Houd de wouden in hun element (Greenpeace)

Van het groene hart van Afrika tot in de Amazone: wat gebeurt er in de grootste wouden op aarde?

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/80e1f3f2-gpm-beeld.jpg

Orang-oetan in het Lamandau-reservaat op Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo. Sinds 1997 worden hier jonge, verweesde orang-oetans opgevangen en een beschermd leven geboden.

Gordel van smaragd

Schrijver Multatuli gaf voormalig Nederlands-Indië deze tot de verbeelding sprekende naam. Indonesië, het grootste eilandenrijk ter wereld, ligt middenin de azuurblauwe oceaan en wordt gekenmerkt door weelderig smaragdgroen regenwoud. West-Papoea is zelfs wereldberoemd vanwege zijn Paradise Forests. De regenwouden van Indonesië zijn echte schatkamers. Hier leven wel 1.700 vogelsoorten en miljoenen zeldzame plantenen diersoorten, zoals de tijgerorchidee, de nevelpanter en het spookdiertje. In de bossen van Sumatra en Borneo brengen orang-oetans zo’n 90 % van hun leven door in boomtoppen. Ze worden er geboren, bouwen er elke dag opnieuw een nest en vinden er hun voedsel. Indonesië heeft de twijfelachtige eer dat het ’s werelds grootste ontbosser is én de vierde plaats inneemt van alle broeikasgasuitstoters. Al jarenlang worden duizenden hectares regenwoud in de as gelegd en ontwaterd, voor de aanleg van oliepalm- en andere plantages.

Op Borneo zijn de mensapen daardoor al 80 % van hun leefgebied kwijt. In 2010 beloofden grote voedselproducenten als Mars Inc., Nestlé, Unilever, Procter & Gamble, Arla en L’Oreal dat ze uiterlijk per 2020 in geen enkel product meer palmolie zouden gebruiken waarvoor regenwoud is verwoest. Greenpeace toont keer op keer aan dat geen van hen deze belofte waarmaakt. Indonesië kent veel corruptie en de mazen van de wet zijn groot. Lokale gemeenschappen die in en van het bos leven, zoals de Marind en Yeinan in Indonesisch Papoea, zijn door geweld en landroof verdreven. Ook kleine boeren en dorpjes moeten het veld ruimen voor de belangen van grote bedrijven. Tot overmaat van ramp drukte de regering er in coronatijd ook nog een nieuwe wet doorheen die buitenlandse investeerders aan moet trekken. Deze Omnibuswet legaliseert onder andere landroof, verwoesting van de natuur en mensenrechtenschendingen.

De regenwouden van Indonesië staan op veengrond waarin enorm veel CO2 is opgeslagen die bij verbranding vrijkomt. Als er – na bosverbranding – oliepalmen voor worden teruggeplant, lost dat helaas niets op: 1 hectare regenwoud houdt 8.000 ton CO2 vast en 1 hectare palmolieplantage niet meer dan 70 ton. Door de vele bosbranden groeit er ook een hele generatie kinderen op met een jaarlijks ‘mistseizoen’. Maandenlang leven ze in een dikke laag giftige rook die hun gezondheid aantast. Het Greenpeace-brandweerteam heeft de afgelopen jaren op West-Kalimantan en Sumatra gevaarlijke veenbranden bestreden. Ook onderzocht ons team ter plaatse wie verantwoordelijk is voor de ontwatering, en legde dat vast op foto’s en video.

Met gps-apparatuur, satellietbeelden en luchtfoto’s verzamelen we bewijzen van illegale houtkap, drooglegging van veengronden en oliepalmteelt in beschermde gebieden. We volgen dit verwoestende palmoliespoor naar de importeurs en afnemers van palmolie in Europa en de VS. Gesteund door u en duizenden andere supporters wereldwijd, confronteren we deze medeverantwoordelijken met de gevolgen. Intussen zetten we ons in Europa, samen met 160 andere natuur- en mensenrechtenorganisaties in voor een bossenwet, waarvoor al 1,2 miljoen supporters hun handtekening zetten. Deze wet verplicht bedrijven om alleen nog producten te verkopen waarvoor geen bos voor is verdwenen. De Europese Commissie komt dit jaar met het eerste wetsvoorstel.

Het groene hart van Afrika

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/23f9f009-gp0str8j0_web_size.jpg


Vanaf 2016 stond Greenpeace Lokolama bij in het verkrijgen van hun grondrechten in het Congolese regenwoud. Het Greenpeace-team ondersteunde hen bij de juridische procedure en gaf trainingen in conflictpreventie – en oplossing. Met succes.

Rivieren, regenwouden, bergen, savannes, moerassen: het Congobekken is een natuurwonder pur sang. Dit tweede grootste regenwoudgebied ter wereld ligt in het hart van een van de meest instabiele regio’s. Dat biedt ironisch genoeg bescherming, omdat het investeerders huiverig maakt. Maar het betekent ook dat corruptie en fraude er welig tieren en de wetshandhaving weinig voorstelt. Regelmatig woeden in het Congobekken enorme branden. Uit onderzoek van de universiteit van Maryland blijkt dat de meeste brandhaarden vlakbij wegen ontstaan, die door houtkappers zijn aangelegd. In de Democratische Republiek Congo (DRC) is al sinds 2002 een moratorium op houtkap van kracht. Toch krijgen buitenlandse houtbedrijven uit onder meer CHINA steeds meer bosgebieden in handen die soms wel zo groot zijn als België.

Ook palmoliebedrijven rammelen al jaren aan de poorten. Het Maleisische Atama, dat de grootste palmolieconsessie in de regio heeft, liet onder meer in Kameroen zien hoe het zonder veel scrupules bos kapt en kleine boeren van hun land jaagt. Het regenwoud van het Congobekken zorgt voor voedsel, medicijnen, grondstoffen en water voor ruim 80 miljoen mensen. Er leven bijna 250 inheemse volken voor wie het bos ook een spirituele betekenis heeft. De Baka bijvoorbeeld, Kameroens grootste inheemse bevolkingsgroep. Al jaren wordt hun levenswijze bedreigd door de industriële boskap van het rubberbedrijf Sudcam uit Singapore. COVID-19 vergroot de risico’s waaraan ze blootstaan: ze zijn niet bang om ziek te worden, maar wel dat organisaties vertrekken die hen bijstaan in hun strijd tegen de structurele landonteigeningen.

In het bos staan honderden jaren oude woudreuzen die in hun lange leven enorm veel CO2 hebben opgeslagen. In dit regenwoud ontdekten wetenschappers enkele jaren geleden een veenmoeras, groter dan Engeland, waarin maar liefst 30 miljard ton koolstof ligt opgeslagen. Dat is net zoveel als de Verenigde Staten in 20 jaar tijd uitstoten. De immense wouden van het Congobekken herbergen ook tienduizenden planten- en diersoorten. Als een stel landschapsarchitecten vormen dieren zoals de ernstig bedreigde gorilla’s, bosolifanten en Afrikaanse buffels het bos. Ze creëren paden, snoeien bomen en poepen zaden uit.

