee de gelijktijdigheid van bepaalde ontwikkelingen mooi uitkomt. Terwijl Paul en Kima, die zich in eigen kring gevangen voelen, maar zich er toch ook niet geheel van los willen of kunnen maken, elkaar naderen, bereiden bepaalde krachten van beide kampen zich elders in het dorp voor op een harde botsing. De laatsten zijn niet bereid om met een open blik naar de ander te kijken. Wat de bekeerde en daardoor volledig in haar geloof doorgeslagen Marre-Leu is in de gereformeerde omgeving, is Taleyta, die overtuigd is van bovennatuurlijk krachten en Kima ‘behekst’, in het kampement van de zigeuners.

Haasnoot kent het zwaar gereformeerde wereldje dus van nabij en geeft daar ook voortdurend blijk van, Duinbrand is echter vooral een roman met een impliciet antropologische blik, waarin hij beide opgevoerde groepen met kritische distantie benadert. Daarmee voorkomt hij doeltreffend dat het boek in oppervlakkigheid blijft steken.

André Keikes

Robert Haasnoot – Duinbrand. De Geus, Amsterdam, 248 blz. € 20.

Het bericht Recensie: Robert Haasnoot – <em>Duinbrand</em> verscheen eerst op Tzum.

https://www.tzum.info/2020/07/recensie-robert-haasnoot-duinbrand/