‘We vertrouwen op aarde ongemerkt steeds meer op ruimtevaarttechnologie’ (Rijksoverheid)

Veilige communicatie tussen militairen, het voorspellen van bosbranden, realtime beelden van luchtverontreiniging, precies weten hoeveel water gewassen nodig hebben, en snelle signalering van dreigende dijkverzakkingen. Dit is een selectie van toepassingen die mogelijk gemaakt worden door satellieten die in een baan om de aarde cirkelen.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/11/10/%E2%80%98we-vertrouwen-op-aarde-ongemerkt-steeds-meer-op-ruimtevaarttechnologie%E2%80%99

Column – Waterstof is niet ei van Columbus (Nieuwsblad Transport)

Soms lijkt het erop dat het klimaatprobleem snel en eenvoudig kan worden opgelost: gewoon overstappen op waterstof (H2). Maar is dit het ei van Columbus? Een waarschuwing is zeker op zijn plaats.

Ruim 25 jaar geleden promoveerde ik op een proefschrift dat handelde over mega-technologische innovaties die zouden kunnen bijdragen aan een duurzame transportsector. Eén van de behandelde cases betrof de introductie van de brandstofcel. Een brandstofcel zet waterstof om in elektriciteit voor bijvoorbeeld de aandrijving van elektrische auto’s, boten, treinen of heftrucks. Bij dit proces komt geen CO2 vrij. Wie wil dat niet?

Achteraf bezien, bleek waterstof en mobiliteit op dat moment geen gelukkige combinatie. De dreiging van klimaatverandering was al 10 jaar bekend, maar de dominantie van fossiele brandstoffen (ruim beschikbaar en goedkoop) maakte dat er bij zowel de overheid als het bedrijfsleven geen enkele belangstelling bestond voor een transitie naar elektrisch vervoer.

Hoe snel kan het tij keren? Zowel nationaal als internationaal is er momenteel ongekend veel aandacht voor de ontwikkelingen en verdere uitrol van waterstofinitiatieven. Het is ook inderdaad belangrijk om zo snel mogelijk een alternatief te introduceren voor fossiele brandstoffen als we zien welke effecten klimaatverandering teweegbrengt: bosbranden, uitstervende diersoorten, smeltende poolkappen en een stijgende zeespiegel. Iedereen is er inmiddels wel van overtuigd dat er wat moet gebeuren en waterstof kan daarbij een aantrekkelijk alternatief zijn. Waarom dan toch mijn voorzichtigheid?

Mijn eerste bedenking zit ’m in het feit dat waterstof een energiedrager is die eerst moet worden opgewekt. Er zijn twee soorten waterstof: groene waterstof, opgewekt met wind- of zonne-energie, en grijze waterstof. De grijze waterstof is opgewekt met aardgas en heeft als nadeel dat bij het inefficiënte omzettingsproces extra veel CO2 wordt uitgestoten. Het overgrote deel van de 8 miljard m³ waterstofgas die in Nederland wordt gebruikt in de chemische industrie, wordt op deze wijze geproduceerd. Wij willen nu de CO2 van grijze waterstof opvangen en in de bodem opslaan, maar dit is zeer kostbaar en nog nooit op grote schaal toegepast.

We moeten dus inzetten op groene waterstof. Nederland, koploper op het gebied van waterstofontwikkeling, legt daarom omvangrijke windmolenparken aan op zee. Afnemers van de groene energie zijn waterstoffabrieken van Nouryon (producent van chloor) of eindgebruikers als datacentra in de Eemshaven (Google) en de Kop van Noord-Holland (Microsoft) en de kunstmestfabriek Yara in Sluis. Dit zijn allen grootgebruikers die zogeheten PPA’s (inkoopovereenkomsten) hebben afgesloten met de windparken voor de afname van groene stroom. Voldoende beschikbaarheid van groene stroom (voor onder meer huishoudens) wordt daarmee een probleem. De productie die nu wordt voorbereid is lang niet genoeg om de huidige industriële vraag te dekken, laat staan voor nieuwe toepassingen. Verder liggen er nog grote uitdagingen in de leemtes in de wet- en regelgeving en in de vraag hoe de noodzakelijke schaalvergroting voor een significante kostenreductie te realiseren is.

De voordelen van groene waterstof zijn ook voor de transportsector evident. Gedacht moet worden aan zero-emissie transport in binnensteden of juist transport met een grote actieradius. Maar er zijn ook nadelen, want er zijn hoge kosten gemoeid met de aanschaf, de beschikbaarheid van vulpunten en de gebruikskosten omdat de energie-efficiëntie laag is. Onderzoek wijst uit dat de implementatie van waterstof daarom het meest kansrijk is als het in samenhang wordt geïntroduceerd met alternatieve energiedragers als batterijen, afgestemd op de specifieke toepassing.

