Municipalisme: hoe de wil van de mensen wet wordt (Vrij Nederland)

In 2019 stonden de pleinen van Chili in vuur en vlam. De ‘Estallido Social’ – letterlijk: de sociale uitbarsting – bracht miljoenen mensen uit alle geledingen van de samenleving samen op de pleinen van Santiago, Valdivia, Concepción en Valparaíso, verbonden in hun afkeer van decennia aan neoliberaal beleid.

De uiteindelijke druppel was de zoveelste verhoging van de prijzen voor metrokaartjes, maar de onvrede sluimerde al veel langer: over de grote ongelijkheid, over het peperdure onderwijs, het geweld tegen de inheemse Mapuche-bevolking, de natuurvervuiling, het machismo. No son 30 pesos, son 30 años! (Het zijn geen 30 pesos, het zijn 30 jaar!), was de slogan. Wat begon als spontane uitbarsting van volkswoede kreeg vorm tijdens de vele cabildos – zelf-georganiseerde assemblees – waar de mensen een open dialoog voerden over de benodigde veranderingen.

Het eerste dat er moest komen, zo werd duidelijk, was een nieuwe grondwet. De huidige stamt nog uit het dictatoriale Pinochet-tijdperk (1973-1990), waarin ook de neoliberale, gecentraliseerde staat vorm kreeg.

De nationale overheid, onder leiding van de conservatieve president Sebastian Piñera, gaf geen gehoor aan de volkswens, maar de municipios, de gemeenten, wel. Samen organiseerden ze een burgerraadpleging die zijn weerga nog altijd niet kent: 2,4 miljoen mensen van 14 jaar en ouder, verdeeld over 214 gemeentes, deden mee. 93 procent stemde voor het opstellen van een nieuwe grondwet en 72 procent voor een volledig door burgers gekozen ‘constitutionele conventie’: een groep Chilenen die samen de grondwet zou gaan schrijven.

En zo geschiedde. Hoewel de eerste versie van de ultraprogressieve tekst afgelopen september werd weggestemd in een nationaal referendum, laat het voorbeeld zien dat lokale bewegingen van onderop en in samenwerking met gemeenten, zelfs in een van oudsher extreem neoliberale context, veel kunnen bereiken.

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2023/02/municipalisme-3-640x853.jpg

Radicaal maar pragmatisch

Estallido Social kun je toevoegen aan een rijtje van massale pleinprotesten tegen neoliberalisering en vóór democratisering, zoals in Spanje (Los Indignados, 2011), in de Verenigde Staten (Occupy, 2011), in Athene (Syntagma Square, 2010-2012), in Parijs (Nuit Debout, 2015), in Bógota (2018) en La Paz (2019). Wat al deze protesten met elkaar gemeen hebben, is dat ze onafhankelijk waren van politieke kleur of ideologie. En dat ze, in assemblies en assembléés, confluencias en cabildos experimenteerden met ‘radicale’ democratie. Minder hiërarchisch, meer horizontaal. Minder machismo, meer feministisch. Niet elitair en formeel, maar open en participatief.

Het municipalisme is een politieke stroming rond deze principes.

Xavi Ferrer was lang betrokken bij burgerplatform Barcelona en Comú (Barcelona Gemeenschappelijk) en de municipalistische Fearless Cities-conferenties. Hij noemt het municipalisme een ‘zachte’ ideologie, in tegenstelling tot ‘harde’ ideologieën als het socialisme of het communisme, grote en dogmatische narratieven met een duidelijk beeld van hoe de samenleving eruit moet komen te zien, inclusief de stappen om daar te komen.

Van Marx en zijn navolgers moesten bijvoorbeeld alle productiemiddelen – kapitaal, grond, arbeid – worden gecollectiviseerd. Bij het municipalisme ligt dat anders. Het heeft een duidelijk links profiel maar zonder de route helemaal uit te stippelen.

‘Het goede van het municipalisme,’ zegt Ferrer, ‘is dat het een opening is van politiek voor een brede groep mensen, en dat het een bescheiden opstelling heeft. We hebben niet alle antwoorden. We zijn niet gebonden aan een bepaalde ideologie, we hebben geen blauwdruk of stappenplan. Het municipalisme is radicaal maar pragmatisch. We hoeven niet te beweren dat we antikapitalistisch zijn. Soms werkt het beter om te zeggen: laten we onze samenleving, de plek waar we leven, de straten en onze werkplekken, radicaal democratiseren. Dat ziet er op elke plek anders uit.’

Barcelona en Comú is een municipalistisch burgerplatform dat werd opgericht in 2014 en direct voortkwam uit de Indignados-protesten in 2011, als samenwerking tussen verschillende activistische groepen en burgerorganisaties. Na een periode van acties buiten de instituties besloot Barcelona en Comú in 2015 mee te doen met de gemeenteraadsverkiezingen. Ze wonnen, en deden dat in 2019 opnieuw, al werd het ditmaal een gedeelde eerste plek. Met activiste Ada Colau als eerste vrouwelijke burgemeester van de stad kwam de transformatie van Barcelona op gang. Zo werden er ‘Super City Blocks’ aangelegd: groene hubs die zijn ontworpen om ruimte terug te claimen van auto’s en vrij te maken voor het sociale leven en de lokale economie. De stad kreeg een gemeentelijk team voor feminisme en LGBTI-zaken, een Special Tourist Accommodation Plan om het toerisme te reguleren en de effecten daarvan op de huisvesting, en een gemeentelijk energiebedrijf, Barcelona Energia.

Niet alleen in Spaanse steden namen municipalistische burgerplatforms lokale instituties over, ook Italiaanse steden ‘municipaliseren’ de laatste jaren.

Het stadsbestuur van Barcelona werd participatiever. Sinds 2015 wordt 75 miljoen euro, vijf procent van het jaarlijkse budget, ‘participatief begroot’ op het digitale participatieplatform decidim.barcelona. Barcelona en Comú loodste ook een drastisch participatieplan door de gemeenteraad dat de verhoudingen tussen de bestuurlijke elite en de burgers ingrijpend zou veranderen. Zodanig zelfs dat een aantal grote water- en energiebedrijven tot aan het Hooggerechtshof procedeerden tegen het plan – met succes.

Democratie van onderop

Niet alleen in Spaanse steden als Barcelona, Madrid, Zaragoza en A Coruña namen municipalistische burgerplatforms lokale instituties over, ook Italiaanse steden ‘municipaliseren’ de laatste jaren. In Bologna bijvoorbeeld werd in 2016 de Coalizione Civica opgericht door een diverse groep activisten en burgers. Momenteel zit de coalitie met vier zetels in de gemeenteraad en levert ze de locoburgemeester, de 31-jarige Emily Clancy. Een belangrijke overwinning vorig jaar, in samenwerking met een groep burgercomités, was het stoppen van de transformatie van het stadsbos Prati di Caprara tot een winkelcentrum en parkeerplaats.

In Pisa en Napels zijn vergelijkbare ontwikkelingen. En in Grenoble en Nantes, in Zagreb en Belgrado, in Malmö en in Warschau.

In Berlijn ontluikt het Munizipalismus Berlin-platform. De groep komt voort uit onder meer de woonbeweging, die vorig jaar de gemeente het mandaat gaf om grote vastgoedbedrijven te onteigenen met een legendarische campagne en een referendum: 59 procent van de bijna 2,5 miljoen opgekomen Berlijners stemden ‘ja’.

Ook in Latijns-Amerika werden municipalistische groepen en platforms verkozen, zoals Ciudad Futura in Rosario, Argentinië, en de Movimiento Valparaíso Cuidadanos in Valparaíso.