Greenpeace is al decennialang actief in het Congobekken. Samen met inheemse volken strijden we tegen de illegale houtkap en de oprukkende palmoliesector. We onthullen hoe overheden tot op het hoogste niveau betrokken zijn bij illegale activiteiten. Dat maakt het werk lastig en gevaarlijk. Toch lukt het ons om successen te boeken. Zo besliste de Kameroense president onder druk van lokale milieuorganisaties, de bevolking en Greenpeace dat de houtkapplannen in het beschermde Ebo-woud voorlopig niet doorgaan. Goed bosbeleid is essentieel om het Congobekken duurzaam te beschermen. Daarom helpen we inheemse volken om de formele rechten over hun leefgebied te verkrijgen. Onder meer de Lokolama in de DRC kregen zo 11.000 hectare toegewezen. En in 2023 draagt de regering 50 bosgebieden, in totaal bijna 2,5 miljoen hectare, over aan de lokale bevolking.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/8ca3659b-gp0sturw4_web_size.jpg

Jaarlijks gaat in Rusland een gebied van zo’n 40 miljoen hectare in vlammen op – een gebied 10 keer zo groot als Nederland. De brandweerteams van Greenpeace trainen vrijwilligers, geven voorlichting en blussen natuurlijk waar ze kunnen.

De groene kroon van de aarde

In Rusland ligt tweederde van de taiga; het grootste ecosysteem van onze planeet dat zich uitstrekt over Alaska, Rusland, Canada en Scandinavië. Zowat alles aan dit boreale woud is enorm. Het beslaat 16 miljoen km² – meer dan een kwart van alle bossen op aarde – en telt 750 miljard bomen. De dennen en sparren die er groeien zijn aangepast aan de lange wintermaanden: hun naalden bevatten heel weinig sap, waardoor ze niet bevriezen als de temperatuur zakt tot -35 °C. Hun donkere kleur en driehoekige vorm helpen juist om zo veel mogelijk zon op te slorpen. Meer dan 20.000 planten- en diersoorten leven in deze barre omstandigheden. Wolven, elanden en beren, tijgers, maar ook de Siberische salamander die een soort antivries produceert waardoor hij kan overleven in extreem lage temperaturen. Ook dit uitgestrekte noordelijke bossengebied slaat een enorme hoeveelheid CO2 op in de bodem en veengronden: meer dan alle tropische wouden samen.

Elk jaar gaat ongeveer 2,5 miljoen hectare van dit woud verloren. Eeuwenoude bomen verdwijnen onder andere in Tempo-zakdoekjes, wc-papier van Edet en maandverband van Libresse. In heel Rusland gaat elk jaar zo’n 40 miljoen hectare natuur in vlammen op. Dat is 10 keer Nederland. De gigantische natuurbranden worden verergerd door klimaatverandering en zorgen zelf voor verdere opwarming van de aarde. Elke lente en zomer trekt een dikke rooklaag over de graslanden en bossen van Rusland. Ontelbare roet- en stofdeeltjes veroorzaken veel gezondheidsklachten en leiden (in)direct tot duizenden sterfgevallen per jaar. Wetenschappers ontdekten dat zelfs de Noordpool sneller smelt door roetdeeltjes die op het ijs neerdwarrelen waardoor deze poolkap ook zijn reflecterende vermogen verliest. Ruim de helft van de Russen gelooft dat natuurbranden vanzelf ontstaan. Dat is een grote misvatting: 90 % van deze branden ontstaat door menselijk toedoen. Vooral de gewoonte van boeren om graslanden aan te steken zodat ze snel van hun onkruid afkomen, loopt regelmatig gigantisch uit de hand.

Omdat de overheid de branden laat voortrazen, komt Greenpeace in actie. Op gewone schoenen en met slechts 20 liter water op de rug startte het eerste blusteam zo’n 10 jaar geleden. Met steun van de Nationale Postcode Loterij en van u, onze Nederlandse supporter, zijn inmiddels in de kwetsbaarste regio’s honderden mensen klaargestoomd om branden te blussen én te voorkomen. Het aantal catastrofale veenbranden daalde daardoor in 2019 met maar liefst 90 %. Daarmee voorkwamen de brandweerlieden de uitstoot van minstens 1,28 gigaton CO2. De vrijwillige brandweerteams kunnen op Greenpeace rekenen voor onder meer transportmiddelen, uitrusting, beschermende kleding, gereedschap voor het meten van veentemperatuur en drones voor het lokaliseren van branden. Vanuit coördinatiecentra organiseren de sterkste vrijwilligersgroepen inmiddels hun eigen trainingskampen en lichten ze bewoners voor over de oorzaken van de branden. Voorlichting is een van de belangrijkste methodes om de branden te bestrijden. Al jaren geven we op Russische scholen les over het belang van de bossen en planten we bomen met tienduizenden schoolkinderen. Ook werken we samen met producenten van tekenfilmseries. Miljoenen kinderen leren nu: het aansteken van een klein stukje gras kan het begin zijn van een milieuramp.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/03/4a7445f7-gp0jzh_web_size.jpg

Het Amazonewoud, thuis van deze blauwkeel-ara, verandert drastisch. Grote delen van het woud verdwijnen ondere andere voor de sojateelt.

Adembenemend Amazonia

Alles is met elkaar verbonden. Wie het Amazoneregenwoud een beetje bestudeert, ziet al snel hoe deze natuurwet in de praktijk werkt. Dit woud, het grootste op aarde, is een van de meest biodiverse gebieden. De planten, dieren, micro-organismen en schimmels vormen samen een enorm ecosysteem dat invloed heeft op de hele wereld. De bossen van de Amazone produceren enorme hoeveelheden water. Ze beïnvloeden regenpatronen tot ver buiten hun eigen regio. Ondanks de enorme omvang van het Amazonewoud, ruim 5,5 miljoen km2, is het evenwicht er delicaat. Als mensen tussen de 20 en 25 % van het woud verwoesten, kan het de balans niet meer zelf herstellen en veranderen deze prachtige bossen in een savanne. Met miljarden tonnen CO2-uitstoot als gevolg. Volgens INPE, het Braziliaanse instituut voor ruimteonderzoek, is er al 18 % verwoest. Wetenschappers stellen dat over 10 tot 15 jaar dit kantelpunt is bereikt, als de ontbossing niet stopt.

Meer dan de helft van het Amazonewoud ligt in Brazilië, waar president Jair Bolsonaro de scepter zwaait. Zijn regering heeft weinig op met het milieu en de inheemse volken: de klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld aan te verdienen. In 2019 lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds 11 jaar. De meeste van deze branden zijn aangestoken om land vrij te maken voor weilanden voor koeien, mijnbouw en de teelt van soja. Sinds de huidige regering aan de macht is, hebben bedrijven carte blanche in het regenwoud. Moord en doodslag zijn voor inheemse volken zoals de Karipuna in de Amazone al jaren realiteit. In de afgelopen jaren wist een deel zich, onder aanvoering van jonge leiders, steeds beter te organiseren. Zij komen op voor hun traditionele landrechten, in de rechtszaal en in het bos zelf. Maar de belangen van grote bedrijven en nationale overheden in het regenwoud zijn groot. De strijd is te vaak ongelijk.

