Smeulende Peelbrand is voorlopig nog niet uit: rupsvoertuigen en waterkanonnen blijven blussen (Omroep Brabant)

De smeulende brand op de Deurnese Peel zal de komende tijd nog vanaf de grond geblust worden. Met speciale voertuigen en waterkanonnen wordt het vuur zeven dagen per week bestreden. Dat is volgens deskundigen op dit moment de slimste manier. De smeulende brand is voorlopig nog niet geblust.

Blussen van bovenaf heeft vrijwel geen effect, stellen natuurbranddeskundigen, de brandweer en Staatsbosbeheer, omdat het water dan niet tot de kern van het smeulende veen komt waardoor het vuur steeds opnieuw oplaait. Een blushelikopter inzetten heeft nu dan ook volgens de gemeente geen zin meer.

Daarom wordt blusmateriaal op de grond ingezet. Zo wordt de brand bestreden met kleine rupsvoertuigen die op lastig te bereiken plekken kunnen komen. Ook worden er mobiele waterkanonnen en bladblazers met waterrugzak ingezet om het vuur uit te blazen en de grond af te koelen.

Vuur weer opgelaaid
Daarnaast zijn er graafmachines in de Peel om de grond open te trekken en te koelen met water. Volgens de gemeente zou inmiddels ongeveer de helft van de in totaal achthonderd hectare verbrande Deurnese Peel niet meer smeulen.

Dat de brand lastig te blussen is bleek dinsdagavond. Toen laaide het vuur weer op en moest de brandweer ingrijpen. De brand op de Deurnese Peel is de grootste natuurbrand ooit in de Nederlandse geschiedenis.

Drie onderzoeken naar brand
De gemeente maakte woensdag bekend dat er drie onderzoeken komen naar de grote brand. De gemeente Deurne, provincie en de veiligheidsregio willen weten:

  1. Hoe de brand kon ontstaan en hoe hij zich daarna ontwikkelde.
  2. Hoe de samenwerking tijdens de brand verliep tussen gemeente, veiligheidsregio en Staatsbosbeheer.
  3. Hoe de relatie is tussen de veiligheid van omwonenden en de natuur.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Wageningen. Eind oktober moeten de eerste resultaten bekend zijn. Het onderzoek kost tussen de 30.000 en 50.000 euro en wordt betaald door de drie partijen.

LEES OOK:

Plotseling gedraaide wind zet omwonenden van de Deurnese Peel in de rook

'De koffie is op en het bier ook', door de opgelaaide Peelbrand was het zoete inval bij Trijsje

https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3212824/smeulende-peelbrand-is-voorlopig-nog-niet-uit-rupsvoertuigen-en-waterkanonnen-blijven-blussen

Wij moeten in 2030 naar nul of bijna nul CO2-emissie (IVVD)

Urgenda won in december 2019 ook bij de Hoge Raad haar rechtszaak tegen de staat, wat een belangrijke stap voorwaarts is. Maar dat is niet genoeg. Urgenda heeft voor 2030 een heel ambitieuze doelstelling, de CO2-emissie naar nul in 2030. Wij spraken met Marjan Minnesma, het boegbeeld van Urgenda.

https://www.ivvd.nl/wp-content/uploads/2020/06/Marjan-Minnesma-250x314.jpg

Marjan Minnesma is sinds 2007 directeur van Urgenda en internationaal bekend vanwege de rechtszaak die Urgenda tegen de Staat der Nederlanden aanspande om de overheid te houden aan
de belofte de CO2-emissie in 2020 met minimaal 25% terug te brengen ten opzichte van 1990.

Hoe is dat met die rechtszaak tegen de staat precies gelopen?
‘Wij zijn de rechtszaak ooit begonnen, in 2012, en bij de eerste uitspraak in 2015 wonnen wij. Deze uitspraak betekende dat de CO2-emissie uiterlijk in 2020 terug moet met 25% ten opzichte van 1990. De uitspraak was bij ‘voorraad uitvoerbaar’ hetgeen betekent dat de overheid meteen met de uitvoering ervan moest beginnen. De regering heeft er toch voor gekozen om eerst in hoger beroep te gaan en daarna in cassatie bij de Hoge Raad. In december 2019 gaf de Hoge Raad ons wederom gelijk.’

Hoe loopt dat nu dan met uitvoering van dat vonnis?
‘Ik ben heel blij dat de uitvoering van het vonnis nu ter hand wordt genomen. De regering heeft op vrijdag 24 april gezegd dat voor de uitvoering van het vonnis er structurele maatregelen komen. Urgenda denkt ook mee. Als alternatief voor het sluiten van de kolencentrales, hebben wij een plan met 54 maatregelen gepresenteerd die hetzelfde resultaat opleveren. Een mix behoort ook tot de mogelijkheden. De regering heeft gekozen voor een mix. Zij brengen de emissie van kolencentrales terug tot 25% en voeren 30 van de 54 door ons voorgestelde maatregelen uit. Om te voldoen aan het vonnis moet dit allemaal eigenlijk dit jaar uitgevoerd worden, maar in ieder geval op zeer korte termijn. De maatregelen die wij voorgesteld hebben, liggen daarom vooral in de sfeer van energiebesparing en meer zonne-energie. Alle maatregelen zijn op korte termijn te realiseren. Veel maatregelen betreffen ook de gebouwde omgeving. Ik ben tevreden met het resultaat en denk dat het ook de versnelling helpt naar de komende jaren.’

Urgenda heeft voor 2030 een heel ambitieuze doelstelling. Hoe kan die gerealiseerd worden?
‘Als je onder anderhalve graad temperatuurstijging wilt blijven, dan moeten wij in 2030 al naar nul of bijna nul CO2-emissie. Wij hebben daarvoor een rapport uitgebracht: Nederland 100% duurzame energie in 2030. Het kan als je het wilt. Net als bij de uitbraak van corona moeten wij de ontwrichtende klimaatverandering ook als een crisis gaan behandelen. Bij corona was de noodzaak tot handelen meteen duidelijk, werd het meteen als een crisis opgepakt en zijn er binnen een paar weken ongelooflijke dingen gedaan. Bij de klimaatverandering zijn wij daar nog niet, terwijl de gevolgen veel verder zullen gaan dan bij corona. Helaas zijn bosbranden in Australië en stormen, overstromingen in andere landen nu nog te veel een ver-van-mijn-bedshow voor veel Nederlanders. De urgentie is echter groot. Willen wij de temperatuurstijging binnen de 1,5 graden houden, dan moeten wij binnen 10 jaar de CO2-emissie elimineren. De techniek is niet het probleem. Er kan nu al zoveel. Eigenlijk is het geld ook geen probleem. Als je het als een crisis behandelt al helemaal niet. De overheid krijgt bovendien rente toe als zij geld leent. Het is gewoon een eenmalige investering in een ander energiesysteem met als bijkomende voordeel voortaan niet meer afhankelijk te zijn van mensen als Poetin voor onze energievoorziening.’