Wat delen al deze groepen? Is er zoiets als ‘de municipalist’? Op het eerste gezicht zijn er vooral verschillen, zowel qua structuur als qua aanleiding – onbetaalbare woningen (Berlijn, Barcelona, Rosario), extremisme en fascisme (Bologna, Belgrado), afvalproblemen en dakloosheid (Valparaíso, Zagreb), om er een paar te noemen. Maar daaronder schuilt een sterke gedeelde overtuiging dat democratie van onderop moet komen.

De verschillende groepen hebben het allemaal over ‘radicale democratie’. ‘Radicaal’ gebruiken ze daarbij niet als handige krachtterm, maar in zijn letterlijke betekenis, afgeleid van het Latijnse woord radix, dat wortel betekent. Met burgerassemblées, cabildos, comités of lokale raden proberen municipalisten terug te keren naar de wortel, naar een idee van wat democratie ooit betekende.

Ook over de strategie zijn de meesten het eens: om verandering op gang te brengen, moeten de instituties ingenomen worden. Eén voet in de instituties en honderd in de straat, is het adagium.

In de praktijk geeft dit een constante spanning. Bijna overal waar municipalistische platforms de lokale macht grijpen, is er wel kritiek op hoe ze losraken van hun ‘wortels’.

Municipalisten stellen de vraag: hoe kun je horizontaliteit en participatie realiseren in een verticaal, representatief systeem. Hoe schrijf je een politiek programma met mensen uit verschillende lagen van de samenleving? Hoe geef je leiderschap vorm in een leiderloze beweging?

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2023/02/municipalisme-4-640x853.jpg

Drie pijlers

Het antwoord op die laatste vraag illustreert de ‘radicaal’ democratische insteek van het municipalisme. In onder andere Barcelona en Bologna werden in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen primarias cuidadanas gehouden: politieke bijeenkomsten zonder link met een partij of ideologie. Ze vonden plaats in buurten en straten, waren vaak van onderaf georganiseerd en stonden open voor iedereen.

Zo ook in Valparaíso, een kust- en havenstad in Chili met ongeveer driehonderdduizend inwoners. In 2015 besloten zeven burger- en activistengroepen daar samen te werken. Ze waren al lang ontevreden over de neoliberale status-quo. Een afvalprobleem en een grote bosbrand zorgden voor het laatste zetje, en samen vormden ze het burgerplatform Movimiento Valparaíso Cuidadanos (MVC). Een jaar later besloten ze mee te doen met de verkiezingen. In elk deel van de stad werden primarias ciudadanos georganiseerd, waarbij zo’n zesduizend mensen actief meededen en meeschreven aan een politiek programma. Het resultaat: het Open Programma van de Gemeenschappelijke Overheid. De MVC won de verkiezingen en Jorge Sharp, toen 30 jaar oud, werd burgemeester. Het leidde een nieuw tijdperk in.

Het grote geld heeft lang bepaald wat er in Valparaíso gebeurt, en zou daar graag mee doorgaan.

Is de stad nu, zes jaar en anderhalve termijn later, veranderd? Rodrigo Ruiz (55) is de rechterhand en een belangrijke adviseur van Sharp. Hij heeft het allemaal mede georganiseerd. Tegenwoordig heeft hij een kantoortje in het gemeentehuis. Vanachter zijn bureau legt hij uit dat de beweging drie pijlers heeft: transformatie, democratie en comunes (vergelijkbaar met buurten). Transformatie omdat volgens de MVC de grote problemen van deze tijd het gevolg zijn van de neoliberale staat en een ‘extractivistische’ economie. Democratie omdat de transformatie democratisch en participatief moet zijn. Comunes omdat democratie daar moet beginnen waar het leven zelf zich afspeelt, én omdat daar de neoliberale verwoesting tastbaar en concreet wordt.

Ruiz vertelt dat het grote geld lang heeft bepaald wat er in Valparaíso gebeurt, en daar graag mee doorgaat. De haven wil bijvoorbeeld uitbreiden, ten koste van de stad, schone lucht en een schone zee. Vastgoedontwikkelaars willen lucratieve hoogbouw. En aan de kust staan bedrijven op het punt een leegstaand negentiende-eeuws depot van vijftienduizend vierkante meter om te bouwen tot winkelcentrum en parkeergarage.

Dat moest anders kunnen, vond team-Sharp. ‘Wij zeiden: dit gebouw is van de mensen, dus die moeten er ook bij betrokken worden,' vertelt Ruiz. 'We hebben in de comunes een grootschalige enquête georganiseerd, on- en offline, en zo werd besloten dat er een park moet komen. Dat wordt nu aangelegd.’

Ook de hoogbouwplannen werden in een participatief proces omgebogen. In elke buurt werden assembleas georganiseerd samen met bestaande buurtgroepen en comités. Niet alleen de huidige bewoners waren erbij, ook de toekomstige bewoners van de geplande appartementen praatten mee. De uitkomst werd opgenomen in de plaatselijke verordening, het Plan Regulador Comunal. Maximaal zeven meter hoge flats, en bij uitzondering tien of twaalf, in plaats van de zestig à tachtig die de ontwikkelaars in gedachten hadden. De wil van de mensen werd wet.

Dichter bij de mensen

Op nog geen 120 kilometer naar het westen van Valparaíso ligt de Chileense hoofdstad Santiago. De stad is onderverdeeld in 34 comunes. Een daarvan is Recoleta, een andere proeftuin van progressieve denkers en politici. Daniel Jadue (55), lid en aanvoerder van de communistische partij in Chili, is er burgemeester.

In het kader van de progressieve conferentie Our Future Is Public in Santiago, die afgelopen december plaatsvond, kreeg ik een rondleiding door Recoleta. Een internationale groep van geïnteresseerden – vakbondsmensen, ngo-medewerkers, activisten en journalisten – kon een kijkje nemen in de buurt en Jadue en later zijn woordvoerders vragen stellen. Jadues flitsende analyse van de ‘neoliberale commercialisering van het leven’ maakte indruk. Die kreeg vorm, vertelde hij, toen dictator Pinochet en zijn in Chicago geschoolde economen in de jaren zeventig van Chili een laboratorium maakten voor het toen nog nieuwe neoliberalisme.

‘Hoeveel overheidslagen zijn er in jouw land?’ vroeg Jadue de groep. Een vakbondslid uit India stak vijf vingers op. ‘En wat is de belangrijkste?’ ‘The national government,’ was het antwoord. ‘Fout,’ reageerde Jadue, ‘de belangrijkste laag is altijd de comune.’

En dat is niet slechts semantiek, legde hij uit, want een decentrale overheid staat dichter bij de mensen en is daarom per definitie democratischer dan een centrale. ‘De autoriteiten wonen niet op de plekken waarover ze regeren. Ze komen er alleen om stemmen te winnen.’

Er is de afgelopen jaren veel gebeurd in Santiago. Zo werd de eerste farmacia popular opgericht, waar mensen goedkope medicijnen kunnen ophalen. En een optica popular, een opticien volgens vergelijkbaar concept. Ook loopt er een proef met publiek-coöperatieve huisvesting. Als onderdeel van de rondleiding kregen we een pand te zien waar honderdvijftig mensen, vooral families, zijn gehuisvest. De huur is inkomensafhankelijk: maximaal 25 procent van de maandelijkse inkomsten. Het zijn de eerste sociale huurwoningen in de hele stad.

