‘We moeten op zoek naar technologieën die de natuur omarmen’ (Kennislink)

Techniekfilosoof Vincent Blok schreef een boek waarin hij de aarde niet neerzet als passief object, maar als actief subject. Om de wereld te redden, moeten we niet langer de natuur tegenover de mens en cultuur plaatsen, maar uitgaan van één geheel, stelt hij.

In Noorwegen brak twee jaar geleden een stuk land van zo’n 600 bij 150 meter af. Het verdween in zee, inclusief de acht huizen die erop stonden. De klimaatverandering speelde daarbij een belangrijke rol. Door de stijgende temperaturen ontdooien in noordelijke gebieden bodemlagen die voorheen bevroren waren, met aardverschuivingen als gevolg.

In juni 2020 vond in het Noorse plaatsje Alta een aardverschuiving plaats waarbij acht huizen in zee verdwenen.

“Is het wel een haalbaar ideaal om de instabiele wereld weer onder controle te krijgen?” vraagt Vincent Blok zich af.

Voor Vincent Blok, universitair hoofddocent techniekfilosofie en verantwoord innoveren aan Wageningen University, is het voorval een voorbeeld van wat klimaatverandering ons laat ervaren: de wereld om ons heen is niet zo stabiel als we denken. Onlangs verscheen zijn boek Van wereld naar aarde. Filosofische ecologie van een bedreigde planeet. Daarin doet hij een aanzet tot een andere omgang met de aarde, waarin de aarde niet als passief object wordt gezien, maar als subject op zichzelf.

Dat is een heel andere omgang dan dat we nu gewoon zijn. Blok: “Als je in de auto zit, is de wereld een stabiele omgeving waar je doorheen rijdt. En zo is het eigenlijk altijd: de wereld vormt een vaststaande achtergrond voor de dingen die wij als mensen doen. Als je ervaart dat er sprake is van klimaatverandering – van je tuin die vanwege de hitte uitdroogt tot (beelden van) tsunami’s en bosbranden – merk je: die omgeving is helemaal niet stabiel, maar juist instabiel.”

Boemerang

Er is nu vaak nog sprake van een soort existentiële zekerheid: onze auto voor de deur, de bomen in de straat, de aangeharkte oprijlaan – die kunnen toch niet zomaar allemaal verdwijnen? “Nou, wel dus. Eerst hoefde je je nooit druk te maken over de wereld als achtergrond en kon je je richten op de dingen op de voorgrond. Je kon rustig de kinderen naar school brengen, zonder stil te staan bij het ecosysteem waar je deel van uitmaakt. Maar nu komt die achtergrond zelf naar voren. We merken dat elke vervuiling, elk plastic bekertje dat je op de grond gooit, als een boemerang bij ons terugkomt in de vorm van klimaatverandering. Daardoor ervaren we voor het eerst in een geheel te zitten waar we niet zomaar uit kunnen, een klimaat waarvan we van voor tot achter afhankelijk zijn.”

Wat moeten we daarmee? “De neiging die we nu hebben is om de vraag te stellen: hoe kunnen we die instabiele wereld weer stabiel maken? Dat is logisch, maar ik heb er twee kanttekeningen bij. De eerste is de vraag of het wel een haalbaar ideaal is om die instabiele wereld weer onder controle te krijgen. Moeten we misschien erkennen dat de mens niet langer een stabiele achtergrond heeft om zijn leven te leiden? Daarnaast is het de vraag of we als mens wel de manager van de planeet moeten willen zijn. Het idee is nu vaak: Moeder Aarde blijkt kreupel te zijn, de mens moet als haar kind nu het ecosysteem managen. Maar moeten we deze nieuwe rol van de mens wel willen?”