Zitten wij in de buurt van een tipping point, een omslagpunt?
‘Ik ben hiervoor directeur geweest van Drift, het Instituut voor Transities aan de Erasmus Universiteit, en die beschrijven ook dat je vaak een hele lange voorontwikkelingsfase hebt en dat het dan ineens gaat versnellen. In die periode van versnelling is er heel veel chaos en heel veel strijd van enerzijds de nieuwe orde die erdoorheen wil breken en anderzijds de gevestigde orde die veel weerstand biedt aan de verandering. Wij zitten in deze fase, kunnen heel goed de goede kant opdraaien en dan verder versnellen, maar de strijd is zeker nog niet gestreden.’
text

Marjan Minnesma: ‘Als we meer lokaal gaan denken,
kunnen wij veel meer elektrificeren dan wij nu denken’

text

Hoe ziet Urgenda de energietransitie?
‘Wij hebben op vele manieren laten zien dat je met all-electric oplossingen heel veel kan doen.Technische mensen geven ook aan dat elektriciteit een slimme en efficiënte oplossing is. Daarvoor moet ongetwijfeld het bestaande elektriciteitsnetwerk versterkt worden, maar tegelijkertijd moeten wij daar ook veel slimmer mee omgaan. Er zijn allerlei vormen van opslag: in huizen, in buurtbatterijen, in water en in allerlei chemische stoffen. Het hoeft niet allemaal meer centraal. We denken nog te veel centraal. Als we meer lokaal gaan denken, kunnen wij veel meer elektrificeren dan wij nu denken en het ook veel slimmer gaan doen. Als ik thuis kom met mijn elektrische auto dan moet het systeem gewoon vragen of je haast hebt met opladen. Zo ja, dan betaal je meer en anders wordt de auto later opgeladen op een moment dat het beter uitkomt en betaal je minder. Alle oplossingen zijn er nu al. Het is nu vooral een kwestie van opschalen. Wij delen graag onze kennis op dit gebied.’

Hoe kijkt Urgenda tegen de Regionale Energie Strategieën aan?
‘Er is de neiging alles grootschalig op te pakken met biomassa voor warmtenetten, weilanden vol met zonnepanelen en veel windmolens. Biomassa voor nieuwe warmtenetten is geen goede oplossing. Alle reststromen gaan al naar de huidige installaties. Door subsidies in Europa wordt gekapt waar dat anders niet zou gebeuren. Nieuwe bomen doen er twintig jaar over om die CO2-uitstoot weer op te nemen. Tijd die we niet hebben. Moeten wij niet doen. Gewoon door meer energie te besparen en veel meer integratie van zonnepanelen in de gebouwde omgeving, doen we al heel veel. Verder veel windmolens op zee en minder op land. Er zijn zoveel oplossingen. Soms een beetje duurder, maar dat moeten we er dan maar voor over hebben. Weerstand tegen biomassa en tegen weilanden vol zonnepanelen, kost ook veel geld. Eerst energiebesparing en slimme integratie van zonne-energie in de gebouwde omgeving en dan pas wind en speciale zonneprojecten. Mensen moeten in hun eigen omgeving afwegen of ze liever een paar grote windmolens willen (vooral langs snelwegen en industrieterreinen en in de havens) of liever tientallen kleintjes. Als mensen kunnen kiezen, en ook kunnen meedelen in de opbrengsten, heb je veel minder problemen en vertraging, weten we inmiddels.’

Rapport: Nederland 100% duurzame energie in 2030. Het kan als je het wilt.

The post Wij moeten in 2030 naar nul of bijna nul CO2-emissie appeared first on IVVD.

https://www.ivvd.nl/wij-moeten-in-2030-naar-nul-of-bijna-nul-co2-emissie/

Dit is waarom broers en zussen zo vaak ruzie maken (Ouders van Nu)

‘Veilig’ ruziën

‘Meestal geldt: hoe meer contact, hoe meer conflict,’ zegt orthopedagoog Sheila van Berkel die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar opvoeding, kindermishandeling en broers en zussen. Daarnaast is een belangrijk aspect in ruzies volgens haar rechtvaardigheid. ‘Kinderen zijn daar heel gevoelig voor. Als een broertje langer mag opblijven, vinden ze dat alleen goed als daar een goede reden voor is.’ Bovendien, zegt van Berkel, lopen ruzies binnen het gezin vaak hoog op, omdat het ‘veilig’ is. Je weet dat je toch wel weer met elkaar geconfronteerd wordt. ‘Als je een vriendje uitscheldt, wil hij je misschien nooit meer zien. Maar met je zus zit je dezelfde avond nog aan de eettafel. ­Andersom kun je niet weglopen van ruzie met een familielid.’

Handige leerschool

Volgens systeemtherapeut en ontwikkelingspsycholoog Steven Pont is ruziën met broers of zussen daarom een handige manier om je sociale vaardigheden te oefenen. ‘Volwassenen hebben net zo vaak conflicten, alleen gaan we er anders mee om. Met broers en zussen kunnen we in een veilige setting oefenen met assertiviteit: we leren opkomen voor onze belangen, zonder de relatie met de ander te schaden.’ Veel ruzie wil volgens Pont niet zeggen dat er sprake is van een slechte verhouding: ‘Juist een warme band kan gepaard gaan met veel conflicten. Als er tegenover de ruzies voldoende positieve ­interacties staan, zit het goed.’

Het was in de oertijd al zo

Behalve dat kinderen veel waarde hechten aan rechtvaardigheid, hebben veel broer-zusconflicten volgens Pont ook te maken met liefde en aandacht van de ouders en een stukje oerinstinct. ‘Ouders weten dat liefde oneindig is, maar kinderen zien dat niet zo. In de oertijd betekende de komst van een nieuw kind dat je van de borst gestoten kon worden. Vogels donderen daarom regelmatig een broertje of zusje het nest uit. Daar staat tegenover dat jij wel de hersens van je broer mag inslaan, maar een buitenstaander niet. De familieband is onze existentiële basis.’

Lees ook: Ruzie tussen kinderen: 5 tips om het op te lossen

Meisjes ruziën politieker

Dat broertjes vaker met elkaar overhoop zouden liggen dan zusjes, betwijfelen beide deskundigen. Pont: ‘Waar jongens elkaar eerder fysiek te lijf gaan, zijn conflicten tussen meisjes vaak politieker. Een ruzie tussen broers is als een strovuur. Het loopt hoog op, maar daarna gaan ze net zo makkelijk een potje voetballen. Bij meiden is het een veenbrand die van tijd tot tijd opsteekt.’

Hoe jonger hoe meer ruzie

Jongere kinderen blijken vaker conflicten te hebben, vooral als het leeftijdsverschil klein is. Van Berkel: ‘Dat komt ook weer doordat er dan meer contact is. Broers en zussen met een ­groter leeftijdsverschil hebben ieder hun eigen leven. In de puberteit richten kinderen zich meer op hun vrienden en nemen de ruzies thuis af.’

Self-fulfilling prophecy

Toch vindt Van Berkel dat we ruzies niet te veel aan hokjes als geslacht, leeftijd of rol binnen het gezin kunnen wijten. ‘Het gaat niet om het geslacht, maar om ­iemands persoonlijkheid. Anders dan vaak wordt gedacht, is de jongste niet altijd de rebel en de oudste de leider. Mensen gedragen zich wel naar dit soort ideeën. Dan wordt het een self-fulfilling prophecy die zelfs van ­invloed kan zijn op de latere carrièrekeuze. Stop kinderen niet in hokjes, maar zie het unieke in ieder kind en pas de opvoeding daarop aan’, adviseert Van Berkel daarom.

Lees ook: Zo leer je je kind ‘sorry’ zeggen

Conflictbegeleiding

Aan de ouders uiteraard de taak om op de juiste manier in te grijpen of te bemiddelen. Vanaf vier jaar kun je kinderen ook beter gaan uitleggen waarom iets wel of niet mag. ‘Als ouder moet je aan heuse conflictbegeleiding doen’, zegt Van Berkel. ‘Kinderen handelen volledig vanuit hun eigen gevoel. Je helpt ze door ze te leren inleven in de ander. Bijvoorbeeld door uit te leggen dat een broertje het niet leuk vindt als jij zijn speeltje afpakt. Als ouder moet je begrip opbrengen voor de situatie van de een en de ­gevoelens van de ander benoemen. Dat kan vanaf een jaar of vier, want dan beginnen kinderen empathie te ontwikkelen.’