De aanpak van Jadue heeft trekken van ‘oud’ en ‘nieuw’ links. In het van bovenaf opgelegde sociale beleid zien we het ‘oude’ communisme terug van Jadués politieke partij. Er is weinig te zien van de radicale democratie, zoals de buren van Valparaíso die voorstaan. Tegelijk schuilen in het lokaal-specifieke karakter van de projecten, de voorkeur voor een coöperatieve aanpak en de eigenwijze houding ten opzichte van de nationale overheid wel degelijk elementen van het municipalisme.

Urbanisatie versus Steden

Het municipalisme kent een aantal theoretische grondleggers. David Harvey bijvoorbeeld, die schreef over rebel cities die het voortouw nemen in de mondiale strijd tegen het kapitalisme. Een andere grondlegger is historicus en politiek filosoof Murray Bookchin. De meeste municipalisten hebben zijn boek Urbanization without Cities (1992) wel gelezen. Steden, schrijft Bookchin, hebben niet alleen een hoge bevolkingsdichtheid, ze zijn ook gelaagd en sociaal divers, en er is van oudsher veel toewijding en zorg voor de publieke zaak.

Dat de eerste steden ontstonden als gevolg van toegenomen productiecapaciteit na de uitvinding van de landbouw, zoals algemeen wordt aangenomen, is volgens Bookchin een neoliberaal frame. Hij stelt dat ze eerder ontstonden uit een uitbreiding van de familiebanden uit de tribale samenleving. Die lijn zette zich door in steeds ‘modernere’ steden, in steeds nieuwe vormen, in het burgerschap van het oude Athene, in de ‘broederschap’ van Middeleeuwse Italiaanse steden, in de autonomie en referenda van vroegmoderne Zwitserse regio’s. Zelfs tijdens de opkomst van het industrieel kapitalisme in het begin van de negentiende eeuw, schrijft Bookchin, imiteerden arbeiders een ‘dorpscultuur’ in de buurten, barrios en quartiers, met een rijk gemeenschapsleven en mutual aid networks.

Dat decentralisering een grote rol speelt, wil niet zeggen dat municipalisten pleiten voor zelfvoorzienendheid of isolatie.

Volgens Bookchin verslindt het kapitalistisch grow-or-die-ethos onze steden en verandert ze in anonieme megastructuren waar massale consumptie en productie doelen op zich zijn geworden. Steeds verder uitdijende industriële, commerciële, zaken- en winkelcentra zijn hiervan het symbool. ‘Steden,’ schrijft hij, ‘verloren hun vorm als onderscheidende en rijke culturele entiteiten op menselijke schaal, met beheersbare politiek. Ze zijn veranderd van ethische arena's met een uniek menselijke, beschaafde vorm van saamhorigheid, in immense, overheersende en anonieme markten.’

In die overheersende markt, maar ook in de bijbehorende overheidsstructuren, worden mensen weinig aangemoedigd om mee te doen aan het publieke en politieke leven, en daarmee om zich te ontwikkelen tot burgers. Het municipalisme wil die machtsstructuren doorbreken – democratisering van onderop – en bovendien de stad zelf terugwinnen, en het leven erin.

Decentraal én internationaal

Het radicaal democratische municipalistische ideaal gaat vaak gepaard met de roep om meer decentralisering en lokale autonomie. Hoe dichter bij de mensen, is het idee, hoe radicaler – gewortelder – de democratie, en hoe meer instituties meebewegen met regionale verschillen. Zonder autonomie en budget, zeggen de municipalisten, is elke vorm van (lokale) democratie een hol begrip.

Europese steden anno nu hebben over het algemeen meer macht ten opzichte van nationale overheden dan steden in Latijns-Amerika.

Valparaíso en Recoleta opereren bijvoorbeeld in een sterk gecentraliseerde nationale context, waarin de stad maar weinig autonomie heeft, een erfenis uit het dictatoriale verleden. Barcelona, aan de andere kant, is onderdeel van Catalonië, een van de zeventien autonome regio's van Spanje en heeft relatief juist veel voor het zeggen. Dat verklaart deels de pionierende rol van deze stad. Hetzelfde geldt voor stadsregio Berlijn, dat de grondwettelijke status heeft van federale staat.

Dat decentralisering een grote rol speelt, wil niet zeggen dat municipalisten pleiten voor zelfvoorzienendheid of isolatie. Integendeel, een mondiaal, internationaal perspectief is essentieel. Fearless Cities, de internationale reeks municipalistische conferenties, is gestoeld op dit idee. Namens Barcelona en Comú hielp Xavi Ferrer in 2017 de eerste editie van Fearless Cities organiseren in Barcelona, waar onder andere de municipalistische burgemeesters Jorge Sharp en Ada Colau elkaar ontmoetten.

Toen Barcelona en Comú de verkiezingen won, werden ze benaderd door organisaties en platforms uit steden en regio’s van overal op de wereld. Ze maakten een lijstje met ‘inspirerende’ organisaties. Die deelden een aantal eigenschappen, zegt Ferrer. ‘Ze hadden een pragmatische blik op de instituties, sterke lokale wortels en tegelijk een mondiaal perspectief zodat het “lokalisme” niet blind zou zijn voor internationale problemen en geen elementen van nationalisme of een “wij” versus “zij” kon bevatten.'

De acht conferenties die volgden, in Belgrado, Brussel, Warschau, Napels, Rosario, New York en Valparaíso, dienden als verbindingsmomenten voor de wereldwijde municipalistische beweging, maar waren vooral regionale conferenties, allereerst bedoeld om regionale betrokkenen in Zuid-Europa, Noord- en Centraal-Europa of Latijns-Amerika samen te brengen.

Uit netwerken rond Barcelona en Comú en Fearless Cities ontstonden weer andere, internationale groepen, zoals het European Municipalist Network (EMN), dat werd opgericht in 2021. Het netwerk bestaat uit mensen van lokale bewegingen, burgerorganisaties, denktanks, universiteiten en lokale politieke partijen uit zo'n twaalf Europese landen met een municipalistische inslag. Sophie Bloemen van Commons Network uit Amsterdam, een ‘werkplaats voor de sociaal-ecologische transitie’ (en voormalig werkgever van de auteur van dit stuk), is een van hen.

De paradox van Amsterdam is dat de gemeente een van de initiatiefnemers is van het municipalisme in de stad, terwijl municipalisme hoort te beginnen in de straten.

‘EMN,’ vertelt Bloemen, ‘is een netwerk voor kennisuitwisseling, een school bijna, voor municipalisten in Europa om van elkaar te leren. Wat gebeurt er in Nantes, hoe doen ze het in Napels, wat zijn de lessen uit Zagreb?’ In elke stad en regio ziet het politieke landschap er anders uit. ‘In Zuid-Europa heeft het municipalisme een feministische inslag. In Berlijn en Amsterdam gaat het over wonen, en over de transformatie van de economie als geheel. De veranderingen moeten gedragen worden door lokale bewegingen, daarom hebben we ook verschillende municipalismes nodig.’

Stap voor stap

Maar ondanks het pragmatisme gaat het altijd over het lokale, en over radicale democratie. Het gaat over politiek mét mensen, over de stad, over democratische processen. En over een lokale regering die het heft in handen neemt. Amsterdam heeft zo’n regering, zou je kunnen zeggen. De recente verkiezingsoverwinningen van GroenLinks in 2018, gevolgd door de Partij van de Arbeid in 2022, zorgden voor een heropleving van links met progressief beleid tot gevolg. Is Amsterdam een Nederlands voorbeeld van een fearless city, een voorbeeld van een municipalistische stad?