Wildheid toelaten

Blok zet er vraagtekens bij. “Toch zie je dat mensen bij klimaatverandering vaak meteen in een controlerende rol schieten. Bij de mensen die de crisis serieus nemen zie je grofweg twee houdingen. De ene groep kiest voor een eco-modernistische benadering, waarbij met technologie geprobeerd wordt om de boel op te lossen. Denk bijvoorbeeld aan zonnespiegels in de atmosfeer zetten om het licht van de zon te temperen. De andere groep neemt een ecologische houding aan en richt zich op consuminderen: minder plastic, geen dierlijke producten meer eten, niet meer vliegen. Door controle over zichzelf uit te oefenen, hoopt deze groep de wereld te beheersen.’”

Blok stelt juist voor om wat meer instabiliteit in ons leven toe te laten. “Daarmee bedoel ik geen destructieve benadering van: omarm de chaos, het is niet anders. Nee, ik denk aan manieren om natuur en wildheid – waar onvoorspelbaarheid inherent mee verbonden is – toe te laten in ons leven. Daarmee doorbreek je ook vaststaande tegenstellingen die nu voor problemen zorgen, zoals het idee dat de mens met zijn cultuur de tegenhanger is van de natuur. We kunnen onszelf ook zien als onderdeel van de natuur. Dan ga je van antropocentrisme, waarbij enkel van de mens wordt uitgegaan, naar ecocentrisme, waarbij je het ecosysteem als uitgangspunt neemt.”

Hybrides

Hoe doen we dat concreet? “Bijvoorbeeld door in te zetten op biomimetische technologie: technologie die een imitatie is van de natuur. Daarbij gaat het niet om de keurige wandelpaden die we op de Veluwe zien, maar om bijvoorbeeld een waterzuiveringsinstallatie die niet geheel technologisch is, maar waarbij je gebruikmaakt van een wild ecosysteem.”

In zijn onlangs verschenen boek Van wereld naar aarde. Filosofische ecologie van een bedreigde planeet doet Blok een aanzet tot een andere omgang met de aarde.

Deze zogenoemde living machines zuiveren ons afvalwater, maar maken daarbij gebruik van planten en vissen. “De mens zet dan techniek in, maar is niet volledig in controle: de planten en dieren die een rol spelen in de waterzuivering gaan relaties aan met elkaar en met planten en dieren in de omgeving. En in Europa zijn er weer heel andere lokale ecosystemen die een rol gaan spelen dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. De mens sluit met dit soort technologie niet de buitenwereld uit, zoals gebruikelijk is, maar betrekt die er juist actief bij. Zo komen menselijke technologie en natuurlijke onbeheersbaarheid samen en wordt het schema natuur-cultuur doorbroken.”

Een ander voorbeeld zijn 3D-geprinte koraalriffen. “Door de klimaatverandering sterven koraalriffen nu af. Artificiële koraalriffen kunnen dat deels tegengaan. Als je die in zee plaatst, kunnen natuurlijke koraalriffen op hun structuur groeien. Zo ontstaat een hybride: deel natuur, deel techniek.”

Speelruimte

Dat we techniek nodig hebben om de klimaatcrisis tegen te gaan, is voor Blok evident. “Met enkel consuminderen gaan we het niet redden, al is dat natuurlijk ook belangrijk om te doen. Maar we moeten ook kijken naar nieuwe relaties tussen wat we vroeger natuur noemden en vroeger cultuur noemden.”

Daarbij ontstaat speelruimte. “We zitten in een wereld waarin we de neiging hebben om te totaliseren. We zijn steeds meer gericht op eco-efficiency: we proberen om alles maar in te passen in het ecosysteem, alles co2-neutraal te laten zijn. Hoe belangrijk dat ook is, we moeten niet vergeten dat de mens ook een spelend wezen is. Op zoek gaan naar nieuwe technologieën die de natuur omarmen past daar perfect bij.”

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/we-moeten-op-zoek-naar-technologieen-die-de-natuur-omarmen/

‘Tropische bomen houden niet van warmte’ (New Scientist)

Tropische bossen hebben veel te lijden van klimaatverandering. Met jaarringonderzoek voorspelt Pieter Zuidema hoe bomen hierop gaan reageren. Hij ontdekte dat bomen bij hitte en droogte langzamer groeien. Wat betekent dat voor de toekomst van tropische wouden?