Begeleiden en bemiddelen

Een conflict kan volgens Van Berkel heel leerzaam zijn, als er door de juiste communicatie/bemiddeling een oplossing ontstaat waar iedereen zich goed bij voelt. ‘Van iets simpelweg verbieden leren kinderen niets. Betrek ze daarom bij de oplossing en laat ze met argumenten komen waarom ze vinden dat het hun beurt is om aandacht te krijgen of te spelen. Ouders voelen dit soort dingen overigens meestal goed aan.’ Pont beaamt: ‘Je verdiepen in de belevingswereld van een ander kan zelfs voor volwassenen moeilijk zijn. Dat leer je in je ­kindertijd.’

Wanneer ruzie mishandeling wordt
Een beetje ruzie is normaal, maar niet alle ruzies zijn even onschuldig zo stelt Pont. ‘Je zusje een keertje treiteren hoort erbij, maar als het dagelijks gebeurt, is er meer aan de hand.’ Van Berkel: ‘De intensiteit van broer-zusconflicten maakt het herkennen van mishandeling soms moeilijk, maar het komt wel degelijk vaak voor. Dat varieert van fysiek ­geweld tot spullen vernielen, of iemand stelselmatig kleineren door steeds te zeggen dat hij of zij dom of lelijk is.’

Voor ouders is het daarom zaak dat soort schadelijke patronen te herkennen. ‘Je ziet dan dat één kind zich steeds meer terugtrekt of de straat opgaat om niet bij een broer of zus te hoeven zijn. Of dat één kind altijd het geweld initieert en de ander het onderspit delft. Geweld tussen broers en zussen kan komen door problemen in het gezin, zoals alcoholisme of chronische stress bij ouders. Soms heeft de geweldpleger een psychische stoornis; een broertje of zusje is daar dan vaak het eerste slachtoffer van.’

Professionele hulp
‘Onderzoek laat zien dat slachtoffers van chronisch geweld van een broer of zus daarvan psychische schade ­oplopen. Bovendien hebben zulke conflicten een grote impact op het hele gezin’, zegt Van Berkel. Professionele hulp zoeken is in het geval van chronisch geweld volgens haar daarom aan te raden.

Lees ook: 9x waarom broers en zussen goed zijn voor de gezondheid van je kind

Bron: Het Parool

Het bericht Dit is waarom broers en zussen zo vaak ruzie maken verscheen eerst op Ouders van Nu.

https://www.oudersvannu.nl/nieuws/dit-is-waarom-broers-en-zussen-zo-vaak-ruzie-maken/

Eva Rovers over klimaatactivisme: ‘We moeten de verantwoordelijken verantwoordelijk houden’ (Vrij Nederland)

Ze is een keer bijna verdronken in de Zuid-Chinese Zee.

‘Een gewelddadige en orgastische ervaring’ noemde ze het later. Eva Rovers, nu 41, was student en had een relatie met een drummer die net zijn afscheidstournee achter de rug had. Het was januari 2002. Tijd voor het stel om uit te puffen op een tropisch eiland in de buurt van Maleisië. Toen Rovers en haar vriend de eerste ochtend daar wakker werden, liepen ze vanuit hun hut de zee in en speelden wat in het water, tot ineens het zand onder hun voeten was verdwenen en het strand eindeloos ver weg leek. Ze waren in een onderstroom terechtgekomen. Terugzwemmen was onmogelijk. Bij elke poging die Rovers deed om richting kust te zwoegen, werd ze verder achteruitgetrokken. De drum-armen van haar vriend waren wel sterk genoeg om de branding te trotseren.

Wat volgde was een filmscène:
‘Ik laat je niet alleen!’
‘Jawel, jij moet terugzwemmen en hulp halen! Anders gaan we allebei dood!’

Bij elke golf werd Rovers onder water gesleurd, daarna naar boven getrokken en met geweld weer in zee gegooid. Ze was als was in een centrifuge. Ademhalen en als het even kon haar hoofd boven water houden, dat was het enige wat ze wist te doen. Voor de rest viel ze gelukzalig samen met de tijd en de omgeving. Er was geen gisteren, geen morgen, alleen het trekkende en smijtende water. Ze was één met de zee. Ze vroeg de golven haar terug te brengen naar de kust – wat ze niet deden – maar ze bleef rustig en gelukkig. Ook toen twee jongens op bodyboards haar te hulp kwamen, behield ze dat euforische gevoel.
Of ze in deze coronatijden nog eens aan die gebeurtenis heeft teruggedacht, vraag ik haar. Dat overgeleverd zijn aan de natuur, dat één zijn met alles.

Schrijfster en cultuurhistorica Eva Rovers is geprezen om haar grondige biografieën van Helene Kröller-Müller (De eeuwigheid verzameld, 2010) en Boudewijn Büch (Boud, 2016). Daarna werden haar boeken minder dik, en meer betrokken bij de actualiteit, bij opstand en klimaatactivisme. Zo schreef ze in 2017 Ik kom in opstand dus wij zijn, over rebellie in digitale tijden, en weer een jaar later Practivisme: Een handboek voor heimelijke rebellen, dat gaat over de vraag hoe je als individu de wereld kan verbeteren.

Allemaal in contact met elkaar

Rovers had voorgesteld om het gesprek bij haar thuis te doen, in het centrum van Amsterdam. Nu, in de vroege maandagmiddag van 23 maart, spreken we elkaar via Facetime. Reden: corona. Er zijn inmiddels 4.023 besmettingen en 179 sterfgevallen geteld. Het leger is ingezet om patiënten van Brabantse ziekenhuizen naar andere delen van het land te vervoeren. Handen wassen moesten we al, handen geven mocht ook niet meer, en we wennen met enige moeite aan de oproep van premier Rutte om anderhalve meter afstand tot elkaar te houden. Opgeteld bij Rovers’ ‘gebruikelijke voorjaarshoestje’ was de conclusie snel gemaakt: we videobellen.

‘Zo’n virus laat letterlijk zien dat we allemaal in contact staan met elkaar. En je kunt het breder trekken: de leefbaarheid van de planeet is iets wat ons allemaal aangaat en verbindt. Dat heeft heel lang zweverig geklonken, nu merk je hoe concreet dat is.’
Ik zie haar gezicht en haar witte plafond. Op de achtergrond klinkt zo nu en dan de bel van een voorbijrijdende tram.

‘De leefbaarheid van de planeet is iets dat ons allemaal aangaat en verbindt. Dat heeft heel lang zweverig geklonken, door het virus merk je nu hoe concreet dat is.’

‘Twintig jaar geleden, na mijn ervaring in de Zuid-Chinese Zee, besefte ik hoe uniek het is dat je mag rondlopen op deze planeet, dat je het leven hebt. Dat ervaar ik nu weer. We vinden het vanzelfsprekend dat er eten in de supermarkt ligt, dat we kunnen reizen, naar buiten kunnen, dat de wereld aan onze voeten ligt, zeker hier in het Westen. Alles marcheert. De gezondheidszorg werkt, het onderwijs functioneert, ook nu alles online moet.