Er moet dus nog een enorme slag worden gemaakt, waardoor het nog minstens 25 jaar zal duren voor waterstof grootschalig zal zijn ingevoerd in de industrie, het transport en bij huishoudens. Optimisme en hoop zijn altijd goed en ik onderschrijf het belang van (groene) waterstof. Maar de vraag is ook wat we tot die tijd gaan doen, want de klimaatdoelen voor 2030 raken steeds verder uit zicht. Nog eens 25 jaar wachten op waterstof als ei van Columbus (wat het niet is) kunnen we ons niet permitteren.

https://www.nieuwsbladtransport.nl/columns/2020/11/10/column-waterstof-is-niet-ei-van-columbus/

Philip Hans Franses schildert gorilla’s en bosbranden in zijn Delfshavense atelier (Erasmus Magazine)

Wat doen EUR-medewerkers en -wetenschappers ter ontspanning, nu sporten lastiger is en uitgaan uit den boze? Deze maand: econometrist Philip Hans Franses.

https://files.erasmusmagazine.nl/app/uploads/2020/10/12155636/Franses-Schildert-875x584.jpeg

Hoe komen medewerkers van de Erasmus Universiteit deze coronatijd door? Pakken ze nieuwe hobby’s op? Houden ze balkon-staycations? Philip Hans Franses (57), hoogleraar toegepaste econometrie en hoogleraar marketingonderzoek aan Erasmus School of Economics, schildert in het atelier dat hem, na zijn afscheid als decaan, als dank werd aangeboden door de medewerkers van de economische faculteit. “Dit is geen hobby.”

Op de deur van het atelier van Philip Hans Franses staat dan wel ‘accountancy’, maar hier doet hij niets met cijfers of euro’s. Het bordje is van degene die kantoor houdt in de ruimte achter zijn atelier in Delfshaven. “Het rauwere deel, níét het toeristische deel”, zei Franses vooraf. Het pand moet ooit een winkeltje zijn geweest, de ramen zijn grotendeels afgeplakt tegen pottenkijkers. Aan de muur hangen schilderijen van Franses. Het decor van een Molukse treinkaping die veel indruk op hem maakte als kind, de ogen van een gorilla, abstracter werk dat doet denken aan een bosbrand. Sommige dreigend, andere wat dramatisch of verdrietig. Allemaal roepen ze een emotie op. Of dat proberen ze in ieder geval, zegt Franses. “Het is figuratief, soms tegen het abstracte aan.”

Pedel Marleen van Kester spot ijsvogels en raust onkruid in haar volkstuin

Franses schildert al twintig jaar. Hij begon in een atelier in Berkel en Rodenrijs met een aantal mensen en daar komt hij nog steeds. Op dinsdagavond, met een vaste groep. “Sinds februari 2019 gebruik ik ook deze ruimte. Het mooie is: hier kan ik alles laten staan. Ik werk met olieverf, maar ook met spuitbusverf en dan hangt er gewoon een nevel waar ik thuis geen ruimte voor heb.” Als hij hier werkt, werkt hij in stilte. De ramen zitten op het noordoosten, dat geeft het beste licht: noorderlicht. Waarom hij dit doet? “Tsja. Het is een deel van mijn leven. Ik ben wetenschapper en als wetenschapper ben je vrij en creatief. Ongebonden wetenschappelijk onderzoek, eigen creativiteit, zelf bedenken, soms wel succes hebben, dan weer niet. Die creativiteit vind ik ook in schilderen.”

Vloeken met Karel Appel

Zo zou het in ieder geval moeten zijn in de wetenschap, stelt Franses, maar het draait de laatste jaren teveel om impact. “Kijk naar die letters op de recent gerenoveerde, monumentale luchtbrug bij het carillon over being an erasmian – letters die vloeken met de tegels van Karel Appel op het Tinbergengebouw – en de strategie met impactgerichtheid die daarbij hoort. Je krijgt echt geen Nobelprijzen toegekend als je van tevoren denkt: ik ga eens even flink impact maken. Om de analogie met schilderen door te trekken: als ik bedenk dat ik eens even een schilderij ga maken dat voor 50.000 euro over de toonbank gaat, komt er ook niets uit mijn vingers.”