Wat hebben jullie ontdekt?

‘Boomgroei is met jaarringonderzoek overal ter wereld gemeten, maar in de tropen zat nog een gat op de wereldkaart. We kwamen tot de conclusie dat de jaarlijkse variatie in boomgroei in de tropen afhangt van de weersomstandigheden tijdens het droge seizoen, en niet tijdens het natte seizoen.

Dat klinkt contra-intuïtief omdat bomen het meest groeien tijdens het natte seizoen. Maar juist droogte en hitte in het droge seizoen blijken bepalend voor verminderde jaarlijkse houtgroei. Als het in het droge seizoen eerder begint met regenen, is dat gunstig voor de boomgroei. Bomen vormen een bredere jaarring. Als het heter is, verdampt er meer water uit de bladeren naar de drogere lucht. Bomen groeien slechter door dit watertekort.’

Hoe werkt jaarringonderzoek eigenlijk?

‘Bomen vormen elk jaar een jaarring. De grens daarvan vormt bij ons in de winter. In de tropen gebeurt dat in het droge seizoen. Bomen stoppen dan met groeien. Het jaarlijks geproduceerde hout zie je als één bandje, doordat de eerste houtcellen van het volgende jaar anders zijn gekleurd.

Met een holle boor halen we cilindertjes uit een boom, waaruit je het patroon van jaarringgrenzen kunt aflezen. Leg je de cilindertjes van één boomsoort in één gebied naast elkaar, dan zie je de gemiddelde groei van die soort. Uit dit patroon, de zogeheten chronologie, kun je aflezen wanneer de bomen minder groeiden.

Met 14.000 jaarringcilinders uit 30 landen hebben we de boomgroei rondom de evenaar geanalyseerd en vergeleken met weermetingen. De negatieve effecten van warmte en droogte blijken veel groter in droge gebieden.’

https://www.newscientist.nl/app/uploads/tropische-bomen-4-1024x768.jpg

Onderzoekers in Congo halen met een holle boor een jaarringcilinder uit de boom in Congo. Beeld: WUR / Peter Groenendijk.

Kunnen bomen zich niet aanpassen aan het watertekort?

‘De extreme watervraag en droogtestress zorgt voor slechte groei en grote sterfte.  Bomen kunnen zich tijdens hun leven aanpassen, maar dat gaat traag.

Genetische aanpassing over verscheidene generaties gaat nog langzamer. Soorten die niet zijn aangepast aan droogte zullen langzamerhand verdwijnen. Vooral in natte gebieden, die door opwarming steeds droger worden, zullen we door boomsterfte veel diversiteit verliezen.’

Is minder diversiteit erg?

‘Door de grote sterfte van bepaalde boomsoorten ontstaat een open bos, met minder bomen per hectare. Tropisch bos is vochtig, maar in een open bos is de strooisellaag droog. Zo krijg je een vicieuze cyclus van droogte, sterfte, en veel bosbranden. Vuurbestendigheid vraagt een specifieke set aanpassingen, zoals bastdikte, die maar weinig tropische soorten bezitten.

Door boomsterfte als gevolg van droogte of brand, vergaat de opgeslagen koolstof in boomstammen weer tot CO2. Tropische bossen kunnen zo omklappen van mondiale koolstofopnemer naar koolstofuitstoter. De voorspelde temperatuurstijging van drie graden Celsius is funest voor tropische bossen.’

Hoe kunnen we tropisch bos redden?

‘Herbebossing kan tropisch bos herstellen. Maar het heeft alleen nut om bomen te planten die veel koolstof vastleggen en zijn aangepast aan het klimaat van de toekomst.