We vonden het normaal dat we elkaar konden zien en aanraken, en ineens is dat niet meer zo. Dat is pijnlijk en verdrietig, maar het maakt ons ook weer bewust van die uniciteit.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/sites/3/2020/04/VN-Eva_18-03-20_02_0850-640x960.jpg

Lenterebellie

Op 22 april verscheen het nieuwe boek van Eva Rovers, Nu het nog kan. Of beter gezegd: het boek van klimaatbeweging Extinction Rebellion, onder redactie van Rovers.

Lees ook Zo bouwt Extinction Rebellion een weerbare beweging op (en voorkomt het burn-outs) 1 maart 2020

Behalve een hoofdstuk van haar hand – over ‘burgerberaad’, waarover later meer – bevat het ruim dertig artikelen van wetenschappers, schrijvers en activisten die zich inzetten om ‘de wereldwijde klimaatcrisis en ecologische ramp die zich aan het voltrekken is’ af te wenden – nu het nog kan.

Vijf stukken zijn overgenomen uit de Engelse editie This Is Not a Drill. An Extinction Rebellion Handbook, de rest is werk van eigen bodem. Onder anderen oud-politicus Jan Terlouw, cabaretier Tim Fransen en schrijver David Van Reybrouck werkten eraan mee, net als Evanne Nowak (klimaatpsycholoog), Jan Rotmans (hoogleraar transitiekunde), Ernst-Jan Kuiper (klimatoloog) en Urgenda-directeur Marjan Minnesma.

Het boek had 2 april moeten verschijnen als opmaat naar een actieweek half april, maar inmiddels staat er ‘LENTEREBELLIE GAAT VOORLOPIG NIET DOOR’ op de website van Extinction Rebellion Nederland. De lezingen die Rovers zou geven, zijn afgelast. Normaal pendelt ze tussen Amsterdam en Brussel, maar ze kan haar vriend, die in België woont, (niet de drummer) voorlopig niet zien. Wel kan ze nu hardlopen door een stille Kalverstraat, en voor de gelegenheid heeft ze haar exemplaar van De pest van de Franse filosoof Albert Camus uit de kast gehaald.

We kennen Extinction Rebellion van de die-ins (‘dood neervallen’ in de openbare ruimte), rouwstoeten en verkeersblokkades. Vorig jaar blokkeerden ze de Stadhouderskade en de Blauwbrug in Amsterdam. Tijdens een bezoek van koning Willem-Alexander sprongen ze in het water bij ‘Amersfoort aan de toekomstige zee’ en een enkeling lijmde zichzelf vast aan de ingang van het hoofdkantoor van Shell in Den Haag. Waarom werkt u samen met een groep mensen die door sommigen als klimaatgekkies worden bestempeld?

‘Als je op de media afgaat, dan lijken het misschien een stel radicale klimaatactivisten, maar ik heb zelden zo’n lieve, wijze groep bij elkaar gezien. Ze worden negatief geframed. Je moet Extinction Rebellion zien als een grote groep bezorgde burgers. Onderwijzers, artsen, kappers en buschauffeurs die zich zorgen maken over de stand van het klimaat. Mensen die inzien dat er enorme ingrijpende maatregelen nodig zijn om het tij te keren.’

‘Die slechte reputatie komt door de burgerlijke ongehoorzaamheid, de vreedzame acties die het dagelijks leven verstoren. Dus als ze in het nieuws komen, is dat omdat er een kruispunt of zo geblokkeerd is. Dat is ook het idee: zo genereer je aandacht om de urgentie van het klimaatprobleem te onderstrepen. We willen mensen letterlijk even stil laten staan. Maar goed, het is een wankel evenwicht. Soms krijgt de demonstratie zelf meer aandacht dan de boodschap.’

Je kan het niet alleen

Extinction Rebellion, kortweg XR, is een grassroots organisatie, van onderaf georganiseerd en zonder leider. Elk land, elke woonplaats kan zijn eigen afdeling oprichten zolang de principes en uitgangspunten maar worden erkend. Na Engeland, waar de beweging in 2018 werd opgericht, zijn er inmiddels in meer dan zestig landen XR-groepen actief. Nederland kreeg begin vorig jaar zijn eerste Extinction Rebellion-afdeling, inmiddels zijn er zo’n veertig.

Kwamen ze naar u toe of ging u naar hen?

‘Allebei een beetje. Ik had ze al een tijd gevolgd. Eigenlijk ben ik een enorme einzelgänger, maar ik had Practivisme geschreven, over opstand en verandering en de vraag: kun je als individu iets doen aan de grote problemen waar we allemaal mee te maken hebben? Ik draai spaarlampen in, eet geen vlees, koop nauwelijks nog nieuwe kleren, zeker niet bij ketens als Primark, breng mijn glas naar de glasbak, maar hoe kan ik écht iets aan de mondiale problemen doen?’

‘Mijn conclusie was: je kan het niet alleen. Hoewel ons elke keer de aloude slogan van “een beter milieu begint bij jezelf” wordt voorgelegd. Als je maar minder vliegt, als je maar minder vlees eet… Meer kun je eigenlijk niet doen. Dat is niet waar. Net zoals het idee dat je als individu een enorme verandering teweeg zou kunnen brengen, iets waar we ook heel graag in geloven. Beide mythes kloppen niet. Je kunt het niet in je eentje doen.’

Dus kunnen we net zo goed geen plastic scheiden?

‘Nee, natuurlijk moet je je afval blijven scheiden. Kijk, we zitten in een samenleving waarin het individualisme hoogtij viert. En tot op zekere hoogte is dat absoluut fijn, maar het is zo ver doorgeschoten dat we denken dat onze macht niet verder reikt dan het individu – en dat is een desastreuze gedachte. Een beter milieu begint bij jezelf, ja, maar als je niet uitkijkt, houdt het daar ook op. Want als je het alleen bij jezelf houdt, verandert het systeem nog niet. Dan doe je alleen aan symptoombestrijding.’

Waarom is Extinction Rebellion dan de juiste club om het mee aan te pakken?

‘Omdat zij een geïntegreerde visie hebben. Dat is misschien wel het probleem geweest van de oude klimaatbewegingen, dat het alleen maar op klimaat gericht is geweest en bijvoorbeeld niet op de sociaal-economische verschillen in de wereld.’

‘Extinction Rebellion is ervan overtuigd dat de klimaatontwrichting verbonden is met een heel scala aan problemen op economisch gebied, op sociaal gebied, in de landbouw, geopolitiek, maar ook bijvoorbeeld met hoe we de democratie inrichten. We moeten niet alleen de klimaatcrisis aanpakken, we moeten ook zorgen dat dat op een rechtvaardige manier gebeurt. Dus dat de mensen die zich geen zonnepanelen of een Tesla kunnen veroorloven ook kunnen meegaan in de hele energietransitie.’

Een van de auteurs in het boek stelt dat de vorige protestbewegingen niet genoeg hebben gewerkt en dat we het dus anders moeten aanpakken. Bent u het daarmee eens? Waren de protesten in de jaren zestig en tachtig, en bijvoorbeeld een beweging als Occupy zinloos?

‘Natuurlijk waren die niet zinloos. Je staat altijd op de schouders van je voorgangers. Als groep beslissingen nemen, een leiderloze beweging: dat is echt niet nieuw. Wat wel nieuw is, is die totaalvisie. Dat je niet meer op één onderwerp gaat zitten, maar dat je de verbanden tussen de problemen probeert te analyseren en als geheel probeert aan te pakken. Dat is noodzakelijk, anders ben je telkens alleen maar deukjes in het systeem aan het slaan. En ja, op een gegeven moment werd ik gevraagd of ik een artikel voor ze wilde schrijven. Toen ben ik naar een bijeenkomst gegaan en aan het eind van die avond had ik me aangesloten.’