De gemeente probeerde het wel. GroenLinks, op dit thema aangevoerd door wethouder Rutger Groot-Wassink, wierp het municipalisme expliciet op als mogelijk alternatief voor de neoliberale orde. Groot-Wassink omschreef Amsterdam in 2019 als een ‘klein Gallisch dorpje dat dapper weerstand biedt aan het groeiende rechts-populisme en zich opwerpt als uitdager van het mondiale neoliberalisme’. De partij riep Amsterdam al snel uit tot fearless city en ondersteunde de oprichting van De 99 van Amsterdam, een ‘forum’ van burgerorganisaties en lokale bewegingen dat in 2019 en in 2021 municipalistische conferenties organiseerde.

De paradox van Amsterdam is dat de gemeente een van de initiatiefnemers is van het municipalisme in de stad, terwijl municipalisme hoort te beginnen in de straten en ‘eindigt’ in de instituties, niet andersom. En de beweging in de straten van Amsterdam is tot op heden zeer gefragmenteerd.

Er zijn wel elementen in het stadsbestuur die je municipalistisch zou kunnen noemen. De gemeente maakt bijvoorbeeld werk van een autovrije stad, met meer ruimte voor het sociale leven. En begon jaren geleden al – weliswaar op veel kleinere schaal dan Barcelona of Parijs – met participatief begroten op stadsdeelniveau. Ook is er van oudsher een tendens in de stad die gericht is op het coöperatieve beheer van energie en woningen. Een groep (burger)organisaties, waaronder Commons Network, werkt nu samen met de gemeente aan een zogenaamde incubator om de coöperatieve ‘sector’ verder te stimuleren.

Het zijn voorzichtige stappen richting een meer municipalistisch idee van de ‘stad’. Die voorzichtigheid is inherent aan municipalistische verandering: stap voor stap, steeds weer lerend van de vorige stap, evalueren, meer mensen betrekken, aanpassen, het is een proces zonder einde. Het municipalisme is een stroming zonder magisch einddoel of routekaart. Zonder hoop zelfs om ooit een perfecte stad te bereiken, omdat municipalisten zich realiseren dat een utopie een utopie is en er geen systeem bestaat dat zo’n utopie in de praktijk mogelijk maakt.

Die pragmatiek onderscheidt het municipalisme van de grote linkse vertogen van weleer. Van Belgrado tot Barcelona en van Warschau tot Valparaíso wordt zo niet alleen gewerkt aan alternatieven voor het neoliberalisme, maar ook aan andere vormen van politiek; bescheiden, feministisch, en radicaal democratisch. En aan een stad die burgers bijeen brengt in het publieke leven in plaats van hen uit elkaar drijft als consumenten. Hoe die stad eruitziet, is afhankelijk van de context, maar één ding is zeker: ze zal door mensen zijn gemaakt.

Het bericht Municipalisme: hoe de wil van de mensen wet wordt verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/municipalisme/

Geert Dales – NOS en Rob Jetten kwijlen bij WK-opmars Marokko (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/12/WK-voetbal-2022-Qatar-kwart-finale-marokko.jpg

OPINIE

Nicole le Fever, reporter van het NOS Journaal, kreeg bijna een orgasme toen ze op zaterdagavond 10 december 2022 in een bioscoop te Helmond een groep jonge Nederlanders van Marokkaanse komaf bezig zag de overwinning van het Marokkaanse WK-voetbalteam op Portugal te vieren. Gillend, huilend en zwaaiend met Marokkaanse vlaggen vielen ze elkaar in de armen. Zonder uitzondering waren ze jonger dan twintig en ongetwijfeld allemaal geboren in Nederland, als klein- of achterkleinkind van een immigrant uit Marokko. ‘Hun land’ had gewonnen! Nicole stond erbij, keek ernaar en het kwijl liep langs haar mondhoeken. Ach wat zijn die Marokkaantjes leuk. Geen moment had ze in de gaten hoe belachelijk en zelfs bedenkelijk die vertoning was. Inclusief haar eigen optreden, live uitgezonden door de NOS.

‘Zorgwekkende uiting van vaderlandshaat en falende integratie die diepgravend blootgelegd en bestreden dient te worden’

Dit gebeurde daags na de nederlaag van Nederland tegen Argentinië. Waarvoor geen enkele Marokkaan -al dan niet van Nederlandse komaf- op een vergelijkbare emotionele wijze zijn of haar teleurstelling liet blijken. Er waren die avond ook geen rellen met bijbehorende vernielingen op het Amsterdamse Mercatorplein, in het Utrechtse Lombok of aan de Haagse Vaillantlaan. Evenmin stonden hordes Nederlanders van Nederlandse komaf ‘alle Marokkanen zijn criminelen’ te scanderen.

‘Alle joden zijn homo’s’

Hoe anders was het nadat het Marokkaanse elftal in actie kwam. Elke keer als dat gespeeld had sloegen Marokkaanse Nederlanders de boel kort en klein. Ook al had ‘hun land’ gewonnen. Zelfs nadat Marokko doordrong tot de halve finale van het WK werden in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam vernielingen aangericht en moest de ME uitrukken. Op het Amsterdamse Mercatorplein scandeerde een horde Nederlanders van Marokkaanse komaf ‘alle joden zijn homo’s’. Een politieagent met Marokkaanse looks handhaafde niet de orde maar haakte aan bij de groepsdans.

Laat dit even op u inwerken: uitschakeling van een team dat het land representeert waar je geboren en getogen bent en dat, met alle tekortkomingen, geldt als een van de meest welvarende ter wereld laat de jonge Nederlander van Marokkaanse komaf koud. Geen raam gaat aan diggelen. Geen auto wordt vernield. De Mobiele Eenheid kan in de kazerne blijven en klaverjassen. Fijn, maar opmerkelijk in het licht van wat gebeurt als Marokko aan de bal is.

 

Artikel gaat verder na afbeelding.

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/12/AP22344627294237-scaled.jpg

AP Photo/Martin Meissner.

 

Het voetballen door een team dat een land representeert waar ze geboren noch getogen zijn, dat ze nooit bezocht hebben en waar sprake is van schrijnende armoede, onaanvaardbare sociale tegenstellingen en ernstige schendingen van mensenrechten brengt jonge Nederlanders van Marokkaanse komaf in vervoering. Ramen gaan aan diggelen. Auto’s worden vernield. De Mobiele Eenheid moet uitrukken en krijgt stenen naar zijn hoofd. Niet ver van het historisch beladen Amsterdamse centrum klinkt ‘alle joden zijn homo’s’.

Dit zijn geen ‘kleine relletjes’ zoals het gros van de vaderlandse media dat stuitende vandalisme en de weerzinwekkende kreten trachtte te downplayen. Dit is een zorgwekkende uiting van vaderlandshaat en falende integratie die diepgravend blootgelegd en bestreden dient te worden.

De baard van Rob Jetten

Als ik naar de beelden van die vernielzuchtige Marokkanen kijk loopt er geen multiculturele kwijl langs mijn mondhoeken, maar word ik laaiend over dit vertoon van neerbuigendheid naar Nederland. Wat is dit voor waanzin om hysterisch toeterend en zwaaiend met Marokkaanse vlaggen door Nederlandse steden te trekken als een land gewonnen heeft waar je helemaal niet vandaan komt en waar je geen enkele binding mee hebt anders dan dat een groot- of overgrootouder er ooit geboren werd?