We moeten ontbossing echt terugdringen, zeker in de tropen, om te zorgen dat opgeslagen CO2 niet vrijkomt. Het positieve is dat we weten wat er moet gebeuren, maar dat weten we al een tijd. Het frustrerende is dat er met al die kennis in de politiek weinig wordt gedaan.’

https://www.newscientist.nl/app/uploads/Zuidema-portrait-1024x683.jpg

Pieter Zuidema is hoogleraar tropische bosecologie aan Wageningen Universiteit. Samen met bijna honderd onderzoekers van over de hele wereld publiceerde hij over de klimaatgevoeligheid van tropische boomgroei in Nature Geosciences.

https://www.newscientist.nl/nieuws/tropische-bomen-houden-niet-van-warmte/

Klimaat-koolstof terugkoppelingen: eindelijk eens geen slecht nieuws over klimaatverandering? (Klimaatverandering blog)

Gastblog van Prof. Guido van der Werf

Samenvatting
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben samen met collega’s in Nederland en de VS een nieuwe tijdreeks gemaakt van de CO2-uitstoot door ontbossing in de tropen. Deze uitstoot blijkt met name in de jaren ’60-’80 lager te zijn dan eerdere studies aangaven, en de tijdreeks vormt een ontbrekende schakel om beter inzicht te krijgen in de mondiale koolstofcyclus. Met name het inschatten in hoeverre de natuurlijke opname van CO2 door vegetatie en oceanen gelijke tred houdt met de uitstoot door fossiele brandstoffen en ontbossing is nu beter mogelijk geworden. Uit de nieuwe tijdreeks blijkt dat dit inderdaad het geval is en zelfs dat, relatief gesproken, de opname sneller is gegroeid dan onze uitstoot. Daaruit blijkt dat, op mondiale schaal althans, de gevreesde klimaat-koolstof terugkoppelingen die klimaatverandering kunnen versnellen nog niet in werking getreden zijn. Helaas kunnen de inzichten geen uitsluitsel geven over de mate waarin dit in de toekomst wel zal gebeuren.

Introductie
Van onze CO2-uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen en door ontbossing blijft ongeveer de helft in de atmosfeer, wat leidt tot opwarming. Ongeveer een kwart wordt opgenomen door vegetatie; dit omdat de plantengroei in het algemeen is toegenomen door o.a. hogere CO2-concentraties, meer stikstof, en langere groeiseizoenen in koude streken. Het resterende kwart wordt opgenomen door de oceanen waar het leidt tot oceaanverzuring.

Er is veel onderzoek gedaan naar deze koolstofcyclus en dan met name om de vraag te beantwoorden of die opname door blijft gaan. Binnen de afdeling Aardwetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam wordt o.a. gekeken in hoeverre het ontdooien van de permafrost zorgt voor meer CO2-uitstoot, en wat de gevolgen zijn van meer bosbranden wereldwijd. En ook bij andere universiteiten is dit een belangrijk thema. Want, als de natuur minder CO2 gaat opnemen dan zou klimaatverandering sneller gaan.

Eigenlijk wijst alles erop dat die natuurlijke opname langzaam zal afnemen. De oceanen warmen op en kunnen daardoor minder CO2 absorberen. De processen die voor meer plantengroei zorgen zijn aan verzadiging onderhevig. Het aantal bosbranden neemt toe. De permafrost ontdooit. En zo kunnen we nog even doorgaan. We noemen deze processen klimaat-koolstof terugkoppelingen en als die gaan werken dan is dat slecht nieuws, en op regionale schaal is hier ook bewijs voor zoals blijft uit de geciteerde artikelen.