‘De totaalvisie van XR is nieuw: niet meer op één onderwerp zitten, maar de verbanden tussen de problemen analyseren en als geheel proberen aan te pakken.’

Diezelfde avond?

‘Ja, ook al was ik in eerste instantie wat huiverig. Ik vreesde ellenlange vergaderingen, maar dat was helemaal niet het geval. Het was een vrij kleine club die een mandaat voor een bepaald thema heeft, in dit geval het boek. Natuurlijk zitten er heus af en toe hobbels in de besluitvorming, maar er is een enorme bereidheid om elke keer tot een consensus te komen.’

Een van de auteurs schrijft in Nu het nog kan: ‘Het gaat niet alleen om het milieu, of om het klimaat. We leven in een vergiftigd systeem dat onmogelijk in staat is om al het leven op aarde te ondersteunen, omdat het wordt voortgedreven door uitbuiting, vervuiling en afdanking van wat wij “natuur” noemen.’

‘Groei is goed en meer is altijd beter: dat is het neoliberale systeem waarin we al veertig jaar leven en waaraan alles kapotgaat. Alle problemen kun je daaraan ophangen: klimaatontwrichting, economische ongelijkheid, seksisme, racisme. Het is angstaanjagend. Want ik kan wel zeggen dat het zo mooi is dat alles met elkaar samenhangt, maar dat betekent ook dat alles dus erg kwetsbaar is. Bovendien is de economie de maat van alle dingen. Tot hoe we over onze gevoelens praten aan toe. Het is allemaal managementtaal.’

Bijvoorbeeld?

‘We zeggen “investeren in onze toekomst” als we gaan studeren, of we “optimaliseren” onze relatie. Het zit zo diep in onze manier van denken. Ook het idee dat we recht hebben op alles en verplicht zijn tot niets. Een gevaarlijke mentaliteit waardoor we heel weinig verantwoordelijkheid nemen. We zijn zo bang iets van ons comfort of onze welvaart te verliezen, dat we niet zien dat we juist daarmee onszelf aan het ondergraven zijn.’

Het boek biedt alternatieven op het neoliberale systeem?

‘Ja. Exctintion Rebellion heeft drie eisen. De eerste is: wees eerlijk over de ernst van de klimaatcrisis. De tweede: doe wat nodig is om die crisis het hoofd te bieden. En de derde: laat burgers meebeslissen over de maatregelen die nodig zijn. Volgens die structuur hebben we het boek opgebouwd. We laten allereerst zien wat er misgaat met de wereld. Dat we afstevenen op een te snelle opwarming van de aarde. En dat zorgt voor bosbranden, misoogsten, hittegolven, waterschaarste, smeltend permafrost en vrijkomende broeikasgassen. Maar het leidt ook tot migratiestromen en conflicten. Om maar wat te noemen.’

‘We hebben drie eisen: wees eerlijk over de ernst van de klimaatcrisis; doe wat nodig is om die crisis het hoofd te bieden en laat burgers meebeslissen over de maatregelen.’

‘Daarna volgen artikelen met haalbare ideeën om die ramkoers te wijzigen. Er staat bijvoorbeeld een artikel in van Kate Raworth, bekend van haar boek De donuteconomie. Dat model gaat niet uit van lineaire groei, maar van twee cirkels. De binnenste cirkel is het sociale fundament: de minimale voorwaarden voor een gezond en rechtvaardig bestaan. De buitenste ring is de maximale capaciteit van de aarde, het ecologische plafond. Daarbinnen moet je blijven. Raworth laat zien dat dat ook kan.’

Welk artikel verraste u het meest?

‘Eh, meerdere. Ik moet meteen denken aan het stuk van bioboer Jelle de Graaf over agro-ecologie. Dat zijn manieren waarop je de landbouwgrond niet uitput maar op de langere termijn vruchtbaar houdt. We hebben veel weidegrond in Nederland, maar dat zijn zogeheten “groene woestijnen” omdat er haast geen diversiteit aan leven meer is. Als we op deze manier doorgaan, is de grond over een paar decennia uitgeput. Terwijl er genoeg alternatieven zijn: permacultuur, voedselbossen…’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/sites/3/2020/04/VN-Eva_18-03-20_01_0014-640x960.jpg

‘Agro-ecologie is volgens de Verenigde Naties de enige manier om wereld te voeden én leefbaar te houden. En de artikelen over het verband tussen klimaatverandering en kolonialisme, dat verband was mij tot mijn schande echt ontgaan. De klimaatcrisis is een product van eeuwen koloniaal beleid. Inheemse gemeenschappen zijn toen ontwricht, gemeenschappen die juist heel goed wisten hoe je met de natuur moest omgaan. Dat gebeurt nog steeds, kijk naar wat de fossiele industrie wereldwijd doet: die eigenen zich nog steeds land en grondstoffen toe ten koste van de lokale bevolking.’

Er staan in het boek veel metaforen en grote termen: ecocide, de zesde massa-extinctie, eco panische tijden… Schrikt dat niet af?

Nu buigt Rovers naar achteren en zie ik even enkel haar plafond. ‘Ja, maar het ís ook heel groot!’ zegt ze dan. ‘Het is het probleem van ons individualistische denken dat het al snel te groot wordt om te bevatten. Ik vind ecocide ook een heftig woord. Maar als je het artikel leest, snap je dat de term ecocide, in de zin van “opzettelijk ernstige schade toebrengen aan het milieu”, nodig is om het strafbaar te kunnen stellen. Het is toch ongelofelijk dat landen en bedrijven nu nog ongestraft grote en blijvende schade kunnen toebrengen aan onze eigen leefomgeving? Daarom is ecocidewetgeving nodig.’

‘Dat is deels het belang van het boek: nieuwe termen introduceren. Zo vond ik de term regeneratief erg abstract. Daar hebben we ook discussie over gehad: is dat niet te academisch, begrijpen mensen dat wel? Uiteindelijk gebruiken we het toch, want dat is de kracht van taal: we kunnen zo aan bepaalde concepten een naam geven die nog geen naam hadden. Daarmee krijgen ze een plek in het collectieve bewustzijn. Want als jij nog nooit van ecocide hebt gehoord, bestaat het in wezen ook niet. Maar als er een woord is, kun je erover praten en er misschien uiteindelijk een oplossing voor bedenken.’

Dan heb je nog fatalisme onder jongeren, ze spreken van milieumelancholie, eco-angst…

‘We kunnen er lacherig over doen, van: o, de mensen zijn zo gevoelig, ze krijgen een klimaatdepressie. Maar als je in de wetenschap duikt en inziet hoe ernstig de situatie is, dan is het ook moeilijk om dat te relativeren. Het is gigantisch. Zesde massa-extinctie (de vijfde was 66 miljoen jaar geleden, toen de dinosaurussen van de aardbodem verdwenen, JvG) is ook een alarmerende term. Daar gaat ook een stuk in de bundel over: moet je crisistaal gebruiken of niet, want dat kan ook verlammen.’

‘Van de andere kant: het is gewoon ernstig wat er gaande is en we hebben nu nog de kans om te zorgen dat het niet desastreus wordt. Zeker voor de jonge generatie is het zwaar. We hebben het over bedreigingen die zij in hun leven nog gaan meemaken. En we zijn daar mentaal totaal niet op voorbereid. Dat laat de coronacrisis ook zien. Waarom gaan we massaal ieder tien pakken wc-papier kopen? Omdat we een crisis niet aankunnen. Omdat we er niet over mogen praten. Omdat alles de grote goednieuwsshow moet zijn.’