De bedreigingen zijn zo omvangrijk en complex, dat Greenpeace voor het project Alle ogen op de Amazone de handen ineen sloeg met Hivos en 9 andere organisaties. In dit project is de hoofdrol weggelegd voor de inheemse bevolking. Volgens talloze onderzoeken zijn zij immers de beste bosbeschermers van de wereld. We ondersteunden hen bij de opzet van lokale boswachterteams die met smartphones en drones het regenwoud intrekken en daar de bosvernietiging vastleggen. De teams leerden (digitale) landkaarten maken, satelliet- en dronebeelden analyseren, gps-coördinaten
lezen én de verzamelde informatie veilig opslaan. Met succes: vorig jaar werd in het leefgebied van de Karipuna 49 % minder bos verwoest dan in alle voorgaande jaren. Ook werd er een wet ‘geparkeerd’ waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden wilde legaliseren. Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. En het gesprek tussen inheemse leiders uit Brazilië en Tweede Kamerleden, hielp de discussie tegen het nieuwe Mercosur-handelsverdrag kracht bij te zetten. Het duizelingwekkende tempo van de ontbossing moet stoppen. Met uw hulp blijven we overheden en internationale instanties beïnvloeden, onder andere voor een sterke wet waarin staat dat geen bos meer verwoest mag worden voor onze producten.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/45233/houd-de-wouden-in-hun-element/

‘Het klimaat moet weer op 1 staan’ (Greenpeace)

Voor het klimaat zijn de Tweede Kamerverkiezingen misschien wel de belangrijkste ooit. Daarom lobbyt onze politiek campagneleider Arabella Bosscher met hart en ziel voor een urgent, eerlijk en daadkrachtig klimaatbeleid. Want de komende 10 jaar moeten we echt in actie komen om de aarde leefbaar te houden.

https://www.greenpeace.org/static/planet4-netherlands-stateless/2021/02/f2b213a3-arabella.jpg

Arabella Bosscher, politiek campagneleider

Eind december 2020 publiceerde het KNMI een alarmerende boodschap: Nederland warmt sneller op dan de rest van de wereld. Enkele weken later werd ook nog eens duidelijk dat 2020 in heel Europa het warmste jaar ooit was. Toch besloot de Nederlandse regering afgelopen jaar dat grote vervuilers nog even geen CO2-belasting hoeven te betalen. ‘Dat méén je niet’, dacht Arabella Bosscher. ‘We hebben nog 10 jaar de tijd om een klimaatramp te voorkomen.’

Zondag 14 maart komen we in actie met het Klimaatalarm. Samen met duizenden bezorgde burgers laten we ons horen voor een beter klimaat. Doe mee, want jouw stem, jouw geluid, jouw lawaai, is onmisbaar!

Nu al branden de bossen in de Amazone, Rusland en Australië. Miljarden dieren moeten vluchten of komen om in de vlammen, en inheemse volken raken hun thuis kwijt. Door de droogte ontstaan ook hongersnoden van Zimbabwe tot Kenia en 673 miljoen mensen werden getroffen door orkanen en overstromingen in het afgelopen decennium. Ook Nederland wordt, ondanks al ons water, steeds droger. We kunnen ons niet een nog warmere aarde permitteren, dus de CO2-uitstoot moet nú omlaag.

vinger aan de politieke pols

Arabella Bosscher is sinds 2 jaar politiek campagneleider bij Greenpeace. Dat betekent: lobbyen voor het milieu in Den Haag en, samen met Europese Greenpeace-collega’s, in Brussel. Arabella’s werk is enorm belangrijk, merken we telkens weer. Zonder haar vinger aan de pols bij politieke partijen, zouden onze campagneleiders minder goed weten welke milieuwinst waar te behalen valt. Omgekeerd heeft zij de kennis van de campagneleiders nodig om politici goed te informeren en ze te overtuigen.

Bijvoorbeeld van de noodzaak om grote, vervuilende bedrijven te laten betalen voor hun CO2-uitstoot. Dat is, ook volgens vrijwel alle topeconomen in Nederland, de enige manier om op tijd onze klimaatdoelen te halen. Pas als het pijn doet in hun portemonnee, zullen grote vervuilers hun uitstoot verminderen. Maar de regering wil er nog niet aan. Telkens weer kiest ze ervoor om mega-uitstoters als Shell, Unilever en Tata Steel uit de wind te houden. Hoe Arabella daar met uw steun een einde aan kan maken, leest u verderop. Maar eerst vroegen we haar waarom ze dit werk doet.

Lobbyen voor een groene wereld

‘Lobbyen vind ik super-interessant en spannend. Het is voor mij dé manier om echt iets bij te dragen aan een betere, groenere wereld. Voor sommige mensen is mijn drive moeilijk te begrijpen. Politici luisteren toch niet naar je, zeggen ze dan. Maar dat is niet waar. En ze luisteren ook naar burgers. Zeker als ze zo massaal in actie komen als tijdens de klimaatmars, 2 jaar geleden. Dat heeft echt geholpen om een beter Klimaatakkoord te krijgen.’

‘Die support is cruciaal voor mijn werk. Ik kan natuurlijk alleen iets voor elkaar krijgen in Den Haag als politici overduidelijk zien dat iets ‘leeft’ in de maatschappij. Wat dat betreft zijn politici net mensen: ze lezen kranten, kijken tv en volgen sociale media, en dat beïnvloedt hun meningen en prioriteiten. Een heel goed voorbeeld, ik noemde het al even, was de klimaatmars op 10 maart 2019, waar ruim 40.000 mensen demonstreerden voor een doortastend klimaatbeleid. Dat maakte wel indruk in Den Haag, kan ik je vertellen.’

‘Zo zijn er meer voorbeelden, waarbij ik merk hoe belangrijk het is dat onze supporters sámen met Greenpeace hun stem laten horen. Neem bijvoorbeeld het gigantische plasticprobleem. De regering weigerde bedrijven te verplichten tot statiegeld op plastic flesjes. Mijn milieucollega’s en ik hadden politici al heel vaak met onderzoeken om de oren geslagen en argumenten aangedragen voor een statiegeldregeling. Maar pas toen we samen met de Plastic Soup Surfer en de Statiegeldalliantie de publieke druk opvoerden, en veel supporters zich steeds openlijker boos maakten over walvissen en vogels met magen vol plastic, veranderden regeringspartijen van standpunt. En nu is er daadwerkelijk een statiegeldregeling die op 1 juli 2021 ingaat. Dat is echt het resultaat van onze gezamenlijke druk en invloed.’

Hoezo zijn alleen wíj verantwoordelijk?

Een van de dingen waar Arabella zich al een tijd zorgen over maakt, is dat de klimaatcrisis langzaam van de politieke agenda dreigt te verdwijnen. In Den Haag gaat het vooral over het herstel van de oude economie, als politici het over de tijd ná corona hebben. Een economie gericht op ongeremde groei en aandeelhouderswinst. Ze vindt dat een nieuwe regering juist nu met een daadkrachtig en rechtvaardig klimaatbeleid moet komen. Een beleid dat groene banen schept, de Nederlandse CO2-uitstoot drastisch verlaagt en de lasten eerlijk verdeelt. ‘We hebben geen tijd te verliezen. Het klimaat móet weer bovenaan de politieke agenda staan!’

‘Waar ik me in alle discussies over op kan winden’, zegt Arabella, ‘is dat burgers, en zeker onze supporters, al heel veel doen. Wij hebben onze huizen geïsoleerd, eten minder vlees, pakken vaker de trein. Of we dragen bij aan een van de talloze duurzame buurtinitiatieven die Nederland rijk is. Toch roept de overheid vooral óns op om verantwoordelijkheid te nemen als het gaat om klimaat. Grote vervuilende bedrijven blijven in alle opzichten hopeloos achter bij al deze goede voorbeelden. Sterker nog: zij dreigen met vertrek naar het buitenland en banenverlies, als ze gedwongen worden voor hun CO2- uitstoot te betalen. Terwijl De Nederlandsche Bank én 70 topeconomen om het hardst roepen dat een belasting op CO2-uitstoot juist goed is voor de economie.’

Grote vervuilers betalen níet

Greenpeace pleit samen met collega-organisaties al jaren voor zo’n CO2-heffing voor de industrie. Want grote reducties in de uitstoot van dit broeikasgas moeten onvermijdelijk van de grote vervuilende bedrijven komen. Daar kunnen wij met al onze zonnepanelen en hoogrendementsglas niet tegenop. Arabella is er dan ook trots op dat het Greenpeace en collega-organisaties, met veel geduldig lobbywerk bij alle politieke partijen, is gelukt om een CO2-heffing in het Klimaatakkoord én in een wet te krijgen. ‘Ideaal is de wet nog lang niet hoor’, tempert ze haar eigen enthousiasme. ‘Maar de grote winst is dat er voor het eerst een wettelijke basis ligt en dat biedt kansen voor een nieuw kabinet om de CO2-uitstoot echt aan te pakken.