‘We zijn twintig jaar verder. Onder leiding van Cohen zijn er hectoliters thee gedronken’

Mijn roots liggen in Doetinchem, Gelderland. Een kwart van mijn leven heb ik er gewoond. Desalniettemin zou het totaal idioot zijn als ik na een wedstrijd van FC De Graafschap zwaaiend met een Gelderse vlag en toeterend door Amsterdam zou trekken. Toch is dat exact wat die Nederlandse Marokkanen of -zo u wilt- Marokkaanse Nederlanders doen. Het is absurd.

In plaats van een diepgravende analyse te geven van deze zorgwekkende Nederlandhaat en integratieproblemen vond minister Rob Jetten het nodig om zijn baard te laten staan. “Zolang Marokko nog in de wedstrijd zit blijft die. Dat brengt geluk”, sprak dit lid van de Nederlandse regering in het tv-programma WNL op Zondag, waar de vernielingen ook al werden weggezet als “een beetje ongeregeldheden” die te betreuren waren, maar verder niets afdeden aan de feestvreugde. Presentator en erkend D66-likker Rick Nieman stelde uiteraard geen lastige vragen aan de bebaarde Jetten.

Artikel gaat verder na video.

 

‘Kutmarokkanen’

Kutmarokkanen’ oordeelde de toenmalige PvdA-lijsttrekker Rob Oudkerk op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2002 over de grote aantallen probleemveroorzakende allochtone jongeren in de hoofdstad. Bij toeval werd Oudkerks uitspraak, gedaan tijdens een onderonsje met burgemeester Job Cohen, vastgelegd door een cameraploeg, waarna zijn ontboezeming een eigen leven ging leiden in het maatschappelijk debat over integratieproblemen van de tweede en derde generatie jongeren van niet-westerse komaf.

We zijn twintig jaar verder. Onder leiding van Cohen zijn er hectoliters thee gedronken. Veel heeft het niet geholpen. Integratie Marokkanen in Nederland is een doorslaand succes, schreven Rob Jetten en de huidige D66-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Jan Paternotte op 14 mei 2019 in De Volkskrant. Natuurlijk zijn er successen te melden. Maar ‘Integratie Marokkanen laat nog ernstig te wensen over’ is ook een waarheid en eentje die ons verder brengt dan een kwijlende Nicole le Fever, een politiek correcte NOS of de baard van Rob Jetten.

Als de jongste generatie Nederlanders van Marokkaanse komaf zwaaiend met Marokkaanse vlaggen door onze straten trekt, zich meer verbonden voelt met het Marokkaanse voetbalteam dan het Nederlandse en Marokko ziet als ‘hun land’ is er reden voor grote zorg. Dit is geen onschuldig vertier van verveelde jongeren. Dit is een veenbrand van gebrekkige loyaliteit die ons nog ernstig zal opbreken als er niet op tijd ingegrepen wordt.

De in dit artikel geuite meningen en standpunten zijn die van de auteur en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de meningen of standpunten van TPO.

 

 

Lees meer van Geert Dales en doneer!

 

In het voorjaar van 2023 verschijnt www.geertdales.com/rechtse-privileges-voor-een-linkse-burgemeester/hoe-femke-halsema-van-activist-regent-werd. Bij voorintekening 10 euro. In de winkel 14,50.

 

Vond je dit artikel leuk? Neem dan een abonnement! Daarmee ondersteun je TPO, krijg je toegang tot nog veel meer leuks en kun je al dat leuks voortaan lezen zonder last te hebben van hinderlijke banners en privacyschende trackers of cookies!

Geert Dales – NOS en Rob Jetten kwijlen bij WK-opmars Marokko

https://tpo.nl/2022/12/11/geert-dales-nos-en-rob-jetten-kwijlen-bij-wk-opmars-marokko/

De Boze Blanke Man – Holle bolle boze roze Frenske (GeenStijl)

De Boze Blanke Man en de Ondergang van Nederland, deel 19

https://image.gscdn.nl/image/ffa090a635_5a9ca71fb9_Eredoctoraat_Frans_Timmermans_TU_Delft.jpg?h=True&w=880&s=3bf0fbc8ca0a8445a9af7f4ee3e82b25

https://image.gscdn.nl/image/8373cf8d3a_Boze_Blanke_Man_-_1116X1024.jpg?h=True&w=880&s=e93efbd0e510ed38a366a6451275b7d0

Voor deze serie heb ik een lijstje met klassieke Boze Blanke Mannen opgesteld en fier bovenaan staat Frans Timmermans. Frenske - die in 1990 van D66 overstapte naar de PvdA - is namelijk een vat vol frustraties, vijandigheid, wraakzucht en testosteron en kan elk moment exploderen. De belangrijkste Nederlander op het wereldtoneel is een kinderachtige driftkikker die ontploft als hij wordt tegengesproken.

Inmiddels heeft Holle Bolle Frans zich omringd met paladijnen, lakeien, kontenlikkers, cheerleaders en jaknikkers en zijn angstige hofhouding doet mij denken aan het sprookje De nieuwe kleren van de keizer. Al die rimmers roepen de hele dag, tussen het tarrelgeknabbel door, dat Frenske de mooiste, aardigste en liefste man van de wereld is, de klimaatmessias die de wereld gaat redden van de klimapocalyps.

De Nederlandse media laten het volk graag geloven dat hij een warme, betrokken man is, onbaatzuchtig, altruïstisch, een dappere en bevlogen idealist die zich onvermoeibaar inzet voor de rechten van homo’s, Joden, Roda JC, moslims, vrouwen: ja, voor wie of wat spant Frans zich eigenlijk niet in? Maar Frenske - die zich tijdens zijn tien jaarlijkse verschijningen in Buitenhof door zijn mede-Limburger Twannie Huys graag laat aanspreken met "excellentie", veinst aardigheid en is totaal niet waarachtig.

Zijn frustraties zijn makkelijk te herleiden. Zo wilde hij in 2011 Commissaris van de Koningin worden in Limburg maar werd hij pijnlijk gepasseerd door CDA'er Theo Bovens. Timmermans genoot de meerderheid van de vertrouwenscommissie om hem commissaris van de koningin te maken, maar miste hij op drie stemmen na het gouverneurschap aan de net verkiesbaar gestelde Bovens.

https://image.gscdn.nl/image/869c3cf10e_5a9ca71fb9_Eredoctoraat_Frans_Timmermans_TU_Delft.jpg?h=True&w=880&s=f1c7ad1667ab48ed46171a6e46b637af

De Limburger schreef dat de PVV een cruciale rol heeft gespeeld in de nipte overwinning van Bovens. Geert Wilders en PVV-fractieleider in Limburg Laurence Stassen zouden koste wat kost de benoeming van Timmermans willen tegengaan. Wilders zou via VVD-gedeputeerde Mark Verheijen invloed hebben gehad waardoor een deel van de VVD-fractie toch voor Bovens koos, in plaats van voor Timmermans. Dus eigenlijk is het de schuld van Geert Wilders dat de Europese onderdanen van Frenske straks alleen nog maar gras en wormen mogen eten, niet meer auto mogen rijden en niet meer op vakantie mogen.

Kort daarna stelde Frenske zich kandidaat voor de baan van Commissaris van Mensenrechten bij de Raad van Europa en kreeg hij opnieuw nul op het rekest, ondanks deze polyglotte noodkreet op YouTube. Wat was ie toen nog knap en mager!

In 2010 wilde hij buitenlandwoordvoerder worden voor de PvdA maar ook dat baantje ging aan zijn neus voorbij. Een woedende en tot op het bot gekwetste Frenske verdomde het vervolgens een half jaar lang naar de Tweede Kamer te gaan.