‘Waarom gaan we tien pakken wc-papier kopen? Omdat we een crisis niet aankunnen. Omdat we er niet over mogen praten. Omdat alles de grote goednieuwsshow moet zijn.

Betrokken

Op haar tiende gaf Eva Rovers een spreekbeurt. Ze had een sleutelhanger in de vorm van een honkbalknuppel meegenomen naar de klas en een Barbiepop die ze bij wijze van bontjas met watten had beplakt. Onderwerp: de zeehondenjacht. Wat heel zielig was, zo luidde haar conclusie, en in plaats van de dieren zouden de mensen die bontmantels dragen moeten worden doodgeknuppeld. Wat ze illustreerde aan de hand van haar meegenomen rekwisieten.

De klas staarde haar verbijsterd aan.

Ze leerde dat geweld niet de manier is om je punt te maken.

Eva Rovers groeide op in Eindhoven als oudste zus van drie broers. Haar moeder werkte fulltime als verpleegkundige bij de neonatologische intensive care, haar vader is beeldend kunstenaar. Ze kreeg een verantwoordelijkheidsgevoel mee voor de wereld waarin ze leefde. ‘Mijn ouders zijn altijd erg betrokken geweest. Het idee dat carrière en geld verdienen niet het hoogst haalbare in het leven is, is ons van kleins af aan bijgebracht.’

Niet alleen die ene over de zeehonden, ál haar spreekbeurten gingen over onrecht in de wereld. En toen ze op haar twaalfde besloot vegetariër te worden, kookten haar ouders zonder gemor vleesloos voor haar. Rovers is nog steeds vegetariër.

Ze studeerde taal- en cultuurstudies in Utrecht, schreef haar scriptie over Piet Mondriaan en zag toen een vacature in NRC Handelsblad staan voor de biografie van Helene Kröller-Müller, de kunstverzamelaar en naamgever van het museum in Otterlo. Too good to be true, dacht ze – ze gaf inmiddels ook les in kunstbeleid en -management – maar het was true en ze mocht de biografie schrijven. Toen dat manuscript vier jaar later bij de uitgever lag en ze erop was gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen, fungeerde NRC wederom als haar vacaturebank toen ze las dat er een biograaf voor Boudewijn Büch werd gezocht. Die opdracht kreeg ze ook.

Eigen stem

En toen, toen was het tijd voor Eva Rovers. Ze telde haar lidmaatschappen – Greenpeace, Milieudefensie, Amnesty International, Vluchtelingenwerk – en de keren dat ze een online petitie had ondertekend en besloot de onderstroom van dat kleine meisje dat haar bebontjaste Barbie doodknuppelde niet langer te negeren. ‘Na twee biografieën is het tijd voor mijn eigen stem,’ zei ze in een interview na het verschijnen van Boud.

Dus toen haar in 2017 werd gevraagd om een pamflet te schrijven over opstand, ging ze akkoord. Maar dan wilde ze wel over opstand in het algemeen schrijven en niet alleen over opstandige kunst. Dat werd Ik kom in opstand, dus wij zijn.

‘Filosofen Coen Simon en Frank Meester vroegen mij een pamflet voor de Nieuw Licht-serie te schrijven waarin wordt gekeken in hoeverre oude filosofische ideeën nog op het heden kunnen worden toegepast. Ik wilde naar de hashtag-revoluties kijken. Mijn vraag was of opstand mogelijk is in deze gedigitaliseerde wereld. Ik koos daarvoor het essay De mens in opstand van Camus uit 1951. Albert Camus is denk ik de eerste filosoof die ik las. Hij is al heel lang een enorme bron van inspiratie.’ Ze tuurt even naar buiten. ‘Wat klinkt dat als een cliché.’

Dan houdt ze De pest die op haar bureau ligt voor de camera. ‘Gekocht in 1997. Een pleidooi voor menselijkheid, ook als het uitzichtloos is. De hoofdpersoon dokter Rieux weet dat hij de mensen niet kan genezen, hij kan alleen maar diagnosticeren en verzorgen, maar toch blijft hij doorgaan. De mens is als Sisyphus, zegt Camus, hij sjouwt telkens de steen de berg op en telkens rolt de steen weer naar beneden. Je moet blijven vechten, je menselijke waardigheid behouden. Je doet het niet alleen voor jezelf, maar voor het grotere geheel. Het strijden tegen klimaatverandering kun je ook zo zien: het is de ene teleurstelling na de andere, maar je moet doorgaan, ook al weet je dat jezelf waarschijnlijk de oplossing niet gaat meemaken.’

‘Het strijden tegen klimaatverandering is de ene teleurstelling na de andere, maar je moet doorgaan, ook al weet je dat jezelf de oplossing niet gaat meemaken.’

Waarom koos u destijds voor De mens in opstand?

‘Camus zegt: het leven is eigenlijk zinloos, want we gaan uiteindelijk allemaal dood. De mens is het enige wezen dat weigert te zijn wat het is, stelt hij, namelijk sterfelijk. Sommige mensen zoeken daarom zingeving in religie of een ideologie, maar volgens Camus bieden die alleen schijnzingeving: sussende, simplistische antwoorden op complexe levensvragen. Je moet die zinloosheid juist in de ogen kijken.

‘Door daar tegen in opstand te komen, door “hartstochtelijk te leven” zoals Camus het noemt, geef je betekenis aan het leven. Door “nee” te zeggen, geef je aan dat er dingen zijn die belangrijk zijn om te beschermen. Opstand is volgens Camus wat de mens tot mens maakt. Als je dat bij een ander herkent, zie je ook de menselijkheid. Dat geeft troost en schept een band.’

‘Ik vond dat juist voor de demonstranten van de 21ste eeuw een wijze les. Je had toen de Arabische Lente gehad, de Maidanprotesten in Oekraïne, Occupy. #MeToo was net uitgebroken. Opeens leek het of je in no time een massa kon mobiliseren en verandering teweeg kon brengen als je maar een smartphone had. Maar dat is niet zo natuurlijk. Dat was de les van Camus: een grote groep mensen is niet hetzelfde als een hechte groep mensen. Onderlinge verbondenheid is essentieel om langdurige verandering te bereiken.’

‘Dat is de reden waarom veel protesten van de afgelopen jaren geïmplodeerd zijn. Occupy is als een plumpudding in elkaar gezakt. Het verzandde in discussies over praktische zaken, het ging bij wijze van spreken alleen nog maar over wie de wc-dienst zou doen. Er was geen gezamenlijke strategie. Het waren heel veel losse individuen bij elkaar.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/sites/3/2020/04/VN-Eva_18-03-20_01_0256-2-640x960.jpg

Met uw pamflet Ik kom in opstand, dus wij zijn laat u zien dat er voor structurele verandering meer nodig is dan een digitale klik. In Practivisme onderzoekt u vervolgens wat u als individu kan doen om verandering teweeg te brengen. Het antwoord is dan: samenwerking. En nu werkte u dus mee aan dit collectieve boek van Extinction Rebellion.

‘Tim Fransen komt in zijn stuk met een andere filosofische onderbouwing om mee te doen, van de Engelse filosoof Thomas Hobbes. Die zegt: in de democratische rechtstaat hebben de burgers en de staat een sociaal contract met elkaar. Burgers geven de overheid macht en in ruil daarvoor beschermt de staat hen. Maar, zegt Fransen, omdat de staat de klimaatcrisis onvoldoende aanpakt, beschermt hij burgers dus niet, en komt zijn contract niet na. Dat maakt burgerlijke ongehoorzaamheid legitiem. Sterker, dat maakt het noodzakelijk.’

