Natuurramp in Zuid Amerika: grootste moerasgebied van de wereld staat in brand (NPO Radio 1)

https://www.nporadio1.nl/images/2020/11/02_0c6812c0f3_pantanal-5379257_1920.jpg

In Zuid Amerika vindt op dit moment een natuurramp plaats. De Pantanal, het grootste moerasgebied van de wereld, staat al sinds juli in brand. 84% Van de vegetatie is verloren gegaan. "Een kwart van het gebied heeft in brand gestaan dit jaar", zegt zoetwaterecoloog Sarian Kosten in Vroege Vogels.

{prepr_video nid="7758047a-199e-4096-af00-513251c8bc6b" caption="Natuurramp in Zuid Amerika" image=""}

De Pantanal is een enorm groot gebied: het is ongeveer vijf keer zo groot als Nederland. "En een kwart van het gebied heeft in brand gestaan dit jaar", zegt Sarian Kosten, zoetwaterecoloog aan de Radboud Universiteit.

Reuze otters in een prachtig gebied

De Pantanal is een prachtig gebied, vertelt Kosten. Het is een 'wetlandgebied', wat inhoudt dat 80% van het gebied onder water staat tijdens de natte periode. "Het is één grote watermassa waarin bossen groeien en lagunes te vinden zijn. Het is echt één grote biodiversiteit hotspot", zegt Kosten. 

Reuze otters, reuze gordeldieren, reuze toekans: ze leven allemaal in de Pantanal. Kosten heeft onderzoek gedaan naar de waterhyacint en zag allerlei dieren voorbij komen: "En de vogels, de geluiden: het was machtig mooi."

Groot gedeelte is privébezit

Voor een natte periode is er natuurlijk een droge periode. Op dit moment zitten we aan het eind van de droge periode. En in zo'n periode, dan is het ook echt heel droog, verzekert Kosten. "Het is een gebied van extremen", zegt de zoetwaterecoloog. Bovendien valt er de afgelopen jaren minder neerslag. "Dus er is minder water", vertelt Kosten. "Het is altijd al droog in de droge periode, dit jaar was het nog droger en er zijn heel veel branden aangestoken."

Het grootste gedeelte van de Pantanal is privébezit. "Er zijn maar een paar reservaten", vertelt Kosten. De boeren die daar zitten mogen hun land voornamelijk voor veeteelt gebruiken. Van oudsher steken de boeren aan het einde van de droge periode kleine stukken van hun land in de fik om zo het gras te verbranden en parasieten te doden. Als het dan weer gaat regenen, hebben ze in het volgende droogseizoen goede bodemkwaliteit en nieuw gras waar het vee weer op kan grazen.

{articles "Zoutwinning onder Waddenzee is in strijd met vergunning" id="27422" }

{articles "Fruitteelt in gevaar door bruingemarmerde stinkwants" id="27411" }

De boel in brand

Kosten: "Er zijn een boel nieuwe mensen het gebied in gemigreerd die niet goed weten hoe het systeem werkt. Plus, er zijn grote boeren die gebruik hebben gemaakt van de droogte en de politieke situatie, waarbij heel weinig gehandhaafd wordt. Dus ze hebben grote stukken in brand gestoken, waarbij ook het bosgebied dat op hun grond ligt, afbrandt." Op die manier kunnen ze volgend jaar hun activiteiten wat meer de ruimte geven.

De inheemse bevolking die al jaren woont in de Pantanal, weet precies hoe ze kleine delen in brand moet steken en wanneer ze dat moeten doen. "En nu is het op veel grotere schaal gebeurd", zegt Kosten, "waarschijnlijk door een paar hele grote boeren."

De graslanden en moerassen groeien relatief snel terug in het regenseizoen. Maar, het herstel van de bossen kan tientallen jaren duren. Dieren raken hun leefomgeving kwijt en komen er bovendien gehavend uit. 

{prepr_audio nid="6c99a69c-79b8-4be0-b57a-b481463379b5" caption="Natuurramp in Zuid Amerika" }

Vroege Vogels: iedere zondagochtend van 07.00 tot 10.00 uur. 

Vroege Vogels is hét programma over natuur en milieu. Op zondagochtend te beluisteren op NPO Radio 1 en vrijdagavond te zien op NPO 2. Like Vroege Vogels op Facebook of volg het programma op Twitter of Instagram.

{articles "Dolf Jansen: 'Ik pleit voor voortgaand verzet tegen landbouwlobby'" id="27401" }

{articles "EU-akkoord hervorming landbouwsubsidies gaat niet ver genoeg" id="27292" }

https://www.nporadio1.nl/natuur-milieu/27450-natuurramp-in-zuid-amerika-grootste-moerasgebied-van-de-wereld-staat-in-brand

Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? (OneWorld)

https://www.oneworld.nl/app/uploads/2020/10/image-2-875x525.png

Bijna 70 procent van alle diersoorten op aarde is de afgelopen halve eeuw uitgestorven – door toedoen van de mens. Herstellen we die biodiversiteit niet, dan zijn ook wij binnen 100 jaar verdwenen. Hoe kunnen we het tij nog keren?

Onze relatie met de natuur is kapot en we moeten nú actie ondernemen om dit te herstellen. Dat is de alarmerende conclusie uit het Living Planet Report van het World Wildlife Fund (WWF), dat vorige maand verscheen. Sinds 1970 is de populatie van alle dieren op aarde met 68 procent gedaald. Dat klinkt heftig en dat is het ook, maar het rapport zegt ook dat we nog niet verloren zijn.

De belangrijkste bevindingen van het Living Planet Report

Van 1970 tot nu:

  • Zijn populaties wilde dieren over de hele wereld met gemiddeld 68 procent in omvang afgenomen (in tropische gebieden in de Verenigde Staten is dit zelfs 94 procent).
  • Zijn populaties van zoetwaterdieren met gemiddeld 84 procent afgenomen in omvang.
  • Is 75 procent van het ijsvrije landoppervlak op aarde door de mens aangetast.
  • Is 85 procent van de waterrijke gebieden verloren gegaan.
  • Wordt nog maar 13 procent van de oceanen gezien als ‘wildernis’ die niet direct beïnvloed wordt door mensen.
  • Wordt een derde van het eten dat geproduceerd wordt, nooit opgegeten.
  • Wordt 30 procent van het hele landoppervlak van de aarde gebruikt voor landbouw.

Om ernstigere gevolgen te voorkomen, moeten we nú actie ondernemen om de natuur te behouden en herstellen, zeggen activisten. Bending the curve, noemt het WWF dit. Volgens de organisatie is er voor het ombuigen van deze ontwikkeling een combinatie nodig van extra behoud, duurzame productie en duurzame consumptie. Hiermee komt de verantwoordelijkheid bij zowel overheden en bedrijven als bij burgers te liggen. De drie belangrijkste manieren om het tij te keren, en hoe jij daar zelf aan bij kunt dragen.

1. De productie en consumptie van voedsel veranderen

De insecten sterven uit. Nou en?