Airborne fraction
Maar het blijft altijd de vraag in hoeverre die lokale of regionale studies ook representatief zijn voor de hele wereld. En juist om dat mondiale inzicht te krijgen is er een vrij simpele methode om iets te zeggen over de koolstofcyclus, en dan met name in hoeverre de natuurlijke opname veranderd is. Deze methode is gebaseerd op de zogenaamde airborne fraction en of die verandert in de tijd. De airborne fraction is het deel van onze totale uitstoot die in de atmosfeer blijft zoals eerder besproken in een gastblog van mij. Voor het bepalen daarvan heb je de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen en ontbossing nodig, en de CO2-accumulatie in de atmosfeer:

https://klimaatverandering.files.wordpress.com/2022/03/blog-nature-van-marle-formule.png?w=500

Figuur 1. Schematisch overzicht van onze uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing alsmede de accumulatie van CO2 in de atmosfeer (links) en de ratio tussen die twee oftewel de airborne fraction (rechts).


We weten hoe groot de factoren die de airborne fraction bepalen ongeveer zijn en die staan hierboven geschematiseerd weergegeven (Figuur 1, links). In het voorbeeld op basis van deze data verandert de airborne fraction niet in de tijd (Figuur 2, rechts), een teken dat de opname gelijke tred zou houden met de stijgende uitstoot. Maar er zit een groot probleem in deze aanpak, namelijk dat de uitstoot door ontbossing onzeker is. Hoewel het de kleinste factor is voor het berekenen van de airborne fraction is de onzekerheid veel groter dan die van de uitstoot van fossiele brandstoffen. De toename in de atmosfeer is zeer goed bekend dankzij nauwkeurige metingen.

Maar stel nu dat de uitstoot door ontbossing is toegenomen zoals in onderstaand voorbeeld. De uitstoot door fossiele brandstoffen en de CO2-accumulatie in de atmosfeer kennen we goed, die veranderen niet. Maar doordat de uitstoot van ontbossing nu anders is verandert de airborne fraction, en in onderstaand voorbeeld met name in het begin van de meetperiode. Omdat je in die periode door een kleiner getal deelt neemt de airborne fraction in het begin van de meetperiode toe en de trend daarmee af.

Figuur 2. Schematisch overzicht van onze uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing alsmede de accumulatie van CO2 in de atmosfeer (links) en de ratio tussen die twee oftewel de airborne fraction (rechts). Ten opzichte van figuur 1 is de uitstoot door ontbossing lager in de beginperiode van de metingen. Dat heeft tot gevolg dat de airborne fraction hoger wordt in het begin van die meetperiode en de trend daarin is nu naar beneden.

De moraal van dit verhaal: als we de uitstoot door ontbossing beter in beeld kunnen brengen kunnen we de airborne fraction ook beter bepalen. En daarmee iets over de vraag in hoeverre klimaat-koolstofterugkoppelingen al een feit zijn (in bovenstaand voorbeeld duidelijk niet) of iets van de toekomst zullen zijn.

Trends in ontbossing
Met Margreet van Marle (nu werkzaam bij Deltares) en Dave van Wees hebben we op de VU aan deze vraag gewerkt, samen met een aantal collega’s in de VS en bij Wageningen University and Research (Jan Verbesselt). We maakten gebruik van het feit dat ontbossing vaak gepaard gaat met branden. Die branden leiden tot veel uitstoot van fijnstof en daarmee slecht zicht, zie hieronder voor een satellietopname van de Amazone in een periode dat er veel branden zijn. En zichtgegevens worden op ieder vliegveld en veel meteorologische stations verzameld en gaan veel verder terug in de tijd gaan dan satellietdata of andere technieken die we gebruiken om nu de dynamiek in ontbossingsgebieden te begrijpen en kwantificeren. Deze methode is verre van perfect en veranderingen in de uitstoot van fijnstof door de verbranding van fossiele brandstoffen hebben ook invloed op deze gegevens, maar het is de eerste consistente meetreeks.

Figuur 3. Satellietbeeld van een deel van de Amazone in een periode met veel bosbranden (rode stippen), die hier meestal gepaard gaan met ontbossing. Met name door de ligging van de Andes (links) en de overheersende noordoostelijke windrichting wordt de rook geconcentreerd, waarmee die het zicht beïnvloedt. Bron: MODIS.