Franses komt niet dagelijks in zijn atelier. Het is net als met wetenschappelijk werk, legt hij uit. Je bent er 24 uur per dag mee bezig in je hoofd, maar niet fysiek. Het schilderij of het artikel kan in een ochtend op doek of papier staan. “’s Avonds om elf uur denk je ineens: ach, zo wil ik het doen. Dan onthoud je het en de volgende dag begin je aan een artikel of begin je aan een schilderij. De volgende dag kom ik hier een uur, of twee, en ga ik weer. Ik ga hier niet zitten turen naar een wit vel en heb ook geen vaste dag. Ook dat is net als de wetenschap, je kunt niet zeggen op de vrijdag: nu ga ik eens wetenschappelijk creatief worden.”

Applaus

Hij is een liefhebber van vrijheid en creativiteit, zoveel is duidelijk. Op de universiteit heeft Franses er, met de beheerders van de kunstcollectie Luuk Bode en Anne Clement (‘met een zeer bescheiden budget van 40.000 euro per jaar’, aldus Franses), mede voor gezorgd dat er twee grote werken van opkomende Rotterdamse kunstenaars in twee collegezalen in het Theilgebouw hangen. “Dat had nog behoorlijk wat voeten in de aarde kan ik je vertellen. Later gaf ik daar een keer college en zei ik dat tegen de studenten, kreeg ik applaus!” Dat vond hij mooi. Hij lacht: “Dat krijg ik nou nooit voor mijn colleges over econometrie.”

Coronazomer: Bianca Jadoenath (ISS) ontspant in Clingendael

Marko de Haan

https://www.erasmusmagazine.nl/2020/10/13/philip-hans-franses-schildert-gorillas-en-bosbranden-in-zijn-delfshavense-atelier/

INGEZONDEN BRIEF: Koers 2030: weinig groei maar veel bloei (Sliedrecht24)

Pamflet

(Foto LinkedIn Johan Lavooi)

De inleiding
Pats …..burgemeester en wethouders van Sliedrecht gooien olie op de veenbrand , die al vanaf 1975 smeult, toen burgemeester Van Hofwegen voorstelde om Sliedrecht te laten groeien naar 40.000 inwoners. Het college heeft namelijk de Kadernota 2021 uitgebracht. Dit belangrijke stuk gaat voornamelijk over woningbouwopgaven en de verdeling van maar liefst 23 miljoen van de Enecogelden. Het belangrijkste voorstel is: bouw 2500 nieuwe woningen in Sliedrecht; de helft binnen de huidige grenzen en de andere helft ten noorden van de spoorlijn. Voor alleen al het maken van de ruimtelijke ordeningsplannen door ambtenaren en bureaus wil men 2,3 miljoen + 1,7 miljoen = 4 miljoen euro uittrekken. Zo’n voorstel met zulke gevolgen heb ik in Sliedrecht nog nooit gelezen.

Bedoeling van het college is om deze nota in één keer ( a.s. dinsdag ) door de gemeenteraad te laten vaststellen. Nog niet zo lang geleden werd over dit soort zaken eerst gediscussieerd in de gemeenteraad, maar nu wordt duidelijk een andere weg gekozen. Er ligt een concreet voorstel en als de gemeenteraad daarmee instemt is er geen weg meer terug. Voor zover ik weet is er ook niet of nauwelijks met maatschappelijk betrokken organisaties, zoals de woningcorporatie Tablis Wonen, over gesproken. Het is eenrichtingverkeer. Lef kan dit college – van vooral van buitenaf ingevlogen bestuurders – niet ontzegd worden. Over de onwenselijkheid en de onmogelijkheid van hun voorstellen gaat dit pamflet.

De aanleiding
De aanleidingen zijn helder. Pro Sliedrecht is uit het college verdwenen en met name het CDA ziet kans om een aloude wens te realiseren. Het CDA wil al sinds jaar en dag richting Wijngaarden bouwen en wethouder Ton Spek heeft zijn zinnen gezet op de bouw van één of meer tunnels. De SGP is wat voorzichtiger, maar wil ook eigenlijk wel. En de PvdA is aan het twijfelen gebracht door zijn nieuwe wethouder. Maar de SGP en de PvdA willen wél de voetbalvelden verplaatsen naar het gebied ten noorden van de spoorlijn. Nog steeds een goede gedachte trouwens. Tenminste als onderdeel van een recreatief gebied, zoals ooit de bedoeling was. Echter, de grond die de gemeente nu nodig heeft is in handen van een enkele boer en projectontwikkelaar. Die laatste wil wel meewerken, mits hij dan rondom die voetbalvelden zo’n 1000 woningen mag bouwen. En zo vond dit college elkaar .