De afgelopen tienduizend jaar (ook wel het ‘Holoceen’) was klimatologisch een van de meest stabiele periodes die de aarde gekend heeft. Cruciaal daarvoor is de biodiversiteit: het leven van miljoenen soorten dieren en planten is zodanig met elkaar verweven dat ze elkaar en de aarde ondersteunen. Van olifanten en walvissen tot planten en insecten, ze spelen allemaal een rol. Zo neemt plankton in de oceanen koolstof op, houden kuddes grote grazers op de Afrikaanse steppen het grasland vruchtbaar door het te bemesten en weerkaatst poolijs zonlicht zodat de aarde koel blijft. De biodiversiteit zorgde ook voor een betrouwbare cyclus van seizoenen, die de mensheid de mogelijkheid gaf om voedsel te produceren. Ook wij zijn dus direct afhankelijk van een rijke en gebalanceerde biodiversiteit. Toch is het juist het menselijke handelen dat de afgelopen jaren de krimp heeft veroorzaakt.

Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen

We kunnen meer ruimte voor de natuur creëren door te veranderen hoe het land gebruikt wordt – en dus wat we eten. Een plantaardig(er) dieet is de snelste oplossing om ruimte te besparen. Het verbouwen van gewassen neemt namelijk veel minder ruimte in dan het produceren van vlees en zuivel – omdat de dieren zelf ruimte nodig hebben, maar vooral omdat voor al het veevoer ontzettend veel land gebruikt wordt. Verbouwen van planten produceert ook flink minder broeikasgas omdat dieren methaan1produceren bij het verteren van voedsel en de mest dat daarna ook uitstoot.

Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, zeggen 300 wetenschappers

Zoals gezegd zijn ook onze wateren in gevaar. Overbevissing en bijvangst moeten stoppen, was de boodschap die meer dan driehonderd wetenschappers begin september bij de EU neerlegden. Bioloog en documentairemaker David Attenborough stelt in zijn nieuwe documentaire dat een visverbod in een derde van de kustzeeën naar schatting genoeg zou zijn om iedereen van vis te voorzien. Doordat de vissen in die gebieden gezonder worden en zich vermenigvuldigen, trekken ze naar de gebieden waar wel gevist mag worden.

Dit kun jij zelf doen om duurzamer te eten:

Minder vlees en zuivel consumeren. Een plantaardig(er) dieet is een belangrijke stap die (bijna) iedereen kan zetten. Om impact te maken hoeft niet iedereen in één keer 100 procent vegan te gaan. Het is al goed als je twee of drie dagen per week vlees- en zuivelvrij eet. Met twee dagen geen vlees en zuivel bespaar je namelijk net zoveel CO2-uitstoot als een autorit van 30 kilometer.

Check of je vis duurzaam gevangen is. Je kan dit zien aan het blauwe MSC- en groene ASC-keurmerk op de verpakking. Visserijen krijgen dit keurmerk als ze voldoen aan drie principes: genoeg vis in de oceanen laten zitten, de natuurlijke omgeving niet aantasten en goed natuurbeheer volgen, dat er voor zorgt dat de regels eerlijk worden toegepast en worden nageleefd. Daarnaast is het altijd beter om te kiezen voor een vis die niet lijdt onder overbevissing.

Verminder je voedselverspilling. Een derde van al het geproduceerde voedsel in de wereld wordt nooit opgegeten. Deze verspilling vindt overal in het proces plaats, van de boerderij tot op je bord en in je keuken, als je eten weggooit. Het verwerken van al dat afval draagt met ongeveer 8 procent flink bij aan de totale broeikasgasuitstoot. Probeer daarom slim boodschappen te doen, gebruik een lijstje en ga niet met een lege maag naar de supermarkt.

2. Bestrijden van klimaatverandering

Voor het eerst in tienduizend jaar is de gemiddelde temperatuur op aarde significant veranderd. De gemiddelde luchttemperatuur, die tot de jaren 90 vrij stabiel was, steeg de afgelopen dertig jaar al met meer dan 1 graad Celsius. Ook zit er meer broeikasgas in de lucht dan ooit. Dit betekent niet dat we vóór de jaren 90 geen extra warmte produceerden, maar tot dan werd dit opgenomen door oceanen waardoor de gevolgen onzichtbaar bleven. Omdat de gezondheid van de oceanen mede daardoor achteruit is gegaan, kunnen ze dit nu niet meer doen.

Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die mensen jaarlijks uitstoten

Zijn ook verwoestende bosbranden het nieuwe normaal?

In augustus vorig jaar en januari dit jaar werden de gevolgen van de opwarming duidelijker dan ooit met enorme bosbranden in de Amazone en Australië. Hiermee ging het leefgebied van miljoenen dieren in vlammen op. Het regenwoud vormt de habitat van de helft van alle diersoorten op het land en in een relatief kleine strook van 10,4 vierkante kilometer kunnen tot wel 750 verschillende soorten bomen staan. Bomen waarin dieren leven en die bovendien allemaal CO2 opnemen en dus helpen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een regenwoud houdt tot wel zeven keer de hoeveelheid koolstof vast die elk jaar door mensen wordt uitgestoten. Maar wat doet de mens? We kappen ze en planten oliepalmen waar bijna geen dieren in kunnen leven. Zo is al de helft van de regenwouden verloren gegaan.

Ontbossing en corona

Ook corona is een gevolg van ontbossing, zegt het WWF in zijn Living Planet Report. Doordat de leefruimte van veel dieren kleiner wordt, trekken ze naar bevolkte gebieden. Dier en mens leven te dicht op elkaar waardoor er steeds meer ziektes ontstaan die overdraagbaar zijn van dieren op mensen. Zulke ziekten noemen we zoönosen.

Covid-19, SARS, ebola, malaria en AIDS zijn allemaal voorbeelden van zoönosen. Hoe die bij mensen terechtkomen verschilt. Het verdwijnen van bepaalde dieren zorgt er bijvoorbeeld voor dat een zoönose een nieuwe route naar ons ‘vindt’. In India nam bijvoorbeeld het aantal besmetting met rabiës (hondsdolheid) toe toen de gieren aan het verdwijnen waren. Besmette koeienkarkassen werden nu in plaats van door gieren, opgegeten door verwilderde honden die dichter bij de mens staan dan gieren. Zij droegen de ziekte via beten over op mensen.

Attenborough roept ons op om onmiddellijk te stoppen met ontbossing, en gewassen als oliepalmen en soja alleen te verbouwen op land dat lang geleden ontbost is. Een manier om deze omgang met land te bevorderen is door boeren en andere landeigenaren subsidie te geven om inheemse bomen te planten. In Costa Rica zorgde dit ervoor dat er binnen 25 jaar weer dubbel zoveel bomen stonden.

Marokko haalt 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara

Daarnaast, zegt hij, moeten we zo snel mogelijk overal de overstap maken naar hernieuwbare energie; zon, wind, water en aardwarmte. Een goed gidsland hiervoor is Marokko, dat op het moment 40 procent van zijn energiebehoefte uit zonnepanelen en windmolens in de Sahara haalt. Door de makkelijke verbinding met Zuid-Europa zou het land tegen 2050 de opgewekte energie kunnen exporteren. In tegenstelling tot kolen, olie en gas veroorzaakt het opwekken van deze energie bijna geen CO2-uitstoot. Bovendien raakt de energiebron de komende miljarden jaren niet op. Vooralsnog blijven banken en pensioenfondsen in fossiele brandstof investeren; volgens Attenborough en andere klimaatactivisten is het daarom tijd dat ook zij verantwoordelijk worden gehouden en hun steentje bijdragen.

Wat jij zelf kunt doen om je uitstoot te verlagen?

Verbruik minder energie en stap over op duurzame energie. Het beste zou zijn om over te stappen op hernieuwbare energie zoals zonne-energie, wind- en waterkracht. Als je de mogelijkheid hebt, stap dan over naar een groene energiemaatschappij en/of installeer bijvoorbeeld zonnepanelen. Check ook of jouw bank bijdraagt aan milieuvervuiling en stap anders over naar een groenere bank.