Op basis van die zichtbaarheidsdata blijkt dat er een duidelijke toename is in ontbossing in de tropen over de studieperiode. Gezien de toename in vraag naar producten zoals hout, soja, palmolie en vlees misschien niet verwonderlijk maar alle bestaande datasets geven aan dat die ontbossing redelijk constant is. Dit onderzoek zal niet het laatste woord zijn in deze discussie en wellicht dat we er over een aantal jaar weer anders tegenaan kijken. Het is in ieder geval cruciaal om een beter begrip te krijgen van de uitstoot en dynamiek van ontbossing in de periode voor we satellietdata hebben en daar zijn innovatieve methodes voor nodig.

Trend in de airborne fraction
Net als in het bovenstaande voorbeeld zien we op basis van de herziene trend in ontbossing in werkelijkheid dat de airborne fraction afneemt over de hele studieperiode (Figuur 4). Alleen is die trend veel moeilijker te onderscheiden omdat hij minder steil is en er veel ruis is. Dit laatste met name door jaarlijkse variaties in de CO2-groeisnelheid die niks met onze uitstoot te maken hebben maar komen omdat de veel grotere natuurlijke CO2-stromen niet altijd precies in evenwicht zijn. In het algemeen stijgt de hoeveelheid CO2 sneller tijdens El Niño jaren en minder snel tijdens La Niña jaren of na vulkaanuitbarstingen. Hoewel de trend minder duidelijk is dan in het voorbeeld in Figuur 2, is hij wel significant en de neerwaartse trend is vooral te vinden als de hele periode meegenomen wordt; als je alleen naar de laatste decennia kijkt is er geen duidelijke trend meer.

Figuur 4 (Figuur 3e van het verschenen artikel). Trend in de airborne fraction op basis van de nieuwe inzichten in de uitstoot door ontbossing.

Goed of slecht nieuws?
Het goede nieuws is eigenlijk dat het geen slecht nieuws is. De implicatie van dit onderzoek is vrij duidelijk; op mondiale schaal werken klimaat-koolstof terugkoppelingen nog niet. Dat betekent niet dat ze op lokale schaal niet zouden werken, maar als dat het geval is dan is er ergens anders compensatie. Hoewel het statistisch niet hard te maken is, lijkt het er wel op dat de daling in de airborne fraction de laatste decennia tot stand gekomen is en wellicht dat we in de toekomst terugkijken op deze periode als de tijd waarin de daling veranderde in de stijging die in het algemeen verwacht wordt.

Deze studie zal ook geen direct verschil maken voor het resterende koolstofbudget om onder de Parijs-doelstellingen te blijven, daarvoor zijn de veranderingen te klein. Wel is het interessant om te kijken hoe de CO2-opname door land en oceanen het gedaan hebben ten opzichte van de zogenaamde Representative Concentration Pathway (RCP) scenario’s die binnen het IPCC gebruikt werden als verschillende scenario’s voor de toekomst en dan met name het hoogste RCP8.5 scenario omdat die als enige de klimaat-koolstof terugkoppelingen ingebouwd heeft.

Figuur 5 (Extended data Figure 1 van het verschenen artikel). Ontwikkeling van de CO2-concentratie tussen 2010 en 2020 volgens RCP8.5 projecties (achtergrond) en gemeten veranderingen (voorgrond). De cijfers geven het verschil tussen werkelijke en RCP8.5 waardes. In blauw de atmosferische concentraties in 2010 en 2020 die hoger worden door verbranding van fossiele brandstoffen en door ontbossing, en zogenaamde ‘sinks’ nemen een deel daarvan op waardoor de CO2-concentratie minder snel stijgt dan je op basis van de antropogene uitstoot zou verwachten.