‘De staat pakt de klimaatcrisis onvoldoende aan, komt zijn contract niet na. Dat maakt burgerlijke ongehoorzaamheid legitiem.’

Uw hoofdstuk gaat over burgerberaad. Het ‘crowdsourcen van besluitvorming’ noemt u het.

‘Ik denk dat er op het hoogste politieke niveau maatregelen moeten worden genomen, maar de politiek deinst ervoor terug om die maatregelen te nemen omdat ze niet goed liggen bij de achterban en indruisen tegen dat dogma van eeuwige groei.’

In het boek citeert David Van Reybrouck de voormalige Vlaamse minister van Leefmilieu Bruno Tobback: ‘Bijna elke politicus weet wat hij moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij daarna nog moet verkozen raken.’

‘We moeten ons allereerst realiseren dat we in een onhoudbaar systeem leven. Nee, we kunnen niet blijven consumeren zoals we doen. Nee, we kunnen niet zoveel blijven rondvliegen. Nee, we kunnen niet zoveel dieren de dood in blijven jagen. Extinction Rebellion zegt niet: wij gaan even zeggen hoe het dan wel moet. Maar: laat burgers hier nou over beslissen. Organiseer burgerpanels waarin burgers met elkaar kunnen nadenken over politiek beladen onderwerpen. Zo’n panel laat zich grondig informeren, overlegt langdurig en komt uiteindelijk tot een conclusie. Los van een achterban of verkiezingen.’

Lees ook Macht op vrijdag: David Van Reybrouck bejubelt het besluit tot een gelote senaat van burgers 1 maart 2019

Dat burgerberaad is ook wat Van Reybrouck al een tijd bepleit. Maar in Nederland kennen we het nauwelijks. U noemt slechts één voorbeeld: Bert Blase van Code Oranje die een ‘burgertop’ organiseerde over de groei van Schiphol.

‘Er zijn ook andere voorbeelden geweest, maar inderdaad weinig. Op lokaal niveau gebeurt wel wat, maar zeker op nationaal niveau lopen we achter op Frankrijk, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en andere landen.’

Het boek van Van Reybrouck, Tegen verkiezingen, stamt uit 2013. Nu zegt u in Practivisme dat we geduld moeten hebben, maar het is toch al best lang geleden…

‘Nou. Eh.’ Ze is even stil, en lacht dan. ‘Ik moet misschien even zeggen dat David mijn lief is.’

O!

‘Ja. Maar goed, juist daardoor zie ik van dichtbij hoe goed dit werkt. Toen Tegen verkiezingen uitkwam, zeiden mensen ook: het is utopisch en onrealistisch. Maar in Duitstalig België is er sinds vorig jaar een permanente Bürgerrat, eigenlijk een gelote Eerste Kamer. Dat is heel succesvol. Bovendien: we hebben inmiddels de brexit gehad. Trump. De opkomst van polariserende populisten. Je ziet dat politici en burgers beginnen te beseffen dat we de democratie misschien op een andere manier moeten inrichten.’

‘Ik denk dat er grote behoefte is aan besluitvorming die de partijpolitiek overstijgt. Daar is zo’n burgerberaad een ideale vorm voor omdat onderbuikgevoelens en polarisatie plaatsmaken voor een geïnformeerde dialoog. Ik heb het dus niet over een referendum, we hebben in het verleden gezien dat dat vaak tot polarisatie leidt, omdat mensen niet of heel eenzijdig worden geïnformeerd.’

Wat is het verschil met zo’n burgerberaad?

‘Daar komen mensen, een gelote groep mensen, bijvoorbeeld vier of vijf weekenden over een langere tijd samen, waarbij ze de tijd krijgen om zich te laten informeren, te overleggen en op basis daarvan tot een antwoord te komen.’

In Frankrijk heeft president Macron nu ook burgerpanels ingesteld om te adviseren over klimaatmaatregelen. Dat had hij natuurlijk veel eerder moeten doen, namelijk vóór hij in 2018 de brandstofbelasting verhoogde. Hij besefte niet dat hij de laagste inkomens het hardst raakte. Het gevolg kennen we: de gele hesjes.’

Zou het voor de CO2-maatregelen in Nederland ook een idee zijn om zo’n burgerpanel in te stellen, om te zorgen dat boeren niet weer in hun tractors richting het Malieveld rijden?

‘Absoluut. Mensen zijn zoveel meer dan boze burgers. Uit buitenlandse voorbeelden blijkt dat mensen die goed geïnformeerd worden en verantwoordelijkheid krijgen, die verantwoordelijkheid heel serieus nemen. Of het nu gaat om abortuswetgeving in Ierland of het stikstofdossier hier in Nederland: elk politiek beladen onderwerp waar politici hun vingers niet aan durven te branden, kan in een burgerpanel behandeld worden. Zeker ook de klimaatcrisis, omdat dat aan zoveel aspecten van ons leven raakt.’

‘Mensen die goed geïnformeerd worden en verantwoordelijkheid krijgen, nemen die verantwoordelijkheid heel serieus.’

‘Ik denk dat de politiek zoals die nu gevoerd wordt niet meer van deze tijd is. Mensen voelen zich niet gerepresenteerd. Daarmee hoef je de partijpolitiek niet opzij te schuiven, maar je kunt er wel een essentieel onderdeel aan toevoegen en mensen zo bij de politiek betrekken.’

Is dat uw volgende boek?

‘Misschien is dit niet iets dat in boekvorm zou moeten verschijnen. Er is al zoveel over geschreven. Misschien moet ik de barricaden op. Laten zien dat dit werkt.’

Astronauten op ruimteschip aarde

Als we ons Facetime-gesprek willen beëindigen, zijn de coronastatistieken bijgesteld met 34 nieuwe doden tot een totaal van 213. Vastgestelde besmettingen: 4.534. Die avond zal premier Rutte een persconferentie houden en ‘een paar gladiolen’ aanspreken die de anderhalve meter niet serieus nemen. ‘Je leeft niet alleen voor jezelf,’ zegt hij.

Bijeenkomsten worden tot 1 juni afgelast en de politie mag ingrijpen wanneer groepen van drie of meer personen bijeenkomen.

Gaan we iets leren van de coronacrisis, vraag ik tot slot.

Dat is erg afhankelijk van hoe het zich ontwikkelt, zegt Rovers. ‘Hoe lang het duurt, hoe erg het wordt. Misschien dat we ons meer moeten realiseren dat we allemaal met elkaar verbonden zijn, zoals Richard Buckminster Fuller zei.’

In haar vorig jaar verschenen boek De rebelse held richtte Rovers een serie brieven aan deze excentrieke, bijna vergeten uitvinder, architect en futuroloog die meer dan een halve eeuw geleden al vliegende auto’s, zelfvoorzienende huizen en duurzame steden ontwierp.

Blijf vrij van geest. Lees onze nieuwsbrief.
Ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mail, twee keer per week.

‘We zijn allemaal astronauten op ruimteschip aarde, zei Buckminster Fuller. Als je de aarde als een ruimteschip ziet, snap je dat iedereen met elkaar moet samenwerken. Wanneer bij de linkerromp een gat zit, dan is het logisch dat de mensen rechts voorin ook moeten helpen. Anders gaat het ruimteschip ten onder.’

Extinction Rebellion Nederland, Nu het nog kan, samengesteld onder redactie van Eva Rovers, De Bezige Bij, 192 p., € 10,-.