Dat is hard nodig, want grote vervuilers zijn stelselmatig ontzien door opeenvolgende regeringen. Met als gevolg dat ruim 100 grote industriebedrijven zich gewoon niet houden aan hun afspraken over energiebesparing. Bovendien profiteren deze vervuilers al van de grote hoeveelheid gratis uitstootrechten die ze kregen én sponsort de overheid ze jaarlijks met € 8,3 miljard aan fossiele subsidies en belastingvrijstellingen, zo berekende Milieudefensie. Het zijn wij, burgers, en de bakker op de hoek die opdraaien voor de energierekening van grote vervuilers. Wij betalen belasting op onze brandstof, terwijl KLM niets betaalt. Onze energierekening gaat straks omhoog met een “opslag duurzame energie”, maar grote vervuilers als Tata Steel betalen géén en Shell heel weinig energiebelasting.’

Greenpeace vindt dat de Nederlandse regering deze rupsjes-nooit-genoeg moet dwingen tot effectieve klimaatactie. De overheid moet stoppen met de belachelijke subsidies op fossiele brandstoffen. En de huidige CO2-heffing, vol escaperoutes waardoor bedrijven pas vanaf 2026 gaan betalen, moet een belasting worden op álle CO2-uitstoot. Anders gaan we het klimaat niet redden. Om de temperatuurstijging onder de cruciale 1,5 ℃ te houden, moet de Nederlandse uitstoot in 2030 met 65 % omlaag. In het nieuwste onderzoek van onderzoeksbureau Ecorys laten we zien dat dit haalbaar én betaalbaar is; Nederland heeft de technologie, de industrie en de infrastructuur hiervoor al in huis.

Daadkrachtig klimaatbeleid

Arabella: ‘Dit soort wetenschappelijke onderzoeken leveren de onderbouwing voor mijn gesprekken met politieke partijen en Kamerleden. Ik leg politici bijvoorbeeld uit wat het verschil betekent tussen een temperatuurstijging van 1,5 en 2 ℃. Namelijk: hebben we straks nog koraalriffen ja of nee? Dan vraag ik of ze zich kunnen voorstellen dat er op aarde gewoon geen koraalriffen meer zijn. We staan echt op een keerpunt. Een opwarming van 2 ℃ betekent waarschijnlijk dat het smelten van de grote ijskappen niet meer te stoppen is. Het betekent méér verwoestende bosbranden, méér droogte en méér extreem weer.’

‘Dat is ook de opwekkende boodschap van onze nieuwe campagne Maak Toekomst. We willen zoveel mogelijk mensen ervan overtuigen dat zij zélf hun toekomst kunnen maken. Samen zetten we het klimaat weer bovenaan de politieke agenda. Zodat we over 10 jaar kunnen zeggen: het is ons gelukt, de klimaatcrisis is bezworen. En dat hebben we aan onszelf te danken.

Dit artikel verscheen in de lente-editie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/klimaatverandering/45073/het-klimaat-moet-weer-op-1-staan/

Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing (Elsevier)

Steeds preciezer houden satellieten de aarde in de gaten. Vanuit de ruimte speuren ze naar gaslekken, stiekeme vervuilers en illegale bomenkap. Nederlandse innovaties spelen daarbij een belangrijke rol vooral in de ontwikkeling van meetinstrumenten. En die ontwikkelingen gaan in razend tempo door.

Amerikanen konden eind ­jaren vijftig horen hoe de Sovjet-Unie ze in de ruimte voorbijstreefde. Hun radio’s vingen de pieptoon op die de Spoetnik uitzond, de allereerste satelliet.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Ruim zestig jaar later is het leven onvoorstelbaar zonder de circa zesduizend navolgers van Spoetnik. Dankzij satellieten navigeren we met gps en kunnen we wereldwijd communiceren. Maar de apparaten houden ook de aarde in de ­gaten. Dat is handig wanneer observatie vanaf de grond onpraktisch is. Of wanneer je ergens niet kan of mag komen.

Minder luchtvervuiling tijdens lockdown

Satellieten kwijten zich steeds beter van hun spionnentaak. Wetenschappers zien preciezer dan ooit waar bomen worden omgehakt. Ze krijgen elke dag verse gegevens over luchtvervuiling. En jaarlijks lanceren ze nieuwe satellieten met nog meer mogelijkheden.

Afname van luchtvervuiling in Nederland door Corona-maatregelen:
Tropomi NO2-metingen van 22-26 maart 2020 vergeleken met 23-27 februari 2019 (een periode met vergelijkbare meteorologische omstandigheden).https://t.co/JmX57zGFeT pic.twitter.com/WV234uSlWf

— Helga van Leur ☀ (@helgavanleur) March 28, 2020

Nederland speelt hierin een belangrijke rol. Aan het begin van de coronapandemie gingen kaartjes de wereld over met daarop de door de lockdown extreem afgenomen luchtvervuiling in Wuhan en Noord-Italië. De kaartjes waren gemaakt met Tropomi, van Tropospheric Monitoring Instrument, een apparaat grotendeels bedacht en gebouwd in Nederland. In 2017 ging de meetapparatuur met een satelliet van het Europese ruimtevaart­agentschap ESA de ruimte in.

Vooral de technologie zet stappen vooruit

Dat satellieten steeds krachtiger worden, is vooral te danken aan technologische vooruitgang, zegt Ilse Aben (56), ­verantwoordelijk voor Tropomi bij het Nederlands ruimtevaartinstituut SRON en hoogleraar aan de Vrije Universiteit.

Elke keer als er een satelliet met een nieuw of verbeterd snufje de ruimte in gaat, groeien de mogelijkheden. Tropomi is daarvan een goede illustratie. Voorheen kon de luchtkwaliteit maar beperkt worden gemeten, maar Tropomi gaat dagelijks de hele wereld af voor metingen op stadsniveau. ‘Buitenlandse collega’s noemen Tropomi een game changer,’ zegt Aben. Zij en haar team gebruiken het instrument om enorme gaslekken op te sporen (zie ‘Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte’).

Een app helpt oerwoudbeschermers in Congo

Naast de ‘hardware’ verbeteren wetenschappers ook de analyse van data en weten ze deze slim te combineren. Zo worden radarsatellieten, waarmee je ontbossing door de wolken heen kunt zien, steeds nauwkeuriger. Het aantal pixels dat die naar de aarde sturen, neemt toe. En wetenschappers lukt het steeds beter om die gegevens te analyseren met kunstmatige intelligentie.

Johannes Reiche (37) en zijn team aan Wageningen University & Research maakten een algoritme dat ontbossing opspoort. Vorig jaar lanceerden zij het Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing (RADD) dat palmolie­leveranciers als Unilever een melding stuurt als er in Indonesië oerwoud wordt gekapt of platgebrand. In januari volgde een alarmsysteem voor het Congobekken (zie ‘Automatische melding als bomen worden gekapt’ ).

Maar ook de technische innovatie blijft doorgaan. SRON werkt momenteel onder meer aan de Sentinel-5. Die moet volgend jaar 817 kilometer de lucht in en vervangt de Sentinel-5P. De satelliet meet door middel van Nederlandse technologie de troposfeer, het laagste deel van de atmosfeer. Zo meet het methaan, koolmonoxide en andere broeikasgassen. ‘Dit is belangrijke informatie over de aarde en het klimaat,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aard­observatieprogramma van SRON.