Koop minder spullen. De grootste klimaatimpact van de gemiddelde Nederlander komt van spullen die we kopen. Dit hebben we alleen niet in de gaten, omdat het gaat om een indirecte uitstoot van CO2 in plaats van een directe zoals bij autorijden. Probeer dus minder te kopen, en ga vaker voor tweedehands. Minder verspilling gaat ook hier op: gooi niet zomaar dingen weg. Probeer iets te repareren en ga in eerste instantie voor betere kwaliteit die langer meegaat.

Zoek uit hoe groot jouw voetafdruk op aarde eigenlijk is. Op deze site kun je dat testen, aan de hand van vragen over je woonsituatie, voeding, lifestyle, vervoer en vakantie. Hier en hier vind je meer tips om je levensstijl te verduurzamen.

3. Investeren in de natuur als oplossing

Op dit moment vragen wij 1,6 keer meer van de aarde dan ze ons kan geven. We hebben bossen, waterrijke gebieden, oceanen en andere belangrijke ecosystemen aangetast en vernietigd. De afname van de biodiversiteit is een voorbeeld van het afzwakken van de natuurlijke bronnen. In de komende honderd jaar zullen miljoenen soorten (500.000 dieren en planten en nog eens 500.000 insectensoorten) met uitsterven bedreigd worden, voorspelt het WWF.

Naast het bos heeft ook de zee bescherming nodig. Sinds de jaren 50 is al 90 procent van alle grote vissen (tonijn, kabeljauw) in de zee gevangen, terwijl deze nodig zijn om het ecosysteem in stand te houden. Dit systeem speelt een grote rol in het tegengaan van klimaatverandering. Het oppervlak van de oceaan neemt namelijk CO2 op, en dat kan het minder goed doen als het niet ‘gezond’ is.

Even ter herinnering: de aarde heeft zichzelf al miljarden jaren in leven gehouden. Een effectieve manier om de biodiversiteit te bevorderen is dan ook om de natuur gewoon zijn ding te laten doen. ‘We moeten simpelweg doen wat de natuur altijd heeft gedaan’, zegt Attenborough dan ook: ‘Als wij voor de natuur zorgen, zorgt de natuur voor ons.’ De bioloog doelt op oplossingen waarbij we samenwerken met de natuur en behoud, herstel en beheer gecombineerd worden.

Er wordt vaak teruggegrepen op techniek om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan, maar technologie is vaak duur en vooral effectief op korte termijn. Natuurlijke oplossingen zijn lange termijn opties en hebben meer voordelen. Want niet alleen zullen ze de biodiversiteit en ons beschermen tegen de effecten van de opwarming van de aarde, maar ze gaan die zelf ook tegen.

Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden

Bossen planten is waarschijnlijk het bekendste voorbeeld van de natuur gebruiken als oplossing. Bomen nemen CO2 op, dragen bij aan een betere bodemkwaliteit en verbeteren de luchtkwaliteit. Maar behalve het bos heeft ook de kust bescherming nodig. Mangrovebossen en koraalriffen moeten beschermd en hersteld worden om vissen hun broedplaatsen terug te geven en mensen te beschermen tegen overstromingen en vloedgolven. Koraal wordt nu al op meerdere plekken op de wereld gekweekt om in het rif geplant te worden.

Wat kun jij zelf doen om de natuur te laten bloeien?

Creëer een groen balkon of tuintje. Een heel bos planten in je eentje wordt lastig, maar ook hier geldt dat alle kleine beetjes helpen. Zeker in de stad is het belangrijk dat we meer natuur om ons heen hebben. Hoe meer groen, hoe aantrekkelijker voor insecten en vogels die er zo weer een stukje leefgebied bij krijgen. Als je dus de mogelijkheid hebt, zet dan zoveel mogelijk planten op je balkon, of creëer een groen dak. Dit vangt water op, vermindert de vervuiling en houdt huizen koel (en dat scheelt weer stroom voor een eventuele airco in de zomer). Als je een tuin hebt, haal daar dan alle tegels uit en plant gras en planten in de plaats.

Teken petities of doneer. Op onder andere de website van het WWF vind je verschillende petities die overheden onder druk hopen te kunnen zetten om de natuur en het klimaat prioriteit te maken.

De natuur, biodiversiteit, het klimaat en de gezondheid van de mens zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Herstel van de stabiliteit van de aarde begint dus bij het herstellen van de biodiversiteit. Doen we dat niet, dan is die stabiliteit en onze veiligheid binnen honderd jaar verdwenen. In de woorden van David Attenborough: ‘Het gaat niet alleen om het redden van de planeet, het gaat om het redden van onszelf.’

‘Waarom vechten we tegen corona zonder de oorzaak te bespreken?’

Hier gaat jouw spaargeld naartoe

Suzan Wolfhagen

  1. Een broeikasgas dat veel sterker is dan CO2. ↩︎

Het bericht Hoe redden we de biodiversiteit (en dus onszelf)? verscheen eerst op OneWorld.

https://www.oneworld.nl/lezen/klimaat/hoe-redden-we-de-biodiversiteit-en-dus-onszelf/

Economisch denker Katherine Trebeck: ‘Groei is goed tot een bepaald niveau, daarboven wordt het schadelijk’ (Vrij Nederland)

Het huidige economische systeem is onrechtvaardig, onstabiel, niet duurzaam en maakt mensen ongelukkig, vindt de Australische politicologe, publiciste en voorvechtster van de Wellbeing Economy Katherine Trebeck (1976). ‘De ongelijkheid neemt toe en er is steeds meer politieke onrust,’ zegt ze via Zoom vanuit Glasgow, Schotland. Ze praat zacht en weloverwogen, maar haar boodschap is ferm: het huidige systeem loopt vast en het roer moet om. ‘Wetenschappers zeggen steeds luider dat we op een zorgwekkende manier ecologische grenzen overschrijden en wijzen de manier waarop de economie nu werkt aan als de oorzaak.’

In een TEDx Talk stelt u dat we binnen tien jaar een ander economisch systeem nodig hebben, omdat het huidige systeem destructief is. Waarom is een welzijnseconomie een beter alternatief?

‘Omdat het daarin gaat om sociale rechtvaardigheid op een gezonde planeet. Een hardnekkig probleem is dat overheden verslaafd zijn aan groei. Ze stellen het voor als vanzelfsprekend dat de economie groei nodig heeft, zoals een auto benzine, en dat groei het doel is van de economie. Maar dan verwar je middel en doel. De economie moet in dienst staan van hogere doelen en menselijke en ecologische belangen dienen.

In een welzijnseconomie bepalen mensen de economie in plaats van andersom, zoals nu. Dat betekent dat je kiest voor ander beleid, andere politieke besluiten, regels en wetten, een ander belastingstelsel, en dat je werk anders organiseert. En ook dat je steden anders ontwerpt. Niet alleen door te zorgen voor een betere wandel- en fietsinfrastructuur en meer ontmoetingsplekken en groen, maar ook door de openbare ruimte te beschermen tegen de opdringerige aanwezigheid van reclame. En laat lokale overheden, scholen en ziekenhuizen meer inkopen bij lokale leveranciers.’