Aangezien tot ongeveer 2014 de CO2-uitstoot van fossiele brandstoffen ongeveer gelijk op ging met dit hoogste RCP scenario -dat rond de vier graden opwarming in het jaar 2100 zou geven- is het vaak (onterecht) het ‘business as usual’ scenario gaan heten. Gelukkig is na 2014 de stijging in uitstoot van fossiele brandstoffen minder hard gegaan en over de 2010-2020 periode is de uitstoot minder dan dit hoogste scenario. Het verschil is gelijk aan 2,4 ppm CO2. Maar omdat ontbossing hoger was dan in dit scenario (het verschil gelijk aan 1,1 ppm) ligt de gerealiseerde totale antropogene uitstoot toch nog vrij dicht bij het RCP8.5 scenario (1,3 ppm lager). Het verschil in de CO2-concentratie is echter groter (-2,1 ppm) en dat komt met name doordat volgens onze nieuwe analyse de natuurlijke opname groter is dan in dit hoogste scenario (met 0,8 ppm).

Conclusie
De temperatuurstijging over de laatste 100 tot 150 jaar komt grotendeels op conto van de mens. Deze temperatuurstijging kan ook de natuurlijke koolstofcyclus beïnvloeden en in het algemeen is de verwachting dat dit de temperatuurstijging verder kan versterken. Dit artikel laat zien dat dat proces nog niet gaande is. Het laat ook het belang van goede metingen zien, die van groot belang zijn om te monitoren of de zogenaamde klimaat-koolstof terugkoppelingen de komende decennia op mondiale schaal gaan werken.

Meer lezen

Guido van der Werf is universiteitshoogleraar aan de Vrije Universiteit, zijn onderzoek richt zich op de wisselwerking tussen het klimaatsysteem en de mondiale koolstofcyclus.

https://klimaatveranda.nl/2022/03/16/klimaat-koolstof-terugkoppelingen-eindelijk-eens-geen-slecht-nieuws-over-klimaatverandering/

Nieuw inzicht in wereldwijde CO2-uitstoot door ontbossing onthult verrassend stabiele opname CO2 door land en oceaan (Deltares)

Het onderzoek laat zien dat de CO2-uitstoot door ontbossing in de jaren ‘60-‘80 lager was dan eerdere studies aannamen. Door de tijdreeks te combineren met andere datasets laten de wetenschappers zien dat tot nu toe de opname van CO2 door onze natuur minder beïnvloed is door klimaatverandering dan voorheen gedacht. De nieuwe studie werd verricht door wetenschappers van Deltares, Vrije Universiteit Amsterdam, Woodwell Climate Research Center, Columbia University, en Wageningen University and Research. Alle resultaten zijn vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

Reconstructie tijdreeks

https://www.deltares.nl/app/uploads/2022/03/DSC9644-bewerkt-150x150.jpg

Voor het inschatten van de CO2-uitstoot in de belangrijkste ontbossingsgebieden in Zuid-Amerika en Indonesië hebben de wetenschappers op een verrassende manier veldmetingen van zichtgegevens gebruikt. Als er veel bosbranden zijn neemt het zicht af door de rookontwikkeling en deze zichtgegevens zijn dus een maat voor de hoeveelheid bosbranden, die in deze gebieden gekoppeld zijn aan ontbossing. “Deze consistente veldmetingen van zichtgegevens bij onder andere vliegvelden gaan veel verder terug in de tijd dan satellietgegevens, en door ze te koppelen aan ontbossing en bosbranden op basis van satellietmetingen voor meer recente periodes zijn we in staat geweest om een eerste consistente wereldwijde tijdreeks te maken van de CO2 uitstoot en daarmee de rol van ontbossing in het mondiale klimaatsysteem te verduidelijken”, aldus gedeeld hoofdauteur Margreet van Marle, onderzoeker bij Deltares.