In de ruimte wordt het steeds drukker

Weer een andere satelliet – SPEXone – gaat het stof in de lucht analyseren. ‘Door uitvindingen in samenwerking met onder meer de Universiteit Leiden, Airbus Defence and Space Netherlands, en TNO Delft kunnen we nu fijnstof met een factor 10 nauwkeuriger meten,’ zegt Van Amerongen. ‘We zien nu niet alleen het stof, maar ook wat voor stof het is: zeezout, zand of roet.’ In 2023 moet de SPEXone de lucht in, zo’n 676 kilometer.

Het is in de ruimte wel drukker dan in de tijd van de Spoetnik. Al lang lanceren niet meer alleen overheden de satellieten, maar ook commerciële partijen, zoals SpaceX, het ruimtevaart­bedrijf van Tesla-topman Elon Musk. Zijn ruim zeshonderd satellieten (op 346 kilometer hoogte) maken internet mogelijk, en dat worden er nog duizenden meer.

Voorbeeld 1: Zoeken naar gaslekken vanuit de ruimte

In Turkmenistan was in 2019 iets vreemds aan de hand. Een Canadees bedrijf zag met een proefsatelliet enorme wolken methaan – het voornaamste bestanddeel van aardgas – de lucht in gaan. Midden in de woestijn, waar niemand woont. En niemand had enig idee hoelang dit al gaande was.

Dus klopten de Canadezen bij Nederland aan. Hier hadden wetenschappers een jaar eerder het Tropomi-instrument gelanceerd, dat naast luchtvervuiling ook methaan kan ‘zien’. Uit de gegevens bleek dat in de Centraal-Aziatische woestijn al veel langer methaan lekte, zegt Ilse Aben (56), hoogleraar aan de Vrije Universiteit en onderzoeker bij ruimtevaartinstituut SRON. Boosdoener was een pijpleiding bij een compressorstation. Deze informatie werd doorgespeeld aan de Turkmenen, en warempel, vanuit de ruimte zagen Aben en haar collega’s dat het lekken stopte.

‘Lekken zijn vaak geen kwade opzet’

Het dichten van zulke lekken is nuttig, zegt Aben. Veel methaan komt vrij bij de gaswinning – uit lekke leidingen of bij boorputten en compressors die niet goed werken. Dit kost bedrijven geld. ‘Veel lekken zijn geen kwade opzet,’ zegt Aben. ‘Ze weten het gewoon niet.’ Dat komt doordat infrastructuur vaak afgelegen ligt en na de aanleg zelden wordt gecheckt. En de kennis is beperkt. Recent onderzoek in Mexico, zegt Aben, liet zien dat daar bij olie- en gaswinning op zee veel minder methaan lekt dan op het land. Terwijl de Mexicaanse overheid het tegenovergestelde dacht.

Groot methaanlek gedicht na ontdekking vanuit de ruimte door o.a. het Nederlandse @tropomi instrument: https://t.co/jD8iPqaW8g pic.twitter.com/efzjXo5L4f

— SRON Space Research (@SRON_Space) November 22, 2019

Ook voor het klimaat is het dichten slim. Methaan is over twintig jaar bezien zo’n 86 keer zo effectief als CO2 in het vasthouden van warmte. Na CO2 is methaan het voornaamste broeikasgas. De hoeveelheid in de atmosfeer groeit, deels door onnodige lekkages. Al komt ook methaan vrij door boerende koeien en uit moerassen.

Al weer tal van nieuwe lekken gevonden

Na Turkmenistan werkt Abens team nog altijd met het Canadese bedrijf. Tropomi houdt de hele wereld in de gaten. Als ze iets verdachts zien, seinen ze hun collega’s in. De nieuwe Canadese satelliet observeert maar kleine oppervlakten, maar kan lekken wel tot op 30 meter nauwkeurig lokaliseren. Aben vond al diverse nieuwe lekken, maar ze werkt nog aan de officiële publicatie.

Omdat Tropomi elke dag de wereld afgaat, is het geschikt om kortdurende lekken te spotten. Een voorbeeld is de Ohio blowout, een immens lek dat in 2018 ontstond na een ongeluk. In een kleine drie weken stootte het meer methaan uit dan de Nederlandse olie- en gassector in een jaar. Tropomi was de enige die kon meten hoeveel methaan de lucht in ging.

Voorbeeld 2: Klimaatbeleid: vertrouwen is goed, controle is beter

De ambities zijn ­af­gelopen jaar flink opgevoerd in het klimaatbeleid. Steeds meer landen willen in 2050 geen broeikasgassen meer uitstoten – zelfs China wil in 2060 naar nul. Nu moet blijken of die woorden worden omgezet in ­daden.

Om hun voortgang te volgen, houden landen een immense klimaatboekhouding bij. Daarin staat hoeveel steenkool er de hoogovens in gaat, hoeveel kilometers auto’s rijden, hoeveel gas cv-ketels verstoken en nog veel meer. Alle broeikasgassen die zo vrijkomen, tellen op tot de totale uitstoot. Die dus veel sneller moet gaan dalen.

Veel landen werken met tegenzin aan klimaatbeleid

Tot dusver moeten landen elkaar ‘op hun blauwe ogen geloven’. Naast de boekhouding zijn er geen onafhankelijke metingen van de CO2-uitstoot. Ook niet voor landen die met frisse tegenzin meewerken aan het klimaatbeleid, zoals Rusland en Brazilië. Of die, zoals China, geen goede reputatie hebben bij het aanleveren van statistieken.

Er zijn diverse initiatieven om de CO2-uitstoot vanuit de ruimte te gaan meten. Een van de meer ambitieuze is van de ­Europese Commissie. Vanaf 2025 gaan er drie CO2M-satellieten de ruimte in om de uitstoot van CO2 te meten. Dat levert nuttige inzichten op voor de welwillenden. Welk beleid helpt de uitstoot succesvol naar beneden? Waar neemt de ­natuur weer CO2 op?

Vals spelen gaat steeds meer lonen voor klimaatbeleid

Maar er kan ook worden gekeken of landen hun beloftes nakomen. En ook of er bedrijven zijn die zich niet aan de regels houden. Naarmate het klimaatbeleid meer tanden krijgt, loont het steeds meer om vals te spelen. Het verleden illustreert dat. Een paar jaar geleden betrapten wetenschappers nog Chinese ­fabrieken op het produceren van cfk’s. Deze stoffen tasten de ozonlaag aan en zijn al decennia verboden.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA heeft al ervaring met het meten van CO2. In 2014 lanceerde zij een satelliet, genaamd OCO-2. Deze bewees dat compacte steden per inwoner echt minder broeikasgassen uitstoten. Ook kon de satelliet inschatten hoeveel CO2 vrijkwam bij een grote bosbrand.

Ambities zijn wel heel groot

Aangezien de EU-plannen veel ambi­tieuzer zijn, moet er nog flink wat vooruitgang worden geboekt. Zelfs veel experts zijn sceptisch of het gaat lukken om de klimaatboekhouding te doen met echte waarnemingen. En dan is er ook nog grote haast. Het lanceerjaar 2025 lijkt ver weg. ‘Maar voor satellietbouw is dat gevoelsmatig overmorgen,’ zegt Aaldert van Amerongen (43), hoofd van het aardobservatieprogramma bij ruimtevaartinstituut SRON.