Bestel 'm hier Dit verhaal komt uit de nieuwe Vrij Nederland, die vanaf vandaag in de winkels ligt! 16 oktober 2020

De coronacrisis heeft geleid tot meer fundamentele gesprekken over de noodzaak van een ander economisch systeem. Denkt u dat de pandemie een gamechanger zal blijken?

‘Vaak ben ik daar optimistisch over. De crisis leidde inderdaad tot een ander soort gesprekken en betekende een impuls voor vernieuwende ideeën. Mensen zijn aan het denken gezet en realiseerden zich hoe belangrijk een gemeenschapstuin in hun wijk is, of een park om te kunnen wandelen. Ik verwacht zeker dat het minder vanzelfsprekend wordt om voor werkafspraken binnen Europa te vliegen. Maar op dagen dat ik somberder ben, denk ik: veel mensen hebben weinig voorstellingsvermogen en het huidige systeem lijkt voor velen zo vanzelfsprekend dat het niet gemakkelijk diepgaand zal veranderen.’

‘Corona zorgt wel voor momentum en biedt een grote kans to build back better. Die kans móéten overheden aangrijpen, door eisen te stellen aan ondernemingen die steun krijgen. Zo bepaalde Denemarken als een van de eerste landen dat die bedrijven hun geld niet mogen onderbrengen in een belastingparadijs en benadrukte VN-secretaris Gutteres dat ondernemingen zonder concrete klimaatdoelen geen steun moeten krijgen.’

Met één stem zingen

Eind september vond de Trebeck takes over Holland tour plaats, georganiseerd door THRIVE Institute, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en DuurzaamDoor. Eigenlijk had Trebeck een week zullen rondreizen en stond ook een bezoek aan de Tweede Kamer gepland. Vanwege de pandemie werd het een online tour met webinars, lezingen, een interviewsessie met promovendi en een middag met transitiegesprekken, georganiseerd door Our New Economy (ONE).

In 2017 was Trebeck een van de initiatiefnemers van de Wellbeing Economy Alliance (WEALL), een internationaal samenwerkingsverband van inmiddels ruim honderdvijftig organisaties. ‘Door het verbinden van wetenschappers, vernieuwende economen, ecologen, activisten, innovatieve bedrijven en maatschappelijke vernieuwers willen we ze helpen met het uitwisselen van hun kennis, zodat ze leren van elkaars wijsheid en vindingrijkheid. Zonder samenwerking zijn alle initiatieven te verbrokkeld. Dan is er geen kans op succes. Door met één stem te zingen, worden we beter gehoord, ook door de politiek.’

Het gaat om verschillende denkscholen, zoals de Degrowth-beweging, regeneratieve economie, Common Good economie en donuteconomie van Kate Raworth. Trebeck noemt ze elkaars ‘neven en nichten’ die verschillende accenten leggen en een eigen benadering hebben, maar allemaal de economie menselijker en duurzamer willen maken. Er zijn WEALL-afdelingen in steeds meer landen, waaronder Schotland. Nog niet in Nederland, maar daar is wel WEALL Youth begonnen. ‘De VN beschouwt dit als een van de vijftig meest invloedrijke jongerenorganisaties wereldwijd van ruim 4300 initiatieven uit 174 landen. Er ontstaan ook steeds meer lokale hubs waar organisaties, bedrijven en individuen zich bij kunnen aansluiten. En er is nu ook een WEALL Citizens.’

‘Wereldwijd vinden mensen dezelfde kernzaken belangrijk. Denk aan frisse lucht, schone rivieren, financiële zekerheid en sterke relaties.’

Alle organisaties binnen WEALL onderschrijven vijf niet onderhandelbare kernwaarden: waardigheid, natuur, verbinding, rechtvaardigheid en participatie. Waarom deze vijf?

‘Die komen steeds naar voren in gesprekken met mensen wereldwijd als hun gevraagd wordt wat zij belangrijk vinden. Ze noemen dan zaken als frisse lucht, schone rivieren, financiële zekerheid en sterke relaties. Denkers als de econoom en filosoof Amartya Sen en filosoof Martha Nussbaum beschouwen dit als de waarden die alle mensen delen. Het werk van breinonderzoekers en psychologen laat ook zien dat mensen het meest ontspannen en tevreden zijn als ze samenwerken, zich veilig voelen, in de natuur zijn en zich verbonden voelen met anderen. Als ik een afbeelding met onze vijf kernwaarden toon tijdens een lezing, merk ik dat die sterk resoneren, eigenlijk bij iedereen. Mensen maken foto’s, glimlachen en knikken instemmend. Ze herkennen ze niet alleen als wezenlijk, maar realiseren zich ook dat het huidige economische systeem deze waarden helemaal niet dient.’

In veel landen groeit het wantrouwen van de bevolking tegenover de politiek, kiezen meer mensen voor populistische partijen en neemt de polarisatie toe. Denkt u dat een welzijnseconomie deze problemen kan helpen verminderen?

‘Dat denk ik wel, want het toenemende populisme heeft voor een groot deel te maken met hoe de economie nu functioneert. Zo is het besteedbaar inkomen van mensen met lage en middeninkomens de afgelopen twintig jaar niet gestegen. Steeds meer mensen hebben moeite met rondkomen, of hebben schulden. Er is veel onzekerheid en stress door flexwerk en nul-urencontracten. Veel mensen beseffen dat hun kinderen en kleinkinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf.

Slechts een kleine bovenlaag profiteert echt van het huidige systeem. Dat de ongelijkheid toeneemt, terwijl armere mensen merken dat zij weinig invloed hebben op hun omstandigheden, leidt tot uitholling van het vertrouwen in de democratie. Mensen gaan dan op zoek naar zondebokken, zoals immigranten. Populisme is een cocktail van verschillende oorzaken zoals globalisering en het afgenomen contact tussen verschillende bevolkingslagen. Er is ook veel bewijs dat eenzaamheid ertoe bijdraagt dat mensen eerder betrokken raken bij extreemrechtse politiek − en dat lockdowns dat zullen verergeren.

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen. Wel kan een welzijnseconomie de kloof tussen groepen verkleinen, omdat het doel ervan een goed leven is voor iedereen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08458-Edit-640x853.jpg

Het rottende fruit van de welvaart

In The Economics of Arrival. Ideas for a Grown-up Economy, het in 2019 gepubliceerde boek dat Trebeck schreef met activist en schrijver Jeremy Williams, noemen zij landen met een hoge welvaart ‘gearriveerd’. Het doel van die landen moet verschuiven van blijven doorgroeien naar ervoor zorgen dat ze ‘zich thuis voelen’ door het verleggen van de focus van kwantiteit naar kwaliteit.

Het boek biedt hiervoor geen blauwdruk, maar beschrijft voorbeelden van coöperatieve bedrijfsmodellen waarbij werknemers mede-eigenaar zijn en delen in de winst, ondernemingen die de gemeenschap dienen en manieren waarop organisaties hun maatschappelijke impact kunnen meten. Ook pleiten de auteurs ervoor dat de hoogte van salarissen meer afhangt van de waarde die werk heeft voor het collectieve welzijn. Schoonmakers in ziekenhuizen verdienen dan bijvoorbeeld meer.

U noemt landen als Nederland ‘overontwikkeld’, omdat nog meer welvaart er niet leidt tot meer welzijn. Volgens u is in deze landen het fruit van de welvaart ‘aan het rotten’. Waaruit blijkt dat?