In februari 2012 wilde Timmermans lijsttrekker worden van de PvdA nadat hij – als een ware Brutus – Job Cohen ten val had gebracht. De dolksteek in de rug van zijn partijgenoot was dodelijk maar het leiderschap van de Partij ging niet door.

En toen moest hij de grootste dreun in zijn in feite mislukte loopbaan - met het flyeren en canvassen op tochtige braderieën in de negorij van Nederland als hoogtepunt - nog incasseren: Frenske wilde baasje van Europa worden maar werd pijnlijk gepasseerd door Von der Leyen. Timmermans was ervan overtuigd dat hij zou winnen, maar achteraf bezien bleek dat hij door een briljant diplomatiek steekspel tussen Frankrijk en Duitsland geen enkele kans te hebben gemaakt op dat door hem zo begeerde baantje.

En nu neemt Timmermans wraak hij met z'n Green deal, waar zijn onderhorigen miljarden voor mogen ophoesten.

Ik ken Frenske nog uit de tijd dat ik met PvdA-europarlementariër Edith Mastenbroek was getrouwd. Frenske zat toen nog gewoon in de Tweede Kamer maar liep de deuren van het Europese Parlement al plat. Hij was broodmager, had geen baard en was, in mijn herinnering, een overkammer. Een overkammer is een kalende man die het restant van zijn haar over de kale delen van het hoofd kamt. In niets leek hij op de Vader Abraham, de Paulus de Boskabouter, de Kabouter Plop of de Humpty Dumpty die hij nu is. 

Vilein was hij al wel, zo vernam ik toen al van zeer betrouwbare bronnen uit de PvdA. Een matennaaier, een backstabber: Timmermans schuwde geen enkel middel om zijn doel te bereiken. Toen Frenske minister van Buitenlandse zaken werd, ben ik hem intensief gaan volgen. Dat was één groot feest. Hij liet zich als een Hollandse toerist met iedere hoogwaardigheidsbekleder op de foto zetten, of het nou de honoraire consul was van Liechtenstein of een of andere despoot achter de Oeral. Zonder grandeur en zo blij als Billie Turf die een uur gratis mag snoepen bij de Jamin. Timmermans in Brussel werd ook één groot mediaal feest. Een olifant in de porseleinkast. De circuspoedel, de dansende geit en de butler van Juncker the Drunker.

De ware Frans Timmermans, die bij leven al is heilig verklaard door hemzelf en vooral door de parlementaire pers omdat hij zes talen spreekt (Nederland had net zo goed Ivo Niehe naar Brussel kunnen sturen), waaronder een soort posh homo-Engels dat werd gesproken door Quentin Crisp, openbaarde zich ooit in een ogenschijnlijk luchtige Facebook-posting. Hij prees het boek Gevelde Eiken aan, met daarin gesprekken tussen de Franse schrijver/politicus André Malraux en oud-president Charles De Gaulle. "Terecht en bijzonder dat Elsevier aandacht besteedt aan de vertaling van dit geweldige boek. Ik las het toen ik in Frankrijk studeerde en nadacht over welk beroep ik zou kiezen. Het gesprek tussen een groot schrijver en een groot staatsman leek mij vooraf interessant als stijlfiguur, maar lezend trof mij toch vooral de kracht van het menselijke retrospectief, de zelfkritiek van De Gaulle, die ik tevoren alleen maar voor grenzenloos arrogant hield. Een uniek boek dat ook 45 jaar na het gesprek de moeite waard is, want de essentie van internationale politieke verhoudingen komt er in terug. De titel verwijst naar het prachtige gedicht dat Victor Hugo schreef bij de dood van Théophile Gautier. In mijn woorden: "Oh, welk een woest lawaai maken de eiken die in de schemering worden geveld voor Hercules’ brandstapel!"" Timmermans die uit de losse pols Victor Hugo vertaalt en zich spiegelt aan twee Franse legendes. Zo zie ik hem graag.

Frenske is een klassieke windvaan en een ongeneeslijke ijdeltuit. Bovendien is hij een pathologische leugenaar maar dat is de roomse Limburger, gepokt en gemazeld door de jezuïeten en andere toffelemoonse imposteurs, gewoon. Hoe weet je wanneer Frans Timmermans liegt? Als hij zijn mond opent! Frenske handelt louter en alleen ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Hij gaat daarbij over lijken, zoals gebleken is uit zijn snoeiharde leugens over de ring, de passagiers van MH17 die elkaar diep in de ogen keken alvorens neer te storten en zijn valse gesnotter. 

Frans Timmermans is een narcist met een (Limburgs) minderwaardigheidscomplex, kampend met onbeheersbare woedeaanvallen. Dat bleek tijdens het beruchte interview met Jeroen Pauw. Even daarvoor had de woordsmid getriomfeerd in Brussel. Na de klaterende maidenspeech en aansluitende zegetocht in Brussel dacht Timmermans de week in stijl af te sluiten met een onemanshow bij Pauw, à la zijn grote voorbeeld Toon Hermans. Dronken van het succes nipte hij tijdens het interview aan een glas whisky, wat natuurlijk robuuster en veel staatsmannelijker staat dan een sip glaasje wijn. Ik vermoed dat de drank hem te loslippig maakte. Er was natuurlijk afgesproken dat Pauw niet over over de ring zou beginnen en de dierbaren die voor ze stierven elkaar minuten lang in de ogen keken. Ik denk dat Frans, tipsy en pisnijdig door de vraag die hem niet beviel, het zuurstofmasker spontaan verzon. Toen al duldde Frenske geen enkele tegenspraak en zagen we zijn ware, despotische gezicht. Pauw had nog beter tegen president Kim Jong-un van Noord-Korea kunnen zeggen dat die eens wat minder moet gaan eten. Dat Frenske tot overmaat van ramp ook nog eens een verschrikkelijk kinderachtig menneke is, blijkt wel uit het feit dat hij zich nooit meer door Pauw wil laten interviewen.

Ik sta te boek als een ietwat verbeten Timmermans-watcher en soms wordt er gesuggereerd dat ik een persoonlijke vete uitvecht met Frenske en dat ik jaloers op hem ben. Jaloers op zijn morbide obesitas en zijn Ziekte van Michelin zeker! Hij is de belangrijkste Nederlander in het buitenland en het is het mijn taak en plicht om de man te blijven analyseren en te duiden, zoals dat een persmuskiet betaamt. Het is toch werkelijk schandalig hoe Nederlandse hoernalisten - met Twannie Huys voorop - buigen als knipmessen als de Keizer Zonder Kleren voorbij schrijdt. Als hun idool een scheet heeft gelaten, zeggen deze hermelijnvlooien: "Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker, net of iemand lever met uien staat te bakken." Nooit maar dan ook nooit wordt er een kritische vraag gesteld aan Timmermans, uit angst dat hij dan ontploft van woede en dat de vraagsteller bedolven wordt onder een lawine ingewanden, fecaliën en vet.

Gelukkige ben ik niet de enige die de permanente boosheid, die in Frenske woedt als een veenbrand, heeft geconstateerd. De website van RTL Nieuws schreef eens: "Er zitten nare kantjes aan de Limburger: lange tenen, snel geïrriteerd, verliest regelmatig zijn geduld en slaat om zich heen als hij door een politieke tegenstander wordt aangepakt. Want daar houdt Timmermans niet van; hij kan op venijnige wijze karaktermoord plegen op zijn tegenstander. Heel wat Kamerleden die het wagen om maar de geringste vorm van kritiek op de minister te spuien, kennen de uitbarstingen van Timmermans maar al te goed."