Ook hier kan Nederland een bijdrage gaan leveren. Zo wordt de meting van CO2 op diverse manieren verstoord. Denk aan kleine deeltjes in de lucht. Door deze deeltjes precies te meten – iets wat Nederlandse ingenieurs goed kunnen – valt daarvoor te corrigeren en worden de CO2-metingen nauwkeuriger.

Voorbeeld 3: Automatische melding als bomen worden gekapt

In het Congobekken, een gebied dat zich uitstrekt over de Democratische Republiek Congo, de Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Gabon en Kameroen, wil de strijd tegen de bomenkap nog niet zo lukken. Het tempo van ontbossing is sinds 1990 gelijk gebleven en de laatste jaren zelfs versneld.

De lokale autoriteiten hebben er een middel bij gekregen in hun strijd tegen illegale bomenkap: de app RADD (Radar Meldingen Systeem voor Detectie van Ontbossing). Twee jaar werkten de wetenschappers van Wageningen University & Research (WUR) daaraan onder leiding van ­Johannes Reiche, en in januari is de app gelanceerd.

De Europese radarsatelliet Sentinel-1 (die op 693 kilometer hoogte draait) kan door het wolkendek heen kijken, wat gunstig is boven een tropisch regenwoud. Elke zes tot twaalf dagen stuurt de satelliet foto’s op een schaal van 10 bij 10 meter. Het is niet te doen om deze beelden handmatig te controleren op gaten in het bosgebied. Dat proces is door de WUR nu geautomatiseerd. ‘Het systeem vergelijkt de nieuwe foto met de eerdere foto,’ legt Reiche uit. ‘Als er een afwijking is, stuurt het automatisch een alert die je krijgt in de app.’

‘Veel bomenkamp is illegaal’

Met de app is het mogelijk om tot op hectareniveau te zien wat er gebeurt. Zo worden specifieke boomsoorten gekapt omdat ze ‘tropisch hardhout’ op­leveren. En waar dat gebeurt, ontstaan opeens wegen. ‘Veel bomenkap is illegaal,’ zegt Reiche.

Uw cookieinstellingen laten het tonen van deze content niet toe. De volgende cookies zijn nodig: marketing. Wijzig uw instellingen om deze content te zien.

Hij hoopt dat het alarmsysteem meer transparantie zal brengen. Een uitdaging in een land als Congo, dat op de corruptielijst op plaats 168 (van de 180) staat. ‘De gegevens zijn nu bijna realtime beschikbaar,’ zegt Reiche. Hij hoopt dat de ­lokale autoriteiten er daardoor sneller bij zijn. Door de samenwerking met Global Forest Watch, een onlineplatform dat de wereldwijde ontbossing laat zien, is de ontbossing voor ­iedereen te volgen.

Bevolking blijft maar groeien in het Congobekken

Volgens Reiche is het belangrijk om het Congobekken in de gaten te houden, omdat dit het grootste tropisch regenwoudgebied ter wereld is. Maar dat staat onder druk door de bevolkingsgroei. In Congo alleen al is de verwachting dat er in 2100 zo’n 362 miljoen mensen wonen, tegen nu 90 miljoen.

En al die mensen moeten eten. ‘Je ziet dat er bomen “verdwijnen” voor zelfvoorzienende landbouw,’ zegt Reiche. ‘Maar er is armoede. Dus wie zijn wij om te zeggen dat ze hun familie niet mogen voeden?’ Hij richt zich dus vooral op de illegale bomenkap en op mijnbouw, de derde belangrijke oorzaak van ontbossing in het Congobekken. Daarbij gaat het om kleine ­boeren die zoeken naar onder meer mineralen die worden gebruikt in telefoons. Vanuit de lucht is deze activiteit te herkennen aan wat Reiche open pit mining noemt. De handel in delfstoffen uit het Congobekken is schimmig, maar de vindplaatsen zijn nu goed te zien.

The post Satellieten speuren naar gaslekken en ontbossing appeared first on EWmagazine.nl.

https://www.ewmagazine.nl/kennis/achtergrond/2021/02/satellieten-speuren-naar-gaslekken-en-ontbossing-227594w/

Het failliet van de Amazone? (Greenpeace)

Inheemse bewoners van het grootste regenwoud op aarde krijgen aanval na aanval te verduren. De Braziliaanse president Bolsonaro geeft houtkappers en boeren vrij spel. Nederland verdient daar goed aan. Maar het verzet groeit, ook uit onverwachte hoek.

President Jair Bolsonaro en zijn regering hebben weinig op met het milieu en de inheemse volken. De klimaatcrisis bestaat niet en de Amazone is er om geld te verdienen. Bolsonaro heeft bezuinigd op alle instanties die de wet in het bos moeten handhaven en hooggeplaatste voorstanders van bescherming ontslagen. Tekenend is het uitgelekte voorstel van milieuminister Ricardo Salles om de milieuregels snel te versoepelen nu ‘de pers het alleen maar over COVID heeft’.

De opportunistische houding van Bolsonaro’s regering heeft Brazilië én de wereld enorme bosbranden en een gigantisch verlies aan regenwoud opgeleverd. In 2019, toen minstens anderhalf keer Nederland in vlammen opging, lag de ontbossing op het hoogste niveau sinds elf jaar. Het kon nog erger, bleek in juni 2020: in de eerste vier maanden van dit jaar werd 32 % meer ontbost dan in dezelfde periode in 2019. De meeste bosbranden zijn aangestoken om land vrij te maken voor sojateelt, weilanden voor koeien of mijnbouw. In juni lieten satellietbeelden al 2.248 branden zien, het hoogste aantal sinds 2007. Elke dag komen er gemiddeld 100 brandhaarden bij en dan moet de droge periode in de Amazone nog beginnen. Wetenschappers gaven afgelopen jaar hun sterkste waarschuwing ooit af: binnen 20 jaar produceert het Amazonewoud mogelijk zo weinig regen dat het zichzelf niet meer in stand kan houden.

Houthakkerskamp midden in de Braziliaanse Amazone.

Brandbrieven van internationale bedrijven

Ook de financiële sector kijkt steeds bezorgder naar het Braziliaanse Amazonebeleid. Eind juni dreigden 29 investeerders, wereldwijd goed voor € 3,15 biljoen, onder meer met desinvesteringen in Brazilië. Bedrijven die daarmee in verband gebracht worden, krijgen het steeds moeilijker op de internationale markten (lees: onze acties hebben succes!). Hun brandbrief volgde op een boycotdreiging in mei van ruim veertig Europese bedrijven, waaronder Ahold Delhaize en Tesco, als de Braziliaanse regering geen actie onderneemt tegen ontbossing. Die internationale commotie leidde tot de ongebruikelijke boodschap van 39 grote Braziliaanse bedrijven aan hun regering om het Braziliaanse imago op te vijzelen.

De internationale bedrijven verwijzen niet alleen naar het wereldwijde klimaat als reden voor hun zorgen, maar ook naar de rechten van inheemse volken die op grote schaal geschonden worden. Sinds het aantreden van Bolsonaro’s regering hebben houtkappers, boeren en mijnbouwers een vrijbrief om inheemse gebieden in te trekken. Iedereen die
in de weg loopt, moet het veld ruimen. Zo ook bosbeschermer Paulo Paulino Guajajara. Toen hij eind vorig jaar op het grondgebied van de Guajajara patrouilleerde, lokten illegale houtkappers hem in een hinderlaag en schoten hem door het hoofd. Hij wist dat hij op hun dodenlijst stond, maar de autoriteiten sloegen zijn waarschuwingen in de wind. Nog geen maand later werden twee Guajajaraleiders vanuit een rijdende auto doodgeschoten,

Inheemse leiders in Europa

Moord en doodslag zijn voor inheemse volken in de Amazone en andere Braziliaanse natuurgebieden al jaren realiteit. Daarom trokken vertegenwoordigers van APIB, de koepelorganisatie van Braziliaanse inheemse volken, vorig jaar oktober naar Europa. Samen met Greenpeace reisden zij naar 18 steden in 12 landen, waar ze politiek en bedrijfsleven confronteerden met hun medeverantwoordelijkheid voor de verwoesting van het Amazonewoud en de moorden op inheemse bosbeschermers. De inheemse delegatie drong er bij Europese overheden op aan het EUMercosur-handelsverdrag met Zuid-Amerikaanse landen niet te ratificeren. Door dit verdrag zal de import van vlees en soja uit onder meer Brazilië – en dus de druk op het Amazonewoud en haar bewoners – nog verder toenemen.