‘Het idee dat meer welvaart automatisch leidt tot meer welzijn is hardnekkig, maar klopt niet. Zo is er geen lineair verband tussen het nationaal inkomen en de levensverwachting. Je ziet in een aantal landen met een hoog bbp de levensverwachting stagneren of zelfs dalen. Vooral grote bedrijven en aandeelhouders profiteren van een groeiend bbp.

Uit onderzoeken blijkt dat in westerse landen een stijging van de welvaart de afgelopen twintig jaar gepaard gaat met minder welzijn. Vooral vanwege milieuproblemen als luchtvervuiling en door meer stress en onzekerheid. Sommige salarissen zijn zo laag dat mensen er niet van kunnen leven. Al vóór de coronacrisis waren steeds meer mensen in rijke landen afhankelijk van voedselbanken.’

‘Groei is goed tot een bepaald niveau, maar daarboven wordt het
schadelijk. “Het fruit is aan het rotten.”’

Toch blijven bijna alle politici hameren op de noodzaak van economische groei.

‘Ja, al noemen ze dat nu meestal groene of duurzame groei. Politici definiëren crisis als het ontbreken van groei. Maar de economie van Japan groeit al twee decennia niet meer en dat is niet problematisch, want Japan heeft een volgroeide economie met een hoge levensstandaard. Voor veel landen zal groei van ecologische landbouw, hernieuwbare energie, zorg en onderwijs de kwaliteit van de samenleving verhogen, maar groei is geen doel op zich.

Groei is goed tot een bepaald niveau, maar daarboven wordt het schadelijk. Dat “het fruit aan het rotten is” blijkt vooral uit het feit dat overheden in rijke landen steeds meer geld moeten uitgeven om problemen die ze zelf veroorzaakt hebben te repareren of op te ruimen, de zogeheten failure demand. Zo krijgen arme gezinnen in Schotland nu tien pond per week om de kinderarmoede te verminderen. Dat toont het falen van dit systeem. Een welzijnseconomie zorgt meteen voor een goed leven voor iedereen en kiest voor predistributie in plaats van herdistributie.’

De Nederlandse Bank en het Planbureau voor de Leefomgeving waarschuwden dit voorjaar dat verdergaande verslechtering van de biodiversiteit in de nabije toekomst een miljardenstrop kan betekenen voor de Nederlandse financiële sector. Is dat ook een voorbeeld van failure demand?

‘Natuurlijk, net als de miljardenschade die klimaatverandering nu al veroorzaakt. Al deze kosten worden ondertussen wel meegerekend in het bbp en suggereren daardoor dat het goed gaat met een land. Al in 1968 hield Robert Kennedy als presidentskandidaat een bevlogen en poëtische tirade over wat er mis is met het bbp als manier om de welvaart van een land te meten. Die móét je echt beluisteren op internet, met het volume hard. Hij vertelt daarin dat het bbp alles meet, behalve dat wat werkelijk van waarde is in het leven.

Het bbp is sowieso geen goede maat, omdat het te materialistisch is. Feministische economen wijzen er al lang op dat het werk binnen huishoudens er niet in wordt meegerekend. En ecologische economen hameren erop dat een economisch systeem de planetaire grenzen moet respecteren. Pas nu er zich onmiskenbaar een ecologische crisis voltrekt, begint het werkelijk door te dringen dat het bbp totaal niet geschikt is om te meten of het goed gaat met de collectieve belangen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08590-640x853.jpg

Niet over links of rechts

Nadat de Schotse overheid het verhogen van het welzijn tot kerndoel van de overheid verklaarde, nam Trebeck in 2018 het initiatief voor een Wellbeing Economy Governments partnership (WEGo), een samenwerkingsverband van de regeringen van Schotland, IJsland en Nieuw-Zeeland. Afgelopen mei sloot ook Wales zich aan. ‘Geen van die landen is er al. Het is een reis,’ zegt Trebeck. ‘Wat ik vooral geweldig vind aan WEGo, is dat het gaat om het delen van kennis en ervaringen in plaats van onderlinge competitie.’

Een welzijnseconomie is niet gebonden aan de agenda van specifieke politieke partijen of stromingen en gaat niet over links of rechts, benadrukt ze. ‘De WEGo-landen hebben geen heel linkse regering. Zo heeft Nieuw Zeeland een coalitie van Labour, een groene partij en de nationalistisch-populistische partij New Zealand First, regeert in Schotland de Scottish National Party en heeft IJsland een brede coalitie.’ Een aantal andere regeringen neemt informeel deel aan de WEGo-conversatie en we hopen dat ze snel ook officieel gaan meedoen, zegt Trebeck. ‘Uiteraard hoop ik erg dat ook Nederland aanhaakt.’

Altijd op de hoogte blijven van de beste verhalen? Schrijf je in op onze nieuwsbrief.

Meld je aan en ontvang de beste verhalen van Vrij Nederland in je mailbox.

Oeps! Voer een geldig e-mailadres in.
Op onze nieuwsbrieven is ons cookiestatement van toepassing.
Nieuwe overheidsprioriteiten

Om de welzijnseconomie vorm te geven, heeft IJsland 39 indicatoren vastgesteld, waarvan het bbp er slechts één is. De andere gaan over sociale omstandigheden, onderwijs, gelijkheid, huisvesting, milieu, CO2-uitstoot et cetera.

In Wales werd in 2015 de Wellbeing for Future Generations Act aangenomen en bewaakt sinds 2016 een Commissioner de belangen van toekomstige generaties. Ook Nieuw-Zeeland weegt voortaan hun belangen mee in het beleid. Belangrijke redenen voor dit land om zich in de zomer van 2019 bij WEGo aan te sluiten, waren de hoge zelfmoordcijfers (ook onder jongeren), het grote aantal depressies en de slechte leefomstandigheden voor veel kinderen. Nieuw-Zeeland presenteerde vorig jaar voor het eerst een nationale ‘welzijnsbegroting’. Sindsdien moeten alle nieuwe uitgaven één van de vijf nieuwe overheidsprioriteiten bevorderen: het verbeteren van de geestelijke gezondheid, het terugdringen van kinderarmoede, het beschermen van de rechten van de inheemse Maori en eilandbewoners in de Stille Oceaan, ‘gedijen’ in een digitaal tijdperk en de overgang naar een emissie-arme, duurzame economie.

Zou mentale gezondheid ook in andere landen hoger op de agenda moeten?

‘Ja. Psychologen in het Verenigd Koninkrijk waarschuwen dat steeds meer jongeren aan zelfbeschadiging doen en eetproblemen hebben. Dat is alarmerend. Veel jongeren maken zich grote zorgen over klimaatverandering. Je ziet ook dat mindfulness voor kinderen in opmars is, terwijl kinderen dat niet nodig zouden moeten hebben om met vermijdbare druk en spanningen om te gaan. Ongelooflijk veel mensen gebruiken antidepressiva. Dat is natuurlijk ook een duidelijk voorbeeld van failure demand.’

‘Tijdens de coronacrisis was het opvallend dat landen met een vrouwelijke leider eerder besloten tot een lockdown, omdat ze de gezondheid van de bevolking als prioriteit zagen.’

‘Inwoners van landen waar aan de basisbehoeften is voldaan, worden niet gelukkiger van nog meer spullen. Veel mensen worstelen al met een overvol huis. Consumentisme heeft niets te maken met welzijn, eerder het omgekeerde. Wat mensen écht willen, is een betekenisvol leven leiden en zich verbonden voelen met anderen en hun gemeenschap. Daarom ben ik er erg enthousiast over het feit dat steeds meer landen experimenteren met vormen van zogeheten deliberatieve democratie (publieke besluitvorming waarin informatievergaring, overleg en de uitwisseling van argumenten centraal staan, EvR), zoals burgerraden.