Onmogelijke aantallen
1. Allereerst over bouwen ten noorden van de spoorlijn en dat gekke aantal. Het is of het één of het ander . Of niet bouwen, of juist heel veel bouwen. Het is een volstrekte illusie om te veronderstellen dat als we gaan bouwen ten noorden van de spoorlijn, we ons kunnen beperken tot 1250 woningen. Alleen al vanwege de ontsluitingsproblemen (A-15, spoorlijn én Betuwespoorlijn ) zijn er miljoenen nodig om dit gebied bereikbaar te maken. Spek wil dat geld proberen los te peuteren van hogere overheden en zelfs uit Brussel ! Leuk voor de bühne, maar dit soort projecten kan alleen maar worden gerealiseerd als er veel woningen worden gebouwd om die kosten te dragen.

Geen illusie : als we gaan bouwen, dan betekent dat bouwen tot aan Wijngaarden en dus in 2050 een gemeente van 40.000 inwoners. 

2.Dan binnen de grenzen. Na Baanhoek-west is Sliedrecht zo goed als vol. Sliedrecht is nu al dichtbebouwd . Hoe het college denkt nog 1250 woningen te kunnen realiseren en tegelijk b.v. in Sliedrecht -Oost ( ? ) een “leefbare en toegankelijke, groen-dooraderde wijk met een mix van allerlei woningtypes en prijsniveaus“ (letterlijk citaat ) is mij een compleet raadsel. Zo’n aantal is volstrekt onmogelijk. Op wat er nog wél zou kunnen kom ik later terug.

Kortom: ten noorden van de spoorlijn kunnen we ons nooit beperken tot 1250 woningen. We gaan óf massaal bouwen of we gaan niet bouwen. En binnen de grenzen van Sliedrecht kunnen we nooit 1250 woningen proppen.

Onwenselijke aantallen.
De plannen zijn ook onwenselijk en om veel meer redenen.
1.Het college zet in op de bouw van het midden- en het hogere segment, “waardoor ook doorstroming uit het lagere segment mogelijk wordt “ . Dat schrijft men tegen beter weten in. Zo werkt het de laatste jaren in Nederland niet. Er worden nog steeds veel te veel grote eengezinswoningen gebouwd. En er is nauwelijks doorstroming. Maar er komt juist steeds meer behoefte aan betaalbare woningen voor ouderen, starters en gebroken gezinnen. En huurwoningen worden nog maar nauwelijks gebouwd, terwijl de inkomensongelijkheid enorm toeneemt. Een voorbeeld van verkeerd beleid : op de plaats van het oude ziekenhuis bouwt men straks dure appartementen. Men moet zelfs in landelijke kranten als de NRC adverteren om de huizen kwijt te raken. Hoezo bouwen voor Sliedrechters? Hoezo
doorstroming?
2.De bescherming van het Groene Hart , maar ook van de kleine dorpen in de Alblasserwaard die niet leeggezogen moeten worden.
3.Tablis- de huurdersvereniging- vraagt al jaren grond voor meer sociale woningen maar krijgt nul op het rekest.
4.Sliedrecht wordt nergens toe verplicht. Anders dan men doet vermoeden ligt er geen opdracht van de kant van de hoge overheden. Binnen de Drechtsteden is ook een aantal van 25.000 woningen een eigen leven gaan leiden. buurgemeenten zoals Papendrecht trekken zich daar niks van aan. Die hebben het ook niet over kreten als stilstand is achteruitgang.
5.Sliedrecht heeft nu al weinig “lucht”. Het is nu al arm aan bomen en ander groen, speelplekken, recreatiemogelijkheden , terrassen, ruimte voor fietsers, kortom : leefbaarheid. En dat terwijl de milieudruk ( A 15, spoorlijnen, de Merwede, de overkant ) groot is.

Moet er dan niks gebeuren ?
Zeker niet. De bevolkingsgroei in Nederland blijft nog wel even doorgaan , hoewel vooral in de Randstad door de trek naar de steden. Maar Sliedrecht kan daar maar een klein beetje aan meewerken. Mogelijkheden zijn er echter heus wel. Zelfs met behoud van de kleinschaligheid van de dijk ( met de lintbebouwing verdraagt dat authentiek stukje Sliedrecht zich niet met hoogbouw – dus ook niet op het Watertorenterrein).