Sonia Guajajara (links): ‘Voor soja in jullie veevoer wordt ons land afgenomen, raken rivieren vervuild en worden onze mensen vermoord. Genoeg is genoeg!’

Nederland: liever handel dan duurzaamheid

Nederland is na China de grootste importeur van soja ter wereld, met gemiddeld 8,1 miljoen ton sojabonen en -meel per jaar, blijkt uit een recent Greenpeace-rapport. Daarvan omt bijna de helft uit Brazilië. ‘Vrijwel alle sojabonen worden geëxporteerd om er bij jullie veevoer van te maken’, zegt APIB-coördinator Sonia Guajajara, familielid van de vermoorde Paulo Paulino. En inderdaad, zo’n 2 miljoen ton sojameel verdwijnt jaarlijks in krachtvoer voor Nederlandse kippen, koeien en varkens, zodat ze nog meer melk en vlees kunnen produceren. In ons kleine landje houden we een onevenredige hoeveelheid (pluim)-vee: 114 miljoen dieren in 2018. Alleen al voor hun voer is een gebied zo groot als 20 % van Nederland beplant met soja. Conclusie: Amazonewoud wordt verwoest voor onze kipfilets, karbonades en melkproducten.

Delegatielid Elizeu Guarani Kaiowá, die meemaakte hoe in een decennium vijftien Kaiowá-leiders vermoord werden, wijst Nederlandse bedrijven op de consequenties van de soja-expansie. ‘In mijn deelstaat is een sojaplant meer waard dan een boom. En de kop van een koe is meer waard dan het hoofd van een inheemse leider. Onze rivieren en gewassen gaan dood door de pesticiden die sojaboeren met vliegtuigjes over hun plantages én onze dorpen spuiten. Jullie soja is gedrenkt in ons bloed.’ Nederland is niet alleen medeverantwoordelijk als sojaimporteur. Zoals we al eerder schreven, is ons land ook nauw betrokken bij de aanleg van een transportnetwerk om de soja van het regenwoud naar China en Europa te verschepen. Onderzoeksjournalisten ontdekten hoe de Nederlandse ambassade bedrijven actief steunt om opdrachten binnen te slepen voor de aanleg van havens, wegen en een spoorlijn dwars door de Amazone. Arcadis bouwde sojahavens, Boskalis loodst de sojaschepen binnen en de sleepboten komen van Damens scheepswerf.

Belofte maakt schuld

Hoe bemoedigend de brieven van internationale bedrijven ook zijn, we weten hoe belangrijk het is dat Greenpeace, samen met u, de druk op de ketel houdt. Neem het Consumer Goods Forum (CGF), waarbij grote bedrijven als Nestlé, Unilever en Walmart zijn aangesloten. In 2010 deed dit forum een plechtige belofte: zijn leden zouden per 2020 niet langer bijdragen aan ontbossing door grondstoffen als vlees en soja ‘verantwoord in te kopen’. Maar als dit magazine bij u op de mat ligt, is die deadline ruimschoots verstreken. Begin 2019 kon geen enkel CGF-lid Greenpeace laten zien dat het op de goede weg was. Sinds hun belofte is er wereldwijd minstens 50 miljoen hectare regenwoud gesneuveld voor de grondstoffen in hun producten.

De inheemse leiders gingen in Nederland ook langs bij Ahold Delhaize (moederbedrijf van Albert Heijn) en FrieslandCampina, beide lid van Consumer Goods Forum en volgens een nieuw Greenpeace-rapport (te vinden op greenpeace.nl) grootverdieners aan de Braziliaanse soja in hun producten. Albert Heijn hield er in 2018 € 40 miljoen aan over, rieslandCampina verdiende € 27 miljoen die toe te schrijven is aan soja uit Brazilië. De bedrijven hebben geen idee waar hun soja vandaan komt en dat nemen de inheemse leiders hun kwalijk. Grote Nederlandse banken, handelaren en veevoergiganten als ForFarmers zijn betrokken bij de financiering van de soja-industrie. Ook de Amsterdamse en Rotterdamse havens profiteren al jaren van de soja die wordt verwerkt in fabrieken van sojamultinationals als Cargill. Ons land staat dus vooraan om ook een graantje mee te pikken. Handel is handel, en als wij het niet doen, doet iemand anders het wel. Precies díe mentaliteit klagen de inheemse leiders aan. Elke vierkante kilometer soja-expansie betekent verlies van kostbare natuur, van hun leefgebied én van hun levens.

‘Wij houden vol’

De beste bosbeschermers van de wereld kunnen de regenwouden niet verdedigen zonder onze steun. Wij eisen daarom van de Nederlandse overheid en bedrijven dat ze niet langer meewerken aan de razendsnelle ontbossing van de Amazone. ‘Wij houden vol’, zegt Sonia Guajajara in haar video over de dood van Paulo Paulino. ‘We staan niet langer toe dat ons volk sterft in deze strijd voor de levens van alle mensen op aarde. En we rekenen op de steun van iedereen die zich inzet voor gerechtigheid.’

In Brazilië zien we hoe belangrijk de acties van Greenpeace en andere organisaties zijn om zo veel mogelijk Brazilianen in beweging te krijgen voor de Amazone. En dat we succes boeken juist dankzij de combinatie met internationale druk van Nederlandse supporters zoals u. Zo lukte het in mei om de wet van tafel te krijgen waarmee Bolsonaro illegaal ingepikte bosgebieden alsnog wilde legaliseren (een ondubbelzinnige aanmoediging voor nieuwe invasies). Verzet binnen én buiten Brazilië van ngo’s, beroemdheden, inheemse volken, bedrijven en overheden, gaf de doorslag. Ook was alle aandacht – onder meer dankzij de Europese lobby van inheemse Amazoneleiders – voor de bosvernietiging in de Amazone een belangrijke reden voor het Nederlandse parlement om alsnog tegen het Mercosur-verdrag te stemmen.

Samen met de Munduruku en duizenden supporters hebben we ook de bouw van een dam in rivier Tapajós voorkomen.

Die internationale samenwerking was precies de gedachte van elf organisaties die, op initiatief van Greenpeace en Hivos, vier jaar geleden bij elkaar kwamen om het project ‘Alle ogen op de Amazone’ te ontwikkelen. Inheemse boswachters met drones, onderzoekers die satellietbeelden en productieketens analyseren, actievoerders hier en in het Amazonewoud, en beleidsbeïnvloeders bij de VN en de EU: samen zijn we meer dan de som der delen. We zijn de Nationale Postcode Loterij nog altijd dankbaar dat zij deze droom durfde te financieren. En we zijn ú dankbaar voor uw niet-aflatende steun voor het behoud van dit unieke regenwoud waarvan we allemaal zo afhankelijk zijn.

Dit artikel verscheen in de zomereditie van Greenpeace Magazine.