Bhutan richt zich al langer op Gross National Happiness: bruto nationaal geluk, in plaats van bbp, bruto binnenlands product. Zij ontdekten dat twee groepen relatief niet gelukkig waren: mensen in rurale gebieden en vrouwen. Voor de eerste groep hebben ze de infrastructuur verbeterd, zodat zij minder geïsoleerd leven. De tweede groep heeft meer politieke zeggenschap gekregen.’

Schotland, Nieuw Zeeland en IJsland hebben, met Nicola Sturgeon, Jacinda Ardern en Katrín Jakobsdóttir, alle drie een vrouwelijke premier. Is dat toeval, denkt u?

‘Nee. Ik denk dat lang niet alle maar wel veel vrouwen economie breder opvatten dan consumptie en productie. En dat ze wat minder kritiekloos vertrouwen op zogenaamd harde meetgegevens als het bbp. Ook denk ik dat vrouwen vaak meer gericht zijn op samenwerken en minder competitief zijn. Hun kijk op de wereld is vaker holistisch en ze zijn wat meer geneigd ook aan de lange termijn te denken en oog te hebben voor kwetsbare groepen.

Tijdens de coronacrisis was het opvallend dat landen met een vrouwelijke leider eerder besloten tot een lockdown, omdat ze de gezondheid van de bevolking als prioriteit zagen. Ik was erg bezorgd dat WEGo vanwege de pandemie misschien naar de achtergrond zou verschuiven, maar dat gebeurde helemaal niet. Het welzijn van de bevolking werd juist tot de kern van het beleid gemaakt. Ik denk dan ook dat we nu vrouwelijke leiders nodig hebben.’ (Glimlacht.) ‘Of feministische mannen.’

https://www.vn.nl/wp-content/uploads/2020/10/DSC08614-640x853.jpg

Enorme impact

Trebeck studeerde politieke wetenschappen in Melbourne en raakte geïnteresseerd in ontwikkelingsvraagstukken nadat ze als student een zomer vrijwilliger was op de boekhoudafdeling van een ziekenhuis in Kameroen. ‘Toen ik daar weer weg was, kwam er een grote overstroming. Ik wilde erheen om mijn vrienden te helpen, gewoon door met zandzakken te sjouwen. Een docent raadde me dat af en zei: realiseer je dat je geprivilegieerd bent, verdiep je in zaken als mensenrechten en benut jouw mogelijkheid op een goede opleiding om iets te doen aan de diepere oorzaken van dit soort problemen. Dat is 23 jaar geleden, maar ik hoor het haar nog zeggen. Haar woorden hebben een enorme impact op me gehad.’

In 2005 promoveerde Trebeck aan de Australian National University, daarna vertrok ze naar Schotland, het land waarop ze als rugzakstudent verliefd werd. Sinds 2014 is ze senior onderzoeker aan de Universiteit van Strathclyde en erehoogleraar aan de Universiteit van West-Schotland. Daarnaast werkte ze, tot 2018, ruim acht jaar in verschillende functies voor Oxfam Groot-Brittannië. Daar ontwikkelde ze de Oxfam Humankind Index, die het welzijn meet door onder meer te kijken naar gezondheid, vervoer, familieleven en werkgelegenheid.

Wat heeft uw werk voor Oxfam u geleerd over het meten van welzijn?

‘Dat het belangrijk is echt in gesprek te gaan met gemeenschappen en aan de hand daarvan indicatoren te bepalen. Dan kom je bijvoorbeeld uit bij iets als: hoeveel meisjes gaan op de fiets naar school? In Nederland gebeurt dat natuurlijk volop, maar op veel plaatsen is het een goede indicator voor luchtvervuiling, veiligheid en emancipatie.

‘Interessant is Costa Rica. Dat is geen perfect land, maar het heeft als middeninkomen-land een hogere levensverwachting en hoger welzijn dan een rijker land als de VS, en slechts een derde van de ecologische voetafdruk. Costa Rica doet enorm veel aan herbebossing en herstel van ecosystemen, de democratie functioneert goed, ze hebben een goed en toegankelijk gezondheidssysteem en besteden 8 procent van hun bbp aan onderwijs, wat relatief hoog is.

Natuurlijk kunnen zich ontwikkelende landen iets leren van gearriveerde landen, zoals van het deeltijdwerken en pragmatisme in Nederland. Maar Costa Rica laat zien dat gearriveerde landen zeker ook veel kunnen leren van armere landen. Neem de levensfilosofie buen vivir in Ecuador: daarin gaat het om goed leven, niet om “maximaal” leven. Ecuador en Bolivia gaan grotendeels circulair om met grondstoffen en hebben rechten voor de natuur in hun wetten opgenomen. We kunnen ook leren van de wijsheid van de oorspronkelijke bevolking daar, want zij vragen zich af hoe ze een goede voorouder kunnen zijn voor de generaties na hen.’

‘Jonge mensen zijn opgegroeid met de realiteit van klimaatverandering en baanonzekerheid en kijken al anders naar de wereld.’

Ondertussen blijven rijke landen uit alle macht groei nastreven. Wat betekent dat?

‘Als landen die al gearriveerd zijn blijven doorgroeien, dan gaat dat ten koste van de ecologische ruimte die overblijft voor andere landen. We kunnen de taart niet groter maken en dan beter verdelen, want die is begrensd. Gearriveerde landen moeten dus plaatsmaken voor armere landen, zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen. Het IMF duwt landen als Bangladesh en Sierra Leone hetzelfde pad op dat rijke landen hebben gevolgd, terwijl duidelijk is dat het desastreus zou zijn als ze dezelfde fouten maken. Te hopen is dat deze landen een “kikkersprong” weten te maken, door bijvoorbeeld meteen op grote schaal te kiezen voor hernieuwbare energie.’

‘In ons boek benadrukken we: er is wereldwijd rijkdom genoeg, maar we moeten die beter verdelen. Dat vraagt van rijke landen om een nieuwe solidariteit.’

Dat zou rechtvaardig en redelijk zijn, maar is wel erg optimistisch gedacht. Noord-Europa heeft al moeite met het steunen van Zuid-Europa binnen de EU en de solidariteit met de vluchtelingen die vastzitten in Griekenland is minimaal. Stellen landen niet altijd hun eigen belang voorop?

‘Dat is niet echt zo, want rijke landen besteden veel geld aan hulpprogramma’s. Ik vind het hoopgevend dat Amsterdam dit jaar heeft gekozen voor de donuteconomie. Dat betekent dat de stad stilstaat bij zoiets als de impact van het kopen van goedkope T-shirts voor de mensen die ze elders ter wereld maken.’

Lees ook De donuteconomie in de praktijk: hoe Amsterdam socialer en duurzamer wil worden 25 augustus 2020

‘Ons idee van waar de economie om draait, wordt sterk beïnvloed door reclames voor luxe zaken als auto’s en door het bestaande economieonderwijs. Maar we zijn echt niet allemaal egoïstisch. Jonge mensen zijn opgegroeid met de realiteit van klimaatverandering en baanonzekerheid en kijken al anders naar de wereld. Ze beginnen daarom vaker sociale ondernemingen. Die stellen een maatschappelijk doel centraal en zien winst als de voorwaarde om dit te realiseren, niet als doel op zich. Ons boek beschrijft veel van dit soort voorbeelden.’