Stabiele werking koolstofcyclus

Sinds de jaren ‘70 weten we dat ongeveer de helft van onze CO2-uitstoot door de verbranding van fossiele brandstoffen en ontbossing in de atmosfeer blijft. De andere helft van de CO2 wordt weer opgenomen door de oceanen en vegetatie op land.  Er is veel onderzoek gedaan naar de vraag of deze verhouding verandert over de lange termijn, mogelijk omdat vegetatie en oceanen door klimaatverandering minder goed worden in het opnemen van CO2. Dit kan leiden tot een versnelling van klimaatverandering omdat er dan meer CO2 in de atmosfeer blijft. Eerdere studies leverden daar bewijs voor maar gaven ook aan dat harde conclusies moeilijk te trekken waren, met name omdat de uitstoot door ontbossing onzeker was en gebaseerd op inconsistente datareeksen.

De nieuwe tijdreeks laat zien dat de uitstoot door ontbossing in eerdere jaren lager is dan in eerdere studies. Hierdoor denken de wetenschappers dat een grotere fractie van de totale uitstoot destijds in de atmosfeer bleef. Over de hele tijdreeks van 60 jaar leidt dit tot een negatieve trend: een teken dat de CO2-opname door de natuur gelijke tred heeft kunnen houden met de groeiende uitstoot van fossiele brandstoffen en misschien zelfs efficiënter is geworden over de tijd. Volgens gedeeld hoofdauteur en VU-klimaatonderzoeker Dave van Wees is die negatieve trend nu robuust, maar blijft het gissen naar de oorzaak. “Het kan best zijn dat een aantal van de gevreesde klimaatterugkoppelingen zoals het ontdooien van permafrost of toenemende bosbranden al hun stempel drukken, maar nu nog tijdelijk worden gecompenseerd door andere mechanismen. Verder onderzoek moet dat uitwijzen.”

https://www.deltares.nl/app/uploads/2022/03/MODIS_Bolivia.png

Rook van bosbranden in Bolivia en Brazilië die worden gedetecteerd door de MODIS satelliet ten tijde van de bosbranden in 2010. Bron: NASA, Jeff Schmaltz

Implicaties

Volgens VU-hoogleraar mondiale koolstofcyclus Guido van der Werf, die het onderzoek opzette, is het voorlopig moeilijk om conclusies over toekomstige klimaatverandering te trekken. “Wat we vooral hard kunnen maken is dat de grootste nachtmerriescenario’s nog niet zijn uitgekomen en dat er ook eens wat minder slecht nieuws te vertellen valt. Maar we kunnen niet stellen dat we nu meer tijd hebben gekregen om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen. Dit is met name omdat het goede nieuws voornamelijk komt door nieuwe inzichten in de periode ‘60-’80. Voor de laatste decennia lijkt het erop dat de verbeterde efficiëntie tot stilstand gekomen is.”

M.J.E. van Marle, van Wees, D., Houghton, R.A., Field, R.D., Verbesselt, J., and van der Werf, G.R., New land-use change emissions indicate a declining CO2 airborne fraction. Nature. 

 

 

The post Nieuw inzicht in wereldwijde CO2-uitstoot door ontbossing onthult verrassend stabiele opname CO2 door land en oceaan appeared first on Deltares.

https://www.deltares.nl/nl/nieuws/nieuw-inzicht-in-wereldwijde-co2-uitstoot-door-ontbossing-onthult-verrassend-stabiele-opname-co2-door-land-en-oceaan

Webinar op 5 april a.s.: Klimaatmonitor 2021: de impact van extreem weer (Risk en Business)

In samenwerking met Wageningen Universiteit en het KNMI presenteert het Verbond de Klimaatmonitor 2021. “In deze monitor gaan we in op de impact van de extreme weersgebeurtenissen van 2021. Deze monitor bundelt droogte, storm, natuurbranden en extreme neerslagdata met de Nederlandse schadedata van verzekeraars. Hierdoor krijgen we inzicht in de impact van verschillende weersgebeurtenissen op […]

https://www.riskenbusiness.nl/nieuws/risks/webinar-op-5-april-a-s-klimaatmonitor-2021-de-impact-van-extreem-weer/