Aan voorspellingen over Frenske waag ik mij niet meer, want ik zat er vaak naast en had zijn vlucht naar voren totaal niet verwacht. Wel denk ik dat de vleugeltjes van onze Heerlense Icarus vroeg of laat zullen afbreken. Niet alleen door de warmte van de zon, maar vooral omdat ze de tweehonderd kilo van Frenske niet langer kunnen torsen.

https://www.geenstijl.nl/5167436/de-boze-blanke-man-holle-bolle-boze-roze-frenske/

Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten (Vrij Nederland)

Dit is een verhaal van Progressief Café. Deze groep van denkers focust zich de komende tijd op de Europese Unie en solidariteit. Hier vind je meer van hun verhalen.

Er waait een nieuwe wind door het ministerie van Financiën als het gaat om Europa: de nadruk op zuinigheid, discipline en striktheid is vervangen door een focus op investeren en hervormen. Waar de voormalig ministers van financiën Jan Kees de Jager (CDA), Jeroen Dijsselbloem (PvdA) en Wopke Hoekstra (CDA) bekend stonden om hun harde houding richting ‘het Zuiden’ en een coalitie van landen aanvoerden die hamerden op strikte naleving van de begrotingsregels, de zogenaamde ‘vrekkige’ landen, slaat de nieuwe minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) een heel andere toon aan.

Terwijl Hoekstra zich als minister van Financiën bij de start van de pandemie nog met man en macht verzette tegen een Europees coronaherstelfonds – Zuidelijke lidstaten moesten maar leren de eigen broek op te houden – noemde Kaag het fonds dat er uiteindelijk toch kwam in haar Europalezing van 9 maart ‘een van de bouwstenen’ om de Europese economieën sterker te maken en benadrukte ze het belang van snellere groei van relatief arme landen.

In een brief aan de Kamer stelde Kaag zelfs onomwonden dat ‘draagvlak voor strikte toepassing van regels en effectieve handhaving’ niet alom aanwezig is onder de Europese ministers van Financiën – een erkenning van formaat gezien de Nederlandse traditie van havikachtig begrotingsbeleid. Tot verrassing van vriend en vijand deelde Kaag begin april een paper dat ze samen met haar Spaanse ambtsgenoot Nadia Calviño had opgesteld. Hierin pleiten de ministers onder andere voor specifieke, per land verschillende, ‘groei-vriendelijke’ plannen – een flexibiliteit die duidelijk een breuk vormt met het verleden van ‘regels zijn regels’.

Deze toon sluit aan bij een bredere trend die gaande is in Europa, namelijk de roep om flexibeler begrotingsregels en meer investeringsruimte. Eind mei maakte de Europese Commissie bekend dat de zogenaamde ‘ontsnappingsclausule’ voor de Europese begrotingsregels tot 2024 actief blijft. Dat betekent dat de limieten van 3 procent voor het begrotingstekort en 60 procent voor de staatsschuld, die tijdens de pandemie tussen haakjes werden gezet, tot 2024 niet zullen gelden. Daarmee houden landen de ruimte om de gevolgen van de coronacrisis te bestrijden.

De ontsnappingsclausule was niet de enige maatregel die de EU nam tijdens de pandemie om landen te ondersteunen. Een doorbraak was zeker ook het al eerdergenoemde coronaherstelfonds waarvoor de EU-lidstaten gemeenschappelijk lenen. Een pot geld waarmee de Europese Commissie bijna 750 miljard aan subsidies en leningen beschikbaar stelt. Inmiddels is bijna al dit geld verdeeld en zal het de komende jaren worden besteed. Dit geld moet naast het bestrijden van de economische gevolgen van de pandemie ook bijdragen aan andere grote uitdagingen waar de EU voor staat, zoals de duurzame energietransitie en de digitale transitie.

Ook heeft de Commissie de herziening van het Europees economisch bestuur, waaronder de begrotingsregels, na een coronapauze weer opgepakt. ‘Never waste a good crisis’ klinkt het nu door Europa: er is momentum om nieuwe afspraken met elkaar te maken over flexibeler regels die herstel stimuleren en het mogelijk maken te investeren in duurzaamheids- en technologische transities.

hoogoplopende spanningen

Met de hierboven genoemde noodmaatregelen koos de EU tijdens de pandemie voor een andere aanpak dan bij de Eurocrisis, waar de strenge maatregelen zorgden voor hoogoplopende spanningen tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten, en binnen de landen zelf, waar de werkloosheid snel opliep (het Zuiden) of luid werd geklaagd over het vergooien van belastinggeld aan potverteerders (het Noorden).

Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen.

Toch zijn hiermee nog niet alle problemen opgelost. Want de schulden van veel lidstaten zijn zeer hoog. In Griekenland is de staatsschuld 193 procent van het bbp, in Italië 151 procent. Ook laat de klimaatcrisis zich steeds heviger voelen, met bosbranden in het Zuiden en overstromingen hier. De klimaatverandering zal Zuid-Europa ook aanzienlijk harder treffen. Het is daar al heter en droger dan in het Noorden, en de temperatuur loopt daar naar verwachting ook sneller op. Ondertussen vergrijst de EU, blijft de productiviteit achter en stijgt de ongelijkheid over het hele continent.

Tegelijkertijd kampen de landen van de EU bij elkaar opgeteld met een groen financieringstekort van maar liefst 520 miljard per jaar. Lidstaten moeten dus veel meer geld gaan uitgeven om hun klimaatdoelen op tijd te realiseren en om zich te wapenen tegen de veranderingen die al hebben plaatsgevonden in het klimaat.

Om dit soort uitdagingen het hoofd te bieden, zijn de begrotingsregels cruciaal. Bij de herziening van het Europees economisch bestuur zijn drie veranderingen noodzakelijk, in het verlengde van de coronanoodmaatregelen: flexibelere en per lidstaat specifieke begrotingsregels, duurzaamheidsindicatoren en doelen naast de huidige macro-economische doelen en in vervolg op het coronaherstelfonds dat in 2026 afloopt tijdelijke transitiefondsen die ook de meest schuldbeladen lidstaten in staat stellen om de benodigde investeringen te doen.

In de eerste plaats dienen de strenge en arbitraire begrotingsregels te worden aangepast. De regels stammen uit de jaren 90 en zijn gebaseerd om de toenmalige EU-gemiddelden. Een tijd dat de rente op staatsschuld in Nederland 10 procent was. Inmiddels schommelt die alweer jaren rond de 0 procent. Daarmee zijn aanzienlijk hogere schuldniveaus houdbaar. Zelfs een land als Italië betaalt ondanks zijn hoge schuld nu jaarlijks veel minder aan rente dan in de jaren 90. Toen piekte deze op meer dan 25 procent van de overheidsinkomsten. Nu is dat 8 procent.

Ook konden de opstellers van het Verdrag van Maastricht zich geen voorstelling maken van de schade die klimaatverandering de economie doet. Dit voorkomen is de best denkbare investering mogelijk voor de EU. Net als investeren in de kracht van de Europese economie. Daardoor kan de afhankelijkheid van de VS afnemen, die een veel minder betrouwbare partner is gebleken dan na de val van de muur werd gedacht, en ook van China en andere landen die alsmaar autocratischer opereren.

De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen.

In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat er limieten moeten zijn voor het overheidstekort en de staatsschuld. Dit gebod afschaffen zou een Verdragswijziging impliceren – voorlopig nog een taboe aan de Europese onderhandelingstafel. Bovendien zijn gemeenschappelijke regels ook verstandig, gegeven de onderlinge afhankelijkheid tussen de eurolanden.