Een ander economisch systeem vraagt niet alleen om mooie initiatieven, maar ook om een paradigmawisseling, stelt u in uw boek. Naast pullfactoren zoals een rechtvaardiger en duurzamer wereld, noemt u daarvoor pushfactoren zoals de ecologische crisis en sociale problemen. Wat gebeurt er als we niet binnen tien jaar ‘overstag gaan’?

‘Dan zullen die pushfactoren nog heftiger worden. Als Australische vond ik het afschuwelijk om te zien hoe verwoestend de bosbranden daar afgelopen jaar waren. Ongelofelijk dat de regering desondanks alles wil houden zoals het is. Ook de steeds grootschaliger branden in Californië, Oregon en Washington, de branden in Brazilië, het ongekend snelle smelten van de ijskappen en ontdooien van de permafrost, verlies van biodiversiteit, de eenzaamheid onder jongeren, zelfmoord onder mannelijke vijftigers, drankproblemen onder dertigers en de toenemende maatschappelijke polarisatie zijn niet te negeren pushfactoren. Datzelfde geldt voor Covid-19.

Er zijn zoveel signalen dat dit systeem vastloopt. Mensen hebben lang tegen me gezegd: “Katherine, zijn je ideeën niet erg onrealistisch en naïef?” Dat hoor ik de laatste tijd niet vaak meer. Steeds meer mensen zien dat we het ons niet kunnen veroorloven door te gaan op deze weg. Dat veel van hen de mouwen opstropen en aan de slag gaan, maakt me hoopvol.’

Brede welvaart in Nederland

Begin oktober heeft de Tweede Kamer besloten regeerakkoorden voortaan te laten doorrekenen vanuit het perspectief van brede welvaart, omdat ‘welvaart over veel meer gaat dan geld, economie en groei’.

Sinds 2018 kent Nederland een jaarlijkse Monitor Brede Welvaart. Die onderscheidt drie dimensies: welvaart ‘hier en nu’, toekomstige welvaart (‘later’) en de impact op andere landen (‘elders’). Naast bbp-gerelateerde indicatoren bevat de monitor gegevens over milieu, gezondheid, onderwijs, arbeid, veiligheid, vertrouwen en ongelijkheid. Ook toont die de voortgang en Europese positie van Nederland ten aanzien van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. Behalve het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) leveren de drie planbureaus (CPB, PBL en SCP) input. Kijk hier voor de Monitor Brede Welvaart & Sustainable Devolopment Goals 2020.

Hoe Nederland het qua welzijn doet in vergelijking met andere landen en welke trends er zijn, toont How is Life in the Netherlands 2020? (gegevens 2018).

Het bericht Economisch denker Katherine Trebeck: ‘Groei is goed tot een bepaald niveau, daarboven wordt het schadelijk’ verscheen eerst op Vrij Nederland.

https://www.vn.nl/katherine-trebeck-economische-groei/

Onderzoek: Albert Heijn verdient circa 40 miljoen per jaar aan dubieuze soja uit Brazilië (Greenpeace)

FrieslandCampina en veevoedergigant ForFarmers volgen met 28 en 26 miljoen

Amsterdam, 25 oktober 2020 – Albert Heijn verdient van Nederlandse bedrijven verreweg het meest aan geïmporteerde Braziliaanse soja, naar schatting zo’n 40 miljoen euro per jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Profundo in opdracht van Greenpeace Nederland. De sojateelt is in Brazilië een van de belangrijkste aanjagers van ontbossing, bosbranden en grootschalige vernietiging van waardevolle natuur. Producten zoals vlees en zuivel in de schappen van Albert Heijn komen van dieren die gevoerd zijn met soja.

Na Albert Heijn verdienen in Nederland veevoerbedrijf ForFarmers en zuivelbedrijf FrieslandCampina volgens het onderzoek het meest aan de controversiële soja, naar schatting respectievelijk 28 en 26 miljoen euro per jaar. Vanwege de aanhoudende milieu- en mensenrechtenproblemen bij de teelt van soja voor veevoer, pleit Greenpeace voor minder vlees en zuivel in de supermarktschappen.

Ontbossingsvrije soja: loze beloftes

Al decennialang is bekend dat de sojateelt voor veevoer leidt tot grootschalige ontbossing en schending van mensenrechten. Ook op dit moment staan er in Brazilië enorme gebieden bos in brand. Ahold Delhaize en FrieslandCampina hebben jaren geleden al beloofd hun productie volledig ontbossing-vrij te hebben in 2020. Afgelopen jaar erkenden de bedrijven dat ze hun eigen doelen niet gaan halen, zonder daar consequenties aan te verbinden. Ze blijven van de dubieuze sojahandel profiteren en schermen met keurmerken die helaas geen garanties bieden. “Van alle Nederlandse bedrijven verdienen Albert Heijn, FrieslandCampina en veevoedergigant ForFarmers hieraan naar schatting het meest. Daarmee hebben ze ook de grootste verantwoordelijkheid om hun bijdrage aan de ontbossing en bosbranden door soja te stoppen,” stelt Hilde Stroot, hoofd Biodiversiteit van Greenpeace Nederland. “Zij kunnen na 15 jaar mooie woorden, nog steeds niet garanderen dat er geen ontbossing, bosbranden of schending van mensenrechten plaatsvindt bij de productie van de soja. Nog jaren aanmodderen is geen optie meer. Het is tijd voor minder vlees en zuivel in de supermarktschappen.”

Plantaardige opties

Het onderzoek richt zich op soja, dat voor veevoer is gebruikt en zo verwerkt is in vlees, zuivel en eieren. Over plantaardige soja-producten voor menselijke consumptie hoeven we ons geen zorgen te maken, benadrukt Greenpeace. De hoeveelheden soja die hiervoor gebruikt worden vallen in het niet bij de hoeveelheden die de vee-industrie verbruikt.

De controversiële soja vervangen voor veevoer van andere gewassen is geen oplossing. “Je verschuift daarmee het probleem naar andere gebieden. Al dat veevoer legt een enorm beslag op land en verergert de klimaatcrisis. Alleen door minder vlees en zuivel te produceren komen we verder. Van supermarkten en toeleveranciers verwachten we daarom actie. Producten vervangen door plantaardige opties, en al helemaal geen kiloknallers meer”, zegt Stroot.

Onmisbaar bij bestrijding klimaatcrisis

De Amazone en andere Braziliaanse natuurgebieden zijn cruciaal om de klimaat- en biodiversiteitscrisis op te lossen. Wetenschappers waarschuwen dat de Amazone op een kantelpunt dreigt te komen, waarbij het tropisch regenwoud verandert in een droog savannebos. Dit zal verstrekkende gevolgen hebben voor het mondiale klimaat. De kans dat we onder de 1,5 graad opwarming blijven lijkt dan verkeken. “Er is geen tijd meer te verliezen, bedrijven en overheden moeten deze laatste kans met beide handen aangrijpen”, aldus Stroot.

Europese Bossenwet

Naast minder vlees en zuivel pleit Greenpeace samen met andere milieuorganisaties voor een effectieve en solide Europese Bossenwet die bedrijven verplicht om hun ketens op te schonen. Deze wet moet ervoor zorgen dat er geen producten meer op de Europese markt komen, waarvoor bos is verdwenen. Zodat consumenten ervan op aan kunnen dat ze producten kopen die vrij zijn van ontbossing en mensenrechtenschendingen. Het Europees Parlement wil ook dat die wetgeving er komt. Het is nu aan de Europese Commissie om te zorgen dat er effectieve wetgeving komt die de bossen daadwerkelijk beschermt.