Om te beginnen Het Oog van Hardinxveld-Giessendam. Ooit door de Provincie aangewezen als buffer voor het geval er grootschalige woningbouw nodig zou zijn. Nu door Hardinxveld-Giessendam – op een stukje bedrijfsterrein na- feitelijk in de koelkast gezet. Een gigantisch gebied tussen de spoorlijn en de Betuwelijn. Maakt geen onderdeel meer uit van het Groene Hart! Een perfecte woonlocatie met nu al een station. Er is bij mijn weten na 2014 nog nooit serieus met Hardinxveld-Giessendam over dit gebied gesproken. En dat terwijl Hardinxveld-Giessendam tegenwoordig deel is van de Drechtsteden. Waarom wordt er niet wat groter, wat regionaler, gedacht ?

Omdat we willen dat onze kinderen in Sliedrecht kunnen blijven wonen ? Wat vinden onze kinderen van die wens ? Gaat het hen om kwaliteit of om gemeentegrenzen ? Als je in Hardinxveld woont en je moeder in Sliedrecht zit je binnen een kwartier op de fiets op de koffie.

Dan het centrum. Het Burgemeester Winklerplein leent zich bij uitstek om hoogbouw. Eén of twee architectonisch mooie hoge gebouwen (waarom bouwen we dat soort dingen in Sliedrecht nooit?) met onder het plein een parkeergarage. Waardoor op het plein ook weer meer mogelijkheden zijn, zoals de herleving van een grote weekmarkt tot een regionale trekker zoals die vroeger was; de kermis, terrassen. En natuurlijk het dorpshuis waar zo’n behoefte aan is in het centrum van ons dorp. Wist u dat men in 1957 al met die gedachte speelde?

En natuurlijk De Kerkbuurt. Een winkelpromenade die nooit meer op het oude niveau zal terugkomen. Het winkelbestand is tot de helft ingekrompen en staat deels leeg . Durf daar nog meer af te breken, zolas aan het oostelijk eind naast Kramer. En bouw op de vrijgekomen plekken middelhoge appartementen voor ouderen, starters en eenoudergezinnen.

Bruisen, bloeien
Dit pamflet heet “weinig groei, maar veel bloei “ . Het bestaande Sliedrecht kan nog maar een beetje groeien , maar dat hoeft de bloei niet in de weg te staan. Daarvoor is natuurlijk meer nodig dan bouwen. Het college vraagt daar terecht aandacht voor. Sliedrecht mag wat meer bruisen, schrijft men. Maar het wordt in tegenstelling tot de ruimtelijke ordening wat mager uitgewerkt. Het zou mooi zijn als het college en de raad daar apart bij stil staan. De behandeling van de Kadernota zou wel eens teveel in beslag genomen kunnen worden door de ambitie van het college om te groeien en het uitgeven van de 23 miljoen van de Enecogelden. Over de keuzes die daarin worden gemaakt zou trouwens ook een apart pamflet geschreven kunnen worden. Nieuwe voetbalvelden en een dorpshuis kunnen er makkelijk uit betaald worden.

Meer maatschappelijke discussie over alle elementen van de Kadernota is zeer wenselijk. Want het is op zichzelf een mooie steen in de vijver. Als de bevolking wél gevraagd wordt naar de gewenste eigenschappen van de nieuwe burgemeester ( wat zinloos is omdat de benoeming daarvan één groot politiek spel in de duisternis is ) , waarom dan geen brede maatschappelijke discussie over deze Kadernota?

Toeristisch havenfront, afbreken brandweerkazerne, gemeentehuis met horeca ,Elektra verbouwen, 23 miljoen verdelen; noem maar op… de nota is prikkelend genoeg.

Zit de bevolking en de raad er voor Spek en bonen bij?

Sliedrecht, 24 september 2020
Johan Lavooi

Brieven worden 1 op 1 overgenomen. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid van een ingezonden brief. Plaatsing houdt niet in dat de redactie achter de inhoud van het bericht staat. Een brief wordt uitsluitend geplaatst als de bron bij ons bekend is. De naam van de afzender wordt onder het artikel geplaatst. NAW- en e-mailgegevens worden niet openbaar gemaakt. Een ingezonden brief plaatsen we onverkort, soms ook omdat er geen artikel over het onderwerp op online krant Sliedrecht24 is verschenen.

Redactie Sliedrecht24

Het bericht INGEZONDEN BRIEF: Koers 2030: weinig groei maar veel bloei verscheen eerst op Sliedrecht24.

https://sliedrecht24.nl/ingezonden-brief-koers-2030-weinig-groei-maar-veel-bloei/