Meer dan dertig schrijvers, klimatologen, filosofen, hoogleraren, opiniemakers en andere specialisten leverden een bijdrage aan deze bundel.

Het bericht Eva Rovers over klimaatactivisme: ‘We moeten de verantwoordelijken verantwoordelijk houden’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/eva-rovers-klimaatactivisme/

Taalkundig onderzoek: genetisch experimenteren op de vleermuis (Neerlandistiek)

Door Leonie Cornips

Deze week verscheen een persbericht dat onderzoekers van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen en de Ludwig Maximilian Universiteit in München gevonden hebben dat volwassen vleermuizen hun sociale geluiden kunnen veranderen door geluiden in het laboratorium na te bootsen. De onderzoeksvraag die in dit persbericht centraal staat is of andere zoogdieren dan mensen geluiden kunnen leren door imitatie? Maar is deze onderzoeksvraag wel urgent genoeg om intrusief dierproef-onderzoek te rechtvaardigen? Ik stel als taalkundige en academica inderdaad ethische vraagtekens bij de methoden die met dieren uitgevoerd worden en vooral door taalkundigen.
We weten immers dat een heleboel niet menselijke dieren leren imiteren. Vogels bijvoorbeeld zoals de spreeuw en een echte geweldenaar is de ekster in New South Wales, Australië die de talloze brandweersirenes leerde nabootsen tijdens de hevige recente bosbranden. Maar het persbericht vermeldt dat het ‘lastig is’ om zoogdieren te onderzoeken op ‘leren imiteren’ ‘omdat de weinige zoogdieren die het kunnen (walvissen, dolfijnen, zeehonden en olifanten) niet makkelijk te onderzoeken zijn in neurobiologische en genetische studies’. Vandaar dat de volwassen bonte lansneusvleermuizen dierproeven in het laboratorium ondergaan: ze krijgen nu een geprakte banaan omdat ze de test goed uitvoeren en ‘mogen’ dan later omdat ze succesvol zijn genetische experimenten ondergaan. Het voor taalkundigen beroemde gen FoxP2 wordt uitgeschakeld om te zien welke gevolgen dat heeft voor het vocaal leren van vleermuizen. Bij muizen werd overigens recentelijk een menselijk FoxP2 genetisch aangebracht.

Ik plaats meerdere kanttekeningen bij het gebruik van dierproeven in dit type taalkundige onderzoek. Het is overduidelijk dat ze niet noodzakelijk zijn (als dierproeven al te rechtvaardigen zijn) om mensen- of dierenlevens te redden. Bovendien is niet helder waarom de bonte lansneusvleermuis genetische experimenten moet ondergaan. De onderzoekers hopen volgens het persbericht, ‘dat dit onderzoek meer inzicht geeft in het ontstaan van menselijke spraak en taal, en in wat er mis gaat bij genetische spraak- en taalstoornissen.’ Hoe ligt die relatie dan precies tussen FoxP2 in vleermuizen en Foxp2 bij mensen en hoezo kunnen vleermuizen als niet menselijke diersoort ons informeren over erfelijke taalstoornissen bij de menselijke diersoort? Dieren hebben immers geen taal(vermogens) zoals mensen, zeggen de taalkundigen zoals te lezen is op de website van de Radboud Universiteit.

De mededirecteur van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek Simon Fisher behoorde tot het Britse onderzoeksteam dat in 2001 een relatie vond tussen erfelijke taalstoornissen zoals TOS (Taalontwikkelingstoornis) en een afwijking in het menselijk gen FOXP2 door onderzoek binnen een specifieke familie. Toch zegt ook Simon Fisher in De Volkskrant dat die relatie echt niet helder is. Hij zegt:

Dat zou ik nou écht willen weten: wat de volledige rol is van de genen in het taalvermogen van de mens. Want wij hebben in 2001 niet ‘het’ taalgen ontdekt – alsjeblieft zeg. Dat hebben de media ervan gemaakt. Het klonk spectaculair en het was ook een lekker makkelijke manier om onze vondst uit te leggen. Maar goed. Wat we wel hebben ontdekt: er zit op het 7de chromosoom een gen dat FOXP2 heet. Zowel mens als dier heeft dat gen. Als FOXP2 bij een menselijke drager kapot is, dan verandert er iets aan het eiwit dat het aanmaakt. Dat afwijkende eiwit verstoort de werking van het gen. De gevolgen daarvan voor de drager zijn groot. Mensen met zo’n kapot FOXP2 hebben last van spraak- en taalstoornissen. Zulke kinderen worstelen met het vloeiend leren spreken van de moedertaal, en vaak ook met lezen en schrijven. Dat defect is erfelijk.

En zegt hij in hetzelfde interview: ‘Het kan best dat mensen nog veel meer genen hebben die samenhangen met hun taalvermogen; maar dan hebben we die – nog – niet gevonden. En wie weet, blijkt FOXP2 werkelijk het gen waar het allemaal om draait, maar snappen we nog onvoldoende hoe het werkt. De vondst van dat kapotte gen is een eerste beginnetje in de zoektocht naar hoe het kan dat mensen praten.’

Dus hoezo kan een gen bij vleermuizen ons iets vertellen over een erfelijke taalontwikkelingstoornis bij de menselijke diersoort als dit soort onderzoek in zijn kinderschoenen staat? Bovendien beschikt het Max Planck Instituut zo informeert Fisher over ‘scans en dna van zo’n 1.300 mensen. Zo ontstaat een corpus waaraan je vanuit allerlei disciplines kunt werken.’

Dit corpus lijkt me veel crucialer om verfijnder onderzoek te doen naar de rol van FoxP2 bij mensen dan genetisch experimenteren op vleermuizen. Verder beschikken biologen en ethologen inmiddels over grote corpora spraakgeluiden – en ik neem aan ook over DNA – van walvissen, dolfijnen, zeehonden en olifanten. Interdisciplinaire samenwerking met deze onderzoekers kan het gebruik van dierproeven tegengaan. Het is natuurlijk ‘wel lastiger’ onderzoek maar de vraag is of ‘lastig’ wel een academisch en professioneel criterium mag zijn om niet urgent experimenteel genetisch onderzoek toe te passen op dieren. Dieren zijn, volgens de Cambridge Declaratie van 2012 opgesteld door internationale cognitieve wetenschappers, helemaal niet zo verschillend van mensen in cognitie en emotie. Iedere week verschijnt er wel biologisch, ethologisch en cognitief onderzoek waarvan de resultaten uitwijzen dat dieren zoals de bonte lansneusvleermuis, de muis en de chimpansee op dezelfde wijze als de mens stress en pijn ervaren en angst en verdriet voelen.

Kortom, de balans tussen opbrengst van dit type dierproeven en onderzoeksbevindingen in de taalkunde zijn niet goed te verantwoorden. Menselijke nieuwsgierigheid rechtvaardigt geen dierproeven. Ik maak me dus sterk om dierproeven voor taalkundig onderzoek ethisch te herijken. Door de snel verminderende biodiversiteit, het ontstaan van corona-virus en andere zoönoses en de immens groeiende ongelijkwaardigheid tussen de menselijke en overige diersoorten moet dierproeven en genetisch manipuleren van dieren snel op een gemeenschappelijke taalkundige onderzoeksagenda prijken.

Afbeelding: Bonte lansneusvleermuis, Wikimedia

https://www.neerlandistiek.nl/2020/04/taalkundig-onderzoek-genetisch-experimenteren-op-de-vleermuis/