PDF onderzoeksrapport Profundo: Who’s profiting from Brazilian soy? An analysis of the Dutch soy supply chain

PDF Nederlandse leeswijzer: Verdienen aan verwoesting. Import van Braziliaanse soja: Certificering geen oplossing

https://www.greenpeace.org/nl/natuur/43254/albert-heijn-verdient-40-miljoen-per-jaar-aan-dubieuze-soja-uit-brazilie/

Sojahandel: wel de lusten, niet de lasten (Greenpeace)

Albert Heijn, veevoedergigant ForFarmers en FrieslandCampina verdienen van alle Nederlandse bedrijven het meeste aan de dubieuze handel in Braziliaanse soja voor veevoer. Soja waarvoor in Brazilië mogelijk kostbare natuur wordt platgebrand. Het is hoog tijd dat deze Nederlandse bedrijven niet alleen de lusten, maar ook de lasten van de handel in Braziliaans soja voor veevoer gaan dragen.   

* Voordat je verder leest: het gaat om soja voor veevoer, niet over soja voor in je kopje koffie of vegaburger

Nederland sojaland

Dankzij onze havens in Rotterdam en Amsterdam is Nederland de belangrijkste Europese importeur van soja. Veruit de meeste soja wordt gebruikt als veevoer voor de intensieve veeteelt. Ongeveer ⅔ van alle import gaat naar de rest van Europa, het overige deel wordt gevoerd aan onze eigen Hollandse koeien, kippen en varkens om er uiteindelijk eieren, melk of karbonades van te maken. 

Nu weten we al jaren dat de sojateelt in onder andere Brazilië kan leiden tot grootschalige ontbossing. Ook de bedrijven die deze soja inkopen en verwerken, weten dat. Daarom beloofden zij jaren geleden beterschap. 

Niet weten waar de soja vandaan komt

Helaas komen deze bedrijven hun beloftes niet na. Want nog steeds weten de bedrijven niet precies waar hun soja vandaan komt. “Maar als je niet weet waar je soja vandaan komt, hoe kun je die soja dan duurzaam noemen?” vroeg één van de Braziliaanse Inheemse leiders vorig jaar terecht aan mensen van Albert Heijn en Friesland Campina. Daar kwam de aap uit de mouw; de bedrijven kopen gecertificeerde soja. En die noemen ze duurzaam. Maar certificeringssystemen zoals RTRS-soja doen niet wat het zou moeten doen; namelijk ontbossing voor onze producten stoppen!  

https://storage.googleapis.com/planet4-netherlands-stateless/2020/10/3f0d3bed-gp0sttekv_web_size.jpg

Sojaplantage in de Cerrado, Brazilië

Het groene sausje dat certificering heet

Hoe het werkt? Nederlandse bedrijven kunnen via het meest gebruikte RTRS-systeem zogenaamde credits kopen. Met die credits verzekert het bedrijf zich ervan, dat zijn extra geld voor zijn ‘duurzame’ inkoop terecht komt bij een boerderij die niet bij ontbossing is betrokken. Maar het zegt niks over de daadwerkelijke sojabonen die zij inkopen: die kunnen nog steeds overal vandaan komen. 

In dit systeem stimuleer je weliswaar de ‘goede’ boeren, maar je kunt de ‘foute’ boeren niet weren. Die branden in de schitterende Pantanal? Wellicht zijn ze aangestoken door sojaboeren die aan Nederlandse bedrijven leveren. Jij en ik kunnen hoogstwaarschijnlijk nog steeds producten kopen waarvoor in Brazilië bos wordt gekapt en in de brand gestoken.  

De lusten….

Wij wilden weten welke bedrijven het meeste verdienen aan deze schmmige sojahandel. Want wie het meest verdient, heeft wat ons betreft ook de grootste verantwoordelijkheid om ontbossing en bosbranden voor soja te stoppen. Onderzoeksbureau Profundo heeft het voor ons in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat Albert Heijn, Forfarmers en FrieslandCampina het meest verdienen aan deze ‘ingebedde soja’ die via het veevoer in producten als melk, eieren en vlees terecht komt. 

Wij vinden dat álle bedrijven in de sojaketen, met grootverdieners Albert Heijn, FrieslandCampina en Forfarmers voorop, moeten stoppen om zich te verschuilen achter vrijwillige certificeringssystemen als RTRS- soja om hun duurzaamheid te claimen. Wij willen échte actie die ontbossing voor onze producten stopt. En we willen snel actie. Want we hebben geen tijd- en geen bos- meer te verliezen om de klimaat- en natuurcrisis het hoofd te kunnen bieden. 

Ook de lasten! 

Wat moeten bedrijven, met grootverdieners Albert Heijn, Frieslandcampina en ForFarmers doen?

  • Breng het gebruik van zogenoemde ingebedde soja, die via veevoer bij de productie van vlees en zuivel wordt gebruikt, onmiddellijk fors terug. Als je je medeverantwoordelijkheid voor misstanden niet kunt uitsluiten, dan moet je zo’n grondstof niet meer gebruiken. Voor het resterende aandeel van ingebedde soja geldt: enkel soja waarvan de daadwerkelijk duurzame teelt onomstotelijk vaststaat zou nog door deze bedrijven gebruikt mogen worden.
  • Hiermee kunnen de bedrijven ook gelijk werk maken van de Europese klimaat- en biodiversiteitsdoelen, waarvoor binnen tien jaar een vermindering van 70 procent van de Europese vlees- en zuivelconsumptie is vereist.
  • Laat bosvernietigers vallen: stop elke handels- of financiële band met leveranciers die in verband worden gebracht met vernietiging van het milieu, corruptie of mensenrechtenschendingen in de Amazone of andere Braziliaanse natuurgebieden. Daarvoor is volledige transparantie en traceerbaarheid van de handelsketen noodzakelijk. 
  • Respecteer de afspraken voor nul-ontbossing – maak volledige transparantie en traceerbaarheid van de toeleveringsketen een handelsvoorwaarde, waarbij een open en transparant controlesystemen uiterlijk op 1 januari 2021 moeten zijn ingevoerd.
  • Verdedig Inheemse rechten: steun Inheemse volkeren om de erkenning en bescherming te krijgen van hun land waarop zij wettelijk recht hebben.

Politiek aan zet

Daarnaast moet er een effectieve en solide Europese Bossenwet komen die alle bedrijven verplicht om hun ketens op te schonen. Deze wet moet ervoor zorgen dat er geen producten meer op de Europese markt komen, waarvoor bos gekapt is. Zodat jij en ik ervan op aan kunnen dat we producten kopen die vrij zijn van ontbossing en mensenrechtenschendingen.

Wat kun jij doen? 

Op dit moment kan ook jij je uitspreken voor een Europese Bossenwet! De Europese Unie vraagt via deze zogenaamde Consultatieronde aan iedereen wat zij vinden wat er moet gebeuren om de wereldwijde bossen te beschermen. Doe ook mee en teken voor een Europese bossenwet!

Meer lezen? Hier vind je het Profundo-rapport Who is profiting from Brazilian Soy en de bijbehorende Greenpeace Analyse Verdienen aan verwoesting.

https://www.greenpeace.org/nl/greenpeace/43198/sojahandel-wel-de-lusten-niet-de-lasten/