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/41520/het-failliet-van-de-amazone/

Hoe het ‘build back better-principe’ de economie en het klimaat redt (MT.nl)

https://www.mt.nl/wp-content/uploads/2020/06/Windmolens-in-aanbouw-580x284.jpg

https://www.mt.nl/wp-content/uploads/2020/06/Windmolens-in-aanbouw-100x132.jpg

Veel hoogleraren, publicisten, journalisten en experts zien de coronacrisis als een historische kans om het anders te doen. Zo pleitten 25 hoogleraren onlangs voor een radicale herziening van de corporate-governance-structuren. Hun advies: neem duurzaamheidseisen op in het ondernemingsrecht.

Publicisten en economen, onder wie Ewald Engelen, Marcia Luyten en Jeroen Smit, spraken zich uit over de manier waarop staatssteun verstrekt moet worden. Alleen bedrijven die zich netjes gedragen en dus rechtvaardig en duurzaam opereren met oog voor de samenleving, hebben recht op staatssteun, vinden zij. Yoeri van Alteren, oprichter van DuurzaamBedrijfsleven, startte deze week met Change Inc, een ecosysteem van toekomstmakers die willen laten zien dat veel bedrijven vandaag al goed bezig zijn.

En natuurlijk doen de banken ook een duit in het zakje. Volgens Sandra Phlippen, hoofdeconoom bij ABN Amro, vraagt de coronacrisis om een groene herstart.

Groener, schoner, duurzamer

Gelukkig is er ook een groeiend aantal bedrijven (waaronder opvallend veel grote en internationale) die regeringen ertoe aanzetten om ervoor te zorgen dat de coronacrisis wordt aangegrepen om een groenere, schonere en duurzamere wereldeconomie terug te bouwen. Onder het motto Build Back Better zijn er verschillende initiatieven waarin het bedrijfsleven zijn nek uitsteekt.

Meer dan 150 corporates vragen om duurzaam beleid dat veerkracht tegen toekomstige schokken opbouwt

De term Build Back Better werd voor het eerst gebruikt in 2006, na de tsunami in de Indische oceaan. Het idee erachter is om een ramp als een trigger te gebruiken om veerkrachtiger naties en samenlevingen te creëren. Samenlevingen die maatregelen nemen om risico’s te beperken en koersen op duurzaam herstel van levensonderhoud, infrastructuur en economie.

NationSwell-ceo en oprichter Greg Behrman adopteerde de term in april van dit jaar, toen Covid-19 Amerika hard raakte. Behrman wil met zijn non-profitorganisatie een swell nation bouwen. Hij riep Amerikaanse bedrijven op oplossingen aan te dragen ‘die onze gemeenschappen sterker maken en ons land beter’.

Veerkracht

Die oproep was niet aan dovemansoren gericht. Met nogal wat steun van andere denktanks en lobbyclubs, waaronder het Science Based Targets-netwerk, namen meer dan 150 van ’s werelds grootste bedrijven deel, zoals Mars, Salesforce, Colgate Palmolive, HP, Unilever, Nestlé en Diageo. Tezamen dringen ze erop aan deze crisis te gebruiken om een duurzamere samenleving te bouwen en het klimaatprobleem op te lossen. Preciezer: ze vragen om beleid dat veerkracht tegen toekomstige schokken opbouwt, de wereldwijde temperatuurstijging binnen de anderhalve graad Celsius houdt en de CO2-uitstoot vóór 2050 naar nul brengt.

Dat wil Nederlander Peter Bakker, voormalig TNT-topman, ook. Bakker is ceo van World Business Council for Sustainable Development, een club van bedrijven voor duurzame ontwikkeling met 200 toonaangevende bedrijven als lid. Hijzelf noemt het geen denktank maar een doe-tank van bestuursvoorzitters van grote internationale bedrijven, waaronder Apple, BP, BMW en Ikea. Nederlandse leden zijn onder meer AkzoNobel, DSM, Shell, Philips en Unilever. Voor Bakker vertegenwoordigen deze bedrijven, met samen ruim 8.500 miljard dollar omzet en 19 miljoen werknemers, de voorhoede van kapitaalkrachtige, actiegerichte organisaties. Hun inzet is cruciaal voor het redden van de planeet.

Niet meer te ontkennen

Dat redden is broodnodig, vindt Bakker. ‘De natuur begint terug te praten’, vertelde hij eerder tegen NRC. ‘Tien jaar geleden was er nog discussie over of klimaatverandering echt gaande was. Nu valt het niet meer te ontkennen. Kijk naar de bosbranden, het verlies  aan biodiversiteit, de droogte in delen van de wereld. Het wordt steeds duidelijker dat we over de grenzen van de planeet gaan.’

Bakker pleit voor geïntegreerd kapitalisme, waarbij beslissingen evenzeer worden genomen op basis van milieu- en sociale criteria als op financiële. En dat vraagt om geïntegreerd leiderschap, ‘om mensen die hun beslissingen niet maken op basis van louter financiële cijfers, maar ook de sociale impact meewegen en de gevolgen voor milieu en klimaat’.

‘Praktisch gezien moeten leiders in het bedrijfsleven zich omringen met een veel breder team. In mijn tijd als topman kon je de meeste grote vragen wel beantwoorden met een sterke chief financial officer naast je. Maar met de radicale technologische innovaties die nu nodig zijn, heb je ook een goede chief technology officer nodig. En een sterke sustainability officer. En in het team van de cfo moet je een chief risk officer hebben die ook andere risico’s begrijpt dan puur financiële. Bijvoorbeeld het risico dat je bedrijf zonder grondstoffen komt te zitten omdat de waterstand in de rivieren te laag is om ze aan te voeren.’

Build back better als noodzaak

De prestigieuze sprekers op het al even prestigieuze Global Boardroom van de Financial Times een paar weken geleden, zijn het roerend met Bakker eens. Een bedrijf dat nu nog steeds niet de nóódzaak van ondernemen met oog voor mens, milieu en maatschappij ziet, gaat aan het kortste eind trekken, liet dit rijtje kopstukken recent aan elkaar weten in een indrukwekkend congres. Ook zij streven naar build back better.

De Verenigde Naties steunt de bedrijven daarbij. Volgens Antonio Guterres, secretaris-generaal van de VN, staat het redden van levens en levensonderhoud en het opbouwen van een welvarende, inclusieve en duurzame toekomst ​na de coronacrisis centraal. ‘Veel bedrijven laten zien dat het inderdaad mogelijk en winstgevend is om ook in moeilijke tijden duurzame, emissiereducerende plannen op te stellen.’

Kosten en baten

Francesco La Camera, directeur-generaal van het International Renewable Energy Agency (IRENA) becijferde in zijn onlangs gepubliceerde Global Renewables Outlook wat de kosten en baten zijn van al die wensen. ‘Om de economie koolstofarm te maken en de doelstellingen van het Akkoord van Parijs inzake klimaatverandering te halen, moeten overheden en bedrijven tot 130 biljoen dollar investeren’, aldus La Camera.

Maar hij voegt eraan toe dat ‘de sociaal-economische voordelen van een dergelijke investering enorm zouden zijn. ‘Het transformeren van het energiesysteem kan de cumulatieve wereldwijde BBP-winst tussen nu en 2050 met 98 biljoen dollar verhogen.’

Tegelijkertijd ontstaan er tot 42 miljoen banen in hernieuwbare energie, vier keer het huidige cijfer, samen met nog eens 21 miljoen banen voor energie-efficiëntie én 15 miljoen posten in systeemflexibiliteit.

https://www.mt.nl/business/waarom-het-build-back-better-principe-de-economie-en-het-klimaat-redt/589964