Uit een rapport van de Raad van State van februari blijkt echter dat de hoogte van deze limieten, de 3 procent voor het begrotingstekort en de 60 procent voor de staatsschuld, wel kunnen worden verruimd en per land op maat gemaakt. Daarmee kunnen landen meer tijd krijgen om hun schulden af te bouwen. Per land kan gekeken worden naar wat realistisch en haalbaar is. Om het protocol bij het Verdrag waar deze getallen in zijn vastgelegd te wijzigen is wel unanimiteit in de Raad van ministers van Financiën vereist.

Ten tweede is drastische vergroening van het Europees economisch bestuur vereist. Dat begint met de vergroening van de zogenaamde macro-economische onevenwichtighedenprocedure (MEOP). De MEOP is bedoeld om macro-economische problemen in Europa te identificeren en aan te pakken. Op dit moment richt dit instrument zich nog niet op klimaat of de circulaire economie. Dat terwijl deze wel grote macro-economische gevolgen hebben. De EU zou indicatoren en doelen gericht op vervuilende overheidsuitgaven en subsidies die het klimaat en biodiversiteit schaden moeten opstellen en hardere afspraken maken over het beprijzen van vervuilende activiteiten.

Tot slot moeten er nieuwe Europese fondsen in het leven worden geroepen. Het Europees coronaherstelfonds biedt hiervoor een goed model. Deze is gericht op gemeenschappelijke Europese doelen, wordt gemeenschappelijk gefinancierd en kijkt welke landen de meeste steun nodig hebben. Alleen zo kunnen de zuidelijke landen de investeringen doen die uiteindelijk in het belang van alle lidstaten zijn. Deze landen krijgen toegang tot het geld als ze hervormingen doorvoeren die hun economie sterker en duurzamer maakt.

De nieuwe transitiefondsen kunnen focussen op het verbeteren van de productiviteit en het versterken van arbeidsmarkten, groene investeringen die aansluiten bij de Europese Green Deal en sterkere instituties. De Green Deal kampt namelijk nu nog met het eerdergenoemde ‘financieringsgat’ van meer dan 500 miljard euro per jaar.

Alleen zo is het mogelijk om de grensoverschrijdende infrastructuur te bouwen die nodig is om Europa echt als een geheel te laten functioneren. Met hogesnelheidslijnen die vliegen overbodig maken, met pijpleidingen waar nu het gas en straks de waterstof doorheen kan stromen over de landsgrenzen heen.

meer betalen

Deze voorstellen impliceren wel dat rijke lidstaten zoals Nederland meer gaan afdragen. Maar dat is de enige manier om de gemeenschappelijke munt en markt, waar Nederland als open handelsland veel aan te danken heeft, te behouden. Het zal namelijk zorgen voor een stabieler en welvarender Zuid- en Oost-Europa, wat uiteindelijk in ieders belang is.

Bovendien is het alternatieve scenario, terug naar de oude regels en de disciplinerende werking van de markt, geen reële optie. Opnieuw vasthouden aan de beklemmende begrotingsregels zou met name landen met hoge schulden enorme schade toebrengen. De volgende eurocrisis is dan een feit. Daarnaast heeft de markt onvoldoende oog voor wat sociaal en ecologisch houdbaar en wenselijk is. Hier komt nog eens bij dat het onwaarschijnlijk is dat méér marktwerking bijdraagt aan een van de belangrijkste doelstellingen uit het Verdrag van Maastricht: dat de lidstaten economisch meer naar elkaar toe groeien, tegelijkertijd een voorwaarde voor een gezamenlijke stabiele munt.

Door te breken met haar ‘vrekkige’ traditie maakt Nederland een nieuw begrotingspact voor een sociaal en groen Europa mogelijk. Daarmee kunnen de EU-lidstaten weer naar elkaar toegroeien, een voorwaarde voor een stabiel continent, het oude ideaal van de Europese Unie. Daar zijn alleen wel nieuwe regels en instituties voor nodig.

Het bericht Waarom de EU haar strenge begrotingsregels los moet laten verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/eu-strenge-begrotingsregels/

BRIEFJE VAN JAN – Aan Frans Timmermans (ThePostOnline)

https://tpo.nl/wp-content/uploads/2022/02/timmer.png

https://www.bol.com/nl/upload/partnerprogramma/190605-film-en-serie-pp-728x90.jpg

https://partner.bol.com/click/impression?p=1&s=8155&t=url&f=BAN&name=Films%20en%20series&subid=

 

Meneer Timmermans,

Humor!

Dat is wat we nodig hebben, met die oorlog tussen Oekraïne en Rusland.

Zo heb ik geschaterd om historicus Maarten van Rossem.

Die zat woensdagavond bij Op1 op de van hem bekende wijze (“Ik ben slim en zij zijn dom”) te beweren dat Rusland nóóit een invasie in Oekraïne zou doen met tienduizenden militairen.

Jullie PvdA-lijstduwer had zijn eerste nachtplasje nog niet gedaan of…

Rusland viel Oekraïne binnen, met tienduizenden militairen.

En niet alleen de twee ‘volksrepublieken’ in het oosten, maar het hele land.

Over land.

Vanaf de zee.

Vanuit de lucht.

LOL.

De Ombudsman van de NPO krijgt voor minder klachten binnen over publieke omroepen die nepnieuws verspreiden.

Ik bedoel: na twee afleveringen van het nauwelijks bekeken en overduidelijk satirische programma ‘Ongehoord Nieuws’ (met die matrassenmiep van Astro TV, de stropdas van Arnold Karskens en een gezien al die mislukte instartjes permanent dronken regisseur als running gags) hoor je opeens allerlei lui die jarenlang zelf aan de subsidietiet hingen hun aan de Staatsomroep bestede belastinggeld terugeisen.

En dus klachten over ‘onjuiste inhoud, desinformatie en gebrek aan onpartijdigheid’ mailen faxen naar de Ombudsman.

LOL.

En dan hadden we u nog.

Bij de podcast ‘Betrouwbare Bronnen’ riep u vier weken geleden dat Vladimir Putin maar een beetje liep te dreigen over Oekraïne.

Het was, zo beweerde u, allemaal afleiding.

Waarvan?

Van de klimaatproblemen.

Permafrost, blablabla.

Mislukte oogsten, blablabla.

Bosbranden, blablabla.

“Door de aandacht af te leiden van de  klimaatuitdagingen, hoopt Poetin zijn verloren populariteit terug te krijgen”, zei u.

En u kon het weten, zo verzekerde u, gezien uw “bijzondere band met Rusland”.

U was immers als jonge diplomaat tweede secretaris op de Nederlandse ambassade in Moskou geweest.

 En u had als dienstplichtig militair een opleiding gekregen om Russische soldaten te ondervragen.

LOL.

Dat was vlak nadat in 1979 mijn Lada Niva in Tojatti van de band rolde.

Alleen ontleen ik daar geen enkele autoriteit aan.

Wat als voordeel heeft dat ik mezelf niet voor lul zet.

Ík niet…

Groet,

JanD

PS. Cadeautje. Omdat ik me zorgen over u maak.

Disclaimer: Het ‘Briefje van Jan’ wordt mede mogelijk gemaakt door donaties en aankopen via Bol.com. Waarvoor dank! 

BRIEFJE VAN JAN – Aan Frans Timmermans

https://tpo.nl/2022/02/25/briefje-van-jan-aan-frans-timmermans-10/